Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 123.756
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202102990/2/R4, 202102991/2/R4 en 202102993/2/R4

Bij besluit van 14 juli 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Ermelo onder meer het verzoek van [partij] afgewezen om handhavend op te treden tegen overtredingen van artikel 2.1, aanhef en onder a en c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: de Wabo) op de percelen van [verzoeker A] en [verzoeker B] met de kadastrale aanduiding gemeente Ermelo, sectie E, [locatie 1], [locatie 2] en [locatie 3]. [partij] exploiteert een recreatiepark op het perceel [locatie 4] te Ermelo. Dat perceel grenst aan het eveneens aan de Haspel gelegen bedrijfsterrein van [verzoeker A]. De percelen [locatie 1], [locatie 2] en [locatie 3] behoren tot dat bedrijfsterrein waar de [verzoeker A] een pallet- en timmerfabriek exploiteert. Ter plaatse van dat bedrijfsterrein geldt het bestemmingsplan "Tonselse Veld 1987". Bij brief van 22 februari 2017 heeft [partij] het college verzocht handhavend op te treden tegen door haar omschreven overtredingen op het bedrijfsterrein.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1565
Datum uitspraak
19 juli 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202102990/2/R4, 202102991/2/R4 en 202102993/2/R4

202103091/2/V2

Bij besluit van 17 maart 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1570
Datum uitspraak
19 juli 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202103091/2/V2

202103398/2/V2

Bij besluit van 31 maart 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1569
Datum uitspraak
19 juli 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202103398/2/V2

202003081/3/R3

[appellant] en anderen komen van rechtswege in beroep tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Hoogeveen van 6 april 2021 tot wijziging van de voorschriften van een omgevingsvergunning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1566
Datum uitspraak
19 juli 2021
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Wet Bibob
  • uitspraakin de zaak202003081/3/R3

202104376/2/V2

Bij besluit van 2 juni 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1564
Datum uitspraak
16 juli 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202104376/2/V2

202102735/1/V3

Bij besluit van 8 april 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1561
Datum uitspraak
15 juli 2021
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202102735/1/V3

202103486/3/R4

Bij besluit van 23 september 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Ermelo [verzoekster] gelast om binnen drie maanden na dagtekening van het besluit het bouwwerk aan de [locatie] te Ermelo te verwijderen en verwijderd te houden. Op 4 juni 2021 heeft de voorzieningenrechter uitspraak gedaan zonder zitting. Bij deze uitspraak heeft de voorzieningenrechter het bestreden besluit geschorst en bepaald dat de voorzieningenrechter een zitting zal beleggen waarop de vraag aan de orde zal worden gesteld of er aanleiding bestaat de bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening met toepassing van artikel 8:87 van de Awb op te heffen of te wijzigen. Op het perceel staat een bijgebouw van 5 meter hoog en een oppervlakte van 81m2. Dit bijgebouw staat op 1 meter van de perceelgrens. Tussen partijen is niet in geschil dat het college bevoegd is om handhavend op te treden tegen het zonder omgevingsvergunning gebouwde bouwwerk op het perceel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1558
Datum uitspraak
15 juli 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202103486/3/R4

202104275/2/V2

Bij besluit van 20 april 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1560
Datum uitspraak
15 juli 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202104275/2/V2

202104554/2/A3

Bij drie afzonderlijke deelbesluiten van 6 juni, 1 juli en 23 juli 2019 heeft de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit verzoeken op grond van de Wet openbaarheid van bestuur van MOB deels ingewilligd en deels afgewezen. Deze verzoeken strekten tot openbaarmaking van gegevens over alle agrarische bedrijven waarvoor een melding in het kader van het Programma Aanpak Stikstof is ingediend bij alle bevoegde gezagen vanaf 1 juli 2015 tot 13 januari 2019 en tot openbaarmaking van gegevens over alle niet-agrarische bedrijven waarvoor zo’n melding is gedaan. Bij uitspraak van 25 juni 2021 heeft de rechtbank het door MOB daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 4 maart 2021 vernietigd voor zover de weigering om bedrijfsadresgegevens openbaar te maken daarin is gehandhaafd, bepaald dat de minister binnen drie weken bedrijfsadresgegevens alsnog openbaar maakt en bepaald dat deze uitspraak in de plaats treedt van het besluit van 4 maart 2021 voor zover vernietigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1562
Datum uitspraak
15 juli 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202104554/2/A3

202100674/1/V2

Bij besluit van 26 november 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1501
Datum uitspraak
14 juli 2021
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202100674/1/V2

202101719/2/R4

Bij besluit van 27 mei 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht omgevingsvergunning verleend aan [vergunninghouder] voor het verbouwen en gedeeltelijk uitbreiden van het pand op het perceel [locatie 1] in Utrecht zodat 10 appartementen kunnen worden gebouwd. In het pand [locatie 1] was op de begane grond een café gevestigd. Op de eerste verdieping bevond zich een bovenwoning. [vergunninghouder] heeft een aanvraag om omgevingsvergunning ingediend om het pand te verbouwen en gedeeltelijk uit te breiden voor het realiseren van tien appartementen. Het college heeft bij besluit van 27 mei 2019, verzonden op 29 mei 2019 een omgevingsvergunning verleend waarbij is afgeweken van het bestemmingsplan "Rivierenwijk" en het bestemmingsplan "Chw algemene regels over bouwen en gebruik". In het besluit op bezwaar van 21 november 2019 heeft het college zich op het standpunt gesteld dat alleen hoeft te worden afgeweken van het bestemmingsplan "Rivierenwijk".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1500
Datum uitspraak
14 juli 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202101719/2/R4

202104005/2/V2

Bij besluit van 12 mei 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1502
Datum uitspraak
14 juli 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202104005/2/V2

202104064/2/V2

Bij besluit van 23 februari 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1503
Datum uitspraak
14 juli 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202104064/2/V2

202104516/2/V2

Bij besluit van 28 december 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1559
Datum uitspraak
14 juli 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202104516/2/V2

201904337/3/R3

Bij tussenuitspraak van 23 december 2020, ECLI:NL:RVS:2020:3113 (hierna: de tussenuitspraak), heeft de Afdeling het college van burgemeester en wethouders van Gouda opgedragen binnen 20 weken na verzending van de tussenuitspraak het daarin omschreven gebrek in het besluit van 12 februari 2019, waarbij het uitwerkingsplan "Supermarkt Fluwelensingel" is vastgesteld, te herstellen. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak van 23 december 2020 onder 14.3 overwogen dat het college niet concreet met behulp van een actueel verkeersonderzoek inzichtelijk heeft gemaakt hoeveel verkeersbewegingen de voorziene ontwikkeling zal genereren en wat de gevolgen daarvan zijn voor de verkeerssituatie op de singels in Gouda, in het bijzonder op de Fluwelensingel en de Blekerssingel. Gelet hierop is onduidelijk hoe de voorziene ontwikkeling zich verhoudt tot de ambitie in het "Mobiliteitsplan Gouda 2017-2026" van de gemeente Gouda.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1545
Datum uitspraak
14 juli 2021
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak201904337/3/R3

201904508/1/R4

Bij besluit van 8 maart 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen een op de begane grond gelegen aanbouw bij de woning aan de [locatie 1] in Rotterdam afgewezen. [appellant] woont aan de [locatie 2] in Rotterdam. Op 13 februari 2017 heeft hij het college verzocht handhavend op te treden tegen het bouwwerk bij de woning op het perceel, omdat volgens hem voor dit bouwwerk een omgevingsvergunning had moeten worden verleend. Bij besluit van 8 maart 2017, gehandhaafd bij besluit van 13 maart 2018, heeft het college dit verzoek afgewezen, omdat volgens het college voor het betreffende bouwwerk geen omgevingsvergunning nodig is. Daarnaast heeft het college het bezwaar van [appellant] tegen de bij besluit van 21 juni 2017 verleende omgevingsvergunning bij apart besluit van 13 maart 2018 ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1547
Datum uitspraak
14 juli 2021
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak201904508/1/R4

201905473/1/R4

Bij besluiten van 26 november 2018 heeft de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat [appellante] onder oplegging van drie afzonderlijke dwangsommen gelast om zich met onmiddellijke ingang te onthouden van overtreding van artikel 10.60, tweede lid, van de Wet milieubeheer, gelezen in verbinding met artikel 2, aanhef en lid 35, van de Verordening (EG) nr. 1013/2006 en artikel 23, eerste lid, van de Richtlijn 2008/98/EG. [appellante] verzamelde, sorteerde, bewerkte en verwerkte hoofdzakelijk minerale gevaarlijke en niet gevaarlijke afvalstoffen. [appellante] bracht vanaf het bedrijfsterrein aan de [locatie] in Sterksel (een deel van) deze afvalstoffen, al dan niet na bewerking, naar het buitenland over. Deze bedrijfsactiviteiten van [appellante] zijn inmiddels gestaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1509
Datum uitspraak
14 juli 2021
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak201905473/1/R4

201905984/1/R1

Bij besluit van 29 mei 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bergen, NH aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het in strijd met het bestemmingsplan realiseren van een tijdelijke opslag van ongeveer 2.500 m3 grond op het perceel [locatie 1] tot 29 mei 2020, afkomstig van een ontgraving in het kader van een project van Natuurmonumenten. Daarbij heeft het college toepassing gegeven aan artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 2˚, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in samenhang bezien met artikel 4, aanhef en onderdeel 11, van Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht. De opgeslagen grond zal op een later moment worden gebruikt ter sanering van de vuilstortplaats die eveneens op het perceel [locatie 1] aanwezig is. [appellante], destijds woonachtig op het perceel lokaal bekend [locatie 2], kan zich hier niet mee verenigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1513
Datum uitspraak
14 juli 2021
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak201905984/1/R1

201908988/1/R3

Bij besluit van 20 maart 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer onder oplegging van een dwangsom Trailstore Holding gelast de exploitatie van een winkel met detailhandel in het pand op het perceel Loodstraat 3 te Zoetermeer te staken en gestaakt te houden. Trailstore Holding handelt op het perceel onder de naam MudSweatTrails store. Dit bedrijf richt zich op 'trailen', waaronder wordt verstaan hardlopen in de natuur van de gebaande paden af. MudSweatTrails store verkoopt producten die voor die sport gebruikt worden. In het bedrijfspand op het perceel zijn op de begane grond en de verdieping twee ruimten aanwezig, waar de producten liggen of hangen. Op de begane grond zijn er verder een kantoor, een testbaan, pashokjes en een afhaalbalie aanwezig. De hoofdfunctie van Trailstore Holding is een postorderbedrijf.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1546
Datum uitspraak
14 juli 2021
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak201908988/1/R3

201909128/1/R1

Bij besluit van 31 oktober 2019 heeft de raad van de gemeente Lansingerland het bestemmingsplan "Bedrijvenpark Oudeland 2019 - fase 1" vastgesteld. [appellante] is gevestigd aan de [locatie] in Berkel en Rodenrijs (hierna: het perceel) en heeft een groothandel met (ondergeschikte) detailhandel in diervoeder. Volgens het bestemmingsplan "Centrum Berkel en Rodenrijs" is op dit perceel groothandel met niet-zelfstandige detailhandel toegestaan. [appellante] wil het bedrijf voortzetten als groothandel en zelfstandige detailhandel in diervoeders op een andere locatie, omdat op het perceel woningbouw is voorzien. De gemeente heeft [appellante] in de gelegenheid gesteld om een braakliggende kavel, te weten kavel B8 (gedeeltelijk) en kavel C1 (gedeeltelijk), op bedrijvenpark ‘Oudeland’ op de hoek van de Archimedesstraat en de Celsiusstraat te Berkel en Rodenrijs te verwerven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1540
Datum uitspraak
14 juli 2021
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak201909128/1/R1

201909145/1/A2

Bij besluit van 20 november 2014 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de huurtoeslag aan [appellant] over het jaar 2013 vastgesteld op € 550,00 en € 1.677,00 aan uitbetaalde voorschotten, inclusief rente, teruggevorderd. [appellant] huurde een woning op het adres [locatie] in Breda. Daarvoor heeft hij destijds huurtoeslag aangevraagd. De huurtoeslag werd op zijn verzoek rechtstreeks overgemaakt naar de verhuurder. De Belastingdienst/Toeslagen heeft bij besluit van 28 december 2012 aan [appellant] een voorschot huurtoeslag voor het toeslagjaar 2013 toegekend voor een bedrag van € 2.202,00. [appellant] stond vanaf 18 maart 2013 niet meer in de basisregistratie personen ingeschreven op het adres waarvoor hij huurtoeslag heeft aangevraagd. Vanaf die datum heeft hij geen recht meer op huurtoeslag voor die woning. De uitbetaalde voorschotten huurtoeslag voor de maanden april tot en met december 2013 moet hij daarom terugbetalen, aldus de Belastingdienst/Toeslagen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1553
Datum uitspraak
14 juli 2021
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak201909145/1/A2

202000280/1/R4

Bij besluit van 13 november 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Enschede besloten tot toepassing van bestuursdwang zonder voorafgaande last ten aanzien van de inhoud van een op het perceel aan de [locatie] in Enschede geparkeerde oplegger. Daarbij heeft het college [appellant] te kennen gegeven dat de kosten daarvan op hem zullen worden verhaald. [appellant] is eigenaar van het perceel waar hij een veehouderij, slagerij, vleeshandel en cateringbedrijf exploiteert. Tussen partijen is niet in geschil dat [appellant] eind augustus of begin september 2018 heeft ingestemd met een verzoek van [persoon A], een bekende van [appellant], om twee afgesloten lege opleggers zonder kentekenplaten enige dagen op een verhard gedeelte van de kuilvoerplaats op het perceel te parkeren. Steekproefsgewijze bemonstering van de 76 vaten heeft geleid tot de conclusie dat in de vaten ongeveer 14.400 liter methylamine, methanol, aceton en dichloormethaan was opgeslagen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1549
Datum uitspraak
14 juli 2021
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202000280/1/R4

202000335/1/A2

Bij besluit van 28 april 2011 heeft het college van burgemeester en wethouders van Wijdemeren een verzoek van Pemboek B.V. om toekenning van een tegemoetkoming in planschade afgewezen. Pembroek B.V. is eigenaar van het perceel Industrieweg 22 in Loosdrecht. Bij de brief van 2 april 2010 heeft Pembroek B.V. een verzoek om toekenning van een tegemoetkoming in planschade ingediend bij het college, in verband met het in januari 2008 in werking getreden bestemmingsplan "Kern Nieuw Loosdrecht". Op grond van dit plan is op het hele perceel een bedrijf ter vervaardiging van aroma’s, geur- en smaakstoffen en farmaceutische grondenstoffen en producten, voor zover dit bedrijf voorkomt in ten hoogste categorie 4.2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten, toegestaan. Verder zijn op een deel van het perceel bedrijven van milieucategorie 1 en 2 toegestaan. En op een ander deel van het perceel zijn bedrijven die voorkomen in milieucategorie 1, 2 en 3.1 toegestaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1511
Datum uitspraak
14 juli 2021
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202000335/1/A2

202000348/1/R2

In het besluit van 22 december 2015, kenmerk 2015/0400038, heeft het college van gedeputeerde staten van Overijssel een vergunning op grond van artikel 19d van de Natuurbeschermingswet 1998 verleend aan [vergunninghouder] in [plaats]. [vergunninghouder] exploiteert een varkenshouderij aan de [locatie] in [plaats]. Het is voornemens om de vleesvarkenshouderij te wijzigen in een zeugenhouderij. Daarvoor worden de bestaande stallen gesloopt en nieuwe stallen gebouwd. Het college heeft op 22 december 2015 een natuurvergunning verleend voor het inwerking hebben van de zeugenhouderij. De vergunning is verleend voor het houden van 640 kraamzeugen, 2363 guste en dragende zeugen, 4 dekberen en 432 opfokzeugen, met een totale emissie van 2518,41 kg NH3/jr. Het college heeft de vergunning verleend, omdat de depositie van de aangevraagde bedrijfssituatie niet toeneemt ten opzichte van de depositie in de referentiesituatie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1507
Datum uitspraak
14 juli 2021
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • Vee e.a. dieren
  • uitspraakin de zaak202000348/1/R2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202000348/1/R2

202000578/1/A2

Bij besluit van 9 mei 2018 heeft De Nederlandsche Bank N.V. de aanvraag van F&F Products om de waarde van de door haar aangeboden euromunten te vergoeden, afgewezen. F&F Products heeft DNB 1.032 euromunten aangeboden en verzocht om de waarde van die munten te vergoeden. De munten zijn in Azië gewonnen uit afval en zijn afkomstig uit een afvalrecycleproces. Het Nationaal Analysecentrum voor Munten van DNB heeft de munten op 22 maart 2018 onderzocht en daarover een verslag uitgebracht waarin onder meer wordt ingegaan op de feitelijke staat van die munten. Niet in geschil is dat bij de ingeleverde munten 9 valse munten en 36 niet-euromunten zaten. F&F Products wil alleen de waarde van de overige 987 ingeleverde munten van DNB ontvangen. DNB heeft zich op het standpunt gesteld dat de munten een bewerking hebben ondergaan waarvan redelijkerwijs is te verwachten dat ze de munt verandert als bedoeld in artikel 9, zesde lid, van de Muntwet 2002.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1544
Datum uitspraak
14 juli 2021
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202000578/1/A2

202000911/1/R3 en 202002343/1

Bij besluit van 29 april 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Groningen een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van vier oefenruimtes aan de Bloemsingel te Groningen. In 2017 heeft de gemeente Groningen een prijsvraag uitgeschreven om het beste ontwerp te vinden voor de permanente huisvesting van vijf podiuminstellingen in het Ebbingekwartier. De jury heeft het ontwerp "Dialoog tussen ruimte en verbeelding" van Ard de Vries en Donna van Milligen Bielke uit Amsterdam aangewezen als winnaar van de prijsvraag. Ter uitvoering hiervan heeft Ard de Vries architecten namens de gemeente Groningen op 17 december 2018 een omgevingsvergunning aangevraagd met als projectomschrijving "huisvesting voor 4 oefenruimtes voor theatergezelschappen te Groningen". Het college heeft bij besluit van 29 april 2019 een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van vier oefenruimtes voor theatergezelschappen te Groningen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1527
Datum uitspraak
14 juli 2021
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202000911/1/R3 en 202002343/1

202001247/1/A2

Bij besluit van 29 mei 2018 heeft de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport [appellant] een bestuurlijke boete opgelegd van € 3.350,00. De minister heeft de boete opgelegd omdat een inspecteur van de Inspectie voor de Gezondheidszorg naar aanleiding van twee meldingen in september 2016 heeft geconstateerd dat [appellant] in de periode september 2016 tot en met juli 2017 de titel van arts of een daarop gelijkende benaming als natuurarts, dokter en physician heeft gevoerd. Dit terwijl [appellant] niet stond ingeschreven in het BIG-register als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg. De inspecteur heeft zijn bevindingen in het boeterapport van 30 november 2017 vastgelegd. Het voeren van de titel is gebleken uit een uittreksel van de Kamer van Koophandel, vermelding op het linkedin-profiel van [appellant], vermeldingen op websites, ondertekening van een brief van 23 februari 2017 en vermelding op een flyer die huis-aan-huis is verspreid in Castricum.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1542
Datum uitspraak
14 juli 2021
  • Hoger beroep
  • Boete
  • Gezondheidszorg
  • uitspraakin de zaak202001247/1/A2

202001283/1/R4

Bij besluit van 10 juli 2019 heeft de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming aan [vergunninghoudster] een vergunning als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Kernenergiewet verleend voor het verrichten van handelingen ten behoeve van ontmanteling van (delen van) mijnbouwinstallaties en onderhoud van mijnbouwinstallaties en/of daarmee samenhangend equipement ten behoeve van hergebruik met materialen met van nature voorkomende radionucliden op onder meer het perceel [locatie] te Vlaardingen. [vergunninghoudster] heeft op 15 mei 2017 bij de ANVS een aanvraag ingediend voor een vergunning om het voorhanden hebben en het kunnen verrichten van handelingen met materialen die mogelijk zijn verontreinigd met "NORM". Die verontreinigde materialen zijn afkomstig van met name mijnbouwinstallaties die [vergunninghoudster] wenst te ontmantelen dan wel wenst te onderhouden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1508
Datum uitspraak
14 juli 2021
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Kernenergie
  • uitspraakin de zaak202001283/1/R4

202001325/1/R1

Bij besluit van 19 december 2019 heeft de raad van de gemeente Pijnacker-Nootdorp het bestemmingsplan "Ypenburg Centraal" vastgesteld. Het plan is een actualisatie van het bestemmingsplan "Nootdorp-Noord", vastgesteld op 23 september 2010, en van plannen waarbij het bestemmingsplan "Nootdorp-Noord" is gewijzigd in verband met latere ontwikkelingen. Met het plan worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. [appellant] is eigenaar van de woning op het perceel [locatie A] te Nootdorp (hierna: het perceel). Hij beoogt met zijn beroep te bereiken dat de bouwhoogte van 4 m die geldt voor een deel van het perceel, wordt verhoogd tot 6,5 m.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1551
Datum uitspraak
14 juli 2021
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202001325/1/R1

202001528/1/A2

Bij besluit van 5 maart 2019 heeft de directie van de Dienst Wegverkeer de aanvraag van [appellant] voor het omwisselen van zijn Curaçaose rijbewijs voor een Nederlands rijbewijs afgewezen. Op 22 februari 2019 heeft [appellant] bij de RDW een aanvraag gedaan voor het omwisselen van zijn Curaçaose rijbewijs. Hij heeft daarbij een uittreksel van 20 april 2018 uit het register als bedoeld in de "Wegenverkeersverordening Curaçao" gevoegd. Daaruit blijkt dat aan hem op 18 augustus 2009 een rijbewijs is afgegeven voor de categorie B dat geldig was tot 18 augustus 2014 en dat hij in het verleden in het bezit was van een rijbewijs dat was afgegeven in Colombia. Ook heeft [appellant] een detentieverklaring van 24 november 2017 bijgevoegd. Daarin is vermeld dat hij met ingang van 5 juni 2013 gedetineerd was in Venezuela en dat hij op 15 december 2016 is overgebracht naar Nederland.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1543
Datum uitspraak
14 juli 2021
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202001528/1/A2

202001641/2/A2

Bij tussenuitspraak van 3 februari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:207, heeft de Afdeling het college van burgemeester en wethouders van Duiven opgedragen om binnen tien weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin opgenomen gebreken te herstellen. APO Zevenaar B.V. is sinds 1999 eigenaar van een pand aan het Remigiusplein 6 in Duiven. In dit pand was tot 1 januari 2020 de horecaonderneming van [appellant] gevestigd. Bij brief van 9 maart 2015 hebben zij een verzoek om toekenning van planschade bij het college ingediend. Door de inwerkingtreding van het bestemmingsplan "Centrum fase-1" stellen zij schade te lijden omdat dit plan op korte afstand van het pand en het daarbij behorende terras meer bebouwing mogelijk maakt waardoor de horecaonderneming minder zichtbaar is vanaf het plein en de bezonning op het terras afneemt. Het plan heeft daardoor volgens APO Zevenaar B.V. en [appellant] een negatief effect op de omzet van de horecaonderneming en daarmee op de waarde van het pand.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1523
Datum uitspraak
14 juli 2021
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202001641/2/A2

202001740/1/A2

Bij uitspraak van 11 februari 2020 heeft de rechtbank de algemeen directeur (lees: de directie) van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen op grond van artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van € 1.002,00 aan [appellant], vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 december 2017 tot de dag van algehele voldoening. [appellant] is op 5 december 2016 aangehouden voor rijden onder invloed. Als gevolg daarvan heeft het CBR besloten dat [appellant] een Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer, een verplichte cursus waarin de cursist de risico’s van alcoholgebruik in het verkeer wordt bijgebracht en hem wordt geleerd niet meer met alcohol op te gaan rijden, diende te volgen om zijn rijbewijs te kunnen behouden. De kosten voor een dergelijke cursus, € 570,00, komen voor rekening van de cursist. Het CBR heeft op verzoek van [appellant] een betalingsregeling met hem getroffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1554
Datum uitspraak
14 juli 2021
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202001740/1/A2

202001767/1/A2

Bij besluit van 24 juni 2019 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand (hierna: de raad) de aanvraag van [wederpartij] om een toevoeging voor gesubsidieerde rechtsbijstand door [advocaat] afgewezen. Rechtzoekenden van wie het inkomen en vermogen beneden een bepaalde grens liggen en die daarom de kosten van een advocaat niet geheel zelf kunnen dragen, kunnen bij de raad een aanvraag indienen om een toevoeging voor door de overheid gesubsidieerde rechtsbijstand. De regels om in aanmerking te komen voor een toevoeging zijn neergelegd in de Wet op de rechtsbijstand. Daarnaast heeft de raad hiervoor beleid vastgesteld, neergelegd in zogenoemde werkinstructies. [wederpartij] heeft een geschil met het college van burgemeester en wethouders van Zwolle over zijn bijstandsuitkering. Bij besluit van 25 mei 2018 heeft de raad [wederpartij] een toevoeging verleend voor het maken van bezwaar door [advocaat] tegen een besluit van het college om [wederpartij] een boete op te leggen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1512
Datum uitspraak
14 juli 2021
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202001767/1/A2

202001919/1/A2

Bij besluit van 12 juni 2019 heeft de raad van de gemeente Amstelveen een verzoek van de Stichting Islamitisch Onderwijs Noord-Holland om een basisschool op islamitische grondslag op te nemen in het plan van scholen 2020-2022, afgewezen. SIO wil in de gemeente Amstelveen een islamitische basisschool oprichten. Om voor bekostiging in aanmerking te komen, heeft SIO de raad verzocht om opneming van die school in het plan van scholen 2020-2022. In artikel 77, eerste lid van de Wpo is bepaald dat de raad een bijzondere school in elk geval in het plan opneemt, indien op grond van de bij de aanvraag overgelegde gegevens aannemelijk is dat de school binnen 5 jaar vanaf de datum van ingang van de bekostiging en voorts gedurende 15 jaar na die periode van 5 jaar zal worden bezocht door ten minste het aantal leerlingen dat overeenkomt met de voor de gemeente geldende stichtingsnorm. In Amstelveen is de stichtingsnorm 290 leerlingen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1537
Datum uitspraak
14 juli 2021
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Onderwijs
  • uitspraakin de zaak202001919/1/A2

202002246/1/R1

Bij besluit van 4 december 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tholen besloten over te gaan tot invordering van volgens hem verbeurde dwangsom tot een bedrag van €15.000,-. Bij besluit van 11 september 2014 heeft het college aan [appellant] een last onder dwangsom van € 15.000,- ineens opgelegd om de permanente bewoning van de recreatiewoning aan de [locatie 1] in Sint-Annaland op Chaletparc Krabbenkreek voor 1 januari 2018 te beëindigen en beëindigd te houden. Aan de recreatiewoning is in het bestemmingsplan "Havenplateau, Sint-Annaland" de bestemming "Recreatie" toegekend. Na afloop van de begunstigingstermijn heeft het college een toezichthouder laten controleren of [appellant] aan de opgelegde last heeft voldaan. De toezichthouder heeft bij opeenvolgende controles op 22 februari 2018, 9 maart 2018, 28 maart 2018, 12 april 2018, 24 april 2018, 8 mei 2018 en 22 mei 2018 [appellant] in de recreatiewoning gezien.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1514
Datum uitspraak
14 juli 2021
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202002246/1/R1

202002717/1/A3

Bij besluiten van 15 november 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders van Vlissingen een ligplaatsvergunning verleend aan [vergunninghouder A], [vergunninghouder B], [vergunninghouder C], Dagje Vissen op Zee, Provoost Maritiem, Visbootclub Deurloo, [vergunninghouder D], BVBA Caroline, Rijkswaterstaat Directie Noordzee, Nederlands Loodswezen B.V., [vergunninghouder E], [vergunninghouder F], Zeeuwse Visveiling Vlissingen B.V. en Oceanwide Marine Services. [appellante] is een bedrijf dat zich onder meer toelegt op het organiseren van rondvaarten in Vlissingen. De rederij heeft een ligplaats in Middelburg en wil een ligplaats in de binnenhavens van Vlissingen om van daaruit rondvaarten te organiseren en partyverhuur en vistochten te faciliteren. Op 9 april 2014 heeft [appellante] bij de havenmeester een ligplaatsvergunning aangevraagd voor een ligplaats in de Binnenhaven van Vlissingen voor de periode van september 2014 tot en met april 2015.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1541
Datum uitspraak
14 juli 2021
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202002717/1/A3

202002751/1/A3

Bij besluit van 21 maart 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Vlissingen de aanvraag van [wederpartij] om een ligplaatsvergunning afgewezen. [wederpartij] is een bedrijf dat zich onder meer toelegt op het organiseren van rondvaarten in Vlissingen. De rederij heeft een ligplaats in Middelburg en wil een ligplaats in de binnenhavens van Vlissingen om van daaruit rondvaarten te organiseren en partyverhuur en vistochten te faciliteren. Op 9 april 2014 heeft [wederpartij] bij de havenmeester een ligplaatsvergunning aangevraagd voor een ligplaats in de Binnenhaven van Vlissingen voor de periode van september 2014 tot en met april 2015. Bij brief van 15 september 2015 heeft [wederpartij] het college bericht dat de termijn om een besluit te nemen over de aanvraag van 9 april 2014 ruimschoots is verstreken en het college verzocht de van rechtswege verleende ligplaatsvergunning bekend te maken. Ook heeft [wederpartij] het college in gebreke gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1485
Datum uitspraak
14 juli 2021
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202002751/1/A3

202002813/1/A3

Bij besluit van 2 oktober 2018 heeft de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, thans: de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een bestuurlijke boete van € 8.500,00 aan [appellante] opgelegd vanwege een overtreding van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag en besloten tot openbaarmaking van inspectiegegevens. Tijdens een inspectie op 23 november 2017 heeft een arbeidsinspecteur van de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid geconstateerd dat [appellante] het minimumloon aan tien van haar werknemers in de periode van 1 maart 2017 tot en met 30 september 2017 anders dan giraal heeft betaald. Dat is in strijd met artikel 7a, eerste lid, van de Wml. Naar aanleiding van het door de arbeidsinspecteur opgemaakte boeterapport van 9 augustus 2018 heeft de staatssecretaris aan [appellante] een boete van € 8.500,00 opgelegd. De staatssecretaris heeft de boete niet in verband met de draagkracht van [appellante] gematigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1510
Datum uitspraak
14 juli 2021
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202002813/1/A3

202003156/1/A2

Bij besluit van 26 april 2018 heeft het bestuur van her Participatiefonds een verzoek van Stichting Baasis om vergoeding van de uitkeringskosten die voortvloeien uit de beëindiging van het dienstverband van [voormalig werknemer], afgewezen. Op 20 december 2017 heeft Stichting Baasis het Participatiefonds verzocht om vergoeding van de uitkeringskosten die voortvloeien uit het op 1 augustus 2012 beëindigde dienstverband van [voormalig werknemer]. Bij het besluit van 26 april 2018 heeft het Participatiefonds dit verzoek afgewezen, omdat niet aan alle voorwaarden is voldaan. Het hiertegen door Stichting Baasis gemaakte bezwaar is door het Participatiefonds bij het besluit van 16 april 2020 niet-ontvankelijk verklaard. Het Participatiefonds stelt zich op het standpunt dat het bezwaarschrift niet op tijd is ingediend en dat door Stichting Baasis geen redenen zijn aangevoerd die tot de conclusie moeten leiden dat sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1536
Datum uitspraak
14 juli 2021
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Geld
  • Onderwijs
  • uitspraakin de zaak202003156/1/A2

202003157/1/A2

Bij besluit van 25 oktober 2017 heeft het bestuur van het Participatiefonds een verzoek van Stichting Baasis om vergoeding van de uitkeringskosten die voortvloeien uit de beëindiging van het dienstverband van [voormalig werknemer], toegewezen. Bij besluit van 16 april 2020 heeft het Participatiefonds het door Stichting Baasis hiertegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Tegen dit besluit heeft Stichting Baasis beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1493
Datum uitspraak
14 juli 2021
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Geld
  • Onderwijs
  • uitspraakin de zaak202003157/1/A2

202003158/1/A2

Bij besluit van 15 november 2017 heeft het bestuur van het Participatiefonds bepaald dat de uitkeringskosten van Stichting Baasis, voortvloeiend uit de beëindiging van het dienstverband van [voormalig werknemer], niet ten laste van het fonds komen. Bij het besluit van 15 november 2017 heeft het Participatiefonds bepaald dat de uitkeringskosten van Stichting Baasis, voortvloeiend uit het op 1 april 2013 beëindigde dienstverband van [voormalig werknemer], niet ten laste van het fonds komen. De reden daarvoor is dat Stichting Baasis niet (tijdig) heeft gereageerd op de brief van 19 september 2017, waarin zij (alsnog) in de gelegenheid is gesteld door het Participatiefonds om binnen een bepaalde termijn voor die uitkeringskosten een vergoedingsverzoek in te dienen. Het hiertegen door Stichting Baasis gemaakte bezwaar is door het fonds bij het besluit van 16 april 2020 niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1524
Datum uitspraak
14 juli 2021
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Geld
  • Onderwijs
  • uitspraakin de zaak202003158/1/A2

202003159/1/A2

Bij besluit van 12 juni 2017 heeft het bestuur van het Participatiefonds bepaald dat de uitkeringskosten van Stichting Baasis, voortvloeiend uit de beëindiging van het dienstverband van [voormalig werknemer], niet ten laste van het fonds komen. Bij het besluit van 12 juni 2017 heeft het Participatiefonds bepaald dat de uitkeringskosten van Stichting Baasis, voortvloeiend uit het op 1 juni 2014 beëindigde dienstverband van [voormalig werknemer], niet ten laste van het fonds komen. De reden daarvoor is dat Stichting Baasis niet (tijdig) heeft gereageerd op de brief van 18 februari 2015, waarin zij (alsnog) in de gelegenheid is gesteld door het Participatiefonds om binnen een bepaalde termijn voor die uitkeringskosten een vergoedingsverzoek in te dienen. Het hiertegen door Stichting Baasis gemaakte bezwaar is door het fonds bij het besluit van 16 april 2020 niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1519
Datum uitspraak
14 juli 2021
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Geld
  • Onderwijs
  • uitspraakin de zaak202003159/1/A2

202003160/1/A2

Bij besluit van 5 december 2018 heeft het bestuur van het Participatiefonds een verzoek van Stichting Baasis om vergoeding van de uitkeringskosten die voortvloeien uit de beëindiging van het dienstverband van [voormalig werknemer], afgewezen. Op 10 oktober 2018 heeft Stichting Baasis het Participatiefonds verzocht om vergoeding van de uitkeringskosten die voortvloeien uit het op 23 juli 2018 beëindigde dienstverband van [voormalig werknemer]. Bij het besluit van 5 december 2018 heeft het Participatiefonds dit verzoek afgewezen, omdat niet aan alle voorwaarden is voldaan. Het hiertegen door Stichting Baasis gemaakte bezwaar is door het Participatiefonds bij het besluit van 16 april 2020 niet-ontvankelijk verklaard. Het Participatiefonds stelt zich op het standpunt dat het bezwaarschrift niet op tijd is ingediend en dat door Stichting Baasis geen redenen zijn aangevoerd die tot de conclusie moeten leiden dat sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1530
Datum uitspraak
14 juli 2021
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Geld
  • Onderwijs
  • uitspraakin de zaak202003160/1/A2

202003161/1/A2

Bij besluit van 12 juni 2017 heeft het bestuur van het Participatiefonds bepaald dat de uitkeringskosten van Stichting Baasis, voortvloeiend uit de beëindiging van het dienstverband van [voormalig werknemer], niet ten laste van het fonds komen. Bij het besluit van 12 juni 2017 heeft het Participatiefonds bepaald dat de uitkeringskosten van Stichting Baasis, voortvloeiend uit het op 1 augustus 2014 beëindigde dienstverband van [voormalig werknemer], niet ten laste van het fonds komen. De reden daarvoor is dat Stichting Baasis niet (tijdig) heeft gereageerd op de brief van 18 februari 2015, waarin zij (alsnog) in de gelegenheid is gesteld door het Participatiefonds om binnen een bepaalde termijn voor die uitkeringskosten een vergoedingsverzoek in te dienen. Het hiertegen door Stichting Baasis gemaakte bezwaar is door het fonds bij het besluit van 16 april 2020 niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1533
Datum uitspraak
14 juli 2021
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Geld
  • Onderwijs
  • uitspraakin de zaak202003161/1/A2

202003162/1/A2

Bij besluit van 12 juni 2017 heeft het bestuur van het Participatiefonds bepaald dat de uitkeringskosten van Stichting Baasis, voortvloeiend uit de beëindiging van het dienstverband van [voormalig werknemer], niet ten laste van het fonds komen. Bij het besluit van 12 juni 2017 heeft het Participatiefonds bepaald dat de uitkeringskosten van Stichting Baasis, voortvloeiend uit het op 23 juni 2014 beëindigde dienstverband van [voormalig werknemer], niet ten laste van het fonds komen. De reden daarvoor is dat Stichting Baasis niet (tijdig) heeft gereageerd op de brief van 18 februari 2015, waarin zij (alsnog) in de gelegenheid is gesteld door het Participatiefonds om binnen een bepaalde termijn voor die uitkeringskosten een vergoedingsverzoek in te dienen. Het hiertegen door Stichting Baasis gemaakte bezwaar is door het fonds bij het besluit van 16 april 2020 niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1521
Datum uitspraak
14 juli 2021
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Geld
  • Onderwijs
  • uitspraakin de zaak202003162/1/A2

202003163/1/A2

Bij besluit van 12 juni 2017 heeft het bestuur van het Participatiefonds bepaald dat de uitkeringskosten van Stichting Baasis, voortvloeiend uit de beëindiging van het dienstverband van [voormalig werknemer], niet ten laste van het fonds komen. Bij het besluit van 12 juni 2017 heeft het Participatiefonds bepaald dat de uitkeringskosten van Stichting Baasis, voortvloeiend uit het op 1 februari 2014 beëindigde dienstverband van [voormalig werknemer], niet ten laste van het fonds komen. De reden daarvoor is dat Stichting Baasis niet (tijdig) heeft gereageerd op de brief van 17 september 2014, waarin zij (alsnog) in de gelegenheid is gesteld door het Participatiefonds om binnen een bepaalde termijn voor die uitkeringskosten een vergoedingsverzoek in te dienen. Het hiertegen door Stichting Baasis gemaakte bezwaar is door het fonds bij het besluit van 16 april 2020 niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1522
Datum uitspraak
14 juli 2021
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Geld
  • Onderwijs
  • uitspraakin de zaak202003163/1/A2

202003165/1/A2

Bij besluit van 28 september 2016 heeft het bestuur van het Participatiefonds een verzoek van Stichting Baasis om vergoeding van de uitkeringskosten die voortvloeien uit de beëindiging van het dienstverband van [voormalig werknemer], afgewezen. Op 10 maart 2016 heeft Stichting Baasis het Participatiefonds verzocht om vergoeding van de uitkeringskosten die voortvloeien uit het op 23 juli 2012 beëindigde dienstverband van [voormalig werknemer]. Bij het besluit van 28 september 2016 heeft het Participatiefonds dit verzoek afgewezen, omdat niet aan alle voorwaarden is voldaan. Het hiertegen door Stichting Baasis gemaakte bezwaar is door het Participatiefonds bij het besluit van 16 april 2020 niet-ontvankelijk verklaard. Het Participatiefonds stelt zich op het standpunt dat het bezwaarschrift niet op tijd is ingediend en dat door Stichting Baasis geen redenen zijn aangevoerd die tot de conclusie moeten leiden dat sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1532
Datum uitspraak
14 juli 2021
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Geld
  • Onderwijs
  • uitspraakin de zaak202003165/1/A2

202003166/1/A2

Bij besluit van 6 november 2017 heeft het bestuur van het Participatiefonds bepaald dat de uitkeringskosten van Stichting Baasis, voortvloeiend uit de beëindiging van het dienstverband van [persoon], niet ten laste van het fonds komen. Bij het besluit van 6 november 2017 heeft het Participatiefonds bepaald dat de uitkeringskosten van Stichting Baasis, voortvloeiend uit het op 23 juli 2012 beëindigde dienstverband van [voormalig werknemer], niet ten laste van het fonds komen. De reden daarvoor is dat Stichting Baasis niet (tijdig) heeft gereageerd op de brief van 12 juli 2017, waarin zij (alsnog) in de gelegenheid is gesteld door het Participatiefonds om binnen een bepaalde termijn voor die uitkeringskosten een vergoedingsverzoek in te dienen. Het hiertegen door Stichting Baasis gemaakte bezwaar is door het fonds bij het besluit van 16 april 2020 niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1517
Datum uitspraak
14 juli 2021
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Geld
  • Onderwijs
  • uitspraakin de zaak202003166/1/A2

202003167/1/A2

Bij besluit van 25 oktober 2017 heeft het bestuur van het Participatiefonds een verzoek van Stichting Baasis om vergoeding van de uitkeringskosten die voortvloeien uit de beëindiging van het dienstverband van [voormalig werknemer], toegewezen. Bij besluit van 16 april 2020 heeft het Participatiefonds het door Stichting Baasis hiertegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Tegen dit besluit heeft Stichting Baasis beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1531
Datum uitspraak
14 juli 2021
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Geld
  • Onderwijs
  • uitspraakin de zaak202003167/1/A2

202003227/1/A2

Bij besluit van 10 november 2017 heeft het bestuur van het Participatiefonds een verzoek van Stichting Baasis om vergoeding van de uitkeringskosten die voortvloeien uit de beëindiging van het dienstverband van [voormalig werknemer], afgewezen. Op 16 juni 2017 heeft Stichting Baasis het Participatiefonds verzocht om vergoeding van de uitkeringskosten die voortvloeien uit het op 31 juli 2012 beëindigde dienstverband van [voormalig werknemer]. Bij het besluit van 10 november 2017 heeft het Participatiefonds dit verzoek afgewezen, omdat niet aan alle voorwaarden is voldaan. Het hiertegen door Stichting Baasis gemaakte bezwaar is door het Participatiefonds bij het besluit van 16 april 2020 niet-ontvankelijk verklaard. Het Participatiefonds stelt zich op het standpunt dat het bezwaarschrift niet op tijd is ingediend en dat door Stichting Baasis geen redenen zijn aangevoerd die tot de conclusie moeten leiden dat sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1518
Datum uitspraak
14 juli 2021
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Geld
  • Onderwijs
  • uitspraakin de zaak202003227/1/A2

202003228/1/A2

Bij besluit van 5 maart 2019 heeft het bestuur van het Participatiefonds een verzoek van Stichting Baasis om vergoeding van de uitkeringskosten die voortvloeien uit de beëindiging van het dienstverband van [voormalig werknemer], toegewezen. Bij besluit van 16 april 2020 heeft het Participatiefonds het door Stichting Baasis hiertegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Tegen dit besluit heeft Stichting Baasis beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1535
Datum uitspraak
14 juli 2021
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Geld
  • Onderwijs
  • uitspraakin de zaak202003228/1/A2

202003229/1/A2

Bij besluit van 25 oktober 2017 heeft het bestuur van het Participatiefonds een verzoek van Stichting Baasis om vergoeding van de uitkeringskosten die voortvloeien uit de beëindiging van het dienstverband van [voormalig werknemer], toegewezen. Bij besluit van 16 april 2020 heeft het Participatiefonds het door Stichting Baasis hiertegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Tegen dit besluit heeft Stichting Baasis beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1528
Datum uitspraak
14 juli 2021
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Geld
  • Onderwijs
  • uitspraakin de zaak202003229/1/A2

202003230/1/A2

Bij besluit van 19 december 2017 heeft het bestuur van het Participatiefonds een verzoek van Stichting Baasis om vergoeding van de uitkeringskosten die voortvloeien uit de beëindiging van het dienstverband van [voormalig werknemer], toegewezen. Bij besluit van 16 april 2020 heeft het Participatiefonds het door Stichting Baasis hiertegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Tegen dit besluit heeft Stichting Baasis beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1525
Datum uitspraak
14 juli 2021
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Geld
  • Onderwijs
  • uitspraakin de zaak202003230/1/A2

202003231/1/A2

Bij besluit van 6 februari 2017 heeft het bestuur van het Participatiefonds een verzoek van Stichting Baasis om vergoeding van de uitkeringskosten die voortvloeien uit de beëindiging van het dienstverband van [voormalig werknemer], afgewezen. Op 25 november 2016 heeft Stichting Baasis het Participatiefonds verzocht om vergoeding van de uitkeringskosten die voortvloeien uit het op 1 augustus 2016 beëindigde dienstverband van [voormalig werknemer]. Bij het besluit van 6 februari 2017 heeft het Participatiefonds dit verzoek afgewezen, omdat niet aan alle voorwaarden is voldaan. Het hiertegen door Stichting Baasis gemaakte bezwaar is door het Participatiefonds bij het besluit van 16 april 2020 niet-ontvankelijk verklaard. Het Participatiefonds stelt zich op het standpunt dat het bezwaarschrift niet op tijd is ingediend en dat door Stichting Baasis geen redenen zijn aangevoerd die tot de conclusie moeten leiden dat sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1526
Datum uitspraak
14 juli 2021
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Geld
  • Onderwijs
  • uitspraakin de zaak202003231/1/A2

202003232/1/A2

Bij besluit van 19 december 2017 heeft het bestuur van het Participatiefonds een verzoek van Stichting Baasis om vergoeding van de uitkeringskosten die voortvloeien uit de beëindiging van het dienstverband van [voormalig werknemer], toegewezen. Bij besluit van 16 april 2020 heeft het Participatiefonds het door Stichting Baasis hiertegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Tegen dit besluit heeft Stichting Baasis beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1520
Datum uitspraak
14 juli 2021
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Geld
  • Onderwijs
  • uitspraakin de zaak202003232/1/A2

202003233/1/A2

Bij besluit van 30 november 2017 heeft het bestuur van het Participatiefonds een verzoek van Stichting Baasis om vergoeding van de uitkeringskosten die voortvloeien uit de beëindiging van het dienstverband van [voormalig werknemer], toegewezen. Bij besluit van 16 april 2020 heeft het Participatiefonds het door Stichting Baasis hiertegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1539
Datum uitspraak
14 juli 2021
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Geld
  • Onderwijs
  • uitspraakin de zaak202003233/1/A2

202003234/1/A2

Bij besluit van 16 april 2020, met kenmerk BZW.20.0024.01, heeft het bestuur van het Participatiefonds een bezwaarschrift van Stichting Baasis niet-ontvankelijk verklaard. Tegen dit besluit heeft Stichting Baasis beroep ingesteld. Het Participatiefonds heeft een verweerschrift ingediend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1529
Datum uitspraak
14 juli 2021
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Onderwijs
  • uitspraakin de zaak202003234/1/A2

202003235/1/A2

Bij besluit van 16 april 2020, met kenmerk BZW.20.0025.01, heeft het bestuur van het Participatiefonds een bezwaarschrift van Stichting Baasis niet-ontvankelijk verklaard. Tegen dit besluit heeft Stichting Baasis beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1538
Datum uitspraak
14 juli 2021
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Onderwijs
  • uitspraakin de zaak202003235/1/A2

202003236/1/A2

Bij besluit van 22 mei 2013 heeft het bestuur van het Participatiefonds een verzoek van Stichting Baasis om vergoeding van de uitkeringskosten die voortvloeien uit de beëindiging van het dienstverband van [voormalig werknemer], afgewezen. Bij het besluit van 22 mei 2013 heeft het Participatiefonds een (ongedateerd) verzoek van Stichting Baasis om vergoeding van de uitkeringskosten die voortvloeien uit het op 1 september 2012 beëindigde dienstverband van [voormalig werknemer], afgewezen. Het hiertegen door Stichting Baasis gemaakte bezwaar is door het Participatiefonds bij het besluit van 16 april 2020 niet-ontvankelijk verklaard. Het Participatiefonds stelt zich op het standpunt dat het bezwaarschrift niet op tijd is ingediend en dat door Stichting Baasis geen redenen zijn aangevoerd die tot de conclusie moeten leiden dat sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1534
Datum uitspraak
14 juli 2021
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Geld
  • Onderwijs
  • uitspraakin de zaak202003236/1/A2

202003473/1/R3

Bij besluit van 23 april 2020 heeft de raad van de gemeente Alphen aan den Rijn het bestemmingsplan "Fietsbrug Aarkanaal" vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in een fietsbrug, aangeduid als F306.1, over de N207, de parallelwegen Westkanaalweg en Oostkanaalweg en het Aarkanaal. Door de fietsbrug ontstaat volgens paragraaf 1.1 van de plantoelichting een kortere en snellere fietsverbinding tussen Alphen aan den Rijn en het landelijk gebied ten oosten van het Aarkanaal. [appellant] woont aan de [locatie] te Aarlanderveen op ongeveer 75 m afstand van het plangebied. [appellant] stelt dat het niet nodig is om de fietsbrug aan te leggen en dat het besluit waarbij het plan voor de fietsbrug is vastgesteld is gebaseerd op verouderde documenten. Volgens hem is geen goed onderzoek gedaan. Hij vraagt de Afdeling daarom de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening op te dragen om dat onderzoek te doen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1516
Datum uitspraak
14 juli 2021
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202003473/1/R3

202003840/1/R1

Bij besluit van 2 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amstelveen het wijzigingsplan "Wijzigingsplan Amstelveen Zuid-West - Alsemlaan-Jasmijnlaan" vastgesteld. Het wijzigingsplan voorziet in 113 zorgwoningen op een terrein langs de Jasmijnlaan te Amstelveen. Ten noorden van het perceel zijn een gezondheidscentrum en een verpleeghuis gevestigd. Bij de zorgwoningen worden 88 parkeerplekken in de kelder voorzien en 47 parkeerplaatsen op maaiveldhoogte. Jasmijn B.V. is de projectontwikkelaar van deze zorgwoningen. De Heemraad B.V. is de aannemer die in opdracht van Jasmijn B.V. de zorgwoningen zal gaan bouwen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1548
Datum uitspraak
14 juli 2021
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202003840/1/R1

202004651/1/R1

Bij besluit van 29 januari 2020 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant aan Plantko een last onder dwangsom opgelegd ten aanzien van het perceel De Meeten 25 te Roosendaal. Deze last houdt in dat Plantko binnen vier weken een saneringsplan moet indienen. Op de locatie is vanaf 1978 een chemische wasserij gevestigd geweest, waar gebruik werd gemaakt van, onder meer, vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen (VOCI) en perchloorethyleen (PER). Door morsing en lekkages vanuit het rioolstelsel is de bodem en het grondwater verontreinigd geraakt. De wasserij is tot 1990 actief geweest, waarna de activiteiten zijn overgenomen door Rentex-Zeetex en zijn verplaatst naar een andere locatie te Goes. De eigendom van de locatie is inmiddels overgegaan naar Plantko. Op de locatie is nu een sportschool gevestigd. Bij het besluit van 1 augustus 2017 heeft het college vastgesteld dat op de locatie sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging waarvan spoedige sanering noodzakelijk is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1552
Datum uitspraak
14 juli 2021
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Bodembescherming
  • uitspraakin de zaak202004651/1/R1

202004766/1/V1

Bij besluit van 6 maart 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. De vreemdeling is van Palestijnse afkomst en staatloos. Hij is als vluchteling geregistreerd bij de ‘United Nations Relief and Works Agency for Palestine Refugees in the Near East’. Hij heeft in Nederland asiel aangevraagd, omdat hij stelt in de Gazastrook ondanks bijstand van de UNRWA in een uitzichtloze en onveilige situatie te verkeren. De staatssecretaris heeft zijn aanvraag afgewezen, omdat op grond van artikel 1(D) van het Vluchtelingenverdrag dit verdrag niet van toepassing is op de vreemdeling. Deze uitspraak gaat over de vraag of de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de staatssecretaris de gevraagde vergunning moet verlenen en of de staatssecretaris deugdelijk heeft gemotiveerd dat de UNRWA in staat is in de Gazastrook levensomstandigheden te bieden die stroken met haar opdracht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1550
Datum uitspraak
14 juli 2021
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202004766/1/V1
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202004766/1/V1

202005586/1/R4

Bij besluit van 28 september 2020 heeft de raad van de gemeente Heumen het bestemmingsplan "Overasselt, Werklandschap 2e fase" vastgesteld. Het bestemmingsplan betreft een wijziging van het zuidelijke deel van het vigerende bestemmingsplan "Werklandschap-Overasselt" en voorziet in de mogelijkheid om ter plaatse detailhandel, waaronder een supermarkt, en een autowasplaats te vestigen en verder om 12 woningen te realiseren. Met dit plan wordt ook de ontsluitingsstructuur gewijzigd. Het plangebied wordt met deze wijziging ontsloten via een weg vanaf de Schoonenburgseweg. Het plangebied kent geen ontsluiting aan de andere kant van het gebied. [appellant C] betoogt dat de ontsluiting beter kan plaatsvinden via de Kasteelsestraat, zoals in het bestemmingsplan "Werklandschap-Overasselt" was voorzien. [appellant C] voert hiertoe aan dat de ontsluitingsweg via de Schoonenburgseweg zal leiden tot veel meer verkeersbewegingen op die weg en een onveilige verkeerssituatie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1505
Datum uitspraak
14 juli 2021
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202005586/1/R4

202005654/1/A2

Bij besluit van 7 juni 2019 heeft de Belastingdienst/Toeslagen, voor zover thans van belang, het aan [appellant] toegekende voorschot huurtoeslag over 2018 herzien en op € 1.603,- gesteld, en € 1.183,- aan te veel betaalde voorschotten teruggevorderd. [appellant] moet bedragen van € 1.183,-, € 434,- en € 2.963,- aan huurtoeslag over 2018, zorgtoeslag over 2017 en huurtoeslag over 2017 terugbetalen, omdat zijn inkomen in deze jaren hoger blijkt te zijn geweest dan het inkomen waar de Belastingdienst/Toeslagen aanvankelijk bij het toekennen van de voorschotten van uit was gegaan. [appellant] heeft bij brief van 17 oktober 2019, bij de Belastingdienst/Toeslagen binnengekomen op 21 oktober 2019, bezwaar gemaakt tegen het besluit van 7 juni 2019. De dienst heeft dit bezwaar bij besluit van 16 december 2019 niet-ontvankelijk verklaard, omdat het te laat is ingediend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1555
Datum uitspraak
14 juli 2021
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202005654/1/A2

202005697/1/R1

Bij besluit van 18 september 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer [appellant] onder oplegging van een dwangsom gelast om de kraan op de openbare parkeerplaats tegenover de [locatie] te Oude Meer te verwijderen en verwijderd te houden. [appellant] exploiteert de onderneming ‘[bedrijf]’ aan de Ringvaart [locatie 2] te Aalsmeer. Deze locatie is omgeven door water en niet via de weg bereikbaar. Voor het in het water laten en uit het water halen van boten maakt het bedrijf gebruik van een kraan aan de overzijde van de ringvaart, op grondgebied van de gemeente Haarlemmermeer. De kraan staat op een openbare parkeerplaats ter hoogte van het perceel [locatie 1] te Oude Meer, nabij de woning van [appellant] aan de [locatie 3]. [appellant] is eigenaar van de kraan, die op wielen staat en verrijdbaar is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1504
Datum uitspraak
14 juli 2021
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202005697/1/R1

202100296/1/A2

Bij besluit van 14 oktober 2019 heeft de Stichting Samenwerkingsverband Passend Onderwijs VO2801 voor de minderjarige zoon van [appellant], [naam zoon], een toelaatbaarheidsverklaring voor het voortgezet speciaal onderwijs voor de duur van één jaar en met bekostigingscategorie laag, afgegeven. [zoon] is geboren op [geboortedatum] 2006 en is bekend met Multiple Complex Developmental Disorder. Vanaf augustus 2018 heeft [zoon] gedurende vijf dagdelen per week individuele begeleiding van de maatschap Quadraat in Leiden. Quadraat biedt huiswerkbegeleiding, bijles, sociale vaardigheidstrainingen, faalangstreductietrainingen, individuele begeleiding, remedial teaching, dyslexie-ondersteuning, werkgeheugentrainingen en psychologisch en/of pedagogisch-didactisch onderzoek. Quadraat is geen onderwijsinstelling in de zin van de Wet op de expertisecentra. Om onderwijs te kunnen volgen bij Quadraat staat [zoon] ingeschreven op de Leo Kannerschool, een school voor voortgezet speciaal onderwijs, gevestigd in Oegstgeest.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1506
Datum uitspraak
14 juli 2021
  • Hoger beroep
  • Onderwijs
  • uitspraakin de zaak202100296/1/A2

202101474/1/R3

Bij besluit van 15 december 2020 heeft de raad van de gemeente Enschede besloten om het bestemmingsplan "Moskee Kuipersdijk 2020" niet vast te stellen. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Enschede heeft een ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd dat voorziet in de bouw van een moskee op de hoek van de Kuipersdijk en de Wethouder Beversstraat te Enschede. Over dit ontwerpplan zijn zienswijzen naar voren gebracht. Het college heeft aan de raad voorgesteld het bestemmingsplan vast te stellen. De raad heeft besloten om het plan niet vast te stellen. De stichting stelt dat het besluit van de raad om het plan niet vast te stellen niet is gemotiveerd. De raad stelt dat de motivering van het besluit staat in het verslag van de vergadering van de stadsdeelcommissie van 8 december 2020, het woordelijk verslag van de raadsvergadering van 14 december 2020 en de uitgesproken stemverklaringen van 15 december 2020.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1515
Datum uitspraak
14 juli 2021
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202101474/1/R3

202103089/2/R3

Bij besluit van 9 maart 2021 heeft het dagelijks bestuur van het waterschap Vechtstromen het projectplan "Projectplan Waterwet Vechtpark fase 4" vastgesteld. In 2007 is het programma Ruimte voor de Vecht gestart. Met dit programma wordt het Vechtdal ingericht tot een veilige, beleefbare en half natuurlijke laaglandrivier. Baalder Uiterwaard vormt de laatste fase bij de ontwikkeling van het Vechtpark. Het gebied bevindt zich ten noorden van Hardenberg en beslaat ongeveer 39 hectare. Voor Baalder Uiterwaard zijn drie besluiten genomen: - projectplan "Projectplan Waterwet Vechtpark fase 4"; - ontheffing soortenbescherming op grond van de Wnb; - bestemmingsplan "Buitengebied Hardenberg, Baalder uiterwaard". De NVP en anderen vrezen dat de nieuwe natte natuur waarin het projectplan en het bestemmingsplan voorzien wilde watervogels zal aantrekken en dat er daardoor een verhoogd risico zal zijn op een uitbraak en verspreiding van het vogelgriepvirus bij pluimveebedrijven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1496
Datum uitspraak
13 juli 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Natuurbescherming
  • RO - Overijssel
  • Waterwet
  • uitspraakin de zaak202103089/2/R3

202103756/2/V2

Bij besluit van 26 februari 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1495
Datum uitspraak
13 juli 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202103756/2/V2

202103758/2/V2

Bij besluit van 26 februari 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1494
Datum uitspraak
13 juli 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202103758/2/V2

202103812/1/V2

Bij besluit van 26 mei 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1499
Datum uitspraak
13 juli 2021
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202103812/1/V2

202103897/2/V2

Bij besluit van 7 mei 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1498
Datum uitspraak
13 juli 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202103897/2/V2

202104249/2/V2

Bij besluit van 16 april 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1497
Datum uitspraak
13 juli 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202104249/2/V2

202006660/1/V2

Bij besluit van 4 september 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen, geweigerd hem ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen en ambtshalve besloten om hem krachtens artikel 64 van de Vw 2000 voorlopig uitstel van vertrek te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1487
Datum uitspraak
12 juli 2021
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202006660/1/V2

202103720/2/R1

Bij besluit van 12 april 2021 hebben provinciale staten van Noord-Holland het inpassingsplan "Cruquiusbrug" vastgesteld. Het inpassingsplan gaat over de Cruquiusbrug. De brug bestaat uit twee brugdelen. Eén deel wordt vervangen en verbreed. Aan de zijde van Haarlemmermeer wordt een tunnel aangelegd. Verder wordt aan de zijde van Heemstede een bestaande tunnel (onderdoorgang) aan de voet van de brug verlengd. Onderdeel van het project dat door het inpassingsplan mogelijk wordt gemaakt is het aan de kant Heemstede asfalteren van bestaande olifantenpaadjes naar de onderdoorgang. Buurtcomité Nova betoogt dat het inpassingsplan onvoldoende ruimte biedt voor een veilig fietspad naar de tunnel voor voetgangers en fietsers aan de zijde van Heemstede.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1492
Datum uitspraak
12 juli 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Inpassingsplan
  • uitspraakin de zaak202103720/2/R1

202103017/2/R1

Bij uitspraak van 31 januari 2013, in zaak nr. 201208017/4/R1, heeft de Afdeling bestuursrechtspraak het beroep van [verzoeker] tegen het besluit van de raad van de gemeente Zijpe, thans gemeente Schagen, van 29 mei 2012 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Dorpen langs de Groote Sloot" na vereenvoudigde behandeling niet-ontvankelijk verklaard. Bij uitspraak van 10 april 2013, in zaak nr. 201308017/5/R1, heeft de Afdeling het verzet van [verzoeker] tegen de uitspraak van 31 januari 2013 ongegrond verklaard. Deze uitspraken zijn aangehecht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1484
Datum uitspraak
12 juli 2021
  • Herziening
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202103017/2/R1

202103448/2/A3

Bij besluit van 14 juli 2017 heeft de minister van Buitenlandse Zaken [wederpartij] aangewezen als persoon op wie de Sanctieregeling Terrorisme 2007-II van toepassing is. De minister heeft [wederpartij] aangewezen als persoon op wie de Sanctieregeling Terrorisme 2007-II (hierna: de Sanctieregeling) van toepassing is. Uit informatie van de AIVD blijkt volgens de minister dat [wederpartij] zich bezighoudt met het werven van fondsen ten behoeve van de door de Europese Unie als terroristisch aangemerkte organisatie Devrimci Halk Kurtuluş Partisi/Cephesi (hierna: DHKP/C of "de organisatie"). Met die activiteiten ondersteunt [wederpartij] de activiteiten van de organisatie. De aanwijzing brengt onder meer mee dat alle financiële middelen van [wederpartij] zijn bevroren en dat aan hem geen middelen ter beschikking mogen worden gesteld. De minister heeft het tegen de aanwijzing gemaakte bezwaar van [wederpartij] verworpen en het besluit in bezwaar gehandhaafd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1489
Datum uitspraak
9 juli 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202103448/2/A3

202103451/1/A3 en 202103451/2/A3

Bij besluit van 20 augustus 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Capelle aan den IJssel de aanvraag van [appellant] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellant] huurde vanaf 5 februari 2014 een appartement aan de [locatie] te Capelle aan den IJssel van Stichting Havensteder op grond van de Leegstandswet. De woning is gelegen in het gebied De Hoven II. Na het verlopen van de Leegstandswetvergunning op 20 september 2018 verbleef [appellant] in de woning op grond van een gebruiksovereenkomst. Havensteder heeft de gebruiksovereenkomst op 26 augustus 2019 opgezegd, omdat de woning wordt gesloopt. Ook andere woningen in het gebied worden gesloopt. [appellant] is met deze opzegging niet akkoord gegaan en heeft niet vrijwillig zijn medewerking verleend aan de ontruiming van de woning. Bij vonnis van de kantonrechter van 19 maart 2021 is [appellant] veroordeeld de woning uiterlijk op 15 april 2021 te ontruimen en te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1491
Datum uitspraak
9 juli 2021
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202103451/1/A3 en 202103451/2/A3

202103947/2/V3

Bij besluit van 25 februari 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1488
Datum uitspraak
9 juli 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202103947/2/V3

202104172/2/V3

Bij besluit van 17 maart 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1486
Datum uitspraak
9 juli 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202104172/2/V3

202004512/1/V1

Bij besluit van 11 december 2012 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om krachtens artikel 64 van de Vw 2000 te bepalen dat haar uitzetting achterwege blijft, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1477
Datum uitspraak
8 juli 2021
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202004512/1/V1

202004541/1/V3

Bij besluit van 16 juni 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1481
Datum uitspraak
8 juli 2021
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202004541/1/V3

202102672/1/V3

Bij besluit van 29 maart 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1634
Datum uitspraak
8 juli 2021
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202102672/1/V3

202103622/2/V2

Bij besluit van 25 juni 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1480
Datum uitspraak
8 juli 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202103622/2/V2

202103965/2/V2

Bij besluit van 9 maart 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1478
Datum uitspraak
8 juli 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202103965/2/V2

202104314/2/V2

Bij besluit van 14 mei 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1479
Datum uitspraak
8 juli 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202104314/2/V2

202004552/1/V1

Bij besluit van 18 februari 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, met ingang van 4 januari 2018 ingewilligd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1430
Datum uitspraak
7 juli 2021
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202004552/1/V1

202005432/1/R2 en 202005432/2/R2

Bij besluit van 5 februari 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tilburg aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd, inhoudende het met het bestemmingsplan strijdige gebruik van het verblijfsobject aan de [locatie] te Tilburg te beëindigen en beëindigd te houden en het gerealiseerde bouwwerk en/of bouwonderdelen bij/van dit object te verwijderen en verwijderd te houden. [appellant] is eigenaar van het perceel aan de [locatie] te Tilburg. Op het perceel stond tot voor kort een aantal gebouwen, waaronder een loods en een verblijfsobject in de vorm van een woonwagen, op het gebruik waarvan de last betrekking heeft. Bij brief van 29 juli 2019 heeft het college aan [appellant] medegedeeld dat is geconstateerd dat in het verblijfsobject wordt gewoond en dat dit in strijd is met het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Bedrijventerrein Vossenberg 2008".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1440
Datum uitspraak
7 juli 2021
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202005432/1/R2 en 202005432/2/R2

202005510/1/V1

Bij besluit van 1 november 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, met ingang van 14 maart 2019 ingewilligd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1431
Datum uitspraak
7 juli 2021
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202005510/1/V1

202006133/1/V1

Bij besluit van 26 februari 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen vanaf de datum van de eerste aanvraag van 14 april 2009 opnieuw afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1432
Datum uitspraak
7 juli 2021
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202006133/1/V1

202102099/2/R2

De beroepen richten zich tegen het besluit van 2 februari 2021, waarbij de raad van de gemeente Goirle het bestemmingsplan "Leijoever" heeft vastgesteld. Het Groene Hart Brabant en anderen en Belangenvereniging Buurtbelang Citadel Riel hebben de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Het plan voorziet in de bouw van 14 woningen op het voormalige terrein van "het Skolgebouw" te Riel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1631
Datum uitspraak
7 juli 2021
  • Mondelinge uitspraak
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202102099/2/R2

202103014/2/R4

Bij besluit van 31 maart 2021 heeft de raad van de gemeente Arnhem het bestemmingsplan "Chw omgevingsplan De Laar 2020" (hierna: het bestemmingsplan) gewijzigd vastgesteld. [verzoekster] heeft een winkellocatie in eigendom bestaande uit percelen met de kadastrale aanduiding gemeente Arnhem, sectie AE, nummers 2341, 6395 en 4915. Op de locatie verhuurt [verzoekster] winkelpanden. Ingevolge het bestemmingsplan rusten op de locatie de enkelbestemming "Centrum - Centrumgebied" en gebiedsaanduidingen, waaronder de gebiedsaanduiding "overige zone - activiteit detailhandel - grootschalig". Ingevolge het oude bestemmingsplan "De Laar 2007" (hierna: het oude bestemmingsplan) rustte op de locatie de bestemming "Detailhandel-grootschalig". Voor de gebruiksmogelijkheden van de locatie onder beide bestemmingsplannen is, naast het gebruiksovergangsrecht, de omschrijving van het begrip ‘grootschalige detailhandel’ bepalend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1439
Datum uitspraak
7 juli 2021
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202103014/2/R4

201903159/1/R2

Bij besluit van 7 juli 2017 heeft het college van gedeputeerde staten van Overijssel, naar aanleiding van een verzoek van Das en Boom en anderen, aan [appellante sub 1] een last onder dwangsom opgelegd, vanwege overtreding van artikel 3.10, eerste lid, onder b, van de Wet natuurbescherming. Deze zaak gaat over natuurcamping [appellante sub 1] aan de [locatie] in Diffelen. [appellante sub 1] exploiteert de camping en wil deze uitbreiden in de richting van het terrein achter de huidige camping. [appellante sub 1] heeft daarmee in 2016 een begin gemaakt. De camping is toen uitgebreid met een parkeerplaats, een natuurvijver en een gebouw met sanitaire voorzieningen. De bestaande camping ligt op het perceel dat wordt aangeduid als perceel 0. Het uitbreidingsterrein bestaat uit twee graspercelen met de nummers 2 en 3a, ten zuiden van de waterloop de Rheerzerwaterleiding. Er zijn nog twee percelen die wel een rol spelen in deze zaak maar waar geen uitbreiding van de camping is beoogd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1457
Datum uitspraak
7 juli 2021
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak201903159/1/R2

201904332/1/R1 en 202001348/1/R1

Bij besluit van 9 juni 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan Leisure Fund West omgevingsvergunning verleend voor het verbouwen van een voormalig politiebureau naar een fitnesscentrum op de begane grond van het gebouw aan de Tweede Constantijn Huygensstraat 41 in Amsterdam. Het bouwplan gaat over een verbouwing van een voormalig politiebureau naar een fitnesscentrum op de begane grond van een gebouw met vijf bouwlagen. De bouwlagen boven de plint zijn aanleunwoningen voor bejaarden. De inmiddels geopende boutique fitnessschool Saints & Stars met een luxe uitstraling heeft drie zalen, een spinning-, boxing- en personal trainingszaal. Het college heeft voor deze verbouwing een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht verleend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1474
Datum uitspraak
7 juli 2021
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak201904332/1/R1 en 202001348/1/R1

201905257/1/A3

Bij afzonderlijke besluiten van 9 mei 2018 heeft de burgemeester van Rotterdam de sluiting van het bedrijfspand op het adres Breevaartstraat 29 te Rotterdam bevolen voor een periode van zes maanden en dat pand aangewezen als vergunningsplichtig in de zin van artikel 2:36, tweede en derde lid, van de Algemene plaatselijke verordening Rotterdam 2012. Riksha drijft een onderneming die zich bezighoudt met de reparatie van en handel in auto's en auto-onderdelen. De onderneming is gevestigd in een pand op het adres Breevaartstraat 29 in Rotterdam. [persoon] was ten tijde van de besluiten van de burgemeester middellijk bestuurder van Riksha. Op 15 december 2017 heeft een integrale controle plaatsgevonden in het pand. Op 29 januari 2018 heeft de politie hierover een rapportage uitgebracht aan de burgemeester. Volgens de rapportage zijn bij de controle vier autoportieren aangetroffen die afkomstig zijn van een gestolen auto.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1465
Datum uitspraak
7 juli 2021
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak201905257/1/A3

202000254/1/R3

Bij besluit van 4 september 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zwolle het verzoek van [appellante] afgewezen om handhavend op te treden tegen het zonder omgevingsvergunning wijzigen van kozijnpuien van twee appartementen in het gebouw aan de [locatie] in Zwolle. Deze zaak gaat over het vervangen van kozijnpuien van twee appartementen in het appartementengebouw aan de [locatie] in Zwolle zonder dat daar een omgevingsvergunning voor is verleend. De bestaande stalen kozijnen met enkelglas zijn vervangen door houten kozijnen met dubbelglas. Het veranderen van de kozijnpuien is in dit geval niet vergunningvrij op grond van artikel 2, aanhef en onderdeel 7, van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht. Het appartementengebouw ligt namelijk binnen het beschermd stadsgezicht van Zwolle en de achtergevel is gekeerd naar openbaar gebied. Daarom is op grond van artikel 4a, tweede lid, aanhef en onder b, onder 2, van bijlage II van het Bor een omgevingsvergunning vereist.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1467
Datum uitspraak
7 juli 2021
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202000254/1/R3

202001043/1/R4

Bij besluit van 18 april 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Harderwijk aan A-ware een last onder dwangsom opgelegd wegens overtreding van artikel 7.10 van het Bouwbesluit 2012. A-ware exploiteert aan de Nobelstraat 44a in Harderwijk een kaasveredelingsbedrijf. Het bedrijfsgebouw aan de Nobelstraat 44 en 44a is in 2000 gebouwd en ergens tussen 2000 en 2007 door middel van een scheidingswand gesplitst in twee delen, waarbij het zuidwestelijke gedeelte van het gebouw is vernummerd naar Nobelstraat 44a. Dit gedeelte van het gebouw wordt sinds 2007 gehuurd door de rechtsvoorganger van A-ware en daarna door A-ware.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1451
Datum uitspraak
7 juli 2021
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202001043/1/R4

202001222/1/R3

Bij besluit van 28 april 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders van Terschelling aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het oprichten van een kampeerterrein bij een agrarische onderneming op het perceel [locatie 1] in Lies. [vergunninghouder] heeft een boerderij op het perceel [locatie 1] in Lies. In zijn boerderij en in het gebouw daarachter bevinden zich 5 recreatieappartementen. Hij wil op de zuidelijke zijde van het perceel een kampeerterrein exploiteren. Dit is in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Buitengebied Polder", omdat de aanduiding "specifieke vorm van agrarisch - kamperen bij de boer" niet is toegekend aan het perceel. Het college heeft daarom de omgevingsvergunning verleend met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 1˚, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in samenhang gelezen met artikel 3.5, aanhef en onder g, van de regels van het bestemmingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1453
Datum uitspraak
7 juli 2021
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202001222/1/R3

202002133/1/R2

Bij besluit van 3 februari 2020 heeft de raad van de gemeente Tilburg het bestemmingsplan "Theresia-Loven-Besterd 2016, vijfde herziening (Zuid-Oosterstraat 22a-23)" vastgesteld. Het plan voorziet in de bouw van maximaal 43 wooneenheden en kleinschalige bedrijvigheid op de percelen Zuid-Oosterstraat 22a-23. De omgevingsvergunning maakt de bouw van 34 grondgebonden woningen, 9 sociale huurappartementen en kleinschalige bedrijvigheid mogelijk. [appellant] is eigenaar en bewoner van een naast het projectgebied gelegen woning. Hij vreest ventilatieproblemen en geluidshinder, omdat de bedrijfsbebouwing in het plangebied direct aan de zijgrens van zijn perceel mogelijk wordt gemaakt. De op te richten bebouwing zal direct tegen de zijmuur van zijn woning en in het verlengde daarvan worden opgericht. Ook meent [appellant] dat het bestemmingsplan een nadelige invloed heeft op zijn woon- en leefomgeving. Daarnaast vreest [appellant] parkeeroverlast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1466
Datum uitspraak
7 juli 2021
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202002133/1/R2
vorige pagina1...225226227...1.238volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon