Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 126.667
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202205260/1/R4 en 202205261/1/R4

Bij besluit van 10 maart 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Barneveld aan [appellante sub 1] een legaliserende omgevingsvergunning verleend voor twee paddocks, een buitenrijbaan, hekwerken en lichtmasten op het perceel [locatie 1] in Kootwijk (het perceel). appellante sub 1] exploiteert een paardenhouderij op het perceel, dat grenst aan Natura 2000-gebied de Veluwe. Op het perceel zijn in elk geval sinds 2005/2006 onder meer twee paddocks, een buitenrijbaan van 5.555 m², hekwerken en lichtmasten aanwezig, zonder de daarvoor benodigde omgevingsvergunning. Bij het besluit van 10 maart 2022 heeft het college een legaliserende omgevingsvergunning verleend voor de activiteiten

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5680
Datum uitspraak
23 september 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202205260/1/R4 en 202205261/1/R4
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202205260/1/R4 en 202205261/1/R4

202302055/1/R1

Bij besluit van 26 januari 2023 heeft de raad an de gemeente Schouwen-Duiveland het bestemmingsplan "Rietdijk 12 Zonnemaire" vastgesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5643
Datum uitspraak
23 september 2026
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Natuurbescherming
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202302055/1/R1
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202302055/1/R1

202302062/1/R1

Bij besluit van 7 juli 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Heerde aan [appellante] onder andere een last onder dwangsom opgelegd in verband met een overtreding van de artikelen 38 en 42 van het Besluit bodemkwaliteit (Bbk). Bij besluit van 16 december 2020 heeft het college onder andere besloten tot invordering van de volgens het college in verband met de hiervoor genoemde overtreding door [appellante] verbeurde dwangsommen van in totaal € 10.000,00.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5647
Datum uitspraak
23 september 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Bodembescherming
  • Dwangsom en beroep
  • uitspraakin de zaak202302062/1/R1

202304100/1/R3

Bij besluit van 16 september 2021 heeft het college van gedeputeerde staten van Overijssel aan Zonnepark Holten B.V. een ontheffing van het verbod uit artikel 3.2.2.4 van de Omgevingsverordening Overijssel 2017 verleend. Zonnepark Holten B.V. is de exploitant van een zonnepark nabij de Beumersteeg 13 in Holten (het zonnepark). Voor dit zonnepark heeft het college van burgemeester en wethouders van Rijssen-Holten bij besluit van 13 november 2019 een omgevingsvergunning verleend. Het college van gedeputeerde staten van Overijssel heeft zich toen op het standpunt gesteld dat een ontheffing nodig is van het verbod uit artikel 3.2.2.4 van de Omgevingsverordening Overijssel 2017 (de Omgevingsverordening). Dit artikel bepaalt dat het in een grondwaterbeschermingsgebied verboden is om buiten inrichtingen grote en grootschalige projecten tot stand te brengen, te wijzigen of uit te breiden, voor zover de risico’s op verontreiniging van het grondwater voor de waterwinning toenemen. Zonnepark Holten B.V. heeft vervolgens, onder protest, deze ontheffing aangevraagd, omdat zij van mening is dat er geen sprake is van strijd met het verbod en dat het college dus niet bevoegd is om een ontheffing daarvan te verlenen. Toen de ontheffing bij besluit van 16 september 2021 werd verleend, is Zonnepark Holten B.V. daar om die reden tegen in bezwaar gegaan. Dit bezwaar is bij besluit van 31 maart 2022 ongegrond verklaard, en haar beroep tegen dat besluit is bij uitspraak van 11 mei 2023 door de rechtbank ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5632
Datum uitspraak
23 september 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202304100/1/R3
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202304100/1/R3

202400297/1/R2

Bij besluit van 9 november 2023 heeft de raad het bestemmingsplan "Cartierheide" vastgesteld.Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Op grond van artikel 4.6, derde lid, van de Invoeringswet Omgevingswet blijft op een beroep tegen een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan waarvan het ontwerp vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage is gelegd het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het bestemmingsplan onherroepelijk is. Het ontwerpplan is op 31 maart 2023 ter inzage gelegd. Dat betekent dat op deze beroepsprocedure het recht, waaronder de Wet ruimtelijke ordening (Wro), zoals dat gold vóór 1 januari 2024 van toepassing blijft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5648
Datum uitspraak
23 september 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202400297/1/R2
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202400297/1/R2

202401062/1/A3

Bij brief van 17 maart 2021 heeft de korpschef een reactie gegeven op een verzoek van [appellant] om toezending van een document. Op 18 februari 2021 heeft [appellant] het volgende aan de korpschef verzocht: "In de zomer van 2017 heeft de politie mij in een besluit een zogeheten CTER-code toegekend. Een CTER04-code, die toegekend wordt aan linkse extremisten. Ik verzoek u mij dit besluit binnen 2 weken toe te sturen." Een CTER-code is een politiecode die staat voor Contraterrorisme, Extremisme en Radicalisering.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5660
Datum uitspraak
23 september 2026
  • Hoger beroep
  • Politiegegevens
  • uitspraakin de zaak202401062/1/A3

202401521/1/R3

In het besluit van 6 mei 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Deventer een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een poké bowl horecavestiging op het perceel [locatie 1] in Deventer (het perceel).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5650
Datum uitspraak
23 september 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202401521/1/R3

202402635/1/R2.

Bij besluit van 20 september 2022 heeft het college aan [partij] een omgevingsvergunning eerste fase verleend voor het in afwijking van het bestemmingsplan splitsen van een woonboerderij in twee woningen aan de [locatie] in De Mortel. [partij] heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor het splitsen van de woonboerderij aan de [locatie] in twee woningen. Ten tijde van belang gold het bestemmingsplan "Gemert-Bakel buitengebied 2017". Op het perceel gold de bestemming "Wonen". Het bouwplan is in strijd met artikel 17.2.1, onder b, van de planregels, omdat dit artikel bepaalt dat per bestemmingsvlak maar één woning mag worden gebouwd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5653
Datum uitspraak
23 september 2026
  • Hoger beroep
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202402635/1/R2.

202403111/1/R3

In het besluit van 19 maart 2024 heeft de raad van de gemeente Maassluis het bestemmingsplan "Parkeerterrein Schuurkerk (Petrus Kockstraat)" gewijzigd vastgesteld. Het plan maakt een parkeerterrein met maximaal 122 parkeerplaatsen mogelijk. Het plangebied is gelegen op de locatie van een voormalig kerkterrein tussen de P.C. Hooftlaan en de Petrus Kockstraat in Maassluis en tegenover de "Vlietlocatie", een binnenstedelijke ontwikkeling waar onder andere woningen, openbare parkeerplaatsen en een supermarkt worden gerealiseerd. Het primaire doel van de aanleg van het parkeerterrein is om de parkeerdruk in de binnenstad van Maassluis te verminderen. Het parkeerterrein zal verder gebruikt gaan worden voor het organiseren van evenementen. Onderdeel van het plan is het toevoegen van groen. Het plan draagt hierdoor volgens de raad bij aan het toewerken naar een klimaatadaptieve stad. Onder het voorheen geldende bestemmingsplan "Binnenstad" had het terrein grotendeels de bestemming "Maatschappelijk". Op het terrein was een tijdelijke parkeerplaats aanwezig. Het gebruik van dit terrein als parkeerterrein was op grond van deze bestemming niet toegestaan. Om de aanleg van een parkeerterrein en het gebruik daarvan toe te staan, moest de bestemming worden gewijzigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5633
Datum uitspraak
23 september 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202403111/1/R3
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202403111/1/R3

202403284/1/R3

In het besluit van 22 september 2022 heeft het collegevan burgemeester en wethouders van Den Haag een last onder dwangsom opgelegd in verband met het bouwen en in stand laten van drie balkons zonder geldige omgevingsvergunning op het perceel aan het [locatie] in Den Haag (perceel). [appellant] woont op het perceel met zijn echtgenote. De woning die op het perceel staat is een gemeentelijk monument. Op 11 juli 2019 heeft [appellant] een aanvraag ingediend voor het realiseren van twee balkons op de tweede en derde verdieping aan de achterzijde van zijn woning en het gedeeltelijk aanpassen van het bestaande balkon op de eerste verdieping. Het college heeft de aanvraag in het besluit van 14 oktober 2019 geweigerd. Naar aanleiding van een melding heeft er op 29 maart 2022 een inspectie plaatsgevonden op het perceel waarbij onder andere is geconstateerd dat de balkons alsnog zonder omgevingsvergunning en in strijd met artikel 9 van de Monumentenverordening Den Haag 2010 gerealiseerd zijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5677
Datum uitspraak
23 september 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202403284/1/R3

202403525/1/R1

Bij besluit van 23 april 2024 heeft de raad het bestemmingsplan "Maaspark Well" vastgesteld. Het plangebied Maaspark Well ligt tussen de kernen Aijen en Well en tussen de N271 en de Maas en het Maasdal. Het plangebied omvat het recreatiegebied het Leukermeer en de omliggende gronden, met uitzondering van het Vakantiepark Leukermeer. Het plan bevat een actualisatie van de geldende bestemmingsplannen. Het doel hiervan is om te voorzien in een moderne en adequate regeling voor inwoners en ondernemers in het gebied. Het plan is in hoofdzaak conserverend en actualiserend, maar omvat ook locatiespecifieke correcties met als doel het nieuwe plan beter te laten aansluiten op de werkelijke en vergunde situatie. [appellant] woont in het plangebied aan [locatie] en is het niet eens met het plan, onder meer omdat hij beperkingen ondervindt van het bouwverbod dat geldt op gronden met de dubbelbestemming "Waterstaat - Waterbergend rivierbed".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5679
Datum uitspraak
23 september 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Limburg
  • Water
  • uitspraakin de zaak202403525/1/R1

202404397/1/R2

Bij besluit van 16 mei 2024 heeft de raad van de gemeente Gemert-Bakel het bestemmingsplan "Gemert-Bakel stedelijke gebieden, december 2023" vastgesteld. Het plan maakt een aantal ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk in de gemeente Gemert-Bakel. Aan de Lodderdijk 24-26 in Gemert maakt het plan de splitsing van een langgevelboerderij en de bouw van twee nieuwe woningen mogelijk. [appellant] woont naast het plangebied. Hij kan zich niet met het plan verenigen, omdat hij vreest dat de waardevolle akker en karakteristieke bedevaartroute nabij zijn woning worden aangetast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5651
Datum uitspraak
23 september 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202404397/1/R2

202404397/2/R2

Bij besluit van 16 mei 2024 heeft de raad het bestemmingsplan "Partiële herziening Gemert-Bakel stedelijke gebieden, december 2023" vastgesteld. Tegen dit besluit hebben onder andere [appellanten] beroep ingesteld. Het plan maakt een aantal ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk in de gemeente Gemert-Bakel. Aan de [locatie] in Gemert maakt het plan de herbestemming van een voormalig agrarisch bedrijf tot een bedrijfsverzamelgebouw mogelijk.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5644
Datum uitspraak
23 september 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202404397/2/R2

202404397/3/R2

Bij besluit van 16 mei 2024 heeft de raad van de gemeente Gemert-Bakel het bestemmingsplan "Gemert-Bakel stedelijke gebieden, december 2023" vastgesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5652
Datum uitspraak
23 september 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202404397/3/R2

202404667/1/R3

Bij besluit van 17 juni 2024 heeft de raad van de gemeente Kaag en Braassem, het bestemmingsplan "Googermolenweg Oude Wetering" gewijzigd vastgesteld.Het plan maakt de bouw van vijftien woningen mogelijk. Het plangebied ligt aan de noordkant van Oude Wetering, tussen de Googermolenweg en de Molendijk. De gronden van het plangebied zijn op dit moment in gebruik als grasland

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5678
Datum uitspraak
23 september 2026
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Verordeningen
  • Waterschapszaken
  • uitspraakin de zaak202404667/1/R3
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202404667/1/R3

202405483/1/R3

Bij besluit van 3 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Wassenaar geweigerd om aan [appellant] een omgevingsvergunning te verlenen voor het vervangen van het hekwerk aan de voorzijde van de woning op het perceel [locatie1] in Wassenaar. [appellant] woont aan de [locatie 1] in Wassenaar. Op 14 januari 2021 heeft hij een omgevingsvergunning aangevraagd voor het vervangen van het hekwerk aan de voorzijde van zijn woning, door het plaatsen van een nieuw vast hekwerk met daarin twee nieuwe toegangspoorten. Omdat het niet mogelijk was om een vergunning te krijgen voor een vast hekwerk van meer dan 1 m hoog langs de hele voorzijde van de woning, heeft [appellant] zijn vergunningaanvraag gewijzigd. Na de wijziging betreft de aanvraag alleen nog het plaatsen van twee poorten, één voor de entree en één voor de oprit. De poorten bestaan uit 1,5 m hoge stalen hekwerken bevestigd aan vierkante stalen kolommen. Bij besluit van 3 maart 2021 heeft het college geweigerd de omgevingsvergunning te verlenen vanwege strijd met redelijke eisen van welstand. Het hiertegen door [appellant] gemaakte bezwaar heeft het college bij besluit van 18 mei 2022 ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5626
Datum uitspraak
23 september 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202405483/1/R3

202405719/1/R3

Bij besluit van 17 juli 2024 heeft de raad van de gemeente Deventer het bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Senzora-terrein" gewijzigd vastgesteld. Het plan maakt de herontwikkeling van het terrein van de voormalige Senzora-fabriek in Deventer mogelijk. Met het plan wordt het mogelijk om daar maximaal 119 woningen en 670 m2 bvo aan kantoor en maatschappelijke voorzieningen te bouwen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5655
Datum uitspraak
23 september 2026
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202405719/1/R3
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202405719/1/R3

202406462/1/R2

Bij besluit van 22 augustus 2023 heeft het college an burgemeester en wethouders van Oisterwijk een omgevingsvergunning verleend aan 5Dees voor het bouwen van elf appartementen met buitenbergingen in Moergestel. 5Dees heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor bouwen en het gebruik van gronden in afwijking van het bestemmingsplan om elf appartementen met buitenbergingen te realiseren op de percelen Rootven 16, 18 en 20 in Moergestel. De appartementen hebben een bouwdiepte van 47 cm in afwijking van het bestemmingsplan. Het college heeft de omgevingsvergunning verleend en het bouwplan is inmiddels gerealiseerd en in gebruik genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5682
Datum uitspraak
23 september 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202406462/1/R2
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202406462/1/R2

202407023/1/A2

Bij besluit van 17 mei 2021 heeft het Instituut Mijnbouwschade Groningen aan [appellant] een schadevergoeding van € 5.343,86 (inclusief btw, wettelijke rente en bijkomende kosten) toegekend voor mijnbouwschade aan zijn woning. [appellant] heeft op 29 september 2020 een aanvraag om vergoeding van aardbevingsschade ingediend bij het Instituut. Het Instituut heeft geen schadevergoeding toegekend voor schades 19, 21, 28, 35, 36, 52 en 62 (scheurvorming in knieschotten op de eerste etage van de woning) en stelt niet bevoegd te zijn over deze schades te oordelen. De schades zijn eerder beoordeeld door de Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. (NAM). Het Instituut is dan niet bevoegd om een aanvraag om vergoeding van schade te behandelen. Dat staat in artikel 2, vierde lid, van de Tijdelijke wet Groningen (TwG). Tussen partijen is niet in geschil dat het bij deze schades gaat om identieke, niet verergerde schades, waarvoor een schadevergoeding is toegekend door de NAM. Het geschil ziet op de vraag of het Instituut toepassing had moeten geven aan de hardheidsclausule uit artikel 2, vijfde lid, van de TwG. [appellant] stelt recht te hebben op een hogere schadevergoeding voor een ingrijpende aanpassing van de dakconstructie. Hij betoogt dat met de kennis van nu de schadeafhandeling door de NAM onjuist was.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5631
Datum uitspraak
23 september 2026
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202407023/1/A2

202407046/1/R4

Bij besluit van 26 september 2024 heeft de raad van de gemeente Soest het bestemmingsplan "Van Angerenstraat 2-32" vastgesteld. Bij besluit van 10 oktober 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Soest een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van 37 sociale huurappartementen aan de Van Angerenstraat 2-32. Het bestemmingsplan maakt de bouw van 37 woningen aan de Van Angerenstraat 2-32 in Soesterberg mogelijk. De omgevingsvergunning is verleend voor de activiteit bouwen van 37 sociale huurappartementen en de activiteit aanleggen van een uitrit. De woningen komen op een perceel waarop 16 sociale huurwoningen stonden. Portaal is de initiatiefneemster van deze ontwikkeling. Beide besluiten zijn gecoördineerd voorbereid en bekendgemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5635
Datum uitspraak
23 september 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202407046/1/R4
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202407046/1/R4

202407266/1/R3

Bij besluit van 3 oktober 2024 heeft de raad an de gemeente Rotterdam het bestemmingsplan "Hoge Wiek" vastgesteld. Het plan maakt de herontwikkeling van de Hoge Wiek aan de Oostmolenwerf in Rotterdam mogelijk. Op het perceel staat in de huidige situatie een woontoren waarin 211 studentenwoningen aanwezig zijn. De bestaande bebouwing wordt gesloopt en in de plaats daarvan voorziet het plan in een gebouw met in totaal 400 studentenwoningen. Daarnaast maakt het plan de vestiging van kantoren en bedrijven tot en met milieucategorie 2 tot een oppervlakte van 500 m2 mogelijk. Verder maakt het plan horeca van categorie 1 tot een oppervlakte van 500 m2 mogelijk. De toegestane bouwhoogte varieert van 13 m tot 72 m.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5628
Datum uitspraak
23 september 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202407266/1/R3
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202407266/1/R3

202407840/1/A3

Bij besluit van 23 maart 2023 heeft de burgemeester van Utrecht het verzoek van [appellante] om een voorschrift in een exploitatievergunning te herzien afgewezen. [appellante] heeft een exploitatievergunning voor een grillroom in Utrecht. Aan de exploitatievergunning zijn voorschriften verbonden. Eén van de aan deze vergunning verbonden voorschriften, voorschrift 3, was dat [persoon] niet aanwezig mag zijn in de grillroom. [appellante] was het niet eens met dit voorschrift en heeft daarom beroep en toen de rechtbank dit voorschrift in stand had gelaten, hoger beroep ingesteld. Hangende dit hoger beroep heeft [appellante] bij de burgemeester een verzoek om herziening van voorschrift 3 ingediend. De burgemeester heeft dat verzoek afgewezen, omdat op dat moment de procedure tegen de exploitatievergunning nog liep en er volgens de burgemeester geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die aanleiding zouden kunnen geven om het voorschrift te heroverwegen. In haar besluit op bezwaar heeft de burgemeester dit standpunt gehandhaafd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5673
Datum uitspraak
23 september 2026
  • Hoger beroep
  • Drank en horeca
  • uitspraakin de zaak202407840/1/A3

202407990/1/R1

Bij besluit van 13 november 2024 heeft de raad van de gemeente Amsterdam het bestemmingsplan "IJburg 1e fase - kavel 124 II reparatieplan" vastgesteld. Het plan maakt waterwoningen mogelijk in het water tussen de woningen aan de Schokkerjachtdijk en de Brigantijnkade. Een vorig plan voor deze gronden heeft de Afdeling bij uitspraak van 22 maart 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1167, vernietigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5639
Datum uitspraak
23 september 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202407990/1/R1
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202407990/1/R1

202408087/1/R2

Bij besluit van 19 juli 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tilburg een last onder dwangsom opgelegd aan [appellant] tot het verwijderen en verwijderd houden van het dierenverblijf en de kas op het perceel achter de [locatie 1] in Tilburg. [appellant] woont op het perceel aan de [locatie 2] in Tilburg. [appellant] heeft op het aangrenzende perceel twee bouwwerken gerealiseerd: een kas en een dierenverblijf. Het dierenverblijf wordt gebruikt voor het hobbymatig houden van kippen en de kas wordt gebruikt voor het hobbymatig telen van gewassen. Door de vorm en ligging van de percelen staan de bouwwerken direct achter het perceel aan de [locatie 1]. [partij] woont op het perceel aan de [locatie 1]. Hij heeft een handhavingsverzoek ingediend, omdat achter zijn woonperceel zonder omgevingsvergunning bouwwerken zijn gebouwd in strijd met de op grond van het bestemminsplan "Buitengebied De Voorste Stroom" ter plaatse geldende bestemming "Agrarisch". Het college is vervolgens tot handhaving overgegaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5675
Datum uitspraak
23 september 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202408087/1/R2

202408089/1/R2

Bij besluit van 1 februari 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tilburg geweigerd om aan [appellant] een omgevingsvergunning te verlenen voor de bouw van een dierenverblijf en een kas achter het perceel aan de [locatie 1] in Tilburg. [appellant] woont op het perceel aan de [locatie 2] in Tilburg. [appellant] heeft op het aangrenzende perceel, dat ook in zijn eigendom is, twee bouwwerken gerealiseerd: een dierenverblijf en een kas. Het dierenverblijf wordt gebruikt voor het hobbymatig houden van kippen en de kas wordt gebruikt voor het hobbymatig telen van gewassen. Door de vorm en ligging van de percelen staan de bouwwerken direct achter het perceel aan de [locatie 1] in Tilburg. De bouwwerken zijn in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Buitengebied De Voorste Stroom". Naar aanleiding van een handhavingstraject heeft [appellant] een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning voor de bouw van een kas en een dierenverblijf.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5556
Datum uitspraak
23 september 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202408089/1/R2

202500054/1/A2

Bij besluit van 25 april 2024 heeft de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat besloten dat de woning van [appellant] voldoet aan de veiligheidsnorm en niet verstrekt hoeft te worden. [appellant] is eigenaar van de vrijstaande woning met aanbouw aan de [locatie]. De woning staat in een gebied waar aardbevingen voorkomen. In de expert opinion is uiteengezet dat de oorspronkelijke bouw van de woning het uitgangspunt is voor de beantwoording van de vraag of een woning moeten worden opgenomen in het versterkingsprogramma. De expert opinion richt zich daarom op het in kaart brengen van afwijkingen - zoals verbouwingen, verzakkingen en schades - ten opzichte van de oorspronkelijke situatie en de beoordeling of die afwijkingen van invloed zijn op de seismische capaciteit (de mate waarin de woning tegen aardbevingen bestand is). Volgens Zonneveld is er in dit geval gerede twijfel of de stabiliteit van de constructie voldoende is gewaarborgd vanwege de interne verbouwingen - waaronder de verwijdering van dragende muren, diverse doorbraken en het herstel van de draagstructuur door onder meer het plaatsen van een stalen ligger om de eerste verdiepingsvloer te ondersteunen - en de te verwachten seismiciteit (0,146g). Zonneveld heeft daarom geadviseerd om nader onderzoek te laten doen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5671
Datum uitspraak
23 september 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202500054/1/A2

202500434/1/R1

Bij besluit van 12 december 2024 heeft de raad van de gemeente Sittard-Geleen het bestemmingsplan "Kasteel Limbricht en omgeving" gewijzigd vastgesteld. Het plangebied ligt ten noordoosten van de kern Limbricht, langs beide zijden van de Allee. Het plangebied omvat het landgoed Kasteel Limbricht met het kasteel, de omliggende gronden en ten zuiden van de spoorweg het monumentale pand aan Platz 1. Met het gewijzigde plan wordt beoogd de verleende omgevingsvergunningen voor Kasteel Limbricht vast te leggen, waarbij enkele beperkingen worden opgelegd met betrekking tot het aantal slaapplaatsen en het aantal bezoekers in het geval van evenementen. Daarnaast wordt met het plan het maximum aantal evenementen uitgebreid en wijzigt de bestemming van Platz 1 van "Dienstverlening" naar "Horeca" met de aanduiding "horeca van categorie 5". De bestemming van het terrein ten oosten van het kasteel wijzigt van "Sport" naar "Verkeer - Verblijfsgebied", waarbij de openbare parkeerplaats wordt uitgebreid. Op het landgoed De Lemborgh ten zuidoosten van het kasteel, aan de andere kant van de Allee, wordt beoogd een kasteeltuin en een multifunctioneel gebouw te ontwikkelen. Deze gronden krijgen de bestemming "Groen". Het daarop liggende bestaande bouwvlak krijgt onder meer de aanduiding "horeca tot en met categorie 4", waarmee wordt beoogd om binnen het bouwvlak het multifunctioneel gebouw te ontwikkelen. Het plan maakt een gebouw mogelijk met een grondoppervlakte van 3.500 m², een maximum bouwhoogte van 11 m en een maximum goothoogte van 6 m. Ook mogen de gronden met de bestemming "Groen" voor terrassen worden gebruikt. Het overige gedeelte van het terrein wordt evenemententerrein, waarvan een deel zal worden gebruikt als overloopparkeerplaats.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5657
Datum uitspraak
23 september 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202500434/1/R1
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202500434/1/R1

202500792/1/R3.

In het besluit van 20 december 2024 heeft het college het bezwaar van [appellant] niet-ontvankelijk verklaard. Op het perceel aan de [locatie] in Alphen aan den Rijn staan een kas, een waterbassin en een aantal hekwerken. Murbo Holding B.V. is eigenaar van dit perceel. [appellant] heeft het college op 6 mei 2021 verzocht om handhavend op te treden tegen de hekwerken. Het college heeft dit verzoek tot handhaving in het besluit van 3 juni 2021 afgewezen. Het bezwaar van [appellant] tegen het besluit van 3 juni 2021 is in het besluit op bezwaar van 22 november 2021 ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5649
Datum uitspraak
23 september 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202500792/1/R3.

202500985/1/A2

Bij besluit van 8 april 2024 heeft de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat besloten dat de woning van [appellante] voldoet aan de veiligheidsnorm en niet versterkt hoeft te worden. Op 27 mei 2021 heeft ingenieursbureau W2N in opdracht van de Nationaal Coördinator Groningen (NCG) de woning bezocht en opgenomen. De bevindingen zijn neergelegd in het opnamerapport van 11 maart 2022. Vervolgens heeft de NCG Zonneveld ingenieurs B.V. verzocht om te beoordelen of de woning voldoet aan de veiligheidsnorm voor gebouwen in het aardbevingsgebied als bedoeld in artikel 1 van de Tijdelijke wet Groningen (TwG). Deze zogenoemde Meijdam-norm schrijft de maximaal aanvaardbare kans voor dat iemand bij een aardbeving komt te overlijden door instorting van een woning. De kans dat iemand overlijdt door het bezwijken van (een deel van) een bouwwerk door een aardbeving mag niet groter zijn dan 1 op de 100.000. Dit is gelijk aan de landelijke veiligheidsnorm die voor alle gebouwen in Nederland geldt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5669
Datum uitspraak
23 september 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202500985/1/A2

202501070/1/R2

Bij ongedateerde brief heeft de minister het verzoek van de vereniging om een instructie te geven aan het college van dijkgraaf en hoogheemraden van het hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden om het waterpeil in en om het Natura 2000-gebied "Kolland en Overlangbroek" (het gebied) te verhogen, doorgezonden aan het college van gedeputeerde staten van Utrecht. De vereniging komt op voor het landschap, de natuur en het leefmilieu in de omgeving van Wijk bij Duurstede. Volgens de vereniging is een verhoging van het waterpeil in het gebied nodig om (verdere) verslechtering van de staat van de natuur te voorkomen. Daarom heeft zij de minister verzocht om een instructie als bedoeld in artikel 2.34, derde lid, van de Omgevingswet te geven aan het college van dijkgraaf en hoogheemraden om het waterpeil in en om het gebied te verhogen. Bij ongedateerde brief heeft de minister dit verzoek doorgezonden aan het college van gedeputeerde staten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5665
Datum uitspraak
23 september 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Utrecht
  • Waterschapszaken
  • uitspraakin de zaak202501070/1/R2

202501227/1/R3

Bij besluit van 16 maart 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tynaarlo aan De Melkfabriek B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het verbouwen van een oude melkfabriek tot 18 wooneenheden en een bedrijfs- en kantoorfunctie. Op 24 november 2022 heeft De Melkfabriek een omgevingsvergunning aangevraagd om de oude melkfabriek aan de [locatie 1] te verbouwen. [appellant] woont aan de [locatie 2] nabij de oude melkfabriek Het college heeft een omgevingsvergunning verleend voor de activiteiten bouwen en handelen in strijd met het bestemmingsplan, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Wabo. Daarvoor heeft het college gebruik gemaakt van de bevoegdheid uit artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 2°, van de Wabo, in samenhang met artikel 4, aanhef en onderdeel 9, van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5666
Datum uitspraak
23 september 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202501227/1/R3
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202501227/1/R3

202501384/1/A2

Bij besluit van 31 augustus 2023 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan [appellante sub 1] een boete van in totaal € 45.000,00 opgelegd voor vier overtredingen van de Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet), gelezen in samenhang met het Arbeidsomstandighedenbesluit (Arbobesluit), en besloten een aantal inspectiegegevens openbaar te maken. [appellante sub 1] is een bouw- en renovatiebedrijf. Zij verricht in opdracht van achttien woningcorporaties werkzaamheden aan huurwoningen in de sociale sector. Niet in geschil is dat [appellante sub 1] geen gecertificeerd asbestsaneringsbedrijf is en dat het uitvoeren van asbestsaneringswerkzaamheden niet tot haar bedrijfsvoering behoort. Wel heeft zij contact met asbestsaneringsbedrijven als in een woning asbest aanwezig is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5672
Datum uitspraak
23 september 2026
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202501384/1/A2

202501856/1/A2

Bij besluiten van 26 juni 2023 heeft de minister aan [appellant], [appellant A], [appellant], [appellant C], [appellant D}, [appellant E], [appellant F] en [appellant G] bestuurlijke boetes opgelegd van € 25.000,00 voor het schenden van de informatieplicht. In deze uitspraak beoordeelt de Afdeling het hoger beroep van de onderwijsaanbieders tegen aan hen opgelegde boetebesluiten voor één of meerdere overtredingen van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (hierna: de WHW). De onderwijsaanbieders zijn onderdeel van [bedrijf].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5676
Datum uitspraak
23 september 2026
  • Hoger beroep
  • Boete
  • Onderwijs
  • uitspraakin de zaak202501856/1/A2
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202501856/1/A2

202501902/1/R1

Bij besluit van 11 januari 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Schagen [appellanten] onder oplegging van een dwangsom gelast de bedrijfsactiviteiten te beëindigen en beëindigd te houden wegens strijd met het bestemmingsplan. [appellanten] wonen aan de [locatie] in Tuitjenhorn. Op datzelfde perceel is het bedrijf "[bedrijf]" van [appellant A] gevestigd. Dit bedrijf richt zich op het uitvoeren van poets- en onderhoudswerkzaamheden aan auto’s. Ter plaatse geldt het bestemmingsplan "Tuitjenhorn", waarin het perceel zowel de bestemming "Wonen - 3" als de dubbelbestemming "Waarde - Archeologie 2" heeft. De buren van [appellanten] hebben op 26 september 2022 bij het college een verzoek om handhaving ingediend wegens met het bestemmingsplan strijdige bedrijfsactiviteiten. Vervolgens heeft het college [appellanten] gelast de met het bestemmingsplan strijdige bedrijfsactiviteiten op hun perceel te beëindigen en beëindigd te houden. Als [appellanten] de bedrijfsactiviteiten voortzetten, verbeuren zij een dwangsom van € 5.000,00 per week per geconstateerde overtreding met een maximum van € 20.000,00. In afwachting van de uitkomst van de rechterlijke procedures hebben het college en [appellanten] met elkaar afgesproken dat de bedrijfsactiviteiten worden gestaakt. Tot nu toe zijn er dus geen dwangsommen verbeurd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5656
Datum uitspraak
23 september 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202501902/1/R1

202502072/1/R4

Bij besluit van 18 augustus 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van IJsselstein aan [appellant A] een omgevingsvergunning verleend voor het maken van een uitweg aan de [locatie 1] in IJsselstein. Bij besluit van 18 augustus 2022 heeft het college aan [appellant A] een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wabo verleend voor het maken van een uitweg bij de woning van [appellanten] aan de [locatie 1] in IJsselstein. Hiertegen hebben [partij] en anderen, allen wonend aan de [locatie 2], bezwaar gemaakt. Bij besluit van 20 augustus 2024 heeft het college hun bezwaar ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5674
Datum uitspraak
23 september 2026
  • Hoger beroep
  • Wegenwet
  • uitspraakin de zaak202502072/1/R4

202502176/1/A2

Bij besluit van 27 november 2023 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan [appellante sub a]. een boete van € 8.100,00 opgelegd wegens een overtreding van de Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet) en het Arbeidsomstandighedenbesluit (Arbobesluit). [appellante sub a]. heeft aan de Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA) gemeld dat zij op 16 februari 2023 asbestsaneringswerkzaamheden zou uitvoeren in een hal van een woning in [locatie] (in een containment), bestaande uit het verwijderen van vloertegels met asbesthoudende tegellijm. Deze asbestsaneringswerkzaamheden vallen in risicoklasse 2. Volgens een inspecteur van de NLA, die op die dag een inspectiebezoek bracht, waren werknemers van [appellante sub a]. bezig met werkzaamheden in het containment, terwijl de onderdruk lager was dan 20 Pascal. Volgens de minister is dit een overtreding van artikel 16, tiende lid, van de Arbowet, gelezen in samenhang met artikel 4.48a, eerste lid, van het Arbobesluit.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5661
Datum uitspraak
23 september 2026
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202502176/1/A2

202502281/1/A2

Bij besluit van 31 oktober 2024 heeft het College sanering zorginstellingen zich op het standpunt gesteld dat ZZG goedkeuring als bedoeld in artikel 18 van de Wet toelating zorginstellingen (Wtzi) nodig heeft voor vervreemding van onroerend goed van het instellingsterrein Dekkerswald in Berg en Dal, gemeente Groesbeek. ZZG is actief op het gebied van zorg, wonen en welzijn in de regio Nijmegen. Zij is eigenaar van het instellingsterrein Dekkerswald in de gemeente Berg en Dal (Groesbeek). Zij biedt onder andere (tijdelijk) verblijf en zorg met en zonder behandeling in de verschillende woonzorgcentra en verpleeghuizen en geriatrische revalidatiezorg. ZZG wil het monumentale hoofdgebouw, de gebouwen De Kentering en De Berkenhof en de overige (onbebouwde) gronden van het instellingsterrein vervreemden. Hiervan heeft zij 30 september 2024 een melding gedaan aan het college als bedoeld in artikel 18, eerste lid, van de Wtzi. In de melding heeft ZZG zich op het standpunt gesteld dat zij voor de vervreemding geen goedkeuring nodig heeft van het college.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5630
Datum uitspraak
23 september 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Gezondheidszorg
  • uitspraakin de zaak202502281/1/A2
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202502281/1/A2

202502316/5/R4

Bij besluit van 20 februari 2025 hebben de minister van Defensie en de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening het inpassingsplan "Radar Herwijnen" vastgesteld. Al een aantal jaren wil het Ministerie van Defensie in de buurt van het Gelderse dorp Herwijnen een nieuw militair radarstation bouwen, op de plek waar in het verleden een civiele radar van Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL) heeft gestaan. Om dat mogelijk te maken is in 2017 een ontwerpbestemmingsplan opgesteld, maar de gemeenteraad van de voormalige gemeente Lingewaal (tegenwoordig de gemeente West Betuwe) heeft in 2018 besloten het bestemmingsplan niet vast te stellen. Daardoor was de bouw van het nieuwe radarstation niet mogelijk. Verweerders hebben vervolgens besloten om zelf een plan te maken - een zogenoemd rijksinpassingsplan - en vanwege de urgentie die volgens hen is gemoeid met het nieuwe radarstation, gelijktijdig ook de benodigde omgevingsvergunning te verlenen voor het bouwen en in werking hebben van het radarstation. Tegen beide besluiten zijn beroepen ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5638
Datum uitspraak
23 september 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Inpassingsplan
  • uitspraakin de zaak202502316/5/R4
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202502316/5/R4

202502386/1/A2

Bij besluit van 3 september 2024 heeft de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap de aanvraag van de stichting om aanvullende bekostiging wegens bijzondere omstandigheden, afgewezen. Op 29 februari 2024 heeft de stichting een aanvraag als bedoeld in artikel 5.10 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 (Wvo) ingediend om aanvullende bekostiging wegens bijzondere omstandigheden. De aanleiding voor deze aanvraag was de sluiting van de Isaac Beeckman Academie (IBA), een middelbare school in Kapelle, per 1 augustus 2024. De school sloot de deuren nadat de staatssecretaris de bekostiging had stopgezet, omdat het leerlingaantal al drie jaar op rij onder de opheffingsnorm lag en het onderwijs op de school ook al drie jaar als zeer zwak/onvoldoende door de Inspectie van het Onderwijs was beoordeeld. Rond de 260 leerlingen van de IBA moesten op zoek naar een andere school en de leerlingen hadden - vanwege het afwijkende onderwijsconcept - extra begeleiding nodig om aansluiting te vinden met het schoolsysteem van de ontvangende scholen. De stichting heeft ongeveer 50 leerlingen overgenomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5629
Datum uitspraak
23 september 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Onderwijs
  • uitspraakin de zaak202502386/1/A2

202502387/1/A2

Bij besluit van 3 september 2024 heeft de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap een aanvraag van Stichting Scholengroep Pontes (Pontes) voor aanvullende bekostiging wegens bijzondere omstandigheden afgewezen. De stichting is de rechtsopvolger van Pontes en CVOZ. Op 8 maart 2024 en op 9 mei 2024, aangevuld bij brief van 10 juni 2024, hebben Pontes en CVOZ gezamenlijk aanvragen als bedoeld in artikel 5.10 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 (Wvo) ingediend om aanvullende bekostiging wegens bijzondere omstandigheden. De aanleiding voor deze aanvragen was de sluiting van de Isaac Beeckman Academie (IBA), een middelbare school in Kapelle, per 1 augustus 2024. De school sloot de deuren nadat de staatssecretaris de bekostiging had stopgezet, omdat het leerlingaantal al drie jaar op rij onder de opheffingsnorm lag en het onderwijs op de school ook al drie jaar als zeer zwak/onvoldoende door de Inspectie van het Onderwijs was beoordeeld. Rond de 260 leerlingen van de IBA moesten op zoek naar een andere school en de leerlingen hadden - vanwege het afwijkende onderwijsconcept - extra begeleiding nodig om aansluiting te vinden met het schoolsysteem van de ontvangende scholen. Stichting Scholengroep Pontes en CVOZ hebben uiteindelijk 49 respectievelijk 81 leerlingen overgenomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5627
Datum uitspraak
23 september 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Onderwijs
  • uitspraakin de zaak202502387/1/A2

202502739/1/A2

Bij besluit van 13 maart 2023 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan [appellant] een bestuurlijke boete opgelegd van in totaal € 2.700,00 wegens overtreding van de Arbeidsomstandighedenwet (de Arbowet) respectievelijk het Arbeidsomstandighedenbesluit (het Arbobesluit). Verder heeft de minister besloten om een aantal inspectiegegevens openbaar te maken. [appellant] heeft een eenmansbedrijf waarmee hij ook handelt onder de naam [appellante sub a]. Dit bedrijf is gespecialiseerd in de professionele verwijdering van asbest. Op 16 november 2022 werden door twee door [appellant] ingehuurde saneerders, te weten een deskundige toezichthouder asbestverwijdering (DTA) en een deskundig asbestverwijderaar (DAV), asbesthoudende golfplaten verwijderd van meerdere bouwwerken aan de [locatie] (het perceel). Op die dag hebben twee arbeidsinspecteurs van de Nederlandse Arbeidsinspectie op die locatie een inspectie gehouden. Uit het boeterapport van 24 januari 2023 volgt dat de inspecteurs tijdens deze inspectie hebben geconstateerd dat [appellant] artikel 4.45, eerste lid en tweede lid, aanhef en onder a, en artikel 4.50, vijfde lid, van het Arbobesluit heeft overtreden, omdat tijdens de werkzaamheden niet in lijn met het werkplan is gehandeld en onvoldoende preventieve bronmaatregelen zijn genomen. Tijdens de werkzaamheden zijn de verwijderde bouten niet in een emmer geplaatst, werden de asbesthoudende platen niet nat gehouden en werd er geen stofzuiger met HEPA-filter gebruikt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5662
Datum uitspraak
23 september 2026
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202502739/1/A2

202502828/1/A2

Bij besluit van 21 mei 2024 heeft het college een aanvraag van [appellant] om nadeelcompensatie afgewezen. [appellant] heeft een eenmanszaak met een bedrijfslocatie aan de [locatie] in Rotterdam. Zijn werkzaamheden bestaan voornamelijk uit het laden en lossen van vrachtauto’s en uit de op- en overslag van goederen in de bedrijfslocatie. De bedrijfslocatie is bereikbaar via de Jonker Fransstraat. In de periode van mei 2023 tot en met oktober 2023 hebben werkzaamheden aan de Jonker Fransstraat plaatsgevonden, waardoor de bedrijfslocatie niet bereikbaar was en [appellant] elders, vaak op de openbare weg of op de stoep, moest laden en lossen. Hierdoor is de goede en efficiënte bedrijfsvoering van zijn bedrijf belemmerd, met de nodige vertragingen, problemen en obstakels, in de vorm van overlast voor de overige weggebruikers en de daaruit voortvloeiende ruzies en strubbelingen, als gevolg.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5640
Datum uitspraak
23 september 2026
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202502828/1/A2

202503460/1/R3

In het besluit van 30 april 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Alphen aan den Rijn het bezwaar van [appellant] niet-ontvankelijk verklaard. [partij] heeft op 25 mei 2018 een omgevingsvergunning voor de activiteiten bouwen en veranderen van uitritten aangevraagd. Het college heeft bij besluit van 6 juli 2018 aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor de activiteiten bouwen van een bouwwerk, handelen in strijd met de regels van een bestemmingsplan en het aanleggen of veranderen van drie uitritten. Het bezwaar van [appellant] tegen de omgevingsvergunning is bij het besluit van 11 december 2018 ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5654
Datum uitspraak
23 september 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Omgevingsplan
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202503460/1/R3

202503895/1/A2

Bij afzonderlijke besluiten van 3 maart 2022 heeft de Dienst Toeslagen aan [appellant] voor de toeslagjaren 2007, 2008, 2010 en 2011 een compensatie van in totaal € 108.352,00 toegekend en geweigerd aan haar voor de toeslagjaren 2015 tot en met 2018 een compensatie toe te kennen. De Dienst Toeslagen heeft aan de besluiten van 3 maart 2022 ten grondslag gelegd dat bij de beoordeling van de kinderopvangtoeslag voor de toeslagjaren 2007, 2008, 2010, 2011 is gebleken van onbillijkheden van overwegende aard als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wht. Voor de toeslagjaren 2015 tot en met 2018 is dat volgens de Dienst Toeslagen niet gebleken en is evenmin gebleken van institutionele vooringenomenheid als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wht. Wel heeft de Dienst Toeslagen in het besluit van 18 april 2024 uit coulance aan [appellant] een vergoeding toegekend voor de verrekende kinderopvangtoeslag over de jaren 2015 en 2016 en voor de proceskosten in verband met de behandeling van het bezwaar.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5663
Datum uitspraak
23 september 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202503895/1/A2

202504262/1/A2

Bij besluit van 5 juli 2023 heeft de Belastingdienst/Toeslagen een aanvraag van [wederpartij] om overname van private schulden afgewezen. [wederpartij] is erkend gedupeerde van de toeslagenaffaire. Zij heeft de Belastingdienst/Toeslagen onder meer verzocht om overname van haar private schulden bij Finqus van € 44.120,00 en DSW Zorgverzekeraar (DSW) van € 854,70. Aan het in bezwaar gehandhaafde besluit van 5 juli 2023 is ten grondslag gelegd dat het bij de schuld aan Finqus gaat om de hoofdsom van een hypothecaire lening, waarvan niet is gebleken dat die vóór 1 juni 2021 opeisbaar was, en dat de schuld aan DSW is opgebouwd uit achterstallige premies en bedragen van het eigen risico die evenmin binnen de referteperiode opeisbaar zijn geworden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5659
Datum uitspraak
23 september 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202504262/1/A2

202504526/1/A2

Bij besluit van 6 juli 2023 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat aan [appellant] een medisch certificaat klasse 1 afgegeven met een SIC-restrictie. [appellant] volgde een pilotenopleiding in Spanje. Voor de pilotenopleiding is een medisch certificaat vereist. In een alcohol- en drugsonderzoek van 5 oktober 2021 is bij [appellant] een verhoogde CDT-waarde van 2,8% vastgesteld, met een afkapwaarde van 2%. Een verhoogde CDT-waarde is een aanwijzing voor een alcohol gerelateerde stoornis. Bij besluit van 16 november 2021 heeft de minister aan [appellant] een medisch certificaat verleend met onder meer een zogenoemde SIC-restrictie. De SIC-restrictie betekent dat [appellant] in het eerste jaar van zijn opleiding elke drie maanden een bloedonderzoek moet laten doen naar alcoholgebruik en dat hij bij zijn keuring, na één jaar, een psychiatrisch onderzoek moet laten doen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5637
Datum uitspraak
23 september 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • Luchtvaart
  • uitspraakin de zaak202504526/1/A2

202504659/1/V6

Bij besluit van 27 maart 2024 heeft de minister [appellant] een boete opgelegd van € 18.000,00 wegens vier overtredingen van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav).In het op ambtseed opgemaakte boeterapport van 12 januari 2024 staat het volgende. Arbeidsinspecteurs van de Nederlandse Arbeidsinspectie hebben [appellant] geselecteerd voor onderzoek voor de periode van 17 augustus 2022 tot en met 16 augustus 2023 omdat bij haar in die periode buitenlandse studenten werkten. De arbeidsinspecteurs hebben toen vier overtredingen van artikel 2, eerste lid, van de Wav geconstateerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5642
Datum uitspraak
23 september 2026
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202504659/1/V6

202504680/1/A2

Bij besluit van 13 oktober 2022 heeft de burgemeester aan Insight een exploitatievergunning verleend voor het verrichten van horeca-activiteiten op de eerste etage van het hoofdgebouw van Chi Chi en daaraan een aantal voorschriften verbonden. De burgemeester heeft geweigerd om een exploitatievergunning te verlenen voor het verrichten van horeca-activiteiten op de begane grond.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5667
Datum uitspraak
23 september 2026
  • Hoger beroep
  • Drank en horeca
  • uitspraakin de zaak202504680/1/A2
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202504680/1/A2

202504880/1/V6

Bij besluit van 18 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van [appellant] om hem het Nederlanderschap te verlenen (het verzoek) afgewezen. De minister heeft het verzoek afgewezen, omdat ernstige vermoedens bestaan dat [appellant] een gevaar vormt voor de openbare orde (artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, van de Rijkswet op het Nederlanderschap; RWN). De reden hiervoor is dat de officier van justitie op 7 februari 2023 een strafbeschikking tegen [appellant] heeft uitgevaardigd wegens illegaal wapenbezit, waarbij hij [appellant] een boete van € 1.009,00 heeft opgelegd. Tijdens een controle van zijn handbagage op luchthaven Schiphol heeft de beveiliging namelijk een mes en pepperspray aangetroffen. [appellant] heeft toegelicht dat hij deze wapens bij zich droeg, omdat hij en zijn gezin op dat moment ernstig werden bedreigd. Het gezin werd hiervoor ook bijgestaan door het Team Bewaken en Beveiligen van de politie. Volgens de minister zijn dit geen bijzondere omstandigheden die maken dat hij [appellant] het Nederlanderschap had moeten verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5645
Datum uitspraak
23 september 2026
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202504880/1/V6

202504979/1/A2

Bij besluit van 24 augustus 2023 heeft de minister van Economische Zaken en Klimaat de aanvraag van [appellant] om subsidie voor de kosten van energiebesparende of energieopwekkende maatregelen afgewezen. [appellant] heeft op 6 juni 2023 een aanvraag gedaan om subsidie op grond van de Regeling waardevermeerdering woningen gaswinning Groningenveld. In de Regeling is opgenomen dat de minister maximaal € 4.000,00 subsidie verleent voor onder meer verduurzamingsmaatregelen van eigenaren van woningen die fysieke schade hebben als gevolg van gaswinning. Bij besluit van 24 augustus 2023, gehandhaafd bij besluit van 19 maart 2024, heeft de minister de aanvraag afgewezen. Op grond van artikel 3, tweede lid, van de Regeling komen de kosten voor subsidie in aanmerking indien deze zijn gemaakt ter voldoening aan een contractuele verplichting die is aangegaan vóór de indiening van de aanvraag, maar na de datum waarop een schaderapport of een concept daarvan is uitgebracht door een schade-expert in opdracht van het IMG. Een schade-expert heeft op 18 februari 2021 de woning van [appellant] opgenomen en daarvan vervolgens rapport uitgebracht. De facturen van 8 september 2018 en 17 november 2018 zijn van vóór het schaderapport. Dat betekent dat de kosten niet subsidiabel zijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5670
Datum uitspraak
23 september 2026
  • Hoger beroep
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202504979/1/A2

202505108/1/A2

Bij besluit van 10 december 2024 heeft de burgemeester van Rijswijk een aanvraag van [appellant] om verlenging van de exploitatievergunning voor [eetcafé], gevestigd op het adres [locatie] te Rijswijk (het perceel), afgewezen. De burgemeester heeft de aanvraag om verlenging van deze vergunning op grond van artikel 2:28, tweede lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening Rijswijk 2024 (APV) afgewezen, omdat de exploitatie volgens hem in strijd is met het Omgevingsplan gemeente Rijswijk (het omgevingsplan). De burgemeester heeft daarbij in aanmerking genomen dat vanaf 2020 meerdere overtredingen in de onderneming van [appellant] zijn geconstateerd. Bij verschillende controles in 2020 en 2023 is vastgesteld dat geen sprake is van een eetcafé, maar van een shisha-lounge (waterpijpcafé). [appellant] heeft ondanks het aanzeggen van handhaving zijn bedrijfsvoering niet in overeenstemming gebracht met de voor een eetcafé verleende exploitatievergunning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5668
Datum uitspraak
23 september 2026
  • Hoger beroep
  • Drank en horeca
  • uitspraakin de zaak202505108/1/A2
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202505108/1/A2

202505203/1/A2

Bij besluit van 7 oktober 2021 heeft de Dienst Toeslagen aan [appellante] aanvullende compensatie toegekend ten bedrage van € 37.546,00 in het kader van de hersteloperatie toeslagen. De Dienst Toeslagen heeft op basis van een zogenoemde integrale beoordeling vastgesteld dat [appellante] schade heeft geleden doordat ten aanzien van haar sprake was van institutionele vooringenomenheid bij de uitvoering van de kinderopvangtoeslag voor de jaren 2008, 2009 en 2011 tot en met 2013, waarbij zij in totaal € 44.142,00 aan (voorschotten) kinderopvangtoeslag moest terugbetalen of niet heeft ontvangen. Dit heeft er uiteindelijk in geresulteerd dat zij middels verrekening met toeslagen een bedrag van € 11.725,00 heeft terugbetaald. Bij verschillende besluiten heeft de Dienst Toeslagen in totaal een bedrag van € 53.695,00 aan (forfaitaire) compensatie toegekend voor die schade, op grond van artikel 2.1, eerste lid, van de Wet hersteloperatie toeslagen (de Wht).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5636
Datum uitspraak
23 september 2026
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202505203/1/A2

202505204/1/A2

Bij besluit van 9 februari 2024 heeft de Dienst Wegverkeer (RDW) een aanvraag van [appellant] om omwisseling van zijn Poolse rijbewijs voor een Nederlands rijbewijs ingewilligd. Op het Nederlandse rijbewijs is een geldigheidsduur van 10 jaar na de afgiftedatum vermeld. Op 6 februari 2024 heeft [appellant] een aanvraag gedaan om omwisseling van zijn Poolse rijbewijs voor een Nederlands rijbewijs. De RDW heeft deze aanvraag ingewilligd. In het Nederlandse rijbewijs heeft de RDW zowel in rubriek 4b (administratieve geldigheidsduur) als in rubriek 11 (geldigheidsduur per categorie voertuig) de datum 8 februari 2034 ingevuld. Tussen partijen is in geschil of het opnemen van een geldigheidsduur in rubriek 11 voor categorie B in overeenstemming is met het Unierecht, in het bijzonder Richtlijn 2006/126/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 betreffende het rijbewijs (PB 2006, L 403; de Rijbewijsrichtlijn).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5658
Datum uitspraak
23 september 2026
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202505204/1/A2

202506120/1/R1

Bij besluit van 5 juni 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Veere [appellanten] (hierna: [appellant A]) gelast om het gebruik in strijd met het bestemmingsplan van zijn woning aan de [locatie], gemeente Veere, te beëindigen en beëindigd te houden onder oplegging van een dwangsom. Hij kan dit doen door het recreatief verhuren van de woning te staken en gestaakt te houden. Een toezichthouder van de gemeente heeft in 2023 en 2024 controles uitgevoerd aan de woning aan de [locatie]. In de daarvan opgemaakte rapporten van bevindingen staat dat de woning werd gebruikt voor recreatieve verhuur. Geconstateerd is dat verschillende mensen in de woning verbleven en dat die mensen de woning kortdurend recreatief gebruikten. De woning werd te huur aangeboden via websites en er werd een huurprijs voor gevraagd. De woning is voorzien van een sleutelkastje. [appellant A] heeft de juistheid van de inhoud van de rapporten niet betwist. Daarom staat vast dat de woning werd gebruikt voor recreatieve verhuur. Het college heeft zich bij het besluit van 5 juni 2024 op het standpunt gesteld dat de recreatieve verhuur geen wonen is en daarom niet in overeenstemming is met artikel 19.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de regels van het bestemmingsplan [naam].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5664
Datum uitspraak
23 september 2026
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202506120/1/R1

202600139/1/A2

Bij beslissing van 14 augustus 2025 heeft de BSA-commissie een verzoek van [appellant] om uitstel van het bindend studieadvies afgewezen en aan hem een negatief bindend studieadvies (NBSA) gegeven. [appellant] volgde in het cursusjaar 2024/2025 de bacheloropleiding Economie en Bedrijfseconomie. Hij heeft administratief beroep ingesteld tegen de beslissing van de BSA-commissie van 14 augustus 2025 en heeft de voorzitter van het het college van beroep voor de examens van de Universiteit van Amsterdam (CBE) verzocht een voorlopige voorziening te treffen, inhoudende dat hij, ondanks die beslissing, aan het onderwijs kan blijven deelnemen. De BSA-commissie heeft op 9 september 2025 te kennen gegeven [appellant] dit toe te staan. [appellant] heeft vervolgens desgevraagd het verzoek om een voorlopige voorziening ingetrokken en het CBE verzocht de examencommissie te veroordelen in de proceskosten van het verzoek.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5634
Datum uitspraak
23 september 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202600139/1/A2

202601123/1/A2

Bij uitspraak van 27 februari 2026 heeft rechtbank Zeeland­-West-­Brabant het verzoek van de raad om een onteigeningsbeschikking te bekrachtigen voor zover deze ziet op het perceel kadastraal bekend gemeente Vlissingen, [perceel] (verder: [perceel]), toegewezen. De Staat, de provincie Zeeland, het waterschap Scheldestromen en de gemeente Vlissingen zijn in het 'Bestuursakkoord Compensatiepakket Marinierskazerne' een maatregelenpakket overeengekomen, om de provincie, de gemeente en het waterschap te compenseren voor het niet verplaatsen van de marinierskazerne van Doorn naar Vlissingen. Onderdeel van dit pakket is de realisatie van een Justitieel Complex Vlissingen (JCV), bestaande uit een hoogbeveiligde zittingslocatie (rechtbank), een penitentiaire inrichting voor zwaardere doelgroepen met een extra beveiligde inrichting (gevangenis) en een overnachtingslocatie voor rechters en advocaten. Om de landbouwontsluitingsweg te realiseren moet één perceel worden verworven. Dit is het [perceel], in eigendom van [appellant]. Het perceel is 5.839 m2 groot en wordt gebruikt voor volkstuinen. Van dit perceel is een gedeelte ter grootte van 566 m2 vereist voor de aanleg van de landbouwontsluitingsweg. Dat is het deel waarop de onteigeningsbeschikking betrekking heeft. Dit deel van het perceel wordt nu nog gebruikt als toegangsweg tot de volkstuinen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5646
Datum uitspraak
23 september 2026
  • Hoger beroep
  • Onteigening
  • RO - Zeeland
  • uitspraakin de zaak202601123/1/A2
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202601123/1/A2

202601516/1/R4

Bij besluit van 7 februari 2026 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 2 februari 2026 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met artikel 9 lid 1 Afvalstoffenverordening 2010 en de daarop gebaseerde uitvoeringsregeling van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 199,57 voor rekening van [appellant] komen. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een kartonnen doos, die op 2 februari 2026 is aangetroffen naast de ondergrondse afvalcontainer ter hoogte van de Roggekamp 399 in Den Haag. Het college is ervan uitgegaan dat [appellant] de kartonnen doos verkeerd heeft aangeboden, omdat er op de doos een adreslabel staat met daarop zijn adresgegevens.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5641
Datum uitspraak
23 september 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202601516/1/R4

202601812/2/R4(uitspraak wordt op woensdag 23 september 14:00 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 14 juni 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Dronten het verzoek van de stichting om handhavend op te treden tegen SwifterwinT op Land B.V. (SwifterwinT) vanwege onder meer geluidsoverlast van windturbines, afgewezen. SwifterwinT exploiteert windpark Windplanblauw bij Dronten. De stichting meent dat de daar aanwezige windturbines meer geluid maken dan is toegestaan en heeft onder meer daarom het college verzocht om handhavend op te treden. Het college heeft dat verzoek afgewezen en het bezwaar tegen zijn besluit ongegrond verklaard.

Datum uitspraak
23 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom

202407542/1/V2

Bij besluit van 31 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5588
Datum uitspraak
21 september 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407542/1/V2

202500678/1/V2

Bij besluit van 26 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5589
Datum uitspraak
21 september 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202500678/1/V2

202502017/1/V2.

Bij besluit van 18 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5590
Datum uitspraak
21 september 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202502017/1/V2.

BRS.25.002108

Bij besluit van 16 juni 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5562
Datum uitspraak
21 september 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002108

BRS.26.002719

Bij besluit van 15 juli 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de aanvraag om appellant een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5560
Datum uitspraak
21 september 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002719

BRS.26.003590

Bij besluit van 10 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5551
Datum uitspraak
21 september 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003590

BRS.26.004365

Bij besluit van 24 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5564
Datum uitspraak
21 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004365

BRS.26.004502

Bij besluit van 23 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag om verzoeker een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5558
Datum uitspraak
21 september 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004502

BRS.26.004617

Bij besluiten van 9 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van appellanten om afgifte van een verblijfsdocument EU/EER als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5555
Datum uitspraak
21 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004617

BRS.26.004668

Bij besluit van 17 augustus 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in vreemdelingenbewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5554
Datum uitspraak
21 september 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004668

BRS.26.004685

Bij besluit van 10 juli 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5559
Datum uitspraak
21 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004685

BRS.26.004833

Bij besluit van 2 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5557
Datum uitspraak
21 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004833

BRS.26.004913

Bij besluit van 23 juli 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5596
Datum uitspraak
21 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004913

BRS.26.004942

Bij besluit van 10 juli 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5597
Datum uitspraak
21 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004942

202601511/2/A2

Bij besluit van 6 oktober 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Breda bestuursdwang toegepast door de auto van [appellante] weg te slepen en in bewaring te stellen. Het college heeft de kosten daarvan op [appellante] verhaald. Bij besluit van 25 maart 2025 heeft het college het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard voor zover dat zag op het kostenverhaal, en haar een vergoeding van de kosten van het bezwaar toegekend van 2 punten. [appellante] heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 25 maart 2025, omdat zij de proceskostenvergoeding ("2 punten") onvoldoende gemotiveerd vindt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5570
Datum uitspraak
21 september 2026
  • Hoger beroep
  • Vereenvoudigde behandeling
  • Geld
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202601511/2/A2

202601512/2/A2

Bij besluit van 6 oktober 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Breda bestuursdwang toegepast door de auto van [appellante] weg te slepen en in bewaring te stellen. Het college heeft de kosten daarvan op [appellante] verhaald. Bij besluit van 25 maart 2025 heeft het college het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard voor zover dat zag op het kostenverhaal, en haar een vergoeding van de kosten van het bezwaar toegekend van 2 punten. [appellante] heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 25 maart 2025, omdat zij de proceskostenvergoeding ("2 punten") onvoldoende gemotiveerd vindt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5572
Datum uitspraak
21 september 2026
  • Hoger beroep
  • Vereenvoudigde behandeling
  • Geld
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202601512/2/A2

202601513/2/A2

Bij besluit van 6 oktober 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Breda bestuursdwang toegepast door de auto van [appellante] weg te slepen en in bewaring te stellen. Het college heeft de kosten daarvan op [appellante] verhaald. Bij besluit van 25 maart 2025 heeft het college het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard voor zover dat zag op het kostenverhaal, en haar een vergoeding van de kosten van het bezwaar toegekend van 2 punten. [appellante] heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 25 maart 2025, omdat zij de proceskostenvergoeding ("2 punten") onvoldoende gemotiveerd vindt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5573
Datum uitspraak
21 september 2026
  • Hoger beroep
  • Vereenvoudigde behandeling
  • Geld
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202601513/2/A2

202602370/2/R3

In het besluit van 28 mei 2026 heeft de raad van de gemeente De Wolden het "TAM-omgevingsplan Ruinerwold, deelplan Buddingewold" als wijziging van het omgevingsplan van de gemeente De Wolden vastgesteld. Het "TAM-omgevingsplan Ruinerwold, deelplan Buddingewold" (het wijzigingsbesluit) voorziet voor de percelen van een voormalige boerderij aan de Dijkhuizen 72 in Ruinerwold in een herontwikkeling naar woningbouw. Het wijzigingsbesluit staat maximaal elf woningen toe. Om ervoor te zorgen dat er ter plaatse van de beoogde woningen sprake zal zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, is in het wijzigingsbesluit voor vier omliggende agrarische percelen een spuitvrije zone vastgelegd. Op grond van artikel 10.1 van de regels van het wijzigingsbesluit is het toepassen van (synthetische - chemische) gewassenbeschermingsmiddelen binnen deze zone niet toegestaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5568
Datum uitspraak
18 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Drenthe
  • uitspraakin de zaak202602370/2/R3

BRS.25.001308

Bij besluit van 22 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie vastgesteld dat appellant niet in aanmerking komt voor tijdelijke bescherming als bedoeld in de Richtlijn tijdelijke bescherming.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5542
Datum uitspraak
18 september 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001308

BRS.25.002440

Bij besluit van 18 mei 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5535
Datum uitspraak
18 september 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002440

BRS.26.003983

Bij besluit van 23 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5473
Datum uitspraak
18 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003983

BRS.26.004260

Bij besluit van 10 juli 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5534
Datum uitspraak
18 september 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004260

BRS.26.004596

Bij besluit van 24 juni 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en bepaald dat hij de Europese Unie binnen vier weken moet verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5543
Datum uitspraak
18 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004596

BRS.26.004608

Bij besluit van 6 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5472
Datum uitspraak
18 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004608

BRS.26.004651

Bij besluit van 20 juli 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5541
Datum uitspraak
18 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004651

BRS.26.004698

Bij besluit van 24 augustus 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in vreemdelingenbewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5533
Datum uitspraak
18 september 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004698

BRS.26.004750

Bij besluit van 28 juli 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen, hem opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten (terugkeerbesluit) en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5546
Datum uitspraak
18 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004750

BRS.26.004762

Bij besluit van 18 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5536
Datum uitspraak
18 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004762

BRS.26.004804

Bij besluit van 26 augustus 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in vreemdelingenbewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5583
Datum uitspraak
18 september 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004804

202602873/2/A3

[appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de verzetuitspraak van de rechtbank van 12 augustus 2026. Zijn gemachtigde is [persoon]. Bij brief van 28 maart 2025 is aan [persoon] meegedeeld dat het voornemen bestaat vanwege ernstige bezwaren hem in daarvoor in aanmerking komende zaken als gemachtigde te weigeren. [persoon] is in de gelegenheid gesteld om binnen veertien dagen na dagtekening van deze brief schriftelijk op dit voornemen te reageren. Hij heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5544
Datum uitspraak
18 september 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202602873/2/A3

202406604/1/V2

Bij besluit van 13 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5550
Datum uitspraak
17 september 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406604/1/V2

202407534/1/V1

Bij besluit van 9 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5549
Datum uitspraak
17 september 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407534/1/V1

202602443/2/R3

Bij besluit van 29 juni 2026 heeft de raad van de gemeente Enschede het "TAM-Omgevingsplan H22T Woningbouwplan Telgendijk" als wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Enschede (het wijzigingsbesluit) vastgesteld. Het wijzigingsbesluit maakt het mogelijk 111 appartementen en 85 grondgebonden woningen te realiseren tussen de Telgendijk en de Noord Esmarkerrondweg in Enschede. Het gebied waar het wijzigingsbesluit op ziet (de locatie) wordt aan de westzijde ontsloten op de Noord Esmarkerrondweg en aan de oostzijde op de Telgendijk en de Klein Boekelerveldweg.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5548
Datum uitspraak
17 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202602443/2/R3

BRS.26.001695

Bij besluit van 27 september 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van appellant om opheffing van zijn ongewenstverklaring afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5565
Datum uitspraak
17 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001695

BRS.26.003298

Bij besluit van 13 juni 2026 is aan appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5462
Datum uitspraak
17 september 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003298

BRS.26.003673

Bij besluit van 2 november 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om appellant een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5456
Datum uitspraak
17 september 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003673

BRS.26.004451

Bij besluit van 11 juli 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5458
Datum uitspraak
17 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004451

BRS.26.004678

Bij besluit van 19 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5464
Datum uitspraak
17 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004678

BRS.26.004842

Bij besluit van 18 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie verzoeker opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5547
Datum uitspraak
17 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004842

BRS.26.004930

Bij besluit van 7 juli 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie verzoeker in vreemdelingenbewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5566
Datum uitspraak
17 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004930

202601757/1/A3

[appellant] heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op bezwaar naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling van 11 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1386. In die uitspraak heeft de Afdeling de uitspraak van de rechtbank, voor zover aangevallen, vernietigd en de besluiten van 13 november 2020 en 1 juni 2022 vernietigd. Ook heeft de Afdeling de minister van Defensie opgedragen om een nieuw besluit op bezwaar te nemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5569
Datum uitspraak
17 september 2026
  • Mondelinge uitspraak
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202601757/1/A3

202400475/2/R2

Bij besluit van 31 oktober 2023 heeft de raad van de gemeente Asten het bestemmingsplan "Asten, Prins Bernhardstraat 1, 2022" vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in de bouw van een appartementencomplex bestaande uit maximaal 21 appartementen en winkelruimte op de begane grond aan de Prins Bernhardstraat 1. Tegen de vaststelling van dit bestemmingsplan bij besluit van 31 oktober 2023 zijn bij de Afdeling twee beroepen ingesteld. Naar aanleiding van deze beroepen heeft de raad het bestemmingsplan bij herstelbesluit van 23 september 2025 gewijzigd vastgesteld. Deze aanpassing heeft onder meer betrekking op het toevoegen en aanpassen van diverse onderzoeken, het bijwerken, toevoegen en verwijderen van planregels, het aanpassen van de verbeelding en het uitsluiten van de functie wonen op de begane grond van het gebouw, met uitzondering van ondergeschikte functies ten behoeve van de functie wonen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5453
Datum uitspraak
16 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202400475/2/R2
12...1.267volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon