Uitspraak 202602873/2/A3
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2026:5544
- Datum uitspraak
- 18 september 2026
- Inhoudsindicatie
- [appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de verzetuitspraak van de rechtbank van 12 augustus 2026. Zijn gemachtigde is [persoon]. Bij brief van 28 maart 2025 is aan [persoon] meegedeeld dat het voornemen bestaat vanwege ernstige bezwaren hem in daarvoor in aanmerking komende zaken als gemachtigde te weigeren. [persoon] is in de gelegenheid gesteld om binnen veertien dagen na dagtekening van deze brief schriftelijk op dit voornemen te reageren. Hij heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt.
- Hoger beroep
- Hoger Beroep - Overige
Toon inhoud
202602873/2/A3.
Datum beslissing: 18 september 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Beslissing tot weigering van een gemachtigde (artikel 8:25 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)) in het hoger beroep van:
[appellant], wonend in [woonplaats],
appellant,
tegen de verzetuitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 12 augustus 2026 in zaak nr. 26/565 in het geding tussen:
[appellant]
en
de Nationale ombudsman.
Procesverloop
[appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de verzetuitspraak van de rechtbank van 12 augustus 2026. Zijn gemachtigde is [persoon].
Bij brief van 28 maart 2025 is aan [persoon] meegedeeld dat het voornemen bestaat vanwege ernstige bezwaren hem in daarvoor in aanmerking komende zaken als gemachtigde te weigeren. [persoon] is in de gelegenheid gesteld om binnen veertien dagen na dagtekening van deze brief schriftelijk op dit voornemen te reageren. Hij heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt.
Overwegingen
1. Artikel 8:25, eerste lid, van de Awb bepaalt dat de bestuursrechter bijstand of vertegenwoordiging door een persoon tegen wie ernstige bezwaren bestaan, kan weigeren. De Afdeling is van oordeel dat er, gezien de wijze waarop [persoon] als gemachtigde in zaken bij de Afdeling optreedt, sprake is van ernstige bezwaren tegen hem. Daarom zal de Afdeling [persoon] weigeren als gemachtigde in deze zaak.
2. Voor een toelichting wordt verwezen naar de beslissing van 26 augustus 2026 in zaak nr. 202600007/2/A3, ECLI:NL:RVS:2026:5540, waarin de Afdeling [persoon] ook als gemachtigde van [appellant] heeft geweigerd.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. weigert [persoon] als vertegenwoordiger van [appellant] in de hogerberoepsprocedure;
II. stelt [appellant] in de gelegenheid om, indien hij dat wenst, binnen vier weken een andere gemachtigde aan te wijzen voor het vervolg van de hogerberoepsprocedure.
Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, voorzitter, en mr. W. den Ouden en mr. H.J.M. Besselink, leden, in tegenwoordigheid van mr. T. Hartsuiker, griffier.
w.g. Sevenster
voorzitter
w.g. Hartsuiker
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 18 september 2026
620