Uitspraak 202601515/2/R2
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2026:4707
- Datum uitspraak
- 12 augustus 2026
- Inhoudsindicatie
- Bij besluit van 31 maart 2026 heeft de raad van de gemeente Valkenswaard het "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b, Vlasroot" als wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Valkenswaard vastgesteld. Het wijzigingsbesluit maakt het mogelijk dat ter plaatse van de hoek De Vlasroot - Leenderweg in Valkenswaard, 21 appartementen en 27 grondgebonden woningen worden gerealiseerd. De bestaande bebouwing, die bestaat uit detailhandel, appartementen en bedrijfsgebouwen, zal worden gesloopt. [verzoekers] wonen aan de [locatie] op ongeveer 56 m van het plangebied. Zij zijn het niet eens met de mogelijkheden die het plan biedt en hebben de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat het wijzigingsbesluit wordt geschorst totdat de Afdeling op het beroep heeft beslist. [verzoekers] betogen dat de raad onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt waarom op deze locatie een woongebouw met een bouwhoogte van vier bouwlagen passend is. Zij wijzen er in dit verband onder meer op dat een concrete stedenbouwkundige onderbouwing ontbreekt en dat de raad afwijkt van het eerdere uitgangspunt dat een bouwhoogte van drie bouwlagen het beste aansluit bij de omgeving.
- Voorlopige voorziening
- RO - Noord-Brabant
Toon inhoud
202601515/2/R2.
Datum uitspraak: 12 augustus 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[verzoeker A] en [verzoeker B], wonend in Valkenswaard,
verzoekers,
en
de raad van de gemeente Valkenswaard,
verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 31 maart 2026 heeft de raad het "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b, Vlasroot" als wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Valkenswaard (het wijzigingsbesluit) vastgesteld.
Tegen dit besluit hebben [verzoekers] beroep ingesteld. Zij hebben ook de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De raad heeft een verweerschrift ingediend. [partij], de initiatiefnemer, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op een zitting behandeld op 30 juli 2026, waar de raad, vertegenwoordigd door E. Wezenberg, is verschenen. Voorts is op de zitting [partij], vertegenwoordigd door [gemachtigden, gehoord.
Overwegingen
Inleiding
1. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2. Het wijzigingsbesluit maakt het mogelijk dat ter plaatse van de hoek De Vlasroot - Leenderweg in Valkenswaard, 21 appartementen en 27 grondgebonden woningen worden gerealiseerd. De bestaande bebouwing, die bestaat uit detailhandel, appartementen en bedrijfsgebouwen, zal worden gesloopt. [verzoekers] wonen aan de [locatie] op ongeveer 56 m van het plangebied. Zij zijn het niet eens met de mogelijkheden die het plan biedt en hebben de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat het wijzigingsbesluit wordt geschorst totdat de Afdeling op het beroep heeft beslist.
Beoordeling van het verzoek
3. Het verzoek wordt afgewezen. De voorzieningenrechter verwacht namelijk dat wat [verzoekers] hebben aangevoerd, er niet toe zal leiden dat het wijzigingsbesluit niet in stand zal blijven. De voorzieningenrechter licht dat hieronder toe.
Stedenbouwkundige uitgangspunten
4. [verzoekers] betogen dat de raad onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt waarom op deze locatie een woongebouw met een bouwhoogte van vier bouwlagen passend is. Zij wijzen er in dit verband onder meer op dat een concrete stedenbouwkundige onderbouwing ontbreekt en dat de raad afwijkt van het eerdere uitgangspunt dat een bouwhoogte van drie bouwlagen het beste aansluit bij de omgeving.
4.1. De raad stelt zich op het standpunt dat een appartementengebouw met vier woonlagen passend is in de omgeving. De raad heeft toegelicht dat de bestaande bebouwing in de omgeving grotendeels uit drie bouwlagen bestaat. Een vierde bouwlaag acht de raad in dit geval aanvaardbaar, gelet op de gewenste toekomstige ruimtelijke ontwikkeling langs de Leenderweg, waar verdichting en intensiever ruimtegebruik, mede vanwege het woningbouwprogramma, beleidsmatig wenselijk zijn. De raad heeft erop gewezen dat de locatie een zogenoemde "poortlocatie" betreft, een prominente plek bij de entree van Valkenswaard. Een dergelijke locatie kan worden gemarkeerd met een bescheiden hoogteaccent, omdat dit bijdraagt aan de herkenbaarheid van de dorpsstructuur. Verder heeft de raad gewezen op de hoekligging en op de brede wegprofielen ter plaatse, waardoor vier bouwlagen ook in ruimtelijk opzicht proportioneel zijn. Een vierde bouwlaag blijft ook binnen de maximale bouwhoogte die in het stedenbouwkundig kader voor dit ontwikkelingsgebied is vastgelegd en sluit volgens de raad nauw aan bij het bestaande appartementengebouw van drie lagen aan de overzijde.
Naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter heeft de raad gelet op het voorgaande voldoende concreet gemotiveerd dat een bouwwerk met vier woonlagen op de voorziene locatie aanvaardbaar en stedenbouwkundig passend is. Voor zover [verzoekers] betogen dat de raad hiermee afwijkt van het uitgangspunt dat een bouwhoogte van drie bouwlagen het beste aansluit bij de omgeving, wijst de voorzieningenrechter erop dat zij zich in dit verband beroepen op een ruimtelijke onderbouwing van 13 januari 2015 die destijds was opgesteld ten behoeve van een omgevingsvergunning voor de bouw van patiowoningen en appartementen, gestapeld in drie bouwlagen, op de locatie Bosstraat 96 en verder. Deze onderbouwing zag dus op een concrete aanvraag om omgevingsvergunning en had uitsluitend betrekking op het destijds voorliggende bouwplan op een andere locatie. Dit staat er niet aan in de weg dat de raad in het kader van het voorliggende wijzigingsbesluit drie bouwlagen ruimtelijk aanvaardbaar heeft kunnen achten.
Verkeersveiligheid
5. [verzoekers] voeren aan dat de raad niet heeft onderzocht wat de toevoeging van 48 woningen betekent voor de verkeersveiligheid ter plaatse. Zij wijzen met name op het ontbreken van een voetpad vanaf de kruising De Vlasroot-Leenderweg tot aan de rotonde, waardoor voetgangers daar het fietspad moeten gebruiken.
5.1. Hoewel [verzoekers] terecht aanvoeren dat de raad geen onderzoek heeft verricht naar de verkeersveiligheid, is dat naar het oordeel van de voorzieningenrechter ook niet nodig. De raad heeft namelijk voldoende gemotiveerd en inzichtelijk gemaakt dat het aantal verkeersbewegingen dat het plan genereert beperkt is en veilig kan worden afgewikkeld. In paragraaf 5.2 van de plantoelichting is aan de hand van de CROW-kencijfers uiteengezet dat het plan tot 268 verkeersbewegingen per etmaal zal leiden en dat de Weteringstraat, De Vlasroot en de Leenderweg dusdanig zijn ingericht dat deze de beperkte toename van het aantal verkeerbewegingen als gevolg van de ontwikkeling adequaat kunnen verwerken. Daarbij heeft de raad onder meer betrokken dat de Leenderweg een 50 km/uur weg is en De Vlasroot een 30-km/uur weg, en dat op het kruispunt met De Vlasroot een middenberm aanwezig is waar voetgangers kunnen oversteken. Ook heeft de raad betrokken dat er voor fietsverkeer richting de scholen alternatieve routes via de Weteringstraat aanwezig zijn. Daarnaast overweegt de voorzieningenrechter dat de bestaande inrichting van de Leenderweg waar [verzoekers] op wijzen is gelegen buiten de locatie waar het wijzigingsbesluit op ziet. De raad heeft overigens ook toegelicht dat in de nabije toekomst zal worden gekeken naar een andere invulling van de Leenderweg en dat dit mogelijk zal leiden tot een herinrichting van de weg.
Privacy en inkijk
6. [verzoekers] voeren aan dat de raad ten onrechte niet met zichtlijnen of concrete analyses onderbouwt dat hun privacy voldoende wordt gewaarborgd.
6.1. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de raad zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat in dit geval niet is gebleken van een onaanvaardbare inbreuk op de privacy van [verzoekers]. Hierbij heeft de raad kunnen betrekken dat het beoogde woongebouw een afstand van ongeveer 56 m heeft tot het appartementsgebouw en de tuin van [verzoekers] en dat de zichtlijnen vanuit de beoogde bebouwing richting hun woning en tuin worden doorbroken door tussenliggende bestaande bebouwing en hoge vegetatie, waaronder een monumentale eik. Dit blijkt ook uit het door [partij] ingebrachte onderzoek van Sendomo van 4 februari 2026. Voor zover al sprake zou zijn van enige vorm van inkijk of veranderd uitzicht, overweegt de voorzieningenrechter dat op grond van vaste rechtspraak van de Afdeling geen recht op vrij uitzicht bestaat (zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 20 april 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1159, onder 10.1) en dat in een stedelijk gebied een woonsituatie vrij van enige inkijk niet kan worden gegarandeerd (zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 10 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2795, onder 5.2).
Algemene belangenafweging
6.2. [verzoekers] betogen ten slotte meer in het algemeen dat de raad onvoldoende inzichtelijk maakt hoe de belangen van omwonenden zijn afgewogen. Zoals de voorzieningenrechter hierboven heeft uiteengezet is dat niet het geval. Ten aanzien van de belangenafweging is verder van belang dat dat raad daarin ook het belang van woningbouw ter plaatse heeft mogen betrekken. Daaraan heeft de raad in dit geval een groter gewicht mogen toekennen dan aan de belangen van [verzoekers].
Conclusie
7. Gelet op de voorgaande overwegingen bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.
8. De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. E.A. Minderhoud, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.C. van Engelen, griffier.
w.g. Minderhoud
voorzieningenrechter
w.g. Van Engelen
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 12 augustus 2026
842