Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 124.988
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202003820/1/V3

Bij besluit van 12 mei 2020 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1707
Datum uitspraak
22 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202003820/1/V3

202003828/2/V3

Bij besluit van 16 maart 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1770
Datum uitspraak
22 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202003828/2/V3

202003976/2/V2

Bij besluit van 2 juni 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1775
Datum uitspraak
22 juli 2020
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202003976/2/V2

202004036/2/V3

Bij besluit van 1 juli 2020 is de vreemdeling de toegang tot Nederland geweigerd. Bij besluit van dezelfde datum is aan de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1782
Datum uitspraak
22 juli 2020
  • Mondelinge uitspraak
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202004036/2/V3

201809102/1/R2

Bij besluit van 28 september 2018 hebben provinciale staten van Noord-Brabant het inpassingsplan "Windenergie A16" vastgesteld. Het plan maakt de realisatie van 28 windturbines mogelijk in een zone langs de rijksweg A16 over een lengte van ongeveer 28 kilometer. De windturbines zijn verdeeld over vier locaties: bij knooppunt Klaverpolder voorziet het plan in de gemeente Moerdijk in 3 en in de gemeente Drimmelen in 6 windturbines (gezamenlijk aangeduid als A-1 t/m A-9), in de gemeente Breda voorziet het plan bij knooppunt Zonzeel in 8 windturbines (aangeduid als B1 t/m B-8) en bij knooppunt Galder in 3 windturbines (aangeduid als D-1 t/m D- 3) en ter hoogte van het bedrijventerrein Hazeldonk voorziet het plan in de gemeente Zundert in 8 windturbines (aangeduid als E-1 t/m E-8). Ter uitvoering van het plan zijn meerdere omgevingsvergunningen verleend voor de bouw en het in werking hebben van windturbines. De windturbines zullen verschillende exploitanten worden geëxploiteerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1769
Datum uitspraak
22 juli 2020
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Inpassingsplan
  • uitspraakin de zaak201809102/1/R2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak201809102/1/R2

201809147/1/R4

Bij besluit van 19 juni 2013 heeft het college van burgemeester en wethouders van Houten [appellant] omgevingsvergunning verleend voor het aanleggen van een boomgaard op het perceel [locatie] (t.o. huisnummers [locatie 1] t/m [locatie 2]) in 't Goy. Bij uitspraak van 2 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2780, heeft de Afdeling geoordeeld dat de geconstateerde strijdigheid met het bestemmingsplan tot gevolg heeft dat de aanvraag om omgevingsvergunning ook betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in de Wabo. Ingevolge artikel 2.11, tweede lid, van de Wabo had het college dus ook moeten beoordelen of voor het gebruik als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wabo vergunning kon worden verleend. Naar aanleiding van voormelde uitspraak van de Afdeling heeft het college [appellant] op 15 februari 2016 verzocht om een ruimtelijke onderbouwing, voorzien van een locatiespecifiek onderzoek.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1733
Datum uitspraak
22 juli 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak201809147/1/R4

201900968/1/R4

Bij besluit van 17 november 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders van Gorinchem aan Equipe een omgevingsvergunning verleend voor het gebruiken van een gedeelte van het bedrijfspand aan de [locatie 1] te Gorinchem als medische kliniek. [appellant sub 1] is eigenaar van het bedrijfspand aan de [locatie 1]. Equipe huurt een gedeelte van dit pand en heeft op 10 oktober 2016 een omgevingsvergunning aangevraagd voor het gebruiken daarvan als medische kliniek, waarin poliklinische behandelingen en dagopnames zullen plaatsvinden. Volgens de aanvraag zal de kliniek hoofdzakelijk gebruikt worden voor consulten, controles, kleine ingrepen en therapie en zullen in de kliniek geen overnachtingen plaatsvinden. Voorheen was dit gedeelte van het bedrijfspand in gebruik als kantoor. [partij] was tot 31 januari 2020 eigenaar van het naastgelegen bedrijfspand, waarin een bedrijfswoning aanwezig is, aan de [locatie 2]. Op 31 januari 2020 heeft zij het pand verkocht aan haar rechtsopvolger De Rotonde & Co.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1742
Datum uitspraak
22 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak201900968/1/R4

201902357/1/R2

Bij besluit van 21 november 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders van Gemert-Bakel [appellant] onder oplegging van een last onder bestuursdwang gelast om de recreatiewoning, het afdak en de berging aan de [locatie] te Handel te verwijderen en verwijderd te houden. [appellant] is eigenaar van de recreatiewoning op het perceel dat ligt op recreatiepark De Rooye Asch. Aan de recreatiewoning waarover de last onder bestuursdwang gaat, is een afdak gebouwd met daaronder een berging. De recreatiewoning heeft een totale oppervlakte van ongeveer 80 m2, het afdak is 35 m2 en de berging is 15,6 m2. Het college heeft [appellant] onder oplegging van een last onder bestuursdwang gelast om de recreatiewoning, het afdak en de berging te verwijderen en verwijderd te houden, omdat sprake is van overtreding van de artikelen 2.1, eerste lid, onder a en c, en 2.3a, eerste lid, van de Wabo.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1752
Datum uitspraak
22 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak201902357/1/R2

201902409/1/R2

Bij besluit van 7 november 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Meierijstad [appellante] gelast te voorkomen dat er een (overdekte) vrijmarkt plaatsvindt in het bedrijfspand aan de [locatie 1] in Veghel. [appellante] is eigenaar van het pand op het perceel, waar in het verleden een bouwmarkt was gevestigd. Ingevolge het geldende bestemmingsplan "Veghel-West, herstelplan [locatie 1] en [locatie 2]" rust op het perceel de bestemming "Bedrijf" en de aanduiding "specifieke vorm van detailhandel-bouwmarkt". Binnen deze bestemming is alleen detailhandel in de vorm van een bouwmarkt en productiegebonden detailhandel toegestaan. Op 6 en 7 oktober 2017 hebben toezichthouders van de gemeente een controle uitgevoerd op het perceel. Bij de controle op 7 oktober 2017 is gebleken dat in het pand een vrijmarkt plaatsvond. Het gebruik van het pand voor detailhandel in de vorm van een vrijmarkt is volgens het college in strijd met het bestemmingsplan. Voor dit gebruik is geen vergunning verleend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1751
Datum uitspraak
22 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak201902409/1/R2

201902546/1/A1

Bij besluit van 8 juni 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Neerijnen opnieuw aan [appellant sub 1] de door hem gevraagde omgevingsvergunning eerste fase verleend voor het uitbreiden van de varkenshouderij op het perceel [locatie 1] te Est. [appellant sub 1] is de exploitant van de varkenshouderij aan de [locatie 1]. Op 1 juli 2014 heeft hij een omgevingsvergunning eerste fase aangevraagd voor het veranderen van de inrichting. Nadat de gevraagde vergunning eerder is verleend, maar vervolgens is vernietigd door de rechtbank, heeft het college bij het besluit van 8 juni 2018 de gevraagde vergunning opnieuw verleend. Bij deze vergunning is onder meer het oprichten van een nieuwe stal, het aanbrengen van luchtwassers op twee bestaande stallen en een toename van het aantal varkens vergund. [appellant sub 2] woont aan de [locatie 2], op ongeveer 110 m afstand van de inrichting. Hij ondervindt geur- en geluidhinder van de varkenshouderij.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1741
Datum uitspraak
22 juli 2020
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak201902546/1/A1

201902744/1/R3

Bij besluit van 13 september 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders van Opsterland geweigerd aan Vermilion omgevingsvergunning te verlenen voor het realiseren van een mijnbouwlocatie voor het uitvoeren van een proefboring op een perceel nabij De Ripen 19 te Nij Beets. Vermilion wil een proefboring op het perceel uitvoeren om zo de mogelijke aanwezigheid van gas vast te stellen. Vermilion heeft het college verzocht een omgevingsvergunning te verlenen voor het ontwikkelen van de locatie ten behoeve van het uitvoeren van een exploratieboring. De aanvraag omvat het bouwen van twee in het maaiveld verzonken betonnen boorkelders, twee betonnen boorfundaties, een hemelwaterput en een hek en het aanleggen van een toegangsweg. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat het gebruiken van de gronden voor het uitvoeren van een proefboring in strijd is met het bestemmingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1765
Datum uitspraak
22 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Milieu - Overige
  • uitspraakin de zaak201902744/1/R3

201903087/1/R3

Bij besluit van 28 februari 2019 heeft de raad van de gemeente De Wolden het bestemmingsplan "Dunningen 4e fase, de Wijk" vastgesteld. Het plangebied bevindt zich ten zuidoosten van de kern De Wijk en wordt begrensd door de Haalweidigerweg aan de zuidzijde en de Woert aan de westzijde. Met het plan beoogt de raad de vierde fase van de nieuwbouwwijk Dunningen te realiseren. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] en anderen wonen in de directe nabijheid van het plangebied en verzetten zich tegen het plan "Dunningen 4e fase, de Wijk". Zij zijn het er niet mee eens dat de gronden van het plangebied worden ontwikkeld als woningbouwlocatie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1766
Datum uitspraak
22 juli 2020
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Drenthe
  • uitspraakin de zaak201903087/1/R3

201903422/1/R4

Bij besluit van 21 maart 2019 heeft de minister van Economische Zaken en Klimaat krachtens artikel 34 van de Mijnbouwwet ingestemd met het door Vermilion Energy Netherlands B.V. ingediende winningsplan Slootdorp. Het gasveld Slootdorp ligt in de gemeente Hollands Kroon. Uit dit gasveld wordt sinds 1977 gas gewonnen. Appellanten wonen rond het gasveld. Het winningsplan waarmee thans is ingestemd houdt, kort weergegeven, een actualisering van het tot dan toe geldende winningsplan in. In het winningsplan wordt verwacht dat tot en met 2025 maximaal 564 miljoen Nm3 gas zal worden gewonnen. Daarbij is opgemerkt dat het gedrag van de putten moeilijk te voorspellen is, zodat dat einddatum van de gaswinning onzeker is. De minister heeft op 21 maart 2019 bepaald dat de in het winningsplan genoemde hoeveelheid gas van 564 miljoen Nm3 in de periode tot en met 31 december 2027 mag worden gewonnen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1750
Datum uitspraak
22 juli 2020
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Milieu - Overige
  • uitspraakin de zaak201903422/1/R4

201903952/1/R3

Bij besluit van 17 april 2020 heeft de raad van de gemeente Groningen besloten het bestemmingsplan "Buitengebied Haren" niet vast te stellen. [appellant] is eigenaar van een stuk grond gelegen tussen Groningen en Haren. Op deze grond wil [appellant] woningen bouwen, maar de huidige agrarische bestemming staat dat niet toe. Naar aanleiding van het ontwerpbestemmingsplan "Buitengebied Haren", dat op 26 mei 2016 ter inzage is gelegd en waarin de agrarische bestemming werd gehandhaafd, heeft [appellant] een zienswijze ingediend met het verzoek het perceel te bestemmen voor wonen en de bouw van circa 40 woningen toe te staan. In 2018 had de raad echter nog geen besluit genomen over de vaststelling van het bestemmingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1761
Datum uitspraak
22 juli 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Groningen
  • uitspraakin de zaak201903952/1/R3

201905227/1/R3

Bij besluit van 9 oktober 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Olst-Wijhe aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een vrijstaande woning op het perceel [locatie] in Wijhe. [vergunninghouder] heeft een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht aangevraagd voor het bouwen van een vrijstaande woning op het perceel. Het college heeft de gevraagde omgevingsvergunning verleend, omdat het bouwplan niet in strijd is met het bestemmingsplan "Wijhendaalseweg ongenummerd" en er ook geen andere weigeringsgronden bestaan. De rechtbank heeft overwogen dat het college gehouden was de gevraagde omgevingsvergunning te verlenen, omdat zich geen van de in artikel 2.10, eerste lid, van de Wabo genoemde weigeringsgronden voordoen. [appellant B], die naast het perceel woont, en [appellant A] zijn het daar niet mee eens en hebben hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1736
Datum uitspraak
22 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak201905227/1/R3

201905332/1/R3

Bij besluit van 9 mei 2019 heeft de raad van de gemeente Rijssen-Holten het bestemmingsplan "Wonen Rijssen, Opbroek Noord" vastgesteld. Het plangebied bevindt zich ten oosten van de kern Rijssen en wordt begrensd door de Witmoesdijk aan de noordzijde en de Wethouder H.H. Korteboslaan aan de westzijde. Met het plan wordt het mogelijk om de gronden van het plangebied te ontwikkelen tot een woningbouwlocatie. [appellante sub 1] en anderen zijn gevestigd aan de [locatie 1] te Rijssen. Zij oefenen op gronden op de westelijke zijde van het plangebied en op gronden ten noorden van het plangebied een plantenkwekerij uit. [appellante sub 2] is eigenaar van de gronden aan de [locatie 2] te Rijssen en heeft deze gronden in gebruik voor zijn autoschadebedrijf. [appellante sub 1] en anderen en [appellante sub 2] hebben beroep ingesteld tegen het plan, omdat zij vrezen dat zij in hun bedrijfsvoering zullen worden beperkt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1768
Datum uitspraak
22 juli 2020
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak201905332/1/R3

201905409/1/R1

Bij besluit van 28 februari 2019 heeft het dagelijks bestuur van Avri de locatie G211R ter hoogte van het perceel Dr. A. Kuyperweg 16 in Beesd aangewezen voor de plaatsing van een ondergrondse restafvalcontainer. [appellant] woont aan de [locatie] in Beesd, op korte afstand van de locatie G211R, en kan zich niet met de plaatsing van de orac op deze locatie verenigen. Hij vreest voor aantasting van zijn woon- en leefklimaat door het gebruik en het legen van de orac.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1729
Datum uitspraak
22 juli 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak201905409/1/R1

201905420/1/R3

Bij besluit van 27 februari 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bodegraven-Reeuwijk aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een berging/schuilhut en het aanleggen van een beukenhaag op het perceel, gelegen ten zuiden van [locatie], te Reeuwijk. [vergunninghouder] heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor het bouwen van een berging/schuilhut op het perceel. Het perceel is gelegen aan de Reeuwijkse Plassen en bestaat voor een gedeelte uit een eiland. Op grond van het geldende bestemmingsplan "Plassengebied" rust op het perceel de bestemming "Natuur - Extensieve recreatie". Niet in geschil is dat het verlenen van de omgevingsvergunning in strijd is met het bestemmingsplan, aangezien uitsluitend bestaande bebouwing is toegestaan. Het college heeft de omgevingsvergunning met toepassing van de Wabo en de in het bestemmingsplan opgenomen afwijkingsmogelijkheid verleend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1748
Datum uitspraak
22 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak201905420/1/R3

201905496/1/R3

Bij besluit van 24 oktober 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een aanbouw aan de achterzijde van de woning aan de [locatie] in Den Haag. [vergunninghouder] heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor het plaatsen van een aanbouw op de begane grond aan de achterzijde van de benedenwoning op het perceel. Ingevolge het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Benoordenhout" rust op het perceel de bestemming "Wonen-1". Niet in geschil is dat het bouwplan in strijd is met de bouwregels van het bestemmingsplan. Om die reden heeft het college de omgevingsvergunning verleend met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 2˚, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, gelezen in samenhang met artikel 4, aanhef en onderdeel 1, van bijlage II, van het Besluit omgevingsrecht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1744
Datum uitspraak
22 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak201905496/1/R3

201905572/1/R1

Bij besluit van 22 december 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Noordoostpolder aan [vergunninghouder] voor een termijn van tien jaar een omgevingsvergunning verleend voor het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan ten behoeve van de huisvesting van maximaal zes arbeidsmigranten in de woning op het perceel [locatie] te Ens. [appellant] woont naast de woning. Hij verzet zich tegen de verleende omgevingsvergunning omdat hij vreest voor overlast. Hij voert aan dat de aan de omgevingsvergunning verbonden voorwaarden niet toereikend zijn om een adequaat woon- en leefklimaat voor omwonenden te garanderen. Volgens hem wijst de praktijk uit dat er regelmatig meer dan zes personen in de woning aanwezig zijn en dat de bewoners geluidsoverlast veroorzaken tot in de late avonduren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1739
Datum uitspraak
22 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak201905572/1/R1

201905574/1/R1

Bij besluit van 26 juni 2019 heeft het college van gedeputeerde staten van Gelderland ingestemd met het evaluatieverslag van 17 juli 2018 van fase 2A van de bodemsanering die is uitgevoerd op de locatie Voordenpark te Zaltbommel. In het besluit heeft het college onder meer overwogen dat in het evaluatieverslag voor het vervolg van de grondwatersanering wordt voorgesteld om te stoppen met de sulfaatinjectie en dat door middel van jaarlijkse monitoring in de periode van 2018 tot 2024 zal worden getoetst of blijvend wordt voldaan aan de saneringsdoelstelling, te weten het bereiken van een stabiele eindsituatie. Verder heeft het college vermeld dat de grondwateronttrekkingen van Sachem niet meer als een actieve saneringsmaatregel in de periode van 2018 tot 2024 worden beschouwd. Het kan volgens het college echter wel als onderdeel van een terugvalscenario worden ingezet bij ongewenste verspreiding van benzeen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1740
Datum uitspraak
22 juli 2020
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Bodembescherming
  • uitspraakin de zaak201905574/1/R1

201905767/1/A3

Bij besluit van 29 januari 2019 heeft de burgemeester van Rotterdam aan [appellant sub 2] een last onder bestuursdwang opgelegd op grond van artikel 13b van de Opiumwet strekkende tot sluiting van de woning aan de [locatie] te Rotterdam voor de duur van zes maanden. Bij een actie preventief fouilleren in de Zwartewaalstraat is de [neef] van [appellant sub 2] op 23 augustus 2018 staande gehouden. In de auto van de neef zijn 26 ponypacks cocaïne (in totaal 11,7 g) aangetroffen. Dit vormde voor de politie aanleiding de woning van [appellant sub 2] te doorzoeken, omdat de neef daar woonde. Bij de doorzoeking van de woning zijn zeven XTC-pillen (in totaal 3,5 g MDMA) aangetroffen, alsmede latex handschoenen, een grammenweegschaal, een gasbrander en een ploertendoder. In een bestuurlijke rapportage van 27 augustus 2018 heeft de politie, eenheid Rotterdam, de burgemeester verzocht te onderzoeken of hij handhavend wil optreden op grond van artikel 13b van de Opiumwet.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1755
Datum uitspraak
22 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak201905767/1/A3

201906946/1/R1

Bij besluit van 29 januari 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het verhogen van het dak, het uitbreiden van de woning aan de achter- en rechterzijde en het plaatsen van een overdekte buitenopslag op het perceel [locatie 1] te Badhoevedorp. Het bouwplan gaat over de legalisering van aangebrachte wijzigingen en uitbreidingen aan de vrijstaande woning op het perceel. Het college heeft aan de besluitvorming ten grondslag gelegd dat de uitbreiding van de woning in strijd is met het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Badhoevedorp Lijnden-Oost", omdat daarmee het maximaal toegestane bebouwd oppervlak buiten het bouwvlak van 60 m² zal worden overschreden. [appellante] woont op het naastgelegen perceel aan de [locatie 2] in een eveneens vrijstaande woning. Zij verzet zich tegen de verleende omgevingsvergunning,

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1737
Datum uitspraak
22 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak201906946/1/R1

201907077/1/A3

Bij besluit van 25 november 2016 heeft de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid [appellante] een bestuurlijke boete van € 21.600,- opgelegd. Op 4 maart 2016 heeft een bedrijfsongeval plaatsgevonden bij [appellante], waarbij pallets op het slachtoffer zijn gevallen. Daarbij heeft hij verwondingen opgelopen waardoor hij naar het ziekenhuis moest. Daar bleek dat hij twee gebroken ruggenwervels had. Aan zijn verwondingen is hij geopereerd, waarbij in zijn onderrug vier schroeven en twee stangetjes zijn geplaatst. Naar aanleiding van dit ongeval is een arbeidsinspecteur van de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid op 7 maart 2016 bij [appellante] langsgegaan. Zijn bevindingen heeft hij opgenomen in een boeterapport van 13 juni 2016. De staatssecretaris heeft daaruit geconcludeerd dat [appellante] artikel 16, tiende lid, van de Arbeidsomstandighedenwet, gelezen in verbinding met artikel 3.17 van het Arbeidsomstandighedenbesluit, heeft overtreden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1757
Datum uitspraak
22 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak201907077/1/A3

201907198/1/R4

Bij besluit van 13 maart 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bunnik aan [appellant sub 2] een omgevingsvergunning verleend voor het verbouwen van een bestaande bedrijfswoning naar twee bedrijfswoningen aan de [locatie] te Werkhoven. Aan de [locatie] in Werkhoven is een agrarisch bedrijf gevestigd. [appellant sub 2] wil hier een tweede bedrijfswoning realiseren, omdat dit vanwege de omvang van het bedrijf volgens hem noodzakelijk is voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering. Het ter plaatse geldende bestemmingsplan staat een tweede bedrijfswoning niet toe. Het college van burgemeester en wethouders van Bunnik heeft de omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan verleend met toepassing van de Wabo. Het college van gedeputeerde staten van Utrecht heeft bij de rechtbank beroep ingesteld tegen dit besluit, omdat de verlening van de omgevingsvergunning volgens hem in strijd is met de "Provinciale Ruimtelijke Verordening".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1760
Datum uitspraak
22 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak201907198/1/R4

201907250/1/R2

Bij besluit van 20 juli 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Boxtel [appellanten] onder oplegging van lasten onder bestuursdwang en dwangsom gelast om meerdere bouwwerken te verwijderen en verwijderd te houden, omdat sprake is van overtreding van de artikelen 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, b en c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. [appellanten] zijn sinds 1999 eigenaar van het perceel met de bebouwing waarover het handhavingsbesluit gaat. Zij gebruiken het perceel om recreatief paarden te houden. Op grond van het bestemmingsplan "Buitengebied 2011" heeft het perceel de bestemming "Agrarisch met waarden - Landschap" en de dubbelbestemmingen "Waarde - Attentiegebied EHS", "Waarde - Kleinschalig cultuurlandschap" en "Waarde - Leefgebied soorten van kleinschalig cultuurlandschap". Op grond van het vorige bestemmingsplan "Buitengebied 1994" was het perceel bestemd als "Agrarisch gebied". De grond waarop het jachthuisje staat, had de bestemming "Woondoeleinden".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1759
Datum uitspraak
22 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak201907250/1/R2

201907427/1/R2

Bij besluit van 21 augustus 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Simpelveld [appellant] gelast om de opslag te verwijderen en verwijderd te houden die is gelegen op het (verhoogde) trottoir langs de [locatie] te Simpelveld. Aan de last is een dwangsom verbonden van € 500,00 per geconstateerde overtreding tot een maximum van € 5.000,00. [appellant] woont aan [locatie]. Op het (verhoogde) trottoir langs het perceel heeft [appellant] een aantal privéspullen opgeslagen gehad. De handhavingsbesluiten waar dit hoger beroep over gaat, zijn tegen deze opslag gericht. De rechtbank heeft geoordeeld dat deze opslag door het college terecht is aangemerkt als strijdig met de bestemming "Verkeer" van het op die plaats geldende bestemmingsplan "Buitengebied 2016".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1756
Datum uitspraak
22 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak201907427/1/R2

201907558/1/A3

Bij besluit van 26 juni 2018 heeft de burgemeester van Rotterdam een aanvraag van Gamestate om een vergunning op grond van de Drank- en Horecawet voor het uitoefenen van een horecabedrijf in de door haar geëxploiteerde arcadehal op het adres Cor Kieboomplein 109 te Rotterdam afgewezen. Gamestate exploiteert een arcadehal met kermisautomaten en behendigheidsautomaten. Omdat Gamestate ook alcoholhoudende dranken wil verstrekken aan de bezoekers van de arcadehal, heeft zij een vergunning voor het uitoefenen van een horecabedrijf aangevraagd. Volgens de burgemeester staat de wet niet toe dat een vergunning wordt verleend voor een horecabedrijf waarin kermisautomaten aanwezig zijn. De rechtbank heeft geoordeeld dat dit standpunt onjuist is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1763
Datum uitspraak
22 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Drank en horeca
  • uitspraakin de zaak201907558/1/A3

201907605/1/A3

Bij besluit van 29 september 2017 heeft het dagelijks bestuur FlickBike een last onder bestuursdwang opgelegd, inhoudende dat zij alle deelfietsen die door haar te huur worden aangeboden op of aan de weg, binnen drie weken uit de openbare ruimte dient te verwijderen en verwijderd te houden. FlickBike is een bedrijf dat deelfietsen verhuurt. Deze deelfietsen staan in de openbare ruimte gestald. Via een app op de smartphone kan een huurder een beschikbare fiets vinden en die vervolgens huren. Als de huurder op zijn bestemming is, kan hij de deelfiets achterlaten in de openbare ruimte en kan hij de huur via de app beëindigen. De deelfiets is dan beschikbaar voor een volgende huurder. Aan de oplegging van de last heeft het dagelijks bestuur ten grondslag gelegd dat het op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening verboden is op of aan de weg of het openbaar water tegen betaling diensten aan te bieden of te verlenen voor een werkzaamheid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1767
Datum uitspraak
22 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak201907605/1/A3

201907807/1/A3

Bij besluit van 23 februari 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Geertruidenberg op verzoek van [appellante] stukken openbaar gemaakt op grond van de Wet openbaarheid van bestuur. [appellante] is voormalig exploitante van het café El Diablo in Geertruidenberg. Voorafgaand aan een artikel over het café in de krant BN DeStem op 8 maart 2017 is er in februari en maart 2017 contact geweest tussen de journalist en de gemeente. [appellante] heeft het college verzocht om een afschrift van alle op de kwestie betrekking hebbende stukken. Het college heeft stukken verstrekt die hierop zien. Uit de stukken blijkt dat de journalist op 6 maart 2017 nadere vragen aan de gemeente heeft gesteld. Volgens het college zijn geen documenten aangetroffen met antwoorden op die vragen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1745
Datum uitspraak
22 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak201907807/1/A3

201907989/1/R4

Bij besluit van 18 januari 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Berkelland het verzoek van [appellant] om een wijzigingsplan vast te stellen afgewezen. [appellant] heeft het college verzocht om het bestemmingsplan "Buitengebied" uit 1995 ter hoogte van de Broedersweg in Beltrum te wijzigen door op dit perceel een nieuw agrarisch bouwblok te bestemmen waarmee de vestiging van een nieuw grondgebonden niet-veehouderijbedrijf mogelijk wordt gemaakt. Het is de bedoeling dat een neef van [appellant] daar zacht fruit gaat telen. Het college heeft besloten geen medewerking te verlenen aan het vaststellen van het wijzigingsplan, omdat volgens het college niet aan de wijzigingsvoorwaarden uit de planvoorschriften van het bestemmingsplan is voldaan. Bij besluit van 30 juli 2019 heeft het college het door [appellant] tegen dit besluit gemaakte bezwaar ongegrond verklaard en het besluit van 18 januari 2019 in stand gelaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1734
Datum uitspraak
22 juli 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak201907989/1/R4

201908033/1/A2

Bij besluit van 12 maart 2018 heeft de raad voor rechtsbijstand Amsterdam een aanvraag om een toevoeging van [appellant] afgewezen. [appellant] heeft op 5 december 2017 bij de raad een aanvraag om een toevoeging ingediend voor rechtsbijstand bij aansprakelijkstelling van het Centrum Indicatiestelling Zorg voor het afgeven van een verkeerde indicatie en het nemen van onrechtmatige besluiten ten aanzien van zijn stiefdochter. Bij besluit van 12 maart 2018 heeft de raad de aanvraag om een toevoeging van [appellant] op grond van artikel 12, tweede lid, aanhef en onder g, van de Wet op de rechtsbijstand afgewezen, omdat hij op dat moment geen advocaat nodig had.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1747
Datum uitspraak
22 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak201908033/1/A2

201908046/1/R2

Bij besluit van 17 september 2019 heeft de raad van de gemeente Peel en Maas het bestemmingsplan "[locatie] te Helden" vastgesteld. Het plan voorziet in short-stay huisvesting van maximaal 32 tijdelijke arbeidskrachten in de op het perceel [locatie] te Helden aanwezige bedrijfsbebouwing (loods). Huisvesting van nog 4 arbeidskrachten in de op het perceel aanwezige bedrijfswoning was reeds planologisch mogelijk en is geen onderwerp van geschil. [partij] is een ondernemer, die via [holding] een agrarisch bedrijf exploiteert, op meerdere locaties. Op het perceel [locatie] worden in de daar aanwezige kas asperges geteeld en in de volle grond blauwe bessen. [appellant] woont in de nabijheid van het perceel. Hij komt op tegen het plan, voor zover daarin de short-stay huisvesting van de in totaal 32 tijdelijke arbeidskrachten mogelijk is gemaakt. Hij vreest voor een toename van overlast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1764
Datum uitspraak
22 juli 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak201908046/1/R2

201908169/1/A3

Bij besluit van 17 september 2018 heeft de burgemeester van Utrecht een aanvraag van [appellant] voor het verkrijgen van een drank- en horecavergunning en een exploitatievergunning voor [café] in Utrecht buiten behandeling gesteld. Naar aanleiding van de aanvraag van [appellant] heeft de burgemeester besloten om een onderzoek in te stellen omdat er onduidelijkheid bestond over onder meer de financiering van de onderneming. De burgemeester heeft besloten om het Landelijk Bureau Bibob om advies te vragen. Het LBB heeft in dat kader informatie gevraagd aan [appellant]. Hij had deze informatie uiterlijk 31 augustus 2018 moeten aanleveren. De burgemeester heeft de aanvraag van [appellant] buiten behandeling gesteld omdat hij de door het LBB gevraagde informatie niet tijdig heeft verstrekt. Hierdoor was een volledig onderzoek niet mogelijk en kon de aanvraag van [appellant] niet worden beoordeeld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1762
Datum uitspraak
22 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Wet Bibob
  • uitspraakin de zaak201908169/1/A3

201908216/1/R4

Bij besluit van 9 april 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Laren [appellant] onder dwangsom gelast om voor 1 januari 2019 de bouwwerken op het perceel [locatie 1] te Laren, te verwijderen en verwijderd te houden en de bewoning van een gebouw op dat perceel te staken. Het perceel waar het over gaat is gelegen achter het perceel aan het [locatie 2] te Laren. [appellant] woont al vele jaren op het perceel. Een toezichthouder van het college heeft bij een bezoek op 13 januari 2017 geconstateerd dat op het perceel diverse bouwwerken staan waarvoor geen vergunningen zijn verleend: paardenstallen, een overdekte paardenbak/manege en een woning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1754
Datum uitspraak
22 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak201908216/1/R4

201908247/1/A2

Bij brief van 24 mei 2019 heeft het college van gedeputeerde staten van Fryslân een verzoek van [appellant] om vergoeding van schade afgewezen. [appellant] heeft een melkveehouderij te Raerd. De gronden van zijn bedrijf zijn betrokken bij het landinrichtingsproject Baarderadeel. De landinrichtingscommissie heeft de lijst der geldelijke regelingen vastgesteld. [appellant] heeft daartegen bezwaar gemaakt. Bij vonnis van 4 november 2015 heeft de landinrichtingskamer van de rechtbank het bezwaar van [appellant] tegen de vastgestelde verkavelingsklassenindeling gegrond verklaard. De rechtbank heeft daarbij betekenis toegekend aan de negatieve afstandsfactor door grotere rij-afstanden en de verkavelingsklasse ten gunste van [appellant] gewijzigd van 3 naar 1. Daarbij is volgens de rechtbank zodanig rekening gehouden met de afstandsvergroting, dat de vraag of hij daarenboven nog in aanmerking komt voor vergoeding van overige omrijschade, kon worden gepasseerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1735
Datum uitspraak
22 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak201908247/1/A2

201908280/1/A3

Bij besluit van 12 april 2016 heeft de burgemeester van Utrecht de openingstijden van alle horecabedrijven aan de Amsterdamsestraatweg in Utrecht die vallen binnen de even huisnummers 148-252 en de oneven huisnummers 167-251 vanaf 1 juni 2016 beperkt. De burgemeester heeft de openingstijden van de horecabedrijven van het middenstuk beperkt omdat het woon- en leefklimaat onder druk staat. Het is verboden om het bedrijf voor publiek geopend te hebben op doordeweekse dagen tussen 1:00 uur en 6:00 uur en in het weekend tussen 2:00 uur en 6:00 uur. Deze maatregel heeft hij gebaseerd op artikel 11, vijfde lid, van de Horecaverordening. De Afdeling heeft in haar uitspraak van 13 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:425, geoordeeld dat de burgemeester zich bij de oplegging van de maatregel ten onrechte heeft gebaseerd op een overzicht met politiegegevens van nachtelijke klachten. In dit overzicht is uitgegaan van een groter gebied dan het gebied waar de maatregel wordt ingevoerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1749
Datum uitspraak
22 juli 2020
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak201908280/1/A3

201908403/1/R4

Bij besluit van 13 juni 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Stichtse Vecht aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het verbouwen van de woonboerderij en het bouwen van een erfafscheiding, tevens geluidsscherm, op het perceel aan de [locatie 1] te Nigtevecht. [appellant] woont aan de [locatie 2] en exploiteert daar een groothandel in ijzer- en staalschroot en oude non-ferrometalen. [vergunninghouder] woont in de woonboerderij aan de [locatie 1]. Dit gebouw bestaat uit een voormalige agrarische woning en een aangebouwde voormalige koestal. Op het perceel vinden geen agrarische activiteiten meer plaats. [vergunninghouder] heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor het verbouwen van de woonboerderij. De woonboerderij zal uitsluitend worden gebruikt voor woondoeleinden. Dit is in strijd met de bestemming "Agrarisch met waarden". [vergunninghouder] heeft verder een omgevingsvergunning aangevraagd voor het plaatsen van een erfafscheiding van 3 m hoog.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1732
Datum uitspraak
22 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak201908403/1/R4

201908803/1/R4

Bij besluit van 4 april 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders van Winterswijk aan [vergunninghoudster] een omgevingsvergunning verleend voor het verbouwen van twee schuren tot een woning met een garage/overkapping aan de [locatie] te Winterswijk. Het bouwplan is inmiddels gerealiseerd. [belanghebbende] is eigenaar van de woning en woont er met zijn gezin. [appellant] woont in de voormalige bedrijfswoning op het aangrenzende perceel. Zijn woning deelt een muur ter hoogte van de berging van [belanghebbende]. In die berging zijn in de gedeelde muur een voormalige deur- en raamopening dichtgemetseld. Die dichtgemetselde raamopeningen bevinden zich ter hoogte van een overkapte buitenruimte en van de berging van [appellant].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1758
Datum uitspraak
22 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak201908803/1/R4

201909100/1/R4

Bij besluit van 10 april 2019, gewijzigd bij besluit van 25 oktober 2019 (hierna tezamen: het besluit van 10 april 2019), heeft het college van burgemeester en wethouders van Goirle aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het verbouwen van de bakkerij en het toevoegen van appartementen op het perceel aan de [locatie 1] in Riel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1730
Datum uitspraak
22 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak201909100/1/R4

202000017/1/R2

Bij besluit van 25 juli 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Weert aan de gemeente Weert omgevingsvergunning verleend voor het aanleggen van een uitweg vanaf het terrein van Horne Quartier Weert aan de Kazernelaan 1 naar de Ambachtenhof. Het terrein betreft een voormalig militair kazerneterrein. Het terrein is inmiddels voor een deel in gebruik als asielzoekerscentrum. Tevens is er een aantal bedrijven en organisaties gevestigd. De inrit aan de noordoostzijde van het terrein, aan de Ambachtenhof en de Kazernelaan, is in oktober 2017 gerealiseerd met een breedte van 6,20 m. Naast deze inrit zijn er nog vijf andere toegangen van en naar het terrein. Het ten tijde van belang ter plaatse geldende bestemmingsplan "Woongebieden 2014" kent de bestemming "Verkeer", de dubbelbestemming "Waarde - Archeologie middelhoog" en de functieaanduiding "Groen" aan de gronden waarop de inrit is gerealiseerd toe.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1738
Datum uitspraak
22 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202000017/1/R2

202000063/1/A2

Bij besluit van 9 oktober 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Lelystad een aan de stichting verleende subsidie ingetrokken, de subsidie vastgesteld op nihil en een bedrag van € 4.000,00 aan betaalde subsidie teruggevorderd. De stichting heeft op 26 september 2016 subsidie aangevraagd voor het organiseren van het festival Bondru in 2017. Bij besluit van 14 december 2016 heeft het college voor het organiseren van het festival € 4.000,00 subsidie verleend. Bij brief van 19 februari 2018 heeft het college aan de stichting medegedeeld dat de subsidieverlening bij besluit van 14 december 2016 is geselecteerd voor een jaarlijkse steekproef. Om te kunnen beoordelen of de subsidie terecht is verstrekt, verzoekt het college de stichting om overlegging van het overzicht resultaat 2017, alle facturen en betaalbewijzen en een inhoudelijk verslag.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1746
Datum uitspraak
22 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202000063/1/A2

202000741/1/V6

Bij besluit van 2 oktober 2018 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid het verzoek van [appellante] om verlenging van de inburgeringstermijn afgewezen. De minister heeft [appellante] bij brief van 21 november 2014 meegedeeld dat zij inburgeringsplichtig is en dat haar inburgeringstermijn op 15 september 2014 is gestart. Uit deze brief, in samenhang bezien met een kennisgeving van 1 mei 2015, volgt dat zij vóór 9 november 2017 aan deze plicht moest hebben voldaan. De minister heeft de inburgeringstermijn vervolgens ambtshalve verlengd tot 1 maart 2018. Bij medisch advies van 7 mei 2018 heeft K. Bok, arts van Argonaut, negatief geadviseerd over het verzoek van [appellante] om ontheffing van het inburgeringsexamen. [appellante] heeft de minister daarna verzocht om verdere verlenging van haar inburgeringstermijn wegens haar medische situatie.

Datum uitspraak
22 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202000741/1/V6

202000985/1/R4

Bij besluit van 26 januari 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Veenendaal aan [appellante] een omgevingsvergunning verleend voor het afwijken van het bestemmingsplan, tot 31 december 2020. [appellante] produceert en verkoopt zonwering en huurt daarvoor een pand op het perceel aan [locatie] te Veenendaal. Het pand bestaat uit een showroom van ongeveer 450 m2, een productieruimte en een kantoor. Op grond van het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Nijverkamp" rust op het perceel de bestemming "Bedrijf", op grond waarvan onder meer een showroom is toegestaan. Detailhandel is volgens het bestemmingsplan niet toegestaan. Volgens het college gebruikt [appellante] de showroom niet alleen voor verkoop van haar producten aan bedrijven, wat in overeenstemming is met het bestemmingsplan, maar ook voor verkoop aan particuliere klanten. Dat is in strijd met het detailhandelsverbod in het bestemmingsplan, aldus het college.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1731
Datum uitspraak
22 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202000985/1/R4

202001436/1/A2

Bij onderscheiden besluiten van 15 oktober 2018 heeft de raad voor rechtsbijstand Amsterdam aanvragen om toevoegingen voor [appellant] afgewezen. [appellant] heeft Zilveren Kruis, de Stichting Philadelphia Zorg (hierna: Philadelphia), de Stichting Cordaan en [belanghebbende] op grond van artikel 15, derde lid, van de Algemene verordening gegevensverwerking verzocht om verstrekking van een kopie van de verwerkte persoonsgegevens van hemzelf en zijn stiefdochter. [appellant] heeft op 30 augustus 2018 en 28 september 2018 zes aanvragen ingediend om een toevoeging voor rechtsbijstand in procedures tegen deze partijen op grond van artikel 35 van de Uitvoeringswet AVG, omdat volgens hem onvoldoende persoonsgegevens zijn verstrekt. De raad heeft de aanvragen van [appellant] afgewezen, omdat het om een probleem gaat waar hij geen advocaat voor nodig heeft. [appellant] bestrijdt dit.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1743
Datum uitspraak
22 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202001436/1/A2

201907454/2/R4

het college van Westerveld, de stichting GAS DrOvF en de vereniging Milieudefensie hebben beroep ingesteld tegen het instemmingsbesluit gewijzigd winningsplan Diever van de minister van Economische Zaken en Klimaat van 28 augustus 2019.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1719
Datum uitspraak
21 juli 2020
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak201907454/2/R4

202002763/2/V3

Bij besluit van 16 augustus 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1712
Datum uitspraak
20 juli 2020
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202002763/2/V3

202003457/2/V3

Bij besluiten van 21 januari 2020 en 26 maart 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1696
Datum uitspraak
20 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202003457/2/V3

202003458/2/A3

Bij besluit van 13 augustus 2019 heeft de burgemeester op grond van artikel 172, derde lid, van de Gemeentewet bevolen tot inbeslagname van Cyra, de hond van [verzoeker]. [verzoeker] is eigenaar van een zwarte keeshond (kruising herder) genaamd Cyra. Bij besluit van 9 april 2019 heeft de burgemeester Cyra als gevaarlijke hond aangewezen. Dat besluit houdt ook in dat een aanlijn- en muilkorfgebod wordt opgelegd. Uit de stukken volgt dat de hond voorafgaand aan het besluit bij meerdere (bijt)incidenten betrokken is geweest. Tegen het besluit van 9 april 2019 zijn geen rechtsmiddelen aangewend. De burgemeester heeft de hond naar aanleiding van een nieuw incident op 6 augustus 2019, waarbij de hond naar buiten is gerend zonder muilkorf en een confrontatie is ontstaan met een andere -aangelijnde- hond, op 13 augustus 2020 in beslag genomen

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1695
Datum uitspraak
20 juli 2020
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202003458/2/A3

202003714/2/V3

Bij besluit van 18 maart 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1697
Datum uitspraak
17 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202003714/2/V3

202003385/2/R2

Bij besluit van 27 september 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Best [verzoeker] gelast om de illegale bewoning/het illegale gebruik van het pand op het perceel aan de [locatie] in Best vóór 1 januari 2020 volledig te hebben beëindigd en beëindigd te houden. Indien [verzoeker] niet of niet tijdig (volledig) aan de last voldoet, gaat het college over tot het toepassen van bestuursdwang. [verzoeker] is sinds 2015 eigenaar van het pand op het perceel [locatie] in Best. Het pand wordt gebruikt voor kamerverhuur voor de huisvesting van arbeidsmigranten. Het college heeft op 13 december 2018 aan [verzoeker] een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een conferentiegelegenheid met werk-/hotelkamers. Tevens heeft het college aan [verzoeker], in verband met het realiseren van het conferentieoord, een omgevingsvergunning verleend voor het brandveilig gebruik van het pand.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1689
Datum uitspraak
16 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202003385/2/R2

201902766/1/V1

Bij besluit van 14 augustus 2017 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1684
Datum uitspraak
15 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak201902766/1/V1

201906011/1/A3 en 201906011/3/A3

Bij drie gelijkluidende besluiten van 9 maart 2018 heeft het dagelijks bestuur van de bestuurscommissie van stadsdeel Nieuw-West [appellante] een preventieve last onder dwangsom en een last onder bestuursdwang opgelegd. [appellante] verblijft al geruime tijd in caravans op het grondgebied van de gemeente Amsterdam. Tot 27 februari 2017 stond zij op het terrein aan de Riekerweg, waarvoor met de gemeente een huurovereenkomst voor tien jaar was afgesloten. Omdat [appellante] de huur niet betaalde, is de huurovereenkomst ontbonden en is het terrein aan de Riekerweg ontruimd. Op 18 juli 2017 heeft de politie geconstateerd dat [appellante] op het terrein aan de Noordzeeweg verbleef. Op 10 augustus 2017 heeft de politie een proces-verbaal opgemaakt tegen [appellante] en is haar medegedeeld dat zij niet op de Noordzeeweg mag verblijven. In de periode tussen 10 augustus 2017 en 16 februari 2018 is [appellante] meerdere malen medegedeeld dat zij daar niet mag verblijven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1618
Datum uitspraak
15 juli 2020
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak201906011/1/A3 en 201906011/3/A3

201906100/1/V3

Bij besluit van 6 juni 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdelingen een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1686
Datum uitspraak
15 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak201906100/1/V3

201908490/1/V1

Bij besluit van 5 juni 2019 heeft het COa de verstrekkingen aan de vreemdeling krachtens de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 (hierna: de Rva 2005) voor de duur van een week ingehouden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1622
Datum uitspraak
15 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Opvang asielzoekers
  • uitspraakin de zaak201908490/1/V1

201908686/1/V1

Bij besluiten van 16 oktober 2017 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen om de vreemdelingen een machtiging tot voorlopig (hierna: mvv) verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1621
Datum uitspraak
15 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak201908686/1/V1

202001512/1/V1

De vreemdelingen hebben tegen het uitblijven van een besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op hun aanvragen om hun een verblijfsvergunning asiel te verlenen beroepen ingesteld bij de rechtbank.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1624
Datum uitspraak
15 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202001512/1/V1

202001779/2/V2

Bij besluit van 6 februari 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1685
Datum uitspraak
15 juli 2020
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202001779/2/V2

202002907/2/V3

Bij besluit van 19 maart 2020 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1626
Datum uitspraak
15 juli 2020
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202002907/2/V3

202003487/1/V3

Bij besluit van 26 april 2019 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een aanvraag van de vreemdeling om hem een visum voor kort verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1687
Datum uitspraak
15 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202003487/1/V3

201707275/4/R2

Bij tussenuitspraak van 22 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1668 (hierna: de tussenuitspraak) heeft de Afdeling de raad van de gemeente Breda opgedragen om binnen 26 weken na de verzending daarvan de geconstateerde gebreken in het besluit van 13 juli 2017 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Ruitersbosch, Burgemeester Kerstenslaan 20" te herstellen. De Afdeling heeft onder 5.10 van de tussenuitspraak overwogen dat de raad onvoldoende duidelijk heeft gemaakt waarom en op basis van welke toetsingscriteria het hotel zich in kwalitatief opzicht onderscheidt van het aanbod aan nieuwe hotelkamers in de regio, waarmee volgens de maatstaf van de harde plancapaciteit rekening moet worden gehouden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1666
Datum uitspraak
15 juli 2020
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak201707275/4/R2

201806385/1/R3

Bij besluit van 15 mei 2018 heeft de raad van de gemeente Twenterand het bestemmingsplan "[locatie 1], [locatie 2] & [locatie 3] Vroomshoop" vastgesteld. Sinds 1997 is op het perceel [locatie 1] te Vroomshoop [belanghebbende] gevestigd. Dit is een aannemingsbedrijf gespecialiseerd in sloop-, bouw- en infrawerken. De bedrijfsactiviteiten van [belanghebbende] die op het perceel plaatsvinden bestaan volgens de plantoelichting uit het stallen, het beheer en het onderhoud dan wel de reparatie van motorvoertuigen, werktuigen, machines en materieel. Daarnaast worden daar grondstoffen en afvalstoffen getransporteerd, op- en overgeslagen. Volgens de plantoelichting gaat het daarbij om bouwzand en bouwmaterialen, bouw- en sloopafval en verpakt asbest. Verder wordt binnen de inrichting van [belanghebbende] materiaal gestald waaronder containers, rijplaten, hekken, steigermateriaal en machines. Sinds 2013 is [belanghebbende A] gevestigd op de percelen [locatie 2] en [locatie 3].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1683
Datum uitspraak
15 juli 2020
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak201806385/1/R3

201806905/1/R4

Bij besluit van 28 juni 2018 heeft de raad van de gemeente Bunnik het bestemmingsplan "BP [locatie 1] (Odijk) en [locatie 2] (Werkhoven)" gewijzigd vastgesteld. Het plan heeft betrekking op twee locaties, de [locatie 2] te Werkhoven en de [locatie 1] te Odijk. Het plan voorziet in de verplaatsing van [belanghebbende] naar [locatie 1] te Odijk en de realisering van woningbouw op [locatie 2] te Werkhoven, waar [belanghebbende] nu is gevestigd. Het perceel aan de [locatie 1] had deels een agrarische bestemming en deels reeds een bedrijfsbestemming met de nadere aanduiding "loonbedrijf". De verplaatsing van het loonbedrijf naar deze locatie vergt een verruiming van de bebouwingsmogelijkheden en het bestemmingsvlak. [appellant] en anderen wonen in de omgeving van de [locatie 1] en hun beroep richt zich uitsluitend tegen dit plandeel. Volgens hen maakt het plan ten onrechte de vestiging en uitbreiding van een bedrijf mogelijk in een kwetsbaar landelijk gebied.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1674
Datum uitspraak
15 juli 2020
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak201806905/1/R4

201808464/2/R1

Bij tussenuitspraak van 28 augustus 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2902, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Texel opgedragen om binnen een termijn van 16 weken na de verzending van de tussenuitspraak het daarin geconstateerde gebrek in het besluit van 11 juli 2018 tot vaststelling van het bestemmingsplan "De Waal" te herstellen. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak onder 5.5 overwogen dat de raad onvoldoende heeft gemotiveerd waarom voor de bedrijfsgebouwen van [appellant sub 1] en [appellante sub 2] een goothoogte van 4,5 m is opgenomen. Ook acht de Afdeling onvoldoende gemotiveerd waarom op grond van artikel 5, lid 5.4.2, onder e, sub 1, van de planregels de hoogte voor buitenopslag van materialen gekoppeld is aan de goothoogte van 4,5 m. Hierbij acht de Afdeling van belang dat deze planregeling tot gevolg heeft dat de door [appellant sub 1] en [appellante sub 2] voor buitenopslag gebruikte bedrijfscontainers met een hoogte van 2,80 m ter plaatse niet meer kunnen worden gestapeld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1680
Datum uitspraak
15 juli 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak201808464/2/R1

201810044/1/A3

Bij besluiten van 3 augustus 2017 en 5 maart 2018 heeft de korpschef van politie een verzoek van [appellant A] en anderen om kennisneming van hen betreffende verwerkte politiegegevens gedeeltelijk toegewezen. [appellant A] en anderen hebben de korpschef verzocht om een opgave van de hen betreffende politiegegevens die verwerking hebben ondergaan en om een opgave of, en zo ja aan wie, deze gegevens gedurende een periode van vier jaar voorafgaand aan het verzoek zijn verstrekt. De korpschef heeft bij het besluit van 3 augustus 2017 een overzicht gegeven van de registraties waarin politiegegevens van [appellant A] en anderen zijn verwerkt. Daarbij heeft de korpschef meegedeeld dat bij navraag bij de Eenheid Noord-Holland is gebleken dat met betrekking tot [appellant A] nog een onderzoek loopt en daarom de kennisneming van de hem betreffende politiegegevens wordt geweigerd in het belang van de goede uitvoering van de politietaak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1644
Datum uitspraak
15 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Politiegegevens
  • uitspraakin de zaak201810044/1/A3

201902341/4/A2

Bij tussenuitspraak van 18 maart 2020, ECLI:NL:RVS:2020:793, heeft de Afdeling het college van burgemeester en wethouders van Zuidplas opdragen om binnen twaalf weken na verzending van deze uitspraak alsnog toereikend te motiveren waarom de door [appellant] overgelegde gegevens met betrekking tot de WOZ-waarde het college geen aanleiding geven om aan de juistheid van het nadere advies te twijfelen, dan wel een gewijzigd besluit te nemen. Het college diende de Afdeling en [appellant] de uitkomst mede te delen en een eventueel nieuw besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken en mede te delen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1653
Datum uitspraak
15 juli 2020
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak201902341/4/A2

201902845/1/R4

Bij besluit van 14 februari 2019 heeft de raad van de gemeente Maasdriel het bestemmingsplan "Buitengebied herziening 2017, [locatie B]" vastgesteld. [bedrijf] exploiteert een groothandel in aardappelen en uien en een fabriek waarin aardappelen worden verwerkt tot producten die, onder meer, aan supermarkten worden geleverd. Het bedrijf van [bedrijf] is thans gevestigd in de gemeente Hedel op de percelen [locatie A], [locatie B] en [locatie C]. Het plan maakt de uitbreiding van het bedrijf van [bedrijf] mogelijk met een productiehal met een oppervlakte van 4.550 m2 op het perceel aan de [locatie D], dat ongeveer 10.500 m2 groot is. [appellant A] woont in de woonwijk de Grutakker in de nabije omgeving van het bedrijf van [bedrijf]. Ook [appellant B] woont in de nabije omgeving van het bedrijf van [bedrijf]. [appellanten] kunnen zich niet verenigen met de locatiekeuze voor de uitbreiding van het bedrijf van [bedrijf]. Zij vrezen voor een ernstige aantasting van hun woon- en leefklimaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1670
Datum uitspraak
15 juli 2020
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak201902845/1/R4

201903031/1/R1

Bij besluit van 21 februari 2019 heeft de raad van de gemeente Zaltbommel het bestemmingsplan "Buitengebied Zaltbommel, Maas-Waalweg 15 Zuilichem" vastgesteld. Proscopius is eigenaar van het perceel Maas-Waalweg 15 en exploiteerde tot 1 januari 2018 een partycentrum op dit perceel (De Heeren van Suylichem). Zij heeft het voornemen om op dit perceel en het naastgelegen perceel dat een agrarische bestemming heeft, grootschalige huisvesting voor arbeidsmigranten te realiseren. Het gaat daarbij om zeven gebouwen met in totaal 200 wooneenheden. Het college van burgemeester en wethouders van Zaltbommel heeft op 11 juli 2017 besloten om medewerking te verlenen aan dit initiatief, in lijn met het in 2017 door de raad vastgestelde beleid. Naar aanleiding van maatschappelijke onrust over het initiatief heeft de raad echter besloten om het beleid over huisvesting van arbeidsmigranten te heroverwegen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1639
Datum uitspraak
15 juli 2020
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak201903031/1/R1

201903930/1/R3

Bij besluit van 26 maart 2019 heeft de raad van de gemeente Ooststellingwerf het bestemmingsplan "Buitengebied 2016, Veegplan 2018" vastgesteld. Het Veegplan heeft betrekking op bijna het gehele buitengebied van de gemeente Appelscha. Het ziet op het herstel van enkele omissies in het bestemmingsplan "Buitengebied 2016" (hierna: bestemmingsplan 2016) en enkele herzieningen op perceelsniveau in verband met actuele ontwikkelingen. De raad heeft onder meer in het plan een regeling opgenomen om de op het perceel [locatie] te Appelscha (hierna: het perceel) gevestigde sierheesterkwekerij toe te staan. [belanghebbende] exploiteert dit bedrijf. [appellant] woont naast het perceel. Zij kan zich niet verenigen met het plan, omdat het toestaan van het bedrijf leidt tot aantasting van het milieu en haar woon- en leefklimaat, vooral door het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1649
Datum uitspraak
15 juli 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Friesland
  • uitspraakin de zaak201903930/1/R3

201904284/1/A2

Bij besluit van 27 september 2018 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat een verzoek van [appellante] om nadeelcompensatie afgewezen. Het geschil tussen partijen gaat over de afwijzing van een verzoek om nadeelcompensatie. Nadeelcompensatie wordt desgevraagd toegekend, indien een bestuursorgaan, in de rechtmatige uitoefening van zijn publiekrechtelijke bevoegdheid of taak, schade veroorzaakt die uitgaat boven het normale maatschappelijke risico of normale ondernemersrisico en die de benadeelde in vergelijking met anderen onevenredig zwaar treft. [appellante] is eigenaar van een aantal percelen te [plaats], (hierna: de percelen) en heeft deze percelen in gebruik ten behoeve van een agrarisch bedrijf. Bij aanvraagformulier van 11 juli 2016, door Rijkswaterstaat ontvangen op 25 juli 2016, heeft zij een verzoek om nadeelcompensatie ingediend, verband houdende met de peilopzet van de Maas.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1656
Datum uitspraak
15 juli 2020
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Geld
  • uitspraakin de zaak201904284/1/A2

201904334/1/R4

Bij uitspraak van 20 februari 2019 in zaak nr. 201805017/3/A1 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak het verzet van [verzoekster] ongegrond verklaard. De Afdeling heeft op 15 november 2017 in zaak nr. 201609226/1/A1 uitspraak gedaan op het beroep van [verzoekster] tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 26 oktober 2016 in zaak nr. 16/170. De Afdeling heeft de uitspraak van de rechtbank bevestigd. In die zaak was een besluit van het college aan de orde waarbij het een verzoek van [verzoekster] om handhavend optreden tegen de aanplant van struiken op het perceel [locatie] in Lexmond heeft afgewezen.[verzoekster] heeft de Afdeling verzocht om die uitspraak te herzien. Bij uitspraak van 6 juni 2018 in zaak nr. 201709339/1/A1 heeft de Afdeling dat verzoek afgewezen. [verzoekster] heeft de Afdeling verzocht om die uitspraak te herzien. Bij uitspraak van 26 september 2018 in zaak nr. 201805017/2/A1 heeft de Afdeling dat verzoek afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1632
Datum uitspraak
15 juli 2020
  • Herziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak201904334/1/R4

201904340/1/R4

Bij uitspraak van 20 februari 2019 in zaak nr. 201805020/3/A1, heeft de Afdeling het verzet van [verzoekster] ongegrond verklaard. De Afdeling heeft op 15 november 2017 in zaak nr. 201609224/1/A1 uitspraak gedaan op het beroep van [verzoekster] tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam in zaak nr. 16/169. De Afdeling heeft de uitspraak van de rechtbank bevestigd. In die zaak was een besluit van het college aan de orde waarin het aan [belanghebbende] een omgevingsvergunning heeft verleend voor het bouwen van een garage/berging op het perceel [locatie] in Lexmond.[verzoekster] heeft de Afdeling verzocht om die uitspraak te herzien. Bij uitspraak van 6 juni 2018 in zaak nr. 201709380/1/A1 heeft de Afdeling dat verzoek afgewezen. [verzoekster] heeft de Afdeling verzocht om die uitspraak te herzien. Bij uitspraak van 26 september 2018 in zaak nr. 201805020/2/A1 heeft de Afdeling dat verzoek afgewezen. Het verzoek is in die uitspraak opgevat als een nieuw verzoek om herziening van de oorspronkelijke uitspraak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1633
Datum uitspraak
15 juli 2020
  • Herziening
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak201904340/1/R4

201904417/1/A3

Bij besluit van 5 april 2018 heeft de burgemeester van Rotterdam de woning aan de [locatie] te Rotterdam gesloten voor de duur van zes maanden. [appellant sub 2] huurt de woning aan de [locatie] te Rotterdam. Hij woont hier met zijn vrouw en vier van hun zes kinderen. Op 5 januari 2018 zijn politieagenten naar de woning gegaan vanwege een melding van huiselijk geweld. Uit de door de politie opgemaakte bestuurlijke rapportage blijkt dat de politieagenten, toen ze in de woning aan het praten waren met twee van de kinderen, de vrouw hoorden zeggen: "verstop het snel". De vrouw stond op dat moment in de deuropening naar een slaapkamer. De politieagenten gingen naar de slaapkamer en vonden daar een plastic zak met 14 gripzakjes gevuld met wit en bruin poeder. Uit indicatieve testen is gebleken dat het ging om 4 zakjes met in totaal 0,5 gram heroïne en 10 gripzakjes met in totaal 1,4 gram cocaïne. De burgemeester heeft hierin aanleiding gezien de woning op grond van de Opiumwet voor zes maanden te sluiten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1682
Datum uitspraak
15 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak201904417/1/A3

201904701/1/A2

Bij besluit van 23 maart 2018 heeft het CBR geweigerd aan [appellant] een verklaring van geschiktheid voor de rijbewijscategorie A te verstrekken. [appellant] mist zijn volledige linkerbeen als gevolg van een amputatie in 1966. Aan zijn rechterbeen heeft hij geen beperking. [appellant] wil graag op een tweewielige motorfiets, voorzien van een Feetless Bike System, rijden. Het FBS is een in Duitsland ontwikkeld systeem om mensen met een beperking in staat te stellen een (tweewielige) motorfiets te besturen. Om in aanmerking te komen voor een rijbewijs voor de categorie A heeft [appellant] op 30 januari 2017 aan het CBR een verklaring van geschiktheid voor deze categorie gevraagd. Het CBR heeft geweigerd deze verklaring te verstrekken. Vanwege de verkeersveiligheid staat het CBR uitsluitend compensatiemiddelen voor een handicap toe indien deze een volledige compensatie voor de handicap bieden. Na uitvoerig testen van het FBS is gebleken dat het FBS het gebruik van het been op diverse punten niet compenseert.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1681
Datum uitspraak
15 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak201904701/1/A2

201904972/1/A2

Bij besluit van 16 augustus 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Smallingerland [appellante] een vergoeding van € 20.434,00 als nadeelcompensatie voor het jaar 2012 toegekend en een aanvraag om tegemoetkoming in planschade afgewezen. Het geschil tussen partijen gaat over de hoogte van de toegekende nadeelcompensatie en de afwijzing van de aanvraag om tegemoetkoming in planschade. Op 13 april 2012 heeft [appellante] een aanvraag ingediend om nadeelcompensatie en tegemoetkoming in planschade in verband met de herontwikkeling van het Raadhuisplein. Volgens het college is de planologische situatie voor [appellante] niet verslechterd. De bereikbaarheid van het bedrijfspand is niet verminderd en de parkeervoorzieningen zijn eerder verbeterd dan verslechterd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1669
Datum uitspraak
15 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak201904972/1/A2

201905150/1/R4

Karting Eefde exploiteert een kartbaan, klimpark en survivalbaan op het perceel. [wederpartij] woont op het perceel [locatie 1] en is eigenaar van een perceel, dat voorheen bekend was als het perceel [locatie 2] te Eefde (hierna: perceel [locatie 2]). Bij besluit van 25 juli 2017 heeft het college aan Karting Eefde een omgevingsvergunning verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo voor het bouwen van een klimrots ten behoeve van de survivalbaan op het perceel. De vergunde klimwand is 12 m hoog. De afstand tussen het perceel [locatie 2] en de voorziene klimwand bedraagt ongeveer 15 m. Tussen de locatie van de klimwand en het perceel van [wederpartij] staan loofbomen. [wederpartij] verhuurt het perceel. Het perceel is in gebruik bij een stichting die daarop een landgoed ontwikkelt. Op het perceel staat een yurt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1671
Datum uitspraak
15 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak201905150/1/R4

201905461/1/A2

Bij besluit van 19 september 2017 heeft de Belastingdienst/Toeslagen teveel ontvangen voorschotten huurtoeslag over 2017 ten bedrage van € 1.182,00 van [appellante] teruggevorderd. [appellante] heeft met ingang van 1 april 2017 huurtoeslag aangevraagd voor de woning aan de [locatie] te Zwolle. Zij heeft voorschotten huurtoeslag over dat jaar ontvangen. In het besluit van 21 september 2017 zijn die voorschotten herzien tot nihil, omdat zij niet was ingeschreven op dat adres in de Basisregistratie Personen. [appellante] heeft in bezwaar bewijsstukken overgelegd waarmee zij aannemelijk heeft gemaakt dat zij in de periode van 1 april 2017 tot en met 30 september 2017 daadwerkelijk op dat adres woonde. Bij het besluit op bezwaar is het bezwaar in zoverre gegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1657
Datum uitspraak
15 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak201905461/1/A2

201905510/1/A2

Bij besluit van 21 december 2015 heeft het college van burgemeester en wethouders van Sint Anthonis een aanvraag van [appellant] om een tegemoetkoming in planschade afgewezen. Het geschil tussen partijen gaat over de afwijzing van een aanvraag om een tegemoetkoming in planschade. Uit artikel 6.1, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening volgt dat planschade bestaat uit een inkomensderving of een vermindering van de waarde van een onroerende zaak als gevolg van een in het tweede lid vermelde oorzaak. [appellant] is eigenaar van de vrijstaande woning aan de [locatie] te Landhorst. Op 27 januari 2015 heeft hij het college verzocht om een tegemoetkoming in de planschade die hij heeft geleden door de inwerkingtreding van het wijzigingsbesluit van 30 november 2009. Dit wijzigingsbesluit voorziet in de vergroting van het bouwvlak van een ten noordwesten van de woning gelegen agrarisch perceel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1658
Datum uitspraak
15 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak201905510/1/A2

201905696/1/A3

Bij besluit van 16 april 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan [appellant] een bestuurlijke boete opgelegd van € 18.000,00. Kleiburg is een flatgebouw met woningen in Amsterdam Zuidoost. [appellant] is sinds 2015 eigenaar van de in dit gebouw gelegen woning met nummer [...]. In 2016 heeft [appellant] hierin twee zelfstandige studio’s gemaakt, die beschikken over eigen voorzieningen en een eigen voordeur. [appellant] verkeerde in de veronderstelling dat hij hiervoor geen vergunning nodig had. Naar aanleiding van berichten in de pers en op social media, heeft hij in het najaar van 2017 alsnog informatie ingewonnen bij de gemeente. Toezichthouders van de gemeente hebben op 31 oktober 2017 een controle uitgevoerd en een rapport van bevindingen opgemaakt. Daaruit blijkt dat de woonruimte is omgevormd in twee zelfstandige studio’s en dat die elk zijn verhuurd aan derden

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1654
Datum uitspraak
15 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak201905696/1/A3

201905699/1/R4

Bij besluit van 26 september 2013 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bronckhorst het verzoek van [appellant sub 1] om handhavend op te treden tegen de (geluids)overlast en ruimtelijke inpassing van [dierenpension] aan de [locatie 1] te Hengelo (Gelderland), afgewezen. [appellant sub 1] woont aan de [locatie 2]. De afstand tussen zijn woning en het buitenverblijf van de in het dierenpension aan de [locatie 1] verblijvende honden bedraagt ongeveer 200 meter. [appellant sub 1] ondervindt geluidhinder van het dierenpension en wil dat het college daartegen handhavend optreedt. Voor het in werking hebben van een dierenpension is vanaf 1 januari 2016 geen omgevingsvergunning meer nodig. Met ingang van die datum gelden voor het dierenpension de algemene regels van het Activiteitenbesluit milieubeheer, met dien verstande dat de aan de omgevingsvergunning van 6 juli 2010 verbonden voorschriften tot 1 januari 2019 van rechtswege als maatwerkvoorschriften bleven gelden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1638
Datum uitspraak
15 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak201905699/1/R4

201905994/1/A3

Bij besluit van 13 augustus 2018 heeft de minister voor Rechtsbescherming de aanvraag van de [moeder] van de kinderen van [appellant] om een geslachtsnaamswijziging toegewezen. [moeder], tot 3 december 2012 gehuwd geweest met [appellant], heeft de minister op grond van het Besluit geslachtsnaamswijziging gevraagd om de geslachtsnaam van hun [kinderen] te wijzigen van ‘[achternaam appellant]’ in ‘[achternaam moeder]’. [appellant] is onherroepelijk veroordeeld voor het voor zes maanden meenemen van zijn kinderen naar zijn geboorteland Algerije zonder de toestemming van [moeder]. [moeder] wil het door een geslachtsnaamswijziging van de kinderen voor [appellant] moeilijker maken om zonder haar toestemming de kinderen mee te nemen. De minister heeft het verzoek van [moeder] op grond van het toenmalige artikel 6 van het Besluit toegewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1643
Datum uitspraak
15 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak201905994/1/A3

201906033/1/A3

Bij besluit van 11 juli 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag een bestuurlijke boete van € 10.250,- aan [appellant] opgelegd. Op 22 december 2016 heeft de politie een hennepkwekerij aangetroffen in de woning van [appellant]. Volgens [appellant] kweekte hij deze hennepplanten om er hennepolie van te maken voor een zieke vriend in Polen. Het college heeft naar aanleiding van de ontdekking van de hennepkwekerij een bestuurlijke boete van € 10.250,- aan [appellant] opgelegd wegens overtreding van artikel 21 van de Huisvestingswet 2014.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1645
Datum uitspraak
15 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak201906033/1/A3

201906045/1/A3

Bij besluit van 29 maart 2017 heeft de minister van Economische Zaken beslist op een door de Stichting ingediend verzoek om haar op grond van de Wet openbaarheid van bestuur documenten te verstrekken. Bij brief van 1 februari 2017 heeft Stichting Platform Storm bij de minister een Wob-verzoek ingediend. Dit verzoek is als volgt omschreven: "Namens de stichting, gevestigd te Zuiderdiep 189 in Nieuw Buinen, vraag ik u informatie te verstrekken inzake SDE+-subsidieaanvraag voor windpark De Drentse Monden en Oostermoer. Het windpark is financieel afhankelijk van het toekennen van de SDE+-subsidie. Op 27 september jl. is de najaarsronde 2016 opengesteld met een budget van € 5 miljard. Deze najaarsronde stond tot en met 27 oktober jl. open. De aanvragen moeten worden beoordeeld door de Rijkdienst voor Ondernemend Nederland. Dit zoals u in de kamerbrief van 1 november 2016 aangeeft, om aan te geven op welke aanvragen positief wordt beschikt. […]"

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1647
Datum uitspraak
15 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak201906045/1/A3

201906127/1/R4

Bij besluit van 19 oktober 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van De Bilt aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor de activiteiten bouwen van bouwwerken, het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan en het vellen van houtopstanden op het perceel [locatie 1] te Groenekan en het voor het veranderen of maken van een uitweg op een gemeentelijk weg. Het perceel is ongeveer 4.000 m² groot. Op het perceel staat een villa en rondom de villa ligt een bosrijke tuin. Op het perceel is het bestemmingsplan "Groenekan 2009" van toepassing. Op de verbeelding bij het bestemmingsplan is vermeld dat de bestemming "Wonen" en de bouwaanduiding "gestapeld" op het perceel van toepassing zijn. Ingevolge de regels bij het bestemmingsplan zijn op het perceel zes gestapelde woningen toegestaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1637
Datum uitspraak
15 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak201906127/1/R4

201906332/1/R4

Bij besluit van 16 juli 2019 heeft de raad van de gemeente Oost Gelre het bestemmingsplan "Dorpskern Lichtenvoorde, herziening Antoniushove Lichtenvoorde" gewijzigd vastgesteld. Het plangebied is gelegen binnen het stedelijk gebied van Lichtenvoorde en wordt begrensd door onder meer de Varsseveldseweg, Rapenburgsestraat en het Fransicanessenpad. In het voorheen geldende plan "Dorskern Lichtenvoorde" had het plangebied grotendeels de bestemming "Maatschappelijk" met de aanduiding "gezondheidszorg". Hier is het gebouw Antoniushove aanwezig, waarin 86 zorg-appartementen zijn ondergebracht. Het thans voorliggende plan voorziet in een herontwikkeling van dit gebouw. Het is de bedoeling dat het bestaande gebouw wordt gesloopt en dat hier een nieuw gebouw wordt gerealiseerd met 104 zelfstandige wooneenheden, bedoeld voor individueel beschut wonen. Hierbij wonen mensen in een eigen appartement, maar binnen een geclusterde woonvorm. Er zal daarbij 24-uurs professionele zorg aanwezig zijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1663
Datum uitspraak
15 juli 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak201906332/1/R4

201906344/1/A3

Bij besluit van 1 maart 2018 heeft de burgemeester van Oldenzaal [appellant] onder aanzegging van bestuursdwang gelast de woning op de locatie [locatie] te Oldenzaal voor de duur van drie maanden te sluiten. Op de zolder van de woning is op 27 februari 2018 een hennepkwekerij ontmanteld. Blijkens het zogenoemde Hennepbericht van de politie zijn daarbij 174 hennepplanten verwijderd. Ook was er sprake van eerdere oogst en diefstal van stroom. De burgemeester heeft daarop de woning laten sluiten. In geschil is of in dit geval sprake is van een ernstige situatie die een directe sluiting van de woning, zonder eerst een waarschuwing te geven, rechtvaardigt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1651
Datum uitspraak
15 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak201906344/1/A3

201906445/1/A3

Bij besluit van 18 januari 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag aan [appellant] een bestuurlijke boete van € 10.250,- opgelegd. Op 2 november 2016 heeft de politie in de woning van [appellant] een hennepkwekerij aangetroffen. Naar aanleiding daarvan heeft het college op grond van artikel 21, aanhef en onder a, van de Huisvestingswet 2014 in samenhang gelezen met artikel 35, aanhef en onder a, van de Huisvestingsverordening Den Haag 2015-2019 een bestuurlijke boete aan [appellant] opgelegd wegens het onttrekken van zijn woning aan de woonbestemming zonder een daartoe strekkende vergunning. Het college heeft het bezwaar gegrond verklaard, de boete gematigd en in het besluit op bezwaar een bestuurlijke boete van € 5.000,- opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1642
Datum uitspraak
15 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak201906445/1/A3

201906468/1/R4

Bij besluit van 27 januari 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Ede een verzoek van [appellanten] om handhavend op te treden tegen het ophogen van het perceel [locatie 1] in Harskamp ten behoeve van een tweede stal op het perceel, afgewezen. Op 17 april 2014 heeft [belanghebbende] een aanvraag ingediend voor de wijziging van het bouwplan. Bij besluit van 28 augustus 2014 is aan Maatschap [belanghebbende] omgevingsvergunning verleend voor het gewijzigd uitvoeren van de op 29 mei 2012 verleende omgevingsvergunning. Hierbij is omgevingsvergunning verleend voor de activiteiten het (ver)bouwen van een bouwwerk, beperkte milieutoets en het gebruik van gronden of bouwwerken in strijd met de regels van ruimtelijke ordening. In de tekst van de omgevingsvergunning is aangegeven dat het bouwpeil is vastgesteld op 17,29 NAP en dat dit heeft te gelden als de in artikel 2 van de planregels bedoelde gemiddelde hoogte van het afgewerkte bouwterrein.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1635
Datum uitspraak
15 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak201906468/1/R4

201906524/1/A3

Bij besluit van 23 februari 2017 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan [appellante] een bestuurlijke boete opgelegd van € 36.000,00. Op 2 februari 2016 hield [appellante] een brandbestrijdingsoefening in een gebouw aan de [locatie] te Amersfoort. Tijdens deze brandbestrijdingsoefening is [slachtoffer], als vrijwilliger werkzaam voor [appellante], een arbeidsongeval overkomen. Het slachtoffer stond op een galerij, ongeveer 3,5 meter boven de begane grond. Een metalen hekwerk diende als randbeveiliging van de galerij. Een deel van het hekwerk was afneembaar en was vastgemaakt aan het andere - niet afneembare - hekwerk. Het slachtoffer heeft zichzelf op een gegeven moment tegen het hekwerk aangedrukt om ruimte vrij te maken voor een aantal naderende collega’s. Door het gewicht van het slachtoffer is het afneembare hekwerk losgekomen en naar beneden gevallen. Hierdoor heeft het slachtoffer zijn evenwicht verloren en is hij naar beneden gevallen op een betonnen vloer.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1655
Datum uitspraak
15 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak201906524/1/A3

201906675/1/R4

Bij besluit van 19 juli 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Vijfheerenlanden het verzoek van [appellante] om handhavend op te treden tegen het door [appellante] gestelde afwijkende gebruik van de bij besluit van 17 augustus 2017 verleende omgevingsvergunning voor de activiteit "brandveilig gebruik", van Hotel aan de Linge op het perceel Lingedijk 2 te Kedichem, afgewezen. De toezichthouder van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid heeft bij de controle van 29 juni 2018 geconstateerd dat alle punten met betrekking tot de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen in orde zijn gemaakt. Het college heeft, mede onder verwijzing naar de rapporten van de Omgevingsdienst, het verzoek van [appellante] om handhaving bij besluit van 19 juli 2018 afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1668
Datum uitspraak
15 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak201906675/1/R4

201906774/1/R1

Bij besluit van 26 januari 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd wegens het zonder omgevingsvergunning oprichten van een houten berging op het perceel [locatie] in Zaandam. Het college heeft een dwangsom opgelegd omdat er geen omgevingsvergunning is verleend voor de berging. Nu legalisering van de illegaal gebouwde berging volgens het college niet aan de orde is, heeft het college [appellant] gelast om de berging binnen 12 weken na de verzenddatum van het besluit van 26 januari 2018 te verwijderen en verwijderd te houden. Indien aan de gegeven last niet, niet volledig of niet tijdig wordt voldaan, verbeurt [appellant] een dwangsom van € 2.500,00 ineens. [appellant] kan zich niet met de last onder dwangsom verenigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1636
Datum uitspraak
15 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak201906774/1/R1

201907017/1/A3

Bij besluit van 12 juli 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hollands Kroon het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen de afsluiting van het pad tussen [locatie 1] en [locatie 2] in Wieringerwerf afgewezen. De percelen [locatie 1] en [locatie 2] waren één perceel. De toenmalige gebruiker had op het huidige nummer [locatie 2] zijn bedrijf en op nummer [locatie 1] woonde hij. Later is het perceel gesplitst. [appellant] heeft winkel met bovenwoning op nummer [locatie 2] en [belanghebbende] woont op nummer [locatie 1]. Tussen het huis van [appellant] en dat van [belanghebbende] ligt het pad. Volgens [appellant] werd het pad lange tijd gebruikt als doorgang naar de achtertuinen van de huizen aan de Planetenlaan en het parkeerterrein en de garages aan de Mercuriusstraat. [belanghebbende] die het huis eerst huurde en in 2010 het perceel heeft gekocht van de verhuurder, heeft het pad afgesloten voor anderen. [appellant] is het daar niet mee eens.

Datum uitspraak
15 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Wegenwet
  • uitspraakin de zaak201907017/1/A3

201907208/1/R2

Bij besluit van 27 februari 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Vught geweigerd aan Kindergarden Nederland B.V. een omgevingsvergunning te verlenen voor het verbouwen van een rijksmonumentaal pand ten behoeve van een kinderdagverblijf met buitenschoolse opvang op het perceel aan de Taalstraat 53 te Vught. Sthubati Beheer is eigenaresse van het perceel. Op het perceel staat een monumentaal pand dat ten tijde van belang verhuurd werd aan Kindergarden. Kindergarden wilde in het pand een kinderdagverblijf met buitenschoolse opvang gaan exploiteren. Om dit mogelijk te maken heeft Kindergarden op 1 augustus 2018 een aanvraag ingediend voor het verbouwen van het pand. Het ten tijde van belang ter plaatse geldende bestemmingsplan "Taalstraat/Loyolalaan" kent de bestemming "Dienstverlening" aan het perceel toe.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1648
Datum uitspraak
15 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak201907208/1/R2

201907271/1/R4

Bij besluit van 31 juli 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam zijn beslissing om op 31 juli 2019 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening Rotterdam 2009 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten €125,00, voor rekening van [appellant] komen. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een huisvuilzak die op 31 juli 2019 is aangetroffen naast een ondergrondse inzamelcontainer (hierna: container) ter hoogte van het perceel Goudse Rijweg 18 in Rotterdam. Het college is ervan uitgegaan dat [appellant] de huisvuilzak verkeerd heeft aangeboden, omdat in de huisvuilzak een medicijndoosje is aangetroffen met daarop de adresgegevens van [appellant].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1672
Datum uitspraak
15 juli 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak201907271/1/R4

201907291/1/R1

Bij besluit van 27 augustus 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Lochem de locatie hoek Blauwedijk/Bakkersteeg in Almen aangewezen als locatie voor inzamelvoorzieningen voor papier, PMD, restafval, incontinentiemateriaal, textiel en glas. Het college heeft de locatie hoek Blauwedijk/Bakkersteeg aangewezen als locatie voor inzamelvoorzieningen voor papier, PMD, restafval, incontinentiemateriaal, textiel en glas. [appellant] en anderen zijn eigenaren van de woningen die in de nabijheid van deze locatie liggen en vrezen voor onder meer verkeershinder en aantasting van de landschappelijke waarde ter plaatse van het milieuparkje.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1662
Datum uitspraak
15 juli 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak201907291/1/R1

201907330/1/R1

Bij besluit van 17 september 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Schiedam een plaatsingsplan vastgesteld voor de plaatsing van ondergrondse restafvalcontainers in de wijken Sveaparken, Spaland en Kethel in Schiedam. Het plaatsingsplan voorziet onder meer in de aanwijzing van de locatie Kalixfors naast de parkeerplaats tegenover huisnummer 3. [appellant] en anderen wonen aan de [locaties]. De aangewezen locatie Kalixfors tegenover huisnummer 3, bevindt zich op korte afstand van hun woningen. [appellant] en anderen kunnen zich niet met de aanwijzing van deze locatie verenigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1676
Datum uitspraak
15 juli 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak201907330/1/R1

201907399/1/R4

Bij besluit van 10 september 2019 (hierna: het bestreden besluit) heeft de minister van Economische Zaken en Klimaat besloten dat de Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. de winning van het Groningen gasveld voor het gasjaar 2019-2020 uitvoert overeenkomstig de in de bijlage bij dit besluit opgenomen operationele strategie 1 en zich daarbij houdt aan de in het besluit gestelde regels. Sinds de inwerkingtreding van de Mijnbouwwet hebben de minister van Economische Zaken en daarna de minister een aantal besluiten genomen over instemming met een winningsplan van de NAM voor het Groningenveld, namelijk in 2004, 2007, 2015, 2016, 2017 en in 2018. De in 2015, 2016, 2017 en 2018 genomen besluiten zijn onderwerp geweest van drie eerdere beroepsprocedures bij de Afdeling. De appellanten zijn mensen die persoonlijk gevolgen ondervinden van de gaswinning, en de Groninger Bodem Beweging, die opkomt voor de belangen van mensen die schade ondervinden als gevolg van de gaswinning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1665
Datum uitspraak
15 juli 2020
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Milieu - Overige
  • uitspraakin de zaak201907399/1/R4
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak201907399/1/R4

201907424/1/R4

Bij besluit van 5 juli 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam zijn beslissing om op 30 juni 2019 spoedeisende bestuursdwang toe te passen jegens [appellante] wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening Rotterdam 2009 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten €125,00, voor rekening van [appellante] komen. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft volgens het college bestaan uit het verwijderen van een platte kartonnen doos van ongeveer A4-formaat (hierna: de doos), die op 30 juni 2019 zou zijn aangetroffen naast een ondergrondse inzamelcontainer ter hoogte van het perceel Cillerhoekstraat 2 te Rotterdam. Het college heeft zich hierbij gebaseerd op een ambtelijke rapportage.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1673
Datum uitspraak
15 juli 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak201907424/1/R4

201907652/1/R1

Bij besluit van 5 juli 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Helder [appellante] een last onder bestuursdwang opgelegd. Volgens het college heeft [appellante] de voor- en achterzijde van haar woning op het perceel [locatie A] in Den Helder geverfd in een kleur die een welstandsexces oplevert. [appellante] handelt daardoor in strijd met artikel 12, eerste lid, van de Woningwet. Het college heeft haar daarom in het in bezwaar gehandhaafde besluit van 5 juli 2018 onder aanzegging van bestuursdwang gelast om voor 1 oktober 2018 de voor- en achtergevel van de woning op het perceel te (laten) verven in een andere kleur dan de fel geelgroene kleur die door haar op deze gevels is aangebracht, zodat het welstandsexces wordt opgeheven. Deze kleur mag niet in ernstige mate in strijd zijn met redelijke eisen van welstand.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1659
Datum uitspraak
15 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak201907652/1/R1
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak201907652/1/R1

201907693/1/R1

Bij besluit van 8 mei 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Arnhem een plaatsingsplan vastgesteld voor de plaatsing van ondergrondse afvalcontainers in Arnhem. [appellant] woont aan de [locatie]. Er is een locatie tegenover de woning van [appellant] aangewezen voor twee OAC’s voor plastic en papier. Hij kan zich niet met de aanwijzing van deze locatie verenigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1677
Datum uitspraak
15 juli 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak201907693/1/R1
vorige pagina1...267268269...1.250volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon