Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 123.921
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

201907600/1/A3

Bij uitspraak van 3 september 2019 heeft de rechtbank een verzoek van TCA om het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam tot vergoeding van proceskosten te veroordelen, afgewezen. TCA is voor het door haar ingestelde hoger beroep griffierecht verschuldigd. Een hoger beroep wordt ingevolge artikel 8:41, vierde, vijfde en zesde lid, gelezen in verbinding met artikel 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht niet-ontvankelijk verklaard indien storting of bijschrijving van het griffierecht niet heeft plaatsgevonden binnen vier weken na de dag van verzending van de mededeling waarin de indiener van een beroepschrift is gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:3074
Datum uitspraak
23 december 2020
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak201907600/1/A3

201907678/1/R1

Bij besluit van 10 september 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag het plaatsingsplan vastgesteld voor de plaatsing van ondergrondse afvalsorteerstraatjes in diverse buurten in stadsdeel Segbroek in Den Haag. Het college heeft een plaatsingsplan vastgesteld voor de plaatsing van een zogenoemd ondergrondse afvalsorteerstraatje in diverse buurten in stadsdeel Segbroek in Den Haag. De beroepen van [appellant sub 1] en [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B] zijn gericht tegen het ondergrondse afvalsorteerstraatje aan de Koningsplein e.o. (buurt 44), aangeduid als locatie SE 11B (hierna: de locatie). Het afvalsorteerstraatje bestaat uit zes ondergrondse containers voor verschillende soorten afval, zoals glas, papier, textiel en het zogenoemde Plastic, Metalen verpakkingen en Drinkpakken-afval. Met het afvalsorteerstraatje wil het college de scheiding van afval stimuleren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:3088
Datum uitspraak
23 december 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak201907678/1/R1

201907726/1/A3

Bij besluit van 26 april 2018 heeft de Autoriteit Persoonsgegevens de voorgenomen gegevensverwerking Registratieplicht raamprostituees van de gemeente Utrecht onrechtmatig geacht en het verzoek om ontheffing voor het mogen verwerken van bijzondere persoonsgegevens afgewezen. De AP heeft zich op het standpunt gesteld dat artikel 151a van de Gemeentewet geen toereikende grondslag biedt als bedoeld in artikel 23, eerste lid, aanhef en onder f, van de Wbp, op grond waarvan het verbod van gegevensverwerking kan worden doorbroken. Ook artikel 3:16 van de Apv 2010 biedt geen wettelijke grondslag voor de verwerking van bijzondere persoonsgegevens, omdat een Algemene plaatselijke verordening geen bijzondere wet in formele zin is. De gegevensverwerking wordt daarom onrechtmatig geacht. De burgemeester betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat artikel 151a van de Gemeentewet de voorgenomen gegevensverwerking van sekswerkers mogelijk maakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:3087
Datum uitspraak
23 december 2020
  • Hoger beroep
  • Persoonsgegevens
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak201907726/1/A3

201908473/1/R3

Bij besluit van 3 oktober 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Staphorst aan Wij Windenergie Staphorst B.V. i.o. een omgevingsvergunning verleend voor de realisatie van Windpark Staphorst, voor 25 jaar voor de locatie kadastraal bekend gemeente Staphorst, sectie A, nummers 587, 588, 615 en 3006. De besloten vennootschap is daarna opgericht, waarbij de naam van de vennootschap is gewijzigd in Windpark Duurzaam Staphorst B.V. Hierna wordt Wij Windpark Staphorst i.o. ook aangeduid als Windpark Duurzaam Staphorst B.V.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:3112
Datum uitspraak
23 december 2020
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak201908473/1/R3

201908673/1/R1

Bij besluit van 28 augustus 2018 heeft het dagelijks bestuur van het Waterschap Vechtstromen het verzoek van [appellant] om een projectplan vast te stellen om de waterloop WL00657 in Ambt Delden in de oude staat te herstellen, afgewezen. Bij brief van 16 april 2018 heeft [appellant] het dagelijks bestuur verzocht om de hiervoor genoemde waterloop, die volgens [appellant] in 1974 door de toenmalige erven [appellant] aan het dagelijks bestuur in gebruik is overgedragen, in de oorspronkelijke toestand te herstellen en daarvoor binnen twee weken een plan van aanpak vast te stellen. Het dagelijks bestuur heeft dit verzoek opgevat als een verzoek tot het vaststellen van een projectplan zoals bedoeld in artikel 5.4 van de Waterwet. Dit verzoek is door het dagelijks bestuur afgewezen omdat de waterloop aan het leggerprofiel voldoet en voldoende afwatert, zodat geen aanleiding bestaat om wijzigingen in de waterloop aan te brengen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:3084
Datum uitspraak
23 december 2020
  • Hoger beroep
  • Waterschapszaken
  • uitspraakin de zaak201908673/1/R1

201908761/1/A3

Bij besluit van 4 april 2016 heeft het algemeen bestuur van de bestuurscommissie van het stadsdeel Nieuw-West besloten op een verzoek van TCA om openbaarmaking van informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur. TCA is voor het door haar ingestelde hoger beroep griffierecht verschuldigd. Een hoger beroep wordt ingevolge artikel 8:41, vierde, vijfde en zesde lid, gelezen in verbinding met artikel 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht niet-ontvankelijk verklaard indien storting of bijschrijving van het griffierecht niet heeft plaatsgevonden binnen vier weken na de dag van verzending van de mededeling waarin de indiener van een beroepschrift is gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:3076
Datum uitspraak
23 december 2020
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak201908761/1/A3

201909307/1/R4

Bij besluit van 29 oktober 2019 heeft de raad van de gemeente Scherpenzeel het bestemmingsplan "[locatie 1]-[locatie 2]-[locatie 3]" vastgesteld. De Kolfschoterdijk is een weg door het buitengebied die ten noorden van de bebouwde kom van Scherpenzeel ligt. Bij besluit van 29 oktober 2019 heeft de raad het bestemmingsplan "[locatie 1]-[locatie 2]-[locatie 3]" gewijzigd vastgesteld. Het plangebied omvat het huidige agrarisch bouwperceel aan de [locatie 2]-[locatie 3] en de noodwoning op het perceel [locatie 1]. Met dit plan wordt het mogelijk gemaakt om vier nieuwbouwwoningen op de locatie [locatie 1]-[locatie 2]-[locatie 3] te realiseren. De voormalige veehouderij op deze locatie, inclusief drie bestaande woningen, zal worden gesloopt. [appellant C] exploiteert een vleeskalverenbedrijf op het nabijgelegen perceel [locatie 4] en [appellant A] is eigenaar van een loonspuitbedrijf aan de [locatie 5]. Zij vrezen dat de bedrijfsvoering van [appellant C] zal worden aangetast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:3090
Datum uitspraak
23 december 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak201909307/1/R4

201909385/1/A2

Bij besluit van 22 januari 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Schagen een aanvraag van [appellant] om een tegemoetkoming in planschade afgewezen. In geschil is of het college zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de door [appellant] gestelde planschade voor zijn rekening blijft op de grond dat hij het risico dat de mogelijkheden van het oude planologische regime zouden kunnen vervallen heeft aanvaard door deze mogelijkheden niet tijdig te benutten. [appellant] is eigenaar van het perceel aan de [locatie] te Schagerbrug. Op 13 februari 2017 heeft hij het college verzocht om een tegemoetkoming in de planschade die hij heeft geleden door de inwerkingtreding van het bij raadsbesluit van 29 mei 2012 vastgestelde bestemmingsplan Dorpen langs de Groote Sloot.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:3066
Datum uitspraak
23 december 2020
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak201909385/1/A2

201909388/1/A2

Bij besluit van 22 januari 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Schagen een aanvraag van [appellant] om een tegemoetkoming in planschade afgewezen. In geschil is of het college zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de door [appellant] gestelde planschade voor zijn rekening blijft op de grond dat hij het risico dat de mogelijkheden van het oude planologische regime zouden kunnen vervallen heeft aanvaard door deze mogelijkheden niet tijdig te benutten. [appellant] is eigenaar van de percelen aan de [locatie] te Schagerbrug. Op 12 mei 2017 heeft hij het college verzocht om een tegemoetkoming in de planschade die hij heeft geleden door de inwerkingtreding van het bij raadsbesluit van 29 mei 2012 vastgestelde bestemmingsplan Dorpen langs de Groote Sloot.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:3068
Datum uitspraak
23 december 2020
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak201909388/1/A2

202000020/1/R1

Bij besluit van 17 juli 2015 heeft het college geweigerd een omgevingsvergunning te verlenen aan P---+ Onroerend Goed B.V. voor het verbouwen van het pand op het perceel Hoogte Kadijk 71 te Amsterdam. Puur Plus is sinds 2012 eigenaar van het pand op het perceel. Dit pand grenst aan een binnentuin met daaromheen bebouwing. Puur Plus Ontwerpers B.V. heeft op 1 april 2015 namens P---+ Onroerend Goed B.V. een omgevingsvergunning aangevraagd om het pand op het perceel te splitsen in drie woningen. Ook heeft zij een omgevingsvergunning aangevraagd ter legalisering van de reeds aangebrachte galerij aan de achterzijde op de eerste verdieping. Op de bij de aanvraag behorende tekening is ook een dakterras aan de achterzijde op het dak van de eerste bouwlaag ingetekend. het college niet in afwijking van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:3086
Datum uitspraak
23 december 2020
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202000020/1/R1

202000227/1/A3

Bij besluit van 30 oktober 2018 heeft de burgemeester van 's-Hertogenbosch de aan [appellant] op 17 september 2009 verleende vergunningen ingetrokken en bepaald dat voor de locatie [locatie] vijf jaar geen exploitatievergunning zal worden verleend. [appellant] exploiteert sinds september 2009 het [café] aan de [locatie] te ‘s-Hertogenbosch. Hij beschikte daarvoor over een vergunning op grond van de Drank- en Horecawet en een exploitatievergunning. De burgemeester heeft bij besluit van 30 oktober 2018 de DHw-vergunning en de exploitatievergunning van [appellant] ingetrokken en daarbij bepaald dat gedurende een periode van 5 jaar geen nieuwe exploitatievergunning zal worden verleend voor de desbetreffende locatie. Aan dat besluit ligt ten grondslag dat [appellant] volgens de burgemeester niet voldoet aan de voorwaarde dat hij niet in enig opzicht van slecht levensgedrag mag zijn. [appellant] betoogt dat het criterium "niet in enig opzicht van slecht levensgedrag" onverbindend verklaard dient te worden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:3082
Datum uitspraak
23 december 2020
  • Hoger beroep
  • Drank en horeca
  • uitspraakin de zaak202000227/1/A3

202000416/1/R1

Bij besluit van 3 december 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag het plaatsingsplan vastgesteld voor de plaatsing van ondergrondse restafvalcontainers in het stadsdeel Scheveningen in de wijk Geuzenkwartier (buurt 8) te Den Haag. Bij het bestreden besluit heeft het college, door vaststelling van het plaatsingsplan, concrete locaties in het Geuzenkwartier aangewezen waar ORAC's worden geplaatst. Onder meer wordt voorzien in de plaatsing van twee ORAC's ter hoogte van de [locatie 1], nabij de kruising met de Van Boetzelaerlaan in Den Haag (locatie 08-18A; hierna: de locatie). [appellant] is eigenaar van het hoekpand aan de [locatie 1]/[locatie 2] en woont en werkt daar. Het pand bestaat uit een woning op de verdiepingen en een bedrijfspand op de begane grond. [appellant] kan zich niet met de aanwijzing van de locatie verenigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:3065
Datum uitspraak
23 december 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202000416/1/R1

202000493/1/R4

Bij besluit van 27 februari 2019 heeft de minister van Economische Zaken en Klimaat op verzoek van de Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. het besluit van 21 maart 2013 tot instemming met het winningsplan "Moddergat, Lauwersoog en Vierhuizen" uit 2011, gewijzigd. Het winningsplan "Moddergat, Lauwersoog en Vierhuizen" uit 2011 voorziet in het winnen van gas uit de gasvoorkomens Nes, Moddergat, Lauwersoog-C, Lauwersoog-Oost, Lauwersoog-West en Vierhuizen-Oost. Bij besluit van 21 maart 2013 heeft de minister ingestemd met dit winningsplan. Dit besluit is onherroepelijk geworden met de uitspraak van de Afdeling van 30 oktober 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1766. De wijziging heeft uitsluitend betrekking op de gaswinning uit het voorkomen Vierhuizen-Oost en betreft een verlenging van de duur van die winning tot en met 31 december 2024.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:3083
Datum uitspraak
23 december 2020
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Milieu - Overige
  • uitspraakin de zaak202000493/1/R4

202000513/1/A3

Bij besluit van 1 juni 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan de Rederij een ligplaatsvergunning verleend voor een periode van drie jaar. Het college heeft aan de Rederij een ligplaatsvergunning verleend om met het bedrijfsvaartuig [vaartuig 1] de [vaartuig 2] ligplaats in te nemen aan de Kromme Waal tegenover 10 te Amsterdam. Omdat de ligplaatsvergunning een schaarse vergunning is, dient die volgens het college voor bepaalde tijd te worden verleend. De vergunning is verleend voor een periode van drie jaar. Daarbij is rekening gehouden met enerzijds het belang van de Rederij om gedurende deze jaren te kunnen exploiteren en anderzijds de belangen van derden zodat zij in de toekomst ook kunnen meedingen naar deze schaarse vergunning. Bij besluit op bezwaar van 1 november 2018 heeft het college de verlening van de ligplaatsvergunning voor een periode van drie jaar gehandhaafd. De Rederij betoogt dat de rechtbank ten onrechte is uitgegaan van schaarste.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:3081
Datum uitspraak
23 december 2020
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202000513/1/A3

202000932/3/R2

Ten aanzien van zaak nr. 202000932/1/R2, die op 23 december 2020 ter zitting zou worden behandeld, heeft staatsraad Gundelach, die deel uitmaakt van de meervoudige kamer die belast is met de behandeling van deze zaak, op 22 december 2020 het verzoek gedaan zich te mogen verschonen. Staatsraad Gundelach heeft te kennen gegeven dat het advocatenkantoor waar zij tot 1 mei 2020 werkzaam is geweest, in 2017 betrokkenheid heeft gehad bij een van de partijen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:3116
Datum uitspraak
23 december 2020
  • Verschoning
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202000932/3/R2

202000958/1/R1

Bij besluit van 3 december 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag het plaatsingsplan vastgesteld voor de plaatsing van ondergrondse restafvalcontainers in het stadsdeel Scheveningen in de wijk Geuzenkwartier (buurt 8) te Den Haag. Bij het bestreden besluit heeft het college, door vaststelling van het plaatsingsplan, concrete locaties in het Geuzenkwartier aangewezen waar ORAC's worden geplaatst. Onder meer wordt voorzien in de plaatsing van drie ORAC's ter hoogte van de [locatie 1], nabij de kruising met de Sonoystraat te Den Haag (locatie 08-03A). Bezwaarmakers wonen allen in de directe nabijheid van de locatie en kunnen zich niet met de aanwijzing van de locatie verenigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:3069
Datum uitspraak
23 december 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202000958/1/R1

202001067/1/A2

Bij brief van 12 februari 2019 heeft [appellant] de rechtbank verzocht om de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid te veroordelen tot vergoeding van schade die hij heeft geleden wegens een onrechtmatig besluit. Op 4 juli 2018 heeft [appellant] ten behoeve van zijn echtgenote en zijn minderjarige zoons [zoon 1] en [zoon 2] aanvragen om verlening van een terugkeervisum, als bedoeld in artikel 2w, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, ingediend. De staatssecretaris heeft deze aanvragen op dezelfde dag ingewilligd. Op het terugkeervisum van [zoon 2] is per abuis een verkeerde einddatum vermeld, te weten 31 augustus 2017 in plaats van 31 augustus 2018, waardoor hij op 19 augustus 2018 is geweigerd voor de terugvlucht vanuit Turkije naar Nederland. [appellant] is met [zoon 2] in Turkije achtergebleven en heeft een inreisvisum aangevraagd. Op 23 augustus 2018 is hij met [zoon 2] naar Nederland teruggereisd. In geschil is de hoogte van de door de staatssecretaris te betalen vergoeding.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:3063
Datum uitspraak
23 december 2020
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202001067/1/A2

202001076/1/R4

Bij besluit van 9 november 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht aan Stichting Mitros een omgevingsvergunning verleend voor het verbouwen van een gedeelte van een voormalig zorgcentrum naar 24 woningen op het perceel Eykmanlaan 72 in Utrecht. Met dit project worden woningen gerealiseerd voor jongeren: 70% voor reguliere huurders, 20% voor statushouders en 10% voor jongeren die uitstromen uit de maatschappelijke opvang. Het doel van "De Nieuwe Eyk" is dat de reguliere huurders de andere huurders begeleiden en opvangen. [appellant A] en [appellant B] zijn omwonenden van het gebouw. Zij stellen dat het project leidt tot een aantasting van hun privacy. Ook zorgt het project volgens hen voor overlast, onder meer omdat de jongeren een ander leefritme hebben en de nachtrust verstoren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:3096
Datum uitspraak
23 december 2020
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202001076/1/R4

202001147/1/R4

Bij besluit van 25 juli 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht [appellant] onder dreiging van een dwangsom gelast verschillende gebreken in het pand op de percelen [locatie 1] en [locatie 2] in Utrecht voor 15 september 2018 te (doen) herstellen en hersteld te (doen) houden. [appellant] is eigenaar van het pand aan de [locatie 1] en [locatie 2] in Utrecht. Op 31 mei 2018 heeft een toezichthouder van de gemeente een controle uitgevoerd naar aanleiding van klachten over achterstallig onderhoud. Uit die controle is gebleken dat bij het dak op het perceel [locatie 1] zink en lood is opgewaaid of deels weg is. Op het perceel [locatie 1]BS is de bitumineuze dakbedekking stuk. Volgens het college levert dit een overtreding op van artikel 3.25, eerste lid, van het Bouwbesluit 2012. Om die reden heeft het college [appellant] een last onder dwangsom opgelegd om de overtreding te (doen) beëindigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:3094
Datum uitspraak
23 december 2020
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202001147/1/R4

202001217/1/A3

Bij besluiten van 29 mei 2018 heeft de burgemeester van Rotterdam aan de vennootschap een exploitatievergunning, een Drank- en Horecawetvergunning en een aanwezigheidsvergunning voor twee kansspelautomaten verleend. Onder de naam Sportcafé Royal Alina exploiteert de vennootschap een horecagelegenheid waarbij de mogelijkheid tot het roken van een waterpijp wordt aangeboden op het perceel de Nieuwe Binnenweg 154a (beletage) in Rotterdam. Dit perceel ligt in de wijk Het Oude Westen. Vanaf 2015 exploiteerde [gemachtigde A] in het souterrain van de Nieuwe Binnenweg 154a een horecagelegenheid met de naam Royal Alina. In verband met noodzakelijk groot onderhoud aan de fundering, is besloten deze horecagelegenheid te verhuizen van het souterrain naar de beletage. Op die manier zou de horecagelegenheid maar een korte periode hoeven te sluiten. Deze zaak gaat over de vergunningen voor de Nieuwe Binnenweg 154a (beletage).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:3077
Datum uitspraak
23 december 2020
  • Hoger beroep
  • Drank en horeca
  • uitspraakin de zaak202001217/1/A3

202001738/1/A3

Bij besluit van 7 mei 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag het verzoek van [bedrijf B] om een terrasvergunning op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeente Den Haag, ingewilligd. [bedrijf B] is een horecabedrijf aan het Anna Paulownaplein 9 in Den Haag. Hij heeft het college verzocht jaarlijks een zomerterras, dat wil zeggen: een terras in de periode van 1 maart tot 1 november, te mogen plaatsen. Het college heeft het verzoek ingewilligd. Uit de terrasvergunning blijkt dat het zomerterras een totale oppervlakte van 89,7 m2 heeft, verdeeld over vier delen, te weten: terras A van 15,2 m2, gelegen aan de gevel van Anna Paulownaplein 9, terras B van 25,6 m2, gelegen aan de overzijde van het pand langs de trottoirband, en terrassen C en D van 23,2 m2 onderscheidenlijk 25,7 m2, gelegen aan de overzijde van het pand op het plein. [appellant] is eigenaar van het naastgelegen pand [locatie].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:3097
Datum uitspraak
23 december 2020
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202001738/1/A3

202001853/1/R4

Bij besluit van 3 juli 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Brummen aan Green Solar Future Brummen B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een zonnepark op percelen aan de Oude Zutphenseweg in Hall. De omgevingsvergunning heeft betrekking op de realisatie van een zonnepark met een oppervlakte van 36 hectare, waarvan 27 hectare aan zonnepanelen, op voornamelijk landbouwgrond aan weerszijden van de Oude Zutphenseweg in Hall. De maximale instandhoudingstermijn is 30 jaar. De hoogte van de zonnepanelen bedraagt maximaal 1,5 meter en rondom het terrein wordt beplanting aangelegd en een hekwerk geplaatst. Op de locatie waar het zonnepark is voorzien, geldt het bestemmingsplan "Buitengebied 2008". De locatie heeft daarin de bestemming "Agrarisch". Het project is in strijd met het bestemmingsplan. [appellant] en anderen wonen in de nabijheid van de locatie waarop het zonnepark is voorzien. Zij hebben bezwaren tegen het zonnepark.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:3080
Datum uitspraak
23 december 2020
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202001853/1/R4

202002140/1/R1

Bij besluit van 4 juli 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam [appellant] lasten onder dwangsom opgelegd om reguliere onderhoudsgebreken en gebreken aan de elektra- en gasinstallatie aan de woning aan de [locatie A] te Amsterdam te herstellen. [appellant] is eigenaar van de woning aan de [locatie A] in Amsterdam. Hij verhuurt die woning. Toezichthouders van de gemeente hebben aan deze woning reguliere onderhoudsgebreken geconstateerd tijdens een controlebezoek op 14 mei 2019. Daarnaast zijn er door door het college ingeschakelde installateur van het [installatiebedrijf] op 28 mei 2019 ook gebreken geconstateerd aan de elektra en gasinstallatie. Dit betekent volgens het college dat de woning niet voldoet aan de artikelen 1a en 1b van de Woningwet

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:3103
Datum uitspraak
23 december 2020
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202002140/1/R1

202002299/1/A3

Bij besluit van 17 november 2017 heeft de burgemeester van Noardeast-Fryslân regels gesteld, geldend op 18 november 2017, in verband met de Landelijke Intocht Sinterklaas in Dokkum. Op 18 november 2017 vond de LIS plaats in Dokkum. Stichting NLWB heeft op 10 november 2017 bij de burgemeester een melding gedaan van een geplande demonstratie bij de LIS. In het kader van de voorbereiding van de LIS heeft de politie Situatierapporten opgesteld. Er was in de week voorafgaand aan de LIS informatie beschikbaar gekomen dat personen naar Dokkum wilden komen om de aangekondigde demonstratie te verstoren. De burgemeester heeft daarom het besluit ‘Noodbevel Landelijke Intocht Sinterklaas Dokkum 18 november 2017’ genomen. De bezwaren van stichting NLWB en anderen tegen dit besluit heeft de burgemeester niet-ontvankelijk verklaard omdat zij geen belanghebbenden zijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:3104
Datum uitspraak
23 december 2020
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202002299/1/A3

202002358/1/R1

Bij besluit van 13 februari 2020 heeft de raad van de gemeente Amsterdam het bestemmingsplan "Elzenhagen Zuid" vastgesteld. Het plangebied is een deelgebied van het Centrum Amsterdam Noord. Het plan voorziet in de ontwikkeling van een stedelijke woonwijk met ongeveer 1800 woningen, horeca, kleinschalige bedrijvigheid, scholen, sportvoorzieningen en maatschappelijke voorzieningen. De raad heeft in het verweerschrift betoogd dat het beroep, voor zover ingesteld door [appellant A], [appellant C], [appellant D], [appellant E], [appellant F], [appellant G], [appellant H] en [appellant J], niet-ontvankelijk is, omdat deze personen geen dan wel geen ontvankelijke zienswijze hebben ingediend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:3105
Datum uitspraak
23 december 2020
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202002358/1/R1

202002359/1/R1

Bij besluit van 14 januari 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam ten behoeve van het bestemmingsplan "Elzenhagen Zuid" hogere waarden als bedoeld in artikel 10a van de Wet geluidhinder vastgesteld. Het bestemmingsplan "Elzenhagen Zuid" voorziet onder meer in de ontwikkeling van een stedelijke woonwijk met ongeveer 1800 woningen, horeca, kleinschalige bedrijvigheid, scholen, sportvoorzieningen en maatschappelijke voorzieningen. Het besluit hogere waarden is vastgesteld in verband met de geluidbelasting vanwege de Elzenhagensingel (na maatregelen), IJdoornlaan, Nieuwe Leeuwarderweg en Metrolijn 52.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:3106
Datum uitspraak
23 december 2020
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Geluid
  • uitspraakin de zaak202002359/1/R1

202002425/1/A3

Bij besluit van 14 augustus 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Deventer het verzoek van [appellant] afgewezen om zijn geregistreerde nationaliteit te wijzigen van 'onbekend' in 'staatloos'. [appellant] is op [geboortedatum] 1970 geboren in Azerbeidzjan, dat tot december 1991 deel uitmaakte van de Sovjet-Unie. In 1988 is hij vertrokken uit Azerbeidzjan wegens de oorlog aldaar. Hij verbleef sindsdien in de Russische Federatie. Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie heeft [appellant] niet de Azerbeidzjaanse nationaliteit verkregen. [appellant] is sinds 2002 in Nederland. Als nationaliteit bij binnenkomst is ‘onbekend’ geregistreerd in de Basisregistratie personen omdat in 2002 niet kon worden vastgesteld of hij de Azerbeidzjaanse, Armeense of Russische nationaliteit heeft. [appellant] wil dat de registratie van zijn nationaliteit wordt gewijzigd naar ‘staatloos’ omdat inmiddels is komen vast te staan dat hij niet kan terugkeren naar Azerbeidzjan,

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:3098
Datum uitspraak
23 december 2020
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202002425/1/A3

202003034/1/R4

Bij besluit van 30 mei 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Lingewaard geweigerd aan [appellant] een omgevingsvergunning te verlenen voor het afwijken van het bestemmingsplan gedurende een periode van vijf jaar, ten behoeve van de stalling van caravans in een deel van de kassen op het perceel [locatie] te Huissen. [appellant] is eigenaar van het perceel en exploiteert daar een glastuinbouwbedrijf. Een deel van de kassen op zijn perceel gebruikt hij voor het stallen van caravans. [appellant] is in samenwerking met de gemeente en andere partijen bezig met een transitie naar een meer rendabele bedrijfsvoering, met als doel om de kassen weer volledig te gaan gebruiken voor glastuinbouw. Tot die tijd heeft [appellant] naar eigen zeggen de inkomsten van de caravanstalling nodig om zijn bedrijf te kunnen voortzetten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:3099
Datum uitspraak
23 december 2020
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202003034/1/R4

202003037/1/R4 en 202003355/1/R4

Bij afzonderlijke besluiten van 21 december 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Lingewaard [appellant A] en [appellant B] ieder onder oplegging van een dwangsom van € 30.000,- gelast om op hun percelen [locatie 1] en [locatie 2] te Huissen het gebruik van de glastuinbouwkassen als opslag voor caravans voor 6 mei 2018 te beëindigen en beëindigd te houden. Bij afzonderlijke besluiten van 24 juli 2018 heeft het college geweigerd aan [appellant A] en [appellant B] een omgevingsvergunning te verlenen voor het tijdelijk afwijken van het bestemmingsplan ten behoeve van de stalling van caravans in de kassen op hun percelen. [appellant A] en [appellant B] zijn eigenaren van respectievelijk de percelen [locatie 2] en [locatie 1] te Huissen en exploiteren daar ieder een eigen glastuinbouwbedrijf. Een deel van de kassen op hun percelen gebruiken zij voor het stallen van caravans.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:3100
Datum uitspraak
23 december 2020
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202003037/1/R4 en 202003355/1/R4

202003316/1/A3

Bij besluit van 19 juni 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Gouda [appellant] meegedeeld dat op 18 juni 2019 bestuursdwang is toegepast en zijn fiets is verwijderd. Het college heeft op 19 juni 2019 [appellant] meegedeeld dat op 18 juni 2019 bestuursdwang is toegepast en zijn fiets is verwijderd. Het college heeft dit besluit in bezwaar gehandhaafd en hieraan het volgende ten grondslag gelegd. Op 18 juni 2019 heeft een toezichthouder om 13:52 uur een fiets aangetroffen op het Burgemeester Jamesplein te Gouda. Deze fiets stond geparkeerd in de zone, waarin het niet is toegestaan fietsen te plaatsen. Bovendien was de fiets vlak naast een blindengeleidenstrook geplaatst, waardoor deze gevaar kon opleveren voor gebruikers van de strook. Hierop is bestuursdwang toegepast door de fiets direct te verwijderen. De fiets is vervolgens naar een depot gebracht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:3095
Datum uitspraak
23 december 2020
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202003316/1/A3

202003452/1/R1

Bij besluit van 28 april 2020 heeft de raad van de gemeente Lelystad van de gemeente Lelystad het bestemmingsplan "Theaterkwartier" vastgesteld. Het bestemmingsplan geeft uitvoering aan de in 2013 opgestelde versie 3.0 van het Masterplan voor een kwaliteitsimpuls voor het centrum van Lelystad (Stadshart). Het Masterplan is een strategische visie waarin de uitgangspunten voor de ontwikkeling van het Stadshart worden geschetst voor de korte en de lange termijn. Om het centrum meer levendigheid te geven is gekozen voor het toevoegen van (onder meer) een woningbouwprogramma, horeca en detailhandel en een bioscoop. Mede met het oog op de haalbaarheid van de ontwikkeling is gekozen voor een gefaseerde aanpak. Het plangebied dat in deze procedure aan de orde is, vormt het noordelijk deel van het centrumgebied en maakt deel uit van fase 2 van het Masterplan. Het Masterplan is verder uitgewerkt in de "Ruimtelijke Envelop Theaterkwartier", die door de raad in maart 2018 is vastgesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:3064
Datum uitspraak
23 december 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Flevoland
  • uitspraakin de zaak202003452/1/R1

202000834/1/V3

Bij besluit van 17 april 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:3053
Datum uitspraak
22 december 2020
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202000834/1/V3

202004430/1/V2

Bij besluiten van 28 februari 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:3054
Datum uitspraak
22 december 2020
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202004430/1/V2

202005944/2/R1

Bij besluit van 3 september 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam Omelette du Fromage onder aanzegging van bestuursdwang gelast om het voeren van een mengformule in de bakkerswinkel aan de Raadhuisstraat 29 te Amsterdam te staken en gestaakt te houden. In het besluit op bezwaar van 20 augustus 2020 heeft het college deze last in stand gelaten. Het hoger beroep van Omelette du Fromage richt zich tegen de uitspraak van 29 september 2020 van de rechtbank. De rechtbank heeft het beroep van Omelette du Fromage op het vertrouwensbeginsel verworpen. Omelette du Fromage heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek strekt tot schorsing van de in bezwaar gehandhaafde last onder bestuursdwang totdat de Afdeling uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak, zodat zij het horecadeel in de bakkerswinkel weer kan openen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:3123
Datum uitspraak
22 december 2020
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202005944/2/R1

202006295/2/V3

Bij besluit van 12 oktober 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:3051
Datum uitspraak
22 december 2020
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202006295/2/V3

202006649/2/V2

Bij besluit van 12 oktober 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:3052
Datum uitspraak
22 december 2020
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202006649/2/V2

202006768/2/V1

Bij besluit van 16 november 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:3057
Datum uitspraak
22 december 2020
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202006768/2/V1

201906351/1/V1

Bij besluit van 14 mei 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen om de vreemdelingen een machtiging tot voorlopig verblijf (hierna: mvv) te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:3042
Datum uitspraak
21 december 2020
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak201906351/1/V1

201907305/1/V3

Bij besluiten van 29 augustus 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:3044
Datum uitspraak
21 december 2020
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak201907305/1/V3

201908622/1/V3

Bij besluiten van 22 oktober 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen opnieuw niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:3043
Datum uitspraak
21 december 2020
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak201908622/1/V3

202003836/1/V2

Bij besluit van 12 februari 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:3037
Datum uitspraak
21 december 2020
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202003836/1/V2

202005346/1/V3

Bij besluit van 15 september 2020 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:3028
Datum uitspraak
21 december 2020
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202005346/1/V3

202006052/1/V3

Bij besluit van 22 oktober 2020 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:3041
Datum uitspraak
21 december 2020
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202006052/1/V3

202006712/2/V2

Bij besluit van 23 april 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:3038
Datum uitspraak
21 december 2020
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202006712/2/V2

202006775/2/V2

Bij besluit van 31 juli 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:3039
Datum uitspraak
21 december 2020
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202006775/2/V2

202002424/1/V2

Bij besluit van 22 augustus 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:3032
Datum uitspraak
18 december 2020
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202002424/1/V2

202005989/2/V3

Bij besluit van 12 december 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek om heroverweging van het besluit van 27 november 2002, waarbij de eerder aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd is ingetrokken, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:3031
Datum uitspraak
18 december 2020
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202005989/2/V3

202006172/1/A3 en 202006172/2/A3

Bij besluit van 28 januari 2020 heeft de burgemeester van Zandvoort bevolen dat de woning op het adres [locatie] te Zandvoort met ingang van 10 februari 2020 voor een periode van drie maanden wordt gesloten. [appellante] woont in een bovenwoning op het adres [locatie] te Zandvoort. Op 3 december 2019 heeft de politie in een slaapkamer van die woning een hennepkwekerij met 225 planten aangetroffen. In een andere slaapkamer werden diverse zaken aangetroffen die verband hielden met het kweken van hennep, zoals meerdere lege plantenpotten met aarderesten, een niet aangesloten schakelbord, droogrekken en ventilatiebuizen. De stroom die voor de hennepkwekerij nodig was, werd illegaal afgetapt. De politie is de hennepkwekerij op het spoor gekomen na een melding van een makelaar. Deze makelaar had de woning op verzoek van [appellante] bezocht om deze te taxeren. De makelaar mocht een bepaalde ruimte niet betreden en rook een henneplucht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:3033
Datum uitspraak
18 december 2020
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202006172/1/A3 en 202006172/2/A3

202006596/2/V3

Bij besluit van 6 augustus 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:3036
Datum uitspraak
18 december 2020
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202006596/2/V3

202005064/1/R2

De Groenhoeve heeft beroep ingesteld tegen het door de raad van de gemeente Altena niet tijdig nemen van een besluit omtrent vaststelling van het bestemmingsplan "Buitengebied Woudrichem herziening 2018". Het bestemmingsplan, dat betrekking heeft op het gehele buitengebied van de voormalige gemeente Woudrichem, zoals begrensd in het geldende bestemmingsplan "Bestemmingsplan Buitengebied Woudrichem", zal volgens de raad voorzien in het doorvoeren van verbeterpunten, gewijzigde inzichten en correcties en herzieningen op locatieniveau. Doordat de geldende versie van de Verordening ruimte Noord-Brabant bij deze herziening wordt betrokken, beoogt de raad met het opstellen van deze herziening de regelgeving voor het buitengebied van de voormalige gemeente Woudrichem te actualiseren. De Groenhoeve streeft sinds 2017 naar een verplaatsing van haar boom- en tuinplantenkwekerij van de huidige locatie Hoefpad 9 te Uitwijk naar de in het plangebied gelegen locatie Stenenheul ongenummerd te Waardhuizen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:3049
Datum uitspraak
18 december 2020
  • Vereenvoudigde behandeling
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202005064/1/R2

201810286/1/V3

Bij besluit van 25 juli 2016 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:3024
Datum uitspraak
17 december 2020
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak201810286/1/V3

202003849/1/V1

Bij besluit van 20 maart 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:3027
Datum uitspraak
17 december 2020
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202003849/1/V1

202006681/2/V2

Bij besluit van 31 oktober 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en tegen hem een inreisverbod uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:3030
Datum uitspraak
17 december 2020
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202006681/2/V2

202006248/2/R4

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank van 20 oktober 2020, waarbij is geoordeeld dat de aan [verzoeker] opgelegde last onder dwangsom over een zogenoemde schuilhut in stand kan blijven. [verzoeker] heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:3050
Datum uitspraak
17 december 2020
  • Mondelinge uitspraak
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202006248/2/R4

202000234/2/R1

Bij besluit van 3 december 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Middelburg het uitwerkingsplan "Mortiere Fase 9D" vastgesteld. Het uitwerkingsplan voorziet in de bouw van 70 woningen. [verzoeker] woont op het perceel dat aan de zuidoostzijde van het plangebied grenst. [verzoeker] kan zich niet verenigen met artikel 5.2.1, onder i, van de planregels. Hij betoogt dat met deze planregel onvoldoende is geborgd dat geen wateroverlast op zijn perceel ontstaat. Hij voert aan dat de gronden binnen het plangebied zullen worden opgehoogd en dat daardoor zijn perceel het laagste punt in de omgeving wordt. De omliggende watergangen zijn volgens hem niet voldoende toegerust om het afstromende water op te vangen en af te voeren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:2950
Datum uitspraak
16 december 2020
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Zeeland
  • uitspraakin de zaak202000234/2/R1

202003437/2/R2

Bij besluit van 30 april 2020 heeft de raad van de gemeente Valkenswaard het bestemmingsplan "Kerkeind" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de realisering van acht woningen mogelijk, waarvan vier woningen op gronden achter de percelen aan de [locatie 1] en [locatie 2] in Valkenswaard. Deze gronden zijn nu nog als tuin in gebruik. [verzoeker] en anderen wonen op de aan die tuinen grenzende percelen aan het [locatie 3] tot en met [locatie 4] en [locatie 5] tot en met [locatie 6]. Zij kunnen zich niet met de realisering van de vier woningen achter hun percelen verenigen en vrezen hiervan ernstige aantasting van hun privacy en woongenot. [verzoeker] en anderen hebben ook een aantal bezwaren van procedurele aard naar voren gebracht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:2952
Datum uitspraak
16 december 2020
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202003437/2/R2

202006144/2/V3

Bij besluit van 8 oktober 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:3025
Datum uitspraak
16 december 2020
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202006144/2/V3

202006647/2/V2

Bij besluit van 7 maart 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:3026
Datum uitspraak
16 december 2020
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202006647/2/V2

201806136/1/R1 en 201806358/1/R1

Bij besluit van 17 april 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Neder-Betuwe ten behoeve van het bestemmingsplan "Broedershof" hogere waarden als bedoeld in artikel 110a van de Wet geluidhinder vastgesteld. Het plan maakt 50 grondgebonden woningen mogelijk in een gebied met een oppervlakte van ongeveer 2,7 ha dat ligt ten zuidoosten van de kern Echteld. Voor elke grondgebonden woning die minder wordt gerealiseerd, mag volgens de plantoelichting in plaats daarvan één zorgappartement worden gebouwd. Het college heeft hogere grenswaarden vastgesteld vanwege wegverkeer op de N323, waardoor bij 9 woningen in de westhoek van het plangebied de voorkeurswaarde van 48 dB die genoemd wordt in de Wet geluidhinder wordt overschreden. Volgens het college is uit onderzoek gebleken dat het treffen van maatregelen om de geluidbelasting onder de voorkeurswaarde te brengen voor deze woningen niet doelmatig is en moet een hogere grenswaarde vastgesteld worden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:3018
Datum uitspraak
16 december 2020
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak201806136/1/R1 en 201806358/1/R1

201900349/5/R3

Bij uitspraak onderscheidenlijk tussenuitspraak van 26 augustus 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2053 (hierna: de tussenuitspraak), heeft de Afdeling de minister van Infrastructuur en Waterstaat opgedragen om binnen 20 weken na de verzending van de tussenuitspraak het daarin geconstateerde gebrek in het op 20 december 2018 vastgestelde tracébesluit "A27 Houten-Hooipolder" te herstellen. AC Finance C.V. is economisch eigenaresse van gronden aan de oostzijde van de A27 bij de aansluiting Noordeloos. Op deze gronden bevindt zich onder meer een wegrestaurant.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:3013
Datum uitspraak
16 december 2020
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak201900349/5/R3

201903864/2/R2

Bij tussenuitspraak van 25 maart 2020, ECLI:NL:RVS:2020:852 heeft de Afdeling de raad van de gemeente Helmond opgedragen om binnen 26 weken na de verzending van deze uitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van 5 februari 2019 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Brandevoort II-herz. Hazenwinkel-Liverdonk" te herstellen. Over het beroep van [appellante sub 2] en anderen heeft de Afdeling in 6.4 en 6.5 van de tussenuitspraak geoordeeld dat het besluit van 5 februari 2019 voor wat betreft een deel van de op de verbeelding geprojecteerde geurcontour en artikel 3, lid 3.5.1, onder c, van de planregels niet met de vereiste zorgvuldigheid is voorbereid. De Afdeling heeft hierover overwogen dat op de verbeelding een onjuiste geurcontour is geprojecteerd rond de gronden van de varkenshouderij van [appellante sub 2] en anderen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:3014
Datum uitspraak
16 december 2020
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak201903864/2/R2

201904531/1/R2

Bij besluit van 9 april 2019 heeft de raad van de gemeente Helmond het bestemmingsplan "Automotive Campus" en het gelijknamige exploitatieplan vastgesteld. Met het bestemmingsplan is beoogd een bestaand bedrijventerrein aan de westzijde uit te breiden en te ontwikkelen specifiek voor bedrijven in de automotive en mobiliteitssector en daaraan gelieerde kennisinstellingen en onderzoekscentra. Gelijktijdig met het bestemmingsplan is het exploitatieplan vastgesteld. Het plangebied wordt bij benadering begrensd door de Europaweg, de Veedrift, Schootenseloop, Coovelsbos en Steenovenweg. Het plangebied omvat tevens enkele gronden ten zuiden van de Europaweg, waaraan de bestemming "Natuur" en de bestemming "Groen" is toegekend. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] hadden in het bestemmingsplan voor hun percelen graag grotere oppervlakken met de bestemming "Bedrijventerrein" en kleinere oppervlakken met een groen- en natuurbestemming gezien.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:2999
Datum uitspraak
16 december 2020
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak201904531/1/R2

201905127/1/R1

Bij besluit van 27 maart 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Gooise Meren aan [appellant sub 4] een omgevingsvergunning verleend voor het vergroten van een aanbouw en het realiseren van een dakkapel op het perceel [locatie 1] in Bussum. [appellant sub 4] woont aan de [locatie 1] in Bussum. Haar woning is een twee-onder-een-kapwoning, samen met [locatie 2]. Het college heeft aan [appellant sub 4] een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen en het afwijken van het bestemmingsplan voor het vergroten van de aanbouw aan de zij- en achterkant van de woning en het realiseren van een dakkapel in het zijdakvlak van de aanbouw. De aanbouw bevindt zich aan de achterzijde van de woning. Naast die aanbouw stond in de situatie voorafgaande aan de aanvraag een losstaande garage. Achterin de tuin staat een losstaande schuur. Om het bouwplan te kunnen realiseren moet in ieder geval de garage worden gesloopt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:3016
Datum uitspraak
16 december 2020
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak201905127/1/R1

201905304/1/R3

Bij afzonderlijke besluiten van 31 januari 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Oldenzaal de afzonderlijke verzoeken van [appellant A] en [appellant B] om handhavend op te treden jegens [partij] tegen het gebruik van de houtkachel op het perceel [locatie] te Oldenzaal afgewezen. [partij] gebruikt in zijn woning op het perceel [locatie] een houtkachel. [appellant A] en [appellant B] wonen tegenover dit perceel aan de overkant van de weg. [appellant A] woont op 16 m afstand van de woning van [partij] en [appellant B] op 21 m. [appellant A] en [appellant B] hebben het college verzocht handhavend op te treden tegen het gebruik van de houtkachel, omdat dit gebruik volgens hen stankoverlast en schade aan de gezondheid veroorzaakt. Het college heeft aan zijn in bezwaar gehandhaafde besluit ten grondslag gelegd dat het niet bevoegd is om op grond van artikel 7.22 van het Bouwbesluit 2012 handhavend op te treden omdat [partij] dit artikel niet overtreedt met het gebruik van de houtkachel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:3005
Datum uitspraak
16 december 2020
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak201905304/1/R3

201905316/1/R3

Bij besluit van 13 december 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van De Fryske Marren aan [partij A] een omgevingsvergunning verleend voor het isoleren van het dak van de woning op het perceel [locatie 1] te Langweer. [appellant] is eigenaar van het perceel [locatie 2], gelegen naast de woning van [partij]. Tussen beide woningen ligt een smalle steeg. [partij] heeft een aanvraag om verlening van een omgevingsvergunning ingediend voor het isoleren van het dak van zijn woning. [appellant] is het niet eens met de verlening van de omgevingsvergunning. Volgens hem heeft het bouwplan nadelige gevolgen voor zijn woon- en leefklimaat en zijn bedrijfsvoering. Ook leidt het plan volgens hem tot een aantasting van de monumentale waarden van het perceel [locatie 1].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:2998
Datum uitspraak
16 december 2020
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak201905316/1/R3

201905750/1/A3

Bij besluit van 8 mei 2018 heeft de korpschef van politie het aan [appellant] verleende verlof tot het voorhanden hebben van een wapen en munitie ingetrokken. Op 28 april 2018 is de politie naar de woning van [appellant] gegaan, omdat de vrouw van [appellant] 112 had gebeld. In het verslag in het mutatierapport dat is opgemaakt door de politie staat dat de vrouw van [appellant] erg overstuur was nadat ze een woordenwisseling had gehad met [appellant]. [appellant] maakte op de politie een verwarde indruk en sprak cryptisch. Na deze situatie vreesde de korpschef voor misbruik van het wapenverlof en hij heeft daarom het wapenverlof ingetrokken. De minister heeft dit besluit gehandhaafd. De rechtbank heeft geoordeeld dat de minister het besluit in redelijkheid heeft kunnen handhaven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:3001
Datum uitspraak
16 december 2020
  • Hoger beroep
  • Wapens en munitie
  • uitspraakin de zaak201905750/1/A3

201906000/1/A3

Bij besluit van 13 april 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam geweigerd om een Ghanese geboorteakte in de basisregistratie personen in te schrijven. [appellant] is op 31 maart 2015 in de brp opgenomen. Bij zijn inschrijving heeft hij een geboorteakte met registratiedatum 21 januari 2013 gevoegd voor registratie in de brp. Het college heeft geweigerd de geboorteakte in de brp op te nemen, onder meer omdat het ervan uitgaat dat de geboorteakte naar Ghanees recht niet rechtsgeldig is. De akte is bijna 26 jaar na de geboorte van [appellant] geregistreerd. Ook heeft hij verschillende keren verklaard dat hij een eerdere akte heeft gehad. Hij verbleef namelijk al vanaf 2009 in Spanje. Om naar Spanje te reizen en daar te verblijven, had hij een paspoort nodig, dat in Ghana alleen wordt verstrekt als de betrokkene in het geboorteregister is geregistreerd. Daardoor is het aannemelijk dat hij vóór de registratie van de akte van 2013 al geregistreerd was in het geboorteregister van Ghana.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:3009
Datum uitspraak
16 december 2020
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak201906000/1/A3

201906159/1/R3

Bij besluit van 13 maart 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van De Fryske Marren geweigerd handhavend op te treden tegen bouwwerkzaamheden op het perceel [locatie 1] te Langweer. [appellant] is eigenaar en bewoner van het perceel [locatie 2]. De woning op dit perceel staat achter de woning op perceel [locatie 3], waar [appellant] ook eigenaar van is. [partij] is eigenaar van het perceel [locatie 1]. Aan de achterkant van zijn woning is een aanbouw gebouwd. Die aanbouw staat naast de woning van [appellant] op het perceel [locatie 2]. Het voorste deel van de aanbouw is tegen de woning van [appellant] aangebouwd. Tussen het achterste deel van de aanbouw en de woning van [appellant] ligt een steeg. [partij] heeft op 27 november 2015 een aanvraag ingediend voor, voor zover in deze procedure van belang, het verbeteren van een aanbouw aan het hoofdgebouw. [appellant] heeft het college bij brief van 24 november 2017 verzocht handhavend op te treden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:2997
Datum uitspraak
16 december 2020
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak201906159/1/R3

201906309/1/R4

Bij besluit van 16 juli 2019 heeft de raad van de gemeente Oost Gelre het bestemmingsplan "Buitengebied, herziening zonnepark Nieuwendijk te Lievelde" vastgesteld. Het plan voorziet in een grondgebonden zonnepark op gronden die voorheen een agrarische bestemming hadden. Het zonnepark wordt gerealiseerd voor een termijn van maximaal 25 jaar. De grondeigenaren en het bedrijf Sunvest hebben het initiatief genomen om dit zonnepark te realiseren op een perceel aangrenzend aan het perceel aan de Nieuwendijk 4 te Lievelde. Het plangebied is ongeveer 9,5 ha groot. Hiervan wordt ongeveer 8 ha ingevuld met zonnepanelen. LTO Noord is een organisatie die opkomt voor de belangen van agrarische ondernemers in onder andere de Achterhoek. [appellant sub 1] en anderen wonen in de omgeving van het plangebied. LTO Noord en [appellant sub 1] en anderen kunnen zich niet verenigen met het plan. Zij vrezen dat waardevolle agrarische gronden verloren gaan door het voorziene zonnepark.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:3010
Datum uitspraak
16 december 2020
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak201906309/1/R4

201906465/1/R1

Bij besluit van 29 maart 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht locaties voor de plaatsing van ondergrondse restafvalcontainers in De Meern aangewezen. Het besluit van 29 maart 2019 voorziet onder meer in de aanwijzing van een locatie voor een ORAC nabij het perceel [locatie 1] te Utrecht. Deze locatie wordt in het besluit aangeduid als locatie 37. [appellant A] woont aan de [locatie 1], [appellant B] en [appellant C] wonen aan respectievelijk de [locatie 2] en [locatie 3]. Zij kunnen zich niet met de aanwijzing van deze locatie verenigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:2990
Datum uitspraak
16 december 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak201906465/1/R1

201906514/1/A3

Bij besluit van 20 juli 2018 heeft de minister van Justitie en Veiligheid de aanvraag van [appellant] om een ontheffing voor airsoftapparaten afgewezen. Airsoft is een tactische schietsport, bestaande uit drie disciplines: het schieten als team tegen een ander team, het volgen van een parcours en het schieten op een kaart. Bij de airsoftsport wordt gebruik gemaakt van airsoftapparaten, die biologisch afbreekbare balletjes afschieten en sprekende gelijkenis vertonen met echte wapens. Airsoftapparaten zijn wapens van categorie I uit de Wet wapens en munitie. [appellant] wil de airsoftsport beoefenen en airsoftapparaten verzamelen. Daarom heeft hij ontheffing gevraagd van het in artikel 13 van de Wwm opgenomen verbod tot het voorhanden hebben, vervoeren, dragen, doen binnenkomen en doen uitgaan van airsoftapparaten. De aanvraag om ontheffing is afgewezen, omdat [appellant] zijn doel volgens de minister kan bereiken door gebruik te maken van de vrijstellingsregeling.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:2995
Datum uitspraak
16 december 2020
  • Hoger beroep
  • Wapens en munitie
  • uitspraakin de zaak201906514/1/A3

201906580/1/A3

Bij besluit van 25 juni 2018 heeft het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland een aanvraag van [appellant] om verlening van een ontheffing voor het verwijderen van een gedeelte van een bestaande oevervoorziening, het landinwaarts plaatsen van een oevervoorziening en het houden van een oevervoorziening in de Delftse Schie ingewilligd. [appellant] is de eigenaar van het perceel aan de [locatie] in de Delftse Schie te Rotterdam. Langs dat perceel is een oevervoorziening van ongeveer 23,5 meter. Op 13 juli 2017 heeft [appellant] een aanvraag ingediend om verlening van een ontheffing uit hoofde van de Vaarwegenverordening Zuid-Holland 2015 voor het vervangen en het houden van een oevervoorziening langs vorenbedoeld perceel. Op 22 mei 2018 is de aanvraag door de gemachtigde van [appellant] aangevuld met een constructietekening.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:2986
Datum uitspraak
16 december 2020
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak201906580/1/A3

201906703/1/A3

Bij besluit van 30 november 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Veere de aanvraag van [appellant] om een vergunning op grond van de Huisvestingsverordening Tweede Woningen om de woning aan de [locatie] in Domburg als tweede woning te kunnen gebruiken, afgewezen. [appellant] is eigenaar van de woning. Deze woning was van zijn ouders. Aan hen is bij besluit van 1 december 2009 op grond van de hardheidsclausule een ontheffing van de "Gebruiksverordening tweede woningen Veere" verleend voor de woning. In de ontheffing is onder meer opgenomen dat deze is verbonden aan het leven van de ouders van [appellant] en niet kan worden vererfd. De ouders van [appellant] zijn overleden. [appellant] wil de woning (blijven) gebruiken als tweede woning en heeft daartoe een vergunning op grond van de Huisvestingsverordening Tweede Woningen aangevraagd. Het college heeft deze aanvraag afgewezen en deze afwijzing is in het besluit op bezwaar van 10 juli 2018 in stand gelaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:3008
Datum uitspraak
16 december 2020
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak201906703/1/A3

201907281/1/V2

Bij besluit van 11 december 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van de vreemdeling om het tegen hem uitgevaardigde inreisverbod op te heffen, afgewezen. Deze uitspraak gaat over de vraag of het arrest van het Hof van Justitie van 2 mei 2018, in de zaken K. en H.F., ECLI:EU:C:2018:296, betekent dat de staatssecretaris ondeugdelijk heeft gemotiveerd dat de vreemdeling nog steeds een actueel, werkelijk en voldoende ernstig gevaar voor de openbare orde vormt en of artikel 8 van het EVRM zich verdraagt met handhaving van het inreisverbod. Deze uitspraak gaat dus niet over de vraag of aan de vreemdeling terecht artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:3017
Datum uitspraak
16 december 2020
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak201907281/1/V2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak201907281/1/V2

201907840/1/A2

Bij uitspraak van 30 augustus 2019 heeft de rechtbank zich onbevoegd verklaard te oordelen over het verzoek van [appellante] om schadevergoeding op grond van artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank heeft het verzoek voor het overige afgewezen. In hoger beroep is in geschil of de rechtbank het verzoek om schadevergoeding van [appellante] terecht heeft afgewezen. [appellante] huurde van woningcorporatie Intermaris een woning in een wooncomplex aan de Nieuwendoornsgracht te Hoorn. Zij heeft de verhuurder aangesproken op door de bovenburen veroorzaakte overlast. In een civiele procedure heeft [appellante] gevorderd dat de woningcorporatie tegen deze overlast zou optreden. [appellante] stelt dat zij als gevolg van de tussenkomst van de burgemeester bij brief van 22 juni 2015 de civiele procedure ten onrechte heeft verloren. De burgemeester heeft bij het opvragen van de informatie ten onrechte vermeld dat er een burenruzie was en niet vermeld dat zij al geruime tijd leed onder zware overlast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:3003
Datum uitspraak
16 december 2020
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak201907840/1/A2

201908705/1/R4

Bij besluit van 10 december 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht geweigerd om aan [appellante] een omgevingsvergunning te verlenen voor het bouwen van een uitbouw op de eerste verdieping aan de achterzijde van de woning aan de [locatie 1] te Utrecht. [appellante] wil een uitbouw op de eerste verdieping aan de achterzijde van haar woning bouwen, boven de uitbouw waarvoor een vergunning is verleend in 1982. Het college heeft geweigerd een omgevingsvergunning voor deze verbouwing te verlenen. Het heeft zich op het standpunt gesteld dat het bouwplan in strijd is met de beheersverordening "Pijlsweerd, Tuinwijk, Tuindorp Oost e.o.". Het college is niet bereid om ten behoeve van het bouwplan af te wijken van de beheersverordening, omdat het de nieuwe ontwikkeling in strijd met een goede ruimtelijke ordening acht. Volgens het college leidt het bouwplan tot verdichting binnen het bouwblok.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:2985
Datum uitspraak
16 december 2020
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak201908705/1/R4

201908743/1/A2

Bij besluit van 30 oktober 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam een verzoek van [appellant] om schadevergoeding afgewezen. Bij brief van 24 oktober 2016 heeft [appellant] het college verzocht om zijn registratie in de Basisregistratie personen te herstellen, omdat hij nooit uit Nederland is vertrokken en ten tijde van het besluit van 6 december 2012 over een geldige verblijfsvergunning beschikte. Bij besluit van 18 november 2016 heeft het college dat verzoek onder verwijzing naar artikel 4:6 van de afgewezen. Bij besluit van 28 maart 2017 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 9 mei 2017 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 18 juli 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:2435) heeft de Afdeling het door [appellant] daartegen ingestelde hoger beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:2978
Datum uitspraak
16 december 2020
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak201908743/1/A2

201908898/1/R2

Bij besluit van 3 juli 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bergen (L) het verzoek van [appellant sub 1] om handhavend op te treden tegen de zonder omgevingsvergunning gebouwde luchtwasser op het perceel [locatie 1] in Siebengewald afgewezen. [appellante sub 2] exploiteert een varkensbedrijf op het perceel. [appellant sub 1] woont aan de [locatie 2]. Hij heeft het college op 28 februari 2018 verzocht om handhavend op te treden tegen de bouw van een luchtwasser op het perceel, omdat daarvoor geen omgevingsvergunning voor de activiteiten bouwen en het veranderen van een inrichting is verleend. Bij het in bezwaar gehandhaafde besluit van 3 juli 2018 heeft het college dit verzoek afgewezen, omdat [appellante sub 2] alsnog een aanvraag voor de bouw van de luchtwasser in afwijking van het bestemmingsplan "Buitengebied 2018" heeft ingediend en er een ontwerpomgevingsvergunning ter inzage is gelegd. Volgens het college bestaat daarom concreet zicht op legalisatie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:3012
Datum uitspraak
16 december 2020
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak201908898/1/R2

201908903/1/A3

Bij besluit van 1 augustus 2018 heeft de minister voor Rechtsbescherming een aanvraag van [appellant] om afgifte van een Verklaring Omtrent het Gedrag afgewezen. Op 1 mei 2018 heeft [appellant] bij de minister een aanvraag ingediend om afgifte van een VOG, omdat hij een chauffeurskaart wil verkrijgen. [appellant] heeft een chauffeurskaart nodig om als taxichauffeur te kunnen werken. De minister heeft bij de beoordeling van de aanvraag van [appellant] de criteria gehanteerd die zijn neergelegd in de Beleidsregels VOG-NP-RP 2018. Daarnaast heeft de minister het screeningsprofiel "Taxibranche; chauffeurskaart" van toepassing verklaard. De minister heeft bij besluit van 1 augustus 2018 de aanvraag van [appellant] krachtens artikel 35, eerste lid, van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens afgewezen, omdat in het Justitieel Documentatie Systeem stond dat hij gedagvaard was wegens seksueel misbruik van kinderen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:2991
Datum uitspraak
16 december 2020
  • Hoger beroep
  • Verklaring omtrent gedrag
  • uitspraakin de zaak201908903/1/A3

201909206/1/A3

Bij besluit van 12 december 2017 heeft de burgemeester van Den Haag het paspoort van [appellant] vervallen verklaard. De rechter-commissaris van de rechtbank te Den Haag heeft de burgemeester op grond van artikel 19 van de Paspoortwet verzocht het paspoort van [appellant] vervallen te verklaren. Aan dit verzoek heeft de rechter-commissaris ten grondslag gelegd dat [appellant] in staat van faillissement verkeert. De rechter-commissaris heeft de persoonsgegevens van [appellant] laten opnemen in het Register Paspoortsignaleringen. In augustus 2017 heeft de burgemeester [appellant] bericht dat hij voornemens is zijn paspoort vervallen te verklaren. De burgemeester heeft [appellant] in de gelegenheid gesteld om vóór 21 augustus 2017 bij hem een verzoek in te dienen om de beslissing aan te houden. Hij heeft te kennen gegeven dat hij in dat geval acht weken de tijd zal krijgen om de rechter-commissaris te verzoeken de signalering in het register op te heffen of overeenstemming te bereiken met de rechter-commissaris.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:3007
Datum uitspraak
16 december 2020
  • Hoger beroep
  • Paspoort
  • uitspraakin de zaak201909206/1/A3

202000101/1/R2

Bij 23 afzonderlijke besluiten heeft het college van gedeputeerde staten van Fryslân vergunning verleend op grond van de Wet natuurbescherming voor het exploiteren en/of uitbreiden en wijzigen van 23 verschillende agrarische bedrijven in Friesland. Vergunning is verleend voor activiteiten die stikstofdepositie veroorzaken op stikstofgevoelige natuurwaarden in Natura 2000-gebieden. Het college heeft daarbij toepassing gegeven aan het Programma Aanpak Stikstof. Deze vergunningen kunnen volgens het college worden verleend onder verwijzing naar de passende beoordeling die voor het PAS is opgesteld. De rechtbank heeft onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1603 overwogen dat het college de vergunningen voor de verschillende agrarische bedrijven niet kon verlenen. Het college komt in hoger beroep uitsluitend op tegen de proceskostenveroordeling door de rechtbank.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:3004
Datum uitspraak
16 december 2020
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202000101/1/R2

202000614/1/A3

Bij besluit van 16 april 2019 heeft de burgemeester van Harderwijk de door de Handels B.V. aangevraagde exploitatievergunning ten behoeve van de exploitatie van het horecabedrijf Lorentz Events en Cafetaria Lorentz aan de Snelliusstraat 9-11 in Harderwijk geweigerd. De aanvraag voor de exploitatievergunning heeft ook betrekking op de exploitatie van "Cafetaria Lorentz" in hetzelfde pand. De burgemeester heeft deze vergunningen geweigerd omdat de beoogde leidinggevende van het horecabedrijf en de cafetaria, [gemachtigde A], niet voldoet aan de voorwaarde dat hij niet in enig opzicht van slecht levensgedrag is. Aan de besluiten heeft de burgemeester ten grondslag gelegd dat [gemachtigde A] in een periode van 25 jaar herhaaldelijk in verband kan worden gebracht met vermogensdelicten als diefstal en valsheid in geschrifte, het onvoldoende voldoen aan verplichtingen die zijn neergelegd in de Algemene wet op de rijksbelastingen, vernieling en verschillende gradaties van mishandeling.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:3011
Datum uitspraak
16 december 2020
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202000614/1/A3

202000630/1/R1

Bij besluit van 19 oktober 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Aalsmeer besloten tot invordering van verbeurde dwangsommen ter hoogte van € 10.001,00. [appellant] is via een aankoop op een executieveiling sinds 2016 eigenaar van het perceel [locatie] en het zich daarop bevindende kassencomplex. Het kassencomplex werd bewoond door [voormalig eigenaar] en twee anderen die in afwachting waren van de toewijzing van een woning. Op 11 januari 2018 heeft het college aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd wegens het illegaal laten bewonen van het gebouw op het perceel en wegens het zonder vergunning in stand houden van het tot woning verbouwde gebouw op dat perceel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:3021
Datum uitspraak
16 december 2020
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202000630/1/R1

202000632/1/R1

Bij besluit van 18 januari 2018 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat geweigerd aan het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 8.9 van de Wet luchtvaart te verlenen voor het bouwplan Catharina Segrina van [appellante sub 1] in Rijsenhout in de gemeente Haarlemmermeer. [appellante sub 1] wil op haar gronden aan de noordzijde van de kern Rijsenhout 25 woningen realiseren. Op deze gronden was vroeger glastuinbouw aanwezig, maar die glastuinbouw is in 2001 beëindigd en de kassen zijn gesloopt. Sindsdien zijn de gronden verwilderd. Op de gronden staan nu bomen en struiken. De gronden grenzen aan drie zijden aan een woonwijk en aan één zijde aan gronden met een agrarische bestemming waarop kassen staan. De kassen op die gronden zijn vervallen en worden niet meer voor agrarische doeleinden gebruikt. Het college wil meewerken aan het initiatief van [appellante sub 1].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:2896
Datum uitspraak
16 december 2020
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202000632/1/R1

202000634/1/R1

Bij besluit van 18 januari 2018 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat geweigerd aan het college een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 8.9 van de Wet luchtvaart te verlenen voor het bouwplan [locatie] van [appellant sub 2] in Rijsenhout. [appellant sub 2] wil twee nieuwe woningen bouwen aan de [locatie] in Rijsenhout en een gesloopte woning herbouwen. Op de gronden was vroeger glastuinbouw aanwezig, maar die glastuinbouw is meer dan tien jaar geleden beëindigd. [appellant sub 2] heeft de oude kassen gesloopt met het doel om op het perceel woningen te realiseren. Zijn gronden grenzen aan de oostzijde aan de woningen aan de Rijshornstraat en aan de westzijde aan gronden van een betonfabriek. Aan de noordzijde grenzen de gronden van [appellant sub 2] aan gronden met een agrarische bestemming waarop kassen staan en aan de zuidzijde aan de Kleine Poellaan. Het woningbouwproject is voor hem noodzakelijk om de kosten voor het slopen van de oude kassen terug te verdienen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:2984
Datum uitspraak
16 december 2020
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202000634/1/R1

202000756/1/V6

Bij besluiten van 23 augustus 2018 heeft de raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank van bestuur de aan [appellant] toegekende vergoedingen voor vervoerskosten en de toegekende remigratievoorzieningen met ingang van 1 april 2017 ingetrokken en een bedrag van € 6.808,39 teruggevorderd. [appellant] heeft op 15 maart 2017 een aanvraag voor een verblijfsvergunning ingediend, met als doel wedertoelating na migratie. Hij mocht het besluit op die aanvraag in Nederland afwachten. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft die aanvraag bij besluit van 14 juni 2017 afgewezen. [appellant] heeft daartegen bezwaar gemaakt, maar mocht de uitkomst daarvan niet in Nederland afwachten. De staatssecretaris heeft het bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 8 december 2017 (zaken nrs. 17/12327 en 17/16007) heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag dit besluit op bezwaar vernietigd en opdracht gegeven een nieuw besluit op bezwaar te nemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:2981
Datum uitspraak
16 december 2020
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202000756/1/V6

202001029/1/A3

Bij besluit van 9 mei 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een aanvraag van [appellant] om verlening van een urgentieverklaring afgewezen. Op 8 februari 2019 heeft [appellant] het college verzocht om een urgentieverklaring wegens medische redenen. [appellant] heeft een ernstige vorm van het obstructief slaapapneusyndroom, waarvoor hij een CPAP, een slaapmasker, heeft. Om dit te kunnen gebruiken heeft hij een stroomaansluiting nodig of een accu die dagelijks moet worden opgeladen. [appellant] sliep ten tijde van belang op een boot die geen stroomaansluiting heeft. Het college heeft de aanvraag van [appellant] ten eerste op grond van artikel 2.6.5, eerste lid, aanhef en onder h, van de Huisvestingsverordening Amsterdam 2016 afgewezen, omdat het college hem niet in staat acht om in de kosten van het bestaan of een woning te voorzien.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:2987
Datum uitspraak
16 december 2020
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202001029/1/A3

202001048/1/A3

Bij besluit van 31 augustus 2018 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat een verzoek om handhaving van de vereniging Omwonenden Luchthaven Eelde afgewezen. Bij brief van 16 juli 2018 heeft de vereniging een verzoek om handhaving ingediend bij de minister. Aan dit verzoek heeft de vereniging ten grondslag gelegd dat vlucht LOT8842 op maandag 28 mei 2018 om exact 6.30 uur is vertrokken. Dit betekent dat het vliegtuig vóór dat tijdstip moet hebben getaxied en een 'engine run-up' moet hebben uitgevoerd. Met 'engine run-up' wordt bedoeld het proefdraaien van de motoren als onderdeel van de controle van het vliegtuig- en motorsysteem, die moet worden uitgevoerd vlak voor het opstijgen. Volgens de vereniging is het taxiën en het uitvoeren van een 'engine run-up' vóór 6.30 uur een overtreding van artikel 4, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omzettingsregeling luchthaven Eelde. De minister heeft zich op het standpunt gesteld dat geen sprake is van een overtreding.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:3000
Datum uitspraak
16 december 2020
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202001048/1/A3

202001051/1/R3

Bij besluit van 19 december 2019 heeft de raad van de gemeente Midden-Groningen het bestemmingsplan "Kolham, Kindcentrum Kolham" vastgesteld. Het plan is vastgesteld om de bouw van een zogenoemd kindcentrum mogelijk te maken aan de Eikenlaan in Kolham. Het kindcentrum voorziet volgens de plantoelichting in een basisschool en een peuter- en kinderopvang. De gemeente is eigenaar van de gronden in het plangebied. Het plangebied grenst aan het dorpshuis ’t Mainschoar, de tennisbaan en de ijsbaan van het dorp. Ten noorden van het plangebied en tegenover het plangebied staan woningen. [appellant] woont aan de [locatie] te Kolham. Dit is tegenover het plangebied. [appellant] vreest dat de komst van het kindcentrum zal leiden tot een aantasting van zijn woon- en leefklimaat vanwege onder meer geluid-, verkeer- en parkeerhinder. Ook vreest hij dat zijn woning daardoor in waarde zal dalen en slechter verkoopbaar zal zijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:3019
Datum uitspraak
16 december 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Groningen
  • uitspraakin de zaak202001051/1/R3

202001196/1/A3

Bij besluit van 7 november 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amstelveen een aanvraag van [appellant] om verlening van een urgentieverklaring afgewezen. Op 13 september 2018 heeft [appellant] bij het college een aanvraag om verlening van een urgentieverklaring ingediend. Daarbij heeft hij te kennen gegeven dat hij medische problemen heeft. Het college heeft de aanvraag onder meer op grond van artikel 2.6.5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Huisvestingsverordening Amstelveen 2018 afgewezen, omdat zijn huisvestingsprobleem kan worden opgelost door gebruik te maken van een voorliggende voorziening, zoals het huren van een kamer of zich te vestigen in een krimpgebied, waar geen woonkrapte is. Verder heeft het college geen aanleiding gezien tot toepassing van de hardheidsclausule als bedoeld in artikel 2.6.11 van de Huisvestingsverordening.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:2994
Datum uitspraak
16 december 2020
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202001196/1/A3

202001320/1/R3

Bij besluit van 22 maart 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hoeksche Waard geweigerd handhavend op te treden tegen het plaatsen van schuttingen en tuinhuizen op de percelen grenzend aan [locatie 1], [locatie 2], [locatie 3], [locatie 4], [locatie 5] en [locatie 6] te Numansdorp. [appellant] woont op het perceel [locatie 7]. Enkele jaren geleden hebben hij en de andere eigenaren van woningen aan de Goudvink de mogelijkheid gekregen om hun tuin te vergroten door een stuk grond aan de achterzijde van hun bestaande tuin te kopen. [appellant] heeft dat niet gedaan. Andere eigenaren wel en zij hebben op het aangekochte deel tuinhuizen en schuttingen gebouwd. [appellant] heeft het college verzocht om handhavend op te treden tegen het plaatsen van deze schuttingen en tuinhuizen op de in het procesverloop vermelde percelen. Volgens [appellant] is voor het plaatsen daarvan een omgevingsvergunning nodig en is die niet verleend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:2983
Datum uitspraak
16 december 2020
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202001320/1/R3

202001402/1/R1

Bij besluit van 8 mei 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Schouwen-Duiveland geweigerd [appellante] een omgevingsvergunning te verlenen voor onder meer het realiseren van een carport op het adres [locatie] in Renesse. [appellante] is eigenaar van het perceel [locatie] in Renesse (hierna: het perceel). Toen [appellante] het perceel kocht stond hierop een oude carport. In 2017 ging de carport door omstandigheden grotendeels verloren. [appellante] heeft daarna een hoveniersbedrijf opdracht gegeven om op dezelfde locatie een nieuwe carport te realiseren. Het college heeft [appellante] na een inspectie erop gewezen dat zij voor onder andere de carport alsnog een omgevingsvergunning diende aan te vragen. Zij heeft daarom een omgevingsvergunning aangevraagd voor onder meer het renoveren/vervangen van de aanwezige carport op het perceel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:2996
Datum uitspraak
16 december 2020
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202001402/1/R1

202001467/1/R1

Bij besluit van 5 december 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Noordwijk onder meer de locatie aan de [locatie], ter hoogte van de straat Kostverloren (hierna: de locatie) in de nieuwbouwwijk Offem Zuid, aangewezen voor het plaatsen van twee ondergrondse restafvalcontainers. In de nieuwbouwwijk Offem Zuid 1e fase is bij wijze van proef gebruik gemaakt van orac’s voor het inzamelen van huishoudelijk restafval en groente, fruit en tuinafval. Het besluit strekt tot aanwijzing van de locatie nummer 3 aan de [locatie], ter hoogte van de straat Kostverloren, voor de plaatsing van twee orac’s. [appellant] is bewoner van de woning aan de [locatie]. Hij kan zich niet verenigen met de plaatsing van de orac’s op deze locatie, omdat hij vreest voor de aantasting van zijn woon- en leefklimaat. De orac’s zijn inmiddels geplaatst.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:2989
Datum uitspraak
16 december 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202001467/1/R1

202001508/1/A3

Bij besluit van 2 januari 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Eijsden-Margraten de persoonslijst van [appellant] opgeschort per 8 november 2018 wegens vertrek naar een onbekend land. Nadat [appellant] het college bij e-mailbericht van 7 oktober 2018 heeft meegedeeld dat hij per 28 september 2018 niet meer woonachtig is op het adres [locatie 1] in Cadier en Keer, heeft het college hem in een brief van 12 oktober 2018 en een e-mailbericht van dezelfde datum gevraagd om binnen één week na dagtekening van de bief door te geven wat het nieuwe woonadres was. Toen op dat verzoek geen reactie volgde, heeft een gemeentelijke toezichthouder op 7 november 2018 een controle uitgevoerd op het adres [locatie 1] in Cadier en Keer en daarbij vastgesteld dat [appellant] niet langer op dat adres woonde. Vervolgens heeft het college [appellant] bij brief van 8 november 2018 op de hoogte gesteld van zijn voornemen om zijn adresgegevens als onbekend op te nemen in de brp.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:2992
Datum uitspraak
16 december 2020
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202001508/1/A3

202001566/1/R4

Bij besluit van 4 mei 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Berkelland geweigerd aan [appellant] een omgevingsvergunning te verlenen voor het bouwen van een woning op het perceel Hupselse Dwarsweg nabij voormalig nummer […] te Eibergen. Op 16 oktober 2016 heeft [appellant] een aanvraag om omgevingsvergunning ingediend. Bij besluit van 7 november 2017 heeft het college geweigerd om de gevraagde omgevingsvergunning te verlenen. Het besluit van 7 november 2017 is met de uitspraak van de Afdeling van 14 augustus 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2766, in rechte onaantastbaar geworden. Op 27 februari 2018 heeft [appellant] opnieuw een aanvraag om omgevingsvergunning voor het bouwen van een woning ingediend. Bij besluit van 4 mei 2018 heeft het college geweigerd om de vergunning te verlenen, omdat de aanvraag van 27 februari 2018 een herhaalde aanvraag is en [appellant] geen blijk heeft gegeven van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden ten opzichte van de aanvraag van 16 oktober 2016.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:2982
Datum uitspraak
16 december 2020
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202001566/1/R4

202002094/1/V6

Bij besluiten van 3 april 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het Nederlanderschap van [appellanten sub 2] ingetrokken. [appellanten sub 2] hebben op 18 december 2006 verzoeken om verlening van het Nederlanderschap ingediend. Zij beschikten op dat moment over verblijfsvergunningen asiel voor onbepaalde tijd. De verzoeken zijn ingewilligd bij Koninklijk Besluit van 3 mei 2007. [appellanten sub 2] wonen sinds 2009 in Duitsland. De staatssecretaris heeft het Nederlanderschap van [appellanten sub 2] ingetrokken, omdat zij bij het indienen van de verzoeken relevante feiten over hun identiteit hebben verzwegen. De staatssecretaris betoogt dat de rechtbank ten onrechte de door hem verrichte Unierechtelijke evenredigheidsbeoordeling indringend heeft getoetst.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:2980
Datum uitspraak
16 december 2020
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202002094/1/V6

202002095/3/R1

Bij uitspraak van 4 september 2020, in zaak nr. 202002095/2/R1, heeft de Afdeling na vereenvoudigde behandeling het verzoek om herziening van SBKW van de uitspraak van 29 mei 2019 afgewezen. Bij de uitspraak van 29 mei 2019 is het beroep van, onder anderen, SBKW tegen het besluit van de raad van de gemeente Doetinchem van 21 september 2017 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Ziekenhuis - 2017" en het op diezelfde dag vastgestelde exploitatieplan "Slingeland ziekenhuis, locatie A18 2017" niet-ontvankelijk verklaard en is het beroep tegen het besluit van de raad van 27 september 2018 tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan "Ziekenhuis- 2017" ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:3040
Datum uitspraak
16 december 2020
  • Verzet
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202002095/3/R1

202002347/1/R4

Bij besluit van 28 mei 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Putten een dwangsom van € 10.000,00 ingevorderd. [appellant] was ten tijde van het besluit van 28 mei 2019 eigenaar van de recreatiewoning op het perceel [locatie] in Putten. Bij besluit van 5 maart 2018 heeft het college aan de rechtsvoorganger van [appellant] een last opgelegd met een dwangsom van € 10.000 per maand met een maximum van € 60.000 om het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bestaande uit het (laten) gebruiken van het perceel en de daarop aanwezige opstallen voor huisvesting van personen die daarvandaan naar hun werk gaan en/of gebruiken als centrum van hun sociaal maatschappelijk leven binnen zes maanden na verzenddatum van deze brief te beëindigen en beëindigd te houden. Op 11 april 2019 heeft een toezichthouder een controle op het perceel uitgevoerd. Hij heeft toen zes personen aangetroffen. Het college heeft daarom besloten om over te gaan tot invordering van de dwangsom.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:3002
Datum uitspraak
16 december 2020
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202002347/1/R4

202002370/1/V1

De vreemdelingen hebben tegen het uitblijven van besluiten op hun aanvragen om aan hen een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen beroepen ingesteld bij de rechtbank. In het hogerberoepschrift klaagt de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid terecht dat de rechtbank niet deugdelijk heeft gemotiveerd dat een nadere termijn van acht weken volstaat. Hij stelt zich terecht op het standpunt dat het zogenoemde 8+8-wekenmodel passend is. In dit model heeft de staatssecretaris acht weken om de eerste gehoren af te nemen en acht weken daarna om de besluiten op de aanvragen bekend te maken. De Afdeling verwijst daarvoor naar haar uitspraak van 8 juli 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1560.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:3015
Datum uitspraak
16 december 2020
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202002370/1/V1

202002486/1/R1

Bij besluit van 25 oktober 2018 heeft het dagelijks bestuur van Avri een locatie ter hoogte van [locatie] te Culemborg aangewezen voor de plaatsing van een ondergrondse restafvalcontainer. [appellant] woont aan de [locatie] te Culemborg, tegenover en op korte afstand van de aangewezen locatie. Deze locatie wordt in het besluit aangeduid als locatie C125R. [appellant] is het niet eens met de aanwijzing en heeft alternatieve locaties voorgesteld. De ORAC is inmiddels geplaatst. Op het bezwaar van [appellant] is eerder beslist bij besluit van 18 februari 2019. De Afdeling heeft dat besluit van het dagelijks bestuur in haar uitspraak van 29 januari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:294, vernietigd, omdat het dagelijks bestuur de door [appellant] voorgestelde alternatieve locaties niet deugdelijk had beoordeeld. In het nu bestreden besluit op bezwaar heeft het dagelijks bestuur de drie alternatieve locaties alsnog of opnieuw beoordeeld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:2988
Datum uitspraak
16 december 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202002486/1/R1
vorige pagina1...243244245...1.240volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon