Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 123.827
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

201905011/1/V3

Bij besluit van 25 september 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om krachtens artikel 64 van de Vw 2000 te bepalen dat zijn uitzetting achterwege blijft, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1352
Datum uitspraak
10 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak201905011/1/V3

201907053/1/V1

Bij besluit van 22 mei 2017 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf (hierna: een mvv) te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1691
Datum uitspraak
10 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak201907053/1/V1

201908242/2/R3

Bij brief van 1 oktober 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Leiden te kennen gegeven dat zij geen aanleiding ziet om de uitspraak van de Afdeling van 24 juli 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2571, anders te interpreteren dan zij heeft toegelicht in haar brief van 15 augustus 2019.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1358
Datum uitspraak
10 juni 2020
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak201908242/2/R3

201908905/1/V1

Bij besluit van 14 november 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om de geldigheidsduur van de aan haar verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlengen afgewezen en deze verblijfsvergunning ingetrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1376
Datum uitspraak
10 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak201908905/1/V1

201709037/3/R3

Bij tussenuitspraak van 24 juli 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2571, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Leiden opgedragen om binnen 16 weken na de verzending van de tussenuitspraak, met inachtneming van hetgeen daarin is overwogen, het daar omschreven gebrek in het besluit van de raad van 28 september 2017, waarbij het bestemmingsplan "Binnenstad" is vastgesteld, te herstellen. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak onder 9.2 overwogen dat de aanduiding "specifieke vorm van water - ligplaats bedrijfsvaartuig" in de regels van het plan zodanig ruim is geformuleerd dat ter plaatse van het bijbakje rondvaartboten kunnen aanleggen, hetgeen de raad niet heeft beoogd. Gelet hierop heeft de Afdeling in de tussenuitspraak geoordeeld dat het bestreden besluit in zoverre niet berust op een deugdelijke motivering en onzorgvuldig is voorbereid. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling de raad opgedragen het hiervoor vermelde gebrek te herstellen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1354
Datum uitspraak
10 juni 2020
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak201709037/3/R3

201804677/1/A3

Bij besluit van 27 januari 2017 heeft de staatssecretaris van Financiën het verzet van [appellant sub 2] tegen de verwerking van zijn persoonsgegevens niet gerechtvaardigd geacht. De directeur van de Belastingdienst/Centrale administratie heeft bij brieven van 4 april 2013, 22 maart 2014, onderscheidenlijk 17 maart 2015, op verzoek van woningcorporatie De Alliantie, verklaringen over het huishoudinkomen van de bewoners op het adres [locatie] te [plaats] - waar [appellant sub 2] woont - over de jaren 2013, 2014 en 2015, verstrekt. De Alliantie heeft [appellant sub 2] bij brieven van 22 april 2013, 22 april 2014, onderscheidenlijk 28 april 2015, medegedeeld dat de huurprijs van de woning op voormeld adres per 1 juli van het desbetreffende jaar wordt verhoogd. Bij brief van 12 februari 2016 heeft [appellant sub 2] verzet aangetekend als bedoeld in artikel 40 van de Wbp tegen het verstrekken van de verklaringen over het huishoudinkomen op voornoemd adres.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1375
Datum uitspraak
10 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak201804677/1/A3

201809792/1/A3

De beslissing van 11 november 2016 heeft de burgemeester na overleg met de lokale driehoek genomen en houdt in een verbod om op 12 november 2016 tussen 6:00 uur en 18:00 uur in het centrum een betoging en/of samenkomst te houden in verband met de intocht van Sinterklaas. Daarnaast heeft de burgemeester meerdere aanwijzingen gegeven aan een ieder die een betoging of samenkomst wil houden in verband met de intocht van Sinterklaas, waaronder de aanwijzing dit niet te doen in het centrum van Rotterdam. Aanleiding voor dit verbod en de aanwijzingen is dat volgens de burgemeester uit informatie is gebleken dat linksgeoriënteerde partijen op 12 november 2016 naar Rotterdam wilden komen om tijdens de intocht van Sinterklaas in het centrum van Rotterdam actie te voeren, terwijl de burgemeester van die linksgeoriënteerde partijen geen kennisgeving voor een betoging of samenkomst heeft ontvangen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1361
Datum uitspraak
10 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak201809792/1/A3

201903712/1/A1

Bij besluit van 6 december 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Almelo geweigerd om aan [appellante] een omgevingsvergunning te verlenen voor het in afwijking van het bestemmingsplan gebruiken van de loods op het perceel aan de [locatie] in Aadorp voor het bereiden en leveren van maaltijden aan groepen mensen vanaf twee personen. Op het perceel staan een woning en een loods. In deze loods is een dart- en biljartclub gevestigd. [appellante] wil in de loods het bedrijf [naam] exploiteren. Volgens de aanvraag om vergunningverlening zullen de activiteiten van dit bedrijf bestaan uit: "Het bereiden en leveren van maaltijden aan groepen mensen. Met groepen mensen wordt geduid op groepen vanaf twee personen. Deze maaltijden worden bereid in een professionele keuken en daarnaast worden er kookworkshops gegeven." Ten behoeve van deze activiteiten heeft [appellante] een omgevingsvergunning voor afwijken van het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Noord Aadorp" gevraagd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1362
Datum uitspraak
10 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak201903712/1/A1

201904050/1/A3

Bij besluit van 14 juli 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nieuwegein bij Seats and Sofas een dwangsom van € 5.000,00 ingevorderd wegens overtreding van de Winkeltijdenwet en de Verordening winkeltijden Nieuwegein 2012. Seats and Sofas heeft op 7 november 2016 bezwaar gemaakt tegen het besluit van 14 juli 2016. Het college heeft het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard, omdat Seats and Sofas buiten de in artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht gestelde termijn van zes weken bezwaar heeft gemaakt en er geen reden was op grond waarvan die termijnoverschrijding verschoonbaar kan worden geacht. Seats and Sofas is het daarmee niet eens, omdat, naar zij stelt, het besluit van 14 juli 2016 haar niet of veel later heeft bereikt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1370
Datum uitspraak
10 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak201904050/1/A3

201904125/1/R1

Bij besluit van 3 april 2019 heeft de raad het bestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan parkeernormen Gooise Meren" vastgesteld. De raad heeft met de vaststelling van dit zogeheten paraplubestemmingsplan de parkeernormen in de beleidsregel "Richtlijnen voor parkeernormen" van 19 februari 2019 opgenomen in de planregels van de bestemmingsplannen van de gemeente Gooise Meren voor zover die bestemmingsplannen nog niet voorzagen in een parkeerregeling. Het plan bevat een dynamische verwijzing naar de beleidsregel "Richtlijnen voor parkeernormen", wat inhoudt dat met toekomstige wijzigingen van deze beleidsregel rekening wordt gehouden. [appellant] woont in het zuiden van het plangebied. Hij vreest dat vergunningvrije wijzigingen van onder andere het gebruik van percelen leidt tot parkeerproblemen en daarmee tot een onevenredige aantasting van zijn woon- en leefklimaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1374
Datum uitspraak
10 juni 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak201904125/1/R1

201905045/1/R3

Bij besluit van 21 februari 2019 heeft het college aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een privé-schietbaan c.q. het weer in gebruik nemen van een (koker)schietbaan voor privégebruik op het perceel [locatie] te Winschoten. Op het perceel staat een langwerpig gebouw, met daarin een zogenoemde kokerschietbaan. Deze is al jaren niet in gebruik. Ingevolge het bestemmingsplan "Buitengebied Oldambt" rust op het perceel de bestemming "Wonen". Niet in geschil is dat het gebruik van het perceel als schietbaan in strijd is met het bestemmingsplan. [vergunninghouder] heeft daarom in december 2016 een omgevingsvergunning aangevraagd voor het realiseren van een privé-schietbaan c.q. het weer in gebruik mogen nemen van de schietbaan voor privégebruik op het perceel. [appellant] woont naast het perceel en is opgekomen tegen de verleende omgevingsvergunning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1369
Datum uitspraak
10 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak201905045/1/R3

201905082/1/A3

Bij besluit van 14 juli 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nieuwegein bij Woonsquare een dwangsom van € 5000,00 ingevorderd wegens overtreding van de Winkeltijdenwet en de Verordening winkeltijden Nieuwegein 2012. Woonsquare heeft op 7 november 2016 bezwaar gemaakt tegen het besluit van 14 juli 2016. Het college heeft het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard, omdat Woonsquare buiten de in artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht gestelde termijn van zes weken bezwaar heeft gemaakt en er geen reden was op grond waarvan de termijnoverschrijding verschoonbaar kon worden geacht. Woonsquare is het daarmee niet eens, omdat, naar zij stelt, het besluit van 14 juli 2016 haar niet of veel later heeft bereikt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1373
Datum uitspraak
10 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak201905082/1/A3

201905702/1/R1

Bij besluit van 12 maart 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hollands Kroon aan [vergunninghouder] omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van een overkapping op het perceel [locatie] te Breezand. Op het perceel [locatie] houdt [vergunninghouder] zich bezig met het telen van bloembollen. [vergunninghouder] heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor het plaatsen van een overkapping voor de voorgevel van de bestaande woning in de zijtuin op dit perceel. Het college heeft de vergunning verleend. Het college is van oordeel dat het bouwplan niet in strijd is met het bestemmingsplan. Het bezwaar tegen de vergunning is ongegrond verklaard. [appellante] woont op het naastgelegen perceel en kan zich niet met de bouw van een overkapping verenigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1363
Datum uitspraak
10 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak201905702/1/R1

201906411/1/A3

Bij besluit van 19 december 2017 heeft de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid [appellante] een boete opgelegd van € 21.600,00 wegens overtreding van artikel 3.17 van het Arbeidsomstandighedenbesluit. Op 8 mei 2017 heeft een werknemer van [appellante] een arbeidsongeluk gehad waarbij hij oogletsel heeft opgelopen. Een afvalcontainer gevuld met wapeningsresten werd met een torenkraan verplaatst dicht naast een al aanwezige container. Toen de afvalcontainer op zijn plaats stond, maakte het slachtoffer de hijskettingen los. Hij reikte naar de laatste hijsketting om deze van de container los te maken. De hijsketting kwam in beweging door de wind. In de schalm van de ketting raakte een wapeningsnet verstrikt. Een punt hiervan raakte het slachtoffer in zijn oog. Hij is in het ziekenhuis opgenomen en behandeld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1368
Datum uitspraak
10 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak201906411/1/A3

201906588/1/R1

Bij besluit van 31 juli 2019, bekendgemaakt op 1 augustus 2019, heeft het college van burgemeester en wethouders van Zeewolde het "Aanwijzingsbesluit ondergrondse containers voor restafval in de kern van Zeewolde" vastgesteld. Hierbij is onder meer locatie ZW15, aan Liesgras ter hoogte van de nummers 11 en 13, aangewezen voor het plaatsen van een ondergrondse restafvalcontainer (hierna: orac).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1366
Datum uitspraak
10 juni 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak201906588/1/R1

201906845/1/R1

Bij besluit van 31 juli 2019, bekendgemaakt op 1 augustus 2019, heeft het college van burgemeester en wethouders van Zeewolde het "Aanwijzingsbesluit ondergrondse containers voor restafval in de kern van Zeewolde" vastgesteld. Hierbij is onder meer locatie ZW15, aan Liesgras ter hoogte van de nummers 11 en 13, aangewezen voor het plaatsen van een ondergrondse restafvalcontainer. [appellante] woont aan [locatie], vlakbij locatie ZW15. Zij kan zich niet verenigen met de aanwijzing van die locatie. Volgens haar is locatie ZW15 niet geschikt als locatie voor een orac en zijn er alternatieve locaties die wel geschikt zijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1365
Datum uitspraak
10 juni 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak201906845/1/R1

201906928/1/A3

[belanghebbenden] hebben een gezamenlijke huisartsenpraktijk in Kessel. Bij te onderscheiden besluiten van 21 september 2015 heeft de minister voor Medische Zorg [belanghebbenden] vergunningen verleend voor het bereiden ten behoeve van en het ter hand stellen van geneesmiddelen aan patiënten van de huisartsenpraktijk die is gevestigd in Kessel. [appellanten] zijn beiden werkzaam als apothekers in Neer en hebben bezwaar gemaakt tegen de verlening. Bij uitspraak van 27 februari 2019 heeft de Afdeling het hoger beroep van [appellanten] gegrond verklaard, omdat, kort gezegd, het door de minister gehanteerde afstandscriterium niet in overeenstemming is met de definitie van het afstandscriterium zoals neergelegd in de Geneesmiddelenwet. De Afdeling heeft daarop het besluit op bezwaar vernietigd en bepaald dat tegen het door de minister te nemen nieuwe besluit op het bezwaar van [appellanten] slechts bij de Afdeling beroep kan worden ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1364
Datum uitspraak
10 juni 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Gezondheidszorg
  • uitspraakin de zaak201906928/1/A3

201906955/1/R1

Bij besluit van 10 juli 2018 heeft het algemeen bestuur van het waterschap Drents Overijsselse Delta het watergebiedsplan "landbouwgebied rondom Nieuwveense Landen" vastgesteld. Het watergebiedsplan is een projectplan als bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, van de Waterwet en betreft de aanpassing van de waterhuishoudkundige infrastructuur in het zuidelijk deel van de polder Nijeveen-Kolderveen. Het plangebied ligt gedeeltelijk in de provincie Overijssel en gedeeltelijk in de provincie Drenthe en heeft een omvang van ongeveer 1.100 hectare. Een beperkt deel van het plangebied ligt in Natura 2000-gebied De Wieden. Doel van het plan is het realiseren van een goed functionerend toekomstbestendig watersysteem in het landbouwgebied rondom de nieuwbouwwijk Nieuwveense Landen ten westen van Meppel. [appellante] is gevestigd in het plangebied en vreest dat het plan nadelige gevolgen heeft voor haar bedrijf. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het algemeen bestuur het besluit van 10 juli 2018 rechtmatig genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1295
Datum uitspraak
10 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Waterwet
  • uitspraakin de zaak201906955/1/R1

201907884/1/R4

Bij besluit van 19 juni 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Aalten aan [appellante] een last onder bestuursdwang opgelegd. De opgelegde last onder bestuursdwang heeft betrekking op een gebouw op het perceel Beestmanweg (ongenummerd) te Aalten, dat voorheen een kippenschuur was en in 2008 zonder vergunning is verbouwd tot een jachthut / beheersgebouw ten behoeve van de jacht op en het beheer van het landgoed "Beestman". Volgens het college is het gebruik van het gebouw als jachthut of beheersgebouw in strijd met het bestemmingsplan "Buitengebied Aalten 2004" en de Omgevingsverordening Gelderland. Het college heeft bij besluit van 10 april 2018 een omgevingsvergunning voor het bouwen en het afwijken van het bestemmingsplan geweigerd. Het college heeft vervolgens [appellante] gelast het gebouw te verwijderen en verwijderd te houden en de grond rondom het gebouw te verwijderen en af te voeren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1372
Datum uitspraak
10 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak201907884/1/R4

201908242/1/R3

Bij brief van 1 oktober 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Leiden te kennen gegeven dat zij geen aanleiding ziet om de uitspraak van de Afdeling van 24 juli 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2571, anders te interpreteren dan zij heeft toegelicht in haar brief van 15 augustus 2019. De Afdeling heeft in deze uitspraak onder meer het beroep van Historische Vereniging Oud Leiden en Het Waterambacht Leiden tegen het besluit van de raad van de gemeente Leiden van 28 september 2017, tot vaststelling van het bestemmingsplan "Binnenstad", gegrond verklaard en dit besluit vernietigd voor zover het betreft het plandeel met de bestemming "Water" en de aanduiding "terras" nabij de bestaande horecaonderneming Annie’s ter hoogte van de [locatie] te Leiden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1355
Datum uitspraak
10 juni 2020
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak201908242/1/R3

201909336/1/R1

Bij besluit van 7 mei 2019 heeft het dagelijks bestuur van het waterschap Drents Overijsselse Delta [appellante] een gedoogplicht als bedoeld in artikel 5.24, eerste lid, van de Waterwet opgelegd. [appellante] is rechthebbende van meerdere percelen in het plangebied van het bij besluit van 10 juli 2018 door het algemeen bestuur van het waterschap Drents Overijsselse Delta vastgestelde watergebiedsplan "landbouwgebied rondom Nieuwveense Landen". Het dagelijks bestuur heeft haar de verplichting opgelegd het verbreden en verdiepen van watergangen en de bouw van een gemaal en de aanleg of verwijdering van stuwen en de daarmee samenhangende werkzaamheden, zoals opgenomen in het watergebiedsplan, te gedogen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het dagelijks bestuur in redelijkheid van zijn bevoegdheid gebruikgemaakt om [appellante] de gedoogplicht op te leggen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1371
Datum uitspraak
10 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Waterwet
  • uitspraakin de zaak201909336/1/R1

202001087/2/A3 en 202001097/2/A3

Uitspraak over het verzoek van de korpschef van de politie om bepaalde dossierstukken in de hoger beroepsprocedure geheim te houden. Als zo’n verzoek om ‘beperkte kennisneming’ wordt ingewilligd kan alleen de Afdeling bestuursrechtspraak van de inhoud kennisnemen, en worden de stukken niet naar de wederpartij gestuurd. Het gaat in deze zaak om het besluit van de korpschef om intrekking van een jachtakte en het wapenverlof van twee inwoners uit Veendam. De korpschef deed dat, omdat hij de mannen van wapenhandel verdenkt. De mannen komen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De korpschef deed daarbij het verzoek dat alleen de Afdeling bestuursrechtspraak kennis mag nemen van de processen-verbaal van een onderzoek naar het telefoonverkeer van de mannen en de processen-verbaal van de verhoren van getuigen. Uit de uitspraak van 10 juni 2020 zal blijken of de Afdeling bestuursrechtspraak dat verzoek inwilligt. Deze uitspraak is een zogenoemde overzichtsuitspraak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1367
Datum uitspraak
10 juni 2020
  • Overzichtsuitspraak
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202001087/2/A3 en 202001097/2/A3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202001087/2/A3 en 202001097/2/A3

202001141/2/R2

Bij besluit van 12 december 2019 heeft de raad van de gemeente Voerendaal het bestemmingsplan "[locatie] te Voerendaal" vastgesteld. Aan [locatie] in Voerendaal is een veehouderij gevestigd die wordt geëxploiteerd door [belanghebbende]. Het bestreden plan bevat een nieuwe planologische regeling voor de daar aanwezige gronden. Het plan voorziet onder meer in een intensieve veehouderij. Het plan geeft [belanghebbende] de gelegenheid de bestaande veestal op zijn noordelijk gelegen gronden noordwaarts uit te breiden, voerplaten op zijn noordoostelijk gelegen gronden te realiseren en een opslagloods op zijn zuidoostelijke gronden te bouwen. Ten zuidoosten van de gronden van [belanghebbende] liggen de gronden van [verzoeker]. [verzoeker] exploiteert daar een camping en woont daar ook. [verzoeker] kan zich niet met het plan verenigen. Hij vreest in het bijzonder voor een aantasting van het woon- en leefklimaat bij zijn woning en voor een aantasting van het verblijfklimaat op zijn camping.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1348
Datum uitspraak
8 juni 2020
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202001141/2/R2

202001765/2/R1

Bij besluit van 31 juli 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam [verzoeker] onder oplegging van een dwangsom gelast om drie geplaatste lucht-warmtepompen in de patio van het pand aan de [locatie] te Amsterdam te verwijderen en verwijderd te houden. [verzoeker] is mede-eigenaar van het pand aan de [locatie]. Bij besluit van 22 februari 2018 heeft het college aan [verzoeker] omgevingsvergunning verleend voor het verbouwen van de begane grond verdieping tot kantoorruimte. Tijdens een controle van de uitgevoerde bouwwerkzaamheden in het pand op 17 januari 2019 heeft een inspecteur Bouwtoezicht geconstateerd dat in afwijking van deze omgevingsvergunning drie airco-units zijn geplaatst in de patio op de begane grond. Naar aanleiding van het bij brief van 22 januari 2019 kenbaar gemaakte voornemen van het college om hiertegen handhavend op te treden, heeft [verzoeker] een omgevingsvergunning voor plaatsing van de drie units aangevraagd. Het college heeft deze aanvraag afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1349
Datum uitspraak
8 juni 2020
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202001765/2/R1

202002140/2/R1

Bij besluit van 4 juli 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam heeft het college [verzoeker] onder oplegging van een dwangsom gelast om binnen drie maanden na dagtekening van het besluit de in de bijgevoegde lijst vermelde maatregelen te treffen aan de woning aan de [locatie] te Amsterdam. [verzoeker] is eigenaar van de woning aan de [locatie] te Amsterdam. Hij verhuurt de woning. Bij een controle in de woning op 14 mei 2019 hebben toezichthouders van de gemeente onderhoudsgebreken aan de woning geconstateerd. Gelet op deze bevindingen heeft het college [verzoeker] gelast om maatregelen aan de woning te treffen. Het college heeft aan de in bezwaar gehandhaafde last ten grondslag gelegd dat het onderhoud van de woning zodanig achterstallig is dat het in strijd met de Woningwet niet voldoet aan de eisen van het Bouwbesluit 2012. Het door [verzoeker] gedane verzoek om een voorlopige voorziening strekt ertoe de werking van de opgelegde last te schorsen totdat in de hoofdzaak uitspraak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1350
Datum uitspraak
8 juni 2020
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202002140/2/R1

201902715/4/R3

Bij besluit van 26 februari 2019 heeft de raad van de gemeente Ooststellingwerf het bestemmingsplan "Wolvegasterweg 10, Oldeberkoop" vastgesteld. Het plan voorziet in de realisatie van maximaal drie vrijstaande woningen, dan wel maximaal twee vrijstaande woningen en één woongebouw met daarin maximaal zes woningen op de locatie van het voormalige buurthuis De Blughut in het dorp Oldeberkoop. Op 22 april 2020 is een omgevingsvergunning aangevraagd voor het bouwen van een woonvilla in het plangebied

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1347
Datum uitspraak
5 juni 2020
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Friesland
  • uitspraakin de zaak201902715/4/R3

202002843/1/V3

Bij besluit van 8 april 2020 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1351
Datum uitspraak
5 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202002843/1/V3

202003013/2/V2

Bij besluit van 11 januari 2019 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1346
Datum uitspraak
5 juni 2020
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202003013/2/V2

202002792/2/V2

Bij besluit van 10 december 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1344
Datum uitspraak
4 juni 2020
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202002792/2/V2

201810013/1/V3 en 201810285/1/V3

Bij besluiten van 29 november 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten, een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd en hem in vreemdelingenbewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1307
Datum uitspraak
3 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak201810013/1/V3 en 201810285/1/V3

201904319/1/V3

Bij besluit van 31 januari 2018 heeft de staatssecretaris een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1306
Datum uitspraak
3 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak201904319/1/V3

201909082/1/V1

Bij besluiten van 21 februari 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een machtiging tot voorlopig verblijf (hierna: mvv) te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1345
Datum uitspraak
3 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak201909082/1/V1

202001487/2/R1

Bij besluit van 11 december 2019 heeft de raad van de gemeente Amstelveen het bestemmingsplan "Herziening Wester Amstel 2018 - [locatie 1]-[locatie 2]" vastgesteld. Het plan maakt mogelijk dat aan de [locatie 1] en [locatie 2] vier woningen in de vorm van twee-onder-éénkapwoningen worden gebouwd. De initiatiefnemers van de ontwikkeling zijn AVM en anderen. Op het zuidelijke perceel [locatie 2] is momenteel een autobedrijf gevestigd. Op het noordelijke perceel [locatie 1] staat een woning. Deze bestaande bebouwing zal worden gesloopt. [verzoeker] woont aan de [locatie 3], ten zuiden van het plangebied. Hij verzet zich tegen de locatie van het zuidelijke bouwvlak waarbinnen twee woningen zijn voorzien en tegen de maximale bouwhoogte van 12 meter van deze woningen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1296
Datum uitspraak
3 juni 2020
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202001487/2/R1

202001685/1/V3

Bij besluit van 14 februari 2020 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1304
Datum uitspraak
3 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202001685/1/V3

202001938/1/V2

Bij besluiten van 8 maart 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en geweigerd om ambtshalve krachtens artikel 64 van de Vw 2000 te bepalen dat uitzetting van de vreemdelingen achterwege blijft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1305
Datum uitspraak
3 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202001938/1/V2

202002175/1/V3

Bij besluit van 12 maart 2020 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1303
Datum uitspraak
3 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202002175/1/V3

202002811/2/V3

Bij besluit van 12 juli 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1308
Datum uitspraak
3 juni 2020
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202002811/2/V3

201803363/2/A2

Bij besluit van 19 januari 2015 heeft de minister van Infrastructuur en Milieu een verzoek van [appellant] om schadevergoeding afgewezen. [appellant] is eigenaar van de in de buurt van de A73-Zuid gelegen woning aan de [locatie] te Venlo. Hij heeft de minister verzocht om schadevergoeding krachtens artikel 22 van de Tracéwet in verband met de aanleg van de A74 en de aanpassingen van de A73-Zuid conform het Tracébesluit Rijksweg A74. Het Tracébesluit is op 16 augustus 2010 bekend gemaakt en heeft de aanleg van de A74 tussen de A73-Zuid en de Duitse grens en de aanpassingen aan de A73 tussen de aansluiting Maasbree tot aan de verdiepte ligging ter hoogte van de Kaldenkerkerweg te Tegelen mogelijk gemaakt. [appellant] heeft aan het verzoek ten grondslag gelegd dat hij als gevolg van het Tracébesluit schade in de vorm van een vermindering van de waarde van de woning heeft geleden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1332
Datum uitspraak
3 juni 2020
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak201803363/2/A2

201803390/2/A2

Bij besluit van 21 april 2015 heeft de minister van Infrastructuur en Milieu een verzoek van [appellant] om schadevergoeding afgewezen. [appellant] is eigenaar van de in de buurt van de A73-Zuid gelegen woning aan de [locatie] te Venlo. Hij heeft de minister verzocht om schadevergoeding krachtens artikel 22 van de Tracéwet in verband met de aanleg van de A74 en de aanpassingen van de A73-Zuid conform het Tracébesluit Rijksweg A74. Het Tracébesluit is op 16 augustus 2010 bekend gemaakt en heeft de aanleg van de A74 tussen de A73-Zuid en de Duitse grens en de aanpassingen aan de A73 tussen de aansluiting Maasbree tot aan de verdiepte ligging ter hoogte van de Kaldenkerkerweg te Tegelen mogelijk gemaakt. [appellant] heeft aan het verzoek ten grondslag gelegd dat hij als gevolg van het Tracébesluit schade in de vorm van een vermindering van de waarde van de woning heeft geleden. In dit verband heeft hij gesteld dat de geluidoverlast in en buiten de woning is toegenomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1336
Datum uitspraak
3 juni 2020
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak201803390/2/A2

201803394/2/A2

Bij besluit van 2 november 2012 heeft de minister van Infrastructuur en Milieu een verzoek van [appellant] om schadevergoeding afgewezen. [appellant] is eigenaar van de in de buurt van de A73-Zuid gelegen woning aan het [locatie] te Venlo. Hij heeft de minister verzocht om schadevergoeding krachtens artikel 22 van de Tracéwet in verband met de aanleg van de A74 en de aanpassingen van de A73-Zuid conform het Tracébesluit Rijksweg A74. Het Tracébesluit is op 16 augustus 2010 bekend gemaakt en heeft de aanleg van de A74 tussen de A73-Zuid en de Duitse grens en de aanpassingen aan de A73 tussen de aansluiting Maasbree tot aan de verdiepte ligging ter hoogte van de Kaldenkerkerweg te Tegelen mogelijk gemaakt. [appellant] heeft aan het verzoek ten grondslag gelegd dat hij als gevolg van het Tracébesluit schade in de vorm van een vermindering van de waarde van de woning heeft geleden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1337
Datum uitspraak
3 juni 2020
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak201803394/2/A2

201803397/2/A2

Bij besluit van 19 januari 2015 heeft de minister van Infrastructuur en Milieu een verzoek van [appellant] om schadevergoeding afgewezen. [appellant] is eigenaar van de in de buurt van de A73-Zuid gelegen woning aan de [locatie] te Venlo. Hij heeft de minister verzocht om schadevergoeding krachtens artikel 22 van de Tracéwet in verband met de aanleg van de A74 en de aanpassingen van de A73-Zuid conform het Tracébesluit Rijksweg A74. Het Tracébesluit is op 16 augustus 2010 bekend gemaakt en heeft de aanleg van de A74 tussen de A73-Zuid en de Duitse grens en de aanpassingen aan de A73 tussen de aansluiting Maasbree tot aan de verdiepte ligging ter hoogte van de Kaldenkerkerweg te Tegelen mogelijk gemaakt. [appellant] heeft aan het verzoek ten grondslag gelegd dat hij als gevolg van het Tracébesluit schade in de vorm van een vermindering van de waarde van de woning heeft geleden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1340
Datum uitspraak
3 juni 2020
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak201803397/2/A2

201803401/2/A2

Bij besluit van 23 juli 2012 heeft de minister van Infrastructuur en Milieu een verzoek van [appellant] om schadevergoeding afgewezen. [appellant] is eigenaar van de in de buurt van de A73-Zuid gelegen woning aan de [locatie] te Venlo. Hij heeft de minister verzocht om schadevergoeding krachtens artikel 22 van de Tracéwet in verband met de aanleg van de A74 en de aanpassingen van de A73-Zuid conform het Tracébesluit Rijksweg A74. Het Tracébesluit is op 16 augustus 2010 bekend gemaakt en heeft de aanleg van de A74 tussen de A73-Zuid en de Duitse grens en de aanpassingen aan de A73 tussen de aansluiting Maasbree tot aan de verdiepte ligging ter hoogte van de Kaldenkerkerweg te Tegelen mogelijk gemaakt. [appellant] heeft aan het verzoek ten grondslag gelegd dat hij als gevolg van het Tracébesluit schade in de vorm van een vermindering van de waarde van de woning heeft geleden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1338
Datum uitspraak
3 juni 2020
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak201803401/2/A2

201803490/2/A2

Bij besluit van 19 februari 2015 heeft de minister van Infrastructuur en Milieu een verzoek van [appellant] om schadevergoeding afgewezen. [appellant] is eigenaar van de in de buurt van de A73-Zuid gelegen woning aan de [locatie] te Venlo. Hij heeft de minister verzocht om schadevergoeding krachtens artikel 22 van de Tracéwet in verband met de aanleg van de A74 en de aanpassingen van de A73-Zuid conform het Tracébesluit Rijksweg A74. Het Tracébesluit is op 16 augustus 2010 bekend gemaakt en heeft de aanleg van de A74 tussen de A73-Zuid en de Duitse grens en de aanpassingen aan de A73 tussen de aansluiting Maasbree tot aan de verdiepte ligging ter hoogte van de Kaldenkerkerweg te Tegelen mogelijk gemaakt.[appellant] heeft aan het verzoek ten grondslag gelegd dat hij als gevolg van het Tracébesluit schade in de vorm van een vermindering van de waarde van de woning heeft geleden. In dit verband heeft hij gesteld dat de geluidoverlast in en buiten de woning is toegenomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1335
Datum uitspraak
3 juni 2020
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak201803490/2/A2

201803495/2/A2

Bij besluit van 19 januari 2015 heeft de minister van Infrastructuur en Milieu een verzoek van [appellant] om schadevergoeding afgewezen. [appellant] is eigenaar van de in de buurt van de A73-Zuid gelegen woning aan de [locatie] te Venlo. Hij heeft de minister verzocht om schadevergoeding krachtens artikel 22 van de Tracéwet in verband met de aanleg van de A74 en de aanpassingen van de A73-Zuid conform het Tracébesluit Rijksweg A74. Het Tracébesluit is op 16 augustus 2010 bekend gemaakt en heeft de aanleg van de A74 tussen de A73-Zuid en de Duitse grens en de aanpassingen aan de A73 tussen de aansluiting Maasbree tot aan de verdiepte ligging ter hoogte van de Kaldenkerkerweg te Tegelen mogelijk gemaakt [appellant] heeft aan het verzoek ten grondslag gelegd dat hij als gevolg van het Tracébesluit schade in de vorm van een vermindering van de waarde van de woning heeft geleden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1339
Datum uitspraak
3 juni 2020
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak201803495/2/A2

201804132/1/A3

Bij besluit van 19 augustus 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht, naar aanleiding van de door [appellant] op 29 juli 2016 ingediende ingebrekestelling ter zake van het niet-tijdig nemen van een besluit op zijn verzoek op grond van de Wet openbaarheid van bestuur, aan hem meegedeeld dat het verzoek niet is ontvangen en dat de verzochte informatie al openbaar is. [appellant] heeft bij e-mail van 2 juni 2016 het college verzocht om openbaarmaking op grond van de Wob van sinds 1 januari 2015 opgemaakte stukken met betrekking tot elf horecagelegenheden, waaronder rapporten van akoestische onderzoeken. Hij heeft het college bij e-mail van 29 juli 2016 in gebreke gesteld omdat het geen besluit op zijn Wob-verzoek heeft genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1341
Datum uitspraak
3 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak201804132/1/A3

201903050/1/R3

Bij besluit van 21 februari 2019 heeft de raad van de gemeente Hardinxveld-Giessendam het bestemmingsplan "'t Oog Bedrijven" vastgesteld. Het plangebied ligt ten noordwesten van de kern Hardinxveld-Giessendam en voorziet in de realisatie van een bedrijventerrein. Aan het noordelijke deel van het plangebied voorziet het plan in de vestiging van bedrijven tot en met categorie 4.1 van de "Staat van bedrijfsactiviteiten bedrijventerrein" of die naar aard en omvang daaraan gelijk te stellen zijn. Aan het zuidelijke deel van het plangebied voorziet het plan in de vestiging van bedrijven tot en met categorie 3.2 van de "Staat van bedrijfsactiviteiten bedrijventerrein" of die naar aard en omvang daaraan gelijk te stellen zijn. [appellant] en anderen wonen ten zuiden van het plangebied in de woonwijk "De Blauwe Zoom" in Hardinxveld-Giessendam. Zij kunnen zich niet verenigen met de ontwikkeling die het plan mogelijk maakt, omdat zij onder meer vrezen voor een aantasting van hun woon- en leefklimaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1328
Datum uitspraak
3 juni 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak201903050/1/R3

201903540/1/R3

Bij besluit van 26 februari 2018 heeft het college onder oplegging van een dwangsom [appellant] gelast om hok Ggg op het perceel [locatie] te Minnertsga te verwijderen en verwijderd te houden. [appellant] is eigenaar van het perceel. Op het perceel staan meerdere bouwwerken. Naar aanleiding van een handhavingsverzoek heeft een toezichthouder onderzoek verricht op het perceel. De toezichthouder heeft geconstateerd dat op het perceel een gebouw in aanbouw is, aangeduid als hok Ggg. Omdat [appellant] niet in het bezit is van een omgevingsvergunning voor de bouw van hok Ggg, heeft het college aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd, inhoudende dat het hok Ggg moet worden verwijderd en verwijderd moet blijven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1327
Datum uitspraak
3 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak201903540/1/R3

201903775/1/R2

Bij besluit van 9 oktober 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bergeijk [appellant A] en [appellant B] onder oplegging van een dwangsom gelast om binnen veertien weken na verzending van het besluit het op het perceel Barrier 5 te Bergeijk in het zuidelijke deel van loods A gerealiseerde gebouw, zijnde een intern gebouw met een verdiepingsvloer, te verwijderen. Bij besluit van 31 juli 2015 is aan [appellant A] een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van twee werktuigloodsen op het perceel. Volgens het college is in afwijking van die vergunning in loods A een intern bouwwerk met een verdieping gerealiseerd, welke verdieping dient als magazijn ten behoeve van de opslag van materialen. Onder de verdiepingsvloer bestaat de ruimte volgens het besluit van 9 oktober 2018 uit een gang, kantine, toiletruimtes en een ruimte waarschijnlijk bedoeld als kantoor.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1311
Datum uitspraak
3 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak201903775/1/R2

201903793/1/R3

Bij besluit van 26 maart 2019 heeft de raad van de gemeente Midden-Delfland het bestemmingsplan "1e herziening Buitengebied Gras" vastgesteld. Het plan is vastgesteld ter actualisatie van de juridisch-planologische regeling voor het plangebied. Het herziet het moederplan "Buitengebied Gras". Gasunie kan zich niet verenigen met het plan vanwege het ontbreken van de hogedruk-aardgastransportleiding en de hierbij behorende bestemming "Leiding - Gas" op de verbeelding van het voorliggende plan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1326
Datum uitspraak
3 juni 2020
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak201903793/1/R3

201904598/1/R1

Bij besluit van 25 april 2019 heeft de raad van de gemeente Stede Broec het bestemmingsplan "Parklaan 2017" vastgesteld. Het plan voorziet in een woonzorgcomplex aan de rand van Lutjebroek direct ten zuiden van de P.J. Jongstraat en de hoek van de Parklaan. De stichting is initiatiefneemster van het woonzorgcomplex. Het woonzorgcomplex moet plaats bieden aan 12 jong volwassenen met een beperking en er komen vier appartementen voor bewoners die onder begeleiding gaan wonen. In samenhang met deze nieuwe ontwikkeling zullen de kassen van de agrarische vestiging ten westen van de planlocatie worden gesloopt. [appellant] woont aan de [locatie] te Lutjebroek, op een afstand van circa 63 m van het plangebied. Hij komt tegen de voorziene ontwikkeling op, omdat hij vreest voor aantasting van zijn woon- en leefklimaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1317
Datum uitspraak
3 juni 2020
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak201904598/1/R1

201905149/1/R3

Bij besluit van 21 mei 2019 heeft de raad van de gemeente Coevorden het bestemmingsplan "[locatie 1] en [locatie 2], Zweeloo " vastgesteld. In het plangebied bevindt zich een perceel met daarop een woonboerderij die bestaat uit twee woningen. Op het perceel bevindt zich eveneens een loods. In het bestemmingsplan "Buitengebied Zweeloo" uit 1996 was "ten hoogste het bestaande aantal woningen toegestaan". Bij het bestemmingsplan "Buitengebied", vastgesteld op 9 december 2014, mag op het perceel per bestemmingsvlak niet meer dan één woonhuis gebouwd worden. Na de vaststelling van het bestemmingsplan "Buitengebied" hebben [appellanten] een verzoek om planschade ingediend. Dit verzoek is toegekend. Met het bestreden bestemmingsplan wordt uitvoering gegeven aan het besluit van het college van burgemeester en wethouders om planschade in natura toe te kennen door wederom twee woningen mogelijk te maken. [Appellanten] kunnen zich niet verenigen met het bestreden plan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1325
Datum uitspraak
3 juni 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Drenthe
  • uitspraakin de zaak201905149/1/R3

201905580/1/R3

Bij besluit van 22 januari 2019 heeft de raad van de gemeente Westland het bestemmingsplan "De Kreken fase 2" vastgesteld. Het plangebied van het voorgaande bestemmingsplan "Poeldijk Westhof" wordt in een aantal fases ontwikkeld. Het voorliggende bestemmingsplan betreft fase 2 en maakt een woonwijk met maximaal 495 woningen mogelijk op voormalig agrarisch gebied. [appellant] en anderen kunnen zich niet verenigen met het plan. Zij zijn het niet eens met de indeling van het plangebied voor zover daardoor bestaande groen- en speelvoorzieningen verdwijnen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1324
Datum uitspraak
3 juni 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak201905580/1/R3

201905772/1/V6

Bij besluit van 24 oktober 2017 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het verzoek van [appellant] om hem het Nederlanderschap te verlenen afgewezen. De staatssecretaris heeft het verzoek van 6 december 2016 afgewezen, omdat [appellant] niet sedert vijf jaar onmiddellijk voorafgaande aan het verzoek onafgebroken hoofdverblijf in het Koninkrijk heeft gehad, zodat hij niet aan de vereisten van artikel 8, eerste lid, aanhef en onder c, van de Rijkswet op het Nederlanderschap voldoet. Verder is [appellant] weliswaar sinds [2010] gehuwd met een Nederlandse echtgenote, maar uit de Basisregistratie Personen volgt dat zij sinds 21 december 2010 staat inschreven in Amsterdam, terwijl zij ook sinds 15 februari 2011 met [appellant] in Antwerpen staat ingeschreven. Volgens de staatssecretaris is er dan ook alleen gebleken van een inschrijving, niet van het daadwerkelijk samenwonen, zodat [appellant] niet aan het samenwoningsvereiste van de RWN voldoet.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1343
Datum uitspraak
3 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak201905772/1/V6

201906060/1/A3

Bij besluit van 12 oktober 2018 heeft de burgemeester van Heerlen [appellanten] onder aanzegging van bestuursdwang gelast het bedrijfspand aan de [locatie] in Heerlen te sluiten met ingang van 18 oktober 2018 voor de duur van twaalf maanden. [appellanten] hebben een bedrijf in reclamebeletteringen dat in het bedrijfspand is gevestigd. Op 4 september 2018 heeft de politie een doorzoeking verricht in het bedrijfspand. De aanleiding hiervoor waren anonieme meldingen over de productie van harddrugs in het pand in de nachtelijke uren. De bevindingen van de doorzoeking zijn neergelegd in een bestuurlijke rapportage van de politie van 21 september 2018. In ruimte I stond een Mercedes Vito met in de laadruimte grote hoeveelheden poederstof, pillen en een tabletteermachine. In ruimte II stonden tonnen met poederstof en tabletten. In ruimte III zijn een tabletteermachine, poederstoffen en pillen aangetroffen. Alle poederstoffen en tabletten zijn positief getest op MDMA.

Datum uitspraak
3 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak201906060/1/A3

201906089/1/R2

Bij besluit van 31 mei 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bergeijk besloten tot invordering van een bedrag van € 72.600,00 aan door H.O.G. B.V. verbeurde dwangsommen. H.O.G. B.V. maakt voor haar bedrijfsactiviteiten gebruik van het perceel Barrier 5 te Bergeijk. Bij besluit van 28 november 2017 heeft het college H.O.G. B.V. onder oplegging van een dwangsom gelast om binnen 8 weken na verzenddatum van het besluit, het met het bestemmingsplan strijdige gebruik van het perceel te beëindigen. Het college heeft de last opgelegd, omdat het perceel volgens het college in strijd met de geldende bestemming niet ten behoeve van de uitoefening van een loonwerkbedrijf, maar voor de opslag en het verhandelen van (bulk)goederen wordt gebruikt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1312
Datum uitspraak
3 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak201906089/1/R2

201906255/1/R1

Bij besluit van 16 oktober 2017 heeft het algemeen bestuur van de bestuurscommissie van stadsdeel centrum geweigerd aan Kess Corporation een omgevingsvergunning te verlenen voor het ophogen van de achterzijde van het gebouw en het realiseren van een dakterras op het gebouw op het perceel Utrechtsestraat 133 in Amsterdam. Volgens het college is de aanvraag, waarbij volgens het college wordt gevraagd om een nieuwe (tussen)verdieping te realiseren en de kap van het gebouw te verhogen, in strijd met de maximaal toegestane bouwhoogte. Door het uitvoeren van het bouwplan wordt volgens het college de bouwhoogte van het gebouw hoger dan de ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan bestaande bouwhoogte aan de achterzijde van het gebouw. Het college heeft geweigerd om een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan te verlenen, omdat met het uitvoeren van dit deel van het bouwplan het daklandschap en de kapvorm van het gebouw onacceptabel worden aangetast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1334
Datum uitspraak
3 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak201906255/1/R1

201906534/1/R1

Bij besluit van 17 januari 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam besloten tot invordering van de door [appellant] verbeurde dwangsommen van in totaal € 53.500,00. Volgens het college heeft het pand van [appellant] aan de [locatie] in Amsterdam gebreken en verkeert het in een staat die in strijd is met de Woningwet. Daarom heeft het college bij besluit van 2 juni 2017 [appellant] onder oplegging van een dwangsom van € 10.000,00 ineens gelast dat binnen een termijn van twaalf weken na de dag waarop dit besluit is verzonden of uitgereikt een aanvang is gemaakt met het treffen van de voorzieningen zoals opgenomen in de bij dit besluit gevoegde voorzieningenlijst. Verder heeft het college bij dit besluit [appellant] onder oplegging van een dwangsom van € 43.500,00 ineens gelast dat binnen een termijn van zes maanden na dagtekening van dit besluit het treffen van de voorzieningen zoals opgenomen in de bij dit besluit gevoegde voorzieningenlijst is voltooid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1310
Datum uitspraak
3 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak201906534/1/R1

201906792/1/R4

Bij besluit van 20 mei 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 25 april 2019 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat een gedeelte van de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 126,00, voor rekening van [appellante] komt. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een doos, afkomstig van Bol.com, die op 25 april 2019 in Den Haag is aangetroffen op de Looijerstraat. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] de doos verkeerd heeft aangeboden, omdat haar adres op het adreslabel op de desbetreffende doos staat. [appellante] betwist dat de doos van haar was en dat zij deze op de Looijerstraat heeft achtergelaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1318
Datum uitspraak
3 juni 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak201906792/1/R4

201906998/1/A3

Bij besluit van 16 januari 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zevenaar een verzoek om openbaarmaking van informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur afgewezen. Het gaat in deze zaak om een verzoek van [appellant] om openbaarmaking van documenten over een schenking van € 500.000 van British American Tobacco aan de gemeente Zevenaar in de periode van juni 2008 tot september 2011 en de oprichting van de Stichting Cultuur BAT.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1342
Datum uitspraak
3 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak201906998/1/A3

201907251/1/R4

Bij besluit van 22 augustus 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 19 augustus 2019 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een doos die op 19 augustus 2019 is aangetroffen naast een inzamelvoorziening op de Klaverstraat te Den Haag ter hoogte van huisnummer 7. Het college is ervan uitgegaan dat [appellant] de doos verkeerd heeft aangeboden, omdat het adreslabel op de doos tot hem te herleiden is. [appellant] betwist dat hij de doos naast de inzamelvoorziening heeft gezet. Hij erkent dat zijn adresgegevens op de doos staan, maar merkt op dat de naam van zijn kleindochter, [naam], op de doos staat, zodat de doos tot haar kan worden herleid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1313
Datum uitspraak
3 juni 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak201907251/1/R4

201907548/1/A2

Bij besluit van 27 december 2018 heeft het CBR de geldigheid van het rijbewijs van [appellant] geschorst en een onderzoek naar de rijgeschiktheid opgelegd. De korpschef van de Politie Eenheid Midden-Nederland heeft het CBR op grond van artikel 130, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 meegedeeld dat het vermoeden bestaat dat [appellant] niet langer beschikt over de rijvaardigheid dan wel over de lichamelijke of geestelijke geschiktheid om een motorrijtuig van categorieën AMBT te besturen. Aan de mededeling ligt ten grondslag dat [appellant] volgens het door verbalisanten op ambtsbelofte opgemaakte proces-verbaal van 24 september 2018 als bestuurder van een personenauto is aangehouden op verdenking van rijden onder invloed in de zin van artikel 8, eerste of vijfde lid, van de Wvw 1994. Naar aanleiding van deze mededeling heeft het CBR [appellant] een onderzoek naar de rijgeschiktheid opgelegd en de geldigheid van zijn rijbewijs geschorst. [appellant] is het hier niet mee eens.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1319
Datum uitspraak
3 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak201907548/1/A2

201907563/1/R4

Bij besluit van 7 augustus 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 29 juli 2019 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een doos die op 29 juli 2019 is aangetroffen naast een inzamelvoorziening op de De Sillestraat. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] de doos verkeerd heeft aangeboden, omdat haar naam en adres op het adreslabel op de doos staan. [appellante] stelt dat zij over eigen groene containers beschikt, maar dat zij uit milieuoverwegingen haar afval voor recycling aanbiedt bij de inzamelvoorziening aan de De Sillestraat. Toen zij de doos in de inzamelvoorziening deponeerde was de inzamelvoorziening volgens [appellante] bijna vol en zij weet niet of de doos naar beneden is gevallen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1315
Datum uitspraak
3 juni 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak201907563/1/R4

201907739/1/R4

Bij besluit van 21 juni 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 19 juni 2019 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat een gedeelte van de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 126,00, voor rekening van [appellant] komt. Op 19 juni 2019 is een doos aangetroffen naast een inzamelvoorziening op de Kolenwagenslag te Den Haag. Het college is ervan uitgegaan dat [appellant] de doos verkeerd heeft aangeboden, omdat het adreslabel op de doos tot hem te herleiden is. [appellant] betwist dat hij de doos naast de inzamelvoorziening heeft gezet. In de doos zat een loungeset. [appellant] heeft de desbetreffende loungeset gekocht bij een vestiging van Kwantum in winkelcentrum de Mega Stores en daar opgehaald op 15 juni 2019. Hij heeft de doos achtergelaten bij de winkel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1320
Datum uitspraak
3 juni 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak201907739/1/R4

201908009/1/R4

Bij besluit van 24 juni 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 20 juni 2019 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een doos die op 20 juni 2019 is aangetroffen naast een inzamelvoorziening op de Sandenburgstraat. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] de doos verkeerd heeft aangeboden, omdat haar naam en adres op het adreslabel op de doos staan. [appellante] betwist dat zij de doos naast de inzamelvoorziening heeft gezet. Zij stelt dat zij de doos bij de kelderingang heeft neergezet waarna deze door iemand anders is meegenomen en naast de inzamelvoorziening is gezet.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1314
Datum uitspraak
3 juni 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak201908009/1/R4

201908180/1/R4

Bij besluit van 10 juli 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 3 juli 2019 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een doos die op 3 juli 2019 is aangetroffen naast een inzamelvoorziening op het Gradaland te Den Haag ter hoogte van lichtmast 501. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] de doos verkeerd heeft aangeboden, omdat haar naam en adres op het adreslabel op de doos staan. [appellante] stelt dat er ten onrechte aan wordt voorbijgegaan dat de gemeente Den Haag zelf nalatig is geweest. De inzamelvoorziening waar zij de doos naast had geplaatst was, ondanks herhaaldelijke verzoeken van winkeliers en buurtbewoners daartoe, voor de zoveelste keer niet geleegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1316
Datum uitspraak
3 juni 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak201908180/1/R4

202000213/1/R4

Bij besluit van 10 september 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 3 september 2019 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat een gedeelte van de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 126,00, voor rekening van [appellante] komt. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een huisvuilzak die op 3 september 2019 is aangetroffen naast een ondergrondse restafvalcontainer ter hoogte van lichtmast 8 aan de Otterrade in Den Haag, nabij de kruising van de Otterrade en de Wolvenrade. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] de huisvuilzak verkeerd heeft aangeboden, omdat daarin een tot haar herleidbaar poststuk is aangetroffen. Het poststuk is een aan [appellante] geadresseerde brief.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1329
Datum uitspraak
3 juni 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202000213/1/R4

202000334/1/R4

Bij besluit van 2 september 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 27 augustus 2019 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat een gedeelte van de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 126,00, voor rekening van [appellant] komt. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een doos die op 27 augustus 2019 is aangetroffen naast een papierbak ter hoogte van lichtmast 510 op het Willem Royaardsplein in Den Haag. Het college is ervan uitgegaan dat [appellant] de doos verkeerd heeft aangeboden, omdat zijn naam en adres op het adreslabel op de doos staan. [appellant] betwist niet dat de doos van hem afkomstig is, maar stelt dat hij niet degene is geweest die de doos naast de papierbak heeft gezet, op ruim 3 km lopen vanaf zijn woning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1323
Datum uitspraak
3 juni 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202000334/1/R4

202000360/1/R4

Bij besluit van 2 oktober 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 16 september 2019 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat een gedeelte van de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 126,00, voor rekening van [appellante] komt. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een doos die op 16 september 2019 is aangetroffen naast een ondergrondse restafvalcontainer ter hoogte van de Kepplerstraat 3 in Den Haag. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] de doos verkeerd heeft aangeboden, omdat haar adres op het adreslabel op de doos staat. De doos is geadresseerd aan [naam persoon] op het adres van [appellante]. [appellante] betwist dat de aangetroffen doos van haar afkomstig is en stelt de doos nooit eerder te hebben gezien.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1331
Datum uitspraak
3 juni 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202000360/1/R4

202000458/1/R4

Bij besluit van 2 augustus 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 24 juli 2019 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat een gedeelte van de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 126,00, voor rekening van [appellante] komt. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een geplette doos die op 24 juli 2019 is aangetroffen naast een papiercontainer ter hoogte van de Zorgvlietstraat 106 in Den Haag. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] de doos verkeerd heeft aangeboden, omdat haar naam en adres op het adreslabel op de doos staan. [appellante] betwist niet dat de doos van haar afkomstig is, maar stelt dat zij de doos in de papiercontainer heeft gedaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1322
Datum uitspraak
3 juni 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202000458/1/R4

202000463/1/R4

Bij besluit van 15 juli 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 10 juli 2019 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat een gedeelte van de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 126,00, voor rekening van [appellant] komt. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een doos met oud papier die op 10 juli 2019 is aangetroffen naast een ondergrondse restafvalcontainer ter hoogte van lichtmast 37 aan de Haringkade, naast het Roosje Piersonplein in Den Haag. Het is niet in geschil dat [appellant] de doos daar verkeerd heeft aangeboden door hem naast de ORAC te zetten. [appellant] betoogt dat het college hem in de bezwaarprocedure ten onrechte niet in de gelegenheid heeft gesteld om te worden gehoord.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1330
Datum uitspraak
3 juni 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202000463/1/R4

202000559/1/R4

Bij besluit van 5 november 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 23 oktober 2019 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat een gedeelte van de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 126,00, voor rekening van [appellant] komt. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een huisvuilzak die op 23 oktober 2019 is aangetroffen naast een ondergrondse restafvalcontainer ter hoogte van het Weteringplein 2 in Den Haag. Het college is ervan uitgegaan dat [appellant] de huisvuilzak verkeerd heeft aangeboden, omdat daarin een tot hem herleidbaar poststuk is aangetroffen. Het poststuk is een aan hem geadresseerde enveloppe. [appellant] betwist niet dat de huisvuilzak van hem afkomstig is, maar stelt dat hij hem in de ORAC heeft gedaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1321
Datum uitspraak
3 juni 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202000559/1/R4

202002474/2/R3

Bij besluit van 28 januari 2020 heeft de raad van de gemeente Brielle het bestemmingsplan "Omgevingsplan Buitengebied Brielle" vastgesteld. [verzoeker] woont aan de [locatie 1] in Vierpolders. Het bestemmingsplan dat is vastgesteld voor het buitengebied van de gemeente Brielle maakt een nieuwe woning mogelijk naast het perceel van [verzoeker]. Deze nieuwe woning is een zogenoemde ruimte-voor-ruimtewoning die kan worden gerealiseerd in ruil voor de sloop van een voormalige melkveestal aan de [locatie 2] in Vierpolders. Met de realisatie van de ruimte-voor-ruimtewoning kan [verzoeker] zich niet verenigen. [belanghebbende] is eigenaresse van de gronden waarop de ruimte-voor-ruimtewoning is voorzien. [belanghebbende] heeft desgevraagd medegedeeld dat zij niet voornemens is te wachten met de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de bouw van de ruimte-voor-ruimtewoning totdat de Afdeling in de bodemprocedure uitspraak heeft gedaan op het beroep van [verzoeker].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1300
Datum uitspraak
2 juni 2020
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202002474/2/R3

202002477/2/R4

Bij besluit van 12 maart 2020 heeft de raad van de gemeente West Maas en Waal het bestemmingsplan "Buitengebied, [locatie 1] Wamel en [locatie 2] Boven-Leeuwen" vastgesteld. Het plan maakt de realisatie van een nieuwe woning mogelijk achter de bestaande woning aan de [locatie 2] in Boven-Leeuwen. Deze woning zal via een pad worden ontsloten op de Molenstraat. Dit pad loopt onder meer over het perceel van [verzoeker]. [verzoeker] kan zich er niet mee verenigen dat de nieuwe woning via het pad op zijn perceel richting de Molenstraat wordt ontsloten. [belanghebbende] is eigenaar van het perceel waarop de nieuwe woning is voorzien. Hij heeft na de vaststelling van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning aangevraagd voor de bouw van de nieuwe woning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1302
Datum uitspraak
2 juni 2020
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202002477/2/R4

202002572/2/R3

Bij besluit van 20 februari 2020 heeft de raad van de gemeente Alphen aan den Rijn het bestemmingsplan "Westvaartpark, Hazerswoude-Rijndijk" vastgesteld. Het plan voorziet in een nieuwe woonwijk ten westen van Hazerswoude-Rijndijk. Het plan maakt de realisatie van 300 nieuwe woningen mogelijk, welk aantal op basis van een afwijkingsbevoegdheid kan worden verhoogd als dit onder meer past binnen het regionale woningbouwprogramma. Synchroon B.V. is eigenaresse van de gronden waarop deze nieuwe woningen zijn voorzien. Daarnaast maakt het plan door middel van twee wijzigingsbevoegdheden de realisatie van maximaal 50 nieuwe woningen in het plangebied mogelijk. [verzoeker] en anderen wonen aan de noordzijde van het plangebied aan de [locatie 1] en [locatie 2] in Hazerswoude-Rijndijk. Achter hun woningen bevindt zich op dit moment een polder met een grotendeels agrarische functie. In deze polder is de nieuwe woonwijk voorzien.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1301
Datum uitspraak
2 juni 2020
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202002572/2/R3

201906597/1/V6

Bij besluit van 17 april 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het verzoek van [appellant] om hem het Nederlanderschap te verlenen afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1359
Datum uitspraak
2 juni 2020
  • Mondelinge uitspraak
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak201906597/1/V6

202002106/1/R4 en 202002106/2/R4

Bij besluit van 30 januari 2020 heeft de raad van de gemeente De Ronde Venen het bestemmingsplan "Ontsluiting Veenman, Wilnis" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt een verbinding voor autoverkeer mogelijk tussen de wegen Veenman en de oostelijk daarvan gelegen Mandenmaker in Wilnis. De Veenman ligt in de wijk Veenzijde III en is grotendeels uitgevoerd in asfalt. De Mandenmaker is een klinkerweg in de nieuwbouwwijk De Maricken. Door de nieuwe ontsluiting wordt rechtstreeks autoverkeer mogelijk tussen de wijken Veenzijde III en De Maricken. [appellant] en anderen kunnen zich niet verenigen met het plan. Zij wonen in de wijk Veenzijde III, aan de Veenman of aan zijstraten daarvan. [appellant] en anderen verwachten dat de nieuwe ontsluiting leidt tot een toename van het autoverkeer in hun wijk.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1297
Datum uitspraak
29 mei 2020
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202002106/1/R4 en 202002106/2/R4

202002903/2/V2

Bij besluit van 5 december 2016 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1299
Datum uitspraak
29 mei 2020
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202002903/2/V2

201900823/1/V3

Bij besluit van 4 mei 2017 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1294
Datum uitspraak
27 mei 2020
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak201900823/1/V3

201904380/1/V1

Bij besluit van 12 januari 2017 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1283
Datum uitspraak
27 mei 2020
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak201904380/1/V1

201905840/1/V1

Bij besluit van 1 februari 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen om de vreemdelingen een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1282
Datum uitspraak
27 mei 2020
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak201905840/1/V1

201906353/1/V3

Bij besluit van 9 oktober 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1281
Datum uitspraak
27 mei 2020
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak201906353/1/V3

202001792/2/R4

Bij besluit van 4 juni 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Arnhem aan Stichting Onderdak twee lasten onder dwangsom opgelegd inhoudende het beëindigen en beëindigd houden van de overtreding van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en het voorkomen van herhaling/uitbreiding van die overtreding. Stichting Onderdak heeft een deel van een gebouw aan de Bronbeeklaan 66 in Arnhem (rechter vleugel van het oude woonzorgcentrum de Paasberg) in gebruik. In deze rechtervleugel geeft zij door de Dienst Justitiële Inrichtingen geselecteerde personen onderdak en begeleiding bij hun terugkeer in de samenleving en bij het zelfstandig in de maatschappij leren functioneren. Tussen partijen is in geschil of in dit geval sprake is van (therapeutische) behandeling. Volgens het college is daar geen sprake van. Het betreft volgens hem eerder een vorm van begeleid wonen. Het college stelt zich dan ook op het standpunt dat Stichting Onderdak in strijd met het bestemmingsplan handelt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1279
Datum uitspraak
27 mei 2020
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202001792/2/R4

202002549/2/R4

Bij besluit van 11 september 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Leusden aan de gemeente Leusden een omgevingsvergunning verleend voor het kappen van zes bomen op het perceel Liniedijk langs het Valleipark in Leusden. Het gaat om de bomen met nummers 1, 5, 6, 13, 17 en 39. De omgevingsvergunning voor het bouwen betreft de laatste fase van het project Valleipark aan de rand van Leusden. In deze fase worden een rij van vijf woningen en een rij van zes woningen gebouwd. De woningen worden langs de Liniedijk gerealiseerd. Om de bouw mogelijk te maken is een omgevingsvergunning voor het kappen verleend voor de kap van vijf bomen aan de Liniedijk. De achtertuin van [verzoeker] grenst aan de Liniedijk. Hij heeft vanuit zijn achtertuin direct zicht op de Liniedijk. Met zijn verzoek om voorlopige voorziening wil hij voorkomen dat de vijf bomen aan de Liniedijk worden gekapt voordat de Afdeling uitspraak heeft gedaan op het door hem ingestelde hoger beroep.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1280
Datum uitspraak
27 mei 2020
  • Voorlopige voorziening
  • Kapvergunningen
  • uitspraakin de zaak202002549/2/R4

202002663/1/R1, 202002663/2/R1, 202002675/1/R1 en 202002675/2/R1.

Bij besluit van 29 augustus 2019, kenmerk 0214122287, heeft het college van burgemeester en wethouders van West Betuwe aan Sent One een last onder dwangsom opgelegd wegens overtreding van artikel 37, eerste lid, en artikel 38, eerste en tweede lid, van het Besluit bodemkwaliteit (hierna: Bbk) en artikel 13 van de Wet bodembescherming (hierna: Wbb) op de percelen aan de Haarweg ong. in Vuren. Bij achtereenvolgende besluiten van 2 september 2019, 14 oktober 2019, 4 december 2019 en 6 februari 2020, alle met kenmerk 0214122287, heeft het college dit besluit gewijzigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1274
Datum uitspraak
27 mei 2020
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Bodembescherming
  • uitspraakin de zaak202002663/1/R1, 202002663/2/R1, 202002675/1/R1 en 202002675/2/R1.

202002762/1/V3

Bij besluit van 16 april 2020 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1275
Datum uitspraak
27 mei 2020
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202002762/1/V3

201805956/2/R1

Bij tussenuitspraak van 4 september 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3020, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Aalsmeer opgedragen het geconstateerde gebrek in het besluit van 31 mei 2018 tot vaststelling van het bestemmingsplan "2e Herziening Hornmeer - Meervalstraat-Roerdomplaan" te herstellen. De raad heeft het plan gewijzigd vastgesteld door in artikel 5, lid 5.4.2 en artikel 6, lid 6.4.3 een voorwaardelijke verplichting over de waterhuishoudkundige voorziening op te nemen. Deze luidt als volgt: "Een omgevingsvergunning voor bouwen kan slechts worden verleend indien hierin de aanleg en instandhouding van een DIT-riool zoals opgenomen in het schetsontwerp en programma van eisen (bijlage 1 van de planregels) is voorzien." Volgens [appellante A] en [appellant B] wordt met deze voorwaardelijke verplichting nog steeds niet voorkomen dat het plan leidt tot een onaanvaardbare toename van de wateroverlast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1288
Datum uitspraak
27 mei 2020
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak201805956/2/R1

201901686/2/A3

Bij tussenuitspraak van 18 december 2019, ECLI:NL:RVS:2019:4276 heeft de Afdeling het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam opgedragen om het gebrek in het besluit van 21 juni 2018, kenmerk SPA/UIT/2018002577, te herstellen door dat alsnog deugdelijk te motiveren dan wel een nieuw besluit te nemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1287
Datum uitspraak
27 mei 2020
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak201901686/2/A3

201903805/1/A1

Bij besluit van 28 december 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Dinkelland het verzoek van KPB en Wyllandrie om handhavend op te treden tegen diverse overtredingen op het perceel aan de Almelosestraat 68A t/m I te Ootmarsum, en hun verzoek om de omgevingsvergunning van 28 februari 2013 voor de bouw van een hotelappartementencomplex op dat perceel in te trekken, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1286
Datum uitspraak
27 mei 2020
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak201903805/1/A1

201904817/1/R1

Bij besluit van 14 december 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Wormerland geweigerd aan [appellant] een omgevingsvergunning te verlenen ter legalisering van een erfafscheiding in de voortuin op het perceel [locatie] in Wormer. [appellant] heeft op 11 september 2017 het college verzocht om een omgevingsvergunning te verlenen voor de activiteit bouwen ter legalisering van een erfafscheiding in de voortuin op zijn perceel [locatie] in Wormer. Deze erfafscheiding staat haaks op de voorgevel van de woning van [appellant] en is wit geschilderd. Het raamwerk is 1.80 m bij 1.80 m en is afgewerkt met horizontale planken tot een hoogte van 1.50 m. Op grond van het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Woonkern Wormer en Lint" rust op de voortuin van de woning de bestemming "Tuin". Tussen partijen is niet in geschil dat de bestemming "Tuin" het bouwen van een erfafscheiding voor de van de weg gekeerde gevel van het hoofdgebouw hoger dan 1 m niet toestaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1290
Datum uitspraak
27 mei 2020
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak201904817/1/R1

201904888/1/R1

Bij afzonderlijke besluiten van 29 november 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Helder van [appellant A] en [appellante B] een bedrag van € 20.000,00 aan verbeurde dwangsommen ingevorderd. [appellant A] en [appellante B] waren als maten van een maatschap eigenaar van het appartementsrecht voor het pand op het perceel [locatie] in Den Helder. Bij afzonderlijke besluiten van 5 april 2017 heeft het college [appellant A] en [appellante B] onder oplegging van een dwangsom van € 4.000,00 per week met een maximum van € 20.000,00 gelast om binnen zes weken na dagtekening van de besluiten de strijdigheid met artikel 1b, tweede lid, van de Woningwet en de artikelen 6.20, achtste lid, en 6.32, eerste lid, van het Bouwbesluit 2012 in het pand op het perceel te beëindigen. In de besluiten is vermeld dat op 12 april 2016 een toezichthouder heeft geconstateerd dat het pand niet voldoet aan alle brandveiligheidsvereisten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1291
Datum uitspraak
27 mei 2020
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak201904888/1/R1

201905132/1/R1

Bij besluit van 12 januari 2018 heeft het college aan [belanghebbende] een omgevingsvergunning verleend voor het wijzigen van het gebruik van de bovenetage van het gebouw aan de [locatie 1] en [locatie 2] in Amstelveen van een kantoorfunctie naar twee woningen. [belanghebbende] is eigenaar van het bedrijfspand op het perceel en heeft op 7 december 2017 een omgevingsvergunning aangevraagd om de kantoorfunctie van de bovenetage van het pand om te zetten naar twee woningen op die bovenetage. [appellante] woont aan de [locatie 3] - naast het perceel - en kan zich niet met de verleende omgevingsvergunning verenigen, omdat zij vreest dat de twee woningen leiden tot een onaanvaardbare inbreuk op haar woon- en leefklimaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1285
Datum uitspraak
27 mei 2020
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak201905132/1/R1

201906026/1/A2

Bij besluit van 11 december 2018 heeft het Participatiefonds het verzoek van de stichting om vergoeding van de uitkeringskosten die voortvloeien uit de beëindiging van het dienstverband van [werknemer], afgewezen. De rechtsvoorganger van de stichting, stichting Katholiek Onderwijs Maasdal, was in 2017 het bevoegd gezag van de basisscholen De Sleye in Heel, De Koningsspil in Thorn, Sint Medardus in Wessem en Sint Martinus in Beegden. [werknemer] was werkzaam als algemeen directeur en als directeur van twee van die scholen.Op 17 januari 2017 heeft SKOM een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst ingediend bij de kantonrechter. Hierna zijn SKOM en [werknemer] met elkaar in overleg gegaan. Op 15 maart 2017 hebben zij een vaststellingsovereenkomst getekend. Het dienstverband van [werknemer] is op 1 augustus 2017 beëindigd. Op 14 november 2018 heeft de stichting het Participatiefonds verzocht om vergoeding van de uitkeringskosten die voortvloeien uit de beëindiging van het dienstverband.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1289
Datum uitspraak
27 mei 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Onderwijs
  • uitspraakin de zaak201906026/1/A2

201906861/1/R4

Bij twee afzonderlijke besluiten van 2 juli 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam zijn beslissing om op 24 juni 2019 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het op onjuiste wijze aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat de kosten van de toepassing van bestuursdwang (€ 125,00 per doos) voor rekening van [appellant] komen. Het college heeft spoedeisende bestuursdwang toegepast door twee dozen te verwijderen die naast een ondergrondse afvalcontainer op de Stadhoudersweg ter hoogte van nummer 62 en het Stadhoudersplein ter hoogte van nummer 10a in Rotterdam zijn aangetroffen. Het aanbieden van afval naast een ondergrondse afvalcontainer is in strijd met de Afvalstoffenverordening Rotterdam 2009. Omdat op de dozen de naam en het adres van [appellant] zijn aangetroffen, stelt het college zich op het standpunt dat hij degene is die de dozen naast de afvalcontainer heeft geplaatst.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1243
Datum uitspraak
27 mei 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak201906861/1/R4

201906862/1/R4

Bij besluit van 2 juli 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam zijn beslissing om op 24 juni 2019 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het op onjuiste wijze aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat de kosten van de toepassing van bestuursdwang (€ 125,00) voor rekening van [appellante] komen. Het college heeft spoedeisende bestuursdwang toegepast door een papieren tas te verwijderen die naast een ondergrondse afvalcontainer op de Stadhoudersweg ter hoogte van nummer 62 in Rotterdam is aangetroffen. Het aanbieden van afval naast een ondergrondse afvalcontainer is in strijd met de Afvalstoffenverordening Rotterdam 2009 in samenhang met het Uitvoeringsbesluit Afvalstoffen Rotterdam 2018. Omdat op de papieren tas de naam en het adres van [appellante] zijn aangetroffen, stelt het college zich op het standpunt dat zij degene is die deze tas naast de afvalcontainer heeft geplaatst.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1244
Datum uitspraak
27 mei 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak201906862/1/R4

201906878/1/A2

Bij besluit van 20 september 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Groningen het bezwaar van [appellant] tegen de afwijzing van het verzoek om nadeelcompensatie opnieuw ongegrond verklaard. Op 17 augustus 2010 heeft het college artikel 1 van bijlage 10 bij de Algemene Plaatselijke Verordening Groningen 2009 gewijzigd vastgesteld. Vanaf 1 januari 2016 is de exploitatie van prostitutie-inrichtingen in het zogenoemde A-kwartier in het westelijk deel van de binnenstad van Groningen niet meer toegestaan. [appellant] heeft het college verzocht om nadeelcompensatie voor de waardedaling van de panden als gevolg van het besluit van 17 augustus 2010. De panden mochten vanaf 1 januari 2016 niet meer worden gebruikt als prostitutie-inrichting, terwijl zij specifiek daarvoor waren ingericht. Volgens taxaties van Nienoord makelaardij van 13 februari 2015, bedroeg op die datum de waarde van de panden € 1.765.000,00, berekend op basis van tien keer de jaarlijkse huuropbrengsten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1284
Datum uitspraak
27 mei 2020
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak201906878/1/A2

201907103/1/A2

Bij besluit van 3 juni 2019 heeft de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (lees: de minister) door [appellante] verbeurde dwangsommen van € 10.000,00 ingevorderd. Bij brief van 10 juli 2018 heeft de minister het voornemen geuit om [appellante] een last onder dwangsom op te leggen, omdat zij niet tijdig, te weten vóór 1 juni 2018, de Jaarverantwoording Zorg over het verslagjaar 2017 aan het Centraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg (CIBG) heeft aangeleverd en daarmee niet heeft voldaan aan de verplichtingen als opgenomen in de Wet toelating zorginstellingen (WTZi) en de Regeling verslaglegging WTZi. Bij besluit van 4 september 2018 heeft de minister een last onder dwangsom aan [appellante] opgelegd op grond van artikel 37 van de WTZi gelezen in samenhang met artikel 5:32 van de Algemene wet bestuursrecht, om alsnog aan haar wettelijke verplichtingen te voldoen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1292
Datum uitspraak
27 mei 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak201907103/1/A2

201908220/1/R4

Bij besluit van 5 juli 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrechtse Heuvelrug zijn beslissing om op 2 juli 2019 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening Utrechtse Heuvelrug 2016 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen op schrift gesteld. Daarbij heeft het college [appellante] als overtreder aangemerkt en vermeld dat de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 150,00, voor rekening van [appellante] komen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1293
Datum uitspraak
27 mei 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak201908220/1/R4

202002569/2/A3

Bij besluit van 14 mei 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn aan [verzoekers] een last onder dwangsom opgelegd strekkend tot het staken van de exploitatie van een kamerverhuurpand aan de [locatie] te Apeldoorn. [verzoekers] zijn eigenaar van het pand [locatie] te Apeldoorn. Dat pand exploiteren zij als kamerverhuurpand. Het pand was voordat [verzoekers] eigenaar werden in eigendom van de stichting [naam]. [verzoeker A] was bestuurder van deze stichting. In 2009 is een vergunningenstelsel voor kamerverhuur ingevoerd met een overgangsregeling. De stichting [naam] heeft in 2009 een omzettingsvergunning aangevraagd. Het college stelt dat het bij brief van 26 oktober 2009 de stichting [naam] heeft verzocht om aanvulling van de aanvraag en dat bij brief van 25 maart 2010 de aanvraag buiten behandeling is gesteld vanwege het niet aanvullen van de aanvraag. [verzoekers] betwisten dat deze brieven door de stichting [naam] zijn ontvangen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1276
Datum uitspraak
26 mei 2020
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202002569/2/A3

201903650/1/V3

Bij besluit van 18 december 2017 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1234
Datum uitspraak
20 mei 2020
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak201903650/1/V3

201905719/1/V2

Bij besluit van 11 april 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1235
Datum uitspraak
20 mei 2020
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak201905719/1/V2
vorige pagina1...259260261...1.239volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon