Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202405427/1/R2

Uitspraak 202405427/1/R2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4915
Datum uitspraak
19 augustus 2026
Inhoudsindicatie
Het beroep richt zich tegen het besluit van de raad van de gemeente Maashorst van 27 juni 2024, waarbij het bestemmingsplan ‘[locatie] te Zeeland’ is vastgesteld. Wat [appellant] in beroep heeft aangevoerd, geeft geen aanleiding voor het oordeel dat het bestemmingsplan in strijd met het recht is vastgesteld. In deze procedure gaat het over het vastgestelde bestemmingsplan ‘[locatie] te Zeeland’. Dat er voorafgaand hieraan een poging is gedaan om de duivenhokken te legaliseren via een omgevingsvergunningsprocedure en wat daar toen is gebeurd of nagelaten, staat in deze procedure dus niet ter beoordeling. Het bestemmingsplan is voorbereid met toepassing van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure. In overeenstemming met deze procedure is [appellant] in de gelegenheid gesteld om een zienswijze op het ontwerpplan naar voren te brengen. Dat heeft [appellant] ook gedaan. De raad heeft deze zienswijze betrokken bij de vaststelling van het plan en heeft in de nota van zienswijze behorende bij dit plan uiteengezet waarom dit niet tot een ander besluit heeft geleid. Daarmee heeft de raad voor dit plan de juiste procedure gevolgd.
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Mondelinge uitspraak
  • RO - Noord-Brabant

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202405427/1/R2.
Datum uitspraak: 19 augustus 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[appellant], gevestigd in Zeeland, gemeente Maashorst,
appellant,

en

de raad van de gemeente Maashorst,
verweerder.

Openbare zitting gehouden op 19 augustus 2026 om 14:00 uur.

Tegenwoordig:
Staatsraad mr. A. Kuijer, voorzitter
griffier: mr. R.M. Ahmady-Pikart

Verschenen:
[appellant], vertegenwoordigd door mr. W.A. Verbeek, advocaat in Groningen en de raad, vertegenwoordigd door J. Staps.

Het beroep richt zich tegen het besluit van de raad van 27 juni 2024, waarbij het bestemmingsplan ‘[locatie] te Zeeland’ is vastgesteld.

De Afdeling

I.        verklaart het beroep ongegrond;

II.       wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Gronden:

Wat [appellant] in beroep heeft aangevoerd, geeft geen aanleiding voor het oordeel dat het bestemmingsplan in strijd met het recht is vastgesteld. In deze procedure gaat het over het vastgestelde bestemmingsplan ‘[locatie] te Zeeland’. Dat er voorafgaand hieraan een poging is gedaan om de duivenhokken te legaliseren via een omgevingsvergunningsprocedure en wat daar toen is gebeurd of nagelaten, staat in deze procedure dus niet ter beoordeling. Het bestemmingsplan is voorbereid met toepassing van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure. In overeenstemming met deze procedure is [appellant] in de gelegenheid gesteld om een zienswijze op het ontwerpplan naar voren te brengen. Dat heeft [appellant] ook gedaan. De raad heeft deze zienswijze betrokken bij de vaststelling van het plan en heeft in de nota van zienswijze behorende bij dit plan uiteengezet waarom dit niet tot een ander besluit heeft geleid. Daarmee heeft de raad voor dit plan de juiste procedure gevolgd. De Afdeling ziet dat [appellant] in zijn zienswijze bepaalde concrete problemen met het bestemmingsplan heeft benoemd, maar deze problemen zijn voor het vaststellen van een bestemmingsplan niet relevant. Wellicht heeft [appellant] bedoeld om ook andere problemen aan de orde te stellen, maar nu die zowel in de zienswijze als in het beroepschrift niet duidelijk en onderbouwd naar voren zijn gebracht, had de raad die niet bij zijn beoordeling hoeven te betrekken en kunnen deze ook niet tot een ander oordeel van de Afdeling leiden. Het betoog slaagt niet.

Omdat de Afdeling uitspraak doet op 19 augustus 2026, is de redelijke termijn van twee jaar - die is begonnen op 20 augustus 2024 - niet overschreden.

De raad hoeft de proceskosten niet te vergoeden.

w.g. Kuijer
lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Ahmady-Pikart
griffier

638-1201


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon