Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 124.991
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202002811/2/V3

Bij besluit van 12 juli 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1308
Datum uitspraak
3 juni 2020
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202002811/2/V3

201803363/2/A2

Bij besluit van 19 januari 2015 heeft de minister van Infrastructuur en Milieu een verzoek van [appellant] om schadevergoeding afgewezen. [appellant] is eigenaar van de in de buurt van de A73-Zuid gelegen woning aan de [locatie] te Venlo. Hij heeft de minister verzocht om schadevergoeding krachtens artikel 22 van de Tracéwet in verband met de aanleg van de A74 en de aanpassingen van de A73-Zuid conform het Tracébesluit Rijksweg A74. Het Tracébesluit is op 16 augustus 2010 bekend gemaakt en heeft de aanleg van de A74 tussen de A73-Zuid en de Duitse grens en de aanpassingen aan de A73 tussen de aansluiting Maasbree tot aan de verdiepte ligging ter hoogte van de Kaldenkerkerweg te Tegelen mogelijk gemaakt. [appellant] heeft aan het verzoek ten grondslag gelegd dat hij als gevolg van het Tracébesluit schade in de vorm van een vermindering van de waarde van de woning heeft geleden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1332
Datum uitspraak
3 juni 2020
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak201803363/2/A2

201803390/2/A2

Bij besluit van 21 april 2015 heeft de minister van Infrastructuur en Milieu een verzoek van [appellant] om schadevergoeding afgewezen. [appellant] is eigenaar van de in de buurt van de A73-Zuid gelegen woning aan de [locatie] te Venlo. Hij heeft de minister verzocht om schadevergoeding krachtens artikel 22 van de Tracéwet in verband met de aanleg van de A74 en de aanpassingen van de A73-Zuid conform het Tracébesluit Rijksweg A74. Het Tracébesluit is op 16 augustus 2010 bekend gemaakt en heeft de aanleg van de A74 tussen de A73-Zuid en de Duitse grens en de aanpassingen aan de A73 tussen de aansluiting Maasbree tot aan de verdiepte ligging ter hoogte van de Kaldenkerkerweg te Tegelen mogelijk gemaakt. [appellant] heeft aan het verzoek ten grondslag gelegd dat hij als gevolg van het Tracébesluit schade in de vorm van een vermindering van de waarde van de woning heeft geleden. In dit verband heeft hij gesteld dat de geluidoverlast in en buiten de woning is toegenomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1336
Datum uitspraak
3 juni 2020
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak201803390/2/A2

201803394/2/A2

Bij besluit van 2 november 2012 heeft de minister van Infrastructuur en Milieu een verzoek van [appellant] om schadevergoeding afgewezen. [appellant] is eigenaar van de in de buurt van de A73-Zuid gelegen woning aan het [locatie] te Venlo. Hij heeft de minister verzocht om schadevergoeding krachtens artikel 22 van de Tracéwet in verband met de aanleg van de A74 en de aanpassingen van de A73-Zuid conform het Tracébesluit Rijksweg A74. Het Tracébesluit is op 16 augustus 2010 bekend gemaakt en heeft de aanleg van de A74 tussen de A73-Zuid en de Duitse grens en de aanpassingen aan de A73 tussen de aansluiting Maasbree tot aan de verdiepte ligging ter hoogte van de Kaldenkerkerweg te Tegelen mogelijk gemaakt. [appellant] heeft aan het verzoek ten grondslag gelegd dat hij als gevolg van het Tracébesluit schade in de vorm van een vermindering van de waarde van de woning heeft geleden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1337
Datum uitspraak
3 juni 2020
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak201803394/2/A2

201803397/2/A2

Bij besluit van 19 januari 2015 heeft de minister van Infrastructuur en Milieu een verzoek van [appellant] om schadevergoeding afgewezen. [appellant] is eigenaar van de in de buurt van de A73-Zuid gelegen woning aan de [locatie] te Venlo. Hij heeft de minister verzocht om schadevergoeding krachtens artikel 22 van de Tracéwet in verband met de aanleg van de A74 en de aanpassingen van de A73-Zuid conform het Tracébesluit Rijksweg A74. Het Tracébesluit is op 16 augustus 2010 bekend gemaakt en heeft de aanleg van de A74 tussen de A73-Zuid en de Duitse grens en de aanpassingen aan de A73 tussen de aansluiting Maasbree tot aan de verdiepte ligging ter hoogte van de Kaldenkerkerweg te Tegelen mogelijk gemaakt. [appellant] heeft aan het verzoek ten grondslag gelegd dat hij als gevolg van het Tracébesluit schade in de vorm van een vermindering van de waarde van de woning heeft geleden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1340
Datum uitspraak
3 juni 2020
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak201803397/2/A2

201803401/2/A2

Bij besluit van 23 juli 2012 heeft de minister van Infrastructuur en Milieu een verzoek van [appellant] om schadevergoeding afgewezen. [appellant] is eigenaar van de in de buurt van de A73-Zuid gelegen woning aan de [locatie] te Venlo. Hij heeft de minister verzocht om schadevergoeding krachtens artikel 22 van de Tracéwet in verband met de aanleg van de A74 en de aanpassingen van de A73-Zuid conform het Tracébesluit Rijksweg A74. Het Tracébesluit is op 16 augustus 2010 bekend gemaakt en heeft de aanleg van de A74 tussen de A73-Zuid en de Duitse grens en de aanpassingen aan de A73 tussen de aansluiting Maasbree tot aan de verdiepte ligging ter hoogte van de Kaldenkerkerweg te Tegelen mogelijk gemaakt. [appellant] heeft aan het verzoek ten grondslag gelegd dat hij als gevolg van het Tracébesluit schade in de vorm van een vermindering van de waarde van de woning heeft geleden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1338
Datum uitspraak
3 juni 2020
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak201803401/2/A2

201803490/2/A2

Bij besluit van 19 februari 2015 heeft de minister van Infrastructuur en Milieu een verzoek van [appellant] om schadevergoeding afgewezen. [appellant] is eigenaar van de in de buurt van de A73-Zuid gelegen woning aan de [locatie] te Venlo. Hij heeft de minister verzocht om schadevergoeding krachtens artikel 22 van de Tracéwet in verband met de aanleg van de A74 en de aanpassingen van de A73-Zuid conform het Tracébesluit Rijksweg A74. Het Tracébesluit is op 16 augustus 2010 bekend gemaakt en heeft de aanleg van de A74 tussen de A73-Zuid en de Duitse grens en de aanpassingen aan de A73 tussen de aansluiting Maasbree tot aan de verdiepte ligging ter hoogte van de Kaldenkerkerweg te Tegelen mogelijk gemaakt.[appellant] heeft aan het verzoek ten grondslag gelegd dat hij als gevolg van het Tracébesluit schade in de vorm van een vermindering van de waarde van de woning heeft geleden. In dit verband heeft hij gesteld dat de geluidoverlast in en buiten de woning is toegenomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1335
Datum uitspraak
3 juni 2020
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak201803490/2/A2

201803495/2/A2

Bij besluit van 19 januari 2015 heeft de minister van Infrastructuur en Milieu een verzoek van [appellant] om schadevergoeding afgewezen. [appellant] is eigenaar van de in de buurt van de A73-Zuid gelegen woning aan de [locatie] te Venlo. Hij heeft de minister verzocht om schadevergoeding krachtens artikel 22 van de Tracéwet in verband met de aanleg van de A74 en de aanpassingen van de A73-Zuid conform het Tracébesluit Rijksweg A74. Het Tracébesluit is op 16 augustus 2010 bekend gemaakt en heeft de aanleg van de A74 tussen de A73-Zuid en de Duitse grens en de aanpassingen aan de A73 tussen de aansluiting Maasbree tot aan de verdiepte ligging ter hoogte van de Kaldenkerkerweg te Tegelen mogelijk gemaakt [appellant] heeft aan het verzoek ten grondslag gelegd dat hij als gevolg van het Tracébesluit schade in de vorm van een vermindering van de waarde van de woning heeft geleden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1339
Datum uitspraak
3 juni 2020
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak201803495/2/A2

201804132/1/A3

Bij besluit van 19 augustus 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht, naar aanleiding van de door [appellant] op 29 juli 2016 ingediende ingebrekestelling ter zake van het niet-tijdig nemen van een besluit op zijn verzoek op grond van de Wet openbaarheid van bestuur, aan hem meegedeeld dat het verzoek niet is ontvangen en dat de verzochte informatie al openbaar is. [appellant] heeft bij e-mail van 2 juni 2016 het college verzocht om openbaarmaking op grond van de Wob van sinds 1 januari 2015 opgemaakte stukken met betrekking tot elf horecagelegenheden, waaronder rapporten van akoestische onderzoeken. Hij heeft het college bij e-mail van 29 juli 2016 in gebreke gesteld omdat het geen besluit op zijn Wob-verzoek heeft genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1341
Datum uitspraak
3 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak201804132/1/A3

201903050/1/R3

Bij besluit van 21 februari 2019 heeft de raad van de gemeente Hardinxveld-Giessendam het bestemmingsplan "'t Oog Bedrijven" vastgesteld. Het plangebied ligt ten noordwesten van de kern Hardinxveld-Giessendam en voorziet in de realisatie van een bedrijventerrein. Aan het noordelijke deel van het plangebied voorziet het plan in de vestiging van bedrijven tot en met categorie 4.1 van de "Staat van bedrijfsactiviteiten bedrijventerrein" of die naar aard en omvang daaraan gelijk te stellen zijn. Aan het zuidelijke deel van het plangebied voorziet het plan in de vestiging van bedrijven tot en met categorie 3.2 van de "Staat van bedrijfsactiviteiten bedrijventerrein" of die naar aard en omvang daaraan gelijk te stellen zijn. [appellant] en anderen wonen ten zuiden van het plangebied in de woonwijk "De Blauwe Zoom" in Hardinxveld-Giessendam. Zij kunnen zich niet verenigen met de ontwikkeling die het plan mogelijk maakt, omdat zij onder meer vrezen voor een aantasting van hun woon- en leefklimaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1328
Datum uitspraak
3 juni 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak201903050/1/R3

201903540/1/R3

Bij besluit van 26 februari 2018 heeft het college onder oplegging van een dwangsom [appellant] gelast om hok Ggg op het perceel [locatie] te Minnertsga te verwijderen en verwijderd te houden. [appellant] is eigenaar van het perceel. Op het perceel staan meerdere bouwwerken. Naar aanleiding van een handhavingsverzoek heeft een toezichthouder onderzoek verricht op het perceel. De toezichthouder heeft geconstateerd dat op het perceel een gebouw in aanbouw is, aangeduid als hok Ggg. Omdat [appellant] niet in het bezit is van een omgevingsvergunning voor de bouw van hok Ggg, heeft het college aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd, inhoudende dat het hok Ggg moet worden verwijderd en verwijderd moet blijven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1327
Datum uitspraak
3 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak201903540/1/R3

201903775/1/R2

Bij besluit van 9 oktober 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bergeijk [appellant A] en [appellant B] onder oplegging van een dwangsom gelast om binnen veertien weken na verzending van het besluit het op het perceel Barrier 5 te Bergeijk in het zuidelijke deel van loods A gerealiseerde gebouw, zijnde een intern gebouw met een verdiepingsvloer, te verwijderen. Bij besluit van 31 juli 2015 is aan [appellant A] een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van twee werktuigloodsen op het perceel. Volgens het college is in afwijking van die vergunning in loods A een intern bouwwerk met een verdieping gerealiseerd, welke verdieping dient als magazijn ten behoeve van de opslag van materialen. Onder de verdiepingsvloer bestaat de ruimte volgens het besluit van 9 oktober 2018 uit een gang, kantine, toiletruimtes en een ruimte waarschijnlijk bedoeld als kantoor.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1311
Datum uitspraak
3 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak201903775/1/R2

201903793/1/R3

Bij besluit van 26 maart 2019 heeft de raad van de gemeente Midden-Delfland het bestemmingsplan "1e herziening Buitengebied Gras" vastgesteld. Het plan is vastgesteld ter actualisatie van de juridisch-planologische regeling voor het plangebied. Het herziet het moederplan "Buitengebied Gras". Gasunie kan zich niet verenigen met het plan vanwege het ontbreken van de hogedruk-aardgastransportleiding en de hierbij behorende bestemming "Leiding - Gas" op de verbeelding van het voorliggende plan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1326
Datum uitspraak
3 juni 2020
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak201903793/1/R3

201904598/1/R1

Bij besluit van 25 april 2019 heeft de raad van de gemeente Stede Broec het bestemmingsplan "Parklaan 2017" vastgesteld. Het plan voorziet in een woonzorgcomplex aan de rand van Lutjebroek direct ten zuiden van de P.J. Jongstraat en de hoek van de Parklaan. De stichting is initiatiefneemster van het woonzorgcomplex. Het woonzorgcomplex moet plaats bieden aan 12 jong volwassenen met een beperking en er komen vier appartementen voor bewoners die onder begeleiding gaan wonen. In samenhang met deze nieuwe ontwikkeling zullen de kassen van de agrarische vestiging ten westen van de planlocatie worden gesloopt. [appellant] woont aan de [locatie] te Lutjebroek, op een afstand van circa 63 m van het plangebied. Hij komt tegen de voorziene ontwikkeling op, omdat hij vreest voor aantasting van zijn woon- en leefklimaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1317
Datum uitspraak
3 juni 2020
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak201904598/1/R1

201905149/1/R3

Bij besluit van 21 mei 2019 heeft de raad van de gemeente Coevorden het bestemmingsplan "[locatie 1] en [locatie 2], Zweeloo " vastgesteld. In het plangebied bevindt zich een perceel met daarop een woonboerderij die bestaat uit twee woningen. Op het perceel bevindt zich eveneens een loods. In het bestemmingsplan "Buitengebied Zweeloo" uit 1996 was "ten hoogste het bestaande aantal woningen toegestaan". Bij het bestemmingsplan "Buitengebied", vastgesteld op 9 december 2014, mag op het perceel per bestemmingsvlak niet meer dan één woonhuis gebouwd worden. Na de vaststelling van het bestemmingsplan "Buitengebied" hebben [appellanten] een verzoek om planschade ingediend. Dit verzoek is toegekend. Met het bestreden bestemmingsplan wordt uitvoering gegeven aan het besluit van het college van burgemeester en wethouders om planschade in natura toe te kennen door wederom twee woningen mogelijk te maken. [Appellanten] kunnen zich niet verenigen met het bestreden plan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1325
Datum uitspraak
3 juni 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Drenthe
  • uitspraakin de zaak201905149/1/R3

201905580/1/R3

Bij besluit van 22 januari 2019 heeft de raad van de gemeente Westland het bestemmingsplan "De Kreken fase 2" vastgesteld. Het plangebied van het voorgaande bestemmingsplan "Poeldijk Westhof" wordt in een aantal fases ontwikkeld. Het voorliggende bestemmingsplan betreft fase 2 en maakt een woonwijk met maximaal 495 woningen mogelijk op voormalig agrarisch gebied. [appellant] en anderen kunnen zich niet verenigen met het plan. Zij zijn het niet eens met de indeling van het plangebied voor zover daardoor bestaande groen- en speelvoorzieningen verdwijnen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1324
Datum uitspraak
3 juni 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak201905580/1/R3

201905772/1/V6

Bij besluit van 24 oktober 2017 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het verzoek van [appellant] om hem het Nederlanderschap te verlenen afgewezen. De staatssecretaris heeft het verzoek van 6 december 2016 afgewezen, omdat [appellant] niet sedert vijf jaar onmiddellijk voorafgaande aan het verzoek onafgebroken hoofdverblijf in het Koninkrijk heeft gehad, zodat hij niet aan de vereisten van artikel 8, eerste lid, aanhef en onder c, van de Rijkswet op het Nederlanderschap voldoet. Verder is [appellant] weliswaar sinds [2010] gehuwd met een Nederlandse echtgenote, maar uit de Basisregistratie Personen volgt dat zij sinds 21 december 2010 staat inschreven in Amsterdam, terwijl zij ook sinds 15 februari 2011 met [appellant] in Antwerpen staat ingeschreven. Volgens de staatssecretaris is er dan ook alleen gebleken van een inschrijving, niet van het daadwerkelijk samenwonen, zodat [appellant] niet aan het samenwoningsvereiste van de RWN voldoet.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1343
Datum uitspraak
3 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak201905772/1/V6

201906060/1/A3

Bij besluit van 12 oktober 2018 heeft de burgemeester van Heerlen [appellanten] onder aanzegging van bestuursdwang gelast het bedrijfspand aan de [locatie] in Heerlen te sluiten met ingang van 18 oktober 2018 voor de duur van twaalf maanden. [appellanten] hebben een bedrijf in reclamebeletteringen dat in het bedrijfspand is gevestigd. Op 4 september 2018 heeft de politie een doorzoeking verricht in het bedrijfspand. De aanleiding hiervoor waren anonieme meldingen over de productie van harddrugs in het pand in de nachtelijke uren. De bevindingen van de doorzoeking zijn neergelegd in een bestuurlijke rapportage van de politie van 21 september 2018. In ruimte I stond een Mercedes Vito met in de laadruimte grote hoeveelheden poederstof, pillen en een tabletteermachine. In ruimte II stonden tonnen met poederstof en tabletten. In ruimte III zijn een tabletteermachine, poederstoffen en pillen aangetroffen. Alle poederstoffen en tabletten zijn positief getest op MDMA.

Datum uitspraak
3 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak201906060/1/A3

201906089/1/R2

Bij besluit van 31 mei 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bergeijk besloten tot invordering van een bedrag van € 72.600,00 aan door H.O.G. B.V. verbeurde dwangsommen. H.O.G. B.V. maakt voor haar bedrijfsactiviteiten gebruik van het perceel Barrier 5 te Bergeijk. Bij besluit van 28 november 2017 heeft het college H.O.G. B.V. onder oplegging van een dwangsom gelast om binnen 8 weken na verzenddatum van het besluit, het met het bestemmingsplan strijdige gebruik van het perceel te beëindigen. Het college heeft de last opgelegd, omdat het perceel volgens het college in strijd met de geldende bestemming niet ten behoeve van de uitoefening van een loonwerkbedrijf, maar voor de opslag en het verhandelen van (bulk)goederen wordt gebruikt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1312
Datum uitspraak
3 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak201906089/1/R2

201906255/1/R1

Bij besluit van 16 oktober 2017 heeft het algemeen bestuur van de bestuurscommissie van stadsdeel centrum geweigerd aan Kess Corporation een omgevingsvergunning te verlenen voor het ophogen van de achterzijde van het gebouw en het realiseren van een dakterras op het gebouw op het perceel Utrechtsestraat 133 in Amsterdam. Volgens het college is de aanvraag, waarbij volgens het college wordt gevraagd om een nieuwe (tussen)verdieping te realiseren en de kap van het gebouw te verhogen, in strijd met de maximaal toegestane bouwhoogte. Door het uitvoeren van het bouwplan wordt volgens het college de bouwhoogte van het gebouw hoger dan de ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan bestaande bouwhoogte aan de achterzijde van het gebouw. Het college heeft geweigerd om een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan te verlenen, omdat met het uitvoeren van dit deel van het bouwplan het daklandschap en de kapvorm van het gebouw onacceptabel worden aangetast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1334
Datum uitspraak
3 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak201906255/1/R1

201906534/1/R1

Bij besluit van 17 januari 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam besloten tot invordering van de door [appellant] verbeurde dwangsommen van in totaal € 53.500,00. Volgens het college heeft het pand van [appellant] aan de [locatie] in Amsterdam gebreken en verkeert het in een staat die in strijd is met de Woningwet. Daarom heeft het college bij besluit van 2 juni 2017 [appellant] onder oplegging van een dwangsom van € 10.000,00 ineens gelast dat binnen een termijn van twaalf weken na de dag waarop dit besluit is verzonden of uitgereikt een aanvang is gemaakt met het treffen van de voorzieningen zoals opgenomen in de bij dit besluit gevoegde voorzieningenlijst. Verder heeft het college bij dit besluit [appellant] onder oplegging van een dwangsom van € 43.500,00 ineens gelast dat binnen een termijn van zes maanden na dagtekening van dit besluit het treffen van de voorzieningen zoals opgenomen in de bij dit besluit gevoegde voorzieningenlijst is voltooid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1310
Datum uitspraak
3 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak201906534/1/R1

201906792/1/R4

Bij besluit van 20 mei 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 25 april 2019 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat een gedeelte van de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 126,00, voor rekening van [appellante] komt. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een doos, afkomstig van Bol.com, die op 25 april 2019 in Den Haag is aangetroffen op de Looijerstraat. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] de doos verkeerd heeft aangeboden, omdat haar adres op het adreslabel op de desbetreffende doos staat. [appellante] betwist dat de doos van haar was en dat zij deze op de Looijerstraat heeft achtergelaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1318
Datum uitspraak
3 juni 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak201906792/1/R4

201906998/1/A3

Bij besluit van 16 januari 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zevenaar een verzoek om openbaarmaking van informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur afgewezen. Het gaat in deze zaak om een verzoek van [appellant] om openbaarmaking van documenten over een schenking van € 500.000 van British American Tobacco aan de gemeente Zevenaar in de periode van juni 2008 tot september 2011 en de oprichting van de Stichting Cultuur BAT.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1342
Datum uitspraak
3 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak201906998/1/A3

201907251/1/R4

Bij besluit van 22 augustus 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 19 augustus 2019 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een doos die op 19 augustus 2019 is aangetroffen naast een inzamelvoorziening op de Klaverstraat te Den Haag ter hoogte van huisnummer 7. Het college is ervan uitgegaan dat [appellant] de doos verkeerd heeft aangeboden, omdat het adreslabel op de doos tot hem te herleiden is. [appellant] betwist dat hij de doos naast de inzamelvoorziening heeft gezet. Hij erkent dat zijn adresgegevens op de doos staan, maar merkt op dat de naam van zijn kleindochter, [naam], op de doos staat, zodat de doos tot haar kan worden herleid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1313
Datum uitspraak
3 juni 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak201907251/1/R4

201907548/1/A2

Bij besluit van 27 december 2018 heeft het CBR de geldigheid van het rijbewijs van [appellant] geschorst en een onderzoek naar de rijgeschiktheid opgelegd. De korpschef van de Politie Eenheid Midden-Nederland heeft het CBR op grond van artikel 130, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 meegedeeld dat het vermoeden bestaat dat [appellant] niet langer beschikt over de rijvaardigheid dan wel over de lichamelijke of geestelijke geschiktheid om een motorrijtuig van categorieën AMBT te besturen. Aan de mededeling ligt ten grondslag dat [appellant] volgens het door verbalisanten op ambtsbelofte opgemaakte proces-verbaal van 24 september 2018 als bestuurder van een personenauto is aangehouden op verdenking van rijden onder invloed in de zin van artikel 8, eerste of vijfde lid, van de Wvw 1994. Naar aanleiding van deze mededeling heeft het CBR [appellant] een onderzoek naar de rijgeschiktheid opgelegd en de geldigheid van zijn rijbewijs geschorst. [appellant] is het hier niet mee eens.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1319
Datum uitspraak
3 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak201907548/1/A2

201907563/1/R4

Bij besluit van 7 augustus 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 29 juli 2019 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een doos die op 29 juli 2019 is aangetroffen naast een inzamelvoorziening op de De Sillestraat. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] de doos verkeerd heeft aangeboden, omdat haar naam en adres op het adreslabel op de doos staan. [appellante] stelt dat zij over eigen groene containers beschikt, maar dat zij uit milieuoverwegingen haar afval voor recycling aanbiedt bij de inzamelvoorziening aan de De Sillestraat. Toen zij de doos in de inzamelvoorziening deponeerde was de inzamelvoorziening volgens [appellante] bijna vol en zij weet niet of de doos naar beneden is gevallen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1315
Datum uitspraak
3 juni 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak201907563/1/R4

201907739/1/R4

Bij besluit van 21 juni 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 19 juni 2019 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat een gedeelte van de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 126,00, voor rekening van [appellant] komt. Op 19 juni 2019 is een doos aangetroffen naast een inzamelvoorziening op de Kolenwagenslag te Den Haag. Het college is ervan uitgegaan dat [appellant] de doos verkeerd heeft aangeboden, omdat het adreslabel op de doos tot hem te herleiden is. [appellant] betwist dat hij de doos naast de inzamelvoorziening heeft gezet. In de doos zat een loungeset. [appellant] heeft de desbetreffende loungeset gekocht bij een vestiging van Kwantum in winkelcentrum de Mega Stores en daar opgehaald op 15 juni 2019. Hij heeft de doos achtergelaten bij de winkel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1320
Datum uitspraak
3 juni 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak201907739/1/R4

201908009/1/R4

Bij besluit van 24 juni 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 20 juni 2019 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een doos die op 20 juni 2019 is aangetroffen naast een inzamelvoorziening op de Sandenburgstraat. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] de doos verkeerd heeft aangeboden, omdat haar naam en adres op het adreslabel op de doos staan. [appellante] betwist dat zij de doos naast de inzamelvoorziening heeft gezet. Zij stelt dat zij de doos bij de kelderingang heeft neergezet waarna deze door iemand anders is meegenomen en naast de inzamelvoorziening is gezet.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1314
Datum uitspraak
3 juni 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak201908009/1/R4

201908180/1/R4

Bij besluit van 10 juli 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 3 juli 2019 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een doos die op 3 juli 2019 is aangetroffen naast een inzamelvoorziening op het Gradaland te Den Haag ter hoogte van lichtmast 501. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] de doos verkeerd heeft aangeboden, omdat haar naam en adres op het adreslabel op de doos staan. [appellante] stelt dat er ten onrechte aan wordt voorbijgegaan dat de gemeente Den Haag zelf nalatig is geweest. De inzamelvoorziening waar zij de doos naast had geplaatst was, ondanks herhaaldelijke verzoeken van winkeliers en buurtbewoners daartoe, voor de zoveelste keer niet geleegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1316
Datum uitspraak
3 juni 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak201908180/1/R4

202000213/1/R4

Bij besluit van 10 september 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 3 september 2019 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat een gedeelte van de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 126,00, voor rekening van [appellante] komt. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een huisvuilzak die op 3 september 2019 is aangetroffen naast een ondergrondse restafvalcontainer ter hoogte van lichtmast 8 aan de Otterrade in Den Haag, nabij de kruising van de Otterrade en de Wolvenrade. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] de huisvuilzak verkeerd heeft aangeboden, omdat daarin een tot haar herleidbaar poststuk is aangetroffen. Het poststuk is een aan [appellante] geadresseerde brief.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1329
Datum uitspraak
3 juni 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202000213/1/R4

202000334/1/R4

Bij besluit van 2 september 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 27 augustus 2019 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat een gedeelte van de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 126,00, voor rekening van [appellant] komt. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een doos die op 27 augustus 2019 is aangetroffen naast een papierbak ter hoogte van lichtmast 510 op het Willem Royaardsplein in Den Haag. Het college is ervan uitgegaan dat [appellant] de doos verkeerd heeft aangeboden, omdat zijn naam en adres op het adreslabel op de doos staan. [appellant] betwist niet dat de doos van hem afkomstig is, maar stelt dat hij niet degene is geweest die de doos naast de papierbak heeft gezet, op ruim 3 km lopen vanaf zijn woning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1323
Datum uitspraak
3 juni 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202000334/1/R4

202000360/1/R4

Bij besluit van 2 oktober 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 16 september 2019 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat een gedeelte van de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 126,00, voor rekening van [appellante] komt. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een doos die op 16 september 2019 is aangetroffen naast een ondergrondse restafvalcontainer ter hoogte van de Kepplerstraat 3 in Den Haag. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] de doos verkeerd heeft aangeboden, omdat haar adres op het adreslabel op de doos staat. De doos is geadresseerd aan [naam persoon] op het adres van [appellante]. [appellante] betwist dat de aangetroffen doos van haar afkomstig is en stelt de doos nooit eerder te hebben gezien.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1331
Datum uitspraak
3 juni 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202000360/1/R4

202000458/1/R4

Bij besluit van 2 augustus 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 24 juli 2019 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat een gedeelte van de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 126,00, voor rekening van [appellante] komt. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een geplette doos die op 24 juli 2019 is aangetroffen naast een papiercontainer ter hoogte van de Zorgvlietstraat 106 in Den Haag. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] de doos verkeerd heeft aangeboden, omdat haar naam en adres op het adreslabel op de doos staan. [appellante] betwist niet dat de doos van haar afkomstig is, maar stelt dat zij de doos in de papiercontainer heeft gedaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1322
Datum uitspraak
3 juni 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202000458/1/R4

202000463/1/R4

Bij besluit van 15 juli 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 10 juli 2019 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat een gedeelte van de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 126,00, voor rekening van [appellant] komt. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een doos met oud papier die op 10 juli 2019 is aangetroffen naast een ondergrondse restafvalcontainer ter hoogte van lichtmast 37 aan de Haringkade, naast het Roosje Piersonplein in Den Haag. Het is niet in geschil dat [appellant] de doos daar verkeerd heeft aangeboden door hem naast de ORAC te zetten. [appellant] betoogt dat het college hem in de bezwaarprocedure ten onrechte niet in de gelegenheid heeft gesteld om te worden gehoord.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1330
Datum uitspraak
3 juni 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202000463/1/R4

202000559/1/R4

Bij besluit van 5 november 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 23 oktober 2019 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat een gedeelte van de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 126,00, voor rekening van [appellant] komt. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een huisvuilzak die op 23 oktober 2019 is aangetroffen naast een ondergrondse restafvalcontainer ter hoogte van het Weteringplein 2 in Den Haag. Het college is ervan uitgegaan dat [appellant] de huisvuilzak verkeerd heeft aangeboden, omdat daarin een tot hem herleidbaar poststuk is aangetroffen. Het poststuk is een aan hem geadresseerde enveloppe. [appellant] betwist niet dat de huisvuilzak van hem afkomstig is, maar stelt dat hij hem in de ORAC heeft gedaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1321
Datum uitspraak
3 juni 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202000559/1/R4

202002474/2/R3

Bij besluit van 28 januari 2020 heeft de raad van de gemeente Brielle het bestemmingsplan "Omgevingsplan Buitengebied Brielle" vastgesteld. [verzoeker] woont aan de [locatie 1] in Vierpolders. Het bestemmingsplan dat is vastgesteld voor het buitengebied van de gemeente Brielle maakt een nieuwe woning mogelijk naast het perceel van [verzoeker]. Deze nieuwe woning is een zogenoemde ruimte-voor-ruimtewoning die kan worden gerealiseerd in ruil voor de sloop van een voormalige melkveestal aan de [locatie 2] in Vierpolders. Met de realisatie van de ruimte-voor-ruimtewoning kan [verzoeker] zich niet verenigen. [belanghebbende] is eigenaresse van de gronden waarop de ruimte-voor-ruimtewoning is voorzien. [belanghebbende] heeft desgevraagd medegedeeld dat zij niet voornemens is te wachten met de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de bouw van de ruimte-voor-ruimtewoning totdat de Afdeling in de bodemprocedure uitspraak heeft gedaan op het beroep van [verzoeker].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1300
Datum uitspraak
2 juni 2020
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202002474/2/R3

202002477/2/R4

Bij besluit van 12 maart 2020 heeft de raad van de gemeente West Maas en Waal het bestemmingsplan "Buitengebied, [locatie 1] Wamel en [locatie 2] Boven-Leeuwen" vastgesteld. Het plan maakt de realisatie van een nieuwe woning mogelijk achter de bestaande woning aan de [locatie 2] in Boven-Leeuwen. Deze woning zal via een pad worden ontsloten op de Molenstraat. Dit pad loopt onder meer over het perceel van [verzoeker]. [verzoeker] kan zich er niet mee verenigen dat de nieuwe woning via het pad op zijn perceel richting de Molenstraat wordt ontsloten. [belanghebbende] is eigenaar van het perceel waarop de nieuwe woning is voorzien. Hij heeft na de vaststelling van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning aangevraagd voor de bouw van de nieuwe woning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1302
Datum uitspraak
2 juni 2020
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202002477/2/R4

202002572/2/R3

Bij besluit van 20 februari 2020 heeft de raad van de gemeente Alphen aan den Rijn het bestemmingsplan "Westvaartpark, Hazerswoude-Rijndijk" vastgesteld. Het plan voorziet in een nieuwe woonwijk ten westen van Hazerswoude-Rijndijk. Het plan maakt de realisatie van 300 nieuwe woningen mogelijk, welk aantal op basis van een afwijkingsbevoegdheid kan worden verhoogd als dit onder meer past binnen het regionale woningbouwprogramma. Synchroon B.V. is eigenaresse van de gronden waarop deze nieuwe woningen zijn voorzien. Daarnaast maakt het plan door middel van twee wijzigingsbevoegdheden de realisatie van maximaal 50 nieuwe woningen in het plangebied mogelijk. [verzoeker] en anderen wonen aan de noordzijde van het plangebied aan de [locatie 1] en [locatie 2] in Hazerswoude-Rijndijk. Achter hun woningen bevindt zich op dit moment een polder met een grotendeels agrarische functie. In deze polder is de nieuwe woonwijk voorzien.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1301
Datum uitspraak
2 juni 2020
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202002572/2/R3

201906597/1/V6

Bij besluit van 17 april 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het verzoek van [appellant] om hem het Nederlanderschap te verlenen afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1359
Datum uitspraak
2 juni 2020
  • Mondelinge uitspraak
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak201906597/1/V6

202002106/1/R4 en 202002106/2/R4

Bij besluit van 30 januari 2020 heeft de raad van de gemeente De Ronde Venen het bestemmingsplan "Ontsluiting Veenman, Wilnis" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt een verbinding voor autoverkeer mogelijk tussen de wegen Veenman en de oostelijk daarvan gelegen Mandenmaker in Wilnis. De Veenman ligt in de wijk Veenzijde III en is grotendeels uitgevoerd in asfalt. De Mandenmaker is een klinkerweg in de nieuwbouwwijk De Maricken. Door de nieuwe ontsluiting wordt rechtstreeks autoverkeer mogelijk tussen de wijken Veenzijde III en De Maricken. [appellant] en anderen kunnen zich niet verenigen met het plan. Zij wonen in de wijk Veenzijde III, aan de Veenman of aan zijstraten daarvan. [appellant] en anderen verwachten dat de nieuwe ontsluiting leidt tot een toename van het autoverkeer in hun wijk.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1297
Datum uitspraak
29 mei 2020
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202002106/1/R4 en 202002106/2/R4

202002903/2/V2

Bij besluit van 5 december 2016 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1299
Datum uitspraak
29 mei 2020
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202002903/2/V2

201900823/1/V3

Bij besluit van 4 mei 2017 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1294
Datum uitspraak
27 mei 2020
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak201900823/1/V3

201904380/1/V1

Bij besluit van 12 januari 2017 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1283
Datum uitspraak
27 mei 2020
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak201904380/1/V1

201905840/1/V1

Bij besluit van 1 februari 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen om de vreemdelingen een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1282
Datum uitspraak
27 mei 2020
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak201905840/1/V1

201906353/1/V3

Bij besluit van 9 oktober 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1281
Datum uitspraak
27 mei 2020
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak201906353/1/V3

202001792/2/R4

Bij besluit van 4 juni 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Arnhem aan Stichting Onderdak twee lasten onder dwangsom opgelegd inhoudende het beëindigen en beëindigd houden van de overtreding van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en het voorkomen van herhaling/uitbreiding van die overtreding. Stichting Onderdak heeft een deel van een gebouw aan de Bronbeeklaan 66 in Arnhem (rechter vleugel van het oude woonzorgcentrum de Paasberg) in gebruik. In deze rechtervleugel geeft zij door de Dienst Justitiële Inrichtingen geselecteerde personen onderdak en begeleiding bij hun terugkeer in de samenleving en bij het zelfstandig in de maatschappij leren functioneren. Tussen partijen is in geschil of in dit geval sprake is van (therapeutische) behandeling. Volgens het college is daar geen sprake van. Het betreft volgens hem eerder een vorm van begeleid wonen. Het college stelt zich dan ook op het standpunt dat Stichting Onderdak in strijd met het bestemmingsplan handelt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1279
Datum uitspraak
27 mei 2020
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202001792/2/R4

202002549/2/R4

Bij besluit van 11 september 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Leusden aan de gemeente Leusden een omgevingsvergunning verleend voor het kappen van zes bomen op het perceel Liniedijk langs het Valleipark in Leusden. Het gaat om de bomen met nummers 1, 5, 6, 13, 17 en 39. De omgevingsvergunning voor het bouwen betreft de laatste fase van het project Valleipark aan de rand van Leusden. In deze fase worden een rij van vijf woningen en een rij van zes woningen gebouwd. De woningen worden langs de Liniedijk gerealiseerd. Om de bouw mogelijk te maken is een omgevingsvergunning voor het kappen verleend voor de kap van vijf bomen aan de Liniedijk. De achtertuin van [verzoeker] grenst aan de Liniedijk. Hij heeft vanuit zijn achtertuin direct zicht op de Liniedijk. Met zijn verzoek om voorlopige voorziening wil hij voorkomen dat de vijf bomen aan de Liniedijk worden gekapt voordat de Afdeling uitspraak heeft gedaan op het door hem ingestelde hoger beroep.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1280
Datum uitspraak
27 mei 2020
  • Voorlopige voorziening
  • Kapvergunningen
  • uitspraakin de zaak202002549/2/R4

202002663/1/R1, 202002663/2/R1, 202002675/1/R1 en 202002675/2/R1.

Bij besluit van 29 augustus 2019, kenmerk 0214122287, heeft het college van burgemeester en wethouders van West Betuwe aan Sent One een last onder dwangsom opgelegd wegens overtreding van artikel 37, eerste lid, en artikel 38, eerste en tweede lid, van het Besluit bodemkwaliteit (hierna: Bbk) en artikel 13 van de Wet bodembescherming (hierna: Wbb) op de percelen aan de Haarweg ong. in Vuren. Bij achtereenvolgende besluiten van 2 september 2019, 14 oktober 2019, 4 december 2019 en 6 februari 2020, alle met kenmerk 0214122287, heeft het college dit besluit gewijzigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1274
Datum uitspraak
27 mei 2020
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Bodembescherming
  • uitspraakin de zaak202002663/1/R1, 202002663/2/R1, 202002675/1/R1 en 202002675/2/R1.

202002762/1/V3

Bij besluit van 16 april 2020 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1275
Datum uitspraak
27 mei 2020
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202002762/1/V3

201805956/2/R1

Bij tussenuitspraak van 4 september 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3020, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Aalsmeer opgedragen het geconstateerde gebrek in het besluit van 31 mei 2018 tot vaststelling van het bestemmingsplan "2e Herziening Hornmeer - Meervalstraat-Roerdomplaan" te herstellen. De raad heeft het plan gewijzigd vastgesteld door in artikel 5, lid 5.4.2 en artikel 6, lid 6.4.3 een voorwaardelijke verplichting over de waterhuishoudkundige voorziening op te nemen. Deze luidt als volgt: "Een omgevingsvergunning voor bouwen kan slechts worden verleend indien hierin de aanleg en instandhouding van een DIT-riool zoals opgenomen in het schetsontwerp en programma van eisen (bijlage 1 van de planregels) is voorzien." Volgens [appellante A] en [appellant B] wordt met deze voorwaardelijke verplichting nog steeds niet voorkomen dat het plan leidt tot een onaanvaardbare toename van de wateroverlast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1288
Datum uitspraak
27 mei 2020
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak201805956/2/R1

201901686/2/A3

Bij tussenuitspraak van 18 december 2019, ECLI:NL:RVS:2019:4276 heeft de Afdeling het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam opgedragen om het gebrek in het besluit van 21 juni 2018, kenmerk SPA/UIT/2018002577, te herstellen door dat alsnog deugdelijk te motiveren dan wel een nieuw besluit te nemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1287
Datum uitspraak
27 mei 2020
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak201901686/2/A3

201903805/1/A1

Bij besluit van 28 december 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Dinkelland het verzoek van KPB en Wyllandrie om handhavend op te treden tegen diverse overtredingen op het perceel aan de Almelosestraat 68A t/m I te Ootmarsum, en hun verzoek om de omgevingsvergunning van 28 februari 2013 voor de bouw van een hotelappartementencomplex op dat perceel in te trekken, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1286
Datum uitspraak
27 mei 2020
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak201903805/1/A1

201904817/1/R1

Bij besluit van 14 december 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Wormerland geweigerd aan [appellant] een omgevingsvergunning te verlenen ter legalisering van een erfafscheiding in de voortuin op het perceel [locatie] in Wormer. [appellant] heeft op 11 september 2017 het college verzocht om een omgevingsvergunning te verlenen voor de activiteit bouwen ter legalisering van een erfafscheiding in de voortuin op zijn perceel [locatie] in Wormer. Deze erfafscheiding staat haaks op de voorgevel van de woning van [appellant] en is wit geschilderd. Het raamwerk is 1.80 m bij 1.80 m en is afgewerkt met horizontale planken tot een hoogte van 1.50 m. Op grond van het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Woonkern Wormer en Lint" rust op de voortuin van de woning de bestemming "Tuin". Tussen partijen is niet in geschil dat de bestemming "Tuin" het bouwen van een erfafscheiding voor de van de weg gekeerde gevel van het hoofdgebouw hoger dan 1 m niet toestaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1290
Datum uitspraak
27 mei 2020
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak201904817/1/R1

201904888/1/R1

Bij afzonderlijke besluiten van 29 november 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Helder van [appellant A] en [appellante B] een bedrag van € 20.000,00 aan verbeurde dwangsommen ingevorderd. [appellant A] en [appellante B] waren als maten van een maatschap eigenaar van het appartementsrecht voor het pand op het perceel [locatie] in Den Helder. Bij afzonderlijke besluiten van 5 april 2017 heeft het college [appellant A] en [appellante B] onder oplegging van een dwangsom van € 4.000,00 per week met een maximum van € 20.000,00 gelast om binnen zes weken na dagtekening van de besluiten de strijdigheid met artikel 1b, tweede lid, van de Woningwet en de artikelen 6.20, achtste lid, en 6.32, eerste lid, van het Bouwbesluit 2012 in het pand op het perceel te beëindigen. In de besluiten is vermeld dat op 12 april 2016 een toezichthouder heeft geconstateerd dat het pand niet voldoet aan alle brandveiligheidsvereisten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1291
Datum uitspraak
27 mei 2020
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak201904888/1/R1

201905132/1/R1

Bij besluit van 12 januari 2018 heeft het college aan [belanghebbende] een omgevingsvergunning verleend voor het wijzigen van het gebruik van de bovenetage van het gebouw aan de [locatie 1] en [locatie 2] in Amstelveen van een kantoorfunctie naar twee woningen. [belanghebbende] is eigenaar van het bedrijfspand op het perceel en heeft op 7 december 2017 een omgevingsvergunning aangevraagd om de kantoorfunctie van de bovenetage van het pand om te zetten naar twee woningen op die bovenetage. [appellante] woont aan de [locatie 3] - naast het perceel - en kan zich niet met de verleende omgevingsvergunning verenigen, omdat zij vreest dat de twee woningen leiden tot een onaanvaardbare inbreuk op haar woon- en leefklimaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1285
Datum uitspraak
27 mei 2020
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak201905132/1/R1

201906026/1/A2

Bij besluit van 11 december 2018 heeft het Participatiefonds het verzoek van de stichting om vergoeding van de uitkeringskosten die voortvloeien uit de beëindiging van het dienstverband van [werknemer], afgewezen. De rechtsvoorganger van de stichting, stichting Katholiek Onderwijs Maasdal, was in 2017 het bevoegd gezag van de basisscholen De Sleye in Heel, De Koningsspil in Thorn, Sint Medardus in Wessem en Sint Martinus in Beegden. [werknemer] was werkzaam als algemeen directeur en als directeur van twee van die scholen.Op 17 januari 2017 heeft SKOM een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst ingediend bij de kantonrechter. Hierna zijn SKOM en [werknemer] met elkaar in overleg gegaan. Op 15 maart 2017 hebben zij een vaststellingsovereenkomst getekend. Het dienstverband van [werknemer] is op 1 augustus 2017 beëindigd. Op 14 november 2018 heeft de stichting het Participatiefonds verzocht om vergoeding van de uitkeringskosten die voortvloeien uit de beëindiging van het dienstverband.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1289
Datum uitspraak
27 mei 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Onderwijs
  • uitspraakin de zaak201906026/1/A2

201906861/1/R4

Bij twee afzonderlijke besluiten van 2 juli 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam zijn beslissing om op 24 juni 2019 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het op onjuiste wijze aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat de kosten van de toepassing van bestuursdwang (€ 125,00 per doos) voor rekening van [appellant] komen. Het college heeft spoedeisende bestuursdwang toegepast door twee dozen te verwijderen die naast een ondergrondse afvalcontainer op de Stadhoudersweg ter hoogte van nummer 62 en het Stadhoudersplein ter hoogte van nummer 10a in Rotterdam zijn aangetroffen. Het aanbieden van afval naast een ondergrondse afvalcontainer is in strijd met de Afvalstoffenverordening Rotterdam 2009. Omdat op de dozen de naam en het adres van [appellant] zijn aangetroffen, stelt het college zich op het standpunt dat hij degene is die de dozen naast de afvalcontainer heeft geplaatst.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1243
Datum uitspraak
27 mei 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak201906861/1/R4

201906862/1/R4

Bij besluit van 2 juli 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam zijn beslissing om op 24 juni 2019 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het op onjuiste wijze aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat de kosten van de toepassing van bestuursdwang (€ 125,00) voor rekening van [appellante] komen. Het college heeft spoedeisende bestuursdwang toegepast door een papieren tas te verwijderen die naast een ondergrondse afvalcontainer op de Stadhoudersweg ter hoogte van nummer 62 in Rotterdam is aangetroffen. Het aanbieden van afval naast een ondergrondse afvalcontainer is in strijd met de Afvalstoffenverordening Rotterdam 2009 in samenhang met het Uitvoeringsbesluit Afvalstoffen Rotterdam 2018. Omdat op de papieren tas de naam en het adres van [appellante] zijn aangetroffen, stelt het college zich op het standpunt dat zij degene is die deze tas naast de afvalcontainer heeft geplaatst.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1244
Datum uitspraak
27 mei 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak201906862/1/R4

201906878/1/A2

Bij besluit van 20 september 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Groningen het bezwaar van [appellant] tegen de afwijzing van het verzoek om nadeelcompensatie opnieuw ongegrond verklaard. Op 17 augustus 2010 heeft het college artikel 1 van bijlage 10 bij de Algemene Plaatselijke Verordening Groningen 2009 gewijzigd vastgesteld. Vanaf 1 januari 2016 is de exploitatie van prostitutie-inrichtingen in het zogenoemde A-kwartier in het westelijk deel van de binnenstad van Groningen niet meer toegestaan. [appellant] heeft het college verzocht om nadeelcompensatie voor de waardedaling van de panden als gevolg van het besluit van 17 augustus 2010. De panden mochten vanaf 1 januari 2016 niet meer worden gebruikt als prostitutie-inrichting, terwijl zij specifiek daarvoor waren ingericht. Volgens taxaties van Nienoord makelaardij van 13 februari 2015, bedroeg op die datum de waarde van de panden € 1.765.000,00, berekend op basis van tien keer de jaarlijkse huuropbrengsten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1284
Datum uitspraak
27 mei 2020
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak201906878/1/A2

201907103/1/A2

Bij besluit van 3 juni 2019 heeft de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (lees: de minister) door [appellante] verbeurde dwangsommen van € 10.000,00 ingevorderd. Bij brief van 10 juli 2018 heeft de minister het voornemen geuit om [appellante] een last onder dwangsom op te leggen, omdat zij niet tijdig, te weten vóór 1 juni 2018, de Jaarverantwoording Zorg over het verslagjaar 2017 aan het Centraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg (CIBG) heeft aangeleverd en daarmee niet heeft voldaan aan de verplichtingen als opgenomen in de Wet toelating zorginstellingen (WTZi) en de Regeling verslaglegging WTZi. Bij besluit van 4 september 2018 heeft de minister een last onder dwangsom aan [appellante] opgelegd op grond van artikel 37 van de WTZi gelezen in samenhang met artikel 5:32 van de Algemene wet bestuursrecht, om alsnog aan haar wettelijke verplichtingen te voldoen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1292
Datum uitspraak
27 mei 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak201907103/1/A2

201908220/1/R4

Bij besluit van 5 juli 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrechtse Heuvelrug zijn beslissing om op 2 juli 2019 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening Utrechtse Heuvelrug 2016 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen op schrift gesteld. Daarbij heeft het college [appellante] als overtreder aangemerkt en vermeld dat de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 150,00, voor rekening van [appellante] komen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1293
Datum uitspraak
27 mei 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak201908220/1/R4

202002569/2/A3

Bij besluit van 14 mei 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn aan [verzoekers] een last onder dwangsom opgelegd strekkend tot het staken van de exploitatie van een kamerverhuurpand aan de [locatie] te Apeldoorn. [verzoekers] zijn eigenaar van het pand [locatie] te Apeldoorn. Dat pand exploiteren zij als kamerverhuurpand. Het pand was voordat [verzoekers] eigenaar werden in eigendom van de stichting [naam]. [verzoeker A] was bestuurder van deze stichting. In 2009 is een vergunningenstelsel voor kamerverhuur ingevoerd met een overgangsregeling. De stichting [naam] heeft in 2009 een omzettingsvergunning aangevraagd. Het college stelt dat het bij brief van 26 oktober 2009 de stichting [naam] heeft verzocht om aanvulling van de aanvraag en dat bij brief van 25 maart 2010 de aanvraag buiten behandeling is gesteld vanwege het niet aanvullen van de aanvraag. [verzoekers] betwisten dat deze brieven door de stichting [naam] zijn ontvangen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1276
Datum uitspraak
26 mei 2020
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202002569/2/A3

201903650/1/V3

Bij besluit van 18 december 2017 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1234
Datum uitspraak
20 mei 2020
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak201903650/1/V3

201905719/1/V2

Bij besluit van 11 april 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1235
Datum uitspraak
20 mei 2020
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak201905719/1/V2

201907360/1/V3

Bij besluit van 10 augustus 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheidde vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1236
Datum uitspraak
20 mei 2020
  • Hoger beroep
  • Terugkeerbesluit
  • uitspraakin de zaak201907360/1/V3

202000263/1/V2 en 202000263/2/V2

Bij besluit van 24 september 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken en haar aanvraag tot wijziging van die verblijfsvergunning afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1237
Datum uitspraak
20 mei 2020
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202000263/1/V2 en 202000263/2/V2

202000342/2/V3

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 17 januari 2020 hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 20 december 2019 in zaak nr. 19/3266. De vreemdeling heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1245
Datum uitspraak
20 mei 2020
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202000342/2/V3

202002605/1/V3

Bij besluit van 12 maart 2020 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1238
Datum uitspraak
20 mei 2020
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202002605/1/V3

201609791/2/A2

Bij besluit van 29 juli 2013 heeft het college van burgemeester en wethouders van Helmond een verzoek van [appellant] om tegemoetkoming in planschade afgewezen. [appellant] is samen met [belanghebbende B] eigenaar van een appartement in een appartementencomplex aan de [locatie] te Helmond. Het appartement bevindt zich nabij een combinatiehoogspanningslijn, die wordt beheerd door TenneT. In april 2012 heeft [appellant] bij het college een aanvraag ingediend om tegemoetkoming in planschade, bestaande uit vermindering van de waarde van het appartement, die hij stelt te hebben geleden als gevolg van de (gedeeltelijke) inwerkingtreding van het bestemmingsplan Brandevoort II. Het plan vormt de planologische basis voor het realiseren van een combinatiehoogspanningslijn met bijbehorende masten. Dat heeft volgens hem verlies van uitzicht, risico voor de volksgezondheid door straling en oplading van fijnstofdeeltjes en geluidbelasting door het corona-effect tot gevolg.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1252
Datum uitspraak
20 mei 2020
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak201609791/2/A2

201609908/2/A2

Bij besluit van 31 juli 2013 heeft het college van burgemeester en wethouders van Helmond een verzoek om tegemoetkoming in planschade afgewezen. [appellant] is eigenaar van het perceel [locatie] te Mierlo. Hierop staan een langgevelboerderij en bijgebouwen. De boerderij is in gebruik als woning en als modevakschool. [appellant] houdt ongeveer 30 schapen en 25 konijnen en teelt fruit. Ten noorden van de woning staat een gecombineerde hoogspanningslijn (380/150 kV-lijn) in een weiland. Voorheen was op dezelfde locatie een 380 kV-lijn aanwezig. In mei 2012 heeft [appellant] bij het college een aanvraag ingediend om tegemoetkoming in planschade, bestaande uit vermindering van de waarde van de onroerende zaak, die hij stelt te hebben geleden, voor zover nu van belang, als gevolg van de (gedeeltelijke) inwerkingtreding van het bestemmingsplan Brandevoort II.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1251
Datum uitspraak
20 mei 2020
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak201609908/2/A2

201803684/1/A3

Bij besluit van 18 mei 2017 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een aanvraag om afgifte van een nationaal paspoort aan [appellante] niet in behandeling genomen. [appellante] heeft bij haar geboorte op [geboortedatum] 1985 de Turkse nationaliteit verkregen. Op 22 april 1991 heeft zij door de naturalisatie van haar vader ook de Nederlandse nationaliteit verkregen. Op 4 oktober 2005 heeft zij afstand gedaan van de Turkse nationaliteit. Op 4 juli 2013 heeft zij de Turkse nationaliteit herkregen. Op 2 mei 2017 heeft [appellante] bij de Nederlandse ambassade te Ankara (Turkije) een aanvraag om afgifte van een nationaal paspoort ingediend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1270
Datum uitspraak
20 mei 2020
  • Hoger beroep
  • Paspoort
  • uitspraakin de zaak201803684/1/A3

201804471/1/R4

Bij besluit van 24 april 2018 heeft de raad van de gemeente Amersfoort het bestemmingsplan "Laan van Duurzaamheid" vastgesteld. Het plangebied betreft de gronden tussen de Rondweg Noord, de Oude Zevenhuizerstraat en de Laan van Duurzaamheid. Ten noorden van het plangebied ligt het Sportpark Nieuwland en ten oosten het bedrijventerrein Calveen. Het plan voorziet in een woonwijk met ongeveer 100 woningen van verschillende typen en, in het zuidwestelijk deel van het plangebied, een onbemand tankstation, zonder de verkoop van LPG. [belanghebbende] is eigenaar van de gronden van het plangebied.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1272
Datum uitspraak
20 mei 2020
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak201804471/1/R4

201804487/1/R2

Bij besluit van 5 maart 2018 heeft de raad van de gemeente Heeze-Leende het bestemmingsplan "Buitengebied Heeze-Leende 2017" vastgesteld. Het plan "Buitengebied Heeze-Leende 2017" voorziet in een planologische regeling voor het gehele buitengebied van de gemeente Heeze-Leende. Het vorige plan is in de uitspraak van de Afdeling van 8 juli 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2125, op onderdelen vernietigd. Met dit plan is beoogd alsnog te voorzien in een adequate regeling voor die delen. Ook is het plan aangepast aan de ten tijde van de vaststelling van het plan geldende Verordening Ruimte Noord-Brabant van de provincie Noord-Brabant en De Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij. Daarnaast worden in het plan kleine omissies uit het vorige bestemmingsplan gerepareerd en worden enkele onherroepelijke omgevingsvergunningen, wijzigingsplannen en particuliere initiatieven opgenomen in het plan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1265
Datum uitspraak
20 mei 2020
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak201804487/1/R2

201805123/1/R1

Bij besluit van 24 april 2018 heeft de raad van de gemeente Haarlemmermeer het bestemmingsplan "Integraal Kind Centrum Halfweg" vastgesteld. Het plan maakt de bouw mogelijk van een Integraal Kind Centrum (IKC) met een groene buitenspeelruimte, in het Margrietplantsoen in Halfweg. Het IKC komt voort uit het samengaan van de drie bestaande basisscholen in Halfweg (de Jozefschool, de Margrietschool en de Halverwegeschool). Naast de basisscholen zal in het gebouw een kinderopvang worden gerealiseerd. De bijbehorende gymzaal wordt buiten het plangebied gerealiseerd. Op grond van het vorige bestemmingsplan, "Halfweg 2007" hadden de gronden een groenbestemming. Appellanten wonen in de directe omgeving van het plangebied en vrezen voor aantasting van hun woon- en leefklimaat als gevolg van de in het plan voorziene bouwmogelijkheden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1264
Datum uitspraak
20 mei 2020
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak201805123/1/R1

201806331/1/A3

Bij besluiten van 26 april 2017 heeft de minister van Buitenlandse Zaken aanvragen om afgifte van nationale paspoorten aan [appellant A] en [appellant B] niet in behandeling genomen. [appellant A] heeft bij haar geboorte op [geboortedatum] 1981 de Turkse nationaliteit verkregen. Op 5 februari 1993 heeft zij door de naturalisatie van haar moeder ook de Nederlandse nationaliteit verkregen. Op 16 juni 2003 heeft zij afstand gedaan van de Turkse nationaliteit. Op 12 juli 2004 heeft zij de Turkse nationaliteit herkregen. Haar zoon [appellant B] is op [geboortedatum] 2010 geboren. Op 12 januari 2017 heeft [appellant A], mede voor [appellant B], bij het Nederlandse consulaat-generaal te Istanbul (Turkije) aanvragen om afgifte van nationale paspoorten ingediend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1269
Datum uitspraak
20 mei 2020
  • Hoger beroep
  • Paspoort
  • uitspraakin de zaak201806331/1/A3

201806469/3/R2

Bij tussenuitspraak van 6 november 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3759, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Bunnik opgedragen om binnen 20 weken na de verzending van deze tussenuitspraak het gebrek in het besluit van 7 juni 2018 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Rhijnhaeghe" te herstellen. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak de raad opgedragen om nader te motiveren dat het verdwijnen van 58 bestaande parkeerplaatsen in het plangebied, in gebruik door BAM werknemers, niet tot een zodanige toename van de parkeerdruk in het plangebied en de directe omgeving ervan zal leiden, dat deze druk vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening niet aanvaardbaar is te achten. Daarbij dient de raad ook de parkeerdruk te betrekken bij benutting van de maximale planologische mogelijkheden van het plan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1257
Datum uitspraak
20 mei 2020
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak201806469/3/R2

201807846/1/R1

Bij besluit van 19 juli 2018 heeft de raad van de gemeente Haarlemmermeer het bestemmingsplan "Badhoevedorp De Veldpost" en het gelijknamige exploitatieplan vastgesteld. Het plan voorziet in sport- en groengebied De Veldpost. Kennemerland Beheer en Lake Property voeren meerdere beroepsgronden aan tegen het bestemmingsplan en het exploitatieplan. Wat betreft de inhoud van het bestemmingsplan wensen zij meer bouwmogelijkheden. Voorts betogen zij dat de financiële uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan onvoldoende vaststaat in verband met het negatieve exploitatieresultaat. Verder is volgens hen in het exploitatieplan uitgegaan van te lage inbrengwaarden en te lage opbrengsten. Ook achten zij de berekening van de exploitatiebijdrage onvoldoende inzichtelijk.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1263
Datum uitspraak
20 mei 2020
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak201807846/1/R1

201808182/2/A2

Bij besluit van 26 maart 2018 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat een verzoek van [appellante] om nadeelcompensatie afgewezen. [appellante] is eigenares van de woning aan de [locatie] te Amsterdam. Met het besluit van 21 maart 2011, als gewijzigd bij besluiten van 14 september 2011 en 21 maart 2013 heeft de minister het tracébesluit weguitbreiding Schiphol-Amsterdam-Almere vastgesteld. Het tracébesluit is onherroepelijk. Het tracébesluit voorziet onder meer in de aanleg van vijf rijstroken per rijrichting, een wisselstrook en een tunnel met een lengte van 3 km in de A9 Gaasperdammerweg. In augustus 2015 is ter hoogte van de woning met de werkzaamheden begonnen. De werkzaamheden op het gehele traject zullen naar verwachting in 2020 gereed zijn. [appellante] heeft de minister verzocht om vergoeding van de schade die zij heeft geleden en nog steeds lijdt als gevolg van de aanleg van de A9 Gaasperdammerweg als tunnel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1253
Datum uitspraak
20 mei 2020
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak201808182/2/A2

201808189/2/R4

Bij tussenuitspraak van 24 juli 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2521, heeft de Afdeling het college van burgemeester en wethouders van Alphen aan den Rijn opgedragen om binnen twaalf weken na de verzending van de tussenuitspraak het daarin omschreven gebrek in het besluit van het college van 18 juli 2017, dat is gewijzigd bij besluit van 1 mei 2018, te herstellen. Bij besluit van 21 december 2016, gehandhaafd bij het besluit op bezwaar van 18 juli 2017, heeft het college maatwerkvoorschriften voor het door de inrichting van [appellante] veroorzaakte geluid vastgesteld. Ter uitvoering van de tussenuitspraak van de rechtbank van 5 april 2018 heeft het college het besluit van 18 juli 2017 gewijzigd, in die zin dat daarbij is bepaald op welk moment de maatwerkvoorschriften in werking treden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1256
Datum uitspraak
20 mei 2020
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak201808189/2/R4

201901721/1/R1

Bij besluit van 16 januari 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam het verzoek van [appellant] om een wijzigingsplan vast te stellen, afgewezen. [appellant] is eigenaar van het pand op het perceel [locatie] in Amsterdam. Ter plaatse geldt het bestemmingsplan "Oud-West" met de bestemming "Centrumdoeleinden" met de specifieke aanduidingen "horeca-drinken (hd)" voor de begane grond en "wonen" voor de overige bouwlagen. Op de begane grond bevindt zich een sportcafé. [appellant] heeft voor alle bovenwoningen van het pand vergunningen voor short stay voor een periode van maximaal 10 jaar. [appellant] wil de appartementen voor short stay en het sportcafé omzetten in een kleinschalig boetiek/sporthotel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1273
Datum uitspraak
20 mei 2020
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak201901721/1/R1

201901823/5/R1

Bij tussenuitspraak van 24 december 2019, ECLI:NL:RVS:2019:4442, heeft de Afdeling het college van gedeputeerde staten van Gelderland opgedragen om binnen 16 weken na verzending van de tussenuitspraak het gebrek in het besluit van 20 februari 2019 tot verlening van de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a en onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht te herstellen, de Afdeling, [appellanten] de uitkomst mede te delen en een eventueel nieuw of gewijzigd besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken en mede te delen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1271
Datum uitspraak
20 mei 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak201901823/5/R1

201902949/1/R2

Bij besluit van 19 februari 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Etten-Leur het wijzigingsplan "Buitengebied Sprundelsebaan 91" vastgesteld. Het plan betreft een wijziging van het bestemmingsplan "Buitengebied". Het wijzigingsplan heeft betrekking op gronden aan de Sprundelsebaan 91 te Etten-Leur, alwaar de agrarische bedrijfsvoering is beëindigd. De wijziging voorziet voor die gronden in een gedeeltelijke wijziging van de bestemming "Agrarisch" in de bestemmingen "Wonen" en "Tuin". De wijziging maakt mede mogelijk dat de bestaande woning op de gronden, die is gelegen aan de Sprundelsebaan, wordt verplaatst naar de zijde van de Lazerijstraat. De maatschap exploiteert aan de [locatie 1] een boomkwekerij die schuin tegenover de gronden waarop het wijzigingsplan ziet, is gelegen. [appellant sub 2] bezit gronden recht tegenover die gronden. De maatschap en [appellant sub 2] kunnen zich niet met het wijzigingsplan verenigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1250
Datum uitspraak
20 mei 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak201902949/1/R2

201903790/1/A1

Bij besluit van 14 maart 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Heeze-Leende geweigerd aan [appellant] een omgevingsvergunning te verlenen voor een pluimveebedrijf op het perceel [locatie] te Sterksel. In mei 2010 heeft het college aan [appellant] een milieuvergunning verleend voor het houden van 48.548 legkippen en 30 schapen. Bij een bedrijfscontrole in mei 2016 heeft het college geconstateerd dat binnen de inrichting vleeskuikens werden gehouden in plaats van legkippen. Het college heeft naar aanleiding hiervan besloten handhavend op te treden. [appellant] heeft vervolgens een aanvraag om omgevingsvergunning ingediend voor het veranderen van een veehouderij. Hij heeft een zogeheten 'of/of-vergunning' aangevraagd. [appellant] wil kunnen kiezen tussen het houden van 84.900 vleeskuikens, 60 schapen en 35 paarden of het houden van 21.700 opfokhennen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1267
Datum uitspraak
20 mei 2020
  • Hoger beroep
  • Vee e.a. dieren
  • uitspraakin de zaak201903790/1/A1

201904166/1/A3

Bij besluit van 12 augustus 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders van Texel de aanvraag van [appellant] om een vergunning voor het innemen van een ligplaats met kiosk en/of reclamebord voor zijn schip [naam schip] in de haven van Oudeschild afgewezen. [appellant] wil met zijn schip [naam schip] ligplaats innemen in de Noorderhaven van Oudeschild. Daarvoor heeft hij een ligplaatsvergunning aangevraagd bij het college.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1246
Datum uitspraak
20 mei 2020
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak201904166/1/A3

201904390/1/A2

Bij besluit van 17 juli 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Cuijk een aanvraag van [appellant] om een tegemoetkoming in planschade afgewezen. [appellant] is sinds 2 oktober 2006 eigenaar van het pand aan de [locatie] te Cuijk, waarin een kamerverhuurbedrijf en een bedrijfswoning zijn gevestigd. Hij heeft het college op 9 oktober 2017 verzocht om een tegemoetkoming in de planschade die hij heeft geleden als gevolg van het op 10 september 2012 vastgestelde en op 6 december 2012 in werking getreden bestemmingsplan "Cuijk Centrum". Voorheen gold voor het perceel het bestemmingsplan "Cuijk Centrum 1997 - 1e herziening". [appellant] stelt in zijn aanvraag dat onder het nieuwe bestemmingsplan geen bedrijfswoning meer is toegestaan en de gebruiksmogelijkheden van het bedrijfspand zijn ingeperkt, waardoor hij schade in de vorm van inkomensderving en vermindering van de waarde van het pand heeft geleden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1259
Datum uitspraak
20 mei 2020
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak201904390/1/A2

201904666/1/R4

Bij besluit van 11 maart 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Deventer zijn beslissing om op 5 maart 2019 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2009 van de gemeente Deventer neerzetten van een vuilniszak, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat een gedeelte van de kosten van de toepassing van bestuursdwang (€ 91,00) voor rekening van [appellant] komt. Op 5 maart 2019 is een in strijd met de Afvalstoffenverordening neergezette vuilniszak met huishoudelijke afvalstoffen aangetroffen buiten de inzamelplaats aan de Rielerweg te Deventer ter hoogte van de ondergrondse container met zuilnummer DEV 0152-3. Het college heeft spoedeisende bestuursdwang toegepast door deze vuilniszak te verwijderen. In de vuilniszak is een adreslabel aangetroffen geadresseerd aan [bedrijf], [locatie] te Deventer. [appellant] woont op dit adres en [bedrijf] betreft zijn bedrijf. Het college heeft hem daarom aangemerkt als overtreder.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1247
Datum uitspraak
20 mei 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak201904666/1/R4

201904778/1/R1

Bij besluit van 15 mei 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad voor verschillende woningen in Zaandam hogere waarden als bedoeld in de Wet geluidhinder vastgesteld vanwege de ontsluiting van het wegverkeer van de Stormhoek door middel van een nieuwe weg op de Provincialeweg N203 in Zaandam. Voor de ontsluiting van het wegverkeer wordt de Stormhoek ter hoogte van de Pieter Ghijsenlaan 10 te Zaandam door middel van een nieuwe weg aangesloten op de Provincialeweg N203. De ontsluiting van de nieuwe weg is getoetst aan de grenswaarden van de Wgh. Voor de aanleg van een nieuwe weg geldt op de gevels van de (bestaande) woningen een voorkeursgrenswaarde van 48 dB en een ten hoogste toelaatbare geluidbelasting van 63 dB. [appellant sub 1] is eigenaar van en woont op het perceel [locatie 1] te Zaandam.Bij de woningen van appellanten wordt niet aan de voorkeursgrenswaarde voldaan. Daarom heeft het college voor hun woningen een hogere waarde vastgesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1255
Datum uitspraak
20 mei 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Geluid
  • uitspraakin de zaak201904778/1/R1

201904855/1/A3

Bij besluit van 21 februari 2018 heeft de havenmeester van Rotterdam de aanvragen van Arklow voor inschrijving van 32 schepen in het Register loodsplicht kleine zeeschepen afgewezen. Arklow heeft verzocht om 32 schepen in te schrijven in het Register. Eén van die schepen is inmiddels verkocht, zodat het in deze zaak nog om 31 schepen gaat. Inschrijving in het Register geeft vrijstelling van de verplichting om met een loods te varen op bepaalde vaarwegen, waaronder het binnenvaren van de Rotterdamse haven vanuit zee. Met de vrijstelling bespaart Arklow loodskosten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1254
Datum uitspraak
20 mei 2020
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak201904855/1/A3

201905064/1/R4

Bij besluit van 19 juli 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Woerden geweigerd om aan [appellant A] en Free Heart een omgevingsvergunning te verlenen voor onder meer het verrichten van huwelijkssluitingen en het gebruiken van de galerie als proeflokaal op het perceel Meije 300 te Zegveld. Op het perceel bevinden zich een historisch gebouw, waarin onder meer een galerie wordt geëxploiteerd, een hooimijt en een woning. Op 4 juni 2015 hebben [appellant A] en Free Heart een aanvraag ingediend, aangevuld in januari 2017, om omgevingsvergunning op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht voor onder meer het verrichten van huwelijkssluitingen in de hooimijt en het gebruiken van de galerie als proeflokaal. Het college is niet bereid af te wijken van het bestemmingsplan, omdat het recent is vastgesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1262
Datum uitspraak
20 mei 2020
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak201905064/1/R4

201905669/1/A3

Bij besluit van 24 april 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam het verzoek om informatie van [appellant] van 20 januari 2017 buiten behandeling gesteld. [appellant] ontving een bijstandsuitkering vanaf 6 november 2006. Het college heeft het recht op bijstand bij besluiten van 12 maart 2009 over de periode van 6 november 2006 tot en met 31 december 2008 en over de periode van 1 januari 2009 tot en met 28 februari 2009 ingetrokken en een bedrag aan bijstand over deze perioden van [appellant] teruggevorderd. In het kader van de terugvordering van het bedrag aan bijstand, heeft het college de invordering van de schuld overgedragen aan de deurwaarder met het verzoek om over te gaan tot beslaglegging op een aantal panden van [appellant]. In januari 2017 heeft [appellant] het college onder verwijzing naar de Wob verzocht om verstrekking van alle informatie, stukken en afschriften van documenten, e-mails en faxen met betrekking tot de beslagleggingen op de panden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1268
Datum uitspraak
20 mei 2020
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak201905669/1/A3

201905926/2/A3

[appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 12 juni 2019 in zaak nr. 18/2946. De burgemeester van Leiden heeft een gedingstuk overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van dit stuk.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1277
Datum uitspraak
20 mei 2020
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak201905926/2/A3

201906083/1/R4

Bij twee afzonderlijke besluiten van 11 juni 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam zijn beslissing om op 3 juni 2019 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het op onjuiste wijze aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat de kosten van de toepassing van bestuursdwang (€ 125,00) voor rekening van [appellante] komen. Op 3 juni 2019 heeft het college spoedeisende bestuursdwang toegepast door tweemaal huisvuil te verwijderen dat naast een ondergrondse restafvalcontainer aan de Vuurplaat ter hoogte van nummer […] in Rotterdam is aangetroffen. Omdat in respectievelijk op de twee eenheden huisvuil de naam en het adres van [appellante] zijn aangetroffen, stelt het college zich op het standpunt dat zij degene is die het huisvuil naast de ORAC heeft geplaatst en dat zij daarom de kosten van het verwijderen daarvan moet betalen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1249
Datum uitspraak
20 mei 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak201906083/1/R4

201906165/2/A3

De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 9 juli 2019 in zaak nrs. 19/2922 en 19/2921. De minister heeft een verzoek van RTL Nederland B.V. op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: Wob) deels toegewezen. RTL heeft in het kader van de toezichttaken van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit verzocht om openbaarmaking van inspectierapporten en opvolgende beslissingen. In de categorie 'dierenwelzijn' is verzocht om alle documenten van alle bedrijven, per bedrijf en per locatie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1241
Datum uitspraak
20 mei 2020
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak201906165/2/A3

201906229/1/R1

Bij besluit van 27 juni 2019 heeft de raad van de gemeente Uitgeest het bestemmingsplan "Fort aan den Ham" vastgesteld. Het bestemmingsplan heeft betrekking op de gronden van Fort aan Den Ham dat tot de Stelling van Amsterdam behoort. Het plan voorziet in een verruiming van de gebruiksmogelijkheden van het fort. Stadsherstel Amsterdam N.V. is de ontwikkelaar van de verruiming. [appellant] woont op het perceel [locatie], dat grenst aan het plangebied. Hij kan zich niet verenigen met het plan, aangezien het plan volgens hem ten onrechte niet verzekert dat ter plaatse van de genieloods uitsluitend een museum met legervoertuigen zal worden geëxploiteerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1248
Datum uitspraak
20 mei 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak201906229/1/R1

201906945/1/A2

Bij besluit van 1 februari 2018, verzonden 5 februari 2018, heeft de raad voor rechtsbijstand de vergoeding vastgesteld voor werkzaamheden die [appellant] op basis van een toevoeging heeft verricht. Op 28 november 2017 heeft de raad aan een Syrische vreemdeling een toevoeging verleend voor rechtsbijstand door [appellant] in een algemene asielprocedure. In die procedure zijn een eerste en een nader gehoor afgenomen door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft de asielaanvraag vervolgens bij besluit van 11 december 2017 niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder c van de Vreemdelingenwet 2000, omdat er sprake is van een veilig derde land waar de vreemdeling zich kan vestigen. [appellant] heeft op 12 januari 2018 bij de raad een aanvraag om vergoeding ingediend en het verzoek gedaan om de zaak als standaardzaak te mogen declareren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1261
Datum uitspraak
20 mei 2020
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak201906945/1/A2

201907746/1/A2

Bij besluit van 16 november 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Leudal de subsidie aan BJL in het kader van de Jeugdwet voor het jaar 2016 op een bedrag van € 632.903,00 vastgesteld en een bedrag van € 108.919,00 aan teveel betaalde voorschotten teruggevorderd. Bij besluit van 14 mei 2018 heeft het college het door BJL daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1260
Datum uitspraak
20 mei 2020
  • Hoger beroep
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak201907746/1/A2

201907781/1/R2

Bij besluit van 27 augustus 2019 heeft de raad van de gemeente Boxtel het bestemmingsplan "Vendelstraat Liempde (pastorietuin)" gewijzigd vastgesteld. Het plan voorziet in de realisatie van 11 woningen in de voormalige pastorietuin (voorheen) behorend bij de Sint Jans Onthoofdingskerk met pastorie en begraafplaats in Liempde. De milieuvereniging het Groene Hart Brabant verzet zich tegen het plan, omdat er onvoldoende rekening is gehouden met de cultuurhistorische waarden van de omgeving van het plangebied. Ook vreest de vereniging voor het verlies van groen in het plangebied.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1258
Datum uitspraak
20 mei 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak201907781/1/R2

201907783/2/A3

[wederpartij] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 10 september 2019 in zaak nrs. 19/3125 en 19/3123. De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft een verzoek van RTL Nederland B.V. op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: Wob) deels toegewezen. RTL heeft in het kader van de toezichttaken van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit verzocht om openbaarmaking van inspectierapporten en opvolgende beslissingen. In de categorie 'dierenwelzijn' is verzocht om alle documenten van alle bedrijven, per bedrijf en per locatie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1242
Datum uitspraak
20 mei 2020
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak201907783/2/A3

201907923/1/R2

Bij besluit van 3 september 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Oosterhout het wijzigingsplan "Leijsenakkers, 2e wijziging (uitbreiding begraafplaats)" vastgesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1298
Datum uitspraak
20 mei 2020
  • Mondelinge uitspraak
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak201907923/1/R2

201909244/1/A3

Bij besluit van 1 maart 2019 (het primaire besluit) heeft de burgemeester van Den Haag op grond van artikel 172, derde lid, van de Gemeentewet bevolen tot de blijvende inbeslagname van [naam hond], de hond van [appellanten sub 1]. In de periode 2015-2018 heeft [naam hond] ten minste zes honden en twee personen gebeten. In december 2017 en juni en augustus 2018 hebben zich weer bijtincidenten voorgedaan, omdat [appellanten sub 1] het aanlijn- en muilkorfgebod niet (altijd) naleefden. Volgens de burgemeester bestaat er bij terugkeer van [naam hond] ernstige vrees voor (verdere) verstoring van de openbare orde. Daarom wil de burgemeester [naam hond] overdragen aan een andere eigenaar. Als dat niet mogelijk blijkt, zal [naam hond] worden gedood.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1266
Datum uitspraak
20 mei 2020
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak201909244/1/A3
vorige pagina1...271272273...1.250volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon