Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202602443/2/R3

Uitspraak 202602443/2/R3

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5548
Datum uitspraak
17 september 2026
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 29 juni 2026 heeft de raad van de gemeente Enschede het "TAM-Omgevingsplan H22T Woningbouwplan Telgendijk" als wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Enschede (het wijzigingsbesluit) vastgesteld. Het wijzigingsbesluit maakt het mogelijk 111 appartementen en 85 grondgebonden woningen te realiseren tussen de Telgendijk en de Noord Esmarkerrondweg in Enschede. Het gebied waar het wijzigingsbesluit op ziet (de locatie) wordt aan de westzijde ontsloten op de Noord Esmarkerrondweg en aan de oostzijde op de Telgendijk en de Klein Boekelerveldweg.
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Overijssel

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202602443/2/R3.
Datum uitspraak: 17 september 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[verzoeker] en anderen, allen wonend in Enschede,
verzoekers,

en

de raad van de gemeente Enschede,
verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 29 juni 2026 heeft de raad het "TAM-Omgevingsplan H22T Woningbouwplan Telgendijk" als wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Enschede (het wijzigingsbesluit) vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben onder meer [verzoeker] en anderen beroep ingesteld.

[verzoeker] en anderen hebben de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De raad en [verzoeker] en anderen hebben nadere stukken ingediend.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op een zitting behandeld op 8 september 2026, waar [verzoeker] en anderen, bijgestaan door mr. J. van den Hoorn, advocaat in Zwolle, en de raad, vertegenwoordigd door J. Lutten, mr. A.D. Haja en S.G.J. Plettenburg, bijgestaan door mr. D. Korsse, advocaat in Almelo, zijn verschenen. Verder is op de zitting Woningstichting De Woonplaats, vertegenwoordigd door [gemachtigde], gehoord.

Overwegingen

Inleiding

1.       Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.       Het wijzigingsbesluit maakt het mogelijk 111 appartementen en 85 grondgebonden woningen te realiseren tussen de Telgendijk en de Noord Esmarkerrondweg in Enschede. Het gebied waar het wijzigingsbesluit op ziet (de locatie) wordt aan de westzijde ontsloten op de Noord Esmarkerrondweg en aan de oostzijde op de Telgendijk en de Klein Boekelerveldweg.

3.       [verzoeker] en anderen wonen in de omgeving van de locatie. Zij zijn het niet eens met de beoogde ontwikkeling en vrezen met name voor verkeersonveilige situaties. Inmiddels zijn op 12 juni 2026 omgevingsvergunningen verleend voor het bouwen van de 111 appartementen en 36 grondgebonden woningen. [verzoeker] en anderen vragen om schorsing van het wijzigingsbesluit, omdat zij willen voorkomen dat het wijzigingsbesluit het toetsingskader vormt bij het nemen van de besluiten op bezwaar.

Ingetrokken beroepsgrond

4.       Op de zitting hebben [verzoeker] en anderen hun beroepsgrond over de afstand tussen de voorziene woningen en de paardenbak op het perceel [locatie] in Enschede, ingetrokken.

Beoordeling van het verzoek

5.       Het verzoek wordt afgewezen. De voorzieningenrechter verwacht namelijk dat wat [verzoeker] en anderen hebben aangevoerd, er niet toe zal leiden dat het wijzigingsbesluit niet in stand zal blijven. De voorzieningenrechter licht dat hieronder toe.

Ontsluiting van de nieuwe woningen

Verschillende versies van het verkeersrapport

6.       De voorzieningenrechter stelt vast dat Goudappel in opdracht van de gemeente Enschede drie rapporten heeft opgesteld die betrekking hebben op de ontsluitingsvarianten voor de nieuwe woningen op de locatie: de rapporten van 1 oktober 2025, 3 november 2025 en 17 april 2026. Het rapport van 1 oktober 2025 is als bijlage 9 bij de motivering van het ontwerpbesluit gevoegd. In de lijst van wijzigingen, bijlage 16 bij de motivering van het wijzigingsbesluit, staat dat het rapport van 17 april 2026 het rapport van 1 oktober 2025 vervangt.

6.1.    Volgens [verzoeker] en anderen heeft de raad onvoldoende inzichtelijk gemaakt in welk opzicht het rapport van 17 april 2026 is gewijzigd ten opzichte van de eerdere rapporten. Zo werd de herinrichting en verbreding van de Telgendijk en de Klein Boekelerveldweg in het rapport van 1 oktober 2025 nog noodzakelijk geacht terwijl deze conclusie niet meer in het rapport van 17 april 2026 is opgenomen.

6.2.    Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter bestaat er geen reden voor de conclusie dat de raad, daargelaten of er daadwerkelijk wijzigingen tussen de rapporten hebben plaatsgevonden, de wijzigingen tussen de rapporten afzonderlijk in beeld had moeten brengen. Wat [verzoeker] en anderen hierover aanvoeren, biedt daarvoor onvoldoende aanknopingspunten. Daarbij acht de voorzieningenrechter van belang dat, zoals ook op de zitting met partijen is besproken, in het rapport van 1 oktober 2025 niet staat dat de herinrichting en verbreding van de Telgendijk en de Klein Boekelerveldweg noodzakelijk is.

Het betoog slaagt niet.

Alternatieve ontsluitingsroute

7.       [verzoeker] en anderen betogen dat de raad onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de locatie niet kan worden ontsloten via een nieuwe verbinding naar de Euregioweg. Dat Goudappel stelt dat deze variant niet wenselijk is omdat de verbinding moeilijk te combineren is met de voorziene tunnelbak en hellingbanen van een toekomstige spoorondergang, achten [verzoeker] en anderen onvoldoende.

7.1.    De voorzieningenrechter stelt voorop dat in het rapport van 17 april 2026 vier ontsluitingsvarianten zijn onderzocht:

1) de wijk wordt uitsluitend aan de westzijde ontsloten op de Noord Esmarkerrondweg;

2) de wijk wordt uitsluitend aan de oostzijde ontsloten via de Telgendijk en de Klein Boekelerveldweg;

3) de wijk wordt aan beide zijden ontsloten. De woonstraat binnen de wijk wordt geknipt voor gemotoriseerd verkeer, waarbij het zwaartepunt aan de oostzijde ligt;

4) de wijk wordt uitsluitend aan de oostzijde ontsloten, echter niet alleen via de Telgendijk en de Klein Boekelerveldweg maar ook via een nieuwe verbinding naar de Euregioweg.

7.2.    In het rapport van 17 april 2026 zijn met een verkeersmodel de verkeersintensiteiten voor het basisjaar 2020 en het prognosejaar 2040 op wegvakniveau bepaald, zowel vóór realisatie van het wijzigingsbesluit (de autonome situatie) als voor de vier ontsluitingsvarianten.

Over ontsluitingsvariant 4, die de voorkeur van [verzoeker] en anderen heeft, heeft de raad toegelicht dat de nieuwe verbindingsweg naar de Euregioweg 400 motorvoertuigen per etmaal (mvt/etmaal) aantrekt. De gemeente Enschede heeft het voornemen om de route via de Oostweg/Euregioweg op te waarderen, onder meer door de aanleg van een nieuwe spoortunnel, waardoor een tweede ringstructuur aan de oostzijde van Enschede ontstaat. Een nieuwe ontsluitingsweg naar de Euregioweg staat daaraan in de weg. Bovendien is, zoals uit het rapport van 17 april 2026 en het verweerschrift volgt, de te verwachten verkeersintensiteit op een nieuw aan te leggen verbindingsweg aan de oostzijde zo klein, dat de kosten voor de aanleg daarvan niet zijn te rechtvaardigen. Verder is een extra kruispunt op een gebiedsontsluitingsweg onwenselijk vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter heeft de raad overtuigend en inzichtelijk gemotiveerd waarom niet is gekozen voor ontsluitingsvariant 4.

Het betoog slaagt niet.

Verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid

8.       [verzoeker] en anderen maken zich zorgen om de verkeersveiligheid rondom de Esmarkerbrug. Volgens hen sluit de bestaande inrichting van de Esmarkerbrug niet aan bij de functie van de Noord Esmarkerrondweg als gebiedsontsluitingsweg. Zij wijzen erop dat de Esmarkerbrug een smalle éénrichtingsweg is. Hierbij verwijzen zij naar het rapport "Contra-expertise Verkeersonderzoek Woningbouwontwikkeling Telgendijk (Enschede)" van BVA Verkeersadviezen van 4 augustus 2026.

8.1.    De voorzieningenrechter stelt voorop dat het wijzigingsbesluit de bestaande verkeersproblematiek niet hoeft op te lossen. In deze procedure komt in het kader van de uitvoerbaarheid van het wijzigingsbesluit aan de orde de vraag of de raad zich voldoende ervan heeft vergewist dat een aanvaardbare verkeerssituatie en verkeersafwikkeling in en om de locatie kan worden gerealiseerd. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter heeft de raad zich daar voldoende van vergewist. De voorzieningenrechter licht dat hierna toe.

8.2.    In hoofdstuk 3 van het rapport van 17 april 2026 is de inrichting en de verkeersveiligheid op relevante wegvakken rond de locatie in beeld gebracht. Hieruit volgt dat de Esmarkerbrug maar één rijbaan heeft voor gemotoriseerd verkeer en twee vrijliggende fietspaden. Verkeer uit één richting kan maar gebruik maken van de spoorbrug, waarbij verkeer uit het noorden voorrang moet verlenen aan verkeer uit het zuiden. De verkeersintensiteit op de Esmarkerbrug is in de huidige situatie 7.200 mvt/etmaal en zal in de autonome situatie in 2040 oplopen tot 8.700 mvt/etmaal. De raad heeft toegelicht dat het wijzigingsbesluit weliswaar leidt tot een toename van het aantal verkeersbewegingen, maar dat deze toename ten opzichte van de autonome situatie in 2040 dusdanig beperkt is dat de verkeerssituatie op de Esmarkerbrug daardoor niet wezenlijk verslechtert. Uit het rapport van 17 april 2026 volgt namelijk dat de toename van het aantal verkeerssituatie op de Esmarkerbrug neerkomt op 200 mvt/etmaal. Niet gebleken is dat de maximale capaciteit van de Esmarkerbrug met het wijzigingsbesluit wordt overschreden. De raad heeft verklaard dat desalniettemin uit het oogpunt van de verkeersveiligheid zonodig nog aanvullende verkeersmaatregelen zoals een verkeerslichtenregeling kunnen worden getroffen. In wat [verzoeker] en anderen hebben aangevoerd ziet de voorzieningenrechter vooralsnog geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet op het standpunt mocht stellen dat bij een aansluiting van de locatie op de Noord Esmarkerrondweg een aanvaardbare verkeerssituatie en verkeersafwikkeling kan worden gerealiseerd.

Het betoog slaagt niet.

Juridische borging verkeersmaatregelen

9.       [verzoeker] en anderen betogen dat in het rapport van 17 april 2026 en de motivering bij het wijzigingsbesluit is vermeld dat er verschillende verkeersmaatregelen zullen worden genomen, zoals de aanpassing van het kruispunt op de Noord Esmarkerrondweg, de Telgendijk en de Klein Boekelerveldweg, maar dat deze maatregelen ten onrechte niet in het wijzigingsbesluit zijn geborgd.

9.1.    In het rapport van 17 april 2026 staat dat ontsluitingsvariant 3 een reële optie is, maar dat daarbij kritisch moet worden gekeken naar de vormgeving van de Telgendijk en de Klein Boekelerveldweg. De raad heeft in het verweerschrift toegelicht dat Goudappel in het rapport van 17 april 2026 niet concludeert dat een veilige verkeersafwikkeling over de Telgendijk en de Klein Boekelerveldweg alleen mogelijk is als de inrichting van die wegen wordt aangepast. Dat neemt niet weg dat de verkeersveiligheid op die wegen kan worden vergroot door verkeersmaatregelen te treffen. Dat hangt volgens de raad niet samen met de realisatie van de woningen waarin het wijzigingsbesluit voorziet, maar hoofdzakelijk met de autonome ontwikkeling van de verkeersintensiteiten op de genoemde wegen. Uit wat de raad in het verweerschrift heeft gesteld, leidt de voorzieningenrechter af dat de raad een aanpassing van de Telgendijk en de Klein Boekelerveldweg wenselijk acht ter bevordering van de huidige verkeerssituatie, maar dat de raad dit niet noodzakelijk acht uit een oogpunt van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Gelet daarop heeft de raad de aanpassingen aan de Telgendijk en de Klein Boekelerveldweg niet in de regels van het wijzigingsbesluit hoeven borgen.

Het betoog slaagt in zoverre niet.

9.2.    Voor zover [verzoeker] en anderen stellen dat het kruispunt op de Noord Esmarkerrondweg anders ingericht zou moeten worden, overweegt de voorzieningenrechter dat de manier waarop een weg of ontsluiting verkeerstechnisch exact wordt ingericht, niet in een wijzigingsbesluit hoeft te worden geregeld. Verkeerstechnische aspecten hebben namelijk geen betrekking op het wijzigingsbesluit zelf, maar op de uitvoering daarvan. Uitvoeringsaspecten kunnen in deze procedure niet aan de orde komen. In paragraaf 3.1.1 van het rapport van 17 april 2026 staat dat de locatie aan de westzijde wordt ontsloten op de huidige T-splitsing tussen de Noord Esmarkerrondweg en de Lippehorst. Het kruispunt wordt met de nieuwe ontsluiting een 4-taks kruispunt. Het kruispunt heeft een smalle opstelstrook voor afslaand en overstekend verkeer, maar de ruimte is beperkt. Bovendien ligt de fietsoversteek nu in het midden van het kruispunt. Om de toename van het verkeer van en naar de locatie goed te kunnen afwikkelen dient het kruispunt aangepast te worden. De voorzieningenrechter ziet op voorhand geen aanleiding voor het oordeel dat op die wijze geen aanvaardbare verkeersafwikkeling kan worden bewerkstelligd.

Het betoog slaagt ook in zoverre niet.

Bezonning

10.     [verzoeker] en anderen betogen dat de voorziene ontwikkeling leidt tot een vermindering van bezonning bij de woning van verzoeker S. Severt aan de [locatie] in Enschede. Volgens hen heeft de raad ten onrechte geen bezonningsstudie uitgevoerd.

10.1.  Voor bezonning van woningen bestaan geen wettelijke normen. Dat neemt niet weg dat in het kader van de vaststelling van een wijzigingsbesluit een afweging dient plaats te vinden van alle bij het gebruik van de gronden betrokken belangen, waaronder het belang van omwonenden bij een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

Niet valt geheel uit te sluiten dat ter plaatse van het perceel van Severt de mate van daglichttoetreding in enige vorm wordt beperkt door de voorziene bebouwing. De raad heeft zich echter naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter zonder het verrichten van een bezonningsstudie op het standpunt mogen stellen dat de vermindering van daglichttoetreding zodanig beperkt zal zijn dat hieraan geen doorslaggevend gewicht moet worden toegekend. Hierbij is van belang dat alleen de voorziene bebouwing met een hoogte van maximaal 11 m tot enige schaduwwerking zou kunnen leiden en deze bebouwing op een afstand van tenminste ongeveer 20 m vanaf de woning van Severt ligt.

Het betoog slaagt niet.

Overige beroepsgronden

11.     De voorzieningenrechter ziet ook geen aanleiding voor de verwachting dat de overige aangevoerde en op de zitting besproken beroepsgronden over de gevolgen van het wijzigingsbesluit voor de bomenrij en de ligging van de locatie in een boringsvrije zone in de bodemprocedure zullen leiden tot het oordeel dat het bestreden besluit niet in stand kan blijven.

Conclusie

12.     Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

13.     De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. N.H. van den Biggelaar, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. T.R. Mosterd, griffier.

w.g. Van den Biggelaar
voorzieningenrechter

w.g. Mosterd
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 17 september 2026

1091


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon