Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 122.759
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202301453/1/V3

Bij besluit van 1 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:868
Datum uitspraak
29 februari 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202301453/1/V3

202308013/1/V3

Bij besluit van 27 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:870
Datum uitspraak
29 februari 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202308013/1/V3

202400747/3/V1 en 202400747/4/V1

Bij besluit van 12 juni 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:867
Datum uitspraak
29 februari 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202400747/3/V1 en 202400747/4/V1

202400833/1/V3

Bij besluit van 10 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:866
Datum uitspraak
29 februari 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202400833/1/V3

BRS.24.000015

Bij besluit van 22 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 22 januari 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:786
Datum uitspraak
29 februari 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000015

BRS.24.000022

Bij besluit van 17 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 29 januari 2024 heeft de rechtbank het met een kennisgeving vanwege de staatssecretaris tegen het voortduren van de bewaring aanhangig gemaakte beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:794
Datum uitspraak
29 februari 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000022

202203674/1/V3

Bij besluit van 25 september 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 18 juni 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:807
Datum uitspraak
28 februari 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202203674/1/V3

202204520/1/V1

Bij besluit van 20 november 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 4 augustus 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:810
Datum uitspraak
28 februari 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202204520/1/V1

202303306/2/R2

Het plan voorziet in de bouw van 13 woningen. Het plangebied ligt aan de oostzijde van de Terlostraat en ten noorden van de Frater Romboutsstraat en Loo in Bergeijk. In de plantoelichting is de omgeving van het plangebied getypeerd als een rustige woonwijk/rustig buitengebied. [verzoekster] is eigenaar van en woont op het perceel aan het [locatie], dat grenst aan het plangebied. Op het perceel exploiteert zij het horecabedrijf "[bedrijf]", een café en zaalverhuur met een terras aan de voorzijde en aan de achterzijde. Het terras aan de achterzijde van het horecabedrijf grenst direct aan het plangebied, waar de tuinen bij de te bouwen woningen zijn geprojecteerd. De kortste afstand van haar perceel tot de nieuwe woningen is volgens de plantoelichting 13 meter.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:998
Datum uitspraak
28 februari 2024
  • Mondelinge uitspraak
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202303306/2/R2

202307008/3/R4

Bij besluit van 19 september 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nijkerk het wijzigingsplan "Buitengebied Nijkerk 2017, 9e wijziging [locatie 1] Nijkerk" vastgesteld. Op het perceel rust volgens dit bestemmingsplan de bestemming "Agrarisch met waarden - Landschappelijke en natuurwaarden". Met een bouwvlak is voorzien in een agrarisch bouwperceel. Op het perceel [locatie 1] te Nijkerk (hierna: het perceel) is een melkveebedrijf gevestigd. Verder worden op het perceel een paardenfokkerij en paardenmelkerij geëxploiteerd. Voor het perceel geldt het bestemmingsplan "Buitengebied Nijkerk 2017, veegplan 1". Op het perceel rust volgens dit bestemmingsplan de bestemming "Agrarisch met waarden - Landschappelijke en natuurwaarden". Met een bouwvlak is voorzien in een agrarisch bouwperceel. In het bestemmingsplan is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor het veranderen van de vorm van bouwvlakken binnen de agrarische bestemming. Daarnaast is in het bestemmingsplan een wijzigingsbevoegdheid opgenomen waarmee de aanduiding "paardenhouderij" aan een agrarisch bouwperceel kan worden toegekend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:805
Datum uitspraak
28 februari 2024
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202307008/3/R4

202307156/2/R4

Bij besluit van 30 augustus 2023 heeft de raad van de gemeente Tiel het bestemmingsplan "Tiel West - Herontwikkeling locatie Kwadrant" vastgesteld. Op de hoek Nieuwe Tielseweg - Waardenburglaan in Tiel bevond zich het winkelcentrum Kwadrant. Nadat tussen de Nieuwe Tielseweg, Teisterbantlaan, Wadenoijenlaan en Trichtstraat het nieuwe winkelcentrum Westlede was gebouwd, is het voormalige winkelcentrum Kwadrant gesloten en gesloopt. Winkelcentrum Westlede vormt een nieuw onderkomen voor de voorzieningen van winkelcentrum Kwadrant. De planologische mogelijkheid om een supermarkt in het plangebied te bouwen, is in het bestemmingsplan wegbestemd. Het bestemmingsplan maakt het mogelijk dat in het plangebied, na vaststelling van een uitwerkingsplan, minimaal 50 en maximaal 55 woningen kunnen worden gebouwd. Lidl heeft in haar zienswijze tegen het ontwerpbestemmingsplan een initiatiefplan voor het plangebied gepresenteerd. Dat initiatief bestond uit een bouwplan voor een supermarkt en 32 woningen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:803
Datum uitspraak
28 februari 2024
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202307156/2/R4

202400590/1/A2 en 202400590/2/A2

Bij beslissing van 25 augustus 2023 heeft de directeur van de Academie Sport en Bewegen namens het instellingsbestuur een bindend negatief studieadvies aan [verzoeker] gegeven. Bij beslissing van 21 november 2023 heeft het college van beroep voor de examens van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen het door [verzoeker] hiertegen ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. [verzoeker] is in het studiejaar 2022-2023 gestart met de voltijds bacheloropleiding Sportkunde aan de Academie Sport en Bewegen van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. Op 25 augustus 2023 heeft hij een BNSA gekregen, omdat hij 44 studiepunten van het propedeutisch jaar heeft behaald en daarmee niet heeft voldaan aan de studievoortgangsnorm van 45 studiepunten. Als gevolg van het BNSA is hij per 1 september 2023 uitgeschreven. Aan de beslissing van 21 november 2023 heeft het CBE ten grondslag gelegd dat [verzoeker] 44 studiepunten van het propedeutisch jaar heeft behaald, terwijl de studievoortgangsnorm 45 studiepunten bedraagt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:808
Datum uitspraak
28 februari 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202400590/1/A2 en 202400590/2/A2

202400852/1/V3

Bij besluit van 10 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:811
Datum uitspraak
28 februari 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202400852/1/V3

202400861/1/V3 en 202400861/2/V3

Bij besluit van 7 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:812
Datum uitspraak
28 februari 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202400861/1/V3 en 202400861/2/V3

202400905/2/V3

Bij besluit van 10 november 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:813
Datum uitspraak
28 februari 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202400905/2/V3

202401006/1/V2 en 202401006/2/V2

Bij besluit van 22 november 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:814
Datum uitspraak
28 februari 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202401006/1/V2 en 202401006/2/V2

202401285/2/V1

Bij besluit van 10 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:878
Datum uitspraak
28 februari 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202401285/2/V1

202002042/1/A2

Bij besluit van 14 juni 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen geweigerd aan [wederpartij] een vergunning te verlenen voor het omzetten van de zelfstandige woonruimte aan [locatie] in Nijmegen in vier onzelfstandige woonruimten, te bewonen door vier personen. [wederpartij] is eigenaar van de zelfstandige woning aan [locatie] in Nijmegen. Zij heeft bij het college een aanvraag ingediend voor een vergunning om deze zelfstandige woning om te zetten in vier onzelfstandige wooneenheden. In artikel 12, eerste lid, van de Huisvestingsverordening Nijmegen 2017 is bepaald dat in de hele gemeente Nijmegen het verbod geldt als bedoeld in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder c, van de Huisvestingswet 2014. Dat is het verbod om zonder vergunning van het college zelfstandige woonruimte om te zetten in of omgezet te houden als onzelfstandige woonruimte. Het college heeft geweigerd de gevraagde omzettingsvergunning aan [wederpartij] te verlenen, omdat de aanvraag niet voldoet aan het overgangsrecht van artikel 9 van de ‘Beleidsregels omzetting en onttrekking van zelfstandige woonruimte Nijmegen 2018 B’ (hierna: Beleidsregels 2018B).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:839
Datum uitspraak
28 februari 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202002042/1/A2

202002127/1/A2

Bij besluit van 6 juli 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen aan [vergunninghouder] een vergunning verleend voor het omzetten van de zelfstandige woning aan [locatie] in Nijmegen in drie onzelfstandige woonruimten, te bewonen door maximaal drie personen. Bij besluit van 12 december 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen het door [wederpartij A] en [wederpartij B] daartegen ingestelde bezwaar ongegrond verklaard. [vergunninghouder] is eigenaar van de woning aan [locatie] in Nijmegen. Hij heeft bij het college een aanvraag ingediend voor een vergunning om deze zelfstandige woning om te zetten in drie onzelfstandige wooneenheden. In artikel 12, eerste lid, van de Huisvestingsverordening Nijmegen 2017 is bepaald dat in de hele gemeente Nijmegen het verbod geldt als bedoeld in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder c, van de Huisvestingswet 2014. Dat is het verbod om zonder vergunning van het college zelfstandige woonruimte om te zetten in of omgezet te houden als onzelfstandige woonruimte.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:840
Datum uitspraak
28 februari 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202002127/1/A2

202006396/1/R2

Bij besluit van 16 april 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Venlo aan Maasvallei Oost Invest BV een tijdelijke omgevingsvergunning verleend voor het huisvesten van arbeidsmigranten op de camping Maasvallei die is gevestigd aan de Grensweg 9 en 11 te Arcen van 1 januari 2020 tot 1 januari 2025. Het gebruik van de camping voor de huisvesting van de arbeidsmigranten is, naar niet in geschil is, in strijd met deze bestemming. Om dit gebruik toch toe te kunnen staan heeft het college voor dit gebruik omgevingsvergunning verleend met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 2º van de Wabo, gelezen in samenhang met artikel 4, aanhef en onderdeel 9 van Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht. [appellante] woont aan de [locatie] te Arcen. [appellante] heeft bezwaar tegen het gebruik van de camping voor de huisvesting van ongeveer 340 arbeidsmigranten. Zij vreest op grond van eerdere ervaringen dat de verleende omgevingsvergunning haar woon- en leefomgeving zal aantasten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:851
Datum uitspraak
28 februari 2024
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202006396/1/R2

202103497/1/A3

Bij besluit van 14 juli 2017 heeft de minister [appellant] aangewezen als persoon op wie de Sanctieregeling terrorisme 2007-II (hierna: de Sanctieregeling) van toepassing is. Met het aanwijzingsbesluit van 14 juli 2017 zijn alle financiële middelen van [appellant] bevroren. De minister heeft het besluit gebaseerd op een door de AIVD op 28 maart 2017 uitgebracht individueel ambtsbericht en de daaraan ten grondslag liggende geheime stukken. Op grond van artikel 8:29 van de Awb heeft alleen de Afdeling van deze stukken kennis kunnen nemen. In het ambtsbericht staat dat [appellant] betrokken is bij de door de Europese Unie als terroristisch aangemerkte organisatie Devrimci Halk Kurtuluş Partisi-Cephesi. [appellant] werft volgens de minister fondsen voor die organisatie en verspreidt het tijdschrift ‘Yürüyüs’. Met die activiteiten ondersteunt [appellant] de activiteiten van de organisatie. In het tijdschrift worden volgens de minister bovendien aanslagen en aanslagplegers van de DHKP/C verheerlijkt. Bij besluit van 5 april 2018 heeft de minister het door [appellant] tegen het besluit van 14 juli 2017 gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. [appellant] heeft hiertegen beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:819
Datum uitspraak
28 februari 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202103497/1/A3

202104186/1/R2

Bij besluit van 27 september 2018 heeft het college van gedeputeerde staten van Limburg een vergunning op grond van artikel 2.7 van de Wet natuurbescherming verleend voor het oprichten en exploiteren van een varkenshouderij aan de [locatie] te Ell. [appellante sub 2] heeft op 17 maart 2015 een natuurvergunning aangevraagd voor het oprichten en exploiteren van een varkenshouderij met 10.244 vleesvarkens in drie stallen met het huisvestingssysteem D3.2.15.1 en een totale ammoniakemissie van 4.600,8 kg NH3 per jaar. Met het rekenmodel Aagro-stacks is berekend dat deze emissie leidt tot een toename van stikstofdepositie op verschillende Natura 2000-gebieden (hoogste toename = 1,30 mol/ha/jr). De toename wordt weggenomen door inzet van extern salderen. Daarvoor zijn de milieutoestemmingen van vier, in de omgeving liggende, agrarische bedrijven geheel of gedeeltelijk introkken. Het college heeft de natuurvergunning verleend. Het college overweegt dat de stikstofdepositie op de betrokken Nederlandse Natura 2000-gebieden na extern salderen niet toeneemt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:831
Datum uitspraak
28 februari 2024
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202104186/1/R2

202104236/1/R2

Bij besluit van 18 juli 2019 heeft het college een vergunning op grond van artikel 2.7 van de Wet natuurbescherming verleend voor het oprichten en exploiteren van een varkens- en kalverenhouderij aan de Grensweg ongenummerd te Siebengewald. [appellante sub 1] heeft op 7 januari 2014 een natuurvergunning aangevraagd voor het oprichten en exploiteren van een varkens- en kalverenhouderij aan de Grensweg ongenummerd in Siebengewald. De aanvraag vermeldt dat het gaat om een verplaatsing van het varkensbedrijf aan de [locatie A] in Afferden naar de locatie aan de Grensweg ongenummerd in Siebengewald. De nieuwe locatie ligt in een landbouwontwikkelingsgebied. De aanvraag is verschillende keren aangevuld en gewijzigd. De vergunning kan worden verleend omdat de toename van stikstofdepositie extern wordt gesaldeerd door de afname van stikstofdepositie door de intrekking van de milieutoestemming voor het agrarisch bedrijf [locatie A] in Afferden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:834
Datum uitspraak
28 februari 2024
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202104236/1/R2

202104386/1/A3

Bij besluit van 13 april 2018 heeft de minister een eis gesteld tot naleving van artikel 3.16, eerste lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit. Bij besluit van 19 juli 2019 heeft de minister het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Op 12 februari 2018 hebben twee arbeidsinspecteurs een inspectie uitgevoerd aan [locatie], waar [appellante] bezig was met de plaatsing van 232 studentenwoningen. Tijdens deze inspectie hebben zij vastgesteld dat medewerkers van [appellante], die de modulaire bouwelementen aan het plaatsen waren, zich aan de bovenzijde langs de randen van de elementen begaven terwijl er geen doelmatige hekwerken, leuningen of andere vergelijkbare voorzieningen waren aangebracht. In plaats daarvan werd gebruik gemaakt van veiligheidsgordels met een vanglijn in combinatie met een valstopapparaat, te weten een katrol. Op basis van deze bevindingen kwam de minister tot de conclusie dat artikel 3.16, eerste lid, van het Arbobesluit was overtreden. Na zijn voornemen daartoe kenbaar te hebben gemaakt, heeft de minister aan [appellante] een eis tot naleving gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:821
Datum uitspraak
28 februari 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202104386/1/A3

202104723/1/A3 en 202104724/1/A3

Bij besluit van 30 mei 2018 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid het op 22 mei 2018 aan [appellante] gegeven mondeling bevel tot stillegging van werkzaamheden, schriftelijk bevestigd. Op 14 november 2017 vond een arbeidsongeval plaats in het magazijn van [appellante]. Tijdens het lossen van stalen balken met behulp van een bovenloopkraan raakte de kraanmachinist door een schrikreactie met zijn voet het pedaal, waardoor de lading is gaan bewegen. Hierdoor werd een medewerker geraakt door het pakket stalen balken en kwam hij klem te zitten tegen de stalen balken achter hem. Dit leidde tot een ziekenhuisopname. [appellante] maakte op 15 november 2017 melding van dit ongeval bij de Inspectie SZW. Naar aanleiding van de stillegging heeft [appellante] een nieuwe werkinstructie ‘veilig afhangen van balken d.m.v. inflenzen’ opgesteld en een taak-risico-analyse van deze werkzaamheden laten uitvoeren door [veiligheidskundige]. Hij heeft de werkinstructie en het rapport op 25 mei 2018 aan de arbeidsinspecteur toegezonden met het verzoek te laten weten of de werkwijze mag worden geïmplementeerd en de werkzaamheden mogen worden hervat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:823
Datum uitspraak
28 februari 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202104723/1/A3 en 202104724/1/A3

202105438/1/R4

Bij besluit van 10 oktober 2019 heeft het college [appellant] onder oplegging van een dwangsom gelast om het in strijd met artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht gebruiken van het perceel aan [locatie 1] in Maartensdijk in strijd met het bestemmingsplan, te beëindigen en beëindigd te houden door het totale oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken op het perceel terug te brengen tot 150 m2. Bij besluit van 20 januari 2021 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Op het perceel stond voor ongeveer 450 m2 aan bijbehorende bouwwerken. In 2013 heeft [appellant] aan het college een plan voorgelegd om deze bijbehorende bouwwerken te slopen en een nieuw bijbehorend bouwwerk met een oppervlakte van 200 m2 te bouwen. Als reactie hierop heeft het college bij brief van 15 juli 2013 aan [appellant] medegedeeld dat het geen medewerking wil verlenen aan een bijbehorend bouwwerk van 200 m2, maar wel een positieve grondhouding aanneemt ten aanzien van een bijbehorend bouwwerk van maximaal 150 m2.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:830
Datum uitspraak
28 februari 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202105438/1/R4

202106805/1/R3

Bij besluit van 20 maart 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Oldambt geweigerd om [appellante] een omgevingsvergunning te verlenen voor het realiseren van een kinderopvang op het perceel [locatie 1] te Scheemda. [appellante] woont op het perceel en exploiteert hier [kinderopvang]. In de bestaande situatie worden zes kinderen opgevangen in de leeftijd van 0 tot 4 jaar. [appellante] wil de kinderopvang uitbreiden tot een kleinschalig kindercentrum (KDV en BSO) voor maximaal 10 kinderen in de leeftijd van 0 tot 13 jaar. Zij wil hiervoor de kantoorruimte gebruiken die aan haar woning grenst. Omdat een kinderopvang hier niet is toegestaan op grond van het bestemmingsplan heeft [appellante] een omgevingsvergunning aangevraagd als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo. Deze vergunning is aanvankelijk op 20 maart 2019 geweigerd. In het besluit op bezwaar van 30 september 2020 heeft het college het bezwaar van [appellante] alsnog gegrond verklaard. De omgevingsvergunning voor de kinderopvang is alsnog verleend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:824
Datum uitspraak
28 februari 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202106805/1/R3

202106907/1/R2

Bij besluit van 6 april 2020 heeft het college van gedeputeerde staten van Utrecht het verzoek van MOB om handhavend op te treden tegen [appellante sub 2], gevestigd aan de [locatie] in IJsselstein, afgewezen. De Afdeling doet vandaag uitspraak in drie zaken die gaan over verzoeken om handhavend optreden tegen zogenoemde PAS-melders. Dit zijn bedrijven die een melding hebben gedaan op grond van het Programma Aanpak Stikstof voor de wijziging, uitbreiding of oprichting van stikstofveroorzakende activiteiten. Deze activiteiten waren uitgezonderd van de vergunningplicht in artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming op grond van het PAS en verwante wet- en regelgeving, omdat de stikstofdepositie ten gevolge van de activiteiten onder de grens- of drempelwaarde bleef van 1 mol/ha/jaar. MOB heeft verzocht om handhavend optreden tegen de activiteiten van PAS-melders, omdat deze significante effecten kunnen veroorzaken op omliggende Natura 2000-gebieden, terwijl daarvoor geen natuurvergunning is verleend. Gedeputeerde staten van Utrecht en Overijssel hebben geweigerd om handhavend op te treden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:844
Datum uitspraak
28 februari 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202106907/1/R2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202106907/1/R2

202107311/1/R3

Bij besluit van 22 november 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Kaag en Braassem de volgens hem van rechtswege verbeurde dwangsom van € 75.000,00 bij [appellant] ingevorderd. Bij besluit van 24 augustus 2016 heeft het college aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd. Daarin is [appellant] gelast om op het perceel [locatie] te Oude Wetering overtredingen van de Woningwet en het Bouwbesluit ongedaan te maken. Daartegen heeft [appellant] bezwaar gemaakt. Het besluit van 24 augustus 2016 bepaalt dat [appellant] binnen vier maanden na de dagtekening van dat besluit aan de last moest voldoen om verbeurte van de dwangsom te voorkomen. De last onder dwangsom is meerdere keren geschorst door de voorzieningenrechter van de rechtbank. In de uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling van 29 januari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:279, is de last onder dwangsom vervolgens geschorst tot en met 12 weken na de uitspraak. De schorsing liep daardoor tot 24 april 2018. Bij controles op 24 april 2018 en 26 september 2018 heeft het college geconstateerd dat [appellant] de overtredingen op het perceel niet ongedaan heeft gemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:846
Datum uitspraak
28 februari 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202107311/1/R3

202200160/1/R3

Bij besluit van 30 april 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Weststellingwerf geweigerd om [appellant] een omgevingsvergunning te verlenen voor het verbouwen van zijn woning aan [locatie 1] te Wolvega. Bij besluit van 15 oktober 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Weststellingwerf het door onder meer [appellant] tegen de weigering gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Op 30 maart 2020 heeft [appellant] een aanvraag gedaan voor het verbouwen van zijn woning aan [locatie] te Wolvega. [appellant] heeft de aanvraag gedaan na afloop van twee voorbehandelingen die een negatief voorlopig oordeel als gevolg hadden. [appellant] wil de woning vergroten op een manier waarop deze binnen het bestemmingplan "Wolvega" past. Het college heeft op 30 april 2020 onder verwijzing naar het welstandsadvies van de welstandscommissie Hûs en Hiem van 15 april 2020, de aanvraag afgewezen. Aan de afwijzing ligt ten grondslag dat het bouwplan niet voldoet aan de redelijke eisen van welstand. Niet in geschil is dat het bouwplan in overeenstemming is met de bepalingen van het geldende bestemmingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:832
Datum uitspraak
28 februari 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202200160/1/R3

202200223/1/R3

Bij besluit van 26 juni 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag geweigerd een omgevingsvergunning te verlenen voor het bouwkundig splitsen van de woning aan de [locatie] in Den Haag. Op 5 mei 2019 heeft [appellant] een verzoek ingediend voor een omgevingsvergunning voor de activiteit "bouwen". In de aanvraag is vermeld dat [appellant] het souterrain als woning wil verhuren aan expats die tijdelijk werkzaam zijn in de gemeente Den Haag. Daarom heeft [appellant] een keuken, toilet en douche in het souterrain geplaatst. Het college heeft de aanvraag op grond van artikel 2.10, tweede lid, van de Wabo mede aangemerkt als een aanvraag om omgevingsvergunning voor de activiteit "handelen in strijd met het bestemmingsplan". [appellant] is eigenaar van de woning op het perceel [locatie] in Den Haag. Ten tijde van de aanvraag van 5 mei 2019 gold ter plaatse het bestemmingsplan "Belgisch park" (hierna: het bestemmingsplan) vastgesteld door de raad van de gemeente Den Haag op 26 november 2015. Het college heeft geweigerd de omgevingsvergunning te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:820
Datum uitspraak
28 februari 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202200223/1/R3

202200264/1/A3

De minister van Buitenlandse Zaken heeft bij besluit van 14 juli 2017 [appellant] aangewezen als persoon op wie de Sanctieregeling terrorisme 2007-II van toepassing is. Bij besluit van 1 december 2021 heeft de minister van Buitenlandse Zaken opnieuw het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Met het aanwijzingsbesluit van 14 juli 2017 zijn alle financiële middelen van [appellant] bevroren. De minister heeft het besluit gebaseerd op een door de AIVD op 28 maart 2017 uitgebracht individueel ambtsbericht en de daaraan ten grondslag liggende geheime stukken. Op grond van artikel 8:29 van de Awb heeft alleen de Afdeling van deze stukken kennis kunnen nemen. In het ambtsbericht staat dat [appellant] betrokken is bij de door de Europese Unie als terroristisch aangemerkte organisatie Devrimci Halk Kurtuluş Partisi-Cephesi. [appellant] werft volgens de minister fondsen voor die organisatie en ondersteunt daarmee de activiteiten van de organisatie. De Afdeling heeft in de uitspraak van 14 oktober 2020 geoordeeld dat de minister het besluit van 5 april 2018 onvoldoende heeft gemotiveerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:825
Datum uitspraak
28 februari 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202200264/1/A3

202200659/1/R3

Bij besluit van 7 december 2021 heeft de raad van de gemeente Tynaarlo het bestemmingsplan "Functiewijziging percelen De Groeve, De Dijk-Pelincksweg" vastgesteld. Het plan ziet op twee percelen aan weerszijden van de Hunze nabij De Groeve, kadastraal bekend Zuidlaren, sectie K, nummers 928 en 985. Het plan voorziet in een functiewijziging van deze percelen van een natuurbestemming naar een agrarische bestemming. De beroepen richten zich enkel op de wijziging van de bestemming op het perceel K nummer 928. Het perceel K nummer 985 wordt daarom verder buiten beschouwing gelaten. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] kunnen zich met het plan niet verenigen. Zij wonen op respectievelijk de percelen [locatie 1] en [locatie 2], nabij het perceel. Zij vrezen onder meer nadelige gevolgen voor hun woon- en leefklimaat en de natuurwaarden als gevolg van de agrarische activiteiten die in het plan worden mogelijk gemaakt. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] doelen in het bijzonder op de gevolgen van bemesting, beweiding en het scheuren van de grond.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:826
Datum uitspraak
28 februari 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Drenthe
  • uitspraakin de zaak202200659/1/R3

202200715/2/R2

Bij tussenuitspraak van 30 augustus 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3320, heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 20 weken na de verzending daarvan de gebreken in het besluit van 16 december 2021 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Dorpshart Eerde" te herstellen. Bij besluit van 28 september 2023 heeft de raad ter uitvoering van de tussenuitspraak het bestemmingsplan "Dorpshart Eerde" opnieuw, gewijzigd vastgesteld. Met het bestemmingsplan wordt de herbestemming van een deel van de Heilige Antonius Abtkerk en de nieuwbouw van een basisschool, kinderopvang en appartementen in Eerde, een dorp in Veghel, gemeente Meierijstad, mogelijk gemaakt. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak onder 5.3 overwogen dat de raad niet heeft onderzocht in welke mate de kerk, en in het bijzonder de te beschermen gemeentelijke monumentale waarden daarvan, door het bestemmingsplan kunnen worden aangetast. Daardoor heeft de raad ook niet beoordeeld of hij deze aantasting aanvaardbaar vindt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:828
Datum uitspraak
28 februari 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202200715/2/R2

202201333/1/R3

Bij besluit van 24 november 2021 heeft de raad van de gemeente Noordenveld het bestemmingsplan "[locatie 1] en [locatie 2] in Leutingewolde" vastgesteld. Op grond van het voorheen geldende bestemmingsplan "Buitengebied Noordenveld" had het perceel [locatie 1] de bestemming "Agrarisch met waarden" en het perceel [locatie 2] de bestemming "Agrarisch - Agrarisch Bedrijf". Het bestemmingsplan maakt het mogelijk om met toepassing van de provinciale ruimte-voor-ruimte regeling één woning op het perceel [locatie 1] en één woning op het perceel [locatie 2] te realiseren. Op beide percelen wordt bestaande bebouwing gesloopt. Op het perceel [locatie 2] blijft de bestaande boerderij behouden en krijgt deze de bestemming "Wonen - Boerderij". [partij] is de initiatiefnemer van het nieuwbouwplan. Hij is eigenaar van het perceel [locatie 1]. [persoon B] is bewoner van het perceel [locatie 2]. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] wonen aan de Turfweg, naast, onderscheidenlijk schuin tegenover het perceel [locatie 1]. [appellant sub 1] woont aan de [locatie 3], [appellant sub 2] woont aan de [locatie 4]. Zij zijn het om verschillende redenen niet eens met de vaststelling van het bestemmingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:842
Datum uitspraak
28 februari 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Drenthe
  • uitspraakin de zaak202201333/1/R3

202201507/1/R4

Bij besluit van 27 januari 2022 heeft de raad van de gemeente Winterswijk het bestemmingsplan "Bruine gebieden" vastgesteld. Het plan voorziet in een juridisch-planologische regeling voor een aantal gebieden binnen Winterswijk. Voor die gebieden gold voorheen geen planologisch regime. Om daarin te voorzien heeft de raad het voorliggende plan vastgesteld. Met het plan is bedoeld de bestaande (vergunde) situatie vast te leggen. Het plangebied heeft betrekking op onder meer de percelen [locatie 1] en [locatie 2], [locatie 3] en [locatie 4] in Winterswijk. Deze percelen liggen in het centrum van Winterswijk en zijn bebouwd. [appellant] woont aan de [locatie 1] en is eigenaar van een aantal voornoemde percelen. Aan het perceel [locatie 1] is de bestemming "Wonen" en aan de percelen [locatie 2], [locatie 3] en [locatie 4] zijn de bestemmingen "Wonen" en "Dienstverlening" toegekend. [appellant] kan zich niet vinden in het plan, omdat - kort gezegd - volgens hem zijn bouw- en gebruiksmogelijkheden worden ingeperkt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:841
Datum uitspraak
28 februari 2024
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202201507/1/R4

202201726/1/R2

Bij besluit van 23 april 2020 heeft het college van gedeputeerde staten van Overijssel het verzoek van MOB om handhavend op te treden tegen [appellante], gevestigd aan de [locatie] in Balkbrug, afgewezen. De Afdeling doet vandaag uitspraak in drie zaken die gaan over verzoeken om handhavend optreden tegen zogenoemde PAS-melders. Dit zijn bedrijven die een melding hebben gedaan op grond van het Programma Aanpak Stikstof voor de wijziging, uitbreiding of oprichting van stikstofveroorzakende activiteiten. Deze activiteiten waren uitgezonderd van de vergunningplicht in artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming op grond van het PAS en verwante wet- en regelgeving, omdat de stikstofdepositie ten gevolge van de activiteiten onder de grens- of drempelwaarde bleef van 1 mol/ha/jaar. MOB heeft verzocht om handhavend optreden tegen de activiteiten van PAS-melders, omdat deze significante effecten kunnen veroorzaken op omliggende Natura 2000-gebieden, terwijl daarvoor geen natuurvergunning is verleend. Gedeputeerde staten van Utrecht en Overijssel hebben geweigerd om handhavend op te treden omdat volgens hen sprake is van bijzondere omstandigheden die nopen tot afzien van handhavend optreden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:852
Datum uitspraak
28 februari 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202201726/1/R2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202201726/1/R2

202201852/1/A3

Bij besluit van 10 december 2021 heeft de minister een aanvraag van [appellant] voor een verklaring omtrent het gedrag afgewezen. Bij besluit van 25 februari 2022 heeft de minister het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. [wederpartij] is rijinstructeur en dient in dat verband te beschikken over een VOG. Hij heeft een VOG aangevraagd omdat zijn WRM-bevoegdheidspas op 30 maart 2022 verloopt en hij een nieuwe bevoegdheidspas moet aanvragen met een geldigheidsduur van vijf jaar. Volgens de minister is aan het objectieve criterium voldaan, omdat in de justitiële gegevens vermeld staat dat [wederpartij] wordt verdacht van het seksueel binnendringen van het lichaam van een persoon beneden de 16 jaar en ontucht met misbruik van gezag. [wederpartij] zou dit delict bij zijn minderjarige stiefdochter hebben gepleegd in de periode van 1 januari 2019 tot en met 22 april 2021. Bij de beoordeling van het subjectieve criterium bestaat volgens de minister geen aanleiding om in de omstandigheden van het geval de VOG desondanks aan [wederpartij] te verlenen. De minister heeft daarom geweigerd aan [wederpartij] een VOG te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:816
Datum uitspraak
28 februari 2024
  • Hoger beroep
  • Verklaring omtrent gedrag
  • uitspraakin de zaak202201852/1/A3

202201911/4/R3

Bij tussenuitspraak van 27 september 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3630, heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 16 weken na verzending van deze uitspraak de daar omschreven gebreken in het besluit van 15 februari 2022 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Waelpolder" te herstellen. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling de raad opgedragen de gebreken in het besluit van 15 februari 2022 te herstellen. De raad dient hiertoe: - artikel 13.2.2, onder a, van de planregels te wijzigen, zodat de bouwhoogte van de woontoren die is voorzien op de gronden met de bestemming "Woongebied - 3" 50 m bedraagt; - artikel 13.2.2, onder c, van de planregels te wijzigen, zodat duidelijkheid wordt geboden over de vraag wat onder een aanvaardbaar windklimaat moet worden verstaan. Ter uitvoering van de tussenuitspraak heeft de raad met het herstelbesluit het bestemmingsplan "Waelpolder" opnieuw en gewijzigd vastgesteld door artikel 13.2.2, onder a en c, van de planregels te wijzigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:837
Datum uitspraak
28 februari 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202201911/4/R3

202203033/1/A3

Bij besluit van 13 april 2022 heeft de burgemeester van Rotterdam aan [appellant] een huisverbod en een contactverbod met partner en kinderen opgelegd voor de duur van tien dagen. [appellant] was getrouwd met [partij A]. Zij woonden samen met hun twee minderjarige kinderen. Op 13 april 2022 was er een incident in hun woning en is de politie ter plaatse gekomen. Uit het rapport van de politie volgt onder meer dat [appellant] en [partij A] al sinds 2013 problemen hadden. Ook staan zij onder bewind. Sinds de bewindvoering lopen de spanningen verder op. [partij A] was al langer van plan aangifte bij de politie te doen tegen [appellant]. Het zusje van [partij A] was van de geplande aangifte op de hoogte. Op de bewuste avond had [partij A] van haar zusje een bericht ontvangen over de geplande aangifte tegen [appellant]. [appellant] werd boos toen hij dat bericht las en probeerde [partij A] te wurgen, zo heeft [partij A] verklaard. Zij heeft diezelfde avond aangifte gedaan van mishandeling. Volgens Van de Bosch is [appellant] drugsverslaafd. Spanningen, ruzies en fysiek geweld komen volgens [partij A] vaker voor.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:829
Datum uitspraak
28 februari 2024
  • Hoger beroep
  • Huisverbod
  • uitspraakin de zaak202203033/1/A3

202203663/1/A3

Bij besluit van 21 oktober 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam het verzoek van [appellante] om openbaarmaking op grond van de Wet openbaarheid van bestuur gedeeltelijk afgewezen.[appellante] was eigenaar van [café] in Amsterdam. Zij heeft in 2017 een exploitatievergunning en een Drank- en Horecavergunning aangevraagd. Het college heeft de exploitatievergunning geweigerd, omdat sprake zou zijn van slecht levensgedrag. Het college heeft de Drank- en Horecavergunning buiten behandeling gesteld. Als gevolg hiervan kon [appellante] haar onderneming niet exploiteren en heeft zij deze uiteindelijk beëindigd. Hierdoor stelt zij schade te hebben geleden. [appellante] heeft op 8 juni 2020 een Wob-verzoek over de weigering en de buitenbehandelingstelling ingediend. Zij heeft verzocht om alle onderliggende informatie/correspondentie/mails/adviezen die vanaf maart 2017 tot aan haar Wob-verzoek van 8 juni 2020 over haar aanvraag door de ambtelijke en bestuurlijke organisatie is gewisseld en alle correspondentie met eventuele derden waaronder ook (maar niet uitsluiteind) de eventuele correspondentie met de pandeigenaar en hoofdverhuurder.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:843
Datum uitspraak
28 februari 2024
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202203663/1/A3

202203708/1/R4 en 202300852/1/R4

Bij afzonderlijke besluiten van 29 september 2020 en 1 december 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Stichtse Vecht de afzonderlijke verzoeken van Beagle Vastgoed om intrekking dan wel wijziging van de voorschriften 10 en 11 van de op 29 november 2019 aan haar verleende omgevingsvergunning voor de oprichting van het kantoorpand aan De Corridor 3a te Breukelen, afgewezen. Beagle Vastgoed is projectontwikkelaar en eigenaar van het kantoorpand aan De Corridor 3a. Beagle Vastgoed betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft volstaan met de vernietiging van het besluit van 28 april 2021 en de opdracht aan het college om een nieuw besluit te nemen op haar bezwaren. Volgens haar had de rechtbank zelf in de zaak moeten voorzien door de besluiten van 29 september 2020 en 1 december 2020 te herroepen en de voorschriften 10 en 11 in te trekken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:827
Datum uitspraak
28 februari 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202203708/1/R4 en 202300852/1/R4

202203831/1/R2

Bij besluit van 5 november 2018 heeft het college van gedeputeerde staten van Overijssel het verzoek van MOB en Leefmilieu om handhavend op te treden tegen [appellant] gevestigd aan de [locatie] in Kampen, afgewezen. De Afdeling doet vandaag uitspraak in drie zaken die gaan over verzoeken om handhavend optreden tegen zogenoemde PAS-melders. Dit zijn bedrijven die een melding hebben gedaan op grond van het Programma Aanpak Stikstof voor de wijziging, uitbreiding of oprichting van stikstofveroorzakende activiteiten. MOB heeft verzocht om handhavend optreden tegen de activiteiten van PAS-melders, omdat deze significante effecten kunnen veroorzaken op omliggende Natura 2000-gebieden, terwijl daarvoor geen natuurvergunning is verleend. Gedeputeerde staten van Utrecht en Overijssel hebben geweigerd om handhavend op te treden omdat volgens hen sprake is van bijzondere omstandigheden die nopen tot afzien van handhavend optreden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:838
Datum uitspraak
28 februari 2024
  • Hoger beroep
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202203831/1/R2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202203831/1/R2

202204340/1/R4

Bij besluit van 2 juni 2022 heeft de raad het bestemmingsplan "Ede-Centrum e.o." vastgesteld. Het bestemmingsplan ziet op het centrum van Ede. Met het plan vervallen onbenutte detailhandelsmogelijkheden. [appellant A] woont aan [locatie 1]. Aan zijn perceel is de bestemming "Gemengd-5" toegekend. Die bestemming brengt onder meer met zich dat detailhandel daar niet langer mogelijk is. Daar komt [appellant A] in beroep tegenop. [appellant] betoogt dat de raad met het plan ten onrechte de detailhandelsmogelijkheid op zijn perceel heeft verwijderd. In de aanloop naar de bestemmingsplanwijziging in 2018 is een toezegging gedaan dat de detailhandelsfunctie op het perceel minimaal vijf jaar onaangeroerd zou blijven. [appellant] wil over enige tijd als aanvulling op zijn pensioen een lijstenmakerij of logement beginnen op zijn perceel. Ook dat laatste maakt het bestemmingsplan volgens hem ten onrechte niet mogelijk.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:833
Datum uitspraak
28 februari 2024
  • Hoger beroep
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202204340/1/R4

202204362/1/R4

Bij besluit van 30 mei 2022 heeft de raad van de gemeente Nijkerk het bestemmingsplan "Buitengebied Nijkerk 2017, veegplan 2" vastgesteld. Het plan heeft betrekking op het buitengebied van Nijkerk. Voor dat buitengebied is eerder het bestemmingsplan "Buitengebied Nijkerk 2017, veegplan 1" (hierna: het voorgaande plan) vastgesteld. Het plangebied van het voorliggende plan is nagenoeg gelijk aan het plangebied uit het voorgaande plan. Na vaststelling van het voorgaande plan is gebleken dat in het gebied kleine planologische correcties en aanpassingen wenselijk zijn. Het voorliggende plan voorziet daarin. [appellante] woont aan de [locatie A] in Nijkerkerveen. Zij is eigenaar van het aan de voorzijde van dat adres grenzende perceel Klaarwaterweg ongenummerd, kadastraal bekend als gemeente Nijkerk, sectie […], nummer […]. Het plan wijzigt de bestemming van het perceel van "Wonen" naar "Agrarisch". [appellante] is het niet eens met deze wijziging en heeft daarom beroep tegen het plan ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:847
Datum uitspraak
28 februari 2024
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202204362/1/R4

202204692/1/A2

Bij besluit van 26 juli 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan [appellante] een bestuurlijke boete opgelegd van € 20.500,00 wegens het zonder vergunning onttrekken van woonruimte aan de bestemming tot bewoning. [appellante] is eigenaar van de woning aan de [locatie] in Amsterdam. Naar aanleiding van een melding van woonfraude van 25 september 2018 heeft het college besloten om onderzoek in te stellen naar het gebruik van de woning. Op 30 september 2018 hebben toezichthouders van de gemeente Amsterdam de woning bezocht. Op dat moment stonden op het adres van de woning twee personen ingeschreven in de basisregistratie personen, waaronder [persoon]. De toezichthouders hebben in de woning vier toeristen aangetroffen. Een van de toeristen heeft verklaard dat zij de woning voor drie nachten, van 28 september tot 1 oktober 2018, hadden geboekt via airbnb.nl. De toerist heeft verder verklaard dat hij de hele woning tot zijn beschikking had. Tijdens het huisbezoek hebben de toezichthouders geen persoonlijke eigendommen aangetroffen die volgens hen zouden kunnen toebehoren aan de personen die op het adres stonden ingeschreven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:848
Datum uitspraak
28 februari 2024
  • Hoger beroep
  • Boete
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202204692/1/A2

202205867/1/R1

Bij besluit van 5 september 2022 heeft het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland van gedeputeerde staten van Zuid-Holland ingestemd met het nazorgplan, als bedoeld in artikel 39d, eerste lid, van de Wet bodembescherming voor de Coupépolder te Alphen aan den Rijn. De Coupépolder is een voormalige vuilstortlocatie. De vuilstort is van 1959 tot 1985 in bedrijf geweest. Behalve huisvuil is op de locatie onder meer bouw- en sloopafval en agrarisch afval gestort. Na het beëindigen van de bedrijfsactiviteiten is de vuilstort afgedekt met grond. De locatie heeft daarna een recreatieve bestemming gekregen. In de periode 1985-1986 is op de locatie een golfbaan aangelegd. Deze wordt geëxploiteerd door golfclub Zeegersloot. In de jaren daarna is naar voren gekomen dat op de stortplaats, langs illegale weg, ook chemisch afval is gestort. Vervolgens heeft het college in 1990 een pakket beheersmaatregelen vastgesteld. De maatregelen zijn gefaseerd aangebracht. De Stichting komt op voor de bescherming van de natuur, het landschap, het milieu en de kwaliteit van de woon- en leefomgeving van de inwoners van de gemeente Alphen aan den Rijn en omgeving en het Groene Hart van Holland.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:822
Datum uitspraak
28 februari 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Bodembescherming
  • uitspraakin de zaak202205867/1/R1

202206044/1/A2

Bij besluit van 23 juni 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Haarlem de aanvraag van [appellant] om schuldhulpverlening afgewezen. [appellant] heeft een aanvraag om een aanbod schuldhulpverlening op grond van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening ingediend. Bij het besluit van 23 juni 2021 heeft het college de aanvraag afgewezen omdat één van de schulden nog niet vaststaat en in geschil voorligt bij de rechter. Bij het besluit van 30 december 2021 heeft het college het bezwaar van [appellant] ongegrond verklaard en de motivering van het besluit van 23 juni 2021 aangevuld. De nadere motivering houdt in dat het niet mogelijk was om een schuldregeling op te starten, omdat één van de schulden nog niet vaststaat en met de betreffende schuldeiser geen schuldregeling kon worden overeengekomen. Een minnelijke schuldregeling kan alleen starten als alle schuldeisers hebben ingestemd met het voorstel. De betwiste schuld betreft een uitkeringsfraudevordering die de gemeente heeft op [appellant] wegens schending van de inlichtingenplicht, als bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Participatiewet.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:850
Datum uitspraak
28 februari 2024
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202206044/1/A2

202206139/1/R4

Bij besluit van 30 september 2020 heeft het college van gedeputeerde staten van Gelderland geweigerd om aan Mob een dwangsom wegens het niet tijdig beslissen toe te kennen. Op 8 november 2019 heeft Mob het college verzocht om handhavend op te treden tegen 34 biomassacentrales in de provincie Gelderland. Bij brief van 2 april 2020 heeft Mob het college in gebreke gesteld om te beslissen op haar verzoek voor wat betreft 17 biomassacentrales. Bij brief van 16 augustus 2020 heeft Mob het college verzocht om een dwangsom van € 35.061,00 wegens het niet tijdig beslissen te betalen. Dit verzoek is bij besluit van 30 september 2020 door het college afgewezen, maar bij besluit op bezwaar van 27 januari 2021 voor een deel alsnog ingewilligd. Het college heeft zich toen op het standpunt gesteld dat één dwangsom van € 1.442,00 is verbeurd. Volgens de rechtbank is dit standpunt juist.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:818
Datum uitspraak
28 februari 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202206139/1/R4

202206658/1/V6

Bij brief van 21 januari 2021 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een aanvraag van [appellant] voor een verklaring omtrent het bezit van het Nederlanderschap, afgewezen. [appellant] is geboren op [geboortedatum] 1973 en heeft bij zijn geboorte de Nederlandse nationaliteit verkregen. Hij is in 1997 verhuisd naar de Verenigde Staten van Amerika. Op 16 juli 2012 heeft [appellant] door naturalisatie de Amerikaanse nationaliteit verkregen. [appellant] heeft op 16 juni 2020 een aanvraag gedaan voor een verklaring omtrent het bezit van het Nederlanderschap. De minister heeft die aanvraag bij brief van 21 januari 2021, gehandhaafd bij besluit van 8 juni 2021, afgewezen, omdat [appellant] ingevolge artikel 15, eerste lid, aanhef en onder a, van de Rijkswet op het Nederlanderschap, de Nederlandse nationaliteit van rechtswege heeft verloren door het verkrijgen van de Amerikaanse nationaliteit.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:835
Datum uitspraak
28 februari 2024
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202206658/1/V6

202206877/1/R1

Bij besluit van 5 oktober 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Veere op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een zomerwoning op het perceel aan de [locatie 1] in Westkapelle. [appellant sub 2] is eigenaar van en woont op het perceel aan de [locatie 1] in Westkapelle. Het college heeft bij besluit van 5 oktober 2021 aan hem een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een bijgebouw op het achtererf van zijn perceel. Hij wil dit bijgebouw gebruiken om het aan derden te verhuren als zomerwoning/ recreatief nachtverblijf. [partij] woont aan [locatie 2] in Westkapelle. Dat perceel grenst aan de achterzijde zijdelings aan het perceel van [appellant sub 2]. Hij is het niet eens met de verleende omgevingsvergunning, omdat hij vreest dat hij hinder zal ondervinden van het bouwplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:858
Datum uitspraak
28 februari 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202206877/1/R1

202206986/1/A2

Bij besluit van 7 oktober 2020, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 4 februari 2021, heeft de raad voor rechtsbijstand de vastgestelde vergoeding voor verleende rechtsbijstand ingetrokken. [appellant] heeft rechtsbijstand verleend aan [rechtzoekende]. Rechtzoekende en zijn voormalige echtgenote huurden gezamenlijk een woonruimte. Naar aanleiding van de plannen van de gemeente om deze woning te slopen en vervangende woonruimte aan te bieden, heeft [appellant] namens rechtzoekende een procedure tegen zijn ex-partner gestart bij de kantonrechter. De raad heeft de daarvoor door [appellant] aangevraagde toevoeging met zaakcode ‘H040 geschil (ver)huur woonruimte’ verleend. De ex-partner heeft een eis in reconventie ingesteld. De kantonrechter heeft in het vonnis van 20 november 2019 de vordering van rechtzoekende, dat zijn ex-partner medewerking moest verlenen bij de opzegging van de medehuurovereenkomst, toegewezen. Voor de verleende rechtsbijstand heeft [appellant] nadien een vergoeding ontvangen van de raad.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:856
Datum uitspraak
28 februari 2024
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202206986/1/A2

202300718/1/A2

Bij besluit van 3 september 2021 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de aan [appellant B] over 2018 toegekende zorg- en huurtoeslag en het kindgebonden budget herzien en definitief vastgesteld op nihil en de voorschotten teruggevorderd. De dienst heeft de eerder vastgestelde toeslagen over 2018 herzien naar aanleiding van de melding van 14 juli 2021 vanuit de Basisregistratie Inkomen. Daarin staat dat de grondslag sparen en beleggen van [appellant A] over 2018 € 96.300,00 is. Hiermee wordt de vermogensgrens voor de toeslagen overschreden. De dienst heeft het bedrag dat aan [appellanten] onverschuldigd aan toeslagen is betaald, in totaal € 10.172,00, teruggevorderd. De terugvordering heeft te maken met de koopwoning die [appellant A] met zijn ex-partner had. De rechtbank heeft onder meer het verband uitgelegd tussen de door [appellanten] ingediende aangiftes inkomstenbelasting over 2018, waarop die woning is vermeld, en het recht op toeslagen. [appellanten] hebben in hun hogerberoepschrift en op de zitting bij de Afdeling naar voren gebracht dat zij die uitleg duidelijk vinden en daardoor ook begrijpen dat zij in 2018 dus geen recht hadden op de toeslagen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:849
Datum uitspraak
28 februari 2024
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202300718/1/A2

202301930/1/V6

Bij besluit van 13 april 2021 heeft de staatssecretaris het Nederlanderschap van [appellant] ingetrokken. Deze intrekking heeft ook tot gevolg dat [naam kind], het kind van [appellant] en zijn ex-vriendin [ex-vriendin], bij de geboorte niet het Nederlanderschap heeft verkregen. De staatssecretaris heeft het Nederlanderschap van [appellant] ingetrokken krachtens artikel 14, eerste lid, van de Rijkswet op het Nederlanderschap. De staatssecretaris heeft hiervoor als reden gegeven dat uit onderzoek is gebleken dat [appellant] eigenlijk [andere achternaam] heet en is geboren op [geboortedatum] 1985. Volgens de staatssecretaris zou hij de asielaanvraag van [appellant] hebben afgewezen als hij dit had geweten. Ook zou aan [appellant] vervolgens nooit het Nederlanderschap zijn verleend. De staatssecretaris heeft zijn standpunt gebaseerd op foto’s van een Iraanse identiteitskaart. Deze identiteitskaart is afgegeven op naam van [andere achternaam], geboren op [geboortedatum] en voorzien van een pasfoto van [appellant]. Als naam van de vader is vermeld ‘[voornaam vader]’, de voornaam die [appellant] heeft genoemd tijdens het eerste asielgehoor.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:857
Datum uitspraak
28 februari 2024
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202301930/1/V6

202302847/1/R1

Bij besluit van 8 januari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan [appellant sub 2] een omgevingsvergunning verleend voor het intern wijzigen en uitbreiden van de derde verdieping middels een uitbouw en het realiseren van een nieuwe bouwlaag en dakterras op de kap op het perceel [locatie] in Amsterdam. [appellant sub 2] is eigenaar van de woning aan de [locatie] in Amsterdam. Op 2 oktober 2020 heeft hij een aanvraag ingediend voor het wijzigen van de indeling van de derde verdieping, het wijzigen van de voor- en achtergevel, het toevoegen van een dakopbouw en het maken van een dakterras. De rechtbank heeft het beroep van [appellanten sub 3] gegrond verklaard, het besluit van 12 mei 2022 vernietigd en het college opgedragen om binnen zes weken na de dag van verzending van de uitspraak een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van de uitspraak. Verder heeft de rechtbank het college veroordeeld in de proceskosten van [appellanten sub 3] en het college opgedragen het betaalde griffierecht aan hen te vergoeden. Het college en [appellant sub 2] kunnen zich niet verenigen met de aangevallen uitspraak en hebben hiertegen hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:817
Datum uitspraak
28 februari 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202302847/1/R1

202304079/1/R2

[appellant] is een melkrundveehouderij die sinds 1976 aan de [locatie] in Niekerk is gevestigd. Haar is daartoe op 15 oktober 1975 een oprichtingsvergunning op grond van de Hinderwet verleend. Vervolgens is haar op 9 november 1993 een vergunning op grond van de Wet milieubeheer verleend voor onder andere het houden van 120 melkkoeien, 70 stuks jongvee en 80 schapen. Op 24 juli 2020 heeft het college aan [appellant] een natuurvergunning verleend voor het in werking hebben en wijzigen van een melkrundveehouderij aan de [locatie] in Niekerk. Volgens deze vergunning mag [appellant] 192 melk- en kalfkoeien en 81 stuks vrouwelijk jongvee houden. De rechtbank heeft de natuurvergunning vernietigd. De rechtbank heeft overwogen dat het college onvoldoende heeft gemotiveerd dat de milieuvergunning binnen drie jaar na het onherroepelijk worden daarvan volledig werd benut.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:853
Datum uitspraak
28 februari 2024
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • Vee e.a. dieren
  • uitspraakin de zaak202304079/1/R2

202305141/1/R1

Bij besluit van 27 juni 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hulst het wijzigingsplan "[locatie 1] vastgesteld. Op grond van het bestemmingsplan "Buitengebied Hulst", zoals vastgesteld door de raad op 16 mei 2013, is aan het perceel [locatie 1] in Vogelwaarde de bestemming "Agrarisch" toegekend. Op het perceel zijn een voormalige agrarische bedrijfswoning en een loods van 500 m² aanwezig. Momenteel vinden er geen agrarische bedrijfsactiviteiten meer plaats. De huidige bewoners van het perceel, [partij 1] en [partij 2], werken in de transportsector en zijn in het bezit van twee vrachtwagens en vier aanhangers, die zij op het perceel parkeren. Omdat zij de agrarische bedrijfswoning als burgerwoning gebruiken en dat in strijd is met het voorheen geldende bestemmingsplan, is het college een handhavingsprocedure gestart. Om de bestaande situatie te legaliseren hebben [partij 1] en [partij 2] het college verzocht om de bestemming te wijzigen naar "Wonen" en in het wijzigingsplan op te nemen dat de vrachtwagens en aanhangers op het perceel mogen worden geparkeerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:836
Datum uitspraak
28 februari 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zeeland
  • uitspraakin de zaak202305141/1/R1

202306072/1/A2

Bij beslissing van 18 april 2023 heeft het college van bestuur van de Vrije Universiteit Amsterdam aan [appellant] rangnummer 488 toegekend voor de tweede selectieronde voor de bacheloropleiding Geneeskunde aan de Vrije Universiteit Amsterdam in het studiejaar 2023-2024. [appellant] wil graag Geneeskunde studeren. Dat willen veel mensen. Zoveel, dat de universiteiten hen niet allemaal kunnen opleiden. Daarom moeten de universiteiten uit de vele gegadigden de personen selecteren die de meeste kans hebben om goede artsen te worden. Anders dan vroeger moeten de universiteiten deze selectie zelf maken (de "decentrale selectie"). In de selectieprocedure worden de kandidaten met elkaar vergeleken en ten opzichte van elkaar gerangschikt. Het resultaat wordt uitgedrukt in een rangnummer. Hoe lager het rangnummer, hoe hoger de kandidaat in de rangschikking is geëindigd. De kandidaten met de laagste rangnummers worden tot de opleiding toegelaten tot de maximale opleidingscapaciteit is bereikt. De overige kandidaten worden niet toegelaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:859
Datum uitspraak
28 februari 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202306072/1/A2

202306511/1/A2

Bij beslissing van 16 februari 2023 heeft het afdelingshoofd Centrale Studentenadministratie, namens het college van bestuur van de Universiteit van Amsterdam, het verzoek van [appellante] tot inschrijving voor het schakelprogramma Rechtsgeleerdheid afgewezen. [appellante] heeft op 16 december 2022 een verzoek gedaan tot inschrijving voor het schakelprogramma Rechtsgeleerdheid aan de UvA per 1 februari 2023. Het afdelingshoofd Centrale Studentenadministratie heeft, namens het college, het verzoek afgewezen omdat [appellante] niet voldoet aan de inschrijvingsvoorwaarden. Aan de beslissing op bezwaar heeft het college ten grondslag gelegd dat [appellante] ondanks meerdere verzoeken van de Toelatingscommissie voor 1 februari 2023 geen stukken heeft overgelegd waaruit blijkt dat zij op 1 februari 2023 aan de inschrijvingsvoorwaarden voldeed en dat daarom terecht geen bewijs van toelating tot het schakeltraject is verstrekt. Gevolg hiervan is dat [appellante] niet als student kan worden ingeschreven voor het schakelprogramma.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:854
Datum uitspraak
28 februari 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202306511/1/A2

202306854/1/A2

Bij beslissing van 19 januari 2023 heeft de afdeling Tentamineren en certificeren van de Open Universiteit, namens het college van bestuur van de Open Universiteit, de tentamenaanmelding van [appellante] voor de cursus ‘De dynamiek van het goederenrecht’ afgewezen. Onderdeel van dit schakelprogramma is het verplichte vak ‘De dynamiek van het goederenrecht’, dat één keer per studiejaar wordt aangeboden. Binnen de inschrijfduur van een jaar hebben studenten drie tentamenkansen voor dit vak. In haar tweede inschrijfperiode was [appellante] vier keer aangemeld voor het tentamen. Bij haar derde kans waren er technische problemen waardoor zij een extra tentamenmogelijkheid heeft gekregen. Deze heeft zij verzilverd met haar aanmelding voor het tentamen van 17 september 2022. Ten tijde van deze kans was [appellante] absent. [appellante] heeft zich vervolgens opnieuw aangemeld voor het tentamen. De afdeling Tentamineren en certificeren heeft haar aanmelding op 19 januari 2023 afgewezen omdat [appellante] geen tentamenkansen meer had. [appellante] is het niet eens met deze beslissing. Volgens [appellante] heeft zij nog recht op een geldig absent omdat zij ten tijde van het tentamen van 17 september 2022 ziek was.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:855
Datum uitspraak
28 februari 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202306854/1/A2

202400135/1/A2

Bij beslissing van 19 juli 2023 heeft een examinator de door [appellant] gemaakte vaardighedentoets PPV ‘Palpatie Slagaderen’ als onvoldoende beoordeeld. Bij beslissing van 24 november 2023 heeft het college van beroep voor de examens van de Radboud Universiteit het door [appellant] daartegen ingestelde administratief beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. [appellant] volgt de bacheloropleiding Geneeskunde aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Op 14 juli 2023 heeft hij deelgenomen aan de vaardighedentoets PPV ‘Palpatie Slagaderen’. De examinator heeft op 19 juli 2023 het behaalde resultaat, een onvoldoende, schriftelijk aan [appellant] bekendgemaakt. Na ontvangst van deze beslissing heeft [appellant] gecorrespondeerd met de examinator over de beoordeling van de toets. Op 27 juli 2023 heeft hij van de examinator een inhoudelijke reactie gekregen die erop neerkomt dat het cijfer ongewijzigd blijft, waarna hij op 8 september 2023 administratief beroep heeft ingesteld bij het college. [appellant] heeft de mogelijkheid gekregen om te motiveren waarom hij zijn administratief beroepschrift buiten de beroepstermijn van zes weken heeft ingediend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:845
Datum uitspraak
28 februari 2024
  • Hoger beroep
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202400135/1/A2

202201765/2/A3, 202201777/2/A3, 202201778/2/A3, 202201781/2/A3, 202201829/2/A3 en 202201941/2/A3

Het verzoek richt zich tegen de uitspraken van 22 februari 2022 van de rechtbank Amsterdam. Mokumboot, Flagship Amsterdam, IndySign, Rederij Nassau, [verzoeker sub 4], [verzoeker sub 5] en Boaty hebben de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen die inhoudt dat zij van hun exploitatievergunningen die tot 1 maart 2024 zijn verleend, gebruik kunnen blijven maken totdat in de hoofdzaak een einduitspraak is gedaan. Per 1 maart 2024 verlopen verschillende exploitatievergunningen van Mokumboot, Flagship Amsterdam, IndySign, Rederij Nassau, [verzoeker sub 4], [verzoeker sub 5] en Boaty. Dat houdt in dat zij per dat moment niet meer hun vaartuigen kunnen inzetten voor de passagiersvaart.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:798
Datum uitspraak
27 februari 2024
  • Mondelinge uitspraak
  • Voorlopige voorziening
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202201765/2/A3, 202201777/2/A3, 202201778/2/A3, 202201781/2/A3, 202201829/2/A3 en 202201941/2/A3

202201801/2/A3

Het verzoek richt zich tegen de uitspraak van 22 februari 2022 van de rechtbank Amsterdam. [verzoeker] heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen die inhoudt dat hij van zijn exploitatievergunning die tot 1 maart 2024 is verleend, gebruik kan blijven maken totdat in de hoofdzaak een einduitspraak is gedaan. Per 1 maart 2024 verloopt de exploitatievergunning van [verzoeker]. Dat houdt in dat hij vanaf dat moment niet meer zijn vaartuig kan inzetten voor de passagiersvaart.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:797
Datum uitspraak
27 februari 2024
  • Mondelinge uitspraak
  • Voorlopige voorziening
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202201801/2/A3

202202076/2/A3

Het verzoek richt zich tegen de uitspraak van 22 februari 2022 van de rechtbank Amsterdam. De exploitatievergunningen van Sinta en anderen vallen onder, zoals zij zelf verklaren, het going concern BoatAmsterdam.com/Electric Tours. Enkele van die vergunningen lopen af op 1 maart 2024 en daarom hebben Sinta en anderen de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen die inhoudt dat zij van die exploitatievergunningen gebruik kunnen blijven maken totdat in de hoofdzaak een einduitspraak is gedaan. Per 1 maart 2024 verlopen verschillende exploitatievergunningen van Sinta en anderen. Dat houdt in dat zij per dat moment niet meer hun vaartuigen kunnen inzetten voor de passagiersvaart.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:792
Datum uitspraak
27 februari 2024
  • Mondelinge uitspraak
  • Voorlopige voorziening
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202076/2/A3

202202079/2/A3

De verzoeken richten zich tegen de uitspraak van 22 februari 2022 van de rechtbank Amsterdam. Algemene Amsterdamse Rederij Noord-Zuid en Dobber Amsterdam Canal Cruises hebben de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen die inhoudt dat zij van hun exploitatievergunning die tot 1 maart 2024 zijn verleend, gebruik kunnen maken totdat in de hoofdzaak een einduitspraak is gedaan. Per 1 maart 2024 verloopt één exploitatievergunning van Algemene Amsterdamse Rederij Noord-Zuid en Dobber Amsterdam Canal Cruises. Dat houdt in dat zij per dat moment niet meer één van hun vaartuigen kunnen inzetten voor de passagiersvaart.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:790
Datum uitspraak
27 februari 2024
  • Mondelinge uitspraak
  • Voorlopige voorziening
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202079/2/A3

202202079/3/A3

Het verzoek richt zich tegen de uitspraak van 22 februari 2022 van de rechtbank Amsterdam. Amsterdam Boothuur heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen die inhoudt dat zij van haar exploitatievergunning die tot 1 maart 2024 is verleend, gebruik kan maken totdat in de hoofdzaak een einduitspraak is gedaan. Per 1 maart 2024 verloopt één exploitatievergunning van Amsterdam Boothuur. Dat houdt in dat zij per dat moment niet meer één van haar vaartuigen kan inzetten voor de passagiersvaart.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:791
Datum uitspraak
27 februari 2024
  • Mondelinge uitspraak
  • Voorlopige voorziening
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202079/3/A3

202306778/2/R1

Bij besluit van 5 oktober 2023 heeft het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland ingestemd met het door Nederlandse Aardolie Maatschappij BV ingediende saneringsplan van 16 januari 2023 voor de aanvullende sanering van voormalige NAM-locatie [naam locatie]. [verzoeker] is eigenaar van een stuk grond in Ridderkerk ter hoogte van [locatie]. Dit stuk grond, dat locatie [naam locatie] wordt genoemd, is sinds 1959 verhuurd aan de NAM voor de winning van aardolie. Per 1 januari 1994 heeft de NAM haar activiteiten op deze locatie gestaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:796
Datum uitspraak
27 februari 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Bodembescherming
  • uitspraakin de zaak202306778/2/R1

202306974/2/R1

Bij besluit van 18 juli 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad hogere waarden vastgesteld voor het bouwen van twee woongebouwen aan de Badhuisweg 1 in Zaandam. Bij besluit van 21 september 2023 heeft de raad van de gemeente Zaanstad het bestemmingsplan "Badhuisweg 1" vastgesteld. De bestreden besluiten, die gecoördineerd zijn voorbereid en bekendgemaakt, maken de bouw van twee woontorens met maximaal 120 woningen aan de Badhuisweg 1 in Zaandam mogelijk. Deze locatie ligt op het Zaaneiland. Rochdale is initiatiefnemer van deze ontwikkeling. [verzoeker] woont ook op het Zaaneiland op ongeveer 265 meter van het plangebied. [verzoeker] verzoekt de voorzieningenrechter de bestreden besluiten te schorsen om te voorkomen dat het in het plangebied aanwezige kantoorgebouw, het William Pont-kantoor, wordt gesloopt. Volgens [verzoeker] heeft de raad onvoldoende rekening gehouden met de cultuurhistorische waarde van dit gebouw en met de in de grond aanwezige archeologische waarden. Ook wijst hij op de aanwezigheid van vleermuizen in het gebouw.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:799
Datum uitspraak
27 februari 2024
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Geluid
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202306974/2/R1

202307339/2/R3

Bij besluit van 26 september 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Dordrecht het wijzigingsplan "’s-Gravendeelsedijk 175" vastgesteld. Het plangebied ligt aan de westkant van Dordrecht en omvat een deel van het bedrijventerrein Dordt-West in Dordrecht. Het bedrijventerrein Dordt-West vormt samen met het bedrijventerrein Groote Lindt in Zwijndrecht één industrieterrein in de zin van de Wet geluidhinder. Om dit industrieterrein ligt een geluidzone. Voor beide delen van dit industrieterrein is een bestemmingsplan vastgesteld. In het bestemmingsplan "Zeehavens Dordrecht" is voor het terrein Dordt-West een regeling opgenomen voor de geluidruimteverdeling. ZHD heeft in het plangebied een op- en overslagbedrijf voor droge bulkgoederen, containers, stukgoederen en breakbulk. ZHD heeft op de huidige Hometerminal een groot ruimtegebrek. Daarom heeft ZHD het voornemen om de terminal uit te breiden met een terminal op de PWA-kade en de bestaande terminal te optimaliseren. Om deze ontwikkelingen mogelijk te maken, is onder meer een herverdeling van de in het moederplan vastgestelde geluidruimte nodig. Daarom heeft het college het wijzigingsplan vastgesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:795
Datum uitspraak
27 februari 2024
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202307339/2/R3

202307549/2/A3

Bij besluiten van 17 november 2022, 23 februari 2023 en 19 mei 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht beslist op een verzoek op grond van de Wet open overheid van [partij], en besloten documenten over het bouwkundig conflict tussen het gemeentebestuur en de eigenaar van het pand [locatie 1] openbaar te maken. [partij] heeft namens het Algemeen Dagblad verzocht om openbaarmaking van alle documenten over het bouwkundig conflict tussen het gemeentebestuur en de eigenaar van het pand aan de [locatie 1]. [verzoeker] is het niet eens met openbaarmaking van de adresgegevens. Hij is gedurende het conflict met de gemeente een groot aantal juridische procedures tegen de gemeente gestart, waardoor hij recht heeft op hoge bedragen aan dwangsommen van de gemeente. Als het adresgegeven [locatie 1] openbaar wordt gemaakt, dan kan de link tussen hem en de dwangsommen worden gelegd. Ook de adressen [locatie 2], [locatie 3] en [locatie 4] zouden niet openbaar gemaakt mogen worden. Door berichtgeving in de media is namelijk bekend dat het gaat om naastgelegen panden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:801
Datum uitspraak
27 februari 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202307549/2/A3

202400902/1/V2 en 202400902/2/V2

Bij besluit van 3 juli 2023, aangevuld bij besluit van 4 juli 2023, heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:789
Datum uitspraak
27 februari 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202400902/1/V2 en 202400902/2/V2

202400984/2/V3

Bij besluit van 2 juni 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan de man verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken, hem opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en tegen hem een inreisverbod uitgevaardigd. Bij besluit van 3 juni 2021 heeft de staatssecretaris de aan de vrouw en het kind verleende verblijfsvergunningen regulier voor bepaalde tijd ingetrokken en hen opgedragen de Europese Unie binnen vier weken te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:809
Datum uitspraak
27 februari 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202400984/2/V3

202401008/1/V2 en 202401008/2/V2

Bij besluit van 22 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:788
Datum uitspraak
27 februari 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202401008/1/V2 en 202401008/2/V2

202401037/1/V3 en 202401037/2/V3

Bij besluit van 8 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:815
Datum uitspraak
27 februari 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202401037/1/V3 en 202401037/2/V3

202401196/2/V2

Bij besluit van 10 november 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:865
Datum uitspraak
27 februari 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202401196/2/V2

202401232/3/R2

Bij besluit van 17 oktober 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Oosterhout van burgemeester en wethouders van Oosterhout een omgevingsvergunning verleend voor het kappen van 21 bomen nabij de Bredaseweg 125 te Breda. Bij besluit van 10 oktober 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Oosterhout van burgemeester en wethouders van Oosterhout het door Milieuvereniging Oosterhout daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Bij het besluit op bezwaar van 10 oktober 2023 heeft het college het bezwaar van Milieuvereniging Oosterhout niet-ontvankelijk verklaard, omdat in de bezwaarfase de gemeentelijke Algemene Plaatselijke Verordening zodanig is gewijzigd dat het verbod om zonder omgevingsvergunning houtopstanden te vellen alleen nog maar geldt voor bomen die op de bomenlijst staan vermeld. Daarmee kunnen de betreffende bomen volgens het college zonder omgevingsvergunning worden geveld en heeft Milieuvereniging Oosterhout geen procesbelang meer. De verleende omgevingsvergunning is volgens het college komen te vervallen omdat er geen juridische grondslag meer voor bestaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:793
Datum uitspraak
27 februari 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Kapvergunningen
  • uitspraakin de zaak202401232/3/R2

202306616/1/V2

Bij besluit van 22 november 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen, geweigerd haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen en haar opgedragen de Europese Unie binnen vier weken te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:785
Datum uitspraak
26 februari 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202306616/1/V2

202307880/1/V3

Bij besluit van 29 november 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:784
Datum uitspraak
26 februari 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202307880/1/V3

202400433/1/V3

Bij besluit van 29 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:783
Datum uitspraak
26 februari 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202400433/1/V3

202400461/1/V3

Bij besluit van 21 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:770
Datum uitspraak
26 februari 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202400461/1/V3

202400624/1/V3

Bij besluit van 18 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:769
Datum uitspraak
26 februari 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202400624/1/V3

202400700/1/V3

Bij besluit van 7 november 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:782
Datum uitspraak
26 februari 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202400700/1/V3

202400725/1/V3 en 202400725/2/V3

Bij besluiten van 1 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:768
Datum uitspraak
26 februari 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202400725/1/V3 en 202400725/2/V3

202400743/2/V3

Bij besluit van 19 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:781
Datum uitspraak
26 februari 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202400743/2/V3

202400778/1/V3 en 202400778/2/V3

Bij besluit van 16 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:780
Datum uitspraak
26 februari 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202400778/1/V3 en 202400778/2/V3

202400809/2/V3

Bij besluit van 6 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:779
Datum uitspraak
26 februari 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202400809/2/V3

202401228/2/V2

Bij besluit van 15 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:806
Datum uitspraak
26 februari 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202401228/2/V2

BRS.24.000009

Bij besluit van 3 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:763
Datum uitspraak
26 februari 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000009

202105012/1/V3

Bij besluit van 22 juni 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:777
Datum uitspraak
23 februari 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202105012/1/V3

202201219/1/V3

Bij besluit van 24 april 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken en tegen hem een inreisverbod uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:767
Datum uitspraak
23 februari 2024
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202201219/1/V3

202301835/3/R2

Bij besluit van 16 februari 2023 heeft de raad van de gemeente Halderberge het bestemmingsplan "Sint Annastraat" vastgesteld. Het plan voorziet in de herontwikkeling van het complex Sint Anna en omgeving te Oudenbosch. De kapel van Sint Anna blijft daarbij behouden. De overige panden worden ofwel behouden en getransformeerd, ofwel gesloopt waarna nieuwbouw plaatsvindt. Het programma bestaat uit de realisatie van 35 appartementen en 16 grondgebonden woningen, en de verplaatsing van het parochiecentrum. Het plangebied is gelegen tussen de Markt, Pastoor Hellemonsstraat, Doelpad en Sint Annastraat in het centrum van Oudenbosch. [verzoeker] woont aan het [locatie A], tegenover de voormalige muziekschool, waarbinnen door transformatie 8 appartementen en 1 woning worden gerealiseerd. Hij vreest voor aantasting van zijn woongenot, in de vorm van parkeerhinder, onveilige verkeerssituaties, geluidoverlast, lichthinder en aantasting van privacy. De afstand van zijn woning tot het plangebied bedeaagt ongeveer 8 m en tot de gevel van de voormalige muziekschool ongeveer 11 meter.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:743
Datum uitspraak
23 februari 2024
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202301835/3/R2

202306267/1/V3

Bij besluit van 5 juli 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen, hem opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:771
Datum uitspraak
23 februari 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202306267/1/V3

202307194/2/R1

Bij besluit van 12 oktober 2023 heeft de raad van de gemeente Roermond het bestemmingsplan "Gedeeltelijke herziening bestemmingsplan Binnenstad Roermond" vastgesteld. Het plan biedt een kader voor begeleid en beschermd wonen in de binnenstad van Roermond en mogelijke opvanglocaties. In het vorige plan "Binnenstad Roermond" waren op diverse locaties en binnen verschillende bestemmingen maatschappelijke voorzieningen toegestaan. Met dit plan wordt voor die locaties waar maatschappelijke voorzieningen zijn toegestaan een beoordelingsmogelijkheid gecreëerd. Daarom is in artikel 4.1 van het plan, met uitzondering van bestaande situaties, een verbod opgenomen om nieuwe vormen van begeleid en/of beschermd wonen, of opvang, te bouwen en/of in gebruik te nemen. Artikel 4.2 van de planregels bevat daarvoor een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid. [verzoeker] beoogt met zijn verzoek te voorkomen dat begeleid en beschermd wonen in de binnenstad van Roermond überhaupt mogelijk wordt gemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:764
Datum uitspraak
23 februari 2024
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202307194/2/R1

202307562/1/V3

Bij besluit van 16 november 2023 heeft de staatssecretaris de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:758
Datum uitspraak
23 februari 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202307562/1/V3

202307754/2/V2

Bij besluit van 18 augustus 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:773
Datum uitspraak
23 februari 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202307754/2/V2

202307879/1/V3

Bij besluit van 5 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:775
Datum uitspraak
23 februari 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202307879/1/V3

202400020/2/V3

Bij besluit van 2 november 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:778
Datum uitspraak
23 februari 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202400020/2/V3

202400946/2/V3

Bij besluit van 1 november 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:774
Datum uitspraak
23 februari 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202400946/2/V3

202401007/2/V3

Bij besluit van 22 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:772
Datum uitspraak
23 februari 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202401007/2/V3

202201820/1/V2

Bij besluit van 30 november 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bepaald dat de vreemdeling wordt overgedragen aan Duitsland.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:739
Datum uitspraak
22 februari 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202201820/1/V2
vorige pagina1...104105106...1.228volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon