Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 124.988
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

201907985/1/R1

Bij besluit van 19 september 2019 heeft de raad van de gemeente Haarlem het bestemmingsplan "Reparatieplan A Haarlem 2019" vastgesteld. Met het reparatieplan wordt beoogd onvolkomenheden in andere bestemmingsplannen te herstellen. Het plangebied bestaat uit verschillende locaties in Haarlem, waaronder de Grote Houtstraat 1A en 1B (tegenwoordig geadresseerd als de Grote Markt 16). Het Frans Hals Museum, De Hallen, is hier gevestigd. Het voorheen geldende plan "Oude Stad" staat een museumfunctie in de Verweyhal op de verdieping van de Grote Houtstraat 1B abusievelijk niet toe. Met het reparatieplan wordt een museum op de Grote Markt 16 (de verdiepingen van de Grote Houtstraat 1A en 1B) toegestaan. [appellant] is deels eigenaar van het appartementsrecht voor het pand Grote Houtstraat 1A en 1B. Hij kan zich niet verenigen met het reparatieplan voor zover het op de verdieping aan de Grote Houtstraat 1A en 1B in een museumfunctie voorziet.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1667
Datum uitspraak
15 juli 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak201907985/1/R1

201907992/1/R2 en 201908150/1/R2

Bij uitspraak van 23 oktober 2019 in zaak nrs. 201900576/1/R2 en 201901164/1/R2 heeft de Afdeling, voor zover hier van belang, het beroep van [verzoekster] tegen het besluit van de raad van Vijfheerenlanden (voorheen: Zederik) van 29 juni 2015 niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het besluit van 19 november 2018 ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1634
Datum uitspraak
15 juli 2020
  • Herziening
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak201907992/1/R2 en 201908150/1/R2

201908016/1/A3

Bij besluit van 31 oktober 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan [appellant] een boete opgelegd van € 20.500,00 wegens het zonder vergunning onttrekken van woonruimte. [appellant] stond vanaf 1 maart 2017 ingeschreven op het adres [locatie] te Amsterdam en huurde de woning met ingang van 1 april 2017. Nadat het college meerdere meldingen had ontvangen dat de woning niet wordt bewoond en aan toeristen wordt verhuurd, heeft het een onderzoek ingesteld naar de woning. In het rapport van bevindingen staat dat toezichthouders van de gemeente op 30 april 2017 tijdens een bezoek hebben geconstateerd dat in de woning vier toeristen verbleven, die de woning via www.booking.com hadden geboekt voor vier nachten, en dat er geen persoonlijke spullen in de woning waren. Het college heeft ook een administratief onderzoek gedaan. Hieruit is naar voren gekomen dat de woning op meerdere boekingwebsites wordt aangeboden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1664
Datum uitspraak
15 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak201908016/1/A3

201908186/1/R2

Bij besluit van 23 september 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van 's-Hertogenbosch aan Stichting Zayaz een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van 83 sociale huurappartementen en 4 groepswoningen met 11 eenheden per groep voor psychogeriatrische zorg op het perceel aan het Sweelinckplein 12-20G te ’s-Hertogenbosch. Volgens het college is het bouwplan in strijd met deze bestemming, omdat de functie wonen daarbinnen niet is toegestaan. Verder wordt de maximaal toegestane bouwhoogte deels overschreden en is het bouwplan deels buiten het bouwvlak voorzien. Het college heeft de gevraagde omgevingsvergunning verleend met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 3°, van de Wabo. [appellant] woont op het perceel aan het [locatie] te ’s-Hertogenbosch en kan zich niet met het besluit van 23 september 2019 verenigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1646
Datum uitspraak
15 juli 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak201908186/1/R2

201908331/1/R1

Bij besluit van 16 mei 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad besloten tot invordering van door [appellant] verbeurde dwangsommen van in totaal € 50.000,00. [appellant] is eigenaar van het pand met de adressen [locatie A], [locatie B] en [locatie C] in Zaandam. De woonruimte op de begane grond heeft huisnummer [locatie A], de bovenwoning heeft huisnummer [locatie B] en de woonruimte in de kelderverdieping heeft huisnummer [locatie C]. Het college heeft bij twee afzonderlijke besluiten van 13 oktober 2017 aan [appellant] in totaal tien lasten onder dwangsom en een preventieve last onder dwangsom opgelegd wegens in het pand geconstateerde overtredingen van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en een aantal voorschriften van het Bouwbesluit 2012. De besluiten van 13 oktober 2017 zijn in rechte onaantastbaar. Met de in bezwaar gehandhaafde besluiten van 16 mei 2018 en 22 mei 2018 is het college tot invordering van verbeurde dwangsommen overgegaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1660
Datum uitspraak
15 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak201908331/1/R1

201908394/1/R2

Bij besluit van 13 maart 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Beekdaelen aan vergunninghouder], handelend onder de naam [bedrijf], een omgevingsvergunning verleend voor het uitbreiden van een minicamping met 10 extra plaatsen op het perceel [locatie] te [plaats]. [bedrijf] is een bedrijf, gevestigd aan de [locatie] te [plaats], dat onder andere is gericht op de kleine fruitteelt. [vergunninghouder] en zijn vrouw exploiteren op dit perceel ook een camping, met 15 kampeerplaatsen. Zij willen graag deze met 10 plaatsen uitbreiden naar 25 plaatsen. In verband daarmee heeft [vergunninghouder], namens [bedrijf], een omgevingsvergunning aangevraagd. [appellant] woont in de nabijheid van het perceel. Hij vreest voor een toename van de overlast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1675
Datum uitspraak
15 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak201908394/1/R2

201908440/1/R1

Bij besluit van 20 december 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht locatie 223 in de Biltstraat ter hoogte van nummer 119, aangewezen voor het plaatsen van een ondergrondse restafvalcontainer. In de in bezwaar gehandhaafde besluiten van 20 december 2018, 22 januari 2019 en 22 maart 2019 heeft het college in totaal drie locaties aangewezen voor de plaatsing van in totaal vier orac’s. [appellant A] en anderen wonen op Biltstraat [nummer], [nummer], [nummer], [nummer] en [nummer] en hebben tegen de aanwijzingsbesluiten bezwaar gemaakt en vervolgens tegen het besluit op bezwaar beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1661
Datum uitspraak
15 juli 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak201908440/1/R1

201908580/1/R2

Op 22 augustus 2019 hebben Radrema Auto’s en [appellant] beroep ingesteld tegen het niet tijdig bekendmaken van een beschikking van rechtswege, naar aanleiding van een op 21 februari 2019 ingediende aanvraag om omgevingsvergunning met betrekking tot het perceel Galjoenweg 71 te Maastricht. Op 21 februari 2019 hebben Radrema Auto’s en [appellant] een aanvraag om een omgevingsvergunning bij het college van burgemeester en wethouders van Maastricht ingediend, voor de activiteit handelen in strijd met het bestemmingsplan. Gelet op artikel 3.9, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht diende het college uiterlijk op 18 april 2019 te beslissen op deze aanvraag.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1678
Datum uitspraak
15 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak201908580/1/R2

201908641/1/A3

Bij besluit van 30 augustus 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan [appellant] een boete opgelegd van € 20.500,00 wegens het zonder vergunning onttrekken van woonruimte. [appellant] beheert voor de eigenaar de woning op het adres [locatie]. Zo heeft hij een account op een website waar de woning wordt aangeboden voor vakantieverhuur. Nadat het college meerdere meldingen had ontvangen dat de woning niet wordt bewoond maar aan toeristen wordt verhuurd, heeft het een onderzoek ingesteld naar de woning. Uit het rapport van bevindingen volgt dat toezichthouders van de gemeente op 20 juni 2018 tijdens een bezoek aan de woning hebben geconstateerd dat in de woning vier toeristen verbleven, die de woning via de website hadden geboekt voor de periode 17 juni tot 23 juni 2018.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1650
Datum uitspraak
15 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak201908641/1/A3

201908861/1/R2

Bij besluit van 23 juli 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Heeze-Leende een omgevingsvergunning verleend voor de activiteit werk of werkzaamheden uitvoeren, te weten het verharden van een bestaand pad, kadastraal bekend gemeente Heeze, sectie H, nummer 44, locatie Ronde Bleek. Kuba B.V. exploiteert op een perceel, gelegen aan de Ronde Bleek 2a te Sterksel, een bedrijf, dat voornamelijk is gericht op het kweken van vissen en schaaldieren. De Ronde Bleek verbindt de weg "Peelven" met de weg "Turfven". Het gedeelte vanaf Turfven tot aan het perceel is verhard en het gedeelte vanaf het perceel tot aan Peelven is onverhard. Kuba B.V. is eigenaar van het pad. Zij vreest dat nadat het pad is verhard, het aantal verkeersbewegingen en daarmee de verkeersoverlast toeneemt en dat de natuur- en landschapswaarden in het gebied worden aangetast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1679
Datum uitspraak
15 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak201908861/1/R2

201909166/1/A3

Bij besluit van 1 mei 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag de aanvraag van [appellante] voor een voorrangsverklaring afgewezen. [appellante] woonde samen met haar vier kinderen bij haar moeder in Den Haag. Volgens haar was de woning niet geschikt voor het aantal personen dat daarin verbleef en leverde dat verblijf veel spanning en stress op. Daarnaast heeft zij borstkanker en voor het herstel tijdens en na de behandeling dient zij volgens de huisarts te beschikken over een stabiele thuissituatie. Zij heeft daarom een voorrangsverklaring aangevraagd. Het college heeft aan de besluitvorming ten grondslag gelegd dat [appellante] niet buiten eigen schuld en toedoen in een situatie verkeerde waarin zij binnen drie maanden andere woonruimte behoefde. Volgens het college kon [appellante] de situatie daarnaast ook op een andere manier oplossen. Zij heeft er zelf voor gekozen haar eigen zelfstandige huurwoning te verlaten en bij haar moeder te gaan inwonen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1641
Datum uitspraak
15 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak201909166/1/A3

202000738/1/R4

Bij besluit van 4 april 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen aan Stichting Wiek-II een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een zonnepark. Stichting Wiek-II is voornemens om op de gronden tussen de A15, de Stationsstraat en de Groothandelsweg te Nijmegen een zonnepark van ongeveer 6 hectare op te richten. Dit is in strijd met de ter plaatse geldende beheersverordening "Nijmegen Bedrijventerrein Oosterhout en Rietgraaf e.o.". De in april 2019 verleende omgevingsvergunning voorziet in de bouw van het zonnepark, het afwijken van de beheersverordening en het maken van een uitweg. Een deel van de gronden waarop het zonnepark is voorzien, was in eigendom van de moeder van [appellant]. De gemeente heeft de gronden in 2010 gekocht. Nadien is [appellant] de gronden op basis van een geliberaliseerde pachtovereenkomst met de gemeente gaan gebruiken voor akkerbouw en het houden van vee. [appellant] wil de gronden blijven gebruiken en is het niet eens met de vergunning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1640
Datum uitspraak
15 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202000738/1/R4

202001214/3/V6

[appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 14 februari 2020 in zaak nr. 18/2181. De minister van Buitenlandse Zaken heeft, op verzoek van de Afdeling krachtens artikel 8:45 van de Awb, de vertrouwelijke versie van een aantal gedingstukken overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Awb medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van deze stukken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1625
Datum uitspraak
15 juli 2020
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202001214/3/V6

202003296/2/R3

Bij besluit van 21 april 2020 heeft de raad van de gemeente Steenwijkerland het bestemmingsplan "Giethoorn - Loswal Kerkweg" vastgesteld. Een deel van het dorp Giethoorn is niet of slechts beperkt per weg bereikbaar. De enige mogelijkheid voor het aan- en afvoeren van grotere goederen is via het water. Al sinds vele jaren is een verharde loswal aan de Kerkweg in gebruik als laad- en losplaats van goederen. Deze goederen worden met een voertuig aan- of afgevoerd en op of van een boot of ponton geladen. Deze vaartuigen meren aan bij de woningen, diverse campings en bedrijven die niet of slechts beperkt over de weg bereikbaar zijn. [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] wonen aan de [locatie]. De locatie ligt aan het doodlopende deel van de Kerkweg na de laad- en loswal. [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] stellen in de bestaande situatie al ernstige geluid- en verkeershinder van de loswal te ondervinden en vrezen toename hiervan ten gevolge van het bestreden plan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1627
Datum uitspraak
14 juli 2020
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202003296/2/R3

202003760/2/V2

Bij besluit van 5 februari 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1631
Datum uitspraak
14 juli 2020
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202003760/2/V2

202003308/2/V3

Bij besluit van 6 maart 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1620
Datum uitspraak
13 juli 2020
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202003308/2/V3

202003333/1/R3 en 202003333/2/R3

Bij besluit van 20 april 2020 heeft de raad van de gemeente Nissewaard het bestemmingsplan "Koninginnehof, Zuidland" vastgesteld. Het plan voorziet in de realisatie van 49 nieuwe woningen in de dorpskern van Zuidland, gelegen in de gemeente Nissewaard. Het plangebied grenst aan de Julianastraat, de Emmastraat, de Wilhelminastraat en de Welkomkerk. In het plangebied stonden voorheen een schoolgebouw en 27 verouderde seniorenwoningen. Deze gebouwen zijn begin 2017 gesloopt. Het plangebied is nu braakliggend. [appellant] woont aan de Wilhelminastraat nabij het plangebied. Hij vreest onder meer dat de realisatie van de nieuwe woningen leidt tot een toename van de parkeerdruk rondom het plangebied en tot een verslechtering van de verkeersveiligheid. Ook kan hij zich niet verenigen met de bouwhoogte van een deel van de nieuwe woningen en wijst hij op aspecten die betrekking hebben op de waterhuishouding en de flora en fauna.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1619
Datum uitspraak
13 juli 2020
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202003333/1/R3 en 202003333/2/R3

202001389/2/V2

Bij besluit van 6 september 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1623
Datum uitspraak
10 juli 2020
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202001389/2/V2

202002647/2/R4

Bij besluit van 3 maart 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Barneveld het wijzigingsplan "Renswoudsestraatweg IV" vastgesteld. Het wijzigingsplan heeft betrekking op het deel van de gronden op het adres [locatie A] die liggen in [plaats]. De overige gronden op dit adres liggen in [plaats]. Al deze gronden zijn eigendom van [maatschap]. Het wijzigingsplan voorziet in het toevoegen van de aanduiding 'intensieve veehouderij' en in een verkleining van het bouwvlak, zo is in de kennisgeving vermeld. [verzoeker] woont aan de [locatie B] in Lunteren, in de directe nabijheid van het perceel. Hij kan zich niet met het wijzigingsplan verenigen. Hij heeft de voorzieningenrechter gevraagd om een schorsing van het wijzigingsplan totdat uitspraak is gedaan in de hoofdzaak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1613
Datum uitspraak
10 juli 2020
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202002647/2/R4

202002695/2/V2

Bij besluit van 11 maart 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1617
Datum uitspraak
10 juli 2020
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202002695/2/V2

202002550/2/A3

De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 24 maart 2020 in zaak nr. 19/1063. De minister heeft de vertrouwelijke versie van een aantal gedingstukken overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Awb medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van deze stukken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1610
Datum uitspraak
10 juli 2020
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202002550/2/A3

201909083/1/V2

Bij besluit van 1 februari 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1612
Datum uitspraak
9 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak201909083/1/V2

202001814/2/A2

Bij brief van 16 juli 2019 heeft het College sanering zorginstellingen de stichting meegedeeld dat voor de vervreemding van zorg- en verblijflocatie De Amerhorst goedkeuring aan het College sanering zorginstellingen moet worden gevraagd. De Amerhorst is een locatie in Amersfoort waar de stichting zorg en verblijf aanbiedt voor bewoners met een verblijfsindicatie. De stichting is eigenaar van De Amerhorst en werkt wat vastgoed betreft al geruime tijd samen met Habion, een woningcorporatie die is gespecialiseerd in ouderenhuisvesting. De stichting en Habion zijn van plan de opstallen op De Amerhorst te slopen en nieuwbouw te realiseren. De stichting zal de nieuwbouw van Habion gaan huren. Bij brief van 29 mei 2019 heeft de stichting het college gevraagd toestemming te verlenen om met Habion hierover tot een transactie te komen. Het college heeft deze brief aangemerkt als een melding en bepaald dat de transactie niet zonder zijn goedkeuring mag plaatsvinden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1567
Datum uitspraak
9 juli 2020
  • Voorlopige voorziening
  • Gezondheidszorg
  • uitspraakin de zaak202001814/2/A2

202003699/2/V2

Bij besluit van 31 mei 2017, aangevuld bij brieven van 14 april 2020 en 11 mei 2020, heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1616
Datum uitspraak
9 juli 2020
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202003699/2/V2

202003796/2/V3

Bij besluiten van 18 maart 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1615
Datum uitspraak
9 juli 2020
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202003796/2/V3

201810231/1/V2

Bij besluit van 25 oktober 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1569
Datum uitspraak
8 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak201810231/1/V2

201905985/1/V2

Bij besluit van 8 april 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen, hem opgedragen Nederland onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1565
Datum uitspraak
8 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak201905985/1/V2

202001583/2/V6

Bij besluit van 28 februari 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het Nederlanderschap van [verzoeker] ingetrokken. Het verzoek strekt ertoe dat bij wijze van voorlopige voorziening wordt bepaald dat de rechtsgevolgen van het besluit tot intrekking van het Nederlanderschap worden geschorst totdat de Afdeling op het beroep tegen het besluit van 7 april 2020 heeft beslist. [verzoeker] heeft aan zijn verzoek ten grondslag gelegd dat hij als gevolg van de intrekking van zijn Nederlanderschap geen rechtmatig verblijf meer heeft in Nederland en daarom geen arbeid meer mag verrichten. [verzoeker] voert verder aan dat zijn belangen om de procedure in Nederland af te mogen wachten zwaarder moeten wegen dan het belang van de staatssecretaris om tot uitzetting over te gaan, omdat de gehele procedure inmiddels al tweeëneenhalf jaar duurt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1566
Datum uitspraak
8 juli 2020
  • Voorlopige voorziening
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202001583/2/V6

202002909/1/V3

Bij besluit van 2 juni 2019 is aan de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1563
Datum uitspraak
8 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202002909/1/V3

202003700/2/V2

Bij besluit van 27 februari 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1611
Datum uitspraak
8 juli 2020
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202003700/2/V2

201804829/10/R2

Bij uitspraak, onderscheidenlijk tussenuitspraak van 14 augustus 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2772, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Boekel opgedragen om binnen 26 weken na de verzending van deze uitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van 22 februari 2018 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Omgevingsplan Buitengebied 2016" en het besluit van 4 april 2019 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Reparatieherziening Buitengebied 2016" te herstellen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1608
Datum uitspraak
8 juli 2020
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak201804829/10/R2

201805678/3/R1

Bij tussenuitspraak van 27 november 2019, ECLI:NL:RVS:2019:4009, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Wormerland opgedragen om binnen 20 weken na de verzending van de tussenuitspraak het gebrek in het besluit van 17 april 2018 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Bedrijventerreinen" te herstellen. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling overwogen dat de raad, anders dan hij heeft beoogd, niet heeft uitgesloten dat ter plaatse van de functieaanduiding "specifieke vorm van bedrijf - afvalverwerkingsbedrijf" een bedrijf kan worden gerealiseerd met een capaciteit van 50 ton per dag of meer. Verder heeft de Afdeling overwogen dat, anders dan de raad heeft beoogd, in de planregels niet is gewaarborgd dat van de wijzigingsbevoegdheid op grond waarvan opslag van consumentenvuurwerk tot 10.000 kg en detailhandel in consumentenvuurwerk tot 10.000 kg mogelijk wordt gemaakt, slechts één keer gebruikt kan worden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1579
Datum uitspraak
8 juli 2020
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak201805678/3/R1

201805886/1/R2

Vexpro heeft op 12 juli 2018 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de raad van de gemeente Tilburg op haar aanvraag om het bestemmingsplan "Langendijk 182 te Tilburg" vast te stellen. Vexpro wil op de gronden een aantal woningen realiseren. Bij besluit van 10 september 2018 heeft de raad besloten het bestemmingsplan niet in procedure te brengen en niet vast te stellen. Het besluit van 10 september 2018 is, gelet op artikel 6:20, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht van rechtswege mede onderwerp van dit geding.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1605
Datum uitspraak
8 juli 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak201805886/1/R2

201807562/1/R2

Op 7 juni 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders van Gilze en Rijen aan Vexpro een brief met vier beslispunten gestuurd. Vexpro heeft gronden in eigendom aan de Oranjestraat 100, waarop zij woningen wil realiseren. Daarvoor beoogt zij herziening van het ter plaatse geldende bestemmingsplan. De plannen zijn gesplitst in twee bestemmingsplannen: één voor te realiseren woningen aan het lint van de Oranjestraat, en één om 6 woningen mogelijk te maken op het achterterrein van de Oranjestraat 100, ten noorden van de lintbebouwing aan de Oranjestraat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1604
Datum uitspraak
8 juli 2020
  • Hoger beroep
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak201807562/1/R2

201809438/1/R2

Op 18 december 2017 heeft de raad van de gemeente Gilze en Rijen besloten het bestemmingsplan "Achterterrein Oranjestraat, Gilze" niet vast te stellen. Vexpro wil op het achterterrein van de Oranjestraat 100, ten noorden van de gronden die direct aan het lint van de Oranjestraat liggen, een aantal woningen realiseren. Daarom heeft zij de raad verzocht om voor die locatie het bestemmingsplan "Achterterrein Oranjestraat 100, Gilze" vast te stellen. Volgens haar heeft de raad ten onrechte besloten het bestemmingsplan niet verder in procedure te brengen en niet vast te stellen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1552
Datum uitspraak
8 juli 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak201809438/1/R2

201809539/1/R2

Bij besluit van 13 november 2017 heeft de raad van de gemeente Gilze en Rijen besloten het bestemmingsplan "Oranjestraat 113 te Gilze" niet vast te stellen. Vexpro bezit gronden aan de Oranjestraat 113 in Gilze. Op de gronden die aan de Oranjestraat grenzen, staat een tankstation met lpg-afleverinstallatie, een bedrijfswoning en daarachter bedrijfsgebouwen en garageboxen. Ten zuiden en zuidoosten hiervan liggen grotendeels onbebouwde gronden en een gemeenschappelijke tuin. Vexpro wil op de gronden maximaal 40 woningen realiseren. Daarom heeft zij de raad verzocht om voor die locatie het bestemmingsplan "Oranjestraat 113 te Gilze" vast te stellen (hierna: het bestemmingsplan). Volgens haar heeft de raad ten onrechte besloten het bestemmingsplan niet verder in procedure te brengen en niet vast te stellen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1551
Datum uitspraak
8 juli 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak201809539/1/R2

201810204/1/R1

Bij besluit van 4 oktober 2018 heeft de raad het bestemmingsplan "Veegplan Westelijk Buitengebied" vastgesteld. Het bestemmingsplan is een herziening van het vorige bestemmingsplan "Westelijk Buitengebied" dat de raad bij besluit van 3 juli 2014 heeft vastgesteld en vervolgens bij besluit van 12 mei 2016 gewijzigd heeft vastgesteld naar aanleiding van de (tussen)uitspraak van de Afdeling van 27 januari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:146. Het voorliggende bestemmingsplan bevat enkele aanpassingen die voortvloeien uit voortschrijdend inzicht bij de toepassing van het vorige bestemmingsplan. Daarnaast beoogt de raad het bestemmingsplan in overeenstemming te brengen met de feitelijke situatie en een aantal na vaststelling van het vorige bestemmingsplan verleende vergunningen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1600
Datum uitspraak
8 juli 2020
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak201810204/1/R1

201900107/1/R3

Bij besluit van 1 november 2018 heeft de raad van de gemeente Delfzijl het bestemmingsplan "Spijk - Oostpolderweg 11-13" vastgesteld. Met het bestemmingsplan wordt een bestaande zorgboerderij op de percelen Oostpolderweg 11 en 13 en op het agrarische perceel als zodanig bestemd. Stichting Zorgboerderij Feniks is de exploitant van de zorgboerderij. Ook maakt het plan het mogelijk dat de recreatiewoning op het perceel Oostpolderweg 13 wordt gebruikt voor verblijf ten behoeve van de zorgboerderij. Daarnaast voorziet het plan in een juridisch planologisch kader voor de permanente bewoning van de recreatiewoning op het perceel Oostpolderweg 11, een paardenbak op het agrarische perceel en een bed & breakfast op het tussengelegen perceel. [appellant] woont op het perceel [locatie]. [appellant] richt zich in beroep tegen de exploitatie van de zorgboerderij op het perceel Oostpolderweg 13 en het agrarische perceel. [appellant] richt zich in beroep tegen de exploitatie van de zorgboerderij.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1601
Datum uitspraak
8 juli 2020
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Groningen
  • uitspraakin de zaak201900107/1/R3

201900559/1/R3

Bij besluit van 15 november 2018 heeft de raad van de toenmalige gemeente Noordwijkerhout (thans: de raad van de gemeente Noordwijk) het bestemmingsplan "Schippersvaartweg 39" vastgesteld. Binnen het plangebied op de locatie Munnekeweij aan de Schippersvaartweg 39 in Noordwijkerhout bevindt zich een voormalig bejaardencentrum waarvan het pand al enige tijd leegstaat. Woningstichting Sint Antonius van Padua heeft het voornemen om deze gronden te herontwikkelen en 45 sociale huurwoningen te realiseren, waarvan 21 appartementen en 24 grondgebonden rug-aan-rug woningen. Het voorliggende plan is vastgesteld om de beoogde woningbouw mogelijk te maken. [appellant sub 1], [appellant sub 2] en anderen en [appellant sub 3] kunnen zich niet verenigen met het plan. Zij vrezen dat de met het plan mogelijk gemaakte ontwikkeling hun woon- en leefklimaat zal aantasten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1607
Datum uitspraak
8 juli 2020
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak201900559/1/R3

201901017/1/R3

Bij besluit van 15 mei 2018 heeft de raad van de gemeente Zuidplas het verzoek van [appellante] om het bestemmingsplan "[locatie]" te herzien afgewezen. [appellante] exploiteert een agrarisch bedrijf op het perceel [locatie] te Zevenhuizen. Het bedrijf bestaat uit een varkenshouderij met onder andere een voorziening ter verwerking van rest- en zijstromen uit de levensmiddelenindustrie. [appellante] verwerkt daarbij niet alleen reststromen ten behoeve van brijvoerproductie voor varkensvoer, maar ook zijstromen kaas afkomstig uit de productie van kaas, die zij na verwerking geschikt maakt als product/grondstof voor menselijke consumptie. Volgens [appellante] stelt de raad zich ten onrechte op het standpunt dat deze kaasverwerking in strijd is met het bestemmingsplan. [appellante] heeft de raad om herziening van dat plan verzocht. Zij heeft gevraagd hierin de termen ‘verwerking’ en ‘zij- en reststromen’ te verduidelijken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1578
Datum uitspraak
8 juli 2020
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak201901017/1/R3

201901644/4/A1

Bij tussenuitspraak van 11 maart 2020, ECLI:NL:RVS:2020:730, heeft de Afdeling het college van burgemeester en wethouders van Breda opgedragen om binnen zes weken na verzending van deze tussenuitspraak het daarin omschreven gebrek in het besluit van 8 februari 2018 te herstellen. Bij besluit van 15 augustus 2017 heeft het college locaties aangewezen waar inzamelmiddelen voor huishoudelijk afval, containers, ter inzameling mogen worden aangeboden. Eén van die locaties is in de Johan Metzelaarstraat, ter hoogte van [locatie], in Breda. [appellante] woont op [locatie] en is het niet eens met de aanwijzing van de locatie, omdat zij overlast ondervindt van de inzameling. De Afdeling heeft bij de tussenuitspraak geoordeeld dat het college niet goed heeft gemotiveerd waarom het zich op het standpunt stelt dat de door [appellante] voorgestelde alternatieve locatie niet dusdanig geschikter is dan de aangewezen locatie, dat het in redelijkheid voor de aangewezen locatie heeft kunnen kiezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1588
Datum uitspraak
8 juli 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak201901644/4/A1

201903905/1/R2

Bij besluit van 4 april 2019 heeft de raad van de gemeente Landerd geweigerd het bestemmingsplan "Pastoor van Winkelstraat 59a" vast te stellen. Het door [appellant] aangevraagde bestemmingsplan voorziet ten behoeve van een uitbreiding van het agrarisch bedrijf op het perceel in het vergroten en veranderen van de vorm van het bouwvlak, de bouw van een vleeskalverenstal en de aanleg en verlenging van verschillende sleufsilo’s. Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 5 maart 2018 tot en met 16 april 2018 ter inzage gelegen. In die periode zijn tegen het plan verschillende zienswijzen ingediend. Deze hebben ertoe geleid dat het ontwerpbestemmingsplan enigszins gewijzigd door het college ter vaststelling aan de raad is aangeboden. De raad heeft evenwel besloten om het bestemmingsplan niet vast te stellen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1591
Datum uitspraak
8 juli 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak201903905/1/R2

201904070/1/A2

Bij besluit van 4 juli 2017 heeft de Belastingdienst/Toeslagen een verzoek van [appellante] om herziening van de kinderopvangtoeslag over het jaar 2012 afgewezen. Als gevolg van het besluit van 17 april 2020 is het besluit van 4 juli 2017 herroepen en hoeft [appellante] geen bedrag aan kinderopvangtoeslag over het jaar 2012 terug te betalen aan de Belastingdienst/Toeslagen. [appellante] heeft bij de brief van 29 mei 2020 echter te kennen gegeven dat zij veel tijd en geld is kwijtgeraakt aan deze procedure. Zij heeft de Afdeling daarom verzocht de Belastingdienst/Toeslagen in de proceskosten te veroordelen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1580
Datum uitspraak
8 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak201904070/1/A2

201904409/1/A2

Bij besluit van 20 februari 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Wierden aan [appellant] een tegemoetkoming in planschade van € 4.450,00 toegekend. [appellant] is sinds 2002 eigenaar van het perceel [locatie] te Wierden. Op het perceel staan de bedrijfswoning met aangebouwd bedrijfspand van [appellant]. Hij heeft gevraagd om een tegemoetkoming in planschade ten gevolge van het op 25 januari 2015 in werking getreden bestemmingsplan "Wierden-dorp, herziening Smeijerkampstraat". Volgens [appellant] bevat het nieuwe bestemmingsplan ten opzichte van het voorheen geldende bestemmingsplan "Wierden Dorp" grotere bouw- en gebruiksmogelijkheden voor gronden ten zuiden van zijn perceel. Deze planologische verandering leidt volgens hem tot een vermindering van uitzicht, extra aantasting van zijn privacy, minder zon op zijn perceel en meer verkeersoverlast. Hierdoor daalt de waarde van zijn perceel, waardoor hij schade lijdt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1593
Datum uitspraak
8 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak201904409/1/A2

201905190/1/R1

Bij besluit van 14 mei 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Beverwijk de locatie tegenover [locatie 1] te Beverwijk aangewezen voor de plaatsing van een ondergrondse restafvalcontainer. Het besluit strekt tot de aanwijzing van de locatie tegenover [locatie 1] voor de plaatsing van een ORAC. In het ontwerpbesluit was tegenover [locatie 2] een locatie opgenomen voor de plaatsing van de ORAC. In het definitieve besluit heeft het college zich op het standpunt gesteld dat op die locatie geen ORAC kan worden geplaatst, omdat de bewoners van de [locatie 3] hierdoor te veel overlast ondervinden. Daarom is voor een nieuwe locatie gekozen, namelijk tegenover [locatie 1]. [appellant] woont aan de [locatie 1] te Beverwijk. De aangewezen locatie bevindt zich op korte afstand zijn woning. [appellant] kan zich niet met de aanwijzing van deze locatie verenigen, aangezien dit volgens hem ten koste gaat van een rechte oversteek vanaf zijn tuinpad naar de overzijde van het woonerf.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1572
Datum uitspraak
8 juli 2020
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Afval
  • uitspraakin de zaak201905190/1/R1

201905334/1/R2

Bij besluit van 30 oktober 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Cuijk [appellant] onder oplegging van een dwangsom gelast om het in strijd met het bestemmingsplan gebruiken van het pand aan de [locatie] te Cuijk voor kamerverhuur te beëindigen en beëindigd te houden. [appellant] is eigenaar van het pand. [appellant] verhuurt het pand aan [bedrijf], die het pand exploiteert voor kamerverhuur. Volgens het college is het gebruik van het pand voor kamerverhuur in strijd met het bestemmingsplan "Cuijk Centrum" (hierna: het bestemmingsplan) op grond waarvan op het perceel de enkelbestemming "Bedrijf" rust en het pand uitsluitend gebruikt mag worden voor bedrijfsmatige activiteiten en niet voor bewoning in de vorm van kamerverhuur. Het gebruik wordt volgens het college niet beschermd door het gebruiksovergangsrecht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1586
Datum uitspraak
8 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak201905334/1/R2

201905348/1/A2

Bij besluit van 31 januari 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hulst een verzoek van [appellanten sub 2] om een tegemoetkoming in planschade afgewezen. De gemeenteraad van Hulst heeft op 19 september 2013 het bestemmingsplan "Uitbreiding recreatiecentrum De Vogel" vastgesteld. Dat bestemmingsplan is op 14 december 2013 in werking getreden. Het nieuwe bestemmingsplan maakt op een terrein ten zuiden van de kreek De Vogel verblijfsrecreatie en op een strook grond ten westen daarvan een ontsluitingsweg mogelijk. [appellanten sub 2] is sinds 12 november 1997 eigenaar van het perceel plaatselijk bekend [locatie] te Hengstdijk. Op het perceel staan een woning, een chalet en bedrijfsgebouwen. [appellanten sub 2] heeft verzocht om een tegemoetkoming in planschade ten gevolge van het nieuwe bestemmingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1592
Datum uitspraak
8 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak201905348/1/A2

201905802/1/R1

Bij besluit van 30 oktober 2017 heeft het algemeen bestuur van de bestuurscommissie van stadsdeel Centrum geweigerd omgevingsvergunning te verlenen voor het plaatsen van een verlicht uitsteekreclamebord en twee gietijzeren lantaarns aan de voorgevel van het gebouw aan de Prinsengracht 114 te Amsterdam. In het gebouw aan de Prinsengracht 114 is sinds de jaren 20 van de vorige eeuw een café gevestigd. Het gebouw is in 1970 aangewezen als rijksmonument. Café De Twee Zwaantjes heeft op 28 juli 2017 een omgevingsvergunning aangevraagd ter legalisering van een verlicht uitsteekreclamebord en twee gietijzeren lantaarns die aan de voorgevel van het gebouw zijn geplaatst. De aanvraag heeft betrekking op de in artikel 2.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht vermelde activiteiten bouwen, planologisch strijdig gebruik en wijziging van een beschermd monument.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1577
Datum uitspraak
8 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak201905802/1/R1

201905816/1/A3

Bij besluit van 3 augustus 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amstelveen de aanvraag om een urgentieverklaring afgewezen. [wederpartij] heeft bij het college een urgentieverklaring aangevraagd. Hierin heeft zij vermeld dat ze sinds februari 2017 geen vaste verblijfplaats heeft en op verschillende logeeradressen verblijft en dat zij onlangs heeft ontdekt dat ze zwanger is. Het college heeft de aanvraag afgewezen omdat zij bij haar ouders staat ingeschreven en niet is gebleken dat zij geen woonruimte kan betrekken buiten de regio, waar de woningnood minder hoog is. In bezwaar heeft [wederpartij] gesteld dat zij ten tijde van de aanvraag weer bij haar ouders woonde, maar dat zij hier na de bevalling niet meer kan wonen omdat haar vader niet op de hoogte is van de zwangerschap en dit ook niet zal accepteren. Op 18 augustus 2018 is [wederpartij] bevallen van een zoontje. Zij verbleef op dat moment in een kraamhotel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1585
Datum uitspraak
8 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak201905816/1/A3

201906090/1/A3

Bij besluit van 26 april 2018 heeft de minister voor Rechtsbescherming de aanvraag om afgifte van een Verklaring Omtrent het Gedrag afgewezen. [appellante] werkt sinds 2002 als zorgverlener en heeft sinds 2016 een eigen onderneming waarin zij werkt als ZZP’er in de zorg en ook derden in de zorg kan laten werken. Zij wil haar onderneming graag laten certificeren met het keurmerk ‘ZZP’er in de zorg’ van KIWA Nederland B.V. Eén van de vereisten om voor dit keurmerk in aanmerking te komen, is dat [appellante] beschikt over een VOG. [appellante] heeft bij de minister daarom een VOG aangevraagd. De minister heeft de aanvraag afgewezen en het daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. De minister heeft aan de afwijzing ten grondslag gelegd dat in het Justitieel Documentatie Systeem op naam van [appellante] een zaak staat geregistreerd wegens diefstal en/of verduistering gepleegd in de periode van 10 mei 2017 tot en met 11 mei 2017 te Den Haag.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1583
Datum uitspraak
8 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Verklaring omtrent gedrag
  • uitspraakin de zaak201906090/1/A3

201906313/1/A3

Bij besluiten van 26 april, 28 april en 1 mei 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam meerdere aanvragen van exploitatievergunningen voor vaartuigen in het segment 'Bemand groot' afgewezen. Op 16 september 2017 heeft Rederij Amsterdam B.V. het college op grond van artikel 4:17 Awb in gebreke gesteld vanwege het niet tijdig nemen van een besluit op zeven bezwaarschriften van 5 mei 2017. Op 5 november 2017 hebben [appellant A], [appellant B], De Hoge Wier B.V., Rederij Amsterdam B.V., [appellant D] en Twee Gebroeders B.V. het college in gebreke gesteld vanwege het niet tijdig nemen van een besluit op 28 bezwaarschriften van 5 mei 2017. Rederij Amsterdam B.V. heeft ook op 13 februari 2018 het college in gebreke gesteld wegens het niet tijdig nemen van een besluit op 45 bezwaarschriften van 5 mei 2017, 6 mei 2017 en 6 juni 2017. Alle ingebrekestellingen zijn inhoudelijk gelijkluidend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1597
Datum uitspraak
8 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak201906313/1/A3

201906357/1/A3

Bij te onderscheiden besluiten van 13 juni 2017 heeft de burgemeester van Den Haag aan Grand Cafe Victoria B.V. een drank- en horecawetvergunning en een exploitatievergunning verleend. Grand Cafe Victoria B.V. exploiteert een café-restaurant aan het Prins Hendrikplein 10 in Den Haag. Op 20 maart 2017 heeft Grand Cafe Victoria B.V aanvragen ingediend voor een exploitatievergunning en een drank- en horecavergunning. Bij besluiten van 13 juni 2017 zijn aan haar een exploitatievergunning en een drank- en horecavergunning verleend. De drank- en horecavergunning geldt voor de benedenlokaliteit, een gevelterras en een zomerterras op het plein, een zogeheten eilandterras. Op 19 maart 2017 heeft zij tevens een aanvraag ingediend voor een terrasvergunning voor het eilandterras. Bij besluit van 6 juli 2017 heeft het college aan Grand Cafe Victoria B.V. een terrasvergunning verleend en daaraan voorschriften verbonden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1594
Datum uitspraak
8 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Drank en horeca
  • uitspraakin de zaak201906357/1/A3

201906441/1/A2

Bij besluit van 6 augustus 2018 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de kinderopvangtoeslag van [appellante] per 1 januari 2016 stopgezet. Dit geschil gaat over het aantonen door [appellante] van het aantal gewerkte uren in 2016. Dit is van belang voor het vaststellen van het recht op en de hoogte van de kinderopvangtoeslag over dat jaar.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1575
Datum uitspraak
8 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak201906441/1/A2

201906477/1/A3

Bij besluit van 18 december 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan [appellante] een bestuurlijke boete opgelegd van € 20.500,00. Naar aanleiding van verschillende ‘meldingen woonfraude’ heeft het college een onderzoek ingesteld naar het feitelijk gebruik van de woning op het adres [locatie]. Uit administratief onderzoek bleek dat [appellante] sinds 28 oktober 2014 eigenaar van de woning was. Twee personen stonden in de basisregistratie personen als bewoner van de woning geregistreerd. De woning heeft de bestemming ‘wonen’. Toezichthouders van de Afdeling Wonen van de gemeente hebben op 31 oktober 2017 een bezoek gebracht aan de woning. Tijdens het bezoek hebben zij drie vrouwen met de Roemeense nationaliteit aangetroffen. De vrouwen hebben alle drie verklaard een huurcontract te hebben met [bedrijf], € 350,00 huur per maand te betalen, werkzaam te zijn voor ‘Werk en ik’ en de woning te moeten verlaten wanneer zij stoppen met dit werk.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1598
Datum uitspraak
8 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak201906477/1/A3

201906502/1/R1

Bij besluit van 20 april 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, naar aanleiding van een melding en een verzoek van Havenbedrijf Amsterdam N.V., een beschikking genomen als bedoeld in de artikelen 29 en 37 van de Wet bodembescherming (hierna: de Wbb) - een zogenoemde beschikking ernst en spoed - voor de locatie Ruijgoord 80 in Amsterdam (hierna: de locatie). Verder heeft het college krachtens artikel 39 van de Wbb ingestemd met het door het Havenbedrijf Amsterdam N.V. ingediende saneringsplan. Dit saneringsplan is opgesteld vanwege een ernstige verontreiniging van de bodem van meer dan 25 m³ met zware metalen zoals chroom, koper, lood en zink.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1587
Datum uitspraak
8 juli 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Bodembescherming
  • uitspraakin de zaak201906502/1/R1

201906640/1/R1

Bij besluit van 27 juni 2019 heeft de raad van de gemeente Hulst het bestemmingsplan "Ruimte voor Ruimte, [locatie 1] Hulst en [locatie 2] Graauw" vastgesteld. Het plan betreft onder meer een gedeeltelijke herziening van het bestemmingsplan "Heikant". Het wijzigt de agrarische bestemming van een perceel aan de Magdalenastraat te Heikant in de bestemming "Wonen" en maakt de bouw van een woning op dat perceel mogelijk. De bouw van de woning dient ter compensatie van de sloop van agrarische bedrijfsbebouwing van de initiatiefnemer [belanghebbende]. Het perceel ligt aan de rand van de kern Heikant. [appellant] woont op het aangrenzende perceel, aan de [locatie 3], en vreest dat het plan zijn woon- en leefklimaat zal aantasten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1576
Datum uitspraak
8 juli 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zeeland
  • uitspraakin de zaak201906640/1/R1

201907093/1/A3

Bij besluit van 15 augustus 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de aanvraag van [appellant] voor een urgentieverklaring afgewezen. [appellant] heeft een urgentieverklaring aangevraagd omdat hij met zijn vrouw en meerderjarige zoon inwoont bij zijn dochter, haar man en hun minderjarige dochter. Deze woning is niet groot en omdat er zes mensen wonen worden alle drie de kamers, waaronder de woonkamer, ook gebruikt om in te slapen. Hierdoor is er weinig privacy wat heeft geleid tot diverse problemen. Zo zijn huwelijksproblemen ontstaan tussen de dochter en schoonzoon van [appellant]. De inwoning staat in de weg aan verdere gezinsuitbreiding en heeft een negatieve invloed op het gedrag van de kleindochter van [appellant]. Door dit alles zijn de onderlinge verhoudingen gespannen. Daarnaast hebben [appellant] en zijn vrouw medische problemen en willen zij een lager gelegen woning. [appellant] wil in Amsterdam blijven wonen omdat hij daar al negentien jaar woont.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1584
Datum uitspraak
8 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak201907093/1/A3

201907118/1/A3

Bij besluit van 16 augustus 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg de aanvraag om een voorrangsverklaring afgewezen. [appellant] heeft bij het college een voorrangsverklaring aangevraagd omdat hij ten tijde van de aanvraag dringend op zoek was naar een voor hem geschikte woning, zodat hij in aanmerking zou kunnen komen voor een niertransplantatie. Het college heeft zijn aanvraag afgewezen en het daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank heeft het beroep van [appellant] niet-ontvankelijk verklaard vanwege het ontbreken van belang bij de behandeling van het beroep. [appellant] had ten tijde van het beroep een nieuwe woning waardoor hij volgens de rechtbank geen belang meer had bij een voorrangsverklaring. Daarnaast ontbreekt volgens de rechtbank belang bij het beroep omdat [appellant] de gestelde schade niet heeft onderbouwd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1582
Datum uitspraak
8 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak201907118/1/A3

201907172/1/A3

Bij brief van 8 april 2019 heeft de deken van de orde van advocaten in het arrondissement Amsterdam aan [appellant] medegedeeld dat de door hem gevraagde interventies niet tot zijn mogelijkheden behoren en dat hij geen reden ziet om verdere stappen te nemen. [appellant] stelt dat hij sinds 2013 in juridische procedures is verwikkeld, waarmee hij probeert een schade van miljoenen euro's te verhalen op zijn voormalige accountant en diens verzekeraar. De accountant en de verzekeraar werden bijgestaan door [advocatenkantoor]. Op 16 april 2015 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam een voorschot aan schadevergoeding ten bedrage van € 304.956,00 toegewezen. De helft daarvan is via de derdengeldenrekening van [advocatenkantoor] aan [appellant] betaald, de andere helft staat nog op die derdengeldenrekening. In 2014 heeft de Belastingdienst het faillissement aangevraagd van [appellant]' onderneming [bedrijf]. Volgens [appellant] werd de Belastingdienst daarbij ook door [advocatenkantoor] bijgestaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1603
Datum uitspraak
8 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak201907172/1/A3

201907207/1/A2

Bij besluiten van 31 december 2018 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de definitieve vaststelling van de kinderopvangtoeslag van [appellant] over de jaren 2013 en 2014 herzien en vastgesteld op € 1.113,00 en € 822,00 en het definitief berekende kindgebonden budget over de jaren 2013 tot en met 2015 herzien en vastgesteld op nihil. [appellant] heeft kinderopvangtoeslag over de jaren 2013 en 2014 en kindgebonden budget over de jaren 2013 tot en met 2015 ontvangen. Bij de besluiten van 31 december 2018 zijn de definitieve vaststellingen herzien wegens de gewijzigde inkomensgegevens van [appellant]. De herzieningen zijn gehandhaafd bij het besluit op bezwaar van 23 februari 2019. Het beroep van [appellant] daartegen is ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1573
Datum uitspraak
8 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak201907207/1/A2

201907616/1/A3

Bij besluit van 8 mei 2018 heeft de korpschef van politie de aanvraag van [appellant] voor een jachtakte afgewezen. [appellant] woont op het adres [locatie 1]. Zijn woning maakt deel uit van een woonwagencentrum. In processen-verbaal van de Criminele Inlichtingen Eenheid van de politie Oost-Brabant van 24 september 2013 staat dat ene [persoon A] woont in het woonwagencentrum, namelijk op het adres [locatie 2], dat hij astronomische winsten heeft gemaakt met de handel in drugs, dat het woonwagencentrum hierdoor machtig is geworden, dat de [familie] en [appellant] zich ook als zodanig manifesteren en dat alle inwoners van het woonwagencentrum illegale inkomsten hebben. Mede naar aanleiding van deze informatie heeft de politie met een arrestatieteam op 31 oktober 2013 een inval gedaan in het woonwagencentrum.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1599
Datum uitspraak
8 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak201907616/1/A3

201907655/1/A3

Bij besluit van 25 juni 2018 heeft de burgemeester van Arnhem geweigerd de exploitatievergunning voor Lunchroom Lekker Broodje te verlengen. Op 24 april 2018 hebben controleurs van de gemeente Arnhem, de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit en energiebeheerder Liander naar aanleiding van een anonieme tip een integrale controle uitgevoerd in het pand waarin de lunchroom was gevestigd. Daarbij heeft een toezichthouder van de gemeente Arnhem gesproken met de [eigenaar] van dit pand. Zij verklaarde onder meer dat zij ten behoeve van de aanvraag voor de exploitatievergunning een leningsovereenkomst tussen haar en [appellant] heeft ondertekend. In de leningsovereenkomst staat dat [eigenaar] een bedrag van € 9.000,- aan [appellant] zal lenen. Volgens [eigenaar] heeft zij dit geldbedrag echter niet daadwerkelijk aan hem geleend. Zij heeft dit geldbedrag namelijk eerst contant van [appellant] gekregen. Dit bedrag heeft zij op haar eigen rekening gestort en vervolgens overgemaakt op de rekening van [appellant].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1596
Datum uitspraak
8 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak201907655/1/A3

201907708/1/A2

Bij besluit van 10 juli 2019 heeft het CBR [appellante] verplicht mee te werken aan een onderzoek naar haar geschiktheid, vereist voor het besturen van motorrijtuigen, en de geldigheid van haar rijbewijs geschorst. Op 27 april 2019 heeft de Politie Eenheid Den Haag [appellante] aangehouden als bestuurder van een snorfiets in het kader van een grootschalige alcoholcontrole. Zij is gevorderd om mee te werken aan een voorlopig ademonderzoek. Daarbij werd bij [appellante] een alcoholgehalte van 915 µg/l (dat is 2,105‰) geconstateerd. De politie heeft het CBR de in artikel 130, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 bedoelde mededeling gedaan van het vermoeden dat [appellante] niet langer beschikt over de rijvaardigheid of de lichamelijke of geestelijke geschiktheid vereist voor het besturen van de categorieën van motorrijtuigen waarvoor haar rijbewijs is afgegeven. Daarom heeft het CBR [appellante] verplicht mee te werken aan een onderzoek naar de geschiktheid en de geldigheid van haar rijbewijs geschorst.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1574
Datum uitspraak
8 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak201907708/1/A2

201907715/1/R4

Bij besluit van 29 mei 2018 heeft het collegevan burgemeester en wethouders van Utrecht geweigerd om aan [appellant] een omgevingsvergunning te verlenen voor het maken en hebben van een uitweg vanaf het perceel aan de [locatie 1] te Utrecht. [appellant] heeft op 2 maart 2018 aan het college gevraagd om een omgevingsvergunning te verlenen voor het maken en hebben van een uitweg vanuit de gevel van het pand aan de [locatie 1]. De Wagendwarsstraat is een straat met eenrichtingsverkeer. Ter hoogte van het pand aan de [locatie 1] bevindt zich een boom en staan bankjes. Het college heeft met het besluit van 29 mei 2018 de gevraagde vergunning geweigerd. Daaraan heeft het college ten grondslag gelegd dat de uitweg ten koste gaat van de verkeersveiligheid, de inrichting van de openbare ruimte, een aanwezige boom en het woongebruik van het pand [locatie 1].

Datum uitspraak
8 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak201907715/1/R4

201908043/1/A3

Bij besluit van 18 juni 2018 heeft de minister van Algemene Zaken een verzoek van [verzoeker] op grond van de Wet openbaarheid van bestuur afgewezen. [verzoeker] is als redacteur werkzaam voor NRC Handelsblad. Nadat Unilever op 15 maart 2018 bekendmaakte dat haar hoofdkantoor van haar geherstructureerde onderneming in Rotterdam zou gaan zetelen, heeft [verzoeker] bij brief van 19 maart 2018 de minister op grond van de Wob verzocht om kopieën van alle documenten over de betrokkenheid van het ministerie bij de poging het hoofdkantoor van Unilever naar Nederland te halen. De minister heeft vastgesteld dat het Wob-verzoek drie documenten omvat. De openbaarmaking daarvan heeft hij afgewezen op grond van artikel 10, tweede lid, aanhef en onder g, alsmede artikel 11 van de Wob. De integrale weigering van de openbaarmaking van de stukken heeft de minister in het besluit op bezwaar van 22 oktober 2018 gehandhaafd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1595
Datum uitspraak
8 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak201908043/1/A3

201908096/1/R4

Op 28 februari 2019 heeft Vermilion een aanvraag om een omgevingsvergunning ingediend voor de activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, om seismisch onderzoek te mogen uitvoeren in de onderzoeksgebieden Hemelum en Lemsterland voor zover gelegen binnen de gemeente De Fryske Marren. Daarbij is aangegeven dat de werkzaamheden vanaf 1 oktober 2019 zullen starten en 3 maanden zullen duren om het te onderzoeken gebied te doorlopen en dat de werkzaamheden bij belemmeringen van organisatorische aard door zullen schuiven naar dezelfde periode in 2020 of 2021. Bij brief van 1 mei 2019 heeft het college Vermilion erop gewezen dat de aanvraag niet volledig is en haar in de gelegenheid gesteld om de aanvraag binnen zes weken aan te vullen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1590
Datum uitspraak
8 juli 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Milieu - Overige
  • uitspraakin de zaak201908096/1/R4

201908244/1/A3

Bij besluit van 25 oktober 2017 heeft de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de verklaring van geen bezwaar die hij op 25 maart 2016 aan [appellant] heeft afgegeven krachtens de Wet veiligheidsonderzoeken, ingetrokken. [appellant] had een vertrouwensfunctie bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit. Voor die functie heeft de minister op 25 maart 2016 een vgb afgegeven. Deze vgb heeft de minister in het besluit van 25 oktober 2017 ingetrokken, naar aanleiding van de resultaten van een individueel onderzoek van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst. Per 1 maart 2018 hebben [appellant] en de NVWA met wederzijds goedvinden een einde gemaakt aan het dienstverband van [appellant]. Dit heeft voor de minister reden gevormd om het bezwaar dat [appellant] heeft ingesteld tegen het besluit van 25 oktober 2017, niet-ontvankelijk te verklaren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1602
Datum uitspraak
8 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak201908244/1/A3

201908287/1/A3

Bij besluit van 30 oktober 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de aanvraag om afgifte van een urgentieverklaring afgewezen. [appellant] heeft bij het college een urgentieverklaring aangevraagd voor een eigen woning. Na een echtscheiding waarbij de woning is toegewezen aan zijn vrouw huurt hij nu een kleine kamer bij een gezin met kinderen. Dit levert veel stress op door gebrek aan privacy en klachten van de verhuurster. Ook is onzeker hoe lang hij daar kan blijven wonen. [appellant] heeft cardiologische en psychische problemen en hij wil een stabiele woonsituatie zodat deze problemen effectief kunnen worden behandeld. Hij kan dan ook zijn zoon ontvangen en werk gaan zoeken. Het college heeft de aanvraag voorgelegd aan de GGD. De GGD heeft geadviseerd dat de medische situatie van [appellant] niet zodanig is dat hierop urgentie kan worden geïndiceerd. Het college heeft de aanvraag afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1581
Datum uitspraak
8 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak201908287/1/A3

201908344/1/R1

Bij besluit van 8 oktober 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Alkmaar het "Aanwijzingsbesluit OC201920-ZU130R" vastgesteld. Hierbij is locatie ZU130R, aan de Westerweg ter hoogte van nummers 378 en 380, aangewezen voor het plaatsen van een ondergrondse restafvalcontainer. Bij het bestreden besluit heeft het college locatie ZU130R, aan de Westerweg ter hoogte van de nummers 378 en 380, aangewezen als locatie voor het plaatsen van een orac. [appellant] woont aan [locatie], vlakbij locatie ZU130R. Hij kan zich niet verenigen met de aanwijzing van de locatie. Volgens hem is de aangewezen locatie niet geschikt als locatie voor een orac en is er een alternatieve locatie die wel geschikt is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1571
Datum uitspraak
8 juli 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak201908344/1/R1

201909198/1/V6

Bij besluit van 2 oktober 2018 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid [appellante] een boete opgelegd van € 1.250,00 wegens het niet tijdig voldoen aan de inburgeringsplicht als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Wet inburgering. Bij brief van 29 november 2013 heeft de minister [appellante] meegedeeld dat zij inburgeringsplichtig is, dat haar inburgeringstermijn op 27 augustus 2013 is gestart en dat zij voor 26 augustus 2016 aan deze plicht moet hebben voldaan. Bij brief van 19 juni 2015 heeft de minister de inburgeringstermijn verlengd en [appellante] meegedeeld dat zij voor 18 november 2016 moet voldoen aan de inburgeringsplicht. Bij brief van 17 januari 2017 heeft de minister het verzoek van [appellante] van 10 november 2016 tot verlenging van de inburgeringstermijn wegens haar zwangerschap ingewilligd en de inburgeringstermijn verlengd tot 8 mei 2017. Omdat [appellante] niet voor die datum aan de inburgeringsplicht heeft voldaan, heeft de minister haar bij besluit van 2 oktober 2018.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1606
Datum uitspraak
8 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak201909198/1/V6

202000169/1/R2

Bij besluit van 2 oktober 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rucphen het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen het gebruik van de (Verlengde) Vosdonkseweg in strijd met de geluidsvoorschriften van het ter plaatse geldende bestemmingsplan afgewezen. [appellant] woont op het perceel aan de [locatie] in Sprundel. Op 11 december 2013 is het bestemmingsplan "Kom St. Willebrord, Verlengde Vosdonkseweg" vastgesteld. Dat bestemmingsplan voorziet in het realiseren van een verbindingsweg tussen de Noorderstraat en de Kozijnenhoek, genaamd de Verlengde Vosdonkseweg. Deze weg, die in juli 2018 in gebruik is genomen, loopt direct langs het perceel. Volgens [appellant] wordt de Verlengde Vosdonkseweg in strijd met artikel 4.3, aanhef en onder g, van de planregels gebruikt, omdat geen geluidswerende voorziening is gerealiseerd die de geluidsbelasting van de weg op de gevel van zijn woning beperkt tot 48 dB.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1570
Datum uitspraak
8 juli 2020
  • Hoger beroep
  • RO - Geluid
  • uitspraakin de zaak202000169/1/R2

202000935/1/V1

De vreemdeling heeft tegen het uitblijven van een besluit op zijn aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel te verlenen beroep ingesteld bij de rechtbank. Bij een gegrond beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit bepaalt de bestuursrechter een nadere termijn waarin de staatssecretaris alsnog een besluit bekendmaakt en daaraan verbindt hij een dwangsom. Deze uitspraak gaat over de lengte van de nadere termijn en de hoogte van de dwangsom.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1560
Datum uitspraak
8 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202000935/1/V1

202002832/1/R1

Bij besluit van 16 maart 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van West Betuwe [verzoeker] lasten onder dwangsom opgelegd wegens diverse overtredingen in verband met geconstateerde (zuivere) afvalstoffen in de mestkelder op het perceel aan de [locatie] te Haaften en de aanwezigheid van amfetaminen, althans drugsafval, in de grond en het grondwater op het perceel. Op 18 juni 2019 is er een drugslaboratorium aangetroffen op het perceel. Naar aanleiding van de constatering van de aanwezigheid van het drugslaboratorium heeft ATKB B.V. (hierna: "ATKB") in opdracht van [verzoeker] een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op het perceel naar de kwaliteit van de bodem/het grondwater en van de mest in de mestkelder.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1561
Datum uitspraak
7 juli 2020
  • Voorlopige voorziening
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202002832/1/R1

202003118/2/V2

Bij besluiten van 20 oktober 2015 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen, en geweigerd om hun ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1568
Datum uitspraak
7 juli 2020
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202003118/2/V2

202003344/2/R3

Bij besluit van 8 april 2020 heeft de raad van de gemeente Hardenberg het bestemmingsplan "Sibculo, woningbouw Kloosterterrein" vastgesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1562
Datum uitspraak
7 juli 2020
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202003344/2/R3

202000148/2/R1

Bij besluit van 7 november 2019 heeft de raad van de gemeente Amsterdam het bestemmingsplan "Oud West 2018" vastgesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1609
Datum uitspraak
6 juli 2020
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202000148/2/R1

202002045/2/V2

Bij besluit van 17 februari 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1564
Datum uitspraak
6 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202002045/2/V2

202002624/2/A3

Bij besluit van 10 april 2018 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland ten behoeve van de ontwikkeling van het project ‘Natuurontwikkeling Bloemendalerpolder’ aan de Papelaan en de Weesperweg te Weesp aan GEM Bloemendalerpolder Beheer C.V. ontheffing verleend van een aantal verbodsbepalingen op grond van de Wet natuurbescherming. GEM realiseert in de Bloemendalerpolder een woonwijk met 2.750 woningen met de daarbij behorende voorzieningen. Het project is onderverdeeld in een aantal gebiedsdelen en fasen. In verband met de realisatie van de woonwijk heeft het college verschillende ontheffingen aan GEM verleend van een aantal verbodsbepalingen op grond van de Wnb. Bij besluit van 1 november 2017 heeft het college een ontheffing op grond van de Wnb verleend voor werkzaamheden in het kader van de realisatie van het (deel)project Bloemendalerpolder fase 2. Deze werkzaamheden bestaan onder meer uit het bouwrijp bouwrijp maken van het projectgebied, grondverzet en nieuwbouwwerkzaamheden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1558
Datum uitspraak
6 juli 2020
  • Voorlopige voorziening
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202002624/2/A3

202003112/2/V2

Bij besluiten van 10 maart 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1559
Datum uitspraak
6 juli 2020
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202003112/2/V2

202003277/2/R1

Bij uitspraak van 10 juni 2020 in zaak nr. 202003277/1/R1 heeft de voorzieningenrechter bij wijze van ordemaatregel de voorlopige voorziening getroffen dat het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Berkelland van 17 april 2020, waarbij een last onder dwangsom aan [verzoeker] is opgelegd, wordt geschorst. Bij besluit van 17 april 2020 heeft het college [verzoeker] onder oplegging van een dwangsom gelast om vóór 12 juni 2020 de overtreding van artikel 17.1 van de Wet milieubeheer en artikel 13 van de Wet bodembescherming te beëindigen en beëindigd te houden. De aan de last ten grondslag gelegde overtreding van artikel 17.1 van de Wm en artikel 13 Wbb houdt verband met een verontreiniging van de bodem op de voormalige bedrijfslocatie van [verzoeker] aan de [locatie] in Neede met lithium als gevolg van een brand die heeft plaatsgevonden in de nacht van 12 op 13 september 2019. De last houdt in dat [verzoeker] de overtreding dient te beëindigen en beëindigd te houden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1553
Datum uitspraak
6 juli 2020
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202003277/2/R1

202003349/2/V2

Bij besluit van 16 februari 2018 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om haar een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1557
Datum uitspraak
3 juli 2020
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202003349/2/V2

202003021/2/V3

Bij besluit van 17 maart 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1555
Datum uitspraak
2 juli 2020
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202003021/2/V3

202003025/2/V2

Bij besluit van 17 juni 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1556
Datum uitspraak
2 juli 2020
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202003025/2/V2

202003034/2/R4

Bij besluit van 30 mei 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Lingewaard geweigerd aan [verzoeker] omgevingsvergunning te verlenen voor het afwijken van het bestemmingsplan voor een periode van vijf jaar, ten behoeve van de stalling van caravans in een deel van de kassen op het perceel [locatie] te Huissen. [verzoeker] is eigenaar van het perceel [locatie] te Huissen. Hij exploiteert een glastuinbedrijf ter plaatse. Het college stelt dat dit gebruik in strijd is met het bestemmingsplan en heeft hem bij besluit van 3 oktober 2018 aangeschreven om de stalling van kampeermiddelen in de kassen voor 1 april 2019 te beëindigen en beëindigd te houden door alle kampeermiddelen (caravans, campers, vouwwagens, aanhangers, trailers etc.) uit de kassen te verwijderen en verwijderd te houden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1514
Datum uitspraak
2 juli 2020
  • Voorlopige voorziening
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202003034/2/R4

202003037/2/R4

Bij afzonderlijke besluiten van 21 december 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Lingewaard aan [verzoeker A] en [verzoeker B] een last onder dwangsom opgelegd. [verzoeker A] is eigenaar van het perceel [locatie 1] te Huissen. [verzoeker B] is eigenaar van het perceel [locatie 2] te Huissen. Zij exploiteren beiden een glastuinbedrijf op hun perceel. Het college stelt dat dit gebruik in strijd is met het bestemmingsplan en heeft hen in de besluiten van 21 december 2017 aangeschreven om dit gebruik voor 6 mei 2018 te beëindigen en beëindigd te houden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1513
Datum uitspraak
2 juli 2020
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202003037/2/R4

202003225/1/A2

Bij besluit van 14 april 2020 heeft de minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media de bekostiging voor de bijzondere basisschool "De Tulp" met ingang van 1 augustus 2020 beëindigd. De stichting is het bevoegd gezag van de bijzondere basisschool in Hengelo. De bekostiging van deze school is met ingang van 1 augustus 2015 gestart. Nieuw gestichte basisscholen moeten in het vijfde jaar na aanvang van de bekostiging een aantal leerlingen hebben dat minimaal gelijk is aan de stichtingsnorm die gold op het moment van de aanvang van de bekostiging. Bij besluit van 14 april 2020 heeft de minister de bekostiging van "De Tulp" met ingang van 1 augustus 2020 beëindigd, omdat in het vijfde jaar na aanvang van de bekostiging niet is voldaan aan de stichtingsnorm. De stichting is het hier niet mee eens en heeft tegen het besluit van 14 april 2020 bezwaar gemaakt. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht om bij wijze van voorlopige voorziening dat besluit te schorsen, totdat op het bezwaar is beslist.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1548
Datum uitspraak
2 juli 2020
  • Voorlopige voorziening
  • Onderwijs
  • uitspraakin de zaak202003225/1/A2

202003601/2/V3

Bij besluit van 26 maart 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1554
Datum uitspraak
2 juli 2020
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202003601/2/V3

201806205/1/V3

Bij besluit van 5 november 2015 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd ingetrokken en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1547
Datum uitspraak
1 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak201806205/1/V3

201906015/1/V1

Bij besluit van 9 augustus 2017 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdelingen om hun een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1501
Datum uitspraak
1 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak201906015/1/V1

201909170/1/V3

Bij besluit van 24 oktober 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om krachtens artikel 64 van de Vw 2000 te bepalen dat zijn uitzetting achterwege blijft, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1500
Datum uitspraak
1 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak201909170/1/V3

201909271/1/V3

Bij besluit van 21 november 2019 is aan de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1504
Datum uitspraak
1 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak201909271/1/V3

201909276/1/V3

Bij besluit van 21 november 2019 is aan de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1505
Datum uitspraak
1 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak201909276/1/V3

202001117/1/V3

Bij besluiten van 10 december 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1510
Datum uitspraak
1 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202001117/1/V3

202002602/1/V2

De vreemdeling heeft op 28 november 2019 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1511
Datum uitspraak
1 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202002602/1/V2

202002753/1/V3

Bij besluit van 17 april 2020 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1546
Datum uitspraak
1 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202002753/1/V3

202002903/1/V2

Bij besluit van 5 december 2016 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdelingen een machtiging tot voorlopig verblijf (hierna: mvv) te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1550
Datum uitspraak
1 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202002903/1/V2

202003217/2/V2

Bij besluit van 11 maart 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1545
Datum uitspraak
1 juli 2020
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202003217/2/V2

202003347/2/V2

Bij besluit van 10 april 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1549
Datum uitspraak
1 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202003347/2/V2

201605016/2/R2

Bij tussenuitspraak van 20 maart 2019, ECLI:NL:RVS:2019:872, heeft de Afdeling het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant opgedragen om binnen 12 weken na de verzending van deze tussenuitspraak het gebrek in het besluit van 24 augustus 2017 tot verlening van een vergunning krachtens artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming aan [vergunninghouder] te herstellen. De Afdeling heeft het college in de tussenuitspraak opgedragen om het besluit van 24 augustus 2017 tot verlening van een vergunning krachtens artikel 2.7, tweede lid, van de Wnb, te herstellen door nieuwe berekeningen te maken van de emissie van stikstof van de diverse vergunde activiteiten en naar aanleiding daarvan de maximale emissie van stikstof (NOx) die is opgenomen in artikel III van de vergunning te wijzigen, en zo nodig ook de stikstofdeposities in bijlagen 1 en 2 bij de vergunning aan te passen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1528
Datum uitspraak
1 juli 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak201605016/2/R2

201809221/2/R1

Bij tussenuitspraak van 20 november 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3921, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Peel en Maas opgedragen om binnen 20 weken na de verzending van de tussenuitspraak de gebreken in het besluit van 13 maart 2018 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Uitbreiding vleesvarkensbedrijf [locatie] Meijel" te herstellen, de Afdeling en de betrokken partijen de uitkomst mede te delen en het gewijzigde besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken en mede te delen. Deze tussenuitspraak is aangehecht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1544
Datum uitspraak
1 juli 2020
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak201809221/2/R1
vorige pagina1...268269270...1.250volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon