Uitspraak 202004436/2/R3


Volledige tekst

202004436/2/R3.
Datum uitspraak: 15 oktober 2020

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[verzoeker A] en [verzoeker B] en anderen (hierna: tezamen en in enkelvoud [verzoeker]), wonend te Rijssen, gemeente Rijssen-Holten,

verzoekers,

en

de raad van de gemeente Rijssen-Holten,

verweerder.

Procesverloop

In het besluit van 25 juni 2020 heeft de raad het bestemmingsplan "Wonen Rijssen, herontwikkeling RV terrein" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [verzoeker] beroep ingesteld.

Tegelijk heeft [verzoeker] de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

Daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft [belanghebbende] een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 6 oktober 2020, waar [verzoeker], bij monde van [verzoeker A], vergezeld door [gemachtigde A], en de raad, vertegenwoordigd door mr. C. van Bart, zijn verschenen. Ter zitting is [belanghebbende], vertegenwoordigd door mr. P. van Lingen, advocaat te Amsterdam, vergezeld door [gemachtigde B], als partij gehoord.

Overwegingen

1.    Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

Inleiding

2.    Het bestemmingsplan voorziet op het terrein van voetbalvereniging Rijssen Vooruit (hierna: RV-terrein) in het realiseren van 21 woningen, waarvan 11 vrijstaande en 10 twee-onder-een-kap. De voetbalvereniging gaat fuseren en daarom komen de gronden vrij.

Het verzoek

3.    [verzoeker] woont in de nabijheid van het RV-terrein en kan zich niet verenigen met de wijze waarop de raad de Gebiedsvisie heeft betrokken bij dit plan. Zijn verzoek strekt ertoe het bestemmingsplan te schorsen, zodat geen omgevingsvergunningen kunnen worden aangevraagd en verleend op grond van het bestemmingsplan. Hiermee wil hij voorkomen dat de projectontwikkelaar doorgaat met de voorbereidingen voor de bouw voordat de Afdeling heeft beslist op zijn beroep tegen de vaststelling van het bestemmingsplan.

Spoedeisend belang?

4.    Ter zitting is aangegeven dat is gestart met het slopen van de tribune en dat nog andere voorbereidende werkzaamheden op het terrein worden uitgevoerd. De projectontwikkelaar gaat de twee-onder-een-kapwoningen zelf ontwikkelen en gaat daartoe zo spoedig mogelijk een vergunningaanvraag indienen. Er zal ook worden gestart met de verkoop van de particuliere kavels. De projectontwikkelaar wil geen vertraging oplopen. De voorzieningenrechter acht onder deze omstandigheden een spoedeisend belang bij de gevraagde voorziening aanwezig.

De voorzieningenrechter zal hierna bezien of aanleiding bestaat voor de verwachting dat de Afdeling in de bodemzaak zal oordelen dat het bestemmingsplan niet in stand blijft.

Het verzoek van [verzoeker]

5.    [verzoeker] stelt dat de raad bij de vaststelling van het plan ten onrechte de randvoorwaarden uit de Gebiedsvisie Stokmansveld, vastgesteld op 30 oktober 2014, terzijde stelt. In die randvoorwaarden staat onder meer dat de bebouwing aan de zijde van de Pelmolenweg moet aansluiten op de rooilijn Pelmolen 4-16, dat er uitsluitend grondgebonden woningen mogen komen, maar geen tweekappers aan de Wierdensestraat, dat de woningen georiënteerd moeten zijn op beide doorgaande wegen en op de Stokmansveldweg en dat de herkenbaarheid van groen/blauw structuur van de Molenbeek wordt versterkt.

Volgens [verzoeker] sluit de bebouwing in dit plan niet aan op die rooilijn, voorziet dit plan ten onrechte in twee-onder-een-kapwoningen aan de Wierdensestraat en voorziet dit plan in woningen haaks op de Stokmansveldweg, aldus [verzoeker]. Bovendien is de bebouwing te dicht op de Molenbeek geprojecteerd, waardoor de groen/blauw structuur van de Molenbeek niet meer zichtbaar is.

5.1.    De raad stelt dat de Gebiedsvisie Stokmansveld in 2014 is vastgesteld. Destijds is al opgemerkt dat het geen star en statisch document is. De Gebiedsvisie bevat hoofdlijnen van nieuwe ontwikkelingen in dit gebied en de hoofdzaken van het door de gemeente uit te voeren ruimtelijk beleid. De raad kan op grond van nieuwe argumenten en bij voortschrijdend inzicht van de Gebiedsvisie afwijken. In dit geval is na een uitgebreid proces waaraan ook de omwonenden hebben deelgenomen, van één van de gepresenteerde varianten een stedenbouwkundig plan ontwikkeld. Vervolgens is het plan opgesteld. De raad geeft aan dat hij er voor heeft gekozen bij het bestemmingsplan aan te geven waar en waarom op onderdelen wordt afgeweken van de Gebiedsvisie en niet eerst een aangepaste versie van de Gebiedsvisie vast te stellen.

De raad heeft ter zitting de gestelde afwijkingen van de randvoorwaarden besproken. Daarbij is onder meer aan de hand van afbeeldingen op de website www.ruimtelijkeplannen.nl aangegeven dat de bebouwing aansluit op de bestaande rooilijn Pelmolenweg 4-16 en dat voor de keuze van het aantal en het type woningen ook moet worden gekeken naar het actuele woningprogramma.

5.2.    In paragraaf 4.3.2.3 van de plantoelichting staat een opsomming van de randvoorwaarden uit de Gebiedsvisie voor wat betreft structuur, bebouwing en de overige aspecten. Bij het opstellen van het stedenbouwkundig plan voor het plangebied is rekening gehouden met deze randvoorwaarden, aldus de plantoelichting. Daarna wordt ingegaan op de van belang zijnde aspecten en is weergegeven op welke wijze de Gebiedsvisie is betrokken bij de vaststelling van het plan.

5.3.    De voorzieningenrechter stelt vast dat de Gebiedsvisie van toepassing is op het plangebied. De aard van een Gebiedsvisie is dat deze niet zonder meer bindend is. Dit betekent dat in sommige gevallen daarvan mag worden afgeweken.

In dit geval heeft de raad bij de vaststelling van het plan rekening gehouden met de gebiedsvisie en voor zover het plan daarvan afwijkt, heeft de raad daarvoor een ruimtelijke onderbouwing gegeven. Mede gelet op de uitgebreide toelichting ter zitting, acht de voorzieningenrechter deze onderbouwing toereikend.

Conclusie

6.    Gelet op het vorenstaande, ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om in afwachting van de bodemprocedure een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek wordt daarom afgewezen.

Proceskosten

7.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

Wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. A. Heinen, griffier.

w.g. Slump
voorzieningenrechter

De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.

Uitgesproken in het openbaar op 15 oktober 2020

632.