Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 126.773
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

BRS.26.003095

Bij besluit van 6 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3849
Datum uitspraak
6 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003095

BRS.26.003234

Bij besluit van 18 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3874
Datum uitspraak
6 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003234

BRS.26.003236

Bij besluit van 13 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoekers om hen een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3862
Datum uitspraak
6 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003236

BRS.26.003242

Bij besluit van 12 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3846
Datum uitspraak
6 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003242

BRS.26.003285

Bij besluit van 23 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3872
Datum uitspraak
6 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003285

BRS.26.003367

Bij brief van 26 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie verzoeker in kennis gesteld van zijn besluit om de overdrachtstermijn met twaalf maanden te verlengen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3904
Datum uitspraak
6 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003367

202501731/1/R2

Bij besluit van 10 januari 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Oss de aanvraag van [appellante] voor een omgevingsvergunning voor het restaureren en renoveren van een historische boerderij ten behoeve van wonen op de [locatie] in Herpen, geweigerd. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat de aangevraagde activiteit in strijd is met het bestemmingsplan "Buitengebied Oss 2020". In artikel 3.1.1, onder a, van de planregels staat dat de gronden met de bestemming "Agrarisch met waarden - Landschap" zijn bestemd voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf, daaronder begrepen hobbymatig agrarisch grondgebruik. Anders dan [appellante] onder verwijzing naar de letterlijke uitleg van de planregel betoogt, acht de Afdeling de zinsnede "daaronder begrepen" onvoldoende duidelijk om te kunnen beoordelen of daarmee ook uitsluitend hobbymatig agrarisch grondgebruik is toegestaan zonder de uitoefening van een agrarisch bedrijf. Daartoe acht de Afdeling relevant dat deze twee activiteiten samen onder a zijn gezet in plaats van twee losstaande activiteiten in twee aparte leden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3939
Datum uitspraak
6 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202501731/1/R2

202307151/3/V1

Bij besluit van 10 maart 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om afgifte van een verblijfsdocument EU/EER als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3875
Datum uitspraak
3 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202307151/3/V1

202600072/2/R3 en 202600072/3/R3 en 202600097/2/R3 en 202600097/3/R3

Bij mondelinge tussenuitspraak van 12 februari 2026 heeft de voorzieningenrechter de raad van de gemeente Emmen opgedragen om binnen acht weken na de verzending van het proces-verbaal van de mondelinge uitspraak het gebrek in het besluit van 30 oktober 2025, waarbij het Facetbestemmingsplan "Geluidverdeelplan Bedrijventerrein Emmen, Bargermeer" is vastgesteld, te herstellen. Bij besluit van 23 april 2026 heeft de raad het bestemmingsplan Facetbestemmingsplan "Geluidverdeelplan Bedrijventerrein Emmen, Bargermeer" opnieuw en gewijzigd vastgesteld. Drenth Group en LDJ zijn bedrijven met percelen in het plangebied van het Facetbestemmingsplan "Geluidverdeelplan Bedrijventerrein Emmen, Bargermeer". Zij hebben tegen de vaststelling van beide plannen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Zij vrezen dat de vaststelling van beide plannen zal leiden tot nadelige gevolgen voor hun bedrijfsvoering.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3867
Datum uitspraak
3 juli 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • RO - Drenthe
  • uitspraakin de zaak202600072/2/R3 en 202600072/3/R3 en 202600097/2/R3 en 202600097/3/R3

202601415/2/R4

In het besluit van 27 oktober 2022 heeft het college van gedeputeerde staten van Overijssel het verzoek van [wederpartijen sub 1] om handhavend op te treden tegen de geuroverlast die zij ondervinden van de vergistingsinstallatie van GGG aan de Kooimaten 3 in Goor afgewezen. De bedrijfsvoering van GGG bestaat uit het vergisten van dierlijke mest en het produceren van groene stroom en warmte. Door het vergisten van dierlijke mest ontstaat biogas, dat na opwaardering naar aardgaskwaliteit kan worden ingevoerd op het aardgasnetwerk. Aan GGG is in 2011 een oprichtingsvergunning op grond van de Wet milieubeheer verleend en in 2017 een veranderingsvergunning op grond van de Wabo. Aan deze omgevingsvergunningen zijn voorschriften verbonden. De inrichting van GGG is sinds 2017 in werking. Het echtpaar woont op ongeveer 200 meter afstand en zij ervaren al jarenlang geuroverlast, wat de afgelopen jaren tot meerdere juridische procedures heeft geleid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3865
Datum uitspraak
3 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202601415/2/R4

BRS.25.001301

Bij besluit van 15 juni 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de echtgenote van appellant een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3831
Datum uitspraak
3 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001301

BRS.25.002506

Bij besluit van 12 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3833
Datum uitspraak
3 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002506

BRS.26.000157

Bij besluit van 12 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3839
Datum uitspraak
3 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000157

BRS.26.002450

Bij uitspraak van 11 mei 2026 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3832
Datum uitspraak
3 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002450

BRS.26.002590

Bij besluit van 27 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3845
Datum uitspraak
3 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002590

BRS.26.002626

Bij besluit van 20 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3840
Datum uitspraak
3 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002626

BRS.26.003043

Bij besluit van 14 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om verlenging van de geldigheidsduur van de aan hem verleende gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3793
Datum uitspraak
3 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003043

BRS.26.003104

Bij besluit van 12 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3834
Datum uitspraak
3 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003104

BRS.26.003109

Bij besluit van 6 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3835
Datum uitspraak
3 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003109

BRS.26.003293

Bij besluit van 19 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3879
Datum uitspraak
3 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003293

202405987/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3873
Datum uitspraak
2 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405987/1/V1

202601309/2/R4

Bij besluit van 30 mei 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zandvoort de omgevingsvergunning van het Circuitpark Zandvoort geactualiseerd. Bij uitspraak van 24 maart 2026 heeft de rechtbank, voor zover hier van belang, het beroep van de Vereniging Minder Herrie Circuit niet-ontvankelijk verklaard, de overige beroepen gegrond verklaard en het besluit van 30 mei 2024 vernietigd. Exploitatie Circuit Park Zandvoort B.V. exploiteert sinds 1948 het racecircuit in Zandvoort. De exploitatie bestaat uit het jaarrond gebruiken van het circuit met auto's en andere voertuigen voor wedstrijden, trainingen, scholing, demonstraties, recreatie en films- en televisieproducties. Ook vinden grootschalige publieksevenementen plaats zoals de Dutch Grand Prix. Op 12 september 1997 hebben gedeputeerde staten een revisievergunning op grond van (het toenmalige) artikel 8.4 van de Wet milieubeheer (Wm) verleend. In die vergunning zijn onder meer geluidsemissiegrenswaarden voor de inrichting van het circuit in Zandvoort neergelegd. De revisievergunning hebben gedeputeerde staten en het college daarna verschillende malen gewijzigd. Deze revisievergunning is inmiddels een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3871
Datum uitspraak
2 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • Milieu - Overige
  • uitspraakin de zaak202601309/2/R4

BRS.26.001809

Bij besluit van 12 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3781
Datum uitspraak
2 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001809

BRS.26.002149

Bij besluit van 21 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid appellant opgedragen de Europese Unie binnen vier weken na 4 maart 2024 te verlaten (terugkeerbesluit), omdat zijn recht op tijdelijke bescherming als bedoeld in de Richtlijn tijdelijke bescherming na die datum eindigt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3757
Datum uitspraak
2 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002149

BRS.26.002154

Bij besluit van 21 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid appellant opgedragen de Europese Unie binnen vier weken na 4 maart 2024 te verlaten (terugkeerbesluit), omdat zijn recht op tijdelijke bescherming als bedoeld in de Richtlijn tijdelijke bescherming na die datum eindigt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3756
Datum uitspraak
2 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002154

BRS.26.002159

Bij besluit van 7 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid appellant opgedragen de Europese Unie binnen vier weken na 4 maart 2024 te verlaten (terugkeerbesluit), omdat haar recht op tijdelijke bescherming als bedoeld in de Richtlijn tijdelijke bescherming na die datum eindigt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3758
Datum uitspraak
2 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002159

BRS.26.002493 en BRS.26.002656

Bij besluit van 8 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3788
Datum uitspraak
2 juli 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002493 en BRS.26.002656

BRS.26.002538

Bij besluit van 9 april 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3714
Datum uitspraak
2 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002538

BRS.26.002769

Bij besluit van 20 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3783
Datum uitspraak
2 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002769

BRS.26.002771

Bij besluit van 10 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3784
Datum uitspraak
2 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002771

BRS.26.002812 en BRS.26.002813

Bij besluit van 4 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid geweigerd om ambtshalve artikel 64 van de Vw 2000 toe te passen. Ook heeft de staatssecretaris een terugkeerbesluit genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3785
Datum uitspraak
2 juli 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002812 en BRS.26.002813

BRS.26.002820

Bij besluit van 30 juni 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3779
Datum uitspraak
2 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002820

BRS.26.002946

Bij besluit van 11 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3786
Datum uitspraak
2 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002946

BRS.26.003065

Bij besluit van 31 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3777
Datum uitspraak
2 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003065

BRS.26.003272

Bij besluit van 15 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om verlenging van de geldigheidsduur van een aan haar verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3860
Datum uitspraak
2 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003272

202306789/1/V2

Bij besluit van 7 december 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3791
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202306789/1/V2

202404090/1/V1

Verzoeker heeft het hoger beroep ingetrokken en de Afdeling verzocht om de minister van Asiel en Migratie te veroordelen in de bij hem opgekomen proceskosten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3790
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202404090/1/V1

202601936/2/A3

Bij besluit van 16 juni 2025 heeft de burgemeester van Enscheder de vergunning van [verzoeker] op grond van de Drank- en Horecaverordening van de gemeente Enschede voor [coffeeshop], gevestigd aan de [locatie] te Enschede, ingetrokken. [verzoeker] betoogt dat hij spoedeisend belang heeft bij het treffen van een voorlopige voorziening omdat door de uitspraak van de rechtbank van 23 juni 2026 de exploitatie van de coffeeshop in gevaar komt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3772
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Drank en horeca
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202601936/2/A3

BRS.26.001625

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3742
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001625

BRS.26.001818

Bij besluit van 6 augustus 2021 heeft het COA de hoogte van de eigen bijdrage van appellant in de kosten van de opvang vastgesteld op € 5.803,33.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3762
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001818

BRS.26.002032

Bij besluit van 9 juni 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3767
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002032

BRS.26.002057

Bij besluit van 27 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3738
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002057

BRS.26.002233

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3744
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002233

BRS.26.002718

Bij besluit van 17 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3739
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002718

BRS.26.002748

Bij besluit van 15 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om betrokkenen een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3760
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002748

BRS.26.002880

Bij besluit van 3 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3768
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002880

BRS.26.002904

Bij besluit van 10 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3755
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002904

BRS.26.002911

Bij besluit van 3 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3761
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002911

BRS.26.002928

Bij besluit van 25 augustus 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid besloten om een aanvraag om betrokkenen een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, niet te behandelen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3749
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002928

BRS.26.003000

Bij besluit van 4 juni 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3770
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003000

BRS.26.003051

Bij besluit van 28 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en hem opgedragen de Europese Unie binnen vier weken te verlaten (terugkeerbesluit).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3771
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003051

BRS.26.003208

Bij besluit van 2 april 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3837
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003208

202204729/1/R2 en 202204784/1/R2

Bij besluit van 23 mei 2022 heeft het college van gedeputeerde staten van Limburg een besluit tot vaststelling van hogere grenswaarden als bedoeld in de Wet geluidhinder (Wgh) genomen. Tegen dit besluit hebben [appellant sub 2] en [appellant sub 7] beroep ingesteld. Het PIP maakt de reconstructie van de provinciale weg N280 tussen Weert en Roermond mogelijk. Het PIP gaat over het gedeelte van de N280 dat ligt tussen de A2 en de N273. Provinciale staten willen de verkeerssituatie op de N280 verbeteren. In het PIP worden daartoe diverse ontwikkelingen mogelijk gemaakt, zoals de herinrichting van de bestaande N280 door die uit te voeren met 2x1 gescheiden rijstroken, de aanleg van een parallelstructuur en de aanleg van een vrijliggend fietspad langs de N280. Ook voorziet het PIP in de bouw van een nieuwe brug over het kanaal Wessem-Nederweert, twee turborotondes en drie viaducten voor ongelijkvloerse kruisingen. Verder wordt een deel van het tracé van de N280 omgelegd, zodat deze niet meer door, maar ten zuiden van de dorpskern van Baexem gaat. Vóór de vaststelling van het PIP zijn onder andere voor dit deel van het tracé verschillende alternatieven en varianten onderzocht. Provinciale staten hebben gekozen voor een tracé dat zo dicht mogelijk tegen de dorpskern van Baexem aan is gelegen. Om het PIP mogelijk te maken, heeft het college voor meerdere woningen hogere grenswaarden vastgesteld voor wegverkeer.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3814
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Inpassingsplan
  • RO - Geluid
  • uitspraakin de zaak202204729/1/R2 en 202204784/1/R2

202301475/1/R3

Bij besluit van 19 januari 2023 heeft de raad van de gemeente Zoeterwoude het bestemmingsplan "[locatie 1] en [locatie 2]" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de herbestemming en herontwikkeling van een voormalig agrarisch perceel aan de [locatie 1] en [locatie 2] in Zoeterwoude mogelijk. Het plan is opgesteld op basis van de mogelijkheden die het besluit Crisis- en herstelwet (Bu Chw) biedt en is een zogenoemd bestemmingsplan met verbrede reikwijdte. De in het plan voorziene herontwikkeling bestaat uit verschillende ontwikkelingen. Hierover staat in de plantoelichting dat het initiatief inhoudt dat op perceel [locatie 2] de monumentale boerderijwoning wordt gesplitst in twee wooneenheden en dat het voormalige zomerhuis zijn oude functie als zomerhuis weer terugkrijgt. Het zomerhuis wordt uitgebreid en kan op basis van het plan worden gebruikt voor het bedrijfsmatig bieden van logies, maar ook als zomerhuis voor privégebruik. Daarnaast staat in de plantoelichting dat de voormalige varkensschuur gedeeltelijk wordt gesloopt en dat in het overige gedeelte vier logiesverblijven mogelijk worden gemaakt, waarbij het pad naar de Nieuweweg gebruikt zal worden als in- en uitrit voor de logies.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3801
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202301475/1/R3

202301525/1/A3

Bij besluit van 3 november 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Beuningen een verzoek van [verzoeker B] om wijziging van zijn persoonsgegevens in de basisregistratie personen (brp) afgewezen. [verzoeker A] is de (gestelde) zoon van [verzoeker B]. [verzoeker A] en [verzoeker B] staan ingeschreven in de brp op basis van verklaringen die onder ede zijn afgelegd. Zij hebben het college op 28 december 2020 verzocht om hun persoonsgegevens in de brp te wijzigen en aan te vullen. De rechtbank heeft ten aanzien van het verzoek van [verzoeker A] geoordeeld dat, gelet op het overgelegde binnenlands paspoort en de twee geboorteakten, in samenhang bezien met de aanvullende documenten zoals het militair boekje, de uitkomsten van een DNA-onderzoek en een fotovergelijkingsrapportage, buiten redelijke twijfel is dat de daarin vermelde persoonsgegevens juist zijn en op [verzoeker A] betrekking hebben.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3804
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202301525/1/A3

202301564/1/A3

Bij besluit van 23 juni 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Delft het verzoek van [appellant] om wijziging van gegevens in de basisregistratie personen (brp) afgewezen. [appellant] heeft op 1 februari 2021 verzocht om wijziging van zijn gegevens in de brp. Het gaat om de wijziging van zijn geslachtnaam van [appellant] naar [naam], zijn geboortedatum van [geboortedatum] 1985 naar [geboortedatum] 1981 en zijn geboorteplaats van Ma Li Wan naar Qingtian. Ook heeft [appellant] verzocht om opneming van oudergegevens. [appellant] heeft bij zijn verzoek onder meer een Chinees paspoort uit 2020, een ‘Certificate of Permanent Residence Registration’ (PSB-verklaring) en een ‘Notarial Certificate’ overgelegd. Bureau Documenten heeft de documenten op echtheid beoordeeld, maar heeft de PSB-verklaring niet kunnen beoordelen omdat het origineel ontbreekt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3796
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202301564/1/A3

202303247/1/A3

Bij besluit van 10 januari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Oss een verzoek van [appellant] om een huwelijk in de basisregistratie personen (brp) te registreren afgewezen. Op [datum] 2013 is er een huwelijk voltrokken tussen [appellant] en [partij] in een moskee in Oss. Op dat moment hadden zij beiden enkel de Soedanese nationaliteit. Van dit huwelijk is een huwelijksakte opgemaakt door een huwelijksambtenaar van de Soedanese ambassade. De huwelijksakte is door deze huwelijksambtenaar ondertekend op [datum] 2013 en voorzien van een stempel van de ambassade van Soedan in Den Haag. [appellant] heeft het college verzocht om zijn huwelijk op basis van de huwelijksakte te registreren in brp. Het college heeft het verzoek van [appellant] bij het besluit van 10 januari 2022 afgewezen. Bij het besluit van 16 augustus 2022 heeft het college de afwijzing gehandhaafd. Volgens het college is het huwelijk tussen [appellant] en [partij] niet rechtsgeldig naar Nederlands recht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3799
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202303247/1/A3

202307126/1/R1

Bij besluit van 1 juni 2021 heeft het college van gedeputeerde staten van Limburg van gedeputeerde staten aan [appellante sub 3] een omgevingsvergunning tweede fase verleend voor de uitbreiding van een varkenshouderij met mestverwerking op het perceel [locatie] in America. [appellante sub 3] beschikt over een revisievergunning van 18 december 2012 voor de exploitatie van een varkenshouderij en een mestbe- en verwerkingsinstallatie aan de [locatie] in America. De varkenshouderij is nog niet gerealiseerd; de mestbe- en verwerkingsinstallatie wel. Op 9 oktober 2014 heeft verweerder aan [appellante sub 3] een veranderingsvergunning verleend voor de verwerking van 80.000 m³ mest per jaar, waarvan ongeveer 22.000 m³ van het eigen bedrijf en ongeveer 58.000 m³ mest van derden afkomstig is. [appellante sub 3] betoogt dat de rechtbank een onjuiste uitleg heeft gegeven aan artikel 1.43 van de planregels. Volgens haar heeft de rechtbank ten onrechte overwogen dat, op basis van een grammaticale interpretatie, artikel 1.43 van het bestemmingsplan zo moet worden gelezen dat mest en/of andere agrarisch gerelateerde reststromen van andere bedrijven uit de regio enkel mogen worden be- en verwerkt, indien mest en/of andere agrarisch gerelateerde reststromen van het eigen bedrijf worden bewerkt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3731
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202307126/1/R1

202307134/1/R1

Bij besluit van 6 april 2021 heeft het college van gedeputeerde staten van Limburg het verzoek van [appellant] en anderen om de aan [bedrijf] verleende revisievergunning van 18 december 2012 in te trekken, afgewezen voor zover deze vergunning betrekking heeft op het houden van 16.896 vleesvarkens in de verdiepingsstallen 8 en 9. Op 18 december 2012 heeft verweerder aan vergunninghoudster een revisievergunning verleend voor de exploitatie van een varkenshouderij en een mestbe- en verwerkingsinstallatie op het adres. Deze revisievergunning is onder meer verleend voor een uitbreiding van de varkenshouderij van 3.952 vleesvarkens naar 16.896 vleesvarkens. Voor die uitbreiding is de bouw van twee verdiepingsstallen (stallen 8 en 9) vergund voor de huisvesting van alle vleesvarkens. Op 18 augustus 2020 hebben [appellant] en anderen verzocht de revisievergunning van 18 december 2012, voor de bouw en het in werking hebben van de vergunde veehouderij, in te trekken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3815
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Bouwen
  • Vee e.a. dieren
  • uitspraakin de zaak202307134/1/R1

202400459/1/V1

Bij besluit van 30 juli 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkenen om hun een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Betrokkenen zijn een moeder en haar twee minderjarige zoons met de Nigeriaanse nationaliteit. De moeder is in 2012 met haar toenmalige partner naar Nederland gekomen. De hoofdpersoon en zijn broertje (samen: de kinderen) zijn achtereenvolgens op 6 juni 2012 en 5 augustus 2015 in Nederland geboren. Betrokkenen hebben op 31 januari 2019 een aanvraag ingediend om verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van de Afsluiting Definitieve Regeling langdurig verblijvende kinderen (de Afsluitingsregeling). De minister heeft de aanvraag afgewezen en die afwijzing in zijn daarna volgende besluitvorming gehandhaafd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3813
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202400459/1/V1
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202400459/1/V1

202403288/1/A2

Bij besluit van 24 november 2020 heeft de minister aan [appellant] een communautair binnenvaartcertificaat voor binnenschepen (het certificaat) verleend. [appellant] is eigenaar van het binnenvaartschip ‘[schip]’ uit 1904 (hierna: het schip). Op 31 oktober 2018 heeft hij aan een inspecteur opdracht gegeven een veiligheidsinspectie uit te voeren ten behoeve van het verkrijgen van een certificaat voor het schip om op alle vaarwateren binnen de Europese Unie (EU-vaarwateren), te varen. De inspecteur heeft op 22 november 2018 een inspectie uitgevoerd en zijn bevindingen neergelegd in een rapport. Volgens dit rapport is de inspectie gedaan in het kader van de overgangsregeling voor vaartuigen die geen klaarblijkelijk gevaar opleveren (de GKG-regeling), als bedoeld in artikel 29 van Richtlijn (EU) 2016/1629 van het Europees Parlement en de Raad van 14 september 2016 tot vaststelling van de technische voorschriften voor binnenschepen, tot wijziging van Richtlijn 2009/100/EG en tot intrekking van Richtlijn 2006/87/EG.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3803
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202403288/1/A2

202404049/1/R3

Bij besluit van 18 april 2024 heeft de raad van de gemeente Súdwest-Fryslân van de gemeente Súdwest-Fryslân het bestemmingsplan "SWF Oudega en Woudsend" vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in de wijziging van de voorheen op het perceel De Wearen 2 te Oudega (het perceel) geldende bestemming "Maatschappelijke Doeleinden" naar de bestemming "Wonen". Het perceel is momenteel in gebruik als evenemententerrein na de sloop van de school. [appellant] en anderen zijn het niet eens met de bestemmingsplanwijziging omdat ze vinden dat het evenemententerrein voorziet in een belangrijke behoefte, de gemeente toezeggingen gedaan heeft over het gebruik van het perceel, en omdat ze vrezen dat dit afbreuk doet aan het woon- en leefklimaat. [appellant] en anderen betogen dat de raad ten onrechte aan het perceel een woonbestemming heeft toegekend omdat het evenemententerrein voorziet in een duidelijke behoefte binnen het dorp.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3800
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Friesland
  • uitspraakin de zaak202404049/1/R3

202404051/1/R3

Bij besluit van 30 mei 2024 heeft de raad van de gemeente Alphen aan den Rijn het bestemmingsplan "Kamerverhuur" vastgesteld. Het plan voorziet in een aanpassing van de geldende bestemmingsplannen voor een aantal locaties in Zwammerdam, Hazerswoude-Dorp en Aarlanderveen (een zogenoemd paraplubestemmingsplan). Aan artikel 3 van de planregels worden de begrippen "Kamerverhuur", "Huishouden" en "Wonen" toegevoegd en in artikel 5.1 van de planregels is een aanvulling van het gebruiksverbod opgenomen, zodat de regeling in overeenstemming is met de planologische regelgeving die elders in de gemeente geldt. Holland Steen is eigenaar van het perceel Akerboomseweg 17 in Zwammerdam waarvoor het plan eveneens voorziet in de voornoemde aanpassing van de op grond van het geldende bestemmingsplan "Limes" aan dat perceel toegekende bestemming "Wonen". Holland Steen wenst de woning Akerboomseweg 17 te verbouwen om te worden gebruikt voor 7 appartementen, wat volgens het plan "Limes" bij recht was toegestaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3802
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202404051/1/R3

202404237/1/R1

Bij besluit van 18 april 2024 heeft de raad van de gemeente Noord-Beveland het bestemmingsplan "Veegplan ontwikkellocaties Noord-Beveland" vastgesteld. Het plan maakt de ontwikkeling van woningbouw op verschillende locaties binnen de gemeente Noord-Beveland mogelijk, waaronder locatie F, Stadspolder midden in Kortgene. Locatie F is ongeveer 1.900 m2 groot en ligt aan de oostzijde van de Stadspolderlaan in Kortgene. Het plan maakt het mogelijk om op deze locatie maximaal 13 gestapelde woningen te realiseren. Het bouwvlak hiervoor is gelijk aan de bestemmingsgrens en er geldt een maximale bouwhoogte van 10 m, behalve op de oostelijke strook van het plandeel waar een maximumbouwhoogte van 7 m geldt. Ten zuidwesten van de voorziene woningen en aan de overzijde van de Stadspolderlaan staat een multifunctionele accommodatie (MFA) met appartementen en op de begane grond verschillende functies, waaronder een basisschool, sportaccommodatie, BSO-ruimte, huisartsenpraktijk en dorpshuis.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3805
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zeeland
  • uitspraakin de zaak202404237/1/R1

202404468/1/R1

Bij besluit van 30 mei 2024 heeft de raad van de gemeente Zeewolde het bestemmingsplan "Zeewolde - Bosruiterweg 14" vastgesteld. Het plan maakt op het perceel Bosruiterweg 14 de tijdelijke huisvesting van maximaal 1.000 internationale werknemers mogelijk, waarbij voor die huisvesting een maximale verblijfsduur van twaalf maanden geldt. Het plan maakt het mogelijk om binnen het plangebied gebouwen en overkappingen van ten hoogste 3 m te realiseren, al dan niet in combinatie met bijbehorende voorzieningen zoals een receptie en recreatieve en educatieve voorzieningen. Buitenplaats Horsterwold is een park dat bestaat uit recreatiewoningen aan de Bosruiterweg 25‑31. Het park ligt op ongeveer 500 m afstand hemelsbreed ten noordoosten van het plangebied. De vereniging behartigt de belangen van eigenaren van gronden in het park. [appellant B], [appellant A] en [appellant C] zijn eigenaren van woningen in het park. De vereniging en [appellant B], [appellant A] en [appellant C] (de vereniging en anderen) vrezen voor negatieve ruimtelijke gevolgen in de directe omgeving van het park door het plan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3809
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Flevoland
  • uitspraakin de zaak202404468/1/R1

202404733/1/R3

Bij besluit van 30 mei 2024 heeft de raad van de gemeente Alphen aan de Rijn het bestemmingsplan "Dorpsstraat 97-111, Benthuizen" vastgesteld. Het bestemmingsplan heeft betrekking op het perceel Dorpsstraat 97-111 in Benthuizen. Het plangebied grenst in het zuiden aan de Dorpsstraat en in het noorden aan de Ringvaart. In het plangebied zijn nu woningen en bedrijfsgebouwen aanwezig. Het voorheen geldende bestemmingsplan "Benthuizen" stond ter plaatse woningen en bedrijven in de categorieën 1 en 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten toe. Deze woningen en bedrijven worden gesloopt ten behoeve van de realisering van het onderhavige plan. Dit voorziet in de bouw van 12 grondgebonden woningen verdeeld over 3 locaties in het plangebied, 28 appartementen verdeeld over 5 appartementencomplexen en een ondergrondse parkeergarage. [appellanten sub 1] wonen aan de [locatie 1]. Hun perceel grenst aan het plangebied. [appellant sub 2] woont aan de [locatie 2]. Haar perceel ligt op een afstand van ongeveer 5 m van het plangebied.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3806
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202404733/1/R3

202405347/1/V1

Bij besluit van 30 oktober 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkenen om hun een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Betrokkenen zijn een vader en moeder en hun twee minderjarige dochters met de Nigeriaanse nationaliteit. De ouders zijn in 2003 afzonderlijk van elkaar naar Nederland gekomen en hebben elkaar hier in 2006 ontmoet. De hoofdpersoon en haar zusje zijn op [geboortedatum] 2009 en [geboortedatum] 2010 in Nederland geboren. Betrokkenen hebben op 25 februari 2019 een aanvraag ingediend om verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van de Afsluiting Definitieve Regeling langdurig verblijvende kinderen (de Afsluitingsregeling). De minister heeft de aanvraag afgewezen en die afwijzing in het besluit op bezwaar gehandhaafd. Deze uitspraak gaat over de vraag of de minister betrokkenen een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd moet verlenen voor het uitoefenen van hun privéleven in de zin van artikel 8 van het EVRM, mede gelet op de belangen van de al langdurig in Nederland verblijvende kinderen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3816
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202405347/1/V1
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202405347/1/V1

202405898/1/V2

Bij besluit van 15 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en hem meegedeeld dat hij in het Schengeninformatiesysteem (SIS) gesignaleerd wordt. Appellant heeft de Syrische nationaliteit. Hij is geboren op [geboortedatum] 1988. De minister heeft de asielaanvraag van appellant afgewezen, omdat appellant in 2010 in Syrië traditioneel is gehuwd met [partner], geboren op [geboortedatum] 1998, en hij dat huwelijk direct heeft geconsummeerd. Dat wil zeggen dat appellant seksuele gemeenschap heeft gehad met zijn huwelijkspartner. Op dit moment verblijven de huwelijkspartner en hun kinderen in Saudi-Arabië. Het gaat de minister niet om het huwelijk zelf, maar om het feit dat appellant dat huwelijk heeft geconsummeerd met zijn huwelijkspartner die op dat moment twaalf jaar oud was. De rechtbank is de minister hierin gevolgd. De Afdeling toetst in deze uitspraak of de rechtbank dat juist heeft gedaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3817
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405898/1/V2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202405898/1/V2

202406664/1/V2

Bij besluit van 14 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en hem meegedeeld dat hij in het Schengeninformatiesysteem (SIS) gesignaleerd wordt. Appellant heeft de Syrische nationaliteit. Hij is geboren op [geboortedatum] 1989. De minister heeft de asielaanvraag van appellant afgewezen, omdat appellant op 11 juni 2012 in Syrië traditioneel is gehuwd met [partner], geboren op [geboortedatum] 1999, en hij dat huwelijk direct heeft geconsummeerd. Dat wil zeggen dat appellant seksuele gemeenschap heeft gehad met zijn huwelijkspartner. Op dit moment verblijven de huwelijkspartner en hun kinderen in Syrië. Het gaat de minister niet om het huwelijk zelf, maar om het feit dat appellant dat huwelijk heeft geconsummeerd met zijn huwelijkspartner die op dat moment dertien jaar oud was. De rechtbank is de minister hierin gevolgd. De Afdeling toetst in deze uitspraak of de rechtbank dat juist heeft gedaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3818
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406664/1/V2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202406664/1/V2

202407768/1/A2

Bij besluiten van 8 september 2023 en 13 oktober 2023 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand aanvragen van [wederpartij] om een reguliere toevoeging afgewezen. Deze uitspraak gaat over de uitleg van artikel 2 van de Subsidieregeling pakket rechtsbijstand herstelregelingen kinderopvangtoeslag 2023 (Subsidieregeling). In geschil is wat onder de in dat artikel bedoelde procedures moet worden verstaan. [wederpartij] is erkend gedupeerde van de toeslagenaffaire. Hij heeft de raad op 7 september 2023 en 10 oktober 2023 verzocht om verlening van toevoegingen voor rechtsbijstand ten behoeve van het indienen van een aanvraag bij het college van burgemeesters en wethouders van Hengelo (het college) voor brede ondersteuning op grond van artikel 2.21 van de Wht en het maken van bezwaar tegen de gedeeltelijke afwijzing van die aanvraag.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3795
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202407768/1/A2

202408004/1/V2

Bij besluit van 23 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en hem meegedeeld dat hij in het Schengeninformatiesysteem (SIS) gesignaleerd wordt. Appellant heeft de Syrische nationaliteit. Hij is geboren op [geboortedatum] 1987. De minister heeft de asielaanvraag van appellant afgewezen, omdat appellant op 1 januari 2014 in Syrië traditioneel is gehuwd met [partner], geboren op [geboortedatum] 2001, en hij dat huwelijk direct heeft geconsummeerd. Dat wil zeggen dat appellant seksuele gemeenschap heeft gehad met zijn huwelijkspartner. Op dit moment verblijven de huwelijkspartner en hun kinderen in Syrië. Het gaat de minister niet om het huwelijk zelf, maar om het feit dat appellant dat huwelijk heeft geconsummeerd met zijn huwelijkspartner die op dat moment dertien jaar oud was. De rechtbank is de minister hierin gevolgd. De Afdeling toetst in deze uitspraak of de rechtbank dat juist heeft gedaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3643
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202408004/1/V2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202408004/1/V2

202500252/1/V1

Bij besluit van 11 oktober 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkenen om hun een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Betrokkenen zijn een vader en moeder en hun drie kinderen met de Armeense nationaliteit. De hoofdpersoon en haar zusje zijn geboren op [geboortedatum] 2003 en [geboortedatum] 2004 in Armenië. In 2014 zijn zij samen met hun ouders naar Nederland gekomen. In Nederland is op 4 april 2018 hun broertje geboren. In 2014, 2016 en 2017 hebben betrokkenen asielaanvragen ingediend die niet hebben geleid tot de door hen beoogde verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft de vader van 9 september 2015 tot 30 oktober 2015 uitstel van vertrek verleend krachtens artikel 64 van de Vw 2000. In 2016 en 2018 heeft de vader opvolgende aanvragen ingediend voor uitstel van vertrek die niet hebben geleid tot dat door hem beoogde uitstel. De moeder heeft in 2015 tevergeefs verzocht om uitstel van vertrek.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3812
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202500252/1/V1
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202500252/1/V1

202500915/1/A2

Bij besluit van 11 oktober 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag de kosten van € 52.607,73 van de door het college toegepaste bestuursdwang op [wederpartij] verhaald. Het college heeft bij besluit van 14 november 2019 aan [wederpartij] een last onder dwangsom opgelegd om het achterstallige woningonderhoud aan de panden op de [locatie 1]-[locatie 2] in Den Haag te verhelpen. Het college heeft daarvoor een termijn gesteld. Op 1 februari 2021 heeft een inspecteur geconstateerd dat de gebreken niet waren verholpen binnen de daarvoor gestelde termijn. Op 2 maart 2021 heeft het college daarom aan [wederpartij] een last onder bestuursdwang opgelegd. Het college heeft het daartegen door [wederpartij] gemaakte bezwaar bij besluit van 7 juni 2021 niet-ontvankelijk verklaard. Met de in het procesverloop van deze uitspraak vermelde kostenbeschikking van 11 oktober 2022 heeft het college de kosten voor de toegepaste bestuursdwang verhaald op [wederpartij].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3798
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202500915/1/A2

202501754/1/A2

Bij besluit van 22 september 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hengelo een aanvraag van [appellant] om brede ondersteuning gedeeltelijk ingewilligd. Deze uitspraak gaat over de zogenoemde brede ondersteuning voor erkende slachtoffers van de toeslagenaffaire. De ondersteuning is bedoeld voor het maken van een nieuwe start na de problemen die zij als gevolg van de toeslagenproblematiek hebben ervaren. Uitgangspunt is daarbij dat de betrokkene en zijn eventuele gezinsleden zo snel en zo goed als mogelijk hun leven weer op de rit krijgen. [appellant] en zijn echtgenote zijn erkend als gedupeerden van de toeslagenaffaire. Zij hebben zich op 17 november 2022 bij het college gemeld voor brede ondersteuning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3794
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202501754/1/A2

202503347/1/A3

Bij besluit van 29 november 2023 heeft de minister voor Rechtsbescherming de aanvraag van [dochter] om haar geslachtsnaam te wijzigen in [naam moeder], de geslachtsnaam van haar [moeder], toegewezen. [dochter] heeft op 10 oktober 2023, toen zij al meerderjarig was, de minister verzocht om haar geslachtsnaam te wijzigen van [achternaam appellant] naar de naam van haar moeder. Ze wordt namelijk dagelijks geconfronteerd met haar verleden door haar achternaam. [dochter] heeft in haar verzoek toegelicht dat zij in haar jeugd trauma’s heeft opgelopen door met name de rol van de vader in het gezin. De minister heeft het verzoek van [dochter] toegewezen. [appellant] is het hier niet mee eens. De minister heeft in bezwaar de geslachtsnaamwijziging van [dochter] in stand gelaten. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de minister het verzoek van [dochter] terecht heeft ingewilligd. Hij voert hiertoe aan dat de rechtbank niet heeft onderkend dat er aanknopingspunten zouden zijn om te twijfelen aan de handelingsbekwaamheid van [dochter].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3807
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202503347/1/A3

202503532/1/A2

Bij besluit van 29 april 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Vlaardingen zijn beslissing op schrift gesteld om op 8 april 2024 spoedeisende bestuursdwang toe te passen door het voertuig van [appellante] met kenteken […] (het voertuig) weg te slepen en in bewaring te stellen en de kosten hiervan op [appellante] te verhalen. Op 25 maart 2024 heeft het college vanwege de opbouw van een kermis onderborden laten plaatsen bij de E4-borden aan de Broekweg in Vlaardingen (de locatie). Op de onderborden staat dat parkeren verboden is van 8 april 2024 08:00 uur tot 15 april 2024 15:00 uur en dat de wegsleepregeling van kracht is. Het voertuig stond volgens de takelkaart op 8 april 2024 om 11:55 uur op de locatie. Het voertuig is daarom weggesleept en overgebracht naar een opslagloods van takel- en bergingsbedrijf A. Barendregt in Rhoon (de opslaglocatie Barendregt). De opslaglocatie Barendregt is niet als bewaarplaats aangewezen in artikel 3 van de Wegsleepverordening Vlaardingen, zoals die gold van 13 juli 2018 tot en met 23 juli 2025. Het college heeft de kosten van het wegslepen op [appellante] verhaald.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3819
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202503532/1/A2

202504682/1/R1

Bij besluit, bekendgemaakt op 14 juli 2025, heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam besloten tot intrekking van de containerlocaties met de nummers 1000, 1001 en 1002 in de Bilderdijkstraat ter hoogte van de nummers 110, 178 en 196. Bij het besluit heeft het college de locaties voor halfverdiepte afvalcontainers ter hoogte van Bilderdijkstraat 110, 178 en 196 ingetrokken. Deze containers zijn inmiddels verwijderd. [appellant] woont aan de [locatie], nabij de locatie waar de containers ter hoogte van huisnummer 196 stonden. [appellant] is het niet eens met het verwijderen van deze containers en het beroep beperkt zich daarom tot deze locatie. Ter vervanging van de containers op de ingetrokken locaties heeft het college bij eerdere besluiten van 8 juni 2022 en 1 september 2023 de locaties Bilderdijkstraat ter hoogte van nummer 7 en Van Lennepstraat ter hoogte van nummer 51 als locaties voor ondergrondse restafvalcontainers (ORAC’s) aangewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3811
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202504682/1/R1

202505744/1/R1

Bij besluit van 25 oktober 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Castricum het verzoek van [appellant] tot het wijzigen van de clusterplaats voor minicontainers aan de Goudenregenlaan/Berkenlaan in Castricum afgewezen. [appellant] woont aan de [locatie 1] in Castricum, op de hoek van die laan en de Goudenregenlaan. Aan de Goudenregenlaan, direct ten oosten van zijn perceel, bevindt zich een clusterplaats voor minicontainers. [appellant] stelt overlast door de clusterplaats te ondervinden vanwege stank, onjuist geplaatste containers en het verlies van parkeerplaatsen. [appellant] probeert al jaren, in ieder geval vanaf 2012, het gemeentebestuur ertoe te bewegen om de clusterplaats aan te passen dan wel om de locatie te wijzigen. [appellant] heeft een alternatieve locatie aangedragen op de noordelijke stoep van de Berkenlaan, maar volgens het college is deze locatie minder geschikt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3810
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202505744/1/R1

202505894/1/R4

Bij besluit van 30 september 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam zijn beslissing om op 19 september 2025 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2009 van de gemeente Rotterdam aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat een gedeelte van de kosten van de toepassing van de bestuursdwang, te weten € 192,00, voor rekening van [appellant] komt. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een kartonnen doos die op 19 september 2025 door een toezichthouder is aangetroffen naast een ondergrondse papiercontainer ter hoogte van de Heemraadstraat 7 in Rotterdam. Het college is ervan uitgegaan dat [appellant] de doos verkeerd heeft aangeboden, omdat zijn naam en adres op het adreslabel op de doos staan. [appellant] betwist niet dat de doos van hem afkomstig is, maar hij stelt dat hij niet degene is geweest die de doos naast de papiercontainer heeft geplaatst. [appellant] stelt dat, hoewel de papiercontainer nagenoeg vol was, hij de doos in de papiercontainer heeft geplaatst en de klep op dat moment gewoon sloot.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3797
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202505894/1/R4

202600084/2/A3

[appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Noord­Nederland van 27 november 2025 in zaak nr. 23/3538. [partij] heeft een exploitatievergunning gekregen voor een seksinrichting aan [locatie 1]-[locatie 2] in Leeuwarden. [appellant] wil in hetzelfde pand een seksinrichting kunnen exploiteren. Daarom is hij het er niet mee eens dat de burgemeester van Leeuwarden de exploitatievergunning aan [partij] heeft gegeven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3789
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202600084/2/A3

202600165/1/R4

Bij besluit van 24 december 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Groningen zijn beslissing om op 22 december 2025 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met artikel 10, eerste lid, van de Afvalstoffenverordening gemeente Groningen 2025 en artikel 10, derde lid, van het Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening Groningen 2025 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een plastic tasje met daarin papierafval, dat op 22 september 2025 is aangetroffen naast de ondergrondse afvalcontainer ter hoogte van de Bankastraat in Groningen. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] het plastic tasje met papierafval verkeerd heeft aangeboden, omdat in het tasje een brievenbuspakketje is gevonden met daarop haar naam- en adresgegevens. [appellante] betoogt dat het college haar ten onrechte als overtreder heeft aangemerkt. Daartoe voert haar gemachtigde aan dat hij degene is geweest die de afvalzak wilde weggooien.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3808
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202600165/1/R4

BRS.25.000796

Bij besluit van 25 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en hem meegedeeld dat hij in het Schengeninformatiesysteem (SIS) gesignaleerd wordt. Bij uitspraak van 24 juni 2025 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de minister een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3733
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000796
  • persberichtbij de uitspraak in de zaakBRS.25.000796

202501143/3/R4

Bij besluit van 25 maart 2026 heeft het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer besloten tot invordering van een volgens het college door [verzoekster] verbeurde dwangsom van € 1.000,00. Gelet op artikel 5:39 van de Awb heeft het hoger beroep van [verzoekster] tegen de uitspraak van de rechtbank van 22 januari 2025 ook betrekking op dit invorderingsbesluit. [verzoekster] is volgens het handelsregister van de Kamer van Koophandel gevestigd op het bedrijfsperceel aan de [locatie] in Vijfhuizen en handelt in auto’s, auto-onderdelen en metaal. Bij besluit van 30 augustus 2024 heeft het college [verzoekster] zes lasten onder dwangsom opgelegd om verweten overtredingen te beëindigen en beëindigd te houden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3774
Datum uitspraak
30 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202501143/3/R4

202600905/2/R1

Bij besluit van 11 maart 2026 heeft het college van burgemeester en wethouders van Gouda het "Definitief plaatsingsbesluit: restafvalcontainers in de Wijk Bloemendaal" (plaatsingsbesluit) vastgesteld. Daarbij is onder meer de locatie ter hoogte van de [locatie] aangewezen voor de plaatsing van één ondergrondse restafvalcontainer (ORAC). Bij het bestreden besluit heeft het college onder meer de locatie ter hoogte van de [locatie] aangewezen voor de plaatsing van één ORAC. [verzoeker] woont aan de [locatie] en is het niet eens met de aanwijzing van de locatie, omdat hij onder meer vreest voor de aantasting van de boom naast de aangewezen locatie. Hij heeft daarom beroep ingesteld en de voorzieningenrechter verzocht om het plaatsingsbesluit in afwachting van een uitspraak in de bodemzaak wat betreft de aanwijzing van de locatie ter hoogte van de [locatie] te schorsen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3773
Datum uitspraak
30 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202600905/2/R1

BRS.25.000402

Bij besluit van 5 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3719
Datum uitspraak
30 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000402

BRS.25.000918

Bij besluit van 12 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratieeen aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3735
Datum uitspraak
30 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000918

BRS.26.002527

Bij besluit van 24 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3734
Datum uitspraak
30 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002527

BRS.26.002790

Bij besluit van 22 mei 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3728
Datum uitspraak
30 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002790

BRS.26.002871 en BRS.26.002874

Bij besluiten van 1 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van appellanten om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3721
Datum uitspraak
30 juni 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002871 en BRS.26.002874

BRS.26.002931

Bij besluit van 19 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3722
Datum uitspraak
30 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002931

BRS.26.003002

Bij besluit van 19 maart 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de aanvraag om betrokkenen een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3769
Datum uitspraak
30 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003002

202601639/2/A2

Bij beslissing van 23 februari 2026 heeft de examencommissie van het Instituut voor Lerarenopleidingen van de hogeschool Rotterdam het verzoek van [verzoekster] om voor een aantal cursussen binnen de Associate Degree (AD) Educatief Professional Beroepsonderwijs gebruik te mogen maken van een alternatieve toetsvorm toegewezen, in die zin dat, in overleg met de opleiding over de uitwerking ervan, voor de cursussen gebruik kan worden gemaakt van een mondelinge toetsvorm. Bij beslissing van 21 april 2026 heeft het college van beroep voor de examens van het Instituut voor Lerarenopleidingen van de hogeschool Rotterdam het door [verzoekster] daartegen ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. [verzoekster] heeft gekozen voor het uitstroomprofiel Burgerschap, behorend bij de Lerarenopleiding Maatschappijleer. Ook kan [verzoekster] met dit diploma doorstromen naar het derde jaar van die bacheloropleiding. Omdat zij wegens haar medische omstandigheden beperkt belastbaar is, heeft [verzoekster] de examencommissie om een alternatieve toetsvorm verzocht voor de afronding van cursussen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3737
Datum uitspraak
29 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202601639/2/A2

BRS.25.001273

Bij besluit van 3 september 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen, hem opgedragen om de Europese Unie onmiddellijk te verlaten, een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd en een besluit tot signalering opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3709
Datum uitspraak
29 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001273

BRS.26.002620 en BRS.26.002621

Bij besluit van 14 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3708
Datum uitspraak
29 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002620 en BRS.26.002621

BRS.26.002889

Bij besluit van 26 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van betrokkene om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen en bepaald dat zij binnen vier weken de Europese Unie moet verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3713
Datum uitspraak
29 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002889

BRS.26.003012

Bij besluit van 7 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3751
Datum uitspraak
29 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003012

BRS.26.003033

Bij besluit van 10 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3715
Datum uitspraak
29 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003033

BRS.26.003072

Bij besluit van 20 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3723
Datum uitspraak
29 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003072

BRS.25.001589

Bij besluit van 13 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3703
Datum uitspraak
26 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001589

BRS.25.002247

Bij besluit van 19 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie vastgesteld dat appellant geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland meer heeft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3701
Datum uitspraak
26 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002247
vorige pagina1...151617...1.268volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon