Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 123.955
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202107913/2/R1

Bij besluit van 2 november 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen vastgesteld dat op het gemeentelijk terrein tussen de Bronsgeeststraat, Biezenstraat, Weurtseweg en Krayenhofflaan en enkele aangrenzende percelen te Nijmegen een geval van ernstige bodemverontreiniging aanwezig is, waarvan, voor zover het perceel [locatie] en het aangrenzend zuidelijke deel van het gemeentelijk terrein betreft, spoedige sanering noodzakelijk is. Het college heeft voorts besloten dat uiterlijk binnen 1 jaar na inwerkingtreding van het besluit met de sanering door de gemeente moet worden begonnen en dat binnen 9 maanden na inwerkingtreding van het besluit door de gemeente een saneringsplan ter goedkeuring aan het college moet worden voorgelegd. Er zijn verder tijdelijke beveiligingsmaatregelen op een deel van de locatie van toepassing. De gemeente Nijmegen is van plan om de locatie te herontwikkelen ten behoeve van het realiseren van woningen en appartementen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:542
Datum uitspraak
22 februari 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Bodembescherming
  • uitspraakin de zaak202107913/2/R1

202201093/2/V3

Bij besluit van 24 maart 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdelingen om hun een machtiging tot voorlopig verblijf (hierna: mvv) te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:546
Datum uitspraak
22 februari 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202201093/2/V3

202103208/2/V1

Bij besluit van 26 maart 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:539
Datum uitspraak
21 februari 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202103208/2/V1

202107896/2/R1

Bij besluit van 21 oktober 2021 heeft de raad van de gemeente Noord-Beveland van de gemeente Noord-Beveland het bestemmingsplan "Wissenkerke, [locatie 1]" vastgesteld. Het plan voorziet in de uitbreiding van een kleinschalig recreatiepark met 11 recreatiewoningen en een gebouw voor daarbij behorende centrale voorzieningen, zoals een receptie en een ontspanningsruimte, op het perceel [locatie 1] te Wissenkerke. Het plangebied is gelegen aan de noordoost zijde van Wissenkerke op de hoek van de Dorpsdijk en de Keihoogteweg en heeft een oppervlakte van ongeveer 12.250 m2. [verzoeker sub 1] woont op het perceel [locatie 2] en [verzoeker sub 2] woont op het perceel [locatie 3]. Deze percelen bevinden zich in de onmiddellijke omgeving van het betrokken plangebied. Hun verzoeken om voorlopige voorziening strekken tot schorsing van het gehele plan, totdat de Afdeling uitspraak heeft gedaan op de door hen ingestelde beroepen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:535
Datum uitspraak
21 februari 2022
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Zeeland
  • uitspraakin de zaak202107896/2/R1

202200187/1/V3

Bij besluit van 23 december 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:540
Datum uitspraak
21 februari 2022
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202200187/1/V3

202200639/1/R3

Bij besluit van 26 januari 2022 heeft het college van gedeputeerde staten van Flevoland aan Harderwold Management B.V. een last onder dwangsom opgelegd. Harderwold Management B.V. beschikt over een onherroepelijke omgevingsvergunning voor onder meer de activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht voor het realiseren van een tijdelijk zonnepark op het voormalige golfterrein aan de Pluvierenweg 5 in Zeewolde. Door Harderwold Management B.V. worden voor het realiseren van dit zonnepark ter plaatse ontgrondingswerkzaamheden uitgevoerd. Het verzoek om voorlopige voorziening van Harderwold Management B.V. strekt ertoe dat de werking van het besluit van 26 januari 2022 tenminste wordt geschorst totdat het college heeft beslist op het door haar daartegen gemaakte bezwaar.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:536
Datum uitspraak
21 februari 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Ontgrondingen
  • uitspraakin de zaak202200639/1/R3

202200651/2/V3

Bij besluit van 28 oktober 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:541
Datum uitspraak
21 februari 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202200651/2/V3

202200977/2/V3

Bij besluit van 12 januari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:543
Datum uitspraak
21 februari 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202200977/2/V3

202006717/1/V2

Bij besluit van 12 maart 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:538
Datum uitspraak
18 februari 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202006717/1/V2

202100462/2/V2.

Bij besluit van 7 augustus 2020 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en geweigerd om hem ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:530
Datum uitspraak
18 februari 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202100462/2/V2.

202101991/3/V3

Bij besluit van 23 maart 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen, geweigerd hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen en hem opgedragen om Nederland binnen vier weken na afloop van het voorlopig verleende uitstel van vertrek te verlaten (dit laatste hierna: het terugkeerbesluit).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:528
Datum uitspraak
18 februari 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202101991/3/V3

202108057/1/V3

Bij besluiten van 22 oktober 2020 heeft de minister aanvragen van de vreemdelingen om hun visa voor kort verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:534
Datum uitspraak
18 februari 2022
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202108057/1/V3

202004255/1/V2

Bij besluit van 25 juli 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij aanvullend besluit van 9 juni 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de duur van het door hem aan de vreemdeling opgelegde inreisverbod verlaagd naar twee jaar.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:519
Datum uitspraak
17 februari 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202004255/1/V2

202100016/1/V2

Bij besluit van 28 januari 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:527
Datum uitspraak
17 februari 2022
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202100016/1/V2

202102642/1/V1

Bij besluit van 26 mei 2019 heeft de minister van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf (hierna: mvv) te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 7 april 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard en de vreemdeling ongewenst verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:524
Datum uitspraak
17 februari 2022
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202102642/1/V1

202106835/1/V2

Bij besluit van 11 augustus 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:523
Datum uitspraak
17 februari 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202106835/1/V2

202107052/1/V3

Bij besluit van 20 april 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:522
Datum uitspraak
17 februari 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202107052/1/V3

202107053/1/V3

Bij besluit van 20 april 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:520
Datum uitspraak
17 februari 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202107053/1/V3

202107817/1/V2

Bij besluit van 27 juli 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:525
Datum uitspraak
17 februari 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202107817/1/V2

202107900/2/R2

Bij besluit van 30 september 2021 heeft de raad van de gemeente Bergeijk het bestemmingsplan "Achter de Sleutel" vastgesteld. Het plan voorziet in maximaal 44 woningen op een terrein dat wordt ingesloten door de Dorpsstraat, Gildestraat en Tonterstraat. Twee onbebouwde percelen aan de Tonterstraat en Gildestraat worden benut als ontsluiting van de nieuwe woonbuurt. [verzoekers] wonen aan de [locatie] te Riethoven ten westen van het plangebied. De afstand tussen hun woning en de plangrens is ongeveer 35 m en de afstand tot de bouwvlakken waar de woningen kunnen worden opgericht is ongeveer 45 m. Hun achtertuin grenst aan het plangebied. [verzoekers] vrezen voor aantasting van hun woon- en leefklimaat. Keersop Projectontwikkeling Riethoven en [partij] zijn de initiatiefnemers van het plan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:518
Datum uitspraak
17 februari 2022
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202107900/2/R2

202107961/1/V2

Bij besluit van 3 november 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:521
Datum uitspraak
17 februari 2022
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202107961/1/V2

202200539/2/V2

Bij besluit van 23 juni 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:533
Datum uitspraak
17 februari 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202200539/2/V2

202200604/1/V3 en 202200604/2/V3

Bij besluiten van 20 september 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:532
Datum uitspraak
17 februari 2022
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202200604/1/V3 en 202200604/2/V3

202200947/2/V2

Bij besluit van 30 juni 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:529
Datum uitspraak
17 februari 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202200947/2/V2

202201052/2/V3

Bij besluiten van 17 augustus 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen opnieuw afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:531
Datum uitspraak
17 februari 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202201052/2/V3

202102294/1/V2

Bij besluiten van 12 januari 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard en een inreisverbod tegen hen uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:481
Datum uitspraak
16 februari 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202102294/1/V2

202102400/1/V2

Bij besluit van 3 maart 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:483
Datum uitspraak
16 februari 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202102400/1/V2

202102771/3/R1

Bij uitspraak van 14 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:466, heeft de voorzieningenrechter op verzoek van [verzoeker] het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland opgedragen de werkzaamheden op het perceel van [verzoeker] per 15 februari 2022 stil te leggen. Op de zitting is ambtshalve bezien of aanleiding bestaat de bij die uitspraak getroffen voorlopige voorziening met toepassing van artikel 8:87 van de Awb op te heffen of te wijzigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:537
Datum uitspraak
16 februari 2022
  • Mondelinge uitspraak
  • Voorlopige voorziening
  • Waterwet
  • uitspraakin de zaak202102771/3/R1

202104333/1/V1

Bij besluit van 4 oktober 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:476
Datum uitspraak
16 februari 2022
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202104333/1/V1

202105667/1/V3

Bij besluit van 22 april 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:475
Datum uitspraak
16 februari 2022
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202105667/1/V3

202107105/1/V3

Bij besluiten van 31 oktober 2021 en 1 november 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:479
Datum uitspraak
16 februari 2022
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202107105/1/V3

202108009/1/A2 en 202108009/2/A2

Bij besluit van 17 september 2021 heeft de directie van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen het rijbewijs van [appellant] ongeldig verklaard. Het CBR heeft bij besluit van 19 augustus 2020 bepaald dat [appellant] een cursus verantwoord rijgedrag moet volgen. Hierover gaat het in deze procedure niet. In deze procedure gaat het over de ongeldigverklaring van het rijbewijs van [appellant]. Het CBR heeft hiertoe besloten omdat [appellant] geen gevolg zou hebben gegeven aan een bij brief van 15 juni 2021 verzonden oproeping. Hij is niet verschenen op een cursusdag zonder dat hij hiervoor een overtuigende reden heeft opgegeven, aldus het CBR. [appellant] is het hier niet mee eens. Hij geeft aan dat hij de uitnodiging voor de cursus niet heeft ontvangen waardoor hij hieraan niet kon voldoen. Verder geeft [appellant] aan dat hij onevenredig wordt getroffen door de ongeldigverklaring van zijn rijbewijs. Het CBR en de rechtbank zijn hem niet gevolgd in zijn betoog en daarom is hij in hoger beroep gekomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:468
Datum uitspraak
16 februari 2022
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202108009/1/A2 en 202108009/2/A2

202200026/1/V3

Bij besluit van 8 oktober 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:474
Datum uitspraak
16 februari 2022
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202200026/1/V3

202200481/1/V3

Bij besluit van 4 januari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:482
Datum uitspraak
16 februari 2022
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202200481/1/V3

202200850/1/V3 en 202200850/2/V3

Bij besluit van 4 januari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:473
Datum uitspraak
16 februari 2022
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202200850/1/V3 en 202200850/2/V3

202200912/2/V3

Bij besluit van 28 december 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:526
Datum uitspraak
16 februari 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202200912/2/V3

201900845/3/R2

Bij uitspraak, onderscheidenlijk tussenuitspraak van 13 januari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:45, heeft de Afdeling aan provinciale staten en het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant opgedragen om binnen 26 weken na verzending van deze uitspraak de daarin omschreven gebreken in de besluiten van 22 november 2018 en 7 december 2018 te herstellen. In de einduitspraak, onderscheidenlijk tussenuitspraak van 13 januari 2021 heeft de Afdeling beroepsgronden tegen twee besluiten behandeld. Dat zijn een besluit van 22 november 2018, waarmee het college van gedeputeerde staten goedkeuring heeft verleend aan het projectplan "Projectplan Waterwet Leegveld", dat het dagelijks bestuur van Waterschap Aa en Maas bij besluit van 19 november 2018 heeft vastgesteld en een besluit van 7 december 2018, waarmee provinciale staten het inpassingsplan "PAS Leegveld, Deurne" hebben vastgesteld. De Afdeling heeft in beide besluiten een gebrek geconstateerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:507
Datum uitspraak
16 februari 2022
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Inpassingsplan
  • Waterwet
  • uitspraakin de zaak201900845/3/R2

201908437/2/R4

Bij tussenuitspraak van 14 april 2021, ECLI:NL:RVS:2021:768 heeft de Afdeling de raad van de gemeente West Maas en Waal opgedragen om binnen twintig weken na de verzending van de tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van 13 december 2018, waarbij de raad het bestemmingsplan "Gouden Ham/De Schans, correctie [locatie]" heeft vastgesteld, te herstellen. In het plan heeft de raad aan de [locatie] te Alphen (Gelderland) een bedrijfswoning en paardenfokkerij met maximaal 10 paarden toegestaan. Ter plaatse zijn de bedrijfswoning, de paardenstallen en een paardenbak feitelijk aanwezig. [partij] woont in de bedrijfswoning. Hij is eveneens degene die de paardenfokkerij uitoefent. [appellant] is een omwonende en kan zich niet verenigen met het plan. Hij vreest voor een aantasting van zijn woon- en leefklimaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:515
Datum uitspraak
16 februari 2022
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak201908437/2/R4

201908901/4/R3

Bij tussenuitspraak van 7 april 2021, ECLI:NL:RVS:2021:710, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Alphen aan den Rijn opgedragen om binnen 16 weken de gebreken in het besluit van 17 oktober 2019 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Parkeren Archeon en ontsluitingsweg Burggooi" te herstellen. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling overwogen dat de raad bij vaststelling van het plan van het gebruikte verkeersmodel, het Regionaal verkeers- en milieumodel Midden-Holland, heeft mogen uitgaan. Verder heeft de Afdeling overwogen dat het besluit tot vaststelling van het plan met betrekking tot de verkeersintensiteit niet berust op een deugdelijke motivering, omdat niet kan worden gecontroleerd of de juiste invoergegevens zijn gebruikt en of de door de raad genoemde verkeersintensiteiten juist zijn. De Afdeling is niet toegekomen aan een inhoudelijke bespreking van het betoog van [appellante] over de ongeschiktheid van de Renaissancelaan bij ontsluiting naar de Goudse Schouw.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:489
Datum uitspraak
16 februari 2022
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak201908901/4/R3

201909302/1/A2

Bij besluit van 13 augustus 2018 heeft de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap het subsidiebedrag van de lerarenbeurs voor [appellante] vastgesteld op € 1.795,20 en een bedrag van € 6.916,80 van haar teruggevorderd. [appellante] heeft op 23 mei 2012 een lerarenbeurs aangevraagd voor het volgen van de premaster en de masteropleiding Onderwijswetenschappen aan de Open Universiteit (hierna: OU). De minister heeft bij besluiten van 9 juli 2012, 4 september 2013 en 15 juli 2014 subsidie verleend voor de studiejaren 2012-2013, 2013-2014 en 2014-2015 en als voorschot voor ieder studiejaar € 2.904,00 uitgekeerd. In totaal is dat een bedrag van € 8.712,00. Bij de subsidieverlening heeft de minister als voorwaarde gesteld dat [appellante] binnen drie jaar na afloop van de subsidieperiode haar studie moet hebben afgerond. Zij heeft in november 2017 en daarmee op tijd haar studie afgerond.

Datum uitspraak
16 februari 2022
  • Hoger beroep
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak201909302/1/A2

202000932/1/R2

Bij besluit van 2 januari 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Halderberge aan [appellant sub 2] een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een loods ten behoeve van machineberging, opslag en dierenverblijven op het perceel [locatie 1] te Oud Gastel. [appellant sub 2] heeft op 9 oktober 2017 een omgevingsvergunning aangevraagd voor de bouw van een loods op het perceel, die zal dienen als machineberging, opslag en dierenverblijven voor 15 vleeskalveren tot 8 maanden, 35 zoogkoeien ouder dan 2 jaar en 35 stuks vrouwelijk jongvee tot 2 jaar ter vervanging van vier bestaande loodsen op het perceel, die worden gesloopt. Het bouwplan voorziet in de bouw van een loods met een vloeroppervlakte van 1.048 m2 en een bouwhoogte van 6,7 m. Voor dit bouwplan is een melding gedaan op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer. [appellant sub 1] woont op het aangrenzende perceel aan de [locatie 2]. De nieuwe loods is voorzien op ongeveer 35 m van zijn woning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:513
Datum uitspraak
16 februari 2022
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202000932/1/R2

202001827/1/A2

Bij besluit van 18 september 2018 heeft het dagelijks bestuur van het Waterschap Limburg aan [appellant] € 206.010,00, vermeerderd met wettelijke rente van € 17.048,00, aan nadeelcompensatie toegekend. [appellant] exploiteert samen met zijn zoon een agrarische onderneming aan de [locatie] te [plaats]. Meerdere percelen van het landbouwbedrijf bevinden zich nabij de instroom van de Horsterbeek in de Eckeltsebeek. Het waterschap heeft in 2005 de Eckeltsebeek heringericht, waardoor het waterpeil is gewijzigd. Ter uitvoering van het plan Herinrichting Eckeltsebeek van 18 februari 2004, is de beek meanderend gemaakt stroomafwaarts van de percelen van [appellant]. Hierdoor is ter plaatse van de percelen de waterstand van de Eckeltsebeek verhoogd. Op 15 juni 2016 heeft [appellant] schade door regenval in de periode 28 mei 2016 tot 3 juni 2016 gemeld. De regenval heeft, volgens hem, door de te geringe afvoercapaciteit en het te hoge peil van de Eckeltsebeek, en daardoor ook van de Horsterbeek, tot schade geleid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:488
Datum uitspraak
16 februari 2022
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202001827/1/A2

202001917/1/R2

Bij besluit van 23 januari 2020 heeft de raad van de gemeente Sint-Michielsgestel het bestemmingsplan "Actualisatieplan Kommen Berlicum en Middelrode" vastgesteld. Het plan is een actualisering en uniformering van de bestemmingsplannen voor de kommen van Berlicum en Middelrode. [appellant sub 1] heeft een autobedrijf aan de [locatie 1]. Hij kan zich er niet mee verenigen dat zijn autobedrijf niet als zodanig is bestemd. [appellant sub 2] en anderen wonen aan de [locatie 2], [locatie 3] en [locatie 4]. Zij kunnen zich er niet mee verenigen dat op hun percelen de bestemming "Bedrijventerrein" is gelegd, omdat zij de woningen op die percelen al jaren gebruiken als burgerwoning. Ook verzetten zij zich tegen de bestemming "Bedrijventerrein", die is gelegd op de twee bedrijventerreinen ten noorden en ten zuiden van de straat De Nieuwe Ploeg, omdat de raad niet heeft onderzocht of dit hun woon- en leefklimaat aantast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:512
Datum uitspraak
16 februari 2022
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202001917/1/R2

202002919/1/A2

Bij besluit van 3 juli 2017 heeft het dagelijks van het Waterschap De Dommel bestuur het verzoek van [appellant] om nadeelcompensatie afgewezen. [appellant] exploiteert een rundveehouderij in [woonplaats]. Hij verbouwt op enkele van zijn percelen gras en snijmais. Dit wordt als ruwvoer voor het rundvee gebruikt. Zware regenval in de periode 30 mei tot 30 juni 2016 heeft tot wateroverlast geleid op twee percelen die langs de Buulder Aa liggen. Het overtollige water heeft tot halverwege juni op het land extreme vernatting gegeven. Volgens [appellant] bedraagt de schade in de vorm van beschadiging en een verminderde opbrengst van gras en snijmais € 16.097,- exclusief BTW. Op 3 juni 2016 heeft [appellant] de schade gemeld en het waterschap De Dommel aansprakelijk gesteld voor gewasschade.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:504
Datum uitspraak
16 februari 2022
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202002919/1/A2

202003129/1/V2 en 202004875/1/V2

Bij besluit van 30 augustus 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van vreemdeling S om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 18 juni 2020 heeft de staatssecretaris een aanvraag van vreemdeling A om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en tegen hem een inreisverbod uitgevaardigd. De staatssecretaris, in Nederland de nationale beslissingsautoriteit, stelt zich op het standpunt dat een politieke overtuiging en de daaruit voortvloeiende activiteiten ‘fundamenteel’ moeten zijn om beschermd te kunnen worden. Hij bedoelt hiermee dat een politieke overtuiging en de daaruit voortvloeiende activiteiten vluchtelingenrechtelijke bescherming pas kunnen rechtvaardigen, als deze zo fundamenteel zijn voor de identiteit of morele integriteit van een vreemdeling dat van hem niet mag worden gevraagd dat hij deze overtuiging en activiteiten opgeeft of verbergt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:505
Datum uitspraak
16 februari 2022
  • Verwijzingsuitspraak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202003129/1/V2 en 202004875/1/V2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202003129/1/V2 en 202004875/1/V2

202003259/1/R1

Bij besluit van 19 december 2018 heeft de raad van de gemeente Amsterdam het warmteplan "Sluisbuurt 2018" vastgesteld. Het warmteplan legt de aansluitplicht in de Sluisbuurt op het warmtenet van Westpoort Warmte vast op basis van de retourwarmte uit het Oostelijk Havengebied. In het plan is een aansluitplicht opgenomen voor 2.700 woningen en 65.000 m² bruto vloeroppervlak aan voorzieningen op het warmtenet. Na een inleiding beschrijft hoofdstuk 2 van het warmteplan het warmtenet en de aansluiting daarop. Hoofdstuk 3 beschrijft de mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu van het warmtenet. In hoofdstuk 4 komt het beroep op gelijkwaardigheid - de wijze waarop afwijking van de aansluitplicht mogelijk is - aan de orde. Hoofdstuk 4 sluit af met een voorbeeld. Daarmee wordt geïllustreerd hoe wordt vastgesteld of een aangedragen alternatief gelijkwaardig is aan aansluiting op het warmtenet. Het uitgewerkte voorbeeld ziet op warmteopwekking door middel van een elektrische warmtepomp.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:517
Datum uitspraak
16 februari 2022
  • Hoger beroep
  • Milieu - Overige
  • uitspraakin de zaak202003259/1/R1

202003437/1/R2

Bij besluit van 30 april 2020 heeft de raad van de gemeente Valkenswaard het bestemmingsplan "Kerkeind" vastgesteld. Het plan maakt de oprichting van acht woningen aan het Kerkeind te Valkenswaard mogelijk. Deze woningen zijn voorzien op gronden die nu als tuin in gebruik zijn bij de percelen ten zuiden van de percelen van [appellant] en anderen. [appellant] en anderen kunnen zich niet met het plan verenigen. Zij vrezen een ernstige aantasting van hun woon- en leefklimaat. Ook hebben zij een aantal bezwaren van procedurele aard naar voren gebracht. [appellant] en anderen betogen dat het college ten onrechte geen uitvoering heeft gegeven aan het raadsbesluit van 28 november 2019, waarin de raad het ontwerpplan terug heeft verwezen naar de raadscommissie. Volgens [appellant] en anderen heeft de raad het college de opdracht gegeven om in samenspraak met de projectontwikkelaar en de omwonenden tot een ontwerp te komen met meer draagvlak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:491
Datum uitspraak
16 februari 2022
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202003437/1/R2

202003856/1/R3

Bij besluit van 8 oktober 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, onder aanvullende eisen, hogere geluidgrenswaarden als bedoeld in artikel 110a, eerste lid, van de Wet geluidhinder vastgesteld ten behoeve van de op het perceel Laan van Oud-Kralingen 50 in Rotterdam te realiseren woningen. Op het perceel is een transformatie beoogd van een bestaand schoolgebouw in zestien zorgwoningen. Hiervoor is een omgevingsvergunning verleend. Voor deze ontwikkeling heeft het college het besluit hogere waarden vastgesteld. Met dit besluit is voor dertien van de zestien zorgwoningen een hogere waarde vastgesteld van maximaal 58 dB vanwege wegverkeerslawaai afkomstig van de nabijgelegen Jacques Dutilhweg. [appellant A] en [appellant B] zijn omwonenden van de Jacques Dutilhweg en het perceel, die opkomen tegen het besluit hogere waarden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:510
Datum uitspraak
16 februari 2022
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Geluid
  • uitspraakin de zaak202003856/1/R3

202003906/1/R2

Bij besluit van 7 mei 2020 heeft de raad van de gemeente Meierijstad het bestemmingsplan "[locatie] te Veghel" vastgesteld. Het plan ziet op het perceel aan de [locatie] in Veghel (hierna: het perceel) waar een bouwbedrijf is gevestigd. Het plan voorziet in een verkleining van het bouwvlak van 34.644 m2 naar 29.116 m2. Het bouwvlak is opgedeeld in drie zones waarin het maximum te bebouwen percentage verschilt. Binnen het bouwvlak neemt de totale toegestane oppervlakte aan bebouwing toe van 6.325 m2 naar 11.933 m2. Aan de randen van het perceel wordt de bestemming "Bedrijf" gewijzigd naar de bestemming "Groen", zodat daar geen gebouwen gerealiseerd kunnen worden. Tot slot wordt de bestemming "Bedrijf" aan de achterzijde van het perceel uitgebreid van een totaal van 36.375 m2 naar 37.760 m2. [appellante] exploiteert een varkenshouderij op een perceel dat grenst aan de oostzijde van het plangebied.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:495
Datum uitspraak
16 februari 2022
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202003906/1/R2

202004728/1/A2

Bij besluit van 22 juli 2019 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat [appellant] een schadevergoeding van € 11.650, te vermeerderen met de wettelijke rente, toegekend. [appellant] is sinds 9 februari 1984 eigenaar van de woning aan de [locatie] te Rotterdam (hierna: de woning). Op 15 maart 2018 heeft hij bij de minister een verzoek ingediend om vergoeding van de schade die hij heeft geleden als gevolg van het Tracébesluit A16 Rotterdam van 29 juni 2016. Het Tracébesluit voorziet onder meer in de aanleg en ingebruikname van de afrit van de A16 bij de Terbregseweg. Aan het verzoek heeft [appellant] ten grondslag gelegd dat hij hierdoor schade lijdt of zal lijden in de vorm van waardevermindering van de woning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:487
Datum uitspraak
16 februari 2022
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202004728/1/A2

202005091/1/A2

Bij besluit van 15 februari 2019 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de kinderopvangtoeslag van [appellant] over 2017 definitief berekend en vastgesteld op nihil. [appellant] is sinds 8 februari 2010 getrouwd met [toeslagpartner]. Samen hebben zij twee kinderen die in 2017 gebruikmaakten van kinderopvang. [appellant] heeft een onderneming en is samen met een zoon uit een eerdere relatie in 2010 en 2016 overeenkomsten aangegaan met het bedrijf Chemtec Chemicals B.V. Deze overeenkomsten hebben betrekking op een licentieverstrekking voor een receptuur voor een verfreiniger en een merknaam: ‘Universol’. [appellant] en deze zoon zijn eigenaar van de receptuur en merknaam. Chemtec Chemicals B.V. verkoopt een verfreiniger onder deze naam en betaalt hiervoor een vergoeding aan [appellant] en zijn zoon. Aan [appellant] is bij besluit van 21 juni 2017 een voorschot kinderopvangtoeslag verleend ter hoogte van € 5.629,00.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:493
Datum uitspraak
16 februari 2022
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202005091/1/A2

202006380/1/R2

Bij besluit van 10 september 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Drimmelen Zonnepark De Bergen B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van Zonnepark De Bergen in Terheijden, gemeente Drimmelen, voor de duur van 25 jaar. Op 15 oktober 2018 heeft Izzy Projects een aanvraag om omgevingsvergunning bij het college ingediend voor realisering van "Zonnepark De Bergen". Het project is voorzien in het buitengebied van Drimmelen, ten zuidoosten van de kern Terheijden. Het zonnepark bestaat volgens de bij de aanvraag behorende ruimtelijke onderbouwing uit een veldopstelling van zonnepanelen met bijbehorende werken. Verder is volgens de aanvraag ruimte gereserveerd voor groenvoorzieningen, watergangen en een wandelpad. De veldopstelling van zonnepanelen neemt ongeveer 9,5 hectare in beslag en zal bestaan uit ongeveer 31.000 panelen. Circa 5,5 hectare wordt gebruikt voor de landschappelijke inpassing van het project.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:437
Datum uitspraak
16 februari 2022
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202006380/1/R2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202006380/1/R2

202006547/2/A2

Deze zaak gaat over een afgewezen verzoek om herziening van definitief berekende kinderopvangtoeslag 2017, leidende tot een terugvordering ad € 3.850 inclusief rente. Het hogere beroep is ingesteld door [appellante] tegen een voor haar ongunstige uitspraak van de Rechtbank Amsterdam. Haar beroep bij de Rechtbank was gericht tegen de afwijzing van haar verzoek aan de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: Toeslagen) om herziening van diens definitieve berekening van haar kinderopvangtoeslag 2017 op € 5.687. Omdat zij over 2017 al een voorschot ad € 9.465 had ontvangen, heeft Toeslagen het verschil ad € 3.775 vermeerderd met € 75 rente van haar teruggevorderd, kennelijk bij dezelfde beschikking als die waarin die definitieve toeslagberekening is opgenomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:516
Datum uitspraak
16 februari 2022
  • Conclusie
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202006547/2/A2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202006547/2/A2

202006627/1/R2, 202006628/1/R2, 202006629/1/R2 en 202006630/1/R2

Bij besluit van 16 oktober 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Drimmelen de aanvraag van NaGa Solar Holding B.V. om een omgevingsvergunning voor realisering van "Zonnepark Nieuwstraat-Vogelstraat Wagenberg" op het perceel plaatselijk bekend Nieuwstraat te Wagenberg, geweigerd. NaGa Solar heeft op 13 september 2018 bij het college een aanvraag om omgevingsvergunning ingediend voor realisering van "Zonnepark Nieuwstraat-Vogelstraat Wagenberg". Het project is volgens de ruimtelijke onderbouwing van 27 februari 2019 voorzien aan de noordkant van Wagenberg aan de Nieuwstraat, tussen de kern Wagenberg en de provinciale weg. Het project zal 7,3 hectare beslaan, bestaande uit 6,5 hectare zonnepanelen en 0,8 hectare natuur.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:442
Datum uitspraak
16 februari 2022
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202006627/1/R2, 202006628/1/R2, 202006629/1/R2 en 202006630/1/R2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202006627/1/R2, 202006628/1/R2, 202006629/1/R2 en 202006630/1/R2

202006754/1/A2

Bij besluit van 6 februari 2019 heeft het college van dijkgraaf en heemraden van het waterschap Hollandse Delta de verzoeken van [appellant] van 25 juli 2017 en 26 maart 2018 tot het instellen van parkeerverboden voor de passeerhavens aan de Schenkeldijk te Klaaswaal en ter hoogte van Schenkeldijk nummer 23 niet verder in behandeling genomen (lees: afgewezen). [appellant] heeft een agrarisch bedrijf aan de Schenkeldijk te Klaaswaal. Hij maakt met zware landbouwvoertuigen gebruik van de Schenkeldijk om zijn in de omgeving gelegen landerijen te bereiken. Daarbij ondervindt hij problemen bij het passeren van geparkeerde voertuigen. Bij brief van 24 augustus 2015 heeft [appellant] het college verzocht een verkeersbesluit te nemen, inhoudende het instellen van een parkeerverbod op de rijbaan en de passeerstroken op de Schenkeldijk. Bij besluit van 22 december 2015 heeft het college dit verzoek afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:496
Datum uitspraak
16 februari 2022
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202006754/1/A2

202006870/1/R3

Bij besluit van 4 december 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Noordwijk [appellante] onder oplegging van een dwangsom gelast om 4 penanten, 2 toegangspoorten en het deel van de erfafscheiding dat direct grenst aan de uitbouw op het perceel [locatie 1] in Noordwijk te verlagen en verlaagd te houden tot ofwel een hoogte van 1 m, ofwel tot dezelfde hoogte als de aansluitende erfafscheiding. [appellante] heeft zonder omgevingsvergunning in de voortuin van haar perceel een erfafscheiding gerealiseerd. De erfafscheiding bestaat uit muren aan weerszijden van een toegangspad vanaf het trottoir naar de voordeur van de woning. Op en in de muren van de erfafscheiding bevinden zich enkele hogere bouwdelen. De muren van de erfafscheiding zijn volgens het college iets hoger en volgens [appellante] iets lager dan 1 m. Aan de noordoostelijke zijde vormt de muur een afscheiding met het perceel [locatie 2].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:492
Datum uitspraak
16 februari 2022
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202006870/1/R3

202100226/1/A3

Bij brief van 23 december 2019 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gereageerd op een verzoek van Asbestverwijdering Ede B.V. e.a. om met hen in overleg te treden over het voor hen vanaf 2007 buiten toepassing laten van de algemeenverbindendverklaring van de collectieve arbeidsovereenkomsten Bouwnijverheid, Bouw & Infra en BTER en de verplichtstelling tot deelname aan de bedrijfstakpensioenfondsen in die sectoren. De minister kan op grond van de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten algemeen verbindend verklaren. Dat heeft tot gevolg dat werkgevers die niet bij de totstandkoming van een collectieve overeenkomst betrokken zijn geweest, maar wel onder de betreffende bedrijfstak vallen, zich moeten houden aan de bepalingen van die collectieve arbeidsovereenkomst.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:501
Datum uitspraak
16 februari 2022
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202100226/1/A3

202100486/1/A3

Bij besluit van 23 mei 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tynaarlo een aanvraag van [appellant] om verlening van een ontheffing van het parkeerverbod van artikel 5:8, eerste lid, van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Tynaarlo 2019 afgewezen. Het college heeft de aanvraag van [appellant] bij besluit van 23 mei 2019 afgewezen in het belang van het uiterlijk aanzien van de woonwijk. Volgens het college zijn er voldoende andere mogelijkheden voor [appellant] om zijn bus te parkeren. Het college heeft bij besluit van 21 april 2020 de afwijzing in stand gelaten onder verwijzing naar het advies van de commissie bezwaarschriften, maar het bezwaar gegrond verklaard en het besluit van 23 mei 2019 herroepen, omdat in het besluit van 23 mei 2019 ten onrechte niet de belangen van [appellant] en omwonenden waren afgewogen. De rechtbank heeft het beroep van [appellant] tegen het besluit van 21 april 2020 ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:503
Datum uitspraak
16 februari 2022
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202100486/1/A3

202100504/1/A3

Bij besluit van 21 juni 2019 heeft de minister de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit zijn beslissing om op 6 juni 2019 met spoed bestuursdwang zonder voorafgaande last toe te passen, op schrift gesteld. Op 30 oktober 2018 heeft de CITES Management Autoriteit van Hong Kong aan Royaums een vergunning verleend voor de uitvoer van 125 paar schoenen gemaakt van pythonleer. Het gaat om leer van de soort 'Pythonidae spp'. Deze soort staat in bijlage B van de Basisverordening. Deze uitvoervergunning was geldig tot 30 april 2019. Op 8 februari 2019 heeft de Nederlandse CITES Management Autoriteit aan Royaums een vergunning verleend voor de invoer van deze zending. Deze vergunning was geldig tot en met 8 augustus 2019. De zending is na het verlopen van de geldigheid van de uitvoervergunning, vanuit Hong Kong verzonden. Op 23 mei 2019 kwam de zending aan in Nederland. Op diezelfde datum constateerden ambtenaren van de Belastingdienst dat de uitvoervergunning voor de zending was verlopen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:506
Datum uitspraak
16 februari 2022
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202100504/1/A3

202100577/1/A3

Bij besluit van 10 oktober 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam [appellant] onder oplegging van een dwangsom gelast artikel 2.4.5, eerste lid, van de Verordening op het binnenwater 2010 niet opnieuw te overtreden. Een toezichthouder van Waternet heeft een advertentie op Marktplaats aangetroffen waarin een sloep met schipper te huur werd aangeboden waarmee vaartochten konden worden gemaakt in Amsterdam. Omdat de toezichthouder betwijfelde of de aanbieder van deze vaartochten beschikte over de daarvoor vereiste vergunning, heeft hij aan Hoffmann Bedrijfsrecherche B.V. (hierna: Hoffmann) de opdracht gegeven om een vaartocht af te nemen. Een medewerker van Hoffmann heeft deze vaartocht afgenomen op 7 juli 2018. Over deze vaartocht heeft Hoffmann een rapport uitgebracht. Daarin staat dat de afspraak voor de vaartocht telefonisch is gemaakt en dat een uurtarief van € 125,- is afgesproken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:509
Datum uitspraak
16 februari 2022
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202100577/1/A3

202100620/1/A3

Bij besluit van 28 oktober 2019 heeft de korpschef van politie een verzoek van [appellant] om inzage in politiegegevens afgewezen. [appellant] wilde antwoorden op zijn vragen voor een artikel dat hij wilde schrijven over harddrugs. Hij vermoedde dat de aanhouding te maken had met harddrugs. Daarnaast heeft hij gewezen op het belang van vrije nieuwsgaring in een open democratische samenleving. De korpschef heeft naar aanleiding van het verzoek van [appellant] telefonisch contact met hem opgenomen met de mededeling dat niet de Wpg maar de Wob eventueel relevant zou kunnen zijn voor zijn verzoek. [appellant] gaf volgens de van dit gesprek opgemaakte telefoonnotitie te kennen een beslissing op zijn verzoek te willen en dus op grond van de Wet politiegegevens. De korpschef heeft het verzoek van [appellant] afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:498
Datum uitspraak
16 februari 2022
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202100620/1/A3

202100800/1/A3

Bij besluit van 27 februari 2019 heeft de Autoriteit Persoonsgegevens een verzoek van [appellante] om handhavend op te treden afgewezen. De stichting Regionale Instelling voor Beschermd wonen Arnhem en Veluwe Vallei is een zorgaanbieder voor mensen die (tijdelijk) niet in staat zijn om zelfstandig te wonen. In Wolfheze heeft de RIBW een woonaccommodatie. Voor bewoners die daar in een groep wonen, doet de huismeester wekelijks de boodschappen. [appellante] woont daar sinds maart 2018 onder begeleiding zelfstandig in een eenpersoonsappartement. De huismeester controleert aan de hand van de kassabonnen of het voedingsgeld aan boodschappen is besteed. Omdat uit de kassabonnen in combinatie met de gebruikte pinpas is af te leiden waar, wanneer en welke boodschappen zij haalt, vindt [appellante] dat haar privacy wordt geschonden. Ook als zij gebruik maakt van contant geld van de RIBW voor boodschappen, moet zij kassabonnen inleveren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:497
Datum uitspraak
16 februari 2022
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202100800/1/A3

202101529/1/A3

Bij besluit van 28 februari 2020 heeft de minister voor Rechtsbescherming een aanvraag van [appellant] om afgifte van een verklaring omtrent het gedrag afgewezen. [appellant] heeft een aanvraag gedaan voor een VOG, die hij nodig heeft om een chauffeurskaart te kunnen krijgen. De minister heeft de aanvraag afgewezen omdat uit het Justitieel Documentatie Systeem blijkt dat [appellant] binnen de terugkijktermijn van vijf jaar zeven keer strafrechtelijk is veroordeeld in België. De delicten waarvoor hij is veroordeeld betreffen afpersing met verzwarende omstandigheden, diefstal en meerdere overtredingen van de verkeerswetgeving. Voor deze gepleegde feiten heeft [appellant] geldboetes en gevangenisstraffen opgelegd gekregen. Ook is zijn rijbewijs meerdere keren geschorst. Buiten de terugkijktermijn is [appellant] in de jaren 2008, 2010, 2012, 2013 en 2015 ook met de Centrale autoriteit van België in aanraking gekomen wegens meerdere drugs- en verkeersdelicten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:499
Datum uitspraak
16 februari 2022
  • Hoger beroep
  • Verklaring omtrent gedrag
  • uitspraakin de zaak202101529/1/A3

202101683/1/A3

Bij besluit van 18 april 2019 heeft de korpschef van politie de toestemming aan [bedrijf] om beveiligingswerkzaamheden door [appellant] te laten verrichten, ingetrokken. [appellant] werkte sinds 2009 als beveiliger. Sinds 2011 werkte hij ook in het weekeinde in een horecazaak aan het Ruiterskwartier in Leeuwarden. Op 6 april 2017 heeft [bedrijf] van de korpschef toestemming verkregen als bedoeld in de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus om [appellant] beveiligingswerkzaamheden te laten verrichten. Op grond van een aantal incidenten dat in het politieregistratiesysteem is vermeld, is de korpschef van mening dat [appellant] niet langer voldoende betrouwbaar is om voor een beveiligingsorganisatie werkzaamheden te verrichten. Op 19 mei 2020 heeft de korpschef de intrekking na heroverweging gehandhaafd. De rechtbank heeft geoordeeld dat de korpschef de toestemming mocht intrekken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:502
Datum uitspraak
16 februari 2022
  • Hoger beroep
  • Beveiligingswerkzaamheden
  • uitspraakin de zaak202101683/1/A3

202102033/1/R4

Bij besluit van 18 december 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Aalten hogere grenswaarden zoals bedoeld in de Wet geluidhinder vastgesteld voor de woning [locatie 1] te Aalten. Het besluit van 18 december 2019 is genomen vanwege de verlening van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen en handelen in strijd met het bestemmingsplan voor het verbouwen van een voormalig winkelpand en woning naar twee woningen aan de [locatie 1]. [partij A] heeft een van de woningen verkocht aan [partij B]. Het adres van de nieuw te realiseren woning voor [partij B] is [locatie 2]. [partij A] woont in het overige deel van het pand op het adres [locatie 1]. Voor de hoogste toelaatbare geluidsbelasting ter plaatse van de zuidwestgevel van het tot geluidsgevoelig gebouw te bestemmen bouwwerk heeft het college hogere geluidgrenswaarden als bedoeld in artikel 110a van de Wgh vastgesteld voor de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:508
Datum uitspraak
16 februari 2022
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Geluid
  • uitspraakin de zaak202102033/1/R4

202102540/1/R4

Bij besluit van 23 juni 2020 heeft het college van gedeputeerde staten van Utrecht aan [appellante] verleende vergunningen ingetrokken en geweigerd om omgevingsvergunning te verlenen voor het veranderen van haar inrichting aan de [locatie] en de bouw van een hal. [appellante] is van oorsprong een zeevisgroothandel gevestigd aan de [locatie]. Andere activiteiten van [appellante] zijn afvalverwerking en de productie van groen gas. Op onderscheidenlijk 5 juli 2018 en 10 juli 2018 heeft [appellante] vergunning gevraagd voor het bouwen van een hal en het veranderen van de inrichting door de uitbreiding van een aantal activiteiten. Aan het besluit heeft het college, mede op basis van het advies van het Landelijk Bureau Bibob van 14 augustus 2019, ten grondslag gelegd dat ernstig gevaar bestaat dat de vergunningen mede gebruikt zullen worden om strafbare feiten te plegen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:511
Datum uitspraak
16 februari 2022
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202102540/1/R4

202102668/1/A2

Bij besluit van 14 mei 2019 heeft de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven aan [appellante] een uitkering uit het schadefonds geweldsmisdrijven van € 10.000,00 toegekend. Op 29 oktober 2018 heeft [appellante] bij de CSG een aanvraag ingediend om een uitkering uit het schadefonds. Niet in geschil is dat zij op 26 november 1989 slachtoffer is geworden van een poging tot doodslag. Aan het besluit van 14 mei 2019 is ten grondslag gelegd dat [appellante] slachtoffer is geworden van een geweldsmisdrijf dat volgens de Letsellijst in letselcategorie 4 valt en dat daarbij een uitkering van € 10.000,00 past. In het besluit van 14 januari 2020 heeft de CSG zich op het standpunt gesteld dat de aanvraag niet binnen de wettelijke termijn van tien jaar na het geweldsmisdrijf is ingediend en dat de door [appellante] opgegeven reden niet maakt dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:485
Datum uitspraak
16 februari 2022
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202102668/1/A2

202102933/1/R3

Bij besluit van 9 maart 2021 heeft de raad van de gemeente Leidschendam-Voorburg het bestemmingsplan "Schakenbosch" vastgesteld. Het plangebied, waar tot 2010 een psychiatrische inrichting was gevestigd, is gelegen aan de Veursestraatweg en wordt begrensd door de bebouwde kom van Leidschendam-Voorburg aan de zuidwestzijde en de groene zone "Duivenvoordecorridor" aan de noordoostzijde. Het bestemmingsplan "Schakenbosch" maakt de herontwikkeling van het plangebied mogelijk. Het plan kent daarvoor onder meer de bestemmingen "Wonen - Gemengd", "Wonen - Gestapeld", "Wonen - Grondgebonden", "Gemengd", "Groen" en "Water" toe aan de gronden van het plangebied. In paragraaf 4.2.1 van de plantoelichting staat dat maximaal 325 woningen zullen worden gerealiseerd, waarbij de bestaande bebouwing in beginsel zal worden behouden. Ook zullen een zorginstelling en kleinschalige maatschappelijk-, bedrijfs- en horecafuncties worden gerealiseerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:494
Datum uitspraak
16 februari 2022
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202102933/1/R3

202103285/1/R4

Bij besluit van 18 december 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Aalten een omgevingsvergunning verleend aan [vergunninghouder] voor het verbouwen van een voormalig winkelpand tot een tweetal woonruimtes aan de [locatie 1] te Aalten. Bij besluit van 18 december 2019 heeft het college aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor onder meer de activiteiten bouwen en handelen in strijd met het bestemmingsplan voor het verbouwen van een voormalig winkelpand (hierna: het perceel) naar twee woningen aan de [locatie 1]. [vergunninghouder] heeft een van de woningen verkocht aan [persoon A]. Het adres van de nieuw te realiseren woning voor [persoon A] is [locatie 2]. [vergunninghouder] woont in het overige deel van het pand op het adres [locatie 1]. [appellant] woont naast het voormalige winkelpand en kan zich niet verenigen met de verleende omgevingsvergunning. Hij vreest overlast van fietsen bij zijn voordeur of tegen zijn scheidingsmuur te zullen ervaren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:514
Datum uitspraak
16 februari 2022
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202103285/1/R4

202103349/1/A2

Bij besluit van 29 oktober 2019 heeft de commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven een aanvraag van [appellant] om een uitkering uit het schadefonds geweldsmisdrijven afgewezen. Op 16 april 2019 heeft [appellant] bij de CSG een aanvraag ingediend om een uitkering uit het schadefonds. Aan de aanvraag heeft zij ten grondslag gelegd dat zij slachtoffer is geworden van mishandeling, bedreiging met geweld en stalking door haar buurvrouw en dat zij daardoor lichamelijk en psychisch letsel heeft opgelopen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:484
Datum uitspraak
16 februari 2022
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202103349/1/A2

202103418/1/V6

Bij besluit van 29 mei 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van [appellante] om haar het Nederlanderschap te verlenen afgewezen. [appellante] stelt geboren te zijn in Wau, Soedan, op [geboortedatum] 1976 en de Soedanese nationaliteit te hebben. Zij is sinds 1998 in Nederland en beschikt over een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd. De staatssecretaris heeft het verzoek afgewezen, omdat er twijfel bestaat over de identiteit en nationaliteit van [appellante]. [appellante] heeft namelijk eerder, op 29 december 2009, een naturalisatieverzoek ingediend. Toen is gebleken dat [appellante] op 9 januari 2001 staande is gehouden en daarbij heeft verklaard [persoon] te zijn, geboren op [geboortedatum] 1982 en afkomstig uit Sierra Leone. In 2004 is zij wederom staande gehouden en gaf zij weer aan [persoon] te zijn. Dit heeft ertoe geleid dat het Bureau Land en Taal een taalanalyse heeft laten uitvoeren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:490
Datum uitspraak
16 februari 2022
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202103418/1/V6

202105185/1/A2

Bij besluit van 29 juni 2020 heeft de commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven een aanvraag van [appellante] om een uitkering uit het schadefonds geweldsmisdrijven afgewezen. Op 8 april 2019 heeft [appellante] bij de CSG een aanvraag ingediend om een uitkering uit het schadefonds. Niet in geschil is dat zij op 12 november 2013 met een mes is bedreigd en fysiek geweld in de vorm van schoppen, slaan, op de grond en tegen een muur gooien en verwurging heeft ondervonden en dat zij kort na dit geweldsmisdrijf in een psychose is geraakt. Aan het besluit van 19 oktober 2020 heeft de CSG ten grondslag gelegd dat [appellante] het slachtoffer is van rechtstreekse bedreiging met een mes, waarbij zij ook is mishandeld, dat dit geweldsmisdrijf volgens de Letsellijst in letselcategorie 2 valt, dat daarbij een uitkering van € 2.500,00 past en dat met deze uitkering ook wordt voorzien in het overige letsel dat zij heeft opgelopen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:486
Datum uitspraak
16 februari 2022
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202105185/1/A2

202102864/3/V1

Bij besluit van 23 september 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:477
Datum uitspraak
15 februari 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202102864/3/V1

202200397/2/V3

Bij besluit van 28 mei 2020 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en ambtshalve geweigerd haar krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:469
Datum uitspraak
15 februari 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202200397/2/V3

202200404/2/V2

Bij besluiten van 28 mei 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:470
Datum uitspraak
15 februari 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202200404/2/V2

202200406/2/V3

Bij besluiten van 6 augustus 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:471
Datum uitspraak
15 februari 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202200406/2/V3

202200582/2/V2

Bij besluit van 17 december 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:478
Datum uitspraak
15 februari 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202200582/2/V2

202200697/1/V1 en 202200697/2/V1

Bij besluit van 8 juni 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:472
Datum uitspraak
15 februari 2022
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202200697/1/V1 en 202200697/2/V1

202004614/1/V3

Bij besluit van 8 november 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:458
Datum uitspraak
14 februari 2022
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202004614/1/V3

202102771/2/R1

Bij besluit van 28 april 2020 heeft het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland het projectplan "Waterwet Oeververvanging Gouwe voor werkvak 8, het Nauw van Boskoop" vastgesteld. [verzoeker] heeft in zijn verzoek voor een ordemaatregel erop gewezen dat er momenteel werkzaamheden op zijn perceel worden uitgevoerd. Volgens hem zijn er geen dringende redenen om deze werkzaamheden uit te voeren tot aan tenminste de zitting op 16 februari 2022 over het verzoek om een voorlopige voorziening. Hij wijst er daarbij op dat werkzaamheden regelmatig stil liggen en voor meerdere dagen achtereen. In die perioden en op die uren is er volgens hem blijkbaar geen dringende noodzaak om de werkzaamheden voort te zetten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:466
Datum uitspraak
14 februari 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Waterwet
  • uitspraakin de zaak202102771/2/R1

202102864/2/V1

Bij brief van 4 januari 2022 hebben de verzoekers, vertegenwoordigd door mr. N.B. Swart, advocaat te Groningen, verzocht om wraking in de zaak nr. 202102864/1/V1. Bij brief van 14 februari 2022 hebben de verzoekers desgevraagd een nadere toelichting gegeven en laten weten dat het verzoek om wraking gericht is tegen de gehele Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:467
Datum uitspraak
14 februari 2022
  • Wraking
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202102864/2/V1

202103086/1/V2

Bij besluit van 3 september 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen, buiten behandeling gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:459
Datum uitspraak
14 februari 2022
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202103086/1/V2

202106745/1/V3.

Bij besluit van 19 mei 2016 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om haar een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:461
Datum uitspraak
14 februari 2022
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202106745/1/V3.

202107480/2/R2

Bij besluit van 30 september 2021 heeft de raad van de gemeente Waalwijk het bestemmingsplan "[locatie]" vastgesteld. Het plan voorziet in de bouw van twee woningen met bijbehorende voorzieningen zoals parkeervoorzieningen en een tuin. Het plangebied is gelegen in het zuidoosten van de kern Waalwijk. Het plangebied is gesitueerd binnen het achtererfgebied van een woning gelegen op het adres [locatie]. [verzoeker] en anderen wonen in de onmiddellijke nabijheid van het plangebied. [partijen] wonen aan de [locatie]. Zij zijn initiatiefnemers van het bouwplan dat is gesitueerd op de gronden achter hun woning. [verzoeker] en anderen hebben verzocht om schorsing van het plan om onomkeerbare gevolgen van de inwerkingtreding te voorkomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:447
Datum uitspraak
14 februari 2022
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202107480/2/R2

202200496/2/V2

Bij besluit van 21 december 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:463
Datum uitspraak
14 februari 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202200496/2/V2

202200530/1/V3

Bij besluit van 3 december 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:464
Datum uitspraak
14 februari 2022
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202200530/1/V3

202200924/2/V2

Bij besluit van 26 mei 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:465
Datum uitspraak
14 februari 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202200924/2/V2

202200845/1/A2

Bij besluit van 4 februari 2022 heeft het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de gemeenteraad van Haarlem de kandidaat "van Wooning, M.L. (Maxime) (v)" geschrapt van de kandidatenlijst van Trots op Nederland (TROTS).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:460
Datum uitspraak
14 februari 2022
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Kieswet
  • uitspraakin de zaak202200845/1/A2

202101798/1/V

Bij besluit van 20 januari 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:451
Datum uitspraak
11 februari 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202101798/1/V

202104277/1/V2

Bij besluit van 10 september 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:450
Datum uitspraak
11 februari 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202104277/1/V2

202200138/2/R4

Bij besluit van 24 november 2021 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat het saneringsplan "A4 en A67" vastgesteld en geluidproductieplafonds verlaagd. [verzoekers] beogen met hun verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening te voorkomen dat het saneringsplan "A4 en A67" op grond van artikel 11.65, tweede lid, van de Wet milieubeheer wordt ingeschreven in het kadaster, omdat volgens hen daardoor de waarde van hun woning zal dalen. Ook beogen zij met hun verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening te voorkomen dat er op grond van het saneringsplan een geluidscherm wordt gerealiseerd, dat niet reikt tot hun woning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:446
Datum uitspraak
11 februari 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Milieu - Overige
  • uitspraakin de zaak202200138/2/R4

202200472/2/R4

Bij besluit van 1 april 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ermelo [verzoeker] en anderen onder oplegging van vier dwangsommen gelast om binnen zes weken na verzending van dit besluit: [verzoeker] en anderen zijn eigenaar van een perceel nabij de Koningsweg 188 (hierna: het perceel) waarop een dubbele sleufsilo ligt en een gedeelte van een enkele sleufsilo (hierna: de sleufsilo’s). De sleufsilo’s zijn in de periode tussen 2009 en 2013 op het perceel gerealiseerd en waren al op dit perceel aanwezig toen [verzoeker] en anderen hier eigenaar van werden. Tussen partijen is niet in geschil dat de overtredingen ten aanzien van de paardenstal, de mestopslag en de opslag van goederen (de overtredingen genoemd onder nummer 2 tot en met 4 in het procesverloop) inmiddels zijn beëindigd. Voor de overtreding die nog niet is beëindigd, te weten het zonder omgevingsvergunning in stand laten van de sleufsilo’s, verbeuren [verzoeker] en anderen een dwangsom van € 750,00 per week.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:445
Datum uitspraak
11 februari 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202200472/2/R4

202200625/2/V2

Bij besluit van 30 november 2021 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:448
Datum uitspraak
11 februari 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202200625/2/V2

202200846/1/A2

Het beroep richt zich tegen het besluit van het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de gemeenteraad van Gemert-Bakel van 4 februari 2022, waarbij de lijst met daarboven de aanduiding ‘Sociaal Gemert-Bakel’ geldig is verklaard. Op plaats 3 van die lijst is de naam ‘Remmers’ vermeld, met als voorletters ‘C.P.G.J.’

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:454
Datum uitspraak
11 februari 2022
  • Mondelinge uitspraak
  • Kieswet
  • uitspraakin de zaak202200846/1/A2

202200848/1/A2

Het beroep richt zich tegen het besluit van het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de gemeenteraad van Duiven van 4 februari 2022, waarbij is beslist over de geldigheid en nummering van de kandidatenlijsten en het handhaven van de kandidaten op, en de aanduidingen bovenaan, de kandidatenlijsten voor de verkiezing van de leden van de gemeenteraad van Duiven op 16 maart 2022.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:453
Datum uitspraak
11 februari 2022
  • Mondelinge uitspraak
  • Kieswet
  • uitspraakin de zaak202200848/1/A2

202200851/1/A2

Het beroep richt zich tegen het besluit van het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de gemeenteraad van Oldenzaal van 4 februari 2022, waarbij de lijst met daarboven de aanduiding ‘VVD’ geldig is verklaard en op plaats 10 van die lijst de naam ‘Uitslag’ is vermeld, met als voorletters ‘M.R.A.’ en daarachter tussen haakjes de roepnaam ‘Mirko’ en de toevoeging ‘v’ ter aanduiding van het geslacht van de kandidaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:455
Datum uitspraak
11 februari 2022
  • Mondelinge uitspraak
  • Kieswet
  • uitspraakin de zaak202200851/1/A2

202200875/1/A2

Het beroep richt zich tegen het besluit vanhet centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de gemeenteraad van Arnhem van 4 februari 2022 over de geldigheid en nummering van de kandidatenlijsten en het handhaven van de kandidaten op, en de aanduidingen bovenaan, de kandidatenlijsten voor de verkiezing van de leden van de gemeenteraad van Arnhem op 16 maart 2022. Daarbij heeft het centraal stembureau de door [appellant] ingeleverde kandidatenlijst met de aanduiding ‘Arnhemse Ouderen Partij’ ongeldig verklaard en de door [persoon] ingeleverde kandidatenlijst met de aanduiding ‘Arnhemse Ouderen Partij’ geldig verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:452
Datum uitspraak
11 februari 2022
  • Mondelinge uitspraak
  • Kieswet
  • uitspraakin de zaak202200875/1/A2

202200875/2/A2

Bij elektronisch verzonden bericht, bij de Raad van State ingekomen op 11 februari 2022, heeft [verzoeker] verzocht om wraking van mr. C.J. Borman (hierna: de staatsraad), als voorzitter van de meervoudige kamer belast met de behandeling van zaak nr. 202200875/1/A2.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:480
Datum uitspraak
11 februari 2022
  • Mondelinge uitspraak
  • Wraking
  • Kieswet
  • uitspraakin de zaak202200875/2/A2

202200877/1/A2

Het beroep richt zich tegen het besluit van het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de gemeenteraad van Barneveld van 4 februari 2022, waarbij de lijst met daarboven de aanduiding ‘VVD’ geldig is verklaard en op plaats 5 van die lijst de naam Kruize’ is vermeld, met als voorletters ‘A.J.’ en daarachter tussen haakjes de roepnaam ‘André’ en de toevoeging ‘v’ ter aanduiding van het geslacht van de kandidaat. Bos betoogt dat het centraal stembureau ten onrechte de toevoeging ‘v’ heeft vermeld. Dit is niet in overeenstemming met de persoonsgegevens van de kandidaat en moet ‘m’ zijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:457
Datum uitspraak
11 februari 2022
  • Mondelinge uitspraak
  • Kieswet
  • uitspraakin de zaak202200877/1/A2

202200880/1/A2

Het beroep richt zich tegen het besluit van het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de gemeenteraad van Someren van 4 februari 2022 over de geldigheid en nummering van de kandidatenlijsten en het handhaven van de kandidaten op, en de aanduidingen bovenaan, de kandidatenlijsten voor de verkiezing van de leden van de gemeenteraad van Someren van 16 maart 2022. Bij dat besluit heeft het centraal stembureau onder meer de door Van Rinsum ingeleverde kandidatenlijst met de aanduiding ‘Partij van de Arbeid (P.v.d.A)’ geldig verklaard. Van Rinsum voert aan dat hierbij een vergissing is gemaakt. Op deze lijst staan elf kandidaten, terwijl twaalf namen, inclusief bereidheidsverklaringen, zijn vermeld op de lijst die op 31 januari 2022 is ingeleverd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:456
Datum uitspraak
11 februari 2022
  • Mondelinge uitspraak
  • Kieswet
  • uitspraakin de zaak202200880/1/A2
vorige pagina1...207208209...1.240volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon