Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 124.063
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202106759/1/V1

Bij besluit van 28 december 2016 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3131
Datum uitspraak
3 november 2022
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202106759/1/V1

202107447/1/V2

Bij besluit van 17 december 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3174
Datum uitspraak
3 november 2022
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202107447/1/V2

202202446/2/R2

Bij besluit van 3 februari 2022 heeft de raad van de gemeente Land van Cuijk het bestemmingsplan "Herstelplan Versterken 150 kV-net Haps-Boxmeer" vastgesteld. De raad heeft eerder drie bestemmingsplannen vastgesteld: "Versterken 150 kV-net Haps-Boxmeer", "Buitengebied 2018" en "Veegplan Buitengebied 2018". Die plannen voorzien onder meer in boven- en ondergrondse hoogspanningsleidingen tussen Haps en Boxmeer en in de uitbreiding van een hoogspanningsstation in Boxmeer. De Afdeling heeft die plannen in haar uitspraak van 22 september 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2055, vernietigd, voor zover het gaat over de bestemming "Bedrijf - Hoogspanningsstation" op het perceel waarop het hoogspanningsstation staat. De Afdeling heeft daarbij overwogen dat de raad onzorgvuldig heeft gehandeld door te concluderen dat toepassing van het stappenschema in de 'Regeling Kwaliteitsverbetering van het landschap gemeente Boxmeer' leidt tot de uitkomst dat de bestemmingsplannen voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling van categorie 2.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3127
Datum uitspraak
3 november 2022
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202202446/2/R2

202204307/1/V3

Bij besluit van 15 maart 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3176
Datum uitspraak
3 november 2022
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202204307/1/V3

202205464/2/R1

Bij besluit van 17 februari 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan You Hotel een omgevingsvergunning verleend voor het wijzigen van het gebruik van de eerste, tweede en derde verdieping van het gebouw aan de Pieter Calandlaan 86 in Amsterdam van een kantoorfunctie naar een logiesfunctie. Aan de Pieter Calandlaan in Amsterdam staat het zorg- en wooncentrum de "Osdorperhof". Dit u-vormige complex bestaat uit een hoogbouw- en een laagbouwgedeelte en is eigendom van de woningstichting Rochdale. De huisartsen hebben hun praktijk op de begane grond van de hoogbouw. In de hoogbouw vanaf de vierde verdieping bevinden zich 49 seniorenappartementen. De eerste tot en met de derde verdieping van de hoogbouw staan leeg en deden voorheen dienst als kantoorruimte van de stichting Cordaan. De laagbouw bestaat uit 122 appartementen, deels voor senioren en deels voor patiënten met een zorgindicatie. In de laagbouw is ook een zorgcentrum van de stichting Cordaan gevestigd. De natuurlijke personen die met de Bewonerscommissie als partij deelnemen, zijn allen huurder van een seniorenappartement in de Osdorperhof.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3173
Datum uitspraak
3 november 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202205464/2/R1

202205502/1/R1

Bij besluit van 26 juli 2022, kenmerk 1262246, heeft het college van burgemeester en wethouders van Goeree-Overflakkee [verzoekster] onder oplegging van een dwangsom gelast om onder meer binnen twee maanden een inventariserend bodemonderzoek uit te laten voeren wegens overtreding van artikel 13 in samenhang met artikel 6 van de Wet bodembescherming. [verzoekster] heeft een landbouwbedrijf op het adres [locatie] in Nieuwe-Tonge. Op 25 maart 2022 hebben toezichthouders geconstateerd dat een medewerker van [verzoekster] op een perceel tegenover [locatie] de inhoud van de tank van ten minste twee veldspuiten met gewasbeschermingsmiddelen heeft geloosd op de bodem. Eén van deze bodemlozingen werd op heterdaad vastgesteld. Na de lozing zijn er gele plassen op het perceel geconstateerd. Bij een controle op 12 april 2022 hebben toezichthouders van onder meer de DCMR Milieudienst Rijnmond geconstateerd dat er geen nieuwe gele vlekken aanwezig waren. Volgens het college is sprake van een puntlozing van het gewasbeschermingsmiddel Starane Top, waarvan de werkzame stof fluroxypyr-meptyl is. De last houdt, samengevat weergegeven, in dat ten eerste een plan van aanpak moet worden ingediend, vervolgens een inventariserend bodemonderzoek moet worden uitgevoerd, waarna sanering dient plaats te vinden. Als sluitstuk is een preventieve last opgenomen, ter voorkoming van herhaling.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3170
Datum uitspraak
3 november 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Bodembescherming
  • Dwangsom en beroep
  • uitspraakin de zaak202205502/1/R1

202205797/2/V2

Bij besluit van 11 januari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3178
Datum uitspraak
3 november 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202205797/2/V2

202205810/2/R1

Bij besluit van 14 juli 2022 heeft de raad van de gemeente Haarlemmermeer het bestemmingsplan "Zwaanshoek Hanepoel tussen 174-196" vastgesteld. Het plan voorziet in het bouwen van drie woningen langs de Hanepoel. Vastgoed Nationaal is eigenaar van het perceel waarop de woningen worden gebouwd en wil deze woningen bouwen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3328
Datum uitspraak
3 november 2022
  • Mondelinge uitspraak
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202205810/2/R1

202206058/2/V2

Bij besluit van 20 september 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3181
Datum uitspraak
3 november 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202206058/2/V2

202206202/2/V3

Bij besluit van 3 oktober 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3182
Datum uitspraak
3 november 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202206202/2/V3

202201354/2/A3

[appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank van 23 februari 2022, waarbij het door hem gedane verzet tegen de uitspraak van de rechtbank niet-ontvankelijk is verklaard. De uitspraak van de rechtbank van 23 februari 2022 op het door [appellant] gedane verzet is een uitspraak van de rechtbank als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, van de Awb. Hiertegen kan, gelet op artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder c, van de Awb, geen hoger beroep worden ingesteld. Ondanks een appelverbod kan de Afdeling van een hoger beroep kennis nemen in geval van een zodanig ernstige schending van eisen van goede procesorde dan wel van fundamentele rechtsbeginselen dat van een eerlijk proces geen sprake is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3430
Datum uitspraak
3 november 2022
  • Vereenvoudigde behandeling
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202201354/2/A3

202106213/1/V3

Bij besluit van 2 januari 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdelingen een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3132
Datum uitspraak
2 november 2022
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202106213/1/V3

202202271/1/V3

Bij besluit van 20 april 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3121
Datum uitspraak
2 november 2022
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202202271/1/V3

202204216/1/V1

Bij besluit van 17 november 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3130
Datum uitspraak
2 november 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202204216/1/V1

202205643/2/V3

Bij besluit van 9 juli 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vastgesteld dat de vreemdeling geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland meer heeft, en de aanvraag tot het wijzigen van de beperking van haar verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3129
Datum uitspraak
2 november 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202205643/2/V3

202205898/2/V2

Bij besluit van 17 mei 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3167
Datum uitspraak
2 november 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202205898/2/V2

202003572/1/A2

Bij besluit van 28 maart 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Kampen de uitgaven en inkomsten van het openbaar primair onderwijs over de periode 2006 tot en met 2008 vastgesteld en de hoogte van het overschrijdingsbedrag over die periode op nihil gesteld. Het geschil heeft betrekking op de zogenoemde overschrijdingsregeling, die is opgenomen in de artikelen 142 tot en met 147 van de Wet op het primair onderwijs. Deze regeling houdt in dat een gemeente die meer uitgaven doet voor personeel en de materiële instandhouding van openbare basisscholen dan aan rijksbijdragen is ontvangen, een naar rato gelijke overschrijdingsuitkering moet doen aan bijzondere scholen om bevoordeling van openbare scholen te voorkomen. Daartoe wordt het verschil tussen de uitgaven van de openbare basisscholen voor personeel en materiële instandhouding en de ontvangsten uit ’s Rijks kas voor deze scholen bepaald. In het geval de uitgaven over de betreffende periode hoger zijn geweest dan de ontvangsten, heeft een overschrijding plaatsgevonden. Aan de hand van dit verschil wordt het overschrijdingspercentage bepaald en met behulp daarvan vervolgens het overschrijdingsbedrag waarop de bijzondere basisscholen recht hebben. In beginsel bepaalt het college van burgemeester en wethouders eens in de vijf jaren aan de hand van de daadwerkelijke inkomsten en uitgaven of zich een overschrijding heeft voorgedaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3156
Datum uitspraak
2 november 2022
  • Hoger beroep
  • Geld
  • Onderwijs
  • uitspraakin de zaak202003572/1/A2

202003970/1/R4 en 202003971/1/R4

Bij besluit van 17 juni 2020 heeft de raad van de gemeente Tiel het bestemmingsplan "Kanaalzone - Medel afronding 2020" en het bestemmingsplan "Parapluherziening zonering industrielawaai bedrijventerrein Medel 2020" vastgesteld. Het besluit van 13 oktober 2021 is een besluit tot vervanging van het besluit van 17 juni 2020. De maximaal toegelaten bedrijfscategorieën op gronden met de bestemming "Bedrijventerrein" zijn verlaagd van 4.2 naar 3.2. Een perceel in het noorden van het plangebied is nu bestemd als "Groen"; dat was in het besluit van 17 juni 2020 "Bedrijventerrein". Ten slotte is in artikel 4.4.4 van de planregels vastgelegd dat het bedrijventerrein gasloos wordt uitgevoerd. [appellant] en anderen zijn bewoners van de percelen [locatie 1] en [locatie 2] in Echteld en [locatie 3] in Ochten. De afstand tussen de [locatie 1] en [locatie 2] tot het plangebied bedraagt ongeveer 310 m en 350 m. De afstand tussen het plangebied en de [locatie 3] in Ochten is ongeveer 6,7 km. [appellant] en anderen hebben beroep ingesteld tegen het plan vanwege de gevolgen van de uitbreiding van het bedrijventerrein voor het woon- en leefklimaat in hun omgeving. Zij hebben geen beroepsgronden aangevoerd die (rechtstreeks) gericht zijn tegen de wijziging van de geluidszone.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3155
Datum uitspraak
2 november 2022
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202003970/1/R4 en 202003971/1/R4

202005140/1/A3

Bij brief van 13 augustus 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Wageningen geweigerd om het door [appellanten] in hun melding opgenomen plan voor een in- en uitrit toe te staan. [appellanten] zijn bewoners van de woning aan de [locatie] in Wageningen. Zij willen dat de grond naast de woning voor een deel als parkeerplaats met in- en uitrit gebruikt kan worden. Eerder werd dat stuk grond door de vorige bewoners als tuin gebruikt. [appellanten] hebben toestemming gevraagd voor hun plannen aan de verhuurder van de woning, de Woningstichting. De Woningstichting heeft die toestemming verleend bij brief van 20 maart 2019, omdat zij in de veronderstelling was dat zij eigenaar was van de grond die [appellanten] wilden bewerken. Vervolgens hebben [appellanten] op een deel van de grond groen verwijderd, bestrating aangebracht en een schutting geplaatst. De gemeente heeft [appellanten] bij brief van 22 juli 2019 geïnformeerd dat zij zonder gebruiksovereenkomst en zonder overleg met de gemeente openbare ruimte in gebruik hebben genomen voor een parkeerplaats met in- en uitrit.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3161
Datum uitspraak
2 november 2022
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202005140/1/A3

202005475/1/R1

Bij besluit van 27 juli 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Westland, voor zover nu van belang, door [appellant] ingediende handhavingsverzoeken afgewezen. De handhavingsverzoeken zien op verschillende overtredingen die volgens [appellant] plaatsvinden op het perceel [locatie 1] in Maasdijk. [appellant] is eigenaar en bewoner van het perceel [locatie 2] in Maasdijk. Dit perceel is te bereiken via een doodlopend pad dat aansluit op een doorgaande weg met twee rijbanen, namelijk de Maasdijk. [persoon A] en [persoon B] zijn eigenaren en bewoners van het perceel [locatie 1]. Ook dit perceel is via het doodlopende pad te bereiken. De percelen [locatie 2] en [locatie 1] grenzen aan elkaar. Naar het oordeel van de rechtbank veroorzaakt het gebruik van houtkachels op het perceel [locatie 1] voor [appellant] als gebruiker van het perceel [locatie 2] niet zoveel overlast - in de vorm van rook, roet, walm en/of stof - dat strijd ontstaat met artikel 7.22 van het Bouwbesluit 2012. De beslissing van het college om niet handhavend op te treden tegen het gebruik van één of meer houtkachels op perceel [locatie 1], is volgens de rechtbank voldoende zorgvuldig voorbereid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3140
Datum uitspraak
2 november 2022
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202005475/1/R1

202100035/1/R2

Bij besluit van 1 december 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Haaren, rechtsvoorgangster van de gemeente Tilburg, het wijzigingsplan "Hooghoutseweg 27, Biezenmortel" vastgesteld. Het wijzigingsplan maakt de realisering van een waterbassin met een oppervlakte van 4.164 m² en een containerveld met betonpaden van ongeveer 0,70 ha mogelijk aan de Hooghoutseweg te Biezenmortel, ten behoeve van de kwekerij van initiatiefnemer. Dit bedrijf produceert stekgoed in de vollegrond, in een kas en op containervelden. Het waterbassin dient voor de opslag van regenwater en drainwater en het hergebruik voor irrigatie en het containerveld dient als overloop voor stekgoed en planten. In het wijzigingsplan is aan de betreffende gronden de aanduiding "specifieke vorm van agrarisch-teeltondersteunende voorzieningen" en een aanduiding voor een bouwvlak toegekend. [appellant] woont aan de [locatie A] te Biezenmortel, direct naast het plangebied. Hij vreest voor aantasting van zijn woon-en leefklimaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3160
Datum uitspraak
2 november 2022
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202100035/1/R2

202100431/3/R4

Bij tussenuitspraak van 11 augustus 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1789, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Amersfoort opgedragen om binnen twaalf weken na verzending van de tussenuitspraak het daarin omschreven gebrek in het besluit van 24 november 2020 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Lorentzstraat 17a" te herstellen. Het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning voorzien in de bouw van 17 woningen. [appellanten] zijn eigenaar van nabijgelegen percelen met bedrijfsgebouwen. In de tussenuitspraak is geoordeeld dat de raad niet heeft onderzocht of de bedrijven op de percelen van [appellanten] na realisering van de woningen kunnen voldoen aan de geluidgrenswaarden bij de voorziene woningen. Het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan is daarom in strijd met artikel 3:2 en artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht. De Afdeling heeft de raad opgedragen om te onderzoeken of bij de voorziene woningen sprake is van een goed woon- en leefklimaat en in hoeverre het plan leidt tot beperking van de bedrijfsactiviteiten op de percelen van [appellanten]. De raad moet bezien of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in het licht van de uitkomsten van dit onderzoek in stand kan blijven en moet zo nodig een nieuw besluit nemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3146
Datum uitspraak
2 november 2022
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202100431/3/R4

202101199/1/A2

Bij besluit van 29 mei 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag de aanvraag van [appellant] om compensatie op grond van de Regeling individueel Joods moreel rechtsherstel afgewezen. Op 13 juli 2017 heeft de raad van de gemeente Den Haag, op voorstel van het college en na overleg met diverse joodse organisaties, beleid vastgesteld voor moreel rechtsherstel voor joodse eigenaren van geroofd vastgoed in Den Haag. In de jaren direct na de oorlog heeft de gemeente aan joodse particuliere huizenbezitters of hun nabestaanden naheffingen opgelegd voor erfpachtcanons en straatbelasting over de jaren 1942-1945, die tijdens de oorlog onbetaald zijn gebleven. De eigenaren van de woningen waren in 1942-1945 weggevoerd of zaten ondergedoken en hadden dus niet de beschikking over hun bezittingen. Er zijn enkele procedures geweest over de opgelegde naheffingen. De Hoge Raad achtte de naheffingen destijds rechtmatig.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3135
Datum uitspraak
2 november 2022
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202101199/1/A2

202101947/1/R3

Bij besluit van 30 april 2020 heeft de raad van de gemeente Emmen de aanvraag van [appellant] om het bestemmingsplan "Nieuw-Amsterdam/Veenoord, industrie- en bedrijventerrein De Tweeling" van 28 mei 2009 te herzien door de daarin opgenomen beperkingen voor detailhandel op het perceel [locatie] op te heffen en ter plaatse alle vormen van detailhandel toe te staan, afgewezen. [appellant] is samen met [persoon A] eigenaar van het perceel [locatie]. Op het perceel is de [vennootschap onder firma] gevestigd. In het bestemmingsplan zijn aan het perceel de bestemming "Bedrijfsdoeleinden, milieucategorie 3" en de aanduiding "bestaande detailhandel" toegekend. Ingevolge artikel 6, lid 6.1, van de voorschriften van het bestemmingsplan is op het perceel detailhandel in meubelen en stoffering toegestaan. Overige detailhandel is niet toegestaan. [appellant] heeft de raad verzocht om het bestemmingsplan te wijzigen in die zin dat op het perceel alle vormen van detailhandel mogelijk worden gemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3162
Datum uitspraak
2 november 2022
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Drenthe
  • uitspraakin de zaak202101947/1/R3

202102104/1/R3

[appellant] heeft op 11 februari 2020 bij het college van burgemeester en wethouders van Hardenberg een aanvraag om omgevingsvergunning ingediend voor het realiseren van drie woonstudio’s in een deel van de bebouwing op het perceel [locatie] te Dedemsvaart. [appellant] heeft een aanvraag om omgevingsvergunning ingediend voor het realiseren van drie woonstudio’s. Het college heeft naar aanleiding van die aanvraag [appellant] bij brief van 28 februari 2020 verzocht aanvullende gegevens aan te leveren. [appellant] stelt dat hij naar aanleiding van dit verzoek op 10 maart 2020 aanvullende gegevens heeft aangeleverd en dat vanaf dat moment de beslistermijn weer is gaan lopen. Volgens [appellant] heeft het college vervolgens niet op tijd op zijn aanvraag beslist en is de omgevingsvergunning van rechtswege verleend. Het college denkt daar anders over en weigert om die reden de volgens [appellant] van rechtswege verleende omgevingsvergunning bekend te maken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3150
Datum uitspraak
2 november 2022
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202102104/1/R3

202103294/1/A2

Bij besluit van 3 september 2019 heeft de minister voor Medische Zorg een bestuurlijke boete van € 2.010,00 opgelegd aan [appellant] wegens het ten onrechte voeren van een specialistentitel. [appellant] heeft in Nederland zijn opleiding tot arts en medisch specialist voltooid en was als arts ingeschreven in het BIG-register en als internist in het Nederlandse specialistenregister. Bij besluit van 15 april 2008 is zijn verzoek om herregistratie dan wel herintreding als internist en intensivist in Nederland afgewezen. Sindsdien staat hij niet meer ingeschreven in het specialistenregister. Sinds 2018 staat hij ook niet meer ingeschreven in het BIG-register. In 2006 is [appellant] evenwel, op grond van zijn destijds nog geldende inschrijving, in België erkend als geneesheer-specialist in de inwendige geneeskunde, waar hij sindsdien werkzaam is als specialist. Daarnaast voerde [appellant] sinds 2008 ook medische keuringen uit voor het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3163
Datum uitspraak
2 november 2022
  • Hoger beroep
  • Gezondheidszorg
  • uitspraakin de zaak202103294/1/A2

202104054/1/R4

Bij besluit van 14 november 2017 heeft het college een omgevingsvergunning verleend aan [bedrijf] voor het bouwen van een melkrundveestal en sleufsilo’s, de uitbreiding van het aantal dieren en het vergroten van het bouwoppervlak op het perceel [locatie 1]. [bedrijf] heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor de uitbreiding van een bestaande melkrundveehouderij op het perceel [locatie 1] te Woubrugge. De uitbreiding ziet op het aantal te houden dieren naar in totaal 450 melkkoeien, 88 stuks vrouwelijk jongvee en 11 vleesstierkalveren. De aanvraag ziet op de volgende activiteiten: - het bouwen van een bouwwerk; - het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het geldende planologisch regime, en - het veranderen van een inrichting. [appellant] woont aan de [locatie 1] te Woubrugge op korte afstand van het agrarische bedrijf van [bedrijf], en kan zich niet verenigen met de uitbreiding, waarvoor het college omgevingsvergunning heeft verleend. Hij vreest als gevolg van de uitbreiding van het agrarische bedrijf voor een verslechtering van zijn woon- en leefklimaat en voor nadelige gezondheidseffecten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3154
Datum uitspraak
2 november 2022
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • Vee e.a. dieren
  • uitspraakin de zaak202104054/1/R4

202104145/1/V1

Bij besluit van 28 april 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. De vreemdeling komt uit Guinee. Hij heeft op 13 januari 2021 in Nederland een asielaanvraag ingediend en daarbij opgegeven dat zijn geboortedatum [geboortedatum] 2004 is. De Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel en de IND hebben afzonderlijk een leeftijdsschouw verricht, waarbij de AVIM heeft geconcludeerd dat de vreemdeling evident minderjarig is en de IND dat er twijfel bestaat over de opgegeven leeftijd. Vervolgens is uit het onderzoek in het Eurodac-systeem gebleken dat de vreemdeling eerder in Italië, Duitsland, Frankrijk en Zwitserland een verzoek om internationale bescherming heeft ingediend. Uit navraag bij die landen is gebleken dat de vreemdeling daar geregistreerd staat met verschillende geboortedata en aliassen. Het gaat daarbij om vijf verschillende meerderjarige registraties (in Italië, Frankijk, Duitsland en Zwitserland) en één minderjarige registratie (in Italië). De staatssecretaris is uitgegaan van de in Zwitserland geregistreerde geboortedatum van 1 januari 2002 en acht de vreemdeling meerderjarig. Hij heeft de asielaanvraag daarom niet in behandeling genomen. Deze uitspraak gaat over de wijze waarop de staatssecretaris de leeftijd van gesteld minderjarige vreemdelingen in Dublinzaken moet vaststellen als er twijfel bestaat over de gestelde minderjarigheid en de vreemdeling in een of meerdere andere lidstaten zowel als minderjarige als meerderjarige staat geregistreerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3147
Datum uitspraak
2 november 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202104145/1/V1
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202104145/1/V1

202105055/1/A3

Bij besluit van 3 februari 2020 heeft de burgemeester van Veendam [wederpartij] een officiële waarschuwing gegeven en hem een last onder dwangsom opgelegd op grond van de Opiumwet. In artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet staat dat de burgemeester bevoegd is tot oplegging van een last onder bestuursdwang als in een woning of lokaal of op een daarbij behorend erf een middel als bedoeld in lijst I of II wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is. Henneptoppen staan op lijst II. Op grond van artikel 5:32, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan de burgemeester in plaats van een last onder bestuursdwang, een last onder dwangsom opleggen. Deze zaak gaat over de oplegging van zo’n last onder dwangsom, omdat [wederpartij], zo stelt de burgemeester, artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet heeft overtreden. [wederpartij] woont aan de [locatie] in Veendam. Hij huurt zijn woning van Stichting Acantus, een woningcorporatie. Op 5 december 2019 is de politie de woning binnengetreden wegens verdenking van de aanwezigheid van een vuurwapen. De politie vond geen vuurwapen, maar wel een bus pepperspray, een ploertendoder en 20 gedroogde henneptoppen met een gewicht van 36,8 gram.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3149
Datum uitspraak
2 november 2022
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202105055/1/A3

202105167/1/A2

Bij besluit van 18 februari 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Arnhem een aanvraag van IJssalon Buongiorno om een tegemoetkoming in planschade afgewezen. IJssalon Buongiorno is sinds 1 maart 2004 gevestigd aan de Bakkerstraat 32 te Arnhem. De IJssalon heeft gevraagd om een tegemoetkoming in planschade ten gevolge van het op 17 mei 2016 in werking getreden bestemmingsplan "Bebouwing Kerkplein" (hierna: het bestemmingsplan), omdat het bestemmingsplan nieuwe bebouwing toestaat op het Kerkplein, waarop zijn ijssalon uitkijkt. Hierdoor is de weekmarkt op het plein verdwenen, zijn evenementen ter plaatse niet meer mogelijk, is het zicht op de ijssalon verminderd en is er minder zon op zijn terras. Volgens de IJssalon heeft dit geleid tot een daling van de omzet, waardoor hij inkomensschade lijdt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3142
Datum uitspraak
2 november 2022
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202105167/1/A2

202105168/1/A2

Bij besluit van 18 februari 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Arnhem een aanvraag van [wederpartij] om een tegemoetkoming in planschade afgewezen. [wederpartij] exploiteert sinds 1 januari 2009 op grond van een huurovereenkomst aan de Broerestraat 29A te Arnhem een onderneming met een horeca- en winkelfunctie. [wederpartij] heeft gevraagd om een tegemoetkoming in planschade ten gevolge van het op 17 mei 2016 in werking getreden bestemmingsplan "Bebouwing Kerkplein", omdat het bestemmingsplan nieuwe bebouwing toestaat op het Kerkplein waarop zijn onderneming uitkijkt. Hierdoor is de weekmarkt op het plein verdwenen, zijn evenementen ter plaatse niet meer mogelijk, is het zicht op [wederpartij] verminderd en is er minder zon op het terras. Volgens [wederpartij] heeft dit geleid tot een daling van de omzet, waardoor hij inkomensschade lijdt.

Datum uitspraak
2 november 2022
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202105168/1/A2

202105613/1/R3

Bij besluit van 8 juli 2021 heeft de raad van de gemeente Rotterdam het bestemmingsplan "Tweebosbuurt Zuid-Oost" vastgesteld. Het plan heeft betrekking op de herontwikkeling van de Tweebosbuurt in de Afrikaanderwijk in Rotterdam. Deze ontwikkeling is volgens de plantoelichting grotendeels mogelijk binnen de ruimte die het bestemmingsplan "Afrikaanderwijk" biedt, maar voor een aantal delen is aanpassing van dat bestemmingsplan noodzakelijk. Dit geldt onder andere voor de ontwikkeling van de twee meest zuidelijk gelegen woonblokken, die bekend staan onder R en P3. Het plan "Tweebosbuurt Zuid-Oost" maakt voor deze locatie, gelegen nabij de kruising van de Hilledijk en de Putselaan en begrensd door de Tweebosstraat, Martinus Steijnstraat en Hilledijk, de herontwikkeling mogelijk. Hiertoe worden de bestaande woningen gesloopt. Er kunnen maximaal 175 woningen worden teruggebouwd. De Bewonersvereniging en anderen kunnen zich niet met het plan verenigen en voeren hiertegen meerdere gronden aan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3152
Datum uitspraak
2 november 2022
  • Hoger beroep
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202105613/1/R3

202105619/1/A3

Bij besluit van 3 januari 2020 heeft de korpschef van politie een verzoek van [appellant] om kennisneming van hem en zijn (minderjarige) zoon, [zoon], betreffende politiegegevens deels ingewilligd en deels afgewezen. [appellant] heeft de korpschef verzocht om kennisname van de op hem en zijn (minderjarige) zoon, [zoon], betrekking hebbende politiegegevens. Bij het besluit van 3 januari 2020 heeft de korpschef dit verzoek deels ingewilligd. Daarbij heeft de korpschef een overzicht verstrekt van [appellant] en zijn zoon betreffende registraties waarin inzage gegeven kan worden. Daarnaast heeft de korpschef een deel van het verzoek, op grond van artikel 27, eerste lid, aanhef en onder d, van de Wet politiegegevens, afgewezen ter bescherming van de rechten en vrijheden van derden. De rechtbank heeft het daartegen door [appellant] ingestelde beroep ongegrond verklaard. De rechtbank heeft, met toepassing van artikel 8:29, vijfde lid, van de Awb, kennisgenomen van de gegevens waarvan [appellant] geen kennis heeft mogen nemen. Naar het oordeel van de rechtbank betreft het gegevens die in het kader van de politietaak zijn of worden verwerkt en die herleidbaar zijn naar betrokkenen en derden.

Datum uitspraak
2 november 2022
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202105619/1/A3

202105695/1/A3

Bij besluit van 3 januari 2020 heeft de korpschef van politie een verzoek van [appellante] om kennisneming van haar en haar (minderjarige) zoon, [zoon], betreffende politiegegevens deels ingewilligd en deels afgewezen. [appellante] heeft de korpschef verzocht om kennisname van de op haar en haar (minderjarige) zoon, [zoon], betrekking hebbende politiegegevens. Bij het besluit van 3 januari 2020 heeft de korpschef dit verzoek deels ingewilligd. Daarbij heeft de korpschef een overzicht verstrekt van [appellante] en haar zoon betreffende registraties waarin inzage gegeven kan worden. Daarnaast heeft de korpschef een deel van het verzoek, op grond van artikel 27, eerste lid, aanhef en onder d, van de Wet politiegegevens, afgewezen ter bescherming van de rechten en vrijheden van derden. De rechtbank heeft het daartegen door [appellante] ingestelde beroep ongegrond verklaard. De rechtbank heeft, met toepassing van artikel 8:29, vijfde lid, van de Awb, kennisgenomen van de gegevens waarvan [appellante] geen kennis heeft mogen nemen. Naar het oordeel van de rechtbank betreft het gegevens die in het kader van de politietaak zijn of worden verwerkt en die herleidbaar zijn naar betrokkenen en derden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3141
Datum uitspraak
2 november 2022
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202105695/1/A3

202105893/1/R1

Bij besluit van 6 juli 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam het wijzigingsplan "Food Center Amsterdam - 2e wijziging" vastgesteld. Het voorliggende wijzigingsplan voorziet in een wijziging van de conserverende bestemming "Bedrijventerrein" naar de bestemming "Woongebied - Uit te werken" binnen het terrein van Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat. De wijziging betreft een strook van ongeveer 3.000 m². Het is de bedoeling dat deze strook wordt ontwikkeld tot een onbebouwde openbare ruimte van het toekomstige woongebied die bijdraagt aan betere zichtbaarheid van de Centrale Markthal. Voor de concrete inrichting van het openbaar gebied zal een uitwerkingsplan worden vastgesteld. Bidfood heeft een groothandel voor producten voor de horeca en een webshop voor "food" en "non-food" producten. Zij is gevestigd op het FCA-terrein op ongeveer 58 m afstand ten noorden van het plangebied. Zij vreest ervoor dat er op het FCA-terrein geen plek is voor hervestiging van haar onderneming.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3157
Datum uitspraak
2 november 2022
  • Hoger beroep
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202105893/1/R1

202106289/1/R4

Bij besluit van 26 november 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Eersel de eenmanszaak van [appellanten] onder oplegging van een dwangsom gelast om uiterlijk 31 december 2020 de vaste mest op het perceel gemeente Eersel, sectie O, nr. 631 af te voeren naar een erkend verwerker. Bij het besluit van 26 november 2020 heeft het college aan de eenmanszaak van [appellant A], met de handelsnamen [bedrijf A], [bedrijf B] en [bedrijf C], en [appellante B] een last onder dwangsom opgelegd om de meer dan 1500 m³ vaste mest op het perceel af te voeren naar een erkend verwerker. Volgens het college is de opslag van de mest in strijd met artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de artikelen 2.9 en 3.48 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en de artikelen 10.1 en 10.2 van de Wet milieubeheer. [appellanten] stellen zich op het standpunt dat het college ten onrechte een last heeft opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3158
Datum uitspraak
2 november 2022
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202106289/1/R4

202107079/1/R4

Bij besluiten van respectievelijk 13 september 2021 en 16 september 2021 hebben de minister van EZK en de minister van BZK het inpassingsplan "Porthos transport en opslag van CO2" vastgesteld. Bij besluit van 22 september 2021 heeft de minister van EZK aan N.V. Nederlandse Gasunie een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen, het oprichten en in werking hebben van een compressorstation op een ongenummerd perceel aan de Aziëweg in Rotterdam. In deze uitspraak wordt een oordeel gegeven over de zogenoemde partiële bouwvrijstelling, die is geregeld in artikel 2.9a van de Wet natuurbescherming en artikel 2.5 van het Besluit natuurbescherming. Deze artikelen zijn op 1 juli 2021 in werking getreden. De regeling komt erop neer dat de stikstofdepositie die wordt veroorzaakt door een aantal specifiek aangewezen activiteiten van de bouwsector niet meer afzonderlijk hoeft te worden onderzocht en beoordeeld. De ministers hebben deze regeling toegepast bij het nemen van besluiten over het Porthos-project. MOB heeft beroep ingesteld tegen verschillende besluiten die zijn genomen voor het Porthos-project. Daarbij heeft zij aangevoerd dat de regeling van de partiële bouwvrijstelling onverbindend is. Zij vreest dat de stikstofdepositie die wordt veroorzaakt door de aangewezen activiteiten van de bouwsector leidt tot een aantasting van de natuurwaarden in de Natura 2000-gebieden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3159
Datum uitspraak
2 november 2022
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Bouwen
  • Inpassingsplan
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202107079/1/R4
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202107079/1/R4

202107089/1/V6

Bij besluit van 2 mei 2019 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid [appellante] een boete opgelegd van € 1.250,00. Bij brief van 12 februari 2016 heeft de minister [appellante] meegedeeld dat zij inburgeringsplichtig is. Haar inburgeringstermijn is gestart op 20 januari 2016 en zij had tot 19 januari 2019 de tijd om in te burgeren. Omdat [appellante] niet voor die datum aan de inburgeringsplicht heeft voldaan, heeft de minister haar een boete opgelegd van € 1.250,00. De minister heeft bij Argonaut medisch advies gevraagd. De verzekeringsarts van Argonaut heeft op 17 april 2019 en 18 februari 2020 medische adviezen gegeven. In de adviezen staat dat er geen medische reden is waardoor [appellante] vanwege de zorg voor haar echtgenoot gedurende een periode van ten minste drie aaneengesloten maanden geen onderwijs heeft kunnen volgen. De minister heeft het verzoek van [appellante] om verlenging van de inburgeringstermijn op basis van die medische adviezen afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3143
Datum uitspraak
2 november 2022
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202107089/1/V6

202107269/1/R1

Bij besluit van 13 november 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan [appellant] een omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van een dakkapel in het achtergeveldakvlak op de tweede verdieping van de woning aan de [locatie 1] in Amsterdam. [appellant] is eigenaar en bewoner van de woning aan de [locatie 1] in Amsterdam. Het college heeft hem aanvankelijk een omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van een dakkapel in het achtergeveldakvlak op de tweede verdieping van zijn woning, omdat de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit een positief welstandsadvies had gegeven en er ook overigens geen gronden waren om de omgevingsvergunning te weigeren. In de bestaande situatie is er al een (vergunningvrije) dakkapel in het achtergeveldakvlak op de eerste verdieping. [appellant] wil een tweede dakkapel realiseren aan de achterkant van zijn woning, waar in de bestaande situatie twee dakramen zijn. [partij] woont in de naastgelegen woning aan de [locatie 2] en is het niet eens met de vergunningverlening, omdat het bouwplan volgens hem niet voldoet aan redelijke eisen van welstand en het college daarom de omgevingsvergunning had moeten weigeren. Hij heeft daartoe in bezwaar een "second opinion" over het welstandsadvies overgelegd van 7 januari 2020 van de commissie voor second opinions van Mooi Noord-Holland. Deze heeft een negatief oordeel gegeven over het bouwplan, omdat dit niet voldoet aan twee welstandscriteria.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3136
Datum uitspraak
2 november 2022
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202107269/1/R1

202107547/1/A2

Bij besluit van 2 juni 2020 heeft de Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen aan [appellant] een schadevergoeding toegekend van € 28.723,50. Bij besluit van 3 maart 2021 heeft het Instituut Mijnbouwschade Groningen het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard en een schadevergoeding toegekend van in totaal € 30.424,05. [appellant] is sinds 1990 eigenaar van de woning aan de [locatie] te Hoogkerk. De vrijstaande woning met schuur is een monumentale (kop-hals-romp) boerderij en is gebouwd in 1910. Op 20 november 2013 heeft [appellant] schade als gevolg van mijnbouwactiviteiten in het Groningenveld gemeld bij de Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. Na opname van de schade heeft Octa Adviseurs B.V. in opdracht van de NAM op 27 augustus 2014 een taxatierapport bevingsschade uitgebracht. In het taxatierapport is vermeld dat geen van de schades in verband kan worden gebracht met aardbevingen. De aangetroffen schades zijn mogelijk veroorzaakt door zetting, verzakking en ouderdom.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3151
Datum uitspraak
2 november 2022
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202107547/1/A2

202107778/1/A3

Bij besluit van 21 juli 2020 heeft de burgemeester van Veenendaal [appellant] de toegang tot de vergaderingen van de raad van de gemeente Veenendaal ontzegd voor de duur van drie maanden met ingang van 1 september 2020.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3148
Datum uitspraak
2 november 2022
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202107778/1/A3

202107882/1/R1

Bij besluit van 20 april 2020 heeft het college het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen de verspreiding van houtrook afkomstig van het adres [locatie 1] te 's-Gravenpolder, afgewezen. [appellant] woont op het adres [locatie 2] in ’s-Gravenpolder. Bij wind uit noordelijke richting ervaart hij overlast van het stoken van de houtkachel door [buurman] die op het adres [locatie 1] woont. [appellant] heeft dan last van stank en geprikkelde ogen. Hij heeft op 10 februari 2020 bij het college een verzoek ingediend om hiertegen handhavend op te treden. Het college heeft dit verzoek bij het in bezwaar gehandhaafde besluit van 20 april 2020 afgewezen. De rechtbank heeft geoordeeld dat het onderzoek van het college of sprake is van houtrookoverlast beperkt is geweest, nu slechts eenmaal een ambtenaar ter plaatse is geweest om te ruiken of sprake was van overmatige geurhinder. Het college had volgens de rechtbank meer onderzoek kunnen doen. Dit laat volgens de rechtbank echter onverlet dat dit onderzoek, zelfs als het was uitgevoerd door een zogenaamde gecertificeerde neus, niet had kunnen bijdragen aan het door [appellant] gewenste resultaat, namelijk het vaststellen van overmatige houtrookoverlast.

Datum uitspraak
2 november 2022
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202107882/1/R1

202107992/1/V6

Bij besluit van 25 mei 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van [appellante] om haar het Nederlanderschap te verlenen afgewezen. De staatsecretaris heeft het verzoek afgewezen, omdat hij de identiteit en nationaliteit van [appellante] niet met de vereiste zekerheid kan vaststellen. Hij heeft hiervoor als reden gegeven dat op grond van informatie uit het vreemdelingenrechtelijke dossier van [appellante] twijfel bestaat over haar identiteit en nationaliteit. De staatssecretaris heeft erop gewezen dat haar echtgenoot op 21 februari 2012 een verzoek om nareis heeft ingediend en daarbij heeft aangegeven dat [appellante] geboren is op [geboortedatum] 1985 in Lafa Isse, Somalië. [appellante] heeft echter tijdens het interview dat op 15 april 2013 in het kader van nareis is afgenomen, verklaard dat zij geboren is op [geboortedatum] 1982, in Lafa Isse, op de grens van Ethiopië en Somalië. [appellante] heeft daarnaast een paspoort overgelegd, waarin staat dat ze op [geboortedatum] 1982 is geboren in Mogadishu, Somalië. Verder heeft [appellante] tijdens het eerste gehoor op 6 september 2013 verklaard te zijn geboren op [geboortedatum] 1985. Volgens de staatssecretaris blijkt uit het rapport taalanalyse van 12 oktober 2015 dat [appellante] te herleiden is tot de spraakgemeenschap binnen Djibouti, Noord-Somalië en Ethiopië. Zij spreekt geen Amhaars zodat het niet voor de hand ligt dat zij geboren en getogen is in Ethiopië, zoals zij stelt. Omdat [appellante] meerdere afwijkende geboortedata en geboorteplaatsen heeft opgegeven, bestaat er bij de staatssecretaris twijfel over haar identiteit en nationaliteit. De staatssecretaris heeft daarnaast opgemerkt dat [appellante] mogelijk ook niet voldoet aan het vereiste van artikel 8, eerste lid, aanhef en onder b, van de Rijkswet op het Nederlanderschap, omdat haar verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd bij besluit van 3 november 2016 met terugwerkende kracht is ingetrokken tot 6 september 2013.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3144
Datum uitspraak
2 november 2022
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202107992/1/V6

202108052/1/R1

Bij besluit van 8 april 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan River Invest B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het bouwkundig splitsen, veranderen en vergroten van het pand Frans van Mierisstraat 131 in Amsterdam en het plaatsen van een balkon aan de achterzijde ter hoogte van de vierde verdieping en een dakterras met dakluik op het dak van het pand. Het college heeft aan River Invest B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het bouwkundig splitsen, veranderen en vergroten van het pand. Het pand heeft een begane grond en vier verdiepingen. [appellant sub 1] en anderen wonen in de naastgelegen panden aan de [locatie 1], op de tweede, derde en vierde verdieping, en de [locatie 2], op de derde en vierde verdieping. Zij kunnen zich niet verenigen met de verleende omgevingsvergunning, omdat zij onder meer vrezen voor aantasting van hun privacy.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3153
Datum uitspraak
2 november 2022
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202108052/1/R1

202200603/1/V6

Bij besluit van 25 oktober 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van [appellant] om hem en zijn twee minderjarige kinderen het Nederlanderschap te verlenen (hierna: het verzoek) afgewezen. De staatssecretaris heeft het verzoek afgewezen, omdat hij de identiteit en nationaliteit van [appellant] niet met de vereiste zekerheid kan vaststellen. De staatssecretaris heeft de afwijzing van het verzoek in het besluit van 2 december 2020 gehandhaafd en zich op het standpunt gesteld dat er ernstige twijfel bestaat aan de identiteit en nationaliteit van [appellant], ondanks dat hij een gelegaliseerde geboorteakte van [datum] 2015 en een Sierra Leoons paspoort, afgegeven op 4 augustus 2017, heeft overgelegd. Hij heeft aan deze ernstige twijfel ten grondslag gelegd dat de - in het kader van een eerder door [appellant] gevoerde vreemdelingenrechtelijke procedure - op 17 juli 2006 uitgevoerde taalanalyse heeft uitgewezen dat hij niet eenduidig te herleiden is tot de spraak- en cultuurgemeenschap binnen Sierra Leone. Naar aanleiding van de kritiek die [appellant] in de voorliggende procedure in bezwaar heeft geleverd op deze taalanalyse, heeft de staatssecretaris het Team Onderzoek en Expertise Land en Taal gevraagd om daarop te reageren. De opname uit 2006 is vervolgens nog eens geanalyseerd door twee taalanalisten. Dit heeft geleid tot twee aanvullende rapporten taalanalyse van TOELT van 5 en 12 november 2020, waarin wederom is geconcludeerd dat [appellant] eenduidig niet herleidbaar is tot de spraakgemeenschap binnen Sierra Leone. Daarnaast is in het rapport taalanalyse van TOELT van 12 november 2020 geconcludeerd dat hij op basis van zijn Engels eenduidig herleidbaar is tot Nigeria. De staatssecretaris heeft het niet opportuun geacht om de door [appellant] overgelegde documenten voor onderzoek aan Bureau Documenten van de Immigratie- en Naturalisatiedienst voor te leggen, omdat nader onderzoek naar deze documenten volgens hem redelijkerwijs niet kan leiden tot een ander besluit.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3145
Datum uitspraak
2 november 2022
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202200603/1/V6

202200770/1/V6

Bij besluiten van 15 september 2020 heeft de raad van bestuur de aan [appellante] toegekende remigratievoorzieningen beëindigd per 1 mei 2020 en die toegekende voorzieningen over de periode 1 mei 2020 tot en met 1 augustus 2020 teruggevorderd. Bij besluit van 14 oktober 2020 heeft de raad van bestuur het terugvorderingsbesluit herzien en bepaald dat [appellante] € 1.271,88 moet terugbetalen. Bij besluiten van 10 december 2020 heeft de raad van bestuur het door [appellante] tegen de besluiten van 15 september 2020 en het besluit van 14 oktober 2020 gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3110
Datum uitspraak
2 november 2022
  • Mondelinge uitspraak
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202200770/1/V6

202105337/1/V2

Bij besluit van 16 december 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3124
Datum uitspraak
1 november 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202105337/1/V2

202107419/1/V2

Bij besluit van 24 december 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3123
Datum uitspraak
1 november 2022
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202107419/1/V2

202107864/1/V2

Bij besluit van 10 december 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3122
Datum uitspraak
1 november 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202107864/1/V2

202204867/1/V3

Bij besluit van 27 juli 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3115
Datum uitspraak
1 november 2022
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202204867/1/V3

202205158/1/V3

Bij besluit van 2 augustus 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3120
Datum uitspraak
1 november 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202205158/1/V3

202205477/1/V2

Bij besluit van 7 september 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3119
Datum uitspraak
1 november 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202205477/1/V2

202205569/2/V3

Bij besluit van 28 september 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3118
Datum uitspraak
1 november 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202205569/2/V3

202206051/1/V3

Bij besluit van 22 augustus 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3125
Datum uitspraak
1 november 2022
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202206051/1/V3

202206075/1/V3 en 202206075/2/V3

Bij besluit van 15 augustus 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3166
Datum uitspraak
1 november 2022
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202206075/1/V3 en 202206075/2/V3

202007050/3/R3

Ten aanzien van zaak nr. 202007050/1/R3, die op 3 november 2022 op zitting zal worden behandeld, heeft staatsraad Besselink, die als lid van de meervoudige kamer belast is met de behandeling van deze zaak, op 1 november 2022 het verzoek gedaan zich te mogen verschonen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3128
Datum uitspraak
1 november 2022
  • Verschoning
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202007050/3/R3

202103827/1/V2

Bij besluit van 9 april 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3109
Datum uitspraak
31 oktober 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202103827/1/V2

202106010/1/V3

Bij besluit van 29 maart 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3106
Datum uitspraak
31 oktober 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202106010/1/V3

202201963/1/V2

Bij besluit van 15 december 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3113
Datum uitspraak
31 oktober 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202201963/1/V2

202204593/2/R2

Bij besluit van 23 maart 2020 heeft het college van gedeputeerde staten van Flevoland een natuurvergunning verleend voor het uitvoeren van vernattingsmaatregelen. Staatsbosbeheer wil het zogenoemde ‘grazige deel’ van de Oostvaardersplassen natter maken met verschillende vernatttingsmaatregelen. Het vernatten van het natuurgebied is volgens Staatsbosbeheer nodig met het oog op de instandhoudingsdoelstellingen van beschermde vogelsoorten. Voor twee vernattingsmaatregelen is een aanvraag voor een natuurvergunning ingediend. Het gaat om het aanleggen van een inundatiegebied in de Beemdlanden en het aanleggen van poelen in de Spoorzone. Het college heeft de gevraagde natuurvergunning geweigerd met het besluit van 17 februari 2022, omdat volgens hem voor deze vernattingsmaatregelen geen natuurvergunning nodig is. Het college heeft zich daarbij op het standpunt gesteld dat de vernattingsmaatregelen direct verband houden met het beheer van de Oostvaardersplassen. Omdat de vernattingsmaatregelen direct verband houden met of nodig zijn voor het beheer, geldt volgens het college een uitzondering op de vergunningsplicht en mag Staatsbosbeheer de maatregelen zonder vergunning uitvoeren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3105
Datum uitspraak
31 oktober 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202204593/2/R2

202205843/1/V3

Bij besluit van 18 augustus 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3114
Datum uitspraak
31 oktober 2022
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202205843/1/V3

202205945/2/V3

Bij besluit van 14 september 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3112
Datum uitspraak
31 oktober 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202205945/2/V3

202205946/1/V3 en 202205946/2/V3

Bij besluit van 16 september 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3111
Datum uitspraak
31 oktober 2022
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202205946/1/V3 en 202205946/2/V3

202206178/2/V2

Bij besluit van 27 september 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3116
Datum uitspraak
31 oktober 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202206178/2/V2

202106791/2/A3

Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 25 oktober 2022, heeft Huurderskoepel Arcade verzocht om wraking van staatsraad mr. J.M.L. Niederer als lid van de meervoudige kamer belast met de behandeling van de zaak nr. 202106791/1/A3. Huurderskoepel Arcade heeft aan zijn verzoek ten grondslag gelegd dat de staatsraad al eerder betrokken is geweest bij de beoordeling en beslissing inzake geschillen tussen dezelfde partijen over dezelfde (rechts)vragen, uitmondend in de uitspraak van 30 juni 2021. In die uitspraak is een judiciële lus bepaald. De behandeling van de zaak nr. 202106791/1/A3 betreft het beroep dat is ingesteld tegen het naar aanleiding van de uitspraak van 30 juni 2021 genomen besluit. Huurderskoepel Arcade wijst erop dat de staatsraad dus een zaak zal gaan behandelen waar hij al eerder bij betrokken is geweest.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3117
Datum uitspraak
31 oktober 2022
  • Wraking
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202106791/2/A3

202104274/1/V1

Bij besluit van 23 maart 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdelingen een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3108
Datum uitspraak
28 oktober 2022
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202104274/1/V1

202205824/2/V2

Bij besluit van 1 september 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3104
Datum uitspraak
28 oktober 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202205824/2/V2

202104237/1/V2

Bij besluit van 17 januari 2020 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3102
Datum uitspraak
27 oktober 2022
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202104237/1/V2

202106721/1/V2

Bij besluit van 3 mei 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3101
Datum uitspraak
27 oktober 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202106721/1/V2

202204697/2/R2

Bij besluit van 10 mei 2022 heeft de raad van de gemeente Meierijstad het bestemmingsplan "Schijndel Centrum 2009, herziening Hoofdstraat 152-154" vastgesteld. Het plan voorziet in de uitbreiding van een Aldi-supermarkt aan de Hoofdstraat 152-154 in Schijndel met een inpandige laad- en losruimte, een magazijn, een kantine en 6 inpandige parkeerplaatsen. Beoogd is het winkelvloeroppervlak (hierna: wvo) van de supermarkt te vergroten van 588 m2 wvo naar 1.050 m2 wvo. Hiervoor is de bestemming "Centrum" en een bouwvlak toegekend met een maximale bouwhoogte van 5,5 m. Voorts is ten behoeve van 7 bestaande woningen en 2 nieuwe woningen aan de Hoofdstraat in het zuidoosten van het plangebied de aanduiding "maximum aantal wooneenheden: 9", een maximum bouwhoogte van 12 m en een maximum goothoogte van 7 m toegekend. Als gevolg van het plan zal de bestaande woning aan de Hoofdstraat 152 worden gesloopt. [verzoeker] en anderen wonen in de directe nabijheid van het plangebied. Zij vrezen voor een aantasting van hun woon- en leefklimaat als gevolg van de uitbreiding van de supermarkt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3096
Datum uitspraak
27 oktober 2022
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202204697/2/R2

202205558/2/V2

Bij besluit van 12 juli 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3100
Datum uitspraak
27 oktober 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202205558/2/V2

202205582/1/V2 en 202205582/2/V2

Bij besluit van 16 juni 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3099
Datum uitspraak
27 oktober 2022
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202205582/1/V2 en 202205582/2/V2

202205734/2/R1

Bij besluit van 4 oktober 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bergen [verzoekster] onder oplegging van een dwangsom van € 75.000 ineens, gelast om het gebruik van de dienstwoning aan de [locatie] in Bergen (NH) (hierna: de bovenwoning) als burgerwoning binnen 26 weken na de verzenddatum van dit besluit te staken en gestaakt te houden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3329
Datum uitspraak
27 oktober 2022
  • Mondelinge uitspraak
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202205734/2/R1

202205887/1/V2 en 202205887/2/V2

Bij besluit van 23 augustus 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3098
Datum uitspraak
27 oktober 2022
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202205887/1/V2 en 202205887/2/V2

202206104/1/V3 en 202206104/2/V3

Bij besluit van 1 september 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3097
Datum uitspraak
27 oktober 2022
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202206104/1/V3 en 202206104/2/V3

202206120/2/V3

Bij besluit van 27 mei 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3103
Datum uitspraak
27 oktober 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202206120/2/V3

202201616/2/A2

Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 2 september 2022, heeft [verzoeker] verzocht om wraking van staatsraad mr. A. ten Veen (hierna: de staatsraad) als lid van de Afdeling bestuursrechtspraak, belast met de behandeling van de zaak nr. 202201616/1/A2.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3107
Datum uitspraak
27 oktober 2022
  • Wraking
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202201616/2/A2

202107402/1/V2

Bij besluiten van 12 mei 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen om de vreemdelingen een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3069
Datum uitspraak
26 oktober 2022
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202107402/1/V2

202107971/1/V2

Bij besluit van 10 januari 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3068
Datum uitspraak
26 oktober 2022
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202107971/1/V2

202202662/1/V3

Bij besluit van 16 april 2021 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3067
Datum uitspraak
26 oktober 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202202662/1/V3

202204713/2/R4

Bij besluit van 30 juni 2022 heeft de raad van de gemeente Nunspeet het bestemmingsplan "Elspeet, [locatie 1]" vastgesteld. Dit bestemmingsplan beoogt te voorzien in de realisatie van vijf woningen op het perceel [locatie 1], waarvan één woning ter vervanging van de huidige bedrijfswoning op het perceel. Ook wordt met dit bestemmingsplan geregeld dat de agrarische bedrijfsvoering op het perceel [locatie 1] te Elspeet en op het perceel [locatie 2] te Nunspeet komt te vervallen. [verzoeker] en anderen wonen in de directe nabijheid van het perceel. [verzoeker] en anderen betogen dat het bestemmingsplan in strijd is met het oude functieveranderingsbeleid uit 2019. Het bestemmingsplan is volgens hen ook in strijd met het nieuwe functieveranderingsbeleid, "Wijziging beleidsregels voor de uitvoering van functieverandering van agrarisch naar wonen in de gemeente Nunspeet 2021-2022". Voor zover het bestemmingsplan wordt onderbouwd onder verwijzing naar een afname van stikstofdepositie in het gebied, stellen zij zich op het standpunt dat ook wanneer er minder woningen op het perceel worden gebouwd de afname van stikstofdepositie in het gebied gelijk blijft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3071
Datum uitspraak
26 oktober 2022
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202204713/2/R4

202205258/2/R4

Bij besluit van 20 juli 2022 heeft de raad van de gemeente Arnhem het bestemmingsplan "Chw Sperwerstraat 2-4" vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in een gebouw met 19 appartementen aan de Sperwerstraat 2-4 te Arnhem. Op het perceel is een voormalig garagebedrijf met drie appartementen aanwezig dat wordt gesloopt om de appartementen mogelijk te maken. [verzoeker] is de eigenaar van het pand [locatie] te Arnhem. [verzoeker] heeft op de zitting toegelicht dat de voorzieningenrechter tot schorsing van het plan moet overgaan, omdat hij vreest dat hij in de gebruiksmogelijkheden van zijn perceel zal worden beperkt en dat de parkeerdruk zal toenemen als het bestemmingsplan in werking treedt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3072
Datum uitspraak
26 oktober 2022
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202205258/2/R4

202205913/2/V2

Bij besluit van 8 juni 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3066
Datum uitspraak
26 oktober 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202205913/2/V2

202206073/1/V3 en 202206073/2/V3

Bij besluit van 16 september 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3065
Datum uitspraak
26 oktober 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202206073/1/V3 en 202206073/2/V3

202004101/2/R3

Bij tussenuitspraak van 26 januari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:253 heeft de Afdeling de raad opgedragen de daar omgeschreven gebreken in het besluit van 17 juni 2020 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Leeuwarden - De Zuidlanden plandeel Unia" te herstellen. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak, onder 5.1 tot en met 5.5, overwogen dat het plan in strijd is met artikel 3.1.1, eerste lid, van de "Verordening Romte Fryslân 2014". De raad kan afwijken van artikel 3.1.1, eerste lid, van de Verordening Romte op grond van de artikelen 3.1.1, tweede lid, en 3.1.2 van de Verordening Romte. Aan de voorwaarden in de artikelen 3.1.1, tweede lid, en 3.1.2 van de Verordening Romte wordt niet voldaan, zodat niet kon worden afgeweken van artikel 3.1.1, eerste lid, van de Verordening Romte. De Afdeling heeft verder in de tussenuitspraak, onder 11.1, overwogen dat sprake is van een discrepantie tussen de aanduiding "specifieke bouwaanduiding uitgesloten - bebouwing" en artikel 4.2.2 van de planregels.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3057
Datum uitspraak
26 oktober 2022
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Friesland
  • uitspraakin de zaak202004101/2/R3

202005343/1/R2

Bij besluit van 19 september 2017 heeft het college van gedeputeerde staten van Limburg de op 6 oktober 2016 op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 aan [appellant sub 2] verleende vergunning ingetrokken. Op 10 oktober 2016 is aan [appellant sub 2], eigenaar van een melkveehouderij aan de [locatie] te Nuth een Wnb-vergunning verleend voor het wijzigen en exploiteren van die melkveehouderij. Voor zover van belang voor deze zaak en samengevat is deze vergunning verleend omdat de aangevraagde situatie een ammoniakemissie met bijbehorende depositie van stikstof op stikstofgevoelige habitattypen in Natura-2000 gebieden veroorzaakt die gelijk is aan de depositie die al toegestaan was op basis van een melding op grond van het Besluit Melkrundveehouderij. Geconcludeerd is dat de aangevraagde situatie geen (significante) negatieve effecten zal veroorzaken op Natura 2000-gebieden. Op 19 september 2017 heeft het college de Wnb-vergunning ingetrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3074
Datum uitspraak
26 oktober 2022
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202005343/1/R2

202100488/1/A3

Bij besluit van 1 oktober 2019 heeft de burgemeester op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet gelast het pand op het adres [locatie] te Maassluis te sluiten voor de duur van drie maanden. [appellant] is een eetcafé dat werd geëxploiteerd in het pand op het adres [locatie] te Maassluis. De politie heeft [appellant] op 13 september 2019 met spoed gesloten na een doorzoeking die had plaatsgevonden naar aanleiding van anonieme meldingen van drugshandel en politieobservaties ter plaatse. Over de doorzoeking is een bestuurlijke rapportage opgemaakt met de volgende informatie. Een politieagent trof in een afgeschermde rokersruimte in het café drie personen aan. Nadat de politieagent riep: "Politie, politie, laat je handen zien", draaide een man die in een deuropening stond voor een binnentuin zijn rug naar hem toe en maakte een gooiende beweging naar een plek waar de politie later een zakje met vijftien ponypacks vond.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3078
Datum uitspraak
26 oktober 2022
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202100488/1/A3

202101130/1/A3

Bij besluit van 29 november 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam [wederpartijen] laten weten dat hun op dat moment geldige urgentieverklaring na 31 december 2018 vervalt en niet meer verlengd zal worden. [wederpartijen] waren ten tijde van het besluit van 10 april 2019 echtgenoten en woonden samen met hun vier kinderen in de woning op het adres [locatie] te Amsterdam. Dit is een driekamerwoning van 61 m2 op de eerste verdieping. In de periode van 2009 tot en met 2018 hebben zij meermaals een urgentieverklaring of een verlenging daarvan gekregen. Dit was gebaseerd op de sinds 2003 aanwezige psychische klachten van [wederpartij B] waarvoor zij langdurig onder behandeling bij de GGD en onder controle bij de huisarts is en waarvan de prognose onduidelijk is. In het oorspronkelijke GGD-advies van 18 juni 2015 staat dat hun woning door de chronische stoornis van [wederpartij B] levensbedreigende situaties oplevert.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3085
Datum uitspraak
26 oktober 2022
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202101130/1/A3

202101596/1/R3

Bij besluit van 17 december 2020 heeft de raad van de gemeente Rotterdam het bestemmingsplan "Feyenoord City" vastgesteld. Bij besluit van 21 januari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam een omgevingsvergunning verleend voor tijdelijke landaanwinning ten behoeve van het stadion. Bij besluit van 18 januari 2021 heeft het waterschap een watervergunning verleend voor het realiseren van een stadion. De besluiten maken de ontwikkeling mogelijk van een grote gebiedsontwikkeling rond sport, vrije tijd en wonen in Rotterdam-Zuid. Een belangrijk onderdeel vormt de bouw van een nieuw stadion aan de Nieuwe Maas voor de voetbalclub Feyenoord en de herontwikkeling van de locatie van het huidige stadion De Kuip. Het bestemmingsplan voorziet daarbij in een nieuwe verbinding, genaamd de Strip, over de Stadionweg, waarbij de locaties van het nieuwe stadion en het gebied rondom de Kuip met elkaar worden verbonden. Het nieuwe voetbalstadion is de ‘aanjager’ voor deze ontwikkeling.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3090
Datum uitspraak
26 oktober 2022
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Bouwen
  • RO - Zuid-Holland
  • Waterwet
  • uitspraakin de zaak202101596/1/R3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202101596/1/R3

202101600/1/A3

Bij besluit van 13 april 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht de aanvraag van [appellanten] van een splitsingsvergunning afgewezen. [appellanten] zijn gezamenlijk eigenaar van het pand op het adres [locatie 1] en [locatie 2] in Utrecht. Zij hebben op 11 januari 2016 de benedenverdieping van het pand verkocht aan [partij]. Omdat [appellanten] een splitsingsvergunning nodig hadden om tot levering van de benedenverdieping te kunnen overgaan, hebben zij bij het college een splitsingsvergunning aangevraagd. Het college heeft de aanvraag bij besluit van 13 april 2018 afgewezen op grond van de weigeringsgrond uit artikel 4.2.4, aanhef en onder c, van de Huisvestingsverordening Regio Utrecht 2015, omdat de toestand van het gebouw zich volgens het college verzet tegen splitsing in twee appartementsrechten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3086
Datum uitspraak
26 oktober 2022
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202101600/1/A3

202102479/1/A3

Bij besluit van 18 mei 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring als woningzoekende afgewezen. [appellante] woonde ten tijde van de aanvraag met haar twee minderjarige kinderen in een gehuurde kamer. Zij heeft bij het college een urgentieverklaring aangevraagd omdat sprake was van een stressvolle woonsituatie en van dreigende dakloosheid met de zorg voor minderjarige kinderen. De kinderen moesten van de kamerverhuurder in de kamer blijven en mochten geen lawaai maken. De kamerverhuurder wilde de verhuur van de kamer beëindigen omdat die was bedoeld voor één persoon en zij daar met zijn drieën woonden. Dat had hij ten tijde van de procedure in beroep overigens nog niet gedaan. [appellante] en haar kinderen woonden daar toen nog steeds.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3073
Datum uitspraak
26 oktober 2022
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202102479/1/A3

202103609/1/R1

Bij besluit van 16 maart 2021 heeft de raad van de gemeente Veldhoven het bestemmingsplan "Waterberging de Run Veldhoven" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt beekherstel en de gestuurde waterberging in het natuurgebied Grootgoor mogelijk. Het plangebied wordt aan de noordzijde begrensd door de Turfweg en Gagelgoorsedijk, aan de westzijde door de grens met de gemeente Eersel en aan de zuidzijde door de grens met de gemeente Bergeijk en de loop van de Run. Het doel van dit waterbergingsgebied is om in het geval van uitzonderlijke regenval te zorgen voor bescherming tegen hoogwater in de regio Eindhoven. [appellanten sub 1] zijn eigenaar van het perceel [locatie 1], waar zij een paardenfokkerij met pensionstal exploiteren. Hun perceel bevindt zich ten noorden van het plangebied. Zij vrezen voor vernatting van hun perceel als gevolg van het plan. [appellant sub 2] is eigenaar van een aantal agrarische percelen die buiten het plangebied zijn gelegen. [appellant sub 2] verzet zich tegen het plan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3084
Datum uitspraak
26 oktober 2022
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202103609/1/R1

202103894/1/R3

Bij besluit van 13 april 2021 heeft de raad van de gemeente Almelo het bestemmingsplan "[locatie 1]" vastgesteld. Op het perceel [locatie 1] bevinden zich een woning en een bijgebouw, waarin de eigenaar een Bed & Breakfast met een gemeenschappelijke huiskamer en twee slaapkamers exploiteert. In de kelder van het bijgebouw bevindt zich een muziekstudio die planologisch niet is toegestaan. Het plan voorziet in de mogelijkheid tot uitbreiding van de B&B met twee slaapkamers en biedt daarnaast een planologisch-juridische regeling voor de muziekstudio. Het bijgebouw wordt niet vergroot. Aan de overzijde van de [locatie 1], op de hoek van de Grote Bavenkelsweg en de Drienemansweg bevindt zich een perceel met een voormalige paardenstal. Het plan voorziet op dat perceel in een aanpassing van de vorm van het bestemmingsvlak "Wonen" en de mogelijkheid een vakantiewoning te realiseren in de voormalige paardenstal. [appellant] vreest een toename van geluid- en parkeerhinder als gevolg van het plan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3080
Datum uitspraak
26 oktober 2022
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202103894/1/R3

202104328/1/R4

Bij besluit van 10 december 2020 heeft de raad van de gemeente Leusden de aanvraag van buurtbewoners van de Doornseweg en de Waterlooweg te Leusden om een bestemmingswijziging voor het perceel B 765 te Leusden geweigerd. Ten zuiden van de Waterlooweg en ten oosten van de Doornseweg te Leusden bevindt zich het perceel B 765 (hierna: het perceel). Dit perceel was in eigendom van Defensie en in gebruik als personeelscamping. Dit perceel is nu in eigendom van Landgoed Den Treek-Henschoten N.V. en in gebruik door [partij] als camping. Voor het perceel geldt de beheersverordening "Leusden en Achterveld actualisering bestemmingsplannen" en geldt het besluitvak "Bsp Buurtschappen". Gelet hierop gelden volgens de artikelen 3.1 en 3.2 van de beheersverordening in beginsel de voorschriften en plankaart van het bestemmingsplan "Buurtschappen" uit 2003.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3082
Datum uitspraak
26 oktober 2022
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202104328/1/R4

202105476/1/R1

Bij besluit van 23 juli 2019 heeft het college van Amsterdam [appellant], onder aanzegging van bestuursdwang, gelast: 1. [woonboot 1] op het perceel [locatie 1] en [woonboot 2] op het perceel [locatie 2] te Amsterdam uit de wateren van de gemeente Amsterdam te verwijderen en verwijderd te houden; 2. de op het dijklichaam door [appellant] gerealiseerde bouwwerken voor de percelen [locatie 1] en [locatie 2] te verwijderen en verwijderd te houden; 3. de drijvende aanhorigheden bestaande uit vier pleziervaartuigen, een opslag- en dekschuit en een houten drijvend terras uit de wateren van de gemeente Amsterdam te verwijderen en verwijderd te houden. Het college heeft de last opgelegd omdat [appellant] geen omgevingsvergunning voor bouwen heeft voor de woonboten en de bouwwerken op de oever en ook niet beschikt over ligplaatsvergunningen op grond van de Verordening op het Binnenwater 2010 voor de woonboten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3088
Datum uitspraak
26 oktober 2022
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202105476/1/R1

202105589/1/R4

Bij besluit van 15 december 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam aan Uber Portier B.V., handelend onder de naam Uber Eats, een last onder dwangsom opgelegd voor het in strijd met de Afvalstoffenverordening bezorgen van ongeadresseerd reclamedrukwerk aan de Sigrid Undsetweg te Rotterdam, zonder dat de bewoners kenbaar hebben gemaakt geen bezwaar te hebben tegen het ontvangen van ongeadresseerd reclamedrukwerk. Rotterdam heeft met ingang van 1 november 2020 een nieuw systeem van brievenbusstickers ingevoerd om de verspreiding van ongewenst drukwerk te voorkomen, het zogenaamde opt-insysteem. Waar voorheen bewoners een Nee/Nee- of Nee/Ja-sticker op hun brievenbus moesten plakken om kenbaar te maken dat zij geen ongeadresseerd reclamedrukwerk op prijs stelden, geldt nu dat ongeadresseerd reclamedrukwerk alleen bezorgd mag worden bij bewoners die expliciet kenbaar hebben gemaakt dit wel te willen ontvangen, doordat zij een Ja/Ja-sticker op hun brievenbus hebben geplakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3077
Datum uitspraak
26 oktober 2022
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Afval
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202105589/1/R4
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202105589/1/R4

202105762/1/A3

Bij besluit van 17 oktober 2019 heeft de burgemeester van Rotterdam gelast om het appartement aan de [locatie] in Rotterdam voor de duur van zes maanden te sluiten. [appellante] woonde met haar [toenmalige echtgenoot] in het appartement aan de [locatie] in Rotterdam. Zij huurden het appartement van woningcorporatie Havensteder. Op 14 juli 2019 ontving de politie een anonieme melding dat er mogelijk verdovende middelen en/of een aanzienlijk geldbedrag in een personenauto lagen. De politie heeft de auto met drie inzittenden, onder wie [toenmalige echtgenoot], staande gehouden en de auto doorzocht. Daarnaast heeft de politie het appartement en de bijbehorende kelderbox doorzocht. In een bestuurlijke rapportage van 7 augustus 2019 staat dat in de kelderbox een wasteil is aangetroffen die zwaar vervuild was met bruin poeder. In de wasteil lagen een eveneens met bruin poeder vervuilde pollepel en zeefje en een zakje met bruin poeder.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3076
Datum uitspraak
26 oktober 2022
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202105762/1/A3

202106247/1/R1

Bij besluit van 27 augustus 2019 heeft het college aan North Sea Venue B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het in afwijking van het ter plaatse geldende bestemmingsplan gebruiken van de locatie Hemkade 48 voor het houden van muziekevenement Crazy Wonderland Festival op 31 augustus 2019. [appellant] woont op het perceel [locatie] te Zaandam en drijft daar een natuurgeneeskundige praktijk aan huis. Het perceel Hemkade 48, waarop de aan NSV verleende omgevingsvergunningen betrekking hebben, grenst aan het perceel [locatie]. NSV drijft in het pand op het perceel een nachtclub/discotheek. Op het terrein rondom het pand van NSV vinden meerdere keren per jaar door NSV georganiseerde buitenevenementen met versterkte muziek plaats. Het college heeft voor die evenementen aan NSV een evenementenvergunning verleend als bedoeld in de Algemene plaatselijke verordening Zaanstad. [appellant] betoogt dat de muziekevenementen niet hadden mogen worden vergund, omdat geen sprake is van een planologische borging.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3089
Datum uitspraak
26 oktober 2022
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202106247/1/R1

202106637/1/R4

Bij besluit van 6 oktober 2021 heeft de raad van de gemeente Barneveld het bestemmingsplan "Kerkstraat-Rembrandtstraat" vastgesteld. Bij besluit van 6 oktober 2021 heeft het college hogere waarden zoals bedoeld in artikel 110a van de Wet geluidhinder vastgesteld ten behoeve van het bestemmingsplan "Kerkstraat-Rembrandtstraat". Bij besluit van 14 oktober 2021 heeft het college een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van 25 appartementen, het aanleggen van een uitrit, het kappen van 59 bomen en het verplanten van 1 boom en het wijzigen van een beschermd monument op het perceel tussen de Kerkstraat, de Jan Steenstraat en de Rembrandtstraat in Voorthuizen. Het plan maakt op het perceel een appartementengebouw met 25 wooneenheden mogelijk, met daarbij een parkeerterrein en een ontsluiting aan de kant van de Rembrandtstraat. Om het appartementengebouw te kunnen realiseren, is nodig dat een deel van het Kerkheem wordt gesloopt en een deel van de bomen wordt gekapt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3093
Datum uitspraak
26 oktober 2022
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Bouwen
  • RO - Gelderland
  • RO - Geluid
  • uitspraakin de zaak202106637/1/R4

202107264/1/R1

Bij besluit van 12 oktober 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort onder meer de locatie ter hoogte van [locatie 1] in Amersfoort (locatie 33838) aangewezen voor het plaatsen van een ondergrondse restafvalcontainer. Het college heeft met het aanwijzingsbesluit onder andere de locatie 33838 ter hoogte van de [locatie 1] aangewezen als locatie voor een ORAC. Deze locatie is gewijzigd vastgesteld naar aanleiding van een zienswijze. In het ontwerpplan was de locatie van de ORAC dichter bij de rotonde van de Bergenboulevard voorzien. [appellant] en anderen kunnen zich niet verenigen met deze wijziging van de aangewezen locatie ten opzichte van het ontwerp. Bij de keuze voor een locatie voor een ORAC moet het college een afweging maken van alle belangen die betrokken zijn bij de vaststelling van het locatieplan. Daarbij heeft het college beleidsruimte.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3094
Datum uitspraak
26 oktober 2022
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202107264/1/R1
vorige pagina1...182183184...1.241volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon