Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 120.530
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202103011/1/V1

Bij besluit van 17 mei 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2806
Datum uitspraak
15 december 2021
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202103011/1/V1

202104302/2/V1

Bij besluiten van 10 oktober 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2807
Datum uitspraak
15 december 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202104302/2/V1

202106589/2/V3

Bij besluit van 6 juli 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd ingetrokken, de vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2808
Datum uitspraak
15 december 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202106589/2/V3

202106782/1/V3

Bij besluit van 5 september 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2809
Datum uitspraak
15 december 2021
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202106782/1/V3

202107040/2/R1

Bij besluit van 18 oktober 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Overbetuwe aan het waterschap een omgevingsvergunning verleend voor het aanleggen van een leidingentracé voor het transport van afvalwater op percelen gelegen tussen het rioolgemaal in Zetten en de rioolwaterzuiveringsinstallatie in Dodewaard. Ongeveer 3,6 km van deze leiding is gepland over het landgoed "De Heerlijkheid Hemmen" waarvan de Stichting het eigendom heeft. De Stichting vreest dat door de aanleg van de leiding via het daarvoor gekozen tracé de landschappelijke waarden van het landgoed worden aangetast. Volgens haar bestaat er een minder belemmerend alternatief voor het tracé van de leiding.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2800
Datum uitspraak
15 december 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • Waterschapszaken
  • uitspraakin de zaak202107040/2/R1

202107041/2/R1

Bij besluit van 30 september 2019 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat aan de Stichting op grond van de Belemmeringenwet Privaatrecht een plicht opgelegd tot het gedogen van de aanleg en instandhouding van een rioolwaterpersleiding, tracé Andelst-Zetten, met bijkomende werken. Ongeveer 3,6 km van deze leiding is gepland over het landgoed "De Heerlijkheid Hemmen" waarvan de Stichting het eigendom heeft. De Stichting vreest dat door de aanleg van de leiding via het daarvoor gekozen tracé de landschappelijke waarden van het landgoed worden aangetast. Volgens haar bestaat er een minder belemmerend alternatief voor het tracé van de leiding.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2801
Datum uitspraak
15 december 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Waterschapszaken
  • uitspraakin de zaak202107041/2/R1

202107616/2/V2

Bij besluit van 29 oktober 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2810
Datum uitspraak
15 december 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202107616/2/V2

202107634/1/V1 en 202107634/2/V1

Bij besluiten van 31 oktober 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2811
Datum uitspraak
15 december 2021
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202107634/1/V1 en 202107634/2/V1

201808652/1/R2

Bij besluit van 27 september 2018 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant, ten behoeve van het inpassingsplan "N279 Veghel-Asten", met toepassing van artikel 83 van de Wet geluidhinder voor een aantal woningen hogere waarden vastgesteld voor de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting vanwege het wegverkeer. Het gaat om een aantal woningen aan de Scheepstal en De Wolfsputten in Helmond. De hogere waarden zijn vastgesteld ten behoeve van het inpassingsplan "N279 Veghel-Asten". De woningen waarvoor hogere waarden zijn vastgesteld staan langs het tracé van een nieuw weggedeelte, de zogenoemde omleiding Dierdonk. [appellant sub 1] en anderen en [appellant sub 2] en anderen hebben aangevoerd dat de geluidbelasting op hun woningen te laag is berekend. Volgens [appellant sub 1] en anderen is de hoeveelheid vrachtverkeer op de omleiding Dierdonk onderschat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2848
Datum uitspraak
15 december 2021
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Geluid
  • uitspraakin de zaak201808652/1/R2

201900309/1/R2

Bij besluit van 7 december 2018 hebben provinciale staten van Noord-Brabant het inpassingsplan "N279 Veghel-Asten" vastgesteld. Het inpassingsplan maakt de aanpassing mogelijk van het gedeelte van de N279 dat zich bevindt tussen de A50 bij Veghel en de A67 bij Asten. In de huidige situatie is dat deel van de N279 een gebiedsontsluitingsweg, bestaande uit twee rijstroken en met een maximumsnelheid van 80 km/uur. Het inpassingsplan voorziet in een optimalisatie van het bestaande tracé en in een nieuwe omleiding om Helmond. Dit is één van de vier alternatieven die zijn onderzocht in het milieueffectrapport "MER N279 Veghel-Asten" van Arcadis van 16 mei 2018 (hierna: het MER), dat bij de voorbereiding van het plan is gemaakt. De optimalisatie van het bestaande tracé houdt onder meer in dat op het tracédeel in Veghel het aantal rijstroken wordt verdubbeld naar vier (2x2) en dat de meeste bestaande kruisingen op het tracé ongelijkvloers worden gemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2782
Datum uitspraak
15 december 2021
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Inpassingsplan
  • uitspraakin de zaak201900309/1/R2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak201900309/1/R2

201902476/1/A2

Bij uitspraak van 12 februari 2019 heeft de rechtbank het verzoek van [appellant] om het college van burgemeester en wethouders van Oude IJsselstreek te veroordelen in de vergoeding van schade afgewezen. In hoger beroep is in geschil of [appellant] in zijn verdedigingsrechten is aangetast, omdat hij als gevolg van een door hem gestelde schending van artikel 8:56 van de Alwb niet aanwezig was op de zitting op 11 februari 2019 om 9.00 uur bij de rechtbank. [appellant] betoogt dat de rechtbank in strijd heeft gehandeld met artikel 8:56 van de Awb. Hij stelt de uitnodiging voor de zitting van 22 januari 2019 niet te hebben ontvangen. Ook als hij deze brief zou hebben ontvangen, is hij daarmee niet ten minste drie weken van tevoren uitgenodigd om op een in de uitnodiging te vermelden plaats en tijdstip te verschijnen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2817
Datum uitspraak
15 december 2021
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak201902476/1/A2

201904649/1/R2

Bij besluit van 12 december 2017 heeft het college van gedeputeerde staten van Zeeland aan de gemeente Schouwen-Duiveland een natuurvergunning verleend voor het herinrichten en in gebruik nemen van het fiets- en wandelpad Adriaan van de Weijdeweg-Moolweg in Burgh-Haamstede, in het Natura 2000-gebied Kop van Schouwen. De natuurvergunning is verleend voor de herinrichting en ingebruikname van een fiets- en wandelpad tussen de Adriaan van de Weijdeweg en de Moolweg in Burgh-Haamstede. De vergunning voorziet in het geschikt maken van een bestaand wandelpad voor fietsers en in de aanleg, waar mogelijk, van een nieuw vrijliggend wandelpad evenwijdig aan het fietspad. Het fiets- en het vrijliggende wandelpad worden elk maximaal 2,50 meter breed; op de plaats waar een gecombineerd fiets-/wandelpad komt wordt dit pad ook maximaal 2,50 meter breed. Het fietspad wordt over een lengte van 420 meter uitgevoerd met betonplaten en voor het overige door het vernieuwen van de bestaande schelpenverharding.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2823
Datum uitspraak
15 december 2021
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak201904649/1/R2

201906190/1/R4

Bij besluit van 26 juni 2019 heeft de raad van de gemeente Maasdriel het bestemmingsplan "Buitengebied herziening 2016" vastgesteld. Het bestemmingsplan heeft betrekking op nagenoeg het gehele buitengebied van de gemeente Maasdriel. Casarca is eigenaar van het perceel Lange Weisteeg 3 in Ammerzoden. Zij heeft dit perceel op 18 september 2019 aangekocht. Dat was na de vaststelling van het bestemmingsplan op 26 juni 2019. De leveringsakte werd op 25 september 2019 gepasseerd. Op het perceel werd voorheen een champignonkwekerij geëxploiteerd. De daarvoor benodigde bebouwing is nog op het perceel aanwezig. Ook is op het perceel een tunnelgebouw aanwezig voor het maken van substraat voor de champignonteelt. Casarca wil de voorheen bestaande bedrijfsvoering weer opstarten. Zij kan zich niet verenigen met de bestemmingsregeling voor het perceel en heeft hierover verschillende beroepsgronden ingediend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2849
Datum uitspraak
15 december 2021
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak201906190/1/R4

201907749/1/A2

Bij uitspraak van 24 september 2019 heeft de rechtbank een verzoek van [appellant] om de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid (hierna: de staatssecretaris) te veroordelen tot schadevergoeding afgewezen. Bij brief van 15 mei 2019 heeft [appellant] de rechtbank verzocht de staatssecretaris op grond van artikel 8:88, eerste lid, van de Awb te veroordelen tot vergoeding van schade wegens onrechtmatige toepassing van de grensprocedure. Bij brief van 13 juni 2019 heeft hij ter toelichting van dat verzoek gesteld dat het behandelen van een aan de buitengrens ingediende asielaanvraag in de grensprocedure, zonder eerst te beoordelen of die aanvraag zich leent voor afdoening in die procedure, in strijd is met de Procedurerichtlijn (Richtlijn 2013/32/EU). Verder heeft hij aangevoerd dat hij niet is gehoord over de beslissing om de grensprocedure toe te passen, niet nader is onderzocht of de plaatsing in de grensprocedure noodzakelijk en in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel was.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2816
Datum uitspraak
15 december 2021
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak201907749/1/A2

201908108/1/R3

Bij besluit van 7 oktober 2019 heeft de raad van de gemeente Ooststellingwerf het bestemmingsplan "Motorcrossterrein De Prikkedam" vastgesteld. Met het bestemmingsplan wordt een bestaand motorcrossterrein van MSV De Prikkedam op het perceel Prikkedam 1A in Makkinga, als zodanig bestemd. Het bestemmingsplan maakt, op hoofdlijnen, motorcrosstrainingen en motorcrosswedstrijden mogelijk. De motorcrosstrainingen mogen plaatsvinden op woensdagmiddag en zondagochtend, voor ten hoogste drie aangesloten uren. De motorcrosswedstrijden mogen drie keer per jaar plaatsvinden, op zondag in de dagperiode, voor ten hoogste negen uren per dag. Verder maakt het plan activiteiten mogelijk die ondergeschikt zijn aan de motorcrosstrainingen en -wedstrijden, zoals dagrecreatief medegebruik en veldsporten. [appellant] woont op het perceel [locatie] in Makkinga. Zijn woning ligt op een afstand van ongeveer 152 m van het motorcrossterrein. [appellant] kan zich niet met het plan verenigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2839
Datum uitspraak
15 december 2021
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Friesland
  • uitspraakin de zaak201908108/1/R3

201909075/2/R4

Bij tussenuitspraak van 26 mei 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1100 (hierna: de tussenuitspraak), heeft de Afdeling de raad van de gemeente Montferland opgedragen om binnen 16 weken na de verzending daarvan de gebreken in het besluit van 10 oktober 2019 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Emmerikseweg 1-5 ‘s-Heerenberg" te herstellen. De Afdeling heeft onder overweging 4.2 van de tussenuitspraak overwogen dat de in het plan opgenomen termijn, waarna de uitsterfregeling geen gelding meer heeft, alleen in het geval van verbouwingswerkzaamheden onredelijk kort kan zijn. De termijn van 3 maanden, met een verlengingsmogelijkheid die gebonden is aan een maximale termijn van 12 maanden en welke verlengingsmogelijkheid alleen in één situatie in beeld komt, achtte de Afdeling te grofmazig en onvoldoende afgestemd op andere situaties, waarin een termijn van langer dan 3 maanden ook gerechtvaardigd zou kunnen zijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2833
Datum uitspraak
15 december 2021
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak201909075/2/R4

202000319/1/R3

Bij besluit van 8 mei 2018 heeft het college aan motorsportvereniging "De Prikkedam" (hierna: MSV De Prikkedam) een omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van een geluidscherm op het perceel Prikkedam 1A in Makkinga. Op 15 februari 2018 heeft MSV de Prikkedam een aanvraag gedaan voor een omgevingsvergunning voor het plaatsen van een geluidscherm van 1,4 m hoog en 200 m lang op het perceel. De aanvraag ziet op de activiteiten bouwen en het milieuneutraal veranderen van een inrichting. [appellant] woont op het perceel [locatie] in Makkinga, op ongeveer 152 m afstand tot het perceel waar het geluidscherm wordt aangelegd. [appellant] heeft zicht op het geluidscherm. [appellant] is het niet eens met de uitspraak van de rechtbank en heeft hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2843
Datum uitspraak
15 december 2021
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202000319/1/R3

202000678/1/R4

Bij besluit van 26 november 2019 heeft het bestuur van de Nederlandse Emissieautoriteit een verzoek van Catom om haar jaarverplichting als bedoeld in titel 9.7 van de Wet milieubeheer voor het kalenderjaar 2018 gewijzigd vast te stellen, afgewezen. Catom is groothandelaar in minerale oliën. Zij is actief op het gebied van handel, distributie en verkoop van brandstoffen. Volgens Catom wordt een zeer groot deel van de door haar geleverde brandstoffen geleverd voor verbruik in mobiele machines, landbouwtrekkers en bosbouwmachines. Catom is van mening dat leveringen anders dan voor vervoer niet onder de jaarverplichting vallen. En als dit wel zo is, is er volgens haar sprake van strijd met het Unierecht. Bovendien is Catom van mening dat de terugwerkende kracht die aan de wetswijziging van 1 juli 2018 is gegeven, tot 1 januari 2018, onrechtmatig is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2842
Datum uitspraak
15 december 2021
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Milieu - Overige
  • uitspraakin de zaak202000678/1/R4

202001643/1/R3

Bij besluit van 6 maart 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het splitsen van de winkels op de percelen [locatie 1] en [locatie 2] te Den Haag alsmede het veranderen van het gebruik van de winkel op het perceel [locatie 2] te Den Haag tot restaurant-café. Het bouwplan, waarvoor [vergunninghouder] op 21 december 2017 een omgevingsvergunning heeft aangevraagd, voorziet in het splitsen van de winkels op de percelen en in het veranderen van het gebruik van één winkel naar een restaurant-café op het perceel met een bruto vloeroppervlak van 62,7 m2. De aanvraag heeft volgens het college betrekking op de activiteiten bouwen van een bouwwerk en handelen in strijd met de regels van een beheersverordening als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2822
Datum uitspraak
15 december 2021
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202001643/1/R3

202002628/1/A2

Bij besluit van 14 maart 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders van Oude IJsselstreek een verkeersbesluit genomen. [appellant] woont en houdt kantoor aan het einde van de parallelweg van de Oversluis te Ulft in de onmiddellijke nabijheid van de kruising van de Oversluis met de N317. Bij besluit van 19 januari 2011, gehandhaafd bij besluit van 18 december 2012, heeft het college in het kader van de reconstructie van de parallelweg en een gedeelte van de hoofdrijbaan Oversluis in Ulft onder meer besloten om het vrijliggende verplichte fietspad direct langs de parallelweg van de Oversluis op te heffen. [appellant] is tegen deze besluitvorming opgekomen. De bij het besluit van 19 januari 2011 genomen verkeersmaatregelen zijn onherroepelijk geworden met de uitspraak van de Afdeling van 19 maart 2014, ECLI:NL:RVS:2014:958, waarbij het hoger beroep van [appellant] ongegrond is verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2831
Datum uitspraak
15 december 2021
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202002628/1/A2

202002755/1/A2

Bij besluit van 28 juni 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Heeze-Leende een verzoek van [appellant] om een tegemoetkoming in planschade afgewezen. [appellant] is sinds 1999 eigenaar van een woning aan de [locatie 1] in Leende. Hij heeft het college verzocht om een tegemoetkoming in de planschade die hij in de vorm van waardevermindering van zijn woning heeft geleden als gevolg van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan "Kom Leende-Leenderstrijp 2015" op 16 maart 2016. Met dit plan is de bestemming van het naast zijn woning gelegen perceel [locatie 2] gewijzigd, waardoor op het perceel onder meer een café mag worden gevestigd. Het geschil tussen partijen ziet op de vraag of [appellant] door de inwerkingtreding van het nieuwe plan in een planologisch nadeliger situatie is komen te verkeren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2827
Datum uitspraak
15 december 2021
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202002755/1/A2

202003511/1/R2

Bij besluit van 1 augustus 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bernheze [appellant] onder oplegging van een dwangsom gelast om het gebruik van de woning op het perceel aan de [locatie 1] te Loosbroek door meer dan één huishouden te (laten) staken en gestaakt te (laten) houden. [appellant] is sinds 1994 eigenaar van het perceel aan de [locatie 1] en [locatie 2] in Loosbroek. In het verleden exploiteerde hij een groentewinkel in de benedenverdieping van het pand. Nadat hij dit gebruik heeft beëindigd, is hij zowel de benedenwoning als de bovenwoning van het pand op het perceel gaan verhuren. Het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Bestemmingsplan De kommen van Bernheze" is op 1 juni 2011 vastgesteld en kent de bestemming "Wonen" en de aanduiding "vrijstaand" aan het perceel toe. Op 13 april 2018 is er door toezichthouders van de gemeente een controle uitgevoerd op het perceel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2813
Datum uitspraak
15 december 2021
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202003511/1/R2

202003804/1/V2

Bij besluit van 27 februari 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard. De vreemdeling is afkomstig uit Soedan en heeft aan zijn opvolgende asielaanvraag onder meer ten grondslag gelegd dat hij in Soedan een gegronde vrees heeft voor vervolging of een reëel risico loopt op ernstige schade vanwege zijn in Nederland verrichte politieke activiteiten, gericht tegen de regering van Omar Al-Bashir. Deze regering is op 11 april 2019 na een staatsgreep door het Soedanese leger afgezet, waarna op 17 augustus 2019 een transitieregering in Soedan aan de macht is gekomen. In de derde grief klaagt de vreemdeling dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de staatssecretaris zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de vreemdeling geen nieuwe elementen of bevindingen heeft aangevoerd die een ander licht kunnen werpen op de afwijzing van zijn eerdere asielaanvraag.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2792
Datum uitspraak
15 december 2021
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202003804/1/V2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202003804/1/V2

202003946/1/R2

Bij besluit van 16 april 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rucphen aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen en het in strijd met het bestemmingsplan gebruiken van een vervangende woning aan de [locatie] in Schijf. [vergunninghouder] is eigenaar van het perceel. Hij heeft op 31 december 2018 een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend voor het vervangen van de woning op dit perceel. Bij besluit van 26 november 2019 heeft het college de aangevraagde omgevingsvergunning verleend, waarbij ook is bepaald dat de vervangende woning pas na de sloop van de bestaande woning gebouwd mag worden. SMT is een metaalbewerkingsbedrijf dat is gevestigd aan de Scherpenbergsebaan 49 in Schijf. De inrichting van SMT ligt op een afstand van circa 210 m van het perceel. SMT vreest door de aanwezigheid van kwetsbare objecten in de directe omgeving van de inrichting, zoals de te bouwen vervangende woning, in de bedrijfsvoering te zullen worden belemmerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2819
Datum uitspraak
15 december 2021
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202003946/1/R2

202004898/1/A2

Bij besluit van 7 november 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer het verzoek van [appellant sub 1] om een tegemoetkoming in door hem geleden planschade, voor zover thans van belang, toegewezen en hem een bedrag van € 6.000,-, exclusief wettelijke rente, toegekend. [appellant sub 1] is eigenaar van de woning aan de [locatie] te Zoetermeer (hierna: de woning). Bij brief van 10 november 2016 heeft hij het college verzocht om een tegemoetkoming in door hem geleden planschade als gevolg van de inwerkingtreding van onder meer het bestemmingsplan ‘Verlenging derde baan SnowWorld’. Volgens hem is door de planologische wijzigingen het woon- en leefklimaat verslechterd, evenals de situeringswaarde van de woning. Hierdoor is de woning minder waard geworden, aldus [appellant sub 1]. Het college heeft over het op het verzoek te nemen besluit advies gevraagd aan de SAOZ.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2829
Datum uitspraak
15 december 2021
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202004898/1/A2

202005052/1/V2

Bij besluit van 20 maart 2020, aangevuld bij brief van 15 juli 2020, heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw afgewezen. Deze uitspraak gaat over de risico's bij terugkeer voor Soedanese vreemdelingen die, zoals de vreemdeling in deze zaak, in Nederland hebben deelgenomen aan demonstraties gericht tegen de Soedanese machthebbers in het licht van de situatie onder de transitieregering in dat land. Vreemdelingen die in Nederland of in Soedan aan dergelijke activiteiten hebben deelgenomen zullen in deze uitspraak ‘politieke activisten’ genoemd worden. De vreemdeling, die sinds 2001 in Nederland verblijft, heeft sinds 2013 in Nederland deelgenomen aan verschillende demonstraties tegen de toenmalige regering van Al-Bashir.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2793
Datum uitspraak
15 december 2021
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202005052/1/V2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202005052/1/V2

202005133/1/R1

Bij besluit van 9 juli 2020 heeft de raad van de gemeente Weesp het exploitatieplan "Eerste herziening exploitatieplan Bloemendalerpolder" vastgesteld. Het project Bloemendalerpolder voorziet in de herontwikkeling van een landbouwgebied in Weesp tot een woonwijk met 2.750 woningen en commerciële en maatschappelijke voorzieningen. Daarnaast is ruimte gereserveerd voor de aanleg van een landschappelijke inpassing van de locatie in de vorm van "structureel groen en water" en voor de aanleg van een ontsluitingsweg tussen de A1, de Bloemendalerpolder en Weesp. Om de ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk te maken zijn op 11 juli 2016 twee bestemmingsplannen vastgesteld, namelijk het bestemmingsplan "Bloemendalerpolder voormalig grondgebied Muiden" en het bestemmingsplan "Bloemendalerpolder Weesp". Bij beide plannen hoort het eveneens door de raad op 11 juli 2016 vastgestelde exploitatieplan "Bloemendalerpolder".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2825
Datum uitspraak
15 december 2021
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202005133/1/R1

202005632/1/A3

Bij besluit van 5 juli 2019 heeft de burgemeester van Tilburg gelast het pand aan de [locatie] te Tilburg te sluiten voor de duur van twaalf maanden. [wederpartij] is eigenaar van [eetcafé] dat is gevestigd aan de [locatie] te Tilburg. Op basis van meerdere meldingen vermoedde de politie dat in het eetcafé drugs werden gedeald en gebruikt. Op 17 april 2019 is door een observatieteam van de politie bij het eetcafé een voorverkenning gedaan. Het observatieteam meldde getuige te zijn geweest van vermoedelijk een drugsdeal voor de deur van het eetcafé. Vervolgens is de politie die dag met veertien agenten en een speurhond het eetcafé binnengevallen. Bij die doorzoeking is in een shagbuil en in een jas in totaal 6,38 g hasj gevonden. Hasj is een softdrug en staat op lijst II, behorend bij de Opiumwet. Tussen de tafels werd een zak aangetroffen, met daarin kleine gripzakjes met wit poeder. Die zak was daar neergegooid nadat de politie het eetcafé binnenviel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2826
Datum uitspraak
15 december 2021
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202005632/1/A3

202005692/1/R2

Bij besluit van 27 november 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Goirle aan Fundament Real Estate een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van vier appartementen en de aanleg van een uitrit aan de [locatie 1] tot en met [locatie 2] in Goirle. [partij] is sinds 2008 eigenaar van het perceel [locatie 1] in Goirle, dat tot 2018 kadastraal bekend stond als gemeente Goirle, sectie A, nummer 3554. Dit perceel is in 2018 gesplitst in de percelen 5372 en 5373. [partij] heeft in hetzelfde jaar het perceel 5372 aan [appellant] verkocht en in eigendom overgedragen. [appellant] is sinds 2017 eigenaar van het perceel 4647 met het woonadres [locatie 3] in Goirle. Hij heeft een woning over de volle breedte van dit perceel laten bouwen. Het perceel 5372 is toegevoegd aan zijn achtertuin. De aldus vergrote achtertuin grenst aan de achterkant aan het buurperceel 5373, aan één zijde aan twee buurpercelen met woningen en aan de andere zijde aan een gemeentelijk plantsoen en de Rillaerse Baan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2818
Datum uitspraak
15 december 2021
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202005692/1/R2

202005812/1/A3

Bij besluit van 27 februari 2017 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan [appellante] een bestuurlijke boete opgelegd van € 8.100,-. Op 3 februari 2016 heeft een inspecteur van de inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid een controle uitgevoerd bij door [appellante] uitgevoerde werkzaamheden op naleving van de Arbeidsomstandighedenwet. Ter plaatse voerde [appellante] werkzaamheden uit om asbest te verwijderen. Volgens de inspecteur waren tijdens de werkzaamheden geen of onvoldoende preventieve en bronmaatregelen toegepast om verspreiding van vezels van asbest te voorkomen. De toegepaste maatregelen waren niet zodanig ingericht dat geen asbeststof werd geproduceerd of dat er geen asbeststof in de lucht vrijkwam. Daarnaast was de ter plaatse werkzame kraanmachinist volgens de inspecteur niet in het bezit van de juiste certificaten van vakbekwaamheid om asbest te verwijderen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2821
Datum uitspraak
15 december 2021
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202005812/1/A3

202006315/1/A3

Bij besluit van 13 maart 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring als woningzoekende afgewezen. [appellante] heeft op 12 maart 2019 een urgentieverklaring op grond van de Amsterdamse Huisvestingsverordening 2016 (hierna: verordening) aangevraagd. Zij heeft daarbij als toelichting gegeven dat zij na de verhuizing van haar moeder, vier jaar daarvoor, dakloos is geworden. Ze sliep sindsdien bij vrienden en kennissen. Ze wordt gestalkt, bedreigd en mishandeld door haar ex-vriend. Ze heeft een huis aangeboden gekregen in Aalsmeer waar ze niet wilde wonen. Haar vrienden, school en werk waren destijds in Amsterdam. Ze kon zich de reiskosten van Aalsmeer naar Amsterdam niet veroorloven. Ze had de urgentieverklaring toen en ook nu nog hard nodig. Ze woont nu in illegale onderhuur in een kamer in Amsterdam, wordt daar bedreigd door haar ex-vriend en anderen en heeft dringend andere woonruimte nodig.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2815
Datum uitspraak
15 december 2021
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202006315/1/A3

202006485/1/A3

Bij besluit van 14 december 2018 heeft de staatssecretaris een bestuurlijke boete van € 31.500,00 aan [appellant] opgelegd wegens overtreding van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. De staatssecretaris heeft het bezwaar van [appellant] bij het besluit van 26 juli 2019 wegens termijnoverschrijding niet-ontvankelijk verklaard. Daaraan heeft de staatssecretaris ten grondslag gelegd dat het bezwaarschrift na afloop van de wettelijke termijn voor het indienen ervan is ingediend. [appellant] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat het besluit van 14 december 2018 niet op de juiste wijze bekend is gemaakt, althans dat de overschrijding van de bezwaartermijn verschoonbaar is. De staatssecretaris heeft het besluit gestuurd naar een adres in Polen, waar hij sinds 18 juli 2018 niet meer woonde.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2845
Datum uitspraak
15 december 2021
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202006485/1/A3

202006551/1/R1

Bij besluit van 1 september 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hulst ten behoeve van het bestemmingsplan "Landbouwweg Vogelwaarde, uitbreiding [hoefijzerfabriek] Vogelwaarde, wegbestemmen bedrijf Magdalenastraat Heikant" hogere waarden als bedoeld in artikel 110a van de Wet geluidhinder vastgesteld. Het bestemmingsplan "Landbouwweg Vogelwaarde, uitbreiding [hoefijzerfabriek] Vogelwaarde, wegbestemmen bedrijf Magdalenastraat Heikant" voorziet in de aanleg van een landbouwweg ten oosten van de kern Vogelwaarde. Ook voorziet het bestemmingsplan in de uitbreiding van de aanwezige [hoefijzerfabriek]. De ontsluiting van de hoefijzerfabriek zal met name via de landbouwweg plaatsvinden, waarmee zwaar vrachtverkeer van en naar de hoefijzerfabriek in de kern van Vogelwaarde wordt verminderd. Om de bedrijfsuitbreiding van de hoefijzerfabriek mogelijk te maken is het wegbestemmen van een bedrijfslocatie ergens anders noodzakelijk.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2820
Datum uitspraak
15 december 2021
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Geluid
  • RO - Zeeland
  • uitspraakin de zaak202006551/1/R1

202006684/1/A3

Bij besluit van 5 december 2019 heeft de korpschef van politie de aan [bedrijf] verleende toestemming om [appellant] beveiligingswerkzaamheden te laten verrichten ingetrokken. [appellant] had een nevenbaan als beveiliger bij [bedrijf], een beveiligingsbedrijf te Apeldoorn. Op 20 juni 2018 heeft de korpschef aan dit bedrijf toestemming verleend om [appellant] beveiligingswerkzaamheden te laten verrichten zoals bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus. De korpschef heeft de toestemming bij het besluit van 5 december 2019 ingetrokken. Bij het besluit van 24 april 2020 heeft hij de intrekking gehandhaafd, omdat hij [appellant] onvoldoende betrouwbaar acht om beveiligingswerkzaamheden te verrichten en de belangen van de veiligheidszorg of de goede naam van de bedrijfstak niet te schaden. De korpschef baseert de intrekking op een video van een optreden van [appellant] als beveiliger op een feest tijdens de Nijmeegse Vierdaagse.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2840
Datum uitspraak
15 december 2021
  • Hoger beroep
  • Beveiligingswerkzaamheden
  • uitspraakin de zaak202006684/1/A3

202006876/1/A3

Bij besluit van 25 oktober 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zevenaar een verzoek van [appellant] op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens buiten behandeling gesteld. Op 16 juni 2017 heeft [appellant] het college onder verwijzing naar artikel 35 van de Wbp verzocht om hem een compleet overzicht te verstrekken van alle over hem digitaal en op andere wijze verwerkte persoonsgegevens in de periode van 17 juli 2014 tot 16 juni 2017. Het college heeft dit verzoek buiten behandeling gesteld. Nadat de rechtbank het besluit van 3 april 2018 tot niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar van [appellant] tegen de buitenbehandelingstelling van het verzoek heeft vernietigd, heeft het college bij besluit van 7 maart 2019 alsnog een overzicht aan [appellant] verstrekt van de over hem verwerkte persoonsgegevens in de periode van 17 juli 2014 tot 7 maart 2019.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2836
Datum uitspraak
15 december 2021
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202006876/1/A3

202006965/1/R4

Bij besluit van 1 oktober 2020 heeft de raad van de gemeente Leusden het bestemmingsplan ‘[partij] Campus’ vastgesteld. Op een perceel aan de Zuiderinslag in de gemeente Leusden, exploiteert [partij] een bedrijf dat zich hoofdzakelijk bezighoudt met de handel in en reparatie van auto’s, motorfietsen en aanhangers en de handel in auto-onderdelen en -accessoires. Het bestemmingsplan voorziet in een actueel juridisch-planologisch kader voor de uitbreiding van bebouwing voor de bedrijfsactiviteiten van [partij]. Doel is een flexibel bestemmingsplan, waarbij wordt geanticipeerd op toekomstige activiteiten. [appellant] woont in de omgeving van [partij], op het perceel [locatie]. Hij vreest meer licht- en geluidhinder voor omwonenden als gevolg van het bestemmingsplan en meent dat er meer aan gedaan moet worden om die hinder te voorkomen of zo veel mogelijk te beperken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2832
Datum uitspraak
15 december 2021
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202006965/1/R4

202100348/1/A2

Bij besluit van 14 mei 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Vught een verzoek van [appellant] om een tegemoetkoming in planschade afgewezen. [appellant] heeft op 4 januari 2005 gekocht en is omstreeks 24 oktober 2005 eigenaar geworden van de woning [locatie] te Helvoirt (hierna ook: de woning). Hij heeft verzocht om een tegemoetkoming in planschade ten gevolge van het op 27 september 2012 vastgestelde bestemmingsplan "Den Hoek". Het nieuwe bestemmingsplan maakt op gronden tegenover de woning van [appellant] de realisering van een nieuwe woonwijk mogelijk, terwijl deze gronden voorheen onbebouwd waren. Volgens [appellant] leidt deze planologische verandering tot waardedaling van de woning, waardoor hij schade lijdt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2846
Datum uitspraak
15 december 2021
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202100348/1/A2

202100503/1/A3

Bij besluit van 18 september 2019 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat de aanvraag van [wederpartij] tot het vernieuwen van zijn vaarbevoegdheidsbewijs, afgewezen. [wederpartij] heeft in 2019 een aanvraag gedaan tot het vernieuwen van zijn vaarbevoegdheidsbewijs. De minister heeft de aanvraag afgewezen omdat [wederpartij] niet in het bezit was van alle benodigde certificaten. Hierdoor beschikte [wederpartij] niet over de bekwaamheidsbewijzen die vereist zijn voor afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs. Daarnaast was [wederpartij] op het moment van de aanvraag niet in het bezit van een geldig vaarbevoegdheidsbewijs. Zijn vaarbevoegdheidsbewijs was op dat moment langer dan vijf jaar verlopen. De minister betoogt dat de rechtbank een verkeerde toepassing heeft gegeven aan artikel 8 van het Besluit.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2844
Datum uitspraak
15 december 2021
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202100503/1/A3

202100571/1/A3

Bij besluit van 28 februari 2019 heeft de burgemeester van Rotterdam aan [appellanten sub 2] een noodbevel gegeven voor de duur van drie maanden. Bij besluit van 5 juli 2019 heeft de burgemeester het door [appellanten sub 2] daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard en het noodbevel voor de periode van 27 maart 2019 tot 28 mei 2019 herroepen. [appellanten sub 2] wonen in een rijtjeswoning aan het [locatie] te Rotterdam. De woning is gelegen in een kindvriendelijke woonwijk met een kinderspeelplaats voor de deur. Op 13 februari 2019 heeft een anonieme beller bij de politie gemeld dat zich in de woning vermoedelijk kogelgaten bevinden en op 17 februari 2019 heeft een buurtbewoner bij de politie gemeld dat de woning ’s nachts beschoten is. De rechtbank heeft overwogen dat de burgemeester op basis van de schietincidenten het standpunt mocht innemen dat zich een noodsituatie voordeed en dat door herhaling binnen zeer korte tijd sprake is van een ernstige vrees voor het ontstaan ervan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2838
Datum uitspraak
15 december 2021
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202100571/1/A3

202100629/1/R1

Bij besluit van 22 oktober 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam [appellant] onder oplegging van een dwangsom van € 5.000,00 ineens gelast om binnen zes weken na dagtekening van het besluit aan de achtergevel aan de [locatie] te verwijderen en verwijderd te houden de afvoerpijp met installatiekast, inclusief de bijbehorende bevestigingsmaterialen en de restanten van de reeds verwijderde afvoerpijp (het gedeelte dat nog uit het dak steekt). Het gebouw aan de [locatie] in Amsterdam is opgesplitst in meerdere appartementsrechten. [appellant] is eigenaar van de bedrijfsruimte op de begane grond. Daarboven bevinden zich drie appartementen die worden bewoond. Onder meer de eigenaren en/of bewoners van de appartementen met als adres [locatie] II en III hebben een verzoek tot handhaving ingediend vanwege de overlast die zij ervaren van de afvoerpijp die is geplaatst ten behoeve van de bedrijfsruimte van [appellant].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2834
Datum uitspraak
15 december 2021
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202100629/1/R1

202100650/1/R1

Bij besluit van 13 augustus 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer geweigerd [appellant] een omgevingsvergunning te verlenen voor het plaatsen van een frame en zonnescherm op het dakterras bij het appartement aan de [locatie] in Hoofddorp. [appellant] is eigenaar van het op de zesde verdieping van een gebouw gelegen appartement. Hij heeft omgevingsvergunningen aangevraagd voor het plaatsen van een frame met zonnescherm en een windscherm op zijn dakterras. Bij besluiten van 13 en 14 augustus 2019, gehandhaafd bij besluit van 10 december 2019, heeft het college geweigerd de omgevingsvergunningen te verlenen. Het college heeft aan de weigering omgevingsvergunningen te verlenen ten grondslag gelegd dat de bouwactiviteiten waarvoor van [appellant] vergunning vraagt niet voldoen aan redelijke eisen van welstand. [appellant] heeft eerder een serre/tuinkamer gebouwd op het dakterras zonder een daarvoor vereiste omgevingsvergunning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2841
Datum uitspraak
15 december 2021
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202100650/1/R1

202100816/1/A3

Bij besluit van 13 november 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bloemendaal het verzoek van Fietsersbond en Wandelnet om handhavend op te treden tegen het plaatsen van een hek nabij het adres [locatie] in Aerdenhout afgewezen. Fietsersbond en Wandelnet hebben het college gevraagd om het hek nabij het adres [locatie] in Aerdenhout te laten verwijderen. Dat deel van de Boekenroodeweg (hierna: het Laantje) ligt weliswaar op grond van particulieren, maar is volgens hen een openbare weg. Het hek staat er volgens Fietsersbond en Wandelnet dus in strijd met artikel 2:10 van de Algemene plaatselijke verordening 2017. Het college vindt dat het Laantje niet openbaar is geworden en dat de APV 2017 niet wordt overtreden. Het heeft het verzoek daarom afgewezen. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college dat terecht heeft gedaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2837
Datum uitspraak
15 december 2021
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202100816/1/A3

202101046/1/A2

Bij besluit van 11 oktober 2019 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de zorg- en huurtoeslag van [appellant] voor het jaar 2016 herzien en vastgesteld op nihil en een bedrag van € 4.940,00 aan teveel ontvangen voorschotten teruggevorderd. [appellant] heeft over 2016 zorg- en huurtoeslag ontvangen. De Belastingdienst/Toeslagen heeft bij het besluit van 11 oktober 2019, gehandhaafd bij het besluit van 6 april 2020, de zorg- en huurtoeslag van [appellant] over 2016 herzien en vastgesteld op nihil naar aanleiding van gewijzigde gegevens over het inkomen van [appellant]. De inspecteur heeft het verzamelinkomen van [appellant] vastgesteld op € 51.601,00, waardoor zijn inkomen hoger is dan de inkomensgrenzen voor zorg- en huurtoeslag in 2016. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de Belastingdienst/Toeslagen bij de herziene vaststelling van de zorg- en huurtoeslag over 2016 is uitgegaan van het juiste inkomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2828
Datum uitspraak
15 december 2021
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202101046/1/A2

202101191/1/A2

Bij besluit van 6 september 2019 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de zorgtoeslag van [appellante] voor het jaar 2015 vastgesteld op nihil en een bedrag van € 1.061,00 aan teveel ontvangen voorschotten teruggevorderd. [appellante] heeft over 2015 en 2016 voorschotten zorgtoeslag ontvangen. Bij de besluiten van 6 september 2019 en 15 november 2019, gehandhaafd bij de besluiten van 21 oktober 2019 en 30 maart 2020, heeft de Belastingdienst/Toeslagen de zorgtoeslag van [appellante] over 2015 en 2016 vastgesteld op nihil en de teveel ontvangen voorschotten teruggevorderd. De Belastingdienst/Toeslagen heeft hieraan ten grondslag gelegd dat het vermogen van [appellante] de vermogensgrens voor zorgtoeslag overschrijdt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2830
Datum uitspraak
15 december 2021
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202101191/1/A2

202101344/1/A2

Bij besluit van 31 januari 2019 heeft het CBR aan [appellant] een onderzoek naar de rijvaardigheid opgelegd. Op 23 december 2018 heeft de Politie Eenheid Den Haag aan het CBR een mededeling gedaan als bedoeld in artikel 130, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994. Daarin staat dat het vermoeden bestaat dat [appellant] niet langer beschikt over de rijvaardigheid vereist voor het besturen van de categorieën B, BE en AM van motorrijtuigen waarvoor het rijbewijs is afgegeven, omdat hij op 22 december 2018 herhaaldelijk over een dubbel getrokken middenstreep op de weg reed en meerdere malen op vreemde plaatsen zijn rempedaal kort induwde. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte niet heeft meegewogen dat de waarnemingen van de agent niet in een ambtsedig proces-verbaal of in een mutatierapport zijn opgenomen. Ook is de mededeling van 23 december 2018 inhoudelijk onvoldoende nauwkeurig en uitgebreid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2851
Datum uitspraak
15 december 2021
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202101344/1/A2

202101824/1/R1

Bij besluit van 8 oktober 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam geweigerd aan [appellant] een omgevingsvergunning te verlenen voor het verdiepen van de keldervloer, het verlagen van het dak van de kelder, het realiseren van twee koekoeken in de kelder en het realiseren van een zwembad op het dak van de kelder op het perceel [locatie] in Amsterdam. [appellant] is eigenaar van het perceel [locatie] in Amsterdam. Op 16 maart 2016 heeft het college aan [appellant] een omgevingsvergunning verleend voor het vergroten van de kelder onder het pand op dit perceel. De werkzaamheden hiervoor zijn inmiddels afgerond. Op 23 mei 2018 heeft [appellant] een nieuwe aanvraag bij het college ingediend, welke aanvraag bij brief van 10 augustus 2018 is gewijzigd, voor het in afwijking van de op 16 maart 2016 verleende vergunning verdiepen van de keldervloer, het realiseren van twee koekoeken in de kelder en het realiseren van een zwembad op het dak van de kelder.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2835
Datum uitspraak
15 december 2021
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202101824/1/R1

202102009/1/R4

Bij besluit van 30 augustus 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bunnik aan [vergunninghoudster] een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een bedrijfshal ten behoeve van fruitverwerking op het perceel [locatie] in Werkhoven. [vergunninghoudster] is eigenaar van het perceel. Op het perceel wordt een fruitteeltbedrijf geëxploiteerd, in het bijzonder een perenteeltbedrijf. [vergunninghoudster] heeft een omgevingsvergunning aangevraagd en gekregen voor het bouwen van een nieuwe bedrijfshal op het perceel. In de bedrijfshal is er onder meer ruimte voor het sorteren, verpakken, opslaan en koelen van fruit. In totaal komen er in de bedrijfshal 22 koelcellen, waarvan 14 bestemd voor langdurige koeling. [appellanten] wonen nabij het perceel. Zij zijn bang dat het gebruik van de bedrijfshal tot hinder voor de omgeving zal leiden, onder meer door een toename van het verkeer.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2824
Datum uitspraak
15 december 2021
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202102009/1/R4

202102055/1/A3

Altvoorde heeft de raad van de gemeente Voorschoten verzocht om twee namen aan te brengen op het oorlogsmonument ‘Zij die vielen’ aan de Koningin Julianalaan in Voorschoten. Zij heeft bezwaar gemaakt tegen het door het college niet tijdig nemen van een besluit daarover. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard, omdat het al dan niet plaatsen van namen op het monument geen besluit is in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Van een situatie waarin gesproken kan worden van het niet tijdig nemen van een besluit kan daarom geen sprake zijn, aldus de rechtbank. Altvoorde betoogt allereerst dat de uitspraak van de rechtbank geen stand kan houden vanwege formele gebreken. Volgens Altvoorde brengt het vermelden van de namen op het monument wel een verandering in de bestaande rechtspositie van de gemeente Voorschoten teweeg.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2814
Datum uitspraak
15 december 2021
  • Hoger beroep
  • Monumenten
  • uitspraakin de zaak202102055/1/A3

202102067/1/V2

Bij besluit van 18 december 2020 heeft e staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw afgewezen. De vreemdeling is afkomstig uit Soedan en heeft aan zijn asielaanvraag ten grondslag gelegd dat hij in Soedan een gegronde vrees heeft voor vervolging of een reëel risico loopt op ernstige schade vanwege zijn in Nederland verrichte politieke activiteiten, gericht tegen de regering van Omar Al-Bashir. Deze regering is op 11 april 2019 na een staatsgreep door het Soedanese leger afgezet, waarna op 17 augustus 2019 een transitieregering in Soedan aan de macht is gekomen. In de grieven klaagt de vreemdeling dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de staatssecretaris voldoende de actuele situatie in Soedan heeft betrokken bij zijn motivering van het standpunt dat de vreemdeling geen risico in voormelde zin aannemelijk heeft gemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2794
Datum uitspraak
15 december 2021
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202102067/1/V2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202102067/1/V2

202102321/1/R4

Bij besluit van 4 maart 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht Golfclub Amelisweerd onder oplegging van een dwangsom gelast binnen zes weken na verzenddatum van dat besluit onder meer zand, puin en betonplaten te verwijderen van het perceel Mereveldseweg 7 te Utrecht. [appellant] woont naast het terrein van de golfclub. In strijd met de regels van het bestemmingsplan werd een deel van dat terrein gebruikt voor opslag van onder meer zand en puin op betonplaten. Na een verzoek om handhaving van [appellant] heeft het college de golfclub bij besluit van 4 maart 2020 gelast de overtreding ongedaan te maken binnen zes weken na verzenddatum van dat besluit. Op 27 maart 2020 heeft de golfclub het college verzocht om verlenging van de begunstigingstermijn, omdat de golfclub vanwege de landelijke maatregelen tegen covid-19 gesloten moest worden en daarom verwachtte te weinig personeel en financiële middelen beschikbaar te zullen hebben.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2850
Datum uitspraak
15 december 2021
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202102321/1/R4

202103124/1/R1

Bij besluit van 26 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Borsele omgevingsvergunning verleend aan Hoondert Beheer B.V. voor het maken, hebben en onderhouden van een uitweg aan de Heinkenszandseweg 19 te ’s-Heerenhoek. Aan deze vergunning zijn voorschriften verbonden. Het bedrijf van Hoondert Beheer B.V. ligt aan de Heinkenszandseweg 19 te ’s-Heerenhoek. Het bedrijf van Sagro Holding Zeeland B.V. ligt daar recht tegenover aan de Heinkenszandseweg 22. Op dit moment is het perceel Heinkenszandseweg 19 door middel van twee in- en uitritten ontsloten. Het zware materieel van het bedrijf bereikt het openbare wegennet via een in- en uitrit aan de Nassauweg, een zijweg van de Heinkenszandseweg (N667). In de toekomstige situatie is een nieuwe in- en uitrit beoogd tussen de percelen Heinkenszandseweg 19 en 23. Sagro Holding Zeeland B.V vreest voor verkeersonveilige situaties als gevolg van deze aanpassing.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2847
Datum uitspraak
15 december 2021
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202103124/1/R1

202103322/4/R1

Tijdens de zitting op 15 december 2021 heeft [verzoeker] verzocht om wraking van staatsraad mr. E. Helder (hierna: de staatsraad) als voorzitter van de Afdeling belast met de behandeling van de zaak nr. 202103322/1/R1.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2868
Datum uitspraak
15 december 2021
  • Mondelinge uitspraak
  • Wraking
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202103322/4/R1

202104281/1/A2

Bij uitspraak van 28 april 2021 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak het beroep van [verzoeker] tegen het besluit van de minister van Infrastructuur en Waterstaat van 15 juli 2019 ongegrond verklaard. [verzoeker] is sinds 21 november 1977 eigenaar van de woning aan de [locatie] te Muiderberg. De woning ligt in de nabijheid van de A1. [verzoeker] heeft de minister verzocht om vergoeding van de schade die hij heeft geleden als gevolg van het besluit van 21 maart 2011 tot vaststelling van het Tracébesluit weguitbreiding Schiphol-Amsterdam-Almere en het besluit van 23 september 2014 tot wijziging van dat tracébesluit. Het Tracébesluit 2011 voorziet onder meer in de verbreding van de A1 en de aanleg van een busbaan ter hoogte van de woning. Het Tracébesluit 2014 voorziet onder meer in de aanleg van een nieuwe spoorbrug over de A1 ter hoogte van de woning. Aan de aanvraag heeft [verzoeker] ten grondslag gelegd dat hij schade heeft geleden in de vorm van waardevermindering van de woning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2812
Datum uitspraak
15 december 2021
  • Herziening
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202104281/1/A2

202104510/1/V3

Bij besluit van 5 januari 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen niet in behandeling genomen. De vreemdeling komt uit Sudan en heeft in Malta eerder een verzoek om internationale bescherming ingediend. De staatssecretaris heeft de door de vreemdeling in Nederland ingediende asielaanvraag niet in behandeling genomen, omdat volgens hem Malta daarvoor verantwoordelijk is. Deze uitspraak gaat over de vraag of de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de staatssecretaris voor Malta ten onrechte van het interstatelijk vertrouwensbeginsel uitgaat, gelet op de beschikbare informatie over met name de detentie van Dublinclaimanten in Malta en hun detentieomstandigheden, opvangvoorzieningen en mogelijkheden voor toegang tot een effectief rechtsmiddel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2791
Datum uitspraak
15 december 2021
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202104510/1/V3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202104510/1/V3

202105331/1/A3 en 202105331/2/A3

Op 22 januari 2021 heeft [wederpartij] bij de rechtbank beroep ingesteld wegens het niet tijdig beslissen op een door hem ingediend verzoek op grond van de Wet openbaarheid van bestuur van 21 augustus 2020. [wederpartij] heeft de minister verzocht om openbaarmaking van documenten over de persconferenties die over de coronacrisis zijn gehouden. Het geschil gaat over de vraag of de door de minister toegepaste gefaseerde werkwijze met betrekking tot de afhandeling van Wob-verzoeken over de coronacrisis in overeenstemming is met de Wob, of de rechtbank een juiste besluittermijn heeft opgelegd en wat daarbij een passende dwangsom is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2863
Datum uitspraak
15 december 2021
  • Mondelinge uitspraak
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202105331/1/A3 en 202105331/2/A3

202005912/1/V3

Bij besluit van 15 augustus 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2799
Datum uitspraak
14 december 2021
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202005912/1/V3

202101539/2/V2

Bij besluit van 13 mei 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2803
Datum uitspraak
14 december 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202101539/2/V2

202103148/1/V1

Bij besluit van 22 april 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen dan wel een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd te verlenen afgewezen en de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier niet verlengd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2798
Datum uitspraak
14 december 2021
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202103148/1/V1

202103790/1/V1

Bij besluit van 24 december 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2797
Datum uitspraak
14 december 2021
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202103790/1/V1

202104479/2/V2

Bij besluit van 21 maart 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2796
Datum uitspraak
14 december 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202104479/2/V2

202107733/2/V2

Bij besluit van 4 augustus 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2802
Datum uitspraak
14 december 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202107733/2/V2

202101026/1/V2

Bij besluit van 18 december 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2790
Datum uitspraak
13 december 2021
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202101026/1/V2

202104914/1/V1

Bij besluit van 18 februari 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdelingen een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2789
Datum uitspraak
13 december 2021
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202104914/1/V1

202105320/2/V3

Bij besluit van 19 juli 2021 (hierna: besluit 1) heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd. Bij besluit van dezelfde datum (hierna: besluit 2) heeft de staatssecretaris de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2795
Datum uitspraak
13 december 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202105320/2/V3

202106741/2/R3

Bij besluit van 27 september 2021 heeft de raad van de gemeente Enschede het bestemmingsplan "Leuriks Oost 2020" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de bouw van 74 woningen in een nog onbebouwd gebied tussen de Gronausestraat, de Oostweg, de Keppelerdijk en het landgoed De Leuriks in Enschede mogelijk. Op grond van het bestemmingsplan "Eschmarke" uit 1996 rustte op grote delen van dit gebied al de bestemming "Wonen (nader uit te werken door burgemeester en wethouders)". Omdat de voorgenomen invulling van het plangebied niet geheel binnen de betreffende regels van dat bestemmingsplan past, heeft de raad ervoor gekozen om voor dit gebied een nieuw bestemmingsplan vast te stellen. [verzoeker] is eigenaar van het perceel sectie AA, nummer 1817 langs de Oostweg. Dat perceel bestaat uit bosgrond. Dit perceel is aan drie zijden omgeven door het plangebied. [verzoeker] is het er niet mee eens dat het bestemmingsplan op korte afstand van dit perceel woningbouw mogelijk maakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2775
Datum uitspraak
13 december 2021
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202106741/2/R3

202107069/2/V2

Bij besluit van 7 juni 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2788
Datum uitspraak
13 december 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202107069/2/V2

202107162/2/V3

Bij besluit van 26 augustus 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2787
Datum uitspraak
13 december 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202107162/2/V3

202107163/2/V3

Bij besluit van 26 augustus 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2786
Datum uitspraak
13 december 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202107163/2/V3

202107167/2/V3

Bij besluit van 26 augustus 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2785
Datum uitspraak
13 december 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202107167/2/V3

202107169/2/V3

Bij besluit van 10 september 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2784
Datum uitspraak
13 december 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202107169/2/V3

202107341/2/V2

Bij besluit van 5 oktober 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2783
Datum uitspraak
13 december 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202107341/2/V2

202102237/1/V3

Bij besluit van 27 januari 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2780
Datum uitspraak
10 december 2021
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202102237/1/V3

202103906/1/V2

Bij besluit van 10 maart 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om aan hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2777
Datum uitspraak
10 december 2021
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202103906/1/V2

202107330/1/V2 en 202107330/2/V2

Bij besluit van 19 augustus 2021 heeft de staatssecretaris ambtshalve geweigerd krachtens artikel 64 van de Vw 2000 te bepalen dat uitzetting van de vreemdeling achterwege blijft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2779
Datum uitspraak
10 december 2021
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202107330/1/V2 en 202107330/2/V2

202107461/2/V2

Bij besluit van 14 december 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2778
Datum uitspraak
10 december 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202107461/2/V2

202107618/3/R2

Bij besluit van 27 juli 2020 heeft het college van gedeputeerde staten van Overijssel aan [verzoekster] een last onder dwangsom opgelegd. Bij besluit van 21 mei 2021 heeft het college het door [verzoekster] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard en de last onder dwangsom gehandhaafd met verlenging van de aan die last verbonden begunstigingstermijn. [verzoekster] is gevestigd aan de [locatie] in Westerhaar-Vriezenveensewijk, waar zij een zand- en grindbedrijf exploiteert. Bij het besluit van 27 juli 2020 heeft het college haar een last onder dwangsom opgelegd. Volgens het college is sprake van een overtreding van artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming, doordat niet is uitgesloten dat de bedrijfsactiviteiten van [verzoekster] tot een verslechtering van de kwaliteit van natuurlijke habitats of de habitats van soorten in het Natura 2000-gebied Engbertsdijksvenen zullen leiden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2774
Datum uitspraak
10 december 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202107618/3/R2

202105040/3/A3

Bij besluit van 11 mei 2020 heeft de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit op een verzoek van de Stichting op grond van de Wet openbaarheid van bestuur. Bij besluit van 28 september 2020 heeft de minister het door de Stichting daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Naar aanleiding van een Wob-verzoek van de Stichting heeft de minister het document "Feitelijke reserveringsruimte vliegvelden onder PAS" in een GML-bestand verstrekt. De Stichting stelt dat dit bestand een uitvoerbestand is en de daarbij behorende invoer- en controlebestanden ontbreken. Volgens de rechtbank heeft de Stichting aannemelijk gemaakt dat er ook een invoerbestand is dat alleen betrekking heeft op Lelystad Airport. De rechtbank heeft geoordeeld dat de minister zich moet inspannen om dat bestand te achterhalen. De minister heeft in hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening ingediend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2769
Datum uitspraak
9 december 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202105040/3/A3

202106082/1/V2

Bij besluit van 18 mei 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2772
Datum uitspraak
9 december 2021
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202106082/1/V2

202106630/2/V1

Bij besluit van 13 september 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, in het kader van een asielprocedure, geweigerd de vreemdeling ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2776
Datum uitspraak
9 december 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202106630/2/V1

202107325/2/V1

Bij besluit van 25 oktober 2016 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2771
Datum uitspraak
9 december 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202107325/2/V1

202107633/2/V2

Bij besluit van 5 november 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2773
Datum uitspraak
9 december 2021
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202107633/2/V2

202105382/2/A3

Bij besluit van 22 mei 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tholen de aanvraag van [wederpartij] voor wijziging van haar persoonsgegevens in de Basisregistratie personen afgewezen. Op 18 oktober 2018 heeft [wederpartij] een aanvraag gedaan voor wijziging van haar voornaam, geslachtsnaam, geboortedatum en -plaats en nationaliteit en van gegevens van haar vader en moeder in de Brp. Die gegevens zijn ontleend aan een verklaring als bedoeld in artikel 2.8, tweede lid, onder e, van de Wet basisregistratie personen. Ter staving van haar aanvraag heeft [wederpartij] documenten overgelegd. Vraag is of onomstotelijk vaststaat dat de in de Brp geregistreerde gegevens feitelijk onjuist zijn, de nieuwe gegevens juist zijn en of de nieuwe en oude gegevens betrekking hebben op dezelfde persoon.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2739
Datum uitspraak
8 december 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202105382/2/A3

202105459/1/R3 en 202105459/2/R3

Bij besluit van 31 december 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Steenwijkerland [appellante] onder oplegging van een dwangsom gelast het in strijd met artikel 2.1, eerste lid, onder a en/of c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en artikel 5.2.1, van de planregels van het bestemmingsplan "Giethoorn" van 17 oktober 2017 geplaatste chalet op het perceel [locatie] in Giethoorn te verwijderen en verwijderd te houden. [appellante] woont op het perceel [locatie] te Giethoorn. Op een gedeelte van het perceel [locatie] dat in het bestemmingsplan de bestemming "Horeca" heeft, heeft zij in 2019 een chalet geplaatst. Het chalet is geplaatst zonder dat daarvoor een omgevingsvergunning is verleend. Naar aanleiding van een melding heeft een toezichthouder op 27 maart 2020 geconstateerd dat er op het perceel van [appellante] zonder omgevingsvergunning een chalet is geplaatst.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2736
Datum uitspraak
8 december 2021
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202105459/1/R3 en 202105459/2/R3

202106834/1/V3

Bij besluiten van 8 oktober 2021 is de vreemdeling een maatregel van ophouding voor gehoor opgelegd en heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid hem in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 26 oktober 2021 heeft de rechtbank de daartegen door de vreemdeling ingestelde beroepen ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2740
Datum uitspraak
8 december 2021
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202106834/1/V3

201906328/1/R4

Bij besluit van 1 juli 2019 heeft de raad van de gemeente Hattem het bestemmingsplan "Consmematerrein Hattem" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt woningbouw mogelijk op een perceel aan de Derde Industrieweg 5 en 7, dat onderdeel is van het bedrijventerrein ‘t Veen in het zuiden van Hattem. De raad wil al sinds circa 2013 een transformatie van het bedrijventerrein ‘t Veen naar een gemengd gebied voor wonen, werken, leren en recreëren. Consmema is eigenaar van gronden op dit bedrijventerrein en was daar tot 2017 actief. Alle bedrijfsactiviteiten van Consmema zijn verplaatst naar bedrijvenpark Hattemerbroek (H2O). Consmema is nog eigenaresse van gronden in het plangebied. Zij wil daar 20 woningen te realiseren. TP&T kan zich niet verenigen met het plan, omdat zij in haar bedrijfsvoering zal worden beperkt. Volgens TP&T heeft het plan gevolgen voor de geluidsruimte die zij heeft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2764
Datum uitspraak
8 december 2021
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak201906328/1/R4

202000528/1/R2

Bij besluit van 7 juli 2020 heeft de raad van de gemeente Goirle het bestemmingsplan "Landgoed Leijvennen" vastgesteld. Het plan voorziet in de realisatie van een landgoed ten oosten van de kern van Riel. Aan de percelen was in het voorheen geldende bestemmingsplan grotendeels een agrarische bestemming toegekend. In het plan is aan deze percelen grotendeels de bestemming "Natuur" met gedeeltelijk de functieaanduiding "wonen" toegekend. Het plan maakt ter plaatse van deze functieaanduiding in totaal zes wooneenheden mogelijk. Het Groene Hart en anderen menen dat door het plan de natuurwaarden zullen worden aangetast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2763
Datum uitspraak
8 december 2021
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202000528/1/R2

202002988/1/R2

Bij besluit van 10 augustus 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Boxtel geweigerd [appellant] een omgevingsvergunning te verlenen voor het bouwen van een rundveestal op het perceel aan de [locatie] in Boxtel. Bij uitspraak van 7 april 2020 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. [appellant] heeft op 21 maart 2013 bij het college een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning tweede fase voor de activiteit bouwen ten behoeve van het oprichten van een nieuwe rundveestal op het perceel. Op het perceel rust ingevolge het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Buitengebied 2011" de bestemming "Agrarisch-Agrarisch bedrijf". Bij het besluit van 10 augustus 2018 heeft het college geweigerd om met toepassing van artikel 2.12 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht omgevingsvergunning te verlenen voor het bouwplan. Daaraan heeft het college ten grondslag gelegd dat het bouwplan in strijd is met de goede ruimtelijke ordening.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2751
Datum uitspraak
8 december 2021
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202002988/1/R2

202003359/2/R4 en 202004926/2/R4

Ten aanzien van de zaken nrs. 202003359/1/R4 en 202004926/2/R4, die op 14 december 2021 op zitting zullen worden behandeld, heeft mr. J.J.W.P. van Gastel, als lid van de meervoudige kamer belast met de behandeling van deze zaken, op 7 december 2021 het verzoek gedaan zich te mogen verschonen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2770
Datum uitspraak
8 december 2021
  • Verschoning
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202003359/2/R4 en 202004926/2/R4

202004410/1/R2

Bij besluit van 18 juni 2020 heeft de raad van de gemeente Sint-Michielsgestel het bestemmingsplan "Parapluplan Parkeren Sint-Michielsgestel" vastgesteld. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] betogen in de eerste plaats dat met name de artikelen 2.1, onder c en 2.2, van de planregels dermate vaag zijn geformuleerd dat zonder deugdelijke onderbouwing kan worden afgeweken van de "Beleidsregels parkeernormen Sint-Michielsgestel" en het in die beleidsregels neergelegde uitgangspunt dat op eigen terrein moet worden geparkeerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2755
Datum uitspraak
8 december 2021
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202004410/1/R2

202004716/3/R3

Bij tussenuitspraak van 28 april 2021, ECLI:NL:RVS:2021:912, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Rotterdam opgedragen om enkele gebreken te herstellen in het besluit van 2 juli 2020 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Piekstraat Punt". In de tussenuitspraak is overwogen dat het besluit van 2 juli 2020 is vastgesteld in strijd met artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht, het zorgvuldigheidsbeginsel en het rechtszekerheidsbeginsel. De raad is opdragen de gebreken in dit besluit te herstellen door - kort samengevat - alsnog inzichtelijk te maken dat het plan wat betreft mogelijke geurhinder niet zal leiden tot een beperking in de bedrijfsvoering van Hunter Douglas, toereikend te motiveren dat de vastgestelde hogere waarden voor de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting in acht zijn genomen, artikel 8 van de regels te wijzigen dan wel een ander besluit te nemen. De raad heeft met het besluit van 8 juli 2021 beoogd te voldoen aan deze opdracht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2765
Datum uitspraak
8 december 2021
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202004716/3/R3

202004959/1/A2

Bij verkeersbesluit van 22 augustus 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Leiden besloten een fietspad in te stellen op de hoek van de 2e Binnenvestgracht en de Nieuwe Beestenmarkt in Leiden en het verkeer op de Nieuwe Beestenmarkt voorrang te laten hebben op dit fietspad door het plaatsen van verkeersborden en verkeerstekens. Begin maart 2018 is de hoek van de 2e Binnenvestgracht en de Nieuwe Beestenmarkt heringericht. Dit was onderdeel van de herinrichting van de Lammermarkt in Leiden die deels vooruitloopt op het Project Stationsomgeving. In het kader van dat project is het de bedoeling om, zoals bepaald in de gemeentelijke ‘Mobiliteitsnota 2015-2022’, geen bussen meer te laten rijden door de Steenstraat en de 2e Binnenvestgracht. Bij de herinrichting van de Lammermarkt is uitgegaan van de boogde eindsituatie zonder lijnbussen. [appellant] is eigenaar van het pand aan de [locatie] dat op de hoek van de 2e Binnenvestgracht en de Nieuwe Beestenmarkt ligt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2759
Datum uitspraak
8 december 2021
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202004959/1/A2

202005223/1/R3

Bij besluit van 28 maart 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Dantumadiel [partij] onder oplegging van een last onder dwangsom gelast de oppervlakte van ondergeschikte bebouwing op zijn perceel ten behoeve van zijn bedrijf terug te brengen. [appellant] woont aan de [locatie 1] te Driezum. [partij] is eigenaar van het perceel [locatie 2] te Driezum. Hij woont op het perceel en exploiteert er een houtbewerkingsbedrijf. Bij brief van 30 juli 2018 heeft [appellant] het college verzocht om handhavend op te treden tegen een aantal overtredingen op het perceel van [partij]. Het verzoek ziet op het (laten) verwijderen en verwijderd houden van illegale bebouwing, het beëindigen van de buitenopslag, het terugbrengen van de bebouwing voor het bedrijf tot 118 m2, het niet in werking zijn conform de milieumelding en de overschrijding van de geluidvoorschriften. Bij de controles van 13 september 2018 en 8 november 2018 zijn door de toezichthouders van de gemeente meerdere overtredingen geconstateerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2768
Datum uitspraak
8 december 2021
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202005223/1/R3

202005434/1/A2.

Bij besluit van 14 oktober 2019 heeft het bestuur van de Stichting Nederlands Letterenfonds de aanvraag van [appellant] voor een projectsubsidie voor een publicatie afgewezen. Op grond van de Regeling projectsubsidies voor publicaties kan het Letterenfonds een projectsubsidie verstrekken voor het schrijven van een literair werk in boekvorm. Het Letterenfonds beoordeelt een aanvraag voor een projectsubsidie onder meer op de te verwachten literaire kwaliteit van de tot stand te komen publicatie. Daarbij wordt gekeken naar de literaire kwaliteit van het meest recent gepubliceerde werk, de kwaliteit van het oeuvre en de ontwikkeling daarin en de kwaliteit van het werkplan. Voor toekenning van de aanvraag dient in ieder geval het oordeel over de te verwachten literaire kwaliteit positief te zijn. Verder moet de aanvrager op het moment van het indienen van de aanvraag minimaal één literair werk hebben gepubliceerd op grond van een uitgave-overeenkomst.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2745
Datum uitspraak
8 december 2021
  • Hoger beroep
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202005434/1/A2.

202005603/1/R2

Bij besluit van 15 januari 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven [wederpartijen] gelast om: - de bouwkundige splitsing van het pand aan de [locatie] in Eindhoven zonder een omgevingsvergunning voor planologisch strijdig gebruik binnen 10 weken na de verzenddatum van dit besluit ongedaan te maken, onder oplegging van een dwangsom van € 800,00 per week, met een maximum van €8.000,00, zodat de strijdigheid met artikel 2.1, eerste lid, onder a, en artikel 2.3a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt opgeheven. - de overtreding van artikelen 2.38 en 2.39 van het Bouwbesluit 2012 binnen 10 weken na de verzenddatum van dit besluit te beëindigen en herhaling te voorkomen, onder oplegging van een dwangsom van €250,00 per week, met een maximum van €2.500,00. [wederpartijen] zijn eigenaar van het pand aan de [locatie] in Eindhoven. Op 4 september 2019 heeft de gemeentelijk toezichthouder de woning bezocht en geconstateerd dat er in de woning bouwwerkzaamheden plaatsvinden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2752
Datum uitspraak
8 december 2021
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202005603/1/R2

202006289/1/R1

Bij besluit van 23 mei 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Schagen aan [vergunninghoudster] een omgevingsvergunning verleend voor het oprichten van een nieuw kantoorgebouw op de locatie [locatie] in Warmenhuizen. Hiertegen hebben [partij A], [partij B] en [partij C] per e-mail van 4 juli 2019 (pro forma) bezwaar gemaakt. In de e-mail is vermeld dat het bezwaarschrift die dag tevens per aangetekende post wordt verzonden. Als bijlage bij de e-mail is het bezwaarschrift gevoegd, waarop als adres Postbus 5, 1740 AA Schagen is vermeld. Het juiste adres van het college is evenwel Postbus 8, 1740 AA Schagen. De ontvangst van de e-mail is bevestigd met een automatisch antwoord. Het college heeft [partij A], [partij B] en [partij C] bij brief van 31 juli 2019 geïnformeerd dat het bezwaarschrift niet voldoet aan de eisen die de wet daaraan stelt, omdat het bezwaar per e-mail is gestuurd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2766
Datum uitspraak
8 december 2021
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202006289/1/R1

202006337/1/A3

Bij brief van 6 februari 2019 heeft de burgemeester van Roermond Yin Yang medegedeeld dat hij tot sluiting van gebouwen op grond van artikel 13b van de Opiumwet over zal gaan. Yin Yang exploiteert een saunaclub. Bij besluit van 23 februari 2017 heeft de burgemeester op grond van artikel 13b van de Opiumwet de gebouwen die onderdeel zijn van de saunaclub voor twaalf maanden gesloten. In het bestuursdwangbesluit staat dat de gebouwen zullen worden gesloten op 6 maart 2017 en dat de sluiting eindigt op 6 maart 2018. Tegen dit besluit is geprocedeerd tot in hoger beroep. De Afdeling heeft in de uitspraak van 16 januari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:113, geoordeeld dat de burgemeester in redelijkheid het bestuursdwangbesluit heeft kunnen handhaven. De burgemeester had op dat moment de sluiting nog niet uitgevoerd. Het bestuursdwangbesluit was geschorst in afwachting van het besluit op het daartegen gemaakte bezwaar.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2756
Datum uitspraak
8 december 2021
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202006337/1/A3

202006443/1/R1

Bij besluit van 3 september 2020 heeft de raad van de gemeente Hollands Kroon het bestemmingsplan "Uitbreiding bloembollenbedrijf [locatie 1] Nieuwe Niedorp" vastgesteld. Het plan voorziet in een uitbreiding van het bloembollenbedrijf van [partij], gevestigd op het perceel [locatie 1] te Nieuwe Niedorp. Het huidige bedrijf is gelegen ten noorden van de Leijerdijk en ten zuiden van het meer De Rijd. Op grond van het bestemmingsplan "Bestemmingsplan Nieuwe Niedorp, Winkel en Lutjewinkel" geldt op dat perceel de enkelbestemming "Agrarisch" en de dubbelbestemming "Waarde - Archeologie 4". Omdat deze kavel bijna geheel bebouwd is, heeft initiatiefnemer [partij] verzocht om uitbreiding op zijn agrarische perceel aan de overzijde van zijn bedrijf ten zuiden van de Leijerdijk. Die uitbreiding is voorzien op gronden met de bestemming "Agrarisch met waarden", zoals opgenomen in het bestemmingsplan "Buitengebied voormalige gemeente Niedorp".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2757
Datum uitspraak
8 december 2021
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202006443/1/R1

202006824/1/R3

Bij besluit van 18 december 2018 (hierna: het primaire besluit) heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag de aanvraag van [appellante] om een omgevingsvergunning voor het veranderen van de achtergevel van de woning door het realiseren van een dakterras op het perceel [locatie] te Den Haag, afgewezen. [appellante] woont op de eerste verdieping van een appartementencomplex op het perceel. Via haar appartement heeft zij toegang tot het dak van een aanbouw op de begane grond, dat zij wil gebruiken als dakterras. Zij heeft ten behoeve van dit dakterras een omgevingsvergunning aangevraagd. Het college heeft de aanvraag van [appellante] aangemerkt als een aanvraag voor de activiteiten als bedoeld in artikel 2.1, aanhef en onder a, c en f, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2749
Datum uitspraak
8 december 2021
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202006824/1/R3

202007150/1/R1

Bij besluit van 30 januari 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad aan de rechtsvoorganger van [partij] een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een dakopbouw aan de [locatie 1] te Zaandam in afwijking van het bestemmingsplan. De Schepenlaan is gelegen in een woonwijk met kubistische jaren zeventig woningen, waaronder de woning op het perceel. Het bouwplan is gericht op het bouwen van een dakopbouw op deze woning. Het bouwplan is in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Peldersveld-Hoornseveld", omdat met de realisering van het bouwplan de maximaal toegestane bouwhoogte van zes meter zal worden overschreden. Bij besluit van 30 januari 2019 heeft het college de gevraagde omgevingsvergunning met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 20, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht , gelezen in samenhang met artikel 4, aanhef en onderdeel 4, van bijlage II van het Besluit.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2748
Datum uitspraak
8 december 2021
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202007150/1/R1

202100122/1/R2

Bij besluit van 10 november 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven het plan "1e uitwerking Grasrijk (Hooglanden)" gewijzigd vastgesteld. Het uitwerkingsplan maakt in de woonbuurt Grasrijk in de wijk Meerhoven in Eindhoven de ontwikkeling van een woonwijk mogelijk, met 56 grondgebonden woningen van maximaal twee en op enkele plekken drie bouwlagen. Het plangebied wordt begrensd door de Graslook aan de noordzijde, de Nieuwe Sliffertsestraat aan de oostzijde, de Meerhovendreef aan de zuidzijde en de Grasbloem aan de westzijde. Dwars door het plangebied ligt de beek de Oude Rundgraaf (hierna: de beek). Het uitwerkingsplan maakt langs de beek een recreatieve route en extra waterberging mogelijk, deels voor de waterhuishouding maar ook voor de ecologie en de biodiversiteit. [appellant] en anderen wonen tegenover het plangebied aan de [locatie 1], [locatie 2] en [locatie 3] in Eindhoven. Zij vrezen dat hun woongenot wordt aangetast door het uitwerkingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2767
Datum uitspraak
8 december 2021
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202100122/1/R2
vorige pagina1...180181182...1.206volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Digitaal procederen
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon