Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 123.756
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202002183/1/R3

Bij besluit van 11 september 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Borne het verzoek in de brief van [appellant] anderen van 28 mei 2019, voor zover dit moet worden aangemerkt als een verzoek om handhaving en intrekking van het besluit hogere grenswaarden Wet geluidhinder van 10 november 2004 ten behoeve van de ontwikkeling van de woonlocatie Bornsche Maten in Borne, afgewezen. De woningen van [appellant] en anderen zijn gelegen aan de Bellefleur, Mirabel, Oude Deurningerweg, Voorn en Zeelt te Borne. Deze woningen liggen op korte afstand van de provinciale weg N743. [appellant] en anderen hebben het college in hun brief van 28 mei 2019 verzocht om zich te houden aan de in het besluit van 10 november 2004 door het college van gedeputeerde staten van de provincie Overijssel volgens hen gestelde voorwaarde om de provinciale weg N743 ter hoogte van de woonwijk Bornsche Maten te onderbreken en de verkeersfunctie daaraan te onttrekken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1452
Datum uitspraak
7 juli 2021
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Geluid
  • uitspraakin de zaak202002183/1/R3

202002195/1/R3

Bij besluit van 16 augustus 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bodegraven-Reeuwijk [appellant] onder oplegging van een dwangsom gelast om de op het perceel [locatie] aanwezige chalet en schuren (haaks staande op het chalet) te verwijderen en verwijderd te houden, de op het perceel aanwezige erf-/ terreinafscheidingen, voor zover deze hoger zijn dan 1 m, terug te brengen tot de maximum toegestane hoogte van 1 m en het gebruik van het perceel voor recreatieve doeleinden te beëindigen en beëindigd te houden. [appellant] is eigenaar van het perceel [locatie], dat is gelegen aan de Meije (hierna: het perceel), waarop onder meer een chalet, schuren en een terreinafscheiding hoger dan 1 m staan. Hij heeft het perceel recreatief in gebruik. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college bevoegd was om de last onder dwangsom op te leggen. Een geslaagd beroep op het overgangsrecht komt [appellant] niet toe.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1454
Datum uitspraak
7 juli 2021
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202002195/1/R3

202002376/1/R2

Bij besluit van 29 april 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven een aanvraag van [wederpartij] om een omgevingsvergunning voor de herontwikkeling van een pand, gelegen aan de [locatie] te Eindhoven, buiten behandeling gesteld. Op 16 februari 2019 heeft [wederpartij] een aanvraag ingediend om een omgevingsvergunning, voor de herontwikkeling van het pand [locatie] te Eindhoven, tot 11 zelfstandige appartementen. Bij brief van 1 april 2019 heeft het college aan [wederpartij] te kennen gegeven dat de gegevens die hij heeft ingediend niet voldoende zijn om zijn aanvraag te beoordelen en verzocht om de in de brief genoemde gegevens vóór 29 april 2019 in te dienen. Vervolgens heeft [wederpartij] op 10 april 2019 aanvullende stukken ingediend. Bij besluit van 29 april 2019 heeft het college de aanvraag van [wederpartij] op grond van artikel 4:5, eerste lid, aanhef en onder c, van de Algemene wet bestuursrecht buiten behandeling gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1473
Datum uitspraak
7 juli 2021
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202002376/1/R2

202003736/1/R1

Ter uitvoering van het rijksinpassingsplan "Zuid-West, 380 kV-west" zijn 8 uitvoeringsbesluiten genomen. Tegen een of meer van deze besluiten hebben [appellanten] beroep ingesteld. De minister van LNV, het college van Borsele, het college van Kapelle, het college van Reimerswaal en het dagelijks bestuur van het waterschap hebben verweerschriften ingediend. De minister van Economische Zaken en Klimaat en Tennet TSO B.V. hebben een schriftelijke uiteenzetting gegeven. Bij eerdere besluiten is een 380 kV hoogspanningsverbinding van Borssele naar Rilland mogelijk gemaakt. Daarmee staat vast dat er planologisch toestemming is om de hoogspanningsverbinding te verwezenlijken. Deze besluiten liggen nu niet ter beoordeling voor. Deze uitspraak gaat over een aantal uitvoeringsbesluiten. Die zijn grotendeels gelijk aan de eerder vastgestelde uitvoeringsbesluiten, waaronder ook eerdere omgevingsvergunningen, maar wijken op onderdelen af. Zo bleek de draaicirkel vanaf de openbare weg naar de werkwegen te krap.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1463
Datum uitspraak
7 juli 2021
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Inpassingsplan
  • uitspraakin de zaak202003736/1/R1

202004174/1/A2

Bij besluit van 21 juni 2019 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de aan [appellant] voor 2019 toegekende voorschotten zorgtoeslag en huurtoeslag op onderscheidenlijk € 495,00 en € 1.502,00 gesteld. Het geding gaat over het recht van [appellant] op voorschotten zorgtoeslag en huurtoeslag voor het jaar 2019. Zorgtoeslag en huurtoeslag zijn tegemoetkomingen als bedoeld in de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen. De Belastingdienst/Toeslagen heeft zich in zijn besluitvorming op het standpunt gesteld dat [appellant] in 2019 geen recht had op zorgtoeslag en huurtoeslag vanwege zijn verblijfsrechtelijke status. De Belastingdienst/Toeslagen heeft zich in dat verband gebaseerd op gegevens die hij heeft ontvangen van de Immigratie- en Naturalisatiedienst.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1461
Datum uitspraak
7 juli 2021
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202004174/1/A2

202004326/1/A2

Bij besluit van 21 juni 2019 heeft de algemeen directeur van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen verklaard dat [appellant sub 1] niet rijgeschikt is voor de categorieën B en BE. [appellant sub 1] heeft een aanvraag ingediend voor het krijgen van een verklaring van geschiktheid. Het CBR heeft [appellant sub 1] doorverwezen naar een medisch specialist. Op 14 december 2018 is [appellant sub 1] onderzocht door neuroloog J.A. Haas. In het rapport van 16 december 2018 heeft Haas geconcludeerd dat sprake is van status na TIA met goed functioneel herstel en een lichte cognitieve stoornis (frontale c.q. executieve functiestoornis). Haas heeft het CBR geadviseerd om [appellant sub 1] voor drie jaar rijgeschikt te achten, afhankelijk van een positief resultaat van een rijtest. Op 7 mei 2019 heeft [appellant sub 1] een rijtest afgelegd bij deskundige praktische rijgeschiktheid J.Y.C. van Aken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1458
Datum uitspraak
7 juli 2021
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202004326/1/A2

202004403/1/R2

Bij besluit van 16 juni 2020 heeft de raad van de gemeente Eindhoven het bestemmingsplan "IV De Bergen (Heilige Geeststraat-Willemstraat)" vastgesteld. Het plan voorziet in de ontwikkeling van een ten tijde van de vaststelling van het plan grotendeels onbebouwd terrein tussen de Willemstraat en de Heilige Geeststraat in Eindhoven dat wordt gebruikt als particulier parkeerterrein. Meba Verdi B.V. is de ontwikkelaar van het plangebied. Het plan maakt de bouw van 3 appartementen aan de Heilige Geeststraat mogelijk. Daarnaast voorziet het plan in de realisatie van 45 appartementen op het middenterrein en in de renovatie van de bestaande panden aan de Willemstraat tot 2 winkels en 6 appartementen. [appellant sub 1] en anderen en [appellant sub 2] wonen allen in de omgeving van het plangebied. Zij zijn het niet eens met het vastgestelde plan omdat zij onder meer vrezen voor een aantasting van hun leefklimaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1471
Datum uitspraak
7 juli 2021
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202004403/1/R2

202004686/1/R4

Bij besluit van 26 juni 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Oldambt aan [vergunninghoudster] een omgevingsvergunning verleend voor het oprichten van een inrichting voor industriële demontage, handel in machines en afvalstoffen op de locaties [locatie 1] en [locatie 2] te Winschoten. De verleende vergunning is een omgevingsvergunning voor het oprichten en in werking zijn van een inrichting, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. De inrichting ligt op het industrieterrein Winschoten-Oost en omvat twee locaties. Op de locatie [locatie 2] bevinden zich onder meer bedrijfshallen voor de opslag van materialen. Op de locatie [locatie 1] worden voornamelijk metalen in de open lucht opgeslagen. [appellant] is eigenaar van twee bedrijfsgebouwen die naast de locatie [locatie 2] liggen en worden gebruikt voor stalling van en onderhoud aan boten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1459
Datum uitspraak
7 juli 2021
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202004686/1/R4

202004803/1/R1

Bij besluit van 13 november 2018 heeft het college van dijkgraaf en hoogheemraden van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier een verzoek van [appellant sub 1] en anderen om handhaving afgewezen. [appellant sub 1] en anderen zijn bloembollenkwekers in de Koegraspolder bij Julianadorp. Zij hebben op 26 september 2018 verzocht om handhavend optreden wegens het door de gemeente Den Helder zonder watervergunning aanbrengen en gebruiken van 1.200 verticale drains. Deze drains houden verband met de in opdracht van de gemeente in 2018 aangelegde weg Noorderhaaks, die ten noorden van Julianadorp door de Koegraspolder loopt. [appellant sub 1] en anderen stellen dat het zoute water dat door de verticale drains boven komt, schadelijke effecten heeft op de kwaliteit van het oppervlaktewater in de Koegraspolder en dus slecht is voor hun bollenteelt. Bij besluit van 13 november 2018 heeft het college het verzoek afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1464
Datum uitspraak
7 juli 2021
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202004803/1/R1

202004842/1/R3

Bij besluit van 1 juli 2020 heeft de raad van de gemeente Deventer het bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Deventer, stad en dorpen deel A" vastgesteld. Het plan voorziet voor het grootste deel van de gronden in een actuele planologisch-juridische regeling. Daarnaast voorziet het plan onder meer in een uitbreiding van de gebruiksfuncties van de agrarische gronden van het evenemententerrein Roland Holstlaan ten behoeve van extensieve dagrecreatie. [appellant] woont aan de [locatie] te Deventer tegenover het evenemententerrein Roland Holstlaan. Hij kan zich niet verenigen met de uitbreiding van de gebruiksfunctie van de agrarische gronden en de planregels over evenementen op dit evenemententerrein.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1469
Datum uitspraak
7 juli 2021
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202004842/1/R3

202004923/1/A3

Bij besluit van 7 juni 2019 heeft de minister van Justitie en Veiligheid een aanvraag van [appellant] om een ontheffing tot het voorhanden hebben en vervoeren van vuurwapens afgewezen. [appellant] heeft verzocht om een ontheffing tot het houden van een verzameling vuurwapens van categorie II op grond van artikel 4, eerste lid, van de Wet wapens en munitie. Hij wil semi- en volautomatische vuurwapens verzamelen die sinds 1831 zijn ontworpen, geproduceerd en gebruikt door het Franse vreemdelingenlegioen. Volgens [appellant] bestaat het belang van de verzameling in het vergaren, documenteren en uitdragen van kennis over een multicultureel leger en zijn bewapening. Door middel van publicaties, lezingen en presentaties zal de collectie en de kennis daarover met andere wapendeskundigen, historici en overheden worden gedeeld. Bij het besluit van 7 juni 2019 heeft de minister meegedeeld dat niet langer als voorwaarde wordt gesteld

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1456
Datum uitspraak
7 juli 2021
  • Hoger beroep
  • Wapens en munitie
  • uitspraakin de zaak202004923/1/A3

202004962/1/R3

Bij besluit van 1 juli 2020 heeft de raad van de gemeente Deventer het bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Deventer, stad en dorpen deel B" vastgesteld. Het plan voorziet voor het grootste deel van de gronden in een actuele planologisch-juridische regeling. Daarnaast zijn in het plan aan de gronden van de Sluisstraat 6 te Deventer onder meer de bestemmingen "Horeca - 2a" en "Bierbrouwerij" toegekend. [appellant] en anderen wonen in de Raambuurt in onder andere de Sluisstraat, de Gieterijstraat en Pothoofd. Zij kunnen zich niet verenigen met het plan voor zover er aan de gronden van de Sluisstraat 6 te Deventer de bestemmingen "Horeca - 2a" en "Bierbrouwerij" zijn toegekend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1470
Datum uitspraak
7 juli 2021
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202004962/1/R3

202004963/1/R3

Bij besluit van 1 juli 2020 heeft de raad van de gemeente Deventer het bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Deventer, stad en dorpen deel C" vastgesteld. Het plan voorziet voor het grootste deel van de gronden in een actuele planologisch-juridische regeling. Na het instellen van het beroep is Colmschate Beheer B.V. overgenomen door Nieuwgeluk Real Estate B.V.. Nieuwgeluk Real Estate B.V. heeft het beroep voortgezet. Nieuwgeluk Real Estate B.V. is eigenaar en verhuurder van het winkelcentrum Colmschate in Deventer. Zij voert aan dat het winkelcentrum op een aantal punten niet juist is bestemd in het bestreden plan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1472
Datum uitspraak
7 juli 2021
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202004963/1/R3

202005103/1/R1

Bij besluit van 11 december 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Haarlem aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het verbouwen van een bovenwoning naar twee appartementen op het perceel [locatie 1] in Haarlem. Op 18 oktober 2018 heeft [vergunninghouder] een aanvraag ingediend voor het verbouwen van de bovenwoning op het perceel naar twee appartementen. Ter plaatse van het perceel gelden de bestemmingsplannen ‘Zomerzone Noord’, zoals vastgesteld op 20 juni 2012, en het ‘Parapluplan parkeernormen Haarlem 2018’, zoals vastgesteld op 17 mei 2018. Bij besluit van 11 december 2018 heeft het college in afwijking van het Parapluplan parkeernormen op grond van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 1˚, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in samenhang met artikel 3.2.4 van de planregels de gevraagde omgevingsvergunning verleend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1455
Datum uitspraak
7 juli 2021
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202005103/1/R1

202005141/1/R1

Bij besluit van 24 april 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Velsen geweigerd aan [appellant] een omgevingsvergunning te verlenen voor het kappen van een boom op het perceel [locatie] te Driehuis (hierna: het perceel).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1475
Datum uitspraak
7 juli 2021
  • Hoger beroep
  • Kapvergunningen
  • uitspraakin de zaak202005141/1/R1

202005275/1/A2

Bij besluit van 6 maart 2019 heeft de directie van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen [appellant] een medisch onderzoek opgelegd en de geldigheid van zijn rijbewijs geschorst. Bij besluit van 2 oktober 2019 heeft het CBR het rijbewijs van [appellant] ongeldig verklaard. De Politie Eenheid Den Haag heeft aan het CBR een mededeling gedaan als bedoeld in artikel 130, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994. Deze mededeling houdt in dat het vermoeden bestaat dat [appellant] niet langer beschikt over de rijvaardigheid dan wel geschiktheid om een motorrijtuig van de categorieën AM en B te besturen. Dat zijn de categorieën waarvoor het rijbewijs van [appellant] is afgegeven. Aan deze mededeling ligt een mutatierapport van 15 januari 2019 ten grondslag. In dit mutatierapport staat vermeld dat [appellant] zich op 15 januari 2019 bij een controle door de politie vanwege zijn rijgedrag opgefokt heeft gedragen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1462
Datum uitspraak
7 juli 2021
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202005275/1/A2

202005336/2/V6

Bij uitspraak van 22 januari 2021, in zaak nr. 202005336/1/V6, heeft de Afdeling bestuursrechtspraak na vereenvoudigde behandeling het hoger beroep ongegrond verklaard. De uitspraak is aangehecht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1449
Datum uitspraak
7 juli 2021
  • Verzet
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202005336/2/V6

202005594/3/R2

Bij uitspraak van 30 maart 2021, in zaak nr. 202005594/2/R2, heeft de Afdeling bestuursrechtspraak het door de stichting tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 1 september 2020 in zaak nr. 19/3212 ingestelde hoger beroep na vereenvoudigde behandeling niet-ontvankelijk verklaard. De uitspraak van de Afdeling is aangehecht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2202
Datum uitspraak
7 juli 2021
  • Verzet
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202005594/3/R2

202005932/1/A2

Bij besluit van 21 maart 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam de schulddienstverlening aan [appellant] beëindigd met een termijn van uitsluiting van drie jaar. [appellant] maakt sinds augustus 2016 gebruik van schulddienstverlening van de Kredietbank Rotterdam. De Kredietbank heeft [appellant] bij brieven van 30 juli 2018, 28 september 2018 en 29 oktober 2018 laten weten dat er onvoldoende inkomen is ontvangen voor de uitvoering van zijn budgetplan. [appellant] is gevraagd contact op te nemen met zijn budgetconsulent om nadere afspraken te maken en de lasten die de Kredietbank niet heeft kunnen betalen alsnog zelf te voldoen. Bij e-mail van 16 november 2018 heeft de Kredietbank [appellant] laten weten dat de Kredietbank de schuldregeling door zal laten lopen tot [appellant] een bijstandsuitkering heeft. In deze e-mail staat ook dat als blijkt dat [appellant] niet in aanmerking komt voor een uitkering, dit wel andere gevolgen kan hebben.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1460
Datum uitspraak
7 juli 2021
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202005932/1/A2

202006932/3/A3, 202002668/2/A3 en 202000475/2/A3

Conclusie over de evenredigheidstoets door de bestuursrechter die de staatsraden advocaat-generaal Wattel en Widdershoven hebben genomen op verzoek van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De conclusie gaat in op de vraag hoe indringend de bestuursrechter bestuurlijke maatregelen moet toetsen en wat daarbij de betekenis is van het evenredigheidsbeginsel. Het gaat concreet om een besluit waarbij een dwangsom wordt ingevorderd en om besluiten tot sluiting van een woning na een drugsvondst in die woning. De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak heeft de staatsraden advocaat-generaal in februari 2021 gevraagd een algemeen kader te schetsen en daarbij een aantal aandachtspunten te betrekken, zoals de rechtsbasis van de rechterlijke toetsing aan evenredigheid (EVRM, EU-recht of nationaal recht), in welke gevallen de rechter besluiten van bestuursorganen kan toetsen aan evenredigheid en met welke omstandigheden de bestuursrechter rekening kan of moet houden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1468
Datum uitspraak
7 juli 2021
  • Conclusie
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202006932/3/A3, 202002668/2/A3 en 202000475/2/A3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202006932/3/A3, 202002668/2/A3 en 202000475/2/A3

202101862/2/R2

De beroepen richten zich tegen het besluit van 28 april 2021, waarbij de raad van de gemeente Eindhoven het bestemmingsplan "I Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Hastelweg 159)" heeft vastgesteld. [verzoeker sub 1], [verzoeker sub 2] en [verzoeker sub 3] hebben de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1575
Datum uitspraak
7 juli 2021
  • Mondelinge uitspraak
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202101862/2/R2

202104232/1/A3 en 202104232/3/A3

Het hoger beroep van de burgemeester van Amsterdam richt zich tegen de mondelinge uitspraak van de rechtbank van 1 juli 2021, waarbij het beroep tegen de oplegging van een huisverbod van tien dagen tot 23 juni 2021, 11:09 uur ongegrond is verklaard, het beroep tegen het verlengingsbesluit van achttien dagen tot 11 juli, 11:09 gegrond is verklaard, dat besluit is vernietigd en het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening is afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1490
Datum uitspraak
7 juli 2021
  • Mondelinge uitspraak
  • Huisverbod
  • uitspraakin de zaak202104232/1/A3 en 202104232/3/A3

202101593/1/R2 en 202101593/3/R2

Bij besluit van 24 november 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Veldhoven aan Exploitatiemaatschappij de Oude Pastorie B.V. een omgevingsvergunning verleend voor de activiteiten "het bouwen van een bouwwerk", "handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening", "het slopen van een bouwwerk" en "een aangewezen monument te slopen, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen of te laten gebruiken waardoor het wordt ontsierd of in gevaar wordt gebracht". De omgevingsvergunning maakt de realisatie mogelijk van vijf appartementen in een voormalige pastorie, een monumentaal pand, tevens rijksmonument, aan de Dorpstraat 93 en 95 in Veldhoven. In het bestemmingsplan "Veldhoven-dorp 2017" zijn aan het pand de bestemming "Horeca", dubbelbestemming "Waarde - Archeologie" en de functieaanduiding "bedrijfswoning" toegekend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1438
Datum uitspraak
6 juli 2021
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202101593/1/R2 en 202101593/3/R2

202102497/2/A2

Bij besluit van 1 oktober 2018 heeft de minister de aanwijzing van 14 november 2011 van de Stint als bijzondere bromfiets geschorst. De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak, voor zover thans van belang, overwogen dat de minister het intrekkingsbesluit heeft mogen nemen, maar dat hij in het kader van de evenredigheid had moeten bezien welke vorm van compensatie of schadevergoeding aan partijen moet worden aangeboden. Daarbij dient de minister naar het oordeel van de rechtbank te betrekken dat hij het aanwijzingsbesluit, zowel naar huidige inzichten als naar de inzichten ten tijde van het nemen van dat besluit, niet had mogen nemen, onder meer omdat de technische keuring onder de maat is gebleken. Door de Stint niettemin aan te merken als bijzondere bromfiets die de openbare weg op kan, zijn de fabrikant en kopers/gebruikers van de Stint in de gerechtvaardigde veronderstelling gebracht dat de Stint veilig kon worden gebruikt voor het vervoer van met name jonge kinderen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1450
Datum uitspraak
6 juli 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202102497/2/A2

202103552/2/V1

Bij besluit van 24 april 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1448
Datum uitspraak
6 juli 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202103552/2/V1

202103683/2/R3

Bij besluit van 25 juli 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Dordrecht aan de gemeente Dordrecht een omgevingsvergunning verleend voor het vellen van 28 houtopstanden die zich bevinden aan de oever van het Wantij, achter het gebouw aan de Oranjelaan 1 te Dordrecht. Op 17 juni 2019 heeft de gemeente Dordrecht een omgevingsvergunning aangevraagd voor het vellen van 28 bomen die zich bevinden aan de oever van het Wantij achter het gebouw aan de Oranjelaan 1 te Dordrecht, met het oog op de reconstructie van deze oever. Het college heeft de gevraagde omgevingsvergunning op grond van artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder g, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, gelezen in samenhang met artikel 4:11 van de Algemene Plaatselijke Verordening Dordrecht verleend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1447
Datum uitspraak
6 juli 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Kapvergunningen
  • uitspraakin de zaak202103683/2/R3

202103966/3/R3

Bij besluit van 29 augustus 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rijswijk de aanvraag van Tiberius Vastgoed B.V. voor een omgevingsvergunning voor de bouw van twee supermarkten, kantoorruimte en parkeergelegenheid op het adres Madame Curielaan 1 te Rijswijk buiten behandeling gesteld. Het college verzoekt de voorzieningenrechter om de rechtsgevolgen van het vernietigen van zijn besluiten door de rechtbank te schorsen tot het moment waarop de Afdeling op het hoger beroepschrift van het college heeft beslist, wat neerkomt op een verzoek om hangende het hoger beroep bij de Afdeling geen uitvoering te hoeven geven aan de uitspraak van de rechtbank. Het college kan zich niet met de uitspraak van de rechtbank verenigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1446
Datum uitspraak
6 juli 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202103966/3/R3

202003242/1/V2

Bij besluit van 13 februari 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan de vreemdeling verleende machtiging tot voorlopig verblijf (hierna: mvv) ingetrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1443
Datum uitspraak
5 juli 2021
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202003242/1/V2

202103509/1/V3

Bij besluit van 10 mei 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1444
Datum uitspraak
5 juli 2021
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202103509/1/V3

202103924/2/V2

Bij besluit van 25 mei 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1445
Datum uitspraak
5 juli 2021
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202103924/2/V2

202100590/2/R3

Bij besluit van 28 oktober 2020 hebben provinciale staten van Overijssel het inpassingsplan "Vecht- en Beneden Reggegebied deelgebied Eerderhooilanden" vastgesteld. Met het inpassingsplan wordt voorzien in interne en externe maatregelen in het kader van het beheer en herstel van het deelgebied "Eerderhooilanden" van het Natura 2000-gebied "Vecht en Beneden-Reggegebied". [verzoeker] vreest dat door de maatregelen in het inpassingsplan het peil van de Regge zal stijgen, waardoor de nabij gelegen agrarische gronden vaker zullen overstromen. Als gevolg hiervan zal de uit- en afspoeling van stikstof en fosfaat afkomstig uit mest toenemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1434
Datum uitspraak
2 juli 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Inpassingsplan
  • uitspraakin de zaak202100590/2/R3

202101533/2/R3

Bij besluit van 17 februari 2021 heeft de raad van de gemeente Eemsdelta het bestemmingsplan "Delfzijl Kindercentrum Noord" vastgesteld. Het plangebied is gelegen ten westen van de kern van Delfzijl en wordt begrensd door de Noorsestraat aan de noordzijde en de Waddenweg aan de oostzijde. Met het bestemmingsplan wordt voorzien in een zogenoemd kindcentrum. Volgens paragraaf 1.1 van de plantoelichting vervangt het nieuw te bouwen kindcentrum de Brede School Noord aan de overkant van de Waddenweg waar zowel een basisschool als een kinderopvang zijn ondergebracht. Deze school wordt met uitzondering van de sporthal gesloopt, omdat het te slopen deel niet aardbevingsbestendig is. Om het kindcentrum in het plangebied mogelijk te maken, is aan de gronden een maatschappelijke bestemming toegekend. Op deze gronden rust ingevolge de beheersverordening "Plantsoen De Wending" nu nog een groenbestemming.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1433
Datum uitspraak
2 juli 2021
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202101533/2/R3

202103021/2/V2

Bij besluit van 10 december 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1437
Datum uitspraak
2 juli 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202103021/2/V2

202103716/2/V1

Bij besluit van 28 augustus 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1436
Datum uitspraak
2 juli 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202103716/2/V1

202103757/2/V2

Bij besluit van 3 mei 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1442
Datum uitspraak
2 juli 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202103757/2/V2

202103996/2/V3

Bij besluit van 25 mei 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1435
Datum uitspraak
2 juli 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202103996/2/V3

202104212/2/V2

Bij besluit van 21 mei 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1441
Datum uitspraak
2 juli 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202104212/2/V2

202101414/2/A3

De stichting heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 25 januari 2021 in zaak nr. 16/5329.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1429
Datum uitspraak
2 juli 2021
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202101414/2/A3

202004434/1/V1

Bij besluit van 14 februari 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om krachtens artikel 64 van de Vw 2000 te bepalen dat zijn uitzetting achterwege blijft, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1425
Datum uitspraak
1 juli 2021
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202004434/1/V1

202004592/1/V2

Bij besluit van 16 juni 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1428
Datum uitspraak
1 juli 2021
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202004592/1/V2

202102219/1/V3

Bij besluit van 24 februari 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1426
Datum uitspraak
1 juli 2021
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202102219/1/V3

202102915/2/R1

Bij besluit van 11 maart 2021 heeft de raad van de gemeente Middelburg het bestemmingsplan "Uitbreiding Sint Laurens fase 1" vastgesteld. Het plangebied is verdeeld in een viertal deelgebieden: - 1. Uitbreiding Noord (6 woningen). Dit deelgebied (1) ligt aan de noordzijde van de kern Sint Laurens. - 2. Uitbreiding Zuid-West (48 woningen). Dit deelgebied (2) ligt aan de zuidwestzijde van de kern Sint Laurens. - 3. Wilgenhoekweg 38, 40 en 42. Dit deelgebied (3) grenst aan de noordzijde aan agrarische gronden, aan de oostzijde aan de Wilgenhoekweg, en aan de zuid- en westzijde aan agrarische gronden. - 4. Uitbreiding van tuinen aan de oostzijde van de woningen Noordweg 492 tot en met 506. Dit deelgebied (4) grenst aan de westzijde aan de tuinen van genoemde percelen, aan de noord-, oost- en zuidzijde aan agrarische gronden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1368
Datum uitspraak
1 juli 2021
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Zeeland
  • uitspraakin de zaak202102915/2/R1

202103848/2/V2

Bij besluit van 21 oktober 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1427
Datum uitspraak
1 juli 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202103848/2/V2

202005946/3/V6

[appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 28 oktober 2020 in zaak nr. 17/5886. De minister van Buitenlandse Zaken heeft, op verzoek van de Afdeling krachtens artikel 8:45 van de Awb, de vertrouwelijke versie van een aantal gedingstukken overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Awb medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van deze stukken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1992
Datum uitspraak
1 juli 2021
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202005946/3/V6

202006877/2/V6

De staatssecretaris heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 2 november 2020 in zaak nr. 19/4607. De minister heeft, op verzoek van de Afdeling krachtens artikel 8:45 van de Awb, de vertrouwelijke versie van één of een aantal gedingstukken overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Awb medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van deze stukken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1993
Datum uitspraak
1 juli 2021
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202006877/2/V6

202102083/1/R4 en 202102083/2/R4

Bij besluit, verzonden op 19 maart 2020, heeft het college [appellant] onder oplegging van een dwangsom gelast om het aantal recreatiewoningen op het perceel [locatie] in Soesterberg binnen de bestemming "Recreatie - Verblijfsrecreatie - Jachthuis" terug te brengen tot maximaal 31. [appellant] is eigenaar van het perceel. Op het perceel wordt een park met recreatiewoningen geëxploiteerd. In strijd met het bestemmingsplan "Landelijk Gebied" staan vier recreatiewoningen geheel of gedeeltelijk op gronden met de bestemming "Bos-Bostuin". Bij besluit van 7 mei 2018 heeft het college [appellant] onder oplegging van een dwangsom gelast om deze woningen te verwijderen en verwijderd te houden. Dit is niet gebeurd. Vervolgens heeft het college bij besluit van 30 juli 2020, gehandhaafd bij besluit van 16 december 2020, [appellant] onder oplegging van bestuursdwang opnieuw gelast om de woningen te verwijderen of te verplaatsen naar gronden met de bestemming "Recreatie-Verblijfsrecreatie-Jachthuis".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1307
Datum uitspraak
30 juni 2021
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202102083/1/R4 en 202102083/2/R4

202102592/1/R4 en 202102592/2/R4

Bij besluit van 4 februari 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Soest besloten tot invordering van een dwangsom van € 45.000,00. [appellant] is eigenaar van het perceel aan de [locatie] in Soesterberg (hierna: het perceel). Op dit perceel wordt een park met recreatiewoningen geëxploiteerd. In strijd met het op het perceel geldende bestemmingsplan "Landelijk Gebied" liggen vier recreatiewoningen geheel of gedeeltelijk op gronden met de bestemming "Bos-Bostuin". Bij besluit van 7 mei 2018 heeft het college [appellant] onder oplegging van een dwangsom gelast om de woningen die geheel op voornoemde bestemming liggen te verwijderen en verwijderd te houden en gelast om de woningen die gedeeltelijk op voornoemde bestemming liggen te verwijderen en verwijderd te houden. Indien niet binnen de gestelde begunstigingstermijn aan de eerste last is voldaan, wordt een dwangsom verbeurd van € 5.000,00 per maand. Voor de tweede last geldt een dwangsom van € 4.000,00 per maand.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1306
Datum uitspraak
30 juni 2021
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202102592/1/R4 en 202102592/2/R4

202102644/1/R1 en 202102644/2/R1

Bij besluit van 23 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Pijnacker-Nootdorp de "Locatiebesluiten HNI Pijnacker-Nootdorp, Achter het Raadhuis en Vrouwtjeslant" vastgesteld, waarbij onder meer locatie GS110 in de Sytwinde in Nootdorp is aangewezen voor het plaatsen van twee ondergrondse restafvalcontainers. De inmiddels geplaatste ORAC’s staan op een parkeerplaats naast een uitrit. [verzoeker] woont in een hoekwoning aan de [locatie] en kan zich niet verenigen met de aanwijzing van deze locatie aan de zijkant van zijn woning, grenzend aan zijn achtertuin.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1367
Datum uitspraak
30 juni 2021
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202102644/1/R1 en 202102644/2/R1

202102798/1/R1 en 202102798/2/R1

Bij besluit van 9 februari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hillegom het "Locatieplan ondergrondse containers voor restafval bij hoogbouw" vastgesteld, waarbij onder meer locatie Hillegom 16 aan het Hofzicht is aangewezen voor het plaatsen van een ondergrondse restafvalcontainer en een semi-ondergrondse container voor GFT-afval (hierna: de ORAC’s).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1366
Datum uitspraak
30 juni 2021
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202102798/1/R1 en 202102798/2/R1

202103603/2/V2

Bij besluit van 21 december 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1369
Datum uitspraak
30 juni 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202103603/2/V2

201809954/1/A2

Bij besluit van 13 maart 2018 heeft de raad van de gemeente Berkelland een verzoek van [appellante] om nadeelcompensatie afgewezen. [appellante] is sinds 12 februari 1997 eigenares van een perceel met recreatiewoning aan de [locatie] te Rekken. Op grond van het bij raadsbesluit van 27 februari 1995 vastgestelde bestemmingsplan Buitengebied Eibergen had de onroerende zaak de bestemming Zomerhuis. Op 4 september 2007 heeft [appellante] de raad verzocht aan dit plandeel de bestemming Wonen toe te kennen. Bij besluit van 26 juni 2013 heeft de raad deze aanvraag afgewezen. Bij besluit van 13 mei 2014 heeft de raad het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 22 april 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:1311) heeft de Afdeling het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Bij brief van 24 oktober 2017 heeft [appellante] een verzoek om nadeelcompensatie naar aanleiding van het besluit van 26 juni 2013 ingediend.

Datum uitspraak
30 juni 2021
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak201809954/1/A2

201900297/1/R2

Bij besluit van 25 oktober 2016 heeft de staatssecretaris van Economische Zaken de toegang tot de gebiedsdelen Bollen van de Ooster en Bollen van het Nieuwe Zand van het Natura 2000-gebied Voordelta beperkt. Bij besluit van 15 november 2017 heeft de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit het door de vissers daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Het Natura 2000-gebied Voordelta is aangewezen ter uitvoering van de Vogelrichtlijn en ter uitvoering van de Habitatrichtlijn. Het aanwijzingsbesluit bevat instandhoudingsdoelstellingen voor zes habitattypen, zes habitatsoorten en voor dertig vogelsoorten, waaronder de zwarte zee-eend. De Voordelta heeft een rust- en foerageerfunctie voor de zwarte zee-eend, die daar als wintergast voorkomt. Binnen het Natura 2000-gebied Voordelta geldt een compensatieopgave voor deze soort vanwege de aanleg van de Tweede Maasvlakte.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1403
Datum uitspraak
30 juni 2021
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak201900297/1/R2

201903966/1/R3

Bij besluit van 28 maart 2019 heeft de raad van de gemeente Oegstgeest het bestemmingsplan "[locatie 1]" vastgesteld. [partij] wil aan de [locatie 1] in Oegstgeest een palingkwekerij met ondersteunende functies realiseren. Het plan is vastgesteld om deze ontwikkeling mogelijk te maken. De ondersteunende functies bestaan onder meer uit een palingrokerij met een winkel. Op het perceel was voorheen een sierteeltbedrijf gevestigd, waarvan ter plaatse nog bedrijfsbebouwing en kassen aanwezig zijn. De bedrijvigheid van het sierteeltbedrijf is beëindigd. [appellant] en anderen zijn eigenaar van het naastgelegen perceel [locatie 2]. Zij exploiteren hier een melkveehouderij. [appellant] en anderen kunnen zich niet met het plan verenigen. Zij vrezen onder andere voor een beperking van hun bedrijfsvoering.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1378
Datum uitspraak
30 juni 2021
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak201903966/1/R3

201904525/1/R4

Bij besluit van 6 februari 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Houten aan [appellant sub 2] een omgevingsvergunning verleend voor het gebruik van de gronden voor horeca categorie 1 en voor het wijzigen van een rijksmonument op het perceel [locatie 1] te ’t Goy, gemeente Houten. [appellant sub 1A] en [appellant sub 2] zijn ieder eigenaar van een deel van het landgoed Wickenburgh en de daarbij behorende bebouwing. Het landhuis is het hoofdgebouw en is aangewezen als rijksmonument. [appellant sub 2] is eigenaar van en woont in het westelijke deel van het landhuis, met huisnummer [locatie 1]. [appellant sub 1A] is eigenaar van het oostelijke deel van het landhuis, met huisnummer [locatie 2], waar [appellant sub 1B] woont. [appellant sub 1A] woont in het oostelijke deel van het koetshuis op het landgoed, op nummer [locatie 3]. Appellant sub 2] verhuurt enkele ruimten van zijn deel van het landhuis aan derden voor huwelijksvoltrekkingen, feesten, vergaderingen en trainingen.

Datum uitspraak
30 juni 2021
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • Monumenten
  • uitspraakin de zaak201904525/1/R4

201905308/3/R3

Bij tussenuitspraak van 4 november 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2641, heeft de Afdeling het college en burgemeester en wethouders van Krimpenerwaard opgedragen binnen 20 weken na verzending van de tussenuitspraak het daarin omschreven gebrek in het besluit van 21 mei 2019 tot vaststelling van het wijzigingsplan "[locatie 1] - Haastrecht" te herstellen. Het wijzigingsplan heeft betrekking op het perceel [locatie 1] en maakt ter plaatse de vestiging van een tweede bedrijf planologisch mogelijk. [appellant] woont en is met een horecabedrijf gevestigd op het naastgelegen perceel [locatie 2]. Onder 6.2 van de tussenuitspraak heeft de Afdeling naar aanleiding van het beroep van [appellant] overwogen dat in het wijzigingsplan geen nadere beperking is opgenomen wat betreft het type tweede bedrijf dat op het perceel [locatie 1] is toegestaan en dat ter plaatste planologisch gezien dus alle soorten bedrijven kunnen worden gevestigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1376
Datum uitspraak
30 juni 2021
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak201905308/3/R3

201905656/1/R2

Bij besluit van 15 augustus 2018 heeft het college het verzoek van [appellant sub 3] en [appellant sub 2] om handhaving ten aanzien van de IJsboerderij aan de Klapstraat 2 in Wijlre deels afgewezen en deels toegewezen. [appellant sub 1] woont op het perceel aan de Klapstraat 2 in Wijlre, waar hij tevens een horecagelegenheid in de vorm van een ijsboerderij exploiteert. [appellant sub 3] en [appellant sub 2] wonen aan de [locatie 1] en [locatie 2] in Wijlre, in de nabijheid van de horecagelegenheid. Zij hebben het college bij brief van 1 mei 2018 verzocht om handhavend op te treden tegen diverse overtredingen op het perceel, waaronder het aanbieden van high tea’s, high wines en (boerenbrunch)buffetten, het ontvangen van groepen voor feesten en partijen, de omvang van het terras en het stallen van een caravan op de parkeerplaats in strijd met het bestemmingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1388
Datum uitspraak
30 juni 2021
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak201905656/1/R2

201905670/1/R3

Bij besluit van 21 mei 2019 heeft de raad van de gemeente Tynaarlo onder meer besloten het bestemmingsplan "Supermarkt Ter Borch Eelderwolde" niet vast te stellen. De VOF en [appellante sub 2] zijn van plan een supermarkt met 3.000 m2 brutovloeroppervlakte en 2.000 m2 winkelvloeroppervlakte (hierna: wvo) te ontwikkelen op de hoek van de Ter Borchlaan en Borchsingel in Eelderwolde. In de stukken en hierna wordt dit perceel ook wel aangeduid als Borchsingel 25 te Eelderwolde of Entreegebied Ter Borch. Om de realisering van de supermarkt mogelijk te maken heeft het college een ontwerpbestemmingsplan met ontwerpbesluiten ter inzage gelegd. Over het ontwerpbestemmingsplan en de ontwerpbesluiten zijn zienswijzen naar voren gebracht. Het college heeft aan de raad het voorstel gedaan om in te stemmen met de Nota zienswijzen coördinatieregeling bouw supermarkt aan de Borchsingel in Eelderwolde van 12 maart 2019.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1424
Datum uitspraak
30 juni 2021
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Drenthe
  • uitspraakin de zaak201905670/1/R3

201905969/1/R3

Bij besluit van 15 juni 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders van Laren afwijzend beslist op het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen het gebruik van het terrein met opstallen aan het Raboes 18 en 20 in Laren voor verblijf en overnachting door niet-scoutinggroepen. [appellant] is eigenaar van de woning met het adres [locatie] in Laren. Stichting Raboes Blijdenstein is eigenaar van het aangrenzende perceel met nummers 18 en 20 (hierna: het perceel). Dit perceel en de daarop staande opstallen worden onder meer gebruikt door de met de Stichting verbonden vereniging Scouting Raboes. Het college heeft eerder beslist op het bezwaar van [appellant] bij het besluit van 27 september 2017. Bij uitspraak van 24 mei 2018, ECLI:NL:RBMNE:2018:2267, heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard en het besluit van 27 september 2017 vernietigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1415
Datum uitspraak
30 juni 2021
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak201905969/1/R3

201906190/17/R4

Bij besluit van 26 juni 2019 heeft de raad van de gemeente Maasdriel het bestemmingsplan "Buitengebied herziening 2016" vastgesteld. Het bij besluit van 26 juni 2019 vastgestelde bestemmingsplan heeft betrekking op nagenoeg het gehele buitengebied van de gemeente. De scheepswerf ligt aan de Steeg te Heerewaarden. De scheepswerf is in het plan met een bedrijfsbestemming opgenomen. De scheepswerf is, kort gezegd, van mening dat er in het plan onvoldoende aan- en afmeermogelijkheden zijn geboden voor schepen (in afwachting van reparatie in de scheepswerf) en voor hulpvaartuigen (zoals hulpvaartuig "De Weser"). Doordat het plan onvoldoende afmeermogelijkheden biedt, wordt haar bedrijfsvoering ernstig belemmerd, aldus de scheepswerf. Het bij besluit van 26 juni 2019 vastgestelde bestemmingsplan heeft betrekking op nagenoeg het gehele buitengebied van de gemeente.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1370
Datum uitspraak
30 juni 2021
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak201906190/17/R4

201906446/1/R3

Bij besluit van 10 juli 2019 hebben provinciale staten van Overijssel het inpassingsplan "Punthuizen, Stroothuizen en Beuninger Achterveld" vastgesteld. Het plangebied ligt tussen de kernen Denekamp en Beuningen en de Duitse grens. Het inpassingsplan bevat instandhoudingsmaatregelen en passende maatregelen voor het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen van de deelgebieden Punthuizen, Stroothuizen en Beuninger Achterveld van het Natura 2000-gebied "Dinkelland". Dit zijn drie gevarieerde gebieden langs de Puntbeek en Rammelbeek. [appellante sub 1], [appellant sub 2], [appellant sub 3], [appellante sub 4] en [appellant sub 5] zien zich geconfronteerd met gebruiksbeperkingen en maatregelen op hun agrarische percelen en hebben beroep ingesteld tegen het inpassingsplan. Ook RC Modelvliegclub Losser heeft beroep ingesteld tegen het inpassingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1412
Datum uitspraak
30 juni 2021
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Inpassingsplan
  • uitspraakin de zaak201906446/1/R3

201906880/1/A3

Bij besluit van 14 maart 2019 heeft de Autoriteit Persoonsgegevens de aan het college van burgemeester en wethouders van Arnhem opgelegde last onder dwangsom op zijn verzoek opgeheven. De AP heeft aan het college een last onder dwangsom opgelegd. Het college overtrad de toen geldende Wet bescherming persoonsgegevens (hierna: de Wbp) doordat de gegevens van personen die hun afval in ondergrondse containers weggooiden, via de adresgebonden afvalpas werden opgeslagen en bewaard op de aan de containers bevestigde kaartlezers. De last houdt in dat het college alle ondergrondse containers moet openzetten zonder dat daarvoor het gebruik van de afvalpas nodig is en dat het alle al opgeslagen en bewaarde persoonsgegevens uiterlijk op 1 oktober 2017 moet hebben gewist. Het college wil dat de ondergrondse containers alleen toegankelijk zijn voor inwoners en bedrijven van de gemeente en wil daarom een nieuw afvalpassysteem invoeren. Daarvoor moeten de ondergrondse containers worden afgesloten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1420
Datum uitspraak
30 juni 2021
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak201906880/1/A3

201906892/1/R3

Bij besluit van 10 juli 2019 hebben provinciale staten van Overijssel het inpassingsplan "Landgoederen Oldenzaal" vastgesteld. Het plangebied van dit inpassingsplan ligt verspreid in het buitengebied van de gemeente Losser, tegen de oostgrens van de gemeente Oldenzaal. Het ligt tussen de kernen Oldenzaal en De Lutte en wordt doorkruist door de snelweg A1. Het inpassingsplan bevat instandhoudingsmaatregelen en passende maatregelen voor het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied "Landgoederen Oldenzaal". Het gaat onder meer om vernattingsmaatregelen en beperkingen van de bemesting en beweiding. Hierbij zijn volgens de toelichting van provinciale staten ter zitting ongeveer 40 grondeigenaren betrokken. Een aantal agrariërs en inwoners uit De Lutte die zich geconfronteerd zien met gebruiksbeperkingen op hun gronden heeft beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1414
Datum uitspraak
30 juni 2021
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Inpassingsplan
  • uitspraakin de zaak201906892/1/R3

201907110/1/A3

Bij besluit van 23 mei 2017 heeft het bestuur van de Raad voor Rechtsbijstand het verzoek van [appellant] afgewezen om op grond van de Wet openbaarheid van bestuur documenten openbaar te maken. [appellant] heeft op 25 en 27 april 2017 op grond van de Wob gevraagd om: 1. documenten van het bestuur waaruit blijkt welke werkzaamheden door de advocaat moeten worden verricht in het kader van een lichte advies toevoeging en welke werkzaamheden door ondersteunend personeel mogen worden verricht; 2. documenten met betrekking tot alle correspondentie die tussen het bestuur en de deken is uitgewisseld; 3. documenten met betrekking tot alle interne correspondentie die met betrekking tot bepaalde onderzoeken is gevoerd; 4. alle documenten die betrekking hebben op dossiers vermeld op de lijst die per mail van 2 mei 2017 door het bestuur aan hem is verstuurd. De onderzoeken waar [appellant] naar heeft verwezen, hebben betrekking op de door hem gedane werkzaamheden in zaken waarin hij een toevoeging had gekregen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1408
Datum uitspraak
30 juni 2021
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak201907110/1/A3

201908139/1/R3

Bij besluit van 1 december 2017 heeft het college zijn beslissing om wegens overtreding van de artikelen 1a en 1b, tweede lid, van de Woningwet jegens [appellant B] op 30 november 2017 spoedeisende bestuursdwang toe te passen op schrift gesteld. In dat besluit heeft het college onder aanzegging van bestuursdwang [appellant B] tevens gelast om de overtreding van de artikelen 1a en 1b, tweede lid, van de Woningwet ongedaan te (laten) maken. In oktober 2014 heeft in opdracht van NAM een inspectie plaatsgevonden in het pand op het perceel [locatie]. In een brief van NAM van 24 februari 2016 staat dat de inspecteur heeft geconstateerd dat in het pand sprake was van een onveilige situatie die onmiddellijk moest worden veiliggesteld door het aanbrengen van stutten. Op basis van dit advies heeft [appellant B] opdracht gegeven tot het plaatsen van stutten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1390
Datum uitspraak
30 juni 2021
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak201908139/1/R3

201908558/1/R4

Bij besluit van 9 oktober 2019 heeft de raad van de gemeente Barneveld het bestemmingsplan "Asselseweg ll, partiële herziening Buitengebied 2012" vastgesteld. Op het perceel [locatie] te Kootwijk worden sinds eind jaren 80 met enige regelmaat paardensportevenementen gehouden. Op het perceel staat een paardensportcentrum. Het perceel en het paardensportcentrum zijn eigendom van [gemachtigde A]. Op het perceel rust de bestemming "Agrarisch" met de aanduidingen "evenemententerrein" en "parkeerterrein". Ingevolge artikel 2, vierde lid, van de planregels, zijn de gronden die zijn aangeduid met "evenemententerrein" bedoeld voor paardensportevenementen. Het perceel bestaat uit een Noord-terrein en een Zuid-terrein, die gescheiden zijn door een weg. Voordat dit bestemmingsplan van toepassing was op het perceel, golden voor het perceel achtereenvolgens de bestemmingsplannen "Buitengebied 2000" en "Buitengebied 2012". [appellant] en anderen kunnen zich niet verenigen met het bestemmingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1371
Datum uitspraak
30 juni 2021
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak201908558/1/R4

201908585/1/A2

Bij besluit van 30 januari 2019 heeft het Participatiefonds een verzoek van de stichting om vergoeding van de uitkeringskosten die voortvloeien uit de beëindiging van het dienstverband van [medewerker], afgewezen. De stichting is het bevoegd gezag van basisscholen in de omgeving van Hoorn. Op 19 november 2018 heeft de stichting het Participatiefonds verzocht om vergoeding van de uitkeringskosten die voortvloeien uit de beëindiging van het dienstverband van [medewerker]. Het Participatiefonds heeft het verzoek van de stichting van 19 november 2018 bij besluit van 30 januari 2019 afgewezen. Bij besluit van 16 oktober 2019 heeft het Participatiefonds het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaarschrift niet tijdig is ingediend en de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is. In beroep gaat het om de vraag of het Participatiefonds het bezwaar van de stichting terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1399
Datum uitspraak
30 juni 2021
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Onderwijs
  • uitspraakin de zaak201908585/1/A2

201908661/1/A2

Bij besluit van 9 oktober 2017 heeft het college van gedeputeerde staten van Fryslân [appellant] een tegemoetkoming in planschade van € 21.500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente, toegekend en een vergoeding van € 995,00 voor de in verband met de behandeling van de aanvraag redelijkerwijs gemaakte kosten van rechtsbijstand en andere deskundige bijstand. Op 8 november 2016 heeft [appellant] het college verzocht om een tegemoetkoming in de planschade die hij in de vorm van waardevermindering van het perceel en de daarop gelegen woning en garage aan de [locatie] te [plaats] heeft geleden als gevolg van het provinciale inpassingsplan De Centrale As. Het inpassingsplan, dat bij besluit van provinciale staten van Fryslân van 23 juni 2010 is vastgesteld en op 9 november 2011 in werking is getreden, is de planologische grondslag voor het realiseren van De Centrale As op onder meer een dichtbij de onroerende zaak gelegen gebied,

Datum uitspraak
30 juni 2021
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak201908661/1/A2

201908760/3/A3

Bij tussenuitspraak van 19 augustus 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1987, heeft de Afdeling de minister opgedragen het in die uitspraak omschreven gebrek in het besluit van de minister van 30 november 2018, kenmerk NM 183/1311, te herstellen. Ter uitvoering van de tussenuitspraak heeft de minister bij brief van 30 oktober 2020 het besluit van 30 november 2018 nader gemotiveerd. Bij uitspraak van 3 februari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:213, heeft de Afdeling overwogen dat [verzoekster] in de gelegenheid is gesteld een zienswijze over de nadere motivering van de minister naar voren te brengen, maar daarvan geen gebruik heeft gemaakt. Bij brief van 21 februari 2021 heeft [verzoekster] meegedeeld dat de Afdeling de processtukken in de hogerberoepsprocedure niet heeft verzonden naar haar nieuwe adres, dat in de brief van 15 februari 2020, houdende de hogerberoepsgronden, staat vermeld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1416
Datum uitspraak
30 juni 2021
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak201908760/3/A3

201908760/4/A3

Bij besluit van 14 september 2018 heeft de minister de aanvraag van [vader] om wijziging van de geslachtsnaam van de minderjarige zoon van [vader] en [appellante] (hierna: het kind), van [naam appellante] in [naam vader], toegewezen. [appellante] betoogt dat de rechtbank met dit oordeel heeft miskend dat het kind op 10 juli 2019 schriftelijk te kennen heeft gegeven dat hij onder druk van zijn vader heeft verklaard dat hij zijn geslachtsnaam wil wijzigen, maar dat dit niet is wat hij wil. Zijn verklaring van 10 juli 2019 maakt de eerdere verklaringen van het kind ongeldig. Volgens [appellante] verkeert het kind in een onveilige situatie en wordt hij met de geslachtsnaamswijziging ten onrechte gedwongen zich te identificeren met het gezin waarvan hij in het dagelijkse leven deel uitmaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1392
Datum uitspraak
30 juni 2021
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak201908760/4/A3

201908821/2/R1

Bij tussenuitspraak van 25 november 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2813, (hierna: de tussenuitspraak) heeft de Afdeling de raad van de gemeente Den Helder opgedragen om binnen 16 weken na de verzending daarvan de gebreken in het besluit van 7 oktober 2019 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Verplaatsing Lidl Julianadorp" te herstellen. De Afdeling heeft onder rechtsoverweging 5.5 van de tussenuitspraak overwogen dat de raad het besluit van 7 oktober 2019, waarbij de raad het bestemmingsplan "Verplaatsing Lidl Julianadorp" heeft vastgesteld, niet zorgvuldig heeft genomen. Dit is het geval omdat de raad in de planregels, anders dan hij heeft beoogd, niet heeft geregeld dat voor de gronden met de bestemming "Gemengd" en de functieaanduiding "supermarkt" geldt dat de planologisch toegestane gebouwen gebruikt mogen worden ten behoeve van een supermarkt met een winkelvloeroppervlak van ten hoogste 1.020 m2.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1380
Datum uitspraak
30 juni 2021
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak201908821/2/R1

201908826/1/R4

Bij besluit van 29 oktober 2019 heeft de raad van de gemeente Wijchen het bestemmingsplan "Tussen Kasteel en Wijchense Meer" vastgesteld. Het plan voorziet in de herontwikkeling van de gronden aan de oostzijde van het centrum van Wijchen tussen het Kasteel en het Wijchens Meer. Het plan bestaat hoofdzakelijk uit een uit te werken bestemming, waarvoor in de toekomst een uitwerkingsplan moet worden vastgesteld. Het plan biedt geen directe bouwtitel. Het wijzigingsbesluit is ingevolge artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht onderdeel van dit geding. De Afdeling zal hierna het bestemmingsplan beoordelen, zoals dat is komen te luiden na de vaststelling van het wijzigingsbesluit.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1411
Datum uitspraak
30 juni 2021
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak201908826/1/R4

201908993/1/A3

Bij besluit van 30 november 2017 heeft de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aan Woonstichting Lieven de Key goedkeuring verleend voor de zogeheten hybride scheiding tussen diensten van algemeen economisch belang en overige werkzaamheden overeenkomstig de specificaties van het definitieve scheidingsvoorstel van de Woonstichting. Woningcorporaties dienen voor 1 januari 2018 een scheiding aan te brengen tussen het DAEB en het niet-DAEB bezit. De Woonstichting is een toegelaten instelling in de zin van artikel 19 van de Woningwet. Zij is daarom op grond van artikel 49 van de Woningwet gehouden in haar administratie een scheiding aan te brengen tussen de activa en passiva die zijn verbonden met de diensten van algemeen economisch belang (DAEB), te weten de kerntaken van woningbouwcorporaties op het gebied van woningbouw en -verhuur in de sociale sector, en de overige activiteiten (niet-DAEB) in de vrije sector.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1404
Datum uitspraak
30 juni 2021
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak201908993/1/A3

201909380/1/A3

Bij besluit van 29 december 2017 heeft de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aan Habion goedkeuring verleend voor de administratieve scheiding tussen diensten van algemeen economisch belang (DAEB) en overige werkzaamheden (niet-DAEB) overeenkomstig de specificaties van het definitieve scheidingsvoorstel van Habion van 20 september 2017. Woningcorporaties dienen voor 1 januari 2018 een scheiding aan te brengen tussen het DAEB en het niet-DAEB bezit. Habion is een toegelaten instelling in de zin van artikel 19 van de Woningwet. Zij is daarom op grond van artikel 49 van de Woningwet gehouden in haar administratie een scheiding aan te brengen tussen de activa en passiva die zijn verbonden met de diensten van algemeen economisch belang (DAEB), te weten de kerntaken van woningbouwcorporaties op het gebied van woningbouw en -verhuur in de sociale sector, en de overige activiteiten (niet-DAEB) in de vrije sector.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1400
Datum uitspraak
30 juni 2021
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak201909380/1/A3

201909403/1/A3

Bij besluit van 1 augustus 2016 heeft de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de wijziging van de statuten van Woonstichting Lieven de Key goedgekeurd. De Woonstichting is een wooncorporatie die zich onder meer richt op de woningmarkt in Amsterdam. Arcade behartigt de belangen van (groepen) huurders van woningen van de Woonstichting. De Woonstichting heeft een verzoek ingediend bij de minister tot goedkeuring van een voorgenomen wijziging van de in de statuten opgenomen doelstelling van de stichting.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1401
Datum uitspraak
30 juni 2021
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak201909403/1/A3

202001207/1/A3

Bij besluit van 20 augustus 2018 heeft de minister voor Medische Zorg [appellante] een bestuurlijke boete opgelegd van € 12.000,00 wegens overtreding van de Geneesmiddelenwet. Deze zaak gaat over een door de minister aan [appellante] opgelegde bestuurlijke boete. [appellante] is gevestigd op Curaçao en exploiteert de website www.dokteronline.com. Volgens het Handelsregister Curaçao houdt [appellante] zich onder meer bezig met "het uitoefenen van internationale e-commerce activiteiten, waaronder mede begrepen, doch niet daartoe beperkt, automatisering, marketing, bemiddeling, advisering, houden van intellectuele eigendommen, bemiddeling in de medische zorg, verschaffen van professioneel platform voor online consultatie en voorschrijving van medicijnen via het internet alsmede de ontwikkeling en begeleiding van de daarvoor benodigde processen in de ruimste zin, onder meer door gebruikmaking van geavanceerde communicatiemiddelen."

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1421
Datum uitspraak
30 juni 2021
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202001207/1/A3

202001208/1/A3

Bij besluit van 19 december 2017 heeft de minister voor Medische Zorg [appellante] een bestuurlijke boete opgelegd van € 102.000,00 wegens overtreding van de Geneesmiddelenwet. Deze zaak gaat over een door de minister aan [appellante] opgelegde bestuurlijke boete. [appellante] is gevestigd op Curaçao en exploiteert de website www.dokteronline.com. Volgens het Handelsregister Curaçao houdt [appellante] zich onder meer bezig met "het uitoefenen van internationale e-commerce activiteiten, waaronder mede begrepen, doch niet daartoe beperkt, automatisering, marketing, bemiddeling, advisering, houden van intellectuele eigendommen, bemiddeling in de medische zorg, verschaffen van professioneel platform voor online consultatie en voorschrijving van medicijnen via het internet alsmede de ontwikkeling en begeleiding van de daarvoor benodigde processen in de ruimste zin, onder meer door gebruikmaking van geavanceerde communicatiemiddelen."

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1422
Datum uitspraak
30 juni 2021
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202001208/1/A3

202001373/1/R3

Bij besluit van 19 december 2019 heeft de raad van de gemeente Lansingerland het bestemmingsplan "A16 Rotterdam deel Lansingerland" vastgesteld. Het bestemmingsplan beoogt uitvoering te geven aan het tracébesluit "A16 Rotterdam" dat is genomen op 29 juni 2016, voor zover het het grondgebied van de gemeente Lansingerland betreft. Het tracébesluit gaat over een nieuw stuk A16 dat wordt aangelegd tussen de A13 bij Rotterdam The Hague Airport en de A16/A20 bij het Terbregseplein. Bewonersgroep Rodenrijs-West heeft beroep ingesteld tegen het bestemmingsplan, omdat hij zich niet met de gebiedsaanduiding "vrijwaringszone - buisleidingenstrook van nationaal belang" kan verenigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1409
Datum uitspraak
30 juni 2021
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202001373/1/R3

202001526/1/R4

Bij besluit van 21 maart 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Berkelland een dwangsom van € 10.000,00 bij [appellant] ingevorderd. [appellant] heeft op 11 februari 2015 op zijn perceel nabij [locatie] te Beltrum, een esrand, bestaande uit 15 bomen en een struikrand gekapt. Omdat [appellant] dit zonder vergunning heeft gedaan, heeft het college hem bij besluit van 22 april 2015 onder oplegging van een dwangsom gelast een herplant uit te voeren. Bij besluit van 19 mei 2017 heeft het college [appellant] opnieuw een herplantplicht opgelegd. Daarbij is bepaald dat een dwangsom van € 10.000,00 wordt verbeurd indien de herplant na 1 december 2017 niet is uitgevoerd. Nadien is deze termijn verlengd tot 1 december 2018. De herplantplicht omvat 14 zomereiken met een diameter van ongeveer 30 cm (omtrek ongeveer 1m) en een es met een omtrek van 60 tot 70 cm op de oorspronkelijke locatie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1405
Datum uitspraak
30 juni 2021
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202001526/1/R4

202001596/1/A2

Bij besluit van 2 oktober 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Soest [appellant] een tegemoetkoming in planschade van € 3.100,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 11 december 2017 tot de dag van uitbetaling, toegekend en het door [appellant] betaalde drempelbedrag van € 300,00 teruggestort. [appellant] is eigenaar van de woning aan de [locatie] te Soest. Hij heeft op 10 december 2017 een aanvraag om tegemoetkoming in planschade ingediend. Aan deze aanvraag heeft hij ten grondslag gelegd dat het tegenover de woning gelegen gebied in het bij raadsbesluit van 13 december 2012 vastgestelde bestemmingsplan Soestdijkse Grachten een bestemming voor een bedrijventerrein heeft gekregen en dat dit tot waardevermindering van de woning heeft geleid.

Datum uitspraak
30 juni 2021
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202001596/1/A2

202001956/1/R3

Bij besluit van 27 januari 2020 heeft de raad van de gemeente Vlieland het bestemmingsplan "Recreatiewoningen Noordzeeduinen Vlieland" vastgesteld. Het plan heeft betrekking op het gebied met recreatiewoningen dat ligt ten noorden van het dorp Oost-Vlieland aan de Noordzeekust. Het plangebied omvat tevens hotel Vlieduyn. Het plan heeft tot doel een nieuw toetsingskader vast te stellen voor bouwen en gebruik in het gebied. Vlieland Vastgoed B.V. is eigenaresse van de in het plangebied gelegen recreatiewoning aan de Duinkersoord 111 te Vlieland. Zij heeft zich in haar beroepschrift gericht tegen de nieuwe planregels voor buitenzwembaden, dakoverstekken en terrassen. Na de zitting heeft zij haar beroepsgronden die betrekking hebben op de planregels voor dakoverstekken en terrassen ingetrokken. Uitsluitend haar beroepsgrond over de planregel voor buitenzwembaden en het daarmee samenhangende begrip "bestaand" in de planregels, heeft Vlieland Vastgoed B.V. gehandhaafd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1377
Datum uitspraak
30 juni 2021
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Friesland
  • uitspraakin de zaak202001956/1/R3

202002724/1/R3

Bij besluit van 27 februari 2020 heeft de raad van de gemeente Midden-Groningen het bestemmingsplan "Bedrijvenpark Rengers, A.B. Nobellaan" vastgesteld. Het plangebied ziet op het meest oostelijke deel van het bedrijvenpark Rengers, tussen de A.B. Nobellaan en de Knijpslaan, ten zuiden van de A7. De raad heeft het plan vastgesteld om de vestiging van een fastfoodrestaurant, reclamemast en tankstation ter plaatse mogelijk te maken. [appellant A] en [appellant B] wonen op korte afstand van het plangebied. Zij kunnen zich niet verenigen met het plan, met name omdat zij vrezen voor een aantasting van hun woon- en leefklimaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1413
Datum uitspraak
30 juni 2021
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Groningen
  • uitspraakin de zaak202002724/1/R3

202003002/1/A3

Bij besluit van 6 augustus 2018 heeft de Autoriteit Persoonsgegevens het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen het Pieter Baan Centrum afgewezen. [appellant] heeft de AP verzocht handhavend op te treden tegen het PBC, onder meer door het opleggen van een bestuurlijke boete, wegens overtreding van artikel 9, vierde lid, en artikel 16 van de Wet bescherming persoonsgegevens. Aanleiding voor het verzoek is dat in een door [appellant] tegen de (waarnemend) directeur van het PBC aangespannen klachtprocedure bij het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Zwolle, door het PBC een aantal bij brief van 5 januari 2018 nader aan [appellant] verstrekte stukken met daarin hem betreffende medische gegevens ook aan het tuchtcollege is toegezonden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1407
Datum uitspraak
30 juni 2021
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202003002/1/A3

202003262/1/A2

Bij besluit van 15 januari 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rijssen-Holten een aanvraag van [appellant] om een tegemoetkoming in planschade afgewezen. [appellant] is sinds 30 mei 2007 eigenaar van de woning aan de [locatie] te Holten. Op 28 december 2017 heeft hij het college verzocht om een tegemoetkoming in de planschade die hij in de vorm van waardevermindering van de woning heeft geleden door de inwerkingtreding van het bij raadsbesluit van 1 november 2012 vastgestelde bestemmingsplan Buitengebied Rijssen-Holten. Het college heeft een vergelijking gemaakt tussen de planologische mogelijkheden ter plaatse van de woning onder het nieuwe bestemmingsplan en het onmiddellijk daaraan voorafgaande planologische regime van het bij raadsbesluit van 24 augustus 1992 vastgestelde bestemmingsplan Buitengebied.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1398
Datum uitspraak
30 juni 2021
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202003262/1/A2

202003458/1/A3

Bij besluit van 13 augustus 2019 heeft de burgemeester van Emmen besloten tot inbeslagname van Cyra, de hond van [appellant sub 1]. Na een aantal (bijt)incidenten heeft de burgemeester hond Cyra, waarvan [appellant sub 1] eigenaar is, bij besluit van 9 april 2019 gevaarlijk verklaard en een aanlijn- en muilkorfgebod voor de hond opgelegd. Hiertegen is geen bezwaar gemaakt. In dit besluit is opgenomen dat de burgemeester zal overgaan tot het treffen van nadere maatregelen als zich opnieuw bijtincidenten voordoen, zoals het uitvaardigen van een last onder dwangsom of het in beslag nemen van de hond, gecombineerd met het opleggen van een gedragstest. Op 6 augustus 2019 heeft een incident plaatsgevonden, waarbij Cyra betrokken was. Cyra bevond zich niet aangelijnd en zonder muilkorf op straat en is op een andere hond afgerend, waarop deze andere hond Cyra heeft gebeten. Op 13 augustus 2019 heeft de burgemeester Cyra in beslag genomen op grond van de artikel 172, derde lid, van de Gemeentewet.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1389
Datum uitspraak
30 juni 2021
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202003458/1/A3

202003500/1/R1

Bij besluit van 28 april 2020 heeft de raad van de gemeente Amsterdam het bestemmingsplan "Willemspark - Vondelpark 2019" vastgesteld. Het plan vormt een actualisering van de voorheen geldende bestemmingsplannen "Willemspark - Van Eeghenstraat" uit 2002 en "Vondelpark" uit 2004. Het plangebied dat gevormd wordt door het Vondelpark, de Willemsparkbuurt en de Van Eeghenstraat kenmerkt zich door hoge architectonische, cultuurhistorische en landschappelijke waarden. De bebouwing binnen het gebied kent een open structuur. Het plan voorziet onder meer in een beperking van onbenutte bouwrechten in de Willemsparkbuurt en de Van Eeghenstraat. Daarnaast wordt met het plan beoogd cultuurhistorische waarden beter te beschermen. [appellant sub 1] en anderen wonen op percelen die zijn gelegen in dan wel in de nabije omgeving van het plangebied.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1372
Datum uitspraak
30 juni 2021
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202003500/1/R1

202003610/1/A3

Bij besluit van 9 februari 2017 heeft het college ter beoordeling van geneesmiddelen een aanvraag van Vemedia om een handelsvergunning als bedoeld in de Geneesmiddelenwet afgewezen. Vemedia is een bedrijf dat farmaceutische producten vervaardigt. Naar aanleiding van een aankondiging van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd om handhavend op te treden tegen het verhandelen van Melatonine-producten met een dosering van 0,3 mg of meer, heeft Vemedia op onderscheidenlijk 31 augustus 2015 en 1 september 2015 een aanvraag gedaan om een handelsvergunning voor: - Sleepzz 1 mg, tabletten, RVG 117995, - Sleepzz 3 mg, tabletten, RVG 117993, en een kopie-aanvraag voor: - Melatomatine 1 mg, tabletten, RVG 117994. Vemedia betoogt dat de rechtbank ten onrechte het college in zijn stelling is gevolgd dat de vastgestelde verkorting van de inslaaptijd klinisch niet relevant is. Het gaat om een verkorting van 16 en 13 minuten voor onderscheidenlijk een 1 en 3 mg tablet.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1386
Datum uitspraak
30 juni 2021
  • Hoger beroep
  • Gezondheidszorg
  • uitspraakin de zaak202003610/1/A3

202003882/1/R3

Bij besluit van 25 juni 2020 heeft de raad het bestemmingsplan "Windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding 2020" vastgesteld. Bij besluit van 30 juni 2020 heeft het college van gedeputeerde staten van Groningen aan Koepel Windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding een omgevingsvergunning verleend voor de realisatie van het windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding. De besluiten maken de oprichting van het windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding mogelijk. Het windpark bestaat uit 16 windturbines, met een maximale ashoogte van 136 m en een maximale rotordiameter van 136 m. Het plaatsingsgebied voor de windturbines ligt direct ten zuiden van en aansluitend op het bestaande windpark Delfzijl Zuid in de gemeente Eemsdelta. Het plaatsingsgebied wordt globaal omsloten door de provinciale weg N362 aan de westzijde, het Termunterzijldiep aan de oostzijde en het bestaande windpark Delfzijl Zuid aan de noordzijde.

Datum uitspraak
30 juni 2021
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Groningen
  • uitspraakin de zaak202003882/1/R3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202003882/1/R3

202003954/1/A3

Bij besluit van 24 juni 2019 heeft de burgemeester aan [appellante] een gebiedsverbod opgelegd voor de duur van drie maanden. [appellante] woont aan de [locatie A] te Houten. Haar stiefvader, [naam stiefvader], woont aan de [locatie B] te Houten. Op 16 mei 2019 hebben twee wijkagenten van de wijk Houten Noord-West een proces-verbaal van bevindingen opgemaakt. In dit proces-verbaal staat dat zij regelmatig meldingen van overlast ontvangen. Volgens die meldingen hebben [appellante] en [stiefvader] regelmatig ruzie met elkaar en met de buren. Eerder zijn ook meldingen ontvangen van een burenruzie aan de Melkhoeve, waarbij [appellante] één van de betrokkenen was. In het proces-verbaal is vermeld dat het ten tijde van het opmaken ervan, rustig is aan de Melkhoeve. De wijkagenten hebben verder geschreven dat bij hen de indruk bestaat dat [appellante] regelmatig bij haar stiefvader verblijft aan de Duitslag. De rechtbank heeft het beroep van [appellante] ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1418
Datum uitspraak
30 juni 2021
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202003954/1/A3

202004104/1/R1

Bij besluit van 28 mei 2020 heeft de raad van de gemeente Velsen het bestemmingsplan "Volkstuinen De Biezen" vastgesteld. Het plan bevat een regeling voor vijf volkstuincomplexen in het gebied De Biezen in de gemeente Velsen, waaronder het volkstuincomplex aan het [locatie]. De gronden van dit volkstuincomplex zijn eigendom van particulieren. De andere vier volkstuincomplexen zijn eigendom van de gemeente Velsen.[appellanten sub 1], [appellant sub 2], [appellant sub 3] en [appellant sub 4] zijn eigenaren van gronden op het volkstuincomplex aan het [locatie]. Zij kunnen zich om uiteenlopende, hierna te bespreken redenen niet met de planregeling voor hun gronden verenigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1419
Datum uitspraak
30 juni 2021
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202004104/1/R1

202004233/1/R3

Bij besluit van 3 september 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Westland aan [appellant A] een last onder dwangsom opgelegd om binnen drie maanden het zonder omgevingsvergunning geplaatste bijgebouw op het perceel [locatie] in Maasdijk te verwijderen en verwijderd te houden. [appellant A] en [appellante B] wonen aan de [locatie] in Maasdijk (hierna: het perceel). Op 11 januari 2019 heeft een inspecteur van de gemeente geconstateerd dat [appellant A] op dit perceel een bijgebouw bij zijn woning heeft gebouwd. Omdat het bijgebouw zonder omgevingsvergunning is gebouwd, heeft het college besloten daartegen handhavend op te treden. De rechtbank heeft het beroep van [appellant A] ongegrond verklaard en heeft daartoe overwogen dat het bijgebouw is gebouwd zonder de vereiste omgevingsvergunning. De rechtbank heeft overwogen dat er geen bijzondere omstandigheden bestonden die van het college vergden om niet handhavend tegen deze overtreding op te treden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1387
Datum uitspraak
30 juni 2021
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202004233/1/R3

202004461/1/R4

Bij besluit van 7 mei 2020 heeft de raad van de gemeente Utrechtse Heuvelrug het bestemmingsplan "Driebergen Buitengebied" vastgesteld. Het plan voorziet in een actualisering van het voorheen geldende bestemmingsplan "Buitengebied" van 16 september 2004. Het nieuwe plan speelt daarbij zoveel mogelijk in op verwachte toekomstige ontwikkelingen. [appellant sub 3] en andere komen in beroep op tegen het plandeel voor het perceel [locatie 1]. Zij betogen dat ten onrechte niet mede is voorzien in een woonbestemming. Ook wensen zij een vergroting van de bebouwingsmogelijkheden aan de achterzijde van het bedrijfsgebouw in verband met een voorgenomen uitbreiding van 30%.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1391
Datum uitspraak
30 juni 2021
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202004461/1/R4

202004675/1/A3

Bij besluit van 3 september 2018 heeft de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een verzoek van [appellant] om inzage in de over hem bij de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst aanwezige documenten gedeeltelijk afgewezen. Op 3 januari 2018 heeft [appellant] de minister verzocht om kennisneming van eventueel over hem aanwezige documenten bij de AIVD. Bij het besluit van 3 september 2018 heeft de minister een inzagedossier van 69 pagina’s van bij de AIVD aanwezige niet-actuele gegevens over hem verstrekt. De stukken zijn geheel onleesbaar gemaakt, vanwege bronbescherming, persoonsgegevens van derden en omdat de gegevens inzage geven in de actuele werkwijze van de AIVD en/of zijn rechtsvoorgangers. Als deze informatie bekend wordt, schaadt dat de nationale veiligheid. Van één document heeft de minister een parafrase verstrekt. Voor zover het de eventueel aanwezige actuele gegevens over [appellant] betreft, heeft de minister het verzoek afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1381
Datum uitspraak
30 juni 2021
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202004675/1/A3

202004706/1/R1

Bij besluit van 4 februari 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een verzoek van [appellante] om handhavend op te treden tegen de zonder omgevingsvergunning opgerichte aanbouw en de drie afvoerpijpen op het dak van die aanbouw op het perceel aan de [locatie 1] te Amsterdam afgewezen en toegewezen wat betreft de lichtstraat op diezelfde aanbouw. [appellante] is bewoonster van de woning aan de [locatie 2] te Amsterdam. [partij] woont in de daaronder gelegen woning aan de [locatie 1]. [partij] heeft op een bepaald moment aan de achterkant van haar woning zonder omgevingsvergunning een aanbouw gerealiseerd, met daarop drie afvoerpijpen en een lichtstraat. Naar aanleiding hiervan heeft [appellante] op 12 september 2018 bij het college een verzoek ingediend om handhavend op te treden tegen de volgens haar omgevingsvergunningplichtige aanbouw en de daarop gerealiseerde lichtstraat en de drie afvoerpijpen. Zij stelt hinder te ondervinden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1410
Datum uitspraak
30 juni 2021
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202004706/1/R1

202004840/1/R1

Bij besluit van 7 juli 2020 heeft de raad van de gemeente Oostzaan het bestemmingsplan "Locatie Radio 9" vastgesteld. Het plangebied ligt aan de weg Zuideinde te Oostzaan. Die weg kent ter hoogte van het plangebied hoofdzakelijk lintbebouwing. Aan een bestaande zijweg ten westen daarvan is tot nu toe kleinschalige bedrijfsbebouwing gevestigd. Deze zijweg - het Bombraakpad - vormt ook een fietspad in de richting van het bedrijventerrein Bombraak dat ongeveer 200 m ten westen van het plangebied ligt. Het plangebied bestaat uit een deel van het Bombraakpad dat aan het Zuideinde grenst, met aan weerszijden een langgerekte aanduiding voor een bouwvlak. Het plan voorziet in de bestemming "Woongebied" en maakt 17 woningen mogelijk. De naam van het plan verwijst naar het feit dat ter plaatse in het verleden een radiozender gevestigd is geweest. [appellant sub 1], [appellant sub 2B] en [appellant sub 2C] wonen allen aan het Zuideinde, in de onmiddellijke omgeving van het plangebied.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1373
Datum uitspraak
30 juni 2021
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202004840/1/R1

202005008/1/A3

Bij besluit van 18 september 2018 heeft de burgemeester van Kerkrade de aanvraag van Starconcept tot verlening van een exploitatievergunning voor het exploiteren van broodjeszaak Subway Kerkrade in de horeca-inrichting aan de Roda J.C. Ring 57 te Kerkrade, afgewezen. Starconcept heeft op 13 september 2016 een exploitatievergunning aangevraagd met het oog op het exploiteren van de broodjeszaak Subway Kerkrade. Op 18 september 2018 heeft de burgemeester de aangevraagde vergunning geweigerd. Aan deze weigering heeft de burgemeester adviezen van het Landelijk Bureau Bibob van 28 juli 2017 en van 19 april 2018 ten grondslag gelegd. Het Bureau concludeert dat er een ernstig gevaar bestaat dat de aangevraagde vergunning mede zal worden gebruikt om strafbare feiten te plegen, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet Bibob. Er is het redelijk ernstige vermoeden dat [gemachtigde A] betrokken is geweest bij overtreding van de Opiumwet.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1374
Datum uitspraak
30 juni 2021
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202005008/1/A3

202005045/1/A3

Bij besluit van 19 februari 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Enkhuizen aan [wederpartij] een bewonersparkeervergunning verleend voor het parkeren op een strook grond die grenst aan de watergang aan de voorzijde van de woning van [wederpartij] aan de [locatie] te Enkhuizen. [wederpartij] is eigenaar van twee percelen. Op het ene perceel is zijn woning aan de [locatie] te Enkhuizen gelegen. Het andere perceel ligt voor de woning en grenst aan het water. De twee percelen worden gescheiden door een openbare weg. Het perceel aan de walkant is bestraat en wordt door [wederpartij] gebruikt als parkeerplaats. Daarachter ligt een kleine groenstrook en een aanlegsteiger. Bij de parkeerplaats heeft [wederpartij] een bord geplaatst waarop staat "EIGEN TERREIN" en "NIET PARKEREN". In deze zaak gaat het om de beantwoording van de vraag of de parkeerplaats op het perceel met parkeervak aan de walkant een openbare weg is in de zin van de Wegenwet.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1375
Datum uitspraak
30 juni 2021
  • Hoger beroep
  • Wegenwet
  • uitspraakin de zaak202005045/1/A3

202005466/1/R1

Bij besluit van 26 oktober 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam geweigerd aan Pancakes Amsterdam B.V. een omgevingsvergunning te verlenen voor het uitbreiden van het restaurant op de Prins Hendrikkade 48 naar de kelder en de eerste verdieping. Pancakes Amsterdam B.V. exploiteert een pannenkoekenrestaurant op de Prins Hendrikkade 48 te Amsterdam. Het restaurant is gelegen op de begane grond en de keuken bevindt zich in de kelder. Op 19 augustus 2018 heeft Pancakes Amsterdam B.V. een omgevingsvergunning aangevraagd voor een uitbreiding van het restaurant naar de eerste verdieping en de kelder. Het college heeft bij besluit van 26 oktober 2018 geweigerd om hiervoor een omgevingsvergunning te verlenen. Daaraan heeft het college ten grondslag gelegd dat het bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan "Postcodegebied 1012", omdat op de desbetreffende gronden geen ‘horeca 4’ is toegestaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1379
Datum uitspraak
30 juni 2021
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202005466/1/R1

202005489/1/R1

Bij besluit van 10 december 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Borne de locatie Tuinlaan aangewezen voor het plaatsen van een ondergrondse restafvalcontainer. Op 3 september 2019 heeft het college een ontwerpbesluit vastgesteld, waarin onder meer de locatie Tuinlaan wordt aangewezen als locatie voor een ORAC. De locatie bevindt zich tegenover het perceel [locatie 1]. De omwonenden zijn in de gelegenheid gesteld zienswijzen tegen de voorgenomen locatie naar voren te brengen. Bij besluit van 10 december 2019 heeft het college de locatie Tuinlaan definitief aangewezen als locatie voor een ORAC. [appellanten] kunnen zich allen niet met de aanwijzing van de locatie verenigen omdat zij vrezen dat door de komst van de ORAC hun woon- en leefklimaat wordt aangetast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1402
Datum uitspraak
30 juni 2021
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202005489/1/R1

202005556/1/A3

Bij besluit van 13 december 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag de aanvraag van [appellant] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellant] woont in Den Haag in een portiekwoning op de vierde etage. Hij heeft ernstige lichamelijke en psychische klachten. Op 27 maart 2019 heeft hij een urgentieverklaring gekregen. Deze was drie maanden geldig. In die periode heeft hij geen woning kunnen vinden. Op 21 juni 2019 heeft hij het college gevraagd om de urgentieverklaring te verlengen. Deze aanvraag is afgewezen, omdat [appellant] zijn urgentieverklaring volgens het college niet adequaat heeft benut. Hij heeft te weinig gereageerd op woningen binnen zijn zoekprofiel. Tegen dit besluit heeft [appellant] bezwaar gemaakt. Het college heeft in het besluit op bezwaar de afwijzing in stand gelaten, onder verwijzing naar het advies van de Adviescommissie bezwaarschriften.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1423
Datum uitspraak
30 juni 2021
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202005556/1/A3

202005559/1/A3

Bij besluit van 1 september 2020 heeft de burgemeester van Rotterdam een huisverbod voor de duur van tien dagen opgelegd aan [wederpartij]. [wederpartij] woont samen met zijn vrouw en twee kinderen in Rotterdam. Op 1 september 2019 heeft de vrouw van [wederpartij] ‘s middags de politie gebeld. Zij heeft tegen de politie verklaard dat [wederpartij] haar had geslagen en bedreigd met een keukenmes. De burgemeester stelt zich op het standpunt dat het vermoeden bestaat dat de aanwezigheid van [wederpartij] in de woning een gevaar oplevert voor zijn vrouw, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet tijdelijk huisverbod. Daarom heeft hij een huisverbod aan [wederpartij] opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1406
Datum uitspraak
30 juni 2021
  • Hoger beroep
  • Huisverbod
  • uitspraakin de zaak202005559/1/A3
vorige pagina1...226227228...1.238volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon