Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 124.991
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202001525/2/R4

Bij besluit van 13 januari 2020 heeft de raad van de gemeente Lochem het bestemmingsplan "Berkeloevers Lochem" vastgesteld. Het plan voorziet in het realiseren van maximaal 20 woningen op een voormalig bedrijfsterrein aan de Graaf Ottoweg 32 te Lochem en het ten zuiden daarvan gelegen onbebouwde perceel. De gronden zijn in eigendom bij [vergunninghouder]. De Vereniging Badhuisoord behartigt de belangen van onder meer de bewoners van de Graaf Ottoweg. De Vereniging van eigenaars "Stad Lochem" behartigt de gemeenschappelijke belangen van de eigenaren van het appartementencomplex aan de Nieuweweg 3, op korte afstand van het plangebied. [verzoeker A] en [verzoeker B] wonen aan de [locatie], eveneens vlakbij het plangebied. Het verzoek van de Vereniging en anderen richt zich niet tegen de in het bestemmingsplan toegestane bouw van de woningen op zich, maar ziet op twee punten: het fiets- en wandelpad (3) en het groene karakter van het plangebied (4).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1239
Datum uitspraak
19 mei 2020
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202001525/2/R4

202001559/2/R4

Bij besluit van 13 januari 2020 heeft de raad van de gemeente Lochem het bestemmingsplan "Nieuweweg Lochem" vastgesteld. Het plan voorziet in het realiseren van twee vrijstaande woningen tussen de [locatie 1] en 3 te Lochem. In het plangebied bevinden zich nu bomen en een sloot. Het plangebied grenst aan de noordzijde aan de Badhuisweg en aan de zuidzijde aan de Nieuweweg. De Vereniging Badhuisoord behartigt de belangen van de bewoners van de Nieuweweg. De Vereniging van eigenaars "Stad Lochem" behartigt de gemeenschappelijke belangen van de bewoners van het appartementencomplex aan de Nieuweweg. [verzoeker C] en [verzoeker D] wonen aan de [locatie 1]. [verzoeker A] en [verzoeker B] wonen aan de [locatie 2], vlakbij het plangebied. Het verzoek richt zich niet tegen de in het bestemmingsplan toegestane bouw van twee woningen, maar wel tegen de ontsluiting en oriëntatie van de woningen en de aantasting van het groene karakter van het plangebied.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1240
Datum uitspraak
19 mei 2020
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202001559/2/R4

202000911/2/R3

Bij besluit van 29 april 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Groningen aan de gemeente Groningen een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van vier oefenruimtes voor vier culturele instellingen aan de Bloemsingel te Groningen. Het project behelst de nieuwbouw voor het project Kunstwerf waarbij vier oefenruimtes voor theatergezelschappen worden gerealiseerd. Op het perceel aan de Bloemsingel 8 lag Villa A, een gemeentelijk monument. Dit pand is inmiddels gesloopt. In de directe omgeving van het bouwplan zijn Villa B en twee gemeentelijke monumenten gesitueerd, die restanten van een voormalige gasfabriek zijn. Het college had voor het project een omgevingsvergunning verleend voor de activiteiten "bouwen", "strijdig gebruik van gronden of bouwwerken" en "wijziging monument". De rechtbank heeft naar aanleiding van het beroep van Erfgoedvereniging Bond Heemschut dat besluit herroepen. Tegen de uitspraak van de rechtbank heeft het college hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1231
Datum uitspraak
15 mei 2020
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202000911/2/R3

201808896/1/V2

Bij besluit van 4 augustus 2017 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1211
Datum uitspraak
13 mei 2020
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak201808896/1/V2

201901447/1/V3

Bij besluit van 12 juli 2016 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om krachtens artikel 64 van de Vw 2000 te bepalen dat haar uitzetting achterwege blijft, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1200
Datum uitspraak
13 mei 2020
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak201901447/1/V3

201902049/1/V2

Bij besluit van 23 december 2016 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdelingen een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1212
Datum uitspraak
13 mei 2020
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak201902049/1/V2

201907792/1/V2

Bij besluit van 22 september 2019 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1210
Datum uitspraak
13 mei 2020
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak201907792/1/V2

201907988/1/V1

Bij besluit van 8 juni 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid [appellante] een boete opgelegd van € 8.250,00 voor een overtreding als bedoeld in artikel 55a van de Vw 2000.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1232
Datum uitspraak
13 mei 2020
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak201907988/1/V1

201909270/1/V3

Bij besluiten van 4 november 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1203
Datum uitspraak
13 mei 2020
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak201909270/1/V3

202000808/1/V1

Bij besluit van 22 november 2019 heeft het COa de vreemdeling overgeplaatst naar de Extra Begeleidings- en Toezicht Locatie (hierna: EBTL) te Hoogeveen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1209
Datum uitspraak
13 mei 2020
  • Hoger beroep
  • Opvang asielzoekers
  • uitspraakin de zaak202000808/1/V1

202001062/1/V2

Bij besluit van 31 januari 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdelingen een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1208
Datum uitspraak
13 mei 2020
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202001062/1/V2

202002468/2/V3

Bij besluit van 23 mei 2017 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en ambtshalve geweigerd krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel te bepalen dat uitzetting van de vreemdeling achterwege blijft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1213
Datum uitspraak
13 mei 2020
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202002468/2/V3

202002471/1/V3

Bij besluit van 5 februari 2020 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1207
Datum uitspraak
13 mei 2020
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202002471/1/V3

202002567/2/V3

Bij besluit van 7 januari 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om krachtens artikel 64 van de Vw 2000 te bepalen dat haar uitzetting achterwege blijft, buiten behandeling gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1201
Datum uitspraak
13 mei 2020
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202002567/2/V3

201706472/2/R1

Bij tussenuitspraak van 23 januari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:188, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Nijkerk opgedragen om binnen 26 weken na verzending van deze uitspraak met inachtneming van hetgeen daarin is overwogen het besluit van 30 mei 2017 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Buitengebied 2017" te herstellen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1214
Datum uitspraak
13 mei 2020
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak201706472/2/R1

201810044/2/A3

[appellant] en anderen hebben hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 6 november 2018 in zaak nr. 18/2738.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1206
Datum uitspraak
13 mei 2020
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak201810044/2/A3

201900136/1/A1

Bij besluit van 20 november 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Waterland Camping en Jachthaven Uitdam onder oplegging van dwangsommen gelast om: I. de op het perceel, kadastraal bekend gemeente Broek in Waterland, sectie E, nummer 1057 (hierna: het perceel), geplaatste recreatieark ‘Aqua Vive’ te verwijderen en verwijderd te houden; II. na te laten in de toekomst zonder vereiste omgevingsvergunning de geplande recreatiearken te plaatsen; III. na te laten in de toekomst in afwijking van de omgevingsvergunning voor het groepsgebouw te bouwen. Camping en Jachthaven Uitdam is eigenaresse van het perceel. Het perceel is gelegen op het terrein van Resort Poort van Amsterdam, aan het Markermeer. Op het perceel bevindt zich een recreatiepark. De Aqua Vive dient als showmodel, maar zal in de toekomst worden verkocht met verhuur van een ligplaats in het resort.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1216
Datum uitspraak
13 mei 2020
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak201900136/1/A1

201902119/1/A1

Bij besluit van 29 maart 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Aa en Hunze aan [vergunninghouder] omgevingsvergunning verleend ter legalisering van een reeds bestaande berging van 2,40 m hoog, 2,60 m breed en 3,60 m breed op het perceel [locatie 1]. [appellant] woont op het perceel [locatie 2] gelegen schuin achter dit perceel. Vanuit zijn woning heeft hij zicht op het bij besluit van 29 maart 2017 vergunde bijgebouw. Het bijgebouw staat in de zijtuin van het perceel van [vergunninghouder] tegen de perceelsgrens van het perceel van [appellant].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1220
Datum uitspraak
13 mei 2020
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak201902119/1/A1

201902797/1/A1

Bij tien afzonderlijke besluiten van 15 maart 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de verzoeken van [appellant A] en anderen om handhaving van de luchtkwaliteitseisen in Amsterdam afgewezen. [appellant A] en anderen hebben het college verzocht om maatregelen te treffen tegen de luchtverontreiniging in de straten waar zij wonen. Zij stellen dat de luchtkwaliteit in hun straten niet voldoet aan de Europese milieunorm voor stikstofdioxide (NO2) en dat titel 5.2 van de Wet milieubeheer daarom wordt overtreden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1217
Datum uitspraak
13 mei 2020
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak201902797/1/A1

201903568/1/R1

Bij besluit van 30 oktober 2018 heeft het dagelijks bestuur van Avri onder meer de locatie nabij de Prinses Margrietstraat 20 te Gameren aangewezen voor de plaatsing van een ondergrondse restafvalcontainer. De ORAC is bedoeld voor 112 huishoudens in de omgeving van de aangewezen locatie. Nabij de aangewezen locatie, aan de Johannis van Rijswijkstraat, is een kinderspeelplaats. De aangewezen locatie is ook gelegen nabij het kruispunt van de Johannis van Rijswijkstraat met de Prins Willem-Alexanderstraat. [appellant] woont in de woning aan de [locatie]. Hij vreest voor overlast van het gebruik van de ORAC, onder meer door een toename van het verkeer.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1227
Datum uitspraak
13 mei 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak201903568/1/R1

201903919/1/A3

Bij besluit van 3 december 2015 heeft de staatssecretaris van Economische Zaken (thans: de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit) een verzoek van Greenpeace om openbaarmaking van documenten op grond van de Wet openbaarheid van bestuur afgewezen. Greenpeace heeft op grond van de Wob verzocht om gegevens over de jaarlijkse afzet van bestrijdingsmiddelen in Nederland in de periode 2010 tot en met 2014. De staatssecretaris heeft zes documenten aangetroffen. De documenten 1 tot en met 5 hebben betrekking op onderscheidenlijk de jaren 2010 tot en met 2014. Deze documenten bevatten informatie over de gezamenlijke afzet in kilogrammen van werkzame stoffen van bij Nefyto aangesloten ondernemers over het betreffende jaar en een aanbiedingsbrief van de directeur van Nefyto. Document 6 is een Excel-bestand met door de staatssecretaris samengevoegde informatie van houders van toelatingen van gewasbeschermingsmiddelen die geen lid zijn van Nefyto.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1225
Datum uitspraak
13 mei 2020
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak201903919/1/A3

201904374/1/A3

Bij besluit van 6 februari 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Soest naar aanleiding van een verzoek van [verzoeker] op grond van de Wet openbaarheid van bestuur documenten (deels) openbaar gemaakt. [verzoeker] heeft het college verzocht om openbaarmaking van "alle documenten die betrekking hebben op het overleg over, de voorbereiding van en de besluitvorming met betrekking tot de bestemming, het gebruik en de bebouwing van het perceel [locatie] vanaf 1998, alsmede voorgenomen [wijzigingen] daarvan".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1228
Datum uitspraak
13 mei 2020
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak201904374/1/A3

201904522/1/R1

Bij besluit van 3 april 2019 heeft de raad van de gemeente Amsterdam het bestemmingsplan "Baaibuurt-West" vastgesteld. Het plan voorziet in de transformatie van het zuidwestelijke deel van het Zeeburgereiland naar een gemengd woon-werkgebied. Voor een deel van het plangebied was voorheen geen bestemmingsplan van kracht (de zogenoemde "witte vlek"). [appellant A] en [appellant B] wonen aan de [locatie]. Zij kunnen zich onder andere niet verenigen met het plandeel met de bestemming "Wonen" en het plandeel met de dubbelbestemming "Waterstaat - Waterkering" ter plaatse van hun perceel. [appellant A] en [appellant B] willen hun woning verbouwen en bijbehorende bouwwerken oprichten. Zij wensen daarvoor onder meer een verhoging van de maximale goot- en bouwhoogte.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1222
Datum uitspraak
13 mei 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak201904522/1/R1

201904574/1/A3

Bij besluit van 1 september 2017 heeft de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit de toestemming van Grietje voor pulsvisserij met het vaartuig [naam vaartuig] voor 6 maanden geschorst. Grietje had voor haar vaartuig [naam vaartuig] een visvergunning en toestemming voor pulsvisserij. In de nacht van 28 augustus op 29 augustus 2017 hebben toezichthouders van de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit het vaartuig [naam vaartuig] bezocht. Zij hebben toen geconstateerd dat tijdens het pulsvissen is gevist met binnenkuilen. Een binnenkuil is een netvoorziening die de mazen van het oorspronkelijke net verspert of de feitelijke afmetingen van de mazen verkleint. Grietje was hiermee in overtreding en daarom heeft de minister de toestemming voor pulsvisserij voor 6 maanden geschorst.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1226
Datum uitspraak
13 mei 2020
  • Hoger beroep
  • Visserij
  • uitspraakin de zaak201904574/1/A3

201904583/1/R1

Bij besluit van onderscheidenlijk 14 april 2019 en 24 april 2019 hebben de minister van Economische Zaken en Klimaat en de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties het rijksinpassingsplan "Net op zee Hollandse Kust (noord) en Hollandse Kust (west Alpha)" vastgesteld. Het RIP maakt mogelijk dat de platforms van het windpark op zee Hollandse Kust (noord) en het noordelijk deel van het windpark op zee Hollandse Kust (west Alpha) worden aangesloten op het landelijk hoogspanningsnet, door het aanleggen van ondergrondse hoogspanningskabels naar het bestaande 380 kV hoogspanningsstation Beverwijk en het bouwen van een transformatorstation op het industrieterrein IJmond in Wijk aan Zee, waar onder meer Tata Steel is gevestigd. Het project bestaat uit twee platforms op zee, vier 220 kV-kabelsystemen op zee en vier 220 kV-kabelsystemen op land, vier 380 kV-kabelsystemen op land en een transformatorstation. De Wnb-vergunning en de omgevingsvergunning dienen ter uitvoering van dit project.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1230
Datum uitspraak
13 mei 2020
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Inpassingsplan
  • uitspraakin de zaak201904583/1/R1

201905146/1/R4

Bij besluit van 17 mei 2018 heeft het college geweigerd handhavend op te treden tegen de op het perceel Koninginnelaan 40c te Apeldoorn, na een aanrijding herplaatste reclamezuil van Aldi Groenlo B.V.. In 2014 heeft het college omgevingsvergunning verleend voor onder meer het oprichten van een bedrijfspand (supermarkt) op het perceel. Daarbij is ook het plaatsen van een reclamezuil naast het perceel van [appellant A] en [appellant B] met daarop de tekst "Aldi" vergund. Op of omstreeks 25 november 2017 is deze reclamezuil beschadigd geraakt doordat een vrachtwagen met oplegger daartegen aan is gereden. Daarna is de reclamezuil opgehaald, elders gerepareerd en op 16 januari 2018 teruggeplaatst op dezelfde plek. [appellant A] en [appellant B] hebben in januari 2018 een verzoek om handhaving ingediend bij het college. Volgens hen is de herplaatsing van de gerepareerde reclamezuil niet omgevingsvergunningvrij waardoor het college bevoegd is handhavend op te treden tegen het herplaatsen van de reclamezuil.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1221
Datum uitspraak
13 mei 2020
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak201905146/1/R4

201905520/1/R1

Bij onderscheiden besluiten van 26 maart 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hoorn [appellant A] en [appellant B] onder oplegging van een dwangsom gelast om het in strijd met het bestemmingsplan (laten) bewonen van de woning op het perceel [locatie 1] in Hoorn te beëindigen en beëindigd te houden. [appellant A] en [appellant B] zijn eigenaar van de woning op het perceel. Ten tijde van belang was F.A.S.T. Goed B.V. huurder van de woning, die de woning aan arbeidsmigranten onderverhuurde. Blijkens het rapport "Controle Huisvesting arbeidsmigranten/Kamergewijze verhuur" van 21 februari 2018 is op 20 februari 2018 door medewerkers van de gemeente geconstateerd dat er in de woning acht Poolse arbeidsmigranten wonen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1223
Datum uitspraak
13 mei 2020
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak201905520/1/R1

201905563/1/R4

Bij besluit van 23 maart 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Ede aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het verbouwen van de praktijkruimte tot kamerverhuur op het perceel [locatie] te Ede. [vergunninghouder] heeft een omgevingsvergunning gevraagd voor het intern verbouwen van de voormalige praktijkruimte bij haar woning op het perceel tot ruimte voor kamerverhuur en voor het als zodanig in gebruik nemen van die ruimte. Het college heeft naar aanleiding van de aanvraag een vergunning verleend voor het bouwen van een bouwwerk en het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1218
Datum uitspraak
13 mei 2020
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak201905563/1/R4

201905712/1/R4

Bij besluit van 17 november 2015 heeft het college van burgemeester en wethouders van Oirschot aan [wederpartij] een omgevingsvergunning verleend voor het uitbreiden van een bestaande varkensstal op het perceel [locatie] in Oostelbeers. [wederpartij] en anderen exploiteren een varkenshouderij op het perceel. Op 2 december 2014 heeft [wederpartij] een aanvraag ingediend voor het uitbreiden van een varkensstal. [belanghebbende A] en anderen en [belanghebbende B] en anderen wonen in de omgeving van de stal of hebben daar een bedrijf. Zij willen niet dat voor de uitbreiding van de stal een vergunning wordt verleend, omdat zij vrezen dat de uitbreiding negatieve gevolgen voor hun woon-, leef- en werkklimaat zal hebben.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1224
Datum uitspraak
13 mei 2020
  • Hoger beroep
  • Vee e.a. dieren
  • uitspraakin de zaak201905712/1/R4

201906596/1/R4

Bij besluit van 10 mei 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Deventer zijn beslissing om op 6 mei 2016 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2009 van de gemeente Deventer neerzetten van een vuilniszak, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat een gedeelte van de kosten van de toepassing van bestuursdwang (€ 91,00) voor rekening van [appellant] komt. Op 6 mei 2019 is een neergezette vuilniszak met huishoudelijke afvalstoffen aangetroffen buiten de daarvoor aangewezen inzamelvoorzieningen, nabij de ondergrondse container met zuilnummer DEO 172-3, gelegen aan de Leusensteeg. In de vuilniszak zat een poststuk geadresseerd aan [persoon] aan de [locatie 1] te Deventer. [appellant] woont op dit adres. Het college meent dat op basis hiervan de aangetroffen vuilniszak kan worden herleid tot [appellant].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1215
Datum uitspraak
13 mei 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak201906596/1/R4

201906942/1/V6

Bij besluit van 22 mei 2018 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid [appellante] een boete opgelegd van € 250,00 wegens het niet tijdig voldoen aan de inburgeringsplicht als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Wet inburgering. De minister heeft het bezwaar van [appellante] bij besluit van 5 september 2018 niet-ontvankelijk verklaard, omdat zij het bezwaarschrift te laat heeft ingediend en de termijnoverschrijding haar aan te rekenen is. [appellante] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is. Zij voert aan dat haar man haar zoon onder dreiging van geweld heeft geïnstrueerd om de post bij haar weg te houden en zij daarom niet tijdig bezwaar heeft kunnen maken. Haar zoon heeft hierover een verklaring overgelegd. [appellante] verwijst verder naar een brief van haar psychiater van 24 september 2019 en informatie van haar huisarts ter staving van haar psychische problemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1229
Datum uitspraak
13 mei 2020
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak201906942/1/V6

201907039/1/A3

Bij besluit van 10 juli 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Reusel-De Mierden een verzoek van [appellant] tot wijziging van zijn persoonsgegevens in de basisregistratie personen afgewezen. [appellant] staat in de brp ingeschreven als [naam 1], geboren op [geboortedatum] 1985 te Baishi (China). Deze gegevens zijn ontleend aan een door hem op 19 februari 2001 afgelegde verklaring onder ede, die overeenkomt met eerdere verklaringen tegenover de Immigratie- en Naturalisatiedienst van 16 december 1999 en 22 mei 2000 in het kader van zijn asielprocedure. Hij heeft het college verzocht om zijn gegevens te wijzigen in [naam 2], geboren op [geboortedatum] 1977 te Qingtian County (China). Het college heeft dit verzoek afgewezen, omdat volgens het college niet onomstotelijk is komen vast te staan dat de gegevens over [appellant] in de brp onjuist zijn en [appellant] dezelfde persoon is als de in de door hem overgelegde documenten genoemde persoon.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1219
Datum uitspraak
13 mei 2020
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak201907039/1/A3

201909073/2/R3

Bij besluit van 15 oktober 2019 heeft de raad van de gemeente Hof van Twente het bestemmingsplan "Buitengebied Hof van Twente, [locatie 1]/[locatie 2]" vastgesteld. Het plan heeft betrekking op de locatie [locatie 1]/[locatie 2] te Ambt Delden. De eigenaar van deze locatie, [belanghebbende], exploiteert aldaar een onderneming, die zich richt op de opslag van windmolenonderdelen. Verder wil hij hier een aannemersbedrijf exploiteren. Ook wenst hij een hier aanwezige bedrijfswoning te verbouwen, alsmede ten behoeve van daarvan een schuur te bouwen. Het plan beoogt dit mogelijk te maken. Twentevis en de stichting en anderen kunnen zich niet verenigen met het plan. Twentevis exploiteerde tot voor kort een viskwekerij c.a. in de op het perceel aanwezige bedrijfsbebouwing.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1205
Datum uitspraak
12 mei 2020
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak201909073/2/R3

202002794/2/V3

Bij besluit van 26 april 2020 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1202
Datum uitspraak
8 mei 2020
  • Voorlopige voorziening
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202002794/2/V3

201909074/2/R3

Bij besluit van 15 oktober 2019 heeft de raad van de gemeente Hof van Twente het bestemmingsplan "Buitengebied Hof van Twente, Veegplan 2019" vastgesteld. De stichting en anderen voeren aan dat het plan op de gronden met de bestemmingen "Agrarisch", "Agrarisch met waarden", "Bedrijf", "Bedrijf - Vab", "Bedrijf - Zandwinning", "Cultuur en ontspanning", "Dienstverlening", "Horeca", "Maatschappelijk", "Recreatie", "Recreatie - Verblijfsrecreatie" en "Sport" de bouw van een ongelimiteerd aantal windmolens of windturbines mogelijk maakt. Dat heeft volgens hen ernstige effecten voor onder meer het milieu, de natuur, het landschap. Die effecten zijn ook niet beoordeeld. Naar hun oordeel had een milieueffectrapport moeten worden opgesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1199
Datum uitspraak
7 mei 2020
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak201909074/2/R3

201902124/3/A3

[appellant A] en [appellant B] hebben hoger beroep ingesteld tegen bovengenoemde uitspraken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:3150
Datum uitspraak
7 mei 2020
  • Vereenvoudigde behandeling
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak201902124/3/A3

201601537/1/V3

Bij besluit van 8 mei 2014 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van referent om de vreemdeling een mvv te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1198
Datum uitspraak
6 mei 2020
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak201601537/1/V3

201900215/1/V3

Bij besluit van 30 september 2016 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om zijn verblijfsdocument te vervangen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1197
Datum uitspraak
6 mei 2020
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak201900215/1/V3

202000160/2/R4

Bij besluit van 12 november 2019 heeft de raad van de gemeente Wijk bij Duurstede het bestemmingsplan "[locatie]-2017" vastgesteld. [verzoeker] is eigenaar van het perceel [locatie] in Wijk bij Duurstede. Op dit perceel is een woning aanwezig. Het voorheen geldende bestemmingsplan maakte de bouw van een tweede woning op dit perceel mogelijk. Het bestemmingsplan "[locatie]-2017" maakt de bouw van een nieuwe woning mogelijk op gronden ten noorden van het perceel van [verzoeker]. Die gronden zijn eigendom van Weveo Holding. De mogelijkheid om een tweede woning te bouwen op het perceel van [verzoeker] is daarbij verwijderd. Aldus is de mogelijkheid om een nieuwe woning te bouwen verplaatst van het perceel van [verzoeker] naar de gronden van Weveo Holding.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1174
Datum uitspraak
6 mei 2020
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202000160/2/R4

202000375/1/V1

Bij besluit van 22 maart 2016 heeft het COa de verstrekkingen van de vreemdeling krachtens de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 beëindigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1196
Datum uitspraak
6 mei 2020
  • Hoger beroep
  • Opvang asielzoekers
  • uitspraakin de zaak202000375/1/V1

202001661/1/A2 en 202001661/2/A2

Bij besluit van 28 juni 2019 heeft de stichting Openbaar Onderwijs aan de Amstel [appellant] medegedeeld dat hun [kind] vanaf 25 augustus 2019 wordt verwijderd van de openbare [basisschool]. [kind] is geboren op [2011]. Hij is in november 2015 begonnen in groep 1 van [basisschool]. De stichting is het bevoegd gezag van deze school. Volgens de stichting kan [basisschool] door de gedragsproblemen van [kind] niet meer voorzien in zijn onderwijsbehoefte en is de school dus handelingsverlegen. Daarom heeft de stichting [kind] op 21 december 2018 aangemeld bij het Samenwerkingsverband Primair Onderwijs Amsterdam Diemen met de vraag of hij in aanmerking komt voor een toelaatbaarheidsverklaring voor het speciaal onderwijs. Bij besluit van 17 juni 2019 heeft het Samenwerkingsverband die TLV afgegeven. Het bezwaar van [appellant] hiertegen is bij besluit van 6 december 2019 ongegrond verklaard. Hiertegen heeft [appellant] beroep ingesteld. De procedure over de TLV loopt nog.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1172
Datum uitspraak
6 mei 2020
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Onderwijs
  • uitspraakin de zaak202001661/1/A2 en 202001661/2/A2

202002128/1/V3

Bij besluit van 9 maart 2020 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1175
Datum uitspraak
6 mei 2020
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202002128/1/V3

201605074/1/R2

Bij besluit van 19 mei 2016, kenmerk 2015-005760, heeft het college van gedeputeerde staten van Gelderland aan Staatsbosbeheer Regio Oost krachtens artikel 19d van de Natuurbeschermingswet 1998 een vergunning verleend voor de herontwikkeling en exploitatie van het voormalige zendercomplex Radio Kootwijk, gelegen in het Natura 2000-gebied Veluwe. Het complex bestaat uit een aantal gebouwen, waaronder het monumentale voormalige zendstation Radio Kootwijk met annexe bebouwing, een voormalig hotel en de woningen van het dorp Radio Kootwijk, en uit het omliggende terrein. Het complex is gelegen in het Natura 2000-gebied Veluwe. Het zendstation vormde in de eerste helft van de 20e eeuw een belangrijke telecommunicatieverbinding tussen Nederland en zijn toenmalige koloniën, met name Nederlands-Indië. Een deel van het complex was tot 2005 in gebruik en in beheer bij KPN. In 2004 en 2009 is het complex in delen overgedragen aan Staatsbosbeheer, die nu de eigenaar van het gehele complex is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1184
Datum uitspraak
6 mei 2020
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak201605074/1/R2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak201605074/1/R2

201706783/3/R1

Bij besluit van 17 mei 2017 heeft de raad van de gemeente Bronckhorst het bestemmingsplan "Landelijk gebied Bronckhorst" vastgesteld. [appellant] had tot 1997 een intensieve veehouderij aan de [locatie 1] te Vierakker. In 2000 is een vergunning verleend voor het bouwen van een kapschuur die gelet op de tekening bij de vergunning bedoeld is als paardenstalling. Rond 2005 is de agrarische bestemming omgezet in een woonbestemming. Het oorspronkelijke plan voorzag voor de gronden van [appellant] in de bestemming "Wonen". [appellant] is hiertegen in beroep gekomen omdat hij een aanduiding wenst voor een kleine paardenhouderij en opslag voor het hoveniersbedrijf van zijn zoon conform bestaand gebruik sinds 2001. Met het veegplan is de raad hieraan tegemoet gekomen door te voorzien in paardenstalling voor maximaal 8 paarden en in binnenopslag voor een hoveniersbedrijf. [appellant] richt zich tegen het veegplan omdat hij het toegestane aantal van 8 paarden te beperkt acht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1177
Datum uitspraak
6 mei 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak201706783/3/R1

201808056/1/A1 en 201808487/1/A1

Bij besluit van 1 december 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de kosten van de spoedeisende bestuursdwang die is toegepast naar aanleiding van een brand in een loods aan de [locatie 1] te Amsterdam, vastgesteld en deze bij [appellant sub 1] verhaald. [appellant sub 1] is eigenaar en verhuurder van een loods op het perceel [locatie 1] te Amsterdam. [appellant sub 2A] is huurder van de loods en drijft de ondernemingen Dutch4Green B.V., CRS Worldwide B.V. en Scooter Company, die op dat adres stonden ingeschreven. In de nacht van 28 op 29 november 2016 is in de loods brand uitgebroken, waarbij zich asbestdeeltjes in de nabije omgeving hebben verspreid. In de nacht van 30 november op 1 december 2016 is het puin weer gaan branden, waarbij opnieuw asbestdeeltjes zijn vrijgekomen. Het college heeft spoedeisende bestuursdwang toegepast door opdracht te geven tot het saneren van de asbestverontreiniging in de directe omgeving van de loods.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1183
Datum uitspraak
6 mei 2020
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak201808056/1/A1 en 201808487/1/A1

201809129/1/A1

Bij besluit van 10 juni 2016 heeft het college het college van burgemeester en wethouders van Kollumerland c.a. aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het in afwijking van het bestemmingsplan gebruiken van het perceel aan het [locatie] in Kollum als camperplaats. [vergunninghouder] woont op het perceel. Hij wil het perceel tevens gaan gebruiken als kampeerterrein voor 5 campers, hetgeen in strijd is met het destijds geldende bestemmingsplan "Buitengebied 2012". [vergunninghouder] heeft daarom een omgevingsvergunning gevraagd voor gebruik in strijd met het bestemmingsplan. Het college stelt zich op het standpunt dat het bestemmingsplan de mogelijkheid biedt om onder bepaalde voorwaarden in afwijking daarvan een perceel te gebruiken als kampeerterrein.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1191
Datum uitspraak
6 mei 2020
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak201809129/1/A1

201901994/1/R1

Bij besluit van 19 december 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Aalsmeer aan Green Park Aalsmeer Gebiedsontwikkeling B.V. omgevingsvergunning verleend voor het afwijken van het bestemmingsplan voor het zogenoemde Schipholparkeren op het perceel Middenweg te Aalsmeer, meer specifiek de percelen met de kadastrale nummers sectie B 5904, 6033, 6035, 5909, 5920 en 6147, in deelgebied 3 van het bedrijventerrein ‘Green Park Aalsmeer’. Het perceel waar de omgevingsvergunning voor Schipholparkeren betrekking op heeft, heeft een oppervlakte van ruim 23.000 m2. Op het perceel zijn maximaal 1300 parkeerplaatsen voor langparkeerders voorzien. [appellant] woont aan de [locatie] in Aalsmeer op een afstand van ongeveer 110 m van het perceel. Zijn woning bevindt zich onder de aanvliegroute van de vliegtuigen naar Schiphol en in zone 3 van het Luchthavenindelingsbesluit Schiphol, waar inmiddels geen woningen meer mogen worden gebouwd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1179
Datum uitspraak
6 mei 2020
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak201901994/1/R1

201903048/1/A1

Bij besluit van 1 februari 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag besloten tot invordering van verbeurde dwangsommen met een bedrag van € 6.000,00. Op het perceel [locatie 1] in Den Haag is het horecabedrijf "[eetcafé]" gevestigd. Boven het bedrijf bevinden zich woningen van derden. Bij besluit van 4 september 2017 heeft het college [appellante] gelast om per direct te voldoen aan artikel 2.17 van het Activiteitenbesluit milieubeheer door het volume van de muziekinstallatie(s) van "[eetcafé]" op het juiste niveau in te stellen en ramen en deuren zoveel mogelijk gesloten te houden, onder oplegging van een dwangsom van € 3.000,00 per keer dat geconstateerd wordt dat daaraan niet wordt voldaan met een submaximum van € 3.000,00 per week en een maximum van € 9.000,00. Tegen deze last heeft [appellante] geen rechtsmiddelen aangewend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1180
Datum uitspraak
6 mei 2020
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak201903048/1/A1

201903452/1/A1

Bij besluit van 29 maart 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Dantumadiel aan [appellant sub 1] een omgevingsvergunning verleend. [appellant sub 1] exploiteert op de percelen [locatie 1] en [locatie 2] in Hurdegaryp - plaatselijk bekend als De Wâl in Feanwâlden - een loon- en melkveehouderijbedrijf. Bij het besluit van 29 maart 2017 heeft het college aan [appellant sub 1] een omgevingsvergunning verleend voor zijn inrichting op de [locatie 2] in Feanwâlden. Het gaat om het oprichten van een inrichting en het vergroten van een melkveelstal. Ter plaatse geldt het bestemmingsplan "Bûtengebied Dantumadiel 2013". Het bouwplan is daarmee in strijd. Om medewerking te kunnen verlenen aan het bouwplan heeft het college de gevraagde omgevingsvergunning verleend met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 3°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. [appellant sub 2] en anderen wonen in de buurt van de inrichting.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1193
Datum uitspraak
6 mei 2020
  • Hoger beroep
  • Vee e.a. dieren
  • uitspraakin de zaak201903452/1/A1

201903662/1/A1

Bij besluit van 20 maart 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Alphen-Chaam [appellant sub 1] onder oplegging van bestuursdwang gelast om het bijgebouw op het perceel aan de [locatie 1] te Alphen (hierna: het perceel) te verwijderen en verwijderd te houden. [appellant sub 1] is eigenaar en bewoner van de woning op het perceel. In 2015 heeft hij de houten schuur in de zuidoosthoek van het perceel vervangen door een garage en berging met een kap. De garage is aan een zijde open. [appellant sub 1] gebruikt de garage om zijn oldtimers daarin te stallen en te restaureren. [appellant sub 2] woont op het perceel [locatie 2] te Alphen dat grenst aan het perceel en heeft handhaving van het bestemmingsplan gevraagd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1185
Datum uitspraak
6 mei 2020
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak201903662/1/A1

201904174/1/A3

Bij besluit van 29 november 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan [appellant] een last onder dwangsom van € 50.000,00 opgelegd. Op 8 september 2016, 20 september 2016, 2 mei 2017, 22 juni 2017, 5 juli 2017, 21 augustus 2017, 7 september 2017, 13 september 2017, 27 september 2017 en 9 november 2017 hebben er controles plaatsgevonden door een toezichthouder van het Bestuurlijk Team Prostitutie, medewerkers van de afdeling vergunningen Toezicht en Handhaving en medewerkers van het team Mensenhandel van de Nationale Politie, eenheid Amsterdam. Tijdens deze controles zijn er escortdames geboekt die op de website www.goldenangels.com vermeld stonden. Het college heeft aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd, inhoudende dat [appellant] direct alle activiteiten van het [escortbureau] dan wel advertentieplatform staakt dan wel gestaakt houdt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1187
Datum uitspraak
6 mei 2020
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak201904174/1/A3

201904186/1/R2

Bij besluit van 15 februari 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven [appellante] onder oplegging van een dwangsom gelast om ervoor zorg te dragen dat de strijdigheid in het pand aan de [locatie] te Eindhoven met artikel 2.17, eerste lid, aanhef en onder a, van het Activiteitenbesluit milieubeheer wordt verholpen en dat herhaling daarvan wordt voorkomen. [appellante] exploiteert sinds april 2016 een partysalon aan de [locatie] te Eindhoven. Naar aanleiding van geluidsoverlastklachten van omwonenden over de partysalon heeft het college geluidsmetingen laten verrichten door de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant. Uit de meetrapporten van de Omgevingsdienst, opgesteld naar aanleiding van geluidsmetingen, volgt dat ten tijde van de verrichte geluidsmetingen door de partysalon telkens het maximaal toegestane geluidsniveau werd overschreden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1182
Datum uitspraak
6 mei 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak201904186/1/R2

201904442/1/A1

Bij brief van 24 augustus 2018 heeft [appellant] beroep ingesteld tegen het niet (tijdig) bekend maken door het college van burgemeester en wethouders van Simpelveld dat van rechtswege een omgevingsvergunning is verleend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1188
Datum uitspraak
6 mei 2020
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak201904442/1/A1

201905197/1/A3

Bij besluit van 4 juli 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Veere het verzoek om handhavend optreden van [appellant sub 2] opnieuw afgewezen. [appellant sub 2] is eigenaar van het perceel [locatie] in Veere. Zij heeft daar een agrarisch bedrijf en een kleinschalig kampeerterrein, ook wel aangeduid als minicamping, met 15 standplaatsen. [appellant sub 2] wil graag op het kampeerterrein 25 standplaatsen exploiteren. De aan andere minicampings verleende ontheffingen voor uitbreidingen waren geldig tot en met het kampeerseizoen 2012. Daarom heeft zij in 2015 verzocht om handhavend optreden tegen de exploitatie van meer dan 15 standplaatsen zonder ontheffing daarvoor door achttien andere minicampings. Het college acht zich niet bevoegd om handhavend op te treden omdat aan die andere minicampings inmiddels kampeervergunningen voor de exploitatie van meer dan 15 standplaatsen zijn verleend. Het college heeft het verzoek daarom afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1192
Datum uitspraak
6 mei 2020
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak201905197/1/A3

201905198/1/A3

Bij besluit van 10 juli 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Veere het verzoek om handhavend optreden van [appellant sub 2] opnieuw afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1189
Datum uitspraak
6 mei 2020
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak201905198/1/A3

201905301/1/R2

Bij besluit van 31 oktober 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Maastricht geweigerd om aan [appellant] een omgevingsvergunning te verlenen voor het legaliseren van kamerverhuur op de begane grond van het pand aan de [locatie] te Maastricht. [appellant] is op 22 juni 2006 eigenaar geworden van het pand. [appellant] verhuurt in het pand kamers aan studenten, zowel op de begane grond als op de verdiepingen. Bij besluit van 7 april 2017 heeft het college aan [appellant] een omgevingsvergunning verleend voor het verbouwen van het pand. Ook legaliseert de omgevingsvergunning de reeds gestarte kamerverhuur op de verdiepingen van het pand. Op 30 augustus 2017 heeft [appellant] een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht ingediend. In plaats van het verbouwen van de begane grond, wil [appellant] het gebruik, namelijk de verhuur van de kamers op de begane grond aan studenten, gelegaliseerd voortzetten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1178
Datum uitspraak
6 mei 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak201905301/1/R2

201905329/1/R4

Bij besluit van 28 mei 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Groningenaan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd wegens het in afwijking van de verleende omgevingsvergunning van 20 april 2016 uitvoeren van werkzaamheden op het perceel [locatie] te Groningen. Bij besluit van 4 oktober 2018 heeft het college besloten over te gaan tot invordering van de volgens hem door [appellant] verbeurde dwangsom ten bedrage van € 10.000,00.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1176
Datum uitspraak
6 mei 2020
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak201905329/1/R4

201905908/1/V6

Bij besluit van 22 februari 2018 heeft de raad van de Sociale Verzekeringsbank van bestuur de aanvraag van [appellant] hem een voorziening krachtens de Remigratiewet te verlenen, afgewezen. [appellant] heeft op 23 januari 2018 een aanvraag om een voorziening krachtens de Remigratiewet gedaan. De raad van bestuur heeft deze aanvraag bij besluit van 22 februari 2018 afgewezen, omdat [appellant] nog geen 18 jaar was op de dag dat hij in Nederland kwam wonen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1194
Datum uitspraak
6 mei 2020
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak201905908/1/V6

201906225/1/V6

Bij besluit van 22 oktober 2018 heeft de minister van Justitie en Veiligheid het verzoek van [appellante] om haar het Nederlanderschap te verlenen, afgewezen. De staatssecretaris heeft het verzoek afgewezen omdat [appellante] met de door haar overgelegde documenten haar identiteit en nationaliteit niet heeft aangetoond. Bureau Documenten van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (thans: Team Onderzoek en Expertise Documenten) heeft op verzoek van de staatssecretaris onderzoek verricht naar de documenten. TOED heeft in de verklaring van onderzoek van 13 juni 2017 geconcludeerd dat de overgelegde geboorteakte waarschijnlijk niet echt is. Hieraan heeft TOED ten grondslag gelegd dat de basisgegevens van het document zijn aangebracht met een reproductietechniek. [appellante] heeft vervolgens een verklaring van de Iraakse ambassade van 28 augustus 2017 overgelegd, waarin staat dat de ambassade de legalisatie van de geboorteakte bevestigt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1195
Datum uitspraak
6 mei 2020
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak201906225/1/V6

201906261/1/R4

Bij besluit van 10 juli 2019 heeft de raad van de gemeente Barneveld het bestemmingsplan "Overhorsterweg II, partiële herziening Buitengebied 2012" vastgesteld. Het perceel aan de [locatie 1], te Voorthuizen, had onder het voorgaande bestemmingsplan "Buitengebied 2012" ook de bestemming "Bedrijf-landelijk" met functieaanduidingen "agrarisch-loonbedrijf" en "opslag". Het loonbedrijf [belanghebbende] is al jaren actief op dit perceel en heeft diverse bedrijfsactiviteiten, waaronder de verkoop van zand en grond, het verhuren van machines en het uitvoeren van wegenbouwklussen en straatwerk. Deze bestaande bedrijfsactiviteiten vielen onder het voorgaande plan onder het overgangsrecht. In het bij besluit van 10 juli 2019 vastgestelde plan is een definitie opgenomen van de functie "agrarisch-loonbedrijf" waarmee de onder het overgangsrecht vallende activiteiten met dit plan worden toegestaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1190
Datum uitspraak
6 mei 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak201906261/1/R4

201906463/1/R2

Bij besluit van 18 september 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Meierijstad een omgevingsvergunning verleend aan [belanghebbende] voor het maken van een uitweg ten behoeve van de [locatie] te Schijndel. [belanghebbende] heeft op 13 juni 2018 een aanvraag ingediend voor het aanleggen van een uitweg tussen de achterzijde van het perceel en de Van Beverwijkstraat. Dit maakt het voor [belanghebbende] mogelijk om vanuit zijn achtertuin de openbare weg, het doodlopende deel van de Van Beverwijkstraat, te bereiken zodat tuinafval vanuit de achtertuin kan worden afgevoerd en met een fiets van en naar de achtertuin kan worden gegaan. Om de gewenste situatie te realiseren moet in de bestaande schutting aan de achterzijde van het perceel een poort ter breedte van 1 m worden geplaatst. Om toegang tot de poort te verkrijgen moet een gedeelte van de gemeentelijke haag worden verwijderd zodat een L-vormige verharding met grasbetonstenen kan worden aangebracht die wordt afgebakend met een plantsoenhek.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1181
Datum uitspraak
6 mei 2020
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak201906463/1/R2

201908164/1/R3

Bij uitspraak van 24 juli 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2571, heeft de Afdeling onder meer het beroep van Historische Vereniging Oud Leiden en Het Waterambacht Leiden tegen het besluit van de raad van de gemeente Leiden van 28 september 2017, tot vaststelling van het bestemmingsplan "Binnenstad", gegrond verklaard en dit besluit vernietigd voor zover het betreft het plandeel met de bestemming "Water" en de aanduiding "terras" nabij de bestaande [horecaonderneming] ter hoogte van de [locatie] te Leiden. Historische Vereniging Oud Leiden en Het Waterambacht Leiden hebben bij brief van 11 november 2019 de Afdeling verzocht die uitspraak te herzien.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1186
Datum uitspraak
6 mei 2020
  • Herziening
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak201908164/1/R3

202002356/2/R1

Bij besluit van 6 december 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders Tilburg [verzoekster] drie lasten onder dwangsom opgelegd wegens overtreding van artikel 13 van de Wet bodembescherming in verband met geconstateerde bodemverontreiniging op het perceel [locatie] en het naastgelegen openbaar gebied te Tilburg. In opdracht van de huidige eigenaar van het perceel heeft [bedrijf] in 2017 een sanering uitgevoerd van een bodemverontreiniging met minerale olie en/of vluchtige aromaten op het perceel. Naar aanleiding van het door [bedrijf] opgestelde evaluatierapport van 6 maart 2018 heeft het college vastgesteld dat na deze sanering een marginale restverontreiniging is achtergebleven (iets meer dan 2 m³) ter hoogte van de perceelsgrens met de openbare weg.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1173
Datum uitspraak
1 mei 2020
  • Voorlopige voorziening
  • Bodembescherming
  • uitspraakin de zaak202002356/2/R1

201903047/1/V1

Bij besluiten van 1 november 2017 en 28 maart 2018 heeft de staatssecretaris aanvragen om de vreemdelingen een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1142
Datum uitspraak
29 april 2020
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak201903047/1/V1

201905507/1/V1

Bij besluit van 23 november 2017 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een machtiging tot voorlopig verblijf (hierna: mvv) te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1143
Datum uitspraak
29 april 2020
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak201905507/1/V1

201907029/1/V2

Bij besluit van 6 juli 2018 heeft de staatssecretaris een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1144
Datum uitspraak
29 april 2020
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak201907029/1/V2

202000294/1/V3

Bij besluit van 30 juli 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1140
Datum uitspraak
29 april 2020
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202000294/1/V3

202002150/2/R4

Bij besluit van 9 januari 2020 heeft de raad van de gemeente Putten het bestemmingsplan "Kom West, herziening Wallenbergstraat" vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in twee appartementengebouwen aan de Wallenbergstraat in Putten. Het plangebied wordt nu gebruikt als sportveld. De appartementengebouwen zijn bedoeld voor maximaal 26 sociale huurwoningen. Woningstichting Putten is de initiatiefnemer van de woningbouw. [verzoeker sub 2] en [verzoeker sub 1] zijn omwonenden en zij kunnen zich niet verenigen met de voorziene appartementengebouwen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1137
Datum uitspraak
29 april 2020
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202002150/2/R4

202002203/1/V3

Bij besluit van 2 maart 2020 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1141
Datum uitspraak
29 april 2020
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202002203/1/V3

201601536/3/V3 en 201601554/3/V3

Bij verwijzingsuitspraak van 31 januari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:347, heeft de Afdeling het Hof van Justitie verzocht om in een prejudiciële beslissing uitspraak te doen over de gestelde vragen over de uitleg van artikel 7 van Besluit nr. 2/76 en artikel 13 van Besluit nr. 1/80. Bij een aanvraag tot het verlenen van een mvv is een onderdaan van een derde land, waaronder ook een Turkse onderdaan, bij of krachtens de Vw 2000 verplicht om mee te werken aan het afnemen van biometrische gegevens, die in een centraal bestand worden verwerkt. Deze gegevens kunnen ook aan derden beschikbaar worden gesteld met het oog op rechtshandhaving op strafrechtelijk gebied. De vreemdelingen, van Turkse nationaliteit, hebben ieder een aanvraag tot het verlenen van een mvv ingediend en meegewerkt aan het afnemen van biometrische gegevens. De staatssecretaris heeft de aanvragen ingewilligd. De vreemdelingen hebben bezwaar gemaakt tegen het afnemen en verwerken van hun biometrische gegevens.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1168
Datum uitspraak
29 april 2020
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak201601536/3/V3 en 201601554/3/V3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak201601536/3/V3 en 201601554/3/V3

201710317/1/A2

Bij besluit van 18 augustus 2016 heeft het bestuur van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek het verzoek van [appellant] om vergoeding van schade, voor zover dit betrekking heeft op € 1.513,38 voor het herschrijven van zijn aanvraag, toegewezen en het verzoek voor het overige afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1170
Datum uitspraak
29 april 2020
  • Hoger beroep
  • Onderwijs
  • uitspraakin de zaak201710317/1/A2

201802120/1/R2

Bij besluit van 20 december 2017 heeft de raad van de gemeente Baarn het bestemmingsplan "Landelijk gebied, Landgoed Pijnenburg" vastgesteld. Het plan voorziet onder meer in een klimbos, uitkijktoren en evenemententerrein in het deelgebied ’t Hooge Erf, een theehuis met aangrenzend parkeerterrein en een dierenbegraafplaats in het gebied Overbosch en in een wijziging van de functie van het koetshuis van wonen naar de dubbelfunctie wonen en kantoor/congres-ruimte met een kleine horecavoorziening in het deelgebied Brandenburg. De eigenaren van Landgoed Pijnenburg willen hun landgoed duurzaam in stand houden. De raad wil medewerking verlenen aan deze ontwikkelingen door een nieuw bestemmingsplan vast te stellen waarin economische dragers zijn opgenomen. Vuursche Groep, die twee horecagelegenheden exploiteert in het dorpscentrum van Lage Vuursche, vreest als gevolg van het plan met name concurrentie voor zijn horecagelegenheden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1158
Datum uitspraak
29 april 2020
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak201802120/1/R2

201806949/1/R2

Bij besluit van 6 juli 2018 heeft het college van gedeputeerde staten van Groningen op grond van artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming, vergunning verleend aan vereniging Koepel Windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding voor de bouw en exploitatie van zestien windturbines op met kadastrale nummers en coördinaten genoemde locaties in de gemeente Delfzijl. Het besluit heeft betrekking op de gevolgen die de bouw en exploitatie van windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding heeft of kan hebben voor op grond van de Wnb beschermde gebieden en soorten. Het plaatsingsgebied voor de windturbines ligt direct ten zuiden van en aansluitend op het bestaande windpark Delfzijl Zuid in de gemeente Delfzijl. Het plaatsingsgebied wordt globaal omsloten door de provinciale weg N362 aan de westzijde, het Termunterzijldiep aan de oostzijde en het bestaande windpark Delfzijl Zuid aan de noordzijde. Windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding bestaat uit zestien windturbines met een tiphoogte van maximaal 204 m.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1160
Datum uitspraak
29 april 2020
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak201806949/1/R2

201807749/1/A3

In december 2016 heeft de minister van Justitie en Veiligheid het verzoek van [appellant] om verwijdering van de justitiële gegevens over zijn persoon uit het justitieel documentatiesysteem afgewezen. [appellant] heeft als zestienjarige via de webcam contact gehad met een elfjarig meisje en haar op enig moment gevraagd of zij zich wilde uitkleden, wat zij heeft gedaan. Volgens [appellant] was geen sprake van dwang, beloften, misbruik, misleiding of iets van dien aard. Hij heeft in samenspraak met zijn ouders een transactievoorstel voor veertig uur werkstraf aanvaard voor het bewegen van een minderjarige tot ontuchtige handelingen. Voor het kunnen uitoefenen van het beroep van huisarts heeft [appellant] in juli 2015 een verklaring omtrent het gedrag aangevraagd. Volgens [appellant] kan hij er niet van uitgaan dat hij de VOG’s zal verkrijgen die vereist zijn voor de door hem beoogde verdere carrièrestappen, zolang voornoemde justitiële gegevens in de justitiële documentatie staan geregistreerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1148
Datum uitspraak
29 april 2020
  • Hoger beroep
  • Verklaring omtrent gedrag
  • uitspraakin de zaak201807749/1/A3

201809013/5/R1

Bij tussenuitspraak van 20 november 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3917, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Apeldoorn opgedragen om binnen 16 weken na de verzending van de tussenuitspraak het gebrek in het besluit van 20 september 2018 tot vaststelling van het bestemmingsplan "De Wellen Zuid" te herstellen, de Afdeling en de betrokken partijen de uitkomst mede te delen en een eventueel nieuw of gewijzigd besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken en mede te delen. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling de raad opgedragen om het gebrek, met inachtneming van hetgeen in de tussenuitspraak is overwogen, te herstellen. De raad diende daartoe in het plan het maximumaantal asielzoekers van 600 voor te schrijven, dan wel een ander besluit te nemen. Indien de raad huisvesting van meer dan 600 asielzoekers mogelijk wenste te maken, diende hij de ruimtelijke gevolgen daarvan voor het woon- en leefklimaat van de omwonenden nader te onderzoeken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1151
Datum uitspraak
29 april 2020
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak201809013/5/R1

201810157/1/A2

Bij besluit van 8 februari 2017 heeft de staatssecretaris van Economische Zaken een verzoek van Zeeland Seaports N.V., de rechtsvoorgangster van North Sea Port, om nadeelcompensatie wegens de wijziging van de begrenzing van het Natura 2000-gebied "Westerschelde & Saeftinghe", afgewezen. North Sea Port is beheerder en eigenaar van het havengebied Sloehaven ten oosten van Vlissingen. Bij besluit van 7 augustus 2012 heeft de staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie de begrenzing van het Natura 2000-gebied "Westerschelde & Saeftinghe" gewijzigd. Deze wijziging betreft een uitbreiding van het Natura 2000-gebied op het Rammekensschor, dat is gelegen nabij de Sloehaven, in oostelijke richting. Op 8 november 2016 heeft Zeeland Seaports een verzoek om schadevergoeding ingediend. Zij stelt dat zij als gevolg van het wijzigingsbesluit schade lijdt van ongeveer € 19,1 miljoen, omdat door het wijzigingsbesluit het voor haar niet meer mogelijk is om perceel B3 te ontwikkelen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1166
Datum uitspraak
29 april 2020
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak201810157/1/A2

201900727/1/A1

Bij besluit van 14 november 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bunschoten het waterschap Vallei en Veluwe gelast om de gevolgen van de verontreiniging die is ontstaan door het gebruiken van grond voor het verbreden en verstevigen van de Westdijk in Bunschoten ongedaan te maken. Het waterschap heeft in 2016 thermisch gereinigde grond gebruikt om de Westdijk in Bunschoten te verbreden en verstevigen. Naar aanleiding van klachten over kwaliteitsverslechtering van het oppervlaktewater zijn verschillende onderzoeken uitgevoerd en is het college tot de conclusie gekomen dat de bodem en het grondwater zijn verontreinigd. Het college stelt zich op het standpunt dat het waterschap heeft gehandeld in strijd met artikel 13 van de Wet bodembescherming, waarin de verplichting is opgenomen om de gevolgen van een verontreiniging van de bodem zoveel mogelijk te voorkomen, beperken en ongedaan te maken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1167
Datum uitspraak
29 april 2020
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Bodembescherming
  • uitspraakin de zaak201900727/1/A1

201902112/1/A1

Bij besluit van 14 februari 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Delfzijl aan [belanghebbende] een omgevingsvergunning verleend voor het veranderen van de werking van een pluimveehouderij aan de [locatie] in Wagenborgen. [belanghebbende] exploiteert een pluimveehouderij. Zij heeft drie stallen waarin in totaal 119.500 vleeskuikens worden gehouden. [belanghebbende] heeft het college verzocht om een omgevingsvergunning voor het wijzigen van de huisvestingssystemen in de stallen. Bij besluit van 14 februari 2017 is de gevraagde vergunning verleend. [appellant] en anderen wonen in de nabije omgeving van de pluimveehouderij. Ze zijn het niet eens met de verleende vergunning, vooral omdat ze vrezen voor geuroverlast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1146
Datum uitspraak
29 april 2020
  • Hoger beroep
  • Vee e.a. dieren
  • uitspraakin de zaak201902112/1/A1

201902246/1/A2

Bij besluit van 30 november 2017 heeft het samenwerkingsverband De Eem voor de [zoon] van [appellant A] en [appellant B] een toelaatbaarheidsverklaring voor speciaal onderwijs afgegeven met specialisatie op het gebied van gedrag en/of sociaal-emotionele ontwikkeling. [zoon] is geboren op [2006] en stond vanaf 1 augustus 2014 ingeschreven op openbare [basisschool] in Amersfoort waar hij regulier onderwijs volgde. In het schooljaar 2017-2018 zat hij in groep 8 totdat hij per 6 december 2017 van deze school is verwijderd. [zoon] is in de schooljaren 2016-2017 en 2017-2018 op school betrokken geweest bij verschillende incidenten, waarbij hij fysiek en verbaal gewelddadig was naar leerlingen en leerkrachten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1153
Datum uitspraak
29 april 2020
  • Hoger beroep
  • Onderwijs
  • uitspraakin de zaak201902246/1/A2

201902423/1/A3

Bij besluit, verzonden op 23 juni 2015, heeft het college van burgemeester en wethouders van Gooise Meren het verzoek van de stichting om openbaarmaking van documenten op grond van de Wet openbaarheid van bestuur gedeeltelijk ingewilligd en gedeeltelijk afgewezen. Het college heeft correspondentie met Tuindersvereniging De Westbatterij, waterschap Amstel, Gooi en Vecht, en waterbedrijf Waternet openbaar gemaakt. Ten aanzien van de vaststellingsovereenkomst heeft het college erop gewezen dat deze al gedeeltelijk openbaar is en dat het omtrent vertrouwelijke onderdelen ervan krachtens de Gemeentewet geheimhouding heeft opgelegd, die door de gemeenteraad is bekrachtigd. Openbaarmaking van overige documenten heeft het college geweigerd. Het gaat hierbij om conceptversies van de vaststellingsovereenkomst, correspondentie en overige documenten over de vaststellingsovereenkomst en de tuindersvereniging, en de koop- en verkoopovereenkomsten van de percelen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1154
Datum uitspraak
29 april 2020
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak201902423/1/A3

201903091/1/R3

Bij besluit van 21 februari 2019 heeft de raad van de gemeente Lansingerland het bestemmingsplan "Wethouder Schipperstraat" vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in een planologisch kader voor de herontwikkeling van 6 woonblokken gelegen aan de Wethouder Schipperstraat te Berkel en Rodenrijs. De huidige bebouwing op deze locatie bestaat uit 43 sociale huurwoningen. Het bestemmingsplan maakt de bouw mogelijk van maximaal 43 nieuwe woningen in eveneens 6 woonblokken, waaronder maximaal 6 gestapelde woningen. Stichting 3B Wonen is de ontwikkelaar van het plan. [appellant] kan zich niet verenigen met het plan voor zover dit plan het mogelijk maakt dat er - anders dan in de bestaande situatie - in dit bouwvlak ook gestapelde woningen mogen worden gebouwd, ter plaatse van de aanduiding "specifieke bouwaanduiding - beneden/bovenwoningen".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1164
Datum uitspraak
29 april 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak201903091/1/R3

201903261/1/A3 en 201903269/1/A3

Bij twee besluiten van 31 oktober 2017 heeft het college aanvragen van Neva om een vergunning voor woningvorming in de panden aan de Carnisselaan 56A en de Katendrechtse Lagedijk 206C te Rotterdam, afgewezen. Neva is eigenaar van de panden aan de Carnisselaan 56A en de Katendrechtse Lagedijk 206C te Rotterdam. Zij heeft aanvragen ingediend om vergunning voor woningvorming in die panden. Neva wil in deze panden de woonruimte verbouwen tot twee aparte zelfstandige woonruimten. Het college heeft deze aanvragen afgewezen omdat de panden zijn gelegen in een zogenoemd nulquotumgebied en het belang van het verbouwen van de panden tot ieder twee woonruimten niet groter is dan het belang van het behoud van de samenstelling van de woonruimtevoorraad.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1157
Datum uitspraak
29 april 2020
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak201903261/1/A3 en 201903269/1/A3

201903274/1/A3 en 201903279/1/A3

Bij twee besluiten van 13 september 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam aan [wederpartij sub 1] en aan [wederpartij sub 2] ieder een bestuurlijke boete opgelegd van € 8.000,00 wegens het zonder vergunning omzetten van een zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimten in de woning aan de [locatie] te Rotterdam. [wederpartij sub 2] is eigenaar van de woning aan de [locatie] te Rotterdam. Hij verhuurt deze grondgebonden eengezinswoning in zijn geheel aan [wederpartij sub 1]. [wederpartij sub 1] is een uitzendbureau. Zij heeft zes kamers in de woning onderverhuurd aan een aantal van haar werknemers. Bij een inspectie op 14 juli 2016 heeft een toezichthouder van de gemeente geconstateerd dat de woning in gebruik is gegeven aan zes personen, die niet tot één huishouden behoren. Daarmee is volgens het college de woonruimte omgezet van zelfstandige in onzelfstandige woonruimten zonder de daarvoor benodigde vergunning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1161
Datum uitspraak
29 april 2020
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak201903274/1/A3 en 201903279/1/A3

201903837/1/R2

Bij besluit van 16 april 2018 heeft het college [appellant] een omgevingsvergunning verleend voor het slopen en geheel vervangen van de woning aan de [locatie 1] te Maastricht door een nieuwe woning. [appellant] is eigenaar van de vrijstaande woning aan de [locatie 1]. Hij heeft op 18 november 2017 een omgevingsvergunning aangevraagd voor het slopen en geheel vervangen van die woning door een nieuwe woning die aan de achterzijde 4,24 m langer en ongeveer 40 cm hoger wordt dan de bestaande woning. Behoudens deze vergroting en enkele veranderingen in de positie van de ramen, blijft het uiterlijk van de nieuwe woning grotendeels gelijk aan dat van de bestaande woning. [partij] woont aan de [locatie 2], direct naast de woning van [appellant]. Hij vreest dat het bouwplan van [appellant] zijn woongenot en de cultuurhistorische waarde van de wijk, het zogenoemde ENCI-dorp, zal aantasten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1162
Datum uitspraak
29 april 2020
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak201903837/1/R2

201904045/1/A1

Bij besluit van 2 augustus 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen [appellant] een last onder dwangsom opgelegd. [appellant] is eigenaar van het pand op het perceel [locatie] te Nijmegen. Bij besluit van 19 juni 2011 heeft het college een omgevingsvergunning verleend voor het verbouwen van de woning met één wooneenheid naar twee wooneenheden en het wijzigen van de winkelpui. Bij een inspectie in 2015 heeft het college geconstateerd dat de verbouwing van de winkel niet conform de verleende omgevingsvergunning is uitgevoerd. Het college heeft [appellant] aangeschreven de illegale situatie te beëindigen door binnen twaalf weken na verzending van het besluit van 2 augustus 2016 de illegale uitbreiding aan de linker(achter)zijde van het pand te verwijderen en verwijderd te houden en te herstellen in de situatie als weergegeven in de op 19 juni 2011 verleende omgevingsvergunning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1159
Datum uitspraak
29 april 2020
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak201904045/1/A1

201904404/1/A3

Bij besluit van 15 februari 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam aan [wederpartij] een bestuurlijke boete opgelegd van € 4.000,00 voor het zonder vergunning onttrekken van woonruimte. [wederpartij] huurt een tweekamerappartement op de eerste verdieping van het pand aan de [locatie] te Rotterdam. De woning zou bij verhuur vallen in de geliberaliseerde huursector. Bij een inspectie op 13 oktober 2017 heeft een inspecteur van de gemeente geconstateerd dat de slaapkamer zonder onttrekkingsvergunning aan de bestemming tot woonruimte is onttrokken ten behoeve van hennepteelt. Een deel van de woonruimte is daardoor niet langer geschikt voor bewoning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1155
Datum uitspraak
29 april 2020
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak201904404/1/A3

201904682/1/A3

Bij onderscheiden besluiten van 9 mei 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Weert verzoeken van [verzoekers] om wijziging van hun persoonsgegevens in de basisregistratie personen afgewezen. [verzoekers] zijn in 1999 in Nederland gekomen. Zij zijn afkomstig uit China en wonen thans samen met hun kinderen in Weert. Zij hebben op 22 augustus 2017 verzoeken ingediend om correctie van hun persoonsgegevens in de brp. Deze gegevens zijn destijds opgenomen op basis van onder ede door hen afgelegde verklaringen over hun persoonsgegevens, omdat zij bij hun asielaanvraag niet beschikten over documenten. [verzoeker A] vraagt wijziging van [verzoeker A] [voornaam A], geboren op [geboortedatum] 1984 te Fujian naar [verzoeker A] [voornaam B], geboren op [geboortedatum] 1980 te Fuking. [verzoeker B] vraagt wijziging van [verzoeker B] [voornaam C] geboren op [geboortedatum] 1983 te Nanjing naar [verzoeker B] [voornaam D], geboren op [geboortedatum] 1976 te Fuzhou.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1145
Datum uitspraak
29 april 2020
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak201904682/1/A3

201904870/1/A3

Bij brief van 15 februari 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een aanvraag van [appellant] om een huisvestingsvergunning afgewezen. Tevens heeft het college bepaald dat het [appellant] een dwangsom van € 2.300,00 verschuldigd is. In 2017 heeft [appellant] een huisvestingsvergunning aangevraagd. Omdat het college geen besluit op de aanvraag nam, heeft hij beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Bij uitspraak van 22 januari 2018 heeft de rechtbank dit beroep gegrond verklaard, het college opgedragen om binnen twee weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit te nemen op de aanvraag van [appellant] en met toepassing van artikel 8:55d, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht bepaald dat het college aan [appellant] een dwangsom van € 100,00 verbeurde voor iedere dag waarmee het deze termijn van twee weken zou overschrijden, met een maximum van € 15.000,00.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1152
Datum uitspraak
29 april 2020
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak201904870/1/A3

201904899/2/R3

Meesterwerk en anderen hebben hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de Rechtbank Overijssel van 20 mei 2019 in zaaknr. AWB 18/1530. Het college van burgemeester en wethouders van Deventer heeft een aantal gedingstukken overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van deze stukken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1097
Datum uitspraak
29 april 2020
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak201904899/2/R3

201905054/1/A3

Bij besluit van 9 november 2017 heeft de raad de raad van de gemeente Bergen (Noord-Holland) het Alexanderlaantje onttrokken aan het openbaar verkeer. Het Alexanderlaantje vormt een verbinding tussen het Plein en de Karel de Grotelaan in Bergen. De grond is eigendom van [belanghebbende]. [partij] is eigenaresse van een appartementenhotel op het adres [locatie], in de buurt van het Alexanderlaantje. Het Alexanderlaantje is toegankelijk voor voetgangers en fietsers en wordt gebruikt voor het laden en lossen ten behoeve van de aangrenzende supermarkt. Doordat vrachtwagens voor het laden en lossen over het Alexanderlaantje rijden, is er volgens de raad sprake van een onveilige situatie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1169
Datum uitspraak
29 april 2020
  • Hoger beroep
  • Wegenwet
  • uitspraakin de zaak201905054/1/A3

201905336/1/A2

Bij besluit van 4 oktober 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hoeksche Waard het verzoek van [appellant] tot het nemen van een verkeersbesluit strekkende tot het verplaatsen van de bushalte aan de Sportlaan in Oud-Beijerland (opnieuw) afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1165
Datum uitspraak
29 april 2020
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak201905336/1/A2

201905474/1/A3

Bij besluit van 5 juni 2018 heeft de raad van de gemeente Wijk bij Duurstede het perceel Karel de Grotestraat 65 in Wijk bij Duurstede aangewezen als perceel waarop de artikelen 10 tot en met 15, 24 en 26 van de Wet voorkeursrecht gemeenten van toepassing zijn. Viveste en de gemeente Wijk bij Duurstede zijn ieder voor 50% eigenaar van het perceel en al geruime tijd in gesprek over de mogelijkheden voor herontwikkeling daarvan. De raad heeft aan de aanwijzing ten grondslag gelegd dat daarmee de verkoop door Viveste van haar onverdeelde helft in de eigendom van het perceel aan een derde en speculatie worden voorkomen. De raad wenst met het voorkeursrecht de regierol van de gemeente bij de verwezenlijking van het ruimtelijke beleid zoals vastgelegd in de Structuurvisie ‘Postkantoorlocatie e.o. Wijk bij Duurstede’ van 25 februari 2014 te behouden en versterken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1156
Datum uitspraak
29 april 2020
  • Hoger beroep
  • Wet voorkeursrecht gemeenten
  • uitspraakin de zaak201905474/1/A3

201905809/1/A3

De burgemeester van Meierijstad heeft bij besluit van 17 juli 2017 op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet [appellant] en anderen gelast de woning aan de [locatie] te Veghel te sluiten voor de duur van zes maanden, omdat in die woning bij een doorzoeking van de politie 13,48 g cocaïne, 270,34 g hashish en 95,30 g hennep was aangetroffen. De Afdeling heeft bij uitspraak van 24 april 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1310, geoordeeld dat de burgemeester de sluiting van de woning van [appellant] onvoldoende heeft gemotiveerd en heeft het besluit op bezwaar van 18 oktober 2017 vernietigd. Bij besluit van 25 juni 2019 heeft de burgemeester opnieuw het door [appellant] en anderen hiertegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1147
Datum uitspraak
29 april 2020
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak201905809/1/A3

201906063/1/R4

Bij besluit van 17 oktober 2013 heeft het college van burgemeester en wethouders van Montfoort aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het voeren van een praktijk voor dierfysiotherapie op het perceel [locatie] te Montfoort. [belanghebbende] exploiteert in een gedeelte van een gebouw op het perceel een dierfysiotherapie. [appellant] heeft het college gevraagd tegen dit gebruik handhavend op te treden. Het beroep van [appellant] ziet volgens de rechtbank op de intrekking van de opgelegde last onder dwangsom in het besluit op bezwaar van 6 december 2017. Daartoe voert [appellant] aan dat het gebruik dat van het perceel wordt gemaakt voor de dierfysiotherapie groter is dan 50 m2. Volgens [appellant] wordt de op het agrarisch bedrijf aanwezige longeercirkel en paardenbak door de praktijk voor dierfysiotherapie gebruikt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1150
Datum uitspraak
29 april 2020
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak201906063/1/R4

201906064/1/R4

Bij besluit van 30 april 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Montfoort het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden afgewezen. Bij brief van 26 februari 2018 heeft [appellant] gesteld dat de inhoud van de twee woningen op het perceel [locatie] groter is dan de door het college gecommuniceerde 935 m3 en dat geen sprake is van een rustende-boer situatie. Hij heeft het college verzocht een onderzoek in te stellen en handhavend op te treden. Het college heeft zich in het besluit van 30 april 2018 op het standpunt gesteld dat voor het bouwen en gebruik van de ‘rustende-boer’ -eenheid reeds een procedure aanhangig was bij de Afdeling en dat wordt opgetreden tegen de bouw en het gebruik van deze ‘rustende-boer’- eenheid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1163
Datum uitspraak
29 april 2020
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak201906064/1/R4

201906655/1/A3

Bij besluit van 26 oktober 2018 heeft de minister van Justitie en Veiligheid [wederpartij] meegedeeld dat zijn ingebrekestelling wegens het niet tijdig nemen van een besluit op zijn verzoek op grond van artikel 15 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming prematuur is en hij [wederpartij] om die reden geen dwangsom verschuldigd is. Op 13 augustus 2018 heeft [wederpartij] de minister van Justitie en Veiligheid en de minister voor Rechtsbescherming bij afzonderlijke brieven onder verwijzing naar artikel 15 van de AVG verzocht om inzage in zijn persoonsgegevens die door hen zijn verwerkt. Bij brief van 11 september 2018, ondertekend namens de minister voor Rechtsbescherming, is een ontvangstbevestiging naar [wederpartij] gestuurd en de termijn voor het nemen van een besluit met twee maanden verlengd. [wederpartij] heeft de minister van Justitie en Veiligheid bij brief van 20 oktober 2018 in gebreke gesteld omdat hij geen besluit heeft genomen op zijn AVG-verzoek.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1149
Datum uitspraak
29 april 2020
  • Hoger beroep
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak201906655/1/A3

201904362/3/R3

Bij uitspraak van 20 september 2019, in zaak nr. 201904362/2/A1, heeft de Afdeling bestuursrechtspraak na vereenvoudigde behandeling het hoger beroep van [opposant] tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 23 april 2019, in zaak nr. 18/2243, ongegrond verklaard. De uitspraak van 20 september 2019 is aangehecht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1136
Datum uitspraak
28 april 2020
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak201904362/3/R3

201901378/1/V1

Bij besluit van 16 juni 2014 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om krachtens artikel 64 van de Vw 2000 te bepalen dat zijn uitzetting achterwege blijft, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1099
Datum uitspraak
22 april 2020
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak201901378/1/V1

201901497/1/V1

Bij besluit van 28 maart 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1100
Datum uitspraak
22 april 2020
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak201901497/1/V1

201903666/1/V1

Bij besluit van 8 december 2016 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1089
Datum uitspraak
22 april 2020
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak201903666/1/V1
vorige pagina1...272273274...1.250volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon