Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 124.033
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202102930/1/A2

Bij besluit van 11 mei 2020 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand de aanvraag om een toevoeging voor rechtsbijstand ten behoeve van [appellant sub 2] afgewezen. De raad heeft aan [appellant sub 2] een toevoeging (kenmerk 3JV6400) verstrekt voor het voeren van een letstelschadeprocedure. [appellant sub 2] heeft in die procedure een verzoekschrift ingediend. Nog voordat de zaak door de rechtbank op zitting werd behandeld heeft de verzekeraar van de door [appellant sub 2] voor de vergoeding van de letselschade aangesproken partij aansprakelijkheid erkend. Hierop heeft [appellant sub 2] haar verzoekschrift ingetrokken. De verzekeraar heeft [appellant sub 2] vervolgens te kennen gegeven niet het volledige door [appellant sub 2] opgegeven bedrag aan buitengerechtelijke kosten te zullen vergoeden. [appellant sub 2] is daarom een procedure gestart om deze kosten alsnog vergoed te krijgen en heeft de raad verzocht haar ook voor deze procedure een toevoeging te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1431
Datum uitspraak
18 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202102930/1/A2

202103243/1/A3

Bij besluit van 18 februari 2020 heeft de minister voor Rechtsbescherming de aanvraag om afgifte van een verklaring omtrent het gedrag afgewezen. [appellant] heeft de minister verzocht om afgifte van een VOG voor de functie van vrijwilliger voor de Algemene Nederlandse Bond voor Ouderen (hierna: ANBO). Bij de beoordeling van het verzoek heeft de minister de Beleidsregels VOG-NP-RP 2018 (hierna: beleidsregels) betrokken. De minister heeft gekeken of [appellant] voorkomt in het Justitieel Documentatie Systeem. In het JDS is geregistreerd dat [appellant] op 9 april 2014 is veroordeeld wegens ontucht met een wilsonbekwame, tot een taakstraf van 200 uren subsidiair 100 dagen hechtenis en een gevangenisstraf van 66 dagen waarvan 60 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, onder meer onder de bijzondere voorwaarde dat hij zich diende te gedragen naar de aanwijzingen van de hulpverlenende instantie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1428
Datum uitspraak
18 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Verklaring omtrent gedrag
  • uitspraakin de zaak202103243/1/A3

202103769/1/A2

Bij besluit van 25 mei 2020 heeft de directie van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen het rijbewijs van [appellant] vanaf 1 juni 2020 ongeldig verklaard. [appellant] is op 4 november 2019 staande gehouden als bestuurder van een voertuig, omdat de politie zag dat hij een joint in zijn hand had en deze aanstak. De vervolgens afgenomen speekseltest gaf een indicatie voor de stof cannabis. Daarop is [appellant] aangehouden en is op het politiebureau een bloedtest afgenomen. In zijn bloed is 3,8 µg/l cannabis aangetroffen. De grenswaarde voor deze stof is 3,0 µg/l. De politie heeft na de aanhouding aan het CBR schriftelijk mededeling gedaan in de zin van artikel 130, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 van het vermoeden dat [appellant] niet langer beschikt over de rijvaardigheid dan wel de lichamelijke of geestelijke geschiktheid, vereist voor het besturen van de categorieën van motorrijtuigen waarvoor het rijbewijs is afgegeven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1433
Datum uitspraak
18 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202103769/1/A2

202104168/1/R1

Bij besluit van 6 november 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Texel aan [appellant] een last opgelegd met een dwangsom van € 25.000,00 ineens om alle bouwwerkzaamheden aan de gebouwen op het perceel T3388 en T3389 (lokaal bekend: [locatie]) met onmiddellijke ingang te (doen) staken en gestaakt te houden. [appellant] exploiteert het [vakantievillapark] aan de [locatie]. Op het vakantiepark staan 11 recreatiewoningen en een stolpboerderij die dient als bedrijfswoning met een aangebouwde receptie. Ten behoeve van de bedrijfswoning heeft [appellant] ten zuiden van de stolpboerderij een losstaande berging met veranda gebouwd van ongeveer 48 m2. Tijdens de bouw van de berging met veranda is door een toezichthouder van de gemeente geconstateerd dat de berging met veranda in strijd met artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht zonder omgevingsvergunning werd opgericht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1437
Datum uitspraak
18 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202104168/1/R1

202104446/1/R4

Bij besluit van 7 mei 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Putten [appellant] onder oplegging van een dwangsom gelast het in strijd met het bestemmingsplan gebruiken van het perceel [locatie] voor huisvesting van personen die daarvandaan naar hun werk gaan en/of gebruiken als centrum van hun sociaal maatschappelijk leven binnen zes maanden te beëindigen en beëindigd te houden. [appellant] is eigenaar van een recreatiewoning op het perceel in Putten. Op 24 april 2018 heeft een toezichthouder van het college tijdens een controle [appellant] aangetroffen op het perceel. [appellant] heeft verklaard dat hij het perceel de helft van het jaar bewoont en dat [appellant] sinds twee jaar in de basisregistratie personen staat ingeschreven op het adres van de recreatiewoning. In hoger beroep is tussen partijen niet in geschil dat sprake is van een overtreding. Het geschil spitst zich toe op de vraag of het college vanwege bijzondere omstandigheden van handhavend optreden had moeten afzien.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1438
Datum uitspraak
18 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202104446/1/R4

202104706/1/A2

Bij te onderscheiden besluiten van 23 oktober 2019 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand de aan [appellante] toegekende vergoedingen voor het verlenen van rechtsbijstand gewijzigd. [appellante] nam deel aan het High Trust-programma van de raad. Uitgangspunt van dit programma is dat de vraag of een zaak toevoegingswaardig is niet langer door de raad naar aanleiding van een toevoegingsaanvraag, maar door de rechtsbijstandverlener voorafgaande aan het indienen van de aanvraag wordt beoordeeld. Afgegeven toevoegingen en vastgestelde vergoedingen worden vervolgens achteraf steekproefsgewijs gecontroleerd. De raad heeft in meerdere zaken de vastgestelde vergoeding gewijzigd en heeft hieraan in bezwaar vastgehouden. [appellante] is hiertegen in beroep gegaan. Het gaat om tien beroepen. Vijf van die beroepen heeft de rechtbank niet ontvankelijk verklaard, omdat in die zaken eerder alleen bezwaar is gemaakt door de gemachtigde van [appellante], [gemachtigde] en niet door het kantoor.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1442
Datum uitspraak
18 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202104706/1/A2

202104786/1/R1

Bij besluit van 15 juni 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag onder meer de locatie met het nummer 44B-66, nabij het adres [locatie], aangewezen voor de plaatsing van twee ondergrondse restafvalcontainers. [appellant] woont op het adres [locatie]. De aangewezen locatie maakt deel uit van het definitieve plaatsingsplan "IV Koningsplein e.o. (buurt 44)". De orac’s zullen tegenover de woning van [appellant] worden geplaatst. Hij kan zich daarmee niet verenigen omdat hij vreest dat de aanwezigheid van de orac's tot aantasting van zijn woon- en leefklimaat leidt. [appellant] woont op het adres [locatie]. De aangewezen locatie maakt deel uit van het definitieve plaatsingsplan "IV Koningsplein e.o. (buurt 44)". De orac’s zullen tegenover de woning van [appellant] worden geplaatst. Hij kan zich daarmee niet verenigen omdat hij vreest dat de aanwezigheid van de orac's tot aantasting van zijn woon- en leefklimaat leidt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1417
Datum uitspraak
18 mei 2022
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202104786/1/R1

202105458/1/R1 en 202105523/1/R1

Bij besluit van 1 juni 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amstelveen hogere waarden vastgesteld voor de geluidbelasting van toekomstige woningen in het gebied Uilenstede-Kronenburg. Het bestemmingsplan heeft betrekking op de gebieden Uilenstede en Kronenburg in het noordoosten van Amstelveen. Met het plan wordt de herontwikkeling van de kantorenlocatie Kronenburg mogelijk gemaakt. Binnen de kantorenlocatie heerst grote leegstand. De raad wil deze locatie transformeren tot een gemengd woon-/werkgebied, waarbij een studentencampus wordt gerealiseerd aansluitend op de al bestaande studentencampus Uilenstede. Het plan maakt onder meer 2.500 nieuwe studentenwoningen en 1.580 kamers voor extended stay op de locatie Kronenburg mogelijk. Daarnaast is in het plan een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor nog eens 502 kamers voor extended stay op die locatie. Buiten de transformatiezone in Kronenburg is het bestemmingsplan grotendeels conserverend van aard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1434
Datum uitspraak
18 mei 2022
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Geluid
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202105458/1/R1 en 202105523/1/R1
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202105458/1/R1 en 202105523/1/R1

202105865/1/A2

Bij besluit van 31 januari 2020 en twee onderscheiden besluiten van 3 februari 2020 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand drie eerder door hem aan [appellant] toegekende vergoedingen van in totaal € 1.985,58 ingetrokken. [appellant] is advocaat en nam in elk geval ten tijde van belang in die hoedanigheid deel aan het High Trust-programma van de raad. Uitgangspunt van dit programma is dat de vraag of een zaak in aanmerking komt voor een toevoeging niet langer door de raad naar aanleiding van een aanvraag om toevoeging, maar door de rechtsbijstandverlener voorafgaand aan het indienen van de aanvraag wordt beoordeeld. Afgegeven toevoegingen en vastgestelde vergoedingen worden vervolgens achteraf steekproefsgewijs gecontroleerd. [appellant] heeft bij formulieren van 12 juli 2018 aanvragen voor drie toevoegingen voor strafzaken ingediend bij de raad.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1418
Datum uitspraak
18 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202105865/1/A2

202105867/1/A2

Bij besluit van 3 februari 2020 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand een eerder door hem aan [appellant] toegekende vergoeding van € 661,86 ingetrokken. [appellant] is advocaat en nam in elk geval ten tijde van belang in die hoedanigheid deel aan het High Trust-programma van de raad. Uitgangspunt van dit programma is dat de vraag of een zaak in aanmerking komt voor een toevoeging niet langer door de raad naar aanleiding van een aanvraag om toevoeging, maar door de rechtsbijstandverlener voorafgaand aan het indienen van de aanvraag wordt beoordeeld. Afgegeven toevoegingen en vastgestelde vergoedingen worden vervolgens achteraf steekproefsgewijs gecontroleerd. Naar aanleiding van een op 21 oktober 2019 verrichte steekproef heeft de raad een eerder aan [appellant] toegekende vergoeding bij besluit van 3 februari 2020 ingetrokken. De raad heeft dit besluit bij besluit van 9 juli 2020 gehandhaafd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1420
Datum uitspraak
18 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Geld
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202105867/1/A2

202105868/1/A2

Bij besluit van 5 februari 2020 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand een eerder door hem aan [appellant] toegekende vergoeding van € 661,86 ingetrokken. [appellant] is advocaat en nam in elk geval ten tijde van belang in die hoedanigheid deel aan het High Trust-programma van de raad. Uitgangspunt van dit programma is dat de vraag of een zaak in aanmerking komt voor een toevoeging niet langer door de raad naar aanleiding van een aanvraag om toevoeging, maar door de rechtsbijstandverlener voorafgaand aan het indienen van de aanvraag wordt beoordeeld. Afgegeven toevoegingen en vastgestelde vergoedingen worden vervolgens achteraf steekproefsgewijs gecontroleerd. [appellant] heeft bij formulier van 27 november 2018 een aanvraag om een toevoeging voor een strafzaak ingediend bij de raad. De raad heeft deze toevoeging op 30 november 2018 verleend. Bij besluit van 22 januari 2019 heeft de raad aan [appellant] een vergoeding toegekend van € 661,86.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1419
Datum uitspraak
18 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202105868/1/A2

202106310/1/A2

Bij besluit van 2 september 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Velsen [appellant] een tegemoetkoming in planschade toegekend van € 4.200,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van ontvangst van de aanvraag tot de dag van de uitbetaling. [appellant] is sinds 1 augustus 1995 mede-eigenaar van de woning aan de [locatie] te Santpoort-Zuid. Op 21 augustus 2017 heeft hij verzocht om tegemoetkoming in planschade die hij in de vorm van waardevermindering van de woning heeft geleden in verband met de inwerkingtreding van een besluit van 6 april 2017. Bij dat besluit heeft het college aan [partij] omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een parkeergarage met een supermarkt met daarboven 9 appartementen ten noordwesten van de woning en een gebouw met 22 appartementen ten noordoosten van de woning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1426
Datum uitspraak
18 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202106310/1/A2

202101508/3/R2 en 202101642/3/R2

Bij besluit van 13 september 2019 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland een verzoek van de Stichting om handhavend op te treden tegen handelingen die door GEM Bloemendalerpolder C.V. (hierna: GEM) zonder of in afwijking van een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming worden verricht en om invordering van dwangsommen, afgewezen. Bij besluit van 31 juli 2019 heeft het college aan GEM een soortenontheffing op grond van de Wnb verleend in verband met werkzaamheden voor de realisering van een woonwijk. De verzoeken komen in de kern neer op een herhaling van de eerdere verzoeken die bij de uitspraken van de voorzieningenrechter van 16 april 2021 zijn afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1405
Datum uitspraak
17 mei 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202101508/3/R2 en 202101642/3/R2

202106303/1/V3

Bij besluit van 13 juli 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1411
Datum uitspraak
17 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202106303/1/V3

202200891/2/R2

Bij het besluit van 9 december 2021 heeft de raad van de gemeente Hilvarenbeek het bestemmingsplan "Gelderakkers 2" vastgesteld. Het plan voorziet in de realisatie van maximaal 84 woningen op de gronden tussen Bolakker, Langecruijsstraat en Wagenmaker ten zuiden van de kern van Hilvarenbeek. [verzoeker] woont op het perceel aan de [locatie]. Hij vreest dat het plan zal leiden tot een onaanvaardbare verkeerssituatie op de Bolakker. [verzoeker] stelt dat de raad onvoldoende onderzoek heeft laten doen naar de ontsluitingsmogelijkheden van het plangebied. Daartoe stelt hij dat in het verkeersonderzoek niet alle mogelijke ontsluitingsvarianten zijn betrokken en dat uitsluitend onderzoek is gedaan naar de (vier) ontsluitingsvarianten die de raad heeft aangedragen. Daarbij wijst hij erop dat in dit verkeersonderzoek ten onrechte wordt uitgegaan van maximaal twee ontsluitingen waarvan één ontsluiting op de Bolakker, zoals opgenomen in de wijzigingsbevoegdheid uit het hiervoor geldende bestemmingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1410
Datum uitspraak
17 mei 2022
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202200891/2/R2

202202623/2/V2

Bij besluit van 21 december 2021, aangevuld op 4 maart 2022, heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en hem krachtens paragraaf A3/6.1 van de Vc 2000 uitstel van vertrek verleend totdat hij meerderjarig is of totdat komt vast te staan dat voor hem adequate opvang in het land van terugkeer beschikbaar is en een terugkeerbesluit wordt genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1412
Datum uitspraak
17 mei 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202202623/2/V2

202202872/2/V3

Bij besluit van 22 april 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1414
Datum uitspraak
17 mei 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202202872/2/V3

202104739/1/V2

Bij besluit van 16 juni 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1407
Datum uitspraak
16 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202104739/1/V2

202107132/1/V3

Bij besluiten van 12 maart 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdelingen in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1408
Datum uitspraak
16 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202107132/1/V3

202202204/1/R4

Bij besluit van 14 maart 2022 heeft de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat op grond van de Verordening (EG) 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen bezwaar gemaakt tegen de overbrenging van afvalstoffen als vermeld in het kennisgevingsdocument van kennisgeving NL705727 vanuit Nederland naar Duitsland en besloten die kennisgeving niet verder te behandelen. IBAS exporteert asfaltgranulaat. Asfaltgranulaat wordt verkregen door het breken van asfaltpuin en is een afvalstof die teer kan bevatten. Teer bevat polycyclische aromatische koolwaterstoffen (hierna: PAK) die door thermische reiniging kunnen worden vernietigd. Teerhoudend asfaltafval wordt door de hoge concentraties PAK als een gevaarlijke afvalstof beschouwd, omdat het kankerverwekkende eigenschappen bezit als bedoeld in bijlage III bij de Richtlijn 2008/98/EG.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1404
Datum uitspraak
16 mei 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202202204/1/R4

202201725/2/R3

Het beroep richt zich tegen het besluit van de raad van 27 januari 2022, waarbij het bestemmingsplan "[locatie] Ruinerwold" is vastgesteld. [verzoeker] en anderen hebben de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter constateert dat verzoekers niet zijn verschenen. De voorzieningenrechter geeft aan dat de Afdeling het beroep in deze zaak waarop de Crisis- en herstelwet van toepassing is, kan behandelen op de zitting van 29 juni 2022 op een nader te bepalen tijdstip. De voorzieningenrechter stelt vast dat er gelet op het vorenstaande geen spoedeisend belang is bij inwilliging van het verzoek.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1402
Datum uitspraak
13 mei 2022
  • Mondelinge uitspraak
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Drenthe
  • uitspraakin de zaak202201725/2/R3

202202090/2/V2

Bij besluit van 10 februari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1400
Datum uitspraak
13 mei 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202202090/2/V2

202202159/4/R3

Bij besluit van 28 juni 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Leiden aan [verzoeker] een last onder dwangsom opgelegd betreffende het pand aan [locatie] in Leiden. Bij besluit van 19 juli 2019 is de begunstigingstermijn verlengd tot vier weken na verzending van de beslissing op bezwaar. In het besluit op bezwaar van 29 januari 2020 heeft het college het door [verzoeker] gemaakte bezwaar tegen de last ongegrond verklaard. Bij besluit van 24 februari 2020 heeft het college wederom de begunstigingstermijn verlengd tot zes weken na verzending van de uitspraak in beroep.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1399
Datum uitspraak
13 mei 2022
  • Mondelinge uitspraak
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202202159/4/R3

202202321/2/V2

Bij besluit van 4 maart 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1403
Datum uitspraak
13 mei 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202202321/2/V2

202202374/3/A3

Bij besluit van 10 september 2019 heeft de burgemeester van Harderwijk [verzoeker] onder aanzegging van bestuursdwang gelast de woning aan de [locatie] te Harderwijk voor de duur van zes maanden te sluiten. Bij besluit van 16 maart 2022 heeft de burgemeester, met in achtneming van de uitspraak van de Afdeling van 2 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:285, opnieuw besloten op het door [verzoeker] daartegen gemaakte bezwaar. De burgemeester heeft zijn besluit van 10 september 2019 herroepen in die zin dat hij de sluitingsduur heeft bepaald op twee maanden in plaats van zes maanden. Het algemeen belang van sluiting is er met name in gelegen dat de drugshandel vanuit de woning sinds het besluit van 10 september 2019 zou zijn voortgezet door de derde zoon. De burgemeester heeft ter onderbouwing daarvan een zesde bestuurlijke rapportage met anonieme meldingen aan het besluit van 16 maart 2022 ten grondslag gelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1398
Datum uitspraak
13 mei 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Drugs
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202202374/3/A3

202202875/2/V2

Bij besluit van 24 december 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1401
Datum uitspraak
13 mei 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202202875/2/V2

202106766/2/A3

[appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-­West-­Brabant van 7 september 2021 in zaak nr. 20/7320. De zaak betreft de weigering van de minister een Verklaring van Geen Bezwaar (VGB) niveau C te verstrekken en het beluit de VGB niveau B van [appellant] in te trekken. De minister heeft twee gedingstukken overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Awb meegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van deze stukken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1406
Datum uitspraak
13 mei 2022
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202106766/2/A3

202200560/3/A3

Opposante heeft verzet aangetekend tegen de uitspraak met het nummer 202200560/2.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1409
Datum uitspraak
13 mei 2022
  • Mondelinge uitspraak
  • Verzet
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202200560/3/A3

202100814/2/R3

Bij besluit van 1 november 2019 heeft het college van gedeputeerde staten van Overijssel de door de Stichtingen op 22 juli 2019 en 29 juli 2019 ingediende handhavingsverzoeken afgewezen. De handhavingsverzoeken zijn gebaseerd op de stelling van de Stichtingen dat het exploiteren van Vliegbasis Twenthe Evenementenlocatie in strijd is met artikel 2.7, tweede lid van de Wet natuurbescherming, omdat deze exploitatie leidt tot een toename van stikstofdepositie op al overbelaste Natura 2000-gebieden en daarvoor dus een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming nodig is. Met het verzoek om een voorlopige voorziening beogen de Stichtingen te voorkomen dat [partij] en/of De Strip B.V. met afzonderlijke aanvragen om omgevingsvergunningen de exploitatie van VTE voortzetten en daar dus evenementen houden en andere activiteiten verrichten ondanks een schorsing van de besluiten die in zaaknummer 202200332/2/R3 aan de orde zijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1392
Datum uitspraak
12 mei 2022
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202100814/2/R3

202104158/1/V3

Bij besluit van 10 maart 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1387
Datum uitspraak
12 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202104158/1/V3

202200332/2/R3

Bij besluit van 29 november 2021 heeft de raad van de gemeente Enschede het bestemmingsplan "Voormalige vliegbasis Twente, midden 2021" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de herontwikkeling van het middendeel van de voormalige vliegbasis Twenthe mogelijk, waarvan de militaire functie per 1 januari 2008 is geëindigd. Dit middendeel is onder meer beoogd als terrein voor nieuwe natuur, locatie voor evenementen en het behoud van het bestaande MASS-radarsysteem. De andere besluiten zijn genomen met het oog op het gebruik als evenementenlocatie. De bestreden besluiten zijn op grond van artikel 3.30 van de Wet ruimtelijke ordening gecoördineerd voorbereid en bekendgemaakt. [partij] is de eigenaar van de gronden. De Strip B.V. is de exploitant van de gronden. De evenementenlocatie wordt geëxploiteerd onder de naam VTE.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1388
Datum uitspraak
12 mei 2022
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202200332/2/R3

202200333/1/V3

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 11 januari 2022 in zaak nr. NL21.20210.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1389
Datum uitspraak
12 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202200333/1/V3

202201377/1/V3

Bij besluit van 20 februari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1395
Datum uitspraak
12 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202201377/1/V3

202201678/1/V3

Bij besluit van 1 maart 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1396
Datum uitspraak
12 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202201678/1/V3

202202248/2/R1

Bij besluit van 10 februari 2022 heeft de raad van de gemeente Wijdemeren het bestemmingsplan "’t Laantje 3 en 4" vastgesteld. Het plan heeft betrekking op de percelen ’t Laantje 3 en 4 te Nieuw-Loosdrecht. Het plan strekt tot sloop van de op elk van deze twee percelen bestaande vrijstaande woning en in vervanging daarvan door een appartementencomplex met maximaal 49 huur- en/of koopappartementen, verdeeld over vier woonlagen met een parkeergarage in de kelder. Aan de noord- en westzijde van het plangebied grenst het zogenoemde "Bos van Sprenger", dat in eigendom is van de gemeente en een vrij toegankelijk park is. In dit gebied is tenminste één dassenburcht aanwezig. [verzoeker] en anderen wonen in de onmiddellijke omgeving van het plangebied. Zij kunnen zich niet verenigen met het plan en hebben verzocht een voorlopige voorziening te treffen. [verzoeker] en anderen beogen met hun verzoek te voorkomen dat wordt begonnen met werkzaamheden voordat de Afdeling op hun beroep heeft beslist.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1386
Datum uitspraak
12 mei 2022
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202202248/2/R1

202202521/2/V2

Bij besluit van 8 maart 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1397
Datum uitspraak
12 mei 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202202521/2/V2

202202619/1/V3

Bij besluit van 25 maart 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1394
Datum uitspraak
12 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202202619/1/V3

202103257/1/V2

Bij besluit van 23 april 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1345
Datum uitspraak
11 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202103257/1/V2

202103262/1/V2

Bij besluit van 23 april 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1346
Datum uitspraak
11 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202103262/1/V2

202105960/2/V3

Bij besluiten van 9 juli 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1347
Datum uitspraak
11 mei 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202105960/2/V3

202200954/1/V3

Bij besluit van 20 januari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 8 februari 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1385
Datum uitspraak
11 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202200954/1/V3

202201048/1/V3

Bij besluit van 2 februari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 16 februari 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1376
Datum uitspraak
11 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202201048/1/V3

202201247/2/R3

Bij besluit van 21 december 2021 heeft de raad van de gemeente Rijswijk het bestemmingsplan "'t Haantje - H1.3C" vastgesteld. Het plangebied ligt in het noordwestelijke deel van het woongebied 't Haantje, grenzend aan de Prinses Beatrixlaan en het Wilhelminapark. Voor de noordwestelijke hoek van het plangebied geldt nu nog het bestemmingsplan "Sion - 't Haantje, tweede herziening". Voor de rest van het plangebied geldt het uitwerkingsplan "'t Haantje West 1". Het bestemmingsplan maakt drie woongebouwen op het perceel mogelijk. Het meest noordelijk gelegen gebouw, De Parkwachter, heeft een maximale bouwhoogte van 43 m. Het tweede gebouw, B-Building, gelegen ten zuidoosten van De Parkwachter, heeft een deel met een maximale bouwhoogte van 22 m en een deel met een maximale bouwhoogte van 25 m. De derde woontoren, Healthcare, is ten zuiden van De Parkwachter gesitueerd, en heeft een maximale bouwhoogte van 20 m.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1339
Datum uitspraak
11 mei 2022
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202201247/2/R3

202201659/1/V3

Bij besluit van 18 februari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 10 maart 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1382
Datum uitspraak
11 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202201659/1/V3

202201949/1/V3

Bij besluit van 9 maart 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 25 maart 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1383
Datum uitspraak
11 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202201949/1/V3

202202061/1/V3

Bij besluit van 8 maart 2022 heeft de staatssecretaris de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 31 maart 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1381
Datum uitspraak
11 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202202061/1/V3

202202121/1/V3

Bij besluit van 18 maart 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 31 maart 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1380
Datum uitspraak
11 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202202121/1/V3

202202192/1/V2 en 202202192/2/V2

Bij besluit van 22 juni 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en hem opgedragen de Europese Unie binnen vier weken te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1390
Datum uitspraak
11 mei 2022
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202202192/1/V2 en 202202192/2/V2

202202274/2/V2

Bij besluit van 19 juni 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd ingetrokken, hem opgedragen Nederland onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1344
Datum uitspraak
11 mei 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202202274/2/V2

202202276/1/V3

Bij besluit van 24 maart 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld. Bij mondelinge uitspraak van 4 april 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1341
Datum uitspraak
11 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202202276/1/V3

202202285/1/V3

Bij besluit van 17 maart 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 12 april 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1377
Datum uitspraak
11 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202202285/1/V3

202202311/1/V3

Bij besluit van 19 maart 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 11 april 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1375
Datum uitspraak
11 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202202311/1/V3

202202366/1/V3

Bij besluit van 22 maart 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 8 april 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1384
Datum uitspraak
11 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202202366/1/V3

202202440/1/V3

Bij besluit van 31 maart 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 19 april 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1378
Datum uitspraak
11 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202202440/1/V3

202202475/1/V3

Bij besluiten van 29 maart 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en hem in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 22 april 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroepen ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1379
Datum uitspraak
11 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202202475/1/V3

202202670/2/V2

Bij besluit van 11 augustus 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1393
Datum uitspraak
11 mei 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202202670/2/V2

202202724/2/V2

Bij besluiten van 16 februari 2022 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1391
Datum uitspraak
11 mei 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202202724/2/V2

202004963/2/R3

Bij tussenuitspraak van 7 juli 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1472, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Deventer opgedragen binnen 20 weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van de raad van 1 juli 2020, waarbij het bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Deventer, stad en dorpen deel C" is vastgesteld, te herstellen. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak onder 9.1 overwogen dat de raad heeft toegelicht dat gelet op de bouwtekeningen van de omgevingsvergunning van 15 februari 2017 voor de gronden van blok 1c van het winkelcentrum de verdieping van deze gronden is aangemerkt voor winkelruimte en dat gelet hierop de bestemming "Detailhandel - begane grond" voor deze gronden niet passend is. De raad heeft in zoverre dus niet bestemd wat hij heeft beoogd te bestemmen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1354
Datum uitspraak
11 mei 2022
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202004963/2/R3

202004968/2/R1

Bij besluit van 28 september 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan Grabo Onroerend Goed B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het veranderen en vergroten van de kelder en de begane grond van de panden aan de Moreelsestraat 5 en 7 in Amsterdam. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling het college opgedragen om het in overweging 8.3 van de tussenuitspraak geconstateerde gebrek in het besluit op bezwaar van 21 mei 2019 te herstellen. De Afdeling heeft onder 8.2 en 8.3 van de tussenuitspraak overwogen dat de rechtbank terecht heeft overwogen dat het college op grond van ruimtelijke en stedenbouwkundige afwegingen aanleiding heeft kunnen zien om gebruik te maken van de afwijkingsbevoegdheid van de nota "Omgevingsvergunning A2". Hierbij heeft de Afdeling ook betrokken dat de rechtbank terecht heeft overwogen dat het ontbreken van een expliciete afweging van de belangen van [appellante] niet aan vergunningverlening in de weg staat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1355
Datum uitspraak
11 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202004968/2/R1

202005946/1/V6

Bij besluit van 22 mei 2013 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het Nederlanderschap van [appellant sub 1] ingetrokken. [appellant sub 1] verblijft sinds 13 januari 1998 in Nederland. Op 19 februari 2002 heeft hij een verzoek om verlening van het Nederlanderschap ingediend. Het verzoek is ingewilligd bij Koninklijk Besluit van 9 oktober 2002. De staatssecretaris heeft het Nederlanderschap van [appellant sub 1] krachtens artikel 14, eerste lid, van de Rijkswet op het Nederlanderschap ingetrokken, omdat hij in de toelatings- en naturalisatieprocedure heeft gezwegen over zijn rol bij de gebeurtenissen in Rwanda voorafgaand aan en tijdens de genocide in 1994, terwijl hij wist of in ieder geval redelijkerwijs kon vermoeden dat die informatie relevant was voor het verzoek.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1267
Datum uitspraak
11 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202005946/1/V6
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202005946/1/V6

202006169/1/R2

Bij besluit van 6 oktober 2020 heeft de raad van de gemeente 's-Hertogenbosch het bestemmingsplan "Theater aan de Parade 2020" vastgesteld. Het bestemmingsplan "Theater aan de Parade 2020" voorziet in een nieuwe planologische regeling voor het gelijknamige theater aan de Parade in het centrum van Den Bosch. In de plantoelichting staat dat grote investeringen nodig zouden zijn om het bestaande theater te laten voldoen aan de technische en kwalitatieve eisen van deze en de komende tijd. Daarom is een proces gestart om tot een nieuw theater te komen. Het nieuwe theater komt op de locatie van het bestaande theater. Daarnaast is voor de verbouw van het theater een omgevingsvergunning verleend. Deze vergunning is voor de activiteiten bouwen, gebruik dat met het bestemmingsplan strijdig is, het slopen van een bouwwerk in een beschermd stadsgezicht en het uitvoeren van werkzaamheden en het aanleggen van een uitweg. De omgevingsvergunning is verleend voor de bouw van het theater.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1367
Datum uitspraak
11 mei 2022
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202006169/1/R2

202006575/1/R4 en 202006576/1/R4

Bij besluit van 18 juli 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zevenaar geweigerd een omgevingsvergunning te verlenen aan Lidl voor het realiseren van een hypermarkt in het bestaande gebouw op het perceel Ampèrestraat 8 in Zevenaar. Lidl is huurder van het perceel en wil het bedrijfsgebouw met een gebruiksoppervlakte van 4.921 m2 en het omliggende terrein gebruiken als hypermarkt. Het gebouw moet daarvoor deels worden verbouwd en het omliggende terrein moet worden heringericht. Het perceel ligt aan de rand van Zevenaar, ten noorden van het centrum. Lidl heeft voor de door haar gewenste activiteiten op het perceel op 26 april 2019 een omgevingsvergunning aangevraagd. Bij brief van 20 mei 2019 heeft het college Lidl in de gelegenheid gesteld haar aanvraag aan te vullen. Lidl heeft op 16 juni 2019 aanvullende gegevens bij het college ingediend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1370
Datum uitspraak
11 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202006575/1/R4 en 202006576/1/R4

202006877/1/V6

Bij besluit van 11 mei 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het Nederlanderschap van [wederpartij] ingetrokken. [wederpartij] verblijft sinds 30 juli 1999 in Nederland. Op 16 januari 2006 heeft zij een verzoek om verlening van het Nederlanderschap (hierna: het verzoek) ingediend. Het verzoek is ingewilligd bij Koninklijk Besluit van 18 mei 2006. De staatssecretaris heeft het Nederlanderschap van [wederpartij] krachtens artikel 14, eerste lid, van de Rijkswet op het Nederlanderschap ingetrokken, omdat zij in de toelatings- en naturalisatieprocedure heeft gezwegen over haar rol bij de gebeurtenissen in Rwanda voorafgaand aan en tijdens de genocide in 1994, terwijl zij wist of in ieder geval redelijkerwijs kon vermoeden dat die informatie relevant was voor het verzoek om verlening van het Nederlanderschap. Onder verwijzing naar het individueel ambtsbericht en de aanvulling brengt de staatssecretaris [wederpartij] in verband met het faciliteren van genocide.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1360
Datum uitspraak
11 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202006877/1/V6
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202006877/1/V6

202007031/1/R2

Bij besluit van 29 oktober 2020 heeft de raad het bestemmingsplan "Zuid en West Dongen - partiële herziening 2020 - De Salamander" vastgesteld. De herziening heeft betrekking op het sportcomplex De Salamander aan de Belgiëlaan 2A in Dongen. De herziening staat ter plaatse van de bedrijfsruimte Café De Salamander, die deel uitmaakt van het sportcomplex, een horecabedrijf categorie 2 toe, waar voorheen een horecabedrijf voor ten hoogste categorie 1b (zogenoemde "lichte horeca") van de bij dat bestemmingsplan behorende Staat van Horeca-activiteiten was toegestaan. De Salamander exploiteert de bedrijfsruimte en is het niet eens met de toegekende categorie 2, omdat regulier gebruik ten behoeve van feesten en partijen daardoor niet is toegestaan. Volgens De Salamander had categorie 3 (zogenoemde "zware horeca") toegekend moeten worden, op grond waarvan een partycentrum (regulier) gebruik ten behoeve van feesten en muziek/dansevenementen is toegestaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1369
Datum uitspraak
11 mei 2022
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202007031/1/R2

202100005/1/R3

Bij besluit van 29 september 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Enschede aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van een erfafscheiding en poort op het perceel [locatie 1] te Enschede. [vergunninghouder] is eigenaar en bewoner van de woning op het perceel [locatie 1]. [appellant] is eigenaar van het perceel [locatie 2]-[locatie 3]. Hij exploiteert op de begane grond van het pand op het perceel een kinderdagopvang. Op de eerste en tweede verdieping bevindt zich een woning. [vergunninghouder] heeft in 2017 een aanvraag ingediend om verlening van een omgevingsvergunning voor het plaatsen van een houten poort in een bestaande muur, die in het verlengde van de voorgevel ligt. Omdat voor de bestaande muur geen omgevingsvergunning was verleend, heeft zij op 12 februari 2020, dus gedurende de bezwaarprocedure tegen het besluit van 5 oktober 2018, haar aanvraag aangevuld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1366
Datum uitspraak
11 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202100005/1/R3

202101186/1/A2

Bij besluit van 18 maart 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam bestuursdwang toegepast en de auto met kenteken […] laten wegslepen. Het college heeft de auto van [wederpartij] laten wegslepen. Daaraan heeft het college een door een bijzonder opsporingsambtenaar (hierna: boa) op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal van 18 maart 2019 ten grondslag gelegd. Hierin is vermeld dat het voertuig met kenteken […] op 18 maart 2019 om 21:12 uur ter hoogte van de Beursstraat 2 in Amsterdam op een parkeergelegenheid voor onmiddellijk laden en lossen van goederen stond. Verder zijn bij het proces-verbaal foto’s gevoegd. [wederpartij] betwist dat zijn auto geparkeerd stond op een laad- en losplaats. De rechtbank heeft vastgesteld dat het proces-verbaal niet is ondertekend en geen naam van de handhaver bevat. Ook heeft de rechtbank overwogen dat zij uit de foto’s niet heeft kunnen opmaken dat [wederpartij] op een laad- en losplaats stond.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1374
Datum uitspraak
11 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202101186/1/A2

202101318/1/R3

Bij besluit van 3 juli 2019 heeft het college een omgevingsvergunning verleend aan [partij] voor het plaatsen van een sleufsilo op het perceel [locatie 1] te Kolderwolde en voor het afwijken van het geldende planologisch regime. [partij] woont op het perceel [locatie 1] te Kolderwolde en oefent op dat perceel een agrarisch bedrijf uit. Omstreeks augustus 2017 heeft [partij] op zijn perceel een sleufsilo gerealiseerd naast een bestaande schuur. [appellant] kan zich niet verenigen met de realisatie van deze sleufsilo. Hij woont naast [partij] op het perceel [locatie 2] te Kolderwolde en heeft direct zicht op de gleufsilo. Over de realisatie van de sleufsilo heeft [appellant] bij brief van 8 oktober 2017 informatie gevraagd aan het college. Op 4 juli 2018 heeft het college een controle uitgevoerd bij [partij], waarna het college bij brief van 27 augustus 2018 aan [partij] heeft medegedeeld dat de geplaatste sleufsilo deels buiten het bouwperceel is gelegen en dat dit niet is toegestaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1356
Datum uitspraak
11 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202101318/1/R3

202102499/1/R1

Bij beslissing van 24 december 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam geweigerd om aan Demi Trading omgevingsvergunning te verlenen voor het aanleggen van een steiger, een hek en een walkast met oplaadpunten voor elektrische vaartuigen op de locatie tegenover het adres Roetersstraat 2 in Amsterdam. Demi Trading wil voor een periode van tien jaar een jachthaven oprichten voor zeventien elektrische (bedrijfs)vaartuigen. Zij heeft in dit kader een omgevingsvergunning op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht aangevraagd. Het bouwplan waar een omgevingsvergunning voor is aangevraagd bestaat uit het aanleggen van een steiger, een hek en een walkast met oplaadpunten voor elektrische vaartuigen. Het bouwplan is in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Water" wegens strijdig gebruik met de bestemmingen "Water" en "Waterstaat - Bergingsgebied" en met het bestemmingsplan "Oostelijke Binnenstad" wegens strijdig gebruik met de bestemming "Groen".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1364
Datum uitspraak
11 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202102499/1/R1

202102751/1/A2

Bij besluit van 7 september 2018 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de huurtoeslag van [wederpartij] over 2017 definitief berekend en vastgesteld op € 1.492,00 en een bedrag van € 1.587,00 aan teveel ontvangen toeslag teruggevorderd. [wederpartij] woonde in 2017 op de [locatie] in Venlo. Uit gegevens van de Basisregistratie personen van haar zoon blijkt dat hij tot 4 augustus 2017 als medebewoner was ingeschreven op dit adres. Bij het besluit van 7 september 2018 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de huurtoeslag over 2017 definitief berekend en vastgesteld op € 1.492,00. Tevens heeft de Belastingdienst/Toeslagen een bedrag van € 1.587,00 aan teveel ontvangen huurtoeslag teruggevorderd. [wederpartij] heeft op 13 oktober 2018 voor het inkomen van haar zoon verzocht om toepassing van de zogenoemde 10%-regeling als bedoeld in artikel 8, derde lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1352
Datum uitspraak
11 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202102751/1/A2

202102861/1/A2

Bij besluit van 25 maart 2020 heeft het Drechtstedenbestuur de aanvraag van [appellante] voor een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang op grond van de Regeling Tegemoetkoming eigen bijdrage kinderopvang Drechtsteden afgewezen. Op 7 februari 2020 heeft [appellante] een aanvraag bij het Drechtstedenbestuur ingediend voor een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang voor haar dochter [naam dochter] en haar zoon [naam zoon]. Bij besluit van 25 maart 2020 heeft het Drechtstedenbestuur de aanvraag voor een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang van [appellante] afgewezen. Daaraan heeft het Drechtstedenbestuur ten grondslag gelegd dat [appellante] geen opleiding volgt, zodat kinderopvang niet noodzakelijk is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1371
Datum uitspraak
11 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202102861/1/A2

202102952/1/A2

Bij besluit van 4 maart 2019 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand de bij besluit van 28 januari 2015 aan [partij] verleende toevoeging met kenmerk 4LA7528 ingetrokken. Bij besluit van 28 januari 2015 heeft de raad een toevoeging verleend voor het bijstaan van [partij] in een echtscheidingsprocedure. [partij] werd bijgestaan door [appellant sub 2]. De echtscheiding is op 25 oktober 2017 uitgesproken. Op grond van de echtscheidingsbeschikking heeft [partij] recht op een opbrengst van € 18.965,27, bestaande uit de helft van het saldo van diverse bankrekeningen en de helft van de waarde van een lijfrente- en een beleggingsverzekering. Uit de echtscheidingsbeschikking volgt verder dat [partij] de echtelijke woning toebedeeld wenste te krijgen, maar dat zij moest onderzoeken of zij de financiering rond kon krijgen. Op 18 oktober 2018 heeft [appellant sub 2] aan de raad het financiële resultaat doorgegeven van de echtscheidingsprocedure.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1353
Datum uitspraak
11 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202102952/1/A2

202103171/1/R1

Bij besluit van 13 april 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Lelystad onder meer de locatie 1301 aangewezen voor het plaatsen van een ondergrondse restafvalcontainer.De locatie 1301 maakt deel uit van het "Locatieplan stadsdeel 3, 4 en 5". Deze locatie ligt in stadsdeel 4 in de Beukenhof in Lelystad. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] wonen aan respectievelijk de [locatie A] en [locatie B] in Lelystad. Hun woningen staan op ongeveer 13 m van de locatie. [appellant sub 2] betoogt onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 21 maart 2018, ECLI:NL:RVS:2018:964, dat het bestreden besluit is genomen in strijd is met het motiveringsbeginsel. Hiertoe voert hij aan dat het voor hem niet duidelijk is of de beoordelingscriteria voor het aanwijzen van een orac zijn opgenomen in een gemeentelijk stuk, welke status deze beoordelingscriteria hebben en of het college de locatiekeuze van een orac moet beoordelen aan de hand van deze beoordelingscriteria.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1372
Datum uitspraak
11 mei 2022
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202103171/1/R1

202103305/1/R1 en 202103307/1/R1

Bij besluit van 29 maart 2021 heeft de raad van de gemeente Heiloo het bestemmingsplan "Reconstructie Vennewatersweg" vastgesteld. Bij besluit van 16 februari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heiloo ten behoeve van het plan hogere waarden als bedoeld in de Wet geluidhinder vastgesteld. Het plan voorziet in de reconstructie van de Vennewatersweg. De weg dient onder meer als ontsluiting voor de nieuwbouwwijken Zuiderloo en Zandzoom. Het plangebied betreft het weggedeelte tussen de kruisingen met de Kennemerstraatweg en Lijnbaan. De Lijnbaan wordt verbreed, het kruispunt op de Westerweg wordt aangepast naar een voorrangsplein, de Hoogeweg krijgt richting het noorden en zuiden twee ontsluitingen en bij de kruising met de Kennemerstraatweg wordt een rotonde aangelegd. Tot slot wordt een nieuwe kruising met de Haagbeuk aangelegd die toegang geeft tot de hiervoor genoemde nieuwbouwwijken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1368
Datum uitspraak
11 mei 2022
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202103305/1/R1 en 202103307/1/R1

202103431/1/A3

Bij besluit van 25 augustus 2020 heeft de burgemeester van Arnhem besloten tot het sluiten van restaurant [bedrijf A] aan de [locatie 1] in Arnhem voor een duur van 3 maanden. [appellante] is exploitant van restaurant [bedrijf A] en koffiehuis [bedrijf B] die gevestigd zijn aan onderscheidenlijk de [locatie 1] en [locatie 2] in Arnhem. De horeca-inrichtingen bevinden zich in één pand en zijn met elkaar verbonden. Op 20 augustus 2020 hebben de politie en diverse overheidsinstanties een integrale controle in de horeca-inrichtingen verricht. Aanleiding van die controle waren signalen bij de politie en de gemeente over diverse misstanden in het restaurant, zoals handel in verdovende middelen en wapens. De bevindingen van de politie zijn neergelegd in bestuurlijke rapportages van 25 augustus 2020 en 8 september 2020. [verbalisant], buitengewoon opsporingsambtenaar bij de Afdeling Vergunning en Handhaving, heeft de bevindingen van zijn controle neergelegd in een op ambtseed opgemaakt proces-verbaal.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1362
Datum uitspraak
11 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202103431/1/A3

202103961/1/A2

Bij besluit van 10 april 2020 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand een aanvraag om toevoeging voor het verlenen van rechtsbijstand aan [appellant] afgewezen. Op 15 november 2019 heeft [appellant] bijzondere bijstand aangevraagd voor advocaat- en griffiekosten ter hoogte van € 2.921,00 aan het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam. [appellant] heeft hierbij veertien toevoegingen overgelegd en een afschrijvingenoverzicht van zijn bankrekening waaruit volgt dat er € 958,00 is voldaan aan griffierechten. Bij brief van 18 november 2019 is aan [appellant] gevraagd om de nota van zijn advocaat voor de eigen bijdragen en de nota’s voor de griffierechten te overleggen. Bij e-mail van 29 november 2019 heeft [appellant] vier nota’s voor griffierechten overgelegd. [appellant] heeft hierbij aangegeven dat de bijgevoegde nota’s overbodig zijn en dat het notanummer op het overgelegde bankafschrift volstaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1351
Datum uitspraak
11 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202103961/1/A2

202104239/1/A2

Bij besluit van 11 september 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Montferland een aanvraag van [appellant] om een tegemoetkoming in planschade afgewezen. [appellant] is eigenaar van het perceel plaatselijk bekend [locatie 1]. Op het perceel staat de woning waarin [appellant] woont. Hij heeft gevraagd om een tegemoetkoming in planschade ten gevolge van het op 3 januari 2013 in werking getreden bestemmingsplan "Zeddam, Oude Doetinchemseweg". Volgens [appellant] leidt dit bestemmingsplan door de wijziging van bestemmingen op nabij gelegen percelen tot waardedaling van zijn perceel, waardoor hij schade lijdt. [appellant] kon van het voorheen toegestane bedrijfsmatige gebruik van de westelijke en zuidelijke aangrenzende percelen aantasting van zijn privacy en verkeers-, geluid-, licht, geur- en stofhinder ondervinden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1363
Datum uitspraak
11 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202104239/1/A2

202104309/1/A3

Bij besluit van 27 februari 2019 heeft de burgemeester van Utrecht een exploitatievergunning verleend voor [restaurant A] aan de [locatie 1] in Utrecht. Aan de [locatie 1] was [restaurant B] gevestigd. [partij] heeft die horecazaak overgenomen. Op 29 december 2018 heeft hij een aanvraag ingediend voor een exploitatievergunning voor [restaurant A]. De burgemeester heeft de exploitatievergunning verleend en de vergunningverlening in bezwaar gehandhaafd. De exploitatievergunning geldt ook voor het terras bij het restaurant. Daarbij heeft de burgemeester onderdeel III van het Besluit wijziging regelgeving horecabedrijven toegepast. Daaruit volgt dat bij een ongewijzigde overname van een horecabedrijf dat een terras had, vergunning wordt verleend voor dat terras als de aanvrager hierom verzoekt. [appellanten] kunnen zich niet verenigen met het terras. Zij wonen in de nabijheid van het restaurant en stellen van het gebruik van de terrassen aan dit deel van de Oudegracht overlast te ondervinden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1350
Datum uitspraak
11 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Drank en horeca
  • uitspraakin de zaak202104309/1/A3

202104364/1/A2

Bij afzonderlijke besluiten van 20 mei 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Heeze-Leende de verzoeken om een tegemoetkoming in planschade van [appellant] en van [partij] afgewezen. [appellant] is sinds 27 september 1985 eigenaar van de woning [locatie 1] in Heeze. [partij] heeft op 10 maart 2004 de woning [locatie 2] in Heeze gekocht. [appellant] en [partij] hebben gevraagd om een tegemoetkoming in planschade ten gevolge van het op 27 april 2017 in werking getreden bestemmingsplan "De Bulders". Volgens [appellant] en [partij] (hierna ook gezamenlijk: de aanvragers) maakt het nieuwe bestemmingsplan nabij hun woningen nieuwe woningbouw en een randweg mogelijk. Hierdoor wordt de waarde van hun percelen aangetast, waardoor zij schade lijden. [appellant A] is in 2021 overleden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1349
Datum uitspraak
11 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202104364/1/A2

202104390/1/V6

Bij besluit van 4 maart 2019 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid het verzoek van [appellante] om verlenging van de inburgeringstermijn afgewezen. Bij kennisgeving van 11 juli 2014 heeft de minister [appellante] meegedeeld dat zij inburgeringsplichtig is, dat haar inburgeringstermijn is gestart op 2 september 2013 en dat zij vóór 1 september 2016 aan deze plicht moet hebben voldaan. Vervolgens heeft de minister de inburgeringstermijn verlengd tot 6 juli 2017. Op 2 februari 2017 heeft [appellante] verzocht om verdere verlenging van de inburgeringstermijn. Zij heeft daarbij gesteld dat het door het overlijden van haar echtgenoot in 2014, schulden en ziekte niet mogelijk was om vóór 6 juli 2017 aan haar inburgeringsplicht te voldoen. Bij besluit van 19 april 2018 heeft de minister dat verzoek - onder verwijzing naar de door [appellante] overgelegde medisch adviezen van 12 september 2017 en 12 april 2018 - afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1359
Datum uitspraak
11 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202104390/1/V6

202104492/1/A3

Bij besluit van 31 maart 2020 heeft de minister voor Rechtsbescherming een aanvraag van [appellante] om afgifte van een verklaring omtrent het gedrag afgewezen. De minister heeft op 9 maart 2019 een aanvraag om een VOG ontvangen voor het door [appellante] verkrijgen van een chauffeurskaart voor de functie van taxichauffeur. De minister heeft de aanvraag beoordeeld volgens de Beleidsregels VOG-NP-RP 2018 en afgewezen. Daaraan is ten grondslag gelegd dat [appellante] binnen de in dit geval geldende terugkijktermijn van vijf jaar voorkomt in het Justitieel Documentatie Systeem (hierna: JDS), met de strafbare feiten hennepteelt of het aanwezig hebben van drugs (hierna: het drugsbezit), en het overschrijden van de maximumsnelheid (hierna: de snelheidsovertreding) waarvoor haar bij strafbeschikkingen van het Openbaar Ministerie van 13 juli 2016 en 14 juli 2016 geldboetes zijn opgelegd van € 500,00 respectievelijk € 450,00.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1348
Datum uitspraak
11 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Verklaring omtrent gedrag
  • uitspraakin de zaak202104492/1/A3

202104785/1/V6

Bij besluit van 12 juli 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het verzoek van [wederpartij] om hem het Nederlanderschap te verlenen afgewezen. De staatssecretaris heeft het verzoek afgewezen op grond van artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, van de Rijkswet op het Nederlanderschap, omdat ernstige vermoedens bestaan dat [wederpartij] een gevaar vormt voor de openbare orde. De staatssecretaris geeft daarvoor als reden dat op 6 mei 2017 een strafbeschikking tegen [wederpartij] is uitgevaardigd wegens wederspannigheid, waarbij aan hem een taakstraf van 12 uur is opgelegd. Op 2 juli 2017 heeft [wederpartij] de taakstraf voltooid. Het verzoek om het Nederlanderschap heeft [wederpartij] ingediend op 6 december 2018 en dat is binnen de zogenoemde rehabilitatietermijn zoals staat in de Handleiding RWN, onder artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, paragraaf 5, van de RWN.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1358
Datum uitspraak
11 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202104785/1/V6

202105171/1/V6

Bij besluit van 18 oktober 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het verzoek van [appellant] om hem het Nederlanderschap te verlenen afgewezen. [appellant] is geboren in Afghanistan op [geboortedatum] 1971. De staatssecretaris heeft het verzoek afgewezen op grond van artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, van de Rijkswet op het Nederlanderschap, omdat ernstige vermoedens bestaan dat hij een gevaar vormt voor de openbare orde. Hiervoor heeft de staatssecretaris redengevend geacht dat de strafkamer van het Gerechtshof Den Haag hem bij onherroepelijk geworden arrest van 10 oktober 2018 wegens rijden terwijl het rijbewijs is ingevorderd en wegens rijden onder invloed heeft veroordeeld tot honderdtwintig dagen ontzegging van de rijbevoegdheid waarvan tweeëntachtig dagen voorwaardelijk en een voorwaardelijke taakstraf van zestig uur met een proeftijd van twee jaren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1357
Datum uitspraak
11 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202105171/1/V6

202106097/1/A3

Bij besluit van 17 juni 2020 heeft de burgemeester van Den Helder [appellant] een last onder dwangsom opgelegd. De burgemeester heeft van de politie Noord-Holland een bestuurlijke rapportage van 19 mei 2020 ontvangen over de aanhouding van [appellant] wegens verdenking van drugshandel op een openbare weg. Uit de rapportage volgt dat de politie op 24 april 2020 een nader onderzoek heeft ingesteld naar twee personen in een auto, een Tesla, op het parkeerterrein aan de Meeuwenstraat in Den Helder. De aanleiding daarvoor was de constatering dat de ene persoon met een gevulde tas in de Tesla stapte die werd bestuurd door een andere persoon. De persoon met de gevulde tas was kort daarvoor uit een andere auto gestapt. In die auto zat een persoon van wie ambtshalve bekend was dat in de voorgaande jaren meerdere keren tegen hem een proces-verbaal was opgemaakt wegens het bezit en de handel in hard- en softdrugs. De bestuurder van de Tesla was [appellant].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1361
Datum uitspraak
11 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202106097/1/A3

202107123/1/R1

Bij besluit van 23 september 2021 heeft de raad van de gemeente Alkmaar van de gemeente Alkmaar het bestemmingsplan "Bloemwijk" vastgesteld. Het bestemmingsplan heeft betrekking op de wijk Bloemwijk, die gelegen is aan de zuidwestzijde van Alkmaar, in het gebied tussen de binnenstad en de spoorlijn Alkmaar-Heiloo. Dit betreft een wijk die stamt uit de jaren ’20 van de vorige eeuw. Het plan strekt tot herontwikkeling van een deel van de wijk, die bestaat uit 179 woningen, teneinde de ruimtelijke kwaliteit ervan te verbeteren. Hierin is voorzien in de sloop van deze niet passend geoordeelde woningen en in vervanging daarvan door passend geoordeelde, energiezuinige nieuwbouw, hetgeen een gewijzigde opzet van de wijk met zich brengt. Het bestemmingsplan maakt maximaal 61 kleine eengezinswoningen (één bouwlaag met kap), 31 grotere eengezinswoningen (twee bouwlagen met kap), 62 appartementen, 15 studio’s en een ontmoetingscentrum mogelijk.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1373
Datum uitspraak
11 mei 2022
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202107123/1/R1

202108170/1/R4

Bij besluit van 9 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zeewolde een omgevingsvergunning verleend aan Sunvest Ontwikkeling B.V. voor het realiseren van een tijdelijk zonnepark met bijhorende en recreatieve bouwwerken op het perceel Groenewoudseweg 99 in Zeewolde. Bij besluit van 9 juni 2020 heeft het college aan Sunvest een (tijdelijke) omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een zonnepark met bijbehorende en recreatieve bouwwerken op het perceel Groenewoudseweg 99 in Zeewolde. De vergunning voor het zonnepark is verleend voor een periode van 25 jaar. Het zonnepark is voorzien op de rand van het bosgebied Horsterwold. Dit bosgebied heeft een oppervlakte van ongeveer 3.700 ha. Het projectgebied heeft een oppervlakte van ongeveer 7.6 ha. De oppervlakte van het zonnepark bedraagt ongeveer 4.6 ha. De overige gronden worden gebruikt voor de landschappelijke inpassing, het borgen/vergroten van de biodiversiteit en voor recreatieve elementen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1365
Datum uitspraak
11 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202108170/1/R4

202202655/1/V3 en 202202655/2/V3

Bij besluit van 14 september 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1337
Datum uitspraak
10 mei 2022
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202202655/1/V3 en 202202655/2/V3

202202708/1/V2 en 202202708/2/V2

Bij besluit van 14 april 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bepaald dat de vreemdeling wordt overgedragen aan Duitsland.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1342
Datum uitspraak
10 mei 2022
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202202708/1/V2 en 202202708/2/V2

202202761/2/V2

Bij besluit van 18 maart 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1343
Datum uitspraak
10 mei 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202202761/2/V2

201906393/2/A2

De Belastingdienst/Toeslagen heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 12 juli 2019 in zaak nr. 18/3203. De Belastingdienst/Toeslagen heeft de vertrouwelijke versies van een aantal gedingstukken overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Awb medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van deze stukken. De rechtbank heeft in de bodemprocedure bepaald dat de Belastingdienst/Toeslagen aan [wederpartij] het volledige dossier over het onderzoek bij [gastouderbureau] verstrekt. Het hoger beroep van de Belastingdienst/Toeslagen gaat alleen over deze opdracht van de rechtbank. Bij brief van 2 april 2020 heeft [wederpartij] voorgesteld om in onderling overleg met de Belastingdienst/Toeslagen te bezien welke stukken voor haar van belang zijn en welke stukken in welke vorm aan haar zouden worden verstrekt. Bij brief van 7 mei 2020 heeft de Belastingdienst/Toeslagen dit voorstel afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1340
Datum uitspraak
10 mei 2022
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak201906393/2/A2

202200812/4/A3

Appellanten 1 en het bestuur van Stichting Skal hebben hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-­Nederland van 20 januari 2022 in zaak nr. 20/2310. Het bestuur van Stichting Skal heeft de ongeschoonde versies van de zienswijzen van de bedrijven waarop het verzoek om openbaarmaking van informatie betrekking heeft, overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Awb medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van deze stukken. RTL heeft op grond van de Wet openbaarheid van bestuur verzocht om openbaarmaking van inspectierapporten, vragenlijsten en antwoorden die betrekking hebben op bij Skal aangesloten bedrijven in de periode 1 januari 2017 tot en met 1 juli 2018. In de loop van de procedure is het verzoek beperkt tot de namen van 227 bedrijven waar volgens Skal in deze periode sprake was van ernstige of kritieke afwijking van de regelgeving voor biologische productie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1338
Datum uitspraak
10 mei 2022
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202200812/4/A3

202100447/1/V3

Bij besluit van 17 december 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingetrokken, een aanvraag om de geldigheidsduur van die verblijfsvergunning te verlengen afgewezen, de vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1325
Datum uitspraak
9 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202100447/1/V3

202202346/1/V3

Bij besluit van 28 maart 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1331
Datum uitspraak
9 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202202346/1/V3

202202421/1/V3

Bij besluit van 24 maart 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1332
Datum uitspraak
9 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202202421/1/V3

202202581/2/V2

Bij besluit van 9 juni 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1336
Datum uitspraak
9 mei 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202202581/2/V2

202202591/1/V3

Bij besluit van 6 april 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1333
Datum uitspraak
9 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202202591/1/V3

202200956/1/V3

Bij besluit van 3 januari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1334
Datum uitspraak
6 mei 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202200956/1/V3

202201333/2/R3

Bij besluit van 24 november 2021 heeft de raad het bestemmingsplan "[locatie A] en [locatie B] in Leutingewolde" vastgesteld. Het plangebied omvat de percelen [locatie A] en [locatie B] in Leutingewolde. Beide percelen hebben op grond van het geldende bestemmingsplan "Buitengebied Noordenveld" een agrarische bestemming. Het plan maakt het mogelijk om met toepassing van de provinciale ruimte-voor-ruimteregeling twee woningen te bouwen. Eén woning zal worden gebouwd op het perceel [locatie A] en de andere woning op het perceel [locatie B]. De initiatiefnemer is [partij], eigenaar van het perceel [locatie A].[appellant sub 1] en [appellant sub 2] wonen aan de Turfweg, naast, onderscheidenlijk schuin tegenover het perceel [locatie A]. Zij zijn het om verschillende redenen niet eens met de vaststelling van het bestemmingsplan. Zij wijzen er onder meer op dat de raad het bestemmingsplan in strijd met de Provinciale Omgevingsverordening Drenthe heeft vastgesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1326
Datum uitspraak
6 mei 2022
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Drenthe
  • uitspraakin de zaak202201333/2/R3

202202344/2/V2

Bij besluit van 11 februari 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1298
Datum uitspraak
6 mei 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202202344/2/V2

202202379/2/V3

Bij besluit van 4 januari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1329
Datum uitspraak
6 mei 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202202379/2/V3

202202541/2/V2

Bij besluit van 11 januari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1330
Datum uitspraak
6 mei 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202202541/2/V2
vorige pagina1...199200201...1.241volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon