Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 124.050
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202105408/1/R1

Bij besluit van 24 juni 2021 heeft de raad van de gemeente Alkmaar het bestemmingsplan "Ringerskwartier" vastgesteld. Het plangebied is gesitueerd in de wijk Overstad, op de hoek van de Noorderkade en Noorderstraat, en is nu geheel in gebruik als open parkeerterrein. Aan de overzijde van het Noordhollandsch Kanaal bevindt zich de historische binnenstad. Het bestemmingsplan maakt het mogelijk dat maximaal 285 woonappartementen in combinatie met commerciële voorzieningen en inpandige parkeervoorzieningen worden gebouwd. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt voor het plangebied invulling gegeven aan de notitie Kanaalzone Alkmaar en ontwikkelbeeld Overstad. Het project wordt ontwikkeld door BPD Ontwikkeling. De vereniging komt op voor de ondernemers in dit gebied en kan zich niet met het plan verenigen, omdat het plan volgens haar in strijd is met een goede ruimtelijke ordening.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1544
Datum uitspraak
1 juni 2022
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202105408/1/R1

202106659/1/R4

Bij besluit van 2 juli 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 8 juni 2021 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een kartonnen doos die op 8 juni 2021 is aangetroffen naast een ondergrondse restafvalcontainer ter hoogte van de Fischerstraat 133. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] de doos verkeerd heeft aangeboden, omdat haar naam en adres op het adreslabel op de doos staan. [appellante] betwist dat de aangetroffen doos van haar afkomstig is. Zij stelt dat zij deze doos nooit heeft ontvangen op haar adres.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1554
Datum uitspraak
1 juni 2022
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202106659/1/R4
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202106659/1/R4

202106716/1/R4

Bij besluit van 2 februari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad zijn beslissing om op 6 januari 2021 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening Zaanstad 2010 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van één van meerdere huisvuilzakken die op 6 januari 2021 zijn aangetroffen naast een ondergrondse restafvalcontainer aan de Noordzee in Zaandam. Het college is ervan uitgegaan dat [appellant] de huisvuilzak verkeerd heeft aangeboden, omdat daarin een tot hem herleidbaar poststuk is aangetroffen. Het poststuk is een envelop geadresseerd aan [appellant]. [appellant] betwist dat één van de aangetroffen huisvuilzakken van hem afkomstig is en stelt dat hij niet weet hoe een huisvuilzak met daarin een aan hem geadresseerde envelop naast de container terecht is gekomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1555
Datum uitspraak
1 juni 2022
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202106716/1/R4

202106781/1/R4

Bij besluit van 7 juni 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 14 mei 2021 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening Den Haag 2010 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een grote doos die op 14 mei 2021 is aangetroffen naast een ondergrondse restafvalcontainer ter hoogte van de Van Ruysbroekstraat 196 in Den Haag. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] de doos verkeerd heeft aangeboden, omdat haar naam en haar toenmalige adres op het adreslabel op de doos staan. [appellante] betwist dat de aangetroffen doos van haar afkomstig is. Zij stelt dat zij deze doos nooit heeft ontvangen, omdat zij op 14 mei 2021, toen de doos werd aangetroffen, niet meer woonde op het adres dat op de doos staat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1556
Datum uitspraak
1 juni 2022
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202106781/1/R4

202106923/1/R4

Bij besluit van 3 september 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rijswijk zijn beslissing om op 26 augustus 2021 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening voor de gemeente Rijswijk 2011 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 159,05, voor rekening van [appellant] komen. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een doos die op 26 augustus 2021 is aangetroffen naast een ondergrondse container ter hoogte van de Esdoornstraat 3A in Rijswijk. Het college is ervan uitgegaan dat [appellant] de doos verkeerd heeft aangeboden, omdat zijn naam en adres op het adreslabel op de doos staan. [appellant] betwist dat hij degene is geweest die de doos verkeerd heeft aangeboden. Hij stelt dat hij het pakketje van de Douglas op 20 december 2020 van de DHL heeft ontvangen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1548
Datum uitspraak
1 juni 2022
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202106923/1/R4

202107202/1/R4

Bij besluit van 22 juli 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 24 juni 2021 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een platgemaakte doos die op 24 juni 2021 is aangetroffen naast een ondergrondse restafvalcontainer ter hoogte van de Athenesingel 58 in Den Haag. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] de doos verkeerd heeft aangeboden, omdat haar naam en adres op het adreslabel op de doos staan. [appellante] betwist niet dat de doos van haar afkomstig is, maar stelt dat zij niet degene is geweest die hem naast de ORAC heeft gezet. Zij stelt dat zij de doos in de voortuin had gezet om later weg te gooien en vermoedt dat kinderen hem in de tussentijd hebben meegenomen om mee te spelen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1557
Datum uitspraak
1 juni 2022
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202107202/1/R4

202107281/1/R4

Bij besluit van 10 mei 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 19 april 2021 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat een gedeelte van de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 126,00, voor rekening van [appellante] komt. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een klein plat doosje dat op 19 april 2021 is aangetroffen naast een ondergrondse papiercontainer ter hoogte van de Volendamlaan 660. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] het doosje verkeerd heeft aangeboden, omdat haar adres op het adreslabel op het doosje staat. Het doosje is geadresseerd aan [persoon] op het adres van [appellante]. [appellante] betwist dat het doosje van haar afkomstig is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1549
Datum uitspraak
1 juni 2022
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202107281/1/R4

202107312/1/R4

Bij besluit van 7 september 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam zijn beslissing om op 26 augustus 2021 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening Rotterdam 2009 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 125,00, voor rekening van [appellante] komen. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een natte platgemaakte kartonnen doos die op 26 augustus 2021 is aangetroffen naast een ondergrondse restafvalcontainer ter hoogte van de 's-Gravendijkwal 48 in Rotterdam. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] de doos verkeerd heeft aangeboden, omdat haar naam en adres op het adreslabel op de doos staan. [appellante] betwist niet dat de doos van haar afkomstig is, maar stelt dat zij niet degene is geweest die de doos naast de container heeft gelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1547
Datum uitspraak
1 juni 2022
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202107312/1/R4

202107569/1/R1

Bij besluit van 12 oktober 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Castricum het uitwerkingsplan "Limmer Linten fase 3a Westerweg-Kapelweg" vastgesteld. Het plan betreft een uitwerking van het bestemmingsplan "Limmen-Zandzoom" van 3 februari 2011. Fase 3a heeft betrekking op een nieuw woongebied in het westen van het gebied Limmen-Zandzoom. Globaal gezien wordt het plangebied begrensd door de agrarische gronden ten zuiden van de Pagenlaan in het noorden, (de woonpercelen aan) de Kapelweg in het oosten, de agrarische gronden en woonpercelen aan het Magnolialint in het zuiden en (de woonpercelen aan) de Westerweg in het westen. Het plan omvat 30 woningen, waarvan 7 sociale woningen. [appellant] en anderen wonen op verschillende locaties in Limmen en kunnen zich niet verenigen met de vaststelling van het uitwerkingsplan. Zij vrezen met name negatieve gevolgen voor de verkeerssituatie in Limmen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1545
Datum uitspraak
1 juni 2022
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202107569/1/R1

202107933/1/R4

Bij besluit van 4 oktober 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 9 september 2021 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat een gedeelte van de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 160,00, voor rekening van [appellant] komt. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een huisvuilzak die op 9 september 2021 is aangetroffen naast een ondergrondse restafvalcontainer ter hoogte van de Fannius Scholtenstraat 45/51. Het college is ervan uitgegaan dat [appellant] de huisvuilzak verkeerd heeft aangeboden, omdat daarin twee tot zijn adres herleidbare poststukken zijn aangetroffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1550
Datum uitspraak
1 juni 2022
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202107933/1/R4
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202107933/1/R4

202108003/1/R4

Bij besluit van 14 november 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 28 oktober 2021 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een grote platgemaakte doos die op 28 oktober 2021 is aangetroffen naast een bovengrondse papiercontainer ter hoogte van de Regentesselaan 108 in Den Haag. Het college is ervan uitgegaan dat [appellant] de doos verkeerd heeft aangeboden, omdat zijn naam en adres op het adreslabel op de doos staan. [appellant] betwist niet dat de doos van hem afkomstig is, maar stelt dat hij niet degene is geweest die hem naast de papiercontainer heeft gezet. Hij stelt dat hij de doos met daarin kopjes, apparatuur en andere oude spullen op 18 oktober 2021 bij het grofvuil heeft aangeboden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1558
Datum uitspraak
1 juni 2022
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202108003/1/R4
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202108003/1/R4

202108187/1/A2

Bij besluit van 23 december 2020 heeft het CBR het rijbewijs van [appellante] ongeldig verklaard vanaf 30 december 2020. Op 4 juli 2020 trof de politie [appellante] aan in haar stilstaande auto op een afrit naar een industrieterrein. In het op ambtsbelofte opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van 5 juli 2020 staat vermeld dat zij moeite had met antwoord geven op verschillende vragen en dat zij verwilderd of verdwaasd uit haar ogen keek. In de auto troffen verbalisanten twee lachgascilinders en ballonnen aan. In het proces-verbaal staat dat [appellante] heeft verklaard een half uur daarvoor lachgas te hebben gebruikt. Ook staat hierin vermeld dat [appellante] in een registratie van 3 februari 2017 wordt genoemd als verslaafd aan lachgas. Op 8 juli 2020 veroorzaakte [appellante] een aanrijding op de A73 door met haar auto achterop een andere auto te rijden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1559
Datum uitspraak
1 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202108187/1/A2

202202305/2/R1

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland­West­Brabant van 2 maart 2022, zaaknummer BRE 20/9628. In deze uitspraak heeft de rechtbank het beroep van [verzoeker] tegen het besluit van 8 oktober 2020 ongegrond verklaard. Bij dit besluit heeft het college van burgemeester en wethouders van Schouwen-Duiveland aan de gemeente een omgevingsvergunning verleend voor het restaureren van de monumentale kademuren van de Oude Haven te Zierikzee. [verzoeker] kan zich hier niet mee verenigen en heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1575
Datum uitspraak
31 mei 2022
  • Mondelinge uitspraak
  • Monumenten
  • uitspraakin de zaak202202305/2/R1

202202356/1/V3

Bij besluit van 14 maart 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1520
Datum uitspraak
31 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202202356/1/V3

202202356/2/V3

Bij besluit van 14 maart 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1521
Datum uitspraak
31 mei 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202202356/2/V3

202203205/2/V2

Bij besluit van 23 december 2020 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1537
Datum uitspraak
31 mei 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202203205/2/V2

202000709/1/R2

Bij besluit van 21 november 2019 heeft de raad van de gemeente Alphen-Chaam het bestemmingsplan "Boswachterij Chaam" vastgesteld. Het plan voorziet in een hotel en wellnesscentrum en een poortgebouw, dat als natuurpoort voor de Chaamse bossen dient, met bijbehorende parkeervoorzieningen aan de Alphensebaan in Chaam, gemeente Alphen-Chaam. Het hotel en wellnesscentrum zijn voorzien op de locatie van het voormalige openluchtzwembad "Het Weidebad". De Groene Koepel is het niet eens met het plan. Volgens haar is onvoldoende rekening gehouden met de natuurwaarden van het gebied.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1529
Datum uitspraak
31 mei 2022
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202000709/1/R2

202100988/1/V1

Bij besluit van 31 oktober 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1511
Datum uitspraak
30 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202100988/1/V1

202102910/1/V2

Bij besluit van 26 juli 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een machtiging tot voorlopig verblijf (hierna: mvv) te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1512
Datum uitspraak
30 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202102910/1/V2

202103897/1/V2

Bij besluit van 7 mei 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en bepaald dat de vreemdeling Nederland onmiddellijk moet verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1513
Datum uitspraak
30 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202103897/1/V2

202200185/1/V3

Bij besluit van 21 december 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1510
Datum uitspraak
30 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202200185/1/V3

202200878/1/V3

Bij besluit van 19 januari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1514
Datum uitspraak
30 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202200878/1/V3

202201201/1/V3

Bij besluit van 2 februari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1515
Datum uitspraak
30 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202201201/1/V3

202201396/1/V3

Bij besluit van 13 februari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1516
Datum uitspraak
30 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202201396/1/V3

202201859/2/V3

Bij besluit van 15 februari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1517
Datum uitspraak
30 mei 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202201859/2/V3

202202092/1/V3

Bij besluit van 20 maart 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1518
Datum uitspraak
30 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202202092/1/V3

202202264/1/V3

Bij besluit van 22 maart 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1519
Datum uitspraak
30 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202202264/1/V3

202202407/1/R1

Bij besluit van 13 juli 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag het Definitief plaatsingsplan aanvullende locaties ondergrondse restafvalcontainers Belgisch Park II (buurt 71), Scheveningen, Den Haag vastgesteld. [verzoeker] woont aan de [locatie 1]. Zijn medeverzoekers zijn woonachtig aan de [locatie 2] en de [locatie 3]. [verzoeker] en anderen richten zich tegen locatie 71-51A ter hoogte van Enkhuizensestraat 13. Naar aanleiding van het ontwerp plaatsingsplan heeft [verzoeker] een zienswijze ingediend. Ten opzichte van dat ontwerp is de locatie niet gewijzigd in het bestreden besluit. De aangewezen locatie 71-51A is bedoeld voor twee ORAC’s en bevindt zich aan de overzijde van de weg ter hoogte van de woningen aan de Enkhuizensestraat 13 en [locatie 1] in Den Haag.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1528
Datum uitspraak
30 mei 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202202407/1/R1

202202719/1/V3

Bij besluit van 14 april 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1522
Datum uitspraak
30 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202202719/1/V3

202202729/1/V3

Bij besluit van 12 april 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1523
Datum uitspraak
30 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202202729/1/V3

202202781/1/V3

Bij besluit van 12 april 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1524
Datum uitspraak
30 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202202781/1/V3

202202801/1/V3

Bij besluit van 11 april 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1525
Datum uitspraak
30 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202202801/1/V3

202202846/1/V3

Bij besluit van 16 maart 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1526
Datum uitspraak
30 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202202846/1/V3

202005921/1/V2

De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. S.J. Koolen, advocaat te Utrecht, heeft tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 29 oktober 2020 in zaak nr. NL20.14163, hoger beroep ingesteld. Bij brief van 19 januari 2022 heeft de vreemdeling het hoger beroep ingetrokken en de Afdeling verzocht de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid te veroordelen in de bij hem opgekomen proceskosten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1507
Datum uitspraak
25 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202005921/1/V2

202105751/1/V3

Bij besluit van 12 augustus 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1444
Datum uitspraak
25 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202105751/1/V3

202106054/1/V3

Bij besluit van 27 augustus 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1452
Datum uitspraak
25 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202106054/1/V3

202106848/1/V3

Bij besluit van 10 oktober 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1454
Datum uitspraak
25 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202106848/1/V3

202200691/1/R2 en 202200691/2/R2

Bij besluit van 29 oktober 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Meierijstad [verzoeker] gelast uiterlijk zes weken na datum van verzending van dat besluit de geconstateerde overtredingen op het perceel [locatie A] te Sint-Oedenrode ongedaan te maken, onder oplegging van een dwangsom. [verzoeker] woont op het perceel [locatie A] te Sint-Oedenrode (hierna ook: het perceel). Het betreft een tussenwoning in een woonwijk, met een tuin. Naar aanleiding van een verzoek om handhaving, ingediend door [partij], wonend aan de [locatie B], heeft een toezichthouder van de gemeente Meierijstad op 15 mei 2020 het perceel bezocht. De toezichthouder heeft geconstateerd dat de tuin vol staat met hokken, dat 13 kippen, een tiental kuikens, 5 hanen en ongeveer 20 duiven aanwezig waren en dat er een geur waarneembaar was.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1465
Datum uitspraak
25 mei 2022
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202200691/1/R2 en 202200691/2/R2

202201338/2/R4

Bij besluit van 14 december 2021 heeft de raad van de gemeente Vijfheerenlanden het bestemmingsplan "1e herziening Hoef en Haag" vastgesteld. Het plan voorziet vooral in woningbouw. Het plangebied ligt tussen de Lekdijk, de A27, de kern Hagestein en de recreatieplas Everstein. Het bedrijf van [verzoeker] ligt in het plangebied aan de Lekdijk. De gronden van dit bedrijf (hierna: het bedrijfsterrein) hebben de bestemming "Bedrijf" met de functieaanduiding "specifieke vorm van bedrijf - aannemersbedrijf grond-, weg-, en waterbouw" gekregen. [verzoeker] kan zich er niet mee verenigen dat woningbouw wordt toegestaan binnen de contour van de milieuzone rondom het bedrijfsterrein (hierna: de milieuzone). [verzoeker] heeft het schorsingsverzoek binnen de beroepstermijn ingediend. Op grond van artikel 8.4 van de Wet ruimtelijke ordening was het gevolg dat de werking van het hele plan van rechtswege was opgeschort totdat op het schorsingsverzoek was beslist.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1471
Datum uitspraak
25 mei 2022
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202201338/2/R4

202201412/1/R1 en 202201412/2/R2

Bij besluit van 6 juli 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Helder aan Zeestad C.V. een omgevingsvergunning verleend voor het transformeren van de gebouwen 66 (rijksmonument) en 72 naar een gemeentehuis, het wijzigen van een rijksmonument (gebouw 66), het (gedeeltelijk) slopen in rijksbeschermd stadsgezicht (gebouw 66 en 72) en het aanleggen van kabels op de percelen Willemsoord 66 en 72. Het college heeft met toepassing van artikelen 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, b, c, f, g en h, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht bij besluit van 6 juli 2021 een omgevingsvergunning verleend waarmee is voorzien in de verbouw van twee gebouwen, een voormalige mastenloods (hierna: Willemsoord 66) en een voormalige zeilmakerij tot het nieuwe gemeentehuis van Den Helder. Beide gebouwen staan in een gebied dat is aangewezen als beschermd stadsgezicht "De Stelling Den Helder".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1473
Datum uitspraak
25 mei 2022
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202201412/1/R1 en 202201412/2/R2

202202463/2/A3

Bij besluit van 18 oktober 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan Jachthaven Schellingwoude een last onder dwangsom opgelegd. Jachthaven Schellingwoude is gelegen in Amsterdam-Noord en is onderdeel van een zogeheten ‘nautisch kwartier’, dat door de gemeente Amsterdam is bestemd voor watersport en recreatie. In dit kader heeft Jachthaven Schellingwoude een omgevingsvergunning gekregen voor onder meer het verhuren van zestig ligplaatsen voor recreatie- en zeilschepen. Jachthaven Schellingwoude heeft vervolgens zeven ligplaatsen verhuurd aan eigenaars van zogeheten ‘houseboats’. Deze objecten zouden technisch gezien kunnen varen, maar fungeren in de praktijk als drijvende hotelkamers: ze blijven liggen in de jachthaven en worden door intermediair Short Stay Manager B.V. namens de eigenaren verhuurd aan toeristen via websites als Airbnb. Daarom heeft het college met betrekking tot zes van deze objecten aan Jachthaven Schellingwoude een last onder dwangsom opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1472
Datum uitspraak
25 mei 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202202463/2/A3

202202534/1/V3 en 202202534/2/V3

Bij besluiten van 28 augustus 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hen een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1508
Datum uitspraak
25 mei 2022
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202202534/1/V3 en 202202534/2/V3

202202773/1/V3

Bij besluit van 27 februari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1509
Datum uitspraak
25 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202202773/1/V3

202203137/2/V2

Bij besluit van 8 juni 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1527
Datum uitspraak
25 mei 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202203137/2/V2

201902326/1/A2

Bij besluit van 28 april 2017 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de kinderopvangtoeslag voor [appellant] over het jaar 2015 op nihil vastgesteld. De dienst heeft hierbij bepaald dat [appellant] € 8.713,00 aan te veel ontvangen voorschotten moet terugbetalen. Bij besluit van 21 november 2015 heeft de Belastingdienst/Toeslagen bepaald dat [appellant] voor 2015 recht heeft op kinderopvangtoeslag ter hoogte van € 8.435,00. Bij het besluit van 28 april 2017 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de kinderopvangtoeslag voor [appellant] over het jaar 2015 definitief vastgesteld op nihil. De dienst heeft de door [appellant] overgelegde gegevens gecontroleerd en hij is vervolgens uitgegaan van nul uren kinderopvang per maand. De Belastingdienst/Toeslagen heeft bepaald dat [appellant] het ontvangen voorschot van € 8.435,00 plus de rente hierover van € 278,00 moet terugbetalen. [appellant] heeft hiertegen bezwaar gemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1503
Datum uitspraak
25 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak201902326/1/A2

201908788/1/A2

Bij besluit van 23 februari 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Berg en Dal aan [overledene] een last onder dwangsom opgelegd. [overledene] was eigenaar van het perceel [locatie] te Ooij. Op dit perceel staat, naast een woning, onder meer een ligusterhaag en een verkeersbord. Naast dit perceel ligt een weg. Deze weg is een noodzakelijke ontsluiting van achterliggend gebied en maakt vanwege de beperkte breedte daarvan onderdeel uit van een eenrichtingscircuit. Het college heeft in het verleden [overledene] herhaaldelijk verzocht de haag zodanig te snoeien dat de doorgang van de weg niet langer wordt belemmerd. Het college van burgemeester en wethouders van (de voormalige gemeente) Ubbergen heeft op 25 februari 2009 en op 14 september 2011 handhavingsbesluiten genomen. Over die besluiten is tot in hoger beroep geprocedeerd. Zie de uitspraken van de Afdeling van 27 april 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BQ2683 en van 14 augustus 2013, ECLI:NL:RVS:2013:709.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1491
Datum uitspraak
25 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak201908788/1/A2

202002889/1/R3 en 202001607/1/R3

Bij besluit van 21 januari 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Alphen aan den Rijn ten behoeve van de vaststelling van het bestemmingsplan "Multifunctionele Accommodatie, Zwammerdam" voor het plangebied een hogere waarde als bedoeld in artikel 83 van de Wet geluidhinder voor de geluidbelasting vanwege de provinciale weg N11 vastgesteld. Bij besluit van 26 maart 2020 heeft de raad van de gemeente Alphen aan den Rijn het bestemmingsplan "Multifunctionele Accommodatie, Zwammerdam" gewijzigd vastgesteld. Het plan voorziet in de bouw van een multifunctionele accommodatie aan de Spoorlaan in Zwammerdam, nabij de bestaande voetbalvelden van Voetbalvereniging Zwammerdam. In de MFA zullen volgens de plantoelichting een dorpshuis, een school, een gymzaal, een kinderopvang en een brandweerkazerne worden gevestigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1501
Datum uitspraak
25 mei 2022
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Geluid
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202002889/1/R3 en 202001607/1/R3

202005422/1/A2

Bij brief van 24 september 2018 is aan El Amal het definitieve rapport gestuurd met de bevindingen van het door de Inspectie van het Onderwijs uitgevoerde kwaliteitsonderzoek op de onder het bevoegd gezag van El Amal ressorterende basisschool Al Islaah in Harderwijk. De inspectie is tot het oordeel gekomen dat de kwaliteit van het onderwijs op basisschool Al Islaah zeer zwak is. In 2008 heeft de inspectie voor het eerst de onderwijskwaliteit op basisschool Al Islaah beoordeeld en deze zeer zwak bevonden vanwege een groot aantal tekortkomingen in de opbrengsten, het onderwijsleerproces en de kwaliteitszorg. Omdat het basisschool Al Islaah in de jaren daarna niet is gelukt om tot voldoende kwaliteitsverbetering te komen, heeft het ministerie in maart 2016 met El Amal een overeenkomst gesloten, waarin afspraken zijn gemaakt gericht op een duurzame kwaliteitsverbetering. In datzelfde jaar nog heeft de inspectie geconcludeerd dat basisschool Al Islaah voldoende eindopbrengsten heeft behaald.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1486
Datum uitspraak
25 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Onderwijs
  • uitspraakin de zaak202005422/1/A2

202005901/1/R4

Bij besluit van 17 december 2019 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant besloten dat OOC een milieueffectrapport moet maken voor de voorgenomen inrichting van OOC Terminal 2 gelegen aan de Merwedestraat 5 te Oss. OOC wil binnen de inrichting van OOC T2, naast de al vergunde of bestaande bedrijfsactiviteiten, nieuwe activiteiten ontplooien. Het gaat om het realiseren van een installatie voor mestbewerking en een aangepaste biomassavergassingsinstallatie. Hiervoor wil zij onder meer een omgevingsvergunning aanvragen. OOC heeft daarom bij het college een notitie "m.e.r.-Aanmeldnotitie OOC T2: Op- en overslag, Biovergassing en Mestbewerking" van Royal Haskoning DHV van 30 november 2018 ingediend. OOC heeft de aanmeldnotitie aangevuld met het addendum "Addendum bij m.e.r.-aanmeldnotitie OOC T2, versie 30 november 2018" van Royal Haskoning DHV van 15 mei 2019.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1494
Datum uitspraak
25 mei 2022
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Milieu - Overige
  • uitspraakin de zaak202005901/1/R4

202006982/1/A2

Bij besluit van 5 november 2020 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat een verzoek van H.I.M. om nadeelcompensatie afgewezen. H.I.M. was ten tijde van belang eigenaar van het bedrijfspand aan de Graafsebaan 55 te Rosmalen. Zij was tevens exploitant van een detailhandelsvestiging van De Harense Smid in het pand. H.I.M. heeft aan haar verzoek om nadeelcompensatie ten grondslag gelegd dat zij schade heeft geleden door het bij besluit van 3 juli 2008 vastgestelde Tracébesluit Omlegging Zuid-Willemsvaart Maas-Den Dungen. Het Tracébesluit voorziet onder meer in het graven van een nieuwe vaarwegverbinding, het bouwen van een brug over de vaarwegverbinding en het verleggen van het tracé van de Graafsebaan over de brug. Volgens H.I.M. is het pand in de nieuwe situatie voor passanten minder goed zichtbaar en heeft dit tot waardevermindering geleid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1477
Datum uitspraak
25 mei 2022
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202006982/1/A2

202100130/1/A2

Bij afzonderlijke besluiten van 19 mei 2020 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat afzonderlijke verzoeken van [appellant] en anderen om schadevergoeding afgewezen. [appellant] en anderen zijn eigenaren van woningen in Rosmalen (hierna: de woningen). Zij hebben de minister afzonderlijk verzocht om vergoeding van schade ten gevolge van het bij besluit van 3 juli 2008 vastgestelde Tracébesluit Omlegging Zuid-Willemsvaart Maas-Den Dungen. Het Tracébesluit voorziet in de verlegging van de Zuid-Willemsvaart ten oosten van ’s-Hertogenbosch over het traject Den Dungen tot de Maas bij Empel. Ten behoeve van de verlegging voorziet het Tracébesluit voorts in de herinrichting van een deel van de spoorverbinding ’s-Hertogenbosch - Nijmegen, door een verhoging van het spoorbed met 2 m over een lengte van ongeveer 100 m en het oprichten van een geluidscherm op het talud met een hoogte van 2 m, ter hoogte van de woningen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1478
Datum uitspraak
25 mei 2022
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202100130/1/A2

202100274/1/A3

Bij besluit van 11 augustus 2020 heeft de burgemeester van Loon op Zand de aanvraag van [appellant] om een vergunning in het kader van de Drank- en Horecawet afgewezen. Op 2 juli 2020 heeft [appellant] een aanvraag gedaan voor een DHW-vergunning voor de exploitatie van zijn [horecabedrijf] in Kaatsheuvel. Bij het besluit van 11 augustus 2020 heeft de burgemeester de aanvraag afgewezen, omdat [appellant] volgens de burgemeester niet aan de eis voldoet dat hij als leidinggevende van een horecabedrijf niet in enig opzicht van slecht levensgedrag is. Daaraan heeft de burgemeester feiten uit justitiële documentatie van [appellant] ten grondslag gelegd. [appellant] is het niet eens met de afwijzing van zijn aanvraag. De afwijzing heeft grote gevolgen voor hem, omdat hij een forse financiële investering heeft gedaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1493
Datum uitspraak
25 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Drank en horeca
  • uitspraakin de zaak202100274/1/A3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202100274/1/A3

202100295/1/R3

Bij besluit van 3 juni 2019 heeft het college het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant een melding van ontgrondingsactiviteiten op grond van de Verordening Ontgrondingen provincie Noord-Brabant 2008 van het Waterschap Aa en Maas geaccepteerd. De door het waterschap gedane melding heeft betrekking op ontgrondingsactiviteiten ter uitvoering van het projectplan "Molenhoek, Middelrode en Seldensate, Dynamisch Beekdal, fase 3 en 4". De Vereniging Het Groene Hart Brabant verzet zich tegen de ontgrondingsactiviteiten die door de acceptatie van de melding zijn toegestaan, omdat deze volgens haar leiden tot een ontoelaatbare aantasting van het beekdal. De Vereniging betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat het college de melding van de ontgrondingsactiviteiten ter uitvoering van het projectplan ten onrechte heeft geaccepteerd. Volgens haar is voor de ontgrondingsactiviteiten een vergunning vereist als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Ontgrondingenwet.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1500
Datum uitspraak
25 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Ontgrondingen
  • Provinciale verordening
  • Waterschapszaken
  • uitspraakin de zaak202100295/1/R3

202100319/1/R3

Bij besluit van 15 juli 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tynaarlo aan Meerschap Paterswolde een omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van een seizoensgebonden (mobiele) kiosk en toiletunit voor de duur van vijf jaar aan de Oude Badweg te Eelderwolde. Op 25 mei 2020 heeft Meerschap Paterswolde een omgevingsvergunning aangevraagd voor het plaatsen van een seizoensgebonden (mobiele) kiosk en toiletunit voor de duur van vijf jaar aan de Oude Badweg te Eelderwolde. Bij het besluit van 15 juli 2020 heeft het college de gevraagde omgevingsvergunning verleend. Scandinavisch Dorp en [appellant] hebben een restaurant aan de Oude Badweg 1 te Eelderwolde. Zij zijn het niet eens met de locatie van de kiosk en de toiletunit en vinden dat het college nadere eisen had moeten stellen op grond van artikel 4.3 van de regels van de beheersverordening Paterswoldsemeer van 19 januari 2016 (hierna: de beheersverordening). Om deze reden hebben zij bezwaar gemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1489
Datum uitspraak
25 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202100319/1/R3

202100437/1/R3

Bij besluit van 20 mei 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag aan [aannemingsbedrijf] een omgevingsvergunning verleend voor het snoeien van één taxusboom die in de binnentuin staat van het perceel Herengracht 17 in Den Haag. [appellant] woont in een appartement op het adres [locatie]. Hij is het niet eens met de snoei van de taxusboom. Tegen het besluit van 5 september 2019 heeft hij beroep ingesteld bij de rechtbank. [appellant] heeft bij de rechtbank naar voren gebracht dat het snoeien leidt tot verlies van privacy, een toename van de geluidbelasting, windoverlast en een verminderde wateropslag/waterbuffer. Verder heeft hij zich bij de rechtbank op het standpunt gesteld dat [aannemingsbedrijf] bij de indiening van de aanvraag om verlening van de omgevingsvergunning met een nulmeting had moeten onderbouwen welke schade de taxus veroorzaakt aan haar pand.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1488
Datum uitspraak
25 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Kapvergunningen
  • uitspraakin de zaak202100437/1/R3

202101203/1/A3

Bij besluit van 29 oktober 2018 heeft de burgemeester van Hengelo de aan [appellant] verleende drank- en horecavergunning voor [bedrijf], gevestigd aan de [locatie] te Hengelo, op grond van artikel 31, eerste lid, onder b, van de Drank- en Horecawet per direct ingetrokken. De burgemeester heeft de aan [appellant] voor [bedrijf] verleende drank- en horecavergunning ingetrokken en besloten dat voor [bedrijf] gedurende vijf jaar een drank- en horecavergunning wordt geweigerd als [appellant] vergunninghouder, eigenaar en enig leidinggevende is. Daaraan is voorafgegaan dat het pand van [bedrijf] bij besluit van de burgemeester van 28 mei 2018 voor 12 maanden is gesloten op grond van artikel 13b van de Opiumwet. De rechtbank heeft geoordeeld dat de burgemeester zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat een nieuwe vergunning voor [bedrijf] met [appellant] als vergunninghouder, eigenaar en enige leidinggevende gedurende een periode van vijf jaar wordt geweigerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1498
Datum uitspraak
25 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Drank en horeca
  • uitspraakin de zaak202101203/1/A3

202101703/1/R1

Bij besluit van 26 januari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Langedijk, thans Dijk en Waard het wijzigingsplan "Perceel achter [locatie 1], Broek op Langedijk" vastgesteld. Het wijzigingsplan voorziet in de mogelijkheid om een vrijstaande woning met tuin te realiseren op het perceel achter de woning aan de [locatie 1] in Broek op Langedijk. Het plangebied ligt in het zuiden van Broek op Langedijk, ongeveer 50 m ten oosten van de Twuyverweg en ten westen van het kanaal Omval - Kolhorn. [partij] is initiatiefnemer van het wijzigingsplan. Het wijzigingsplan is gebaseerd op artikel 30, onder f en j, van de regels van het bestemmingsplan "Broek op Langedijk", vastgesteld door de raad van de gemeente Langedijk op 25 juni 2013. [appellant sub 1] en anderen wonen op de percelen [locatie 2] en [locatie 1], ten noorden van het plangebied. Zij kunnen zich niet verenigen met het plan omdat zij vrezen voor negatieve gevolgen voor hun woon- en leefklimaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1484
Datum uitspraak
25 mei 2022
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202101703/1/R1

202101730/1/R3

Bij besluit van 18 januari 2021 heeft de raad van de gemeente Olst-Wijhe het bestemmingsplan "Olst, Abersonterrein" vastgesteld. Het plangebied is gelegen aan de oostzijde van Olst en wordt begrensd door de Kleistraat aan de zuidoostzijde en de Jan Hooglandstraat aan de zuidwestzijde. Het plangebied heeft een oppervlakte van ongeveer 2,5 ha. Op de zuidwestzijde van het plangebied is de oude Abersonfabriek gelegen en de andere gronden van het plangebied zijn onbebouwde agrarische percelen. [partij] wil de gronden van het plangebied ontwikkelen als woningbouwlocatie. Het bestemmingsplan "Olst, Abersonterrein" kent daarvoor onder meer de bestemmingen "Woongebied", "Groen" en "Verkeer - Verblijf" toe aan de gronden van het plangebied. Het aantal in het plangebied voorziene woningen bedraagt maximaal 66. Uit het beeldkwaliteitsplan volgt dat het plangebied is onderverdeeld in drie deelgebieden, namelijk Wonen aan lint Jan Hooglandstraat (deelgebied 1), Wonen aan de dorpsrand (deelgebied 2) en Wonen op het erf.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1485
Datum uitspraak
25 mei 2022
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202101730/1/R3

202102112/1/R1

Bij besluit van 11 februari 2020 heeft het dagelijks bestuur van het Waterschap De Dommel de partiële herziening van de legger oppervlaktelichamen 2018 vastgesteld. Het dagelijks bestuur heeft bij besluit van 22 januari 2019 het Besluit legger oppervlaktewaterlichamen 2018 vastgesteld. Hierin zijn de beschermingszones die het waterschap nodig heeft voor het beheer en onderhoud van de A-wateren aan weerszijden van deze wateren bepaald op een standaardbreedte van 5 meter vanuit de dichtstbijzijnde insteek. Vervolgens heeft het dagelijks bestuur op 17 september 2019 de Richtlijn beschermingszones op maat vastgesteld. Deze richtlijn is opgesteld als beleidskader voor de omvorming van generieke naar maatwerk beschermingszones. De aanpassing van de beschermingszones heeft tot doel om geen (onnodige) beperkingen op te leggen aan aangelanden en daarmee de regeldruk te verminderen. Ter uitvoering van deze richtlijn heeft het dagelijks bestuur het besluit van 11 februari 2020 genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1475
Datum uitspraak
25 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Oppervlaktewateren
  • Waterschapszaken
  • uitspraakin de zaak202102112/1/R1

202102460/1/A2

Bij besluiten van 13 juni 2018 heeft de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aan Stichting Vestia voorlopige investeringsverklaringen afgegeven voor de objecten [locatie 1] en [locatie 2] te Rotterdam. [appellant A] en [appellant B] zijn de bewoners van de huurwoningen aan de [locatie 1] en [locatie 2] te Rotterdam. Zij denken dat de aan woningcorporatie Stichting Vestia afgegeven voorlopige investeringsverklaringen tot de sloop van hun woningen zouden kunnen leiden. [appellant A] en [appellant B] willen niet dat hun woningen worden gesloopt, omdat zij hier graag willen blijven wonen. Op 1 januari 2014 is de Wet maatregelen woningmarkt 2014 II in werking getreden. Op grond van de Wmw wordt jaarlijks van verhuurders van meer dan tien huurwoningen een verhuurderheffing geheven. Verhuurders kunnen een vermindering van de verhuurderheffing krijgen ter stimulering van een aantal investeringen in maatschappelijk urgente opgaven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1497
Datum uitspraak
25 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202102460/1/A2

202102915/1/R1

Bij besluit van 11 maart 2021 heeft de raad van de gemeente Middelburg het bestemmingsplan "Uitbreiding St. Laurens, fase 1" vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in de eerste fase van de uitbreiding de woningbouwlocatie "Sint Laurens". Het plan voorziet in de bouw van 56 woningen. Het plan bevat een ruim opgezette wijk met een meanderende groen- en waterstructuur. [appellant sub 1] en anderen wonen aan de Noordweg, de Van Bourgondiëlaan, de Meylaan en de Van Serooskerkelaan in Sint Laurens, in de nabijheid van het plangebied. [appellant sub 2] woont op het perceel [locatie 1. [appellant sub 1] en anderen en [appellant sub 2] kunnen zich niet verenigen met het plan en stellen onder meer dat er geen behoefte bestaat aan de met het plan voorziene woningbouw. [appellant sub 1] en anderen en [appellant sub 2] betogen dat de Crisis- en herstelwet ten onrechte van toepassing is verklaard op het bestemmingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1483
Datum uitspraak
25 mei 2022
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zeeland
  • uitspraakin de zaak202102915/1/R1

202103813/1/R4

Bij besluit van 24 september 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn Parc de Parelhoeve B.V. onder oplegging van een dwangsom van € 150.000,00 ineens, gelast om het plaatsen van chalets op het perceel Zwolseweg 540 te Wenum-Wiessel, onmiddellijk stop te zetten. Op het perceel geldt het bestemmingsplan "Wenum Wiesel en buitengebied" en rusten de enkelbestemming "Recreatie - Verblijfsrecreatie" en de dubbelbestemming "Waarde - Archeologie middelhoog" en de gebiedsaanduidingen "cultuurhistorisch gebied" en "reconstructiewetzone - verwevingsgebied". Parc de Parelhoeve B.V. is eigenaar van het perceel. Parc de Parelhoeve B.V. heeft onder andere als doel "het (doen) exploiteren van een recreatiebedrijf, alsmede het uitoefenen van beheer- en bemiddelingsactiviteiten op het gebied van een recreatiebedrijf". Hiertoe wil Parc de Parelhoeve B.V. chalets op het perceel plaatsen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1480
Datum uitspraak
25 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202103813/1/R4

202103941/1/R4

Bij besluit van 29 april 2021 heeft de raad van de gemeente Doetinchem het bestemmingsplan "Winkelcentrum De Bongerd - 2020" vastgesteld. Het plan voorziet in de herinrichting van het winkelcentrum De Bongerd in Doetinchem, met onder meer een nieuwbouwgedeelte, bestaande uit een supermarkt, parkeerkelder en sporthal met ruimte voor wijkvoorzieningen. De ontwikkelaar is Becedo. [appellanten] wonen aan de [locatie 1] en [locatie 2], in de directe omgeving van het plangebied. Een deel van de ter plaatse aanwezige sporthal met de daarin aanwezige voorzieningen en peuteropvang worden gefaseerd gesloopt. De vervangende nieuwbouw zal bestaan uit drie bouwlagen, met de supermarkt op de begane grond, de wijkvoorzieningen op de tussenlaag en de eerste verdieping en de sporthal met kleedkamers op de eerste verdieping. Onder de nieuwbouw en een deel van het aansluitende terrein is de parkeerkelder voorzien, waar gefaseerd in totaal 179 parkeerplaatsen worden gerealiseerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1487
Datum uitspraak
25 mei 2022
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202103941/1/R4

202104074/1/R1

Bij besluit van 15 juni 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Stichtse Vecht onder meer de locatie met het nummer RE404, op de hoek van de Columbuslaan en de Abel Tasmanlaan te Maarssen, aangewezen voor de plaatsing van een ondergrondse restafvalcontainer. [appellant sub 1] woont op het adres [locatie 1]. [appellant sub 1] heeft mede namens [appellant sub 1A] en [appellant sub 1B] beroep ingesteld. [appellant sub 1A] woont op het adres [locatie 2], [appellant sub 1B] woont op het adres [locatie 3]. [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B] wonen op het adres [locatie 4]. De orac is al geplaatst, op de hoek van de Columbuslaan en de Abel Tasmanlaan, nabij [locatie 4], tegenover [locatie 2], en schuin tegenover [locatie 1] en [locatie 3]. [appellant sub 1] en anderen en [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B] kunnen zich niet met het besluit verenigen omdat zij vrezen dat de aanwezigheid van de orac tot aantasting van hun woon- en leefklimaat leidt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1502
Datum uitspraak
25 mei 2022
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202104074/1/R1

202104354/1/A2

Bij besluit van 5 april 2018 heeft de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de verzoeken van de Woningstichting en [partij] om de stichting in een hogere bezoldigingsklasse in te delen, dan wel de stichting toe te staan met [partij] afspraken te maken over een hogere bezoldiging dan het toepasselijke bedrag, afgewezen. [partij] is sinds 2006 werkzaam als directeur-bestuurder bij de Woningstichting. Op 1 januari 2013 is de Wet normering topinkomens in werking getreden, waarmee de bezoldiging van topfunctionarissen die werkzaam zijn in de (semi)publieke sector, zoals [partij], is gemaximeerd. Ook is bepaald dat voor onder meer instellingen als bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de Woningwet, zoals de Woningstichting, een bezoldigingsklasseindeling mag worden gemaakt. Met de invoering van de Regeling normering topinkomens toegelaten instellingen volkshuisvesting zijn de toegelaten instellingen volkshuisvesting vanaf 1 januari 2014 ingedeeld in een bezoldigingsklasse.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1496
Datum uitspraak
25 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202104354/1/A2

202105075/1/R4

Bij besluit van 29 april 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Medemblik het verzoek om handhaving van [partij] met betrekking tot de door de vof gedreven manege op het perceel [locatie 1] in Nibbixwoud afgewezen. Op 25 oktober 1994 is een milieuvergunning verleend voor het oprichten van een manege op het perceel. De vof heeft in 2016 de exploitatie van de manege overgenomen. Op het perceel wordt ten behoeve van de manege een aantal paarden en pony’s gehouden. Daarvoor zijn op het perceel onder meer twee paddocks aanwezig. Een paddock is een omheinde buitenruimte waar paarden los kunnen lopen. [partij] woont aan de [locatie 2] in Nibbixwoud, direct naast het perceel. Hij ondervindt geurhinder van de paarden en pony’s, doordat zij regelmatig in de paddocks staan. [partij] heeft daarom op 9 januari 2019 een verzoek om handhaving ingediend. Het college heeft naar aanleiding van dat verzoek verschillende controles uitgevoerd op het perceel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1495
Datum uitspraak
25 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202105075/1/R4

202105299/1/R3

Bij besluit van 30 juni 2021 heeft de raad van de gemeente Gouda het bestemmingsplan "Ridder van Catsweg 683, Gouda" vastgesteld. Het plangebied bevindt zich in Gouda en wordt begrensd door de Ridder van Catsweg aan de noord- en oostzijde en het Catsveld aan de zuidzijde. Op de gronden van het plangebied waren een autobedrijf met een showroom, een autowerkplaats, een wasstraat en een tankstation gevestigd. Vastbouw wil de gronden van het plangebied ontwikkelen als woningbouwlocatie. Het bestemmingsplan "Ridder van Catsweg 683, Gouda" kent daarvoor onder meer de bestemmingen "Wonen", "Groen", "Tuin" en "Verkeer - Verblijf" toe aan de gronden van het plangebied. Het aantal in het plangebied voorziene woningen bedraagt maximaal 172. Deze woningen zullen volgens paragraaf 3.1 van de plantoelichting in drie woongebouwen worden gerealiseerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1504
Datum uitspraak
25 mei 2022
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202105299/1/R3

202105562/1/R1

Bij besluit van 15 juni 2021 heeft het dagelijks bestuur van stadsdeel Oost van Amsterdam besloten tot opheffing, wijziging en aanwijzing van afvalinzamellocaties in de wijk Oostpoort in Amsterdam, waaronder de wijziging van locatie 1093JZ-18 en de opheffing van locatie 1093KH-1. [appellant A] woont aan de [locatie 1], [appellant C] woont aan de [locatie 2] en [appellant B] woont aan de [locatie 3] in Amsterdam. Op locatie 1093JZ-18, ter hoogte van Ter Gouwstraat 18, wordt een ondergrondse afvalcontainer voor restafval gewijzigd in een ondergrondse container voor oud papier en karton en een bovengrondse container voor groente- en fruitafval. Op locatie 1093KH-1, ter hoogte van Nicolaas De Roeverstraat 1, wordt een ondergrondse afvalcontainer voor restafval opgeheven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1482
Datum uitspraak
25 mei 2022
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202105562/1/R1

202105723/1/R1

Bij besluit van 22 juni 2021 heeft het dagelijks bestuur van stadsdeel Nieuw-West van Amsterdam besloten tot opheffing, wijziging en aanwijzing van afvalinzamellocaties in Slotermeer noordoost en Slotermeer zuid in Amsterdam, waaronder de aanwijzing van locatie 76a-65. [appellant] woont aan de [locatie] in Amsterdam. In het bestreden besluit is locatie 76a-65, aan de Harry Koningsbergerstraat ter hoogte van [locatie], aangewezen als locatie voor twee ondergrondse containers voor restafval en een ondergrondse container voor papierafval. [appellant] betoogt dat het besluit niet deugdelijk is gemotiveerd, omdat daarin de door hem ingediende zienswijze over het ontwerpbesluit niet is betrokken. Ook is in de reactie niet geconcretiseerd welke richtlijnen uit het gemeentelijk beleid worden overtreden als voor de door hem voorgestelde locatie zou worden gekozen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1481
Datum uitspraak
25 mei 2022
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202105723/1/R1

202106145/1/A2

Bij besluit van 9 september 2020 heeft de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat de aanvraag van [appellant] om subsidie op grond van de Subsidieregeling elektrische personenauto’s particulieren (hierna: SEPP) afgewezen. Op 4 juni 2020 is de SEPP in de Staatscourant gepubliceerd (Stcrt. 2020, 28162). Met ingang van 1 juli 2020 is deze subsidieregeling in werking getreden. De regeling heeft tot doel om de aanschaf en lease van volledig elektrische personenauto’s in de kleinere en compacte middenklasse door particulieren te stimuleren teneinde de uitstoot van CO2 te verminderen. [appellant] heeft op 7 juli 2020 een subsidiebedrag van € 4.000,00 aangevraagd voor de private lease van een nieuwe elektrische personenauto, type Volkswagen e-Golf. Bij de aanvraag is een leaseovereenkomst met Volkswagen Pon Financial Services B.V., gedateerd 8 juni 2020, overgelegd die op 10 juni 2020 door [appellant] is ondertekend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1474
Datum uitspraak
25 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202106145/1/A2

202106268/1/A2

Bij besluit van 27 februari 2020 heeft Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven een aanvraag van [appellant] om een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven afgewezen. De commissie kent uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven onder meer uitkeringen toe aan een ieder die door een in Nederland gepleegd geweldsmisdrijf ernstig lichamelijk of geestelijk letsel heeft opgelopen. [appellant] heeft in zijn aanvraag om een uitkering uit het Schadefonds vermeld dat hij op 14 augustus 2019 het slachtoffer is geworden van een tegen hem gepleegd geweldsmisdrijf. Hij heeft hiervan op 15 augustus 2019 aangifte gedaan bij de politie. Volgens het proces-verbaal van die aangifte heeft [appellant] bij de politie het volgende verklaard. [appellant] zat de avond van 14 augustus 2019 bij een vriend televisie zat te kijken. Om ongeveer 21.00 uur kwamen vijf mannen de kamer binnen en begonnen hem in het gezicht te slaan. Een van die vijf mannen was een huisgenoot van de vriend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1490
Datum uitspraak
25 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202106268/1/A2

202107143/1/R4

Bij besluit van 29 september 2021 heeft de raad van de gemeente Arnhem het exploitatieplan "Schuytgraaf 2011, 12e herziening" vastgesteld. Bij besluit van 5 juli 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "Schuytgraaf 2011" en het gelijknamige exploitatieplan vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de realisatie mogelijk van de woonwijk Schuytgraaf, in het zuidwestelijke deel van Arnhem. Het bestemmingsplan en het exploitatieplan zijn nadien meermalen gewijzigd/herzien. Bij besluit van 29 september 2021 heeft de raad het bestemmingsplan "Chw Schuytgraaf, veegplan 2017, herziening velden 3 noord en 23" en de nu voorliggende 12e herziening van het exploitatieplan vastgesteld. Het genoemde bestemmingsplan heeft betrekking op het zogenoemde "veld 3 noord" in het noorden van Schuytgraaf en "veld 23" in het zuiden. Een overzichtskaart waarop de "veldindeling" van Schuytgraaf is weergegeven, is opgenomen in de bijlage bij deze uitspraak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1476
Datum uitspraak
25 mei 2022
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202107143/1/R4

202108018/1/R1

Bij besluit van 9 april 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Moerdijk onder meer een locatie nabij [locatie 1] te Zevenbergen aangewezen als locatie voor een ondergrondse restafvalcontainer. [appellant A] woont aan de [locatie 2]. [appellant B] woont aan de [locatie 1]. De orac is inmiddels geplaatst en staat op ongeveer 15 meter van de woning van [appellant B] en op ongeveer 10 meter van de achtertuin van [appellant A]. Bij het bepalen van de locatie voor de orac heeft het college de op 5 september 2017 door het college vastgestelde criteria voor locatiekeuze voor ondergrondse containers gehanteerd. [appellant B] en [appellant A] betogen dat de aangewezen locatie voor de orac niet geschikt is vanwege de korte afstand tot hun percelen. De orac staat aan de achterzijde van de tuin van [appellant A]. Er bestaat volgens hen geen andere situatie in de gemeente waar een orac tegen een achtertuin is geplaatst. [appellant B] en [appellant A] ervaren stankoverlast en geluidhinder van de orac.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1479
Datum uitspraak
25 mei 2022
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202108018/1/R1

202200574/1/R2

[appellant] heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de raad van de gemeente Sittard-Geleen omtrent een herziening van een bestemmingsplan. [appellant] stelt dat hij bij brief van 28 juni 2021 een aanvraag heeft ingediend bij de raad voor een herziening van de planregels van het bestemmingsplan "Handelsterrein Bergerweg". In de aanvraag wordt verzocht om de planregels ten aanzien van branchering van detailhandel zoals genoemd in artikel 7.1, onder a en b, van het plan zo te wijzigen dat de (limitatieve) opsomming van de toegestane branches vervalt en detailhandel zonder beperkingen is toegestaan. [appellant] stelt zich op het standpunt dat de raad ten onrechte niet tijdig een besluit heeft genomen op de aanvraag, ook niet na de ingebrekestelling wegens niet tijdig beslissen op 3 januari 2022.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1499
Datum uitspraak
25 mei 2022
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202200574/1/R2

202201393/1/R4

Windpark Goyerbrug B.V. heeft op 3 maart 2022 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het college van burgemeester en wethouders van Houten op de aanvraag om verlening van een omgevingsvergunning van 12 januari 2019. Het windpark heeft op 12 januari 2019 een aanvraag om verlening van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, c en i, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht ingediend voor een windpark met vier windturbines in een lijnopstelling ten zuiden van het Amsterdam-Rijnkanaal ter hoogte van de Goyerbrug in Houten. De omgevingsvergunning was door het college verleend bij besluit van 15 oktober 2019. De Afdeling heeft bij uitspraak van 28 juli 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1679, het besluit van het college van 15 oktober 2019 echter vernietigd. Het college moest daarom opnieuw een besluit nemen op de aanvraag om verlening van een omgevingsvergunning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1492
Datum uitspraak
25 mei 2022
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202201393/1/R4

202006961/1/V1

Bij besluit van 2 mei 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1466
Datum uitspraak
24 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202006961/1/V1

202107876/1/V2

Bij besluit van 9 november 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1467
Datum uitspraak
24 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202107876/1/V2

202202404/1/V3

Bij besluit van 30 maart 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1468
Datum uitspraak
24 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202202404/1/V3

202202747/1/V3

Bij besluit van 22 februari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1469
Datum uitspraak
24 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202202747/1/V3

202203077/2/V3

Bij besluit van 29 januari 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1505
Datum uitspraak
24 mei 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202203077/2/V3

202203116/2/V3

Bij besluit van 23 juli 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1506
Datum uitspraak
24 mei 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202203116/2/V3

202103376/1/V1

Bij besluit van 18 maart 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunningen regulier voor bepaalde tijd ingetrokken en tegen hem een inreisverbod uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1458
Datum uitspraak
23 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202103376/1/V1

202104581/1/V1

Bij besluit van 11 mei 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen, geweigerd de vreemdeling ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen en geweigerd krachtens artikel 64 van de Vw 2000 ambtshalve te bepalen dat uitzetting van de vreemdeling achterwege blijft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1460
Datum uitspraak
23 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202104581/1/V1

202106234/1/V3

Bij besluit van 28 oktober 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om wijziging van de beperking van een aan hem verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1461
Datum uitspraak
23 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202106234/1/V3

202107853/1/V3

Bij besluit van 24 november 2021 heeft de staatssecretaris de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1462
Datum uitspraak
23 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202107853/1/V3

202201611/1/V2

Bij besluit van 17 juni 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1463
Datum uitspraak
23 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202201611/1/V2

202202183/1/V3

Bij besluit van 15 maart 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1464
Datum uitspraak
23 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202202183/1/V3

202202651/2/V2

Bij besluit van 8 februari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1459
Datum uitspraak
23 mei 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202202651/2/V2

202202698/1/V3

Bij brief van 4 mei 2022 heeft verzoeker de Afdeling verzocht om herziening van de uitspraak van 31 maart 2022, in zaak nr. 202201260/1/V3.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1456
Datum uitspraak
23 mei 2022
  • Herziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202202698/1/V3

202203011/2/V2

Bij besluit van 1 april 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1470
Datum uitspraak
23 mei 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202203011/2/V2

202201662/2/V2

Bij besluit van 15 december 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingetrokken en een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1457
Datum uitspraak
20 mei 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202201662/2/V2

202201982/1/V3 en 202201982/2/V3

Bij besluit van 3 februari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1453
Datum uitspraak
20 mei 2022
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202201982/1/V3 en 202201982/2/V3

202202648/2/V3

Bij besluit van 21 december 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1446
Datum uitspraak
20 mei 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202202648/2/V3

202202652/3/V3

Bij besluit van 9 oktober 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdelingen om hun een machtiging tot voorlopig verblijf (hierna: mvv) te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1451
Datum uitspraak
20 mei 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202202652/3/V3

202107141/1/A2

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 12 november 2021 van de rechtbank Zeeland­-West­Brabant waarbij het beroep tegen het in bezwaar gehandhaafde besluit van 24 oktober 2020 ongegrond is verklaard. Bij dat besluit heeft het college van burgemeester en wethouders van Breda de auto van [appellante] weg laten slepen en in bewaring laten stellen en de kosten daarvan op [appellante] verhaald.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1568
Datum uitspraak
20 mei 2022
  • Mondelinge uitspraak
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202107141/1/A2

202202754/2/V2

Bij besluiten van 30 december 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1448
Datum uitspraak
19 mei 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202202754/2/V2

202202764/1/V1

Op 8 september 2021 heeft de Dienst Terugkeer en Vertrek de identiteitskaart van de vreemdeling tijdelijk in bewaring genomen. Op 14 oktober 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van de vreemdeling om teruggave van zijn identiteitskaart afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1447
Datum uitspraak
19 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202202764/1/V1

202202895/2/V3

Bij besluiten van 23 april 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1449
Datum uitspraak
19 mei 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202202895/2/V3

202000581/2/V3

Bij besluit van 5 oktober 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd ingetrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1445
Datum uitspraak
18 mei 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202000581/2/V3

202105389/2/V2

Bij besluit van 20 mei 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1416
Datum uitspraak
18 mei 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202105389/2/V2
vorige pagina1...198199200...1.241volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon