Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 123.827
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

201904548/1/R1

Bij besluit van 22 november 2018 heeft het dagelijks bestuur van Avri locatie T037R, ter hoogte van het perceel Zonnedauw 164, aangewezen voor de plaatsing van een ondergrondse restafvalcontainer. [appellant] woont aan de [locatie] te Tiel. Zijn woning bevindt zich op ongeveer 12 m afstand van locatie T037R. [appellant] is het niet eens met de aanwijzing van deze locatie. Hij vreest voor overlast en stelt een alternatieve locatie voor.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1470
Datum uitspraak
24 juni 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak201904548/1/R1

201904596/1/A3

Bij besluit van 29 juni 2017 heeft de kansspelautoriteit aan Sportech Racing B.V., thans: ZEbetting & Gaming Nederland B.V. vergunning tot het organiseren van de totalisator bedoeld in artikel 23 van de Wet op de kansspelen verleend. Ingevolge artikel 24 van de Wok kan de kansspelautoriteit aan één rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid vergunning verlenen tot het organiseren van een totalisator. Deze vergunning werd sinds 1998 onderhands aan ZEbetting verleend. Op 15 november 2016 heeft de kansspelautoriteit aangekondigd een transparante gunningsprocedure uit te schrijven voor de verlening van de totalisatorvergunning voor de periode van 1 juli 2017 tot en met 30 juni 2022. Op 29 november 2016 heeft de kansspelautoriteit de aanvang van de gunningsprocedure op haar website bekendgemaakt. Daarbij zijn de kansspelorganisaties in de gelegenheid gesteld om naar de vergunning mee te dingen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1456
Datum uitspraak
24 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak201904596/1/A3

201904597/1/A3

Bij besluit van 29 juni 2017 heeft de kansspelautoriteit aan Sportech Racing B.V., thans: ZEbetting & Gaming Nederland B.V. vergunning tot het organiseren van de totalisator bedoeld in artikel 23 van de Wet op de kansspelen verleend. Ingevolge de Wok kan de kansspelautoriteit aan één rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid vergunning verlenen tot het organiseren van een totalisator. Deze vergunning werd sinds 1998 onderhands aan ZEbetting verleend. Op 15 november 2016 heeft de kansspelautoriteit aangekondigd een transparante gunningsprocedure uit te schrijven voor de verlening van de totalisatorvergunning voor de periode van 1 juli 2017 tot en met 30 juni 2022. Op 29 november 2016 heeft de kansspelautoriteit de aanvang van de gunningsprocedure op haar website bekendgemaakt. Daarbij zijn de kansspelorganisaties in de gelegenheid gesteld om naar de vergunning mee te dingen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1458
Datum uitspraak
24 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak201904597/1/A3

201904608/1/A3

Bij besluit van 11 april 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rijssen-Holten aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd. [appellant] heeft bij brief van 23 mei 2018 bezwaar gemaakt tegen het besluit van 11 april 2018, maar daarbij niet de gronden van het bezwaar vermeld. In de brief heeft hij het college gevraagd om op grond van artikel 6:6 van de Algemene wet bestuursrecht een termijn te stellen waarbinnen hij de gronden van het bezwaar mocht indienen. Het college heeft vervolgens bij brief van 6 juni 2018 [appellant] in de gelegenheid gesteld het verzuim, het ontbreken van de gronden van het bezwaar, te herstellen binnen twee weken na verzenddatum van de brief, te weten uiterlijk 20 juni 2018. [appellant] heeft van die gelegenheid geen gebruik gemaakt. Daarom heeft het college bij besluit van 15 augustus 2018 het door [appellant] gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1472
Datum uitspraak
24 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak201904608/1/A3

201904632/1/R1

Bij besluit van 24 maart 2016 heeft het algemeen bestuur van de bestuurscommissie van stadsdeel Zuid aan [appellante] een omgevingsvergunning verleend voor het vergroten en veranderen van de kelder en de begane grond en het vernieuwen van de fundering van de gebouwen [locatie 1], [locatie 2] en [locatie 3] in Amsterdam. [appellante] exploiteert in de gebouwen [locatie 2] en [locatie 3] en in de kelder, begane grond en eerste verdieping van het naastgelegen gebouw [locatie 1] een hotel met de naam "[hotel A]", voorheen bekend als "[hotel B]". Het hotel heeft nu 42 kamers en het bouwplan voorziet in een uitbreiding met 9 kamers door het vergroten en veranderen van de kelder en de begane grond en het vernieuwen van de fundering van de drie gebouwen. Het bouwplan zal leiden tot een volledige onderkeldering van de drie gebouwen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1473
Datum uitspraak
24 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak201904632/1/R1

201904710/1/A3

Bij besluit van 20 april 2018 heeft de burgemeester van Amsterdam de aanvraag van [appellante] voor een exploitatievergunning voor een terras bij [horeca-inrichting], gevestigd aan het [locatie] te Amsterdam, afgewezen. [appellante] exploiteert sinds november 2017 de [horeca-inrichting]. Omwonenden van [horeca-inrichting] hebben zienswijzen aangaande de door [appellante] aangevraagde terrasvergunning ingediend. Zij zijn tegen de komst van een terras, onder meer uit vrees voor geluidsoverlast. Ook stellen zij dat er veel overlast door geparkeerde fietsen van bezoekers van [horeca-inrichting] is. Daarom zijn ter plaatse waar [appellante] het terras wenst te exploiteren fietsnietjes geplaatst. De burgemeester heeft aan het besluit op bezwaar ten grondslag gelegd dat de stoep voor de horeca-inrichting niet breed genoeg is voor een terras direct grenzend aan de gevel. Een terras aan de overzijde van de weg is niet mogelijk vanwege de daar aanwezige woonboten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1457
Datum uitspraak
24 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Drank en horeca
  • uitspraakin de zaak201904710/1/A3

201904723/1/R1

Bij besluit van 17 november 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Haarlem [appellant], onder oplegging van een last onder dwangsom, gelast om de bewoning van het bedrijfspand op het perceel [locatie 1] te Haarlem te beëindigen en beëindigd te houden. Het bedrijfspand aan de [locatie 1] is onderdeel van een complex (met de nummers [locatie 2], [locatie 1] en [locatie 3]). Voor de bouw van het complex is op 6 januari 1970 vergunning verleend. In 1995 is [appellant] eigenaar geworden van het complex. Het bedrijf van [appellant] ([bloemengroothandel]) was in dit complex gevestigd van 7 september 1995 tot de beëindiging van de onderneming op 6 februari 2015, zo blijkt uit een uittreksel van het handelsregister. [locatie 2] is door [appellant] verkocht in 1997 en omvat de linkerzijde van het complex. De rechterzijde van het complex heeft de nummers [locatie 1] en [locatie 3], waarbij [locatie 1] ziet op de ruimte op de eerste verdieping die wordt gebruikt als woonruimte.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1478
Datum uitspraak
24 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak201904723/1/R1

201904788/1/R2

Bij besluit van 22 juni 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Valkenswaard aan [vergunninghouder] omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een vrijstaand bijgebouw voor een kinderdagverblijf als nevenactiviteit op het perceel [locatie 1] te Valkenswaard. Het bouwplan voorziet in het realiseren van een kinderdagverblijf in een vrijstaand bijgebouw waar voorheen een varkensstal was gevestigd. Vergunninghouder wil in het kinderdagverblijf dagopvang bieden voor maximaal 32 kinderen in de leeftijdscategorie van 0 tot 4 jaar. De kinderopvang vindt plaats op de begane grond en op de eerste verdieping van het bijgebouw, dat bestaat uit 368 m² bruto vloeroppervlak. In het gebouw zal tevens een stalling voor landbouwhuisdieren met een hooi- en stro-opslag worden gerealiseerd. [appellant] woont tegenover het perceel op het perceel [locatie 2]. Hij vreest dat de realisering van het bouwplan zijn woon- en leefomgeving zal aantasten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1481
Datum uitspraak
24 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak201904788/1/R2

201904791/1/V6

Bij besluit van 24 mei 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het verzoek van [appellant] om zijn kinderen [kind 1] en [kind 2] het Nederlanderschap te verlenen afgewezen. In het verzoek heeft [appellant] voor zichzelf en voor zijn kinderen [kind 1], [kind 2] en [kind 3] het Nederlanderschap aangevraagd. De staatssecretaris heeft besloten [appellant] en [kind 3] voor te dragen voor (mede)verlening van het Nederlanderschap, maar [kind 1] en [kind 2] niet in aanmerking laten komen voor medeverlening van het Nederlanderschap. De reden daarvoor is dat zij na indiening van het verzoek niet onafgebroken toelating voor onbepaalde tijd en hoofdverblijf hadden in Nederland. Zij hadden van 28 januari 2018 tot 1 februari 2018 namelijk geen geldige verblijfsvergunning, zodat in die periode een verblijfsgat is ontstaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1459
Datum uitspraak
24 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak201904791/1/V6

201905164/1/R2

Bij besluit van 19 januari 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Veere de vennootschap onder oplegging van een dwangsom gelast om uiterlijk met ingang van 30 januari 2018 alle kampeermiddelen, waaronder ook wordt verstaan vlonders en palen die deel uitmaken van de kampeermiddelen, van het kampeerterrein aan de [locatie] te Meliskerke te verwijderen en verwijderd te houden. Het college heeft voor dit kampeerterrein een kampeervergunning verleend aan de vennootschap voor de jaarlijkse periode van 1 maart tot en met 15 november (het kampeerseizoen). Buiten het kampeerseizoen moeten alle kampeermiddelen, met uitzondering van de vaste kampeermiddelen, volledig verwijderd zijn. Door de 12 kampeermiddelen niet volledig van het kampeerterrein te verwijderen buiten het kampeerseizoen, heeft de vennootschap volgens het college gehandeld in strijd met artikel 3 van de Verordening inzake het kamperen buiten reguliere kampeerterreinen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1494
Datum uitspraak
24 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak201905164/1/R2

201905165/1/R2

Bij besluit van 24 oktober 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Veere geweigerd om aan de vennootschap een omgevingsvergunning te verlenen voor het bouwen van 18 vlonders op het kleinschalig kampeerterrein aan de [locatie] te Meliskerke. De vennootschap exploiteert een kleinschalig kampeerterrein op het perceel. Op 19 november 2015 heeft [appellant B] namens de vennootschap een aanvraag om omgevingsvergunning voor het bouwen van 18 vlonders met elk een oppervlakte van 59 m2 op het kampeerterrein ingediend. Bij besluit van 13 januari 2016 heeft het college geweigerd om de gevraagde omgevingsvergunning te verlenen. Op 8 september 2017 heeft [belanghebbende] namens de vennootschap opnieuw een aanvraag om omgevingsvergunning voor het bouwen van 18 vlonders met elk een oppervlakte van 59 m2 op het kampeerterrein ingediend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1493
Datum uitspraak
24 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak201905165/1/R2

201905460/1/A3

Bij brief van 19 juni 2018 heeft de staatssecretaris van Financiën een informatieverzoek van [appellante] afgewezen. Bij besluit van 21 september 2017 is de huurtoeslag van [appellante] over het jaar 2017 op nihil vastgesteld. Hiertegen heeft [appellante] bezwaar gemaakt. Tijdens de op 23 april 2018 gehouden hoorzitting over dit bezwaar heeft [appellante] een brief met een informatieverzoek ingediend. De staatssecretaris heeft dit verzoek afgewezen, omdat de gevraagde informatie geen bestuurlijke aangelegenheid betreft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1476
Datum uitspraak
24 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak201905460/1/A3

201905515/1/R4

Bij besluit van 24 september 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 3 september 2018 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat een gedeelte van de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 126,00, voor rekening van [appellante] komt. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een doos die op maandag 3 september 2018 is aangetroffen naast een ondergrondse container ter hoogte van de Harderwijkstraat 302 in Den Haag. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] de doos verkeerd heeft aangeboden, omdat haar naam en haar toenmalige adres op het adreslabel op de doos staan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1487
Datum uitspraak
24 juni 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak201905515/1/R4

201905543/1/R1

Bij besluit van 16 januari 2019 heeft het dagelijks bestuur van Avri locatie T022R ter hoogte van het perceel [locatie] te Tiel aangewezen voor de plaatsing van een ondergrondse restafvalcontainer. [appellante] woont aan de [locatie] te Tiel. Haar woning bevindt zich op ongeveer 14 m afstand van locatie T022R. [appellante] is het niet eens met de aanwijzing van deze locatie. Zij vreest voor een aantasting van haar woon- en leefklimaat als gevolg van de aanwezigheid van de orac.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1475
Datum uitspraak
24 juni 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak201905543/1/R1

201905793/1/V6

Bij besluit van 27 juli 2017 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het verzoek van [appellante] om naturalisatie afgewezen. Het verzoek om medenaturalisatie van haar vijf minderjarige kinderen is eveneens afgewezen. De staatssecretaris heeft het verzoek afgewezen omdat de identiteit en nationaliteit van [appellante] niet zijn komen vast te staan met de door haar overgelegde documenten. Bureau Documenten van de Immigratie- en Naturalisatiedienst heeft op verzoek van de staatssecretaris onderzoek verricht naar de door [appellante] overgelegde documenten. Bij verklaring van onderzoek van 20 april 2017 heeft TOED over het paspoort van [appellante] met afgiftedatum 7 oktober 2013 geconcludeerd dat het document frauduleus is verkregen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1461
Datum uitspraak
24 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak201905793/1/V6

201906042/1/R1

Bij besluit van 23 maart 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bergen geweigerd aan [persoon], de rechtsvoorganger van [appellant], een omgevingsvergunning te verlenen voor het gebruik van het erf achter het perceel [locatie 1] als erf bij het perceel [locatie 2] in Bergen. [appellant] is eigenaar van het perceel [locatie 2] en het deel van het perceel [locatie 1] met de bestemming "Erf". [belanghebbende A] en [belanghebbende B] wonen in het pand op het perceel [locatie 1] en verzetten zich tegen het door [appellant] gewenste gebruik van de gronden met de bestemming "Erf".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1482
Datum uitspraak
24 juni 2020
  • Hoger beroep
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak201906042/1/R1

201906044/1/R1

Bij besluit van 4 juli 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bergen geweigerd aan [persoon], de rechtsvoorganger van [appellant], een omgevingsvergunning te verlenen voor het (gedeeltelijk) slopen van een bestaand gebouw en het oprichten van een nieuw bedrijfs(bij)gebouw op het perceel [locatie 1] ten behoeve van het perceel [locatie 2] in Bergen. De achterzijde van het perceel [locatie 1] grenst aan de achterzijde van het perceel [locatie 2]. [appellant] is eigenaar van het perceel [locatie 2] en van de grond waarop hij het bedrijfsbijgebouw wil realiseren. De grond op het perceel [locatie 1] heeft volgens de plankaart van het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Bergen Centrum" de bestemming "Erf" met subbestemming "bed" (dit staat voor "bedrijfserf detailhandel"). Het pand op het perceel [locatie 1] is niet in zijn eigendom.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1477
Datum uitspraak
24 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak201906044/1/R1

201906155/1/R1

Bij besluit van 24 januari 2019 heeft het dagelijks bestuurvan Avri locatie Z030R, ter hoogte van het perceel [locatie] te Zaltbommel, aangewezen voor de plaatsing van een ondergrondse restafvalcontainer. [appellante] woont aan de [locatie] te Zaltbommel, op ongeveer 9,5 m afstand tot locatie Z030R. [appellante] kan zich niet met de aanwijzing van deze locatie verenigen, aangezien zij vreest voor aantasting van haar woon- en leefklimaat als gevolg van de aanwezigheid van de orac.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1474
Datum uitspraak
24 juni 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak201906155/1/R1

201906254/1/R4

Bij besluit van 17 mei 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 23 april 2019 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat een gedeelte van de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 126,00, voor rekening van [appellant] komt. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een doos die op 23 april 2019 is aangetroffen naast een ondergrondse restafvalcontainer ter hoogte van de Van Kinsbergenstraat 85c in Den Haag. Het college is ervan uitgegaan dat [appellant] de doos verkeerd heeft aangeboden, omdat zijn naam en adres op het adreslabel op de doos staan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1486
Datum uitspraak
24 juni 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak201906254/1/R4

201906400/1/R4

Bij besluit van 21 mei 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 2 mei 2019 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat een gedeelte van de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 126,00, voor rekening van [appellant] komt. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een huisvuilzak die op 2 mei 2019 is aangetroffen naast een ondergrondse restafvalcontainer ter hoogte van de Menninckstraat 100 in Den Haag. Het college is ervan uitgegaan dat [appellant] de huisvuilzak verkeerd heeft aangeboden, omdat daarin een tot zijn adres herleidbaar poststuk is aangetroffen. Het poststuk is een plastic verzendzak, voorzien van een adreslabel met daarop de [naam] en het adres van [appellant].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1491
Datum uitspraak
24 juni 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak201906400/1/R4

201906669/1/R1

Bij besluit van 29 maart 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht locaties voor de plaatsing van ondergrondse restafvalcontainers in De Meern aangewezen. Het besluit voorziet onder meer in de aanwijzing van een locatie voor een ORAC nabij het perceel [locatie] te Utrecht. Deze locatie wordt in het besluit aangeduid als locatie 5. [appellante] woont aan de [locatie] en kan zich niet met de aanwijzing van deze locatie verenigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1464
Datum uitspraak
24 juni 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak201906669/1/R1

201906670/1/A2

Bij besluit van 20 februari 2017 heeft de CSG een aanvraag van [wederpartij] om een uitkering uit het Schadefonds Geweldmisdrijven afgewezen. Op 30 juni 2016 heeft [wederpartij] een aanvraag ingediend voor een uitkering uit het Schadefonds. In de aanvraag is vermeld dat zij in de periode 2007 tot en met 2010 slachtoffer is geworden van mensenhandel en gedwongen prostitutie. De CSG heeft de aanvraag afgewezen. Aan de afwijzing heeft de CSG ten grondslag gelegd dat er onvoldoende objectieve informatie is om aannemelijk te achten dat [wederpartij] het slachtoffer is geworden van een opzettelijk gepleegd geweldmisdrijf als bedoeld in artikel 3 van de Wet schadefonds geweldmisdrijven. Tegen deze afwijzing heeft [wederpartij] eerst bezwaar en later beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1462
Datum uitspraak
24 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak201906670/1/A2

201906737/1/R1

Bij besluit van 24 januari 2019 heeft het dagelijks bestuur van Avri locatie W025R, ter hoogte van het perceel Viaductstraat 41 te Wamel, aangewezen voor de plaatsing van een ondergrondse restafvalcontainer. Het geschil gaat over de plaatsing van een orac ter hoogte van de Viaductstraat 41 te Wamel (locatie W025R). [appellant] woont aan de [locatie], op ongeveer 20 m afstand van de locatie. Hij kan zich niet met de aanwijzing van deze locatie verenigen, aangezien hij vreest voor aantasting van zijn woon- en leefklimaat als gevolg van de aanwezigheid van de orac.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1471
Datum uitspraak
24 juni 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak201906737/1/R1

201906905/1/R4

Bij besluit van 26 februari 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van De Bilt omgevingsvergunning verleend aan Residence Vinkenplein B.V. voor het realiseren van een gebouw met commerciële ruimten op de begane grond, 30 woningen op de verdiepingen en een ondergrondse parkeerkelder op een locatie aan het Vinkenplein/Melchiorlaan/Vinkenlaan in Bilthoven. Op 19 oktober 2017 heeft Residence Vinkenplein B.V. hiervoor een omgevingsvergunning aangevraagd. Het perceel heeft gelet op het geldende bestemmingsplan "Emmaplein en Vinkenplein Bilthoven" deels de bestemming "Centrum-1" en deels de bestemming "Horeca". Hart VOOR Bilthoven is een coalitie van verschillende bewonersverenigingen- en organisaties in en om het centrum van Bilthoven en heeft in beroep aangevoerd dat het bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan omdat de goothoogte de in de planregels voorgeschreven hoogte overschrijdt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1465
Datum uitspraak
24 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak201906905/1/R4

201907125/1/R2

Bij besluit van 29 juni 2018 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat aan [appellant] een watervergunning verleend voor het brengen van stoffen ten gevolge van het gebruik van vislood met waarschijnlijk loodverlies tot gevolg in de Westerschelde en de Oosterschelde. [appellant] is sportvisser. In zijn aanvraag staat dat [appellant] vist met klapankerlood van 160 gram of meer, waarbij hij verwacht 4 tot 24 kilo lood per jaar te verliezen. Bij besluit van 29 juni is de gevraagde vergunning, als bedoeld in artikel 6.2, eerste lid, van de Waterwet, verleend. Aan deze vergunning zijn voorschriften verbonden ter voorkoming van het brengen van stoffen in de Westerschelde en Oosterschelde en het verstrekken van informatie ten behoeve van de invulling van de minimalisatieverplichting. [appellant] kan zich niet met het besluit verenigen, omdat daarin niets is vermeld over de beste beschikbare technieken voor het vissen met een klapankergewicht dat het water niet schaadt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1463
Datum uitspraak
24 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Waterwet
  • uitspraakin de zaak201907125/1/R2

201907431/1/R4

Bij besluit van 5 april 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van West Betuwe aan [appellante] onder oplegging van een dwangsom gelast binnen vier weken de caravan, als afgebeeld in het controlerapport van 3 januari 2019, van het perceel te verwijderen en verwijderd te houden. Op het perceel is een kleinschalige woonwagenlocatie gesitueerd. [appellante] heeft de caravan achter de woonwagen van haar moeder geplaatst. Ter plaatse geldt het bestemmingsplan. Het perceel heeft de enkelbestemming "Wonen-Dorpsbebouwing 1", de functieaanduiding "woonwagenstandplaats" en de aanduiding "maximum aantal wooneenheden: 3". De caravan is de vierde wooneenheid op het perceel. Het college heeft [appellante] aangemerkt als overtreder van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Wabo en haar gelast haar caravan van het perceel te verwijderen en verwijderd te houden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1484
Datum uitspraak
24 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak201907431/1/R4

201908198/1/A3 en 201908199/1/A3

Bij besluit van 27 februari 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Veere aan [vergunninghouder] vergunning verleend voor het innemen van een standplaats op het Oranjeplein te Veere van 1 mei tot en met 31 oktober 2017. Het college heeft [vergunninghouder] hiermee toegestaan dagelijks standplaats in te nemen en vanuit zijn kraam niet alleen vis en ijs te verkopen, maar ook frisdranken en frites. Aan [vergunninghouder] is meegedeeld dat hij bij brief van 12 januari 2015 reeds is geïnformeerd over de toekomstvisie Veere Anno en de gevolgen daarvan voor zijn standplaats. In die brief was vermeld dat hij vanaf 2017 geen standplaats op het Oranjeplein meer kon innemen in verband met de herontwikkeling van het plein. Nu er in 2017 en 2018 echter nog geen werkzaamheden aan het Oranjeplein werden uitgevoerd, kon hij die jaren toch nog een standplaats innemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1467
Datum uitspraak
24 juni 2020
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak201908198/1/A3 en 201908199/1/A3

201908288/1/R1

Bij besluit van 8 oktober 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad het plaatsingsplan vastgesteld voor de plaatsing van een ondergrondse restafvalcontainer in de Tuinstraat, naast nr. 9, in Zaandam. [appellante] woont in de [locatie] in Zaandam. Het besluit voorziet in de plaatsing van een ORAC in de nabijheid van haar woning. [appellante] is het niet eens met de aanwijzing van deze locatie. Zij vreest dat de ORAC op de aangewezen plaats voor veel overlast zal zorgen en er zijn volgens haar betere alternatieven in de omgeving.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1492
Datum uitspraak
24 juni 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak201908288/1/R1

201908676/1/R2

Op 26 september 2019 heeft de raad het bestemmingsplan "Het Broek 20" vastgesteld. Het plangebied omvat de gronden aan Het Broek 20 in Valkenswaard. Het plan regelt de inpassing van een in 2005 verleende vergunning voor een bedrijfswoning en een veldschuur door toekenning van twee bouwvlakken die op grond van de plansystematiek samen één bouwvlak vormen. Daarnaast maakt het plan de uitoefening van een vollegrondsteeltbedrijf mogelijk. De gronden liggen, uitgezonderd de plaats waar de bedrijfswoning en de veldschuur zijn voorzien, in een waterbergingsgebied dat rondom de rivier de Dommel ligt. [appellant] en anderen wonen in Dommelen, ten westen en zuidwesten van het plangebied en het waterbergingsgebied. [appellant] en [appellant A], één van de mede-indieners van het beroep, zijn eigenaar van verschillende percelen in de omgeving.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1466
Datum uitspraak
24 juni 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak201908676/1/R2

202000278/1/V2

Bij besluit van 14 november 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. De vreemdeling, afkomstig uit Iran, heeft aan zijn asielaanvraag ten grondslag gelegd dat hij vreest voor vervolging door de Iraanse autoriteiten vanwege rapteksten en poëzie die hij heeft geschreven waarin hij kritisch is op de islam en het Iraanse regime. Volgens de vreemdeling zouden de autoriteiten in 2018 een inval hebben gedaan in zijn ouderlijk huis en daarbij zijn laptop en al zijn teksten in beslag hebben genomen. Deze uitspraak gaat over de vraag of de rechtbank het standpunt van de staatssecretaris over de geloofwaardigheid van dit asielrelaas op de juiste wijze heeft getoetst en of de staatssecretaris het asielrelaas overeenkomstig zijn eigen beleid in de Vc 2000 en Werkinstructie 2014/10 heeft onderzocht en beoordeeld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1499
Datum uitspraak
24 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202000278/1/V2

202001130/1/R4

Bij besluit van 28 oktober 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 16 oktober 2019 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat een gedeelte van de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 126,00, voor rekening van [appellante] komt. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een huisvuilzak die op woensdag 16 oktober 2019, een dag na de inzameldag, is aangetroffen op straat ter hoogte van de Laan 3M in Den Haag. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] de huisvuilzak verkeerd heeft aangeboden, omdat daarin een tot haar adres herleidbaar poststuk is aangetroffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1489
Datum uitspraak
24 juni 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202001130/1/R4

202001279/1/R4

Bij besluit van 9 december 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 26 november 2019 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat een gedeelte van de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 126,00, voor rekening van [appellant] komt. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een doosje dat op 26 november 2019 is aangetroffen naast een papiercontainer ter hoogte van de Volendamlaan 660 in Den Haag. Het college is ervan uitgegaan dat [appellant] het doosje verkeerd heeft aangeboden, omdat zijn naam en adres op het adreslabel op het doosje staan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1488
Datum uitspraak
24 juni 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202001279/1/R4

202001281/1/R4

Bij besluit van 18 november 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 4 november 2019 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat een gedeelte van de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 126,00, voor rekening van [appellante] komt. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een platgemaakte doos die op 4 november 2019 is aangetroffen naast een ondergrondse restafvalcontainer ter hoogte van de Roggeveenstraat 178 in Den Haag. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] de doos verkeerd heeft aangeboden, omdat haar naam en adres op het adreslabel op de doos staan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1485
Datum uitspraak
24 juni 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202001281/1/R4

202001630/1/R4

Bij besluit van 24 oktober 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 11 oktober 2019 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat een gedeelte van de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 160,00, voor rekening van [appellante] komt. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een huisvuilzak die op 11 oktober 2019 is aangetroffen naast een ondergrondse restafvalcontainer ter hoogte van de Chicagostraat 40 in Den Haag. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] de huisvuilzak verkeerd heeft aangeboden, omdat daarin een tot haar herleidbaar poststuk is aangetroffen. Het poststuk is een aan haar geadresseerde brief.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1490
Datum uitspraak
24 juni 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202001630/1/R4

202003075/1/V3

Bij besluit van 22 april 2020 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1445
Datum uitspraak
22 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202003075/1/V3

202001973/2/V2

Bij besluit van 17 februari 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1439
Datum uitspraak
19 juni 2020
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202001973/2/V2

202002653/2/R4

Bij besluit van 17 juni 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Soest [verzoeker] gelast om het in strijd met het bestemmingsplan gebruiken van het perceel aan de [locatie] in Soesterberg voor niet-recreatief verblijf te staken. [verzoeker] is eigenaar van het perceel. Op het perceel staan recreatiewoningen, die worden geëxploiteerd door Jachthuis Exploitatie B.V. De recreatiewoningen worden met name gebruikt door arbeidsmigranten die tijdelijk in Nederland verblijven. Het college stelt zich op het standpunt dat dit gebruik in strijd is met het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Landelijk Gebied", omdat dat bestemmingsplan ter plaatse alleen verblijf voor recreatieve doeleinden toestaat. Het college heeft daarom [verzoeker] onder oplegging van een dwangsom gelast om dit gebruik te beëindigen. [verzoeker] heeft de voorzieningenrechter verzocht om de besluiten van 12 december 2019 en 17 juni 2019 te schorsen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1433
Datum uitspraak
19 juni 2020
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202002653/2/R4

202002809/2/V2

Bij besluit van 15 oktober 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1441
Datum uitspraak
19 juni 2020
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202002809/2/V2

202002816/2/V2

Bij besluit van 18 februari 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1442
Datum uitspraak
19 juni 2020
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202002816/2/V2

202003223/2/V2

Bij besluit van 30 maart 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1435
Datum uitspraak
19 juni 2020
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202003223/2/V2

202003356/2/V3

Bij besluiten van 26 maart 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1440
Datum uitspraak
19 juni 2020
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202003356/2/V3

202003386/2/V2

Bij besluit van 19 maart 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1434
Datum uitspraak
19 juni 2020
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202003386/2/V2

202002906/1/A3 en 202002906/2/A3

Bij besluit van 23 december 2019 heeft de burgemeester van Deventer de sluiting van de door [appellant] gehuurde woning op het adres [locatie] in Deventer bevolen voor een periode van zes maanden, ingaande op 13 januari 2020 om 10.00 uur en eindigende op 13 juli 2020 om 10.00 uur. Op 2 oktober 2019 heeft de politie in de door [appellant] van de stichting gehuurde woning onder meer ruim 600 gram drugs, verpakkingsmateriaal voor drugs, vier weegschalen en een vuurwapen aangetroffen. Ongeveer driekwart van de aangetroffen drugs zijn harddrugs. Tegenover de politie heeft [appellant] verklaard dat hij begin 2019 was begonnen met het dealen van harddrugs, dat meerdere soorten drugs in zijn woning aanwezig waren en dat hij zich veelvuldig bezighield met handel in onder andere verdovende middelen. De politie heeft dit met informatierapporten van 12 november 2019 en 6 januari 2020 aan de burgemeester meegedeeld. Naar aanleiding hiervan heeft de burgemeester de woning voor een periode van zes maanden gesloten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1432
Datum uitspraak
18 juni 2020
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202002906/1/A3 en 202002906/2/A3

202003120/1/V2 en 202003120/2/V2

Bij besluit van 29 maart 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1436
Datum uitspraak
18 juni 2020
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202003120/1/V2 en 202003120/2/V2

201801185/1/V3

Bij besluit van 2 januari 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1387
Datum uitspraak
17 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak201801185/1/V3

201903002/1/V1

Bij besluit van 20 oktober 2017 heeft de minister van Veiligheid en Justitie aanvragen van referent om zijn gestelde zussen (hierna: de vreemdelingen) een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1388
Datum uitspraak
17 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak201903002/1/V1

201903359/1/V2

Bij besluit van 23 juni 2017 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1383
Datum uitspraak
17 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak201903359/1/V2

201904465/1/V2

Bij besluit van 2 mei 2019 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, buiten behandeling gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1385
Datum uitspraak
17 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak201904465/1/V2

201905023/1/V2

Bij besluit van 13 maart 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, buiten behandeling gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1389
Datum uitspraak
17 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak201905023/1/V2

201905185/1/V1

Bij besluit van 16 augustus 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd ingetrokken, bepaald dat hij Nederland onmiddellijk moet verlaten en tegen hem een inreisverbod uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1384
Datum uitspraak
17 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak201905185/1/V1

201907216/1/V1

Bij besluit van 20 april 2017 heeft de staatssecretaris een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1386
Datum uitspraak
17 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak201907216/1/V1

201908562/1/V3

Bij besluit van 21 november 2016 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om krachtens artikel 64 van de Vw 2000 te bepalen dat zijn uitzetting achterwege blijft, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1377
Datum uitspraak
17 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak201908562/1/V3

202001878/1/V1

Bij besluit van 26 februari 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1429
Datum uitspraak
17 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202001878/1/V1

202002276/1/V3

Bij besluit van 24 februari 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1382
Datum uitspraak
17 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202002276/1/V3

201609291/2/A2

Bij besluit van 19 januari 2015 heeft de voormalige minister van Infrastructuur en Milieu een verzoek van [appellant] om schadevergoeding afgewezen. [appellant] is eigenaar van de in de nabijheid van de A73-Zuid gelegen vrijstaande woning aan de [locatie] te Venlo. Hij heeft de minister verzocht om schadevergoeding in verband met de aanleg van de A74 en de aanpassingen van de A73-Zuid conform het Tracébesluit Rijksweg A74. Het Tracébesluit is op 16 augustus 2010 bekend gemaakt en heeft de aanleg van de A74 tussen de A73-Zuid en de Duitse grens en de aanpassingen aan de A73 tussen de aansluiting Maasbree tot aan de verdiepte ligging ter hoogte van de Kaldenkerkerweg te Tegelen mogelijk gemaakt. [appellant] heeft aan het verzoek ten grondslag gelegd dat hij als gevolg van het Tracébesluit schade in de vorm van een vermindering van de waarde van de woning heeft geleden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1398
Datum uitspraak
17 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak201609291/2/A2

201800466/3/A2

Bij tussenuitspraak van 27 maart 2019, ECLI:NL:RVS:2019:939, (hierna: de eerste tussenuitspraak) heeft de Afdeling het college van burgemeester en wethouders van Waalwijk opgedragen om binnen tien weken na verzending daarvan met inachtneming van hetgeen daarin is overwogen de gebreken in het besluit van 13 juni 2017 te herstellen door een nieuw besluit te nemen. [appellant] is eigenaar van de percelen [locatie 1], [locatie 2] en [locatie 3] in Waalwijk. De percelen [locatie 1] en [locatie 2] grenzen aan de achterzijde aan de Winterdijk. [appellant] heeft op 8 september 2015 een verzoek om een tegemoetkoming in planschade ingediend. Hij stelt schade te hebben geleden als gevolg van het op 22 oktober 2009 (de peildatum) in werking getreden bestemmingsplan "Centrumgebied Waalwijk".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1401
Datum uitspraak
17 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak201800466/3/A2

201808569/3/R3

Bij tussenuitspraak van 11 december 2019, ECLI:NL:RVS:2019:4187, heeft de Afdeling de raad opgedragen binnen 20 weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken te herstellen in het besluit van de raad van de gemeente Kaag en Braassem van 10 september 2018 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Herenweg 14b, Rijnsaterwoude". In de tussenuitspraak heeft de Afdeling geoordeeld dat het besluit van 10 september 2018 in strijd is met artikel 2.2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Verordening ruimte 2014, omdat het plan niet voldoet aan de richtpunten over het behoud van doorzichten zoals deze zijn omschreven in de kwaliteitskaart als bedoeld in dat artikel. De Afdeling heeft daarbij gewezen op de planregeling voor bijgebouwen die er toe kan leiden dat de doorzichten naar het achterliggende landschap niet behouden blijven. Daarnaast heeft de Afdeling geoordeeld dat het besluit in strijd is met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1413
Datum uitspraak
17 juni 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak201808569/3/R3

201902445/1/A3

Bij besluit van 1 mei 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen geweigerd om [appellant] een standplaatsvergunning te verlenen. [appellant] verkoopt onder de naam ‘[aanvrager]’ ijs en dranken vanuit een mobiele verkoopwagen. Bij besluiten van 6 september 2016 en 17 mei 2017 heeft het college aan [appellant] vergunningen verleend om van 1 mei 2016 tot en met 31 december 2016 onderscheidenlijk van 12 mei 2017 tot en met 1 oktober 2017 dagelijks standplaats 2 met zijn verkoopwagen in te mogen nemen. Op 24 maart 2018 heeft [appellant] een aanvraag ingediend om met ingang van 1 april 2018 voor de duur van 5 jaren in de periode van 1 april tot en met 31 september dagelijks standplaats in het Rivierpark te mogen innemen voor de verkoop van ijs en dranken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1421
Datum uitspraak
17 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak201902445/1/A3

201902836/1/R2

Bij besluit van 14 maart 2019 heeft de raad van de gemeente Laarbeek het bestemmingsplan "[locatie 1]-[locatie 2], Mariahout" vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in een bestemmingswijziging voor het perceel [locatie 1]-[locatie 2] te Mariahout. Op het perceel was een intensieve veehouderij gevestigd, met twee bedrijfswoningen en bijbehorende bedrijfsgebouwen. De initiatiefnemer wenst het agrarisch bedrijf in een andere vorm voort te zetten. Daartoe is het ingevolge het voorheen geldende bestemmingsplan "Buitengebied" geldende bestemmingsvlak "Agrarisch-Agrarisch bedrijf" verkleind en is de aanduiding "intensieve veehouderij" vervallen. Onderdeel van de bestemmingswijziging is verder dat de westelijk gelegen bedrijfswoning [locatie 1] feitelijk en planologisch van het agrarisch bedrijf wordt afgesplitst en wordt bestemd voor "Wonen".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1426
Datum uitspraak
17 juni 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak201902836/1/R2

201903324/1/A1

Bij besluit van 13 december 2017 hebben Provinciale Staten de kaart Wet ammoniak en veehouderij van Drenthe gewijzigd. Op de kaart Wav worden voor verzuring gevoelige gebieden die liggen in de Ecologische Hoofdstructuur als zeer kwetsbaar aangewezen. Daarnaast wordt een zogenoemde bufferzone van 250 m rondom de kwetsbare gebieden gehanteerd. Gelet op artikel 4 van de Wet ammoniak en veehouderij mag er geen omgevingsvergunning voor het oprichten van een veehouderij worden verleend, als die veehouderij ligt binnen de als zeer kwetsbaar aangewezen gebieden en/of de bufferzone. Provinciale Staten hebben de kaart Wav zo gewijzigd, dat het perceel tussen de woonwijk Bargeres in Emmen en het Noordbargerbos niet langer in de bufferzone ligt. Deze wijziging leidt ertoe dat de kaart Wav geen belemmering meer vormt voor het oprichten van een veehouderij op dat perceel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1424
Datum uitspraak
17 juni 2020
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Vee e.a. dieren
  • uitspraakin de zaak201903324/1/A1

201903456/1/R3

Bij besluit van 14 maart 2019 heeft de raad van de gemeente Goeree-Overflakkee het bestemmingsplan "3 Kernen (Den Bommel, Herkingen en Stad aan ’t Haringvliet)" vastgesteld. Het plangebied omvat de drie dorpskernen van Den Bommel, Herkingen en Stad aan ‘t Haringvliet. Het plan is opgesteld om de juridisch-planologische regeling voor de dorpen te actualiseren. De beroepen richten zich tegen het plan zoals vastgesteld voor Stad aan ‘t Haringvliet. [appellant sub 1] woont binnen het plangebied, naast het bedrijf Multi-Crane. Hij kan zich niet verenigen met het plan omdat hij vreest voor de gevolgen van het plan voor zijn woon- en leefklimaat. [appellant sub 2] heeft een akkerbouwbedrijf binnen het plangebied. Hij verzet zich tegen de oppervlakte van het bouwvlak dat is toegekend aan de gronden van zijn akkerbouwbedrijf.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1412
Datum uitspraak
17 juni 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak201903456/1/R3

201903818/1/A2

Bij besluit van 21 september 2018 heeft de raad voor rechtsbijstand een aanvraag van [appellant] om een toevoeging voor rechtsbijstand afgewezen. In een civielrechtelijk geschil werd [appellant] verweten geld van de onderneming [bedrijf A] en van drie andere ondernemingen te hebben weggesluisd. Het gaat daarbij om [bedrijf B], [bedrijf C] en [bedrijf D]. Bij vonnis van 20 december 2017 heeft de rechtbank Limburg [appellant] veroordeeld tot het afleggen van rekening en verantwoording aan deze vier besloten vennootschappen ter zake van betalingen die hij ten laste van deze ondernemingen heeft gedaan. Omdat de wederpartijen van [appellant] in hoger beroep zijn gegaan en hij zich in hoger beroep wenst te verweren en incidenteel hoger beroep in te stellen, heeft [appellant] op 2 mei 2018 een toevoeging aangevraagd voor rechtsbijstand.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1420
Datum uitspraak
17 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak201903818/1/A2

201904076/1/R2

Bij besluit van 1 mei 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Leudal geweigerd om aan [appellante] een omgevingsvergunning te verlenen voor het kappen van 33 Amerikaanse eiken op de Hunselerdijk te Kelpen-Oler en 16 zomereiken op de Kuiperweg te Kelpen-Oler. [appellante] teelt frambozen en aardbeien op stellingen. [gemachtigde] heeft namens [appellante] op 31 januari 2017 een aanvraag ingediend voor het kappen van 33 Amerikaanse eiken en 16 zomereiken gelegen langs zijn perceel, en het herplanten van 40 groene beuken. De 33 Amerikaanse eiken staan op eigen grond van [appellante], de 16 zomereiken deels op grond van de gemeente en deels op eigen grond. Uit het advies "Kap en herplant bomen [locatie] te Kelpen" volgt dat [appellante] de eikenbomen wil kappen omdat zij tot opbrengstderving van circa € 6.000,00 per jaar leiden door schaduwwerking op de geteelde gewassen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1409
Datum uitspraak
17 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Kapvergunningen
  • uitspraakin de zaak201904076/1/R2

201904082/1/A2

Bij besluit van 3 juli 2017 heeft de raad voor rechtsbijstand de vergoeding voor door [appellante] aan [belanghebbende A] verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 2.427,45. De raad heeft bij besluit van 4 augustus 2016 een toevoeging verleend voor rechtsbijstand door [appellante] aan [belanghebbende A] voor de behandeling van een asielverzoek in de algemene asielprocedure. [appellante] heeft op 3 juli 2017 een vergoeding aangevraagd voor de op basis van de toevoeging verleende rechtsbijstand.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1419
Datum uitspraak
17 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak201904082/1/A2

201904300/1/R2

Bij besluit van 9 april 2019 heeft de raad van de gemeente Helmond het bestemmingsplan "Buitengebied - Aarle-Rixtelseweg ongenummerd" vastgesteld. In het voorheen geldende bestemmingsplan "Buitengebied Helmond" had het perceel waarop het bestreden besluit betrekking heeft, de bestemming "Agrarisch met waarden - Natuur en Landschap" en de bestemming: "Waarde - Archeologische verwachtingswaarde middelhoog". Met het bestemmingsplan wordt het mogelijk gemaakt om op het perceel, kadastraal aangeduid als L 2663, een ruimte-voor-ruimte woning te bouwen met een maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 6,5 en 12 m en met een bebouwd oppervlak van ten hoogste 450 m².

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1400
Datum uitspraak
17 juni 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak201904300/1/R2

201904726/1/R4

Bij besluit van 24 maart 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hof van Twente geweigerd om handhavend op te treden tegen geluidhinder, veroorzaakt door verkeer van en naar het krantendepot van de Persgroep Distributiegroep B.V. aan de Kerkstraat 123a. [appellant] woont op het perceel [locatie] te Goor. Aan de voorkant van zijn woning ligt de Kerkstraat en aan de zijkant een doodlopende weg, die ook Kerkstraat wordt genoemd. De toerit geeft toegang tot loodsen en garages van particulieren, enkele bedrijfsgebouwen en een volkstuincomplex. De woning van [appellant] en deze daarachter gelegen bebouwing liggen op een bedrijventerrein. Aan de overzijde van de toerit ligt een tankstation. De Persgroep drijft op het perceel Kerkstraat 123a in een deel van een bedrijfsgebouw een krantendepot.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1407
Datum uitspraak
17 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak201904726/1/R4

201904856/1/R4

Bij besluit van 27 februari 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Laren de bouwvergunning voor het realiseren van een appartementengebouw met aan- en toebehoren van 24 maart 2009 en de omgevingsvergunning van 15 december 2015 waarbij het bouwplan werd gewijzigd, ingetrokken. Bij een controle op het perceel op 5 maart 2018 is geconstateerd dat bouwwerkzaamheden werden verricht op het perceel zonder de daartoe vereiste omgevingsvergunning. De werkzaamheden bestonden uit het uitzetten/aftekenen van het peil, het plaatsen van profielen voor de binnenmuur en voorbereidingswerkzaamheden voor het aanbrengen van de kimlaag. Bij besluit van 5 maart 2018 heeft het college de opgelegde bouwstop bevestigd en daarbij herhaald dat Voxer B.V. is gelast om onmiddellijk alle bouwwerkzaamheden op het perceel te staken en deze gestaakt te houden op straffe van een eenmalige dwangsom van € 50.000,00 als Voxer B.V. verder gaat met de werkzaamheden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1399
Datum uitspraak
17 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak201904856/1/R4

201905010/1/A2

Bij besluit van 28 juli 2015 heeft het college van burgemeester en wethouders van Mill en Sint Hubert een aanvraag van [appellant] om een tegemoetkoming in planschade afgewezen. [appellant A] is eigenaar van het perceel aan de [locatie] te Sint-Hubert en bewoont het woonhuis dat op dit perceel is gelegen. [appellant] exploiteert op dit perceel een varkenshouderij en een fruitteeltbedrijf. Bij brief van 24 december 2013 heeft [appellant] het college verzocht hem tegemoet te komen in de planschade die hij stelt te lijden als gevolg van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan "Buitengebied Mill en Sint Hubert" op 8 november 2012. Dit plan biedt volgens [appellant] minder bebouwings- en gebruiksmogelijkheden dan het vorige bestemmingsplan "Buitengebied 1998" en het verlies van deze mogelijkheden leidt tot vermindering van de waarde van het perceel en de daarop gelegen onroerende zaken en tot inkomensvermindering.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1417
Datum uitspraak
17 juni 2020
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak201905010/1/A2

201905124/1/R2

Bij besluit van 9 februari 2018 heeft het college [appellant] onder oplegging van een dwangsom gelast om een recreatieverblijf en een vrijstaande berging met aangebouwde overkapping aan de [locatie] te Handel, gemeente Gemert-Bakel (hierna: het perceel), te verwijderen en verwijderd te houden. [appellant] is sinds 2016 eigenaar van het perceel. Het perceel is gelegen op recreatiepark De Rooye Asch. Op het perceel bevinden zich een recreatieverblijf en een vrijstaande berging met aangebouwde overkapping. Het recreatieverblijf is in 1985 gerealiseerd, en is in de loop van 1991 uitgebreid. Voor geen van de op het perceel aanwezige bouwwerken is een bouwvergunning als bedoeld in de destijds geldende Woningwet, dan wel een omgevingsvergunning voor bouwen als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht verleend.Op 20 juni 2013 heeft Wind Mee, eigenaresse van het recreatiepark, een verzoek ingediend bij het college om handhavend op te treden tegen de illegale bouwwerken op het recreatiepark.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1410
Datum uitspraak
17 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak201905124/1/R2

201905169/1/R4

Bij besluit van 9 mei 2019 heeft de raad van de gemeente Vijfheerenlanden het bestemmingsplan "Broekseweg 68" vastgesteld. Het plan voorziet in de omzetting van een woonboerderij aan de Broekseweg 68 te Meerkerk in een woonzorgboerderij met 12 wooneenheden voor maximaal 12 personen. BijBram B.V. wil daar zorg en begeleiding bieden aan volwassenen met psychische of psychosociale problemen. Om dit te kunnen realiseren, is aan het plangebied de bestemming "Maatschappelijk" en de functieaanduiding "zorgboerderij" toegekend. [appellant] en anderen wonen in de omgeving van het plangebied. Zij vrezen met name voor overlast van de voorziene woonzorgboerderij. Zij wijzen hierbij op de negatieve ervaringen die zij hadden met de eerder daar gevestigde zorgboerderij.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1397
Datum uitspraak
17 juni 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak201905169/1/R4

201905265/1/R2

Bij besluit van 5 juni 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Eersel het wijzigingsplan "[locatie 1], Eersel" vastgesteld. [appellant] woont aan de [locatie 2] in Eersel. Op 5 juni 2019 heeft het college een wijzigingsplan vastgesteld waarin aan zijn buurperceel [locatie 1] een grotere woonbestemming en een groenbestemming is toegekend. [appellant] richt zich tegen de uitbreiding van de woonbestemming en vreest als gevolg daarvan voor een aantasting van het woon- en leefklimaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1411
Datum uitspraak
17 juni 2020
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak201905265/1/R2

201905490/1/A3

Bij besluit van 3 augustus 2017 heeft de gebiedscommissie Centrum van de gemeente Rotterdam aan [appellant] vergunning verleend voor het tijdelijk innemen van een standplaats met een mobiele kraam voor de verkoop van geringe eet- en drinkwaren op het Binnenwegplein ter hoogte van [locatie 1] in Rotterdam. Bij besluit van 30 januari 2018, voor zover thans van belang, heeft de gebiedscommissie Centrum aan [appellant] vergunning verleend voor het innemen van een standplaats op het Binnenwegplein ter hoogte van [locatie 3] voor de duur van de werkzaamheden en uiterlijk tot en met 30 juni 2020. Bij besluit van 20 februari 2018 heeft het college de bezwaren van [appellant] tegen het besluit van 3 augustus 2017 gegrond verklaard en bepaald dat [appellant] tijdens de werkzaamheden een standplaats mag innemen op het Binnenwegplein ter hoogte van [locatie 3].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1404
Datum uitspraak
17 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak201905490/1/A3

201905760/1/R4

Bij besluit van 24 april 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort aan [appellant] een omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van een dakopbouw op zijn woning aan [locatie] in Hoogland. De woning is gesitueerd op de hoek van een blok rijwoningen. De aan [appellant] vergunde dakopbouw is de eerste dakopbouw van dit blok. Op het voor- en achterdakvlak van dit blok zijn dakkapellen aanwezig. Het college heeft in lijn met het door de stadsbouwmeester op 24 april 2018 gegeven welstandsadvies drie voorschriften aan de aan [appellant] verleende omgevingsvergunning verbonden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1418
Datum uitspraak
17 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak201905760/1/R4

201905828/1/A3

Bij besluit van 3 april 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam [appellant] medegedeeld dat het hem geen dwangsom wegens het niet tijdig nemen van een besluit is verschuldigd. Bij brief van 13 december 2017 heeft [appellant], die op 12 december 2017 dakloos is geworden, aangifte van adreswijziging gedaan en het college verzocht op grond van de Wet basisregistratie personen ambtshalve een briefadres in de basisregistratie op te nemen. In reactie hierop heeft de procesmanager publiekzaken van de gemeente [appellant] bij brief van 20 december 2017 medegedeeld dat hetgeen hij verzoekt niet mogelijk is en uitgelegd wat hij zou kunnen doen om met een briefadres te worden ingeschreven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1416
Datum uitspraak
17 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak201905828/1/A3

201905854/1/R1

Bij besluit van 11 juni 2019 heeft de raad van de gemeente Langedijk het bestemmingsplan "Kieft te Sint Pancras" vastgesteld. Het plan voorziet in de bouw van drie vrijstaande woningen gelegen tussen de A.V.H. Destreelaan en Kieft in Sint Pancras. In de huidige situatie is het terrein in gebruik als tuin en wordt het omzoomd door een coniferenhaag. [appellant] en anderen wonen ten zuiden van het plangebied aan de Kieft. Zij kunnen zich niet verenigen met het plan, onder meer omdat het plan volgens hen in strijd is met de structuurvisie en omdat het zal leiden tot parkeeroverlast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1395
Datum uitspraak
17 juni 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak201905854/1/R1

201905943/1/R1

Bij besluit van 28 maart 2019 heeft de raad van de gemeente Sluis het bestemmingsplan "[locatie 1], [locatie 2] (N822) Aardenburg" vastgesteld. Het plan voorziet in een juridisch-planologische regeling voor het perceel [locatie 1] en het perceel [locatie 2] in Aardenburg. Op eerstgenoemd perceel wordt een woning gesloopt en op het perceel aan de Bogaardstraat wordt een woning gerealiseerd. Ravotra is gevestigd aan de Groeneweg Oost 2 in Schoondijke. Zij is mede eigenaar van het perceel Bogaardstraat 11 in Aardenburg en exploiteert ter plaatse een varkenshouderij. Het beroep is beperkt tot het plandeel voor het perceel [locatie 2]. Ravotra kan zich daarmee niet verenigen, omdat zij vreest door de op dat perceel mogelijk gemaakte woning beperkt te worden in haar bedrijfsvoering.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1394
Datum uitspraak
17 juni 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zeeland
  • uitspraakin de zaak201905943/1/R1

201906053/1/A2

Bij besluit van 21 juli 2018 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de zorgtoeslag over 2013 voor [appellant] herzien naar nihil. [appellant] heeft over 2013 zorgtoeslag ontvangen. Bij besluit van 6 oktober 2017 is de zorgtoeslag over berekeningsjaar 2013 herzien en vastgesteld op € 1.060,00. Bij het besluit van 21 juli 2018, gehandhaafd bij het besluit van 20 september 2018, heeft de Belastingdienst/Toeslagen de zorgtoeslag over 2013 herzien en vastgesteld op nihil. De Belastingdienst/Toeslagen heeft de te veel ontvangen zorgtoeslag teruggevorderd. De Belastingdienst/Toeslagen heeft aan zijn besluitvorming ten grondslag gelegd dat het (gezamenlijke) vermogen van [appellant] boven de vermogensgrens uitkomt en daarmee te hoog is voor zorgtoeslag. [appellant] vindt dat het vermogen in box 3 van de inkomstenbelasting niet van invloed dient te zijn op de toekenning van zorgtoeslag omdat de vermogens in box 1 en 2 dat ook niet zijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1415
Datum uitspraak
17 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak201906053/1/A2

201906221/1/R4

Bij besluit van 22 februari 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Ermelo aan [appellant] een omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van een bijbehorend bouwwerk, te weten een speelhut op palen. [appellant] woont op het perceel aan de [locatie] te Ermelo. Door de uitspraak van de Afdeling van 29 november 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3267, is in rechte komen vast te staan dat het college handhavend mocht optreden tegen een op dat perceel geplaatste speelhut op palen, omdat de voor het plaatsen daarvan vereiste omgevingsvergunning niet was afgegeven. Om die speelhut te legaliseren heeft [appellant] op 3 december 2017 een omgevingsvergunning aangevraagd. Bij besluit van 22 februari 2018 heeft het college die aanvraag ingewilligd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1422
Datum uitspraak
17 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak201906221/1/R4

201906223/1/R4

Bij besluit van 9 juli 2018 heeft het college aan de gemeente Ermelo een omgevingsvergunning verleend voor het wijzigen van de boombak op het perceel Hazelaarlaan ongenummerd te Ermelo, tegenover Hazelaarlaan 11. De gemeente is eigenaar van het perceel. [appellant] woont op het adres [locatie] te Ermelo. Op het perceel bevindt zich een verhoogde boombak waarin een zogenoemde waardevolle boom staat. Het perceel heeft de bestemming "Verkeer - Verblijfsgebied" en de dubbelbestemmingen "Waarde - Waardevolle boom" en "Waarde - Archeologie H". Om de boombak te kunnen inkorten, heeft de gemeente een omgevingsvergunning aangevraagd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1423
Datum uitspraak
17 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak201906223/1/R4

201906300/1/R1

Bij besluit van 25 september 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Helder aan Sun Invest 1 B.V. omgevingsvergunning verleend voor het oprichten van een zonnepark, vier transformatorhokjes, één inkoopstation en een terreinafscheiding en het verbreden van sloten op het perceel. [appellant] woont in de nabijheid van het perceel en vreest voor negatieve gevolgen voor zijn uitzicht en een toename van de geluidbelasting als gevolg van het voorziene zonnepark. Volgens [appellant] past het zonnepark niet in een agrarische bestemming. [appellant] betoogt dat het zonnepark binnen de veiligheidscontour van vliegveld De Kooi is voorzien en dat daar een bouwverbod geldt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1393
Datum uitspraak
17 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak201906300/1/R1

201906338/1/A3

Bij besluit van 8 maart 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam de inschrijving van [appellant] op de anciënniteitlijst van de markten Zuid-Woensdag, Zuid-Zaterdag en West-Donderdag doorgehaald. [appellant] had vaste standplaatsen op de markten Zuid-Woensdag, Zuid-Zaterdag en West-Donderdag in Rotterdam. Op 18 mei 2018 zijn die plaatsen hem toegewezen voor de branche kruiden, specerijen en maaltijdingrediënten. Op verschillende dagen hebben handhavers van de gemeente geconstateerd dat [appellant] groenten en fruit op zijn standplaatsen aan het verkopen was. Volgens het college mag hij die producten niet verkopen, omdat die niet onder de branche kruiden, specerijen en maaltijdingrediënten vallen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1425
Datum uitspraak
17 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak201906338/1/A3

201906394/1/A3

Bij besluit van 11 september 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht de aan [appellant] verleende ‘parkeervergunning bewoner’ voor [locatie] in Utrecht met ingang van 14 september 2018 ingetrokken. Het college heeft de ‘parkeervergunning bewoner’ aan [appellant] verleend voor een aan hem voor dagelijks gebruik ter beschikking gestelde bedrijfsauto. Het college heeft de vergunning ingetrokken, omdat het kenteken van de auto waarvoor de vergunning is verleend niet meer op naam van een bedrijf geregistreerd staat en [appellant] niet langer voldoet aan de voorwaarden voor een bewonersvergunning, neergelegd in de Verordening op het gebruik van parkeerplaatsen en de verlening van vergunningen voor het parkeren 2014 en de Beleidsregels uitgifte parkeervergunningen en garageplaatsen 2017 gemeente Utrecht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1405
Datum uitspraak
17 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak201906394/1/A3

201906421/1/A3

Bij besluit van 24 oktober 2017 heeft de gebiedscommissie Charlois van de gemeente Rotterdam de aanvraag van [appellante] om een standplaatsvergunning afgewezen. [appellante] heeft een vergunning aangevraagd voor het innemen van een standplaats met een mobiele kraam voor de verkoop van geringe eet- en drinkwaren op het Zuidplein in Rotterdam. De aanvraag is afgewezen omdat het Zuidplein is aangewezen als standplaatsvrijgebied als bedoeld in artikel 5.21a, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening Rotterdam 2012 en [appellante] niet voldoet aan de voorwaarden voor een ontheffing als bedoeld in artikel 5.21a, tweede en derde lid, van de APV.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1403
Datum uitspraak
17 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak201906421/1/A3

201906530/1/A3

Bij besluit van 16 augustus 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellante] heeft op 26 juli 2017 bij het college een urgentieverklaring aangevraagd. Zij verbleef op dat moment in een Amsterdams opvangcentrum voor personen zonder verblijfsvergunning. Daar kon zij niet blijven wonen, omdat ze inmiddels een verblijfsvergunning had. [appellante] heeft op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning een indicatie voor beschermd wonen gekregen. Op 20 augustus 2018, en dus na het besluit op bezwaar, is zij bij een locatie voor begeleid wonen van het Leger des Heils geplaatst. Daar is zij in februari 2019 uit eigen beweging vertrokken, omdat volgens haar de woonomstandigheden niet naar behoren waren. Sinds februari 2020 woont zij noodgedwongen bij een opvanglocatie in Zaanstad. Zij wil echter in Amsterdam wonen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1406
Datum uitspraak
17 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak201906530/1/A3

201906702/1/A2

Bij besluit van 11 mei 2018 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de huurtoeslag over 2016 voor [appellant] definitief berekend en vastgesteld op € 1.096,00. [appellant] heeft over het jaar 2016 tot en met 2018 voorschotten huurtoeslag ontvangen. Daarna heeft de Belastingdienst/Toeslagen de huurtoeslag over 2016 definitief berekend en vastgesteld op € 1.096,00 en de voorschotten over 2017 en 2018 gewijzigd vastgesteld op nihil. De Belastingdienst/Toeslagen heeft daarbij de te veel uitbetaalde voorschotten huurtoeslag teruggevorderd. Vanaf 1 juli 2016 huurde [appellant] een woning van zijn zoon. De Belastingdienst/Toeslagen heeft aan zijn besluitvorming ten grondslag gelegd dat [appellant] onvoldoende heeft aangetoond de verschuldigde huur te hebben betaald. De overgelegde kwitanties zijn onvoldoende als bewijs van betaling. De kwitanties worden niet ondersteund door de overgelegde bankafschriften. De bedragen van de pinopnames op de bankafschriften corresponderen niet met het bedrag van de huur.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1414
Datum uitspraak
17 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak201906702/1/A2

201906825/1/R1

Bij besluit van 31 juli 2019, bekendgemaakt op 1 augustus 2019, heeft het college van burgemeester en wethouders van Zeewolde het "Aanwijzingsbesluit ondergrondse containers voor restafval in de kern van Zeewolde" vastgesteld. Hierbij is onder meer locatie ZW52, aan het einde van Molenrak, aangewezen voor het plaatsen van een ondergrondse restafvalcontainer. [appellant] woont aan [locatie], vlakbij locatie ZW52. Hij kan zich niet verenigen met de aanwijzing van die locatie. Volgens hem is locatie ZW52 niet geschikt als locatie voor een orac en zijn er alternatieve locaties die wel geschikt zijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1396
Datum uitspraak
17 juni 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak201906825/1/R1

201907434/1/A3

Bij besluit van 25 mei 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Arnhem afwijzend besloten op een verzoek van [appellant] om hem informatie te verstrekken. Op 23 januari 2018 was [appellant] betrokken bij een verkeersongeval in Arnhem. Bij brief van 9 april 2018 heeft [appellant] het college met een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur verzocht een afschrift te verstrekken van de uitkomst van het onderzoek naar de toedracht van dit ongeval. Bij het besluit van 25 mei 2018 heeft het college dit verzoek afgewezen, omdat het door [appellant] bedoelde onderzoek op 9 april 2018 nog niet bestond. Dit besluit heeft het college in bezwaar gehandhaafd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1427
Datum uitspraak
17 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak201907434/1/A3

201908167/1/R4

Bij besluit van 1 juli 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders van Gooise Meren aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor verschillende activiteiten op het perceel [locatie 1] te Bussum. Het gaat om een omgevingsvergunning voor onder meer het slopen van een bungalow, het bouwen van een woning met zwembad en bijgebouw, het vellen van een houtopstand en het realiseren van een uitrit op het perceel. De termijn voor het indienen van bezwaar tegen dat besluit is op 12 augustus 2016 geëindigd. Het college heeft geen mededeling van dit besluit gedaan in een dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad of op een andere voor derden kenbare wijze. [appellant sub 1] woont aan de [locatie 2] te Bussum. Het door hem tegen het besluit van 1 juli 2016 gemaakte bezwaar is op 27 augustus 2018 door het college ontvangen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1390
Datum uitspraak
17 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak201908167/1/R4

201908208/1/R4

Bij besluit van 5 februari 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nederweert [appellant] onder aanzegging van bestuursdwang gelast asbest, dat blijkens het asbestinventarisatierapport van 20 december 2018, kenmerk 20181574, op het perceel [locatie] te Ospel aanwezig is, uiterlijk voor 1 maart 2019 overeenkomstig het rapport te laten verwijderen. Daarbij heeft het college bepaald dat de kosten van de toepassing van bestuursdwang voor rekening van [appellant] komen. Een toezichthouder van de gemeente heeft op 7 november 2018 een controle op het perceel uitgevoerd. Daarbij heeft die toezichthouder geconstateerd dat in de buitenlucht op het perceel een grote hoeveelheid gebroken asbestplaten in zakken en op pallets was opgeslagen. Blijkens het controlerapport heeft [appellant] verklaard dat het asbesthoudende materiaal afkomstig is uit een container die op het perceel is neergezet en dat hij het materiaal zelf uit de container heeft gehaald. [appellant] woont op het perceel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1392
Datum uitspraak
17 juni 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak201908208/1/R4

201908398/1/R4

Bij besluit van 20 februari 2019 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant een aanvraag van Cleanergy om haar een omgevingsvergunning te verlenen, afgewezen. Cleanergy is een mestverwerkingsbedrijf met een co-vergistingsinstallatie op het perceel Straatscheveld 2 te Wanroij. Op 13 mei 2016 heeft het college een aanvraag van Cleanergy ontvangen die, na wijziging en gedeeltelijke intrekking daarvan, strekt tot verlening van een omgevingsvergunning voor de duur van vijf jaren voor activiteiten als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Cleanergy wil met deze aanvraag een omgevingsvergunning krijgen voor verhoging van de mestverwerkingscapaciteit van 36.000 ton naar 75.000 ton per jaar, het hygiëniseren van 25.000 ton mest per jaar voor de export en het gelijktijdig in gebruik nemen van de twee eerder aan haar vergunde warmtekrachtkoppelinginstallaties.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1391
Datum uitspraak
17 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Milieu - Overige
  • uitspraakin de zaak201908398/1/R4

201908736/1/A3

Bij besluit van 5 maart 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen een aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring afgewezen.[appellante] heeft een lichte verstandelijke beperking en gedragsproblemen. Bij besluit van 12 oktober 2017 heeft het Centrum Indicatiestelling Zorg op grond van de Wet langdurige zorg voor haar een indicatie voor 24-uurszorg afgegeven. Deze CIZ-indicatie is voor onbepaalde tijd geldig. Volgens het CIZ is het als gevolg van de gedragsproblemen van [appellante] noodzakelijk dat zij 24 uur per dag een verzorger in de nabijheid heeft. De aanvraag om een urgentieverklaring heeft [appellante] ingediend omdat het huurcontract van haar woning is opgezegd terwijl zij op dat moment zwanger was. Daardoor is een woonnoodsituatie ontstaan. Deze situatie kan volgens [appellante] niet worden opgelost met de CIZ-indicatie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1428
Datum uitspraak
17 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak201908736/1/A3

201909275/1/R3

Bij besluit van 31 oktober 2019 heeft de raad van de gemeente Lansingerland het bestemmingsplan "Woningbouw Hoeksekade Noord, deellocatie B" vastgesteld. Het plangebied is door de raad aangewezen als ontwikkellocatie voor woningbouw. Het plan maakt de realisatie van dertien grondgebonden woningen mogelijk; vier rijwoningen aan de Hoeksekade en zes halfvrijstaande woningen en drie vrijstaande woningen aan een nieuwe ontsluiting. De gronden binnen het plangebied hadden de bestemming "Agrarisch" [appellante] is eigenaar van het perceel dat is gelegen ten noordoosten van het plangebied en hier direct aan grenst. Op dit perceel staan kassen van [appellante]. Zij kan zich niet verenigen met het plan omdat zij vreest dat de komst van woningen haar normale bedrijfsvoering zal belemmeren vanwege de geringe afstand tussen de voorziene woningen en het bedrijf.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1408
Datum uitspraak
17 juni 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak201909275/1/R3

202000053/1/R1

Bij besluit van 3 oktober 2019 heeft de raad van de gemeente Waterland het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte "Omgevingsplan Monnickendam - Galgeriet 2019" vastgesteld. Het plan maakt mogelijk dat het grotendeels leegstaande bedrijventerrein het Galgeriet en de jachthaven worden ontwikkeld tot een gemengd woongebied van maximaal 700 woningen. Daarnaast maakt het plan (maatschappelijke) voorzieningen mogelijk, zoals een supermarkt, bibliotheek en kinderdagverblijf. De bestaande horeca blijft in het gebied. Het plan maakt daarnaast de komst van een nieuw hotel en restaurant mogelijk. De ligplaatsen van de jachthaven worden deels verplaatst. Ook maakt het plan mogelijk om bepaalde andere bedrijfsactiviteiten uit te voeren. Projectontwikkeling Galgeriet is de ontwikkelaar van het plan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1402
Datum uitspraak
17 juni 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202000053/1/R1

202001075/2/R4

[appellant sub 1], [appellant sub 2] en Stichting GAS DrOvF hebben beroep ingesteld tegen het instemmingsbesluit met het winningsplan De Blesse-Blesdijke van de minister van Economische Zaken en Klimaat van 8 januari 2020.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1381
Datum uitspraak
17 juni 2020
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202001075/2/R4

202001629/2/A3

Bij besluit van 12 november 2018 heeft de Autoriteit Persoonsgegevens een verzoek van [verzoeker] om handhaving afgewezen. [verzoeker] vindt dat het mogelijk moet zijn om een vervoersbewijs voor een internationale treinreis te kopen zonder dat persoonsgegevens moeten worden verstrekt. Hij stelt in zijn verzoek om handhaving dat dit in de praktijk heel moeilijk is, omdat bij het kopen van een vervoersbewijs standaard om persoonsgegevens - waaronder in elk geval de naam - wordt gevraagd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1379
Datum uitspraak
12 juni 2020
  • Voorlopige voorziening
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202001629/2/A3

202001882/2/R3

Bij besluit van 16 januari 2020 heeft de raad van de gemeente Borger-Odoorn het bestemmingsplan "Het Land van Bartje" vastgesteld. Het vakantiepark "Het Land van Bartje" ligt in het dorp Ees in de gemeente Borger-Odoorn. Het huidige park heeft een oppervlakte van ongeveer 40 ha. Het bestemmingsplan voorziet in een nieuwe planologische regeling voor het bestaande vakantiepark en maakt daarnaast een uitbreiding van het vakantiepark mogelijk aan de noord- en zuidzijde van het park. [verzoeker] en anderen kunnen zich niet verenigen met de uitbreidingsmogelijkheden aan de noord- en zuidzijde van het vakantiepark. Ook kunnen zij zich niet verenigen met de verruimde bouw- en gebruiksmogelijkheden die het plan volgens hen biedt ter plaatse van het bestaande vakantiepark.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1380
Datum uitspraak
12 juni 2020
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Drenthe
  • uitspraakin de zaak202001882/2/R3

202001217/2/A3

Bij afzonderlijke besluiten van 29 mei 2018 heeft de burgemeester van Rotterdam aan Sportcafé Royal Alina een exploitatievergunning, een Drank- en Horecawetvergunning en een aanwezigheidsvergunning voor twee kansspelautomaten verleend. Sportcafé Royal Alina exploiteert een horecagelegenheid waarbij de mogelijkheid tot het roken van een waterpijp wordt aangeboden op de Nieuwe Binnenweg 154a (beletage) in Rotterdam. Vanaf 2015 exploiteerde Sportcafé Royal Alina in het souterrain op dat adres een horecagelegenheid. In verband met noodzakelijk groot onderhoud aan die etage, is besloten dat een nieuwe vergunning zou worden aangevraagd voor de beletage. Op die manier zou de horecagelegenheid maar een korte periode hoeven te sluiten. De vergunningen voor de Nieuwe Binnenweg 154a (beletage) zijn waar deze zaak over gaat. [wederpartij] woont in de directe omgeving van de horecagelegenheid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1353
Datum uitspraak
11 juni 2020
  • Voorlopige voorziening
  • Drank en horeca
  • uitspraakin de zaak202001217/2/A3

201709037/4/R3

Bij besluit van 17 oktober 2019 heeft de raad van de gemeente Leiden het bestemmingsplan "Binnenstad" opnieuw, gewijzigd, vastgesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1356
Datum uitspraak
10 juni 2020
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak201709037/4/R3

201805567/1/V1

Bij besluit van 13 december 2016 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1690
Datum uitspraak
10 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak201805567/1/V1

201903752/1/V1

Bij besluiten van 27 november 2017 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen om de vreemdelingen een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1360
Datum uitspraak
10 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak201903752/1/V1
vorige pagina1...258259260...1.239volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon