Uitspraak 201907923/1/R2
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2020:1298
- Datum uitspraak
- 20 mei 2020
- Inhoudsindicatie
- Bij besluit van 3 september 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Oosterhout het wijzigingsplan "Leijsenakkers, 2e wijziging (uitbreiding begraafplaats)" vastgesteld.
- Mondelinge uitspraak
- RO - Noord-Brabant
Toon inhoud
201907923/1/R2.
Datum uitspraak: 20 mei 2020
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb)) in het geding tussen:
[appellant A] en [appellant B] (hierna gezamenlijk en in enkelvoud: [appellant]), beiden wonend te [woonplaats],
en
het college van burgemeester en wethouders van Oosterhout,
verweerder.
Zitting gehouden op 20 mei 2020 om 10:00 uur. Partijen zijn telefonisch gehoord.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. E.A. Minderhoud, lid van de enkelvoudige kamer
griffier: mr. M. Scheele
jurist: mr. G.K. El-Wanni
De volgende partijen hebben deelgenomen:
Het college, vertegenwoordigd door P.C.H. van der Made;
Stichting Begraafplaats Oosterhout (hierna: de Stichting), vertegenwoordigd door [gemachtigde A] en [gemachtigde B].
====================================
Bij besluit van 3 september 2019 heeft het college het wijzigingsplan "Leijsenakkers, 2e wijziging (uitbreiding begraafplaats)" vastgesteld.
Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
Daartoe in de gelegenheid gesteld heeft de Stichting een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
[appellant] heeft nadere stukken ingediend.
Het wijzigingsplan vindt zijn grondslag in het bestemmingsplan "Leijsenakkers", vastgesteld door de raad van de gemeente Oosterhout op 14 juli 2009 (hierna: het moederplan). Het wijzigingsplan maakt de uitbreiding mogelijk van Begraafplaats Leijsenakkers aan de Veerseweg te Oosterhout. Met toepassing van artikel 4, lid 4.5.1, van de voorschriften van het moederplan heeft het college de bestemming "Agrarisch" gewijzigd naar de bestemming "Maatschappelijk". Daarnaast zijn onder meer de dubbelbestemming "Waarde - Beschermd stadsgezicht" en de functieaanduiding "begraafplaats" aan het perceel toegekend.
[appellant] kan zich niet verenigen met het plan en heeft hiertegen beroep ingesteld.
De Afdeling verklaart het beroep ongegrond.
Daartoe overweegt zij het volgende.
1. Met het bestaan van de wijzigingsbevoegdheid in een bestemmingsplan mag de planologische aanvaardbaarheid van de nieuwe bestemming binnen het gebied waarop de wijzigingsbevoegdheid betrekking heeft in beginsel als een gegeven worden beschouwd, indien is voldaan aan de bij het bestemmingsplan gestelde wijzigingsvoorwaarden. Dit neemt echter niet weg dat het bij het vaststellen van een wijzigingsplan gaat om een bevoegdheid en niet om een plicht. Het feit dat aan de in een bestemmingsplan opgenomen wijzigingsvoorwaarden is voldaan, laat de plicht van het college onverlet om in de besluitvorming over de vaststelling van een wijzigingsplan ook na te gaan of uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening, gelet op de betrokken belangen, wijziging van de oorspronkelijke bestemming is gerechtvaardigd.
2. Over de noodzaak en behoefte aan de uitbreiding van de begraafplaats, overweegt de Afdeling als volgt. In de plantoelichting is uiteengezet dat er een behoefte blijft bestaan aan de uitbreiding van de begraafplaats waarvoor de wijzigingsbevoegdheid in het moederplan was opgenomen en er is gewezen op de groeiende behoefte aan natuurbegraven in Nederland.
[appellant] heeft niet aannemelijk gemaakt dat de huidige behoefte aan begraven niet aanwezig is of is verminderd ten opzichte van de behoefte ten tijde van de vaststelling van het moederplan. De Stichting heeft er bovendien ter zitting op gewezen dat er momenteel een jaarlijkse verdubbeling van de behoefte aan natuurbegraven is. Het betoog faalt.
3. Wat betreft de cultuurhistorische waarde van de "De Heilige Driehoek", overweegt de Afdeling als volgt. Gebleken is dat de aanwijzing van het gebied als beschermd stadsgezicht is gedaan op 3 april 2006. Het moederplan, waarin de wijzigingsbevoegdheid is opgenomen, is in 2009 vastgesteld en strekt onder meer tot de bescherming van de cultuurhistorische waarden van de omgeving van het plangebied. [appellant] heeft niet aannemelijk gemaakt dat feitelijk toepassing geven aan de wijzigingsbevoegdheid niet langer te verenigen is met de aanwijzing van het beschermd stadsgezicht. Zoals het college ter zitting heeft toegelicht tast een begraafplaats op het maaiveldniveau deze waarden niet aan. Daarnaast past een begraafplaats binnen het doel van het gebied om er één van rust en bezinning te maken, zoals het college ter zitting heeft bevestigd. Het betoog faalt.
4. [appellant] stelt dat het grondwaterpeil in het gebied te hoog is zodat de begraafplaats niet kan voldoen aan de wettelijke eisen van onder meer de Wet op de lijkbezorging. Ook kan volgens [appellant] niet worden voldaan aan de wettelijke eisen voor de asverstrooiing. Hierover oordeelt de Afdeling als volgt. De huidige begraafplaats dient te voldoen aan deze zelfde wettelijke regels en het college heeft toegelicht dat de huidige begraafplaats daar ook aan voldoet. [appellant] heeft niet aannemelijk gemaakt dat dit niet mogelijk zou zijn voor de aangrenzende uitbreiding. De Stichting heeft daarbij ter zitting toegelicht dat in de natte periode in het voorjaar van 2020 is bezien of water een probleem zal zijn voor de uitbreiding. Daarvan is niet gebleken. Het betoog faalt.
5. Over het betoog van [appellant] dat onvoldoende onderzoek is gedaan naar de gevolgen voor het verkeer en parkeren in de omgeving van het plangebied, overweegt de Afdeling als volgt. Het college heeft toegelicht dat er met 81 parkeerplaatsen op het terrein van de begraafplaats voldoende parkeerruimte is. Mocht er geen plaats zijn, dan kunnen bezoekers uitwijken naar openbare parkeerplaatsen die zich bevinden ten noorden van de begraafplaats bij de ingang. Het is niet aannemelijk dat parkeerders zullen uitwijken naar het zuiden, waar het perceel van [appellant] is gelegen. Het college heeft ter zitting gewezen op de grote loopafstand tussen het perceel van [appellant] en de ingang van de begraafplaats. Gelet op de rijroutes van en naar de ingang van de begraafplaats aan de noordzijde van het plangebied, is er ook geen aanleiding om te veronderstellen dat door de uitbreiding van de begraafplaats een significante toename van het verkeer op de Leijsenstraat ten zuiden van het plangebied ter hoogte van het perceel van [appellant]. Het betoog faalt.
6. Over het betoog dat onvoldoende onderzoek is gedaan naar de gevolgen van de in het plangebied aanwezige flora en fauna, overweegt de Afdeling dat deze gevolgen zijn onderzocht in de "Notitie quick scan beschermde soorten uitbreiding begraafplaats Leijsenakkers te Oosterhout" van 29 november 2018, opgesteld door Bureau Waardenburg bv Ecologie & landschap. De conclusie van de quick scan is dat een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming (hierna: de Wnb) niet nodig is. [appellant] heeft niet onderbouwd waarom dit onderzoek leemten of gebreken zou bevatten. Gelet op het voorgaande, heeft het college zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat op voorhand niet gevreesd hoeft te worden dat de Wnb aan de uitvoerbaarheid van het plan in de weg staat. Het betoog faalt.
7. In deze uitspraak is niet op de toepassing van het relativiteitsvereiste in artikel 8:69a van de Awb ingegaan. Daarmee heeft de Afdeling zich niet uitgesproken over de vraag of dat artikel aan vernietiging van het bestreden besluit in de weg staat.
8. De conclusie is dat het beroep ongegrond is. Daarmee is het plan onherroepelijk.
9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Het lid van de enkelvoudige kamer is verhinderd het proces-verbaal te ondertekenen.
De griffier is verhinderd het proces-verbaal te ondertekenen.
723-911.