Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202002605/1/V3

Uitspraak 202002605/1/V3

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1238
Datum uitspraak
20 mei 2020
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 12 maart 2020 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld.
  • Hoger beroep
  • Bewaring

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202002605/1/V3.
Datum uitspraak: 20 mei 2020

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, van 20 april 2020 in zaak nr. NL20.8283 in het geding tussen:

[de vreemdeling]

en

de staatssecretaris.

Procesverloop

Bij besluit van 12 maart 2020 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld.

Bij uitspraak van 20 april 2020 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, de opheffing van de maatregel van bewaring met ingang van die dag bevolen en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld.

De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. T.F.B. Veerman, advocaat te Rotterdam, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

Overwegingen

1.    De in de enige grief opgeworpen rechtsvraag over de uitbraak van het coronavirus en zicht op uitzetting heeft de Afdeling bij uitspraak van 29 april 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1141, beantwoord. Uit de overwegingen van die uitspraak volgt dat de grief slaagt.

2.    Het hoger beroep is gegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd. De Afdeling beoordeelt het beroep. Daarbij bespreekt zij alleen beroepsgronden waarover de rechtbank nog geen oordeel heeft gegeven en beroepsgronden waarop na de overwegingen in hoger beroep nog moet worden beslist.

3.    De vreemdeling betoogt in beroep dat de staatssecretaris in de bijzondere omstandigheden als gevolg van de uitbraak van het coronavirus ten onrechte geen aanleiding heeft gezien om een lichter middel toe te passen.

3.1.    De vreemdeling heeft de gronden van de maatregel niet bestreden. Verder heeft hij in het voorafgaande gehoor geen omstandigheden aangevoerd die zouden moeten leiden tot het opleggen van een lichter middel dan bewaring. Over de uitbraak van het coronavirus heeft de staatssecretaris zich in zijn verweerschrift terecht op het standpunt gesteld dat dit op zichzelf niet van dien aard is dat aan het belang van de vreemdeling om in vrijheid gesteld te worden een zwaarder gewicht moet worden toegekend dan aan het belang van de staatssecretaris bij het voortduren van de maatregel. De staatssecretaris heeft hierin dus terecht geen aanleiding gezien om met een lichter middel dan bewaring te volstaan.

De beroepsgrond faalt.

4.    Het beroep is ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding wordt daarom afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.    verklaart het hoger beroep gegrond;

II.    vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, van 20 april 2020 in zaak nr. NL20.8283;

III.    verklaart het beroep ongegrond;

IV.    wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Aldus vastgesteld door mr. A. Kuijer, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van M.E. van Laar LLM, griffier.

Het lid van de enkelvoudige kamer is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.

w.g. Van Laar
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 20 mei 2020

347-846.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon