Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 124.727
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202002993/1/V6 en 202004965/1/V1

Bij besluiten van 7 november 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het Nederlanderschap van [appellant] ingetrokken krachtens artikel 14, vierde lid, van de Rijkswet op het Nederlanderschap en hem ongewenst verklaard krachtens artikel 67, eerste lid, aanhef en onder c en e, van de Vw 2000. De staatssecretaris heeft zijn Nederlanderschap krachtens artikel 14, vierde lid, van de RWN ingetrokken, omdat hij zich heeft aangesloten bij een organisatie die deelneemt aan een internationaal gewapend conflict en een bedreiging vormt voor de Nederlandse nationale veiligheid. De staatssecretaris heeft in dit verband verwezen naar het vonnis van de meervoudige strafkamer van de rechtbank Rotterdam van 30 januari 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:733. Daarin is onder meer bewezen verklaard dat [appellant] in de periode van 7 december 2014 tot en met 20 februari 2017 in Syrië heeft verbleven en zich in die periode heeft aangesloten bij Jabhat al-Nusra (thans Hay'at Tahrir al-Sham).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:938
Datum uitspraak
30 april 2021
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • Ongewenstverklaring
  • uitspraakin de zaak202002993/1/V6 en 202004965/1/V1

202002999/1/V6 en 202004966/1/V1

Bij besluiten van 7 november 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het Nederlanderschap van [appellante] ingetrokken krachtens artikel 14, vierde lid, van de Rijkswet op het Nederlanderschap (hierna: de RWN) en haar ongewenst verklaard krachtens artikel 67, eerste lid, aanhef en onder c en e, van de Vw 2000. De staatssecretaris heeft haar Nederlanderschap krachtens artikel 14, vierde lid, van de RWN ingetrokken, omdat zij zich heeft aangesloten bij een organisatie die deelneemt aan een internationaal gewapend conflict en een bedreiging vormt voor de Nederlandse nationale veiligheid. De staatssecretaris heeft in dit verband verwezen naar het individueel ambtsbericht van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst van 12 maart 2018 (hierna: het individueel ambtsbericht). Daarin staat dat [appellante] ten minste sinds eind 2013 in Syrië is en in 2017 een leidinggevende rol heeft vervuld bij het Nusaybah bataljon, een onderdeel van ISIS.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:931
Datum uitspraak
30 april 2021
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • Ongewenstverklaring
  • uitspraakin de zaak202002999/1/V6 en 202004966/1/V1

202003001/1/V6 en 202004155/1/V1

Bij besluiten van 21 januari 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het Nederlanderschap van [appellant] ingetrokken krachtens artikel 14, vierde lid, van de Rijkswet op het Nederlanderschap en hem ongewenst verklaard krachtens artikel 67, eerste lid, aanhef en onder c en e, van de Vw 2000. [appellant] is geboren op [geboortedatum] in [plaats]. Bij geboorte verkreeg hij van rechtswege de Marokkaanse nationaliteit. Op 13 februari 1995 is [appellant] door zijn vader erkend en sinds die datum heeft hij ook de Nederlandse nationaliteit. De staatssecretaris heeft zijn Nederlanderschap krachtens artikel 14, vierde lid, van de RWN ingetrokken, omdat hij zich heeft aangesloten bij een organisatie die deelneemt aan een internationaal gewapend conflict en een bedreiging vormt voor de Nederlandse nationale veiligheid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:937
Datum uitspraak
30 april 2021
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • Ongewenstverklaring
  • uitspraakin de zaak202003001/1/V6 en 202004155/1/V1

202003135/1/V6 en 202004970/1/V1

Bij besluiten van 27 februari 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het Nederlanderschap van [appellant] ingetrokken krachtens artikel 14, vierde lid, van de Rijkswet op het Nederlanderschap en hem ongewenst verklaard krachtens artikel 67, eerste lid, aanhef en onder c en e, van de Vw 2000. De staatssecretaris heeft zijn Nederlanderschap krachtens artikel 14, vierde lid, van de RWN ingetrokken, omdat hij zich heeft aangesloten bij een organisatie die deelneemt aan een internationaal gewapend conflict en een bedreiging vormt voor de Nederlandse nationale veiligheid. De staatssecretaris heeft in dit verband verwezen naar het vonnis van de meervoudige strafkamer van de rechtbank Rotterdam van 19 juli 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:5872. Daarin is bewezen verklaard dat [appellant] in de periode van 12 augustus 2014 tot en met 5 juni 2017 te Syrië, heeft deelgenomen aan een organisatie, namelijk Islamitische Staat (IS), welke organisatie tot oogmerk had het plegen van terroristische misdrijven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:929
Datum uitspraak
30 april 2021
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • Ongewenstverklaring
  • uitspraakin de zaak202003135/1/V6 en 202004970/1/V1

202003184/1/V6 en 202004969/1/V1

Bij besluiten van 10 mei 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het Nederlanderschap van [appellante] ingetrokken krachtens artikel 14, vierde lid, van de Rijkswet op het Nederlanderschap en haar ongewenst verklaard krachtens artikel 67, eerste lid, aanhef en onder c en e, van de Vw 2000. De staatssecretaris heeft haar Nederlanderschap krachtens artikel 14, vierde lid, van de RWN ingetrokken, omdat zij zich heeft aangesloten bij een organisatie die deelneemt aan een internationaal gewapend conflict en een bedreiging vormt voor de Nederlandse nationale veiligheid. De staatssecretaris heeft in dit verband verwezen naar het individueel ambtsbericht van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst van 2 mei 2019. Daarin staat dat zij op 8 september 2016 is uitgereisd naar Syrië en sindsdien, dus ook na 11 maart 2017, is aangesloten bij ISIS en dat zij tot medio maart 2019 in ISIS-gecontroleerd gebied in Syrië heeft verbleven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:930
Datum uitspraak
30 april 2021
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • Ongewenstverklaring
  • uitspraakin de zaak202003184/1/V6 en 202004969/1/V1

202006893/1/V3

Bij besluit van 5 augustus 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:942
Datum uitspraak
30 april 2021
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202006893/1/V3

202101268/2/R3

Bij besluit van 9 december 2020 heeft de raad van de gemeente Westerwolde het bestemmingsplan "Ter Apel Dorp, partiële herziening Rundehaven" vastgesteld. Het plan ziet op de tweede fase van de ontwikkeling van de woonwijk Rundehaven waarbij 40 vrijstaande woningen worden mogelijk gemaakt. In het voorgaande plan "Ter Apel Dorp" uit 2013 (hierna: het plan uit 2013) was de bouw van 40 woningen in het gebied ook al mogelijk gemaakt. Het voorliggende plan voorziet echter in een andere verkavelingsopzet. [appellanten sub 1] en [appellanten sub 2] wonen tegenover het plangebied aan onderscheidenlijk de locatie A] en [locatie B] te Ter Apel. Zij richten zich tegen het plan vanwege de nadelige gevolgen voor hun woon- en leefklimaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:932
Datum uitspraak
30 april 2021
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Groningen
  • uitspraakin de zaak202101268/2/R3

202101535/1/V3

Bij besluit van 15 februari 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld. Bij besluit van 29 oktober 2020 heeft de staatssecretaris de verblijfsvergunning regulier van de vreemdeling ingetrokken omdat de vreemdeling eerder langer dan zes achtereenvolgende maanden buiten Nederland heeft verbleven. Hij heeft dit besluit per post naar het laatst bekende adres van de vreemdeling verzonden maar daarna per post weer retour ontvangen. De vreemdeling is op 22 januari 2021 in persoon geïnformeerd over het besluit tot intrekking. Deze zaak gaat over de vraag of de staatssecretaris het besluit tot intrekking op de voorgeschreven wijze bekend heeft gemaakt. Daarmee hangt samen de vraag of de vreemdeling al dan niet rechtmatig in Nederland verbleef toen hij op 15 februari 2021 krachtens artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000 in bewaring werd gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:936
Datum uitspraak
30 april 2021
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202101535/1/V3

202102530/2/V2

Bij besluit van 10 maart 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:943
Datum uitspraak
30 april 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202102530/2/V2

202006419/1/V1

Bij besluiten van 18 september 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1042
Datum uitspraak
29 april 2021
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202006419/1/V1

202101859/1/R4

Bij besluit van 26 november 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Eersel onder oplegging van een dwangsom gelast om vóór 1 januari 2021 de opslag van meer dan 1.500 m³ aan mest op het perceel gemeente Eersel, sectie […], nr. […] te beëindigen. Op 31 augustus en 8 september 2020 hebben twee toezichthouders van de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant geconstateerd dat op het perceel meer dan 1.500 m³ aan vaste mest werd opgeslagen voor een periode langer dan 6 maanden. Naar aanleiding van die controle heeft het college op 18 september 2020 aan [verzoekers] kenbaar gemaakt voornemens te zijn om daartegen handhavend op te treden. Volgens het college wordt met de opslag een aantal wettelijke bepalingen overtreden. Aan [verzoekers] is verzocht om de overtreding te beëindigen. Op 8 oktober 2020 heeft er wederom een controle plaatsgevonden. Omdat toen is geconstateerd dat de overtreding niet is beëindigd, heeft het college besloten om een last onder dwangsom op te leggen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:925
Datum uitspraak
29 april 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202101859/1/R4

202102221/2/V3

Bij besluiten van 4 maart 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om aan hen een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:935
Datum uitspraak
29 april 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202102221/2/V3

202102740/2/V3

Bij besluit van 18 februari 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:934
Datum uitspraak
29 april 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202102740/2/V3

202101594/3/R1

Tijdens de zitting op 6 april 2021 hebben [verzoeker] en anderen verzocht om wraking van mr. S.F.M. Wortmann bij de behandeling van het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening in zaak nr. 202101594/2/R1. [verzoeker] en anderen hebben aan hun verzoek om wraking ten grondslag gelegd dat de Raad van State advies heeft uitgebracht over in deze zaak aan de orde zijnde wet- en regelgeving inzake de fysieke leefomgeving, namelijk de Omgevingswet en de uitvoeringsbesluiten, de Wet milieubeheer en het in het besluit vermelde Bouwbesluit 2012 en staatsraad Wortmann bij die advisering betrokken was. Hij heeft in dat verband een beroep gedaan op het arrest van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens van 6 mei 2003, inzake Kleyn en anderen tegen Nederland, zaak nrs. 39343/98, 39651/98, 43147/98 en 46664/99.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:924
Datum uitspraak
29 april 2021
  • Wraking
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202101594/3/R1

202002645/1/V2

Bij besluit van 15 december 2016 (besluit 1) heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van vreemdeling 1 om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen, hem opgedragen Nederland onmiddellijk te verlaten en tegen hem een inreisverbod uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:880
Datum uitspraak
28 april 2021
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202002645/1/V2

202004403/2/R2

Bij besluit van 16 juni 2020 heeft de raad van de gemeente Eindhoven het bestemmingsplan "IV De Bergen (Heilige Geeststraat-Willemstraat)" vastgesteld. Het plan voorziet tussen de Willemstraat en de Heilige Geeststraat in Eindhoven in de ontwikkeling van een ten tijde van de vaststelling van het plan grotendeels onbebouwd terrein dat wordt gebruikt als particulier parkeerterrein. Meba Verdi B.V. is de ontwikkelaar van het plangebied. Het plan maakt de bouw van 3 appartementen aan de Heilige Geeststraat mogelijk. Daarnaast voorziet het plan in de realisatie van 45 appartementen op het middenterrein en in de renovatie van de bestaande panden aan de Willemstraat tot 2 winkels en 6 appartementen. [verzoeker sub 2] en anderen en [verzoeker sub 1] wonen allen in de omgeving van het plangebied. Zij zijn het niet eens met het vastgestelde plan. [verzoeker sub 2] en anderen en [verzoeker sub 1] vrezen onder meer voor de aantasting van hun woon- en leefklimaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:882
Datum uitspraak
28 april 2021
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202004403/2/R2

202005437/1/V2

Bij besluiten van 15 oktober 2018 en 4 september 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen om ten behoeve van de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen. De vreemdeling betoogt in zijn hogerberoepschrift terecht dat de rechtbank niet heeft onderkend dat de staatssecretaris de belangenafweging op grond van artikel 8 van het EVRM in dit geval niet deugdelijk heeft gemotiveerd. In die belangenafweging zijn een aantal elementen niet kenbaar door de staatssecretaris meegewogen. Het gaat dan om de door de vreemdeling naar voren gebrachte individuele omstandigheid dat hij weliswaar met referent getrouwd is terwijl hij niet in het bezit was van een verblijfsvergunning in Nederland, maar wel zijn aanvraag vanuit zijn land van herkomst heeft ingediend en afgewacht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:927
Datum uitspraak
28 april 2021
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202005437/1/V2

202101755/1/V3

Bij besluit van 14 februari 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:884
Datum uitspraak
28 april 2021
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202101755/1/V3

202101955/2/V3

Bij besluit van 28 oktober 2016 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om krachtens artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: de Vw 2000) te bepalen dat haar uitzetting achterwege blijft, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:886
Datum uitspraak
28 april 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202101955/2/V3

201708552/1/A3

Bij besluit van 17 december 2015 heeft de korpschef van politie een besluit genomen op een verzoek van [verzoeker] op grond van de Wet openbaarheid van bestuur. Bij brieven van 6 oktober 2015 heeft [verzoeker] met een beroep op de Wob verzocht om openbaarmaking van informatie in diverse documenten over de bedrijven [bedrijf A] en [bedrijf B]. In de verzoeken vermeldt [verzoeker] onder meer als voorbeelden van documenten onderzoeken, evaluaties, rapportages, overzichten, notulen, beleidsdocumenten, meldingen en mutaties. Bij besluiten van 17 december 2015 en 6 juli 2016 heeft de korpschef de verzoeken afgewezen. De rechtbank heeft overwogen dat het niet evident is dat in alle verzochte documenten informatie staat over de functionaliteit van technische hulpmiddelen. Ook is het niet evident dat het om bedrijfs- en fabricagegegevens gaat die vertrouwelijk aan de politie zijn medegedeeld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:911
Datum uitspraak
28 april 2021
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak201708552/1/A3

201802310/1/A2

Bij besluit van 23 september 2015 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hendrik-Ido-Ambacht het verzoek van T.S. Agro e.a. om schadevergoeding afgewezen. In geschil is of T.S. Agro e.a. aanspraak kunnen maken op vergoeding van schade die volgens hen het gevolg is van onrechtmatige besluiten van het college van 9 november 1993 en van 6 september 1994. T.S. Agro e.a. en de gemeente hebben in 1991 en 1992 overeenkomsten gesloten over de ontwikkeling en realisatie van een golfterrein op gronden in Hendrik-Ido-Ambacht die T.S. Agro Beheer e.a. in eigendom hadden verworven. Het college heeft in 1993 aan Stichting Golfbaan ‘De Peeregaard’ een vergunning verleend voor het oprichten en in werking hebben van een golfbaan. De Afdeling heeft bij uitspraken van 30 juni 1995 de vergunning alsnog geweigerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:905
Datum uitspraak
28 april 2021
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak201802310/1/A2

201902308/2/A1

Bij tussenuitspraak van 11 maart 2020, ECLI:NL:RVS:2020:642, heeft de Afdeling het college van burgemeester en wethouders van Sluis opgedragen om binnen zestien weken na verzending van die uitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van 25 juli 2018 te herstellen. Droompark is eigenaar en exploitant van het verblijfsrecreatieterrein Droompark Bad MeerSee gelegen aan de Sint Jansdijk 8a te Nieuwvliet. Het park is onderdeel van een groot aantal parken dat landelijk opereert onder de naam Droomparken. Somnium is het verkoopbedrijf van Droomparken. Zij verkoopt en verhuurt kavels en chalets op de parken. Droompark heeft op 12 mei 2017 een aanvraag ingediend bij het college om tien chalets van het type Cube Maximaal in de kleur "Pure White" op het park te realiseren. Het college heeft geweigerd om omgevingsvergunning te verlenen omdat de chalets niet voldoen aan redelijke eisen van welstand.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:901
Datum uitspraak
28 april 2021
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak201902308/2/A1

201902543/1/A2

Bij besluit van 19 april 2018 heeft de directie van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (hierna: het CBR) het rijbewijs van [appellant] ongeldig verklaard. Bij besluit van 1 oktober 2015 is aan [appellant] een Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer opgelegd omdat bij onder invloed van alcohol een auto heeft bestuurd. Door het volgen van de EMA kan [appellant] het door het rijden onder invloed ontstane vermoeden van ongeschiktheid wegnemen. [appellant] heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Bij besluit van 21 december 2015 heeft het CBR dit bezwaar ongegrond verklaard. [appellant] heeft hiertegen geen beroep ingesteld zodat de opgelegde EMA in rechte vaststaat. Bij het besluit van 19 april 2018 heeft het CBR het rijbewijs van [appellant] ongeldig verklaard omdat hij door niet op de cursus te verschijnen niet heeft meegewerkt aan de EMA. Dit besluit is in bezwaar door het CBR gehandhaafd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:907
Datum uitspraak
28 april 2021
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak201902543/1/A2

201904459/2/R2

Bij tussenuitspraak van 15 april 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1064, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Moerdijk opgedragen om binnen 26 weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van de raad van 18 april 2019 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Kadedijk naast nummer 126" te herstellen. De Afdeling heeft in 15.6 van de tussenuitspraak overwogen dat niet is gebleken dat in het rapport "Locatiespecifiek onderzoek spuitzonering "BP Kadedijk naast nummer 129" van 9 september 2019 (hierna: het eerste spuitzonerapport) rekening is gehouden met drift afkomstig van het landbouwperceel R 93 van [appellant] ten oosten van het plangebied. Het onderzoek is in zoverre onzorgvuldig.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:915
Datum uitspraak
28 april 2021
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak201904459/2/R2

201905638/1/A2

Bij besluit van 10 oktober 2016 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat [appellant] een schadevergoeding van € 16.250,00, te vermeerderen met de wettelijke rente, toegekend. [appellant] is sinds 21 november 1977 eigenaar van de woning aan de [locatie] te [plaats]. De woning is gelegen in de nabijheid van de A1. [appellant] heeft de minister verzocht om vergoeding van de schade die hij heeft geleden als gevolg van het besluit van 21 maart 2011 tot vaststelling van het Tracébesluit weguitbreiding Schiphol-Amsterdam-Almere en het besluit van 23 september 2014 tot wijziging van dat tracébesluit. Het Tracébesluit 2011 voorziet onder meer in de verbreding van de A1 en de aanleg van een busbaan ter hoogte van de woning. Het Tracébesluit 2014 voorziet onder meer in de aanleg van een nieuwe spoorbrug over de A1 ter hoogte van de woning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:899
Datum uitspraak
28 april 2021
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak201905638/1/A2

201906612/1/A2

Bij besluit van 24 april 2019 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat [appellante] een schadevergoeding van € 1.937,00, te vermeerderen met de wettelijke rente, toegekend. [appellante] is sinds 1 oktober 1995 huurder van de woning aan de [locatie] te Amsterdam. Op 26 juni 2018 heeft [appellante] de minister verzocht om vergoeding van de schade die zij heeft geleden als gevolg van de aanleg van de A9 Gaasperdammerweg als tunnel. Aan de aanvraag heeft zij ten grondslag gelegd dat zij overlast van de werkzaamheden ten behoeve van de uitvoering van het project heeft ondervonden en dat de overlast tevens tot gemiste inkomsten uit de exploitatie van een kinderdagverblijf in de woning heeft geleid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:889
Datum uitspraak
28 april 2021
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak201906612/1/A2

201907084/1/A2

Bij besluit van 10 oktober 2017 heeft de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een aanvraag van [appellante] om een subsidie voor energiebesparende maatregelen afgewezen. [appellante] heeft op 17 april 2017 een subsidie van € 19.875,00 aangevraagd op grond van de Subsidieregeling energiebesparing eigen huis om aan een gebouw aan de [locatie] in Rijsbergen energiebesparende maatregelen te treffen. De aangevraagde maatregelen bestaan uit het aanbrengen van dak-, gevel, en vloerisolatie, het plaatsen van HR++ glas en een aantal aanvullende energiebesparende maatregelen. De minister heeft de aanvraag afgewezen en de afwijzing bij het besluit van 17 mei 2018 gehandhaafd, omdat deze niet voldoet aan artikel 2 van de Regeling.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:900
Datum uitspraak
28 april 2021
  • Hoger beroep
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak201907084/1/A2

201907141/1/R3

Bij besluit van 21 februari 2019, kenmerk 2019/15438, heeft het college van gedeputeerde staten van Limburg goedkeuring verleend aan het eindplan van Centrale Zandwinning Weert B.V. voor de groeve omgeving IJzeren Man in het kader van de aan CZW verleende ontgrondingsvergunning. Bij besluit van 28 juli 2016 heeft het college de vergunning voor het ontgronden van percelen gewijzigd. De Afdeling heeft bij uitspraak van 28 juni 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1720, het hiertegen door onder andere de stichting ingestelde beroep ongegrond verklaard. De genoemde ontgrondingsvergunning is daarmee onherroepelijk geworden. Op 8 februari 2019 heeft CZW bij het college het eindplan ingediend. Het college heeft bij besluit van 21 februari 2019 goedkeuring verleend aan dit eindplan. De Stichting Groen Weert kan zich niet verenigen met de goedkeuring van het eindplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:904
Datum uitspraak
28 april 2021
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Ontgrondingen
  • uitspraakin de zaak201907141/1/R3

201907630/1/R1

Bij besluit van 24 maart 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam geweigerd om aan Kess Corporation N.V. een omgevingsvergunning te verlenen voor het omzetten van het gebruik van de begane grond van detailhandel naar horeca eten-drinken van het gebouw op het perceel Jan Pieter Heijestraat 84 in Amsterdam. Op het perceel rust ingevolge het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Oud-West" de bestemming "Gemengde Doeleinden". Het gebruik van het gebouw voor horeca ‘eten-drinken’ op de begane grond is daarmee in strijd. Volgens Kess Corporation N.V. zijn er meerdere bouwblokken aan de Jan Pieter Heijestraat waar, in strijd met de Horecanota, meer dan twee horecagelegenheden aanwezig zijn, zodat ook aan haar een omgevingsvergunning voor het gebruik van het perceel voor horeca ‘eten-drinken’ moet worden verleend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:916
Datum uitspraak
28 april 2021
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak201907630/1/R1

201908422/1/R4

Bij besluit van 1 december 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Ede aan Stichting Hoogte 50 een omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van een uitkijkpunt op De Belt in Wekerom. [appellant] en anderen wonen, of zijn eigenaar van percelen, in de omgeving van de voormalige vuilstortplaats "De Belt". De stortplaats is vanaf 1929 tot 1988 in gebruik geweest. In 1993 is een afdeklaag over de stortplaats aangebracht. Op 1 december 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Ede een omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van een uitkijktoren op de voormalige vuilstortplaats. Het college heeft het verzoek om handhavend optreden afgewezen, omdat er voor de uitkijktoren een omgevingsvergunning is verleend. [appellant] vreest voor vervuiling van zijn percelen met vervuild grondwater doordat de afdeklaag is beschadigd door het storten van de fundering voor de uitkijktoren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:895
Datum uitspraak
28 april 2021
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak201908422/1/R4

201908520/1/R1

Bij besluit van 8 oktober 2019 heeft de raad van de gemeente Peel en Maas het bestemmingsplan "[locatie 1] te Helden" vastgesteld. Bij besluit van 8 oktober 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Peel en Maas een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bedrijfsgebouw aan de [locatie 2] te Helden verleend. Het plan maakt een kleinschalig bedrijventerrein mogelijk op het perceel van een voormalige glastuinbouwlocatie met bedrijfswoning. Het plangebied ligt naast het bestaande bedrijventerrein "Panningen" en vormt een uitbreiding van dat bedrijventerrein. De locatie van de bedrijfswoning heeft in het plan een woonbestemming gekregen. Het gedeelte van het plangebied dat een bedrijfsbestemming heeft gekregen, heeft drie bouwvlakken.Initiatiefnemer van de herontwikkeling is [partij], die haar bouwbedrijf naar het plangebied wil verplaatsen. De op 8 oktober 2019 verleende omgevingsvergunning heeft betrekking op de bouw van haar bedrijfsgebouw op het meest noordelijk gelegen bouwvlak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:892
Datum uitspraak
28 april 2021
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Bouwen
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak201908520/1/R1

201908763/1/R1

Bij besluit van 5 september 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Heemstede [appellanten] onder oplegging van een dwangsom van € 1.000,00 per dag, met een maximum van € 10.000,00, gelast om de zwarte glimmende dakpannen op het dak van de woning aan de [locatie A] te Heemstede te vervangen door rode dakpannen. De bestaande dakpannen op hun woning hebben een rode, matte kleur. Zij hebben deze rode dakpannen vervangen door zwarte glimmende dakpannen. Het college heeft aan [appellanten] een last onder dwangsom opgelegd, omdat het vervangen van de rode dakpannen op de woning door zwart keramische dakpannen in strijd is met artikel 12 van de Woningwet. Volgens het college zijn de zwarte dakpannen in ernstige mate in strijd met de redelijke eisen van welstand.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:919
Datum uitspraak
28 april 2021
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak201908763/1/R1

202000565/1/R1

Bij besluit van 2 november 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam [appellant] een last onder dwangsom opgelegd om de uitbreiding met 4 hotelkamers op de onderste verdieping in het pand aan de [locatie], inclusief alle badkamers, toiletruimtes, scheidingswanden, toegangsdeuren of andere aan hotelmatig gebruik gerelateerde zaken te verwijderen en terug te brengen in de vergunde toestand. [appellant] exploiteert een hotel op de verdiepingen (tweede en derde bouwlaag). Het pand is aangewezen als rijksmonument. Op grond van het bestemmingsplan "Haarlemmerbuurt/Westelijke eilanden" was het exploiteren van een hotel uitsluitend in de tweede en derde bouwlaag van het pand toegestaan. [appellant] heeft zonder omgevingsvergunning in strijd met het bestemmingsplan op de begane grond 4 hotelkamers gebouwd. Niet in geschil is dat deze hotelkamers nooit in gebruik zijn geweest.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:906
Datum uitspraak
28 april 2021
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202000565/1/R1

202000743/1/R4

Bij brief van 3 mei 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Alphen aan den Rijn zijn beslissing om op 2 mei 2018 spoedeisende bestuursdwang toe te passen over het asbest dat is vrijgekomen door de brand op het perceel [locatie] te Hazerswoude-Dorp, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college aan [appellant] meegedeeld dat de kosten daarvan op hem zullen worden verhaald. [appellant] is eigenaar van het perceel en exploiteert daarop onder meer een melkveehouderij. In de ochtend van 2 mei 2018 heeft een brand gewoed in de veestal en de opslagschuur op het perceel. Daarbij is asbest vrijgekomen. Het asbest heeft zich verspreid over de aan het perceel grenzende woonwijk. Het college heeft op 2 mei 2018 spoedeisende bestuursdwang toegepast inhoudende dat het asbest dat is vrijgekomen door de brand en zich heeft verspreid over de (woon-)omgeving, wordt geïnventariseerd en verwijderd. Volgens het college heeft [appellant] onder meer in strijd gehandeld met artikel 17.1 van de Wet milieubeheer.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:888
Datum uitspraak
28 april 2021
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202000743/1/R4

202000748/1/R3

Bij besluit van 3 augustus 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Deventer aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het verbouwen van een winkel en kantoorpand tot een restaurant op het perceel [locatie 1] te Deventer. [vergunninghouder] is mede-eigenaar van het pand dat is gelegen aan de [locatie 1] te Deventer. Het pand loopt door tot aan de Spijkerboorsteeg. [vergunninghouder] heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor het intern verbouwen van de begane grond en de kelder en het gebruiken van het pand voor een horecabedrijf. Het college heeft de omgevingsvergunning verleend voor de activiteit bouwen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:902
Datum uitspraak
28 april 2021
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202000748/1/R3

202000973/1/R1

Bij besluit van 5 februari 2019 heeft het college aan de Hersteld Hervormde Gemeente Tholen een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een kerk op het perceel Grindweg 49a te Tholen en het gebruik van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan. Het college heeft de omgevingsvergunning verleend en hier het volgende voorschrift aan verbonden: "Het gebruik van het kerkgebouw is toegestaan onder de voorwaarde dat een goed woon- en leefklimaat voor de omgeving gegarandeerd is en blijft. In paragraaf 5.5 van de ruimtelijke onderbouwing is ten aanzien van het aspect milieuzonering' geconcludeerd dat dit geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van dit plan. Bij het aanbrengen van een luidklok in de toekomst moet middels een akoestisch onderzoek worden aangetoond dat de geldende geluidsnormen voor het gebiedstype rustige woonwijk' uit de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' niet worden overschreden zodat een goed woon- en leefklimaat gehandhaafd blijft."

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:910
Datum uitspraak
28 april 2021
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Bouwen
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202000973/1/R1

202001192/1/R1

Bij besluit van 21 december 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Pijnacker-Nootdorp [appellant] medegedeeld dat geen omgevingsvergunning van rechtswege is ontstaan. Bij brief van 24 augustus 2017 heeft het college aan [appellant] medegedeeld dat het voornemens is een last onder dwangsom op te leggen wegens een zonder omgevingsvergunning gebouwde overkapping op het voorerf van het perceel [locatie] in Nootdorp. In reactie daarop heeft [appellant] bij brief van 28 september 2017 een zienswijze ingediend over het voornemen van het college. De zienswijze bevat volgens [appellant] tevens het verzoek om een omgevingsvergunning te verlenen. Omdat op dit verzoek volgens [appellant] niet tijdig is beslist, heeft hij op 1 december 2017 het college verzocht over te gaan tot bekendmaking van de van rechtswege ontstane omgevingsvergunning. Bij het besluit van 21 december 2017 heeft het college meegedeeld dat geen vergunning van rechtswege is ontstaan, omdat geen formele aanvraag is ingediend.

Datum uitspraak
28 april 2021
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202001192/1/R1

202002474/1/R3

Bij besluit van 28 januari 2020 heeft de raad van de gemeente Brielle het bestemmingsplan "Omgevingsplan Buitengebied Brielle" vastgesteld. Met het plan dat nu ter beoordeling staat, beoogt de raad een actuele planologische regeling te geven voor het buitengebied en daar verschillende nieuwe ontwikkelingen mogelijk te maken. Het plan is een zogenoemd ‘bestemmingsplan met verbrede reikwijdte’. Dit betekent dat de raad gebruik heeft gemaakt van extra mogelijkheden voor de inrichting van het bestemmingsplan op basis van artikel 2.4 van de Crisis- en herstelwet in verbinding met artikel 7c van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet. De raad wil hiermee anticiperen op de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:913
Datum uitspraak
28 april 2021
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202002474/1/R3

202002550/1/A3

Bij besluit van 26 maart 2018 heeft de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit naar aanleiding van een verzoek besloten om documenten met toepassing van de Wet openbaarheid van bestuur openbaar te maken. De minister heeft op 29 augustus 2017 het verzoek gekregen om een lijst met namen van bedrijven waar in 2007 en 2008 Q-koorts heerste, te verstrekken. In aanvulling op dat verzoek heeft verzoekster bij brief van 7 september 2017 benadrukt dat het van belang is om te weten of de met Q-koorts besmette bedrijven in 2007 en 2008 dieren lieten slachten in slachthuizen. Als die gegevens beschikbaar zijn, wil verzoekster ook die gegevens hebben. Verzoekster heeft verklaard dat de gegevens van belang waren in een procedure die zij voerde tegen haar werkgever op grond van artikel 7:658 van het Burgerlijk Wetboek. De minister heeft het verzoek aangemerkt als een verzoek op grond van de Wet openbaarheid van bestuur

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:903
Datum uitspraak
28 april 2021
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202002550/1/A3

202002670/1/A3

Bij besluit van 29 oktober 2018 heeft de korpschef van politie het verzoek van [appellant] om op zijn wapenverlof een pistool met bijbehorende wisselset bij te schrijven en een geweer daarvan af te schrijven afgewezen. Bij besluit van 7 juni 2019 heeft de minister van Justitie en Veiligheid het door [appellant] daartegen ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard.[appellant] is sinds 1993 beoefenaar van de schietsport. Hij is lid van de [schietsportvereniging] te [plaats]. Aan [appellant] is verlof verleend voor het voorhanden hebben van vier kogelgeweren, een pistool, een loop, twee wissellopen, twee kasten en twee wisselsets. De korpschef heeft dit verzoek afgewezen op grond van artikel 7, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet wapens en munitie, omdat de voor het verzoek aangeleverde bescheiden van [appellant] volgens de korpschef niet in orde waren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:917
Datum uitspraak
28 april 2021
  • Hoger beroep
  • Wapens en munitie
  • uitspraakin de zaak202002670/1/A3

202002708/1/A3

Bij besluit van 6 augustus 2018 heeft de directeur van het agentschap College ter beoordeling van geneesmiddelen namens de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit beslist op een verzoek van Boehringer Ingelheim Animal Health op grond van de Wet openbaarheid van bestuur om informatie over het diergeneesmiddel Bovilis BVD. Bij besluit van 23 juni 2017 heeft het College ter beoordeling van geneesmiddelen een wijziging in de samenvatting van de productiekenmerken, ook wel het "summary of product characteristics", van het diergeneesmiddel Bovilis BVD goedgekeurd. Bovilis BVD is een vaccin tegen het zogenoemde BVD-virus, waarbij BVD staat voor: Boviene Virus Diarree, dat een infectieziekte bij rundvee kan veroorzaken. Boehringer is een directe concurrent. Zij heeft ook een vaccin op de markt gebracht, gericht tegen het BVD-virus, namelijk het diergeneesmiddel Bovela. Bij het besluit van 5 augustus 2018 is besloten 58 documenten gedeeltelijk openbaar te maken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:918
Datum uitspraak
28 april 2021
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202002708/1/A3

202002784/1/V6

Bij besluit van 7 augustus 2018 heeft de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid het verzoek van [appellante] om heroverweging van het aan haar opgelegde boetebesluit van 7 maart 2016 afgewezen. De staatssecretaris heeft bij besluit van 7 maart 2016 aan [appellante] een boete opgelegd van € 8.000,00 omdat zij de Wet arbeid vreemdelingen heeft overtreden. Tegen dit besluit heeft [appellante] bezwaar gemaakt. Dit bezwaar is ongegrond verklaard. [appellante] heeft daartegen geen beroep ingesteld, waardoor de opgelegde boete in rechte vast is komen te staan. [appellante] heeft verzocht om heroverweging van de boete, omdat de Afdeling in een zaak waarin een boete voorlag die op basis van hetzelfde feitencomplex is opgelegd aan een bedrijf in dezelfde keten heeft geoordeeld dat de staatssecretaris de boete ten onrechte heeft opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:908
Datum uitspraak
28 april 2021
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202002784/1/V6

202002902/1/V6

Bij besluit van 10 oktober 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het verzoek van [appellante] om haar het Nederlanderschap te verlenen afgewezen. [appellante] heeft de Ghanese nationaliteit en verblijft bij haar minderjarig kind met de Nederlandse nationaliteit. [appellante] heeft sinds 18 juli 2017 een verblijfsdocument met de aantekening 'Familielid van een burger van de Unie', ontleend aan artikel 20 van het VWEU (een Chavez-Vilchez verblijfsrecht). De staatssecretaris heeft zich op het standpunt gesteld dat dit verblijfsrecht een tijdelijk karakter heeft. Daarom bestaan bedenkingen tegen haar verblijf in Nederland voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 8, eerste lid, aanhef en onder b, van de Rijkswet op het Nederlanderschap.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:921
Datum uitspraak
28 april 2021
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202002902/1/V6

202002994/1/A3

Bij brief van 29 juni 2018 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat aan Heli Holland meegedeeld dat de Special Approval Helicopter Offshore Operations per 1 juli 2018 ambtshalve wordt verwijderd van het Air Operator Certificate (hierna: AOC) van Heli Holland. Heli Holland is een luchtvaartbedrijf dat is gespecialiseerd in het uitvoeren van helikoptervluchten, onder meer in zogeheten offshore-vluchten voor personen en goederen. Zij beschikte over een AOC, een certificaat waarin wordt verklaard dat de betrokken luchtvaartexploitant beschikt over beroepsbekwaamheid en organisatie om luchtvaartuigen veilig te exploiteren voor de in dat document gespecificeerde luchtvaartactiviteiten. Het AOC bevatte een op grond van artikel 2, eerste lid, aanhef, en onder b, van het Besluit vluchtuitvoering gebaseerde SPA-HOFO, waarin was vermeld dat Heli Holland bevoegd was om met vier helikopters offshore-vluchten uit te voeren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:893
Datum uitspraak
28 april 2021
  • Hoger beroep
  • Luchtvaart
  • uitspraakin de zaak202002994/1/A3

202003024/1/R1

Bij besluit van 5 maart 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Haarlem hogere waarden als bedoeld in artikel 110a van de Wet geluidhinder vastgesteld voor op het terrein van de voormalige Koepelgevangenis in Haarlem te realiseren woningen. Bij besluit van 9 april 2020 heeft de raad het bestemmingsplan "De Koepel" vastgesteld. Bij besluit van 9 april 2020 heeft het college een omgevingsvergunning verleend voor het verbouwen van het Koepelgebouw ten behoeve van een University College, kantoor- en bijeenkomstfunctie, een bioscoop en horeca. [appellant sub 1], [appellant sub 2] en [appellant sub 5] wonen aan de Oostvest, ten oosten van het plangebied. [appellant sub 3] en [appellant sub 4] en anderen wonen aan de Harmenjansweg, ten noorden van het plangebied. Zij vrezen dat het plan en de verleende omgevingsvergunning zullen leiden tot overlast en aantasting van hun woon- en leefklimaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:891
Datum uitspraak
28 april 2021
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Geluid
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202003024/1/R1

202003125/1/A3

Bij besluit van 7 april 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hardenberg het door de vennootschappen tegen een besluit van 15 februari 2018 gemaakt bezwaar gegrond verklaard, hen de mogelijkheid geboden kennis te nemen van een aantal documenten en hen een aantal documenten toegestuurd. Voor de voorgeschiedenis van de zaak wordt verwezen naar de uitspraak van 4 maart 2020, ECLI:NL:RVS:2020:660, waarbij de Afdeling onder meer een besluit van het college van 11 juli 2018 op het door de vennootschappen tegen het besluit van 15 februari 2018 gemaakte bezwaar heeft vernietigd en het college heeft opgedragen om met inachtneming van de uitspraak een nieuw besluit te nemen. Ter uitvoering van die uitspraak heeft het college het besluit van 7 april 2020 genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:898
Datum uitspraak
28 april 2021
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202003125/1/A3

202003334/1/A3

Bij besluit van 12 november 2019 heeft Holland Rijnland de aanvraag van [appellant] voor een urgentieverklaring afgewezen. [appellant] heeft last van ernstig chronisch hartfalen en psychosociale klachten, waardoor hij volgens hem niet zelfredzaam en afhankelijk van hulp van zijn familie is. Ten tijde van de aanvraag waren volgens zijn behandelend artsen een goed sociaal vangnet en een goede psychische gezondheid noodzakelijk voordat hij met een operatie een steunhart zou kunnen krijgen. Inmiddels heeft hij die operatie ondergaan, maar zijn medische problematiek is volgens twee verklaringen van [zijn nicht], nog steeds aanwezig. [appellant] stelt wegens zijn medische problematiek niet mobiel te zijn. Hij wil dichter bij zijn familie in Leiden wonen, die dan beter mantelzorg kan verlenen. Het lukt hem niet om een woning in de buurt van zijn familie in Leiden te vinden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:922
Datum uitspraak
28 april 2021
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202003334/1/A3

202003483/1/A3

Bij besluit van 19 maart 2019 heeft de minister van Buitenlandse Zaken de aanvraag van [appellant] voor een nieuw paspoort afgewezen. [appellant] heeft de Nederlandse nationaliteit en woont sinds 2007 in Oostenrijk. Hij wil zijn paspoort vernieuwen. De minister heeft dat geweigerd omdat [appellant] staat vermeld in het Register Paspoortsignaleringen van de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (hierna: het Register). Die vermelding is gedaan op verzoek van de Dienst Uitvoering Onderwijs in verband met een nog niet terugbetaalde studieschuld. De vraag ligt voor of de minister bij zijn besluit over de aanvraag voor een nieuw paspoort mag volstaan met te toetsen of de vermelding in het Register evident onjuist is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:897
Datum uitspraak
28 april 2021
  • Hoger beroep
  • Paspoort
  • uitspraakin de zaak202003483/1/A3

202003709/1/A3

Bij de uitspraak van 24 december 2019, in zaak nr. 201902978/2/A3, heeft de Afdeling bestuursrechtspraak het hoger beroep van [verzoekster] tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 6 maart 2019 in zaak nr. 17/4568 ongegrond verklaard. Bij de uitspraak van 24 december 2019 heeft de Afdeling het hoger beroep van [verzoekster] kennelijk ongegrond verklaard, omdat zij geen gronden heeft aangevoerd waarom volgens haar het oordeel van de rechtbank over het te laat maken van bezwaar tegen de registratie in de Basisregistratie Kadaster van haar perceel onjuist is. In verzet heeft [verzoekster] gesteld dat zij wel tijdig bezwaar heeft gemaakt. Bij de uitspraak van 17 juni 2020 heeft de Afdeling het verzet ongegrond verklaard, omdat de enkele stelling van [verzoekster] dat zij tijdig bezwaar heeft gemaakt, geen grond biedt om het oordeel van de rechtbank onjuist te achten. De rechtbank en Afdeling zijn daarom niet toegekomen aan een bespreking van de inhoudelijke beroepsgronden van [verzoekster].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:887
Datum uitspraak
28 april 2021
  • Herziening
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202003709/1/A3

202004219/1/R1

Bij besluit van 11 juni 2020 heeft de raad van de gemeente Zaanstad het bestemmingsplan "Zaanse Helden" vastgesteld. Bij besluit van 15 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad omgevingsvergunning verleend voor de bouw van 607 woningen, een kinderdagverblijf en tweelaagse parkeergarage, een brug, het kappen en herplanten van 29 bomen en het aanleggen van 3 inritten in het plangebied. Het plan en de omgevingsvergunning maken de transformatie mogelijk van het laatste stuk bedrijventerrein aan de westkant van het spoor in Zaanstad naar een gebied met overwegend woningen. Ten westen van het plangebied ligt de Houtveldweg en ten noordwesten ligt een park waarin de paltrok-houtzaagmolen "De Held Jozua" staat. Ten zuiden van het plangebied wordt het appartementencomplex "Burano" gerealiseerd. Het plan staat maximaal 620 woningen in negen woontorens en 1.650 m2 aan commerciële ruimte toe.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:909
Datum uitspraak
28 april 2021
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Bouwen
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202004219/1/R1

202004444/1/R3

Bij besluit van 15 juni 2020 heeft de raad van de gemeente Zwolle het bestemmingsplan "Berkum, Campherbeeklaan 53-55" vastgesteld. Bij besluit van 2 juli 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zwoll aan Resido Vastgoed B.V. een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van 27 appartementen voor het appartementencomplex Emmaüshof op de percelen Campherbeeklaan 53-55. Op deze locatie staan in de huidige situatie een kerkgebouw en een pastorie. De kerkgemeenschap is opgegaan in de Sionskerk te Aalanden, waardoor het kerkgebouw en de pastorie niet meer in gebruik zijn. Resido wil daarom op deze locatie een appartementsgebouw met 27 levensloopbestendige appartementen oprichten. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] zijn omwonenden van de locatie. Zij zijn tegen de bouw van het appartementsgebouw, omdat zij vrezen dat dit zal leiden tot een onaanvaardbare aantasting van het woon- en leefklimaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:920
Datum uitspraak
28 april 2021
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Bouwen
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202004444/1/R3

202004493/1/A2

Bij besluit van 17 juni 2019 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand een aanvraag om een toevoeging voor het verlenen van rechtsbijstand aan [appellant], afgewezen. [appellant] heeft het college van burgemeester en wethouders van Ede (hierna: het college) verzocht om zijn schuld kwijt te schelden. Voor het verlenen van rechtsbijstand aan [appellant] in de beroepsprocedure tegen de bij het besluit op bezwaar gehandhaafde afwijzing van dat verzoek heeft Blasweiler een toevoeging aangevraagd. De raad heeft de aanvraag om een toevoeging afgewezen, omdat [appellant] volgens de raad geen advocaat nodig heeft. De raad heeft daarbij verwezen naar artikel 12, tweede lid, aanhef en onder g, van de Wet op de rechtsbijstand en artikel 7 van het Besluit rechtsbijstand- en toevoegcriteria over het niet verlenen van een toevoeging voor rechtsbijstand bij het kwijtschelden van een schuld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:890
Datum uitspraak
28 april 2021
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202004493/1/A2

202004497/1/A3

Bij besluit van 31 oktober 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag de marktvergunning van [appellant] ingetrokken. [appellant] was marktvergunninghouder op de markt aan de Herman Costerstraat te Den Haag voor de maandag van standplaats 2.04 en 2.05, voor de woensdag van standplaats 4.25 en 4.26, voor de vrijdag van standplaats 3.69 en 3.70b en voor de zaterdag van standplaats 6.16. Op 2 december 2016 is de Marktverordening Den Haag 2016 in werking getreden en op 1 januari 2017 het Marktreglement Den Haag 2016. Persoonlijke aanwezigheid van de vergunninghouder op de standplaats op de Haagse Markt werd in het Marktreglement weer als regel ingevoerd. In juni 2018 heeft het college [appellant] laten weten dat is vastgesteld dat [appellant] het maximale aantal dagen benaderde waarop hij afwezig mocht zijn. Volgens de toen bekende gegevens was hij dat jaar verspreid over vier marktdagen in totaal 90 dagen afwezig geweest.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:896
Datum uitspraak
28 april 2021
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202004497/1/A3

202004716/1/R3

Bij besluit van 2 juli 2020 heeft de raad van de gemeente Rotterdam het bestemmingsplan "Piekstraat Punt" vastgesteld. Het plan maakt het mogelijk om aan de Piekstraat in Rotterdam een gebouw van 75 m hoog te bouwen voor onder meer woningen (maximaal 130), dienstverlening, maatschappelijke voorzieningen en kantoren. Heijmans Vastgoed is de initiatiefnemer voor deze ontwikkeling. Hunter Douglas is een bedrijf dat onder meer raam-, gevel- en plafondbekledingsproducten maakt uit aluminium. Zij is gevestigd aan de Piekstraat 2 en vreest voor problemen in de bedrijfsvoering en bij toekomstige vergunningverlening als dicht bij het bedrijf woningen worden gebouwd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:912
Datum uitspraak
28 april 2021
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202004716/1/R3

202005265/1/A2

Bij besluit van 24 juni 2020 heeft De Algemene Raad van de Nederlandse Orde van Advocaten het verzoek van [appellant] om herziening van een eerdere afwijzing om in aanmerking te komen voor een extra toetskans afgewezen. [appellant] heeft met succes op latere leeftijd de rechtenopleiding gevolgd. In 2011 is hij als advocaat beëdigd. [appellant] is er echter niet in geslaagd om binnen de wettelijke termijn de beroepsopleiding advocaten af te ronden. Om die reden is hij van het tableau geschrapt. In 2015 is hij opnieuw beëdigd en heeft hij wederom de beroepsopleiding advocaten gevolgd. Om deze opleiding succesvol te voltooien moest hij alle examenonderdelen met goed gevolg afleggen. Voor de examenonderdelen ‘jaarrekening lezen’ en ‘de minor burgerlijk recht’ heeft hij echter driemaal een onvoldoende behaald. [appellant] heeft de algemene raad voor beide vakken verzocht om een extra toetskans, omdat strikte toepassing van de regels in zijn geval tot een onbillijkheid van overwegende aard als bedoeld in artikel 3.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:894
Datum uitspraak
28 april 2021
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202005265/1/A2

202005549/1/R3

Bij besluit van 30 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam hogere waarden vastgesteld voor de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting vanwege het industrieterrein Feijenoord van maximaal 130 woningen die mogen worden gebouwd op basis van het bestemmingsplan "Piekstraat Punt". De Afdeling ziet zich voor de vraag gesteld of het beroep tegen het hogerewaardenbesluit tijdig is ingediend. De termijn voor het indienen van een beroepschrift is zes weken (artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht, hierna: Awb). Omdat het hogerewaardenbesluit is voorbereid met toepassing van afdeling 3.4 van de Awb, ving de beroepstermijn aan met ingang van de dag na die waarop het besluit ter inzage is gelegd (artikel 6:8, vierde lid, van de Awb). Het hogerewaardenbesluit is samen met het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan "Piekstraat Punt" ter inzage gelegd op 17 juli 2020. De beroepstermijn liep daarom van 18 juli 2020 tot en met 28 augustus 2020.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:874
Datum uitspraak
28 april 2021
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Geluid
  • uitspraakin de zaak202005549/1/R3

202006170/1/R2

[appellant] heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de raad van de gemeente Roermond omtrent het vaststellen van een bestemmingsplan. [appellant] stelt dat hij bij brief van 14 april 2020 een aanvraag heeft ingediend voor het vaststellen van een nieuw bestemmingsplan voor de locatie aan de Schuitenberg 87 die is gesitueerd boven zijn woning aan de [locatie] te Roermond en dat de raad ten onrechte niet tijdig een besluit heeft genomen op deze aanvraag ook niet na de ingebrekestelling. De raad stelt zich op het standpunt dat [appellant] met de brief van 14 april 2020 geen aanvraag heeft ingediend om voor de locatie aan de Schuitenberg 87 een bestemmingsplan vast te stellen. In deze procedure ligt uitsluitend de vraag voor of de raad in gebreke is gebleven op een aanvraag van [appellant] te beslissen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:923
Datum uitspraak
28 april 2021
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202006170/1/R2

201704407/1/V2

Bij besluit van 20 oktober 2014 heeft de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie een aanvraag van de vreemdeling om hem een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:879
Datum uitspraak
26 april 2021
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak201704407/1/V2

202005376/1/V1

Bij besluit van 13 februari 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een inreisverbod tegen de vreemdeling uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:877
Datum uitspraak
26 april 2021
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202005376/1/V1

202101370/2/R3 en 202101373/2/R3

Bij besluit van 2 februari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Lansingerland ten behoeve van het wijzigingsplan "[locatie]" hogere waarden als bedoeld in de Wet geluidhinder vastgesteld. Het wijzigingsplan maakt de bouw van 7 woningen mogelijk op het perceel aan de [locatie 1] te Berkel en Rodenrijs en aan de bestaande bedrijfswoning is een maatbestemming toegekend. Het plan is vastgesteld met toepassing van de wijzigingsbevoegdheid zoals opgenomen in artikel 31.6 van de planregels van het bestemmingsplan "Lint Noord" uit 2013. [verzoeker] richt zich tegen deze besluiten, omdat hij vreest in zijn bedrijfsvoering te worden belemmerd. Ook vreest hij klachten van de toekomstige bewoners van de voorziene woningen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:875
Datum uitspraak
26 april 2021
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202101370/2/R3 en 202101373/2/R3

202102143/1/V3

Bij besluit van 16 maart 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:885
Datum uitspraak
26 april 2021
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202102143/1/V3

202005158/1/V2

Bij besluit van 2 april 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:878
Datum uitspraak
23 april 2021
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202005158/1/V2

202101804/2/R4

Bij besluit van 28 januari 2021 heeft de raad van de gemeente Harderwijk het bestemmingsplan "Buitengebied - Omgeving [locatie]" vastgesteld. Het plan voorziet in het mogelijk maken van twee nieuwe woningen op het perceel [locatie] te Harderwijk. In ruil daarvoor worden 1024 m² aan schuren elders gesloopt. [verzoeker] en anderen zijn het niet eens met het besluit en hebben daarom beroep ingesteld. Ter zitting hebben zij toegelicht dat zij een verzoek om voorlopige voorziening hebben ingediend omdat de percelen te koop staan. Zij willen voorkomen dat de toekomstige kopers de hoop krijgen dat zij daar een woning mogen realiseren terwijl er nog een procedure loopt tegen de vaststelling van het bestemmingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:869
Datum uitspraak
23 april 2021
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202101804/2/R4

202101983/2/V1

Bij besluit van 7 januari 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:876
Datum uitspraak
23 april 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202101983/2/V1

202102020/1/V3

Bij besluit van 4 maart 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:873
Datum uitspraak
22 april 2021
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202102020/1/V3

202005777/1/V3

Bij besluit van 13 mei 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:816
Datum uitspraak
21 april 2021
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202005777/1/V3

202100072/2/R3

Bij besluit van 23 september 2020 hebben provinciale staten van Overijssel het inpassingsplan "Engbertsdijksvenen - interne maatregelen" vastgesteld. Bij besluit van 25 september 2020 heeft het college van gedeputeerde staten van Overijssel een ontgrondingenvergunning verleend aan Staatsbosbeheer. Met het inpassingsplan en de daarmee gecoördineerd voorbereide ontgrondingenvergunning wordt voorzien in een aantal interne maatregelen in het kader van het beheer en herstel van het Natura 2000-gebied "Engbertsdijksvenen". Voor het plangebied, dat deel uitmaakt van dit Natura 2000-gebied, zijn in het Natura 2000-beheerplan "Engbertsdijksvenen", dat is vastgesteld in mei 2016 en gedeeltelijk is herzien in januari 2019 (hierna: het beheerplan), diverse maatregelen beschreven die nodig zijn om de instandhoudingsdoelstellingen voor dat Natura 2000-gebied te behalen. Met de bestreden besluiten wordt voorzien in een deel van de in het beheerplan beschreven maatregelen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:817
Datum uitspraak
21 april 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Inpassingsplan
  • Ontgrondingen
  • uitspraakin de zaak202100072/2/R3

202102424/2/V2

Bij besluit van 17 augustus 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:868
Datum uitspraak
21 april 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202102424/2/V2

201808253/1/R2

Bij besluit van 28 juni 2018 heeft de raad van de gemeente Steenbergen het bestemmingsplan "Buitengebied Steenbergen - 1e herziening" vastgesteld.Het plan voorziet in een gedeeltelijke wijziging van het bestemmingsplan voor het buitengebied van de gemeente Steenbergen en integreert een aantal afzonderlijke bestemmingsplannen. Wijzigingen van het planologisch regime zijn onder meer aangebracht als gevolg van veranderingen in de regelgeving voor ruimtelijke plannen, zoals de Verordening ruimte Noord-Brabant vastgesteld op 15 juli 2017, een uitspraak van de Afdeling, en om enkele bestaande legale situaties in te passen. [appellante sub 1] heeft beroep ingesteld omdat hij een groter bouwvlak en meer gebruiksmogelijkheden wenst voor zijn gronden aan de [locatie 1] in De Heen dan het plan hem toekent.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:836
Datum uitspraak
21 april 2021
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak201808253/1/R2

201900294/1/R2

Bij besluit van 18 december 2017 heeft de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit krachtens artikel 3.31, tweede lid, van de Wet natuurbescherming de door vereniging De Brede Stroomversnelling opgestelde ‘Gedragscode natuurinclusief renoveren bestemd voor projecten met het NOM keur’ goedgekeurd voor een periode van vijf jaar. De Brede Stroomversnelling is een vereniging die zich inzet voor de energietransitie van woningen en wijken in Nederland. Zij heeft in samenwerking met diverse andere partijen de Gedragscode opgesteld. Zij wil met de Gedragscode een standaardaanpak aanbieden die initiatiefnemers kunnen gebruiken bij het uitvoeren van verduurzamingsconcepten voor woningen met een zogenoemd Nul op de Meter-keurmerk. Dit moet bijdragen aan een efficiënte uitvoering van de energietransitie. Die transitie is van belang voor het behalen van de doelstellingen van het Energieakkoord, waarin de overheid en private partijen afspraken hebben gemaakt over het verduurzamen van de bestaande woningvoorraad.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:853
Datum uitspraak
21 april 2021
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak201900294/1/R2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak201900294/1/R2

201902535/1/A2

Bij uitspraak van 4 maart 2019 heeft de rechtbank zich onbevoegd verklaard om kennis te nemen van een verzoek van [appellante] om de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid (hierna: de staatssecretaris) te veroordelen tot schadevergoeding. Op 29 december 2014 heeft [appellante] opnieuw een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Ter onderbouwing van de aanvraag heeft zij bij brief van 31 mei 2016 een rapport van het instituut voor Mensenrechten en Medisch Onderzoek van 18 maart 2016 overgelegd. Bij besluit van 27 september 2016 heeft de staatssecretaris de aanvraag ingewilligd en de door [appellante] gevraagde vergunning met ingang van 29 december 2014, geldig tot 29 december 2019, aan haar verleend. Bij brief van 26 maart 2018 heeft [appellante], onder verwijzing naar een factuur van het iMMO van 8 oktober 2015, de staatssecretaris verzocht om over te gaan tot vergoeding van de kosten van het rapport van 18 maart 2016 ter hoogte van € 2.359,50.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:845
Datum uitspraak
21 april 2021
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak201902535/1/A2

201902599/1/A3

Bij besluit van 21 januari 2016 heeft de minister van Algemene Zaken een verzoek van [appellant] om openbaarmaking van documenten op grond van de Wet openbaarheid van bestuur afgewezen. [appellant] heeft de minister verzocht om aan hem alle documenten die betrekking hebben op de Bilderbergconferenties vanaf 1954, te verstrekken. Tijdens de hoorzitting in bezwaar heeft [appellant] dit verzoek beperkt tot de periode van 1980 tot en met 13 juni 2015, de datum van zijn verzoek. De minister heeft bij de deelbesluiten op bezwaar het verzoek om openbaarmaking van de documenten gedeeltelijk afgewezen op grond van artikel 10, tweede lid, aanhef en onder a, e, en g, van de Wob en artikel 11 van de Wob. Het eerste deelbesluit betreft 75 documenten. Het tweede deelbesluit betreft 101 andere documenten. De minister heeft bij deze besluiten twee documenten geheel en 57 documenten gedeeltelijk openbaar gemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:848
Datum uitspraak
21 april 2021
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak201902599/1/A3

201903355/1/A2

Bij besluit van 16 januari 2018, voor zover hier van belang, heeft het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort aan de Onderwijsgroep een financiële bijdrage toegekend van in totaal € 9.638.000,00 ten behoeve van de vernieuwbouw en uitbreiding van het Stedelijk Gymnasium Johan van Oldenbarnevelt te Amersfoort. De gemeente heeft op grond van de Wet op het voortgezet onderwijs (hierna: de Wvo) de zorgplicht voor onderwijshuisvesting. Het geschil betreft de financiële bijdrage van de gemeente voor de vernieuwbouw van het JvO. Met de Onderwijsgroep is een verschil van inzicht ontstaan over indexering van de gemeentelijke financiële bijdrage. In 2011 is vastgesteld dat het schoolgebouw van het JvO aan het Thorbeckeplein 1 te Amersfoort te klein is en sterk is verouderd. Overeenkomstig artikel 15 van de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Amersfoort is overleg gestart over de uitbreiding van de school.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:847
Datum uitspraak
21 april 2021
  • Hoger beroep
  • Onderwijs
  • uitspraakin de zaak201903355/1/A2

201903692/1/R4

Bij besluit van 12 februari 2019 heeft de raad van de gemeente Zeist het bestemmingsplan "Buitengebied Zuidwest 2018" vastgesteld. Het plangebied betreft de gronden ten zuiden van de kern Zeist, ingesloten door de A12 en de stationsomgeving, de Utrechtse Heuvelrug en de bebouwing van Zeist en Bunnik. Door het gebied loopt de spoorlijn Utrecht-Arnhem. Het plangebied omvat het agrarische buitengebied waarbinnen landgoedbossen en kleinere landschapselementen liggen, alsook de strook tussen de Arnhemse Bovenweg en de Driebergseweg met daarin de kenmerkende buitenplaatsen van de Stichtse Lustwarande. [appellant sub 1] woont vanaf 1973 op het perceel [locatie 1], in het noordoostelijke deel van het plangebied. Vanaf omstreeks 2003 huurt hij de gronden van de gemeente. In of omstreeks 2016 heeft de gemeente de gronden verkocht aan Stichting Het Utrechts Landschap.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:851
Datum uitspraak
21 april 2021
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak201903692/1/R4

201906091/2/A2

Bij afzonderlijke besluiten van 20 november 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Oirschot aanvragen van [appellant A] en anderen om een tegemoetkoming in planschade afgewezen. [appellant A] en anderen zijn de eigenaren van de woningen met bijbehorende ondergrond aan de [drie locaties] te Oirschot. Op 1 juni 2017 hebben zij afzonderlijk bij het college aanvragen ingediend om een tegemoetkoming in planschade in verband met de inwerkingtreding van het bij raadsbesluit van 20 december 2016 vastgestelde bestemmingsplan Lubberstraat fase II. Dit bestemmingsplan is de juridische grondslag voor woningbouw op een in de buurt van de percelen van [appellant A] en anderen gelegen gebied (hierna: het plangebied). [appellant A] en anderen stellen zich op het standpunt dat dit heeft geleid tot een waardevermindering van de woningen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:844
Datum uitspraak
21 april 2021
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak201906091/2/A2

201906114/1/A2

Bij uitspraak van 2 juli 2019 heeft de rechtbank Rotterdam een verzoek van [appellant] om de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid (hierna: de staatssecretaris) te veroordelen tot schadevergoeding afgewezen. Bij brief van 13 november 2018 heeft [appellant] de rechtbank Rotterdam verzocht de staatssecretaris op grond van artikel 8:88, eerste lid, van de Awb te veroordelen tot vergoeding van schade wegens onrechtmatige besluitvorming tot een bedrag van € 4.780,00. In deze brief heeft [appellant] gesteld dat de schade het gevolg is van de onrechtmatige vreemdelingenbewaring tijdens een periode waarin hij, naar achteraf is gebleken, rechtmatig verblijf had. In hoger beroep is in geschil of de rechtbank Rotterdam het verzoek om schadevergoeding terecht heeft afgewezen. Op 12 april 2016 is [appellant] in vreemdelingenbewaring gesteld. Op 8 juni 2016 is de bewaring opgeheven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:838
Datum uitspraak
21 april 2021
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak201906114/1/A2

201906789/1/A2

Bij besluit van 13 november 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een aanvraag van SIO om de bekostiging van de uitbreiding van de tijdelijke onderwijshuisvesting van het Cornelius Haga Lyceum in het Programma Huisvestigingsvoorzieningen onderwijs PO, VO en (V)SO 2019 op te nemen afgewezen. Met ingang van het schooljaar 2017/2018 ontvangt SIO van het college een voorziening in de huisvesting voor het CHL in de vorm van een schoolgebouw aan de Naritaweg 30 te Amsterdam. Dit schoolgebouw is geschikt voor huisvesting van 220 leerlingen. Bij aanvraag van 29 januari 2018 heeft SIO voor het schooljaar 2019/2020 een aanvraag gedaan voor opneming in het OHP 2019 van de bekostiging van een door SIO te realiseren uitbreiding van de huisvesting voor het CHL met 1.000 m2 aan tijdelijke lesruimte en een gymzaal voor een bedrag van € 2.000.000,00. SIO heeft gesteld bij aanvang van het schooljaar 2019/2020 350 leerlingen te moeten huisvesten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:849
Datum uitspraak
21 april 2021
  • Hoger beroep
  • Onderwijs
  • uitspraakin de zaak201906789/1/A2

201906997/1/R2

Bij besluit van 1 juli 2019 heeft de raad van de gemeente Tilburg het bestemmingsplan "Volkstuinencomplex Heikant Berkel-Enschot" vastgesteld. Bij besluit van 13 augustus 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tilburg een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van diverse bouwwerken ten behoeve van een volkstuin, op het perceel [locatie A]b te Berkel-Enschot. Het bestemmingsplan voorziet in een regeling voor "Volkstuinvereniging de Kraan". Het volkstuinencomplex was eerst op een andere locatie gesitueerd, maar moest worden verplaatst, omdat op de oude locatie was voorzien in de aanleg van een nieuwe weg ten behoeve van een nieuwbouwwijk. [appellanten] wonen op een korte afstand van het volkstuinencomplex. Zij vrezen voor een aantasting van hun woon- en leefklimaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:858
Datum uitspraak
21 april 2021
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak201906997/1/R2

201907686/1/A3

Bij besluit van 9 oktober 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Wormerland een ligplaatsvergunning verleend aan [vergunninghouders]. Het college heeft aan [vergunninghouder] een ligplaatsvergunning verleend voor zijn woonschip [naam] op het adres Veerdijk tegenover [locatie] in Wormer. Voorheen lag er op dit adres een ander schip. [appellant] is betrokken bij de ontwikkeling van het gebied de Zaandriehoek. Het adres Veerdijk tegenover [locatie] ligt in dit gebied. Volgens [appellant] had het college de ligplaatsvergunning gelet op het belang van de openbare veiligheid, de volksgezondheid en de bescherming van het milieu niet aan [vergunninghouder] mogen verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:860
Datum uitspraak
21 april 2021
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak201907686/1/A3

201908579/1/A2

Bij uitspraak van 17 oktober 2019 heeft de rechtbank het verzoek van [appellant] om schadevergoeding op grond van artikel 8:88 van de Awb afgewezen. [appellant] betoogt in hoger beroep dat hij weliswaar de koopovereenkomst heeft getekend en akkoord is gegaan met levering van 223 m2 grond, maar dat dit onverlet laat dat de projectontwikkelaar aan hem 249 m2 had moeten verkopen conform de omgevingsvergunning en de daarbij behorende oorspronkelijke situatietekening. De misleiding over de omvang van het perceel is volgens hem aan het college toe te rekenen. Daartoe stelt hij dat het college verzuimd heeft de gewijzigde situatietekening aan hem mee te delen. Ook heeft het college de verkleining van de kavel ten onrechte niet opnieuw getoetst aan het bestemmingsplan en de gemeentelijke bouwverordening. Volgens hem dient de omgevingsvergunning van 13 februari 2015 alsnog vernietigd te worden, omdat deze onjuist is aangevraagd en ook in afwijking daarvan is uitgevoerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:830
Datum uitspraak
21 april 2021
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak201908579/1/A2

201909109/1/R2

Bij besluit van 8 november 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Meierijstad aan Veghel Win(d)t B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van vier windturbines op de percelen, plaatselijk bekend Edisonweg ongenummerd, Grootdonkweg ongenummerd en de Knokert ongenummerd in Veghel. Zij heeft voor de ontwikkeling van dit zogeheten Windpark Veghel Win(t)d op 7 juni 2019 een omgevingsvergunning aangevraagd voor de activiteiten bouwen, het afwijken van het bestemmingsplan en het verrichten van een activiteit die van invloed kan zijn op de fysieke leefomgeving als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, c en i van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. De percelen zijn gelegen aan de rand van de bedrijventerreinen "De Dubbelen" en "De Amert" in Veghel, ten oosten van de rijksweg A50.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:857
Datum uitspraak
21 april 2021
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak201909109/1/R2

201909117/1/A2

Bij besluit van 16 januari 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Lansingerland het verzoek van [persoon A] h.o.d.n. [naam appellante] om compensatie van nadeel als gevolg van de afsluiting van de Noordeindseweg te Berkel en Rodenrijs afgewezen. [appellante] exploiteert sinds 19 augustus 1993 een tankstation aan de [locatie] in Berkel en Rodenrijs. [persoon A] is de enige bestuurder van [appellante]. Alle aandelen van [appellante] behoren toe aan de Holding, de persoonlijke holdingvennootschap van [persoon A]. Alle aandelen van de Holding behoren toe aan [bedrijf A] [persoon A] is enig aandeelhouder en bestuurder van [bedrijf A]. [persoon A] h.o.d.n. [appellante] heeft het college verzocht om nadeelcompensatie. Hij stelt schade te hebben geleden als gevolg van de verkeersbesluiten van 3 februari 2010 en 3 augustus 2012.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:834
Datum uitspraak
21 april 2021
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak201909117/1/A2

202000358/1/R3

Bij besluit van 7 maart 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Groningen aan Stichting Nijestee een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van 102 woningen in Blok 5 aan de Grunostraat 2 te Groningen. De Grunobuurt is een wijk die ligt in het zuiden van de stad Groningen. Deze wijk wordt op dit moment (gedeeltelijk) vernieuwd. Deze vernieuwing vindt gefaseerd plaats in woonblokken. De stichting is een woningcorporatie en eigenaar van het perceel. Het college heeft aan de stichting de gevraagde omgevingsvergunning verleend. De Wijkraad vreest onder meer dat als gevolg van de komst van de 102 woningen het volgens haar bestaande tekort aan parkeerplaatsen in de omgeving zal verergeren. Bovendien vreest de Wijkraad overlast te ondervinden van de op het perceel voorziene parkeerplaatsen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:865
Datum uitspraak
21 april 2021
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202000358/1/R3

202000380/1/A3

[appellanten] hebben de 'Schoolbestuur voor primair en voortgezet onderwijs tussen Lauwers en Eems-stichting' (hierna: de stichting) op 23 en 26 januari 2015 verzocht stukken openbaar te maken. Omdat een reactie hierop uitbleef, hebben zij beroep ingesteld tegen het niet-tijdig nemen van een besluit op hun verzoek. In de uitspraak van 3 maart 2017 heeft de rechtbank Noord-Nederland dit beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat de directeur-bestuurder van de stichting bij brieven van 6 maart 2015, aangevuld bij brief van 23 maart 2015, inmiddels een besluit had genomen op het verzoek om stukken openbaar te maken. Op 2 maart 2018 hebben [appellanten] bij de rechtbank een verzoek ingediend om herziening van deze uitspraak van 3 maart 2017. In de uitspraak waartegen het hoger beroep is gericht, heeft de rechtbank opnieuw uitspraak gedaan op dit verzoek.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:859
Datum uitspraak
21 april 2021
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202000380/1/A3

202000421/1/R3

Bij besluit van 6 december 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden een omgevingsvergunning verleend aan Stichting Veehandelscentrum Noord Nederland (hierna: de Stichting), voor het gebruik van de percelen Siriusweg 6 en 6a te Leeuwarden ten behoeve van de vestiging van een veemarkt. Bij besluit van 6 december 2018 heeft het college aan de Stichting een omgevingsvergunning verleend voor het gebruik van de percelen Siriusweg 6 en 6a te Leeuwarden voor de vestiging van een veemarkt. Deze percelen vallen binnen het bestemmingsplan "Leeuwarden - Industrieterrein Oost en de Hemrik" (hierna: het bestemmingsplan) en bevinden zich direct naast de percelen van [appellante]. Bij verlening van de omgevingsvergunning heeft het college gebruik gemaakt van de in de planregels opgenomen mogelijkheid om af te wijken van het bestemmingsplan. Deze veemarkt zal binnen nog op te richten gebouwen worden gehouden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:827
Datum uitspraak
21 april 2021
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202000421/1/R3

202000479/1/R1

Bij brief van 14 augustus 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Alkmaar van burgemeester en wethouders aan [appellante] bekendgemaakt dat een omgevingsvergunning van rechtswege is verleend voor het gebruik van 1500 m2 in het pand [locatie] in Alkmaar voor detailhandel. [appellante] heeft bij brief van 21 augustus 2017 het college van burgemeester en wethouders verzocht om omgevingsvergunning te verlenen voor het gebruik in het pand van 1500 m2 voor detailhandel. Het pand is gelegen op een bedrijventerrein. Het college van burgemeester en wethouders heeft de van rechtswege verleende omgevingsvergunning op 14 augustus 2017 bekendgemaakt. Bij het besluit op bezwaar heeft het college van burgemeester en wethouders de bezwaren van het college van gedeputeerde staten en het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier gegrond verklaard en de omgevingsvergunning herroepen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:863
Datum uitspraak
21 april 2021
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202000479/1/R1

202001392/1/R3

Bij besluit van 18 december 2019 heeft de raad van de gemeente Leeuwarden het bestemmingsplan "Leeuwarden - Aansluiting Overijsselselaan Zuid" vastgesteld. Het plan voorziet in een directe aansluiting vanaf de Brédyk op de Overijsselselaan, ten zuiden van Leeuwarden. Volgens de plantoelichting staat langs de Brédyk ten zuiden van Leeuwarden een aantal woningen die vanwege de aanleg van de Haak rond Leeuwarden met de auto niet meer goed bereikbaar zijn. Het plan moet een goede autobereikbaarheid van de bewoners langs de Brédyk in de toekomst garanderen. De aansluiting zal in de toekomst ook worden gebruikt voor de ontsluiting van de nieuwbouwwijk Middelsee, die aan de westkant van de Overijsselselaan zal worden ontwikkeld. De gewenste situatie kan niet op basis van de huidige planologische regeling worden gerealiseerd. Er geldt voor een deel van het plangebied een agrarische bestemming. Om deze reden is een planherziening noodzakelijk. Het bestemmingsplan voorziet hierin.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:818
Datum uitspraak
21 april 2021
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Friesland
  • uitspraakin de zaak202001392/1/R3

202001582/1/R1 en 202003428/1R1

[appellant] oefent op het perceel een paardenhouderij uit. De paardenhouderij is gericht op het fokken en africhten van tuigpaarden. Op het perceel staat een bedrijfswoning met aangebouwde bedrijfsruimte, een stal en een loods. De bedrijfswoning dateert uit de jaren zestig van de twintigste eeuw. [appellant] heeft op 26 april 2015 een omgevingsvergunning gevraagd voor het uitbreiden van de bestaande bedrijfswoning op het perceel. Deze uitbreiding was toen al gerealiseerd. De uitbreiding is gesitueerd aan de zuidgevel van de woning en voorziet in een slaapkamer en sanitaire voorzieningen op de begane grond. De aanbouw heeft een breedte van 5,5 meter en een lengte van 11,5 meter. De afstand van de aanbouw tot de zuidelijke perceelgrens bedraagt 7,5 meter. Aan de zuidzijde van het perceel is een varkenshouderij gevestigd op het naastgelegen perceel locatie B]. Deze varkenshouderij is van [partij]. Op 20 augustus 2015 heeft het college de gevraagde omgevingsvergunning verleend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:861
Datum uitspraak
21 april 2021
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202001582/1/R1 en 202003428/1R1

202001848/1/R3

Bij besluit van 29 december 2017 heeft het college aan de Stichting Nationale Dierenzorg (hierna: de Stichting) een omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van twee bouwdelen op het perceel Zijdeweg 56 te Wassenaar. Op het perceel staan de monumentale boerderij 'Welgelegen' en verschillende andere al dan niet aan elkaar gebouwde gebouwen, waarin de Stichting een dierenopvang exploiteert. Het bouwplan voorziet in het bouwen van twee gebouwen, te weten een 'hoofdgebouw' en een 'klein-hondengebouw'. Het 'klein-hondengebouw' wordt tegen het aan de noordwestelijke zijde van de boerderij gelegen bestaande gebouw gebouwd. Dit bestaande gebouw wordt door partijen ook wel het 'zwembad' genoemd. [appellant] en anderen wonen in de nabijheid van de boerderij en hebben daar rechtstreeks zicht op.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:828
Datum uitspraak
21 april 2021
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202001848/1/R3

202001923/1/R3

Bij besluit van 4 februari 2020 heeft de raad van de gemeente Rijswijk het bestemmingsplan "Herontwikkeling HBG-locatie" vastgesteld. Het plangebied ligt in de Ministerbuurt op de hoek van de Prinses Beatrixlaan en de Generaal Spoorlaan en staat ook wel bekend onder de naam ‘HBG-locatie’. Het plan maakt de bouw van 550 woningen mogelijk. De woningen kunnen worden gerealiseerd in de vorm van vijf woontorens met daartussen stadswoningen. In het midden van het plangebied is een parkeergarage gepland met daarop een daktuin. De bestaande bebouwing zal worden gesloopt met uitzondering van een deel van het KPN-gebouw. [appellant] woont op een perceel dat grenst aan het plangebied. Hij kan zich niet verenigen met het plan vanwege de gevolgen voor zijn woon- en leefklimaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:855
Datum uitspraak
21 april 2021
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202001923/1/R3

202002405/1/A2

Bij besluit van 6 november 2018 heeft het college van gedeputeerde staten van Groningen het verzoek van [appellante] om vergoeding van schade als gevolg van zandwinning afgewezen. [appellante] exploiteerde [camping] aan de [locatie] te Sellingen. De camping ligt aan de zuidoever van de Zuidplas Sellingerbeetse. Dit is een na ontgronding ontstane natuur- en recreatieplas van ongeveer 50 hectare. [appellante] was bestuurder en enig aandeelhouder van [camping] en is eigenaar van de grond ter plaatse, alsmede erfpachter van percelen bos, water en strand in de nabijheid van de camping. [camping] is op 10 juli 2018 failliet verklaard. [appellante] heeft verzocht om vergoeding van schade als gevolg van het besluit van 28 september 2017 waarbij het college een ontgrondingsvergunning heeft verleend voor zandwinning in de zandwinput aan de noordzijde van de Beetserwijk, de Noordplas Sellingerbeetse.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:839
Datum uitspraak
21 april 2021
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202002405/1/A2

202002500/1/R2

Bij besluit van 8 januari 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Leudal aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het gebruiken van gronden en/of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan ten behoeve van het realiseren van een honden- en kattenpension. Het college heeft op 26 oktober 2017 een aanvraag ontvangen van [vergunninghouder] voor een omgevingsvergunning voor het realiseren van een honden- en kattenpension bij de woning aan de [locatie 1] te Baexem. Het college heeft op 8 januari 2019 een omgevingsvergunning verleend voor het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan als bedoeld in artikel 2.12, eerste lid, onder a, en onder 3, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. [appellant] is eigenaar van het naastgelegen perceel [locatie 2] te Baexem en vreest dat zijn theaterhoeve en groepsaccommodatie geluidoverlast zullen ondervinden van het honden- en kattenpension.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:854
Datum uitspraak
21 april 2021
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202002500/1/R2

202002650/1/A3

Bij besluit van 15 juni 2018 heeft de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties geweigerd om een verklaring van geen bezwaar en clearances voor [appellant] af te geven. [appellant] is op 29 september 2017 door het Ministerie van Buitenlandse Zaken aangemeld bij de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst voor een veiligheidsonderzoek in verband met de vervulling van de functie van Senior Beleidsadviseur Wapenbeheersing. Dit is volgens de Leidraad aanwijzing vertrouwensfuncties een vertrouwensfunctie van de categorie B. Daarvoor heeft [appellant] een verklaring van geen bezwaar en clearances op het niveau NATO Secret en EU Secret nodig. De AIVD heeft zijn bevindingen uit het veiligheidsonderzoek neergelegd in het Rapport Veiligheidsonderzoek van 23 februari 2018. De minister heeft op basis van dit rapport geen VGB en clearances afgegeven omdat volgens hem het veiligheidsbewustzijn van [appellant] tekort schiet.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:823
Datum uitspraak
21 april 2021
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202002650/1/A3

202002746/1/V6

Bij besluit van 27 februari 2019 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid [appellant] een boete opgelegd van € 250,00 wegens het niet naleven van artikel 7, eerste lid, van de Wet inburgering en bepaald dat hij de lening die hij bij de Dienst Uitvoering Onderwijs heeft afgesloten, moet terugbetalen. De minister heeft [appellant] meegedeeld dat hij inburgeringsplichtig is, dat zijn inburgeringstermijn op 23 april 2015 is gestart en dat hij voor 20 mei 2018 aan deze plicht moet hebben voldaan. Bij brief van 27 november 2015 heeft de minister de inburgeringstermijn verlengd tot 15 juli 2018. Bij brief van 8 maart 2018 heeft de minister de inburgeringstermijn nogmaals verlengd tot 30 december 2018. Op 11 februari 2019 heeft [appellant] het laatste onderdeel van het inburgeringsexamen, namelijk Oriëntatie op de Nederlandse Arbeidsmarkt, behaald.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:819
Datum uitspraak
21 april 2021
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202002746/1/V6

202002752/1/R1

Vereniging Platform Vlieghinder Teuge heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig vaststellen van een luchthavenbesluit voor de luchthaven Teuge door Provinciale staten van Gelderland.Luchthaven Teuge is een ‘overige burgerluchthaven van regionale betekenis’ als bedoeld in artikel 8.1, eerste lid, van de Wet luchtvaart. Op grond van artikel 8.1a, derde lid, van de Wet luchtvaart is het verboden een overige burgerluchthaven in bedrijf te hebben indien voor deze luchthaven geen luchthavenbesluit of luchthavenregeling geldt. Niet in geschil is dat de vaststelling van een luchthavenbesluit vereist is voor de luchthaven. Vast staat dat provinciale staten voor luchthaven Teuge (nog) geen luchthavenbesluit bij verordening hebben vastgesteld. PVT is een vereniging die de belangen behartigt van omwonenden die hinder ondervinden van luchthaven Teuge. PVT kan zich er niet mee verenigen dat tot op heden nog geen luchthavenbesluit is vastgesteld door provinciale staten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:866
Datum uitspraak
21 april 2021
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Luchtvaart
  • uitspraakin de zaak202002752/1/R1

202002764/3/R4

Bij uitspraak van 29 september 2020, in zaak nr. 202002764/2/R4, heeft de Afdeling bestuursrechtspraak na vereenvoudigde behandeling de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 23 maart 2020 in zaak nr. 19/3484 bevestigd, voor zover aangevallen. De uitspraak van de Afdeling is aangehecht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:870
Datum uitspraak
21 april 2021
  • Verzet
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202002764/3/R4

202002782/1/R2

Bij besluit van 9 maart 2020 heeft de raad van de gemeente Best het bestemmingsplan "Klaverhoekseweg nabij [locatie 1]" gewijzigd vastgesteld. Het plangebied is gelegen ten oosten en westen van de [locatie 1] in Best. Het bestemmingsplan maakt het mogelijk dat er een vrijstaande woning wordt opgericht op het perceel aan de westelijke zijde van de [locatie 1]. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] wonen aan de [locatie 2] respectievelijk [locatie 3], in de nabijheid van het plangebied. Zij kunnen zich niet verenigen met het plan omdat zij vrezen dat de met het plan mogelijk gemaakte ontwikkeling hun woon- en leefklimaat zal aantasten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:829
Datum uitspraak
21 april 2021
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202002782/1/R2

202002802/1/R1

Bij afzonderlijke besluiten van 21 november 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Veere aan Navtrans Invest en anderen lasten onder dwangsom opgelegd omdat de panden Valkenisseweg 59 (Snippenoord) en Valkenisseweg 61 (Coccinelle) in Biggekerke recreatief werden verhuurd. Nadat toezichthouders tijdens controles hebben geconstateerd dat het pand Valkenisseweg 61 (Coccinelle) nog steeds recreatief werd verhuurd, heeft het college bij afzonderlijke besluiten van 20 maart 2019 opnieuw lasten onder dwangsom opgelegd omdat de last van 21 november 2018 tot het staken van de recreatieve verhuur van het pand Valkenisseweg 61 (Coccinelle) op 9 maart 2019 was uitgewerkt. Het college heeft Navtrans Invest en anderen met een dwangsom van € 5.000,00 per week, met een maximum van € 25.000,00 gelast om uiterlijk 25 maart 2019 de recreatieve verhuur van het pand Valkenisseweg 61 (Coccinelle) te beëindigen en beëindigd te houden. Deze besluiten zijn bij besluit op bezwaar van 19 juni 2019 in stand gelaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:833
Datum uitspraak
21 april 2021
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202002802/1/R1

202002803/1/R2

Bij besluit van 24 juli 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Maasgouw aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor het uitbreiden van de bestaande woning op het adres [locatie A] te Stevensweert. Op 27 april 2018 heeft [partij] een aanvraag ingediend voor het uitbreiden van een bestaande woning op het direct naast de woning gelegen perceel in de vorm van een aangrenzend bijgebouw met een bruto vloeroppervlakte van 52 m2. De voorgevel van de uitbreiding is 5 m breed. De uitbreiding zal worden ingericht als hobbyruimte, slaapkamer en berging. Op 24 juli 2018 heeft het college de gevraagde vergunning verleend.[appellant sub 1] en [appellant sub 2] wonen in de directe nabijheid van het perceel. Zij vrezen dat hun woon- en leefklimaat wordt aangetast door het bouwplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:862
Datum uitspraak
21 april 2021
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202002803/1/R2

202002910/1/R1

Bij besluit van 15 december 2017 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat geweigerd aan het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 8.9 van de Wet luchtvaart te verlenen voor het bouwen van een opslagloods op het perceel Aalsmeerderweg 553b te Rozenburg. De opslagloods waarvoor de VVGB is gevraagd, zal naast de al aanwezige bebouwing op het perceel Aalsmeerderweg 553b worden gebouwd. De beoogde oppervlakte van de loods is 1.875 m2. Het bouwen en en gebruiken van de loods is niet in overeenstemming met het vigerende bestemmingsplan. Daarom is op 31 augustus 2016 een vergunning aangevraagd als bedoeld in artikel 2.12 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Omdat het gaat om het oprichten van een bouwwerk op een locatie in de nabijheid van de luchthaven Schiphol heeft het college bij de minister een VVGB aangevraagd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:821
Datum uitspraak
21 april 2021
  • Hoger beroep
  • Luchtvaart
  • uitspraakin de zaak202002910/1/R1
vorige pagina1...241242243...1.248volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon