Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 124.063
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202206440/1/V2 en 202206440/2/V2

Bij besluiten van 27 september 2022 heeft de staatssecretaris de aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3286
Datum uitspraak
15 november 2022
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202206440/1/V2 en 202206440/2/V2

202105567/1/V1

Bij besluit van 19 juli 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3260
Datum uitspraak
14 november 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202105567/1/V1

202107920/2/V3

Bij besluit van 17 juni 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bepaald dat de vreemdeling wordt overgedragen aan Italië.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3261
Datum uitspraak
14 november 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202107920/2/V3

202204407/1/V1

Bij besluit van 6 december 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3262
Datum uitspraak
14 november 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202204407/1/V1

202204757/1/V2

Bij besluit van 20 april 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3263
Datum uitspraak
14 november 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202204757/1/V2

202204889/2/V2

Bij besluit van 22 juli 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3255
Datum uitspraak
14 november 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202204889/2/V2

202205162/1/V1

Bij besluit van 23 december 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vastgesteld dat de vreemdeling geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland meer heeft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3264
Datum uitspraak
14 november 2022
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202205162/1/V1

202205620/1/V3 en 202205620/2/V3

Bij besluit van 22 juni 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3267
Datum uitspraak
14 november 2022
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202205620/1/V3 en 202205620/2/V3

202205624/1/V3 en 202205624/2/V3

Bij besluit van 22 juni 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3265
Datum uitspraak
14 november 2022
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202205624/1/V3 en 202205624/2/V3

202205625/1/V3 en 202205625/2/V3

Bij besluit van 22 juni 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3266
Datum uitspraak
14 november 2022
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202205625/1/V3 en 202205625/2/V3

202205801/1/V3

Bij besluit van 21 september 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3269
Datum uitspraak
14 november 2022
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202205801/1/V3

202205808/1/V3

Bij besluit van 14 september 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3270
Datum uitspraak
14 november 2022
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202205808/1/V3

202205874/1/V1

Bij besluit van 2 september 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3272
Datum uitspraak
14 november 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202205874/1/V1

202205882/1/V3 en 202205882/2/V3

Bij besluit van 16 juni 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3252
Datum uitspraak
14 november 2022
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202205882/1/V3 en 202205882/2/V3

202205949/2/V3

Bij besluit van 10 augustus 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en haar verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3271
Datum uitspraak
14 november 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202205949/2/V3

202205951/1/V1 en 202205951/2/V1

Bij besluit van 22 september 2002 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3268
Datum uitspraak
14 november 2022
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202205951/1/V1 en 202205951/2/V1

202103033/1/V1

Bij besluit van 3 maart 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3256
Datum uitspraak
11 november 2022
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202103033/1/V1

202107470/1/V2

Bij besluit van 30 juli 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen, ambtshalve geweigerd hem krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen en gesteld dat het besluit niet geldt als terugkeerbesluit, nu aan de vreemdeling uitstel van vertrek is verleend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3258
Datum uitspraak
11 november 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202107470/1/V2

202107905/1/V3

Bij besluit van 17 december 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van referent om de vreemdelingen een machtiging tot voorlopig verblijf (hierna: mvv) te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3250
Datum uitspraak
11 november 2022
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202107905/1/V3

202202577/1/V2

Bij besluit van 11 juni 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3257
Datum uitspraak
11 november 2022
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202202577/1/V2

202203417/1/V3

Bij besluit van 28 april 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3245
Datum uitspraak
11 november 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202203417/1/V3

202203901/1/V3

Bij besluit van 8 april 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3253
Datum uitspraak
11 november 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202203901/1/V3

202204078/2/R2

Bij besluit van 11 mei 2022 heeft de raad van de gemeente Hilvarenbeek het bestemmingsplan "[locatie 1], Hilvarenbeek" vastgesteld. Het plan voorziet op het perceel [locatie 1] in de bestemming van drie woningen, waaronder een reeds bestaande woning. In de voormalige tuin bij deze bestaande woning zijn - in ruil voor verwijdering van de aanduiding "gezondheidszorg" - twee vrijstaande woningen voorzien. [verzoeker] en anderen wonen in de omgeving van het plangebied. Zij vrezen dat hun woon- en leefklimaat onevenredig zal worden aangetast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3248
Datum uitspraak
11 november 2022
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202204078/2/R2

202206193/1/V3

Bij besluit van 20 september 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3254
Datum uitspraak
11 november 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202206193/1/V3

202206335/1/V3

Bij besluit van 4 oktober 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3277
Datum uitspraak
11 november 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202206335/1/V3

202100454/2/A3

Ten aanzien van zaak nr. 202100454/1/A3, die op 15 november 2022 op zitting zal worden behandeld, heeft staatsraad Daalder, die als voorzitter van de meervoudige kamer belast is met de behandeling van deze zaak, op 11 november 2022 het verzoek gedaan zich te mogen verschonen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3285
Datum uitspraak
11 november 2022
  • Verschoning
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202100454/2/A3

202201553/1/V3

Bij besluit van 5 januari 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3242
Datum uitspraak
10 november 2022
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202201553/1/V3

202205892/1/V3

Bij besluit van 14 september 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3246
Datum uitspraak
10 november 2022
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202205892/1/V3

202205965/1/V3 en 202205965/2/V3

Bij besluit van 11 september 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3247
Datum uitspraak
10 november 2022
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202205965/1/V3 en 202205965/2/V3

202206326/2/V3

Bij besluit van 17 november 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3251
Datum uitspraak
10 november 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202206326/2/V3

202202494/1/V3

Bij besluit van 19 december 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3197
Datum uitspraak
9 november 2022
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202202494/1/V3

202202522/1/V3

Bij besluit van 7 maart 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdelingen een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3205
Datum uitspraak
9 november 2022
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202202522/1/V3

202205584/1/V3

Bij besluit van 17 augustus 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3195
Datum uitspraak
9 november 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202205584/1/V3

202205699/1/V3

Bij besluit van 13 september 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3204
Datum uitspraak
9 november 2022
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202205699/1/V3

202205921/1/V2 en 202205921/2/V2

Bij besluit van 18 oktober 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3203
Datum uitspraak
9 november 2022
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202205921/1/V2 en 202205921/2/V2

202205953/1/V1 en 202205953/2/V1

Bij besluit van 29 augustus 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en geweigerd om een van de minderjarige kinderen een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3202
Datum uitspraak
9 november 2022
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202205953/1/V1 en 202205953/2/V1

202205955/1/V1 en 202205955/2/V1

Bij besluit van 29 augustus 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3201
Datum uitspraak
9 november 2022
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202205955/1/V1 en 202205955/2/V1

202206325/1/V3 en 202206325/2/V3

Bij besluit van 26 augustus 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3244
Datum uitspraak
9 november 2022
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202206325/1/V3 en 202206325/2/V3

202206383/2/V3

Bij besluit van 14 februari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3259
Datum uitspraak
9 november 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202206383/2/V3

201908108/3/R3

Bij tussenuitspraak van 15 december 2021, (ECLI:NL:RVS:2021:2839), heeft de Afdeling de raad van de gemeente Ooststellingwerf opgedragen om binnen 26 weken na verzending van de tussenuitspraak de daar omschreven gebreken in het besluit van 7 oktober 2019, waarbij het bestemmingsplan "Motorcrossterrein De Prikkedam" is vastgesteld, te herstellen. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling onder 10.2 overwogen dat de raad in de plantoelichting niet kenbaar heeft gemotiveerd dat de uitbreiding van het motorcrossterrein met de beginnerscrossbaan, is getoetst aan artikel 5.6.2 van de Verordening Romte Fryslân 2014. Onder 10.3 van de tussenuitspraak heeft de Afdeling overwogen dat zij, gegeven de nadere motivering van de raad, geen grond ziet voor het oordeel dat het plan niet voldoet aan artikel 5.6.2 van de Verordening en dat zij dit zal betrekken bij het in de einduitspraak te geven oordeel over de mogelijkheid van het in stand laten van de rechtsgevolgen van het bestreden besluit, voor zover dit zal worden vernietigd. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling onder 12.2 overwogen dat de raad ten onrechte niet deugdelijk heeft gemotiveerd dat de uitbreiding van het motorcrossterrein met de beginnerscrossbaan verenigbaar is met de gemeentelijke ambities en opgaven in de Structuurvisie 2010-2020-2030 (hierna: de gemeentelijke structuurvisie), dan wel op grond van welke argumenten en afweging de raad heeft besloten van de structuurvisie af te wijken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3219
Datum uitspraak
9 november 2022
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Friesland
  • uitspraakin de zaak201908108/3/R3

202004302/1/A3

Bij besluit van 2 september 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Beek de [familie van bewoner B] onder aanzegging van bestuursdwang gelast de op de groenvoorziening nabij de woonwagenlocatie Burgemeester Visscherstraat in Spaubeek gestalde caravans en andere zaken te verwijderen en verwijderd te houden. In oktober 2018 heeft een groep woonwagenbewoners, waaronder [bewoner A] en [bewoner B], op de parkeerplaats van een sportcomplex in Beek gedemonstreerd door onder meer diverse caravans te plaatsen. Zij wilden daarmee aandacht vragen voor het gebrek aan standplaatsen voor woonwagens. Het college heeft de woonwagenbewoners in de gemeente geïnformeerd dat het een onderzoek zal uitvoeren naar de behoefte aan standplaatsen voor woonwagens en dat vervolgens een beslissing zal worden genomen over hoe om te gaan met die behoefte. Vervolgens is de demonstratie beëindigd en zijn de caravans verwijderd. Bij brief van 18 juni 2019 heeft het college aan de familie [bewoner B] laten weten dat het stallen van de caravans op de groenstrook volgens het bestemmingsplan niet is toegestaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3223
Datum uitspraak
9 november 2022
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202004302/1/A3

202005985/1/R2

Bij besluit van 16 september 2020 heeft de raad van de gemeente Eindhoven het bestemmingsplan "Tongelre buiten de Ring (IJzeren Man)" vastgesteld. Het plan voorziet in het noordoostelijke deel van Eindhoven, bij het bestaande natuurzwembad "De IJzeren Man" (hierna: het natuurbad) en de bestaande horecagelegenheid aan de Javalaan 149, in een ruimere regeling voor horeca, een regeling voor evenementen en nieuwe bebouwing. Er mogen op grond van het plan maximaal twee gebouwen ten behoeve van horeca worden opgericht, namelijk één ter plaatse van het bouwvlak met een maximum bebouwd oppervlak van 600 m2 en een maximum bouwhoogte van 8,5 meter en één ter plaatse van de "specifieke bouwaanduiding-1" met een maximum bebouwd oppervlak van 400 m² en een maximum bouwhoogte van 5 meter. De vereniging en anderen betreffen de Vereniging van Eigenaars Résidence de Karpen en de bewoners van dat appartementengebouw, wonende aan de Javalaan [huisnummers]. Het appartementengebouw ligt ten oosten van het plangebied, op een afstand van ongeveer 30 meter van de plangrens.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3235
Datum uitspraak
9 november 2022
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202005985/1/R2

202006529/1/R3

Bij besluit van 26 oktober 2020 heeft de raad van de gemeente Kaag en Braassem het bestemmingsplan "1e herziening Buitengebied Oost" vastgesteld. In de toelichting bij het bestemmingsplan staat dat dit bestemmingplan een partiële herziening betreft van het op 28 mei 2018 vastgestelde bestemmingsplan "Buitengebied Oost". Het voorliggende bestemmingsplan maakt een aantal initiatieven mogelijk die na de vaststelling van het bestemmingsplan "Buitengebied Oost" zijn ingediend. Verder verduidelijkt dit bestemmingsplan een aantal regelingen uit het bestemmingsplan "Buitengebied Oost". Ook geeft dit bestemmingsplan naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling van 18 maart 2020, ECLI:NL:RVS:2020:817, een nieuw planologisch regime voor een vijftal locaties. Daarnaast voorziet de herziening in de actualisatie van het bestemmingsplan "Kernen Leimuiden-Rijnsaterwoude" voor de N207 en het gebied rondom de N207. Ten slotte wordt het gebied ten noordwesten van de kern Woubrugge voorzien van een actueel juridisch-planologisch kader.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3214
Datum uitspraak
9 november 2022
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202006529/1/R3

202006708/1/R4

Bij besluit van 26 oktober 2020 heeft de raad van de gemeente Lochem het bestemmingsplan "FAB Clustering Laren, Herstelbesluit" gewijzigd vastgesteld. [appellant A], [appellant B] en [appellant C] wonen aan de [locatie 1], [locatie 2] en [locatie 3] in Laren. Bij besluit van 12 oktober 2015 heeft de raad een locatie nabij deze woningen aangewezen als locatie waar bouwrechten mogen worden geclusterd als bedoeld in het FAB-beleid. Het plan voorziet met toepassing van het FAB-beleid in de bouw van vier vrijstaande woningen op de clusterlocatie op gronden met de bestemming "Wonen - FAB clusterlocatie". Ter compensatie van de bouw van deze woningen wordt voormalige bedrijfsbebouwing gesloopt op slooplocaties aan de Tunnelweg 4 te Laren, de Brenschutte 1 te Laren, de Beekvliet 7 te Barchem en de Dortherweg 30 te Epse. [appellant A], [appellant B] en [appellant C] hebben samen met MLZ beroep tegen de vaststelling van het plan ingesteld, omdat zij het niet eens zijn met het plan. Zij zijn bang voor aantasting van hun woon- en leefklimaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3236
Datum uitspraak
9 november 2022
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202006708/1/R4

202006822/1/A2

Bij besluit van 29 april 2020 heeft de minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media een aanvraag van Stichting voor Islamitisch Voortgezet Onderwijs in Rotterdam e.o. voor bekostiging van een op te richten scholengemeenschap voor mavo, havo en vwo op islamitische grondslag in Den Haag, ingewilligd. De minister heeft zich volgens Stichting De Ozonlaag ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat zij geen belanghebbende is bij het besluit van 29 april 2020. De minister is op de hoogte van haar ambitie om een islamitische middelbare school in Den Haag te starten. De Ozonlaag heeft verwezen naar aanvragen voor bekostiging die zij in dat verband in het verleden heeft gedaan en naar de procedures die daarover bij de Afdeling liepen. Zij heeft een klacht ingediend bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens over de uitspraak van de Afdeling van 5 juni 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1808. Ook daarom is zij naar eigen zeggen belanghebbende. Daarnaast had de minister in de zaak die heeft geleid tot voormelde uitspraak betoogd dat de belangstellingspercentages van de jaren 2018 en 2019 niet toereikend waren voor inwilliging van een aanvraag, aldus de stichting.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3237
Datum uitspraak
9 november 2022
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Onderwijs
  • uitspraakin de zaak202006822/1/A2

202100072/1/R3

Bij besluit van 23 september 2020 hebben provinciale staten van Overijssel het inpassingsplan "Engbertsdijksvenen - interne maatregelen" vastgesteld. Bij besluit van 25 september 2020 heeft het college van gedeputeerde staten van Overijssel een ontgrondingenvergunning verleend aan Staatsbosbeheer. Het Natura 2000-gebied "Engbertsdijksvenen" ligt op het grondgebied van de gemeente Twenterand. Engbertsdijksvenen heeft een oppervlakte van ongeveer 1.000 hectare en ligt vlak tegen de Duitse grens. Het is een uitgestrekt hoogveengebied. Rondom het gebied liggen agrarische gronden met verspreid een aantal agrarische bedrijven. Op iets grotere afstand van het gebied ligt een aantal kernen. Naast hoogveen bestaat het gebied vooral uit natte en droge heide. Langs de randen staan kleine berkenbossen. Er zijn geen doorgaande wegen in het gebied, wel zijn er enkele wandelroutes. Het inpassingsplan en de daarmee gecoördineerd voorbereide ontgrondingenvergunning maken een aantal interne maatregelen in het kader van het beheer en herstel van het Natura 2000-gebied "Engbertsdijksvenen" juridisch mogelijk.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3216
Datum uitspraak
9 november 2022
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Inpassingsplan
  • Ontgrondingen
  • uitspraakin de zaak202100072/1/R3

202100786/1/A2

Bij besluit van 22 maart 2019 heeft de raad voor rechtsbijstand het verzoek van [advocaat A] om toekenning van extra uren voor rechtsbijstand aan [cliënt] afgewezen. Bij formulier van 14 augustus 2018 heeft [advocaat A] aan de raad gevraagd om 40 extra uren voor de toegevoegde rechtsbijstand aan [cliënt] in de strafzaak tegen hem. [advocaat A] heeft dit verzoek bij brief van 29 augustus 2018 nader toegelicht. In deze brief heeft zij onder meer vermeld dat er op 27 augustus 2018 een zitting is geweest van een meervoudige kamer, die heeft beslist dat er vijf getuigen gehoord moeten worden en die heeft gevraagd om een aanvullend proces-verbaal. Bij besluit van 11 september 2018 heeft de raad dit verzoek van [advocaat A] afgewezen. De raad heeft aan de afwijzing ten grondslag gelegd dat uit de stukken niet blijkt dat sprake is van een bijzondere rechtsvraag of van zo’n juridisch relevant feitencomplex dat de zaak in redelijkheid niet binnen de tijdgrens kan worden afgehandeld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3226
Datum uitspraak
9 november 2022
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202100786/1/A2

202101154/1/A3

Bij besluit van 2 december 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht de aanvraag van [appellant] om een urgentieverklaring als woningzoekende afgewezen. [appellant] heeft een urgentieverklaring voor woningtoewijzing aangevraagd op 29 oktober 2019 op medische gronden. Hij lijdt aan depressie en heeft een spierziekte en geeft aan dringend te moeten verhuizen naar een appartement. Het huis met voor- en achtertuin is veel te groot voor hem om te kunnen onderhouden. De woning roept daarnaast slechte herinneringen bij hem op omdat hij daar voor zijn scheiding samen met zijn echtgenote en kind woonde. Ter onderbouwing van zijn aanvraag heeft [appellant] in bezwaar een brief van zijn huisarts en POH-GGZ, een e-mail van de GGZ van 19 september 2018, een e- mail van Trubendorffer van 5 april 2019, een e-mail van Indigo van 16 januari 2020 en foto’s overgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3209
Datum uitspraak
9 november 2022
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202101154/1/A3

202101651/1/R3

Bij besluit van 13 maart 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nieuwkoop aan Freeheart B.V. en anderen een omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van een erf-/perceelafscheiding op het perceel Meije 300 te Zegveld. Freeheart B.V. en anderen waren tot 13 mei 2022 eigenaar van het perceel. Zij exploiteerden hier Buitenplaats "De Blauwe Meije", onder andere bestaande uit een beeldentuin liggend binnen het Natura 2000-gebied Nieuwkoopse Plassen & De Haeck. Buitenplaats "De Blauwe Meije" ligt deels op grondgebied van de gemeente Nieuwkoop en deels op grondgebied van de gemeente Woerden. Sinds 13 mei 2022 is AnBaD Beheer B.V. eigenaresse van het perceel. Freeheart B.V. en anderen hebben op 11 december 2017 een omgevingsvergunning aangevraagd voor de legalisering van de bestaande erf-/perceelafscheiding op het perceel. Bij besluit van 13 maart 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders hiervoor een omgevingsvergunning verleend met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 1˚, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3164
Datum uitspraak
9 november 2022
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202101651/1/R3

202101653/1/R3

Bij besluit van 19 juli 2018 heeft het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland het verzoek van [appellant] en anderen om handhaving van artikel 2.7 van de Wet natuurbescherming in verband met de aanwezigheid van een hekwerk op het perceel, gelegen aan Meije 300 te Zegveld, afgewezen. Op 28 maart 2018 hebben [appellant] en anderen een verzoek ingediend om handhaving van vanwege het oprichten van een perceelafscheiding gelegen op het perceel gelegen binnen het Natura 2000-gebied Nieuwkoopse Plassen & De Haeck. [appellant] en anderen zijn van mening dat het hekwerk in strijd met de Wnb is opgericht. Het college van gedeputeerde staten heeft dit verzoek afgewezen in het besluit van 19 juli 2018, omdat het oprichten van het hekwerk de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in het gebied niet kan verslechteren of een significant verstorend effect kan hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen. Volgens het college van gedeputeerde staten geldt er daarom geen vergunningplicht op grond van de Wnb voor het oprichten van het hekwerk. In het besluit van 19 juli 2018 heeft het college van gedeputeerde staten in dit verband verwezen naar de verklaring van geen bedenkingen van 29 september 2016 die namens hem in een andere procedure is verleend voor de uitbreiding van activiteiten op het perceel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3165
Datum uitspraak
9 november 2022
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202101653/1/R3

202102636/1/A3

Bij besluit van 16 juli 2019 heeft de korpschef van politie aan [appellante] een onkostenvergoeding van € 90,- opgelegd voor de verlenging van de geldigheidsduur van haar wapenverlof. Bij besluit van 20 juli 2020 heeft de minister van Justitie en Veiligheid het door [appellante] daartegen ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. Op 16 juli 2019 heeft [appellante] de geldigheidsduur van haar drie wapenverloven verlengd. Op grond van artikel 41 van de Wet wapens en munitie en artikel 50a, eerste lid, aanhef en onder b, van de Regeling wapens en munitie heeft de korpschef van politie bij de verlenging een onkostenvergoeding van € 90,- aan [appellante] opgelegd. De onkostenvergoeding is opgebouwd uit twee delen: € 60,- voor de verlenging van het eerste verlof en € 30,- administratiekosten voor de verlenging van het tweede en derde verlof. [appellante] is het niet eens met deze onkostenvergoeding. [appellante] voert aan dat de rechtbank heeft miskend dat het heffen van de leges niet in het individuele belang van [appellante] is, maar in het algemeen belang. Uit het arrest van de Hoge Raad van 28 oktober 2016, ECLI:NL:HR:2016:2426, volgt volgens haar dat in dat geval geen leges geheven mogen worden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3210
Datum uitspraak
9 november 2022
  • Hoger beroep
  • Wapens en munitie
  • uitspraakin de zaak202102636/1/A3

202103279/1/A3

Bij besluit van 21 januari 2021 heeft de burgemeester van Amsterdam aan [appellant] een huisverbod en contactverbod opgelegd voor de duur van tien dagen. [appellant] woont met zijn vrouw en vier kinderen in de woning aan [locatie] te Amsterdam. De vrouw is verschillende keren de woning ontvlucht vanwege bedreigingen en mishandelingen door haar man. Zij hebben met name ruzies over de opvoeding van de oudste dochter. Sinds 2017 zijn er veel hulpinstanties bij het gezin betrokken. De bedreigingen naar de vrouw bestaan volgens de beschrijving in de Situatie ter plaatse onder andere uit de uitspraken: "Ik ga je verminken liever dat ik naar de gevangenis ga en ik zal (moeder) vermoorden (woorden van gelijke strekking). [appellant] geeft duidelijk aan zich zeer boos te voelen. Kan ook een mes te pakken".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3208
Datum uitspraak
9 november 2022
  • Hoger beroep
  • Huisverbod
  • uitspraakin de zaak202103279/1/A3

202103458/1/R4

Bij besluit van 17 april 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht aan Sociëteit "De Vereeniging" een omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van vier technische units op het dak van het pand aan de Mariaplaats 14 te Utrecht. Sociëteit "De Vereeniging" is eigenaar van het pand aan de Mariaplaats 14 te Utrecht (hierna: het pand). Ten tijde van het besluit van 8 mei 2019 gebruikte zij een deel aan de achterzijde van het pand voor de herensociëteit en verhuurde zij een ander deel van het pand aan het bedrijf Mammoni. Mammoni exploiteerde dat voor de verhuur van zalen met catering. Met ingang van 1 juli 2021 heeft Mammoni de exploitatie beëindigd en de huurovereenkomst opgezegd. Het college heeft aan Sociëteit "De Vereeniging" een omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van vier technische units op het dak van het pand. Het gaat om het plaatsen van twee koelunits en twee verwarmingsunits op het nieuwbouwgedeelte aan de achterzijde van het pand.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3213
Datum uitspraak
9 november 2022
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202103458/1/R4

202103602/1/R3

Bij besluit van 6 augustus 2019 (hierna: het primaire besluit) heeft het college van burgemeester en wethouders van Wierden aan [vergunninghoudster] een omgevingsvergunning verleend voor het dempen van een bestaande greppel en het graven van een vervangende greppel op een deel van bungalowpark Hoge Hexel aan de Bruine Hoopsweg 6a in Hoge Hexel. Op 13 juni 2019 heeft [vergunninghoudster] een aanvraag om een omgevingsvergunning ingediend voor het dempen van een bestaande greppel en het graven van een nieuwe greppel op het bungalowpark Hoge Hexel. De nieuwe greppel moet worden aangesloten op een greppel op het perceel van [appellant]. De aangevraagde omgevingsvergunning betreft een vergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde (artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. In het besluit van 3 maart 2020 heeft het college het door [appellant] gemaakte bezwaar gegrond verklaard, het besluit herroepen en de omgevingsvergunning opnieuw aan [vergunninghoudster] verleend. Ook heeft het college voorschrift 9 aan de omgevingsvergunning toegevoegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3229
Datum uitspraak
9 november 2022
  • Hoger beroep
  • Waterschapszaken
  • uitspraakin de zaak202103602/1/R3

202104027/1/A3

Bij besluit van 28 januari 2019 heeft de korpschef van de Nationale Politie een aanvraag van [appellant] om bijschrijving op zijn wapenverlof van een zogenoemd Lever Action-geweer afgewezen. [appellant] is lid van Schietvereniging "Juliana" in Wassenaar en wil daar deelnemen aan een interne competitie Lever Action Geweer. Hij heeft daarom bij de korpschef een aanvraag ingediend om bijschrijving op zijn wapenverlof van een enkelloops kogelgeweer van het merk Uberti, type L.A., kaliber .38SP/.357, met nummer W38801. De korpschef heeft deze aanvraag afgewezen wegens het ontbreken van een redelijk belang als bedoeld in artikel 28, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wwm, omdat de Lever Action-competitie geen door de Koninklijke Nederlandse Schietsport Associatie erkende schietsportdiscipline is. Het aangevraagde wapen valt ook niet binnen de wel erkende schietsportdiscipline Pope, omdat het ontworpen is voor nitrokruitpatronen in plaats van zwartkruitpatronen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3241
Datum uitspraak
9 november 2022
  • Hoger beroep
  • Wapens en munitie
  • uitspraakin de zaak202104027/1/A3

202104029/1/A3

Bij besluit van 23 januari 2019 heeft de korpschef van de Nationale Politie een aanvraag van SV Juliana om bijschrijving op haar wapenverlof van een zogenoemd Lever Action-geweer afgewezen. SV Juliana is een door de Koninklijke Nederlandse Schietsport Associatie gecertificeerde schietsportvereniging. Zij is in het bezit van een verenigingsverlof voor het voorhanden hebben van de daarop vermelde wapens. Zij heeft de korpschef verzocht om bijschrijving op dat verlof van een enkelloops kogelgeweer van het merk Uberti, model 1873 Short Rifle, kaliber .357M/.38SP, met nummer W64295, voor de interne competitie Lever Action Geweer. De korpschef heeft deze aanvraag afgewezen wegens het ontbreken van een redelijk belang als bedoeld in artikel 28, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wwm, omdat de Lever Action-competitie geen door de KNSA erkende schietsportdiscipline is. Het aangevraagde wapen valt volgens de korpschef ook niet binnen de wel erkende schietsportdiscipline Pope, omdat het ontworpen is voor nitrokruitpatronen in plaats van zwartkruitpatronen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3240
Datum uitspraak
9 november 2022
  • Hoger beroep
  • Wapens en munitie
  • uitspraakin de zaak202104029/1/A3

202104030/1/A3

Bij besluit van 7 december 2018 heeft de korpschef van de Nationale Politie een aanvraag van [appellant] om bijschrijving op zijn wapenverlof van een zogenoemd Lever Action-geweer afgewezen. [appellant] is lid van Schietvereniging "Juliana" (hierna: SV Juliana) in Wassenaar en wil daar deelnemen aan de interne competities Lever Action Geweer en Klein Kaliber Geweer. Hij heeft daarom bij de korpschef een aanvraag ingediend om bijschrijving op zijn wapenverlof van een kogelgeweer, merk Winchester 9422, kaliber .22WMR (Winchester Magnum Rimfire). De korpschef heeft deze aanvraag afgewezen wegens het ontbreken van een redelijk belang als bedoeld in artikel 28, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wwm, omdat het wapen niet binnen de door de Koninklijke Nederlandse Schietsport Associatie erkende en gereglementeerde schietsportdiscipline Klein Kaliber Geweer valt. Het aangevraagde wapen valt niet binnen die discipline omdat het gebruik van magnummunitie in die discipline is uitgesloten, aldus de korpschef.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3239
Datum uitspraak
9 november 2022
  • Hoger beroep
  • Wapens en munitie
  • uitspraakin de zaak202104030/1/A3

202105057/1/R4

Op 7 februari 2019 heeft de raad van de gemeente Soest ten aanzien van het verzoek van [appellant], strekkende tot herziening van het bestemmingsplan voor het perceel L 247, onder meer besloten om verder te zoeken naar een bestaand vrijkomend en als zodanig bestemd agrarisch bouwperceel. [appellant] exploiteerde een agrarisch bedrijf aan de [locatie] te Soest. De bedrijfsactiviteiten zijn in 2017 beëindigd. Op grond van het op 28 februari 2017 vastgestelde wijzigingsplan "[locatie]" zijn op deze locatie woningen gerealiseerd. [appellant] wil een agrarisch bedrijf vestigen op het kadastrale perceel L 247 dat is gelegen aan de zuidzijde van de Peter van den Breemerweg te Soest, zodat een bedrijfsverplaatsing van de [locatie] te Soest naar het perceel kan worden gerealiseerd. Om de bedrijfsverplaatsing planologisch mogelijk te maken, heeft [appellant] de raad verzocht om een bestemmingsplan vast te stellen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3215
Datum uitspraak
9 november 2022
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202105057/1/R4

202105355/1/A2

Bij afzonderlijke besluiten van 8 augustus 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam de aanvragen voor leerlingenvervoer voor het schooljaar 2019-2020 voor twee dochters van [appellante] afgewezen.[appellante] heeft aanvragen ingediend voor leerlingenvervoer voor het schooljaar 2019-2020, op grond van de Verordening leerlingenvervoer Rotterdam 2015, voor haar dochters [dochter A] en [dochter B], van en naar IBS Ababil in Schiedam. Deze school ligt op 12,3 km afstand van het woonadres van [appellante]. [dochter A] heeft op haar oude school, de Willibrordschool, een nare ervaring gehad, waardoor zij van school is veranderd, en heeft een hechtingsstoornis. Verder heeft [appellante] zelf een zware beperking, waardoor het halen en brengen van haar dochters naar school erg moeilijk is. Het college heeft aan de afwijzingen ten grondslag gelegd dat de afstand tussen de woning van [dochter A] en [dochter B] en de dichtstbijzijnde toegankelijke school niet meer is dan 6 km en daarbij verwezen naar artikel 10 van de Verordening.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3238
Datum uitspraak
9 november 2022
  • Hoger beroep
  • Onderwijs
  • uitspraakin de zaak202105355/1/A2

202105482/1/V6 en 202105484/1/V1

Bij besluit van 10 september 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het Nederlanderschap van [appellant] ingetrokken. Bij besluit van 4 november 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan [appellant] verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken, hem opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd. Bij besluit van 30 juli 2013 heeft de staatssecretaris aan [appellant] een verblijfsvergunning verleend onder de beperking "verblijf als familie- of gezinslid bij [gemachtigde]" met als ingangsdatum 15 mei 2013. [appellant] heeft op 28 september 2017 een verzoek om verlening van het Nederlanderschap ingediend. [appellant] heeft daarbij verklaard dat hij alle gegevens naar waarheid heeft verstrekt en geen voor de beoordeling van het verzoek relevante gegevens heeft verzwegen. Ook heeft hij verklaard dat hij zich ervan bewust is dat het verstrekken van onjuiste gegevens of het verzwijgen van een relevant gegeven ertoe kan leiden dat de verkrijging van de Nederlandse nationaliteit wordt ingetrokken. Het verzoek is ingewilligd bij besluit van 12 september 2018. Op 5 juni 2019 heeft [appellant] namens zijn gestelde echtgenote voor haar een machtiging tot voorlopig verblijf onder de beperking "verblijf bij echtgenoot" aangevraagd. Bij zijn aanvraag heeft hij een trouwcertificaat overgelegd waarop staat dat hij sinds 13 mei 2019 met [echtgenote] in Nepal is getrouwd. Een medewerker van de gemeente Roermond heeft een fraudemelding bij de staatssecretaris gedaan toen [appellant] zijn huwelijk met [echtgenote] wilde laten registreren. Naar aanleiding van deze melding heeft de staatssecretaris een onderzoek ingesteld naar de relatie tussen [appellant] en [gemachtigde] enerzijds en de relatie tussen [appellant] en [echtgenote] anderzijds.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3231
Datum uitspraak
9 november 2022
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202105482/1/V6 en 202105484/1/V1

202105520/2/R4

Bij tussenuitspraak van 20 april 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1153, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Barneveld opgedragen om binnen 12 weken na verzending van deze tussenuitspraak het daarin omschreven gebrek in het besluit van 7 juli 2021 te herstellen. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak van 20 april 2022, onder 5.7 en 8.1, overwogen dat de raad het besluit van 7 juli 2021, waarbij hij het plan "Oostbroek I" heeft vastgesteld, niet zorgvuldig heeft genomen. Dit omdat de raad bij de vaststelling niet duidelijk heeft gemotiveerd waarom de Kerkweg niet hoefde te worden betrokken bij de beoordeling van de externe veiligheid en omdat de planregels over het parkeren onvoldoende duidelijk en daarmee rechtsonzeker zijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3211
Datum uitspraak
9 november 2022
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202105520/2/R4

202105597/1/A3

Bij besluit van 12 april 2019 heeft de burgemeester van Amsterdam gelast de woning aan de [locatie] te Amsterdam voor de duur van drie maanden te sluiten met ingang van 16 april 2019. [appellanten] zijn eigenaren van de woning. In een proces-verbaal van de politie staat dat op 11 maart 2019 in de woning een hennepplantage is aangetroffen. In totaal stonden er 1.045 hennepplanten in de woning, waren er 64 assimilatielampen en was er sprake van diefstal van energie. De woning was niet meer bewoonbaar. De burgemeester heeft daarop besloten om op grond van artikel 13b van de Opiumwet de woning te sluiten. De duur van de sluiting heeft hij bepaald op drie maanden, conform de ‘Notitie inzake het sluitings- en heropeningsbeleid met betrekking tot artikel 13b van de Opiumwet en artikel 2.7 van de Algemene Plaatselijke Verordening’ (hierna: de Notitie). De burgemeester heeft het besluit in bezwaar gehandhaafd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3233
Datum uitspraak
9 november 2022
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202105597/1/A3

202105904/1/R3

Bij besluit van 15 juli 2021 heeft de raad van de gemeente Alphen aan den Rijn het bestemmingsplan "Bentwijck, Benthuizen" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt op een gebied van ongeveer 8,5 hectare tussen de dorpskern Benthuizen en het bedrijvenpark Verbreepark woningbouw mogelijk. Aan de gronden in dit gebied is grotendeels de bestemming "Woongebied" toegekend. Op grond van artikel 6, lid 6.2.1, van de planregels mogen binnen dit gebied in totaal maximaal 200 woningen worden opgericht, waarvan minimaal 54 woningen als sociale huurwoningen worden gerealiseerd. Ook is het mogelijk om een school te realiseren op de gronden van het plangebied. In paragraaf 3.2 van de plantoelichting is een indicatieve stedenbouwkundige opzet weergegeven. Deze voorziet verspreid over het plangebied onder meer in verschillende aaneengesloten sociale huurwoningen. [partij] heeft het voornemen het gebied overeenkomstig deze stedenbouwkundige opzet te ontwikkelen. [appellant sub 1] en anderen wonen ten noorden van het plangebied en vrezen voor aantasting van hun woongenot als gevolg van het bestreden plan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3234
Datum uitspraak
9 november 2022
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202105904/1/R3

202106425/1/A2

Bij besluit van 22 september 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag de aanvraag van [appellant] om aangepast leerlingenvervoer voor zijn dochter afgewezen. [appellant] heeft het college verzocht om aangepast leerlingenvervoer voor het schooljaar 2020-2021 voor zijn [dochter] van en naar het Edith Stein College in Den Haag. Hij heeft gesteld dat [dochter] door haar medische situatie niet zelf kan fietsen, afhankelijk is van anderen voor haar vervoer, haar ouders geen rijbewijs, fiets of scooter hebben en ook haar broer en zus naar het Edith Stein College gaan. Het college heeft bij het besluit van 22 september 2020 de aanvraag afgewezen met als overweging dat het Edith Stein College, dat zich op 4,37 km afstand van de woning van [appellant] bevindt, niet de dichtstbijzijnde school is als bedoeld in artikel 3 van de Verordening leerlingenvervoer gemeente Den Haag 2014. Er zijn dichterbij gelegen scholen waarbij [dochter] aangemeld had kunnen worden, die zich op 2,92 km, 3,11 km en 3,45 km afstand van de woning bevinden. Verder heeft college zich op het standpunt gesteld dat de situatie van [appellant] niet in aanmerking komt voor toepassing van de hardheidsclausule als bedoeld in artikel 23 van de Verordening.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3222
Datum uitspraak
9 november 2022
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202106425/1/A2

202106528/1/A3

Bij besluit van 18 januari 2021 heeft de burgemeester van Amstelveen Normec Sensory onder aanzegging van bestuursdwang gelast de onderneming/inrichting/locatie, als zijnde een publieke plaats, aan de Schweitzerlaan 20b te Amstelveen, binnen 24 uren voor het publiek te sluiten. Normec Sensory is een marktonderzoekbureau met een focus op productoptimalisatie ten behoeve van de levensmiddelenindustrie. In diverse steden in Nederland exploiteert zij testcentra, waaronder Het Smaakhuis in Amstelveen, waar consumenten nieuwe producten proeven en beoordelen. Op 22 december 2020 hebben gemeentelijke toezichthouders een bezoek gebracht aan Het Smaakhuis. Door de toezichthouders is geconstateerd dat Het Smaakhuis geopend was voor deelnemers aan testsessies. Volgens de burgemeester is Het Smaakhuis een publieke plaats, die op grond van artikel 4.a1, eerste lid, van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19, voor publiek gesloten had moeten zijn. Bij het besluit van 18 januari 2021 heeft de burgemeester Normec Sensory daarom, onder aanzegging van bestuursdwang, gelast Het Smaakhuis binnen 24 uren te sluiten. De burgemeester stelt zich op het standpunt dat het algemeen belang, gelegen in de bescherming van de publieke gezondheid, zwaarder weegt dan het belang van Normec Sensory in het laten voortbestaan van een illegale situatie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3206
Datum uitspraak
9 november 2022
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202106528/1/A3

202106811/1/V6

Bij besluit van 22 november 2018 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een boete opgelegd van € 1.250,00 en bepaald dat [appellant] de aan hem verstrekte lening moet terugbetalen. Bij brief van 27 november 2015 heeft de minister [appellant] meegedeeld dat hij inburgeringsplichtig is. Zijn inburgeringstermijn is op 13 april 2015 gestart en hij had tot en met 27 september 2018 de tijd om te voldoen aan zijn inburgeringsplicht. Aangezien [appellant] niet voor die datum aan de inburgeringsplicht heeft voldaan, heeft de minister hem bij besluit van 22 november 2018 een boete opgelegd van € 1.250,00 en bepaald dat hij de lening voor het volgen van een inburgeringscursus moet terugbetalen. In april 2021 heeft [appellant] alsnog voldaan aan de inburgeringsplicht. [appellant] heeft zich op het standpunt gesteld dat hij niet tijdig kon inburgeren vanwege psychische klachten. De minister heeft hierop bij brieven van 13 januari 2019, 21 februari 2019 en 5 maart 2019 de machtiging verklaring gezondheidsgegevens bij [appellant] opgevraagd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3217
Datum uitspraak
9 november 2022
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202106811/1/V6

202107563/1/A3

Bij besluit van 16 september 2020 heeft de algemene raad van de Nederlandse orde van advocaten een verzoek van [appellant] om op grond van de Wet openbaarheid van bestuur documenten openbaar te maken gedeeltelijk ingewilligd. In hoger beroep is het enige document dat nog in geschil is een telefoonnotitie van een gesprek tussen mr. Sanders en mr. Veenboer dat rond 11 februari 2020 heeft plaatsgevonden. De algemene raad heeft een dergelijke notitie niet aangetroffen. [appellant] betoogt dat deze er wel moet zijn en dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de algemene raad adequaat onderzoek heeft gedaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3228
Datum uitspraak
9 november 2022
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202107563/1/A3

202107740/1/A3

Bij besluit van 24 augustus 2020 heeft de deken van Amsterdam een verzoek van [appellant] om op grond van de Wet openbaarheid van bestuur documenten openbaar te maken, afgewezen. [appellant] heeft met een beroep op de Wob de deken van Amsterdam verzocht alle (interne) correspondentie, besluiten en overige delen van het dossier waarop zijn naam is vermeld, dan wel die op hem betrekking hebben en zijn belangen raken, te verstrekken. Hij heeft dit verzoek geconcretiseerd. Kort gezegd wil hij documenten van alle correspondentie met de orden, andere instellingen, zijn (beoogd) patronen en zijn gemachtigden met betrekking tot hem en zijn stage, correspondentie met (potentiële) klagers, alle besluitvorming en alle overige stukken die zijn belang raken. Ook wil hij documenten met betrekking tot de schorsing van een van zijn patronen en documenten over de stage van een andere advocaat-stagiair. De deken van Amsterdam heeft dit geweigerd. Het in de Advocatenwet geregelde toezicht op advocaten, het tuchtrechtelijke systeem en de wijze van geheimhouding en openbaarmaking van tuchtrechtelijke maatregelen is van dien aard, dat het dient te worden aangemerkt als een bijzondere openbaarmakingsregeling met een uitputtend karakter.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3232
Datum uitspraak
9 november 2022
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202107740/1/A3

202107745/1/A3

Bij besluit van 25 augustus 2020 heeft de deken van Den Haag een verzoek van [appellant] om op grond van de Wet openbaarheid van bestuur documenten openbaar te maken, afgewezen. [appellant] heeft met een beroep op de Wob de deken van Den Haag verzocht alle correspondentie, besluiten en overige delen van het dossier waarop zijn naam is vermeld, dan wel die op hem betrekking hebben en zijn belangen raken, te verstrekken. Hij heeft dit verzoek geconcretiseerd. Kort gezegd wil hij documenten van alle correspondentie met de orden, andere instellingen, zijn (beoogd) patronen en zijn gemachtigden met betrekking tot hem en zijn stage, correspondentie met (potentiële) klagers, alle besluitvorming en alle overige stukken die zijn belang raken. De deken van Den Haag heeft dit geweigerd. Het in de Advocatenwet geregelde toezicht op advocaten, het tuchtrechtelijke systeem en de wijze van geheimhouding en openbaarmaking van tuchtrechtelijke maatregelen moet worden aangemerkt als een bijzondere openbaarmakingsregeling met een uitputtend karakter.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3227
Datum uitspraak
9 november 2022
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202107745/1/A3

202108156/1/V6

Bij besluit van 4 januari 2019 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid [appellante] een boete opgelegd van € 1.250,00. Bij brief van 9 januari 2015 heeft de minister [appellante] meegedeeld dat zij inburgeringsplichtig is. Haar inburgeringstermijn is gestart op 23 december 2014 en zij had tot en met 22 december 2017 de tijd om in te burgeren. Omdat [appellante] niet voor die datum aan de inburgeringsplicht heeft voldaan, heeft de minister haar een boete opgelegd van € 1.250,00. De minister heeft bij Argonaut medisch advies gevraagd. Verzekeringsarts L. ten Hove heeft bij medisch advies van 21 december 2018 geconcludeerd dat er geen medische reden is waardoor [appellante] vanwege de zorg voor haar echtgenoot gedurende een periode van ten minste drie aaneengesloten maanden geen onderwijs heeft kunnen volgen. Verzekeringsarts J. Verhoeven heeft bij medisch advies van 15 januari 2020 geconcludeerd dat er geen medische reden is waardoor [appellante] vanwege haar psychische klachten gedurende een periode van ten minste drie aangesloten maanden geen onderwijs heeft kunnen volgen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3207
Datum uitspraak
9 november 2022
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202108156/1/V6

202200058/1/A2

Bij besluit van 9 april 2019 heeft het college de door DIL en het recreatiepark te betalen beheervergoeding op grond van artikel 14, tweede lid, van de Woningwet voor de periode van mei 2018 tot en met december 2018 vastgesteld op € 935.051,28. In 2017 heeft het college op grond van artikel 13b Woningwet het beheer van camping Fort Oranje overgenomen. Bij drie besluiten zijn op grond van artikel 14, tweede lid, van de Woningwet voor de periode van juni 2017 tot en met april 2018 al eerder door DIL en het recreatiepark te betalen beheervergoedingen vastgesteld voor het beheer van de camping. DIL en het recreatiepark hebben tegen deze besluiten bezwaar gemaakt, maar dat is toen ongegrond verklaard. Omdat niet tijdig griffierecht was betaald, heeft de rechtbank het beroep tegen deze besluiten niet-ontvankelijk verklaard. Deze besluiten staan in rechte vast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3224
Datum uitspraak
9 november 2022
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202200058/1/A2

202200192/1/A3

Bij besluit van 15 september 2020 heeft de burgemeester van Rotterdam gelast de woning aan de [locatie] te Rotterdam voor de duur van zes maanden te sluiten. [appellant] is huurder van de gesloten woning. Op 20 april 2020 zijn politieagenten naar aanleiding van een aangifte naar de woning gegaan om [appellant] aan te houden. Nadat zij de woning hadden betreden, zagen zij dat er bundels bankbiljetten waren weggestopt tussen de kussens van een bankstel en achter de radiator. Daarop hebben ze de woning doorzocht. In de woning werd op diverse plaatsen en verpakt in kleine pakketjes in totaal € 36.940,00 aangetroffen, verpakt in folie in bundels, en 160,9 g fenacetine en 872,2 g cafeïne en paracetamol in poedervorm, verpakt in zakken. Het is de politieagenten ambtshalve bekend dat die stoffen worden gebruikt om harddrugs zoals cocaïne en heroïne te versnijden en daarmee deze harddrugs te vermeerderen ten behoeve van de verkoop. Het verpakken van geld in folie is voorts een in het criminele circuit gebruikte methode om te voorkomen dat contant geld door zogenaamde geldhonden wordt gevonden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3220
Datum uitspraak
9 november 2022
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202200192/1/A3

202200349/1/A2

Bij besluit van 23 december 2020 heeft het Instituut Mijnbouwschade Groningen de aanvraag van [appellante] om vergoeding van waardedaling van haar woning afgewezen. [appellante] is volgens de openbare registers van de basisregistratie Kadaster sinds 29 juli 2016 voor 100% eigenaar van de woning ([postcode]) aan de [locatie] te [plaats]. Het Instituut heeft op 17 november 2020 de aanvraag van [appellante] om vergoeding van waardedaling van de woning ontvangen. Het Instituut heeft de aanvraag afgewezen, omdat [appellante] op 16 augustus 2012 tijdens de aardbeving bij Huizinge, nog geen eigenaar van de woning was. De aanvraag is ook afgewezen, omdat er tussen het moment dat zij eigenaar is geworden op 29 juli 2016 en 1 januari 2019 geen beving is geweest met een grondsnelheid bij de woning van minimaal 2,9 mm/s. In hoger beroep bestrijdt [appellante] het oordeel van de rechtbank dat het Instituut terecht de aanvraag om vergoeding van waardedaling heeft afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3218
Datum uitspraak
9 november 2022
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202200349/1/A2

202200421/1/A2

Bij besluit van 21 oktober 2020 heeft de algemeen directeur van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen aan [appellant] een onderzoek naar de rijgeschiktheid opgelegd. [appellant] is op 31 augustus 2020 door twee politieambtenaren staande gehouden, terwijl hij een auto bestuurde. De politieambtenaren troffen in het middenconsole van die auto negen blokjes hasjiesj en kingsize vloeitjes aan. De politieambtenaren hebben hierop de medewerking van [appellant] aan een speekseltest en een bloedonderzoek gevorderd. Dit heeft hij geweigerd. De politieambtenaren hebben verslag gedaan van de staandehouding in processen-verbaal. Op 19 september 2020 heeft de korpschef aan het CBR een mededeling gedaan als bedoeld in artikel 130, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994, die inhoudt dat het vermoeden bestaat dat [appellant] niet langer beschikt over de vereiste rijvaardigheid dan wel over de lichamelijke of geestelijke geschiktheid voor het besturen van een auto.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3212
Datum uitspraak
9 november 2022
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202200421/1/A2

202201747/1/A2

Bij besluit van 23 oktober 2020 heeft de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat een subsidie voor de door [appellant] aangeschafte auto op grond van de Subsidieregeling elektrische personenauto’s particulieren op € 2.000,00 vastgesteld. De SEPP heeft tot doel om de aanschaf en lease van volledig elektrische personenauto’s in de kleinere en compacte middenklasse door particulieren te stimuleren om de uitstoot van CO2 te verminderen. [appellant] heeft op 1 juli 2020 een aanvraag gedaan voor een subsidie voor de aanschaf van een elektrische personenauto op grond van de SEPP voor een bedrag van € 4.000,00. Bij besluit van 13 juli 2020 heeft de staatssecretaris aan [appellant] een subsidie verleend voor een bedrag van € 4.000,00. In dit besluit is verder opgenomen dat de subsidieverlening de eerste stap in de aanvraag is en dat uitbetaling kan worden aangevraagd zodra de auto in het kentekenregister op naam van de aanvrager staat. Op 29 juli 2020 heeft [appellant] de staatssecretaris verzocht om de subsidie op € 4.000,00 vast te stellen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3221
Datum uitspraak
9 november 2022
  • Hoger beroep
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202201747/1/A2

202202006/1/V6

Bij besluit van 8 januari 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van [appellant] om naturalisatie van hemzelf en om medenaturalisatie van zijn twee minderjarige kinderen afgewezen. [appellant] heeft de Syrische nationaliteit. De staatssecretaris heeft het verzoek afgewezen, omdat ernstige vermoedens bestaan dat hij een gevaar vormt voor de openbare orde. De reden hiervoor is dat [appellant] bij arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 16 november 2020 is veroordeeld tot 12 maanden ontzegging van de bevoegdheid motorvoertuigen te besturen en 40 uur taakstraf wegens het handelen in strijd met de Wegenverkeerswet 1994 (verlaten plaats na ongeval). Dit arrest is onherroepelijk. De taakstraf was ten tijde van het besluit op bezwaar nog niet ten uitvoer gebracht en de ontzegging van de rijbevoegdheid was toen nog niet afgelopen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3230
Datum uitspraak
9 november 2022
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202202006/1/V6

202203979/1/A2

Bij besluit van 3 augustus 2020 heeft de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap de aanvraag van [appellant] om terugbetaling van het lesgeld voor het schooljaar 2018-2019 afgewezen. De minister heeft bij het besluit van 3 augustus 2020 de aanvraag van [appellant] afgewezen omdat de aanvraag te laat is ingediend. Terugbetaling van het lesgeld had aangevraagd moet worden tijdens het schooljaar. Het schooljaar 2018-2019 is op 31 juli 2019 geëindigd en de aanvraag van [appellant] is pas op 13 juli 2020 ontvangen. [appellant] heeft in bezwaar aangevoerd dat hij het besluit van 3 augustus 2020 nooit schriftelijk heeft ontvangen. Hij heeft met de Dienst Uitvoering Onderwijs gebeld. Toen is hem verteld dat het besluit kon worden gedownload, wat hij vervolgens heeft gedaan. De minister heeft aan het besluit van 19 februari 2021 ten grondslag gelegd dat [appellant] het bezwaar te laat heeft ingediend, namelijk op 13 november 2020, en dat dit na het verstrijken van de wettelijke bezwaartermijn van zes weken valt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3225
Datum uitspraak
9 november 2022
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202203979/1/A2

202102533/1/V1

Bij besluiten van 28 augustus 2019 en 9 juni 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen om de vreemdelingen een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3198
Datum uitspraak
8 november 2022
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202102533/1/V1

202105082/1/V3

Bij besluit van 5 februari 2018 heeft de staatssecretaris een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3189
Datum uitspraak
8 november 2022
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202105082/1/V3

202106633/1/V2

Bij besluit van 3 november 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3193
Datum uitspraak
8 november 2022
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202106633/1/V2

202205420/1/V3 en 202205420/2/V3

Bij besluit van 11 augustus 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3196
Datum uitspraak
8 november 2022
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202205420/1/V3 en 202205420/2/V3

202206097/1/V3 en 202206097/2/V3

Bij besluit van 19 september 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3194
Datum uitspraak
8 november 2022
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202206097/1/V3 en 202206097/2/V3

202206299/1/V3 en 202206299/2/V3

Bij besluit van 20 september 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3243
Datum uitspraak
8 november 2022
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202206299/1/V3 en 202206299/2/V3

202205773/1/V2

Bij besluit van 30 augustus 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3187
Datum uitspraak
7 november 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202205773/1/V2

202205798/1/V3

Verzoek om herziening (artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) van de uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling van 19 september 2022, in zaak nr. 202203599/3/V3

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3188
Datum uitspraak
7 november 2022
  • Herziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202205798/1/V3

202205826/1/V3

Bij besluit van 1 september 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3190
Datum uitspraak
7 november 2022
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202205826/1/V3

202206005/2/V2

Bij besluit van 1 juli 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3191
Datum uitspraak
7 november 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202206005/2/V2

202101724/1/V1

Bij besluit van 10 juli 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3168
Datum uitspraak
4 november 2022
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202101724/1/V1

202103147/1/V3

Bij besluit van 12 november 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd ingetrokken, de daaraan voorafgaande verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingetrokken, bepaald dat niet ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd wordt verleend, de vreemdeling opgedragen het grondgebied van de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3183
Datum uitspraak
4 november 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202103147/1/V3

202103985/1/V1

Bij besluit van 7 oktober 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3184
Datum uitspraak
4 november 2022
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202103985/1/V1

202104144/1/V1

Bij besluit van 8 december 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3169
Datum uitspraak
4 november 2022
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202104144/1/V1

202105384/1/V1

Bij besluit van 9 september 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdelingen een machtiging tot voorlopig verblijf (hierna: een mvv) te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3186
Datum uitspraak
4 november 2022
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202105384/1/V1

202204064/1/V3

Bij besluit van 6 mei 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw afgewezen, en het besluit van 18 februari 2013 gehandhaafd voor zover de vreemdeling is opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten (hierna: het terugkeerbesluit) en tegen hem een inreisverbod is uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3185
Datum uitspraak
4 november 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202204064/1/V3

202205664/1/V2

Bij besluit van 15 augustus 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3180
Datum uitspraak
4 november 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202205664/1/V2

202205830/2/V2

Bij besluit van 9 juni 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3192
Datum uitspraak
4 november 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202205830/2/V2

202005639/1/V1

Bij besluit van 29 november 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3134
Datum uitspraak
3 november 2022
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202005639/1/V1

202101633/1/V2

Bij besluit van 29 december 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3171
Datum uitspraak
3 november 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202101633/1/V2

202102817/1/V1

Bij besluit van 16 maart 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3172
Datum uitspraak
3 november 2022
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202102817/1/V1

202104845/1/V1

Bij besluit van 8 december 2020 heeft het Centraal Orgaan opvang asielzoekers de aan de vreemdeling verleende verstrekkingen op grond van de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 beëindigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3175
Datum uitspraak
3 november 2022
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202104845/1/V1

202105356/1/V2

Bij besluit van 19 maart 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3177
Datum uitspraak
3 november 2022
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202105356/1/V2
vorige pagina1...181182183...1.241volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon