Uitspraak 202601757/1/A3
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2026:5569
- Datum uitspraak
- 17 september 2026
- Inhoudsindicatie
- [appellant] heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op bezwaar naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling van 11 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1386. In die uitspraak heeft de Afdeling de uitspraak van de rechtbank, voor zover aangevallen, vernietigd en de besluiten van 13 november 2020 en 1 juni 2022 vernietigd. Ook heeft de Afdeling de minister van Defensie opgedragen om een nieuw besluit op bezwaar te nemen.
- Mondelinge uitspraak
- Openbaarheid
Toon inhoud
202601757/1/A3.
Datum uitspraak: 17 september 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[appellant], wonend in [woonplaats],
appellant,
en
de minister van Defensie.
verweerder.
Openbare zitting gehouden op 17 september 2026 om 10:30 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. E.J. Daalder, voorzitter
griffier: mr. C.A.M. van Deventer-Lustberg
Verschenen:
de minister van Defensie, vertegenwoordigd door mr. T.S. Hagedoorn en mr. M.A.S. Goddrie
====================================
[appellant] heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op bezwaar naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling van 11 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1386. In die uitspraak heeft de Afdeling de uitspraak van de rechtbank, voor zover aangevallen, vernietigd en de besluiten van 13 november 2020 en 1 juni 2022 vernietigd. Ook heeft de Afdeling de minister opgedragen om een nieuw besluit op bezwaar te nemen.
Op 7 juni 2026 heeft [appellant] bij de Afdeling beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een nieuw besluit op zijn bezwaar. Hij heeft verzocht om het beroep gegrond te verklaren en de minister op te dragen om binnen veertien dagen na verzending van de uitspraak een besluit te nemen op zijn bezwaar, dit onder oplegging van een dwangsom voor elke dag dat de minister die termijn overschrijdt.
Beslissing:
De Afdeling
IV. verklaart het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit op bezwaar gegrond;
V. vernietigt het met een beslissing gelijk te stellen niet tijdig nemen van een beslissing op bezwaar;
VI. draagt de minister van Defensie op om uiterlijk op 1 februari 2027 een nieuw besluit te nemen op het bezwaar van [appellant] en dit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken;
VII. bepaalt dat de minister van Defensie aan [appellant] een dwangsom verbeurt voor elke dag waarmee de minister de hiervoor genoemde termijn voor de bekendmaking van het besluit overschrijdt, waarbij de hoogte van de dwangsom € 100,00 per dag bedraagt, met een maximum van € 15.000,00;
VIII. veroordeelt de minister van Defensie tot vergoeding van bij [appellant] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 467,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;
IX. gelast dat de minister van Defensie aan [appellant] het door hem voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 200,00 vergoedt.
Gronden:
- De minister heeft nog geen nieuw besluit genomen. Het beroep van [appellant] tegen het niet tijdig nemen van een besluit op bezwaar, ter uitvoering van de uitspraak van de Afdeling van 11 maart 2026 is daarom gegrond.
- De minister heeft betoogd dat hij door de beperkte beschikbaarheid van de Commissie advisering bezwaarschriften Defensie, mede gelet op de aard van de zaak, en de hoeveelheid verhinderdata van [appellant] nog geen datum voor een hoorzitting heeft kunnen plannen. Ter zitting heeft de minister aangegeven ongeveer tien data te hebben voorgesteld waarop [appellant] dan wel zijn gemachtigde niet kon. Het voornemen is om op 12 of 24 november dan wel 10 december een hoorzitting te houden, afhankelijk van de beschikbaarheid van [appellant] en zijn gemachtigde. De Afdeling draagt de minister daarom op om uiterlijk op 1 februari 2027 alsnog een nieuw besluit op het bezwaar van [appellant] tegen het besluit van 26 februari 2020 te nemen.
- De Afdeling verbindt aan deze uitspraak een dwangsom voor iedere dag dat de minister in gebreke blijft de opdracht om een nieuw besluit op bezwaar te nemen na te leven.
- De Afdeling hanteert bij de proceskostenvergoeding een wegingsfactor van 0,5 (licht).
w.g. Daalder
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Van Deventer-Lustberg
griffier
1105