Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 124.549
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202001503/1/V1, 202005113/3/V1 en 202102273/1/V1

De vreemdelingen hebben ieder in Nederland een verzoek om internationale bescherming ingediend, maar de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft in de eerste twee zaken Italië en in de derde zaak Roemenië verantwoordelijk gehouden voor de behandeling van deze verzoeken. Italië heeft het overnameverzoek in zaak nr. 202001503/1/V1 en het terugnameverzoek in zaak nr. 202005113/3/V1 stilzwijgend geaccepteerd. In zaak nr. 202102273/1/V1 heeft Roemenië het terugnameverzoek geaccepteerd. Gelet hierop heeft de staatssecretaris de verzoeken om internationale bescherming niet in behandeling genomen. De rechtbanken hebben in verschillende uitspraken de besluiten van de staatssecretaris, om de verzoeken om internationale bescherming niet in behandeling te nemen, vernietigd. Reden voor het vernietigen van de besluiten in twee van deze uitspraken was gelegen in motiveringsgebreken van de staatssecretaris in de besluitvorming.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1929
Datum uitspraak
1 september 2021
  • Verwijzingsuitspraak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202001503/1/V1, 202005113/3/V1 en 202102273/1/V1
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202001503/1/V1, 202005113/3/V1 en 202102273/1/V1

202002079/1/R2

Bij besluit van 5 februari 2020 heeft de raad van de gemeente Weert geweigerd het bestemmingsplan "Mollenakkersteeg 1" vast te stellen. Ruimte voor Ruimte Limburg Beheer B.V. en anderen hebben aan het college van burgemeester en wethouders van Weert verzocht om medewerking te verlenen aan het realiseren van een zogeheten ruimte-voor-ruimtewoning op het perceel Mollenakkersteeg 1.Het college heeft de gemeenteraad voorgesteld het ontwerpplan vast te stellen. De raad hecht echter meer belang aan versterking van het landschap nabij het bestaande natuurgebied en de recreatieve functie in de standsrandzone dan aan de bouw van een woning op deze locatie en heeft bij het besluit van 5 februari 2020 geweigerd het bestemmingsplan vast te stellen. Ruimte voor Ruimte Limburg Beheer B.V. en anderen zijn van mening dat het belang van natuur en landschap zich niet verzet tegen de beoogde ruimte-voor-ruimtewoning en dat het initiatief niet in strijd is met het gemeentelijk beleid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1968
Datum uitspraak
1 september 2021
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202002079/1/R2

202002505/1/R2

Bij besluit van 23 november 2017 heeft het college een last onder dwangsom opgelegd aan [appellant] om het scheermesprikkeldraad ter hoogte van [woonschip 1] en [woonschip 2] te Warmond te (laten) verwijderen en verwijderd te houden. Op 13 april 2017 heeft [partij] het college verzocht om handhavend op te treden tegen het door [appellant] geplaatste scheermesprikkeldraad ter hoogte van haar [woonschip 1]. De toezichthouder van het college heeft tijdens een naar aanleiding daarvan uitgevoerde controle op 15 juni 2017 geconstateerd dat door [appellant] scheermesprikkeldraad is geplaatst ter hoogte van [woonschip 1] en [woonschip 2]. Nadat de toezichthouder van het college tijdens controles op 3 april 2018, 11 april 2018, 9 mei 2018 en 6 juni 2018 heeft geconstateerd dat het scheermesprikkeldraad bij [woonschip 1] en [woonschip 2] niet was verwijderd, is het college overgegaan tot invordering van verbeurde dwangsommen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1951
Datum uitspraak
1 september 2021
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202002505/1/R2

202002509/1/R1

Bij besluit van 2 maart 2020 heeft de raad van de gemeente Heiloo het bestemmingsplan en het exploitatieplan "Zandzoom 2019" vastgesteld. Het gebied Zandzoom ten zuiden van de kern Heiloo is een vrij open en groen ingericht gebied. Het bestaat uit lintbebouwing te midden van weilanden, wat kleinschalige bedrijvigheid en wat clusters van woningen. Het plan transformeert dit tot een nieuwe woonwijk 'Zandzoom' met 1.285 nieuwe woningen. Meerdere appellanten betogen dat het plan onvoldoende garanties biedt voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in de vorm van openheid, groen, privacy en uitzicht. Deze betogen hebben betrekking op het globale karakter van het bestemmingsplan, waarbij het plan moet worden uitgewerkt in verkavelingsplannen. Het betreft een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte als bedoeld in artikel 7c van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet. Meerdere appellanten betogen dat de gevolgen van het plan voor het verkeer onvoldoende zijn onderzocht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1960
Datum uitspraak
1 september 2021
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202002509/1/R1

202002541/1/R2

Bij besluit van 6 mei 2019 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming verleend aan SVP Productie B.V. voor het oprichten van een biowarmtecentrale aan de Visserijweg 51 in Purmerend. SVP levert stadsverwarming aan de bewoners en bedrijven van Purmerend vanaf drie productie-installaties, te weten de biowarmtecentrale "De Purmer" aan Contact 1a en twee gasgestookte hulpwarmtecentrales aan de Waterlandlaan 111 en Verbindingsweg 1 in Purmerend. Om meer warmte te kunnen leveren aan het stadsverwarmingsnet van Purmerend, beoogt SVP de nieuwe centrale op het bedrijventerrein "Baanstee Noord" aan de Visserijweg 51 in Purmerend op te richten en in gebruik te nemen. De centrale zal gebruik maken van een stookinstallatie gestookt op schone houtsnippers.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1938
Datum uitspraak
1 september 2021
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202002541/1/R2

202002542/1/R2

Bij besluit van 23 oktober 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Purmerend een omgevingsvergunning verleend aan SVP Productie B.V. voor het project tot oprichting van een biowarmtecentrale op het bedrijventerrein "Baanstee Noord" in Purmerend. SVP levert stadsverwarming aan de bewoners en bedrijven van Purmerend vanaf drie productie-installaties, namelijk via biowarmtecentrale "De Purmer" aan Contact 1a en twee gasgestookte hulpwarmtecentrales aan de Waterlandlaan 111 en Verbindingsweg 1 in Purmerend. SVP wil meer warmte kunnen leveren via het stadsverwarmingsnet van Purmerend. De centrale zal onder meer bestaan uit een ontvangstruimte, een opslagruimte voor houtsnippers (hierna: de bunker), een ketelhuis, een schoorsteen en een waterbuffertank.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1939
Datum uitspraak
1 september 2021
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202002542/1/R2

202003806/1/R3

Bij besluit van 14 mei 2020 heeft de raad van de gemeente Aa en Hunze het bestemmingsplan "Bestemmingsplan Grolloo, Lienstukken-Zuid" vastgesteld. Het plan voorziet in een nieuw woongebied voor 10 woningen aan de zuidrand van het dorp Grolloo, aansluitend aan de bestaande straat Lienstukken. Het terrein is volgens de plantoelichting nu in gebruik als agrarische cultuurgrond. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] en anderen wonen allen aan de Lienstukken en de Schoonloërstraat in Grolloo, ten noorden en oosten van het plangebied. Zij kunnen zich niet verenigen met het plan, omdat zij vrezen dat dit in de toekomst zal leiden tot meer woningbouw aan de rand van Grolloo. Zij stellen dat de woningbouw leidt tot een onaanvaardbare aantasting van het open landschap en het dorpsaanzicht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1953
Datum uitspraak
1 september 2021
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Drenthe
  • uitspraakin de zaak202003806/1/R3

202004038/1/R3

Bij besluit van 17 oktober 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Eemsdelta aan [appellant sub 1] een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een bijgebouw op het perceel [locatie 1] te Westeremden. [appellant sub 1] is eigenaar van de woning aan de [locatie 1] te Westeremden en het kadastrale perceel 1477. Dit perceel is gelegen achter de woning van [appellant sub 1] en de woningen aan de [locatie 2] en [locatie 3]. Op 18 juli 2018 heeft [appellant sub 1] een omgevingsvergunning aangevraagd voor het bouwen van een bijgebouw met een oppervlakte van 80 m² op het perceel. Het college heeft bij besluit van 17 oktober 2018 de omgevingsvergunning verleend. [appellant sub 2] woont aan de [locatie 2] te Westeremden. Hij is het onder meer niet eens met de ligging en de omvang van het bijgebouw en vindt in dat verband dat het college nadere eisen had moeten stellen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1965
Datum uitspraak
1 september 2021
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202004038/1/R3

202004135/1/A3

Bij besluit van 19 juni 2020 heeft de burgemeester van Sluis [appellante sub 1] opnieuw een exploitatievergunning voor onbepaalde tijd verleend voor ondersteunende horeca-activiteiten ten behoeve van klanten van de winkel op het adres [locatie] te Breskens, met inbegrip van een terras met een oppervlakte van 30 m2. [appellante sub 1] exploiteert onder de naam [bedrijf A] een winkel, waarin onder meer strand-, cadeau- en woondecoratieartikelen worden verkocht. [appellante sub 2] exploiteert schuin tegenover de winkel van [appellante sub 1] onder de naam [bedrijf B] een pannenkoekenhuis met twee terrassen. [appellante sub 1] heeft de burgemeester verzocht om een vergunning voor een openbare inrichting, met inbegrip van een terras. De burgemeester heeft een exploitatievergunning verleend voor een winkel met ondersteunende horeca-activiteiten ten behoeve van klanten van de winkel, met inbegrip van een terras met een oppervlakte van 30 m2.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1954
Datum uitspraak
1 september 2021
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Drank en horeca
  • Wet Bibob
  • uitspraakin de zaak202004135/1/A3

202004807/1/A2

Bij besluit van 21 juli 2018 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de huurtoeslag van [appellante] over 2017 definitief berekend en vastgesteld op € 1.062,00 en het te veel betaalde voorschot van € 2.342,00 teruggevorderd. [appellante] heeft over 2017 en 2018 voorschotten huurtoeslag ontvangen voor haar huurwoning in Dordrecht. Zij huurt deze woning van de woningcorporatie Woonbron. Bij besluit van 21 juli 2018 is de huurtoeslag over 2017 definitief berekend. Bij besluit van 5 februari 2021 is de huurtoeslag over 2018 ook definitief berekend en vastgesteld op € 445,00. [appellante] en de Belastingdienst/Toeslagen verschillen van mening over de bij de berekening van de huurtoeslag toe te passen rekenhuur over de periode 1 juli 2017 tot en met 30 juni 2018.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1963
Datum uitspraak
1 september 2021
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202004807/1/A2

202004888/1/A3

Bij besluit van 1 maart 2019 heeft de burgemeester van burgemeester en wethouders (lees: de burgemeester) van Rijssen-Holten geweigerd om [appellante] een exploitatievergunning en een Drank- en Horecawetvergunning te verlenen. [appellante] heeft met het oog op haar voornemen een horecabedrijf op te richten aan de [locatie] te Rijssen op 14 mei 2018 een exploitatievergunning en een Drank- en Horecawetvergunning aangevraagd bij de burgemeester. De burgemeester heeft het Landelijk Bureau Bibob om advies gevraagd. Het Bureau heeft in zijn rapport van 28 november 2018 geconcludeerd dat sprake was van een ernstig gevaar dat de aangevraagde vergunningen mede zouden worden gebruikt om strafbare feiten te plegen. Aan deze gevaarsconclusie heeft het Bureau ten grondslag gelegd dat [bedrijf A], waarvan de broer van [appellante] indirect enig aandeelhouder en bestuurder is, in 2016 structureel heeft gehandeld in strijd met de Algemene wet inzake rijksbelastingen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1964
Datum uitspraak
1 september 2021
  • Hoger beroep
  • Drank en horeca
  • Wet Bibob
  • uitspraakin de zaak202004888/1/A3

202004892/1/R1

Bij besluit van 16 juli 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer besloten tot invordering van een volgens hem door [appellant A] verbeurde dwangsom van € 1.500,00. Het college heeft [appellant A] bij besluit van 28 februari 2019 drie lasten onder dwangsom opgelegd. Het college heeft haar gelast om op het perceel [locatie A] te [plaats] uiterlijk op 28 april 2019 een betonnen bloembak en een hekwerk links naast die bloembak geheel te verwijderen en verwijderd te houden. Verder heeft het college haar gelast een hekwerk met een hoogte van 196 cm en een breedte van 365 cm, dat rechts van de bloembak is gerealiseerd, geheel te verwijderen en verwijderd te houden of te verlagen naar een hoogte van maximaal 1 m. Aan de laatste last is een dwangsom verbonden van € 1.500,00 ineens. [appellant A] en [appellant B] hebben geen rechtsmiddelen aangewend tegen de lasten onder dwangsom. [appellant A] heeft aan de eerste twee lasten voldaan, maar niet tijdig aan de derde last.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1962
Datum uitspraak
1 september 2021
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202004892/1/R1

202005715/1/A2

Bij besluit van 23 september 2019 heeft de Belastingdienst/Toeslagen [appellante] laten weten dat uit de door haar overgelegde stukken onvoldoende is gebleken dat [persoon] haar onderhuurder is, zodat zijn inkomen blijft meetellen bij de berekening van haar recht op huurtoeslag en dit recht over 2019 niet wordt aangepast. [appellante] huurt een woonruimte aan de [locatie] te [plaats]. Sinds 17 augustus 2017 staat ook [persoon] op dit adres ingeschreven in de Basisregistratie Personen. Bij de berekening van het recht op huurtoeslag van [appellante] over 2019 heeft de Belastingdienst/Toeslagen [persoon] als haar medebewoner aangemerkt. Volgens [appellante] is dit onjuist en is [persoon] haar onderhuurder. Ter staving van dit standpunt heeft zij op 5 september 2019 een afschrift van de huurovereenkomst tussen haar en [persoon] overgelegd, evenals twee betaalbewijzen waaruit betaling door [persoon] blijkt. De huurovereenkomst is op 30 augustus 2019 door beiden ondertekend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1959
Datum uitspraak
1 september 2021
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202005715/1/A2

202005923/1/A3

Bij besluit van 29 januari 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Loon op Zand een verzoek van [appellant B] op grond van de Wet openbaarheid van bestuur afgewezen. In het verleden had [appellant B] vaak te kampen met diefstal van goederen uit geparkeerde opleggers van vrachtwagens. Daarom is volgens [appellant B] in 1998 na overleg met de toenmalige wethouders die over ruimtelijke ordening gingen een erfafscheidingsmuur geplaatst. Later is die erfafscheidingsmuur verhoogd. Op 18 mei 2018 heeft [appellant B] op grond van de Wob het college verzocht informatie openbaar te maken die betrekking heeft op een aanvraag voor een bouwvergunning om de erfafscheidingsmuur te verhogen, bekend onder nummer 20035076. [appellant B] stelt dat hij die aanvraag heeft ingediend. Het college heeft het verzoek op 28 mei 2018 niet-ontvankelijk verklaard, omdat de gevraagde documenten al openbaar zijn gemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1966
Datum uitspraak
1 september 2021
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202005923/1/A3

202006040/1/A2

Bij besluit van 19 april 2019 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant een verzoek van [appellant] om een tegemoetkoming in schade die ganzen hebben toegebracht aan door hem gepachte gronden afgewezen. [appellant] exploiteert een melkveebedrijf en pacht hiervoor gronden van in totaal 120 hectare van de Staat der Nederlanden. [appellant] heeft het college bij formulier van 11 april 2019 verzocht hem tegemoet te komen in schade die ganzen hebben toegebracht aan de gronden die hij pacht. Het college heeft aan zijn besluitvorming het volgende ten grondslag gelegd. Het college kent geen tegemoetkoming in zogenoemde faunaschade toe als de schade is toegebracht aan gronden die in erfpacht of pacht zijn gegeven en waarvoor beperkingen in het landbouwkundig gebruik gelden of beperkingen ten aanzien van het bestrijden van schadeveroorzakende diersoorten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1955
Datum uitspraak
1 september 2021
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202006040/1/A2

202006131/1/V6

Bij besluit van 13 mei 2019 heeft de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid [appellante] een boete opgelegd van € 16.000,00 wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen en besloten tot openbaarmaking van inspectiegegevens. De inspectie SZW heeft een onderzoek ingesteld naar de naleving van de Wav in het kader van een pilotproject genaamd 'Erkende Referenten'. Dit project houdt in dat de inspectie SZW samen met de Immigratie- en Naturalisatiedienst (hierna: de IND) onderzoek doet naar de gehele bedrijfsvoering van werkgevers van kennismigranten. Op 13 maart 2018 heeft de Inspectie SZW informatie van de IND ontvangen waaruit bleek dat twee vreemdelingen, van Chinese nationaliteit, als kennismigranten werkzaam waren bij [appellante]. De minister heeft de aan [appellante] opgelegde boete van € 16.000,00 in het besluit teruggebracht naar € 8.000,00, omdat [appellante] voor [vreemdeling A] heeft voldaan aan het looncriterium.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1958
Datum uitspraak
1 september 2021
  • Hoger beroep
  • Wet arbeid vreemdelingen
  • uitspraakin de zaak202006131/1/V6

202006168/1/R4

Bij besluit van 29 januari 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Wijdemeren [appellante] onder oplegging van een dwangsom gelast een houten erfafscheiding op het perceel [locatie A] in Loosdrecht aan te passen tot een hoogte van 1 m en aangepast te houden, of te verwijderen en verwijderd te houden. Naar aanleiding van een verzoek om handhaving heeft het college een controle van het perceel uitgevoerd. Uit die controle is gebleken dat [appellante] op het perceel een erfafscheiding heeft geplaatst met een maximale hoogte van 2 m. Niet in geschil is dat de erfafscheiding in strijd is met het bestemmingsplan "Loosdrecht landelijk gebied noordoost - 2012", omdat de bouwhoogte van erfafscheidingen ten hoogste 1 m mag bedragen. Ook is niet in geschil dat [appellante] door het plaatsen van de erfafscheiding in strijd heeft gehandeld met de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1961
Datum uitspraak
1 september 2021
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202006168/1/R4

202006183/1/V6

Bij besluit van 23 november 2018 heeft de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid [wederpartij] een boete opgelegd van € 8.000,00 wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen en besloten tot openbaarmaking van inspectiegegevens. De inspectie SZW heeft op 3 mei 2018 een onderzoek ingesteld naar de onderneming [naam bedrijf A] van [wederpartij] in het kader van een pilotproject genaamd 'Erkende Referenten'. Dit project houdt in dat de inspectie SZW samen met de Immigratie- en Naturalisatiedienst (hierna: de IND) onderzoek doet naar de gehele bedrijfsvoering van werkgevers van kennismigranten. Uit een administratief onderzoek is gebleken dat drie kennismigranten arbeid hadden verricht voor [bedrijf A]. De minister heeft het boetenormbedrag van € 4.000,00 met 100% verhoogd tot € 8.000,00, omdat sprake is van recidive als bedoeld in artikel 19d, tweede lid, van de Wav.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1957
Datum uitspraak
1 september 2021
  • Hoger beroep
  • Wet arbeid vreemdelingen
  • uitspraakin de zaak202006183/1/V6

202006203/1/R3

Bij besluit van 23 september 2020 heeft de raad van de gemeente Nissewaard het bestemmingsplan "Heenvliet Zuid" vastgesteld. Met het plan beoogt de raad de vrijgekomen gronden van de voetbalverenigingen v.v. P.F.C. en H.V.V. Bernisse, gelegen tussen de Groene Kruisweg en de Gouwershoeck, te herontwikkelen en daarmee ruimte te creëren voor detailhandel, het Medische Centrum Heenvliet en een parkeerterrein. [appellant] woont aan de [locatie] in Heenvliet, tegenover het plangebied. [appellant] vreest dat als gevolg van het plan bomen zullen verdwijnen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1952
Datum uitspraak
1 september 2021
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202006203/1/R3

202100566/1/A2

Bij besluit van 4 december 2019 heeft het CBR aan [appellant] een Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer opgelegd. Op 29 november 2019 is aan het CBR een schriftelijke mededeling gedaan als bedoeld in artikel 130, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994. In die mededeling is vermeld dat het vermoeden bestaat dat [appellant] niet langer beschikt over de vereiste rijvaardigheid en/of lichamelijke of geestelijke geschiktheid voor het besturen van motorrijtuigen waarvoor zijn rijbewijs is afgegeven. Deze mededeling is gebaseerd op een op ambtseed opgemaakt proces-verbaal van snelheid van de politie, eenheid Noord-Holland, van 17 november 2019. Volgens dat proces-verbaal heeft verbalisant geconstateerd dat [appellant] op die dag om 23:28 uur als bestuurder van een personenauto binnen de bebouwde kom de ter plaatse geldende maximumsnelheid van 70 km/h heeft overschreden met 51 km/h.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1877
Datum uitspraak
1 september 2021
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202100566/1/A2

201808210/1/V2

Bij besluit van 27 juli 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1946
Datum uitspraak
31 augustus 2021
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak201808210/1/V2

201904296/1/V2

Bij besluit van 23 april 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1940
Datum uitspraak
31 augustus 2021
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak201904296/1/V2

201908246/1/V2

Bij besluit van 11 september 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1947
Datum uitspraak
31 augustus 2021
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak201908246/1/V2

202105153/2/V2

Bij besluit van 8 april 2021 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1944
Datum uitspraak
31 augustus 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202105153/2/V2

202105163/2/V2

Bij besluit van 22 september 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1943
Datum uitspraak
31 augustus 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202105163/2/V2

202105217/2/V2

Bij besluit van 22 februari 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1941
Datum uitspraak
31 augustus 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202105217/2/V2

202105441/2/V2

Bij besluit van 16 maart 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1942
Datum uitspraak
31 augustus 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202105441/2/V2

202100664/1/V3

Bij besluiten van 11 januari 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en haar in vreemdelingenbewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1987
Datum uitspraak
30 augustus 2021
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202100664/1/V3

202104156/1/R3 en 202104156/2/R3

Bij besluit van 11 mei 2021 heeft de raad van de gemeente Smallingerland het bestemmingsplan "Nijega - Kommisjewei - Transportonderneming" vastgesteld. [bedrijf] is een eenmanszaak die met een vrachtwagencombinatie bijzondere transporten uitvoert. Het bedrijf is momenteel gevestigd in het bebouwingslint langs de Kommisjewei te Nijega. [bedrijf] heeft de raad gevraagd om het bestemmingsplan te herzien, zodat het bedrijf kan worden verplaatst naar een perceel verderop aan de Kommisjewei. Dit perceel ligt vanuit het lint gezien achter een knik in de Kommisjewei, in het buitengebied dat grenst aan het dorp Nijega. [appellant] woont in het voormalige tolhuis aan de [locatie] op korte afstand van het perceel. Hij is het er niet mee eens dat de raad de bedrijfsverplaatsing naar het perceel mogelijk heeft gemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1925
Datum uitspraak
30 augustus 2021
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • RO - Friesland
  • uitspraakin de zaak202104156/1/R3 en 202104156/2/R3

202105139/3/V1

Bij besluit van 31 maart 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1933
Datum uitspraak
30 augustus 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202105139/3/V1

202105256/2/V2

Bij besluit van 24 juni 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1934
Datum uitspraak
30 augustus 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202105256/2/V2

202105337/2/V2

Bij besluit van 16 december 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1935
Datum uitspraak
30 augustus 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202105337/2/V2

202007073/2/V2

Bij besluit van 21 april 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1932
Datum uitspraak
27 augustus 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202007073/2/V2

202102633/2/R2

Bij besluit van 2 maart 2021 heeft de raad van de gemeente Oirschot het bestemmingsplan "Ondergrondse 150kV Tilburg Noord-Best, gemeente Oirschot" vastgesteld. Het plan maakt de vervanging mogelijk van de bovengrondse 150 kV-lijnverbinding. Deze zullen worden vervangen door een ondergrondse 150 kV-kabelverbinding. Het plan voorziet in de gemeente Oirschot in de planologische regeling voor de ondergrondse verbindingen door middel van de dubbelbestemmingen "Leiding-Hoogspanning" en "Leiding-Hoogspanningsverbinding te vervallen". Daarnaast voorziet het plan in een bovengronds koppelpunt dat bestaat uit bliksempieken, met een maximale hoogte van 20 m en installaties met een maximale hoogte van 10 m ten behoeve van het verbinden van de tracédelen. De gronden waarop het koppelpunt is voorzien hebben de bestemming "Bedrijf-Nutsvoorziening" en de gronden er omheen de bestemming "Groen".[appellant sub 4], [appellant sub 3] en [appellante sub 2] vrezen voor aantasting van hun woon- en leefklimaat door het koppelpunt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1928
Datum uitspraak
27 augustus 2021
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202102633/2/R2

202103436/1/V1

Bij besluit van 20 mei 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1927
Datum uitspraak
27 augustus 2021
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202103436/1/V1

202105111/2/V2

Bij besluit van 10 juni 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1930
Datum uitspraak
27 augustus 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202105111/2/V2

202105115/2/V2

Bij besluit van 10 juni 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1931
Datum uitspraak
27 augustus 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202105115/2/V2

202105188/2/V1

Bij besluit van 23 oktober 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1926
Datum uitspraak
27 augustus 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202105188/2/V1

202103142/1/V3

Bij besluit van 19 april 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2046
Datum uitspraak
26 augustus 2021
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202103142/1/V3

202104666/2/R3

Bij besluit van 1 juni 2021 heeft de raad van de gemeente Krimpenerwaard het bestemmingsplan "Hoflaan" vastgesteld. Het bestemmingsplan - dat in de besluitvorming ook is aangeduid als het bestemmingsplan "Hoflaan Stolwijk" - maakt de herontwikkeling van een gebied ten noorden van de Bovenkerkseweg en ten westen van de Kievitslaan in Stolwijk mogelijk. De herontwikkeling houdt in dat tien woningen en de brandweerkazerne in het plangebied worden gesloopt en dat daarvoor in de plaats door Woningbouwvereniging Groen Wonen Vlist 12 koopappartementen, ten minste 22 seniorenappartementen, 3 rijwoningen, 2 twee-onder-een-kapwoningen worden gerealiseerd, en door de Veiligheidsregio Hollands Midden een nieuwe brandweerkazerne wordt gerealiseerd. Bij de herontwikkeling zullen enkele andere woningen, een belastingadvieskantoor en een uitvaartcentrum in het plangebied behouden blijven. De vereniging komt op voor de belangen van huidige en toekomstige huurders van sociale huurwoningen van de woningbouwvereniging.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1880
Datum uitspraak
26 augustus 2021
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202104666/2/R3

202104998/1/V1

Bij besluit van 17 maart 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1922
Datum uitspraak
26 augustus 2021
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202104998/1/V1

202100234/1/V1

Bij besluit van 13 november 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1882
Datum uitspraak
25 augustus 2021
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202100234/1/V1

202105156/2/V2

Bij besluit van 10 juni 2020 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1883
Datum uitspraak
25 augustus 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202105156/2/V2

202105237/2/V2

Bij besluiten van 21 juni 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1881
Datum uitspraak
25 augustus 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202105237/2/V2

201905279/1/A2

Bij besluit van 16 februari 2018 heeft de Belastingdienst/Toeslagen over het toeslagjaar 2016 de zorgtoeslag vastgesteld op nihil, het kindgebonden budget vastgesteld op € 327,00 en € 683,00 aan uitbetaalde voorschotten teruggevorderd en de kinderopvangtoeslag vastgesteld op € 7.227,00 en € 229,00 aan uitbetaalde voorschotten teruggevorderd. [appellante] ontving in 2016 voorschotten zorgtoeslag, kindgebonden budget en kinderopvangtoeslag. De Belastingdienst/Toeslagen heeft uiteindelijk de definitieve bedragen van de toeslagen vastgesteld en op basis daarvan een gedeelte van de uitbetaalde voorschotten teruggevorderd. Bij die vaststelling heeft de Belastingdienst/Toeslagen [persoon] voor het toeslagjaar 2016 als toeslagpartner aangemerkt. [appellante] is het daar niet mee eens. Aan de afzonderlijk per toeslag genomen besluiten van 11 mei 2018 heeft de Belastingdienst/Toeslagen ten grondslag gelegd dat [persoon] de toeslagpartner van [appellante] is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1921
Datum uitspraak
25 augustus 2021
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak201905279/1/A2

201907823/2/A2

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank van 2 oktober 2019. [appellant sub 2] heeft daartegen incidenteel hoger beroep ingesteld. De staatssecretaris heeft de vertrouwelijke versies van een aantal gedingstukken overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Awb medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van deze stukken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1923
Datum uitspraak
25 augustus 2021
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak201907823/2/A2

201907862/1/R1

Bij besluit van 16 februari 2015 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht aan het Utrechtsch Studenten Corps omgevingsvergunning verleend voor het verbouwen van een kantoor tot kamerverhuurwoning en het wijzigen van de gevels van het pand Boothstraat 1 te Utrecht. Het bouwplan voorziet in de verbouw van het pand ten behoeve van kamerverhuur aan studenten en in 25 onzelfstandige kamers. [appellant] is eigenaar van het kantoorpand [locatie], dat is gelegen naast het pand Boothstraat 1. [appellant] vreest dat na realisering van het bouwplan sprake zal zijn van een brandonveilige situatie in het pand, alsmede voor de omgeving. Hij vreest verder onder meer geluidsoverlast van de studenten die in het pand gaan wonen en waardedaling van zijn pand als gevolg van de realisering van het bouwplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1908
Datum uitspraak
25 augustus 2021
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak201907862/1/R1

202000129/1/R2

Bij besluit van 14 november 2019 heeft de raad van de gemeente Waalwijk het bestemmingsplan "Waalwijk, Tilburgseweg 1" (hierna: het plan) gewijzigd vastgesteld. Het plan maakt de bouw van drie gebouwen met bijbehorende parkeervoorzieningen mogelijk aan de Tilburgseweg 1 in Waalwijk voor horeca, kantoren en maatschappelijke en dienstverlenende functies. Voorheen was ter plaatse een tuincentrum gevestigd. De initiatiefnemer wil op de locatie onder meer een nieuw hotel met maximaal 150 kamers, een gebouw met dienstverlenende functies, een restaurant en parkeervoorzieningen realiseren. De vennootschap exploiteert aan de Gasthuisstraat 118 in Kaatsheuvel, op een hemelsbreed gemeten afstand van ongeveer 2 kilometer van het plangebied, een hotel met 69 kamers en een restaurant. Zij kan zich niet verenigen met het plandeel met de functieaanduiding horeca, omdat zij vreest voor aantasting van haar marktpositie door de vestiging van nog een hotel binnen haar verzorgingsgebied.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1888
Datum uitspraak
25 augustus 2021
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202000129/1/R2

202000224/1/R1

Bij besluit van 28 juni 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Middelburg geweigerd handhavend op te treden tegen het vermeend exploiteren van een hondenpension op het perceel [locatie 1] te Middelburg. [appellant] woont op het perceel [locatie 2] dat is gelegen naast het perceel [locatie 1] waar [partij] woont. [appellant] heeft het college bij brief van 18 februari 2018 verzocht handhavend op te treden tegen activiteiten op het perceel [locatie 1]. Volgens [appellant] exploiteert [partij] op dit perceel in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan, de Wet milieubeheer en artikel 2.55 van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Middelburg, een hondenpension, waarvan zij overlast ondervindt in de vorm van geluidhinder. [partij] heeft naar voren gebracht dat zij zelf honden heeft en op kleine schaal voor familie, vrienden en kennissen honden opvangt en verzorgt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1907
Datum uitspraak
25 augustus 2021
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202000224/1/R1

202000234/1/R1

Bij besluit van 3 december 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Middelburg het uitwerkingsplan "Mortiere Fase 9D" vastgesteld. Voor de bouw van de nieuwbouwwijk Mortiere in Middelburg zijn vier uitwerkingsplannen vastgesteld, namelijk "Mortiere fase 9A", "Mortiere fase 9B", "Mortiere fase 9C" en "Mortiere fase 9D". Op 18 maart 2020 heeft de Afdeling uitspraak gedaan op het beroep van [appellant] dat betrekking had op de uitwerkingsplannen "Mortiere fase 9B" en "Mortiere fase 9C" (ECLI:NL:RVS:2020:815). De Afdeling heeft dat beroep deels niet-ontvankelijk en deels ongegrond verklaard. Het voorliggende uitwerkingsplan "Mortiere fase 9D" voorziet in de bouw van maximaal 72 woningen. [appellant] woont op het perceel dat aan de zuidoostzijde van het plangebied grenst. [appellant] kan zich niet verenigen met artikel 5.2.1, aanhef en onder i, van de planregels van het uitwerkingsplan. Hij betoogt dat met deze planregel onvoldoende is geborgd dat geen wateroverlast op zijn perceel ontstaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1914
Datum uitspraak
25 augustus 2021
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zeeland
  • uitspraakin de zaak202000234/1/R1

202000667/1/R3

In juni 2016 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant aan Kovemi B.V. omgevingsvergunning verleend voor het in afwijking van het bestemmingsplan "Buitengebied Asten 2008" uitbreiden van de mestverwerkingsactiviteit tot 80.000 ton per jaar, het bouwen van een silo en het aanleggen van erfverharding op het perceel Dijkstraat 72 te Asten. In januari 2017 heeft het college aan [bedrijf A] omgevingsvergunning verleend voor het veranderen en in werking hebben van een inrichting met varkens, voor het bouwen van buffer-, mest- en reactorsilo's, voor het aanleggen van een calamiteitenbak, erfverharding en een zaksloot en voor het maken van een uitweg aan de Busselseweg op het perceel. In juni 2021 heeft het college aan [bedrijf A] omgevingsvergunning verleend voor het iphogen van de verwerkingsactiviteit voor mest van derden tot 80.000 ton per jaar en het bouwen en gebruiken van een silo op het perceel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1918
Datum uitspraak
25 augustus 2021
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Bouwen
  • Vee e.a. dieren
  • uitspraakin de zaak202000667/1/R3

202001248/1/R4

Bij besluit van 14 augustus 2018 heeft het college aan [appellant A] een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een geluidsscherm en een weegbrug en het opslaan van schroot op het perceel aan de [locatie A] in Ruurlo. [appellant A] huurde vanaf 2018 een deel van het perceel dat in eigendom is van [appellant B]. Het perceel is gelegen op het bedrijventerrein dat bekend is onder de naam "Venterkamp". [appellant B] exploiteerde op het perceel een autodemontagebedrijf. De Stichting beschikt over de erkenning van de Dienst Wegverkeer (RDW) die nodig was voor die exploitatie. [appellant A] exploiteerde op het gehuurde deel van het perceel een schroot- en metaalhandel onder de naam [naam bedrijf]. De bedrijfsactiviteiten van het bedrijf van [appellant A] bestonden onder meer uit handel in en het op- en overslaan, sorteren, bewerken en verwerken van metaalhoudende reststoffen. Bij besluit van 16 juli 2019 heeft het college de gevraagde omgevingsvergunning alsnog geweigerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1916
Datum uitspraak
25 augustus 2021
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202001248/1/R4

202001714/2/R4

Bij tussenuitspraak van 17 februari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:324, heeft de Afdeling het college van burgemeester en wethouders van Heerde opgedragen om binnen zes weken na verzending van de tussenuitspraak het daarin omschreven gebrek in het besluit van 28 januari 2020, waarin het college heeft geweigerd om handhavend op te treden tegen het gebruik van de gronden van de camping met dubbelbestemming "Waterstaatdoeleinden", te herstellen. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak overwogen dat het college in het besluit van 28 januari 2020 niet deugdelijk heeft gemotiveerd waarom niet handhavend wordt opgetreden tegen het gebruik van de gronden met de dubbelbestemming "Waterstaatdoeleinden" van de camping op het perceel [locatie] te Wapenveld. Ten tijde van het nemen van dat besluit lag een onvolledige vergunningaanvraag voor waarop het college niet kon beslissen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1890
Datum uitspraak
25 augustus 2021
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202001714/2/R4

202001990/1/V3

Bij besluiten van 29 januari 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. De vreemdelingen zijn derdelanders. Zij vormen een gezin. De vader heeft op de ambassade van zijn land in lidstaat X gewerkt en daar met het gezin gewoond. Zij hebben diplomatieke kaarten gekregen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken van die lidstaat. Het gezin heeft lidstaat X na enkele jaren verlaten. Daarna hebben zij verzoeken om internationale bescherming in Nederland ingediend. Op de door de vreemdelingen overgelegde kopie van de diplomatieke kaart van de vader staat het volgende in het Engels vermeld: diplomatic identity card, mission, surname, given names, date of birth, personal code, position, date of issue, date of expiry en holder's signature. Ook staat de status erop vermeld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1873
Datum uitspraak
25 augustus 2021
  • Verwijzingsuitspraak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202001990/1/V3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202001990/1/V3

202002402/1/R3

Bij besluit van 11 juli 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Kaag en Braassem aan [wederpartij] een last onder dwangsom opgelegd, inhoudende dat hij het aanmeren met een Nautic Loft in jachthaven ’t Fissertje aan de Beatrixlaan 42 in Kaag binnen twee weken moet beëindigen en beëindigd moet houden. Op 20 april 2018 is tijdens een controle door een toezichthouder van de gemeente geconstateerd dat de Nautic Loft, in eigendom van [wederpartij], in de jachthaven was aangemeerd. Naar aanleiding van deze controle heeft het college aan [wederpartij] een last onder dwangsom opgelegd. Het college heeft de Nautic Loft aangemerkt als woonschip en het aanmeren van een woonschip op die plek is volgens het college in strijd met artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, in samenhang met artikel 19 van het bestemmingsplan "Kaag". De rechtbank heeft geoordeeld dat het college niet bevoegd was om handhavend op te treden tegen het aanmeren van de Nautic Loft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1897
Datum uitspraak
25 augustus 2021
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202002402/1/R3

202002416/1/R3

Bij besluit van 16 augustus 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Gorinchem besloten tot invordering van een door [appellant A] en [appellant B] verbeurde dwangsom van € 10.000,00. [appellant A] en [appellant B] zijn eigenaars van de woning aan de [locatie] in Gorinchem (hierna: de woning). Zij hebben in 2017 de woning verhuurd aan een organisatie die kamers verhuurt aan arbeidsmigranten en andere werknemers. Bij besluit van 1 maart 2018 (hierna ook: het dwangsombesluit) heeft het college [appellant A] en [appellant B] een last onder dwangsom opgelegd vanwege strijd met de voor kamergewijze bewoning van woningen geldende (brandveiligheids-)voorschriften. In het dwangsombesluit staat dat een draagbaar (gekeurd) blustoestel ter plaatse van de keuken en een schriftelijke bevestiging van goedkeuring op de elektriciteitsvoorziening ontbreken. Ook is er geen melding brandveilig gebruik ingediend en ontbreken op bepaalde plaatsen rookmelders.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1905
Datum uitspraak
25 augustus 2021
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202002416/1/R3

202002476/1/R3

Bij besluit van 8 juni 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Lansingerland besloten tot toepassing van spoedeisende bestuursdwang ter zake van asbestverontreiniging als gevolg van een brand op 1 juni 2018 op het perceel [locatie] in Berkel en Rodenrijs. Op 1 juni 2018 is brand uitgebroken in het [tuinbouwbedrijf] op het perceel [locatie] in Berkel en Rodenrijs. Dit perceel is in eigendom van [appellant]. Bij de brand zijn asbestdeeltjes vrijgekomen. Het college heeft op 8 juni 2018 besloten tot toepassing van spoedeisende bestuursdwang. Het college heeft aan het besluit ten grondslag gelegd dat de asbestdeeltjes die door de brand in de omgeving zijn verspreid, een gevaar voor de volksgezondheid en veiligheid van anderen opleveren en dat [appellant] door dit te laten gebeuren en geen maatregelen te nemen in strijd heeft gehandeld met artikel 1a van de Woningwet.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1906
Datum uitspraak
25 augustus 2021
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202002476/1/R3

202002759/1/A2

Bij onderscheiden besluiten van 18 september 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Wassenaar de aanvragen van [appellante] om leerlingenvervoer voor haar [kinderen] van en naar de Petrus Dondersschool in Den Haag voor het schooljaar 2018-2019 ingewilligd en daarbij een eigen bijdrage van € 530,00 per kind per schooljaar vastgesteld. [appellante] heeft bij het college voor haar [kinderen] aanvragen van 24 juli 2018 ingediend om leerlingenvervoer van en naar de Petrus Dondersschool in Den Haag. Bij onderscheiden besluiten van 18 september 2018 heeft het college aan [appellante] leerlingenvervoer toegekend voor haar kinderen van en naar de Petrus Dondersschool in Den Haag voor de maximale duur van het schooljaar 2018-2019. Omdat het gezamenlijke inkomen van [appellante] en haar partner in peiljaar 2016 gelijk is of hoger dan € 26.100,00 heeft het college voor het leerlingenvervoer een eigen bijdrage van € 530,00 per kind per schooljaar vastgesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1891
Datum uitspraak
25 augustus 2021
  • Hoger beroep
  • Onderwijs
  • uitspraakin de zaak202002759/1/A2

202002845/1/R2

Bij besluit van 16 mei 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Roerdalen [appellant] onder oplegging van een dwangsom gelast om de caravan, de overkapping, de twee containers en het meterhuisje op het perceel kadastraal bekend gemeente Sint Odiliënberg, sectie [...], nummer […] te verwijderen en verwijderd te houden. [appellant] is (mede)eigenaar van het perceel. Zij heeft het perceel in 2012 in mede-eigendom verkregen, nadat haar vader is overleden. Op het moment dat zij het perceel in mede-eigendom verkreeg, bevonden zich een caravan en een overkapping op het perceel. Deze bouwwerken zijn gerealiseerd door haar vader. Na 2012 heeft zij nog twee containers en een meterhuisje laten realiseren op het perceel. Het college heeft op 12 februari 2018 een verzoek om handhavend optreden ontvangen van [omwonende].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1920
Datum uitspraak
25 augustus 2021
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202002845/1/R2

202003055/1/R3

Bij besluit, verzonden op 30 november 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nieuwkoop aan [appellant sub 1A] een omgevingsvergunning verleend voor de uitbreiding van bedrijfsactiviteiten, het legaliseren en realiseren van enkele bouwwerken en het aanleggen van een aantal voorzieningen op het perceel plaatselijk bekend als achter Meije 300 te Zegveld. [appellant sub 1A] en anderen exploiteren op het perceel de buitenplaats "De Blauwe Meije". Deze buitenplaats ligt deels op grondgebied van de gemeente Nieuwkoop en deels op grondgebied van de gemeente Woerden. Het Nieuwkoopse deel van de buitenplaats ligt aan weerszijden van de rivier de Meije. Hier is onder meer een beeldentuin gelegen. Deze beeldentuin en zes parkeerplaatsen, beide gelegen op de westelijke oever van de Meije, zijn reeds vergund bij onherroepelijk besluit van 24 februari 2015. Op het Woerdense deel van de buitenplaats staan onder meer een hooimijt die in gebruik is als horecagelegenheid en een expositieruimte.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1884
Datum uitspraak
25 augustus 2021
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202003055/1/R3

202003136/1/R3

Bij besluit van 23 november 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Alphen aan den Rijn een omgevingsvergunning verleend voor het revitaliseren van een woning en de loods op het perceel [locatie A] te Alphen aan den Rijn. Bij besluit van 30 januari 2018 heeft het college een omgevingsvergunning verleend aan [vergunninghouder] voor het gebruik van een gedeelte van het gebouw (de voormalige loods) als sportruimte. Het gebouw wordt ook deels gebruikt als woning door een derde. Verder heeft [vergunninghouder] een omgevingsvergunning aangevraagd voor de bouw van een voetgangersbrug van het perceel [locatie A] naar de Filips van Bourgondiëstraat te Alphen aan den Rijn. [appellant] woont aan de [locatie B] op korte afstand van het perceel [locatie A]. Hij vreest voor een aantasting van zijn woon- en leefklimaat als gevolg van de sportruimte. Daarnaast vreest hij voor oneigenlijk gebruik van de voetgangersbrug.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1915
Datum uitspraak
25 augustus 2021
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202003136/1/R3

202003390/1/A2

Bij besluit van 3 augustus 2018 heeft de raad voor rechtsbijstand het verzoek van [wederpartij] om de toevoeging met kenmerk 3EM6370 (nu: 4HR2713) in te trekken, afgewezen. [wederpartij] is advocaat en heeft op basis van een toevoeging van 7 november 2006 met kenmerk 3EM6370 rechtsbijstand verleend aan [partij] in een beroepsprocedure in het kader van haar echtscheiding. De rechtbank Den Haag heeft bij beschikking van 1 mei 2009 bepaald dat de ex-echtgenoot van [partij] in verband met de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap aan haar een bedrag van € 143.671,09 verschuldigd is. Hiertegen heeft de ex-echtgenoot hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof Den Haag. In de hogerberoepsprocedure heeft een andere advocaat, Loonstein, rechtsbijstand verleend aan [partij]. De raad heeft daarvoor een aparte toevoeging verleend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1909
Datum uitspraak
25 augustus 2021
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202003390/1/A2

202003520/1/V6

Bij besluit van 25 oktober 2016 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid [appellant] een boete opgelegd van € 72.000,00 wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen. De Inspectie SZW heeft een onderzoek ingesteld naar de naleving van de Wav. De arbeidsinspecteurs hebben geconstateerd dat negen Roemeense vreemdelingen in de periode van 20 juli 2013 tot en met 1 augustus 2013 vloerwerkzaamheden hebben verricht voor [appellant]. [appellant] heeft de opdracht tot de werkzaamheden aangenomen van [bedrijf A] en vervolgens uitbesteed aan [bedrijf B]. [bedrijf B] heeft de werkzaamheden vervolgens uitbesteed aan [bedrijf C]. [bedrijf C] heeft de vreemdelingen via [bedrijf D], gevestigd in Roemenië, ingeschakeld. Het UWV Werkbedrijf heeft voor de vloerwerkzaamheden geen tewerkstellingsvergunningen verleend en de vreemdelingen beschikten niet over een gecombineerde vergunning voor de werkzaamheden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1898
Datum uitspraak
25 augustus 2021
  • Hoger beroep
  • Wet arbeid vreemdelingen
  • uitspraakin de zaak202003520/1/V6

202003575/1/R3

Bij besluit van 18 april 2019 heeft het college aan Brivec B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het wijzigen van het Grootwinkelplein aan het Industriepark 1, 3, 5n, 5r, 5v, 8 en 8a in Leek. Het college heeft aan Brivec een omgevingsvergunning verleend voor de activiteit "bouwen" en de activiteit "handelen in strijd met het bestemmingsplan" ten behoeve van, onder andere, het vestigen van een Jumbo supermarkt in de te verbouwen en uit te breiden, bestaande bebouwing aan het Industriepark 5r in Leek (hierna: het perceel) op het Grootwinkelplein. Een deel van de supermarkt wordt gesitueerd op gronden waar het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Bedrijventerreinen Leek en Oldebert" (hierna: het bestemmingsplan) geen supermarkt toestaat. [appellante] is eigenaar van de percelen [locatie A] en [locatie B] in Leek. Deze percelen zijn in de directe nabijheid van het perceel gelegen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1903
Datum uitspraak
25 augustus 2021
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202003575/1/R3

202003706/1/R3

Bij besluit van 16 januari 2019 heeft het het college van burgemeester en wethouders van Groningen [appellant] onder oplegging van een dwangsom gelast de overtreding op het [locatie] te Groningen op te heffen. Bij besluit van 8 juni 2016 heeft het college aan [appellant] een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht verleend voor het realiseren van een afgescheiden kantoorruimte en het intern verbouwen van beide woonruimten in het pand op het perceel. Volgens het college heeft [appellant] de gevelopeningen in de zijgevel van het pand niet uitgevoerd zodanig dat deze een brandwerendheid hebben van 30 minuten. Het heeft daarbij gewezen op de eisen inzake de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag uit het Bouwbesluit 2012. Het college heeft [appellant] gelast de gevelopeningen van een brandwerendheid van 30 minuten te voorzien.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1885
Datum uitspraak
25 augustus 2021
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202003706/1/R3

202004069/1/A3

Bij besluit van 8 maart 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een aanvraag van [appellant] om hem een vergunning te verlenen voor het aanbieden van alternatief personenvervoer, afgewezen. Bij besluit van 18 maart 2016 heeft het college aan [appellant] een vergunning verleend voor het aanbieden van alternatief personenvervoer met één fietstaxi. Deze vergunning was geldig tot 1 april 2019 en was gebaseerd op artikel 2.51 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008. Het eerste lid van dit artikel luidde op 18 maart 2016: "Het is verboden zonder vergunning van het college als ondernemer op of aan de weg met een voertuig tegen betaling personenvervoer aan te bieden." Bij besluit van 4 maart 2019 heeft het college de vergunning verlengd tot 1 april 2020. Per 1 april 2020 is artikel 2.51 van de APV gewijzigd. Vanaf die datum luidt het eerste lid van dat artikel: "Het is verboden op of aan de weg met een voertuig tegen betaling personenvervoer aan te bieden."

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1910
Datum uitspraak
25 augustus 2021
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202004069/1/A3

202004646/1/R3

Bij besluit van 4 juli 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Schiedam besloten tot invordering van een dwangsom van € 90.000,00. Bij besluit van 21 juni 2017 heeft het college Tak Invest B.V. gelast om binnen een termijn van 26 weken maatregelen te treffen om geconstateerde overtredingen aan de panden Hoogstraat 176-178, Lombardsteeg 7-9 en Gruttersteeg 10 te Schiedam op te heffen. De overtredingen bestaan uit het bouwen en in stand laten van een bouwwerk zonder omgevingsvergunning en het niet opheffen van een aantal gebreken aan de panden die elk in strijd zijn met het Bouwbesluit 2012. Daarnaast zijn onderdelen van de panden in strijd met redelijke eisen van welstand. De overtredingen dienden uiterlijk 20 december 2017 te zijn weggenomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1892
Datum uitspraak
25 augustus 2021
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202004646/1/R3

202005234/1/R1

Bij besluit van 20 augustus 2018 heeft het college van dijkgraaf en hoogheemraden van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard het verzoek van [appellant] om preventief handhavend op te treden tegen het college vanwege het voornemen om de waterscheiding op zijn gronden op te hogen zonder projectplan op grond van artikel 5.4, eerste lid, van de Waterwet, afgewezen. [appellant] woont op het perceel [locatie A] in Zevenhuizen en is eigenaar van de [percelen] in Zevenhuizen. Deze percelen bevinden zich in de Nessepolder aan de westzijde van watergang de Vliet. Het college is voornemens onderhoudswerkzaamheden uit te voeren aan de waterscheiding die is gelegen aan de westzijde van de Vliet. Het college wenst de waterscheiding ter plaatse met 0,4 m op te hogen. [appellant] vreest voor schade aan zijn percelen door deze werkzaamheden en betoogt dat een projectplan nodig is omdat de constructie van de waterscheiding wijzigt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1912
Datum uitspraak
25 augustus 2021
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Waterwet
  • uitspraakin de zaak202005234/1/R1

202005367/1/A2

Bij besluit van 12 juni 2020 heeft de minister voor Medische Zorg door CardioZorg verbeurde dwangsommen van € 5.000,00 ingevorderd. Bij aangetekend verzonden brief van 2 juli 2019 heeft de minister het voornemen geuit om CardioZorg een last onder dwangsom op te leggen, omdat zij niet tijdig, te weten vóór 1 juni 2019 de Jaarverantwoording Zorg over het verslagjaar 2018 heeft aangeleverd aan het Centraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg en daarmee niet heeft voldaan aan de verplichtingen als opgenomen in de artikelen 15 en 16 van de Wet toelating zorginstellingen (WTZi) en artikel 9, eerste lid, van de Regeling verslaglegging WTZi. Bij besluit van 10 september 2019 heeft de minister een last onder dwangsom aan CardioZorg opgelegd op grond van artikel 37 van de WTZi gelezen in samenhang met artikel 5:32 van de Algemene wet bestuursrecht. Daarbij is aan CardioZorg een begunstigingstermijn van vier weken geboden om alsnog aan haar wettelijke verplichtingen te voldoen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1896
Datum uitspraak
25 augustus 2021
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Gezondheidszorg
  • uitspraakin de zaak202005367/1/A2

202005533/1/R1

Bij besluit van 20 februari 2019 heeft het algemeen bestuur van het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden de "Legger Oppervlaktewateren 2018" vastgesteld. Het algemeen bestuur heeft in de Legger 2018 onderhoudsplichtigen aangewezen voor het onderhoud van oppervlaktewateren en daarin aanwezige kunstwerken. [wederpartij A en wederpartij B] zijn eigenaren van percelen die grenzen aan een primaire watergang. Dit is de Tweede Wetering die overgaat in de Achter Wetering. In artikel 4, eerste lid, onder b, van de Legger 2018 en de bijbehorende leggerkaart zijn zij aangewezen als onderhoudsplichtigen voor gewoon onderhoud van een gedeelte van het natte profiel van de watergang. Zij zijn als aangelanden verantwoordelijk voor gewoon onderhoud van het gedeelte grenzend aan de waterkant tot een diepte van 0,4 m. Het algemeen bestuur betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de aan [wederpartij A en wederpartij B] opgelegde onderhoudsplicht in strijd is met tijdens de ruilverkaveling gemaakte afspraken

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1886
Datum uitspraak
25 augustus 2021
  • Hoger beroep
  • Oppervlaktewateren
  • uitspraakin de zaak202005533/1/R1

202005651/1/R1

Bij besluit van 7 september 2020 heeft het college de locatie nabij Molenwerf 14 in Edam, aangewezen voor het plaatsen van een ondergrondse restafvalcontainer. Bij besluit van 29 juni 2020 heeft het college de locatie nabij [locatie] en het Klein Westerbuiten aangewezen voor het plaatsen van een orac. Ten tijde van het plaatsen van deze orac bleek dat in de grond een stroomkabel ligt, waardoor het plaatsen van de orac op deze locatie onmogelijk is. Het college heeft vervolgens op 7 september 2020 een nieuw aanwijzingsbesluit genomen. Hierin is de locatie in de groenstrook vlakbij Molenwerf 14, ongeveer ter hoogte van de oprit van [locatie], als vervangende locatie aangewezen. [appellanten] wonen aan [locatie]. Zij kunnen zich niet verenigen met de plaatsing van de orac op de locatie vlakbij Molenwerf 14, omdat zij onder meer vrezen voor onveilige verkeerssituaties en er volgens hen een geschiktere alternatieve locatie is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1917
Datum uitspraak
25 augustus 2021
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202005651/1/R1

202005741/1/R1

Bij besluit van 31 december 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Haarlem de locatie tegenover Spaarne 3-5, te Haarlem aangewezen voor het verplaatsen van de ondergrondse restafvalcontainers van Spaarne 15-17. Het besluit van 8 september 2020 strekt er toe dat een orac wordt verplaatst van Spaarne 15-17 naar Spaarne 3-5 en dat Spaarne 3-5 wordt aangewezen als locatie voor een container voor PBD-afval. Draw Architecten en anderen wonen dan wel zijn gevestigd in de nabijheid en zijn het niet eens met de aanwijzing van deze locatie. Draw Architecten en anderen betogen dat de aangewezen locatie ongeschikt is voor het verplaatsen van de orac en het plaatsen van een nieuwe container voor PBD. Volgens Draw Architecten en anderen is het algemeen bekend dat orac’s veel overlast veroorzaken. Nu staat de orac nog voor een gebouw dat niet dagelijks wordt gebruikt en ook geen vaste bewoners heeft, dit in tegenstelling tot de locatie Spaarne 3-5.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1893
Datum uitspraak
25 augustus 2021
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202005741/1/R1

202005984/1/R1

Bij besluit van 11 september 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Helder locatie PC01, ter hoogte van de hoek van de Cornelis de Houtmanstraat en de Petrus Planciusstraat, aangewezen voor de plaatsing van een ondergrondse restafvalcontainer. [appellant] woont aan de [locatie] in Den Helder, in de directe nabijheid van de aangewezen locatie. Hij is het niet eens met de aanwijzing van die locatie, die aan de zijkant van zijn woning ligt, en voert aan dat plaatsing van de ORAC zal leiden tot geluid- en geurhinder. Hij wijst op alternatieve locaties in de omgeving die volgens hem geschikter zijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1899
Datum uitspraak
25 augustus 2021
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202005984/1/R1

202006017/1/R1

Bij besluit van 17 september 2020 heeft de raad van de gemeente Haarlem het bestemmingsplan "Overdelft" vastgesteld. Het plangebied Overdelft ligt in het noordwesten van Haarlem en bestaat uit de woonwijk De Krim, het sportpark Pim Mulier, het Kennemer Sportcenter en de kunstijsbaan Kennemerland. De aanleiding voor het opstellen van het bestemmingsplan is dat de planologische regelingen voor het plangebied verouderd zijn en alleen te raadplegen zijn door middel van pdf-documenten. Het plan is volgens de raad een zogeheten conserverend bestemmingsplan met als doel het vastleggen van de bestaande ruimtelijke structuur in een actueel juridisch-planologisch kader dat ook digitaal beschikbaar is. Dit ook met het oog op het in werking treden van de Omgevingswet in de nabije toekomst. De bestaande situatie, met de huidige gebruiks- en bouwmogelijkheden, vormt daarbij het uitgangspunt. Wijkraad de Krim is een wijkraad met als oogmerk de belangen van de bewoners te dienen om de wijk leefbaar te maken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1902
Datum uitspraak
25 augustus 2021
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202006017/1/R1

202006023/1/R1

Bij onderscheiden besluiten van 11 september 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Helder locatie PC15, ter hoogte van Huygensstraat 36, en naastgelegen locatie PC16, aangewezen voor de plaatsing van een ondergrondse restafvalcontainer. [appellant] en anderen wonen in de directe nabijheid van de aangewezen locaties. Zij zijn het niet eens met de aanwijzing van de locaties, omdat dit onder meer ten koste gaat van parkeergelegenheid en zal leiden tot geur- en geluidhinder. Zij menen dat er alternatieve locaties zijn die geschikter zijn om te worden aangewezen als locaties voor ORAC’s.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1900
Datum uitspraak
25 augustus 2021
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202006023/1/R1

202006067/1/R3

Bij besluit van 22 september 2020 heeft de raad van de gemeente Midden-Delfland het bestemmingsplan "Hof van Keenenburg" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de realisatie van 27 woningen in de kern van Schipluiden mogelijk. Deze woningen, tezamen 'Hof Keenenburg' genoemd, zullen worden gebouwd op de locatie waar nu een kas, een parkeerterrein en een plantsoen zijn gelegen. Aan de noordzijde van het plangebied ligt de Singel, waar [appellant sub 2] en [appellant sub 1] wonen. Zij zijn het niet eens is met de vaststelling van dit plan. Zij vrezen een aantasting van hun woon- en leefklimaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1904
Datum uitspraak
25 augustus 2021
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202006067/1/R3

202006078/1/R1

Bij besluit van 18 november 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer [appellanten sub 2] onder oplegging van een dwangsom gelast de objecten die geplaatst zijn vóór de voorgevelrooilijn op het perceel aan het [locatie A] te Hoofddorp, te verwijderen en verwijderd te houden of te verlagen naar een maximale hoogte van 1 m. [appellanten sub 2] zijn de eigenaren van de woning aan [locatie A] in Hoofddorp. Naar aanleiding van een melding over objecten in de voortuin heeft een toezichthouder van de gemeente een controle uitgevoerd bij het perceel. De bevindingen van die inspectie zijn neergelegd in het rapport van 3 juni 2019. Door de toezichthouder is geconstateerd dat in de voortuin negen grijs/zwarte objecten zijn geplaatst. Zes van deze objecten staan voor de voorgevelrooilijn en drie daarvan staan daarachter. De last heeft betrekking op de voor de voorgevelrooilijn geplaatste objecten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1911
Datum uitspraak
25 augustus 2021
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202006078/1/R1

202006130/1/R1

Bij besluit van 6 oktober 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Enschede het plaatsingsplan vastgesteld en locaties aangewezen voor de plaatsing van bovengrondse afvalcontainers bij hoogbouwlocaties in Enschede, waaronder de locatie aan het Roombeekhofje 18. Het college heeft onder meer de locatie aan het Roombeekhofje 18 aangewezen voor de plaatsing van een container voor zogenoemd gfe-afval. [appellant] is het niet eens met de aanwijzing van deze locatie, omdat de afvalcontainer direct voor zijn woning wordt geplaatst. Hij vreest onder meer voor stankoverlast door het gebruik van de afvalcontainer.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1913
Datum uitspraak
25 augustus 2021
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202006130/1/R1

202006189/1/A2

Bij besluit van 16 mei 2019 heeft de algemeen directeur van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen aan [appellant] een onderzoek naar de rijgeschiktheid opgelegd en zijn rijbewijs gedurende het onderzoek geschorst. Op 23 maart 2019 werd [appellant] staande gehouden door de politie wegens een snelheidsovertreding. Tijdens het opmaken van de bekeuring hiervoor werd een sterke wietlucht bij hem geroken. Verder constateerde de politie diverse uiterlijke kenmerken bij hem die duidden op het gebruik van drugs zoals opgedroogd speeksel, wijd opengesperde ogen, vergrote pupillen, onrustig gedrag, spreken met een woordenvloed en sloom en te zelfverzekerd gedrag. De politie heeft [appellant] een voorlopig ademonderzoek en een speekseltest afgenomen. De speekseltest gaf een positief resultaat voor cannabis. Vervolgens is [appellant] naar het politiebureau vervoerd en is er bloed afgenomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1895
Datum uitspraak
25 augustus 2021
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202006189/1/A2

202006240/1/R1

Bij besluit van 27 juli 2018 heeft het college van dijkgraaf en hoogheemraden van het Hoogheemraadschap van Rijnland aan [vergunninghouder] een watervergunning verleend als bedoeld in hoofdstuk 6 van de Waterwet voor het verrichten van handelingen in een watersysteem in de Rietveldse Polder, ter hoogte van Burgemeester Smitweg 49 en Dijkgraafweg 7 te Hazerswoude-Dorp. De watervergunning betreft het aanbrengen en hebben van 13.604 m2 verhard oppervlak en het ter compensatie van de toename van verhard oppervlak aanleggen en hebben van een alternatieve waterberging. [vergunninghouder] heeft inmiddels een hemelwaterbassin gerealiseerd. De rechtbank heeft de watervergunning in stand gelaten. [appellant] heeft gronden in eigendom grenzend aan de gronden waar de watervergunning betrekking op heeft. Hij kan zich niet verenigen met de verleende watervergunning en stelt als gevolg daarvan wateroverlast te ondervinden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1901
Datum uitspraak
25 augustus 2021
  • Hoger beroep
  • Waterwet
  • uitspraakin de zaak202006240/1/R1

202006528/1/V6

Bij besluit van 12 februari 2020 heeft de raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank de remigratievoorzieningen die krachtens de Remigratiewet aan [appellante] zijn toegekend, ingetrokken. De raad van bestuur heeft in het besluit van 22 november 2018 krachtens de Remigratiewet aan [appellante] voorzieningen toegekend. In deze procedure gaat het om de intrekking van die voorzieningen, omdat de echtgenoot van [appellante] niet met haar mee is geremigreerd. De raad van bestuur heeft daaraan ten grondslag gelegd dat de echtgenoot weliswaar samen met [appellante] naar Armenië is vertrokken, maar dat zij niet gezamenlijk hun hoofdverblijf naar Armenië hebben verplaatst. Daarvoor heeft de raad van bestuur er op gewezen dat de echtgenoot zijn huurwoning in Hoofddorp heeft aangehouden en slechts kort - minder dan twee maanden - in Armenië heeft verbleven. Ook hebben [appellante] en haar echtgenoot in Armenië geen zelfstandige woning betrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1889
Datum uitspraak
25 augustus 2021
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202006528/1/V6

202006686/1/A2

Bij besluit van 5 december 2018 heeft de Intergemeentelijke Sociale Dienst Bollenstreek de schulddienstverlening van [appellante] met onmiddellijke ingang beëindigd. Bij besluit van 2 augustus 2016 is [appellante] op grond van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) en de Uitvoeringsregels schulddienstverlening ISD Bollenstreek (de Uitvoeringsregels) onder voorwaarden tot de schulddienstverlening toegelaten. Daarbij is een stabilisatietraject gestart wat inhoudt dat de inkomsten en uitgaven met elkaar in balans worden gebracht. Bij dit besluit is een plan van aanpak gevoegd dat de richting van het traject van de schulddienstverlening in grote lijnen aangeeft en tevens is een overeenkomst voor reservering van de afloscapaciteit bijgevoegd. Omdat [appellante] niet dan wel onvolledig aan haar afdrachtverplichting heeft voldaan, heeft de ISD haar bij brief van 10 augustus 2017 een eerste hersteltermijn geboden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1894
Datum uitspraak
25 augustus 2021
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202006686/1/A2

202007040/1/R1

Bij besluit van 16 oktober 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de aanvraag van Kess Corporation om een omgevingsvergunning voor het veranderen en het vergroten van het gebouw aan de Ceintuurbaan 352 te Amsterdam geweigerd. Kess Corporation is eigenaar van het gebouw dat bestaat uit vier bouwlagen. Ter realisering van een vijfde bouwlaag op het gebouw met de bestemming voor twee zelfstandige woningen heeft Kess Corporation op 1 december 2017 bij het college een conceptaanvraag ingediend. Het college heeft bij brief van 27 maart 2018 een positieve voorlopige reactie op de conceptaanvraag gegeven en gesteld dat de conceptaanvraag niet in strijd is met het bestemmingsplan en volgens de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (hierna: de CRK) voldoet aan de redelijke eisen van welstand. Volgens het college zal een in te dienen aanvraag om een omgevingsvergunning waarschijnlijk worden verleend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1919
Datum uitspraak
25 augustus 2021
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202007040/1/R1

202102497/3/A2

De minister van Infrastructuur en Waterstaat heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-­Nederland van 4 maart 2021. De minister heeft de vertrouwelijke versies van een aantal gedingstukken overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Awb meegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van deze stukken. het gaat onder andere om de volgende stukken: 1. aanvraag fabrikant om aanwijzing Stint van 28 juli 2011 en besluit minister van 14 november 2011; 2. testrapport RDW over aanwijzing Stint van 20 september 2011; 3. rapport NFI van 28 september 2018; 4. verslag van 3 oktober 2018 van gesprekken op 29 en 30 september 2018 met de fabrikant en diens advocaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1924
Datum uitspraak
25 augustus 2021
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202102497/3/A2

202102529/1/R3

Bij besluit van 18 februari 2021 heeft de raad van de gemeente Heerenveen het bestemmingsplan "Heerenveen Kerkstraat-Nieuwstraat" vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in de herontwikkeling van de locatie Kerkstraat 44 en omgeving in Heerenveen. Het maakt de bouw van een woongebouw met een maximale bouwhoogte van 13,2 m mogelijk. In het woongebouw mogen maximaal 17 wooneenheden worden gerealiseerd. Het woongebouw zal worden gebouwd op een locatie waar nu twee gebouwen staan en een parkeerterrein is gelegen. [appellant] woont tegenover het te bebouwen parkeerterrein. Hij vreest voor aantasting van zijn woon- en leefklimaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1887
Datum uitspraak
25 augustus 2021
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Friesland
  • uitspraakin de zaak202102529/1/R3

201907621/1/V2

Bij besluit van 6 december 2018 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1875
Datum uitspraak
24 augustus 2021
  • Hoger beroep
  • Andere zaken - Overige
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak201907621/1/V2

202005456/1/V3

Bij besluit van 7 mei 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2044
Datum uitspraak
24 augustus 2021
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202005456/1/V3

202100415/1/V1

Bij besluit van 25 juni 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1878
Datum uitspraak
24 augustus 2021
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202100415/1/V1

202104395/2/R2

Bij besluit van 29 oktober 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bladel [verzoeker] gelast om binnen 6 weken 10 paardenstallen, gemaakt van aluminium profielen, die aanwezig zijn op het perceel De Pan 14 in Hapert, te verwijderen en verwijderd te houden. [verzoeker] is eigenaar van het perceel aan [locatie] in Hapert. Op dit perceel is een paardenstal aanwezig en zijn 10 paardenstallen, gemaakt van aluminium profielen, bijgeplaatst. Na controle heeft het college op 29 oktober 2020 een last onder dwangsom opgelegd aan [verzoeker], omdat de 10 paardenstallen van aluminium profielen zijn geplaatst zonder omgevingsvergunning voor bouwen. [verzoeker] moet de bouwwerken verwijderen en verwijderd houden en verbeurt een dwangsom van € 1.000 per week met een maximum van € 10.000, indien hij hier niet aan voldoet. [verzoeker] heeft verzocht om een voorlopige voorziening te treffen, zodat de dwangsom niet wordt verbeurd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1874
Datum uitspraak
24 augustus 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202104395/2/R2

202104967/2/V2

Bij besluit van 11 november 2020 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1876
Datum uitspraak
24 augustus 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202104967/2/V2

202006008/1/A3 en 202006008/2/A3

Bij besluit van 31 januari 2020 heeft de minister voor Rechtsbescherming de aanvraag van [appellant] voor een verklaring omtrent het gedrag afgewezen. [appellant] (ex-gedetineerde) is zelfstandig ondernemer en heeft zich toegelegd op training en coaching. Hij rekent tot zijn opdrachtgevers de Reclassering Nederland, het Centrum van Jeugd en Gezin, de Dienst Justitiële inrichtingen en de Hogeschool Utrecht. Hij verricht werkzaamheden zoals het geven van groepstrainingen ontwikkeld en uitgevoerd voor (jong)volwassenen en (ex)gedetineerden, het geven van begeleiding aan deelnemers in een kort en/of lang penitentiair programma, het ontwikkelen en publiceren van een handleiding voor gedetineerden en het nauw samenwerken met onder meer justitiepersoneel en reclasseringsmedewerkers. [appellant] heeft in december 2019 een aanvraag bij de minister ingediend voor de afgifte van een verklaring omtrent het gedrag (VOG) voor een functie als zelfstandige bij de DJI als medewerker hoofdkantoor en inrichting.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1855
Datum uitspraak
23 augustus 2021
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Verklaring omtrent gedrag
  • uitspraakin de zaak202006008/1/A3 en 202006008/2/A3

202101232/1/V3

Bij besluit van 11 november 2020 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1869
Datum uitspraak
23 augustus 2021
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202101232/1/V3

202101244/2/R2

Bij besluit van 14 december 2020 heeft de raad het bestemmingsplan "Tilburg, hoogspanningsverbinding 150 kV Tilburg Noord-Best" vastgesteld. Het plan maakt de vervanging mogelijk van de bovengrondse 150 kV-lijnverbinding. Deze zullen worden vervangen door een ondergrondse 150 kV-kabelverbinding. Het plan voorziet in de gemeente Tilburg in de planologische regeling voor de ondergrondse verbindingen door middel van de dubbelbestemmingen "Leiding-Hoogspanning" en "Leiding-Hoogspanningsverbinding te vervallen". [verzoeker] is gevestigd aan de [locatie] in Berkel-Enschot. Op een deel van haar gronden wordt een gedeelte van het tracé mogelijk gemaakt. [verzoeker] verzet zich tegen het plan, omdat zij vreest voor belemmeringen bij haar bedrijfsvoering.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1865
Datum uitspraak
23 augustus 2021
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202101244/2/R2

202103646/2/A3

Bij besluit van 13 maart 2018 heeft de burgemeester van Vlaardingen een vergunning aan Hommerson verleend voor de exploitatie van een speelautomatenhal aan het Veerplein 132-134 te Vlaardingen. Deze exploitatievergunning heeft een geldigheidsduur van vijf jaar. Bij afzonderlijk besluit van 13 maart 2018 heeft de burgemeester Hommerson ook een vergunning verleend voor de aanwezigheid van 200 kansspelautomaten in de speelautomatenhal. Deze aanwezigheidsvergunning heeft een geldigheidsduur van een jaar. In de gemeente Vlaardingen is de vestiging van één speelautomatenhal mogelijk. Daarvoor heeft de gemeenteraad eerder de Verordening Speelautomaten Vlaardingen 2008 vastgesteld. Bij haar uitspraak van 2 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2927, heeft de Afdeling de bij de Verordening 2008 behorende kaart met het gebied waarin de speelautomatenhal mocht worden gevestigd, onverbindend verklaard. Die kaart stelde beperkingen die in strijd zijn met het beginsel van gelijke kansen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1856
Datum uitspraak
23 augustus 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202103646/2/A3

202103677/2/A3

Bij besluit van 11 februari 2021 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat aan [eigenaar/vennoot] van [vennootschap] een 'Bevel tot staken van de arbeid' opgelegd. [eigenaar/vennoot] heeft samen met een vennoot een onderneming genaamd [naam vennootschap]. [eigenaar/vennoot] verricht voor zijn onderneming werkzaamheden als taxichauffeur, maar ook als belastingadviseur. Hij is de enige taxibestuurder en de onderneming heeft de beschikking over twee taxi’s. Op donderdag 11 februari 2021 is hij in de omgeving van Schiphol gecontroleerd door een inspecteur van de Inspectie Leefomgeving en Transport. De inspecteur heeft geconstateerd dat [eigenaar/vennoot] in een aaneengesloten periode van 14 keer 24 uren geen rusttijd van 72 uur had genoten. Dit levert volgens de inspecteur op grond van artikel 8:1, eerste lid, van het Arbeidstijdenbesluit vervoer een overtreding op. Daarop heeft de inspecteur aan [eigenaar/vennoot] als eigenaar/vennoot van de vennootschap een ‘Bevel tot staken van de arbeid’ opgelegd

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1863
Datum uitspraak
23 augustus 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202103677/2/A3

202103870/2/R3

Bij besluit van 29 april 2021 heeft de raad van de gemeente Súdwest-Fryslân het bestemmingsplan "Sneek - Herontwikkeling locatie It Skûlplak" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt het initiatief van Stichting WoonFriesland tot herontwikkeling van de locatie "It Skûlplak" in Sneek mogelijk. Het plangebied wordt begrensd door de Doctor Bosstraat, de Doctor Kuyperlaan, de Goeman Borgesiuslaan en het te behouden S-vormige wooncomplex aan de Troelstrakade. Het plan voorziet in de vervanging van 48 bestaande sociale huurwoningen in het plangebied door 64 nieuwe sociale huurwoningen. Het gaat daarbij om 19 grondgebonden woningen ten westen van het S-vormige wooncomplex en een appartementencomplex met 45 appartementen ten noorden daarvan. [verzoeker] en anderen wonen in de omgeving van het plangebied. Zij zijn het niet eens met de vaststelling van het bestemmingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1857
Datum uitspraak
23 augustus 2021
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Friesland
  • uitspraakin de zaak202103870/2/R3

202103971/2/R4

Bij besluit van 29 april 2021 heeft de raad van de gemeente Nunspeet het bestemmingsplan "Elspeet Noordwest" (fase 3) vastgesteld. Het plangebied ligt aan de noordwestzijde van de kern Elspeet. In het plangebied wordt de derde fase van een woonwijk ontwikkeld. De eerste en tweede fase van deze woonwijk zijn inmiddels uitgevoerd. In het plangebied worden 85 woningen gerealiseerd. Omgevingsvergunningen zijn aangevraagd voor de bouw van 51 grondgebonden woningen door ASB en 22 grondgebonden woningen door [bedrijf]. ASB heeft ook de bouw gepland van 12 appartementen. Het college heeft nog niet beslist op de aangevraagde omgevingsvergunningen. [verzoeker A] en [verzoeker B] wonen aan de [locatie] in Elspeet. Hun woonperceel grenst aan het plangebied. [verzoeker A] en [verzoeker B] hebben de voorzieningenrechter verzocht het besluit van de raad van 29 april 2021 te schorsen om te voorkomen dat de gevraagde omgevingsvergunningen worden verleend en met de bouw kan worden gestart.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1866
Datum uitspraak
23 augustus 2021
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202103971/2/R4

202104471/2/A3

Bij besluit van 30 september 2020 heeft de burgemeester de op 8 augustus 2017 aan [bedrijf] verleende vergunning voor het exploiteren van een seksinrichting ingetrokken. [bedrijf] exploiteert sinds 2017 een seksinrichting in de vorm van een massagesalon aan de [locatie] te Soest. [bedrijf] is onderdeel van [verzoekster] die op dit moment 5 massagesalons exploiteert. Naar aanleiding van een tip van het Openbaar Ministerie over [persoon A], voorheen een van de aandeelhouders van [verzoekster] heeft de burgemeester van Soest het Landelijk Bureau Bibob op 21 december 2018 verzocht om een advies. Bureau Bibob heeft op 25 januari 2019 advies uitgebracht. Dat advies heeft het aangevuld bij brief van 30 april 2019. Het Bureau heeft op 13 februari 2020 een derde advies uitgebracht. De burgemeester heeft deze drie adviezen aan zijn besluitvorming ten grondslag gelegd en op basis daarvan de aan [bedrijf] verleende exploitatievergunning per 2 november 2020 ingetrokken bij zijn besluit van 30 september 2020.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1858
Datum uitspraak
23 augustus 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Wet Bibob
  • uitspraakin de zaak202104471/2/A3

202104777/1/R1

Bij besluit van 27 januari 2021 heeft het college van gedeputeerde staten van Gelderland aan [verzoekster] twee lasten onder dwangsom opgelegd, waaronder de last om overeenkomstig artikel 13 van de Wet bodembescherming de grond te verwijderen die in strijd met artikel 56 van het Besluit bodemkwaliteit is toegepast. Op 2 februari 2017 hebben twee toezichthouders van de Omgevingsdienst regio Arnhem geconstateerd dat [verzoekster] delen van haar bedrijfsterrein aan de [locatie] in Barneveld (terreinen C, D en E) had afgegraven en weer opgehoogd en geëgaliseerd. Deze terreinen zijn bedoeld voor de realisatie van een nieuwe grondbank en het zogenoemde voorzieningenterrein. Deze werkzaamheden hebben in 2016 plaatsgevonden en zijn niet vooraf met toepassing van artikel 42, eerste lid, van het Bbk gemeld aan het college. Op 28 augustus 2020 heeft [verzoekster] alsnog meldingen van deze toepassing ingediend en deze meldingen op 1 oktober 2020 aangevuld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1864
Datum uitspraak
23 augustus 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Bodembescherming
  • uitspraakin de zaak202104777/1/R1

202104940/2/V2

Bij besluit van 7 juni 2021 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1870
Datum uitspraak
23 augustus 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202104940/2/V2
vorige pagina1...229230231...1.246volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon