Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 123.835
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

201906477/1/A3

Bij besluit van 18 december 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan [appellante] een bestuurlijke boete opgelegd van € 20.500,00. Naar aanleiding van verschillende ‘meldingen woonfraude’ heeft het college een onderzoek ingesteld naar het feitelijk gebruik van de woning op het adres [locatie]. Uit administratief onderzoek bleek dat [appellante] sinds 28 oktober 2014 eigenaar van de woning was. Twee personen stonden in de basisregistratie personen als bewoner van de woning geregistreerd. De woning heeft de bestemming ‘wonen’. Toezichthouders van de Afdeling Wonen van de gemeente hebben op 31 oktober 2017 een bezoek gebracht aan de woning. Tijdens het bezoek hebben zij drie vrouwen met de Roemeense nationaliteit aangetroffen. De vrouwen hebben alle drie verklaard een huurcontract te hebben met [bedrijf], € 350,00 huur per maand te betalen, werkzaam te zijn voor ‘Werk en ik’ en de woning te moeten verlaten wanneer zij stoppen met dit werk.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1598
Datum uitspraak
8 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak201906477/1/A3

201906502/1/R1

Bij besluit van 20 april 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, naar aanleiding van een melding en een verzoek van Havenbedrijf Amsterdam N.V., een beschikking genomen als bedoeld in de artikelen 29 en 37 van de Wet bodembescherming (hierna: de Wbb) - een zogenoemde beschikking ernst en spoed - voor de locatie Ruijgoord 80 in Amsterdam (hierna: de locatie). Verder heeft het college krachtens artikel 39 van de Wbb ingestemd met het door het Havenbedrijf Amsterdam N.V. ingediende saneringsplan. Dit saneringsplan is opgesteld vanwege een ernstige verontreiniging van de bodem van meer dan 25 m³ met zware metalen zoals chroom, koper, lood en zink.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1587
Datum uitspraak
8 juli 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Bodembescherming
  • uitspraakin de zaak201906502/1/R1

201906640/1/R1

Bij besluit van 27 juni 2019 heeft de raad van de gemeente Hulst het bestemmingsplan "Ruimte voor Ruimte, [locatie 1] Hulst en [locatie 2] Graauw" vastgesteld. Het plan betreft onder meer een gedeeltelijke herziening van het bestemmingsplan "Heikant". Het wijzigt de agrarische bestemming van een perceel aan de Magdalenastraat te Heikant in de bestemming "Wonen" en maakt de bouw van een woning op dat perceel mogelijk. De bouw van de woning dient ter compensatie van de sloop van agrarische bedrijfsbebouwing van de initiatiefnemer [belanghebbende]. Het perceel ligt aan de rand van de kern Heikant. [appellant] woont op het aangrenzende perceel, aan de [locatie 3], en vreest dat het plan zijn woon- en leefklimaat zal aantasten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1576
Datum uitspraak
8 juli 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zeeland
  • uitspraakin de zaak201906640/1/R1

201907093/1/A3

Bij besluit van 15 augustus 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de aanvraag van [appellant] voor een urgentieverklaring afgewezen. [appellant] heeft een urgentieverklaring aangevraagd omdat hij met zijn vrouw en meerderjarige zoon inwoont bij zijn dochter, haar man en hun minderjarige dochter. Deze woning is niet groot en omdat er zes mensen wonen worden alle drie de kamers, waaronder de woonkamer, ook gebruikt om in te slapen. Hierdoor is er weinig privacy wat heeft geleid tot diverse problemen. Zo zijn huwelijksproblemen ontstaan tussen de dochter en schoonzoon van [appellant]. De inwoning staat in de weg aan verdere gezinsuitbreiding en heeft een negatieve invloed op het gedrag van de kleindochter van [appellant]. Door dit alles zijn de onderlinge verhoudingen gespannen. Daarnaast hebben [appellant] en zijn vrouw medische problemen en willen zij een lager gelegen woning. [appellant] wil in Amsterdam blijven wonen omdat hij daar al negentien jaar woont.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1584
Datum uitspraak
8 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak201907093/1/A3

201907118/1/A3

Bij besluit van 16 augustus 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg de aanvraag om een voorrangsverklaring afgewezen. [appellant] heeft bij het college een voorrangsverklaring aangevraagd omdat hij ten tijde van de aanvraag dringend op zoek was naar een voor hem geschikte woning, zodat hij in aanmerking zou kunnen komen voor een niertransplantatie. Het college heeft zijn aanvraag afgewezen en het daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank heeft het beroep van [appellant] niet-ontvankelijk verklaard vanwege het ontbreken van belang bij de behandeling van het beroep. [appellant] had ten tijde van het beroep een nieuwe woning waardoor hij volgens de rechtbank geen belang meer had bij een voorrangsverklaring. Daarnaast ontbreekt volgens de rechtbank belang bij het beroep omdat [appellant] de gestelde schade niet heeft onderbouwd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1582
Datum uitspraak
8 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak201907118/1/A3

201907172/1/A3

Bij brief van 8 april 2019 heeft de deken van de orde van advocaten in het arrondissement Amsterdam aan [appellant] medegedeeld dat de door hem gevraagde interventies niet tot zijn mogelijkheden behoren en dat hij geen reden ziet om verdere stappen te nemen. [appellant] stelt dat hij sinds 2013 in juridische procedures is verwikkeld, waarmee hij probeert een schade van miljoenen euro's te verhalen op zijn voormalige accountant en diens verzekeraar. De accountant en de verzekeraar werden bijgestaan door [advocatenkantoor]. Op 16 april 2015 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam een voorschot aan schadevergoeding ten bedrage van € 304.956,00 toegewezen. De helft daarvan is via de derdengeldenrekening van [advocatenkantoor] aan [appellant] betaald, de andere helft staat nog op die derdengeldenrekening. In 2014 heeft de Belastingdienst het faillissement aangevraagd van [appellant]' onderneming [bedrijf]. Volgens [appellant] werd de Belastingdienst daarbij ook door [advocatenkantoor] bijgestaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1603
Datum uitspraak
8 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak201907172/1/A3

201907207/1/A2

Bij besluiten van 31 december 2018 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de definitieve vaststelling van de kinderopvangtoeslag van [appellant] over de jaren 2013 en 2014 herzien en vastgesteld op € 1.113,00 en € 822,00 en het definitief berekende kindgebonden budget over de jaren 2013 tot en met 2015 herzien en vastgesteld op nihil. [appellant] heeft kinderopvangtoeslag over de jaren 2013 en 2014 en kindgebonden budget over de jaren 2013 tot en met 2015 ontvangen. Bij de besluiten van 31 december 2018 zijn de definitieve vaststellingen herzien wegens de gewijzigde inkomensgegevens van [appellant]. De herzieningen zijn gehandhaafd bij het besluit op bezwaar van 23 februari 2019. Het beroep van [appellant] daartegen is ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1573
Datum uitspraak
8 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak201907207/1/A2

201907616/1/A3

Bij besluit van 8 mei 2018 heeft de korpschef van politie de aanvraag van [appellant] voor een jachtakte afgewezen. [appellant] woont op het adres [locatie 1]. Zijn woning maakt deel uit van een woonwagencentrum. In processen-verbaal van de Criminele Inlichtingen Eenheid van de politie Oost-Brabant van 24 september 2013 staat dat ene [persoon A] woont in het woonwagencentrum, namelijk op het adres [locatie 2], dat hij astronomische winsten heeft gemaakt met de handel in drugs, dat het woonwagencentrum hierdoor machtig is geworden, dat de [familie] en [appellant] zich ook als zodanig manifesteren en dat alle inwoners van het woonwagencentrum illegale inkomsten hebben. Mede naar aanleiding van deze informatie heeft de politie met een arrestatieteam op 31 oktober 2013 een inval gedaan in het woonwagencentrum.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1599
Datum uitspraak
8 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak201907616/1/A3

201907655/1/A3

Bij besluit van 25 juni 2018 heeft de burgemeester van Arnhem geweigerd de exploitatievergunning voor Lunchroom Lekker Broodje te verlengen. Op 24 april 2018 hebben controleurs van de gemeente Arnhem, de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit en energiebeheerder Liander naar aanleiding van een anonieme tip een integrale controle uitgevoerd in het pand waarin de lunchroom was gevestigd. Daarbij heeft een toezichthouder van de gemeente Arnhem gesproken met de [eigenaar] van dit pand. Zij verklaarde onder meer dat zij ten behoeve van de aanvraag voor de exploitatievergunning een leningsovereenkomst tussen haar en [appellant] heeft ondertekend. In de leningsovereenkomst staat dat [eigenaar] een bedrag van € 9.000,- aan [appellant] zal lenen. Volgens [eigenaar] heeft zij dit geldbedrag echter niet daadwerkelijk aan hem geleend. Zij heeft dit geldbedrag namelijk eerst contant van [appellant] gekregen. Dit bedrag heeft zij op haar eigen rekening gestort en vervolgens overgemaakt op de rekening van [appellant].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1596
Datum uitspraak
8 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak201907655/1/A3

201907708/1/A2

Bij besluit van 10 juli 2019 heeft het CBR [appellante] verplicht mee te werken aan een onderzoek naar haar geschiktheid, vereist voor het besturen van motorrijtuigen, en de geldigheid van haar rijbewijs geschorst. Op 27 april 2019 heeft de Politie Eenheid Den Haag [appellante] aangehouden als bestuurder van een snorfiets in het kader van een grootschalige alcoholcontrole. Zij is gevorderd om mee te werken aan een voorlopig ademonderzoek. Daarbij werd bij [appellante] een alcoholgehalte van 915 µg/l (dat is 2,105‰) geconstateerd. De politie heeft het CBR de in artikel 130, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 bedoelde mededeling gedaan van het vermoeden dat [appellante] niet langer beschikt over de rijvaardigheid of de lichamelijke of geestelijke geschiktheid vereist voor het besturen van de categorieën van motorrijtuigen waarvoor haar rijbewijs is afgegeven. Daarom heeft het CBR [appellante] verplicht mee te werken aan een onderzoek naar de geschiktheid en de geldigheid van haar rijbewijs geschorst.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1574
Datum uitspraak
8 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak201907708/1/A2

201907715/1/R4

Bij besluit van 29 mei 2018 heeft het collegevan burgemeester en wethouders van Utrecht geweigerd om aan [appellant] een omgevingsvergunning te verlenen voor het maken en hebben van een uitweg vanaf het perceel aan de [locatie 1] te Utrecht. [appellant] heeft op 2 maart 2018 aan het college gevraagd om een omgevingsvergunning te verlenen voor het maken en hebben van een uitweg vanuit de gevel van het pand aan de [locatie 1]. De Wagendwarsstraat is een straat met eenrichtingsverkeer. Ter hoogte van het pand aan de [locatie 1] bevindt zich een boom en staan bankjes. Het college heeft met het besluit van 29 mei 2018 de gevraagde vergunning geweigerd. Daaraan heeft het college ten grondslag gelegd dat de uitweg ten koste gaat van de verkeersveiligheid, de inrichting van de openbare ruimte, een aanwezige boom en het woongebruik van het pand [locatie 1].

Datum uitspraak
8 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak201907715/1/R4

201908043/1/A3

Bij besluit van 18 juni 2018 heeft de minister van Algemene Zaken een verzoek van [verzoeker] op grond van de Wet openbaarheid van bestuur afgewezen. [verzoeker] is als redacteur werkzaam voor NRC Handelsblad. Nadat Unilever op 15 maart 2018 bekendmaakte dat haar hoofdkantoor van haar geherstructureerde onderneming in Rotterdam zou gaan zetelen, heeft [verzoeker] bij brief van 19 maart 2018 de minister op grond van de Wob verzocht om kopieën van alle documenten over de betrokkenheid van het ministerie bij de poging het hoofdkantoor van Unilever naar Nederland te halen. De minister heeft vastgesteld dat het Wob-verzoek drie documenten omvat. De openbaarmaking daarvan heeft hij afgewezen op grond van artikel 10, tweede lid, aanhef en onder g, alsmede artikel 11 van de Wob. De integrale weigering van de openbaarmaking van de stukken heeft de minister in het besluit op bezwaar van 22 oktober 2018 gehandhaafd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1595
Datum uitspraak
8 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak201908043/1/A3

201908096/1/R4

Op 28 februari 2019 heeft Vermilion een aanvraag om een omgevingsvergunning ingediend voor de activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, om seismisch onderzoek te mogen uitvoeren in de onderzoeksgebieden Hemelum en Lemsterland voor zover gelegen binnen de gemeente De Fryske Marren. Daarbij is aangegeven dat de werkzaamheden vanaf 1 oktober 2019 zullen starten en 3 maanden zullen duren om het te onderzoeken gebied te doorlopen en dat de werkzaamheden bij belemmeringen van organisatorische aard door zullen schuiven naar dezelfde periode in 2020 of 2021. Bij brief van 1 mei 2019 heeft het college Vermilion erop gewezen dat de aanvraag niet volledig is en haar in de gelegenheid gesteld om de aanvraag binnen zes weken aan te vullen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1590
Datum uitspraak
8 juli 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Milieu - Overige
  • uitspraakin de zaak201908096/1/R4

201908244/1/A3

Bij besluit van 25 oktober 2017 heeft de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de verklaring van geen bezwaar die hij op 25 maart 2016 aan [appellant] heeft afgegeven krachtens de Wet veiligheidsonderzoeken, ingetrokken. [appellant] had een vertrouwensfunctie bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit. Voor die functie heeft de minister op 25 maart 2016 een vgb afgegeven. Deze vgb heeft de minister in het besluit van 25 oktober 2017 ingetrokken, naar aanleiding van de resultaten van een individueel onderzoek van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst. Per 1 maart 2018 hebben [appellant] en de NVWA met wederzijds goedvinden een einde gemaakt aan het dienstverband van [appellant]. Dit heeft voor de minister reden gevormd om het bezwaar dat [appellant] heeft ingesteld tegen het besluit van 25 oktober 2017, niet-ontvankelijk te verklaren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1602
Datum uitspraak
8 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak201908244/1/A3

201908287/1/A3

Bij besluit van 30 oktober 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de aanvraag om afgifte van een urgentieverklaring afgewezen. [appellant] heeft bij het college een urgentieverklaring aangevraagd voor een eigen woning. Na een echtscheiding waarbij de woning is toegewezen aan zijn vrouw huurt hij nu een kleine kamer bij een gezin met kinderen. Dit levert veel stress op door gebrek aan privacy en klachten van de verhuurster. Ook is onzeker hoe lang hij daar kan blijven wonen. [appellant] heeft cardiologische en psychische problemen en hij wil een stabiele woonsituatie zodat deze problemen effectief kunnen worden behandeld. Hij kan dan ook zijn zoon ontvangen en werk gaan zoeken. Het college heeft de aanvraag voorgelegd aan de GGD. De GGD heeft geadviseerd dat de medische situatie van [appellant] niet zodanig is dat hierop urgentie kan worden geïndiceerd. Het college heeft de aanvraag afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1581
Datum uitspraak
8 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak201908287/1/A3

201908344/1/R1

Bij besluit van 8 oktober 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Alkmaar het "Aanwijzingsbesluit OC201920-ZU130R" vastgesteld. Hierbij is locatie ZU130R, aan de Westerweg ter hoogte van nummers 378 en 380, aangewezen voor het plaatsen van een ondergrondse restafvalcontainer. Bij het bestreden besluit heeft het college locatie ZU130R, aan de Westerweg ter hoogte van de nummers 378 en 380, aangewezen als locatie voor het plaatsen van een orac. [appellant] woont aan [locatie], vlakbij locatie ZU130R. Hij kan zich niet verenigen met de aanwijzing van de locatie. Volgens hem is de aangewezen locatie niet geschikt als locatie voor een orac en is er een alternatieve locatie die wel geschikt is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1571
Datum uitspraak
8 juli 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak201908344/1/R1

201909198/1/V6

Bij besluit van 2 oktober 2018 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid [appellante] een boete opgelegd van € 1.250,00 wegens het niet tijdig voldoen aan de inburgeringsplicht als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Wet inburgering. Bij brief van 29 november 2013 heeft de minister [appellante] meegedeeld dat zij inburgeringsplichtig is, dat haar inburgeringstermijn op 27 augustus 2013 is gestart en dat zij voor 26 augustus 2016 aan deze plicht moet hebben voldaan. Bij brief van 19 juni 2015 heeft de minister de inburgeringstermijn verlengd en [appellante] meegedeeld dat zij voor 18 november 2016 moet voldoen aan de inburgeringsplicht. Bij brief van 17 januari 2017 heeft de minister het verzoek van [appellante] van 10 november 2016 tot verlenging van de inburgeringstermijn wegens haar zwangerschap ingewilligd en de inburgeringstermijn verlengd tot 8 mei 2017. Omdat [appellante] niet voor die datum aan de inburgeringsplicht heeft voldaan, heeft de minister haar bij besluit van 2 oktober 2018.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1606
Datum uitspraak
8 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak201909198/1/V6

202000169/1/R2

Bij besluit van 2 oktober 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rucphen het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen het gebruik van de (Verlengde) Vosdonkseweg in strijd met de geluidsvoorschriften van het ter plaatse geldende bestemmingsplan afgewezen. [appellant] woont op het perceel aan de [locatie] in Sprundel. Op 11 december 2013 is het bestemmingsplan "Kom St. Willebrord, Verlengde Vosdonkseweg" vastgesteld. Dat bestemmingsplan voorziet in het realiseren van een verbindingsweg tussen de Noorderstraat en de Kozijnenhoek, genaamd de Verlengde Vosdonkseweg. Deze weg, die in juli 2018 in gebruik is genomen, loopt direct langs het perceel. Volgens [appellant] wordt de Verlengde Vosdonkseweg in strijd met artikel 4.3, aanhef en onder g, van de planregels gebruikt, omdat geen geluidswerende voorziening is gerealiseerd die de geluidsbelasting van de weg op de gevel van zijn woning beperkt tot 48 dB.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1570
Datum uitspraak
8 juli 2020
  • Hoger beroep
  • RO - Geluid
  • uitspraakin de zaak202000169/1/R2

202000935/1/V1

De vreemdeling heeft tegen het uitblijven van een besluit op zijn aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel te verlenen beroep ingesteld bij de rechtbank. Bij een gegrond beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit bepaalt de bestuursrechter een nadere termijn waarin de staatssecretaris alsnog een besluit bekendmaakt en daaraan verbindt hij een dwangsom. Deze uitspraak gaat over de lengte van de nadere termijn en de hoogte van de dwangsom.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1560
Datum uitspraak
8 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202000935/1/V1

202002832/1/R1

Bij besluit van 16 maart 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van West Betuwe [verzoeker] lasten onder dwangsom opgelegd wegens diverse overtredingen in verband met geconstateerde (zuivere) afvalstoffen in de mestkelder op het perceel aan de [locatie] te Haaften en de aanwezigheid van amfetaminen, althans drugsafval, in de grond en het grondwater op het perceel. Op 18 juni 2019 is er een drugslaboratorium aangetroffen op het perceel. Naar aanleiding van de constatering van de aanwezigheid van het drugslaboratorium heeft ATKB B.V. (hierna: "ATKB") in opdracht van [verzoeker] een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op het perceel naar de kwaliteit van de bodem/het grondwater en van de mest in de mestkelder.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1561
Datum uitspraak
7 juli 2020
  • Voorlopige voorziening
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202002832/1/R1

202003118/2/V2

Bij besluiten van 20 oktober 2015 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen, en geweigerd om hun ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1568
Datum uitspraak
7 juli 2020
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202003118/2/V2

202003344/2/R3

Bij besluit van 8 april 2020 heeft de raad van de gemeente Hardenberg het bestemmingsplan "Sibculo, woningbouw Kloosterterrein" vastgesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1562
Datum uitspraak
7 juli 2020
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202003344/2/R3

202000148/2/R1

Bij besluit van 7 november 2019 heeft de raad van de gemeente Amsterdam het bestemmingsplan "Oud West 2018" vastgesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1609
Datum uitspraak
6 juli 2020
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202000148/2/R1

202002045/2/V2

Bij besluit van 17 februari 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1564
Datum uitspraak
6 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202002045/2/V2

202002624/2/A3

Bij besluit van 10 april 2018 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland ten behoeve van de ontwikkeling van het project ‘Natuurontwikkeling Bloemendalerpolder’ aan de Papelaan en de Weesperweg te Weesp aan GEM Bloemendalerpolder Beheer C.V. ontheffing verleend van een aantal verbodsbepalingen op grond van de Wet natuurbescherming. GEM realiseert in de Bloemendalerpolder een woonwijk met 2.750 woningen met de daarbij behorende voorzieningen. Het project is onderverdeeld in een aantal gebiedsdelen en fasen. In verband met de realisatie van de woonwijk heeft het college verschillende ontheffingen aan GEM verleend van een aantal verbodsbepalingen op grond van de Wnb. Bij besluit van 1 november 2017 heeft het college een ontheffing op grond van de Wnb verleend voor werkzaamheden in het kader van de realisatie van het (deel)project Bloemendalerpolder fase 2. Deze werkzaamheden bestaan onder meer uit het bouwrijp bouwrijp maken van het projectgebied, grondverzet en nieuwbouwwerkzaamheden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1558
Datum uitspraak
6 juli 2020
  • Voorlopige voorziening
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202002624/2/A3

202003112/2/V2

Bij besluiten van 10 maart 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1559
Datum uitspraak
6 juli 2020
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202003112/2/V2

202003277/2/R1

Bij uitspraak van 10 juni 2020 in zaak nr. 202003277/1/R1 heeft de voorzieningenrechter bij wijze van ordemaatregel de voorlopige voorziening getroffen dat het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Berkelland van 17 april 2020, waarbij een last onder dwangsom aan [verzoeker] is opgelegd, wordt geschorst. Bij besluit van 17 april 2020 heeft het college [verzoeker] onder oplegging van een dwangsom gelast om vóór 12 juni 2020 de overtreding van artikel 17.1 van de Wet milieubeheer en artikel 13 van de Wet bodembescherming te beëindigen en beëindigd te houden. De aan de last ten grondslag gelegde overtreding van artikel 17.1 van de Wm en artikel 13 Wbb houdt verband met een verontreiniging van de bodem op de voormalige bedrijfslocatie van [verzoeker] aan de [locatie] in Neede met lithium als gevolg van een brand die heeft plaatsgevonden in de nacht van 12 op 13 september 2019. De last houdt in dat [verzoeker] de overtreding dient te beëindigen en beëindigd te houden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1553
Datum uitspraak
6 juli 2020
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202003277/2/R1

202003349/2/V2

Bij besluit van 16 februari 2018 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om haar een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1557
Datum uitspraak
3 juli 2020
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202003349/2/V2

202003021/2/V3

Bij besluit van 17 maart 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1555
Datum uitspraak
2 juli 2020
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202003021/2/V3

202003025/2/V2

Bij besluit van 17 juni 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1556
Datum uitspraak
2 juli 2020
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202003025/2/V2

202003034/2/R4

Bij besluit van 30 mei 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Lingewaard geweigerd aan [verzoeker] omgevingsvergunning te verlenen voor het afwijken van het bestemmingsplan voor een periode van vijf jaar, ten behoeve van de stalling van caravans in een deel van de kassen op het perceel [locatie] te Huissen. [verzoeker] is eigenaar van het perceel [locatie] te Huissen. Hij exploiteert een glastuinbedrijf ter plaatse. Het college stelt dat dit gebruik in strijd is met het bestemmingsplan en heeft hem bij besluit van 3 oktober 2018 aangeschreven om de stalling van kampeermiddelen in de kassen voor 1 april 2019 te beëindigen en beëindigd te houden door alle kampeermiddelen (caravans, campers, vouwwagens, aanhangers, trailers etc.) uit de kassen te verwijderen en verwijderd te houden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1514
Datum uitspraak
2 juli 2020
  • Voorlopige voorziening
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202003034/2/R4

202003037/2/R4

Bij afzonderlijke besluiten van 21 december 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Lingewaard aan [verzoeker A] en [verzoeker B] een last onder dwangsom opgelegd. [verzoeker A] is eigenaar van het perceel [locatie 1] te Huissen. [verzoeker B] is eigenaar van het perceel [locatie 2] te Huissen. Zij exploiteren beiden een glastuinbedrijf op hun perceel. Het college stelt dat dit gebruik in strijd is met het bestemmingsplan en heeft hen in de besluiten van 21 december 2017 aangeschreven om dit gebruik voor 6 mei 2018 te beëindigen en beëindigd te houden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1513
Datum uitspraak
2 juli 2020
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202003037/2/R4

202003225/1/A2

Bij besluit van 14 april 2020 heeft de minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media de bekostiging voor de bijzondere basisschool "De Tulp" met ingang van 1 augustus 2020 beëindigd. De stichting is het bevoegd gezag van de bijzondere basisschool in Hengelo. De bekostiging van deze school is met ingang van 1 augustus 2015 gestart. Nieuw gestichte basisscholen moeten in het vijfde jaar na aanvang van de bekostiging een aantal leerlingen hebben dat minimaal gelijk is aan de stichtingsnorm die gold op het moment van de aanvang van de bekostiging. Bij besluit van 14 april 2020 heeft de minister de bekostiging van "De Tulp" met ingang van 1 augustus 2020 beëindigd, omdat in het vijfde jaar na aanvang van de bekostiging niet is voldaan aan de stichtingsnorm. De stichting is het hier niet mee eens en heeft tegen het besluit van 14 april 2020 bezwaar gemaakt. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht om bij wijze van voorlopige voorziening dat besluit te schorsen, totdat op het bezwaar is beslist.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1548
Datum uitspraak
2 juli 2020
  • Voorlopige voorziening
  • Onderwijs
  • uitspraakin de zaak202003225/1/A2

202003601/2/V3

Bij besluit van 26 maart 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1554
Datum uitspraak
2 juli 2020
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202003601/2/V3

201806205/1/V3

Bij besluit van 5 november 2015 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd ingetrokken en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1547
Datum uitspraak
1 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak201806205/1/V3

201906015/1/V1

Bij besluit van 9 augustus 2017 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdelingen om hun een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1501
Datum uitspraak
1 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak201906015/1/V1

201909170/1/V3

Bij besluit van 24 oktober 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om krachtens artikel 64 van de Vw 2000 te bepalen dat zijn uitzetting achterwege blijft, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1500
Datum uitspraak
1 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak201909170/1/V3

201909271/1/V3

Bij besluit van 21 november 2019 is aan de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1504
Datum uitspraak
1 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak201909271/1/V3

201909276/1/V3

Bij besluit van 21 november 2019 is aan de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1505
Datum uitspraak
1 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak201909276/1/V3

202001117/1/V3

Bij besluiten van 10 december 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1510
Datum uitspraak
1 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202001117/1/V3

202002602/1/V2

De vreemdeling heeft op 28 november 2019 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1511
Datum uitspraak
1 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202002602/1/V2

202002753/1/V3

Bij besluit van 17 april 2020 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1546
Datum uitspraak
1 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202002753/1/V3

202002903/1/V2

Bij besluit van 5 december 2016 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdelingen een machtiging tot voorlopig verblijf (hierna: mvv) te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1550
Datum uitspraak
1 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202002903/1/V2

202003217/2/V2

Bij besluit van 11 maart 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1545
Datum uitspraak
1 juli 2020
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202003217/2/V2

202003347/2/V2

Bij besluit van 10 april 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1549
Datum uitspraak
1 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202003347/2/V2

201605016/2/R2

Bij tussenuitspraak van 20 maart 2019, ECLI:NL:RVS:2019:872, heeft de Afdeling het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant opgedragen om binnen 12 weken na de verzending van deze tussenuitspraak het gebrek in het besluit van 24 augustus 2017 tot verlening van een vergunning krachtens artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming aan [vergunninghouder] te herstellen. De Afdeling heeft het college in de tussenuitspraak opgedragen om het besluit van 24 augustus 2017 tot verlening van een vergunning krachtens artikel 2.7, tweede lid, van de Wnb, te herstellen door nieuwe berekeningen te maken van de emissie van stikstof van de diverse vergunde activiteiten en naar aanleiding daarvan de maximale emissie van stikstof (NOx) die is opgenomen in artikel III van de vergunning te wijzigen, en zo nodig ook de stikstofdeposities in bijlagen 1 en 2 bij de vergunning aan te passen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1528
Datum uitspraak
1 juli 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak201605016/2/R2

201809221/2/R1

Bij tussenuitspraak van 20 november 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3921, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Peel en Maas opgedragen om binnen 20 weken na de verzending van de tussenuitspraak de gebreken in het besluit van 13 maart 2018 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Uitbreiding vleesvarkensbedrijf [locatie] Meijel" te herstellen, de Afdeling en de betrokken partijen de uitkomst mede te delen en het gewijzigde besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken en mede te delen. Deze tussenuitspraak is aangehecht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1544
Datum uitspraak
1 juli 2020
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak201809221/2/R1

201809518/3/R1

Bij tussenuitspraak van 27 november 2019, ECLI:NL:RVS:2019:4014 heeft de Afdeling de raad van de gemeente Bergen opgedragen om binnen zestien weken na de verzending van de tussenuitspraak, met inachtneming van hetgeen daarin is overwogen, het gebrek in het besluit van 4 oktober 2018 waarbij het bestemmingsplan "Chacha 2018" is vastgesteld, te herstellen. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak van onder 9.1 vastgesteld dat de raad ten opzichte van het ontwerpplan in artikel 6, lid 6.3.2, onder a, van de planregels de zinsnede "vooraf advies is ingewonnen bij de Commissie Cultuurhistorische Kwaliteit over de vraag of" heeft toegevoegd. In lid 6.3.2, onder b, van de planregels is ten opzichte van het ontwerpplan de zinsnede toegevoegd "in het advies van de Commissie Cultuurhistorische Kwaliteit". Deze zinsneden zijn niet opgenomen in het bestreden besluit zoals de raad dat heeft vastgesteld, maar later aangebracht door het plan te wijzigen op onder meer www.ruimtelijkeplannen.nl.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1531
Datum uitspraak
1 juli 2020
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak201809518/3/R1

201900146/1/R3

Bij besluit van 10 september 2018 heeft de raad van de gemeente Kaag en Braassem het bestemmingsplan "[locatie] Woubrugge" vastgesteld. Het plan maakt de realisatie van een verblijfsrecreatief onderkomen mogelijk op het perceel [locatie] te Woubrugge. Het college heeft hiervoor een omgevingsvergunning verleend. [appellant] woont in de omgeving van het perceel. Hij vreest dat de met het plan mogelijk gemaakte ontwikkeling zijn woon- en leefklimaat zal aantasten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1517
Datum uitspraak
1 juli 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak201900146/1/R3

201900220/1/R3

Bij besluit van 8 november 2018 heeft de raad van de gemeente Leek het bestemmingsplan "Buitengebied Leek, partiële en correctieve herziening 2016" vastgesteld. Het plan is een partiële herziening van het bestemmingsplan "Buitengebied Leek" dat de raad heeft vastgesteld op 17 maart 2010. Het plangebied omvat het buitengebied van Leek, zoals dat in het bestemmingsplan "Buitengebied Leek" was vastgelegd. [appellant sub 1] en anderen wonen op de percelen [locatie 1], [locatie 2] en [locatie 3] te Zevenhuizen. Zij richten zich in beroep tegen het plandeel met de bestemming "Agrarisch - Agrarisch bedrijf 1" en de aanduiding "intensieve veehouderij", voor zover toegekend aan het perceel [locatie 4] te Zevenhuizen. [belanghebbende] is eigenaar van dit perceel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1539
Datum uitspraak
1 juli 2020
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Groningen
  • uitspraakin de zaak201900220/1/R3

201900484/1/R3

Bij besluit van 4 december 2018 heeft de raad van de gemeente Hoeksche Waard van de toenmalige gemeente Korendijk het bestemmingsplan "Kernen Korendijk 2018" vastgesteld. Het plan voorziet in een actualisering en uniformering van bestemmingsplannen die gelden voor de kernen van de gemeente Korendijk. In het plan is onder andere aan de woning op het perceel [locatie 1] te Zuid-Beijerland de bestemming "Wonen" toegekend. [appellante sub 2] en anderen exploiteren op het naastgelegen perceel [locatie 2] een akkerbouwbedrijf. Verder houden zij op deze locatie paarden. Zij hebben bezwaren tegen deze woonbestemming, omdat zij vrezen in hun bedrijfsvoering te worden beperkt. Petrochemical bezit en beheert een leiding voor transport van vloeibare koolwaterstoffen (PRB-leiding) binnen het plangebied. Zij kan zich niet verenigen met het plan vanwege het ontbreken van een aanduiding op de verbeelding van een deel van de hartlijn van de leiding.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1518
Datum uitspraak
1 juli 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak201900484/1/R3

201902723/1/A1

Bij besluit van 22 februari 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders van Valkenswaard naar aanleiding van een verzoek om handhaving door [appellanten] geweigerd om handhavend op te treden ten aanzien van de autorally- en motorcrosscircuits aan de Victoriedijk te Valkenswaard. Aan de Victoriedijk in Valkenswaard exploiteert Stichting Exploitatie Eurocircuit een autorallycircuit en Motor Vereniging Valkenswaard een motorcrosscircuit. [appellanten] wonen aan de Victoriedijk 27 en stellen hinder te ondervinden van de activiteiten die plaatsvinden op de autorally- en motorcrosscircuits. Zij zijn van mening dat deze activiteiten in strijd zijn met de op 31 augustus 1993 verleende Hinderwetvergunningen, thans omgevingsvergunningen, en het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Buitengebied 1977". Zij hebben daarom op 9 november 2015 een verzoek om handhaving ingediend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1542
Datum uitspraak
1 juli 2020
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak201902723/1/A1

201903335/1/A3

Bij besluit van 31 mei 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Cranendonck geweigerd de identiteitsgegevens van [appellant] in de basisregistratie personen te wijzigen. [appellant] is in de brp geregistreerd als [appellant A], geboren op [geboortedatum] 1985. Deze identiteitsgegevens zijn ontleend aan een in 2003 door [appellant] onder ede afgelegde verklaring. Bij brief van 16 mei 2017 heeft [appellant] een aanvraag ingediend om deze gegevens te wijzigen naar [appellant B], geboren op [geboortedatum] 1982. Ter onderbouwing van zijn aanvraag heeft hij documenten overgelegd. Volgens het college kan niet worden vastgesteld dat de overgelegde documenten op [appellant] betrekking hebben en is onduidelijk hoe de Chinese autoriteiten zijn identiteit hebben vastgesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1530
Datum uitspraak
1 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak201903335/1/A3

201903606/1/R3

Bij besluit van 3 juli 2018 heeft de raad van de gemeente Zuidplas de aanvraag van [appellant] om een bestemmingsplan vast te stellen voor de realisatie van een burgerwoning aan de Zuidelijke Dwarsweg te Zevenhuizen afgewezen. [appellant] heeft de gemeenteraad verzocht om een bestemmingsplan vast te stellen voor de realisering van een burgerwoning op zijn perceel aan de Zuidelijke Dwarsweg, nabij nummer […]. Daarvoor is het ontwerpbestemmingsplan "Woning Zuidelijke Dwarsweg" opgesteld. Het college heeft dit ontwerpplan niet in procedure gebracht. Op 3 juli 2018 heeft de raad besloten om de aanvraag tot vaststelling van het bestemmingsplan af te wijzen. Het bezwaarschrift tegen de afwijzing is ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1519
Datum uitspraak
1 juli 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak201903606/1/R3

201903735/1/A1

Bij besluit van 26 januari 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Breda, voor zover hier van belang, het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen het gebruik als café van het pand [locatie 1] te Breda afgewezen. [belanghebbende] exploiteert in het pand op het perceel [restaurant]. [appellant] woont aan het [locatie 2]. Vanuit de woning bestaat zicht op de achterzijde van het pand van [belanghebbende] [appellant] heeft bij brief van 10 juli 2017 het college verzocht om handhaving. Volgens [appellant] wordt het pand in strijd met het geldende bestemmingsplan mede gebruikt als café en ondervindt hij daarvan geluidhinder.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1538
Datum uitspraak
1 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak201903735/1/A1

201903820/1/R2

Bij besluit van 3 april 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Meerssen aan [vergunninghouder] omgevingsvergunning verleend voor het oprichten van een woning op het perceel [locatie 1] in Bunde. [vergunninghouder] heeft bij het college een omgevingsvergunning aangevraagd voor het oprichten van een woning op het perceel. De bestaande woning zal worden gesloopt. Ingevolge de ter plaatse geldende beheersverordening "Kernen" rust op het perceel de bestemming "Wonen". Het bouwplan is daarmee in strijd, omdat de woning deels buiten het bouwvlak is voorzien en de toegestane maximale hoogte van de eerste bouwlaag wordt overschreden. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat vanuit ruimtelijk stedenbouwkundig oogpunt geen bezwaren tegen het project bestaan, en heeft daarom besloten om daaraan medewerking te verlenen. [appellante] woont aan de [locatie 2] in Bunde. Zij heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 3 april 2018.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1537
Datum uitspraak
1 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak201903820/1/R2

201904381/1/R2

Bij brief van 5 april 2018, kenmerk 01514419, heeft het college van gedeputeerde staten van Fryslân het verzoek van [appellante] om handhavend op te treden wegens overtreding van de Wet natuurbescherming niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1630
Datum uitspraak
1 juli 2020
  • Mondelinge uitspraak
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak201904381/1/R2

201904971/1/A2

Bij besluit van 10 april 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bernheze [belanghebbende] een tegemoetkoming in planschade van € 4.600,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 juni 2017 tot de dag van uitbetaling, toegekend. [belanghebbende] is sinds 15 december 1983 eigenaar van de woning op het perceel [locatie] te Heesch. Hij heeft bij brief van 15 juni 2017 een aanvraag om een tegemoetkoming in planschade ingediend. Aan die aanvraag heeft hij ten grondslag gelegd dat de inwerkingtreding van het bestemmingsplan Hoefstraat ong. (naast […]) Heesch van 31 januari 2017 het mogelijk heeft gemaakt om op het ten noordoosten van de woning gelegen plangebied een vrijstaande nieuwbouwwoning met een bedrijfsruimte op te richten en dat dit tot waardevermindering van de woning heeft geleid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1535
Datum uitspraak
1 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak201904971/1/A2

201905038/1/R3

Bij besluit van 28 maart 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Haren [appellant] onder oplegging van een dwangsom gelast om op het perceel [locatie] te Haren, het balkon, zoals op de bijlage bij het besluit aangegeven, te verwijderen en in het bijgebouw op de eerste verdieping de keuken, de badkamer en het toilet te verwijderen. Op het perceel staat een woning met een aangebouwde bedrijfsruimte. Die bedrijfsruimte wordt in de stukken aangeduid als bijgebouw. Dit bijgebouw bestaat uit een begane grond en een verdieping. [appellant] heeft de eerste verdieping van het bijgebouw verhuurd voor bewoning. Aan de achterzijde van het bijgebouw heeft [appellant] een balkon gebouwd. De woning heeft huisnummer [locatie 2] en het bijgebouw nummer [locatie 1]. [appellant] was eigenaar van het perceel in de relevante periode waarin de lasten onder dwangsom zijn opgelegd. Het college is eerder, bij besluit van 4 maart 2013, opgetreden tegen het balkon. Dit besluit is in rechte onaantastbaar.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1520
Datum uitspraak
1 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak201905038/1/R3

201905538/1/A3

Bij besluit van 19 juni 2018 heeft de burgemeester van Sint-Michielsgestel aan [vergunninghouder] vergunning verleend op grond van de Drank- en Horecawet ten behoeve van het horecabedrijf Brasserie "Ons Thuys". De aan de V.O.F. verleende vergunning, zoals aangepast bij het besluit van 9 januari 2019, heeft betrekking op het adres Petrus Dondersplein 16 in Sint-Michielsgestel. Het gebouw en het terras waar het horecabedrijf zal worden uitgeoefend waren nog in aanbouw toen de DHW-vergunning werd verleend. De DHW-vergunning geldt voor de brasserie die 100 vierkante meter groot is, en voor het terras dat maximaal 118 vierkante meter groot is. In een bijlage is beschreven welke voorschriften en beperkingen van toepassing zijn op de vergunning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1536
Datum uitspraak
1 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Drank en horeca
  • uitspraakin de zaak201905538/1/A3

201905939/1/R4

Bij besluit van 16 januari 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bronckhorst aan [appellante sub 2] een omgevingsvergunning verleend voor het veranderen van de inrichting op het perceel [locatie 1] in Halle door onder meer het realiseren van een rolgaasdeur in de zuidgevel van de stal. [appellante sub 2] exploiteert op het perceel een pluimveehouderij. Hij heeft een aanvraag gedaan om een omgevingsvergunning in verband met afwijkingen van de vergunning voor zijn inrichting. [partij] woont aan de [locatie 2] in Halle. Tegenover zijn perceel is de inrichting van [appellante sub 2] gelegen. [partij] ervaart overlast van de inrichting van [appellante sub 2] in de vorm van stof- en geuremissie. [partij] vreest dat via de rolgaasdeur overlast ontstaat door het afdraaien van de mestband.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1526
Datum uitspraak
1 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak201905939/1/R4

201906285/1/A2

Bij besluit van 14 augustus 2018 heeft de directie van de Dienst Wegverkeer de keuringsbevoegdheid van [wederpartij] voor het uitvoeren van algemene periodieke keuringen voor de categorie voertuigen tot en met 3500 kg voor twaalf weken ingetrokken. Op 6 juli 2018 heeft de RDW in het kader van de uitvoering van het toezicht op erkenninghouders APK een steekproefherkeuring uitgevoerd op het voertuig met kenteken [...]. Daarbij is vastgesteld dat het voertuig op één punt niet aan de APK keuringseisen voldeed.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1516
Datum uitspraak
1 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak201906285/1/A2

201906381/1/R1

Bij besluit van 26 maart 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hoorn geweigerd omgevingsvergunning te verlenen voor het tijdelijk plaatsen van twee woonwagens op het perceel achter [locatie 1] te Zwaag. Op 30 december 2014 is de woning van [appellante] aan de [locatie 2] te Zwaag afgebrand. Bij besluit van 8 december 2015 heeft het college een omgevingsvergunning verleend voor het in afwijking van het bestemmingsplan plaatsen van twee woonwagens op haar perceel achter [locatie 1] voor de duur van twee jaar. Op 30 januari 2018 heeft [appellante] opnieuw een omgevingsvergunning aangevraagd voor het tijdelijk plaatsen van twee woonwagens op haar perceel voor de duur van vijf jaar. Het plaatsen van woonwagens op het perceel is in strijd is met het ter plaatse geldende bestemmingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1534
Datum uitspraak
1 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak201906381/1/R1

201906690/1/A2

Bij besluit van 1 maart 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Berkelland twee parkeerplaatsen aangewezen als parkeerplaatsen ten behoeve van huisartsen. Het college heeft een strook, gelegen aan de Nieuwstraat in Eibergen, aangewezen als parkeerplaatsen ten behoeve van twee, in het gezondheidscentrum op de hoek van de Nieuwstraat en de J.W. Hagemanstraat gevestigde, huisartsen. De aangewezen strook werd voorheen gebruikt voor laden en lossen. [appellant] is eigenaar van panden aan de J.W. Hagemanstraat en is het niet eens met dit verkeersbesluit.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1541
Datum uitspraak
1 juli 2020
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak201906690/1/A2

201907042/1/R1

Bij besluit van 10 april 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Castricum het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen de activiteiten van [bedrijf] afgewezen. [appellant] woont op de tweede verdieping van een appartement op het [locatie 1] in Castricum. Het horecabedrijf van [bedrijf] is gevestigd op de begane grond op het [locatie 2] onder de woning van [appellant]. [appellant] stelt overlast te ondervinden van de horeca activiteiten van [bedrijf] en heeft het college gevraagd handhavend op te treden omdat volgens hem onder meer sprake is van strijd met het bestemmingsplan. Het college stelt dat dat [appellant] geen procesbelang meer heeft bij zijn hoger beroep omdat het horecabedrijf van [bedrijf] definitief is gesloten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1523
Datum uitspraak
1 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak201907042/1/R1

201907572/1/R1

Bij besluit van 17 september 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Velsen het wijzigingsplan "Lagersstraat" vastgesteld. In het bestemmingsplan "IJmuiden-Oost" is voor het terrein van het voormalig schoolgebouw "De Vliegende Hollander", op de hoek van de Lagersstraat en de Willebrordstraat in IJmuiden een wijzigingsbevoegdheid opgenomen. Deze maakt het onder een aantal voorwaarden mogelijk voor het college om de bestemming "Maatschappelijk" te wijzigen in de bestemmingen "Wonen", "Tuin", "Verkeer" en "Groen". De wijzigingsbevoegdheid biedt ruimte voor in totaal maximaal 18 woningen (grondgebonden woningen en/of appartementen). Met het wijzigingsplan "Lagersstraat" wordt de bouw van 14 woningen op deze locatie mogelijk gemaakt. [appellant] woont in de Lagersstraat te IJmuiden, in de directe omgeving van het plangebied. Hij vreest met name voor de extra parkeerdruk als gevolg van de voorziene woningen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1529
Datum uitspraak
1 juli 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak201907572/1/R1

201907836/1/A3

Bij besluit van 6 november 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Westerveld geweigerd aan [appellant] voor het jaar 2019 een standplaatsvergunning te verlenen voor de locatie nabij het Kasteel te Diever. [appellant] beschikte vanaf 1990 tot 1 januari 2019 ieder jaar over een standplaatsvergunning voor zijn snackwagen op een locatie nabij het Kasteel. Deze vergunningen stonden [appellant] toe de standplaats zeven dagen per week in te nemen. [appellant] hoefde de standplaats 's-avonds niet te ontruimen. De standplaatsvergunningen waren vanaf 2013 gebaseerd op het Standplaatsbeleid 2013, waarin de locatie nabij het Kasteel was aangewezen. Het college heeft de aanvraag van [appellant] voor een standplaatsvergunning voor het jaar 2019 afgewezen omdat de locatie nabij het Kasteel in het Standplaatsenbeleid 2018 niet langer is aangewezen als standplaatslocatie. Daarnaast heeft het college de aanvraag afgewezen omdat de snackwagen niet voldoet aan redelijke eisen van welstand.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1533
Datum uitspraak
1 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak201907836/1/A3

201907858/1/R4

Bij besluit van 17 januari 2019 heeft het college aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het in afwijking van het bestemmingsplan bouwen van een woning op het perceel [locatie 1] te Arnhem. [vergunninghouder] is eigenaar van het onbebouwde perceel. Het perceel is ongeveer 720 m2 en wordt aan de noordoostzijde begrensd door woonbebouwing aan de Menthenbergseweg en aan de zuidwestzijde door woonbebouwing aan de Pollendal. Aan de zuidzijde ligt de Sylvalaan. [vergunninghouder] heeft op 20 december 2017 bij het college een aanvraag om omgevingsvergunning ingediend voor het in afwijking van het bestemmingsplan bouwen van een woning op het perceel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1532
Datum uitspraak
1 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak201907858/1/R4

201907887/1/A3

Bij besluit van 15 februari 2019 heeft de minister voor Rechtsbescherming de aanvraag voor een Verklaring Omtrent het Gedrag (hierna: VOG) afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1543
Datum uitspraak
1 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Verklaring omtrent gedrag
  • uitspraakin de zaak201907887/1/A3

201908281/1/A3

Bij besluit van 15 juni 2016 heeft de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties het verzoek van [appellant] om kennisneming van bij de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (hierna: de AIVD) aanwezige gegevens over opnames die zijn gemaakt in een pand aan de Antheunisstraat te Den Haag van leden van de zogenoemde Hofstadgroep (hierna: de Hofstadtaps) afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1522
Datum uitspraak
1 juli 2020
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak201908281/1/A3

201908454/1/R1

Bij besluit van 10 oktober 2019 heeft de raad van de gemeente Middelburg het bestemmingsplan "Studentenhuisvesting Kanaalweg" vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet op het perceel Kanaalweg 2-18 in studentenhuisvesting met een maximum bouwhoogte van 27,5 m. Het plan beoogt te voorzien in 119 appartementen (117 tweekamerappartementen voor maximaal 2 personen en 2 eenpersoonsappartementen). Het plangebied ligt tussen de Kanaalweg, de Schroeweg, het station en de spoorlijn Middelburg-Vlissingen. Woongoed is initiatiefnemer van de voorziene ontwikkeling. De omgevingsvergunning is verleend aan Woongoed en ziet op het bouwen van bouwwerken ten behoeve van de studentenhuisvesting. Verder heeft het college hogere geluidgrenswaarden vastgesteld voor het gebouw. [appellant] en anderen wonen circa 65 m tot 75 m ten zuiden van het plangebied. Zij kunnen zich niet verenigen met het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning, omdat zij onder meer vrezen voor een aantasting van hun woon- en leefklimaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1521
Datum uitspraak
1 juli 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zeeland
  • uitspraakin de zaak201908454/1/R1

201908703/1/R1

Bij besluit van 19 september 2019 heeft de raad van de gemeente Amsterdam het bestemmingsplan "Woontoren Fibonacci" vastgesteld. Het plan voorziet in de bouw van een woontoren (Fibonacci) met maximaal 243 woningen op het perceel op de hoek van Panamalaan en Cruquiuskade in het Oostelijk Havengebied van Amsterdam (stadsdeel Oost). [appellant sub 1] en [appellanten sub 2] wonen onderscheidenlijk aan het [locatie 1] en [locatie 2] in Amsterdam. Zij wonen in het Sporenbooggebouw van het Funenpark dat ten westen van het plangebied ligt. [appellant sub 1], [appellanten sub 2] vrezen een aantasting van hun woon- en leefklimaat door onder meer een verlies van bezonning, privacy en vrij uitzicht vanwege de bouwhoogte van de woontoren Fibonacci. VORM is initiatiefnemer van het plan en wenst de woontoren Fibonacci te realiseren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1525
Datum uitspraak
1 juli 2020
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak201908703/1/R1

201908867/1/R4

Bij besluit van 18 oktober 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Voorst geweigerd aan [appellant] een omgevingsvergunning te verlenen voor een hekwerk op het perceel Stobbenakker 36 in Twello. [appellant] heeft op zijn perceel een hekwerk opgericht in de vorm van een dubbelstaafmat, met een hoogte van 2 m, in een beukenhaag. Het hekwerk dient als afscheiding en is gerealiseerd aan de achterzijde van de woning, rondom het perceel. Ter gedeeltelijke legalisering van het hekwerk heeft [appellant] een omgevingsvergunning aangevraagd. Het bouwplan is in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan "De Schaker Twello, geconsolideerde versie". De woning van [appellant] staat op het deel van het perceel met de bestemming "Wonen - 1".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1524
Datum uitspraak
1 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak201908867/1/R4

201908940/1/V2

Bij besluit van 14 juli 2017 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd ingetrokken, de vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1503
Datum uitspraak
1 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak201908940/1/V2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak201908940/1/V2

202000560/1/R1

Bij besluit van 17 september 2019 heeft het college van gedeputeerde staten van Flevoland besloten goedkeuring te verlenen aan een projectplan als bedoeld in artikel 2.13, tweede lid, van de Omgevingsverordening Flevoland. De Omgevingsverordening Flevoland bepaalt dat een bestemmingsplan binnen twee jaar na goedkeuring van een projectplan door gedeputeerde staten, conform dat projectplan uitsluitend voorziet in nieuwe windmolens binnen bepaalde gebieden. Het projectplan betreft in dit geval windturbines aan de Hoge Vaart, tussen Ketelhaven en de Hanzelijn, en aan de Hondtocht, tussen de Hanzeweg en de Hanzelijn. Windkoepel Groen zal deze turbines exploiteren. [appellante] en anderen betogen dat het college het projectplan niet had mogen goedkeuren. Zij stellen dat het projectplan niet voldoet aan de eisen die in de Omgevingsverordening Flevoland hieraan zijn gesteld. Zo is onder meer geen eerlijke mogelijkheid tot participatie geboden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1540
Datum uitspraak
1 juli 2020
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Flevoland
  • uitspraakin de zaak202000560/1/R1

202000662/1/A3

Bij besluit van 25 april 2018 heeft de burgemeester van Eindhoven op grond van artikel 2:40a van de Algemene Plaatselijke Verordening Eindhoven bevolen dat de door de V.O.F. geëxploiteerde [bedrijf] op het adres [locatie] in Eindhoven twee weken sluit, met ingang van de dag dat daarop een openbare bekendmaking wordt aangebracht. Voorafgaand aan het sluitingsbevel heeft de burgemeester de V.O.F. bij brief van 29 januari 2018, verzonden op 30 januari 2018, een waarschuwing gegeven wegens een geweldsincident dat op 10 december 2017 plaatsvond direct bij [bedrijf].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1527
Datum uitspraak
1 juli 2020
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202000662/1/A3

201904129/1/V3

Bij besluit van 3 april 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1509
Datum uitspraak
30 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak201904129/1/V3

201909272/2/R3

Bij besluit van 26 november 2019 heeft de raad van de gemeente Zuidplas het bestemmingsplan "Verzamelplan Zuidplas 2019" vastgesteld. Het plan heeft volgens de plantoelichting betrekking op een aantal locaties in de gemeente Zuidplas. Het voorziet in enkele beperkte, nieuwe ontwikkelingen. Tevens corrigeert het plan verschillende geldende bestemmingsplannen. Met het plan is beoogd een actueel en correct beeld te geven van de huidige functies. Het plan biedt daarmee een actueel kader waaraan aanvragen voor een omgevingsvergunning kunnen worden getoetst. [verzoeker] is eigenaar van het perceel [locatie] te Moerkapelle. Op dit perceel en de percelen Rottedijk 2, 6, 10, 12 en 14 staan molens. [verzoeker] voert aan dat het ontwerp van het plan voorzag in een reparatie van de planologische mogelijkheden op die percelen, in die zin dat de bouwmogelijkheden voor woningbouw rondom de molens worden weggenomen. Volgens [verzoeker] is deze reparatie ten onrechte niet in het vastgestelde plan opgenomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1508
Datum uitspraak
30 juni 2020
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak201909272/2/R3

202002924/2/V2

Bij besluit van 4 maart 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1515
Datum uitspraak
30 juni 2020
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202002924/2/V2

201908500/1/V6

Bij besluit van 10 oktober 2018 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid [appellante] een boete opgelegd van € 1.250,00 wegens het niet naleven van artikel 7, eerste lid, van de Wet inburgering.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1614
Datum uitspraak
30 juni 2020
  • Mondelinge uitspraak
  • Boete
  • uitspraakin de zaak201908500/1/V6

201908558/3/R4

Bij besluit van 9 oktober 2019 heeft de raad van de gemeente Barneveld het bestemmingsplan "Asselseweg II - partiële herziening Buitengebied 2012" vastgesteld. De partiële herziening voorziet in het herstellen van een aanduiding voor een paardensportevenemententerrein en het opnemen van een aanduiding voor een overloopparkeerterrein aan de Asselseweg te Kootwijk. Het bedrijfsperceel wordt geëxploiteerd door [belanghebbende]. [verzoeker] en anderen zijn omwonenden van het perceel. Het bestemmingsplan is inmiddels in werking getreden. Voor zover [verzoeker] en anderen hebben verzocht om schorsing van de partiële herziening, willen zij met hun verzoek voorkomen dat [belanghebbende] de gebruiksmogelijkheden van de partiële herziening benut voordat op hun beroep is beslist. Daartoe hebben zij in de eerste plaats gewezen op beplantingswerkzaamheden die ten tijde van de indiening van het verzoek op het perceel plaatsvonden, volgens hen ter uitvoering van een bij de partiële herziening behorend inrichtingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1502
Datum uitspraak
29 juni 2020
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak201908558/3/R4

202002823/1/R1

Bij besluit van 22 april 2020 hebben de minister van Infrastructuur en Waterstaat en de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat een door de gemeente West Maas en Waal, de raad van die gemeente en het college van burgemeester en wethouders van die gemeente ingediend verzoek om toepassing van bestuurlijke handhavingsmiddelen wegens vermoedelijke overtreding van onder meer het Besluit bodemkwaliteit (hierna: het Bbk) ten aanzien van het storten van granuliet in het gebied "Over de Maas", afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1506
Datum uitspraak
29 juni 2020
  • Voorlopige voorziening
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202002823/1/R1

201907808/2/A3

Bronko B.V. heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 4 oktober 2019 in zaak nr. 19/3423.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1507
Datum uitspraak
26 juni 2020
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak201907808/2/A3

202002555/2/R4

Bij besluit van 4 maart 2020 heeft de raad van de gemeente Nijmegen het bestemmingsplan "Nijmegen West - 8 (hoek Energieweg-Wolfskuilseweg)" (hierna: het nieuwe bestemmingsplan) vastgesteld. Het nieuwe bestemmingsplan betreft een partiële herziening, die gedeeltelijk in de plaats treedt van het op 6 maart 2013 vastgestelde bestemmingsplan "Nijmegen West". Het plangebied wordt aan de noordzijde begrensd door de Wolfskuilseweg en wordt aan de westzijde begrensd door de Energieweg. De panden aan de Energieweg 25, Wolfskuilseweg 279/437 en Wolfskuilseweg 275/277 liggen in het plangebied. In het nieuwe bestemmingsplan is aan het grootste gedeelte van het plangebied de bestemming "Gemengd" toegekend. In zoverre komt het plan overeen met het bestemmingsplan "Nijmegen West". In afwijking van het bestemmingsplan "Nijmegen West" is in het plan de functie 'wonen' uitgesloten voor de panden aan Energieweg 25, Wolfskuilseweg 279/437 en Wolfskuilseweg 275/277.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1453
Datum uitspraak
25 juni 2020
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202002555/2/R4

201908603/2/A2

Bij brief van 23 oktober 2019 heeft de minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media de raad van de gemeente Westland medegedeeld dat goedkeuring is verleend aan het plan van scholen 2020-2023, met daarin opgenomen de islamitische school van Yunus Emre.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1512
Datum uitspraak
25 juni 2020
  • Vereenvoudigde behandeling
  • Onderwijs
  • uitspraakin de zaak201908603/2/A2

201900091/1/V3

Bij besluit van 6 juni 2017 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om krachtens artikel 64 van de Vw 2000 te bepalen dat haar uitzetting achterwege blijft, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1448
Datum uitspraak
24 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak201900091/1/V3

201902208/2/R2

Bij besluit van 28 januari 2019 heeft de raad van de gemeente Tilburg het bestemmingsplan "Spoorzone, 7e herziening (Besterdring 235)" vastgesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1444
Datum uitspraak
24 juni 2020
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak201902208/2/R2

201903526/1/V3

Bij besluit van 26 februari 2018 heeft de staatssecretaris de verzoeken van de vreemdeling om terug te komen op het besluit hem uit te zetten naar Rwanda en hem te compenseren voor de schade die hij heeft geleden als gevolg van de vreemdelingendetentie voorafgaand aan de uitzetting, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1449
Datum uitspraak
24 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak201903526/1/V3

201905774/1/V1

Bij besluit van 9 april 2018 heeft de staatssecretaris de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd ingetrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1451
Datum uitspraak
24 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak201905774/1/V1

201905811/1/V3

Bij brief van 16 april 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het verzoek van de Griekse autoriteiten om de asielaanvraag van de vreemdeling over te nemen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1450
Datum uitspraak
24 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak201905811/1/V3

201907524/1/V2

Bij besluit van 15 februari 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1447
Datum uitspraak
24 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak201907524/1/V2

201908874/1/V2

Bij besluit van 25 april 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1446
Datum uitspraak
24 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak201908874/1/V2

201908957/1/V3

Bij besluit van 1 mei 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om krachtens artikel 64 van de Vw 2000 te bepalen dat zijn uitzetting achterwege blijft, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1437
Datum uitspraak
24 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak201908957/1/V3

202000029/1/V2

Bij besluit van 13 september 2018 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1443
Datum uitspraak
24 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202000029/1/V2

202000122/1/V1

Bij besluit van 1 november 2017 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1454
Datum uitspraak
24 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202000122/1/V1

202001818/2/V3

Bij besluit van 21 januari 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1452
Datum uitspraak
24 juni 2020
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202001818/2/V3

201202328/2/A3

Bij verwijzingsuitspraak van 2 april 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1148, heeft de Afdeling het Hof van Justitie van de Europese Unie verzocht antwoord te geven op door haar gestelde vragen, de behandeling van het hoger beroep geschorst en iedere verdere beslissing aangehouden. Deze zaak gaat over financiële sancties, waaronder het bevriezen van tegoeden, die de minister aan [appellant] heeft opgelegd, omdat hij volgens de minister betrokken was bij terroristische activiteiten. Volgens de minister speelde [appellant] een actieve rol binnen de organisatie "Liberation Tigers of Tamil Eelam", vooral door het inzamelen van geld voor de LTTE. De LTTE heeft een gewapende strijd gevoerd, gericht op het vestigen van een zelfstandige staat voor de etnische Tamilminderheid op Sri Lanka. De sancties waren onder meer gebaseerd op het feit dat de LTTE is geplaatst op een Europese lijst van terroristische organisaties en personen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1468
Datum uitspraak
24 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak201202328/2/A3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak201202328/2/A3

201601403/1/R4

Bij uitspraak van 14 januari 2016 heeft de voorzieningenrechter een door Le Clochard ingesteld beroep gegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1469
Datum uitspraak
24 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak201601403/1/R4

201707150/1/A2

Bij besluit van 14 december 2010 heeft het college van burgemeester en wethouders van Borger-Odoorn de inkomsten en uitgaven van het openbaar onderwijs in de periode 2001-2005 vastgesteld en de doorbetalingsverplichting op grond van de overschrijdingsregeling aan het bijzonder basisonderwijs vastgesteld op een bedrag van € 57.529,71. Het geschil heeft betrekking op de zogenoemde overschrijdingsregeling, die is opgenomen in de artikelen 142 tot en met 147 van de Wet op het primair onderwijs. Deze regeling houdt in, dat een gemeente die meer uitgaven doet voor personeel en materiële instandhouding van openbare basisscholen dan aan rijksbijdragen is ontvangen, een naar rato gelijke overschrijdingsuitkering moet doen aan bijzondere scholen om bevoordeling van openbare scholen te voorkomen. Daartoe wordt het verschil tussen de uitgaven van de openbare basisscholen voor personeel en materiële instandhouding en de ontvangsten uit de Rijkskas voor deze scholen bepaald.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1496
Datum uitspraak
24 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Onderwijs
  • uitspraakin de zaak201707150/1/A2

201707152/1/A2

Bij besluit van 17 december 2013 heeft het college van burgemeester en wethouders van Stadskanaal de uitgaven en inkomsten van het openbaar basisonderwijs over de periode 2006-2007 vastgesteld en de hoogte van het overschrijdingspercentage over die periode op nihil vastgesteld. Het geschil heeft betrekking op de zogenoemde overschrijdingsregeling, die is opgenomen in de artikelen 142 tot en met 147 van de Wpo. Deze regeling houdt in dat een gemeente die meer uitgaven doet voor personeel en de materiële instandhouding van openbare basisscholen dan aan rijksbijdragen is ontvangen, een naar rato gelijke overschrijdingsuitkering moet doen aan bijzondere scholen om bevoordeling van openbare scholen te voorkomen. Daartoe wordt het verschil tussen de uitgaven van de openbare basisscholen voor personeel en materiële instandhouding en de ontvangsten uit de Rijkskas voor deze scholen bepaald.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:1497
Datum uitspraak
24 juni 2020
  • Hoger beroep
  • Onderwijs
  • uitspraakin de zaak201707152/1/A2
vorige pagina1...257258259...1.239volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon