Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 124.050
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202203425/2/A3

Bij besluit van 19 mei 2022 heeft de burgemeester van Rotterdam een huisverbod voor de duur van tien dagen opgelegd aan [verzoeker]. [verzoeker] heeft op 24 mei 2022 beroep ingesteld tegen het besluit om een huisverbod op te leggen en verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen zou worden behandeld op 30 mei 2022. Op die dag heeft [verzoeker] het verzoek voorlopige voorziening ingetrokken, omdat de tien dagen dat het huisverbod gold al waren verstreken en er geen spoedeisend belang meer was. [verzoeker] heeft aangegeven het beroep tegen het besluit van 19 mie 2022 te willen handhaven. De rechtbank heeft de zitting door laten gaan en op die zitting het beroep behandeld. [verzoeker] is niet op de zitting verschenen. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1663
Datum uitspraak
10 juni 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Huisverbod
  • uitspraakin de zaak202203425/2/A3

202005080/1/V2

Bij besluit van 29 juli 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1648
Datum uitspraak
9 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202005080/1/V2

202100849/1/V2

Bij besluit van 15 november 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1647
Datum uitspraak
9 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202100849/1/V2

202102131/2/R2

Bij besluit van 27 januari 2021 heeft de raad van de gemeente Heerlen het bestemmingsplan "Schinkelkwadrant-Zuid 2020" vastgesteld. Het plan voorziet onder meer in maximaal 98 woningen, 1.OOO m2 horeca en 279 m2 centrumfuncties en groen. Het plangebied wordt begrensd door de Schinkelstraat aan de noordzijde, de Honigmannstraat aan de oostzijde, de Promenade aan de zuidzijde en de Geerstraat aan de westzijde. Het plangebied behoort tot het centrum van Heerlen. Er vindt een functiemenging plaats van onder meer wonen, werken, winkelen, uitgaan en recreëren. Het beroepschrift en verzoek om voorlopige voorziening zijn ingediend namens de VvE die bestaat uit eigenaars van de woningen van het appartementengebouw Geleenstraat 82 tot en met 146 even, gelegen aan de Geerstraat en Promenade, 6411 HV te Heerlen. Het appartementengebouw ligt ten zuiden van het plangebied.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1636
Datum uitspraak
9 juni 2022
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202102131/2/R2

202105639/1/V3

Bij besluit van 30 juni 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen haar uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1645
Datum uitspraak
9 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202105639/1/V3

202105782/1/V3

Bij besluit van 21 april 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1644
Datum uitspraak
9 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202105782/1/V3

202201580/2/R4

Bij besluit van 27 januari 2022 heeft de raad van de gemeente Doesburg het bestemmingsplan "Bedrijventerrein Verhuellweg" (hierna: het bestemmingsplan) vastgesteld. Om te kunnen voorzien in de ruimtebehoefte van de op het bestaande bedrijventerrein aan de Verhuellweg te Doesburg gevestigde bedrijven Koninklijke Rotra en [bedrijf A], wordt het bedrijventerrein geherstructureerd. De huidige laad- en loskade wordt in oostelijke richting verlengd met ongeveer 83 meter en in westelijke richting met ongeveer 47 meter. In de beoogde situatie wordt het aantal afvaarten opgeschaald naar 10 afvaarten per week. De meest westelijke bedrijfsbebouwing wordt gesloopt en daarvoor in de plaats wordt een crossdock gerealiseerd ten behoeve van de overslag van goederen. Het oostelijke gedeelte van het gebouw ten oosten van de beoogde nieuwe bedrijfsbebouwing wordt opgehoogd naar 22 meter ten behoeve van opslag. Tussen de gebouwen van Rotra is een parkeerdek voorzien met een oppervlakte van 1.000 m2.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1637
Datum uitspraak
9 juni 2022
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202201580/2/R4

202202749/2/V3

Bij besluit van 4 augustus 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vastgesteld dat de vreemdeling geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland meer heeft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1643
Datum uitspraak
9 juni 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202202749/2/V3

202202788/1/V3

Bij besluit van 18 april 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1641
Datum uitspraak
9 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202202788/1/V3

202203008/1/V1 en 202203008/2/V1

Bij besluit van 9 februari 2022 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en hem opgedragen de Europese Unie te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1638
Datum uitspraak
9 juni 2022
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202203008/1/V1 en 202203008/2/V1

202203371/2/V3

Bij besluit van 25 mei 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1655
Datum uitspraak
9 juni 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202203371/2/V3

202102997/1/V1

Bij e-mail van 10 november 2020 heeft het COa de vreemdeling meegedeeld dat het zijn verstrekkingen krachtens de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen (hierna: de Rva 2005) zal beëindigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1586
Datum uitspraak
8 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202102997/1/V1

202103660/1/V1

Bij besluit van 23 april 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1585
Datum uitspraak
8 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202103660/1/V1

202200431/1/V1

Bij besluit van 21 januari 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1592
Datum uitspraak
8 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202200431/1/V1

202203049/2/V2

Bij besluit van 6 april 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1635
Datum uitspraak
8 juni 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202203049/2/V2

201902963/1/R3

Bij besluit van 12 september 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Borne het verzoek van [appellante] en anderen tot vaststelling van een bestemmingsplan voor de percelen, kadastraal bekend als Borne L240 en L241 (hierna: locatie ’n Stet), afgewezen. Bij besluit van 5 maart 2019 heeft de raad van de gemeente Borne het door [appellante] en anderen hiertegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard, voor zover het is gericht tegen de weigering tot vaststelling van een bestemmingsplan genomen door het onbevoegde orgaan. Voor het overige heeft de raad het bezwaar ongegrond verklaard. [appellante] en anderen willen tien vrijstaande woningen met ruime kavels realiseren op locatie ’n Stet. Om dit mogelijk te maken hebben zij het college op 12 juni 2018 verzocht om een uitwerkingsplan en een bestemmingsplan vast te stellen. Het college heeft dit geweigerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1606
Datum uitspraak
8 juni 2022
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak201902963/1/R3

201902964/1/R3

Bij besluit van 12 september 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Borne het verzoek van [appellante] en anderen tot vaststelling van een uitwerkingsplan voor de locatie ’n Stet afgewezen. [appellante] en anderen willen tien vrijstaande woningen met ruime kavels realiseren op de percelen, kadastraal bekend als Borne L240 en L241. Om dit mogelijk te maken hebben zij het college op 12 juni 2018 verzocht om een uitwerkingsplan vast te stellen. Zij hebben dit gedaan voor zover het betreft het deel van locatie ‘n Stet waarvoor in het bestemmingsplan "Bornsche Maten 2004" een uitwerkingsplicht is opgenomen die het mogelijk maakt om de bestemming uit te werken voor woondoeleinden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1612
Datum uitspraak
8 juni 2022
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak201902964/1/R3

202000320/1/A2

Bij besluit van 23 juli 2018 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het verzoek van [wederpartij A] om herziening van de aan [wederpartij B] toegekende zorgtoeslag over 2012 afgewezen. Bij brief van 12 juni 2018 heeft [wederpartij A] de Belastingdienst/Toeslagen verzocht om de zorgtoeslag van [wederpartij B] over de jaren 2012 tot en met 2018 te herzien, omdat hij als haar toeslagpartner moet worden aangemerkt en hij daarom ook aanspraak maakt op zorgtoeslag. De Afdeling ziet zich gesteld voor de vraag of de Belastingdienst/Toeslagen de voorschotten zorgtoeslag van [wederpartij B] over de jaren 2017 en 2018 alsnog naar een lager bedrag mocht herzien.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1628
Datum uitspraak
8 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202000320/1/A2

202001785/1/R3

Bij besluit van 18 juli 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam zijn beslissing om wegens de aanwezigheid van een hennepkwekerij spoedeisende bestuursdwang toe te passen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat de kosten van de toepassing van bestuursdwang voor rekening van [appellante] komen. [appellante] is huurder van de woning op het perceel aan de [locatie] in Rotterdam. Op 5 juli 2018 heeft een inspecteur van de Afdeling Bouw- en Woningtoezicht van de gemeente Rotterdam op de zolder van de woning een hennepkwekerij aangetroffen. Het college heeft vervolgens met toepassing van spoedeisende bestuursdwang de in de woning aangetroffen hennepkwekerij onmiddellijk laten ontmantelen. Bij het schriftelijke besluit om spoedeisende bestuursdwang toe te passen, heeft het college eveneens beslist dat de kosten voor de verwijdering van de hennepkwekerij van € 1.345,50, voor rekening komen van [appellante].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1621
Datum uitspraak
8 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202001785/1/R3

202001811/1/R2

Bij besluit van 28 januari 2020 heeft de raad van de gemeente Eindhoven het bestemmingsplan "I Luchthaven Eindhoven e.o. (parkeergarage P5)" vastgesteld. Het plan maakt de bouw van een parkeergarage met maximaal 4.200 parkeerplaatsen mogelijk op de locatie van de huidige maaiveldparkeerplaats P5 die 1.437 parkeerplaatsen heeft. Het plangebied ligt aan de noordzijde van de luchthaven Eindhoven, nabij de Spottersweg. De aanleiding voor het plan is dat vanwege de groei in de afgelopen jaren van de luchthaven Eindhoven er volgens de raad aanzienlijk meer parkeercapaciteit nodig is dan op dit moment voorhanden is. Verkeer dat van de A2 gebruik heeft gemaakt rijdt via een bedrijventerrein ten oosten van de luchthaven van en naar de huidige maaiveldparkeerplaats. Het is de bedoeling dat verkeer van en naar de parkeergarage via een nieuwe weg langs het bedrijventerrein van en naar de A2 zal rijden. EazzyPark exploiteert een parkeerbedrijf op het bedrijventerrein aan de Luchthavenweg 61.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1629
Datum uitspraak
8 juni 2022
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202001811/1/R2

202003133/1/R3

[appellant sub 2] heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de raad van de gemeente Borne omtrent de vaststelling van het bestemmingsplan "Algemene herziening Borne, Hertme, Zenderen". Bij besluit van 16 juni 2020 heeft de raad het bestemmingsplan "Algemene herziening Borne, Hertme, Zenderen" vastgesteld. Tegen dit besluit hebben [appellant sub 1], [appellante sub 3] en anderen, [appellante sub 5] en anderen en Tijvast beroep ingesteld. [appellant sub 2] heeft de gronden van zijn beroep aangevuld. Het plan voorziet in een actueel juridisch planologisch kader voor de kernen Borne, Hertme en Zenderen. In het overgrote deel van het plangebied wordt de bestaande situatie als zodanig bestemd, maar op de gronden aan de oostzijde worden bij recht of met een uit te werken bestemming ongeveer 500 nieuwe woningen mogelijk gemaakt. Deze woningbouw maakt onderdeel uit van de wijk Bornsche Maten die sinds 2004 wordt ontwikkeld en in totaal 2.300 woningen zal omvatten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1573
Datum uitspraak
8 juni 2022
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202003133/1/R3

202004264/1/R4

Bij besluit van 11 juni 2020 heeft de raad van de gemeente Soest het bestemmingsplan “Oude Tempel” gewijzigd vastgesteld. Het plan voorziet in maximaal 300 nieuwbouwwoningen aan de oostzijde van Soesterberg. Het plangebied is ongeveer 16,3 ha groot en ligt in het zuidelijke gedeelte van landgoed de Oude Tempel waar een landgoedbos ligt. De lanen aan de oost- en westzijde van het plangebied maken deel uit van historische haakse dwarspaden van de Amersfoortseweg, de zogenoemde sorties, die nog gedeeltelijk intact zijn. De oostelijke wal van de sortie Oude Tempellaan ligt binnen het gebied. Het landgoedbos tussen deze sorties wordt onder meer gekenmerkt door een historische lanenstructuur. Het plangebied zal aan de noord en zuidzijde worden ontsloten via de Oude Tempellaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1630
Datum uitspraak
8 juni 2022
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202004264/1/R4

202004265/1/R2

Bij besluit van 8 juni 2020 heeft de raad van de gemeente Valkenburg aan de Geul het bestemmingsplan "Partiële herziening BP Kernen 2010 – [locatie 1]/[locatie 2]/[locatie 3]" vastgesteld. Het plan voorziet in drie ontwikkelingen aan [locatie 1] t/m [locatie 3]. Ten eerste wordt de agrarische bedrijfsbestemming van [locatie 2] gewijzigd in een woonbestemming. Hier was een agrarisch bedrijf gevestigd. Hoewel de agrarische bedrijfsvoering al geruime tijd geleden is gestaakt, wordt de voormalige bedrijfswoning op dit adres nog steeds bewoond. De bestaande bebouwing wordt grotendeels gesloopt en een nieuwe woning met bijgebouwen kan worden gerealiseerd. Ten tweede kan op het achterterrein van [locatie 3] nieuwe bebouwing worden gerealiseerd ten behoeve van het hobbymatig huisvesten van paarden en een machineberging en kan een buitenrijbak worden aangelegd. Ten derde kan op het achterterrein van [locatie 1] een nieuwe stal worden gerealiseerd voor het hobbymatig huisvesten van paarden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1602
Datum uitspraak
8 juni 2022
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202004265/1/R2

202004322/3/R4

Bij tussenuitspraak van 16 maart 2022, ECLI:NL:RVS:2022:753, (hierna: de tussenuitspraak), heeft de Afdeling het college van burgemeester en wethouders van De Bilt opgedragen om binnen 8 weken na de verzending van de tussenuitspraak het daarin omschreven gebrek in het besluit van 22 oktober 2020, waarbij aan [vergunninghoudster] een omgevingsvergunning is verleend voor onder meer de uitbreiding van een bedrijfsgebouw, te herstellen. Deze tussenuitspraak is aangehecht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1616
Datum uitspraak
8 juni 2022
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202004322/3/R4

202005033/1/R2

Bij besluit van 16 juli 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Heerlen geweigerd om aan RetailPlan een omgevingsvergunning te verlenen voor het vestigen van reguliere detailhandel op de locatie Akerstraat-Noord 362 in Hoensbroek. Op 19 april 2019 heeft RetailPlan een omgevingsvergunning aangevraagd voor het vestigen van reguliere detailhandel op het perceel. Het college heeft de aanvraag afgewezen. Volgens het college is het vestigen van reguliere detailhandel op het perceel in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Hoensbroek Oost" en kan RetailPlan geen beroep doen op het gebruiksovergangsrecht van het bestemmingsplan. Het college wil niet meewerken aan een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan, omdat het college reguliere detailhandel op het perceel in strijd met een goede ruimtelijke ordening acht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1618
Datum uitspraak
8 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202005033/1/R2

202005192/1/A2

Bij besluit van 12 oktober 2018 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat het verzoek van [appellant] om vergoeding van schade als gevolg van het Tracébesluit Betuweroute afgewezen. [appellant] heeft op 18 maart 2003 van ProRail de woning aan de [locatie] te Giessenburg gekocht. In de marktconforme prijs is rekening gehouden met de komst van de Betuweroute. ProRail heeft de voorgevel van de woning geïsoleerd tegen geluid. De woning ligt op ongeveer 40 m afstand van het tracé van de Betuweroute. De minister heeft op 3 oktober 2018, naar aanleiding van bezwaren van [appellant] tegen het besluit van de minister van 1 november 2016, besloten om geen trillinghinder beperkende maatregelen aan de woning te treffen. Dit besluit is gebaseerd op het rapport ‘Onderzoek naar maatregelen aan de woning [locatie] Giessenburg’ van 16 april 2018 van Movares.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1599
Datum uitspraak
8 juni 2022
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202005192/1/A2

202005784/1/R1

Bij besluit van 11 februari 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Beverwijk [appellant] gelast het gebruik van de bijgebouwen op het perceel [locatie] te Wijk aan Zee terug te brengen naar het bij de vergunning van 23 juli 1985 toegestane gebruik als garage/berging, binnen drie maanden na dagtekening van dit besluit de bouwkundige situatie waarvoor bij dit besluit van 23 juli 1985 vergunning is verleend te herstellen en de woonvoorzieningen te verwijderen, zodat weer sprake is van een berging en een garage en binnen drie maanden na dagtekening van dit besluit het niet vergunde bijgebouw op het perceel te verwijderen en verwijderd te houden, onder oplegging van een dwangsom. [appellant] is eigenaar van het perceel. Op 23 juli 1985 is aan zijn rechtsvoorganger een bouwvergunning verleend voor de bouw van een garage/berging op het perceel. Vast staat dat op het perceel naast een woning nog twee bouwwerken zijn gerealiseerd die door [appellant] als woning worden verhuurd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1582
Datum uitspraak
8 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202005784/1/R1

202005838/1/R1

Bij besluit van 11 februari 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Beverwijk [partij] gelast binnen twee maanden na dagtekening van dit besluit het gebruik van de bijgebouwen op het perceel [locatie] te Beverwijk terug te brengen naar het bij de vergunning van 23 juli 1985 toegestane gebruik als garage/berging, binnen drie maanden na dagtekening van dit besluit de bouwkundige situatie waarvoor bij dit besluit van 23 juli 1985 vergunning is verleend te herstellen en de woonvoorzieningen te verwijderen, zodat weer sprake is van een berging en een garage en binnen drie maanden na dagtekening van dit besluit het niet vergunde bijgebouw op het perceel te verwijderen en verwijderd te houden. [partij] is eigenaar van het perceel. Op 23 juli 1985 is aan zijn rechtsvoorganger een bouwvergunning verleend voor de bouw van een garage/berging op het perceel. Vast staat dat op het perceel naast een woning nog twee bouwwerken zijn gerealiseerd die door [partij] als woning worden verhuurd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1617
Datum uitspraak
8 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202005838/1/R1

202006740/1/A2

Bij besluit van 3 juli 2017 heeft het dagelijks bestuur van het Waterschap De Dommel het verzoek van [appellante] om nadeelcompensatie afgewezen. [appellante] exploiteert een melkveebedrijf in Goirle. Zij verbouwt op enkele van haar percelen gras en snijmais. Dit wordt als ruwvoer voor het rundvee gebruikt. Zware regenval in de periode 31 mei 2016 tot en met 31 juni 2016 heeft tot wateroverlast geleid in het gebied bovenstrooms van de percelen die ten noorden van de Poppelsche Leij (NL1), direct ten westen van de Turnhoutsebaan en ten zuiden van de Tijvoortsche Leij (NL 13) liggen. [appellante] stelt dat vanuit de Poppelsche Leij water is geïnundeerd op haar percelen, die hierdoor in extreme mate zijn vernat. Volgens [appellante] bedraagt de schade in de vorm van verminderde opbrengst van gras en snijmais € 3.900,80. Op 18 oktober 2016 heeft [appellante] de schade gemeld en het waterschap De Dommel aansprakelijk gesteld voor gewasschade.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1619
Datum uitspraak
8 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202006740/1/A2

202006936/1/A2

Bij besluit van 10 maart 2020 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat een verzoek van [appellant] om schadevergoeding afgewezen en € 365,- als vergoeding voor deskundigenkosten toegekend. [appellant] is eigenaar van de woning aan de [locatie 1] te Tricht. De woning (een monumentaal voormalig gemeentehuis) ligt op ongeveer 90 meter afstand van de gelijkvloerse kruising van de Lingedijk met de spoorweg. De minister heeft op 9 december 2017 het Tracébesluit Spooromgeving Geldermalsen (hierna: het Tracébesluit) vastgesteld. Het Tracébesluit is op 31 januari 2018 in werking getreden en onherroepelijk geworden op 15 mei 2019. Het Tracébesluit voorziet in de uitvoering van een aantal maatregelen aan het spoor rondom het treinstation Geldermalsen, waaronder de aanleg van een afzonderlijk ‘derde’ spoor voor de spoorlijn Geldermalsen-Dordrecht (de Merwede-Lingelijn), de herinrichting van het station Geldermalsen, de vervanging van de bestaande kruisingen van wegen met het spoor in Tricht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1600
Datum uitspraak
8 juni 2022
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202006936/1/A2

202007063/1/A3

Bij besluit van 26 augustus 2019 heeft de burgemeester van Haarlem onder aanzegging van bestuursdwang [appellante] gelast om binnen 14 dagen de exploitatie van het massage- en acupunctuurbedrijf te beëindigen en beëindigd te houden. Bij de politie zijn in 2017 meldingen binnengekomen dat in het bedrijf van [appellante] aan de [locatie] in Haarlem seksuele diensten tegen betaling werden aangeboden. Naar aanleiding hiervan is op 11 oktober 2018 een controle in het bedrijf uitgevoerd door de gemeente en de politie, waarbij door een spermahond op twee plaatsen in twee massagekamers spermasporen zijn aangetroffen. Daarna heeft een aangewezen toezichthouder (een zogenoemde mystery guest), die is belast met het toezicht op de naleving van de voorschriften in de Algemene plaatselijke verordening (hierna: de Apv) die gelden voor seksinrichtingen, het bedrijf bezocht. Van zijn bevindingen is op 4 juni 2019 proces-verbaal opgemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1594
Datum uitspraak
8 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202007063/1/A3

202100298/1/R4

Bij besluit van 4 juni 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van West Maas en Waal geweigerd aan [appellant] een omgevingsvergunning te verlenen voor het bouwen van een opslagloods voor machines en voer binnen het bouwvlak op het perceel kadastraal bekend als gemeente Wamel, sectie M, nummer [...], (hierna: het perceel) grenzend aan het perceel [locatie] in Wamel. In 2015 heeft [appellant] het perceel gekocht. Het perceel grenst aan het perceel [locatie]. [partij B] heeft de agrarische bedrijfswoning met agrarische opstallen op het perceel [locatie] in 2016 gekocht. Voor deze bebouwing geldt het bestemmingsplan "Buitengebied West Maas en Waal" en hierop rust de bestemming "Agrarisch - Komgebied". De reeds aanwezige bebouwing ligt binnen het bouwvlak. Dit bouwvlak ligt gedeeltelijk op het perceel en gedeeltelijk op het perceel [locatie]. [partij B] en [appellant] zijn beiden eigenaar van een deel van hetzelfde bouwvlak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1601
Datum uitspraak
8 juni 2022
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202100298/1/R4

202100630/1/R3

Bij besluit van 10 oktober 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Emmen aan Centercom een last onder dwangsom opgelegd in verband met het zonder omgevingsvergunning aanwezig hebben van reclame in wisselframes in de gemeente Emmen. De in geding zijnde objecten zijn frames waarin een reclameposter kan worden opgehangen. De frames zijn door Centercom bevestigd aan diverse bouwwerken met een nutsvoorziening, zoals netwerkkasten of elektriciteitshuisjes. De rechtbank heeft overwogen dat het aanbrengen van frames aan de netwerkkasten of elektriciteitshuisjes moet worden aangemerkt als het veranderen van die bouwwerken. De netwerkkasten of elektriciteitshuisjes moeten volgens de rechtbank worden aangemerkt als bouwwerken en het aanbrengen van de frames hieraan als het veranderen van die bouwwerken. De rechtbank heeft daarbij verwezen naar de uitspraak van de Afdeling van 18 november 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BG4740, overweging 2.4.1.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1625
Datum uitspraak
8 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202100630/1/R3

202100759/1/R3

Bij besluit van 12 februari 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van De Fryske Marren aan [vergunninghoudster] een omgevingsvergunning verleend voor het uitbreiden en het herindelen van de ligboxenstal op het perceel [locatie] te Oosterzee. [appellanten] zijn eigenaar van een boerderij en twee arbeidershuisjes aan de Gietersevaart in Oosterzee. [vergunninghoudster] exploiteert een melkveehouderij met loonwerkactiviteiten als neventak op het perceel [locatie] te Oosterzee (hierna: het perceel), en heeft daarvoor een onherroepelijke milieuvergunning voor het houden van 450 melk- en kalfkoeien en 300 stuks jongvee. Zij wil haar bedrijfsactiviteiten op het perceel uitbreiden en heeft een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen en de activiteit milieu aangevraagd voor verlenging en herindeling van de bestaande ligboxenstal, om meer ruimte te bieden aan de huisvesting van de aanwezige dieren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1598
Datum uitspraak
8 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202100759/1/R3

202100837/1/R3

Bij besluit van 30 september 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van De Fryske Marren het verzoek van [appellante] om handhavend op te treden tegen het gebruik van het pand op het adres [locatie] in Lemmer als muziekschool, afgewezen. [appellante] is eigenaar en verhuurder van het pand op het adres [locatie] in Lemmer. [partij] is huurder van dit appartement. Hij geeft vanuit hier muziekles in het bespelen van de piano en de gitaar. De lessen worden hoofdzakelijk individueel, maar ook in kleine groepen van twee of drie leerlingen gevolgd en vinden over het algemeen plaats tussen 13:00 en 21:15 uur. Hij presenteert de activiteiten naar buiten toe onder de naam "De Muziekflat". [appellante] heeft het college verzocht om handhavend op te treden tegen het gebruik van het appartement als muziekschool door [partij], omdat dit volgens haar in strijd is met het bestemmingsplan. Het college heeft dit verzoek om handhavend op te treden afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1611
Datum uitspraak
8 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202100837/1/R3

202101566/1/A3

Bij besluit van 13 september 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hengelo de vennootschap onder oplegging van een dwangsom gelast het winterterras dat hoort bij horecabedrijf De Appel aan de Nieuwstraat 1 te Hengelo (hierna: de Appel) binnen tien weken te verwijderen en verwijderd te houden. Ook heeft het college de vennootschap gelast om het terras binnen twee dagen in overeenstemming te brengen met het Terrassenbeleid voor het centrum van Hengelo 2018. De vennootschap heeft De Appel in 2013 overgenomen. Sindsdien exploiteert zij De Appel. Voor die exploitatie heeft het college op 22 augustus 2013 een drank- en horecavergunning verleend. Op 19 september 2013 en op 1 april 2015 heeft het college ook terrasvergunningen verleend op grond van artikel 2.10A van de Algemene plaatselijke verordening 2014 en de op 20 augustus 2013 vastgestelde Nota terrassenbeleid centrum Hengelo. Deze terrasvergunningen waren geldig tot 1 januari 2016.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1627
Datum uitspraak
8 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202101566/1/A3

202101635/1/R3

Bij besluit van 29 maart 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hoeksche Waard aan [vergunninghouder A] en [vergunninghouder B] (hierna samen en in enkelvoud: [vergunninghouder]) een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van een woning op het perceel [locatie 1] te Maasdam. Bij besluit van 29 oktober 2019 heeft het college het besluit van 29 maart 2019 vervangen en opnieuw aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van een woning op het perceel. Omdat dit besluit geldt als een wijzigingsbesluit als bedoeld in artikel 6:19, eerste lid, van de Awb, heeft de rechtbank het beroep van [appellante] mede gericht geacht tegen dit besluit. [appellante] woont aan de [locatie 2] in Maasdam, tegenover het perceel [locatie 1]. Zij kan zich niet verenigen met de omgevingsvergunning omdat zij vreest dat de bouw van de woning leidt tot een aantasting van haar woon- en leefgenot.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1633
Datum uitspraak
8 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202101635/1/R3

202101638/1/R3

Bij besluit van 3 september 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag [appellant] onder oplegging van een dwangsom gelast om vóór 1 december 2018 de overtredingen van het Bouwbesluit 2012 op het adres [locatie] in Den Haag te beëindigen. [appellant] is eigenaar van het appartement op het adres [locatie] in Den Haag. Naar aanleiding van wateroverlast bij de benedenverdieping van het appartementencomplex heeft op 12 maart 2018 bij meerdere appartementen een controle plaatsgevonden door een inspecteur van de dienst Stedelijke Ontwikkeling. Hoewel de wateroverlast niet werd veroorzaakt door het appartement van [appellant], is tijdens deze controle vastgesteld dat dit appartement wel gebreken vertoont. Op basis hiervan heeft het college aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd vanwege overtreding van artikel 1b, tweede lid, van de Woningwet. Het pand is volgens het college in een staat die niet voldoet aan de voorschriften uit het Bouwbesluit.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1613
Datum uitspraak
8 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202101638/1/R3

202101931/1/R3

Bij besluit van 1 februari 2021 heeft de raad van de gemeente Enschede het bestemmingsplan "Stadsveld-Pathmos 2019" vastgesteld. De raad heeft het plan vastgesteld ter actualisatie van het voorgaande bestemmingsplan "Stadsveld-Pathmos 2009" (hierna: het voorgaande plan). Het bestreden plan is grotendeels conserverend van aard. De Protestantse Gemeente Enschede is eigenaar van het kerkgebouw de Apostel Thomaskerk, aan de Thomas de Keyserstraat 20 in Enschede (hierna: het perceel), dat is gelegen in het plangebied. Zij kunnen zich niet verenigen met de bestemming en aanduiding die aan het perceel zijn toegekend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1596
Datum uitspraak
8 juni 2022
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202101931/1/R3

202101991/1/V3

Bij besluit van 23 maart 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen, geweigerd hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen en hem opgedragen om Nederland binnen vier weken na afloop van het voorlopig verleende uitstel van vertrek te verlaten. De vreemdeling komt uit Guinee. Op 30 juni 2017, toen hij vijftien jaar en vier maanden oud was, heeft hij als alleenstaande minderjarige in Nederland een asielaanvraag ingediend. Deze uitspraak gaat over de vraag of de staatssecretaris het leeftijdsvereiste in het bijzondere buitenschuldbeleid terecht aan de vreemdeling heeft tegengeworpen en zo nee, of de staatssecretaris ook de andere vereisten van dat beleid had moeten beoordelen en hij, nu hij dat niet heeft gedaan, aan de vreemdeling alsnog een verblijfsrecht moet verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1530
Datum uitspraak
8 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202101991/1/V3

202101992/1/R3

Bij besluit van 6 december 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Groningen [appellant] onder oplegging van een dwangsom gelast om voor 31 januari 2020 de overtreding van artikel 12, eerste lid, aanhef en onder a, van de Woningwet op het perceel [locatie A] te beëindigen. [appellant] is mede-eigenaar van het pand [locatie A]. Naar aanleiding van een verzoek om handhaving heeft het college bij besluit van 6 december 2019, gewijzigd bij besluit van 4 februari 2020, [appellant] gelast ervoor te zorgen dat voor 4 mei 2020 de staat van [locatie A] niet langer in ernstige mate in strijd is met de redelijke eisen van welstand. Het college heeft aan dit besluit overtreding van artikel 12, eerste lid, van de Woningwet ten grondslag gelegd. Aan de last is een dwangsom verbonden van € 2.000,00 per constatering dat de overtreding voortduurt, met een maximum van € 8.000,00.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1622
Datum uitspraak
8 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202101992/1/R3

202102071/1/A3

Bij besluit van 5 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam [appellante] een last onder dwangsom opgelegd wegens overtreding van artikel 2.3.1, eerste lid, van de Verordening op het binnenwater 2010. Op 9 oktober 2019 heeft een toezichthouder van de gemeente vastgesteld dat met de woonboot genaamd [woonboot] zonder een daartoe verleende vergunning een ligplaats aan de [locatie 1] in Amsterdam is ingenomen. [appellante] is eigenares van de [woonboot]. Zij woont niet op die woonboot, maar verhuurt die aan derden. Bij het besluit van 5 juni 2020 heeft het college haar onder aanzegging van een dwangsom gelast binnen 6 maanden de [woonboot] van de ligplaats te verwijderen en verwijderd te houden. De dwangsom is vastgesteld op € 75.000,- ineens.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1595
Datum uitspraak
8 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202102071/1/A3

202102267/1/R3

Bij besluit van 11 november 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag geweigerd een omgevingsvergunning te verlenen voor het plaatsen van een dakopbouw op de woning gelegen aan de [locatie] te Den Haag. [appellant] wil zijn woning vergroten door het plaatsen van een dakopbouw. Op 18 september 2019 heeft [appellant] daartoe een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning voor de activiteiten bouwen en handelen in strijd met de regels ruimtelijke ordening als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a en onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Het college is niet bereid om medewerking te verlenen aan een buitenplanse afwijking. Het college heeft overwogen dat de buurt wordt begrensd door de Valkenboskade, Copernicuslaan, Fahrenheitstraat en de Weimarstraat en uit typerende drielaagse bouwblokken bestaat. Volgens het college is in het kader van het bestemmingsplan een uitputtende analyse gemaakt van de locaties waar dakopbouwen toelaatbaar zijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1620
Datum uitspraak
8 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202102267/1/R3

202102775/1/A3

Bij besluit van 13 februari 2018 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid [appellante] een boete opgelegd van € 149.000,- vanwege overtreding van artikel 18b, tweede lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. Aan de boeteoplegging heeft de minister een door twee arbeidsinspecteurs van de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid opgesteld boeterapport van april 2017 ten grondslag gelegd. Het boeterapport vermeldt dat op 18 april 2016 de arbeidsinspecteurs samen met ambtenaren van de Nationale Politie en van de Inspectie Leefomgeving en Transport een onderzoek bij [appellante] hebben uitgevoerd. Ambtenaren van de ILT hebben delen van de administratie van [appellante] voor onderzoek meegenomen. Het boeterapport vermeldt dat van 1 oktober 2015 tot en met 31 december 2015 ten behoeve van [appellante] twintig werknemers arbeid hebben verricht. Bij raadpleging van het digitale systeem Suwinet bleek dat deze personen geen loon en vakantiebijslag van [appellante] hebben ontvangen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1609
Datum uitspraak
8 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202102775/1/A3

202102894/1/R3

Bij besluit van 16 maart 2021 heeft het college van gedeputeerde staten van Zeeland de bij besluit van 19 december 2016 aan BPD Arcus Kunstwerk b.v. verleende vergunning voor het ontgronden van percelen aan de Zeedijk 19 te Nieuwvliet gewijzigd. De vergunning maakt de aanleg van watergangen mogelijk voor de uitbreiding van een vakantiepark. De wijziging van de vergunning voorziet in een inkorting van de watergang aan de zuidzijde, een infiltratievoorziening voor regenwater (wadi) in het centrum en een aanpassing van de oplevertermijn. [appellante] betoogt met betrekking tot de wijziging van de vergunning dat de inkorting en wadi gevolgen hebben voor haar vakantiewoning, omdat deze deel uitmaken van het systeem van de waterhuishouding.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1626
Datum uitspraak
8 juni 2022
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Ontgrondingen
  • uitspraakin de zaak202102894/1/R3

202102943/1/R1

Bij besluit van 12 maart 2021 heeft het dagelijks bestuur van waterschap De Dommel het projectplan Waterwet "Herinrichting Keersopperbeemden" vastgesteld. Het projectplan omvat maatregelen om het beekdal van de Keersop (de zogeheten Keersopperbeemden) tussen de Valentinuskapel en de Loverensedijk te Bergeijk te herinrichten. In het projectplan is beschreven dat die maatregelen worden genomen om de ecologische kwaliteit (zowel chemisch als fysisch) van de Keersop te verbeteren. Deze doelstelling vloeit voort uit de Kaderrichtlijn Water (hierna: KRW). In het projectplan zijn verder maatregelen opgenomen die tot doel hebben om de hydrologische omstandigheden en de kwaliteit van de bodem en het (grond)water in het projectgebied Keersopperbeemden te verbeteren. De Keersopperbeemden liggen binnen het Natura 2000-gebied Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1603
Datum uitspraak
8 juni 2022
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Waterwet
  • uitspraakin de zaak202102943/1/R1

202103059/1/A3

Bij besluit van 17 september 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Pijnacker-Nootdorp het verzoek van [appellant] om zijn persoonsgegevens te wissen en om schadevergoeding toe te kennen niet in behandeling genomen. Bij brief van 22 juli 2019 heeft Voorbach namens [appellant] op grond van de artikelen 17 en 82 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming het college verzocht om de door het college verwerkte persoonsgegevens van [appellant] te wissen en om schadevergoeding toe te kennen. Bij de brief is een kopie van de identiteitskaart van [appellant] gevoegd en een volmacht waarin is vermeld dat [appellant] Voorbach volmachtigt om het verzoek in te dienen en hem in en buiten rechte te vertegenwoordigen. Het college heeft geantwoord dat [appellant] zich in persoon moet identificeren met een origineel identiteitsbewijs - en geen kopie daarvan - of digitaal met DigiD voordat zijn verzoek in behandeling kan worden genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1608
Datum uitspraak
8 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Persoonsgegevens
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202103059/1/A3

202103060/1/A3

Bij brief van 5 september 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nieuwkoop aan [appellant] medegedeeld dat het niet ingaat op diens verzoek tot wissing van zijn persoonsgegevens. Het college heeft op 22 juli 2019 een verzoek van [appellant] op grond van artikel 17 van de Algemene Verordening Gegevensverwerking ontvangen om de persoonsgegevens die het college van hem heeft verstrekt aan de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en/of heeft verwerkt door publicatie op het VNG-forum, te wissen. Blijkens een door de VNG verstrekt overzicht van verwerkte gegevens heeft het college volgens [appellant] zonder zijn toestemming persoonsgegevens van hem aan de VNG verstrekt, te weten over zijn verzoek op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) en zijn verzoek op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens in 2015 en 2016.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1623
Datum uitspraak
8 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202103060/1/A3

202103765/1/R2

Bij besluit van 16 maart 2021 heeft de raad van de gemeente Veldhoven het bestemmingsplan "Bossebaan - Burgemeester van Hoofflaan" vastgesteld. Het plan voorziet in de realisatie van een appartementencomplex op de hoek van de Bossebaan en Burgemeester van Hoofflaan ten zuiden van de kern van Veldhoven. Het beoogde complex zal bestaan uit vier appartementengebouwen variërend tussen 14 en 38 meter hoog met één of twee halfverdiepte parkeergarages. Het plan maakt het mogelijk dat 170 woningen worden gerealiseerd. [appellant sub 1], [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B] en [appellant sub 3A] en anderen wonen in de omgeving van het plangebied. Zij vrezen dat het voorliggende plan zal leiden tot een onaanvaardbare aantasting van hun woon- en leefklimaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1614
Datum uitspraak
8 juni 2022
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202103765/1/R2

202103934/1/V3

Bij besluit van 15 maart 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. De vreemdeling komt uit Marokko. Op 26 juli 2020, toen hij vijftien jaar en tien maanden oud was, heeft hij als niet-begeleide minderjarige in Nederland een asielaanvraag ingediend. De staatssecretaris heeft het asielrelaas van de vreemdeling over zijn identiteit, nationaliteit en herkomst, en ook de door de vreemdeling gestelde bedreiging door buurtgenoten en bendeleden geloofwaardig geacht. Hij heeft de asielaanvraag echter afgewezen omdat volgens hem Marokko voor de vreemdeling een veilig land van herkomst is. Deze uitspraak gaat over de vraag of Marokko een veilig land van herkomst voor de vreemdeling is en of en zo ja, onder welke voorwaarden, de staatssecretaris had moeten beoordelen of adequate opvang voor de vreemdeling in het land van terugkeer aanwezig is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1531
Datum uitspraak
8 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202103934/1/V3

202104665/1/V3

Bij besluiten van 28 januari 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en geweigerd hun een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen. De vreemdelingen komen uit de Russische deelrepubliek Tsjetsjenië en hebben de Russische nationaliteit. Er is driemaal door dan wel ten behoeve van hen in Nederland een asielaanvraag ingediend. De eerste twee keer heeft de staatssecretaris de aanvragen niet in behandeling genomen omdat Polen verantwoordelijk was voor de behandeling van die verzoeken om internationale bescherming. Op 20 maart 2019 hebben de vreemdelingen als niet-begeleide minderjarigen de derde asielaanvragen ingediend. Volgens hun verklaringen waren zij op dat moment onderscheidenlijk zeventien jaar en vier maanden, zestien jaar en drie maanden en veertien jaar en twee maanden oud. De staatssecretaris betwist deze leeftijden niet.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1532
Datum uitspraak
8 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202104665/1/V3

202104837/1/A2

Bij besluit van 18 februari 2020 heeft het CBR aan [appellante] een rijvaardigheidsonderzoek opgelegd. Bij besluit van 10 juni 2020 heeft het CBR het rijbewijs van [appellante] per 17 juni 2020 ongeldig verklaard. [appellante] is als bestuurder van een auto op 15 januari 2020 staande gehouden door politieagenten van de eenheid Den Haag. De korpschef van de politie-eenheid Den Haag heeft een mededeling als bedoeld in artikel 130, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: Wvw 1994) opgemaakt. Uit die mededeling blijkt dat de politieagenten hebben geconstateerd dat [appellante] met ongeveer 50 km/u over de snelweg reed waar 100 km/u was toegestaan, waardoor andere weggebruikers moesten uitwijken. Verder heeft [appellante] geen gevolg gegeven aan een volgteken en reed zij een zogeheten puntstuk op. Toen [appellante] moest volgen gebruikte zij haar richtingaanwijzers verkeerd. Op het moment dat de politie haar staande hield, bleef de auto doorrollen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1604
Datum uitspraak
8 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202104837/1/A2

202105309/1/A3

Bij besluiten van 16 september 2019 en 4 december 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Ede verzoeken van [appellant] om informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur ingewilligd. [appellant] heeft op 29 juli 2019 het volgende verzoek ingediend bij het college: "Bij deze dien ik bij deze een Wob-verzoek in als bedoeld in artikel 3 van de Wet openbaarheid van bestuur. Ik zou graag de volgende documenten ontvangen: Interne stukken met betrekking tot alle gevoerde handhavingszaken met betrekking tot de Veenweg; Rapporten van ODDV van alle gevoerde handhavingszaken aan de Veenweg; Ambtelijke en bestuurlijke communicatie met andere bestuursorganen; De melding die heeft geleid tot de steeds weer nieuwe handhavende optredens aan de Veenweg." Het college heeft [appellant] bij besluit van 16 september 2019 bericht dat het zijn verzoek inwilligt voor zover het over de stukken beschikt en heeft stukken van de gemeente en van de Omgevingsdienst de Vallei (ODDV) verstrekt.

Datum uitspraak
8 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202105309/1/A3

202105445/1/A3

Bij besluit van 3 december 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van De Ronde Venen een verzoek van [appellant] om handhavend op te treden afgewezen. [appellant] woont in de [locatie 1] te Amstelhoek. Volgens hem parkeren de bewoners van de huurwoningen op [locatie 2] en [locatie 3] in die straat hun auto in hun tuin. Daardoor worden volgens hem het aanzien, de leefbaarheid en de verkeersveiligheid in de straat en de waarde van zijn koopwoning geschaad. Hij heeft het college verzocht om handhavend op te treden, de bewoners op te dragen hun tuin met groen in te richten en hun auto te parkeren in de parkeervakken aan de overzijde van hun woning. Dat was in 1984 de bedoeling bij de verkoop van de grond voor de bouw van die woningen door de gemeente Mijdrecht aan Bouwvereniging Sint Johannes de Doper, als vermeld in de daarvan opgemaakte notariële akte. Het college heeft het verzoek afgewezen omdat niet is gebleken dat sprake is van overtreding.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1605
Datum uitspraak
8 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202105445/1/A3

202105468/1/R1

Bij besluit van 19 november 2018 (hierna ook wel: de gedoogbeschikking) heeft de minister op een verzoek daartoe van TenneT TSO B.V. krachtens artikel 2, vijfde lid, van de Belemmeringenwet Privaatrecht (hierna: de BP) aan onder meer [appellant] een gedoogplicht opgelegd. Het gaat om het gedogen van de aanleg en instandhouding van een ondergrondse 150 kV-hoogspanningsverbinding tussen Zaltbommel en Wamel met bijkomende werken op zijn perceel in de gemeente Dreumel. TenneT heeft de minister verzocht tot oplegging van een gedoogplicht in het kader van de BP ten behoeve van de aanleg en instandhouding van een ondergrondse 150 kV-hoogspanningsverbinding. Dit verzoek is gedaan, omdat TenneT met [appellant] geen overeenstemming kon bereiken over het gebruik van zijn grond. De minister heeft het verzoek ingewilligd en heeft het daartegen door [appellant] gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1597
Datum uitspraak
8 juni 2022
  • Hoger beroep
  • RO - Overige
  • uitspraakin de zaak202105468/1/R1

202105481/1/V6

Bij besluit van 8 april 2019 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid [appellante] een boete opgelegd van € 1.250,00 en bepaald dat [appellante] de aan haar verstrekte lening moet terugbetalen. Bij brief van 30 januari 2015 heeft de minister [appellante] meegedeeld dat zij inburgeringsplichtig is. Haar inburgeringstermijn is gestart op 31 december 2014 en zij had, met twee verlengingen, tot en met 24 februari 2018 de tijd om in te burgeren. Omdat [appellante] niet voor die datum aan de inburgeringsplicht heeft voldaan, heeft de minister haar een boete opgelegd van € 1.250,00 en bepaald dat zij de lening voor het volgen van een inburgeringscursus moet terugbetalen. De rechtbank heeft geoordeeld dat de door de minister opgelegde boete van € 1.250,00 onevenredig is. Hiervoor heeft zij van belang geacht dat de minister op 14 oktober 2019 een aanvraag van [appellante] om ontheffing van de inburgeringsplicht heeft ingewilligd wegens aantoonbaar geleverde inspanningen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1632
Datum uitspraak
8 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202105481/1/V6

202106153/1/A2

Bij besluit van 6 juli 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Grave een aanvraag van [appellant sub 2] om een tegemoetkoming in planschade afgewezen. [appellant sub 2] is eigenaar van een woning aan de [locatie] in Escharen. Op 30 april 2014 is het bestemmingsplan "Generaal de Bonskazerne Velp" inwerking getreden waarmee op de gronden ten westen van zijn perceel een asielzoekerscentrum mogelijk is gemaakt. Voorheen mochten de gronden voor militaire doeleinden worden gebruikt en was er een kazerne op de gronden gevestigd. Volgens [appellant sub 2] is de waarde van zijn woning als gevolg van deze planologische wijziging gedaald. Hij heeft het college daarom verzocht om een tegemoetkoming in de schade. Bij besluit van 6 juli 2020 heeft het college de aanvraag afgewezen. Met het besluit van 15 december 2020 heeft het college dat besluit gehandhaafd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1610
Datum uitspraak
8 juni 2022
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202106153/1/A2

202106563/1/A2

Bij besluit van 17 augustus 2020 heeft het Instituut Mijnbouwschade Groningen het verzoek van [appellant] om schadevergoeding afgewezen. [appellant] is sinds 2011 eigenaar van de woning aan de [locatie] te Feerwerd. De vrijstaande woning is gebouwd in 1890. In de achtertuin van het woonhuis staat een bijgebouw uit 1960. In november 2014 en 1 april 2015 is schade als gevolg van mijnbouwactiviteiten in het Groningenveld gemeld bij de NAM. In 2015 is aardbevingsschade aan de woning behandeld en afgewikkeld. In deze procedure gaat het over scheurvorming in de vloer van het bijgebouw en de daarbij behorende aanbouw van de woning. Niet in geschil is dat voor de locatie van de woning het wettelijk bewijsvermoeden van toepassing is. Bij besluit van 18 januari 2021 heeft het Instituut geen schadevergoeding toegekend voor deze schades. De schades zijn volgens het Instituut niet het gevolg van gaswinning in Groningen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1631
Datum uitspraak
8 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202106563/1/A2

202106736/1/A3

Bij besluit van 24 oktober 2019 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat de aanvraag van [appellant] voor een Part-66 Aircraft Maintenance License voor de categorie B1.1 afgewezen. Om onderhoud aan vliegtuigen te kunnen plegen, moet een persoon in het bezit zijn van een onderhoudslicentie. Met een onderhoudslicentie kan de houder ervan aantonen dat hij beschikt over bepaalde bevoegdheden en een bepaalde ervaring. De regelgeving over deze onderhoudslicentie is opgenomen in een Europese verordening. [appellant] heeft op 19 maart 2019 bij Kiwa een aanvraag ingediend voor een onderhoudslicentie voor de categorie B1, subcategorie 1.1. Met deze licentie zou [appellant] onderhoud kunnen plegen aan vleugelvliegtuigen met turbine. Kiwa heeft [appellant] laten weten dat hij niet heeft aangetoond over genoeg praktijkervaring te beschikken om voor een onderhoudslicentie in aanmerking te komen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1624
Datum uitspraak
8 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202106736/1/A3

202108015/1/R3

Bij besluit van 16 november 2021 heeft de raad van de gemeente Borne het bestemmingsplan "Algemene herziening Borne, Hertme, Zenderen, herziening scholen Bornsche Maten" vastgesteld. Het plan voorziet in een nieuwe basisschool, bestaande uit maximaal 18 klaslokalen, met daarbij behorende voorzieningen zoals kinderopvang en buitenschoolse opvang in de 8e buurt De Horsten in de wijk Bornsche Maten. De locatie voor de nieuwe basisschool ligt ten zuiden van de [locatie]. [appellant] is eigenaar van het perceel, kadastraal bekend als Borne C 924, gelegen op ongeveer 10 m afstand van het plangebied. De woning van [appellant] aan de [locatie] staat op dit perceel. [appellant] heeft beroep ingesteld, omdat hij vreest voor een aantasting van zijn woon- en leefklimaat door het plan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1615
Datum uitspraak
8 juni 2022
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202108015/1/R3

202101316/1/V2

Bij besluit van 1 oktober 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1584
Datum uitspraak
7 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202101316/1/V2

202101460/1/V1

Bij besluit van 10 februari 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1567
Datum uitspraak
7 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202101460/1/V1

202104712/1/V1

Bij besluit van 6 november 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1571
Datum uitspraak
7 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202104712/1/V1

202105388/1/V3

Bij besluit van 31 juli 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdelingen om hun een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1587
Datum uitspraak
7 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202105388/1/V3

202107415/1/V2

Bij besluit van 3 september 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1589
Datum uitspraak
7 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202107415/1/V2

202202159/2/R3

Bij besluit van 28 juni 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Leiden aan [verzoeker] een last onder dwangsom opgelegd betreffende het pand aan [locatie] in Leiden. De last strekt ertoe dat binnen acht weken na verzending van het besluit de ventilatiepijp aan het pand wordt verwijderd en het gebruik van het pand als shisha-lounge wordt beëindigd. [verzoeker] is huurder van het pand aan [locatie] te Leiden. Hij exploiteert sinds 2013 het pand als horeca-inrichting onder de [naam]. Op 2 november 2018 heeft een toezichthouder van de gemeente Leiden geconstateerd dat op het pand een ventilatiepijp is geplaatst zonder de daartoe vereiste omgevingsvergunning. Op 13 december 2018 heeft een toezichthouder geconstateerd dat het pand hoofdzakelijk wordt gebruikt als shisha-lounge. Bij een hercontrole op 17 mei 2019 heeft een toezichthouder geconstateerd dat de situatie nog onveranderd is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1583
Datum uitspraak
7 juni 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202202159/2/R3

202202616/2/V3

Bij besluit van 24 juli 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingetrokken, bepaald dat hij Nederland onmiddellijk moet verlaten en tegen hem een inreisverbod uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1590
Datum uitspraak
7 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202202616/2/V3

202203333/2/V3

Bij besluit van 10 januari 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1634
Datum uitspraak
7 juni 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202203333/2/V3

202105423/1/V1

Bij e-mail van 26 mei 2021 en brief van 30 juli 2021 heeft het Centraal Orgaan opvang asielzoekers een verzoek van de vreemdeling om hem over te plaatsen van de versoberde opvang naar de reguliere opvang, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1566
Datum uitspraak
3 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202105423/1/V1

202200740/2/R4

Bij besluit van 14 december 2021 heeft de raad van de gemeente Lopik het bestemmingsplan "[locatie 1] en [locatie 2]" vastgesteld. Het bestemmingsplan heeft betrekking op het perceel [locatie 1] en [locatie 2] te Lopik. De beoogde ontwikkeling voorziet in het planologisch vastleggen van het bestaande gebruik van het perceel. Het perceel wordt gebruikt ten behoeve van een caravanstalling en een aannemersbedrijf. [verzoeker] is eigenaar van en woont op het naast het perceel gelegen perceel [locatie 3] te Lopik. [verzoeker] heeft de voorzieningenrechter om de hierna volgende redenen verzocht een voorlopige voorziening te treffen. [verzoeker] wijst erop dat de bestemming "Bedrijf", die op een gedeelte van het perceel rust, ruimer is dan de huidige bedrijfsbestemming. [verzoeker] vreest dat na inwerkingtreding van het plan gebruik zal worden gemaakt van de mogelijkheid om een ander bedrijf ter plaatse te vestigen, met de nodige overlast van dien.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1574
Datum uitspraak
3 juni 2022
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202200740/2/R4

202202608/2/V2

Bij besluit van 27 augustus 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1579
Datum uitspraak
3 juni 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202202608/2/V2

202203097/2/V3

Bij besluit van 17 maart 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen en het verzoek om opheffing van het tegen hem uitgevaardigde inreisverbod afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1576
Datum uitspraak
3 juni 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202203097/2/V3

202203211/2/V2

Bij besluit van 9 oktober 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1591
Datum uitspraak
3 juni 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202203211/2/V2

202104176/1/R4

Het beroep van [appellant] richt zich tegen het besluit van de raad van de gemeente Utrechtse Heuvelrug van 27 mei 2021, waarbij de raad het bestemmingsplan "Sterkenburgerlaan 63a-65, Doorn" heeft vastgesteld. [appellant] betoogt dat de gekozen planbegrenzing in strijd is met een goede ruimtelijke ordening, voor zover daarin niet ook zijn perceel is meegenomen. Hij voert daartoe aan dat het plan leidt tot versnippering van de omgeving. Volgens [appellant] had de raad met het oog op de aanwezige bebouwing in de omgeving van het plangebied, waaronder zijn perceel en dat van zijn buurman, een integrale visie voor het gehele gebied moeten ontwikkelen. Hij wijst erop dat naast het plangebied bebouwing aanwezig is achter de bestaande lintbebouwing, en de raad de kans heeft laten liggen om met het plan een aaneengesloten zone van woonbebouwing te creëren door ook zijn perceel een woonbestemming te geven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1649
Datum uitspraak
3 juni 2022
  • Mondelinge uitspraak
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202104176/1/R4

202001182/3/V3

Bij besluit van 17 juni 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en hem opgedragen Nederland binnen vier weken te verlaten (dit laatste hierna: het terugkeerbesluit).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1580
Datum uitspraak
2 juni 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202001182/3/V3

202103532/1/V2

Bij besluit van 29 juli 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1572
Datum uitspraak
2 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202103532/1/V2

202105970/1/V3

Bij besluit van 28 juli 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1534
Datum uitspraak
2 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202105970/1/V3

202200536/3/R3 en 202200536/5/R3

Bij besluit van 17 juni 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Wassenaar de aanvraag van Muntendamsche Investerings Maatschappij B.V. om handhavend op te treden tegen de bewoning van rijksmonument "Ivicke" aan de Rust en Vreugdlaan 2 te Wassenaar door [appellant sub 1] en anderen afgewezen. [appellant sub 1] en anderen hebben eerder verzocht het aan hen gerichte besluit van 18 juni 2020 te schorsen totdat in de bodemzaak op het hoger beroep is beslist. De voorzieningenrechter heeft in de uitspraak van 28 februari 2022 een oordeel gegeven over dat verzoek. Het besluit is daarbij geschorst tot drie maanden na verzending van de uitspraak van 28 februari 2022. Het college heeft verzocht om opheffing van deze bij de uitspraak van 12 mei 2022 getroffen voorlopige voorziening per 30 mei 2022.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1569
Datum uitspraak
2 juni 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202200536/3/R3 en 202200536/5/R3

202202057/3/R3

Bij besluit van 22 februari 2022 heeft raad van de gemeente Noordwijk het bestemmingsplan "[locatie]-Noordwijkerhout" vastgesteld. Het plan voorziet in de bouw van een woning aan de [locatie] in Noordwijkerhout, achter de woning van [verzoeker]. Op het perceel staat nu bebouwing voor een aannemersbedrijf. Deze bebouwing zal worden gesloopt. [verzoeker] betoogt dat de raad het besluit om het plan vast te stellen in strijd met de vereiste zorgvuldigheid heeft genomen. Hij voert in dit verband aan dat met het plan een zogeheten Greenportwoning mogelijk wordt gemaakt, waarvoor een bouwtitel is afgegeven door de Greenport Ontwikkelingsmaatschappij. Hij stelt dat de raad, omdat deze bouwtitel is afgegeven, niet zelf heeft beoordeeld of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1570
Datum uitspraak
2 juni 2022
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202202057/3/R3

202202254/2/A3

Bij besluit van 28 maart 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Laarbeek de revisievergunningen voor de [locatie 1] in Lieshout en voor de [locatie 2] in Mariahout met onmiddellijke ingang ingetrokken voor de duur van een jaar. [verzoeker] exploiteert twee varkensbedrijven aan de [locatie 1] in Lieshout en aan de [locatie 2] in Mariahout. Voor beide bedrijven is een revisievergunning verleend. Het college heeft op 11 december 2019 een bericht ontvangen van de officier van justitie als bedoeld in artikel 26 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. Daarom wil het college een onderzoek ingevolge de Wet Bibob naar [verzoeker] instellen. Het college heeft [verzoeker] in 2020 meerdere malen verzocht een vragenformulier in te vullen. [verzoeker] heeft nagelaten dat volledig te doen, waardoor volgens het college geen Bibob-onderzoek uitgevoerd kon worden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1533
Datum uitspraak
2 juni 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202202254/2/A3

202203178/2/V2

Bij besluit van 26 augustus 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1577
Datum uitspraak
2 juni 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202203178/2/V2

202203200/2/V2

Bij besluit van 24 maart 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1578
Datum uitspraak
2 juni 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202203200/2/V2

202101983/1/V1

Bij besluit van 7 januari 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1565
Datum uitspraak
1 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202101983/1/V1

202103999/1/V3

Bij besluit van 17 april 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vastgesteld dat de vreemdeling geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland meer heeft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1562
Datum uitspraak
1 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202103999/1/V3

202106483/1/V1

Bij besluit van 1 november 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1535
Datum uitspraak
1 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202106483/1/V1

202108147/1/V3

Bij besluit van 2 december 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aan de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1536
Datum uitspraak
1 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202108147/1/V3

202202544/1/V2 en 202202544/2/V2

Bij besluit van 16 september 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vastgesteld dat de vreemdeling per 18 augustus 2018 geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland meer heeft en Nederland binnen vier weken moet verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1564
Datum uitspraak
1 juni 2022
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202202544/1/V2 en 202202544/2/V2

202202796/2/V3

Bij besluit van 9 maart 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, buiten behandeling gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1563
Datum uitspraak
1 juni 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202202796/2/V3

202004537/1/A3

Bij besluit van 1 juni 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hulst het verzoek van Stichting Schone Polder om openbaarmaking van stukken over het plan Perkpolder op grond van de Wet openbaarheid van bestuur gedeeltelijk toegewezen. SSP heeft het college op grond van de Wob verzocht om openbaarmaking van een tiental categorieën stukken over het plan Perkpolder. Het college heeft een aantal stukken openbaar gemaakt en van een aantal stukken openbaarmaking geweigerd. In beroep bij de rechtbank ging het over de weigering om een vijftal categorieën documenten openbaar te maken. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college openbaarmaking van die documenten terecht heeft geweigerd. In hoger beroep gaat het alleen nog om de weigering om vier categorieën documenten openbaar te maken, namelijk de meest recente conceptplankaart met hoogtelijnen bij het Rapport van Witteveen en Bos ‘Ontwerp drainage golfterrein Perkpolder MDB221-22/17-009.131’ van 27 juni 2017.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1542
Datum uitspraak
1 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202004537/1/A3

202100574/1/A3

Bij besluit van 22 oktober 2018 heeft de burgemeester van Utrecht afwijzend beslist op de aanvraag van de vennootschap om de bij besluit van 23 juli 2013 verleende vergunning voor de exploitatie van horecabedrijf New York Pizza Utrecht Centrum te wijzigen en die vergunning ingetrokken. De burgemeester heeft op 23 juli 2013 aan [leidinggevende] in privé een vergunning verleend voor de exploitatie van het horecabedrijf. In die vergunning is [leidinggevende] als één van de leidinggevenden vermeld. Op grond van die vergunning konden klanten eten en drinken ter plaatse consumeren en afhalen. Daarnaast beschikte het bedrijf over een bezorgdienst. Op 29 mei 2018 heeft de vennootschap een aanvraag ingediend om deze exploitatievergunning te wijzigen. De aanvraag ziet op een wijziging van de rechtsvorm van een eenmanszaak in een besloten vennootschap en het bij- en afschrijven van leidinggevenden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1560
Datum uitspraak
1 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202100574/1/A3

202100856/1/A3

Bij besluit van 18 maart 2019 heeft de burgemeester van Utrecht de horeca-inrichting van [appellant], [bedrijf] aan de [locatie] te Utrecht, met ingang van 15 maart 2019 voor de duur van vijf weken gesloten. De burgemeester heeft bij besluit van 18 maart 2019 de horeca-inrichting van [appellant], [bedrijf] aan de [locatie] te Utrecht, met ingang van 15 maart 2019 voor de duur van vijf weken gesloten. De burgemeester heeft hieraan een bestuurlijke rapportage van de politie ten grondslag gelegd, waarin volgens hem onder meer is vermeld dat op vrijdag 15 maart 2019 meerdere keren is geschoten op de horeca-inrichting van [appellant], waarbij ook de daarboven gelegen woning door kogels is geraakt. Met het oog op de bescherming van de openbare orde en veiligheid en de woon- en leefomgeving heeft de burgemeester op grond van artikel 22, tweede lid, van de Horecaverordening 2018 de horeca-inrichting voor de duur van vijf weken gesloten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1541
Datum uitspraak
1 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202100856/1/A3

202101016/1/R3

Bij besluit van 26 november 2020 heeft de raad van de gemeente Lansingerland de aanvraag van [appellante] om het bestemmingsplan "Dorpsvilla de Lans, Rodenrijseweg 63" vast te stellen afgewezen. [appellante] wil op het perceel Rodenrijseweg 63 in Berkel en Rodenrijs een appartementencomplex, bestaande uit tien wooneenheden, realiseren. Het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Lint-Zuid 2017" staat dit bouwplan echter niet toe, omdat op grond van dat plan op dat perceel uitsluitend een vrijstaande eengezinswoning is toegestaan en het beoogde bouwwerk niet binnen het bouwvlak past. Het college van burgemeester en wethouders (hierna: het college) heeft de raad voorgesteld om met het ontwerpbestemmingsplan, dat beoogt te voorzien in de realisering van het bouwplan, in te stemmen. De raad heeft geweigerd het bestemmingsplan vast te stellen en heeft de aanvraag afgewezen omdat het bouwplan niet past in de "Lansingerland Structuurvisie".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1543
Datum uitspraak
1 juni 2022
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202101016/1/R3

202101134/1/A3

Bij besluit van 30 september 2019 heeft de burgemeester van Emmen aan twee medewerkers van het team Toezicht en Handhaving een machtiging verleend om zonder toestemming van de bewoner binnen te treden in de woning van [appellant], gelegen aan [locatie] te Nieuw-Weerdinge. Op 17 september 2019 hebben toezichthouders van het team Toezicht en Handhaving van de gemeente Emmen het perceel aan [locatie] te Nieuw-Weerdinge bezocht. Dit deden zij in het kader van een opgelegde last onder bestuursdwang met betrekking tot een aantal bijbehorende bouwwerken op het perceel. [appellant] heeft bij dit bezoek geweigerd om de toezichthouders toegang tot zijn woning te verschaffen. De burgemeester heeft vervolgens bij besluit van 30 september 2019 een machtiging aan de toezichthouders verleend, zodat zij zonder toestemming van [appellant] de woning konden betreden, wat zij diezelfde dag ook hebben gedaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1540
Datum uitspraak
1 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202101134/1/A3

202101363/1/R3

Bij besluit van 16 december 2020 heeft de raad van de gemeente Den Haag het bestemmingsplan "Kop Assumburgweg" vastgesteld. Het plangebied ligt in Moerwijk-Oost in het stadsdeel Escamp van de gemeente Den Haag, direct naast het station Moerwijk. Het plangebied wordt begrensd door de ecologische zone langs de Assumburgweg aan de oostzijde, de Rechterenstraat aan de zuidzijde en de Erasmusweg aan de noordwestzijde. In het plangebied staat een voormalige brandweerkazerne die in gebruik is als bedrijfsverzamelgebouw. Aangrenzend bevindt zich een woonblok. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] wonen in de omgeving van het plangebied respectievelijk aan het [locatie 1] en de [locatie 2] te Den Haag. Enka Infra B.V. en anderen bestaan uit natuurlijke personen en rechtspersonen die het bedrijfsverzamelgebouw onderhuren. [appellant sub 1], [appellant sub 2] en Enka Infra B.V. en anderen kunnen zich niet verenigen met het bestemmingsplan en hebben daarom beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1546
Datum uitspraak
1 juni 2022
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202101363/1/R3

202101702/1/R4

Bij besluit van 6 augustus 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Ede het verzoek van [appellante] om handhavend op te treden tegen het gebruik van de woning [locatie 1] in Harskamp afgewezen. [appellante] is eigenaar en bewoner van het appartement [locatie 2] in Harskamp. [appellante] heeft bij brief van 19 mei 2019 het college verzocht om handhavend op te treden tegen de bewoner van het appartement [locatie 1]. Dit appartement ligt direct boven de woning van [appellante]. Het verzoek om handhaving was ingegeven door de gestelde ervaren geluidsoverlast. Volgens [appellante] gebruikte de bewoner van [locatie 1] de woning voor bedrijfsmatige activiteiten. Concreet ging het volgens [appellante] onder meer om houtbewerkingswerkzaamheden. Dit is in strijd met het bij de omgevingsvergunning van 6 juli 2017 vergunde gebruik van het appartementengebouw voor woondoeleinden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1551
Datum uitspraak
1 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202101702/1/R4

202101962/1/R1

Bij besluit van 27 november 2020 heeft het algemeen bestuur van het Waterschap Rivierenland het projectplan "Waterwet dijkversterking Gorinchem-Waardenburg" vastgesteld. Ter uitvoering van het projectplan zijn enkele besluiten genomen. De raad van de gemeente Gorinchem en de raad van de gemeente West Betuwe hebben ieder het bestemmingsplan "Dijkversterking Gorinchem-Waardenburg" vastgesteld. Het college van gedeputeerde staten van Gelderland heeft een vergunning verleend voor ontgrondingswerkzaamheden in de Herwijnense Bovenwaard en het college van gedeputeerde staten van Gelderland heeft een vergunning gebiedsbescherming verleend op grond van de Wet natuurbescherming. Waterschap Rivierenland is als beheerder van de dijk tussen Gorinchem en Waardenburg verantwoordelijk voor de dijkversterking en heeft met het oog daarop het projectplan opgesteld. Het projectplan voorziet in versterkingsmaatregelen. Daarnaast voorziet het plan in een herinrichting van de uiterwaarden langs het dijktracé.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1561
Datum uitspraak
1 juni 2022
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Gelderland
  • RO - Zuid-Holland
  • Waterwet
  • uitspraakin de zaak202101962/1/R1

202103496/1/R4

Bij besluit van 25 maart 2021 heeft de raad van de gemeente Scherpenzeel het bestemmingsplan "Dorpsstraat-Vijverlaan" vastgesteld. Het plangebied wordt omsloten door de Dorpsstraat, de Vijverlaan en de Parklaan. Op dit moment is er in het plangebied een Aldi supermarkt gevestigd, op het perceel Dorpsstraat 238. De bedoeling is om de Jumbo aan de Marktstraat 11 te verplaatsen naar de locatie van de bestaande Aldi. De supermarkt van Aldi verhuist dan naar de locatie van de Jumbo. Het voornemen bestaat om alle bestaande bebouwing binnen het plangebied te slopen en te vervangen door een nieuw gebouw. Op de begane grond komt een supermarkt met een bruto vloeroppervlakte van 1830 m2, exclusief laad- en losruimte. Boven de supermarkt zijn 24 sociale huurappartementen voorzien, verdeeld over twee bouwlagen. A.J. Real Estate en Woonstede zijn de initiatiefnemers van het project.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1539
Datum uitspraak
1 juni 2022
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202103496/1/R4

202103591/1/A3

Bij besluit van 11 juli 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Purmerend geweigerd om aan [appellant] een uittreksel te verstrekken uit de basisregistratie persoonsgegevens van de adresgegevens van zijn kinderen. Op 7 juni 2019 heeft [appellant] het college verzocht om hem een uittreksel uit de brp te verstrekken met de huidige woonplaats van zijn kinderen omdat hij de kinderen al een jaar niet heeft gezien. Bij het in bezwaar gehandhaafde besluit van 11 juli 2019 heeft het college dit verzoek afgewezen omdat de kinderen geheimhouding hebben van hun gegevens. [appellant] doet het verzoek niet ten behoeve van de minderjarige kinderen, maar voor zichzelf. Dat betekent dat hij een derde is. Verstrekking van een uittreksel is alleen toegestaan met schriftelijke toestemming van de betrokkene. Hij kan geen beroep doen op het bepaalde in artikel 2.55 van de Wet basisregistratie persoonsgegevens.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1538
Datum uitspraak
1 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202103591/1/A3

202104736/1/A2

Bij besluit van 6 januari 2020 heeft de directie van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen aan [appellant] een Educatieve Maatregel Gedrag en Verkeer opgelegd. Op 17 december 2019 heeft een politieagent van de eenheid Oost-Nederland [appellant] staande gehouden omdat hij met zijn bestelbus verschillende verkeersovertredingen beging. De korpschef van de politie-eenheid Oost-Nederland heeft vervolgens een mededeling als bedoeld in artikel 130, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 aan het CBR gedaan. De korpschef heeft in de mededeling vijf gedragingen van [appellant] opgenomen, namelijk onnodig links rijden, het overschrijden van een doorgetrokken streep, het niet volgen van de juiste rijbaan op een rotonde, het niet gebruiken van de richtingaanwijzers en het tweemaal negeren van een stopteken van de politie. Het CBR heeft op basis van de zogenoemde artikel 130-mededeling aan [appellant] bij het besluit van 6 januari 2020 een EMG opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1552
Datum uitspraak
1 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202104736/1/A2

202104862/1/R3

Bij besluit van 11 december 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag geweigerd een omgevingsvergunning te verlenen voor het plaatsen van een kiosk aan het Paul Krugerplein. Op 19 maart 2018 heeft [appellant] een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning voor de activiteiten bouwen en handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening ten behoeve van het plaatsen van een kiosk aan het Paul Krugerplein, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a en c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Het college heeft bij besluit van 11 december 2020 geweigerd de omgevingsvergunning te verlenen onder toepassing van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure, zoals neergelegd in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Het besluit vermeldt dat belanghebbenden binnen zes weken na bekendmaking daarvan een beroepschrift kunnen indienen bij de rechtbank Den Haag.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1553
Datum uitspraak
1 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202104862/1/R3
vorige pagina1...197198199...1.241volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon