Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 120.530
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202107021/2/V2

Bij besluit van 17 december 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2616
Datum uitspraak
24 november 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202107021/2/V2

202107044/2/V2

Bij besluit van 4 juni 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2657
Datum uitspraak
24 november 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202107044/2/V2

202107142/2/V2

Bij besluiten van 3 juni 2021 heeft de staatssecretaris aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2656
Datum uitspraak
24 november 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202107142/2/V2

202107316/2/V2

Bij besluit van 2 augustus 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2655
Datum uitspraak
24 november 2021
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202107316/2/V2

202001305/1/V1

Bij besluit van 30 augustus 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd met terugwerkende kracht tot 29 december 2009 ingetrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2550
Datum uitspraak
24 november 2021
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202001305/1/V1

201805874/1/R2

Bij besluit van 14 mei 2018 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant een vergunning krachtens de Wet natuurbescherming verleend voor de realisatie en de ingebruikname van het project "Gebiedsontwikkeling Oostelijke Langstraat" en heeft het college een ontheffing verleend van het verbod als bedoeld in artikel 3.10, eerste lid, van de Wnb. Bij besluit van 27 juni 2018 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat op grond van artikel 8, eerste lid, van de Wegenwet de op- en afritten van de aansluitingen 39 Waalwijk-Oost, 43 Nieuwkuijk en 44 Vlijmen gelegen langs de rijksweg A59 in de gemeenten Waalwijk en Heusden aan het openbaar verkeer onttrokken. Bij besluit van 29 juni 2018 hebben provinciale staten de inpassingsplannen "Gebiedsontwikkeling Oostelijke Langstraat West" en "Gebiedsontwikkeling Oostelijke Langstraat Oost" vastgesteld. Het PIP GOL West en het PIP GOL Oost voorzien in een integrale gebiedsontwikkeling van de Oostelijke Langstraat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2627
Datum uitspraak
24 november 2021
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Inpassingsplan
  • Natuurbescherming
  • Wegenwet
  • uitspraakin de zaak201805874/1/R2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak201805874/1/R2

201901732/1/R3

Bij besluit van 29 november 2018 heeft de raad van de gemeente Den Haag het bestemmingsplan "Omgevingsplan Binckhorst" vastgesteld. Het plan heeft betrekking op de wijk Binckhorst in Den Haag. In deze wijk zijn van oudsher veel bedrijven gevestigd. De raad heeft de ambitie om deze wijk op een organische wijze te transformeren naar een levendige gemengde stadswijk waar gewoond en gewerkt wordt. Met het plan beoogt de raad deze transformatie te faciliteren. Met het oog daarop is gekozen voor een flexibel plan waarin onderscheid is gemaakt tussen regels voor bestaande activiteiten en regels voor nieuwe activiteiten. Voor de transformatie van de Binckhorst heeft de raad gekozen voor het vaststellen van een zogenoemd "bestemmingsplan met verbrede reikwijdte".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2649
Datum uitspraak
24 november 2021
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak201901732/1/R3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak201901732/1/R3

201906131/1/R4

Bij besluit van 4 juli 2019 heeft de raad van de gemeente Ermelo het bestemmingsplan "Strand Horst" vastgesteld. Dit bestemmingsplan heeft betrekking op Strand Horst. Strand Horst vormt de oostoever van het Nuldernauw en ligt op de overgang van het Nuldernauw naar het Wolderwijd. Het gebied ligt in de gemeente Ermelo, ten zuidwesten van Harderwijk. Direct langs Strand Horst loopt de rijksweg A28. Aan de overzijde van het Nuldernauw ligt de gemeente Zeewolde. Het plan biedt een juridische basis voor een verdere ontwikkeling van het gebied Strand Horst. Het doel van het plan is een versterking van de recreatieve mogelijkheden en de toeristische faciliteiten. In het plan is onder meer de bestemming "Cultuur en ontspanning" opgenomen met twee bouwvlakken. Hier zijn maximaal twee hotels (met in totaal 150 kamers) en een evenementenhal toegestaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2628
Datum uitspraak
24 november 2021
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Flevoland
  • uitspraakin de zaak201906131/1/R4

201906616/1/A3

Bij besluit van 26 november 2015 heeft het College bescherming persoonsgegevens (thans: de AP) een verzoek van Vrijbit om op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens (hierna: de Wbp) handhavend op te treden tegen Nederlandse zorgverzekeraars afgewezen. Het gaat in deze zaak om een handhavingsverzoek van Vrijbit. Volgens Vrijbit vormen de door Zorgverzekering Nederland (hierna: ZN) opgestelde regels - waar alle zorgverzekeraars zich aan moeten houden - een schending van de Wbp, artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM) en het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna: het Handvest). Hiertegen moet door de AP handhavend worden opgetreden, ook als er geen concrete schending in de uitvoering is geconstateerd. De regels moeten altijd in orde zijn, zeker waar het gaat om de verwerking van medische persoonsgegevens.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2621
Datum uitspraak
24 november 2021
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak201906616/1/A3

201907864/1/R3

Bij besluit van 27 mei 2019 heeft de raad van de gemeente Kaag en Braassem het exploitatieplan "Braassemerland 2019" vastgesteld. Met het oog op de met het bestemmingsplan mogelijk gemaakte bouwplannen en het verhaal van daarbij aan de orde komende exploitatiekosten is het exploitatieplan vastgesteld. Het exploitatieplan heeft betrekking op een kleiner gebied dan het bestemmingsplan. [appellant A] en anderen zijn eigenaar van gronden binnen het exploitatiegebied. Zij zijn het niet eens met het besluit. [appellant A] en anderen betogen dat de raad de inbrengwaarde van hun percelen te laag heeft ingeschat. Zij voeren in dit verband ten eerste aan dat de taxateurs geen (recente) marktkennis en praktijkervaring hebben. De taxateurs hebben voor de uitkomst aansluiting gezocht bij een advies van 6 januari 2017, uitgebracht in een andere procedure. Ook hebben de taxateurs andere transacties niet meegenomen in het rapport.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2645
Datum uitspraak
24 november 2021
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak201907864/1/R3

201908048/1/R4

Bij besluit van 26 september 2019 heeft de minister van Economische Zaken en Klimaat ingestemd met het door Vermilion Energy Netherlands B.V. ingediende geactualiseerde winningsplan Weststellingwerf. Vermilion beschikt over een winningsvergunning voor het gebied Gorredijk. Binnen dit gebied ligt het voorkomen Weststellingwerf. Een voorkomen (hierna: gasveld) is de wettelijke term voor een gasveld. Aardgas (hierna: gas) valt onder het in de Mijnbouwwet (hierna: de Mbw) genoemde begrip koolwaterstof. Gasveld Weststellingwerf ligt geografisch gezien in de provincie Fryslân, binnen de grenzen van de gemeenten Weststellingwerf en Ooststellingwerf en het verzorgingsgebied van wetterskip Fryslân. Gasveld Weststellingwerf is een zogenoemd klein gasveld. De gaswinning waar een vergunning voor is verleend dient plaats te vinden op grond van een winningsplan waar de minister mee heeft ingestemd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2634
Datum uitspraak
24 november 2021
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Milieu - Overige
  • uitspraakin de zaak201908048/1/R4

201908476/1/R3

Bij besluit van 12 juli 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Súdwest-Fryslân geweigerd aan [appellant A] en anderen een omgevingsvergunning te verlenen voor het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan op het perceel [locatie te Bolsward. [appellant A] en anderen zijn eigenaren van het perceel [locatie te Bolsward. Ter plaatse bevindt zich een appartementencomplex, De Remise, met commerciële ruimte op de begane grond. [appellant A] en anderen beogen daar een drogisterij ("Trekpleister") te vestigen. In het bestemmingsplan "Bolsward - Kom", door de raad van de toenmalige gemeente Bolsward vastgesteld bij besluit van 16 september 2008, is aan de gronden de bestemming "Verkeer - Verblijf 1" toegekend. Bij brieven van 14 februari 2018 en 8 mei 2018 hebben [appellant A] en anderen het college verzocht een omgevingsvergunning te verlenen voor het gebruiken van gronden of bouwwerken voor het vestigen van een detailhandelsbedrijf.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2648
Datum uitspraak
24 november 2021
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak201908476/1/R3

202001583/1/V6

Bij besluit van 28 februari 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het Nederlanderschap van [appellant sub 2] ingetrokken. [appellant sub 2] is geboren op [geboortedatum] 1963, bezit de Marokkaanse nationaliteit en was van [datum] 1993 tot en met [datum] 2002 getrouwd met [persoon 1]. Bij besluit van 2 december 2002 heeft de staatssecretaris [appellant sub 2] een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd verleend voor verblijf bij partner [persoon 2]. Bij besluit van 2 februari 2010 heeft de staatssecretaris [appellant sub 2] een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd verleend met de aantekening 'EG-langdurig ingezetene'. Bij Koninklijk Besluit van 19 juni 2014 is aan [appellant sub 2] het Nederlanderschap verleend. De staatssecretaris heeft het Nederlanderschap van [appellant sub 2] ingetrokken krachtens artikel 14, eerste lid, van de Rijkswet op het Nederlanderschap.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2626
Datum uitspraak
24 november 2021
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202001583/1/V6

202002335/1/A2

Bij besluiten van 10 mei 2019 en 7 juni 2019 heeft de Belastingdienst/Toeslagen voorschotten kindgebonden budget (€ 1.152,00) en zorgtoeslag (€ 594,00) van [appellant] over 2018 herzien. [appellant] heeft voorschotten kindgebonden budget en zorgtoeslag over 2018 en 2019 ontvangen. Hij kan zich niet vinden in de hoogte van deze voorschotten. Met name omdat hij hoge zorgkosten voor zijn zoon heeft, die hij zonder de toeslagen met een alleenstaande ouderkop (hierna: de ALO-kop) niet kan betalen. Sinds 21 januari 2006 is [appellant] gehuwd met [echtgenote]. Zij hebben samen een zoon. Hun zoon is gediagnosticeerd met suikerziekte. [echtgenote] en haar zoon wonen in Marokko, [appellant] in Nederland. [appellant] heeft een Nederlandse zorgverzekering. [echtgenote] is voor de zorgverzekering meeverzekerd via het Centraal Administratiekantoor.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2619
Datum uitspraak
24 november 2021
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202002335/1/A2

202003211/1/R3

Bij besluit van 21 april 2020 heeft de raad van de gemeente Dinkelland de aanvraag van [appellant] om een bestemmingsplan vast te stellen voor het perceel [locatie] te Deurningen, afgewezen. [appellant] heeft de aanvraag ingediend om op zijn perceel [locatie] te Deurningen ten zuiden van de bestaande woning een tweede vrijstaande woning te bouwen. Het college van burgemeester en wethouders heeft besloten om de aanvraag in te willigen, een ontwerpplan ter inzage gelegd dat de bouw van de woning mogelijk maakt, en de raad voorgesteld om het bestemmingsplan vast te stellen. De raad heeft geweigerd het bestemmingsplan vast te stellen en de aanvraag afgewezen, omdat de woning in strijd is met het beleid in de Nota inbreidingslocaties 2016 en er geen sprake is van bijzondere omstandigheden om af te wijken van het beleid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2633
Datum uitspraak
24 november 2021
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202003211/1/R3

202003586/1/A2

Bij besluit van 5 januari 2018 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het recht van [appellant] op huurtoeslag over 2016 op nihil vastgesteld en € 3.047,00 aan uitbetaalde voorschotten teruggevorderd. [appellant] heeft op grond van een vaststellingsovereenkomst met [schoolverzekering] van 26 oktober 1984 een schadevergoeding van fl. 37.712,50, omgerekend € 17.113,19, ontvangen. Op grond van een vaststellingsovereenkomst met Onderlinge Studenten Gezondheidzorg "SSGZ" U.A. (hierna: SSGZ) van 12 maart 1987 heeft hij een schadevergoeding van fl. 73.990,68, omgerekend € 33.575,51, ontvangen. Beide uitkeringen zijn verstrekt in verband met een fietsongeluk dat [appellant] op 17 juli 1982 in Zuid-Frankrijk heeft gehad met blijvende ernstige invaliditeit tot gevolg. Voor de inkomstenbelasting behoort dit bedrag in de voor deze zaak relevante periode van in totaal en afgerond € 50.689,00 tot het vermogen van [appellant].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2646
Datum uitspraak
24 november 2021
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202003586/1/A2

202005046/1/A2

Bij besluit van 7 november 2016 heeft de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport [appellant] te kennen gegeven zijn registratie als tandarts in het zogenoemde BIG-register na 31 december 2016 door te halen, tenzij hij uiterlijk op die datum een aanvraag voor herregistratie indient. Het BIG-register is door de minister ingesteld op grond van artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (hierna: de Wet BIG). Deze wet kent een stelsel van titelbescherming voor bepaalde beroepen, zoals tandarts. Alleen degenen die als tandarts in het register van tandartsen in het BIG-register staan ingeschreven, mogen die titel voeren. In artikel 2 van het Besluit periodieke registratie Wet BIG is bepaald dat een inschrijving in het BIG-register vijf jaar geldig is. Met ingang van 1 januari 2012 geldt dat ook voor inschrijving in het register van tandartsen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2647
Datum uitspraak
24 november 2021
  • Hoger beroep
  • Gezondheidszorg
  • uitspraakin de zaak202005046/1/A2

202005336/3/V6

Bij besluit van 26 juni 2019 (hierna: besluit I) heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid [appellante] een boete opgelegd van € 100,00 wegens het niet tijdig voldoen aan de inburgeringsplicht als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Wet inburgering. Ook heeft de minister bepaald dat [appellante] de lening die zij bij de Dienst Uitvoering Onderwijs (hierna: DUO) heeft afgesloten moet terugbetalen, omdat zij niet op tijd is ingeburgerd. [appellante] betoogt dat zij besluit I niet heeft ontvangen en pas na ontvangst van besluit II ervan op de hoogte is gekomen. De rechtbank heeft volgens haar ten onrechte overwogen dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is, omdat haar ex-partner dit besluit waarschijnlijk in ontvangst heeft genomen en voor haar verborgen heeft gehouden. De rechtbank heeft ten onrechte overwogen dat dit in de risicosfeer ligt van [appellante]. Verder voert [appellante] op de zitting aan dat besluit I mogelijk is kwijtgeraakt tijdens haar verhuizing.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2637
Datum uitspraak
24 november 2021
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202005336/3/V6

202005763/1/R1

Bij besluit van 29 mei 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bergen (NH) aan [vergunninghoudster] een omgevingsvergunning verleend voor het aanleggen van riolering, het uitvoeren van grondwerkzaamheden en het aanleggen van een weg op het recreatieterrein [locatie 1] in Schoorl (hierna: het perceel) en voor het wijzigen van een uitrit. [vergunninghoudster] is eigenaar van het op het perceel gelegen recreatieterrein en wil daar een aantal recreatiewoningen realiseren. Op grond van het bestemmingsplan "Schoorl-kernen en buurtschappen" rust op het perceel voor het grootste gedeelte de bestemming "Recreatieterrein" en voor het overige de bestemming "Groen". Het perceel heeft verder de dubbelbestemming "Archeologisch waardevol gebied" en de aanduiding "regime I". Vanwege deze dubbelbestemming is in artikel 23 van de planregels bepaalt dat een omgevingsvergunning nodig is voor het aanleggen van riolering, het uitvoeren van grondwerkzaamheden en het aanleggen van een weg.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2630
Datum uitspraak
24 november 2021
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202005763/1/R1

202006031/1/A3

Bij besluit van 11 juni 2019 heeft TÜV Nederland QA B.V. het verzoek van [bedrijf] om terug te komen van het besluit tot schorsing en van het besluit tot intrekking van haar asbestverwijderingscertificaat afgewezen. [bedrijf] is een bedrijf dat zich bezighoudt met onder meer asbestsanering. Bij besluit van 24 april 2017 heeft TÜV het procescertificaat van [bedrijf] voor asbestverwijdering onvoorwaardelijk geschorst voor een duur van 30 dagen. Bij een controle van projectlocatie [locatie] op 16 maart 2017 zijn afwijkingen geconstateerd ten aanzien van artikelen van Bijlage XIIIa bij artikel 4.27 van de Arboregeling. In bezwaar is die schorsing gehandhaafd. Bij uitspraak van 27 februari 2018 heeft de rechtbank het beroep daartegen ongegrond verklaard. Bij besluit van 18 september 2017 heeft TÜV het procescertificaat van [bedrijf] ingetrokken. Daarbij heeft TÜV zich op het standpunt gesteld dat er binnen twee jaar na een onvoorwaardelijke schorsing opnieuw gronden bestaan voor een onvoorwaardelijke schorsing.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2642
Datum uitspraak
24 november 2021
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202006031/1/A3

202006318/1/A3

Bij besluit van 3 juli 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag de aanvraag van [appellante] om een voorrangsverklaring afgewezen. [appellante] is in juli 2018 met twee minderjarige dochters vanuit Curaçao naar Nederland gekomen voor werk en een goede opleiding voor haar kinderen. Zij zijn eerst gaan wonen bij een kennis in Den Haag en daarna bij een andere dochter in een eenkamerwoning in Den Haag. Haar minderjarige zoon woonde toen ook bij haar. Ze kon geen passende woonruimte vinden. Het wonen in de te kleine woning leidde tot gezondheidsklachten, vooral bij een minderjarige dochter. Deze is daarvoor naar een psycholoog gegaan. [appellante] heeft op 6 april 2019 bij het college een voorrangsverklaring als woningzoekende aangevraagd. Daarbij heeft zij een verklaring van een hulpverlener overgelegd inhoudend dat [appellante] vanwege haar woonsituatie voor een voorrangsverklaring in aanmerking komt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2652
Datum uitspraak
24 november 2021
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202006318/1/A3

202006469/1/A3

Bij besluit van 29 oktober 2018 heeft de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit een verzoek op grond van de Wet openbaarheid van bestuur van RTL Nieuws gedeeltelijk toegewezen en gedeeltelijk afgewezen. RTL Nieuws heeft de minister op grond van de Wob onder andere verzocht om documenten openbaar te maken die betrekking hebben op dierenwelzijn. Daarbij heeft RTL Nieuws verzocht om informatie over het toezicht van de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit (hierna: NVWA) op bedrijven op het gebied van dierenwelzijn. RTL Nieuws heeft aangegeven niet geïnteresseerd te zijn in namen van personen binnen de betrokken rechtspersonen. Op basis van dit verzoek heeft de minister 474 dossiers aangetroffen die daarop betrekking hebben, waaronder ook een dossier dat betrekking heeft op [appellant]. De minister heeft besloten die documenten deels openbaar te maken. Aan de weigering passages openbaar te maken heeft de minister artikel 10, tweede lid, aanhef en onder c en g, van de Wob ten grondslag gelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2622
Datum uitspraak
24 november 2021
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202006469/1/A3

202006478/1/A3

Bij besluit van 26 januari 2020 heeft de burgemeester van Schiedam aan [appellant] een huisverbod opgelegd voor de duur van tien dagen. Bij besluit van 26 januari 2020 heeft de burgemeester aan [wederpartij] een huisverbod opgelegd. Daaraan ging op 25 januari 2020 een incident vooraf, waarbij [wederpartij] in zijn woning zijn toen zeventienjarige zoon met een hondenkauwbot op zijn arm heeft geslagen en een ruit in een deur heeft vernield omdat hij dacht dat [de zoon] zijn wiet had gestolen (hierna: het incident). [de zoon] heeft na het incident 112 gebeld. Toen de politie kwam was de situatie weer rustig. De politie zag dat [de zoon] een verdikte elleboog had en dat de ruit gebroken was. [de ex-partner], de moeder van [de zoon] en toenmalige partner van [wederpartij], was niet thuis toen het gebeurde. Aan het besluit is een rapportage van het Crisis Interventie Team (CIT) ten grondslag gelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2653
Datum uitspraak
24 november 2021
  • Hoger beroep
  • Huisverbod
  • uitspraakin de zaak202006478/1/A3

202006558/1/A3

Bij besluit van 19 oktober 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan [appellant] een boete opgelegd van € 20.500,00 wegens het zonder vergunning onttrekken van een woning aan de bestemming tot woning. [appellant] heeft in hoger beroep verwezen naar dat wat hij in beroep heeft aangevoerd. Verder voert [appellant] aan dat de aan hem opgelegde boete, gelet op een uitspraak van de Afdeling van 2 december 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2850, moet worden gematigd. Bij besluit van 30 maart 2021 heeft het college, gelet op de uitspraak van de Afdeling van 2 december 2020, de boete gematigd tot € 11.600,00. Het college heeft gesteld dat het besluit van 12 februari 2019 gedeeltelijk wordt herroepen voor wat betreft de hoogte van de boete en voor het overige in stand blijft. Het besluit van 12 februari 2019 wordt als herhaald en ingelast beschouwd met uitzondering van de tekst onder de kopjes ‘Matiging van de boete’ en ‘Proceskosten’.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2620
Datum uitspraak
24 november 2021
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202006558/1/A3

202100210/1/A3

Bij besluit van 19 juni 2019 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat besloten op een verzoek van de werkgroep "Oirschot Aquaduct in 't Groen", dat ingediend is op grond van de Wet openbaarheid van bestuur. Op 13 mei 2013 heeft de minister de startbeslissing genomen voor het uitvoeren van een zogeheten MIRT (Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport)-verkenning om het te verwachten knelpunt op de autosnelweg A58 tussen Eindhoven en Tilburg aan te pakken. In paragraaf 2.2.3 van de startbeslissing staat dat het Rijk voor de periode 2021-2023 een voorlopig budget van € 425 miljoen heeft gereserveerd voor de deeltrajecten Eindhoven - Tilburg - Sint-Annabosch - Galder. Het richtbedrag voor het deeltraject Eindhoven - Tilburg is ruim € 300 miljoen. Een capaciteitsuitbreiding naar 2x3 rijstroken tussen Eindhoven en Tilburg is het uitgangspunt geweest voor de voorlopige reservering.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2635
Datum uitspraak
24 november 2021
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202100210/1/A3

202100325/1/A3

Bij besluit van 8 oktober 2019 heeft de burgemeester van Waalre besloten het bijgebouw op het perceel aan de [locatie 1] in Waalre met ingang van 16 oktober 2019 te sluiten voor een duur van 12 maanden. Aan de [locatie 2] ligt een woonwagenkamp met 16 percelen. [appellant sub A] en [appellant sub B] wonen op het perceel aan [locatie 1] en zijn eigenaren van een bijgebouw op dat perceel. Op 3 september 2019 hebben toezichthouders van de gemeente, ondersteund door de politie, in het kamp een bestuurlijke controle verricht naar diverse bouwwerken en beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten aan huis. De bevindingen van die controle zijn neergelegd in een bestuurlijke rapportage van de politie Oost-Brabant van 8 september 2019. De bevindingen over de [locatie 1] zijn in een afzonderlijke bestuurlijke rapportage van 20 september 2019 neergelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2638
Datum uitspraak
24 november 2021
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202100325/1/A3

202100459/1/A3

Bij besluit van 14 maart 2019 heeft de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties geweigerd om voor [appellant] een verklaring van geen bezwaar voor het vervullen van de vertrouwensfunctie van piloot af te geven. [appellant] is op 6 september 2018 door TUI Airlines Nederland B.V. (TUI) aangemeld bij de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) voor een veiligheidsonderzoek-B burgerluchtvaart en afgifte door de minister van een vvgb voor de vertrouwensfunctie van piloot bij TUI. [appellant] woonde van 8 maart 2011 tot en met 18 september 2012 met zijn gezin in Maleisië en van 2 januari 2014 tot en met 30 augustus 2018 in Oman, waar hij heeft gewerkt als piloot bij Oman Air. De minister heeft geweigerd om voor [appellant] een vvgb af te geven omdat het veiligheidsonderzoek onvoldoende gegevens heeft opgeleverd voor de conclusie dat er voldoende waarborgen zijn dat [appellant] onder alle omstandigheden de uit de vertrouwensfunctie voortvloeiende plichten getrouwelijk zal volbrengen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2651
Datum uitspraak
24 november 2021
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202100459/1/A3

202100608/1/A3

Bij besluit van 24 augustus 2018 heeft de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties geweigerd om voor [appellante] een verklaring van geen bezwaar voor het vervullen van de vertrouwensfunctie van piloot af te geven. [appellante] is op 2 maart 2018 door KLM Recruitment Services SPL/HU aangemeld bij de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) voor een veiligheidsonderzoek en afgifte van een verklaring van geen bezwaar (vggb) voor de vertrouwensfunctie van piloot bij de KLM. [appellante] woonde toen ongeveer zes jaar in Qatar en werkte als piloot bij Qatar Airways. Daarvoor woonde en werkte zij als piloot in Curaçao. De minister heeft geweigerd om voor [appellante] een vvgb af te geven omdat het veiligheidsonderzoek onvoldoende gegevens heeft opgeleverd voor de conclusie dat er voldoende waarborgen zijn dat [appellante] onder alle omstandigheden de uit de vertrouwensfunctie voortvloeiende plichten getrouwelijk zal volbrengen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2650
Datum uitspraak
24 november 2021
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202100608/1/A3

202101037/1/A2

Bij besluit van 6 december 2019 heeft de minister van Economische Zaken aan [appellant sub 1] een schadevergoeding van € 13.805,42, inclusief wettelijke rente, toegekend. [appellant sub 1] is sinds december 2015 eigenaar van de woning aan [locatie] in [woonplaats]. De woning is gebouwd in 1975 en bevindt zich boven het Groningenveld, in het gebied waar zich als gevolg van gaswinning bodemdaling en aardbevingen voordoen. Op 24 december 2018 heeft [appellant sub 1] schade aan de woning als gevolg van mijnbouwactiviteiten in het Groningenveld gemeld bij de Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen. De schade is onder meer omschreven als scheuren in de vloer van de hal en de woonkamer. Bij besluit van 20 mei 2020 heeft de Tijdelijke Commissie geen aanleiding gezien een hogere schadevergoeding toe te kennen dan € 13.805,42, inclusief wettelijke rente, voor schades 1 t/m 7.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2625
Datum uitspraak
24 november 2021
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202101037/1/A2

202101440/1/R1

Bij besluit van 15 september 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Dinkelland het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen het gebruik van zijn gronden aan de [locatie] in Saasveld als waterberging door het waterschap Vechtstromen, afgewezen. [appellant] woont aan de [locatie] te Saasveld en exploiteert daar een landbouwbedrijf en een veehouderij. Volgens het ter plekke geldende bestemmingsplan "Buitengebied 2010" hebben zijn gronden de bestemming "Agrarisch - 1".[appellant] heeft om handhavend optreden verzocht, omdat het waterschap in strijd met het bestemmingsplan zijn gronden gebruikt voor waterberging, meer in het bijzonder wanneer de nabijgelegen Molenbeek als gevolg van regenval buiten zijn oevers treedt en delen van zijn gronden onder water komen te staan. Het college heeft het handhavingsverzoek op 15 september 2017 afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2624
Datum uitspraak
24 november 2021
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202101440/1/R1

202101594/1/R1

Bij ongedateerd besluit, bekendgemaakt op 10 februari 2021, heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdame besloten tot de aanwijzing van de locatie ter hoogte van [locatie 2] in Rotterdam voor het plaatsen van twee ondergrondse restafvalcontainers. [appellant] en anderen wonen op de adressen [locaties]. Ter hoogte van [locatie 2], tegenover hun woningen, staan al twee half verdiepte afvalcontainers. Deze zullen na de plaatsing van de orac’s waarin het bestreden besluit voorziet, worden verwijderd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2632
Datum uitspraak
24 november 2021
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202101594/1/R1

202101610/1/A2

Bij besluit van 19 juli 2018, herzien bij het besluit van 4 april 2019, heeft het college van burgemeester en wethouders van Westland de aan de plantenkwekerij toekomende subsidie op nihil vastgesteld. Het gebied Poelzone wordt geherstructureerd. De herstructurering bestaat uit het realiseren van nieuwe glastuinbouwbedrijven in gebieden die slecht verkaveld zijn en waar verouderde kassen staan. In het kader van de herstructurering moeten woningen worden verplaatst en watergangen vergraven. Om dat te stimuleren heeft de gemeenteraad op 25 oktober 2011 de verordening ‘Tender Herstructurering Poelzone' (hierna: de Subsidieverordening) vastgesteld. Deze verordening voorziet in de vergoeding van (een deel van) de kosten die gemaakt worden voor het verplaatsen van de woningen en de watergangen. Op 12 oktober 2012 heeft [bedrijf] een subsidieaanvraag gedaan voor het verwijderen en verplaatsen van agrarische bedrijfswoningen aan het [locatie 1], locatie 2] en [locatie 3] in Naaldwijk.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2629
Datum uitspraak
24 november 2021
  • Hoger beroep
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202101610/1/A2

202101611/1/V6

Bij besluit van 1 augustus 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het verzoek van [appellant] om hem het Nederlanderschap te verlenen afgewezen. De staatssecretaris heeft het verzoek afgewezen, omdat twijfel bestaat over de identiteit van [appellant]. Hij is afkomstig uit Somalië, waardoor de staatssecretaris hem heeft vrijgesteld van het vereiste een geldig buitenlands reisdocument en een gelegaliseerde geboorteakte over te leggen. Op 3 juni 2009 heeft [appellant] onder ede bij de gemeente Zoetermeer verklaard dat hij is geboren op [geboortedatum] 1971. Deze geboortedatum is vervolgens geregistreerd in de basisregistratie personen. In het aanvraagformulier van 15 februari 2010 voor verlenging van zijn verblijfsvergunning heeft [appellant] vervolgens verklaard dat hij is geboren op [geboortedatum] 1950. In zijn aanvraagformulier van 14 maart 2011 voor verlenging van zijn verblijfsvergunning heeft hij verder verklaard dat de geboortedatum [geboortedatum] 1971 juist is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2636
Datum uitspraak
24 november 2021
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202101611/1/V6

202101775/1/A2

Bij besluit van 2 december 2019 heeft de Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen aan [appellant] een schadevergoeding toegekend van € 7.756,45. [appellant] is eigenaar van de woning aan de [locatie]. De woning is gebouwd in 2003 en bevindt zich boven het Groningenveld, in het gebied waar zich als gevolg van gaswinning bodemdaling en aardbevingen voordoen. Op 16 januari 2018 heeft [appellant] schade als gevolg van mijnbouwactiviteiten in het Groningenveld gemeld bij het Centrum Veilig Wonen. In 2013 is een omvangrijke schade aan de woning behandeld en afgewikkeld. In deze procedure gaat het om nieuwe schades en om schades die volgens [appellant] na herstel in 2013 weer zijn ontstaan door mijnbouwactiviteiten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2631
Datum uitspraak
24 november 2021
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202101775/1/A2

202102595/1/R4

Bij besluit van 12 oktober 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 16 september 2020 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een zeer grote doos die op 16 september 2020 is aangetroffen naast een ondergrondse restafvalcontainer (hierna: ORAC) ter hoogte van de Roemer Visscherstraat 281 in Den Haag. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] de doos verkeerd heeft aangeboden, omdat haar adres op het adreslabel op de doos staat. [appellante] betwist niet dat de doos van haar afkomstig is, maar stelt dat zij niet degene is geweest die hem naast de ORAC heeft gezet.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2644
Datum uitspraak
24 november 2021
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202102595/1/R4

202102920/1/A3

Bij besluit van 15 februari 2019 heeft de minister voor Rechtsbescherming de aanvraag tot verlenging van een vergunning voor het in stand houden van een particuliere beveiligingsorganisatie, afgewezen. [appellant] is de eigenaar van het [beveiligingsbedrijf]. Op 18 november 2013 is aan [beveiligingsbedrijf] een vergunning verleend voor het in stand houden van een particuliere beveiligingsorganisatie, zoals bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (hierna: Wpbr). De vergunning is tot 1 november 2018 verleend. Op 28 augustus, aangevuld op 10 september 2018, heeft [appellant] een aanvraag gedaan om de vergunning te verlengen. Bij de beoordeling van de aanvraag heeft de minister de relevante gegevens uit het Justitieel Documentatie Systeem (hierna: JDS) geraadpleegd. Hieruit bleek dat [appellant] op 9 oktober 2018 door de politierechter is veroordeeld tot een geldboete van € 300,00, voor mishandeling.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2623
Datum uitspraak
24 november 2021
  • Hoger beroep
  • Beveiligingswerkzaamheden
  • uitspraakin de zaak202102920/1/A3

202103299/1/R4

Bij besluit van 24 oktober 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 28 september 2020 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een platgemaakte witte doos die op 28 september 2020 is aangetroffen naast een bovengrondse papiercontainer ter hoogte van de Regentesselaan 106 in Den Haag. Het college is ervan uitgegaan dat [appellant] de doos verkeerd heeft aangeboden, omdat zijn naam en adres op het adreslabel op de doos staan. [appellant] betwist niet dat de doos van hem afkomstig is, maar stelt dat hij de doos in de papiercontainer heeft gedaan. Hij vermoedt dat de doos daar weer uit is gevallen of daar door iemand anders weer uit is gehaald.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2643
Datum uitspraak
24 november 2021
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202103299/1/R4

202103645/1/R4

Bij besluit van 5 december 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 10 november 2020 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een witte doos die op 10 november 2020 is aangetroffen naast een ondergrondse papiercontainer ter hoogte van de Dr. Lelykade 68 in Den Haag. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] de doos verkeerd heeft aangeboden, omdat haar naam en adres op het adreslabel op de doos staan. [appellante] betwist niet dat de doos van haar afkomstig is, maar stelt dat zij de doos in de papiercontainer heeft gedaan. Zij voert daarbij aan dat de papiercontainer bijna vol was en dat het vanwege de geringe grootte van de doos is gelukt om hem tussen het andere papier in de papiercontainer te stoppen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2640
Datum uitspraak
24 november 2021
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202103645/1/R4

202103846/1/R4

Bij besluit van 25 januari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 30 december 2020 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een wit vierkant doosje dat op 30 december 2020 is aangetroffen naast een ondergrondse papiercontainer ter hoogte van de Apeldoornselaan 240 in Den Haag. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] het doosje verkeerd heeft aangeboden, omdat haar naam en adres op het adreslabel op de doos staan. [appellante] betwist dat zij een doos naast de papiercontainer heeft achtergelaten. Zij stelt dat op de foto’s in het controlerapport niet zichtbaar is dat er een doosje is aangetroffen met daarop haar naam en adres.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2641
Datum uitspraak
24 november 2021
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202103846/1/R4

202104175/1/R4

Bij besluit van 7 december 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 10 november 2020 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een zeer grote doos die op 10 november 2020 is aangetroffen naast een ondergrondse afvalcontainer ter hoogte van de Nannie van Wehlstraat 2 in Den Haag. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] de doos verkeerd heeft aangeboden, omdat haar naam en adres op het adreslabel op de doos staan. [appellante] betwist niet dat de doos van haar afkomstig is, maar stelt dat zij niet degene is geweest die de doos naast de ondergrondse container heeft gezet.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2639
Datum uitspraak
24 november 2021
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202104175/1/R4

202100316/1/V1

Bij besluiten van 10 mei 2017 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen om de vreemdelingen een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2618
Datum uitspraak
23 november 2021
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202100316/1/V1

202106943/2/V3

Bij besluit van 30 juli 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2613
Datum uitspraak
23 november 2021
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202106943/2/V3

202106740/2/R4

Bij besluit van 22 december 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zeist aan Schavast B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het slopen van bijgebouwen, kappen van diverse bomen, verbouwen en uitbreiden van het bestaande gebouw en het oprichten van een nieuw bouwdeel aan de Paltzerweg 210 te Zeist. Het vergunde bouwplan voorziet in een herontwikkeling van het bestaande woonzorgcomplex op het perceel naar een woonzorgcentrum met 128 zorgappartementen. Verder voorziet het plan in een huisartsenpraktijk met twee behandelkamers en is er ruimte voor ondersteunende diensten. Aan het perceel is in het bestemmingsplan "Den Dolder Zuid, Bosch en Duin, Huis ter Heide Noord" de bestemming "Maatschappelijk" toegekend. Verder is onder meer de aanduiding "maximum bebouwingspercentage terrein 55%" aan het perceel toegekend. Daarvóór gold op het perceel de 1e herziening van het plan Bosch & Duin 1997 op grond waarvan ter plaatse een maximum bebouwingspercentage van 35% was toegestaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2606
Datum uitspraak
22 november 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • Kapvergunningen
  • uitspraakin de zaak202106740/2/R4

202106858/2/V2

Bij besluiten van 6 juli 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hen een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2610
Datum uitspraak
22 november 2021
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202106858/2/V2

202106890/1/V3

Bij besluit van 11 september 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een inreisverbod tegen de vreemdeling uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2609
Datum uitspraak
22 november 2021
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202106890/1/V3

202106892/1/V3

Bij besluit van 11 september 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een inreisverbod tegen de vreemdeling uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2608
Datum uitspraak
22 november 2021
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202106892/1/V3

202106735/2/R1

Bij besluit van 30 september 2020 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat de aan [partij A], [partij B] en [partij C] (hierna gezamenlijk en in enkelvoud: [partij]) verleende vergunning op grond van de Wet beheer rijkswaterstaatswerken voor het wijzigen en behouden van een motorbrandstofverkooppunt aan de zuidzijde van de Rijksweg A12 ter hoogte van km 140,1 in de gemeente Duiven, ingetrokken per 1 januari 2021. De ingetrokken vergunning op grond van de Wbr is een vergunning voor het behouden en exploiteren van het motorbrandstofverkooppunt aan de zuidzijde van Rijksweg A12 ter hoogte van km 140,1 in de gemeente Duiven. De vergunning is verleend aan [partij]. [partij] heeft op 27 september 2006 met OHN een overeenkomst gesloten, waarbij [partij] aan OHN heeft verhuurd het recht om het verkooppunt te exploiteren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2605
Datum uitspraak
19 november 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202106735/2/R1

202106846/2/R2

Bij uitspraak van 22 oktober 2021 heeft de rechtbank het beroep van de Vereniging tegen de op 12 mei 2021 door het college op grond van de Wet natuurbescherming verleende ontheffing, ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2607
Datum uitspraak
19 november 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Flora en fauna
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202106846/2/R2

202101289/1/V3

Bij besluit van 21 januari 2021 heeft de de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2601
Datum uitspraak
18 november 2021
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202101289/1/V3

202103297/2/R3

Bij besluit van 16 maart 2021 heeft de raad van de gemeente Noordwijk het bestemmingsplan "Zilkerbinnenweg 14 eo" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt in het bollenteeltgebied van De Zilk een burgerwoning nabij Zilkerbinnenweg 14 mogelijk ten behoeve van een initiatief van [partij]. Verder is het nabijgelegen bouwvlak, waarbinnen op grond van het bestemmingsplan "Buitengebied 2015" bedrijfsbebouwing ten behoeve van bollenteelt mag worden opgericht, verkleind met een oppervlakte van ongeveer 4.000 m2. [verzoeker] en anderen zijn eigenaren en gebruikers van omliggende gronden. Zij zijn het niet eens met het mogelijk maken van de burgerwoning in het bollenteeltgebied en hebben de voorzieningenrechter verzocht om het bestemmingsplan te schorsen totdat in de bodemprocedure uitspraak is gedaan op hun beroep.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2552
Datum uitspraak
18 november 2021
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202103297/2/R3

202105904/2/R3

Bij besluit van 15 juli 2021 heeft de raad van de gemeente Alphen aan den Rijn het bestemmingsplan "Bentwijck, Benthuizen" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt op een gebied van ongeveer 8,5 hectare tussen de dorpskern Benthuizen en het bedrijvenpark Verbreepark woningbouw mogelijk. Aan de gronden in dit gebied is grotendeels de bestemming "Woongebied" toegekend. Op grond van artikel 6, lid 6.2.1, van de planregels mogen binnen dit gebied in totaal maximaal 200 woningen worden opgericht, waarvan minimaal 54 woningen als sociale huurwoningen worden gerealiseerd. Woningen mogen gebouwd worden in de vorm van vrijstaande woningen, twee-aaneen gebouwde woningen, aaneengebouwde woningen en gestapelde woningen, met dien verstande dat gestapelde woningen uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld' mogen worden gebouwd. [verzoeker] is het er niet mee eens dat in het zuidelijke deel van het plangebied aaneengesloten woningen mogelijk zijn gemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2545
Datum uitspraak
18 november 2021
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202105904/2/R3

202107218/2/V2

Bij besluit van 17 juli 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2604
Datum uitspraak
18 november 2021
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202107218/2/V2

202102098/2/R3

Bij besluit van 16 maart 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Leiden [verzoeker] onder oplegging van een dwangsom gelast om de strijdigheden met artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, en artikel 2.3a, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht te beëindigen. [verzoeker] heeft in 2017 de kozijnen vervangen van zijn woning aan de [locatie] te Leiden. Op 12 september 2019 hebben de buren van [verzoeker] een handhavingsverzoek ingediend met betrekking tot de vervangen kozijnen. Een toezichthouder van de gemeente heeft naar aanleiding van het handhavingsverzoek op 23 oktober 2019 een controle en op 20 februari 2020 een hercontrole uitgevoerd. Naar aanleiding van de bevindingen van de toezichthouder heeft het college op 16 maart 2020 een last onder dwangsom opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2546
Datum uitspraak
17 november 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202102098/2/R3

202103428/1/A3 en 202103428/2/A3

Bij besluit van 19 januari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam [appellant] onder oplegging van een last onder bestuursdwang gelast vanaf drie dagen na dat besluit geen standplaats meer in te nemen zonder vergunning. [appellant] exploiteert een loempiakraam. Ongeveer 20 jaar heeft zij daarvoor een standplaats gehad op het Binnenwegplein te Rotterdam, waarvan zeventien jaar ter hoogte van nummer 20. Bij besluit van 7 februari 2019 heeft het college voor het laatst een vergunning verleend voor het innemen van een standplaats op die plek. Wegens werkzaamheden aan het Binnenwegplein was de vergunning geldig tot en met 30 juni 2020. [appellant] heeft nieuwe aanvragen ingediend om weer een standplaats ter hoogte van nummer 20 te kunnen innemen. Het college heeft die aanvragen afgewezen bij besluiten van 24 november 2019 en 24 juni 2020 en die besluiten bij het besluit op bezwaar van 26 november 2020 gehandhaafd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2542
Datum uitspraak
17 november 2021
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202103428/1/A3 en 202103428/2/A3

202103833/1/V2

Bij besluit van 9 april 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, buiten behandeling gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2549
Datum uitspraak
17 november 2021
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202103833/1/V2

202106098/1/R2 en 202106098/2/R2

Bij besluit van 1 september 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven een omgevingsvergunning verleend voor de herontwikkeling van een bestaand kantoorpand aan de [locatie 1] in Eindhoven naar vijf appartementen. [appellanten] wonen aan de [locatie 2]. Zij kunnen zich niet verenigen met de verleende omgevingsvergunning, omdat zij vrezen dat het bouwplan hun woon- en leefklimaat aantast. Tussen partijen is niet in geschil dat de herontwikkeling van het kantoorpand naar vijf appartementen in strijd is met het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Strijp binnen de ring 2007" (hierna: het bestemmingsplan). Op grond van dit plan rust op het perceel de bestemming "Kantoren". De rechtbank heeft geoordeeld dat het college in redelijkheid de omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan kon verlenen, omdat de herontwikkeling van het kantoorpand naar vijf appartementen geen onevenredige gevolgen heeft voor het woon- en leefklimaat ter plaatse.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2478
Datum uitspraak
17 november 2021
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202106098/1/R2 en 202106098/2/R2

202106531/2/A3

Bij besluit van 6 juli 2021 heeft de burgemeester van Dordrecht besloten de woning van [verzoeker] aan de [locatie] in Dordrecht te sluiten voor de duur van drie maanden op grond van artikel 13b van de Opiumwet. [verzoeker] woont in een sociale huurwoning aan de [locatie] in Dordrecht. Op 20 mei 2021 heeft de politie deze woning doorzocht. Op dat moment woonde ook de zoon van [verzoeker] in de woning. Van de doorzoeking is op 28 mei 2021 een bestuurlijke rapportage opgemaakt. Hierin staat dat in de woonkamer, de slaapkamer van de zoon, op het balkon en in de berging in totaal 79,2 g cocaïne, 10,3 g MDMA, 2,4 g heroïne, versnijdingsmiddelen, gripzakjes, weegschalen, een pan met poederresten, een lepel met wit poeder en een lijst met namen van mogelijke klanten is aangetroffen. De burgemeester heeft naar aanleiding hiervan besloten de woning te sluiten. [verzoeker] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat sluiting noodzakelijk en evenredig is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2526
Datum uitspraak
17 november 2021
  • Voorlopige voorziening
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202106531/2/A3

201807412/3/R3

Bij uitspraak, onderscheidenlijk tussenuitspraak, van 8 april 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1020, heeft de Afdeling het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland opgedragen om binnen 26 weken na de verzending van de tussenuitspraak het daarin geconstateerde gebrek in het besluit van het college van 10 juli 2018, waarbij een aanwijzing is gegeven als bedoeld in artikel 3.8, zesde lid, van de Wet ruimtelijke ordening, te herstellen. In de tussenuitspraak is onder 12.2, 24.1, 32.1 en 39.2 overwogen dat het college in de reactieve aanwijzing niet per perceel inzichtelijk heeft gemaakt waarom omzetting van de bestaande bedrijfswoningen in burger- dan wel plattelandswoningen leidt tot een onevenredige aantasting van de omvang en bruikbaarheid van het glastuinbouwgebied en derhalve wel of niet buiten de reactieve aanwijzing konden worden gehouden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2599
Datum uitspraak
17 november 2021
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak201807412/3/R3

201807485/4/R3

Bij uitspraak, onderscheidenlijk tussenuitspraak van 8 april 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1019 (hierna: tussenuitspraak), heeft de Afdeling de raad van de gemeente Rotterdam opgedragen om binnen 26 weken na de verzending van de tussenuitspraak het daarin geconstateerde gebrek in het besluit van de raad van 28 juni 2018, waarbij het bestemmingsplan "Hoek van Holland - Buitengebied" is vastgesteld, te herstellen. In de tussenuitspraak is onder 9.5 overwogen dat in de planregels, noch op de verbeelding, de relatie van de voormalige agrarische bedrijfswoning aan de [locatie1] met het bijbehorende agrarische bedrijf is weergegeven. Tevens is in de tussenuitspraak onder 24.4 overwogen dat in de planregels, noch op de verbeelding, de relatie tussen de voormalige agrarische bedrijfswoningen, die nu als plattelandswoning zijn bestemd, en het bijbehorende agrarische bedrijf is weergegeven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2598
Datum uitspraak
17 november 2021
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak201807485/4/R3

201905476/1/R1

Bij besluit van 7 juni 2019 heeft de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat geweigerd aan [appellante] krachtens artikel 15.38 van de Wet milieubeheer ontheffing te verlenen van de bij besluit van 29 juni 2015 algemeen verbindend verklaarde "Overeenkomst inzake de afvalbeheersbijdrage voor autobanden". [appellante] heeft een groothandel in aanhangwagenonderdelen en is importeur van (cover)banden voor aanhangwagens. [appellante] is geen partij bij de overeenkomst en is geen lid van de Vereniging BEM. Voor de afzet van de aanhangwagenbanden moet zij op grond van artikel 2.3, aanhef en onder d, van de overeenkomst een afvalbeheersbijdrage van €1,50 per autoband betalen. Aan haar verzoek om ontheffing daarvan heeft zij, kort weergegeven, ten grondslag gelegd dat haar eigen afvalbeheersysteem ten minste gelijkwaardig is aan het systeem van de overeenkomst. De staatssecretaris heeft de ontheffing geweigerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2587
Datum uitspraak
17 november 2021
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Afval
  • Milieu - Overige
  • uitspraakin de zaak201905476/1/R1

201907485/1/A2

Bij verschillende besluiten van 2 mei 2017 onderscheidenlijk 12 juni 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Aa en Hunze een tegemoetkoming in planschade toegekend aan [partij A] van € 12.950,00, [partij B] van € 15.020,00, [partij C] van 15.850,00G en [partij D] van € 16.950,00. Bij verschillende besluiten van 27 maart 2018 heeft het college de door [appellante] daartegen gemaakte bezwaren gegrond verklaard en de besluiten van 2 mei 2017 en 12 juni 2017 in stand gelaten met aanvulling van de motivering. [partij A] is eigenaar van het perceel met woning [locatie 1], [partij B] van het perceel met woning [locatie 2], [partij C] van het perceel met woning [locatie 3] en [partij D] van het perceel met woning [locatie 4], alle te Annen. Zij hebben verzocht om een tegemoetkoming in planschade omdat dit bestemmingsplan op een perceel tegenover hun woningen nieuwe woningbouw mogelijk maakt. Hierdoor zijn hun percelen met woningen, naar zij stellen, in waarde gedaald.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2558
Datum uitspraak
17 november 2021
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak201907485/1/A2

201908671/1/A3

Bij besluit van 9 november 2018 heeft de korpschef van politie het verzoek om kennis te nemen van de politiegegevens die over [appellante] zijn verwerkt, deels toegewezen en deels afgewezen. Bij brief van 16 oktober 2018 heeft [appellante] op grond van artikel 25 van de Wet politiegegevens de korpschef verzocht om haar mee te delen of en, zo ja, welke haar betreffende politiegegevens worden verwerkt en wat de aanleiding en het doel zijn van de verwerking. De korpschef heeft het verzoek gedeeltelijk toegewezen en aan [appellante] een overzicht gestuurd van de registraties waarin persoonsgegevens van haar worden verwerkt. [appellante] betoogt dat er geen aanleiding bestaat om gegevens over haar te registreren en dat zij recht op inzage heeft in de gegevens die over haar zijn geregistreerd. Het ontbreekt haar echter aan informatie om te beoordelen of de rechtbank terecht heeft overwogen dat de weigering van de korpschef niet in strijd is met het recht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2593
Datum uitspraak
17 november 2021
  • Hoger beroep
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak201908671/1/A3

202001136/5/R4

Bij tussenuitspraak van 24 maart 2021, ECLI:NL:RVS:2021:622 heeft de Afdeling de raad van de gemeente Veenendaal opgedragen om binnen twaalf weken na de verzending van de tussenuitspraak het daarin omschreven gebrek in het besluit van 19 december 2019, waarbij de raad het bestemmingsplan "Correctieve herziening bestemmingsplan Woongebieden 2018" heeft vastgesteld, te herstellen. Bij besluit van 20 september 2018 heeft de raad het plan "Woongebieden 2018" vastgesteld. Dit plan kent aan het perceel van [appellant A] aan de [locatie] de bestemming "Wonen" toe en regelt onder meer dat op het perceel geen tweede woning mag worden gebouwd. [appellant A] wil op het perceel graag een tweede woning bouwen. Hij is daarom tegen dit plan opgekomen. Bij uitspraak van 4 september 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3042, heeft de Afdeling overwogen dat voor zover het plan niet voorziet in een tweede woning op het perceel aan de [locatie], het plan niet berust op een zorgvuldige belangenafweging.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2553
Datum uitspraak
17 november 2021
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202001136/5/R4

202001527/1/A2

Bij verkeersbesluit van 8 februari 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam besloten éénrichtingsverkeer in te voeren op het noordelijke deel van de Nieuwezijds Voorburgwal in Amsterdam onder meer door het plaatsen van verkeersborden. Bij het verkeersbesluit van 8 februari 2018 heeft het college besloten éénrichtingsverkeer in te voeren van noord naar zuid op het noordelijke deel van de Nieuwezijds Voorburgwal in Amsterdam. Daardoor is het rijden op de Nieuwezijds Voorburgwal richting het noorden niet meer mogelijk. In het besluit is vermeld dat de Nieuwezijds Voorburgwal is opgenomen in de Uitvoeringsagenda Mobiliteit als toekomstige fiets- en wandelboulevard en dat er meer ruimte voor fietsers en voetgangers ontstaat door de straat meer autoluw te maken. [appellant] woont aan de [locatie]. Dat ligt in de omgeving van de Nieuwezijds Voorburgwal. Hij vreest voor overlast door toenemend sluipverkeer in de Langestraat als gevolg van het verkeersbesluit.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2556
Datum uitspraak
17 november 2021
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202001527/1/A2

202001533/1/R3

Bij besluit van 10 december 2019 heeft de raad van de gemeente Wierden het bestemmingsplan "Buitengebied 2009, herziening Achteresweg 4" vastgesteld en voorts besloten om geen exploitatieplan vast te stellen. Op het perceel aan de Achteresweg 4 te Enter bevindt zich een voormalig agrarisch erf. Volgens paragraaf 1.1 van de plantoelichting wordt in het kader van de rood voor rood-regeling in totaal 5.980 m² aan voormalige agrarische bebouwing op het perceel gesloopt. Ter compensatie van de sloop mogen zeven woningen met bijgebouw worden gebouwd. Het plan voorziet in zes woningen en volgens de plantoelichting zal één van de zeven compensatiewoningen op een nader te bepalen locatie worden gerealiseerd. De voormalige bedrijfswoning heeft een woonbestemming gekregen. Het college heeft een omgevingsvergunning verleend voor onder meer het bouwen van vijf woningen op het perceel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2554
Datum uitspraak
17 november 2021
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202001533/1/R3

202001750/1/R2

Bij besluit van 6 november 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Maasgouw appellant] onder oplegging van een dwangsom gelast om het gebruik van het recreatieverblijf op het perceel [locatie] in Heel voor permanente bewoning te beëindigen en beëindigd te houden. [appellant] is eigenaar van het recreatieverblijf op het perceel. Naar aanleiding van een controle van de persoonsgegevens van [appellant] in de Basisregistratie personen (hierna: BRP), de kentekenregistratie bij de Rijksdienst voor Wegverkeer en het nachtregister van het recreatiepark heeft het college geconcludeerd dat [appellant] het recreatieverblijf permanent bewoont. Dit is in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Heel Panheel". Om aan de last te voldoen moet [appellant] volgens dit besluit een feitelijk en reëel hoofverblijf elders betrekken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2591
Datum uitspraak
17 november 2021
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202001750/1/R2

202002207/1/R3

Bij besluit van 1 juli 2019 heeft het college [appellant] onder aanzegging van bestuursdwang gelast om, voor zover van belang, de zeecontainers aan de voorzijde van het perceel de [locatie] in Zevenhuizen te (laten) verwijderen en verwijderd te (laten) houden. [appellant] is eigenaar van het perceel [locatie] in Zevenhuizen. [appellant] verhuurt vanuit zijn onderneming [bedrijf A] op dit perceel zeecontainers aan [bedrijf B], het bedrijf van zijn zoon. [bedrijf B] verhuurt op haar beurt de zeecontainers aan particulieren en bedrijven. Het perceel ligt in het plangebied van het bestemmingplan "Herziening Zuidplaspolder 1". Het perceel bestaat uit twee kadastrale percelen. Op het voorste gedeelte van het perceel, dat kadastraal wordt aangeduid met het nummer 854, rust de bestemming "Bedrijf". Op het achterste gedeelte van het perceel, dat kadastraal wordt aangeduid met het nummer 1067, rust de bestemming "Agrarisch".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2580
Datum uitspraak
17 november 2021
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202002207/1/R3

202003720/1/A2

Bij uitspraak van 25 mei 2020 heeft de rechtbank een verzoek van [appellant] om schadevergoeding op grond van artikel 8:88, eerste lid, van de Awb afgewezen. Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld. [appellant] is bij besluit van 6 maart 2017 door het CBR rijongeschikt verklaard voor het besturen van motorrijtuigen in de categorieën B en BE omdat bij een keuring is vastgesteld dat sprake is van ADHD met onvoldoende ziekte-inzicht en onvoldoende therapietrouw. Naar aanleiding hiervan heeft [appellant] verzocht om een herkeuring. Op 28 april 2017 is deze keuring uitgevoerd door psychiater drs. A.I. Douma. Volgens Douma vormt de vastgestelde ADHD bij [appellant] geen belemmering voor zijn rijgeschiktheid, maar omdat bij het uitgevoerde urineonderzoek is vastgesteld dat hij cocaïne heeft gebruikt, adviseert Douma om [appellant] niet rijgeschikt te verklaren. Daarbij merkt Douma op dat het drugsgebruik door hem en zijn moeder wordt ontkend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2584
Datum uitspraak
17 november 2021
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202003720/1/A2

202004445/1/R4

Bij besluit van 11 mei 2020 heeft de raad van de gemeente Wageningen het bestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan Kennisecosysteem" vastgesteld. Het parapluplan heeft betrekking op een deel van de campus van Wageningen University & Research. In het plangebied gelden vier verschillende bestemmingsplannen. Het gaat om: - bestemmingsplan "Wageningen Campus", - bestemmingsplan "De Goor, eerste fase", - bestemmingsplan "3e kwadrant Business Strip" en - bestemmingsplan "2e Kwadrant Business Strip". Het parapluplan voorziet erin dat, op de gronden met de daartoe strekkende aanduidingen, ook kennisintensieve bedrijven en instellingen worden toegestaan in de milieucategorieën 3.1 en 3.2 van de nieuwe Staat van bedrijfsactiviteiten. [appellante] woont aan de [locatie] in Wageningen, ten westen van het plangebied. Zij kan zich niet verenigen met het parapluplan. Zij is bang dat zij nadelige gevolgen zal ondervinden van de bedrijven die op de campus mogen worden gevestigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2590
Datum uitspraak
17 november 2021
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202004445/1/R4

202004556/3/R1

Bij tussenuitspraak van 28 juli 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1662, heeft de Afdeling het college van burgemeester en wethouders van Den Haag opgedragen om binnen zes weken na verzending van die tussenuitspraak het daarin omschreven gebrek in het besluit van 14 juli 2020, voor zover het college daarin de locatie 87B-57A heeft aangewezen voor de plaatsing van twee ondergrondse restafvalcontainers (hierna: orac’s), te herstellen, dan wel een ander besluit te nemen en dit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken en de uitkomst aan de Afdeling en partijen mede te delen. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling overwogen dat het college onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de mogelijkheid om het door [appellant] voorgestelde alternatief, een parkeerplaats voor een groenstrook aan de Wezelrade, aan te wijzen als locatie voor de plaatsing van de twee orac’s. Het college had niet onderbouwd dat de takken van een boom bij deze locatie een reële belemmering vormen voor de leegwagen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2589
Datum uitspraak
17 november 2021
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202004556/3/R1

202004571/1/A3

Bij besluit van 25 september 2015 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam besloten op een verzoek van [appellant sub 2] op grond van de Wet openbaarheid van bestuur. In de jaren 2000-2005 zijn in de gemeente Rotterdam hekwerken geplaatst om criminaliteit tegen te gaan. De hekken zijn geplaatst door de toenmalige deelgemeente Charlois. Volgens [appellant sub 2] heeft de gemeente Rotterdam daarmee een inbreuk gemaakt op zijn eigendomsrecht, omdat een hekwerk op zijn terrein staat. Hij heeft de gemeente Rotterdam in een brief van 6 januari 2016 gesommeerd de hekwerken te verwijderen. In verband met een civielrechtelijk geschil tussen de gemeente en [appellant sub 2], heeft hij het college met een Wob-verzoek gevraagd informatie openbaar te maken over hekwerken die zijn geplaatst tussen het jaar 2000 en 2005 op een aantal locaties.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2596
Datum uitspraak
17 november 2021
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202004571/1/A3

202004641/1/A3

Bij besluit van 8 maart 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de aanvraag van [appellant] om een vergunning voor alternatief personenvervoer afgewezen. [appellant] werkt sinds 1 april 2005 als fietstaxichauffeur in Amsterdam. Het college heeft voor de periode van 1 april 2016 tot 1 april 2019 op grond van artikel 2.51 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008 voor het laatst aan hem een vergunning verleend voor het aanbieden van alternatief personenvervoer op en aan de openbare weg. Deze vergunning verviel van rechtswege na afloop van de geldigheidsduur. Het college heeft in zijn vergadering van 27 maart 2018 besloten om in te stemmen met de voorgenomen beleidswijziging om geen vergunningen meer uit te geven voor het aanbieden van alternatief personenvervoer op of aan de openbare weg met fietstaxi’s, tuktuks en paardenkoetsen. Daarmee beoogt het college de drukte en overlast in de Amsterdamse binnenstad te verminderen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2565
Datum uitspraak
17 november 2021
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202004641/1/A3

202004660/1/R2

Bij besluit van 26 mei 2020 heeft de raad van de gemeente Eijsden-Margraten het bestemmingsplan "[locatie] Sint Geertruid" vastgesteld. Het plan maakt de uitbreiding van het [recreatiebedrijf] aan de [locatie] te Sint Geertruid mogelijk. De bestemming wordt voor een deel van de gronden gewijzigd van "Agrarisch-bedrijf" naar "Recreatie-verblijfsrecreatie". Het plan voorziet daarnaast onder meer in een toename van het toegestane aantal kampeerplaatsen, de aanleg van een beweegtuin en de bouw van acht kamers met logies. Een verzoek tot vaststelling van het plan is ingediend door [partij], de exploitant van het bedrijf. De maatschap exploiteert een grondgebonden agrarisch bedrijf in de nabijheid van het recreatiebedrijf, onder meer op een perceel dat grenst aan het plangebied. De maatschap kan zich niet met het plan verenigen, omdat zij vreest dat haar bedrijfsvoering wordt belemmerd doordat meer recreatieactiviteiten kunnen plaatsvinden binnen de spuitzone van haar bedrijf.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2560
Datum uitspraak
17 november 2021
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202004660/1/R2

202005193/1/R4

Bij besluit van 25 juni 2020 heeft de raad van de gemeente Nunspeet het bestemmingsplan Buitengebied 2019 vastgesteld. Het plan ziet op het buitengebied van de gemeente Nunspeet. [appellant sub 2] en [appellant sub 1] kunnen zich niet verenigen met bepaalde planregels. [appellant sub 2] komt in beroep op tegen de vaststelling van het plan voor zover het betreft het plandeel met de bestemming "Agrarisch" aan de in Elspeet. Hij betoogt dat ten onrechte onder 3.5.5 van de planregels de afwijkingsbevoegdheid is opgenomen om met een omgevingsvergunning af te wijken van de gebruiksregels voor de bestemming "Agrarisch", zodat het gebruik en de bouw van 1 paardenbak voor eigen hobbymatig gebruik buiten het bestemmingsvlak mogelijk is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2576
Datum uitspraak
17 november 2021
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202005193/1/R4

202005209/1/A3

Bij uitspraak van 30 oktober 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3629, heeft de Afdeling het door [appellante] tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 9 januari 2019 ingestelde hoger beroep gegrond verklaard. De Afdeling heeft de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het besluit van de burgemeester van Amsterdam van 13 juni 2018 vernietigd, voor zover de burgemeester heeft nagelaten te beoordelen of aan de vennootschap een vergunning zou zijn verleend, indien het onrechtmatige besluit van 3 november 2017 niet zou zijn genomen. Op 17 augustus 2020 heeft de burgemeester een nieuw besluit genomen. De burgemeester heeft aan dit besluit ten grondslag gelegd dat de vennootschap de onderneming op een wijze exploiteert dat nadelige gevolgen voor het woon- en leefklimaat en de openbare orde en veiligheid kunnen ontstaan, omdat de vennootschap onvoldoende inzicht in haar onderneming heeft en zich niet bewust is van haar verantwoordelijkheid voor, en het belang bij, een transparante bedrijfsvoering.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2586
Datum uitspraak
17 november 2021
  • Hoger beroep
  • Drank en horeca
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202005209/1/A3

202005220/1/A2

Bij besluit van 22 juli 2019 heeft de burgemeester van Amsterdam de aanvraag van [appellant] om afgifte van een rijbewijs afgewezen. [appellant] heeft op 22 juli 2019 een rijbewijs aangevraagd. Bij besluit van dezelfde dag heeft de burgmeester deze aanvraag afgewezen, omdat [appellant] niet rechtmatig in Nederland verblijft. De commissie heeft vastgesteld dat [appellant] de Turkse nationaliteit heeft. Gelet op artikel 111, derde lid, van de Wegenverkeerswet 1994 kan aan hem een rijbewijs worden afgegeven als hij rechtmatig verblijf heeft op grond van artikel 8, aanhef en onder l, van de Vreemdelingenwet 2000. Hierin is bepaald dat een vreemdeling uitsluitend rechtmatig verblijf in Nederland heeft als hij verblijfsrecht ontleent aan Besluit nr. 1/80 van de Associatieraad van 19 september 1980 betreffende de ontwikkeling van de associatie tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Republiek Turkije (hierna: Besluit nr. 1/80).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2557
Datum uitspraak
17 november 2021
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202005220/1/A2

202005230/1/A3

Bij besluit van 4 september 2020 heeft de burgemeester van Vlaardingen aan [appellant] een huisverbod opgelegd. De burgemeester heeft met toepassing van de Wet tijdelijk huisverbod aan [appellant] een huisverbod van tien dagen opgelegd. [appellant] woonde toen met [vrouw] en haar dertienjarige zoon in een woning in Vlaardingen. Aan het besluit is ten grondslag gelegd dat op 3 september 2020 een incident in de woning heeft plaatsgevonden waarbij [appellant] geweld heeft gebruikt en waarbij hij de vrouw en haar zoon heeft bedreigd met mishandeling als zij niet naar hem zouden luisteren of als ze bij hem weg zouden proberen te komen. De burgemeester heeft geoordeeld dat de aanwezigheid van [appellant] in de woning een ernstig en onmiddellijk gevaar opleverde voor de veiligheid van de vrouw en haar zoon, althans dat een ernstig vermoeden van dit gevaar bestond.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2555
Datum uitspraak
17 november 2021
  • Hoger beroep
  • Huisverbod
  • uitspraakin de zaak202005230/1/A3

202005604/1/R4

Bij besluit van 22 maart 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Putten [appellant] onder oplegging van een dwangsom gelast het in strijd met het bestemmingsplan laten gebruiken van het perceel [locatie 1] tot en met [locatie 2] te Putten (hierna: het perceel) voor permanente bewoning te beëindigen en beëindigd te houden. [appellant] is eigenaar en verhuurder van het perceel. Hij verhuurt kavels op het perceel voor recreatief verblijf. Toezichthouders van het college hebben controles verricht op het perceel op 29 januari en 19 maart 2019. Tijdens deze controles zijn een tweetal huurders aangetroffen, [persoon A] op kavel [locatie 3] en [persoon B] op kavel [locatie 4]. [persoon A] heeft verklaard alleen doordeweeks te wonen in de recreatiewoning, vanwege haar werk in Barneveld. Zij verklaarde tevens in de Basis Registratie Personen ingeschreven te staan op het adres van haar vader. [persoon B] heeft verklaard te wonen in de recreatiewoning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2574
Datum uitspraak
17 november 2021
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202005604/1/R4

202005652/1/R4

Bij besluit van 8 september 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Wijchen het wijzigingsplan "[locatie 1], Wijchen" vastgesteld. [appellant] exploiteert op de percelen [locatie 1] en [locatie 2] te Wijchen een agrarisch bedrijf voor akkerbouw, loon- en grondverzet en houdt paarden en rundvee. [partij] is eigenaar en bewoner van de woning [locatie 1]. Op deze percelen zijn twee woningen aanwezig die in het bestemmingsplan "Buitengebied en herziening 2014" zijn aangewezen als bedrijfswoningen. In het wijzigingsplan wordt de functieaanduiding "bedrijfswoning" voor de woning [locatie 1] veranderd in die van "plattelandswoning". [appellant] is bevreesd dat die wijziging van bedrijfswoning naar plattelandswoning leidt tot een belemmering van zijn bedrijfsactiviteiten. Sommige bedrijfsactiviteiten, zoals het stallen van vee, vinden op zeer korte afstand van de woning [locatie 1] plaats. Verder wijst hij erop dat [partij] van plan is om de woning binnen afzienbare tijd te verkopen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2579
Datum uitspraak
17 november 2021
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202005652/1/R4

202005716/1/A3

Bij besluit van 23 mei 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Almelo het verzoek van [appellant] op grond van de Wet openbaarheid van bestuur toegewezen en documenten openbaar gemaakt. [appellant] heeft het college onder verwijzing naar de Wob en de Archiefwet verzocht om een afschrift van de op 18 november 2008 door notaris E.R. Willems getekende verklaring van verjaring van eigendom van de gemeente betreffende een perceel aan de Haven Noordzijde te Almelo, een afschrift van de daarbij horende brief van 29 september 2008 en afschriften van alle op de verklaring van eigendom en de brief van 29 september 2008 betrekking hebbende informatiedragers. Het college heeft het verzoek bij besluit van 23 mei 2019 toegewezen en elf documenten openbaar gemaakt. [appellant] heeft tegen dat besluit bezwaar gemaakt, omdat het college volgens hem heeft nagelaten alle op de verklaring van eigendom en de brief van 29 september 2008 betrekking hebbende informatiedragers openbaar te maken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2561
Datum uitspraak
17 november 2021
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202005716/1/A3

202005886/1/R3

Bij besluit van 17 december 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bodegraven-Reeuwijk [appellant] gelast om binnen twee maanden na de verzenddatum van dit besluit het recreatieverblijf (inclusief vloer), de berging (inclusief vloer), de steiger en de brug op zijn perceel aan de Lecksdijk in Reeuwijk te verwijderen en verwijderd te houden onder verbeurte van dwangsommen. Het college heeft voor het recreatieverblijf een dwangsom van € 3.000,00 ineens opgelegd, voor de berging een dwangsom van € 2.000,00 ineens, voor de steiger een dwangsom van € 1.500,00 ineens en voor de brug een dwangsom van € 1.500,00 ineens. Nadat het bestemmingsplan "Plassengebied" in werking was getreden, is het college gestart met het uitvoeren van controles of de aanwezige bebouwing op natuurpercelen binnen het plangebied voldoet aan de regels van dit bestemmingsplan en of voor deze bebouwing een omgevingsvergunning is verleend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2600
Datum uitspraak
17 november 2021
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202005886/1/R3

202006137/1/R2

Bij besluit van 7 oktober 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Boxmeer de aanvraag van [appellante 1A] om een omgevingsvergunning voor het oprichten van een schuilgelegenheid voor dieren op het perceel [locatie] te Holthees geweigerd. Op 19 september 2019 heeft [appellante 1A] een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning voor het bouwen van een schuilgelegenheid voor paarden naast de intensieve varkenshouderij aan de [locatie]. Bij besluit van 7 oktober 2019 heeft het college geweigerd om hiervoor een omgevingsvergunning te verlenen. Daartoe heeft het college gesteld dat het bouwplan in strijd is met het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Buitengebied 2018", omdat de schuilgelegenheid buiten het aangegeven bouwvlak wordt gebouwd. Het college is niet bereid om hiervoor een omgevingsvergunning voor planologisch strijdig gebruik te verlenen. Volgens het college ligt het perceel [locatie] niet in de kernrandzone.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2588
Datum uitspraak
17 november 2021
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202006137/1/R2

202006525/1/V6

Bij besluit van 16 mei 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het Nederlanderschap van [appellant] ingetrokken. [appellant] is geboren op [geboortedatum] 1977 en heeft bij Koninklijk Besluit van 3 december 2014 de Nederlandse nationaliteit verkregen, onder de voorwaarde dat hij afstand van zijn Soedanese nationaliteit doet. De staatssecretaris heeft het Nederlanderschap van [appellant] ingetrokken krachtens artikel 15, eerste lid, aanhef en onder d, van de Rijkswet op het Nederlanderschap, omdat hij niet al het mogelijke heeft gedaan om de Soedanese nationaliteit te verliezen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, aanhef en onder b, van de RWN. Verder heeft de staatssecretaris zich op het standpunt gesteld dat [appellant] niet aannemelijk heeft gemaakt dat van hem niet langer mag worden verlangd dat hij afstand zal doen van zijn Soedanese nationaliteit.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2564
Datum uitspraak
17 november 2021
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202006525/1/V6

202006806/1/A3

Op 28 mei 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Gennep de emigratie van [appellant] in de basisregistratie personen verwerkt. Op 23 mei 2019 heeft het college, via de website van de gemeente, een aangifte van emigratie ontvangen die met gebruikmaking van een DigiD op naam van [appellant] is ingediend. In de aangifte is een Braziliaans adres opgegeven als nieuw verblijfadres. Het college heeft de aangifte verwerkt in de brp en een bevestiging van de uitschrijving aan [appellant] op het Braziliaanse adres gestuurd. [appellant] is het niet eens met de uitschrijving en wil ingeschreven blijven op een adres in Gennep. Daarom heeft [appellant] tegen de uitschrijving, die op 28 mei 2019 is verwerkt, bezwaar gemaakt. Het college heeft het door [appellant] gemaakte bezwaar bij besluit van 2 september 2019 ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2575
Datum uitspraak
17 november 2021
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202006806/1/A3

202007070/1/R2

Bij e-mail van 7 april 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Heeze-Leende [appellant] op de hoogte gesteld van een wijziging van de wijze van communicatie tussen de gemeente Heeze-Leende en [appellant]. Bij uitspraak van 23 november 2020 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard. Het college heeft [appellant] bij e-mail van 7 april 2020 op de hoogte gesteld van een wijziging van de wijze van communicatie tussen de gemeente en [appellant]. De reden hiervoor is dat de gemeente heeft gemerkt dat de toonzetting van [appellant] door de jaren heen grimmiger is geworden. Het lukt hierdoor niet meer om respectvol en werkbaar contact in stand te houden. In de e-mail is te kennen gegeven dat het college [appellant] niet in zijn rechtsbeschermingsmogelijkheden zal beperken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2562
Datum uitspraak
17 november 2021
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202007070/1/R2

202007075/1/A3

Bij besluit van 15 januari 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam aan [appellante] een boete opgelegd wegens overtreding van de Huisvestingswet. Het college heeft aan [appellante] een boete opgelegd van € 16.000, omdat zij de Huisvestingswet zou hebben overtreden. Daartegen is bezwaar gemaakt door [bezwaarmakers], naar zij stelden namens [appellante]. [appellante] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard mocht worden. Het was haar, als leek, niet duidelijk dat zij ook van [bedrijf A] een uittreksel uit het handelsregister had moeten overleggen. [gemachtigde] is in persoon op een hoorzitting in bezwaar van een andere zaak verschenen en heeft daar zijn bevoegdheid om te handelen bevestigd. Het was dus bij het college bekend dat hij bevoegd was namens [appellante] te handelen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2567
Datum uitspraak
17 november 2021
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202007075/1/A3

202007108/1/R4

Bij besluit van 26 november 2020 heeft de raad het bestemmingsplan Partiële herziening 2020, 1e ronde Agrarisch Buitengebied en Natuurgebied Veluwe gemeente Ede, vastgesteld. Het beroep richt zich tegen het plandeel dat betrekking heeft op het perceel [locatie 1] in Harskamp. [appellant] is eigenaar van dat perceel en woont daar ook. In het plan is een nieuw bestemmingsvlak "Wonen" voor het perceel vastgesteld, naar aanleiding van een in 2012 aan [appellant] verleende omgevingsvergunning om in afwijking van het toenmalige bestemmingplan op het perceel een woning en bijgebouw te bouwen. [appellant] kan zich niet verenigen met de omvang van het woonvlak, zoals dat nu in het plan is vastgesteld. Om een op het perceel staande loods onder dit woonvlak te laten vallen, zou het woonvlak op het perceel groter moeten zijn. Het is voor [appellant] van belang dat de loods onder het woonvlak valt, omdat deze zonder vergunning gebouwde loods dan mogelijk op de huidige locatie kan worden toegestaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2573
Datum uitspraak
17 november 2021
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202007108/1/R4

202007154/1/A3

Bij besluit van 5 juni 2019 heeft de korpschef van politie het verzoek van [appellante] om kennisneming van politiegegevens toegewezen en een overzicht van alle registraties en meldingen gestuurd. [appellante] heeft de korpschef verzocht om inzage in en verstrekking van door de politie verwerkte persoonsgegevens van haar en haar twee zoons. De korpschef heeft haar een overzicht gestuurd. Op 3 oktober 2019 heeft [appellante] op het politiebureau inzage gekregen in haar betreffende registraties. Daarbij zijn haar een aantal gegevens onthouden. Dit zijn de namen van verbalisanten en gegevens die herleidbaar kunnen zijn naar derden. [appellante] vindt dat de korpschef van te veel gegevens inzage heeft onthouden. De registraties hebben met name betrekking op problemen van haar kinderen op hun school en de meeste betrokken personen zullen al bekend zijn bij haar. Ook is het overzicht niet compleet. Er moeten volgens haar meer registraties zijn waarbij haar persoonsgegevens zijn verwerkt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2568
Datum uitspraak
17 november 2021
  • Hoger beroep
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202007154/1/A3

202007160/1/A3

Bij besluit van 11 januari 2019 heeft de burgemeester van Amsterdam aan Gollem een exploitatievergunning verleend. Bij besluit van 11 juli 2019 heeft de burgemeester het door Gollem daartegen gemaakte bezwaar deels gegrond verklaard, drie vergunningvoorschriften geschrapt en het bezwaar van Gollem voor het overige ongegrond verklaard. Gollem exploiteert sinds juli 2018 biercafé ‘Gollem aan het water’ in het pand aan het Entrepotdok 64 in Amsterdam. In juli 2018 heeft Gollem een exploitatievergunning aangevraagd voor een horecabedrijf met een terras aan de gevel en een maatwerkterras aan het water. Volgens de omwonenden is sprake van een onaanvaardbare druk op het woon- en leefklimaat. De burgemeester heeft de exploitatievergunning verleend, maar daar voorschriften aan verbonden. Gollem mag het horecabedrijf met terras exploiteren, maar de burgemeester heeft de openingstijd van het terras beperkt tot 23.00 uur in de avond ter bescherming van het woon- en leefklimaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2594
Datum uitspraak
17 november 2021
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202007160/1/A3

202100033/1/A3

Bij besluit van 9 oktober 2019 heeft de Stichting Urgentiebepaling Woningzoekenden Rijnmond (SUWR) de aan [appellante] verleende urgentieverklaring ingetrokken. [appellante] heeft van de SUWR een urgentieverklaring gekregen op basis van de urgentiegrond medische noodzaak. De eerste fase liep van 5 juli 2019 tot 5 oktober 2019. [appellante] heeft in deze periode nul keer gereageerd op een woning, terwijl er in die periode acht of negen woningen zijn aangeboden die pasten binnen het zoekprofiel. Daarom heeft de SUWR de urgentieverklaring ingetrokken. Dit besluit heeft ze in bezwaar gehandhaafd. Hoewel ze begrip heeft voor de omstandigheden waarin [appellante] verkeerde, namelijk twee overlijdensgevallen in die periode in de familie en niet met een computer overweg kunnen, is ze van mening dat niet kan worden aangenomen dat zij de gehele urgentieperiode niet in staat was om op de juiste wijze gebruik te maken van de urgentieverklaring of hulp van derden in te roepen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2569
Datum uitspraak
17 november 2021
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202100033/1/A3

202100070/1/R1, 202100087/1/R1 en 202100099/1/R1

Bij besluit van 30 juni 2020 heeft het college onder meer een locatie aan de Esdoornstraat te Utrecht aangewezen voor de plaatsing van een ondergrondse restafvalcontainer. De orac zal vlak bij de kruising van de Esdoornstraat met de Violenstraat worden geplaatst, in een parkeervak naast de woning van [appellant sub 3]. [appellant sub 1] woont op het perceel [locatie 1] en [appellant sub 2] woonde op het perceel [locatie 2]. Deze percelen liggen tegenover de locatie voor de orac. [appellant sub 3] woont op de hoek van de Esdoornstraat en de Violenstraat, op het perceel [locatie 3]. [appellant sub 1] betoogt dat de locatie niet overeenstemt met het uitgangspunt van het college dat bij voorkeur een orac niet op een parkeerplek wordt geplaatst. Hij wijst erop dat de orac in een 9,5 m lange parkeerstrook zal worden geplaatst en dat na de plaatsing slechts 5,8 m aan parkeerplaats zal overblijven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2583
Datum uitspraak
17 november 2021
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202100070/1/R1, 202100087/1/R1 en 202100099/1/R1

202100204/1/A3

Bij besluit van 20 juni 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag het verzoek van [appellant] om inlichtingen uit de basisregistratie personen afgewezen. [appellant] heeft op 11 april en 7 mei 2019 het college gevraagd of het kan bevestigen dat drie met naam genoemde personen op het adres [locatie 1] in Den Haag staan ingeschreven in de brp en of een ander met naam genoemd persoon op het adres [locatie 2] in Den Haag staat ingeschreven in de brp. Het college heeft deze informatie niet verstrekt. Het verzoek van [appellant] voldoet volgens het college niet aan de voorwaarden voor verstrekking van gegevens uit de brp aan derden zoals bedoeld in de artikelen 3.6 en 3.9 van de Wet basisregistratie personen. Het gebruik van de door hem gevraagde gegevens is niet voorgeschreven in een algemeen verbindend voorschrift. Ook heeft hij geen voorafgaande schriftelijke toestemming overgelegd van de ingeschrevenen over wie de gegevens zijn gevraagd.

Datum uitspraak
17 november 2021
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202100204/1/A3

202100216/1/R1

Bij besluit van 30 augustus 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Aalsmeer een aanvraag van [appellant] om een omgevingsvergunning te verlenen buiten behandeling gelaten. [appellant] heeft op 15 juli 2019 een omgevingsvergunning aangevraagd voor het aanbrengen van oeverbescherming met stortstenen langs de oostelijke strekdam van zijn perceel [locatie] te Kudelstaart. Bij brief van 25 juli 2019 heeft het college de ontvangst van de aanvraag voor de activiteit bouwen bevestigd en meegedeeld dat de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag. In de brief is vermeld welke gegevens nog nodig zijn. [appellant] is daarbij in de gelegenheid gesteld om deze gegevens alsnog binnen 28 dagen aan te leveren. Vervolgens heeft [appellant] aanvullende gegevens ingediend. Het college heeft de aanvraag buiten behandeling gelaten en dat besluit in bezwaar gehandhaafd, omdat de overgelegde stukken volgens het college onvoldoende zijn om de aanvraag te beoordelen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2563
Datum uitspraak
17 november 2021
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202100216/1/R1

202100529/1/R1

Bij besluit van 22 mei 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hollands Kroon geweigerd om aan [wederpartij] een omgevingsvergunning te verlenen voor het verbouwen van een bestaande schuur op het perceel [locatie 1] te Nieuwe Niedorp. [wederpartij] is eigenaar van het perceel [locatie 2], waarop ook zijn woning staat. Verder is hij eigenaar van het perceel [locatie 1] en de daarop gelegen schuur. Het bestemmingsplan "Bestemmingsplan Buitengebied voormalige gemeente Niedorp" kent aan de gronden waarop de schuur staat de bestemming "Agrarisch met waarden" en de dubbelbestemming "Waterstaat - Waterkering" toe. [wederpartij] wil de schuur herstellen ten behoeve van hobbymatig agrarisch gebruik voor de opslag van hooi, stro en voer voor schapen en kippen en voor het onderbrengen van de dieren. Op 30 maart 2020 heeft [wederpartij] een aanvraag ingediend voor het herstellen van de schuur door de slechte delen te vervangen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2577
Datum uitspraak
17 november 2021
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202100529/1/R1

202100532/1/R1

Bij besluit van 15 november 2020 heeft het dagelijks bestuur van stadsdeel Oost van Amsterdam de afvalinzamellocaties ter plaatse van de Strandeilandlaan te IJburg gewijzigd. Bij het besluit zijn diverse afvalinzamellocaties in het zogeheten Young Creatives-gebied te Amsterdam, waar de Strandeilandlaan deel van uitmaakt, gewijzigd. In deze procedure is uitsluitend de locatie met het nummer A10 aan de Strandeilandlaan aan de orde. Bij besluit van 19 maart 2019 was op deze locatie voorzien in een ondergrondse container voor restafval en in een ondergrondse container voor glas. Het nu voorliggende besluit voorziet in een derde container op deze locatie. Die container is bedoeld voor groente en fruit.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2597
Datum uitspraak
17 november 2021
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202100532/1/R1

202100644/1/A2

Bij besluit van 17 december 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam de nieuw aangelegde langzaamverkeersverbinding op de Botlekbrug na openstelling in beide richtingen door middel van het plaatsen van verkeersborden G12a aangewezen als fiets-/bromfietspad. De Botlekbrug is een hefbrug voor weg- en spoorverkeer over de Oude Maas in het Rotterdamse havengebied. Tot 12 juli 2015 kon het landbouwverkeer gebruik maken van de oude Botlekbrug. Vanaf 12 juli 2015 is de oude Botlekbrug gesloten en moet landbouwverkeer omrijden. In november 2015 is een nieuwe Botlekbrug in gebruik genomen voor het snelverkeer. Vervolgens is voor het spoorverkeer een nieuwe verbinding gerealiseerd en tevens voor langzaam verkeer, de zogeheten langzaamverkeersverbinding. Als gevolg van het verkeersbesluit mag (land)bouwverkeer niet over de lvv op de Botlekbrug rijden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2585
Datum uitspraak
17 november 2021
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202100644/1/A2

202101287/1/V6

Bij besluit van 1 november 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het verzoek van [appellant] om haar het Nederlanderschap te verlenen afgewezen. De staatssecretaris heeft [appellant] het Nederlanderschap geweigerd omdat zij niet ten minste vijf jaar onmiddellijk voorafgaand aan haar verzoek toelating en hoofdverblijf in het Koninkrijk der Nederlanden heeft gehad, als bedoeld in artikel 8, aanhef en eerste lid, onder c, van de Rijkswet op het Nederlanderschap. [appellant] is met ingang van 12 oktober 2013 in het bezit gesteld van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, onder de beperking ‘verblijf als familie- of gezinslid', met een geldigheidsduur tot 12 oktober 2018. Deze verblijfsvergunning is bij besluit van 1 oktober 2014 met terugwerkende kracht ingetrokken per 31 maart 2014. Met ingang van 2 oktober 2014 is [appellant] in het bezit gesteld van een reguliere verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, onder de beperking ‘niet-tijdelijke humanitaire gronden’.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2571
Datum uitspraak
17 november 2021
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202101287/1/V6

202101590/1/A3

Bij besluit van 9 januari 2020 heeft de Stichting Urgentiebepaling Woningzoekenden Rijnmond de in oktober 2019 verleende urgentieverklaring ingetrokken. [appellante] heeft van de SUWR op 1 oktober 2019 een urgentieverklaring gekregen. Met de urgentieverklaring kon [appellante] op zoek naar een woning met het volgende zoekprofiel: bovenwoning, flatwoning zonder lift of maisonnettewoning, in de regio Rotterdam, met 0 tot 2 slaapkamers en een maximale huur van € 607,46. [appellante] heeft bij de SUWR aangegeven dat haar voorkeur uitgaat naar subregio Hart van Rotterdam. De voorkeurssubregio is onderdeel van het zoekprofiel. Ingevolge artikel 4.2 uit bijlage I van de Verordening woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2015 is de duur van de urgentieverklaring in twee fasen verdeeld. In de eerste fase, die drie maanden duurt, moet de houder ten minste drie keer reageren op een woning die past binnen het zoekprofiel. Na de eerste fase start automatisch de tweede fase.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2572
Datum uitspraak
17 november 2021
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202101590/1/A3

202101709/1/R4

Bij besluit van 18 juli 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Epe. handhavend op te treden tegen een hekwerk op het perceel van Norel Ruimtecreatie VIII B.V. aan de Dellenweg 1 in Epe. [appellante] heeft het college op 17 juni 2019 verzocht om handhavend op te treden tegen het op het perceel van Norel Ruimtecreatie VIII geplaatste hekwerk. Dit hekwerk is zonder omgevingsvergunning op het perceel geplaatst aan de zijde van de Spoorlaan. [appellante] woont aan de overkant van het perceel op het perceel [locatie]. Het college heeft bij besluit van 18 juli 2019 geweigerd handhavend op te treden tegen het bouwen van het hekwerk zonder omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, omdat voor een erfafscheiding tot een hoogte van 2,00 m geen omgevingsvergunning is vereist.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2582
Datum uitspraak
17 november 2021
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202101709/1/R4

202101818/1/A2.

Bij besluit van 20 september 2019 heeft de minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media het Overzicht financiële beschikkingen aan de stichting toegezonden waarmee de bedragen van de bekostiging per onderwijsinstelling en per onderwerp zijn bekendgemaakt. De minister heeft bij het besluit van 22 januari 2020 het door de stichting gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard, omdat het niet verschoonbaar te laat is ingediend. De minister heeft zich daartoe op het standpunt gesteld dat het besluit van 20 september 2019 door toezending per post aan de stichting is bekendgemaakt, zodat de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift is begonnen op 21 september 2019 en is geëindigd op 1 november 2019. De stichting heeft het bezwaarschrift op 1 november 2019 aangetekend verzonden naar een onjuist adres. Op 2 november 2019 heeft de stichting het verzonden poststuk retour ontvangen, omdat de ontvangst ervan is geweigerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2592
Datum uitspraak
17 november 2021
  • Hoger beroep
  • Onderwijs
  • uitspraakin de zaak202101818/1/A2.
vorige pagina1...182183184...1.206volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Digitaal procederen
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon