Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202407990/1/R1

Uitspraak 202407990/1/R1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5639
Datum uitspraak
23 september 2026
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 13 november 2024 heeft de raad van de gemeente Amsterdam het bestemmingsplan "IJburg 1e fase - kavel 124 II reparatieplan" vastgesteld. Het plan maakt waterwoningen mogelijk in het water tussen de woningen aan de Schokkerjachtdijk en de Brigantijnkade. Een vorig plan voor deze gronden heeft de Afdeling bij uitspraak van 22 maart 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1167, vernietigd.
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Holland

Toon inhoud

  • Volledige tekst
  • Persaankondiging
Volledige tekst

202407990/1/R1.
Datum uitspraak: 23 september 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

1.       [appellant sub 1] en anderen, allen wonend in Amsterdam,

2.       [appellant sub 2] en anderen, allen wonend in Amsterdam,

appellanten,

en

de raad van de gemeente Amsterdam,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 13 november 2024 heeft de raad het bestemmingsplan "IJburg 1e fase - kavel 124 II reparatieplan" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [appellant sub 1] en anderen en [appellant sub 2] en anderen beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

Bij besluit van 17 september 2025 heeft de raad het bestemmingsplan "IJburg 1e fase - kavel 124 II reparatieplan" opnieuw, zij het gewijzigd, vastgesteld (het herstelbesluit).

[appellant sub 1] en anderen en [appellant sub 2] en anderen hebben hun zienswijzen hierover naar voren gebracht.

De raad heeft een aanvullend verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 3 september 2026, waar zijn verschenen:

- [appellant sub 1] en anderen, bij monde van [appellant sub 1], bijgestaan door mr. D. op de Hoek, advocaat te Amsterdam,

- [appellant sub 2] en anderen, bij monde van [appellant sub 2] en [gemachtigde], bijgestaan door drs. S.A.N. Geerling, rechtsbijstandverlener te Leusden,

- de raad, vertegenwoordigd door ing. M.M.H.M. Tiekstra-Braun en mr. P. Schravendijk.

Overwegingen

Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet

1.       Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Op grond van artikel 4.6, derde lid, van de Invoeringswet Omgevingswet blijft op een beroep tegen een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan waarvan het ontwerp vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage is gelegd het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het bestemmingsplan onherroepelijk is.

Het ontwerpplan is op 9 november 2023 ter inzage gelegd. Dat betekent dat op deze beroepsprocedure het recht, waaronder de Wet ruimtelijke ordening en de Crisis- en herstelwet (Chw), zoals dat gold vóór 1 januari 2024 van toepassing blijft.

Inleiding

2.       Het plan maakt waterwoningen mogelijk in het water tussen de woningen aan de Schokkerjachtdijk en de Brigantijnkade. Een vorig plan voor deze gronden heeft de Afdeling bij uitspraak van 22 maart 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1167, vernietigd.

3.       [appellant sub 1] en anderen wonen aan de [locatie 1], ten zuidoosten van het plangebied. [appellant sub 2] en anderen wonen aan de [locatie 2], ten noordwesten van het plangebied.

Toetsingskader

4.       Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling oordeelt niet zelf of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. Daarbij kan aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het plan onevenredig zijn in verhouding tot de met het plan te dienen doelen.

Verweer van de raad

5.       De raad stelt dat [appellant sub 1] en anderen konden weten dat de Chw van toepassing is op dit besluit en dat zij daarom ten onrechte niet binnen de beroepstermijn de gronden van het beroep hebben aangevoerd. Zij waren immers ook als appellanten met dezelfde rechtsbijstandverlener betrokken in de procedure die heeft geleid tot de voormelde uitspraak van de Afdeling van 22 maart 2023.

5.1.    De Afdeling stelt vast dat de raad de toepasselijkheid van de Chw niet heeft vermeld in de bekendmaking. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen wordt in zo’n geval een belanghebbende in beginsel niet tegengeworpen dat hij de gronden van het beroep niet binnen de beroepstermijn heeft aangevoerd (zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 22 april 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1129, onder 16.4). Niet aannemelijk is geworden dat [appellant sub 1] en anderen anderszins wisten of konden weten dat na afloop van de termijn voor het instellen van beroep geen gronden kunnen worden aangevoerd. De omstandigheden dat [appellant sub 1] en anderen door een professionele rechtsbijstandverlener worden bijgestaan en dat die hen ook in de vorige procedure heeft bijstaan, maken niet dat zij ondanks de tekortschietende rechtsmiddelenverwijzing hadden moeten begrijpen dat zij de gronden binnen de beroepstermijn moesten aanvoeren.

Het herstelbesluit

6.       Artikel 6:19, eerste lid, van de Awb luidt: "Het bezwaar of beroep heeft van rechtswege mede betrekking op een besluit tot intrekking, wijziging of vervanging van het bestreden besluit, tenzij partijen daarbij onvoldoende belang hebben."

7.       Het herstelbesluit is ingevolge artikel 6:19, eerste lid, van de Awb onderdeel van dit geding. De beroepen zijn van rechtswege gericht tegen het herstelbesluit.

8.       De Afdeling zal hierna eerst de beroepen van rechtswege tegen het herstelbesluit bespreken. Vervolgens zal de Afdeling bezien of [appellant sub 2] en anderen en [appellant sub 1] en anderen nog belang hebben bij een inhoudelijke behandeling van hun beroepen tegen het oorspronkelijke besluit van 13 november 2024.

Het beroep van [appellant sub 2] en anderen tegen het herstelbesluit

Bouwmogelijkheden en doorkijkjes

9.       [appellant sub 2] en anderen betogen dat de bouwmogelijkheden aanzienlijk ruimer zijn dan de bouwmogelijkheden die aanvankelijk golden op grond van het bestemmingsplan "IJburg, 1e fase CS", vastgesteld door de raad bij besluit van 19 december 2013. In tegenstelling tot dit plan mogen de waterwoningen niet 10 maar 11 m lang en niet 7 maar 8 m breed worden. Het herstelbesluit maakt daarnaast ook mogelijk dat maximaal drie waterwoningen aaneengebouwd worden per woonblok. Weliswaar is dit aan het maximum van tien gebonden, maar dit maximum gold aanvankelijk voor alle waterwoningen aan de Brigantijnkade en nu nog maar voor een deel van het gebied. Het plan maakt hierdoor aaneengesloten bebouwing van 24 m of zelfs 33 m mogelijk. Bij aangebouwde woningen gaan de doorkijkjes tussen de woningen verloren en dit tast de open structuur van het gebied aan.

9.1.    De raad stelt dat hij met het herstelbesluit onder meer heeft beoogd om de aanduiding "aaneengebouwd" van het noordelijkste bestemmingsvlak "Wonen" te verwijderen. Dit bestemmingsvlak ligt het dichtst bij de woningen van [appellant sub 2] en anderen. Omdat dit in het herstelbesluit niet is gebeurd, is het herstelbesluit in zoverre niet met de vereiste zorgvuldigheid voorbereid en dus in strijd met artikel 3:2 van de Awb genomen.

Het betoog slaagt in zoverre. De Afdeling zal hierna onder de conclusie bezien welke gevolgen dit heeft voor het bestreden herstelbesluit.

9.2.    In haar voormelde uitspraak van 22 maart 2023 heeft de Afdeling over de bouwmogelijkheden al geoordeeld dat met de vastgestelde bouwregels het woon- en leefklimaat van omwonenden voldoende wordt beschermd. Daarbij heeft de Afdeling in beschouwing genomen dat het gaat om een stedelijke omgeving en dat een zekere beperking van het uitzicht onvermijdelijk kan zijn bij het wonen in een dergelijke omgeving. Weliswaar waren [appellant sub 2] en anderen geen appellanten in die procedure, maar de ruimtelijke gevolgen van de planologische mogelijkheden zijn voor hen wat betreft het zicht op de in het bestemmingsplan toegelaten bebouwing niet wezenlijk anders dan voor [appellant sub 1] en anderen, die wel appellanten in die procedure waren. In wat [appellant sub 2] en anderen over het herstelbesluit hebben aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding om de ruimtelijke aanvaardbaarheid van de bouwmogelijkheden thans anders te beoordelen. Van relevante wijzigingen in de bouwregels ten nadele van [appellant sub 2] en anderen ten opzichte van het bij uitspraak van 22 maart 2023 vernietigde bestemmingsplan is de Afdeling niet gebleken. Ook anderszins zijn geen relevante nieuwe of gewijzigde feiten of omstandigheden aangevoerd.

Het betoog slaagt niet.

Watervisie Amsterdam 2040

10.     [appellant sub 2] en anderen betogen dat het plan nadelige invloed heeft op de waterfunctie van de gronden in het plangebied. De beoogde verdichting is in strijd met de Watervisie Amsterdam 2040, waarin is opgenomen dat het water toegankelijk moet blijven onder het duurzaam gebruik ervan.

10.1.  De Afdeling stelt vast dat de Watervisie nadrukkelijk de ambitie bevat dat de ontwikkeling van de Waterbuurt op Steigereiland een vervolg krijgt. De Afdeling ziet in het aangevoerde geen aanknopingspunt voor het oordeel dat het plan zoveel meer mogelijk maakt dan waarvan bij de vaststelling van de Watervisie is uitgegaan dat het plan daarom in strijd met de Watervisie 20240 is vastgesteld.

Het betoog slaagt niet.

Uitvoerbaarheid Wnb

11.     [appellant sub 2] en anderen betogen dat de toegelaten verdichting tot meer schaduwwerking op de bodem leidt, waarmee de ecologische kwaliteit van het water afneemt. Hierdoor en door de bouw en het gebruik van de woningen leidt het plan tot verstoring van in het water levende beschermde vissen en reptielen zoals de paling en de ringslang. Hiernaar is volgens [appellant sub 2] en anderen onvoldoende onderzoek gedaan. Het plan is in zoverre in strijd met de Wet natuurbescherming.

11.1.  De raad mag het plan niet vaststellen als en voor zover hij op voorhand redelijkerwijs had moeten inzien dat het wettelijke soortenbeschermingsregime aan de uitvoerbaarheid van het plan in de weg staat.

Aan het bestemmingsplan ligt het ecologisch onderzoek van Witteveen+Bos, "Verondieping Binnenwater Steigereiland. Quickscan natuur" van 17 januari 2022 (bijlage 4 bij de plantoelichting) ten grondslag. Hierin wordt geconcludeerd dat er geen knelpunt met de Wet natuurbescherming (Wnb) is, waarbij er meer specifiek voor onder de Wnb beschermde vissen en reptielen wordt geconcludeerd dat het plangebied niet geschikt is als biotoop voor deze soorten.

[appellant sub 2] en anderen hebben geen gegevens overgelegd die een aanknopingspunt bieden voor de juistheid van hun stelling dat de uitvoering van het plan leidt tot overtreding van de soortenbeschermingsbepalingen. Alleen de stelling dat zij in het plangebied beschermde soorten hebben waargenomen, is daarvoor onvoldoende.

Gelet op het bovenstaande ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de quickscan onjuist of onvolledig is. De raad heeft de quickscan ten grondslag kunnen leggen aan het plan. Daarom heeft de raad zich redelijkerwijs op het standpunt kunnen stellen dat het wettelijke soortenbeschermingsregime op voorhand niet aan de uitvoerbaarheid van het plan in de weg staat.

Het betoog slaagt niet.

Overige beroepsgronden

12.     [appellant sub 2] en anderen hebben op de zitting hun beroepsgronden over de publicatie van het herstelbesluit en de Kaderrichtlijn Water ingetrokken.

Het beroep van [appellant sub 1] en anderen tegen het herstelbesluit

Doorkijkjes

13.     [appellant sub 1] en anderen betogen dat de doorkijkjes tussen de woningen niet gewaarborgd zijn, omdat bij een ‘om-en-om-opstelling’ van de waterwoningen de doorkijkjes bij de tweede rij woningen kunnen ophouden. De raad had er daarom voor moeten kiezen om de waterwoningen tegenover elkaar te situeren om daarmee effectieve doorkijkjes te bewerkstelligen. Omdat het plan bovendien aangebouwde woningen toelaat binnen het middelste en noordelijkste bestemmingsvlak "Wonen" zijn ook daardoor effectieve doorkijkjes niet gewaarborgd.

13.1.  In haar voormelde uitspraak van 22 maart 2023 heeft de Afdeling over de bouwmogelijkheden al geoordeeld dat met de vastgestelde bouwregels het woon- en leefklimaat van omwonenden voldoende wordt beschermd. Daarbij heeft de Afdeling in beschouwing genomen dat het gaat om een stedelijke omgeving en dat een zekere beperking van het uitzicht onvermijdelijk kan zijn bij het wonen in een dergelijke omgeving. In wat [appellant sub 1] en anderen over het herstelbesluit hebben aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding om de ruimtelijke aanvaardbaarheid van de toegelaten bouwmogelijkheden thans anders te beoordelen. Van relevante wijzigingen in de bouwregels ten nadele van [appellant sub 1] en anderen ten opzichte van het bij uitspraak van 22 maart 2023 vernietigde bestemmingsplan is de Afdeling niet gebleken. Voor [appellant sub 1] en anderen is eerder sprake van een verbetering, omdat de raad in het herstelbesluit de mogelijkheid van aaneengebouwde woningen niet meer heeft toegekend aan het meest nabij de woningen van [appellant sub 1] en anderen toegekende bestemmingsvlak "Wonen". Ook anderszins zijn geen relevante nieuwe of gewijzigde feiten of omstandigheden aangevoerd.

Het betoog slaagt niet.

Bruggen

14.     [appellant sub 1] en anderen vrezen overlast als de voorziene bruggen als gewone ontsluitingsroute door fietsers en voetgangers worden gebruikt, omdat een brug vlak langs hun woningen kan leiden. Zij betogen daarom dat ten onrechte niet is vastgelegd dat eventuele bruggen in het plangebied alleen mogen worden gebruikt als calamiteitenbrug.

14.1.  In voormelde uitspraak van 22 maart 2023 was al duidelijk dat de toegelaten bruggen, naast calamiteitenbrug, ook zijn bedoeld voor fietsers en voetgangers (langzaam verkeer). Geoordeeld is dat niet aannemelijk is dat van dat voorgestane gebruik van de bruggen ernstige overlast valt te verwachten, ook niet als een brug tussen de woningen aan de Schokkerjachtdijk 3 en 5 zou worden gerealiseerd. In verband hiermee mocht de raad het plan op dit punt in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening achten, waarbij de Afdeling van belang vond dat het gaat om een stedelijke omgeving. [appellant sub 1] en anderen hebben geen nieuwe feiten en omstandigheden aangevoerd die de Afdeling aanleiding geven om de ruimtelijke aanvaardbaarheid van voormeld voorgestane gebruik van de voorziene bruggen in het plangebied thans anders te beoordelen.

Het betoog slaagt niet.

Conclusie over het herstelbesluit

15.     Het beroep van rechtswege van [appellant sub 1] en anderen tegen het herstelbesluit van 17 september 2025 is ongegrond.

Gelet op wat hiervoor onder 9.1 is overwogen, is het beroep van rechtswege van [appellant sub 2] en anderen tegen het herstelbesluit gegrond. Het bestemmingsplan moet worden vernietigd voor zover het betreft de aanduiding "aaneengebouwd" die is toegekend aan het noordelijkste bestemmingsvlak "Wonen". Daarmee is het geconstateerde gebrek in het herstelbesluit hersteld. Voor een verdergaande vernietiging bestaat geen aanleiding. Dat betekent dat het bestemmingsplan, zoals dat met het herstelbesluit is vastgesteld, voor het overige in stand blijft.

Het besluit van 13 november 2024

16.     Het beroep van [appellant sub 2] en anderen tegen het herstelbesluit is weliswaar gegrond, maar met een gedeeltelijke vernietiging van het herstelbesluit, te weten de aanduiding "aaneengebouwd" die op de verbeelding van het bestemmingsplan is toegekend aan het noordelijkste bestemmingsvlak "Wonen", kan het herstelbesluit, en daarmee het bestemmingsplan, voor het overige in stand blijven.

Omdat het herstelbesluit - zoals dat na de gedeeltelijke vernietiging luidt - het bestemmingsplan van 13 november 2024 vervangt, ziet de Afdeling aanleiding voor het oordeel dat [appellant sub 1] en anderen en [appellant sub 2] en anderen geen belang meer hebben bij een inhoudelijke bespreking van hun beroepen tegen het besluit van 13 november 2024. Hun beroepen tegen dit besluit zijn daarmee niet-ontvankelijk. Omdat de raad het herstelbesluit heeft genomen naar aanleiding van de beroepen komen de proceskosten in verband met de behandeling van de beroepen wel voor vergoeding in aanmerking.

Eindconclusie

17.     De beroepen tegen het besluit van 13 november 2024 zijn niet-ontvankelijk.

Het beroep van [appellant sub 1] en anderen tegen het besluit van 17 september 2025 is ongegrond. Het beroep van [appellant sub 2] en anderen tegen het besluit van 17 september 2025 is gegrond.

18.     Het besluit van 17 september 2025 moet worden vernietigd voor zover het betreft de aanduiding "aaneengebouwd" die op de verbeelding van het bestemmingsplan aan het meest noordelijke bestemmingsvlak "Wonen" is toegekend. De Afdeling ziet aanleiding om de raad op te dragen om dit binnen vier weken na verzending van de uitspraak te verwerken in het elektronisch vastgestelde plan dat te raadplegen is op de landelijke voorziening.

Proceskosten

19.     De raad moet de proceskosten vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.        verklaart de beroepen tegen het besluit van de raad van de gemeente Amsterdam van 13 november 2024 tot vaststelling van het bestemmingsplan "IJburg 1e fase - kavel 124 II reparatieplan" niet-ontvankelijk;

II.       verklaart het beroep van [appellant sub 2] en anderen tegen het besluit van de raad van de gemeente Amsterdam van 17 september 2025 tot vaststelling van het bestemmingsplan "IJburg 1e fase - kavel 124 II reparatieplan" gegrond;

III.      vernietigt het besluit van 17 september 2025 voor zover het betreft de aanduiding "aaneengebouwd" die op de verbeelding is toegekend aan het noordelijkste bestemmingsvlak "Wonen";

IV.     verklaart het beroep van [appellant sub 1] en anderen tegen het besluit van de raad van de gemeente Amsterdam van 17 september 2025 tot vaststelling van het bestemmingsplan "IJburg 1e fase - kavel 124 II reparatieplan" ongegrond;

V.      draagt de raad van de gemeente Amsterdam op om binnen vier weken na verzending van deze uitspraak ervoor zorg te dragen dat het hiervoor vermelde onderdeel  III. wordt verwerkt in het elektronisch vastgestelde plan, dat te raadplegen is op de landelijke voorziening;

VI.     veroordeelt de raad van de gemeente Amsterdam tot vergoeding van bij appellanten in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van:

a. € 2.335,00 aan [appellant sub 1] en anderen, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat bij betaling van genoemd bedrag aan een van hen het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan;

b. € 1.401,00 aan [appellant sub 2] en anderen, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat bij betaling van genoemd bedrag aan een van hen het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan;

VII.     gelast dat de raad van de gemeente Amsterdam aan appellanten het door hen voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht vergoedt, ten bedrag van:

a. € 187,00 aan T.R. [appellant sub 1] en anderen, met dien verstande dat bij betaling van genoemd bedrag aan één van hen het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan;

b. € 187,00 aan [appellant sub 2] en anderen, met dien verstande dat bij betaling van genoemd bedrag aan één van hen het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan.

Aldus vastgesteld door mr. A. ten Veen, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. W.M. Boer, griffier.

w.g. Ten Veen
lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Boer
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 23 september 2026

745

Persaankondiging

Plan voor waterwoningen in Amsterdam

Uitspraak over het bestemmingsplan ‘IJburg 1e fase - kavel 124 II reparatieplan’ dat de gemeenteraad van Amsterdam heeft vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt waterwoningen mogelijk in het water tussen de woningen aan de Schokkerjachtdijk en de Brigantijnkade. Het is niet het eerste plan dat de gemeenteraad hiervoor vaststelt. Een eerder plan werd door de Afdeling bestuursrechtspraak vernietigd. Bewoners aan de Schokkerjachtdijk en de Brigantijnkade zijn het niet eens met het nieuwe bestemmingsplan en zijn daartegen in beroep gekomen bij de Afdeling bestuursrechtspraak. Volgens hen zijn de bouwmogelijkheden in dit plan aanzienlijk ruimer dan die in het eerdere bestemmingsplan. De waterwoningen zouden niet tien maar elf meter lang mogen worden en niet zeven maar acht meter breed. Ook zouden er drie waterwoningen aaneengebouwd mogen worden per woonblok, waar dat er eerder twee waterwoningen waren. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft de zaak op 3 september 2026 op zitting behandeld.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon