Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 123.955
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202005079/1/R2

Bij het besluit van 21 januari 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Best, naar aanleiding van een verzoek om handhaving van [wederpartij], [vergunninghouder] onder oplegging van een dwangsom gelast om vóór 4 februari 2019 te voldoen aan de in de omgevingsvergunning van 5 januari 2015 opgenomen voorwaarden over de landschappelijke inpassing. Het college heeft het verzoek om handhaving afgewezen voor zover dat verzoek betrekking heeft op de luchtwasser en de situering van de stal. Op 21 december 2009 heeft het college aan de vergunninghouder een zogenoemde revisievergunning verleend als bedoeld in de Wet milieubeheer voor onder meer het oprichten van een nieuwe stal en het plaatsen van een combiluchtwasser met chemische wasser/waterwasser. Bij controles op de naleving van de omgevingsvergunning is geconstateerd dat in plaats van de vergunde combiluchtwasser een combiluchtwasser met een watergordijn en biologische wasser is geplaatst.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:256
Datum uitspraak
26 januari 2022
  • Hoger beroep
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202005079/1/R2

202006519/1/V1

Bij besluit van 21 mei 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen. De vreemdeling stelt de Eritrese nationaliteit te hebben. Zij vraagt in het kader van nareis verblijf bij referent, die volgens haar de vader van haar minderjarig kind en haar echtgenoot is. Ter onderbouwing van haar identiteit en de gestelde gezinsband heeft zij een registratiekaart van de Administration for Refugee & Returnee Affairs, een doopakte en een kerkelijke huwelijksakte overgelegd. De staatssecretaris heeft de aanvraag afgewezen omdat de vreemdeling volgens hem haar identiteit en de gezinsband met referent niet aannemelijk heeft gemaakt. Hij heeft hieraan ten grondslag gelegd dat de overgelegde documenten onvoldoende bewijs vormen, omdat zij op basis van eigen verklaringen zijn opgesteld, handmatig zijn gewijzigd en/of hierop onvoldoende of tegenstrijdige identificerende gegevens van de vreemdeling vermeld staan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:245
Datum uitspraak
26 januari 2022
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202006519/1/V1
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202006519/1/V1

202006821/1/R1

Bij besluit van 19 november 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad ingestemd met het evaluatieverslag van de bodemsanering die is uitgevoerd op de locatie Hemkade 48 te Zaandam. [appellante] woont aan de [locatie] te Zaandam. NSV exploiteert aan de Hemkade 48 een evenementenbedrijf. NSV heeft twee mantelbuizen ingegraven om een loods op het perceel van water en elektriciteit te voorzien. Uit controle van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied bleek dat de locatie waar de twee mantelbuizen ingegraven werden, sterk verontreinigd is. De Omgevingsdienst heeft de werkzaamheden stilgelegd. Vervolgens zijn de werkzaamheden voortgezet en afgerond in de periode van 22 tot en met 24 juli 2019. Back Milieu-advies en onderzoek B V. heeft op 5 november 2019 een rapportage uitgebracht ten aanzien van de evaluatie van de uitgevoerde bodemsanering op de locatie Hemkade 48 in Zaandam in de periode 22 tot en met 24 juli 2019.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:246
Datum uitspraak
26 januari 2022
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Bodembescherming
  • uitspraakin de zaak202006821/1/R1

202100120/1/A3

Bij besluit van 7 mei 2019 heeft de raad van de gemeente Wormerland geheimhouding van een onder geheimhouding overgelegde raadsinformatiebrief bekrachtigd. [appellant B] is gemeenteraadslid voor de Partijen voor Ouderen en Veiligheid in Wormerland. [appellant A] is gemeenteraadslid voor de POV in Zaanstad. De POV heeft op 17 maart 2019 in Wormerland raadsvragen gesteld over de aanbesteding van de Zaanbrug. Omdat specifieke inhoudelijke informatie over de aanbesteding alleen onder geheimhouding verstrekt kan worden heeft het college van burgemeester en wethouders van Wormerland op 26 maart 2019 besloten om een raadsinformatiebrief op te stellen met daarin het geheime deel van de informatie. Op 2 april 2019 is de raadsinformatiebrief opgesteld en heeft het college tijdelijke geheimhouding voor de raadsinformatiebrief opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:232
Datum uitspraak
26 januari 2022
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202100120/1/A3

202100121/1/R1

Bij besluit van 13 maart 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad een verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen handelingen op het terrein Hemkade 48 te Zaandam afgewezen. Op 15 november 2019 heeft NSV werkzaamheden laten verrichten op het terrein Hemkade 48. Deze werkzaamheden bestonden uit een oppervlakkige ontgraving, waarbij de vrijgekomen grond in een droogstaande greppel is aangebracht. Bij brief van 15 november 2019 heeft [appellant] verzocht om handhavend op te treden jegens (graaf)werkzaamheden die rondom hun perceel plaatsvinden. Op 18 november 2019 zijn door de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied monsters genomen van de grond die op 15 november 2019 is afgegraven. Deze monsters zijn onderzocht door Eurofins Omegam. Uit het onderzoek is naar voren gekomen dat de grond ten hoogste licht verontreinigd is. De lichte verontreiniging betreft immobiele verontreinigingen die zich niet verspreiden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:235
Datum uitspraak
26 januari 2022
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202100121/1/R1

202100149/1/R2

Bij besluit van 19 september 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Waalre aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor de activiteiten bouwen en gebruiken in strijd met het bestemmingsplan ten behoeve van het renoveren en uitbouwen van een woonhuis aan de [locatie 1] in Waalre. [vergunninghouder] is eigenaar van het perceel. [appellant] woont op het naastgelegen perceel aan de [locatie 2]. Het bouwplan voorziet onder meer in een uitbouw die aan de zijde van het perceel van [appellant] een lengte heeft van ongeveer 13.5 m en een hoogte van ongeveer 7 m. [appellant] kan zich niet verenigen met de verleende omgevingsvergunning, omdat hij vreest dat zijn woon- en leefklimaat als gevolg van het bouwplan wordt aangetast. Hij vreest voor geluidsoverlast en een inbreuk op zijn privacy, doordat vanuit de uitbouw zicht zou zijn op zijn perceel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:254
Datum uitspraak
26 januari 2022
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202100149/1/R2

202100206/1/A2

Bij besluit van 28 mei 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag de aanvraag van [appellante] om haar een bromfietsrijbewijs te verlenen, niet in behandeling genomen. Op 1 juni 1996 is het bromfietscertificaat ingevoerd. Iedereen die op of na 1 juni 1980 geboren was moest een theorie-examen afleggen bij het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen om een bromfietscertificaat te kunnen verkrijgen. Personen geboren voor die datum hoefden dat examen niet af te leggen en konden een certificaat aanvragen bij het postkantoor of het CBR. Deze regeling is in 2006 vervallen. Tot 1 oktober 2009 was het mogelijk om het bromfietscertificaat in te wisselen voor een bromfietsrijbewijs. [appellante], die stelt vanaf 1987 brommer te rijden, was hiervan naar zij stelt niet op de hoogte. Daarom heeft zij, hoewel zij voor omzetting van het bromfiets certificaat in het bromfietsrijbewijs in aanmerking was gekomen, nooit een bromfietsrijbewijs gehad.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:255
Datum uitspraak
26 januari 2022
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202100206/1/A2

202100213/1/A3

Bij brief van 25 september 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven aan [appellante] medegedeeld dat over haar verzoek om rectificatie van haar persoonsgegevens en om toekenning van schadevergoeding al is gecommuniceerd en dat daarom niet meer inhoudelijk zal worden gereageerd. [appellante] heeft bij brief van 30 augustus 2019 op grond van artikel 16 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming verzocht om rectificatie van haar persoonsgegevens die zijn vermeld in een brief van het college van 7 april 2016 en in een brief met bijlage van het college van 14 november 2018. Zij stelt dat het college een mailbericht van 15 januari 2017 van haar naar derden heeft doorgestuurd, zonder haar mailadres onleesbaar te maken, en dat dit bij haar buren terecht is gekomen. Zij stelt het college aansprakelijk voor de schade die zij heeft geleden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:230
Datum uitspraak
26 januari 2022
  • Hoger beroep
  • Persoonsgegevens
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202100213/1/A3

202100969/1/A3

Bij besluit van 4 december 2018 heeft Normec het aan Linisol verleende procescertificaat asbestverwijdering onvoorwaardelijk geschorst voor de duur van 30 dagen. Linisol is een bedrijf dat zich bezighoudt met asbestsanering. Linisol is in het bezit van het procescertificaat asbestverwijdering dat hiervoor op grond van Arbeidsomstandighedenwet is vereist. Normec is door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op grond van artikel 20, tweede lid, van de Arbeidsomstandighedenwet aangewezen als instelling die bevoegd is procescertificaten asbestverwijdering af te geven. Op 24 oktober 2018 heeft Normec een audit uitgevoerd op de locatie [locatie A] te [plaats]. Medewerkers van Linisol waren daar in een bewoonde woning bezig met het saneren van 74 vierkante meter asbesthoudende vlakke plaat. Dit materiaal werd in de woning gebruikt als dakbeschot. Tijdens de audit heeft Normec drie overtredingen van voorschriften van bijlage XIIIa geconstateerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:241
Datum uitspraak
26 januari 2022
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202100969/1/A3

202101341/1/A2

Bij verkeersbesluit van 11 januari 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Gooise Meren zes parkeerplaatsen aangewezen als betaalde parkeerplaatsen. Het college heeft bij het verkeersbesluit van 11 januari 2018, gepubliceerd op 17 januari 2018 (Stcrt. 2018, nr. 3042) zes parkeerplaatsen op het plein op de hoek van de Burgemeester van Hasseltlaan en de Pater Wijnterlaan in Naarden aangewezen als betaalde parkeerplaatsen. Het betaald parkeren geldt van maandag tot en met zaterdag van 9.00 tot 18.00 uur. Volgens het besluit zijn de betaalde parkeerplaatsen gewenst voor bezoekers van [partij B]. Vergunninghouders kunnen door het verkeersbesluit van maandag tot en met zaterdag van 9.00 tot 18.00 uur niet meer gratis parkeren op de zes parkeerplaatsen. [appellant A] en [appellant B] wonen tegenover het plein en zijn vergunninghouders. Zij hebben tegen het verkeersbesluit bezwaar gemaakt. Dat bezwaar heeft het college bij besluit van 9 juli 2018 ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:257
Datum uitspraak
26 januari 2022
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202101341/1/A2

202101456/1/R2

Bij besluit van 5 september 2019 heeft het college van gedeputeerde staten van Drenthe de tenaamstelling van de aan [appellante] verleende natuurvergunning gewijzigd in burgemeester en wethouders van de gemeente Assen. [appellante] exploiteerde een agrarisch bedrijf aan de [locatie] te Assen. Op 17 maart 2017 hebben [appellant B] en de gemeente Assen een koopovereenkomst gesloten waarin is bepaald dat de eigendom van het bedrijf met alle gronden, inclusief alle rechten en plichten, overgaat naar de gemeente. De overeengekomen koopsom betreft de waarde in het economisch verkeer vermeerderd met de onteigeningsschadeloosstelling. In die koopovereenkomst is verder bepaald dat [appellante] nog drie jaar het recht heeft om de gronden tegen een jaarlijkse vergoeding te gebruiken. De koopovereenkomst is op 1 mei 2017 gepasseerd. Het gebruiksrecht van [appellante] liep tot 1 mei 2020.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:234
Datum uitspraak
26 januari 2022
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202101456/1/R2

202101528/1/R4

Bij besluit van 14 december 2020 heeft de raad van de gemeente Utrechtse Heuvelrug het bestemmingsplan "Broekbergen" gewijzigd vastgesteld. Het bestemmingsplan beoogt een herstructurering van de 18e-eeuwse buitenplaats Broekbergen. Het beoogt het behoud en de restauratie van enige daarop aanwezige rijksmonumenten (het hoofdgebouw, de klokkentoren en de tuinmuur) en de restauratie en reconstructie van de historische tuinen mogelijk te maken. In het bestemmingsplan is voorzien in de sloop van een groot deel van de niet passend geoordeelde bebouwing uit de zestiger jaren van de vorige eeuw en in vervanging daarvan door passend geoordeelde nieuwbouw, namelijk drie nieuwe bouwblokken verspreid over het plangebied. Het bestemmingsplan maakt maximaal 20 (zorg)woningen c.q. appartementen mogelijk in twee bestaande gebouwen en in drie nieuwe gebouwen. Daarnaast wordt de mogelijkheid geboden om in plaats van 8 van de 20 woningen, een deel van de bebouwing (maximaal 1.500 m2) te gebruiken als kantoorruimte.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:252
Datum uitspraak
26 januari 2022
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202101528/1/R4

202102556/1/R4

Bij besluit van 12 januari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam zijn beslissing om op 23 december 2020 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening Rotterdam 2009 en het Uitvoeringsbesluit Afvalstoffen Rotterdam 2009 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van ongeveer vijftien dozen met etensresten, verpakkingsmateriaal, bedrijfsafval en papierresten ter hoogte van de Zwart Janstraat 124a. De afvalstoffen zijn op woensdag 23 december 2020 aangetroffen naast de daar aanwezige ondergrondse afvalcontainer. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] de huishoudelijke afvalstoffen in strijd met de Afvalstoffenverordening 2009 heeft aangeboden, omdat in de dozen het adres van [appellante] is aangetroffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:233
Datum uitspraak
26 januari 2022
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202102556/1/R4

202102662/1/A3

Bij besluit van 23 mei 2018 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat een verzoek van [appellant] om openbaarmaking van informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur deels afgewezen. [appellant] heeft verzocht om openbaarmaking van alle correspondentie en gemaakte afspraken tussen de Belgische staat, dan wel het Vlaams Gewest en de Nederlandse Staat aangaande het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Vlaams Gewest betreffende de uitvoering van de Ontwikkelingsschets 2010 Schelde-estuarium, de uitvoering van het Verdrag en de verwerving en ontpoldering van de Hedwigepolder door de Nederlandse Staat, alsmede alle beschikbare documenten met betrekking tot die correspondentie en afspraken. In de inventarisatielijsten bij het besluit van 25 september 2018 heeft de minister zevenenzestig documenten opgenomen die onder de reikwijdte van het Wob-verzoek vallen. Volgens de minister berusten er bij hem niet meer documenten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:240
Datum uitspraak
26 januari 2022
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202102662/1/A3

202103115/1/R1

Bij besluit van 23 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Pijnacker-Nootdorp onder meer de locatie met het nummer GR47, ter hoogte van de Sytwinde, aangewezen voor het plaatsen van ondergrondse restafvalcontainers. [appellante] betoogt dat de locatie niet geschikt is en dat de procedure om tot de vaststelling van die locatie te komen niet op juiste wijze is gevolgd. Zij wijst er op dat het college haar heeft uitgenodigd om een aanvullende zienswijze te geven omtrent de voorgestelde locatie, maar dat die aanvulling niet is meegenomen in het definitieve besluit tot plaatsing van de orac’s.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:238
Datum uitspraak
26 januari 2022
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202103115/1/R1

202104752/1/R1

Bij besluit van 15 juni 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag onder meer de locatie met het nummer 44B-72A, nabij de hoek van de Beeklaan en de Daguerrestraat te Den Haag, aangewezen voor de plaatsing van twee ondergrondse afvalcontainers. Deze locatie maakt deel uit van het definitieve plaatsingsplan "IV Koningsplein e.o. (buurt 44)". De orac’s zullen in de Daguerrestraat, op enkele meters afstand van de kruising met de Beeklaan, worden geplaatst. [appellant] woont op het adres [locatie 1] en exploiteert daar ook een kringloopwinkel, genaamd "[winkel]". Het pand staat op de hoek van de Daguerrestraat en de Beeklaan. De andere appellanten wonen op de adressen [locatie 2] en [locatie 3]. Deze woningen staan op ongeveer 30 m van de locatie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:260
Datum uitspraak
26 januari 2022
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202104752/1/R1

202104987/1/R1

Bij besluit van 15 juni 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag onder meer de locatie met het nummer 44B-75B, nabij het adres Regentesselaan 117, aangewezen voor de plaatsing van twee ondergrondse restafvalcontainers. [appellante A] is gevestigd op het adres [locatie 1]. [appellant B] woont op het adres [locatie 2]. De locatie ligt in de Galileistraat, om de hoek bij het perceel Regentesselaan 117. De orac’s zullen in een parkeervak worden geplaatst. [appellant] betoogt dat de aangewezen locatie niet geschikt is. Hij voert aan dat het college niet heeft gemotiveerd waarom de locatie geschikter is dan de locatie die was gekozen in het ontwerp van het besluit, namelijk de locatie voor de woning Galileistraat 33. De enkele stelling van het college dat tijdens inloopavonden door bewoners is aangegeven dat de nu gekozen locatie beter is, is volgens hem onvoldoende.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:261
Datum uitspraak
26 januari 2022
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202104987/1/R1

202104999/1/R1

Bij besluit van 15 juni 2021 heeft het het college van burgemeester en wethouders van Den Haag onder meer de locatie met het nummer 44B-73A, nabij de hoek van de Daguerrestraat en de Regentesselaan, aangewezen voor het plaatsen van ondergrondse restafvalcontainers. [appellant] woont op het adres [locatie 1]. De orac’s zullen in de Daguerrestraat worden geplaatst, naast de gevel van de woning [locatie 2]. [appellant] betoogt dat de locatie niet geschikt is, omdat de loopafstanden die het college aanvaardbaar acht niet gehaald worden. Zij wijst er op dat het college een loopafstand van 75 als uitgangspunt hanteert, en in bijzondere omstandigheden een afstand tot 125 m. Zij voert verder aan dat zonder nadere motivering de locatie is gewijzigd ten opzichte van het ontwerp. Verder stelt zij dat de ophaalwagen niet goed door de Daguerrestraat kan rijden, aangezien die te smal is. Die straat zal dus moeten worden aangepast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:262
Datum uitspraak
26 januari 2022
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202104999/1/R1

202007066/1/V3

Bij besluiten van 2 december 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling en haar minderjarige kinderen in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:217
Datum uitspraak
25 januari 2022
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202007066/1/V3

202101346/1/V3

Bij besluit van 20 januari 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:216
Datum uitspraak
25 januari 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202101346/1/V3

202104887/1/V1 en 202104889/1/V1

Bij besluit van 15 februari 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vastgesteld dat hij voor de vreemdelingen gezamenlijk een dwangsom verschuldigd is van € 665,00.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:215
Datum uitspraak
25 januari 2022
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202104887/1/V1 en 202104889/1/V1

202106998/1/V3

Bij besluit van 19 oktober 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:214
Datum uitspraak
25 januari 2022
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202106998/1/V3

202107000/1/V3

Bij besluit van 19 oktober 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:213
Datum uitspraak
25 januari 2022
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202107000/1/V3

202107155/2/R4

Bij besluit van 16 september 2021 heeft de raad van de gemeente Harderwijk het bestemmingsplan "Drielanden - Small Smart Houses Horloseweg" vastgesteld. Het plan maakt mogelijk dat op het onbebouwde perceel aan de Horloseweg [ongenummerd], naast nummer 60, (hierna: het perceel) minimaal 20 microwoningen kunnen worden gebouwd. Het plangebied ligt ten zuiden van het centrum van Harderwijk, in het gebied de Groene Zoom. In het voorgaande plan "Drielanden - Groene Zoom" was voor het plangebied een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om de bouw van drie woningen mogelijk te maken. Omdat de voorgenomen invulling van het plangebied niet geheel binnen dat bestemmingsplan past, heeft de raad ervoor gekozen om voor dit gebied een nieuw bestemmingsplan vast te stellen. [verzoeker] en anderen wonen in de omgeving van het plangebied. Zij kunnen zich niet verenigen met de voorziene woningen. Zij voeren aan dat als gevolg van het plan hun woon- en leefklimaat wordt aangetast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:196
Datum uitspraak
25 januari 2022
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202107155/2/R4

202108161/2/V1

Bij besluit van 30 april 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid ambtshalve geweigerd krachtens artikel 64 van de Vw 2000 te bepalen dat uitzetting van de vreemdeling achterwege blijft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:212
Datum uitspraak
25 januari 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202108161/2/V1

202200366/1/V3 en 202200366/2/V3

Bij besluit van 14 december 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:211
Datum uitspraak
25 januari 2022
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202200366/1/V3 en 202200366/2/V3

202200479/2/V2

Bij besluit van 18 februari 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:210
Datum uitspraak
25 januari 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202200479/2/V2

202200508/2/V3

Bij besluit van 6 december 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:227
Datum uitspraak
25 januari 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202200508/2/V3

202200040/1/R1

Bij besluit van 11 november 2021, kenmerk Z.208114/D.837211, heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant aan [verzoeker] een last onder dwangsom opgelegd wegens overtreding van artikel 39a van de Wet bodembescherming. [verzoeker] heeft daartegen bezwaar gemaakt. Bij besluit van 8 december 2021, kenmerk Z.208114/D.853146, heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant de begunstigingstermijn verlengd tot 1 februari 2022. [verzoeker] heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:278
Datum uitspraak
25 januari 2022
  • Mondelinge uitspraak
  • Bodembescherming
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202200040/1/R1

202005493/1/V3

Bij besluit van 12 oktober 2017 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van de vreemdeling om het tegen hem uitgevaardigde inreisverbod op te heffen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:199
Datum uitspraak
24 januari 2022
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202005493/1/V3

202107086/2/R3

Bij besluit van 21 september 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Deventer het uitwerkingsplan "Chw Steenbrugge 2e uitwerking" vastgesteld. Het uitwerkingsplan voorziet in de bouw van 795 woningen voor de tweede fase van de ontwikkeling van de wijk Steenbrugge. De eerste fase van Steenbrugge is inmiddels gerealiseerd en voorziet in 405 woningen. [verzoekers] wonen aan de [locatie 1] te Deventer. Zij vrezen voor onomkeerbare schade voor het leefgebied van steenuilen en omliggende Natura 2000-gebieden en wateroverlast op hun perceel. Het college is voornemens om op korte termijn het plangebied bouwrijp te maken en stelt dat hij verwacht dat de ontwikkelaars van het plangebied op korte termijn aanvragen voor omgevingsvergunningen voor bouwen zullen indienen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:197
Datum uitspraak
24 januari 2022
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202107086/2/R3

202108042/2/V3

Bij besluit van 10 oktober 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:200
Datum uitspraak
24 januari 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202108042/2/V3

202108107/1/V3

Bij brief van 27 december 2021 heeft verzoeker de Afdeling verzocht om herziening van de uitspraak van 29 april 2020 in zaak nr. 202002197/1/V3.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:201
Datum uitspraak
24 januari 2022
  • Herziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202108107/1/V3

202108143/2/V3

Bij besluit van 8 oktober 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:202
Datum uitspraak
24 januari 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202108143/2/V3

202108190/2/V2

Bij besluit van 16 februari 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:203
Datum uitspraak
24 januari 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202108190/2/V2

202200218/1/V3

Bij besluit van 8 november 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:204
Datum uitspraak
24 januari 2022
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202200218/1/V3

202200249/1/V3

Bij besluit van 18 december 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:205
Datum uitspraak
24 januari 2022
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202200249/1/V3

202200250/1/V3

Bij besluit van 18 december 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:206
Datum uitspraak
24 januari 2022
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202200250/1/V3

202200447/2/V2

Bij besluit van 16 juni 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:207
Datum uitspraak
24 januari 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202200447/2/V2

202200484/2/V1

Bij besluit van 22 maart 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:209
Datum uitspraak
24 januari 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202200484/2/V1

202005274/2/A3

Bij besluit van 2 juli 2015 heeft de minister van Buitenlandse Zaken de aanvraag van [verzoeker] om een nationaal paspoort buiten behandeling gesteld. Bij besluit van 10 september 2020 heeft de minister opnieuw besloten op het door [verzoeker] daartegen gemaakte bezwaar en heeft dat ongegrond verklaard. De minister heeft bij het besluit van 2 juli 2015 de aanvraag van [verzoeker] om een nationaal paspoort buiten behandeling gesteld omdat zij van rechtswege de Nederlandse nationaliteit zou hebben verloren. [verzoeker] heeft hiertegen rechtsmiddelen aangewend. In de bodemzaak gaat het onder meer om de vraag of het verlies van de Nederlandse nationaliteit, en daarmee het verlies van het burgerschap van de Unie, in overeenstemming is met het evenredigheidsbeginsel, een en ander bezien vanuit het oogpunt van het Unierecht. De bodemzaak is op 19 mei 2021 ter zitting behandeld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:190
Datum uitspraak
21 januari 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Paspoort
  • uitspraakin de zaak202005274/2/A3

202103882/1/V1

Bij besluit van 9 juli 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:195
Datum uitspraak
21 januari 2022
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202103882/1/V1

202107565/1/V3

Bij besluiten van 16 november 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling opgehouden en hem in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 26 november 2021 heeft de rechtbank de daartegen door de vreemdeling ingestelde beroepen ongegrond verklaard en de verzoeken om schadevergoeding afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:194
Datum uitspraak
21 januari 2022
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202107565/1/V3

202108128/2/V2

Bij besluit van 2 december 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en hem opgedragen Nederland binnen vier weken te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:193
Datum uitspraak
21 januari 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202108128/2/V2

202200039/1/V3

Bij besluit van 10 december 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 28 december 2021 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:191
Datum uitspraak
21 januari 2022
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202200039/1/V3

202005866/1/V3

Bij besluit van 15 augustus 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf (hierna: mvv) te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:188
Datum uitspraak
20 januari 2022
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202005866/1/V3

202100279/1/V1

Bij besluit van 10 juli 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:187
Datum uitspraak
20 januari 2022
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202100279/1/V1

202102043/1/V1

Bij besluit van 26 maart 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdelingen een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 22 mei 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het daartegen door de vreemdelingen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:185
Datum uitspraak
20 januari 2022
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202102043/1/V1

202103844/1/V2

Bij besluit van 4 december 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van de vreemdeling om herziening van het besluit van 6 april 2017, waarbij hij de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd heeft ingetrokken en een zwaar inreisverbod tegen hem heeft uitgevaardigd, oorspronkelijk opgevat als een verzoek om opheffing van dat zware inreisverbod en dat verzoek afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:184
Datum uitspraak
20 januari 2022
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202103844/1/V2

202106290/1/V2

Bij besluit van 3 augustus 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid ambtshalve geweigerd krachtens artikel 64 van de Vw 2000 te bepalen dat uitzetting van de vreemdeling achterwege blijft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:182
Datum uitspraak
20 januari 2022
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202106290/1/V2

202106393/2/V6

Bij besluit van 1 december 2011 heeft de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties het Nederlanderschap van [verzoeker] ingetrokken. Het verzoek van [verzoeker] strekt ertoe dat bij wijze van voorlopige voorziening wordt bepaald dat de rechtsgevolgen van het besluit tot intrekking van het Nederlanderschap worden opgeschort totdat op het beroep is beslist. Hij heeft hieraan ten grondslag gelegd dat de intrekking van het Nederlanderschap tot gevolg heeft dat hij niet meer in het bezit is van de Nederlandse nationaliteit, hij zijn paspoort en die van zijn twee minderjarige kinderen moet inleveren, hij geen toegang meer heeft tot de gezondheidzorg terwijl hij wegens gezondheidscomplicaties afhankelijk is van medicatie en medische zorg, hij vreest dat zijn werkgever zijn dienstverband zal beëindigen en hij zijn huisvesting niet meer kan bekostigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:186
Datum uitspraak
20 januari 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202106393/2/V6

202107420/1/V3

Bij besluit van 30 oktober 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Bij uitspraak van 22 november 2021 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:181
Datum uitspraak
20 januari 2022
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202107420/1/V3

202107431/2/R4

Bij besluit van 30 september 2021 heeft de raad van de gemeente Utrechtse Heuvelrug het bestemmingsplan "Recreatieterreinen Utrechtse Heuvelrug" vastgesteld. Het bestemmingsplan heeft betrekking op verschillende recreatieterreinen in de gemeente Utrechtse Heuvelrug, waaronder het recreatieterrein Noordwest Kanje. Het plan heeft onder meer als doel om duidelijkheid te bieden over permanente bewoning van recreatieverblijven en juridisch planologisch uitvoering te geven aan het handhavingsbeleid. [verzoeker] woont in een recreatiewoning op het recreatieterrein Noordwest Kanje. Hij heeft beroep ingesteld tegen het plan, onder meer omdat aan het perceel waarop hij woont geen woonbestemming, maar een recreatiebestemming is toegekend. Hij is bang dat hij als gevolg van het plan de recreatiewoning niet meer mag bewonen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:179
Datum uitspraak
20 januari 2022
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202107431/2/R4

202107550/2/R2

Het beroep richt zich tegen het besluit van 9 september 2021, waarbij de raad van de gemeente Echt-Susteren het bestemmingsplan "Zonnepark Dominicusweg Maria Hoop" heeft vastgesteld, en het besluit van 29 september 2021, waarbij het college van de gemeente Echt-Susteren een omgevingsvergunning heeft verleend ten behoeve van de realisatie van het zonnepark en bijbehorende voorzieningen. Deze besluiten zijn gecoördineerd voorbereid en bekendgemaakt met toepassing van artikel 3.30, eerste lid, aanhef en onder b, en artikel 3.32 van de Wet ruimtelijke ordening.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:300
Datum uitspraak
20 januari 2022
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202107550/2/R2

202107636/1/V3

Bij besluit van 12 oktober 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Bij uitspraak van 30 november 2021 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:180
Datum uitspraak
20 januari 2022
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202107636/1/V3

202107835/1/V2 en 202107835/2/V2

Bij besluit van 6 april 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:192
Datum uitspraak
20 januari 2022
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202107835/1/V2 en 202107835/2/V2

202102051/1/V3

Bij besluiten van 7 maart 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten, een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd en hem in vreemdelingenbewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:127
Datum uitspraak
19 januari 2022
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202102051/1/V3

202105662/2/R1

Bij besluit van 8 juli 2021 heeft de raad van de gemeente Alkmaar het bestemmingsplan "[locatie 1], Schermerhorn" vastgesteld. Het plan voorziet in de ontwikkeling van vier woningen op de locatie [locatie 1] in Schermerhorn. Aan de gronden zijn onder meer de bestemmingen "Wonen" en "Tuin" toegekend. Het noordelijk deel van het perceel krijgt een extensieve agrarische functie. Het plangebied is gesitueerd ten noorden van de plas het Zwet en de kern van Schermerhorn. Op het perceel was het bedrijf [bedrijf] gevestigd. De bedrijfsopstallen op het perceel worden gesloopt. In het vorige plan "Landelijk Gebied 2014" was aan de gronden de bestemming "Bedrijf" toegekend. [verzoeker] woont op het perceel [locatie 2] in Schermerhorn en kan zich niet met het plan verenigen. Hij heeft verzocht een voorziening te treffen die er in voorziet dat het plan wordt geschorst totdat er in de bodemprocedure uitspraak is gedaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:117
Datum uitspraak
19 januari 2022
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202105662/2/R1

202200147/2/V1

Bij besluit van 22 juni 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:125
Datum uitspraak
19 januari 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202200147/2/V1

201903908/1/A3

Bij besluit van 21 december 2017 heeft de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een verzoek van [appellant] om documenten over het Nederlandse communisme in de Koude Oorlog deels toegewezen en voor het overige afgewezen. [appellant] doet een onderzoek naar Nederlands communisme in de Koude Oorlog. Daarom heeft hij de minister op 19 maart 2017 verzocht om documenten te verstrekken. Bij brief van 6 september 2017 heeft de minister, vooruitlopend op een besluit op het verzoek, 1009 pagina’s aan [appellant] verstrekt. Bij brief van 11 oktober 2017 heeft de minister [appellant] nog eens 101 pagina’s toegezonden. Bij brief van 15 september 2017 heeft [appellant] zijn verzoek aangevuld. Hij heeft de minister ook verzocht om dagstaten van KB/N uit de periode december 1957 tot en met maart 1958 te verstrekken. [appellant] is het niet eens met die gedeeltelijke inzage en wil verdergaande inzage. Ook is hij van mening dat er meer informatie moet zijn dan die hij heeft ontvangen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:176
Datum uitspraak
19 januari 2022
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak201903908/1/A3

201904897/1/A2

Bij besluit van 18 april 2017 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het verzoek van [appellante] om herziening van de kinderopvangtoeslag over de jaren 2012, 2013 en 2014 afgewezen. Bij besluit van 20 december 2017 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. [appellante] is alleenstaand en heeft twee kinderen. Over de jaren 2012, 2013 en 2014 heeft zij kinderopvangtoeslag ontvangen voor de buitenschoolse opvang van haar kinderen. Bij besluiten van respectievelijk 10 oktober 2014, 13 maart 2015 en 4 maart 2016 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de hoogte van de kinderopvangtoeslag over deze jaren definitief vastgesteld. Deze besluiten zijn onherroepelijk. Bij brieven van 22 februari 2017 en 23 februari 2017 heeft [appellante] verzocht om herziening van de definitieve beschikkingen over de jaren 2012, 2013 en 2014. De Belastingdienst/Toeslagen heeft de herzieningsverzoeken bij het besluit van 18 april 2017 afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:154
Datum uitspraak
19 januari 2022
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak201904897/1/A2

202000778/1/A2

Bij besluit van 21 juli 2018 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de kinderopvangtoeslag van [appellante] over 2016 definitief berekend en vastgesteld op € 13.043,00. Ook is bij dit besluit bepaald dat [appellante] € 12.155,00 aan te veel ontvangen voorschot kinderopvangtoeslag moet terugbetalen. [appellante] heeft in 2016 in de thuiszorg gewerkt. Zij heeft geen (toeslag)partner. Voor haar twee kinderen die naar de dagopvang en buitenschoolse opvang zijn gegaan, heeft zij voorschotten kinderopvangtoeslag ontvangen. De Belastingdienst/Toeslagen is bij de definitieve berekening van de kinderopvangtoeslag over 2016 uitgegaan van 979 gewerkte uren. Volgens de dienst heeft [appellante], gelet op de van toepassing zijnde regelgeving, recht op kinderopvangtoeslag voor 1.380 uur dagopvang en voor 696 uur buitenschoolse opvang. Omdat [appellante] teveel voorschot kinderopvangtoeslag heeft ontvangen, dient zij dit terug te betalen, aldus de dienst. [appellante] is het hiermee niet eens.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:160
Datum uitspraak
19 januari 2022
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202000778/1/A2

202000973/3/R1

Bij tussenuitspraak van 28 april 2021, ECLI:NL:RVS:2021:910, heeft de Afdeling het college van burgemeester en wethouders van Tholen opgedragen om binnen 12 weken na de verzending van de tussenuitspraak het gebrek in het besluit van 5 februari 2019 te herstellen. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling geoordeeld dat het besluit van 5 februari 2019 in strijd met de rechtszekerheid is voor zover het betreft het geluidvoorschrift, derde volzin daarvan met betrekking tot het gebruik van een luidklok. De Afdeling heeft onder 16.7 van die uitspraak overwogen dat het college op zichzelf aansluiting kon zoeken bij de VNG-brochure "Bedrijven en Milieuzonering", maar dat het geluidvoorschrift, verbonden aan het besluit van 5 februari 2019, geen duidelijkheid biedt over de geluidnormen waaraan de Hersteld Hervormde Gemeente Tholen moet voldoen. De VNG-brochure kent immers een stappenschema, waarbij in de stappen 2 en 3 verschillende geluidwaarden staan en stap 4 de ruimte biedt om gemotiveerd daarvan af te wijken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:139
Datum uitspraak
19 januari 2022
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202000973/3/R1

202001783/1/A2

Bij besluit van 15 januari 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hof van Twente een verzoek van [appellant] om een tegemoetkoming in planschade afgewezen. [appellant] heeft op 9 maart 1995 gekocht en is sinds 19 mei 1995 eigenaar van een perceel bouwterrein van ongeveer 450 m2. Zij heeft nadien een aantal percelen aansluitend aan dat perceel verworven. De percelen van [appellant] zijn de kadastrale percelen gemeente Markelo, sectie M nummers 832, 833, 933 en 1128. Deze percelen worden hierna gezamenlijk aangeduid als perceel [locatie A]. De woning waarin [appellant] woont staat op het kadastrale perceel 832. [appellant] heeft gevraagd om vergoeding van planschade ten gevolge van het op 1 januari 2015 in werking getreden bestemmingsplan "Buitengebied Hof van Twente, herziening [locatie A] Markelo", omdat dit plan op het westelijke naastgelegen perceel (hierna: het naastgelegen perceel of perceel [locatie B]) de realisering van een burgerwoning toestaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:173
Datum uitspraak
19 januari 2022
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202001783/1/A2

202001968/1/R2

Bij besluit van 11 februari 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Someren besloten het wijzigingsplan "[locatie 1]" niet vast te stellen. [appellant sub 1] heeft het college verzocht om een wijzigingsplan vast te stellen door gebruik te maken van de wijzigingsbevoegdheid uit artikel 3.6.1. van het geldende bestemmingsplan "Laan ten Boomen ong. (naast [locatie 2])", om een bedrijfswoning op het perceel aan de [locatie 1] te Lierop in de gemeente Someren toe te staan. Op dit perceel exploiteert [appellant sub 1] een tuinbouwbedrijf.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:161
Datum uitspraak
19 januari 2022
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202001968/1/R2

202002933/1/A2

Bij besluit van 22 juni 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Roermond besloten de Sportparklaan te Swalmen aan te merken als doodlopende weg. Op 9 juli 2015 is het bestemmingsplan Witte Koeweg-Sportparklaan vastgesteld door de gemeenteraad. Op diezelfde datum is besloten een deel van de Witte Koeweg aan de openbaarheid te onttrekken. Bij verkeersbesluit van 22 juni 2017 heeft het college besloten de Witte Koeweg en de Sportparklaan te Swalmen, aan te merken als een doodlopende weg. In 2018 zijn woningen gebouwd op de plek waar eerder een doorgang naar de Witte Koeweg was. Aan de Sportparklaan is een versmalling aangebracht en een afsluitpaaltje op de weg geplaatst. [appellant] is eigenaar van een bedrijfspand aan de Heydweg en aan de [locatie]. Hij is kermisexploitant en reed voorheen via de Witte Koeweg van zijn ene bedrijfspand naar het andere bedrijfspand. Door de bouw van nieuwe woningen aan de Sportparklaan is dit niet meer mogelijk.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:142
Datum uitspraak
19 januari 2022
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202002933/1/A2

202002966/1/R3

Bij besluit van 26 juli 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Westvoorne aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een mestbak op het perceel [locatie 1] te Rockanje. [vergunninghouder] heeft op 18 juni 2018 een omgevingsvergunning aangevraagd voor het bouwen van een mestbak op het perceel. De mestbak heeft een oppervlakte van 10,4 m2 en komt 0,2 m boven het maaiveld uit. De mestbak is bedoeld voor de opslag van mest van twee paarden die hobbymatig worden gehouden. [appellant] beheert het naastgelegen perceel voor zijn dochter, die eigenaar is van het perceel. [appellant] heeft bezwaar gemaakt tegen de verleende omgevingsvergunning. Dat bezwaar heeft het college ongegrond verklaard. Daartegen heeft [appellant] beroep ingesteld bij de rechtbank.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:155
Datum uitspraak
19 januari 2022
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202002966/1/R3

202003618/1/A3 en 202003716/1/A3

Bij besluit van 11 oktober 2018 heeft de minister van Justitie en Veiligheid een verzoek van [appellant sub 1] op grond van de Wet openbaarheid van bestuur gedeeltelijk toegewezen en gedeeltelijk afgewezen. [appellant sub 1] heeft in zijn hoedanigheid van journalist van de KRO-NCRV documenten bij de minister opgevraagd die betrekking hebben op de antivirussoftware van [appellante sub 2]. Zijn verzoek gaat over: - documenten betreffende implementatie van de producten van [appellante sub 2], waaronder het antivirussoftwarepakket; - documenten betreffende samenwerking tussen [appellante sub 2] en andere diensten die onder het ministerie van Justitie en Veiligheid vallen; - risico inschatting betreffende de producenten van [appellante sub 2] voor de verschillende Rijksdiensten; - de inventarisaties en analyses die tot het uitfaseren van de antivirussoftware [appellante sub 2] hebben geleid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:147
Datum uitspraak
19 januari 2022
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202003618/1/A3 en 202003716/1/A3

202003783/1/A3

Bij besluit van 22 augustus 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven de door [appellant] gevraagde documenten niet openbaar gemaakt. [appellant] heeft het college bij e-mail van 21 juni 2018 verzocht om hem op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: Wob) een afschrift van de overeenkomst betreffende de verkoop door de gemeente van het pand aan de [locatie] in Eindhoven te verstrekken, evenals de daarbij behorende taxaties en het aan de koopovereenkomst ten grondslag liggende besluit. Het college heeft na onderzoek drie documenten aangetroffen: een koopovereenkomst [locatie] van 29 mei 2018, een waardeverklaring van 3 mei 2017 en een beslissingsblad B&W-dossier inclusief adviesnota van 2 mei 2017. Het college heeft, na daartoe door de rechtbank in de gelegenheid te zijn gesteld, bij besluit van 12 december 2019 de koopovereenkomst en het beslissingsblad B&W-dossier gedeeltelijk openbaar gemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:175
Datum uitspraak
19 januari 2022
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202003783/1/A3

202003875/1/A2

Bij 22 verschillende besluiten heeft de directie van de Dienst Wegverkeer aan [appellante] betalingsverplichtingen opgelegd voor 22 voertuigen. Deze zaak vindt zijn oorsprong in de wegenverkeerswetgeving. [appellante] importeert bedrijfsmatig gebruikte voertuigen. Zij handelt daarbij onder meer de procedures ter controle en identificatie van het voertuig en de registratie in het kentekenregister door de RDW af. De RDW heeft tarieven in rekening gebracht voor inschrijving in het kentekenregister, identificatie, identiteitsonderzoek, controlekeuring en herinschrijving van diverse geïmporteerde gebruikte voertuigen. Hiertegen heeft [appellante] bezwaar gemaakt. Zij is het niet eens met de wijze waarop de zogenoemde WOK (Wachten op keuren)-status aan de geïmporteerde voertuigen is toegekend en met de in rekening gebrachte tarieven. Daarbij spelen ook vragen op het terrein van het recht van de Europese Unie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:162
Datum uitspraak
19 januari 2022
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Geld
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202003875/1/A2

202003877/1/A2

De directie van de Dienst Wegverkeer heeft aan Vornax B.V. betalingsverplichtingen opgelegd voor twee voertuigen. Deze zaak vindt zijn oorsprong in de wegenverkeerswetgeving. Bij de bedrijfsmatige import van gebruikte voertuigen gelden procedures ter controle en identificatie van de voertuigen en de registratie in het kentekenregister door de RDW. De RDW heeft tarieven in rekening gebracht voor inschrijving in het kentekenregister, identificatie, identiteitsonderzoek, controlekeuring en herinschrijving van geïmporteerde gebruikte voertuigen. Vornax is het niet eens met de wijze waarop de zogenoemde WOK (Wachten op keuren)-status aan geïmporteerde voertuigen is toegekend en met in rekening gebrachte tarieven. Daarbij spelen ook vragen op het terrein van het recht van de Europese Unie.

Datum uitspraak
19 januari 2022
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Geld
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202003877/1/A2

202003878/1/A2

De directie van de Dienst Wegverkeer heeft aan [partij] betalingsverplichtingen opgelegd voor een voertuig. Deze zaak vindt zijn oorsprong in de wegenverkeerswetgeving. Bij de bedrijfsmatige import van gebruikte voertuigen gelden procedures ter controle en identificatie van de voertuigen en de registratie in het kentekenregister door de RDW. De RDW heeft tarieven in rekening gebracht voor inschrijving in het kentekenregister, identificatie, identiteitsonderzoek, controlekeuring en herinschrijving van geïmporteerde gebruikte voertuigen. [partij] is het niet eens met de wijze waarop de zogenoemde WOK (Wachten op keuren)-status aan geïmporteerde voertuigen is toegekend en met in rekening gebrachte tarieven. Daarbij spelen ook vragen op het terrein van het recht van de Europese Unie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:165
Datum uitspraak
19 januari 2022
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Geld
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202003878/1/A2

202003880/1/A2

Bij verschillende besluiten heeft de directie van de Dienst Wegverkeer betalingsverplichtingen opgelegd voor voertuigen. Deze zaak vindt zijn oorsprong in de wegenverkeerswetgeving. CIS importeert bedrijfsmatig gebruikte voertuigen. Zij handelt daarbij onder meer de procedures ter controle en identificatie van het voertuig en de registratie in het kentekenregister door de RDW af. De RDW heeft tarieven in rekening gebracht voor inschrijving in het kentekenregister, identificatie, identiteitsonderzoek, controlekeuring en herinschrijving van diverse geïmporteerde gebruikte voertuigen. Hiertegen heeft CIS bezwaar gemaakt. Zij is het niet eens met de wijze waarop de zogenoemde WOK (Wachten op keuren)-status aan de geïmporteerde voertuigen is toegekend en met de in rekening gebrachte tarieven. Daarbij spelen ook vragen op het terrein van het recht van de Europese Unie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:167
Datum uitspraak
19 januari 2022
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Geld
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202003880/1/A2

202004298/1/A3

Bij besluit van 11 juli 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht het verzoek van [appellante] om in de basisregistratie personen (hierna: de brp) geregistreerd te worden op een briefadres, afgewezen. Op 5 april 2019 heeft [appellante] een briefadres aangevraagd bij het college. [appellante] geeft in haar aanvraag aan dat zij een briefadres nodig heeft om een DigiD aan te vragen voor het doen van belastingaangifte. Zij stond toen, sinds 12 december 2006, ingeschreven in de brp met een woonadres op de [locatie] te Utrecht. Zij stelt dat zij daar geen post kon ontvangen en dat zij elders verbleef. Zij wil niet zeggen waar zij verbleef, want zij wil het vertrouwen van de bewoners van het desbetreffende adres niet schenden. Het college heeft de aanvraag afgewezen om de volgende reden. Behalve in uitzonderlijke gevallen die hier niet aan de orde zijn, kan een briefadres alleen aangevraagd worden als men geen woonadres heeft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:152
Datum uitspraak
19 januari 2022
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202004298/1/A3

202004908/1/A2

Bij afzonderlijke besluiten met verzenddata 26 september 2019 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand de aanvragen van [appellant] om een toevoeging voor gesubsidieerde rechtsbijstand ten behoeve van [appellant] afgewezen. Rechtsbijstandverlener mr. E.J. Luursema heeft op 6 september 2019 de raad verzocht om een toevoeging voor zijn cliënt [appellant] voor het voeren van drie civiele procedures bij de rechtbank. Bij de aanvraag zijn drie concept dagvaardingen overgelegd waarin [appellant], steeds handelend onder de naam [bedrijf], een geldbedrag vordert van het [accountbedrijf] en van een bij dat bedrijf werkzame accountant, wegens het geven van onjuist fiscaal advies en het maken van fouten bij het doen van belastingaangiftes. Daarnaast heeft [appellant] van de [maatschap] een geldbedrag gevorderd omdat deze heeft nagelaten een toevoeging aan te vragen voor de twee hiervoor genoemde procedures.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:145
Datum uitspraak
19 januari 2022
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202004908/1/A2

202005205/1/V6 en 202005206/1/V1

Bij besluiten van 20 januari 2020 (hierna: de besluiten) heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het Nederlanderschap van [appellant] ingetrokken en hem ongewenst verklaard. [appellant] is geboren op [geboortedatum] in Zaanstad en heeft van rechtswege de Nederlandse en Turkse nationaliteit verkregen. Op 4 januari 2018 is hij uitgeschreven uit de basisregistratie personen wegens vertrek uit Nederland. De staatssecretaris heeft zijn Nederlanderschap ingetrokken, omdat hij zich heeft aangesloten bij een organisatie die deelneemt aan een internationaal gewapend conflict en hij een bedreiging vormt voor de nationale veiligheid. Daarin staat dat [appellant] eind juni 2017 naar Syrië is gereisd met de intentie zich aan te sluiten bij de terroristische organisatie Islamitische Staat in Irak en al-Sham. Nadat hij in Syrië aankwam besloot hij zich echter aan te sluiten bij de terroristische organisatie Hay'at Tahrir al-Sham.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:149
Datum uitspraak
19 januari 2022
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202005205/1/V6 en 202005206/1/V1

202005306/1/R2

Bij besluit van 16 juni 2020 heeft de raad van de gemeente Boxtel het bestemmingsplan "[locatie A] te Boxtel" vastgesteld. Het plan wijzigt de bestemming op [locatie A] van bedrijfswoning naar plattelandswoning. [locatie A] was voorheen de tweede bedrijfswoning bij het agrarische bedrijf op [locatie B]. [appellant] woont in de bedrijfswoning op [locatie B] en exploiteert een melkveehouderij op hetzelfde adres. De woning op [locatie A] wordt bewoond door [partij], die geen binding heeft met het agrarisch bedrijf. [appellant] verzet zich tegen het plan, omdat hij vreest dat een bestemming voor niet-bedrijfsgerelateerde bewoning belemmeringen zal opleveren voor zijn bedrijfsvoering en uitbreidingsmogelijkheden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:166
Datum uitspraak
19 januari 2022
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202005306/1/R2

202005668/1/V2

Bij besluit van 14 april 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. De vreemdeling komt uit Iran. Hij voert aan dat hij afvallige is, omdat hij zich heeft afgewend van de islam. Verder voert hij aan dat hij atheïst is geworden. Ook stelt hij dat hij stakingen heeft georganiseerd en dat er, terwijl hij al in Nederland was, een inval door de Iraanse autoriteiten in zijn huis in Iran is geweest. Hierbij zouden documenten zijn meegenomen, waaronder boeken en folders over atheïsme. De staatssecretaris heeft het geloofwaardig geacht dat de vreemdeling heeft gestaakt, maar niet dat hij stakingen heeft georganiseerd. Verder gelooft de staatssecretaris dat de vreemdeling zich heeft afgewend van de islam, maar niet dat hij atheïst is of dat er een inval in zijn woning heeft plaatsgevonden en dus ook niet dat daar materiaal over atheïsme is meegenomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:93
Datum uitspraak
19 januari 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202005668/1/V2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202005668/1/V2

202005767/1/A3

Bij besluit van 13 april 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van De Bilt het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen het aan de openbaarheid onttrekken van een gedeelte van het perceel [locatie 1] in Bilthoven afgewezen. [partij] is eigenaar van het perceel. Hij heeft een hekwerk langs het voorterrein geplaatst, dat fungeert als parkeerplaats. [appellant] woont op het perceel naast dat van [partij], op [locatie 2]. Hij heeft op 2 februari 2017 bij het college een verzoek om handhaving ingediend. Volgens [appellant] is een deel van het voorterrein openbare weg en wordt door het hekwerk de bruikbaarheid van de weg belemmerd. In deze zaak gaat het om beantwoording van de vraag, of het deel van het voorterrein van [partij] in de vorm van een halfrond (hierna: het voorterrein) een openbare weg is in de zin van de Wegenwet.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:129
Datum uitspraak
19 januari 2022
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202005767/1/A3

202005987/1/R1

Bij besluit van 1 oktober 2020 heeft de raad van de gemeente Tholen het bestemmingsplan "Hoek Lageweg-Zandpad Poortvliet" vastgesteld. Het plangebied is gelegen aan de zuidzijde van Poortvliet, op de hoek van het Zuidplantsoen en het Zandpad. [partij] is eigenaar van de locatie en heeft de gronden sinds 2005 deels in gebruik als fruitboomgaard. Op grond van het vorige bestemmingsplan "Kommen Gemeente Tholen" was op de locatie met agrarische bestemming geen fruitteeltbedrijf en bebouwing toegestaan. [partij] wil een schuur met koelcel en bedrijfswoning op de locatie te realiseren en de locatie voor het overige gebruiken als fruitboomgaard. [appellant sub 1] en anderen wonen op percelen die zijn gelegen in de nabije omgeving van het plangebied. [appellante sub 2] woont op het perceel [locatie A], dat zich eveneens in de nabijheid van het plangebied bevindt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:171
Datum uitspraak
19 januari 2022
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zeeland
  • uitspraakin de zaak202005987/1/R1

202006300/1/A3

Bij besluit van 10 oktober 2018 heeft het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland een verzoek van Avanzo en anderen om op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: Wob) documenten openbaar te maken afgewezen. In 2005 heeft het college aan [bedrijf] een subsidie van € 504.045,- verleend voor de bouw van een vergassingsinstallatie ter realisatie van een duurzame en effectieve energieopwekking en de productie van synthesegas. [bedrijf] was opgericht door Emiko en Avanzo en is op 1 december 2016 opgehouden te bestaan. Avanzo is de holdingvennootschap van [appellant sub 1A], Emiko is de holdingvennootschap van [appellant sub 1B]. Het college heeft openbaarmaking van de gevraagde documenten bij het besluit van 10 oktober 2018 geweigerd op grond van onder andere artikel 10, tweede lid, aanhef en onder b, e en g, van de Wob. Volgens het college bestaat er geen overeenkomst tussen hem en [persoon].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:133
Datum uitspraak
19 januari 2022
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202006300/1/A3

202006335/1/R3

Bij besluit van 28 september 2020 heeft de raad van de gemeente Enschede het bestemmingsplan "Buitengebied herstel verbeelding" vastgesteld. Het bestemmingsplan "Buitengebied Zuidoost" is vastgesteld door de raad op 27 mei 2013. Het bestemmingsplan Buitengebied Noordwest" stelde de raad vast op 10 maart 2014. In de loop der jaren is gebleken dat de verbeeldingen van beide plannen op onderdelen gebrekkig zijn. Dit plan beoogt de gebreken op de verbeeldingen te herstellen. Op een later moment wordt een plan in procedure gebracht waarmee gebreken in de planregels worden hersteld. [appellant] was eigenaar van het perceel [locatie 1], kadastraal aangeduid als Lonneker [...]. Op dit perceel had hij een woonboerderij, bijgebouwen en een voormalig agrarisch bedrijf. In het kader van een Rood-voor-Rood-overeenkomst die hij met de gemeente heeft gesloten in 2009, heeft [appellant] de kippenschuur op het perceel gesloopt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:108
Datum uitspraak
19 januari 2022
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202006335/1/R3

202006494/1/R3

Bij besluit van 5 april 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Enschede het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen het gebruik van het bijgebouw op het perceel [locatie 1] te Enschede als woning afgewezen. [appellant] was eigenaar van het perceel [locatie 1], kadastraal aangeduid als Lonneker AA341. Op dit perceel had hij een woonboerderij, bijgebouwen en een voormalig agrarisch bedrijf. In het kader van een Rood-voor-Rood-overeenkomst die hij met de gemeente heeft gesloten in 2009, heeft [appellant] de kippenschuur op het perceel gesloopt. In ruil daarvoor nam de gemeente de inspanningsverplichting op zich om een tweede woning mogelijk te maken op het perceel. Op 27 mei 2013 is het bestemmingsplan "Buitengebied Zuidoost" (hierna: het bestemmingsplan) vastgesteld, waarin een tweede woning mogelijk is gemaakt op het perceel. In 2015 heeft [appellant] een bijgebouw bij de woonboerderij op het perceel [locatie 1] vergunningvrij verbouwd tot een mantelzorgwoning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:107
Datum uitspraak
19 januari 2022
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202006494/1/R3

202006496/1/R3

Bij brief van 28 april 2020 heeft [appellant] beroep ingesteld tegen het niet tijdig bekendmaken van een volgens hem van rechtswege verleende omgevingsvergunning. [appellant] was eigenaar van het perceel [locatie A], kadastraal aangeduid als Lonneker AA341. Op dit perceel had hij een woonboerderij, bijgebouwen en een voormalig agrarisch bedrijf. In het kader van een Rood-voor-Rood-overeenkomst die hij met de gemeente heeft gesloten in 2009, heeft [appellant] de kippenschuur op het perceel gesloopt. In ruil daarvoor nam de gemeente Enschede de inspanningsverplichting op zich om een tweede woning mogelijk te maken op het perceel. Op 27 mei 2013 is het bestemmingsplan "Buitengebied Zuidoost" (hierna: het bestemmingsplan) vastgesteld, waarin een tweede woning mogelijk is gemaakt op het perceel. In 2015 heeft [appellant] een bijgebouw bij de woonboerderij op het perceel [locatie A] vergunningvrij verbouwd tot een mantelzorgwoning, waarna de ouders van [echtgenote van appellant] hier zijn gaan wonen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:109
Datum uitspraak
19 januari 2022
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202006496/1/R3

202006719/1/R4

Bij besluit van 12 oktober 2020 heeft de raad van de gemeente Wageningen het bestemmingsplan Bergweide vastgesteld. Het plan voorziet onder meer in een verlenging van de maximale duur van een circus dat maximaal eenmaal per kalenderjaar mag plaatsvinden op een terrein tussen de Ritzema Bosweg, Bosrandweg, Englaan en Belmontelaan, te Wageningen (hierna: het terrein) van maximaal 7 aaneengesloten dagen naar maximaal 10 aaneengesloten dagen (inclusief opbouwen en afbreken). Ook voorziet het plan in het mogelijk maken van het eenmaal per kalenderjaar op het terrein stallen van mobiele woonwagens voor de kermis, die elders in Wageningen plaatsvindt. [appellant] en anderen kunnen zich met deze onderdelen van het plan niet verenigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:164
Datum uitspraak
19 januari 2022
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202006719/1/R4

202100059/1/A3

Bij besluit van 2 juni 2017 heeft de korpschef van politie besloten op een verzoek van [appellante] om haar mede te delen of hij persoonsgegevens van haar verwerkt. [appellante] is in verscheidene procedures verwikkeld over de manier waarop zij is behandeld door de politie en hoe daarbij met haar persoonsgegevens is omgegaan. In een disciplinair onderzoek naar een wijkagent zijn persoonlijke gegevens en verklaringen van [appellante] met de wijkagent gedeeld, terwijl zij daarvoor geen toestemming had gegeven. De wijkagent heeft de gegevens gedeeld met derden, waaronder de pers. Het disciplinair onderzoek heeft uiteindelijk geleid tot het ontslag van de wijkagent. Omdat [appellante] precies wil weten aan wie de korpschef haar persoonsgegevens heeft verstrekt, heeft zij de korpschef op 28 februari 2017 verzocht om haar mede te delen of hij haar persoonsgegevens verwerkt en, indien dat het geval is, welke persoonsgegevens worden verwerkt, wat daarvan het doel is en aan wie die gegevens zijn verstrekt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:148
Datum uitspraak
19 januari 2022
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Openbaarheid
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202100059/1/A3

202100506/1/A3

Bij besluit van 7 augustus 2018 heeft de burgemeester van Eindhoven een aan [appellant] verleende drank- en horecavergunning en aanwezigheidsvergunning ingetrokken. Op 10 april 2012 heeft de burgemeester een drank- en horecavergunning verleend aan [appellant] voor [café]. Ook heeft [appellant] op 3 oktober 2016 een aanwezigheidsvergunning van de burgemeester gekregen voor de aanwezigheid van kansspelautomaten in het café. De burgemeester heeft op 25 mei 2018 van de politie een bestuurlijke rapportage ontvangen. Daarin staat vermeld dat [appellant] € 676.101,- aan onverklaarbaar vermogen had. Bij vonnis van 1 mei 2018, ECLI:NL:RBOBR:2018:2088, is hij door de rechtbank Oost-Brabant veroordeeld voor gewoontewitwassen en het medeplegen daarvan tot een gevangenisstraf van negen maanden. Ook is een bedrag van in totaal € 678.705,02 verbeurdverklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:132
Datum uitspraak
19 januari 2022
  • Hoger beroep
  • Drank en horeca
  • uitspraakin de zaak202100506/1/A3

202100732/1/A3

Bij besluit van 18 april 2019 heeft de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit een verzoek van [appellant A] op grond van de Wet openbaarheid van bestuur afgewezen. [partij] heeft de minister op 8 september 2014 verzocht om openbaarmaking van alle gegevens over ‘Potato spindle tuber viroid’ tests die bij hem in 2012 en 2013 zijn uitgevoerd, om zich goed te kunnen voorbereiden op lopende procedures. Bij besluit van 25 november 2014 heeft de minister gereageerd op dat verzoek. Daarbij heeft de minister medegedeeld dat 114 documenten zijn aangetroffen. De minister heeft documenten deels openbaar gemaakt. Ook heeft de minister documenten deels niet openbaar gemaakt, omdat openbaarmaking daarvan niet opweegt tegen de belangen van eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en het voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling. Ook zijn enkele documenten bestemd voor intern beraad waarin persoonlijke beleidsopvattingen zijn opgenomen niet openbaar gemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:138
Datum uitspraak
19 januari 2022
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202100732/1/A3

202100775/1/R4

Bij besluit van 28 oktober 2019 heeft het college0van burgemeester en wethouders van Stichtse Vecht [appellant] onder oplegging van een dwangsom van € 5.000,00 ineens, gelast om binnen acht weken na verzending van dit besluit het privacyscherm aan de leilindebomen in zijn tuin op het perceel [locatie] in Maarssen te verwijderen en verwijderd te houden. [appellant] is eigenaar van het perceel dat aan de achterzijde grenst aan het Harmonieplein. Om inkijk vanuit de appartementen aan het Harmonieplein te voorkomen, heeft [appellant] een kunststof bladernet vastgemaakt aan de leilindebomen die achter in zijn tuin staan. Een bewoner van één van de appartementen aan het Harmonieplein heeft het college verzocht om handhavend tegen het privacyscherm op te treden. Het college heeft dat gedaan door aan [appellant] een last onder dwangsom op te leggen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:141
Datum uitspraak
19 januari 2022
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202100775/1/R4

202100820/1/R1

Bij besluit van 15 december 2020 heeft het dagelijks bestuur van het stadsdeel Oost van Amsterdam besloten tot de aanwijzing van de locatie met het nummer 1087 MP-116 voor het plaatsen van drie containers. [appellant] woont op het adres [locatie A] te Amsterdam, nabij de aangewezen locatie. Op de locatie komen twee ondergrondse afvalcontainers voor restafval en voor glas en een bovengrondse container voor groente- en fruitafval.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:168
Datum uitspraak
19 januari 2022
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202100820/1/R1

202101126/1/A3

Bij besluit van 10 juli 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag de aanvraag van [appellante] voor een voorrangsverklaring afgewezen. Bij besluit van 6 december 2019 heeft het college het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Op 8 april 2019 heeft [appellante] een aanvraag ingediend voor een voorrangsverklaring. [appellante] geeft in de aanvraag aan dat haar tweekamerwoning te klein is voor haar gezin, dat toen uit haar en haar twee minderjarige kinderen bestond. In december 2020 heeft zij een derde kind gekregen. Het college heeft in het besluit van 6 december 2019 vermeld dat voor het gezin van [appellante] de gebruiksoppervlakte van een woning, conform artikel 7.18 van het Bouwbesluit 2012, minimaal 36 m² (12 m² per persoon) diende te zijn. Uit de uitdraai van "De Haagse Bron" blijkt dat de woonoppervlakte van de woning 39 m² bedraagt. De woning van [appellante] was daarom passend voor haar gezin.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:151
Datum uitspraak
19 januari 2022
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202101126/1/A3

202101235/1/R1

Bij besluit van 13 december 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Edam-Volendam het verzoek van [appellante] aan het college om krachtens artikel 29.4 van de planregels het bestemmingsplan "Dorpskernen 2016" te wijzigen, afgewezen. [appellante] is eigenaar van een braakliggend perceel, [locatie 1] in Warder. In het bestemmingsplan "Dorpskernen 2016" van de gemeente Edam-Volendam is aan dit perceel de bestemming "Wonen" met de aanduiding "wetgevingszone - wijzigingsbevoegdheid" toegekend. Aan een groot deel van dit perceel is ook de gebiedsaanduiding "milieuzone - geurzone" toegekend. Het college is ter plaatse van de aanduiding "wetgevingszone - wijzigingsbevoegdheid" bevoegd om ten behoeve van een nieuwe woning een bouwvlak te vestigen. Eén van de wijzigingsvoorwaarden is dat het agrarisch bedrijf op het perceel [locatie 2] is beëindigd. Aan het perceel [locatie 2] is deels de bestemming "Agrarisch met waarden" en deels de bestemming "Wonen" toegekend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:134
Datum uitspraak
19 januari 2022
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202101235/1/R1

202101299/1/A2

Bij besluit van 21 november 2019 heeft Vereniging Samenwerkingsverband Passend Onderwijs PO 2203 voor de periode 19 november 2019 tot en met 31 juli 2021 een toelaatbaarheidsverklaring speciaal onderwijs voor [zoon], de zoon van [appellante], afgegeven. Het swv is een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 18a van de Wet op het primair onderwijs en heeft onder meer tot taak om te beoordelen of leerlingen toelaatbaar zijn tot het speciaal onderwijs. Pricoh is het bevoegd gezag van de protestants christelijke basisschool De Palm in Elim. Pricoh is voor die school aangesloten bij het swv. [zoon] is vanaf 26 oktober 2015 als leerling ingeschreven bij basisschool De Palm. In september 2019 heeft de school [zoon] aangemeld bij de Commissie Arrangeren. In de aanmelding heeft de school gemeld handelingsverlegen te zijn vanwege het gedrag van [zoon]. Vanwege de gedragsproblemen op school was hij ten tijde van de aanmelding elke dag slechts kortdurend op school aanwezig.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:178
Datum uitspraak
19 januari 2022
  • Hoger beroep
  • Onderwijs
  • uitspraakin de zaak202101299/1/A2

202101488/1/R1

Bij besluit van 14 februari 2019 (hierna: besluit I) heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan Elio B.V. een omgevingsvergunning verleend, voor zover hier van belang, voor het plaatsen van balkons aan de gevel van het pand aan de Maarten Harpertszoon Trompstraat 29 in Amsterdam. Het aanbrengen van de balkons is in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan "De Baarsjes", omdat aan de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft, de bestemmingen "Wonen" en "Tuin" zijn toegekend en de balkons gesitueerd zijn buiten het binnen de bestemming "Wonen" opgenomen bouwvlak en boven de bestemming "Tuin". Het college heeft een omgevingsvergunning verleend met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 1, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in samenhang gelezen met artikel 27, eerste lid, aanhef en onder e, van de planregels van het bestemmingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:159
Datum uitspraak
19 januari 2022
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202101488/1/R1

202101553/1/R1

Bij besluit van 19 maart 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Veere geweigerd aan [appellant] een omgevingsvergunning te verlenen voor het veranderen van het gebruik van de woning aan de [locatie 1] te Domburg. [appellant] is eigenaar van de woning aan de [locatie 1] (hierna ook: de woning) en de op het achtererf gelegen recreatiewoning [locatie 2] (door het college ook wel aangeduid als zomerwoning, hierna aangeduid als recreatiewoning). Hij woont daar zelf niet. Op 26 mei 2014 heeft het college aan [appellant] een omgevingsvergunning verleend voor het verbouwen van de woning en het bouwen van een recreatiewoning op het achtergelegen erf. Bij een controle op 14 augustus 2018 hebben toezichthouders van de gemeente geconstateerd dat de recreatiewoning en vier appartementen in de woning worden gebruikt voor recreatieve verhuur en dat in de woning één appartement permanent wordt bewoond.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:158
Datum uitspraak
19 januari 2022
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202101553/1/R1

202101637/1/R1

Bij besluit van 6 april 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een aanvraag van [appellante] om een omgevingsvergunning voor het wijzigen van het gebruik van het gebouw aan de [locatie 1] tot en met [locatie 2] in Amsterdam (hierna: het gebouw) van werkplaats met een bruto vloeroppervlakte van 818 m² naar detailhandel met een bvo van 804 m², buiten behandeling gesteld. [appellante] heeft op 26 januari 2018 een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht aangevraagd voor wijziging van het gebruik van het pand [locatie 1] tot en met [locatie 2] van een garage- herstelbedrijf met een bvo van 818 m² naar detailhandel met een bruto vloeroppervlak (hierna: bvo) van 804 m². Zij heeft zich bij de indiening van de aanvraag op het standpunt gesteld dat een omgevingsvergunning niet nodig is en dat haar aanvraag daarom buiten behandeling dient te worden gelaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:157
Datum uitspraak
19 januari 2022
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202101637/1/R1

202101811/1/R1

Bij besluit van 28 januari 2021 heeft de raad van de gemeente Purmerend het bestemmingsplan "Parkeergarage Purmersteenweg 2020" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de realisatie van een ondergrondse parkeergarage met maximaal 320 parkeerplaatsen mogelijk aan de voorzijde van het stadhuis aan de Purmersteenweg in Purmerend. Boven de beoogde parkeergarage wordt de openbare ruimte opnieuw ingericht. Het plangebied is momenteel grotendeels in gebruik als parkeerterrein met enkele groenstroken. [appellant] woont direct naast het plangebied aan de Purmersteenweg 40 en kan zich niet verenigen met de vaststelling van het plan. Hij heeft bezwaar tegen de keuze voor een ondergrondse parkeergarage en het als gevolg daarvan wegbestemmen van de Magnoliastraat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:137
Datum uitspraak
19 januari 2022
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202101811/1/R1

202101844/1/R1

Bij besluit van 21 januari 2021 heeft de raad van de gemeente Medemblik het bestemmingsplan "Transformatie recreatieparken De Maar, De Kogge 1 en De Kogge 3" vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet onder meer in de omzetting van de recreatiebestemming van het Bungalowpark De Kogge Oostwoud (hierna: De Kogge 1) naar een woonbestemming. [appellant] woont aan de [locatie] te Oostwoud naast De Kogge 1. Het recreatiepark bestaat uit vijftien recreatiewoningen en twee stacaravans. De recreatiewoningen worden al jarenlang permanent bewoond door starters en senioren. De twee stacaravans op het park worden nog recreatief gebruikt en dit gebruik is in het plan onder het overgangsrecht gebracht. De infrastructuur op De Kogge 1 bestaat onder meer uit een halfverharde ontsluitingsweg die in eigendom, beheer en onderhoud is bij de Vereniging. [appellant] kan zich niet verenigen met het bestemmingsplan voor zover dat gaat over de locatie van De Kogge 1.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:136
Datum uitspraak
19 januari 2022
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202101844/1/R1

202101904/1/A2

Bij besluit van 22 januari 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Eersel een aanvraag van [appellant] om een tegemoetkoming in planschade afgewezen. [appellant] woont op het adres [locatie] te Eersel. Hij heeft verzocht om een tegemoetkoming in planschade ten gevolge van het op 29 september 2009 vastgestelde en op 10 november 2009 in werking getreden bestemmingsplan "Buitengebied" (hierna: het nieuwe bestemmingsplan). De aanvraag heeft betrekking op de kadastrale percelen gemeente Eersel, sectie K nummers 305, 847, 846, 319, 326 en 307. Volgens [appellant] is in het nieuwe bestemmingsplan de bestemming op zijn percelen gewijzigd, waardoor hij schade lijdt. Het college heeft aan het besluit van 22 januari 2019 een door Gloudemans opgesteld advies van 20 december 2018 ten grondslag gelegd. In het advies is vermeld dat [appellant] ten tijde van de inwerkingtreding van het nieuwe bestemmingsplan niet in een vermogensrechtelijke relatie stond tot perceel 307.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:150
Datum uitspraak
19 januari 2022
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202101904/1/A2

202102232/1/R1

Bij besluit van 9 februari 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Waterland geweigerd om aan De Zeilhoek een bouwvergunning en vrijstelling te verlenen voor de uitbreiding van haar jachthaven en de nieuwbouw van een watersportcentrum aan de Hoogedijk in Katwoude. De Zeilhoek is eigenaar van de jachthaven en het watersportcentrum gelegen aan de Hoogedijk 6-7 te Katwoude. De Zeilhoek en de gemeente Waterland zijn sinds 1998 in gesprek met elkaar over de uitbreiding van de jachthaven. Op 30 juni 2008 heeft De Zeilhoek onder de destijds geldende Woningwet een aanvraag om een bouwvergunning ingediend voor de uitbreiding van de jachthaven en de nieuwbouw van gebouwen en voorzieningen en daarbij ook om vrijstelling gevraagd op grond van artikel 19, eerste lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:135
Datum uitspraak
19 januari 2022
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202102232/1/R1
vorige pagina1...210211212...1.240volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon