Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak BRS.26.003011

Uitspraak BRS.26.003011

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4666
Datum uitspraak
12 augustus 2026
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 7 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
  • Hoger beroep
  • Asiel

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

BRS.26.003011
ECLI:NL:RVS:2026:4666
Datum uitspraak: 12 augustus 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[appellant],
appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 11 juni 2026 in zaak nr. NL25.49392 in het geding tussen:

appellant

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

Bij besluit van 7 oktober 2025 heeft de minister een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Bij uitspraak van 11 juni 2026 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. F.A. van den Berg, advocaat in Middelburg, hoger beroep ingesteld.

Overwegingen

1.        Appellant klaagt in zijn grieven over het oordeel van de rechtbank dat de minister zorgvuldig onderzoek heeft gedaan naar zijn leeftijd en deugdelijk heeft gemotiveerd waarom hij aanneemt dat appellant is geboren op een in Italië geregistreerde geboortedatum.

1.1.        De Afdeling heeft in onder meer haar uitspraak van 9 oktober 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3992, onder 6.9 tot en met 7.3, overwogen dat de minister bij de beoordeling van de leeftijd van een vreemdeling een leeftijdsregistratie uit een andere EU-lidstaat mag betrekken, maar dat uit het Unierecht en de rechtspraak van het Hof van Justitie niet kan worden afgeleid dat hij zich daarbij kan beroepen op het interstatelijk vertrouwensbeginsel. De Afdeling heeft in die uitspraak ook overwogen dat, wanneer een vreemdeling stelt minderjarig te zijn, de minister moet uitgaan van het vermoeden van minderjarigheid en dat het vervolgens aan de minister is om dat vermoeden te ontzenuwen. Daarbij heeft de Afdeling uiteengezet op welke wijze de minister, met toepassing van het nationale bestuursrechtelijke bewijsrecht en met inachtneming van wat daarover aanvullend in het Unierecht is bepaald, nader onderzoek kan doen om de gerezen twijfel over de gestelde minderjarigheid weg te nemen. De rechtbank heeft terecht overwogen dat de minister dat onderzoek in dit geval op zorgvuldige wijze heeft verricht en deugdelijk heeft gemotiveerd waarom hij ongeloofwaardig heeft geacht dat appellant ten tijde van zijn asielaanvraag minderjarig was.

1.2.        Uit eerdergenoemde uitspraak van 9 oktober 2024 volgt dat de door appellant in zijn grieven opgeworpen vraag over een leeftijdsbeoordeling in het licht van het Unierecht kan worden beantwoord aan de hand van de rechtspraak van het Hof. Gelet op de arresten van het Hof van 6 oktober 1982, Cilfit, ECLI:EU:C:1982:335, punten 13 en 14, 6 oktober 2021, Consorzio Italian Management, ECLI:EU:C:2021:799, punt 36, en 24 maart 2026, Remling, ECLI:EU:C:2026:243, punt 36, bestaat dan ook geen aanleiding tot het stellen van prejudiciële vragen.

2.        Het hoger beroep leidt, ook voor het overige, niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift in zoverre geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000). Ook roept het hogerberoepschrift verder geen vragen op over de uitleg of de geldigheid van een bepaling van Unierecht (arrest Remling, punt 24).

3.        Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. M.J.M. Ristra-Peeters, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. H.J. Jongeneel, griffier.

w.g. Ristra-Peeters
lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Jongeneel
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 12 augustus 2026

958


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon