Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202103509/1/V3

Uitspraak 202103509/1/V3

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1444
Datum uitspraak
5 juli 2021
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 10 mei 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.
  • Hoger beroep
  • Bewaring

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202103509/1/V3.
Datum uitspraak: 5 juli 2021

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[de vreemdeling],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 25 mei 2021 in zaak nr. NL21.7364 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop

Bij besluit van 10 mei 2021 heeft de staatssecretaris de vreemdeling in bewaring gesteld.

Bij uitspraak van 25 mei 2021 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. F. Boone, advocaat te Rotterdam, hoger beroep ingesteld.

Overwegingen

1.       In grief 1 klaagt de vreemdeling onder meer dat de rechtbank ten onrechte hem niet in de gelegenheid heeft gesteld te reageren op de door de staatssecretaris na de zitting toegestuurde stukken en standpunt.

1.1.    Uit de aantekeningen van de zitting bij de rechtbank blijkt dat de rechtbank de staatssecretaris in de gelegenheid heeft gesteld om met een stuk van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers te onderbouwen dat de vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken uit het asielzoekerscentrum waar bij verbleef. Zij heeft om die reden het onderzoek ter zitting geschorst en medegedeeld dat zij na het ontvangen van de stukken op vrijdag 21 mei 2021 om 12.00 uur tot sluiting van het onderzoek zal overgaan.

1.2.    Bij brief van 21 mei 2021 heeft de staatssecretaris van de geboden  gelegenheid gebruik gemaakt. Hij heeft in die brief nadere informatie aan de rechtbank verstrekt en daarbij nadere stukken overgelegd. De rechtbank heeft vervolgens mede op basis van deze nadere door de staatssecretaris verstrekte informatie uitspraak gedaan zonder de vreemdeling in de gelegenheid te stellen daarop te reageren. Door dat te doen heeft de rechtbank zodanig het fundamentele rechtsbeginsel van hoor en wederhoor geschonden dat geen sprake is geweest van een eerlijk proces (vergelijk de uitspraak van 14 september 2001, ECLI:NL:RVS:2001:AD4910).

1.3.    De grief slaagt reeds hierom.

2.       Het hoger beroep is gegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd. De Afdeling beoordeelt het beroep.

3.       De vreemdeling betoogt dat hij niet op de juiste grondslag in bewaring is gesteld. Hij is niet met onbekende bestemming vertrokken en de termijn van overdracht is geëindigd zodat hij niet meer op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vw 2000 in bewaring kon worden gesteld, aldus de vreemdeling.

3.1.    Bij de toetsing of de vreemdeling krachtens artikel 59a, eerste lid, van de Vw 2000 in bewaring kan worden gesteld, is bepalend of de Dublinverordening op de vreemdeling van toepassing is (uitspraak van de Afdeling van 16 maart 2018, ECLI:NL:RVS:2018:919). Ingevolge artikel 5.1a, vijfde lid, aanhef en onder a, van het Vb 2000 moet een concreet aanknopingspunt voor overdracht als bedoeld in de Dublinverordening bestaan om een vreemdeling krachtens artikel 59a, eerste lid, in bewaring te kunnen stellen (uitspraak van de Afdeling van 19 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2070).

3.2.    Bij besluit van 13 oktober 2020 heeft de staatssecretaris vastgesteld dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van het verzoek om internationale bescherming van de vreemdeling. Dit besluit geldt ook als overdrachtsbesluit en staat in rechte vast. Bij brief van 8 maart 2021 heeft de staatssecretaris de Italiaanse autoriteiten meegedeeld dat de overdracht geen doorgang kan vinden omdat de vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken. Hieruit volgt een concreet aanknopingspunt voor een overdracht als bedoeld in de Dublinverordening ten tijde van de inbewaringstelling (zie r.o. 3.2. in de uitspraak van de Afdeling van 24 februari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:556). Dat hij ten onrechte zou zijn geregistreerd als vertrokken met onbekende bestemming, neemt de aanwezigheid daarvan niet weg. Bovendien blijkt uit het proces-verbaal van gehoor van 10 mei 2021 dat de vreemdeling heeft erkend dat hij zich op

3 maart 2021 niet aan de meldplicht heeft gehouden, dat hij het asielzoekerscentrum heeft verlaten om naar familie te gaan en dat hij pas weer blijk heeft gegeven van zijn terugkeer op dat centrum op

10 maart 2021. De staatssecretaris  heeft daarom terecht aangenomen dat de vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken.

3.3.    De beroepsgrond faalt.

4.       De vreemdeling heeft voorts aangevoerd dat hij ten onrechte niet met zijn vrouw en kinderen is gedetineerd en dat de maatregel daarom onrechtmatig is opgelegd.

4.1.    De omstandigheid dat de vreemdeling niet bij zijn vrouw en kinderen op dezelfde plaats is gedetineerd kan niet leiden tot het oordeel dat de maatregel onrechtmatig is en daarom niet had mogen worden opgelegd. Het kan wel aanleiding geven wijziging van de tenuitvoerlegging van de maatregel te bevelen. Daarvoor bestaat geen aanleiding nu uit het proces-verbaal van gehoor van 10 mei 2021 blijkt dat de vreemdeling en zijn vrouw gescheiden van elkaar leven, zij dat ook in het asielzoekerscentrum hebben gedaan en de vrouw de zorg heeft over de kinderen.

4.2.    De beroepsgrond faalt.

5.       Het beroep is ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding wordt daarom afgewezen. De staatssecretaris moet de proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.        verklaart het hoger beroep gegrond;

II.       vernietigt de uitspraak van rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 25 mei 2021 in zaak nr. NL21.7364;

III.      verklaart het beroep ongegrond;

IV.      wijst het verzoek om schadevergoeding af;

V.       veroordeelt de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot vergoeding van bij de vreemdeling in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 748,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, voorzitter, en mr. G.M.H. Hoogvliet en mr. C.M. Wissels, leden, in tegenwoordigheid van mr. D.I. Schipper, griffier.

De voorzitter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.

w.g. Schipper
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 5 juli 2021

345


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon