Uitspraak BRS.24.000077
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2024:1911
- Datum uitspraak
- 8 mei 2024
- Inhoudsindicatie
- Bij besluiten van 23 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdelingen in bewaring gesteld.
- Hoger beroep
- Bewaring
Toon inhoud
BRS.24.000077
ECLI:NL:RVS:2024:1911
Datum uitspraak: 8 mei 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[vreemdeling 1] en [vreemdeling 2],
appellanten,
tegen de uitspraken van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 12 maart 2024 in zaken nrs. NL24.7098 en NL24.7099 in het geding tussen:
[vreemdeling 1] en [vreemdeling 2],
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluiten van 23 februari 2024 heeft de staatssecretaris de vreemdelingen in bewaring gesteld.
Bij uitspraak van 12 maart 2024 heeft de rechtbank de daartegen door de vreemdelingen ingestelde beroepen ongegrond verklaard en de verzoeken om schadevergoeding afgewezen.
Tegen deze uitspraak hebben de vreemdelingen, vertegenwoordigd door mr. J.J. Eizenga, advocaat in Amerongen, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank is namelijk terecht en op goede gronden tot haar oordeel gekomen. De Afdeling neemt de motivering onder 6 en 7.1 van de uitspraak van de rechtbank over.
1.1. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
2. De Afdeling ziet ook ambtshalve geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. E. Steendijk, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. W.M. Vos, griffier.
w.g. Steendijk
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Vos
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 8 mei 2024
644-1058