Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 124.050
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202101749/1/R3 en 202101753/1/R3

Bij besluit van 5 september 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag de aanvraag van de Stichting Museum voor Communicatie om een omgevingsvergunning te verlenen voor het veranderen van de bijeenkomstruimte op de begane grond van het pand (hierna: de Eventzaal) op de percelen Zeestraat 82 en de Ruijterstraat 67 in Den Haag naar horeca categorie I, geweigerd. In het pand aan de Zeestraat 82 en de De Ruijterstraat 67 in Den Haag is het museum Beeld en Geluid gevestigd. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] zijn omwonenden van het museum. Zij zijn het niet eens met de uitspraken van de rechtbank en hebben daartegen hoger beroep ingesteld. Vanwege de onderlinge samenhang behandelt de Afdeling deze hoger beroepen gezamenlijk.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1721
Datum uitspraak
22 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202101749/1/R3 en 202101753/1/R3

202102343/1/R3

Bij besluit van 9 juli 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Noardeast-Fryslân aan Pluimveebedrijf het Waddenei Aalsum een omgevingsvergunning verleend voor bouwen en planologisch strijdig gebruik voor het realiseren van een omheining op het perceel Mockamawei 18 te Aalsum. Pluimveebedrijf het Waddenei Aalsum wil de bedrijfsvoering op het perceel wijzigen en een deel van haar gronden gebruiken voor de vrije uitloop van kippen. Ten behoeve hiervan heeft het pluimveebedrijf een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning voor het plaatsen van een omheining op het perceel, welke omgevingsvergunning bij besluit van 9 juli 2019 is verleend. De omgevingsvergunning is verleend voor de activiteit bouwen en planologisch strijdig gebruik wat betreft de hoogte van de omheining. De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak het besluit op bezwaar vernietigd en zelf in de zaak voorzien door het primaire besluit van 9 juli 2019 te herroepen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1752
Datum uitspraak
22 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202102343/1/R3

202102519/1/R4

Bij besluit van 23 april 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van De Ronde Venen het verzoek van [appellant] en anderen om handhavend op te treden tegen de hoogspanningsmasten 146 en 147 en het gebruiken van de hoogspanningsleiding nabij het Gein-Noord [nummer A] en [nummer B] in Abcoude (hierna: de percelen), afgewezen. [appellant] en anderen bewonen hun (bedrijfs-)woningen aan het Gein-Noord [nummer A] en [nummer B] in Abcoude (hierna: de percelen) en hebben hier ook hun aannemersbedrijf gevestigd. Vlakbij de percelen van [appellant] en anderen loopt een hoogspanningsverbinding die in beheer is van TenneT. De leidingen van de hoogspanningsverbinding lopen recht over een deel van de percelen van [appellant] en anderen. De jongste zoon van het echtpaar [appellant] is opgegroeid op het perceel en heeft gezondheidsklachten. Het echtpaar [appellant] vermoedt dat de gezondheidsklachten zijn ontstaan door de langdurige blootstelling aan het magneetveld van de hoogspanningsverbinding.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1767
Datum uitspraak
22 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202102519/1/R4

202102760/1/V6

Bij besluit van 30 augustus 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het Nederlanderschap van [appellant] ingetrokken. [appellant] is op [geboortedatum] 1990 in Iran geboren en heeft bij geboorte de Iraanse nationaliteit verkregen. In 1996 is hij met zijn ouders naar Nederland gekomen. Op 5 juli 2001 is hij met zijn moeder genaturaliseerd tot Nederlander. De staatssecretaris heeft zijn Nederlanderschap krachtens artikel 14, tweede lid, aanhef en onder b, van de Rijkswet op het Nederlanderschap ingetrokken, omdat hij onherroepelijk is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 300 dagen waarvan 242 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar wegens de voorbereiding van het deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van terroristische misdrijven. Het gaat hier om een terroristisch misdrijf als bedoeld in artikel 83 van het Wetboek van Strafrecht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1745
Datum uitspraak
22 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202102760/1/V6

202102897/1/A3

Bij besluit van 5 november 2018 heeft de burgemeester van Amsterdam aan Tosti Bar B.V. (hierna: Tosti Bar) een exploitatievergunning verleend voor een café op het adres Van Woustraat 2 in Amsterdam. Tosti Bar had vanaf 17 maart 2017 een vergunning voor het exploiteren van een alcoholschenkend horecabedrijf zonder terras op de locatie Van Woustraat 2. Het bedrijf werd geëxploiteerd als eetcafé. Dat valt onder horeca-categorie IV van het Horecabeleid stadsdeel Zuid 2011. Op 24 mei 2018 heeft Tosti Bar een vergunning aangevraagd voor het exploiteren van het bedrijf als café, dat onder horeca-categorie III van het Horecabeleid valt. Op het moment van de aanvraag gold ter plaatse het bestemmingsplan De Pijp 2005 en rustte op het pand de bestemming ‘Gemengde doeleinden’. De horeca-categorieën III en IV waren planologisch beide toegestaan. Op 21 december 2018 is het bestemmingsplan De Pijp 2018 in werking getreden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1742
Datum uitspraak
22 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Drank en horeca
  • uitspraakin de zaak202102897/1/A3

202103026/1/R1

Bij besluit van 21 juni 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam geweigerd om aan [appellant] een omgevingsvergunning te verlenen voor het veranderen en vergroten van een garage/berging. [appellant] heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor het veranderen en vergroten van een garage/berging bij zijn woonboot aan [locatie] in Amsterdam. De door hem gewenste garage/berging heeft een oppervlakte van 30 m2 en moet in de plaats komen van de huidige garage/berging van 18 m2 en een schuurtje van 5 m2. Op de locatie waar hij de garage/berging wil bouwen geldt op grond van het bestemmingsplan "Noorder IJplas" de bestemming "Groen". De garage/berging is daarmee in strijd. Het college wil geen medewerking verlenen aan afwijking van het bestemmingsplan, omdat het college het groene karakter van de Zijkanaal H-weg wil behouden en uitbreiding van de bebouwing daarom onwenselijk vindt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1750
Datum uitspraak
22 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202103026/1/R1

202103438/1/R4

Bij besluit van 16 juli 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Montfoort een bedrag van € 25.000,00 aan verbeurde dwangsommen bij [appellant] ingevorderd. Bij besluit van 21 juli 2015 heeft het college [appellant] onder oplegging van een dwangsom gelast de woning op het perceel [locatie] te Montfoort in overeenstemming te brengen en te houden met de bij besluit van 24 juni 2010 verleende bouwvergunning. De opgelegde dwangsom bedraagt € 5.000,00 per maand dat geen gevolg wordt gegeven aan de last of dat de overtreding van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht voortduurt. Het maximaal te verbeuren bedrag bedraagt € 25.000,00. Dit besluit is bij uitspraak van de Afdeling van 4 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2217, onherroepelijk geworden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1762
Datum uitspraak
22 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202103438/1/R4

202105116/1/R4

Bij besluit van 7 december 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Aalten het verzoek van [appellant] om verlenging van de termijn voor het voldoen aan een aan hem opgelegde last onder bestuursdwang, afgewezen. Bij besluit van 3 augustus 2016 heeft het college aan [appellant] een omgevingsvergunning verleend voor het aanleggen van een aarden wal op het perceel [locatie] te Aalten. Het gaat om het legaliseren van een bestaande grondwal. Bij besluit van 25 juli 2017 heeft het college aan [appellant] een last onder bestuursdwang opgelegd ter nakoming van de voorschriften van die vergunning. De last houdt het volgende in: - de steile en hoge taluds aan het begin en het einde van de grondwal moeten vóór 1 oktober 2017 worden aangepast door het afschuinen in noordelijke richting; - de grondwal moet vóór 1 november 2017 worden ingeplant met inheemse heesters en zonodig met enkele bomen aan de zijde van de Essinkweg.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1751
Datum uitspraak
22 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202105116/1/R4

202105122/1/V6

Bij besluit van 27 december 2016 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het verzoek van [appellant] om haar het Nederlanderschap te verlenen afgewezen. De staatssecretaris heeft het verzoek afgewezen, omdat hij de identiteit en nationaliteit van [appellant] niet met zekerheid kan vaststellen. Uit de verklaring van onderzoek van Bureau Documenten van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (hierna: Bureau Documenten) van 11 oktober 2017 volgt dat het onduidelijk is op basis van welke brondocumenten het Guinese paspoort van [appellant] is afgegeven. [appellant] heeft vervolgens een kopie uittreksel van een Guinese geboorteakte van [datum] 1991 overgelegd. Uit de verklaring van onderzoek van Bureau Documenten van 7 juni 2018 volgt dat deze geboorteakte niet bevoegd is opgemaakt en afgegeven en dat, indien deze geboorteakte het brondocument is voor het paspoort, dit paspoort frauduleus is verkregen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1764
Datum uitspraak
22 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202105122/1/V6

202105310/1/A3

Bij besluit van 24 oktober 2019 heeft de burgemeester van Schiedam op schrift gesteld dat hij de woning aan de [locatie] in Schiedam met toepassing van spoedeisende bestuursdwang op 18 oktober 2019 voor de duur van twee weken heeft gesloten. Op 18 oktober 2019 hebben toezichthouders van de gemeente naar aanleiding van een advertentie op het internet een controle uitgevoerd in de woning van [wederpartij] aan de [locatie] in Schiedam, omdat daar mogelijk zonder de daarvoor benodigde vergunning een bordeel werd geëxploiteerd. Volgens een rapportage van 19 oktober 2019 hebben zij in de woning vier personen aangetroffen die daar seksuele diensten hadden aangeboden. [wederpartij] verbleef op dat moment voor haar werk in het buitenland. Zij had de woning via Airbnb verhuurd. De burgemeester heeft de woning op grond van artikel 3:11a, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Schiedam 2013 met toepassing van spoedeisende bestuursdwang direct voor de duur van twee weken gesloten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1741
Datum uitspraak
22 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202105310/1/A3

202105735/1/A3

Bij besluit van 8 juli 2020 heeft de burgemeester op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet, de woning op het adres [locatie] in Tzummarum van 3 augustus 2020 tot 3 november 2020 gesloten. [appellant A] is eigenaar van de woning en woont daar samen met [appellante B]. [appellant A] is door de politie gezien in beeldopnames bij een growshop, die deel uitmaken van een onderzoek van de politie eenheid Noord-Nederland. Naar aanleiding daarvan is een warmtemeting gedaan bij de woning. Vervolgens is de woning op 7 mei 2020 gecontroleerd door de politie. Op de zolder van de aanbouw van de woning is een hennepkwekerij met 58 hennepplanten en/of hennepstekken aangetroffen. De politie heeft een bestuurlijke rapportage opgesteld. De burgemeester heeft naar aanleiding van de bestuurlijke rapportage besloten om de woning volgens de beleidsregels 13b Opiumwet gemeente Waadhoeke voor een periode van drie maanden te sluiten. Volgens de burgemeester was sprake van een handelshoeveelheid aan softdrugs

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1765
Datum uitspraak
22 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202105735/1/A3

202107086/1/R3

Bij besluit van 21 september 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Deventer het uitwerkingsplan "Chw Steenbrugge 2e uitwerking" vastgesteld. Het uitwerkingsplan, dat is gebaseerd op de bestemming "Woongebied-Uit te werken" in het bestemmingsplan "Steenbrugge", voorziet in de bouw van 795 woningen voor de tweede fase van de ontwikkeling van de wijk Steenbrugge in Deventer. De eerste fase van de wijk is al gerealiseerd en voorziet in 405 woningen. [appellant A] en [appellant B] wonen op het perceel [locatie], dat in het oosten, zuiden en westen grenst aan het plangebied. Zij stellen dat het college onvoldoende met hen heeft gecommuniceerd over het plan. Ook vrezen zij voor onomkeerbare schade op hun perceel en in de omliggende gebieden, omdat de stikstofberekening, het fauna-onderzoek, de waterhuishouding en de belangenafweging tekortschieten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1768
Datum uitspraak
22 juni 2022
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202107086/1/R3

202107354/1/R4

Bij besluit van 12 september 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 18 augustus 2021 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat een gedeelte van de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 126,00, voor rekening van [appellant] komt. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een grote platgemaakte doos die op 18 augustus 2021 is aangetroffen naast een ondergrondse papiercontainer ter hoogte van de Vleerstraat 25 in Den Haag. Het college is ervan uitgegaan dat [appellant] de doos verkeerd heeft aangeboden, omdat zijn adres op het adreslabel op de doos staat. De doos is geadresseerd aan [persoon] op het adres van [appellant]. [appellant] betwist dat de aangetroffen doos van hem afkomstig is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1749
Datum uitspraak
22 juni 2022
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202107354/1/R4

202107945/1/R4

Bij besluit van 1 oktober 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 7 september 2021 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat een gedeelte van de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 126,00, voor rekening van [appellante] komt. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een grote platgemaakte doos die op 7 september 2021 is aangetroffen naast een bovengrondse papiercontainer ter hoogte van de Beeklaan 344 in Den Haag. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] de doos verkeerd heeft aangeboden, omdat haar naam en adres op het adreslabel op de doos staan. [appellante] betwist niet dat de doos van haar afkomstig is, maar stelt dat zij de doos volledig in de al vrij volle papiercontainer heeft gedaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1748
Datum uitspraak
22 juni 2022
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202107945/1/R4

202108060/1/R2

Bij besluit van 21 oktober 2021 heeft de raad van de gemeente Valkenswaard het bestemmingsplan "Willibrorduslaan 87" vastgesteld. Het plan voorziet in 24 appartementen en 12 grondgebonden woningen. Op het binnenterrein zullen op maaiveld parkeervoorzieningen worden gerealiseerd en onder het plangebied zal een parkeerkelder worden gerealiseerd, welke tevens ruimte biedt voor bergingen voor de beoogde appartementen. Volgens de raad is de locatie al langer in beeld voor herontwikkeling en zal de bestaande bedrijfsbebouwing worden gesloopt. Het plangebied is gelegen aan de Willibrorduslaan 87, in het noordelijk deel van de bebouwde kom van Valkenswaard. Het plangebied wordt aan de noordzijde begrensd door de Geenhovensedreef en is gelegen in de oksel van de Willibrorduslaan en Bonifaciusstraat. Het plangebied is grotendeels gelegen binnen een woongebied met incidenteel de aanwezigheid van bedrijvigheid. Ten noorden van het plangebied zijn een aantal sportcomplexen gesitueerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1757
Datum uitspraak
22 juni 2022
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202108060/1/R2

202200554/1/V2

Bij besluit van 24 januari 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. 2. De vreemdeling komt uit Iran. Zij heeft aan haar asielaanvraag onder meer ten grondslag gelegd dat zij lesbisch is en Iran heeft verlaten om te ontkomen aan een gedwongen huwelijk met een man. Volgens de vreemdeling zijn na haar vertrek uit Iran haar ouders op de hoogte geraakt van haar seksuele gerichtheid en heeft haar vader gedreigd haar te vermoorden als zij terugkeert. Ook heeft de vreemdeling verklaard dat zij niet meer in de islam gelooft. De rechtbank heeft in een eerdere uitspraak van 18 juli 2019 geoordeeld dat de staatssecretaris zich in het besluit niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat de gestelde seksuele gerichtheid niet geloofwaardig is. Dit oordeel heeft de Afdeling in haar uitspraak van 21 november 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3943, bevestigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1760
Datum uitspraak
22 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202200554/1/V2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202200554/1/V2

202201026/1/R4

Bij besluit van 15 december 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam zijn beslissing om op 5 december 2021 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening Rotterdam 2009 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 125,00, voor rekening van [appellant] komen. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een huisvuilzak die op 5 december 2021 is aangetroffen naast een ondergrondse restafvalcontainer ter hoogte van de Boezemlaan 50 in Rotterdam. Het college is ervan uitgegaan dat [appellant] de huisvuilzak verkeerd heeft aangeboden, omdat daarin een adreslabel is aangetroffen met zijn adres erop. [appellant] betwist niet dat de huisvuilzak van hem afkomstig is, maar betoogt dat de zak niet verkeerd is aangeboden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1747
Datum uitspraak
22 juni 2022
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202201026/1/R4

202201073/1/R4

Bij besluit van 9 december 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam zijn beslissing om op 29 november 2021 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening Rotterdam 2009 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 125,00, voor rekening van [appellant] komen. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een huisvuilzak die op 29 november 2021 is aangetroffen naast een ondergrondse restafvalcontainer ter hoogte van de Gerrit van de Lindestraat 79 in Rotterdam. Het college is ervan uitgegaan dat [appellant] de huisvuilzak verkeerd heeft aangeboden, omdat daarin een tot hem herleidbaar poststuk is aangetroffen. Het poststuk is een aan hem geadresseerde brief van de gemeente Rotterdam, die in stukjes is gescheurd. [appellant] betwist dat de huisvuilzak van hem afkomstig is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1746
Datum uitspraak
22 juni 2022
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202201073/1/R4

202107501/2/V2

Bij besluit van 9 maart 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1736
Datum uitspraak
21 juni 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202107501/2/V2

202203361/2/V2

Bij besluit van 5 november 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1735
Datum uitspraak
21 juni 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202203361/2/V2

202203668/2/V2

Bij besluit van 7 oktober 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1738
Datum uitspraak
21 juni 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202203668/2/V2

202203154/1/V1

Bij besluit van 24 juni 2021 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1733
Datum uitspraak
20 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202203154/1/V1

202103409/1/V1

Bij besluit van 28 november 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1723
Datum uitspraak
17 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202103409/1/V1

202105002/1/V1

Bij besluiten van 20 december 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen om de vreemdelingen een machtiging tot voorlopig verblijf (hierna: mvv) te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1724
Datum uitspraak
17 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202105002/1/V1

202201957/2/R4

Bij besluit van 21 december 2021 heeft de raad van de gemeente West Betuwe het bestemmingsplan "Buitengebied 2022" vastgesteld. [verzoekster sub 1] richt zich in het verzoek tegen het bestemmingsplan voor zover dat een fruitboomgaard mogelijk maakt op korte afstand van haar gronden met de bestemming "wonen" aan de [locatie 1] te Buurmalsen. [verzoekster sub 1] voert aan dat op het naastgelegen perceel jaren geleden illegaal een fruitboomgaard is opgericht en dat die is gelegaliseerd met de omgevingsvergunning die bij besluit van 2 juli 2021 aan [fruitteeltbedrijf] is verleend. [verzoekster sub 2] richt zich in het verzoek tegen het bestemmingsplan voor zover dat betrekking heeft op het perceel aan [locatie 2] te Deil en de daarachter gelegen gronden. Het perceel [locatie 2] is in eigendom van [eigenaar]. De bedrijfswoning van [eigenaar] krijgt in het nieuwe bestemmingsplan de bestemming "Wonen". De achter het perceel van [eigenaar] gelegen gronden zijn in eigendom van [verzoekster sub 2].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1718
Datum uitspraak
17 juni 2022
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202201957/2/R4

202202712/1/V3 en 202202712/2/V3

Bij besluit van 16 september 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1732
Datum uitspraak
17 juni 2022
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202202712/1/V3 en 202202712/2/V3

202203081/1/V3

Bij besluiten van 26 april 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdelingen in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1726
Datum uitspraak
17 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202203081/1/V3

202203368/1/V3

Bij besluit van 18 mei 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1727
Datum uitspraak
17 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202203368/1/V3

202203370/1/V3

Bij besluit van 19 mei 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1728
Datum uitspraak
17 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202203370/1/V3

202104460/1/V1

Bij besluiten van 25 juni 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1708
Datum uitspraak
16 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202104460/1/V1

202106344/1/V1

Bij besluit van 19 december 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdelingen een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1709
Datum uitspraak
16 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202106344/1/V1

202201625/1/V1

Bij besluiten van 20 januari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1719
Datum uitspraak
16 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202201625/1/V1

202202630/2/A3

Bij besluit van 6 januari 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Meierijstad besloten dat [wederpartij] niet in aanmerking komt voor de vrijgekomen plaats op de weekmarkt in Schijndel. Bij besluit van diezelfde datum heeft het college die vrijgekomen plaats toegekend aan [persoon A]. Volgens de Marktverordening van de gemeente Meierijstad moeten ondernemers die in aanmerking willen komen voor een vrijgekomen plaats op de weekmarkt, een aanvraagformulier invullen om hun interesse kenbaar te maken. Op dit aanvraagformulier staan concrete vragen die beantwoord moeten worden. Bij zijn aanvraag heeft [wederpartij] al deze vragen beantwoord en een foto van zijn verkoopwagen toegevoegd. [persoon A] heeft bij zijn aanvraag echter een volledige presentatie toegevoegd waarin hij meer informatie heeft gegeven dan op het formulier ingevuld kon worden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1715
Datum uitspraak
16 juni 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202630/2/A3

202203071/2/V2

Bij besluit van 4 januari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1725
Datum uitspraak
16 juni 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202203071/2/V2

202203275/1/V3

Bij besluit van 21 april 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1717
Datum uitspraak
16 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202203275/1/V3

202005447/1/V2

Bij besluit van 2 december 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1706
Datum uitspraak
15 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202005447/1/V2

202103482/1/V2

Bij besluit van 27 november 2020 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1707
Datum uitspraak
15 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202103482/1/V2

202201061/1/V3

Bij besluit van 25 januari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1710
Datum uitspraak
15 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202201061/1/V3

202201234/2/R3

Bij besluit van 14 december 2021 is het bestemmingsplan "Supermarkt Ter Borch Eelderworde" vastgesteld. Bij besluit van 28 december 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tynaarlo een omgevingsvergunning voor bouwen verleend voor de ontwikkeling van een supermarkt op het perceel Borchsingel 25 te Eelderworlde en een omgevingsvergunning verleend voor de activiteit vellen van een houtopstand om vijf bomen te kappen. Het plan en de omgevingsvergunning voorzien in de realisatie van een supermarkt met een maximaal winkelvloeroppervlakte van 2.000 m2 en een maximum brutovloeroppervlakte van 3.000 m2 op het perceel. Verzoekers zijn natuurlijke personen, een vereniging die opkomt voor de belangen van ondernemers in de gemeente Tynaarlo en twee supermarkten in de omgeving van het plangebied en zij kunnen zich allen niet verenigen met de voorziene ontwikkeling.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1679
Datum uitspraak
15 juni 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • RO - Drenthe
  • uitspraakin de zaak202201234/2/R3

202201658/1/V2

Bij besluit van 29 juli 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1711
Datum uitspraak
15 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202201658/1/V2

202201838/1/R1 en 202201838/2/R1

Bij besluit van 5 november 2020, gewijzigd bij besluit van 23 maart 2021, heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan C.V. Cruquiusweg 102-104 een omgevingsvergunning verleend voor het verbouwen van een voormalige lakstokerij naar drie woningen op de locatie Cruquiusweg 102-104 te Amsterdam. De locatie bevindt zich op het Sigmaterrein, het terrein van een voormalige verffabriek op het schiereiland Cruquius in het Oostelijk Havengebied in Amsterdam. De gebouwen op dit terrein worden gerestaureerd of nieuw gebouwd en er worden woningen en bedrijfspanden in gerealiseerd. De voormalige lakstokerij op de locatie is één van de bestaande gebouwen op het Sigmaterrein en is in eigendom van C.V. Cruquiusweg 102-104. Dit gebouw bestaat globaal uit drie delen, een laag oostelijk deel met puntdak, daar direct tegenaan een hoger deel met vlak dak en een westelijk deel met vlak dak. C.V. Cruquiusweg 102-104 wenst de voormalige lakstokerij te verbouwen naar drie woningen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1640
Datum uitspraak
15 juni 2022
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202201838/1/R1 en 202201838/2/R1

202202353/1/V2

Bij besluit van 9 november 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1712
Datum uitspraak
15 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202202353/1/V2

202202726/1/V3

Bij besluit van 16 april 2022 heeft de staatssecretaris de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1713
Datum uitspraak
15 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202202726/1/V3

202202911/2/R4

Bij besluit van 4 april 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Ermelo aan [bedrijf] een last onder dwangsom opgelegd. [bedrijf] exploiteert een eendenslachterij op de percelen [locatie 1], [locatie 3] en [locatie 2] in Ermelo. [partij] woont in de directe omgeving van de slachterij en heeft het college verzocht daartegen handhavend op te treden. Bij besluit van 4 mei 2022 heeft het college [bedrijf] een aantal lasten onder dwangsom opgelegd, omdat [bedrijf] volgens het college een aantal activiteiten verricht zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning. [bedrijf] heeft de voorzieningenrechter verzocht het besluit van 4 mei 2022 te schorsen, totdat de Afdeling heeft beslist op het beroep dat op grond van artikel 6:19, eerste lid, van de Awb tegen dat besluit is ontstaan. In deze uitspraak zal de voorzieningenrechter beoordelen of er aanleiding bestaat om met toepassing van artikel 8:87, eerste lid, van de Awb de getroffen voorlopige voorziening op te heffen of te wijzigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1680
Datum uitspraak
15 juni 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202202911/2/R4

202203041/1/V2

Bij besluit van 7 april 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1714
Datum uitspraak
15 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202203041/1/V2

202000252/1/A2

Bij besluit van 18 december 2017 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat een aanvraag van [appellant] om nadeelcompensatie afgewezen. [appellant] is sinds maart 2005 eigenaar van de woning [locatie A] te Werkendam. De woning is gelegen op de tweede verdieping van het monumentale Fort Steurgat, dat tussen 1999 en 2000 is omgebouwd tot wooneiland. [appellant] bewoont één van de appartementen in Fort Steurgat. Het Fort grenst aan de (zuid)west- en zuidzijde aan het agrarisch gebied van de polder Noordwaard. [appellant] heeft een aanvraag om nadeelcompensatie ingediend, omdat het op 9 september 2010 in werking getreden rijksinpassingsplan "Ontpoldering Noordwaard" volgens hem leidt tot waardedaling van zijn woning, waardoor hij schade lijdt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1704
Datum uitspraak
15 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202000252/1/A2

202003984/1/V2

In juni 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. In de Kwalificatierichtlijn is neergelegd dat de lidstaten kunnen weigeren de vluchtelingenstatus te verlenen onder de in het vierde lid omschreven omstandigheden. De vraag die in deze uitspraak aan de orde komt, is hoe het begrip 'bijzonder ernstig misdrijf' moet worden ingevuld. De vreemdeling komt uit Libië. Aan zijn verzoek om internationale bescherming heeft hij ten grondslag gelegd dat hij biseksueel is. De staatssecretaris heeft dit geloofwaardig geacht. De vreemdeling heeft aannemelijk gemaakt dat hij wegens zijn biseksuele geaardheid gegronde vrees heeft voor vervolging in Libië. De staatssecretaris heeft het verzoek afgewezen, omdat de vreemdeling volgens hem in 2018 bij onherroepelijk geworden rechterlijk vonnis van de strafrechter is veroordeeld voor een 'bijzonder ernstig misdrijf' en daarom een gevaar vormt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1703
Datum uitspraak
15 juni 2022
  • Verwijzingsuitspraak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202003984/1/V2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202003984/1/V2

202005792/1/A2

Bij besluit van 12 september 2018, aangevuld op 21 september 2018, heeft de TU Eindhoven twee aanvragen van [appellant] voor de aanschaf van computerapparatuur afgewezen. Op 14 mei 2012 is tussen de TU Eindhoven en [appellant] een nadere rechtspositionele regeling gesloten. [appellant] was van 1 juni 2012 tot en met 31 mei 2017 aangesteld bij de TU Eindhoven als persoonlijk hoogleraar aan de faculteit wiskunde en informatica. [appellant] bracht daarbij een vici-subsidie van de Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) in. Op 30 mei 2018 heeft [appellant] bij de TU Eindhoven een verzoek ingediend om computerapparatuur aan te schaffen ten laste van de Vici-subsidie (verzoek I van ruim € 58.000,00). Op 31 mei 2018 heeft [appellant] bij de TU Eindhoven een verzoek ingediend om daarnaast nog (andere) computerapparatuur aan te schaffen ten laste van eigen middelen van de TU Eindhoven (verzoek II van bijna € 46.000,00).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1681
Datum uitspraak
15 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202005792/1/A2

202006487/1/R3

Bij besluit van 22 september 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Noardeast-Fryslân het wijzigingsplan "[locatie] te Wetsens" vastgesteld. Het bestemmingsplan "Bûtengebied Dongeradeel" kende aan het perceel [locatie] te Wetsens de bestemming "Agrarisch" toe. De agrarische bedrijvigheid op het perceel is beëindigd. [appellant A] is eigenaar van het perceel en wil hier een manege exploiteren. Het college heeft het wijzigingsplan vastgesteld om dit mogelijk te maken en heeft aan het perceel de bestemming "Sport - Manege" toegekend. [appellant A] kan zich niet met het wijzigingsplan verenigen voor zover daarin de voorwaardelijke verplichting is opgenomen dat de afstand tussen een paardrijbak en een woonbestemmingsgrens minstens 50 m bedraagt. [appellant B] en anderen wonen in de omgeving van het plangebied. Zij kunnen zich niet met het wijzigingsplan verenigen, onder andere omdat zij vrezen voor een aantasting van hun woon- en leefklimaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1682
Datum uitspraak
15 juni 2022
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Friesland
  • uitspraakin de zaak202006487/1/R3

202100063/4/R3

Bij tussenuitspraak van 27 oktober 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2386, heeft de Afdeling provinciale staten van Overijssel opgedragen om binnen 8 weken na de verzending van die uitspraak het gebrek in het besluit van 23 september 2020 te herstellen. Bij besluit van 23 september 2020 hebben provinciale staten het inpassingsplan "Dinkeldal Zuid" vastgesteld. Uit de plantoelichting en de Nota van Antwoord, beide behorend bij het plan, blijkt dat de herinrichting van de Dinkel resulteert in een verhoging van de waterstanden, wat op meerdere locaties, ook aan de randen van het perceel van [appellant], tot een toename van de inundatie leidt. Met behulp van berekeningen zijn overstromingskaarten van de huidige en voorgenomen situatie gemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1698
Datum uitspraak
15 juni 2022
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Inpassingsplan
  • uitspraakin de zaak202100063/4/R3

202100334/1/R3

Bij besluit van 2 december 2020 heeft de raad van de gemeente Hengelo het bestemmingsplan "Buitengebied, Schoolbeekweg" vastgesteld. Het plan voorziet in een woning op een perceel aan de Schoolbeekweg, kadastraal bekend als sectie K nummer 3118, ten zuiden van de woning aan de [locatie A] te Hengelo. Uit de plantoelichting volgt dat deze woning met toepassing van het rood voor rood-beleid als een zogenoemde compensatiewoning mogelijk wordt gemaakt. Op de locatie Bentelosestraat 77, te Ambt Delden, gemeente Hof van Twente, is 2.501 m2 aan landschapsontsierende agrarische bedrijfsbebouwing gesloopt. Hiervoor in de plaats maakt de raad op het betrokken perceel de bouw van de voorziene woning mogelijk. De vereniging, [appellant sub 3] en de erven [appellant sub 2] en anderen, kunnen zich niet verenigen met de vaststelling van het plan. Zij nemen het standpunt in dat het plan in strijd is met het gemeentelijke rood voor rood-beleid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1695
Datum uitspraak
15 juni 2022
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202100334/1/R3

202100791/1/A3

Bij besluit van 18 juni 2018 heeft de minister van Economische Zaken en Klimaat besloten op het verzoek van [appellant] om openbaarmaking van documenten op grond van de Wet openbaarheid van bestuur. De minister heeft een deel van de gevraagde documenten openbaar gemaakt en een deel niet. [appellant] is redacteur bij NRC Handelsblad. Hij heeft verzocht om openbaarmaking van de documenten over de betrokkenheid van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat bij de poging het hoofdkantoor van Unilever naar Nederland te halen. Een van de documenten waarop het verzoek betrekking heeft, is een door de Netherlands Foreign Investment Agency (hierna: de NFIA) opgesteld bidbook voor Unilever. De minister heeft met dat bidbook beoogd een positief beeld van het vestigingsklimaat in Nederland te schetsen, zodat Unilever haar hoofdkantoor in Nederland zou vestigen. In deze procedure gaat het alleen nog over de weigering om het gehele bidbook openbaar te maken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1699
Datum uitspraak
15 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202100791/1/A3

202100953/1/R4

Bij besluit van 16 december 2020 heeft de raad van de gemeente Zevenaar het bestemmingsplan ‘’Wegensteunpunt Zevenaar’’ vastgesteld. Het plangebied ligt aan de A12 op de locatie van de voormalige grenspost Bergh in de gemeente Zevenaar. Nadat de grenspostfunctie in 1993 is komen te vervallen, is de locatie gebruikt als verzorgingsplaats zonder voorzieningen voor met name vrachtwagens. Het bestemmingsplan "Wegensteunpunt Zevenaar" voorziet in de realisering van een wegensteunpunt met bijbehorende bebouwing binnen de bestaande bestemming "Verkeer". Dit wegensteunpunt dient ter vervanging van het bestaande wegensteunpunt aan de Nieuwe Steeg in Zevenaar dat door technische verouderingen en een gelimiteerde capaciteit niet langer voldoet. [appellant] is eigenaar van het perceel [locatie A] dat grenst aan het plangebied. De woning van [appellant] op dat perceel ligt 350 m van de snelweg en 150 m van het te realiseren wegensteunpunt. [appellant] vreest voor geluidsoverlast in de nacht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1694
Datum uitspraak
15 juni 2022
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202100953/1/R4

202102136/1/R3

Bij besluit van 18 februari 2021 heeft de raad van de gemeente Alphen aan den Rijn het bestemmingsplan "Rijnpark" vastgesteld. De Afdeling heeft in de uitspraak van 27 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2081, naar aanleiding van onder meer door [appellante sub 1] en [appellant sub 2] ingestelde beroepen, gebreken geconstateerd in het door de raad bij besluit van 15 december 2016 vastgestelde bestemmingsplan "Rijnpark, Koudekerk aan den Rijn". Dat plan is deels vernietigd. De raad heeft op 18 juni 2019 voor het hele plangebied waarop het bestemmingsplan "Rijnpark, Koudekerk aan den Rijn" zag, mede om de in dat plan geconstateerde gebreken te herstellen, een nieuw ontwerpbestemmingsplan "Rijnpark" in procedure gebracht. Bij besluit van 18 februari 2021 heeft de raad het bestemmingsplan "Rijnpark" vastgesteld. Dit bestemmingsplan ziet uitsluitend op de door de Afdeling in haar uitspraak van juni 2018 vernietigde plandelen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1693
Datum uitspraak
15 juni 2022
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202102136/1/R3

202102809/1/R1

Bij besluit van 15 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Almere TenneT TSO B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het constructief aanpassen van de hoogspanningsmasten van de hoogspanningsverbinding Diemen-Lelystad, wat betreft masten 37 tot en met 79, vanaf Muiderberg tot de kruising met de N702 te Almere. Om in de toekomst meer elektriciteit te kunnen transporteren is het volgens TenneT noodzakelijk om naast de nieuwbouw van verbindingen, bestaande hoogspanningsverbindingen aan te passen zodat een grotere transportcapaciteit mogelijk is. Om die reden wenst TenneT de bestaande landelijke 380 kV-ring op te waarderen. Dit gebeurt binnen het programma Beter Benutten Bestaande 380 kV. Binnen dat programma valt het deelproject Opwaardering 380 kV-verbinding Diemen-Lelystad waarvoor de hiervoor genoemde besluiten van het college en de ministers zijn genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1702
Datum uitspraak
15 juni 2022
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Milieu - Overige
  • uitspraakin de zaak202102809/1/R1

202103483/1/R1

Bij besluit van 22 februari 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan [appellanten] een last onder dwangsom opgelegd. Op 6 juli 2018 heeft een toezichthouder van de gemeente een controle uitgevoerd op het perceel van [appellanten], [locatie] in Amsterdam (hierna: het perceel). Er is toen geconstateerd dat op het perceel zonder omgevingsvergunning een uitbouw, een aanbouw en een berging zijn gebouwd. Ook is geconstateerd dat de berging aan de rechterzijde als slaapkamer in gebruik is. Volgens het college mag er op het perceel op grond van het Besluit omgevingsrecht 55 m2 vergunningvrij worden gebouwd in het achtererfgebied. De totale aanwezige bebouwing in het achtererfgebied is afgerond 71 m2, waardoor er volgens het college sprake is van een overschrijding van 16 m2. Volgens de last onder dwangsom moeten [appellanten] 16 m2 aan bebouwing op het achtererfgebied van het perceel verwijderen en verwijderd houden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1700
Datum uitspraak
15 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202103483/1/R1

202104293/1/R1

Bij besluit van 21 oktober 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Edam-Volendam geweigerd aan [appellant] een omgevingsvergunning te verlenen om de bakkerij die is gevestigd op de percelen [locatie 1] te Edam uit te breiden op het aangrenzende perceel [locatie 2] te Edam. [appellant] is eigenaar van de percelen [locatie 1] en heeft daar een bakkerij. Hij is ook eigenaar van het perceel [locatie 2]. Het achtererf van dit perceel is een binnenplaats die onder andere grenst aan de percelen [locatie 1]. Hij heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor een uitbreiding van de bakkerij door het pand [locatie 2] te betrekken bij de bakkerij. Door het volledig bebouwen van de binnenplaats wordt de huidige bakkerij verbonden met het pand [locatie 2]. In het pand [locatie 2] wil [appellant] op de begane grond een personeelsruimte, opslagruimte en werkkamer maken. Op de binnenplaats wil hij een overkapping maken en koelcellen plaatsen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1697
Datum uitspraak
15 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202104293/1/R1

202104358/1/A2

Bij besluit van 17 februari 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bergeijk het verzoek van [appellant] om een verkeersbesluit te nemen afgewezen. [appellant] woont op het adres [locatie] in Bergeijk en hij is ook eigenaar van de woning. In 2013 is het project "30-60 zone ’t Loo" afgerond. Dit project heeft ertoe geleid dat de toegestane maximumsnelheid op de Bredasedijk ter hoogte van de woning van [appellant] is verlaagd van 50 km/uur naar 30 km/uur. Als snelheidsbeperkende maatregel is hierbij destijds ook een verkeersplateau gerealiseerd. Na de aanleg van dit plateau heeft [appellant] aangegeven last te hebben van trillingen door het verkeer. Uit onderzoek is gebleken dat de streefwaarden uit richtlijnen voor trillingsschade, SBR-A, en richtlijnen voor trillingshinder, SBR-B, werden overschreden. [appellant] en de gemeente hebben in maart 2016 een vaststellingsovereenkomst gesloten waarin onder andere is vastgelegd dat de gemeente het verkeersplateau zal verwijderen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1705
Datum uitspraak
15 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202104358/1/A2

202104821/1/R1

Bij besluit van 12 mei 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Haarlem. geweigerd de door [appellant] aangevraagde omgevingsvergunning te verlenen voor het in strijd met het bestemmingsplan plaatsen van een fietsenberging in de voortuin van perceel [locatie] te Haarlem. [appellant] woont op het adres [locatie]. In 2015 heeft zij daar, zonder dat daartoe een omgevingsvergunning is verleend, een fietsenberging in de voortuin geplaatst. De fietsenberging is niet toegestaan op grond van de bestemming "Tuin - 1" die, voor zover hier van belang, ter plaatse geldt op grond van de beheersverordening "Veegplan Haarlem 2017", vastgesteld door de raad op 15 maart 2018, omdat niet wordt voldaan aan de voorwaarden voor de oprichting van een fietsenberging zoals geformuleerd in artikel 12.2, aanhef en onder e, van de regels van de beheersverordening. Op 30 maart 2020 heeft zij een omgevingsvergunning aangevraagd ter legalisering.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1696
Datum uitspraak
15 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202104821/1/R1

202105061/1/R4

Bij besluit van 20 april 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Berg en Dal het wijzigingsplan "[locatie A]" vastgesteld. Het wijzigingsplan voorziet in een functieverandering waarbij de aardbeienkwekerij op het perceel wordt beëindigd en gesaneerd en in plaats daarvan aan de planlocatie een woonbestemming wordt toegekend waarbij in totaal drie burgerwoningen zijn toegestaan. [appellant] teelt druiven op een perceel dat grenst aan de planlocatie. Daarnaast exploiteert [appellant] enkele recreatiewoningen en een groepsaccommodatie op zijn perceel. [appellant] vreest dat hij door de komst van de woningen beperkt zal worden in zijn bedrijfsvoering.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1692
Datum uitspraak
15 juni 2022
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202105061/1/R4

202106129/1/R4

[appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank van 18 augustus 2021, waarbij zijn verzet tegen de uitspraak van de rechtbank van 18 juni 2021 ongegrond is verklaard. [appellant] heeft beroep ingesteld wegens het niet-tijdig nemen van een besluit op zijn bezwaar. Bij de uitspraak van 18 juni 2021 heeft de rechtbank dit beroep met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank heeft overwogen dat [appellant] het beroep heeft ingesteld op 29 april 2021, terwijl het college op dat moment nog dwangsommen verbeurde naar aanleiding van een eerdere uitspraak van de rechtbank van 18 maart 2021. Daarom kan [appellant] volgens de rechtbank redelijkerwijs niet in een gunstiger positie komen en is het beroep niet-ontvankelijk. [appellant] heeft tegen deze uitspraak verzet gedaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1691
Datum uitspraak
15 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202106129/1/R4

202106211/1/R4

[appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank van 18 augustus 2021, waarbij zijn verzet tegen de uitspraak van 10 juni 2021 ongegrond is verklaard. [appellant] heeft beroep ingesteld wegens het niet-tijdig nemen van een besluit op zijn bezwaar. Bij de uitspraak van 10 juni 2021 heeft de rechtbank dit beroep met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank heeft overwogen dat [appellant] het beroep heeft ingesteld, terwijl het college op dat moment nog dwangsommen verbeurde naar aanleiding van een eerdere uitspraak van de rechtbank van 25 januari 2021. Daarom kan [appellant] volgens de rechtbank redelijkerwijs niet in een gunstiger positie komen en is het beroep niet-ontvankelijk. [appellant] heeft tegen deze uitspraak verzet gedaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1690
Datum uitspraak
15 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202106211/1/R4

202106212/1/R4

[appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank van 18 augustus 2021, waarbij zijn verzet tegen de uitspraak van 10 juni 2021 ongegrond is verklaard. [appellant] heeft beroep ingesteld wegens het niet-tijdig nemen van een besluit op zijn bezwaar. Bij de uitspraak van 10 juni 2021 heeft de rechtbank dit beroep met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank heeft overwogen dat [appellant] het beroep heeft ingesteld, terwijl het college op dat moment nog dwangsommen verbeurde naar aanleiding van een eerdere uitspraak van de rechtbank van 28 januari 2021. Daarom kan [appellant] volgens de rechtbank redelijkerwijs niet in een gunstiger positie komen en is het beroep niet-ontvankelijk. [appellant] heeft tegen deze uitspraak verzet gedaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1689
Datum uitspraak
15 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202106212/1/R4

202106631/1/R2

Bij besluit van 14 april 2020 heeft de raad van de gemeente Beekdaelen het bestemmingsplan "Bedrijventerrein Rode Beek" vastgesteld. De Afdeling heeft in de uitspraak van 17 maart 2021, ECLI:NL:RVS:2021:578, kort gezegd, overwogen dat het bestemmingsplan "Bedrijventerrein Rode Beek" zoals vastgesteld op 14 april 2020 in strijd is met artikel 2.6.4, derde en vierde lid, van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening, voor zover in het plan geen beperkingen zijn gesteld aan de hoogte voor objecten die niet worden "gebouwd" op de gronden met de bestemming "Bedrijventerrein" en voor zover daarin geen beperkingen zijn gesteld aan de hoogte van objecten, niet zijnde gebouwen of bouwwerken geen gebouw zijnde, op de gronden met de bestemming "Groen" en "Verkeer" en de Afdeling heeft het plan in zoverre vernietigd. De Afdeling heeft de raad opgedragen om een nieuw besluit te nemen met inachtneming van hetgeen is overwogen in die uitspraak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1701
Datum uitspraak
15 juni 2022
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202106631/1/R2

202106976/1/R4

[appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank van 12 oktober 2021, waarbij zijn verzet tegen de uitspraak van de rechtbank van 4 augustus 2021 ongegrond is verklaard. [appellant] heeft beroep ingesteld wegens het niet-tijdig nemen van een besluit op zijn bezwaar. Bij de uitspraak van 4 augustus 2021 heeft de rechtbank dit beroep met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank heeft overwogen dat [appellant] het beroep heeft ingesteld op 21 juni 2021 terwijl het college als gevolg van de eerdere uitspraak van de rechtbank van 25 januari 2021 dwangsommen heeft verbeurd tot en met 16 juli 2021. Daarom kan [appellant] volgens de rechtbank redelijkerwijs niet in een gunstiger positie komen en is het beroep niet-ontvankelijk. [appellant] heeft tegen deze uitspraak verzet gedaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1688
Datum uitspraak
15 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202106976/1/R4

202106978/1/R4

[appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank van 12 oktober 2021, waarbij zijn verzet tegen de uitspraak van de rechtbank van 16 augustus 2021 ongegrond is verklaard. [appellant] heeft beroep ingesteld wegens het niet-tijdig nemen van een besluit op zijn bezwaar. Bij de uitspraak van 16 augustus 2021 heeft de rechtbank dit beroep met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank heeft overwogen dat [appellant] het beroep heeft ingesteld terwijl het college op dat moment als gevolg van de eerdere uitspraak van de rechtbank van 28 januari 2021 nog dwangsommen verbeurde. Daarom kan [appellant] volgens de rechtbank redelijkerwijs niet in een gunstiger positie komen en is het beroep niet-ontvankelijk. [appellant] heeft tegen deze uitspraak verzet gedaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1686
Datum uitspraak
15 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202106978/1/R4

202106980/1/R4

Bij uitspraak van 27 oktober 2021 heeft de rechtbank zich onbevoegd verklaard van het door [appellant] ingestelde beroep wegens het niet-tijdig nemen van een besluit kennis te nemen. [appellant] heeft het college verzocht om een omgevingsvergunning voor het herbouwen van de aanbouw op de begane grond en eerste verdieping en het verhogen van de aanbouw tot de vierde verdieping aan de achterzijde van zijn pand aan de [locatie] in Utrecht. Bij brief van 17 september 2020 heeft het college meegedeeld dat het verzoek niet behandeld wordt. Het bouwplan heeft vanwege een mandelige muur namelijk deels betrekking op het perceel van de buren en zij geven daarvoor geen toestemming. Dat betekent dat het bouwplan niet kan worden verwezenlijkt, [appellant] geen belanghebbende is bij zijn verzoek om vergunning, en dus geen sprake is van een aanvraag, aldus het college. [appellant] heeft bezwaar gemaakt tegen deze brief. Hij betwist dat het bouwplan zonder toestemming van de buren niet kan worden verwezenlijkt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1593
Datum uitspraak
15 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202106980/1/R4

202106982/1/R4

Bij besluit van 24 juli 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen het slopen van een dwarsmuur en een steunpilaar in het pand [locatie] in Utrecht, afgewezen. Deze zaak gaat over het derde beroep van [appellant] tegen het uitblijven van een besluit op zijn bezwaar tegen het besluit van 24 juli 2019. De rechtbank heeft het eerste beroep bij uitspraak van 1 mei 2020 gegrond verklaard. Daarbij heeft de rechtbank het college opgedragen om binnen zes weken na verzending van die uitspraak een besluit op het bezwaar te nemen en bepaald dat het college aan [appellant] een dwangsom van € 100,00 verbeurt voor elke dag waarmee het deze termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,00. De rechtbank heeft het tweede beroep bij uitspraak van 18 maart 2021 gegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1687
Datum uitspraak
15 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202106982/1/R4

202106984/1/R4

Bij besluit van 24 juli 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen het openbreken van een keldergewelf in het pand [locatie] in Utrecht, afgewezen. Deze zaak gaat over het derde beroep van [appellant] tegen het uitblijven van een besluit op zijn bezwaar tegen het besluit van 24 juli 2019. De rechtbank heeft het eerste beroep bij uitspraak van 1 mei 2020 gegrond verklaard. Daarbij heeft de rechtbank het college opgedragen om binnen zes weken na verzending van die uitspraak een besluit op het bezwaar te nemen en bepaald dat het college aan [appellant] een dwangsom van € 100,00 verbeurt voor elke dag waarmee het deze termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,00. De rechtbank heeft het tweede beroep bij uitspraak van 18 maart 2021 gegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1684
Datum uitspraak
15 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202106984/1/R4

202106987/1/R4

[appellant] heeft beroep ingesteld tegen het uitblijven van een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Utrecht op zijn bezwaar tegen de verlenging van de begunstigingstermijn van een aan een derde opgelegde last onder dwangsom. Deze zaak gaat over het tweede beroep van [appellant] tegen het uitblijven van een besluit op zijn bezwaar. De rechtbank heeft het eerste beroep bij uitspraak van 21 april 2021 gegrond verklaard. Daarbij heeft de rechtbank het college opgedragen om binnen twee weken na verzending van die uitspraak een besluit op het bezwaar te nemen en bepaald dat het college aan [appellant] een dwangsom van € 100,00 verbeurt voor elke dag waarmee het deze termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,00.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1685
Datum uitspraak
15 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202106987/1/R4

202106988/1/R4

[appellant] heeft beroep ingesteld tegen het uitblijven van een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Utrecht op zijn bezwaar tegen verschillende lasten onder dwangsom die het college hem bij besluit van 11 januari 2018 heeft opgelegd. Deze zaak gaat over het tweede beroep van [appellant] tegen het uitblijven van een besluit op zijn bezwaar. De rechtbank heeft het eerste beroep bij uitspraak van 18 maart 2021 gegrond verklaard. Daarbij heeft de rechtbank het college opgedragen om binnen twee weken na verzending van die uitspraak een besluit op het bezwaar te nemen en bepaald dat het college aan [appellant] een dwangsom van € 100,00 verbeurt voor elke dag waarmee het deze termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,00.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1683
Datum uitspraak
15 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202106988/1/R4

202200224/1/R4

Bij uitspraak van 6 oktober 2021, in zaak nr. 202102819/1/R4, heeft de Afdeling het beroep van onder meer [verzoekster] tegen onder meer het besluit van de raad van de gemeente Apeldoorn van 11 februari 2021, tot vaststelling van het bestemmingsplan "Molecatenlaan 15 en Ugchelseweg 201 Ugchelen", ongegrond verklaard. [verzoekster] heeft de Afdeling verzocht die uitspraak te herzien dan wel vervallen te verklaren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1730
Datum uitspraak
15 juni 2022
  • Herziening
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202200224/1/R4

202105256/1/V2

Bij besluit van 24 juni 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1672
Datum uitspraak
14 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202105256/1/V2

202106533/1/V2

Bij besluit van 13 september 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1674
Datum uitspraak
14 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202106533/1/V2

202201502/2/R3

Bij besluit van 8 februari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Waadhoeke het wijzigingsplan "Hoarnestreek 1 te Tzummarum" vastgesteld. Aan de Hoarnestreek 1 in Tzummarum is een agrarisch bedrijf gevestigd. Binnen het bouwblok op dit perceel zoals aangewezen in het bestemmingsplan "Buitengebied 2013" staan verschillende schuren en twee pluimveestallen. De maatschap van [partij] heeft het voornemen om direct naast de twee pluimveestallen, buiten het bouwblok, een derde pluimveestal op het perceel op te richten. [verzoeker] woont aan de [locatie A] op ongeveer 1 km afstand van het plangebied. Hij kan zich niet met het wijzigingsplan verenigen. Hij heeft de voorzieningenechter verzocht om het plan te schorsen in afwachting van de behandeling van zijn beroep in de hoofdzaak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1650
Datum uitspraak
14 juni 2022
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Friesland
  • uitspraakin de zaak202201502/2/R3

202202500/2/R3

[verzoeker] heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig bekendmaken van een volgens hem van rechtswege verleende omgevingsvergunning voor het uitbreiden van een gebouw op het perceel [locatie A] in Voorhout ten behoeve van een tulpenbroeierij. [verzoeker] heeft bij het college van burgemeester en wethouders van Teylingen op 22 april 2021 een aanvraag om omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen ingediend om een bestaand gebouw op het perceel uit te breiden, om daar een tulpenbroeierij in te realiseren. In het bestemmingsplan "Buitengebied Teylingen" heeft het perceel de bestemming "Bedrijf - Agrarisch bedrijventerrein". Binnen deze bestemming is de uitoefening van een agrarisch bedrijf zoals omschreven in artikel 1, lid 1.10, onder b, van de planregels toegestaan. Uit de omschrijving blijkt dat het onder meer moet gaan om een volwaardig of reëel bedrijf.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1653
Datum uitspraak
14 juni 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202202500/2/R3

202203085/2/V2

Bij besluiten van 12 juli 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1673
Datum uitspraak
14 juni 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202203085/2/V2

202203305/2/V2

Bij besluit van 10 februari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en ambtshalve geweigerd haar krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1677
Datum uitspraak
14 juni 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202203305/2/V2

202203510/2/V2

Bij besluiten van 24 februari 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1678
Datum uitspraak
14 juni 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202203510/2/V2

202105858/1/R1

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 30 juli 2021 van de rechtbank Oost-­Brabant.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1676
Datum uitspraak
14 juni 2022
  • Mondelinge uitspraak
  • Waterschapszaken
  • uitspraakin de zaak202105858/1/R1

202105894/1/R1

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 22 juli 2021 van de rechtbank Noord­-Holland.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1675
Datum uitspraak
14 juni 2022
  • Mondelinge uitspraak
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202105894/1/R1

202100167/1/V2

Bij besluit van 13 januari 2017 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1666
Datum uitspraak
13 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202100167/1/V2

202106346/1/V3

Bij besluit van 13 september 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1667
Datum uitspraak
13 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202106346/1/V3

202108132/1/V2

Bij besluiten van 28 februari 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1668
Datum uitspraak
13 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202108132/1/V2

202202717/1/V1

Bij besluit van 25 maart 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1671
Datum uitspraak
13 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202202717/1/V1

202203094/1/A3 en 202203094/2/A3

Bij besluit van 28 december 2021 heeft de burgemeester van Haarlemmermeer de erven van [belanghebbende] onder aanzegging van bestuursdwang gelast de woning aan de [locatie A] in Badhoevedorp vanaf 13 januari 2022 te sluiten en gesloten te houden voor de duur van drie maanden. Op 30 november 2021 heeft de burgemeester van de politie een bestuurlijke rapportage van 14 oktober 2021 ontvangen. Daarin staat dat de politie bij een actie op 13 oktober 2021 op het industrieterrein Waardepolder een auto is gevolgd. Die auto reed naar de woning aan de [locatie A]. De erven zijn eigenaren van die woning. [verzoeker] is huurder en bewoner van de woning. De persoon die de auto bestuurde, genaamd "[persoon A]", is na het verlaten van de woning met twee tassen staande gehouden. In die tassen trof de politie 2.999 gr hennep aan. Ook had hij geldbundels van in totaal € 6.150,- bij zich. De politie heeft met toestemming van [verzoeker] de woning betreden en onderzoek gedaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1654
Datum uitspraak
13 juni 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Drugs
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202203094/1/A3 en 202203094/2/A3

202203339/1/V3

Bij besluit van 13 mei 2022 heeft de staatssecretaris de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1670
Datum uitspraak
13 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202203339/1/V3

202203344/1/V1

Bij besluit van 4 mei 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1669
Datum uitspraak
13 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202203344/1/V1

202104302/1/V1

Bij besluiten van 10 oktober 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1588
Datum uitspraak
10 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202104302/1/V1

202107818/1/R1 en 202107818/2/R1

Bij besluit van 26 oktober 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag het definitief plaatsingsplan gewijzigde locaties ondergrondse restafvalcontainers vastgesteld in het stadsdeel Centrum in de wijk Zuidwal II (wijk 14) te Den Haag. In het bestreden besluit heeft het college door vaststelling van een plaatsingsplan een gewijzigde locatie voor twee ORAC’s in het stadsdeel Centrum in de wijk Zuidwal II aangewezen. De op locatie 14-08 voorziene ORAC’s worden verplaatst van de hoek Lange Beestenmarkt/Prinsengracht naar de Lange Beestenmarkt ter hoogte van Lange Beestenmarkt 11 te Den Haag. Studio Seven Architecten B.V. is gevestigd op het adres Lange Beestenmarkt 13C, [appellanten A] wonen op het adres [locatie A] en [appellanten B] wonen op het adres [locatie B]. De gewijzigde locatie bevindt zich in hun onmiddellijke omgeving. Studio Seven Architecten B.V. en anderen kunnen zich niet verenigen met de aanwijzing van de gewijzigde locatie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1651
Datum uitspraak
10 juni 2022
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202107818/1/R1 en 202107818/2/R1

202202020/2/A3

Bij besluit van 13 augustus 2020 heeft het college van gedeputeerde staten van Utrecht aan stichting Faunabeheereenheid Utrecht ontheffing verleend voor het 's-nachts afschieten van vossen in bepaalde weidevogelgebieden en bij gebieden waar pluimveebedrijven met vrije uitloop (Freilandbedrijven) zijn gevestigd. Het gaat onder meer om het verbod om de vos te doden en het verbod om het geweer te gebruiken. De ontheffing van deze verboden maakt het mogelijk om ’s-nachts vossen af te schieten in aangewezen weidevogelgebieden en bij gebieden waar Freilandbedrijven zijn gevestigd. De ontheffing is volgens het college nodig in het belang van de bescherming van weidevogels en om ernstige schade aan pluimveebedrijven met vrije uitloop te voorkomen. De rechtbank heeft vastgesteld dat de minister in artikel 3.1, tweede lid, van de Regeling natuurbescherming al een algemene vrijstelling heeft opgenomen van het verbod om vossen te doden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1652
Datum uitspraak
10 juni 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202202020/2/A3

202202235/1/V3

Bij besluit van 19 maart 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1662
Datum uitspraak
10 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202202235/1/V3

202202338/1/V3

Bij besluit van 25 maart 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1661
Datum uitspraak
10 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202202338/1/V3

202202750/1/V3 en 202202750/2/V3

Bij besluit van 14 april 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1660
Datum uitspraak
10 juni 2022
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202202750/1/V3 en 202202750/2/V3

202202853/2/V3

Bij besluiten van 24 februari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1639
Datum uitspraak
10 juni 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202202853/2/V3

202202869/1/V3

Bij besluit van 22 april 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1659
Datum uitspraak
10 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202202869/1/V3

202202872/1/V3

Bij besluit van 22 april 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1658
Datum uitspraak
10 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202202872/1/V3

202202919/2/V2

Bij besluit van 10 december 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1665
Datum uitspraak
10 juni 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202202919/2/V2

202203134/2/V2

Bij besluit van 7 juni 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1657
Datum uitspraak
10 juni 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202203134/2/V2

202203209/2/V2

Bij besluit van 28 maart 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1656
Datum uitspraak
10 juni 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202203209/2/V2
vorige pagina1...196197198...1.241volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon