Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202404397/3/R2

Uitspraak 202404397/3/R2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5652
Datum uitspraak
23 september 2026
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 16 mei 2024 heeft de raad van de gemeente Gemert-Bakel het bestemmingsplan "Gemert-Bakel stedelijke gebieden, december 2023" vastgesteld.
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202404397/3/R2.
Datum uitspraak: 23 september 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend in De Mortel, gemeente Gemert-Bakel,

appellant,

en

de raad van de gemeente Gemert-Bakel,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 16 mei 2024 heeft de raad het bestemmingsplan "Gemert-Bakel stedelijke gebieden, december 2023" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft onder andere [appellant] beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

E.M.M. van Kessel heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

[appellant] heeft nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de behandeling van het beroep van [appellant] afgesplitst van zaken nrs. 202404397/1/R2 en 202404397/2/R2.

De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 28 juli 2026, waar de raad, vertegenwoordigd door mr. P. Fermont, is verschenen. Verder is op de zitting [partij], vertegenwoordigd door [partij], als partij gehoord.

Overwegingen

Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet

1.       Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Op grond van artikel 4.6, derde lid, van de Invoeringswet Omgevingswet blijft op een beroep tegen een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan waarvan het ontwerp vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage is gelegd het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het bestemmingsplan onherroepelijk is.

Het ontwerpplan is op 20 december 2023 ter inzage gelegd. Dat betekent dat op deze beroepsprocedure het recht, waaronder de Wet ruimtelijke ordening en de Crisis- en herstelwet, zoals dat gold vóór 1 januari 2024 van toepassing blijft.

Inleiding

2.       Het plan maakt een aantal ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk in de gemeente Gemert-Bakel. Aan de Sint Antoniusstraat 17 in De Mortel maakt het plan de splitsing van een woonboerderij en de bouw van twee nieuwe woningen mogelijk.

3.       [appellant] woont naast het plangebied. Hij vreest onder meer dat het plan leidt tot parkeeroverlast.

Toetsingskader

4.       Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling oordeelt niet zelf of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. Daarbij kan aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het plan onevenredig zijn in verhouding tot de met het plan te dienen doelen.

Parkeren

5.       [appellant] betoogt dat het besluit van 16 mei 2024 in strijd met een goede ruimtelijke ordening is vastgesteld, omdat het plan leidt tot parkeeroverlast. Omdat de inrit naar het plangebied aan de weg de Koolhof ligt, komen daar meerdere openbare parkeerplaatsen te vervallen. Deze parkeerplaatsen kunnen niet worden verplaatst, want daarvoor is in de wijk geen ruimte. Bovendien is er al een parkeertekort in De Mortel. Door het vervallen van de parkeerplaatsen aan de Koolhof wordt dit tekort nog groter.

5.1.    De raad stelt zich op het standpunt dat één van de openbare parkeerplaatsen aan de Koolhof verlegd moet worden vanwege aanleg van de inrit. Hiervoor is ruimte aan de Koolhof. Het aantal openbare parkeerplaatsen aan de Koolhof blijft dus gelijk.

5.2.    De Afdeling is van oordeel dat de raad zich op het standpunt mocht stellen dat het plan niet leidt tot parkeeroverlast. Weliswaar komt de inrit naar het plangebied op een plek te liggen waar op dit moment een openbare parkeerplaats ligt, maar deze parkeerplaats wordt verlegd. De vormgeving van de inrit en de openbare parkeerplaats is opgenomen in de landschappelijke inpassing, die als bijlage bij de planregels is gevoegd. Uit de stukken en uit beelden op Google Maps en Google Street View maakt de Afdeling op dat voor het verleggen van deze parkeerplaats voldoende ruimte is aan de Koolhof.

Het betoog slaagt niet.

Lintbebouwing

6.       [appellant] betoogt dat het besluit van 16 mei 2024 in strijd met een goede ruimtelijke ordening is vastgesteld, omdat het plan de waardevolle lintbebouwing aan de Sint Antoniusstraat aantast. Het plan maakt een hofje mogelijk, terwijl de raad het in eerdere besluitvorming juist belangrijk vond om de lintbebouwing aan de Sint Antoniusstraat te behouden.

6.1.    De raad stelt zich op het standpunt dat het plan de waardevolle lintbebouwing aan de Sint Antoniusstraat niet aantast. De boerderij maakt deel uit van de karakteristieke dorpsentree van het dorp De Mortel. Deze karakteristieke entree blijft behouden, omdat de noordzijde van de boerderij vrij blijft van bebouwing. Op de gronden aan de noordzijde geldt namelijk de bestemming "Agrarisch". Daarnaast staat op het perceel op dit moment een vervallen damwandschuur. Deze schuur maakt plaats voor twee nieuwe schuurwoningen, die de ruimtelijke kwaliteit verbeteren.

6.2.    De Afdeling is van oordeel dat de raad zich, gelet op het voorgaande, op het standpunt mocht stellen dat het plan de waardevolle lintbebouwing aan de Sint Antoniusstraat niet aantast.

Het betoog slaagt niet.

Conclusie

7.       Het beroep is ongegrond.

8.       De Afdeling merkt op dat met deze uitspraak nog geen definitieve uitspraak is gedaan over het gehele besluit van 16 mei 2024, omdat tegen andere onderdelen van dat besluit nog beroep aanhangig is.

9.       De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. C.J. Borman, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M. Hoekstra, griffier.

w.g. Borman
lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Hoekstra
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 23 september 2026

1092


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon