Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 123.835
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202100853/1/A2

Bij besluit van 5 februari 2021 heeft de Kiesraad, handelend als centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, de kandidatenlijst van Healthy Earth ongeldig verklaard. Aan het besluit van 5 februari 2021 heeft het centraal stembureau ten grondslag gelegd dat op de door Healthy Earth ingeleverde formulieren met model H3, H4 en H9 de kandidaten niet op dezelfde wijze worden vermeld als op de door Healthy Earth ingeleverde kandidatenlijst, nu op die formulieren twee kandidaten worden vermeld en op de kandidatenlijst één kandidaat. Healthy Earth betoogt dat het centraal stembureau de kandidatenlijst ten onrechte ongeldig heeft verklaard, omdat de procedure door fouten van het centraal stembureau niet eerlijk is verlopen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:282
Datum uitspraak
10 februari 2021
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Kieswet
  • uitspraakin de zaak202100853/1/A2

201908789/1/V3

Bij besluit van 21 oktober 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:244
Datum uitspraak
9 februari 2021
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak201908789/1/V3

202002829/2/R2

Bij besluit van 23 januari 2020 heeft de raad van de gemeente Oisterwijk het bestemmingsplan "Nieuw Landgoed Reuseldal" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt het mogelijk om binnen het plangebied 3 landhuiskavels met een gezamenlijke oppervlakte van 0,95 ha, alsmede 8,25 ha nieuwe natuur te realiseren. Het plangebied ligt ten oosten van de kern Moergestel en betreft het oostelijk beekdal van de Reusel ter hoogte van de Oirschotseweg. Het heeft een oppervlakte van 15 ha. Het Groene Hart Brabant en anderen kunnen zich niet met de vaststelling van het bestemmingsplan verenigen. Zij hebben daartegen een groot aantal beroepsgronden naar voren gebracht, onder meer met betrekking tot de herbegrenzing van het Natuur Netwerk Brabant, alsmede over gestelde strijd met de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant en het gemeentelijk ruimtelijk beleid. Ook zien de beroepsgronden op de vastgestelde bestemmingsplanregels.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:240
Datum uitspraak
9 februari 2021
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202002829/2/R2

202004296/1/V1

Bij besluit van 14 mei 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:242
Datum uitspraak
9 februari 2021
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202004296/1/V1

202100041/2/R4

Bij besluit van 2 april 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Ede MPD Holding B.V. gelast om binnen een week na dagtekening van het besluit herhaling van overtreding van artikel 17.2 van de Wet milieubeheer te voorkomen. Uit het besluit volgt dat zij dit kan doen door als zich een voorval als bedoeld in artikel 17.1 van de Wm voordoet of heeft voorgedaan, hiervan zo spoedig mogelijk een melding bij het college van burgemeester en wethouders van Ede te doen. De last heeft betrekking op de biomassacentrale op het perceel Knuttelweg 10 te Ede. Aan de last is een dwangsom verbonden van € 20.000,00 per overtreding met een maximum van € 200.000,00. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat in de biomassacentrale een ongewoon voorval heeft plaatsgevonden en dat dit voorval niet zo spoedig mogelijk bij het college is gemeld. Volgens het college heeft MPD in het verleden vaker verzuimd een ongewoon voorval zo spoedig mogelijk te melden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:239
Datum uitspraak
9 februari 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202100041/2/R4

202100234/2/V3

Bij besluit van 13 november 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:243
Datum uitspraak
9 februari 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202100234/2/V3

202100573/2/V2

Bij besluit van 5 juni 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:241
Datum uitspraak
9 februari 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202100573/2/V2

202002708/3/A3

MSD heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 13 maart 2020 in zaak nr. 19/635.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:238
Datum uitspraak
9 februari 2021
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202002708/3/A3

202006017/2/R1

Het beroep richt zich tegen het besluit van de raad van de gemeente Haarlem van 17 september 2020, waarbij het bestemmingsplan "Overdelft" is vastgesteld. [verzoeker] heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:339
Datum uitspraak
8 februari 2021
  • Mondelinge uitspraak
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202006017/2/R1

202003956/2/A2

Bij besluit van 14 november 2018 heeft de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking de aan K2 Coatings verstrekte subsidie vastgesteld op € 13.584,00 en € 343.440,00 aan teveel betaalde voorschotten teruggevorderd. K2 Coatings heeft op 24 juni 2020 beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van 29 april 2020 door middel van het verzenden van een in de Engelse taal gestelde e-mail aan de minister. De rechtbank heeft het beroep van K2 Coatings niet-ontvankelijk verklaard, omdat het buiten de termijn is ingediend en de door K2 Coatings aangevoerde redenen van de termijnoverschrijding voor haar eigen rekening komen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:298
Datum uitspraak
8 februari 2021
  • Vereenvoudigde behandeling
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202003956/2/A2

202005769/2/A3

Bij besluit van 15 oktober 2019 heeft de raad van bestuur van de Kansspelautoriteit aan EA een last onder dwangsom opgelegd, omdat zij volgens de KSA de Wet op de kansspelen heeft overtreden. De KSA heeft ook het dwangsombesluit openbaar gemaakt. EA is de uitgever van het computerspel FIFA. FIFA 21 is in oktober 2020 op de markt verschenen. De meest populaire speelmodus is de FIFA Ultimate Team modus. Hierin kunnen FIFA-spelers hun eigen team van voetballers samenstellen en daarmee tegen zowel de computer als tegen andere FIFA-spelers spelen. Een speler kan virtuele voetballers of in-game items via de virtuele transfermarkt voor FUT-munten verhandelen of ruilen Daarnaast kan een speler een pack verwerven, waarvan de precieze inhoud niet vooraf bekend is. De inhoud van de packs kan worden verhandeld op de virtuele transfermarkt. Deze zaak gaat over deze packs (ook wel "loot boxes" genoemd). De KSA stelt zich op het standpunt dat "loot boxes" een kansspel is en dat de wet dit verbiedt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:234
Datum uitspraak
5 februari 2021
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202005769/2/A3

202007041/2/V3

Bij besluiten van 7 september 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:235
Datum uitspraak
5 februari 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202007041/2/V3

202100508/2/V3

Bij besluit van 26 oktober 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:236
Datum uitspraak
5 februari 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202100508/2/V3

202005399/1/V1

Bij besluit van 10 december 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:232
Datum uitspraak
4 februari 2021
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202005399/1/V1

202006426/2/R2

Bij besluit van 17 september 2020 heeft de raad van de gemeente Vught het bestemmingsplan "De Braacken van Mariënhof" vastgesteld. Het plangebied ligt ten noordwesten van het centrum van Vught, tussen de Loyolalaan in het westen, de Aert Heymlaan in het oosten en de Helvoirtseweg, of N65 in het zuiden. De spoorlijn Tilburg - ’s-Hertogenbosch ligt ten zuiden en oosten van het plangebied. Het plan voorziet in de ontwikkeling van maximaal 33 woningen in het westelijk deel van het plangebied, op het terrein van het voormalige verzorgingstehuis voor ouderen en zorgbehoevenden de Braacken en de daarbij gelegen kapel aan de Loyolalaan. [verzoeker] woont aan de [locatie], ten noordwesten van het plangebied. Hij kan zich niet verenigen met de bouw van de vier villa’s aan de noordkant van het plangebied en heeft verschillende gronden aangevoerd. Hij beoogt met zijn verzoek onomkeerbare gevolgen van de inwerkingtreding van het plan te voorkomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:233
Datum uitspraak
4 februari 2021
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202006426/2/R2

202006514/1/V2 en 202006514/2/V2

Bij besluit van 29 maart 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vastgesteld dat de vreemdeling geen rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan in Nederland heeft gehad.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:231
Datum uitspraak
4 februari 2021
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202006514/1/V2 en 202006514/2/V2

202007042/1/V3

Bij besluit van 12 november 2020 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:230
Datum uitspraak
4 februari 2021
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202007042/1/V3

202100805/2/V3

Bij besluit van 2 oktober 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:237
Datum uitspraak
4 februari 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202100805/2/V3

202100146/2/V3

Bij besluit van 3 mei 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken en een aanvraag van de vreemdeling om verlenging van de geldigheidsduur van deze vergunning afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:228
Datum uitspraak
3 februari 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202100146/2/V3

202100736/2/V2

Bij besluiten van 6 januari 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:229
Datum uitspraak
3 februari 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202100736/2/V2

201900447/1/A2

Bij besluit van 20 maart 2017 heeft het college van gedeputeerde staten van Gelderland de subsidie voor het project 'Multitooltrac' nader vastgesteld op een bedrag van in totaal € 425.549,09 en het verschil met de eerder vastgestelde subsidie van in totaal € 37.444,07 teruggevorderd. Bij afzonderlijk besluit van 20 maart 2017 heeft het college de subsidie voor het project ‘MTT: And Now Full Electric’ vastgesteld op een bedrag van in totaal € 355.326,00. De correctie voor [appellante] betreft € 56.455,00 aan interne loonkosten, omdat [appellante] over de periode december 2012 - december 2013 en september 2014 uren dubbel heeft gedeclareerd. De voor het project MTT verleende subsidie is op grond van artikel 4:46, tweede lid, aanhef en onder a, van de Awb lager vastgesteld op een bedrag van in totaal € 355.326,00. De correctie voor [appellante] betreft € 28.951,20 aan niet subsidiabele kosten. [appellante] is het niet eens met de wijziging van de subsidievaststelling.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:215
Datum uitspraak
3 februari 2021
  • Hoger beroep
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak201900447/1/A2

201900918/1/A3

Bij brief van 22 juni 2017 heeft de staatssecretaris van Financiën het verzoek van [appellant] tot het opstarten van een onderlinge overlegprocedure met de belastingautoriteiten van Duitsland en Franrijk afgewezen. [appellant] heeft bij brieven van 17 juni 2016 de staatssecretaris verzocht om op grond van de bilaterale belastingverdragen met onderscheidenlijk Duitsland en Frankrijk een onderlinge overlegprocedure te starten. [appellant] heeft zijn verzoeken als volgt toegelicht. Hij woonde tot 1 oktober 2014 in Nederland. In 2012 en 2013 ontving hij dividenden van in Duitsland en Frankrijk gevestigde vennootschappen. Op deze dividenden werd door de vennootschappen bronbelasting ingehouden naar de tarieven van de in Duitsland en Frankrijk geldende belastingwetgeving. Volgens [appellant] hebben deze landen teveel belasting geheven over zijn dividenden hetgeen in strijd is met de belastingverdragen die Nederland met deze heeft landen heeft gesloten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:205
Datum uitspraak
3 februari 2021
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak201900918/1/A3

201903793/2/R3

Bij tussenuitspraak van 3 juni 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1326 heeft de Afdeling de raad van de gemeente Midden-Delfland opgedragen om binnen 16 weken na verzending van de tussenuitspraak het daarin omschreven gebrek in het besluit van de raad van 26 maart 2019, waarbij het bestemmingsplan "1e herziening Buitengebied Gras" is vastgesteld, te herstellen. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak onder 3.5 overwogen dat noch uit de planregels, noch uit de verbeelding volgt dat de bestemming "Leiding - Gas" aan de gronden ter plaatse van de gasleiding is toegekend. Het bestemmingsplan gaf de ligging van de in het plangebied aanwezige leiding en de daarbij behorende belemmeringenstrook niet weer. De Afdeling heeft hierin aanleiding gezien voor het oordeel dat het bestreden besluit is genomen in strijd met artikel 3:2 van de Awb, artikel 14 van het Besluit externe veiligheid buisleidingen en het rechtszekerheidsbeginsel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:220
Datum uitspraak
3 februari 2021
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak201903793/2/R3

201904144/1/R3

Bij besluit van 8 april 2019 heeft de raad van de gemeente Enschede het bestemmingsplan "Boeldershoek 2018" vastgesteld. Afvalverwerkingslocatie Boeldershoek ligt op de grens tussen de gemeente Enschede en de gemeente Hengelo en wordt op dit moment geëxploiteerd door Twence B.V. Het bestreden plan voorziet grotendeels in een actuele planologisch-juridische regeling voor het deel van de afvalverwerkingslocatie Boeldershoek dat is gesitueerd in de gemeente Enschede. Daarnaast voorziet het plan ook in enkele uitbreidingsmogelijkheden voor de afvalverwerkingslocatie in Enschede. Zo is de toegestane maximale bouwhoogte van overige bouwwerken, niet zijnde gebouwen, in het plan verhoogd van 4 m naar 10 m. [appellant] en anderen zijn een groep van 10 omwonenden en een ondernemer, die wonen, respectievelijk is gevestigd in de omgeving van het plangebied in het buurtschap Twekkelo. Zij verzetten zich tegen het plan en vrezen voor een verslechtering van hun woon- en leefklimaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:226
Datum uitspraak
3 februari 2021
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak201904144/1/R3

201904489/1/A3

Bij brief van 5 juli 2017 heeft de staatssecretaris van Financiën het verzoek van [appellant] tot het opstarten van een onderlinge overlegprocedure met de belastingautoriteiten van Zwitserland afgewezen.[appellant] heeft bij brief van 21 juni 2016 de staatssecretaris verzocht om op grond van de tussen Nederland en Zwitserland gesloten belastingverdragen een onderlinge overlegprocedure op te starten met de belastingautoriteiten van Zwitserland. [appellant] heeft zijn verzoek als volgt gemotiveerd. Hij woont in Nederland en is eigenaar van een vakantiewoning in Zwitserland. Op grond van Zwitserse belastingwetgeving moet een belanghebbende voor de Zwitserse heffing van inkomstenbelasting en vermogensbelasting ook zijn in Nederland ingediende aangifte inkomstenbelasting overleggen. Zwitserland betrekt deze inkomens- en vermogensgegevens bij de vraag welk belastingtarief binnen het progressieve belastingstelsel van toepassing is op de in Zwitserland gelegen vakantiewoning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:206
Datum uitspraak
3 februari 2021
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak201904489/1/A3

201906069/1/A3

Bij besluit van 25 mei 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een door Marco Polo Pizzeria-Steakhouse B.V. verbeurde dwangsom van € 5.000,00 ingevorderd. Marco Polo is een horecabedrijf met een terras, gevestigd aan het Damrak in het centrum van Amsterdam. In juni 2017 heeft het college aan Marco Polo een last onder dwangsom opgelegd wegens het op 12 mei 2017 overtreden van het verbod, neergelegd in artikel 2.50, eerste lid, aanhef en onder b, van de Algemene Plaatselijke Verordening, om op of aan de weg diensten aan te bieden. Daarbij heeft het college aan Marco Polo meegedeeld dat zij bij eerste constatering van het opnieuw overtreden van dit verbod een dwangsom ten bedrage van € 2.500,00 en bij tweede constatering een dwangsom ten bedrage van € 5.000,00 verbeurt. In mei 2018 hebben toezichthouders geconstateerd dat een medewerker van Marco Polo vanaf het terras van het bedrijf klanten heeft geworven. Daarmee heeft zij opnieuw het verbod overtreden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:222
Datum uitspraak
3 februari 2021
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak201906069/1/A3

201906949/1/R4

[belanghebbende] heeft het college van burgemeester en wethouders van Boxmeer gevraagd om handhaving bij het bedrijf van [appellante] vanwege jarenlange (geur)overlast. [belanghebbende] woont op [locatie 3] in Rijkevoort. [appellante] is gevestigd op [locatie 1]-[locatie 2]. In deze zaak is alleen [locatie 1] aan de orde. Het college heeft in april 2019 [appellante] gelast om de inrichting aan de [locatie 1] te Rijkevoort in overeenstemming te brengen met de verleende vergunningen van 20 juli 2004, 15 juli 2008 en 17 december 2013 en er voor te zorgen dat de binnen de inrichting aanwezige bedrijfsvoering en de stalsystemen voor de huisvesting van dieren voldoen aan de maximale emissiewaarde van het Besluit emissiearme huisvesting. Aan de last zijn dwangsommen verbonden. Voor overtreding 1 gaat het om een bedrag van € 2.750,00 per constatering per week met een maximum van € 16.500,00. Voor overtreding 2 gaat het om een bedrag van € 14.000 per constatering per week met een maximum van € 84.000,00.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:216
Datum uitspraak
3 februari 2021
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak201906949/1/R4

201907414/1/R1

Bij besluit van 4 juni 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Beverwijk geweigerd aan [appellant] omgevingsvergunning te verlenen voor het ombouwen van een berging/garage tot een woning op het perceel [locatie] te Beverwijk. [appellant] heeft de berging/garage op het perceel verbouwd tot woning met een oppervlakte van 18 m². Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat dit in strijd is met zowel het bestemmingsplan "Woongebied West" als het voorheen geldende bestemmingsplan "Bomenbuurt, Vondelkwartier en Akerendam" en daarvoor een omgevingsvergunning is vereist. Het college heeft geweigerd omgevingsvergunning te verlenen voor het afwijken van het bestemmingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:203
Datum uitspraak
3 februari 2021
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak201907414/1/R1

201907556/1/R2

Bij besluit van 22 september 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders van Schouwen-Duiveland een door [partij] aangevraagde omgevingsvergunning voor het plaatsen van een antennemast op het perceel [locatie 1] te Scharendijke geweigerd. Het project voorziet volgens het aanvraagformulier van 25 juli 2016 in de plaatsing van een antenne-installatie, bestaande uit een antennedrager en antennes op het perceel. Het gaat om een vrijstaande, kantelbare en uitschuifbare mast, inclusief antennes. In ingeschoven stand is de mast circa 9 m hoog, in uitgeschoven stand maximaal 18,5 m. [partij] heeft de antenne-installatie volgens zijn aanvraag nodig omdat hij actief is als radiozendamateur. [appellanten] zijn eigenaren van de direct naastgelegen woning [locatie 2]. De woningen [locatie 1] en [locatie 2] zijn aaneen gebouwd en worden beide recreatief gebruikt. [appellanten] kunnen zich niet met de plaatsing van de antenne-installatie verenigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:211
Datum uitspraak
3 februari 2021
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak201907556/1/R2

201908913/1/R3

Bij besluit van 12 december 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Westland aan Detailconsult Supermarkten B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een opstelplaats voor winkelwagens op het perceel Patijnenburg tegenover 14 (aangevraagd als De Tuinen nabij 66 te Naaldwijk, hierna: het perceel).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:208
Datum uitspraak
3 februari 2021
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak201908913/1/R3

201909199/1/A3

Bij besluit van 5 juli 2018 heeft de burgemeester van Rotterdam [appellant] gelast het pand aan [locatie 1] te Rotterdam te sluiten voor de duur van drie maanden. [appellant] was eigenaar van een aantal ondernemingen, gevestigd aan het Marconiplein te Rotterdam en op de Mathenesserweg te Rotterdam. [bedrijf A] was gevestigd aan [locatie 1] en [bedrijf B] was gevestigd aan [locatie 6] te Rotterdam. [bedrijf C], [bedrijf D], [bedrijf E] en [bedrijf F] waren gevestigd in de panden [locatie 2], [locatie 3], [locatie 7] en [locatie 4]-[locatie 5]. De politie heeft van het Team Criminele Inlichtingen het bericht ontvangen dat er drugs en vuurwapens zouden worden verhandeld in [bedrijf C]. De politie heeft daarom op 28 maart 2018 de ondernemingen van [appellant] doorzocht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:217
Datum uitspraak
3 februari 2021
  • Hoger beroep
  • Drank en horeca
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak201909199/1/A3

202000341/1/R1

Bij besluit van 11 juli 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Heiloo geweigerd [appellant] een omgevingsvergunning te verlenen voor het splitsen van een bedrijfspand op het perceel [locatie] te Heiloo. [appellant] is eigenaar van het bedrijfspand op het perceel. Het bouwplan voorziet in de splitsing van het bedrijfspand waardoor twee afzonderlijke bedrijfsruimtes met twee afzonderlijke woningen worden gerealiseerd. Op grond van het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Zuidoost" rust op het perceel de bestemming "Bedrijf" met de functieaanduidingen "bedrijf tot en met categorie 3" en "bedrijfswoning". Het college heeft geweigerd omgevingsvergunning te verlenen, omdat het bouwplan voorziet in het realiseren van meer dan één bedrijfswoning op het perceel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:212
Datum uitspraak
3 februari 2021
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202000341/1/R1

202000617/1/R2

Bij besluit van 27 november 2019 heeft de raad van de gemeente Heerlen het bestemmingsplan "Buitengebied" vastgesteld. Het plan voorziet in een actualisatie van het planologische regime voor het buitengebied van Heerlen. [appellant] woont in het buitengebied aan de [locatie] te Heerlen en exploiteert daar tevens een paardenhouderij, met bijbehorende paardenbak. Hij is het niet eens met het plan voor zover dat niet voorziet in een bestemming voor deze paardenbak. De paardenbak bestaat uit een strook grond, afgebakend door middel van hagen. Verder zijn in de paardenbak twee lichtmasten (lantaarnpalen) aangebracht. De oorspronkelijke weidegrond in de paardenbak is afgegraven en in plaats daarvan is een zand- of grindlaag aangebracht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:223
Datum uitspraak
3 februari 2021
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202000617/1/R2

202000725/1/A3

Bij besluiten van 27 juni 2019 heeft de burgemeester van Bergen op Zoom de [horeca-inrichting] aan de [locatie] te Bergen op Zoom gesloten voor de duur van drie maanden en de exploitatievergunning en de Drank- en Horecawetvergunning van [appellant sub 1] ingetrokken. Tot het najaar van 2015 exploiteerde [appellant sub 1] een feestzaal aan de [locatie] te Bergen op Zoom. Daarna is hij daar een shisha-lounge gaan exploiteren. [appellant sub 1] had daarvoor een exploitatievergunning, een DHW-vergunning en een aanwezigheidsvergunning voor speelautomaten. De politie heeft in de horeca-inrichting een zogeheten Cash Center aangetroffen. Op basis daarvan en op grond van meerdere bestuurlijke rapportages van de politie over incidenten in en rond de horeca-inrichting, heeft de burgemeester [appellant sub 1] op grond van artikel 2:80 van de Algemene Plaatselijke Verordening gelast het pand te sluiten voor de duur van drie maanden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:224
Datum uitspraak
3 februari 2021
  • Hoger beroep
  • Drank en horeca
  • uitspraakin de zaak202000725/1/A3

202001427/1/A2

Bij besluit van 31 januari 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Heerlen een aanvraag van [appellant] om een tegemoetkoming in planschade afgewezen. [appellant] is sinds 28 november 1988 eigenaar van de woning aan de [locatie] te Hoensbroek. Op 10 juli 2017 heeft hij bij het college een aanvraag ingediend om een tegemoetkoming in de planschade die hij in de vorm van een waardevermindering van die woning heeft geleden als gevolg van de vrijstelling van 12 oktober 2004. Aan de aanvraag heeft hij ten grondslag gelegd dat de vrijstelling het mogelijk heeft gemaakt om twaalf woningen te realiseren in een gebied dat voorheen in de Ecologische Hoofdstructuur was gelegen en een natuurbestemming had. Volgens [appellant] heeft dit geleid tot een aanzienlijke intensivering van het gebruik van dat gebied, een verslechtering van zijn uitzicht, een aantasting van zijn privacy en een vermindering van zijn woongenot.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:218
Datum uitspraak
3 februari 2021
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202001427/1/A2

202001641/1/A2

Bij uitspraak van 6 november 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3729, heeft de Afdeling de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 12 december 2018 in zaak nr. 18/1731, voor zover daarin is bepaald dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit van 5 april 2018 in stand blijven, vernietigd. APO Zevenaar B.V. is sinds 1999 eigenaar van een pand aan het Remigiusplein 6 in Duiven. In dit pand was tot 1 januari 2020 de horecaonderneming van [appellant] gevestigd. Bij brief van 9 maart 2015 hebben zij een verzoek om toekenning van planschade bij het college ingediend. Door de inwerkingtreding van het bestemmingsplan "Centrum fase-1" stellen zij schade te lijden omdat dit plan op korte afstand van het pand en het daarbij behorende terras meer bebouwing mogelijk maakt waardoor de horecaonderneming minder zichtbaar is vanaf het plein en de bezonning op het terras afneemt. Het plan heeft daardoor volgens APO Zevenaar B.V. en [appellant] een negatief effect op de omzet van de horecaonderneming.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:207
Datum uitspraak
3 februari 2021
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202001641/1/A2

202001690/1/A3

Bij besluit van 6 maart 2020 heeft de burgemeester van Rotterdam [appellant] gelast om de woning aan [locatie] te Rotterdam onmiddellijk te verlaten en deze woning tot 16 maart 2020 13:02 uur niet te betreden, noch daarin aanwezig te zijn of zich daarbij op te houden. Tevens heeft hij [appellant] gelast om gedurende deze periode geen contact op te nemen met de in die woning wonende personen, te weten zijn partner en zijn kinderen. Op 5 maart 2020 heeft een incident plaatsgevonden in de woning van achterblijfster. De burgemeester heeft daarom een huisverbod opgelegd. De burgemeester heeft aan het besluit ten grondslag gelegd dat er geweld is gebruikt tegen personen en goederen en dat hierbij kleine kinderen aanwezig waren. Hoewel [appellant] een eigen woning heeft, is hij gemiddeld vijf van de zeven dagen van de week in de woning aanwezig om voor de kinderen te zorgen als hun moeder naar haar werk is. Met een huis- en contactverbod wordt een veilige situatie gecreëerd waarin hulpverlening kan worden opgestart.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:221
Datum uitspraak
3 februari 2021
  • Hoger beroep
  • Huisverbod
  • uitspraakin de zaak202001690/1/A3

202002534/1/A3

Bij besluit van 1 juli 2019 heeft de korpschef van politie de door [bedrijf] gevraagde toestemming om [appellant] beveiligingswerkzaamheden te laten verrichten geweigerd. [bedrijf] is een beveiligingsbedrijf. Zij heeft de korpschef op 6 mei 2019 op grond van artikel 7, tweede lid, van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus verzocht toestemming te verlenen om [appellant] als beveiliger te werk te stellen. De korpschef heeft het verzoek afgewezen, omdat volgens hem [appellant] niet beschikt over de bekwaamheid en betrouwbaarheid die nodig zijn voor het te verrichten werk. [appellant] is op 11 augustus 2018 aangehouden in verband met rijden onder invloed van alcohol. Daarop is hem de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen ontzegd voor vier maanden en heeft hij een geldboete van € 300,- moeten betalen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:225
Datum uitspraak
3 februari 2021
  • Hoger beroep
  • Beveiligingswerkzaamheden
  • uitspraakin de zaak202002534/1/A3

202002712/1/R4

Bij besluit van 5 maart 2020 heeft de raad van de gemeente Bunnik het bestemmingsplan "Weerdenburg e.o. Werkhoven" vastgesteld. Door de eigenaren van het weiland dat gelegen is aan de Herenstraat, op de hoek met de Weerdenburgselaan, in Werkhoven is een initiatief tot realisering van een woningbouwcomplex ingediend. Dit initiatief heeft geleid tot dit bestemmingsplan. Het bestemmingsplan voorziet in de realisering van 20 woningen, waaronder een woningbouwcomplex met 6 woningen, in het noordoostelijke deelgebied van de kern van Werkhoven en maakt het planologisch mogelijk dat aan de Herenstraat 94 de bestaande agrarische opstallen en bedrijfswoning plaats zullen maken voor twee reguliere woningen. Bovendien voorziet het plan in het noordwestelijke gebied aan de Weerdenburgselaan 1 in een mogelijkheid tot formele omzetting van het agrarische bedrijf naar een aannemingsbedrijf. [appellant] woont aan de [locatie] in Werkhoven. Hij keert zich tegen het plandeel dat voorziet in het woningbouwcomplex.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:204
Datum uitspraak
3 februari 2021
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202002712/1/R4

202002841/1/A3

Bij besluit van 5 maart 2019 heeft de korpschef van politie het door [appellant] gevraagde verlof voor het voorhanden hebben van een vuurwapen met de daarbijbehorende munitie geweigerd. [appellant] had een verlof voor het voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie voor het beoefenen van de schietsport sinds januari 2014. De korpschef heeft dit verlof in januari 2015 ingetrokken, omdat wapens en munitie volgens hem niet langer aan [appellant] kunnen worden toevertrouwd wegens verdenking van betrokkenheid bij hennepteelt. In januari 2016 heeft [appellant] een aanvraag ingediend voor een nieuw wapenverlof. De korpschef heeft de aanvraag afgewezen, omdat ten aanzien van [appellant] grond is voor vrees voor misbruik van het wapenverlof en omdat het voorhanden hebben van wapens en munitie volgens hem niet aan [appellant] kan worden toevertrouwd. Er zijn aanwijzingen dat [appellant] bij drugshandel is betrokken dan wel criminele activiteiten gedoogt en verzwijgt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:219
Datum uitspraak
3 februari 2021
  • Hoger beroep
  • Wapens en munitie
  • uitspraakin de zaak202002841/1/A3

202003149/1/V6

Bij besluit van 7 december 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het verzoek van [appellante] om haar het Nederlanderschap te verlenen afgewezen. [appellante] heeft de Afghaanse nationaliteit en was ten tijde van het verzoek in het bezit van een verblijfsdocument met de aantekening 'Familielid van een burger van de Unie', ontleend aan artikel 20 van het VWEU (hierna: een Chavez-Vilchez verblijfsrecht). Zij heeft dit verblijfsdocument gekregen, omdat haar minderjarige kinderen de Nederlandse nationaliteit hebben en zij gedwongen zouden zijn het grondgebied van de Europese Unie te verlaten als [appellante] geen verblijf in Nederland zou krijgen. [appellante] betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat de staatssecretaris het besluit van 18 februari 2019 ondeugdelijk heeft gemotiveerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:214
Datum uitspraak
3 februari 2021
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202003149/1/V6

202004105/1/R3

Bij besluit van 18 mei 2020 heeft de raad van de gemeente Zoetermeer het bestemmingsplan "Voorweg 2017" vastgesteld. Het plan voorziet in een herziening van verouderde planologische regimes voor de gronden langs de Voorweg in Zoetermeer. De verouderde regimes zijn geactualiseerd en afgestemd op het rijksbeleid, provinciaal beleid en gemeentelijk beleid, waaronder de Visie Voorweg. [appellanten] zijn eigenaar van enkele percelen in het plangebied. Zij kunnen zich niet met het plan verenigen, onder meer omdat hierin niet is voorzien in een mogelijkheid om de door hen gewenste ontwikkelingen op hun percelen te kunnen realiseren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:210
Datum uitspraak
3 februari 2021
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202004105/1/R3

202004311/1/A3

Bij drie afzonderlijke besluiten van 18 december 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Westerveld aan [partij A] en [partij B], beiden wonend aan [locatie 1] te Diever (hierna tezamen in enkelvoud: [partij B]), aan [partij C], wonend aan [locatie 2], en [partij D] en [partij E], beiden wonend aan [locatie 3] (hierna tezamen in enkelvoud: [partij D]), voor beperkt gebruik en voor een periode van vijf jaar ontheffing verleend voor het gebruik van het voetpad met een motorvoertuig.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:209
Datum uitspraak
3 februari 2021
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202004311/1/A3

202000078/1/V3

Bij besluit van 26 november 2019 is de termijn van de aan de vreemdeling opgelegde bewaringsmaatregel verlengd met ten hoogste twaalf maanden (hierna: het verlengingsbesluit).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:198
Datum uitspraak
2 februari 2021
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202000078/1/V3

202003913/1/V3

Bij besluit van 27 februari 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:199
Datum uitspraak
2 februari 2021
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202003913/1/V3

202100156/2/V2

Bij besluit van 20 oktober 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, buiten behandeling gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:200
Datum uitspraak
2 februari 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202100156/2/V2

202100423/2/V2

Bij besluiten van 8 december 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:197
Datum uitspraak
2 februari 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202100423/2/V2

202100552/2/A3

Bij besluit van 24 oktober 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag de aanvraag van [wederpartij] om verlenging van een eerder aan haar verleende voorrangsverklaring afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:202
Datum uitspraak
2 februari 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202100552/2/A3

202100654/2/V3

Bij besluit van 17 november 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:201
Datum uitspraak
2 februari 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202100654/2/V3

202002659/1/V2

Bij besluit van 17 mei 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:193
Datum uitspraak
1 februari 2021
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202002659/1/V2

202003851/1/V3

Bij besluit van 24 april 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw afgewezen en geweigerd hem ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:195
Datum uitspraak
1 februari 2021
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202003851/1/V3

202007051/2/V2

Bij besluit van 15 januari 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:194
Datum uitspraak
1 februari 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202007051/2/V2

202100550/2/V3

Bij besluit van 18 augustus 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:196
Datum uitspraak
1 februari 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202100550/2/V3

201801583/1/V1

Bij besluit van 23 mei 2017 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd voor de duur van vijf jaar.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:139
Datum uitspraak
29 januari 2021
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak201801583/1/V1

201810283/1/V1

Bij besluit van 1 december 2017 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken en de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van die verblijfsvergunning afgewezen. Ook heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tegen de vreemdeling een inreisverbod uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:186
Datum uitspraak
29 januari 2021
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak201810283/1/V1

201904822/1/V3

Bij besluit van 13 juli 2017 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van referent om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:189
Datum uitspraak
29 januari 2021
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak201904822/1/V3

201907832/1/V3

Bij besluit van 15 maart 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een machtiging tot voorlopig verblijf (hierna: mvv) te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:140
Datum uitspraak
29 januari 2021
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak201907832/1/V3

201907935/1/V3

Bij besluit van 15 maart 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:191
Datum uitspraak
29 januari 2021
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak201907935/1/V3

202003155/1/V1

Bij besluit van 9 augustus 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:188
Datum uitspraak
29 januari 2021
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202003155/1/V1

202003948/1/V1

De vreemdeling heeft tegen het uitblijven van een besluit op haar aanvraag om haar een verblijfsvergunning asiel te verlenen, beroep ingesteld bij de rechtbank.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:190
Datum uitspraak
29 januari 2021
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202003948/1/V1

202006870/2/R3

Bij besluit van 4 december 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Noordwijk [verzoekster] onder oplegging van een dwangsom gelast om vier penanten, twee toegangspoorten en het deel van de erfafscheiding dat direct grenst aan de uitbouw op het perceel [locatie 1] te Noordwijk te verlagen en verlaagd te houden tot ofwel een hoogte van 1 m, ofwel tot dezelfde hoogte als de aansluitende erfafscheiding. [verzoekster] heeft op het perceel een erfafscheiding gerealiseerd. Deze bestaat uit muren aan weerszijden van het toegangspad vanaf het trottoir naar de voordeur van de woning, waarop en waarin zich enkele hogere bouwonderdelen bevinden. De muren zelf zijn volgens het college iets meer en volgens [verzoekster] iets minder dan 1 m hoog. Aan de noordoostelijke zijde vormt de muur een afscheiding met het perceel [locatie 2]. Aan deze zijde is de muur nabij de voordeur over een lengte van 0,99 m met ruim 1 m verhoogd tot enkele tientallen centimeters onder de luifel van de voordeur.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:183
Datum uitspraak
29 januari 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202006870/2/R3

202007009/2/V2

Bij besluit van 11 juli 2019, aangevuld bij besluit van 30 juni 2020, heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:187
Datum uitspraak
29 januari 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202007009/2/V2

202100625/2/V3

Bij besluit van 2 september 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:192
Datum uitspraak
29 januari 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202100625/2/V3

201904542/1/V3

De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. S. Thelosen, advocaat te Amsterdam, heeft tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 14 mei 2019 in zaak nr. 18/9839, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:180
Datum uitspraak
28 januari 2021
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak201904542/1/V3

202004423/3/R4

Bij uitspraak van 22 september 2020 heeft de voorzieningenrechter de voorlopige voorziening getroffen dat het besluit van de raad van 18 juni 2020 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Logistiek Centrum Obelink Vrijetijdsmarkt" en het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Winterswijk van 24 juni 2020 tot het verlenen van een omgevingsvergunning aan Obelink voor het bouwen van een logistiek centrum en het vellen van 10 bomen geschorst zijn. Het plangebied ligt aan de westzijde van de bebouwde kom van de kern Winterswijk. Het bestaat grotendeels uit braakliggend terrein waarop voorheen de kaasfabriek van Coberco was gevestigd. Obelink wil een logistiek centrum realiseren gericht op haar eigen activiteiten (retail in de fysieke winkel en via internet). Het plangebied wordt daarom ontwikkeld van kaasfabriek naar logistiek centrum. Het college heeft aan Obelink een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van een logistiek centrum. Obelink verzoekt om opheffing van de schorsing.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:141
Datum uitspraak
28 januari 2021
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202004423/3/R4

202004585/1/V2

Bij besluit van 2 oktober 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, tweede lid, van de Vw 2000, waaruit een duurzaam verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:138
Datum uitspraak
28 januari 2021
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202004585/1/V2

202006266/1/V3

Bij besluit van 6 augustus 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:179
Datum uitspraak
28 januari 2021
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202006266/1/V3

202006771/2/V2

Bij besluit van 16 juni 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:185
Datum uitspraak
28 januari 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202006771/2/V2

202100251/2/A3

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 7 januari 2021, verzonden op dezelfde dag, van de rechtbank. [verzoeker] heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:184
Datum uitspraak
28 januari 2021
  • Mondelinge uitspraak
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202100251/2/A3

202002618/1/V1

Bij besluit van 24 januari 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:181
Datum uitspraak
27 januari 2021
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202002618/1/V1

202004563/1/V1

De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. M. Krikke, advocaat te Bussum, heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 13 augustus 2020 in zaak nr. NL20.8062.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:182
Datum uitspraak
27 januari 2021
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202004563/1/V1

202006275/1/A3 en 202006275/2/A3

Bij besluit van 5 juni 2020 heeft de minister voor Rechtsbescherming afwijzend beslist op een aanvraag van [appellant] om afgifte van een verklaring omtrent het gedrag, ten behoeve van het verkrijgen van een chauffeurskaart voor de taxibranche bij KIWA Register B.V. [appellant] heeft een Wajong-uitkering. Hij heeft op 12 mei 2020 een VOG aangevraagd omdat hij weer als taxichauffeur wil werken. De minister heeft bij de beoordeling van deze aanvraag de criteria gehanteerd die zijn neergelegd in de Beleidsregels VOG-NP-RP 2018. Volgens deze beleidsregels wordt, als een aanvrager voorkomt in het Justitieel Documentatie Systeem, een aanvraag om een VOG beoordeeld aan de hand van een objectief en een subjectief criterium. Volgens de minister voldoet [appellant] aan het objectieve criterium, omdat binnen de terugkijktermijn van vijf jaren in het JDS acht justitiële gegevens staan geregistreerd, waaronder drie strafbeschikkingen voor overtredingen van de Taxiverordening Amsterdam 2012.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:128
Datum uitspraak
27 januari 2021
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Verklaring omtrent gedrag
  • uitspraakin de zaak202006275/1/A3 en 202006275/2/A3

202006482/2/A3

Bij besluit van 2 november 2020 heeft de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport opnieuw besloten het rapport ‘[bedrijf] Nederlandse jeugdhulp in Portugal. Toets kleinschalige jeugdhulp met verblijf’ van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, openbaar te maken. [verzoeker] heeft bij wijze van voorlopige voorziening verzocht om te bepalen dat de minister in afwachting van de uitspraak op het beroep niet overgaat tot openbaarmaking van het rapport.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:132
Datum uitspraak
27 januari 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202006482/2/A3

202006526/1/R1 en 202006526/2/R1

Bij besluit van 22 juli 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan [vergunninghoudster] een omgevingsvergunning verleend voor het vellen van een es in de achtertuin van de woning aan de [locatie 1] in Amsterdam. [appellante] woont aan de [locatie 2]. Op het perceel [locatie 1] staat in de achtertuin een es. Deze es staat op een afstand van minder dan 50 cm van het perceel van [appellante], heeft een hoogte van ruim 12 m en een stamomtrek van meer dan 90 cm. [vergunninghoudster] heeft een omgevingsvergunning aangevraagd om deze es te kappen, zodat de tuin heringericht kan worden. Aan de verleende omgevingsvergunning is onder meer de voorwaarde verbonden dat voor de te kappen boom in de periode november tot en met februari één nieuwe boom van minimaal de derde grootte, in de aanplantmaat omtrek 14-16 cm, moet worden herplant. De afstand van de stam tot de erfgrens dient minimaal 50 cm te bedragen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:126
Datum uitspraak
27 januari 2021
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Kapvergunningen
  • uitspraakin de zaak202006526/1/R1 en 202006526/2/R1

202006536/2/A3

Bij besluit van 21 februari 2020 heeft het dagelijks bestuur van het Samenwerkingsorgaan Holland Rijnland [verzoeker] onder aanzegging van bestuursdwang gelast de woning aan de [locatie] te Leiden binnen 8 weken te ontruimen. Het verzoek van [verzoeker] strekt ertoe dat bij wijze van voorlopige voorziening de werking van de besluiten van 21 februari 2020 en 7 juli 2020 wordt geschorst, totdat de Afdeling uitspraak heeft gedaan op het ingestelde hoger beroep.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:129
Datum uitspraak
27 januari 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202006536/2/A3

202006893/2/V3

Bij besluit van 5 augustus 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:178
Datum uitspraak
27 januari 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202006893/2/V3

202006956/2/V3

Bij besluit van 13 november 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:177
Datum uitspraak
27 januari 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202006956/2/V3

201810211/1/R3 en 201810212/1/R3

Bij besluit van 11 juli 2017, gewijzigd bij besluiten van 26 februari 2018 en 28 augustus 2018, heeft het college van burgemeester en wethouders van Molenlanden (voorheen: het college van burgemeester en wethouders van Giessenlanden) aan [appellant sub 1] een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een bijgebouw ten behoeve van een kleinschalige meubelmakerij op het perceel [locatie 1] te Noordeloos. [appellant sub 1] woont op het perceel en exploiteert aldaar onder de naam [appellante sub 1B] een eenmanszaak in het maken van meubels. Hij heeft een omgevingsvergunning gevraagd om op het perceel aanwezige bijgebouwen te slopen en een nieuwe loods voor zijn meubelmakerij op te richten. Dat project is in strijd met het geldende bestemmingsplan "Buitengebied Giessenlanden".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:161
Datum uitspraak
27 januari 2021
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak201810211/1/R3 en 201810212/1/R3

201900720/1/R4

Bij besluit van 4 december 2018 heeft de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming de bij besluit van 12 juli 2016 aan N.V. Elektriciteits-Produktiemaatschappij Zuid-Nederland krachtens de Kernenergiewet verleende revisievergunning voor de Kernenergiecentrale Borssele ambtshalve gewijzigd. EPZ beschikt over een vergunning voor onbepaalde tijd voor het in werking brengen en houden van de KCB. Sindsdien zijn voor de KCB verschillende vergunningen krachtens de Kernenergiewet verleend. In juli 2016 aan EPZ een vergunning verleend voor het wijzigen van de KCB en het in werking hebben van de KCB na die wijziging. De wijziging betreft het uitvoeren van 11 maatregelen die zijn voortgekomen uit de 10-jaarlijkse veiligheidsevaluatie 10EVA13 en de Complementary Safety margin Assessment (CSA), ook wel het Europees robuustheidsonderzoek of de stresstest genoemd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:174
Datum uitspraak
27 januari 2021
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Kernenergie
  • uitspraakin de zaak201900720/1/R4

201903087/2/R3

Bij tussenuitspraak van 22 juli 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1766, heeft de Afdeling de raad van de gemeente De Wolden opgedragen binnen 20 weken na de verzending van deze tussenuitspraak de daar omschreven gebreken in het besluit van de raad van de gemeente De Wolden van 28 februari 2019 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Dunningen 4e fase, de Wijk" te herstellen. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak, onder 10.1, overwogen dat in paragraaf 3.2 van de plantoelichting is vermeld dat de straten vanuit de Wijk Dunningen 3e fase oostwaarts worden doorgetrokken. Hoewel in het bestemmingsplan "Dunningen 4e fase, de Wijk" de bestemming "Verkeer - Verblijfsgebied" is toegekend aan de gronden aan de zuidelijke zijde van het plangebied, kent het plan "Dunningen 3e fase, de Wijk" de bestemming "Groen" toe aan de gronden die ten oosten moeten aansluiten op de voorziene weg.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:152
Datum uitspraak
27 januari 2021
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Drenthe
  • uitspraakin de zaak201903087/2/R3

201903771/1/R4

Bij besluit van 3 april 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Doetinchem opnieuw beslist op het door [appellant] gemaakte bezwaar. Het college heeft de weigering om handhavend op te treden tegen [partij] vanwege gebruik van het perceel aan de [locatie] in Doetinchem in strijd met het bestemmingsplan gehandhaafd. Op het perceel is een tuincentrum gevestigd dat onder meer sierbestrating verkoopt. [appellant] is eigenaar van een stuk grond dat grenst aan het perceel. Hij heeft het college verzocht om handhavend op te treden tegen [partij], omdat zij volgens hem in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Dichteren-2012" handelt door de sierbestrating niet alleen aan particulieren maar ook aan hoveniers te verkopen, waardoor sprake is van groothandel in plaats van de op het perceel toegestane detailhandel. Het college heeft het handhavingsverzoek afgewezen, omdat volgens hem niet is gebleken dat [partij] opereert als groothandel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:150
Datum uitspraak
27 januari 2021
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak201903771/1/R4

201903828/1/R2

Bij besluit van 30 november 2017 heeft het college van gedeputeerde staten van Limburg aan [vergunninghouder] een vergunning krachtens artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming verleend voor de exploitatie van een melkrundvee- en varkenshouderij aan de [locatie] te [plaats]. In de omgeving van het bedrijf liggen de Natura 2000-gebieden "Groote Peel", "Sarsven en de Banen" en "Weerter en Budelerbergen & Ringselven". De aanvraag dateert van 30 juni 2015 en ziet op het houden van 70 melkkoeien, 50 stuks jongvee en 220 vleesvarkens met een emissie van 1.790,0 kg NH3 / jaar. Er is niet eerder een vergunning op grond van de Wnb of de voorheen geldende Natuurbeschermingswet 1998 verleend. Voor het bedrijf is op 17 mei 1994 een vergunning op grond van de Wet milieubeheer verleend voor 50 stuks jongvee, 70 stuks melkvee en 220 vleesvarkens. Het college heeft de Wnb-vergunning verleend omdat de aanvraag ziet op de bedrijfssituatie waarvoor op 17 mei 1994 een milieuvergunning is verleend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:175
Datum uitspraak
27 januari 2021
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak201903828/1/R2

201903862/1/R3

Bij besluit van 28 maart 2019 heeft de raad van de gemeente Goeree-Overflakkee besloten om het bestemmingsplan "Woningen hoek Oude Nieuwlandseweg/Westerweg Ouddorp" niet vast te stellen. [appellant] is eigenaar van gronden op de hoek van de Westerweg en de Oude Nieuwlandseweg in Ouddorp. Hij wil ter plaatse zes (recreatie)woningen realiseren. Het college heeft medio 2016 een ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd, waarin aan de gronden van [appellant] de bestemming "Wonen" met de aanduiding "verblijfsrecreatie" en de bestemming "Natuur-Zandwallen" zijn toegekend. Er zijn in totaal zes woningen zijn toegestaan, die ook kunnen worden benut voor verblijfsrecreatie in de vorm van recreatiewoningen. De gemeenteraad heeft in maart 2019 besloten hieraan geen medewerking te verlenen, omdat dit plan volgens hem leidt tot een aantasting van het landschap. [appellant] is het hier niet mee eens.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:168
Datum uitspraak
27 januari 2021
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak201903862/1/R3

201904440/1/R4

Bij besluit van 4 mei 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht [appellant] onder oplegging van een eenmalige dwangsom van € 12.500,00 gelast om vóór 1 juli 2017 de geconstateerde gebreken in het pand aan de [locatie] te Utrecht te (doen) herstellen en hersteld te (doen) houden. [appellant] is eigenaar van het pand aan de [locatie] te Utrecht. Dit pand heeft meerdere kamers die worden verhuurd. Na inspecties op 12 december 2016 en 6 april 2017 heeft het college aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd vanwege een overtreding van artikel 1b, tweede lid, van de Woningwet. Het pand is volgens het college in een staat die niet voldoet aan voorschriften van het Bouwbesluit 2012.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:169
Datum uitspraak
27 januari 2021
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak201904440/1/R4

201904590/1/A3

Bij besluit van 27 september 2017 heeft de staatssecretaris aan [appellante] een boete van € 228.000,- opgelegd wegens overtredingen van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. Op 25 en 26 januari 2016 en op 1 februari 2016 hebben arbeidsinspecteurs van de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid een onderzoek uitgevoerd bij het fileerbedrijf [appellante] op de naleving van de Wml. Dit onderzoek is gevolgd door een administratief onderzoek. Deze bevindingen zijn voor de staatssecretaris reden geweest om - nadat ook na het voornemen tot het opleggen van de boete niet aan de vordering is voldaan - aan [appellante] bij besluit van 27 september 2017 een boete op te leggen van € 228.000,-, voor 21 overtredingen van artikel 18b, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wml. De hoogte van de boete heeft de staatssecretaris vastgesteld aan de hand van de "Beleidsregel bestuursrechtelijke handhaving Wet minimumloon en vakantiebijslag 2017".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:170
Datum uitspraak
27 januari 2021
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak201904590/1/A3

201906461/1/R3

Bij besluit van 17 oktober 2018 heeft de burgemeester van Groningen [appellant] onder aanzegging van bestuursdwang gelast om voor 22 oktober 2018 alle vluchtroutes in het pand aan de [locatie] in Groningen te ontdoen van obstakels, de hoeveelheid elektrische apparaten in het pand aan te passen aan het persoonlijke gebruik van [appellant], de gehele elektrische installatie door een door Sterkin erkend bedrijf te laten keuren en overeenkomstig de bevindingen van dit bedrijf te herstellen en alle in gebruik zijnde elektrische apparaten te voorzien van deugdelijke onbeschadigde elektriciteitssnoeren en stekkers. [appellant] woont in het pand aan de [locatie] in Groningen. [appellant] huurt de woning van de woningbouwstichting Stichting Nijestee in Groningen. Het college heeft in het besluit van 17 oktober 2018 aan [appellant] een last onder bestuursdwang opgelegd omdat de woning in strijd met artikel 1a, tweede lid, van de Woningwet wordt gebruikt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:163
Datum uitspraak
27 januari 2021
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak201906461/1/R3

201906605/1/R1

Bij besluit van 2 juli 2019 heeft de raad van de gemeente Terneuzen het bestemmingsplan "Terneuzen Midden, Pattistpark 2019" vastgesteld. Bij besluit van 6 augustus 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Terneuzen een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van de oostelijke toren met 48 appartementen en een parkeergarage op de locatie Pattistpark 57 t/m 104. Het plan is opgesteld voor de herontwikkeling van de locatie van het voormalige zorgcomplex Ter Schorre. Het plan voorziet nu in drie woontorens met in totaal 192 appartementen en in een parkeergarage in twee bouwlagen. De omgevingsvergunning maakt de bouw mogelijk van de oostelijke toren met 48 appartementen en een parkeergarage. [appellant] woont in het woon- en zorgcomplex Maxima aan [locatie], gelegen ten zuidoosten van het plangebied, en richt zich tegen het plan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:166
Datum uitspraak
27 januari 2021
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zeeland
  • uitspraakin de zaak201906605/1/R1

201906700/1/R3

Bij besluit van 14 juni 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Wassenaar aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het kappen van 58 bomen op het perceel [locatie 1] te Wassenaar. [vergunninghouder] is voornemens het hotel op het perceel uit te breiden en heeft daarvoor in 2017 een aanvraag om omgevingsvergunning ingediend. Deze omgevingsvergunning is door het college op 4 juli 2019 verleend. Zij heeft ook een aanvraag ingediend om 58 bomen op het perceel te kappen. [appellant A] en [appellant B] zijn het met de verlening van deze omgevingsvergunning niet eens, voor zover daarbij is vergund dat er 29 bomen in een groenstrook worden gekapt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:159
Datum uitspraak
27 januari 2021
  • Hoger beroep
  • Kapvergunningen
  • uitspraakin de zaak201906700/1/R3

201906971/1/R1 en 201906973/1/R1

Bij besluit van 18 februari 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Alkmaar geweigerd aan [appellant] een omgevingsvergunning te verlenen voor het realiseren van bewoning op het perceel [locatie 1] te Alkmaar. Bij besluit van 3 april 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Alkmaar [appellant] gelast om het met het bestemmingsplan strijdige gebruik van het pand te staken. [partij] heeft het college in april 2016 verzocht om handhavend op te treden tegen de bewoning van het achter haar woning gelegen pand. In november 2016 heeft het college [appellant] een last onder dwangsom opgelegd ter beëindigding van het gebruik van het pand als woning. In april 2017 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Dit besluit is onherroepelijk geworden. In januari 2019 heeft [appellant] een aanvraag om omgevingsvergunning ingediend om het strijdige gebruik van het pand als woning te legaliseren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:167
Datum uitspraak
27 januari 2021
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak201906971/1/R1 en 201906973/1/R1

201907450/1/R3

Bij besluit van 18 juli 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag [appellant] onder oplegging van een dwangsom van € 2000,00 ineens gelast om het met het bestemmingsplan strijdige gebruik van het perceel aan de [locatie 1] in Den Haag als cateringbedrijf te beëindigen en beëindigd te houden. De rechtbank heeft in haar uitspraak overwogen dat het gebruik van het pand in Den Haag in strijd is met het bestemmingsplan "Laakwijk - Schipperskwartier" en dat het college in het besluit van 11 juni 2010 niet impliciet vrijstelling van het bestemmingsplan heeft verleend. Het college was dan ook bevoegd daartegen handhavend op te treden. Daarnaast heeft de rechtbank overwogen dat het beroep op het vertrouwensbeginsel niet kan slagen en dat de rechtbank niet is gebleken van bijzondere omstandigheden op grond waarvan van handhaving dient te worden afgezien. [appellant] kan zich niet vinden in het oordeel van de rechtbank over detailhandel en horeca.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:164
Datum uitspraak
27 januari 2021
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak201907450/1/R3

201907460/1/R3

Bij besluit van 2 oktober 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zederik, nu de gemeente Vijfheerenlanden, het verzoek van [appellante] om handhaving van een veronderstelde illegale demping van een sloot en aanplant van struiken op en nabij het perceel Achthoven 7 in Lexmond afgewezen. [appellante] heeft het college verzocht om handhavend op te treden. Het verzoek van [appellante] ziet op het dempen van een sloot/watergang nabij haar perceel en op de aanplant van struiken door haar buren voor zover die op of over haar perceel groeien. [appellante] had al eerder verzocht om handhavend op te treden tegen de aanplant. Het college heeft het verzoek afgewezen. De rechtbank heeft in de uitspraak van 23 augustus 2019 over het verzoek om handhaving tegen het dempen van de sloot/watergang geoordeeld dat [appellante] niet aannemelijk heeft kunnen maken dat ondanks de uitkomst van de eerdere bestuursrechtelijke procedure een vergunning was vereist voor het dempen van de sloot/watergang.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:157
Datum uitspraak
27 januari 2021
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak201907460/1/R3

201908214/1/R1

Bij besluit van 1 oktober 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag onder meer de locatie aan de Breitnerlaan, ter hoogte van nummer 313, in de wijk Benoordenhout in het stadsdeel Haagse Hout in Den Haag, aangewezen voor de plaatsing van een ondergronds "afvalsorteerstraatje". Het college heeft een plaatsingsplan vastgesteld voor een ondergronds afvalsorteerstraatje in de wijk Benoordenhout in het stadsdeel Haagse Hout in Den Haag. Het afvalsorteerstraatje bestaat uit een aantal ondergrondse containers voor verschillende soorten afval, zoals glas, textiel, papier en het zogenoemde PMD-afval (Plastic, Metalen verpakkingen en Drinkpakken). [appellante] woont aan de [locatie] in Den Haag. Zij kan zich niet verenigen met de plaatsing van het afvalsorteerstraatje op deze locatie, aangezien zij vreest voor de aantasting van haar woon- en leefklimaat als gevolg van de aanwezigheid van het ondergrondse afvalsorteerstraatje tegenover haar woning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:165
Datum uitspraak
27 januari 2021
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak201908214/1/R1

201908387/1/A2

Bij besluit van 17 september 2018 heeft het bestuur van het Participatiefonds het verzoek van Amstelwijs om gevolg te geven aan het besluit van 25 september 2017 en een bedrag van € 250.000,00 uit te betalen, afgewezen. Op 19 september 2011 heeft Amstelwijs [werknemer] ontslagen. Aan dat ontslag heeft zij primair plichtsverzuim en subsidiair redenen van gewichtige aard, gelegen in een onherstelbare vertrouwensbreuk, ten grondslag gelegd. In 2011 is ook de aanvraag van [werknemer] voor een WW-uitkering en bovenwettelijke uitkeringen door het UWV en WWplus - een uitkeringsinstantie voor bovenwettelijke WW-uitkeringen - afgewezen vanwege verwijtbare werkloosheid. Op 12 februari 2018 heeft Amstelwijs een verzoek ingediend om een bedrag van € 250.000,00 dat zij uit hoofde van een uitkeringsgarantie aan voormalig werknemer [werknemer] heeft betaald, uit te keren. Dat verzoek heeft het Participatiefonds afgewezen omdat de ingediende kosten geen uitkeringskosten zijn die voor vergoeding in aanmerking komen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:145
Datum uitspraak
27 januari 2021
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Onderwijs
  • uitspraakin de zaak201908387/1/A2

201908583/1/R4

Bij besluit van 18 mei 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Winterswijk [appellante] onder bedreiging van een dwangsom gelast het gebruik van een bouwwerk op het perceel [locatie] te Winterswijk voor wonen te beëindigen en beëindigd te houden. [appellante] woont sinds 2001 op het perceel in een bouwwerk dat eerst als berging werd gebruikt en daarna voor bewoning geschikt is gemaakt. Op grond van het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Buitengebied Winterswijk" en de op het perceel rustende bestemming "Bos", is het niet toegestaan om op het perceel te wonen. Het college heeft [appellante] daarom onder bedreiging van een dwangsom gelast de bewoning van het bouwwerk te beëindigen en beëindigd te houden. De begunstigingstermijn is bij besluit van 29 november 2019 verlengd tot zes weken na de datum van de uitspraak van de Afdeling. [appellante] vindt dat er bijzondere omstandigheden zijn die maken dat het college in dit geval van handhaving had moeten afzien.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:158
Datum uitspraak
27 januari 2021
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak201908583/1/R4

201909106/1/A2

Bij besluit van 28 augustus 2018 heeft de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven de aanvraag van [appellant] om een uitkering uit het schadefonds geweldsmisdrijven afgewezen. De CSG kent uit het schadefonds onder meer uitkeringen toe aan een ieder die door een in Nederland opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf ernstig lichamelijk of geestelijk letsel heeft opgelopen. Op 9 augustus 2018 heeft [appellant] bij de CSG een aanvraag ingediend om een uitkering uit het schadefonds. Hij heeft in het aanvraagformulier vermeld dat hij slachtoffer is geworden van stelselmatig huiselijk geweld en als gevolg daarvan fysiek en psychisch letsel heeft opgelopen. Aan de afwijzing van de aanvraag heeft de CSG ten grondslag gelegd dat [appellant] onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij slachtoffer is geworden van een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf als bedoeld in artikel 3, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet schadefonds geweldsmisdrijven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:147
Datum uitspraak
27 januari 2021
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak201909106/1/A2

201909291/1/R4

Bij besluit van 26 september 2019 heeft de raad van de gemeente Bronckhorst het bestemmingsplan "Correctieve herziening Landelijk gebied Bronckhorst" vastgesteld. [appellant] exploiteert op het perceel [locatie 1] te Halle een loonwerkbedrijf onder de naam [bedrijf]. Sinds tientallen jaren wordt er ook een akkerbouwbedrijf dan wel een akkerbouwtak van het loonwerkbedrijf geëxploiteerd. Het loonwerkbedrijf maakt een groot deel uit van de totale activiteiten. Ten opzichte van het door de Afdeling vernietigde deel van het bestemmingsplan "Landelijk gebied Brockhorst" is de locatie voor opslag verschoven en de maximale oppervlakte aan buitenopslag gewijzigd van 800 m² naar 902 m². Het plan voorziet in buitenopslag op het deel van het perceel van [appellant] waarop de bestemming "Bedrijf" rust. Voor dat deel van het perceel geldt op grond van artikel 5.1.2 van de planregels een maximale oppervlakte van 902 m² voor buitenopslag.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:172
Datum uitspraak
27 januari 2021
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak201909291/1/R4

202000059/1/R1

Bij besluit van 27 juni 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van een dakopbouw met dakterras en zonnepanelen, het wijzigen van de zijgevel en het plaatsen van een buitentrap naar een nieuw te plaatsen steiger bij de woning op de [locatie 1] in Amsterdam. Volgens het college voldoen de dakopbouw, het dakterras en de zonnepalen aan de bouw- en gebruiksbepalingen van het ter plaatse geldende bestemmingsplan "IJburg 1e fase, 2e herziening". De voorziene buitentrap is daarentegen in strijd met het ter plaatse van de trap geldende bestemmingsplan "IJburg 1e fase". Om het bouwplan niettemin mogelijk te maken heeft het college toepassing gegeven aan een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid. [appellant A] en [appellant B] wonen in de directe nabijheid van de woning waar het bouwplan betrekking op heeft en kunnen zich niet met het bouwplan verenigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:171
Datum uitspraak
27 januari 2021
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202000059/1/R1

202000457/1/A2

Bij besluit van 19 september 2018 heeft de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven de aanvraag van [appellante] om een uitkering uit het schadefonds geweldsmisdrijven afgewezen. De CSG kent uit het schadefonds onder meer uitkeringen toe aan een ieder die door een in Nederland opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf ernstig lichamelijk of geestelijk letsel heeft opgelopen. Op 7 augustus 2018 heeft [appellante] bij de CSG een aanvraag ingediend om een uitkering uit het schadefonds. Zij heeft in het aanvraagformulier vermeld dat zij slachtoffer is geworden van stelselmatig huiselijk geweld in de periode 2007-2010 en als gevolg daarvan fysiek en psychisch letsel heeft opgelopen. De CSG heeft bij het besluit van 7 december 2018 een uitkering toegekend van € 2.500,00, gebaseerd op letselcategorie 2 van de zogenoemde Letsellijst Schadefonds Geweldsmisdrijven van 1 mei 2018. Volgens de CSG wordt de verklaring van [appellante] over huiselijk geweld ondersteund door de meerdere meldingen die zijn gedaan bij de politie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:149
Datum uitspraak
27 januari 2021
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202000457/1/A2

202000600/1/A2

Bij uitspraak van 13 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:413, heeft de Afdeling het door de bibliotheek ingestelde hoger beroep gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 30 mei 2018 in zaak nr. 17/3023 vernietigd, voor zover de rechtbank in die uitspraak de besluiten van 30 september 2016 en 20 april 2017 van (het bestuur van) de Stichting Cultuur Eindhoven heeft herroepen. Op 31 mei 2016 heeft de bibliotheek, op grond van de Subsidieregeling Cultuur Eindhoven 2017-2020 voor de periode 2017-2020 een subsidie van € 14.018.000,00 aangevraagd. Bij besluit van 30 september 2016, (onder aanpassing van de motivering) gehandhaafd bij besluit van 26 september 2017, heeft SCE deze aanvraag gehonoreerd in zoverre dat aan de bibliotheek voor die periode een subsidie is verleend van maximaal € 12.788.468,00, hetgeen € 1.229.532,00 lager is dan aangevraagd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:176
Datum uitspraak
27 januari 2021
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202000600/1/A2

202000801/1/R4

Bij besluit van 23 oktober 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 1 oktober 2019 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld en meegedeeld dat de kosten daarvan op [appellant] worden verhaald. Op 1 oktober 2019 heeft een toezichthouder een doos aangetroffen naast een ondergrondse afvalcontainer ter hoogte van de woning Columbusstraat 221. De toezichthouder heeft spoedeisende bestuursdwang toegepast door de doos te verwijderen. Bij besluit van 21 januari 2020 heeft het college dat bezwaar niet-ontvankelijk verklaard, omdat het bezwaarschrift volgens hem niet binnen de bezwaartermijn, die volgens het college liep van 24 oktober 2019 tot en met 4 december 2019, is ingediend. [appellant] is het niet eens met dit besluit en heeft daartegen beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:156
Datum uitspraak
27 januari 2021
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202000801/1/R4
vorige pagina1...239240241...1.239volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon