Uitspraak 202201354/2/A3
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2022:3430
- Datum uitspraak
- 3 november 2022
- Inhoudsindicatie
- [appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank van 23 februari 2022, waarbij het door hem gedane verzet tegen de uitspraak van de rechtbank niet-ontvankelijk is verklaard. De uitspraak van de rechtbank van 23 februari 2022 op het door [appellant] gedane verzet is een uitspraak van de rechtbank als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, van de Awb. Hiertegen kan, gelet op artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder c, van de Awb, geen hoger beroep worden ingesteld. Ondanks een appelverbod kan de Afdeling van een hoger beroep kennis nemen in geval van een zodanig ernstige schending van eisen van goede procesorde dan wel van fundamentele rechtsbeginselen dat van een eerlijk proces geen sprake is.
- Vereenvoudigde behandeling
- Hoger Beroep - Overige
Toon inhoud
202201354/2/A3.
Datum uitspraak: 3 november 2022
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak na vereenvoudigde behandeling (artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht; hierna: de Awb) op het hoger beroep van:
[appellant], wonend te Zwijndrecht,
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 23 februari 2022 in zaak nr. 20/3215 op het verzet van [appellant].
Procesverloop
[appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank van 23 februari 2022, waarbij het door hem gedane verzet tegen de uitspraak van de rechtbank niet-ontvankelijk is verklaard.
Overwegingen
1. De bepalingen van de Awb die in deze zaak van toepassing zijn, luiden:
Artikel 8:55, zevende lid: "De uitspraak strekt tot:
a. niet-ontvankelijkverklaring van het verzet,
b. ongegrondverklaring van het verzet, of
c. gegrondverklaring van het verzet."
Artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder c: "Geen hoger beroep kan worden ingesteld tegen:
[…]
c. een uitspraak van de rechtbank als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid,
[…]"
2. De uitspraak van de rechtbank van 23 februari 2022 op het door [appellant] gedane verzet is een uitspraak van de rechtbank als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, van de Awb. Hiertegen kan, gelet op artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder c, van de Awb, geen hoger beroep worden ingesteld.
3. Ondanks een appelverbod kan de Afdeling van een hoger beroep kennis nemen in geval van een zodanig ernstige schending van eisen van goede procesorde dan wel van fundamentele rechtsbeginselen dat van een eerlijk proces geen sprake is.
4. In de uitspraak van de rechtbank, waarvan verzet, is het door [appellant] ingestelde beroep tegen een beslissing op bezwaar niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht.
De uitspraak van de rechtbank van 23 februari 2022 betreft een uitspraak op een door [appellant] daartegen gedaan verzet, als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, van de Awb. De rechtbank heeft gebruik gemaakt van de in artikel 8:54, eerste lid, van de Awb gegeven bevoegdheid om uitspraak te doen zonder behandeling ter zitting en het verzet eveneens niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht.
5. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 19 november 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4135), mag het recht op toegang tot de rechter worden beperkt en is dat niet in strijd met artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: het EVRM), mits de beperkingen niet in essentie het recht op toegang tot de rechter schaden, een gerechtvaardigd doel dienen en proportioneel zijn. Niet-ontvankelijkverklaring van een rechtsmiddel dat misbruik van recht inhoudt, voldoet aan die eisen.
6. Door ook het verzet tegen de uitspraak waarbij het ingestelde beroep niet-ontvankelijk is verklaard, wegens misbruik van recht niet-ontvankelijk te verklaren, heeft bij de rechtbank geen inhoudelijke behandeling plaatsgevonden. Niet beoordeeld is of de rechtbank terecht zonder behandeling ter zitting tot het oordeel kon komen dat sprake is van misbruik van recht. Doordat hij in verzet niet is gehoord, hoewel hij daarom had gevraagd, en omdat tegen een verzetuitspraak geen hoger beroep mogelijk is, mist [appellant] de kans om een beoordeling te krijgen of zijn beroep terecht kennelijk niet-ontvankelijk is verklaard wegens misbruik van recht. De Afdeling is van oordeel dat daarmee een fundamenteel rechtsbeginsel, dat van een eerlijk proces, is geschonden. Dat is in strijd met artikel 6, eerste lid, van het EVRM. Om die reden bestaat grond voor doorbreking van het appelverbod.
7. Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. De Afdeling zal de zaak naar de rechtbank terugwijzen om opnieuw te beslissen met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen.
8. Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen, is niet gebleken.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. verklaart het hoger beroep gegrond;
II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 23 februari 2022 in zaak nr. 20/3215;
III. wijst de zaak naar de rechtbank terug.
Aldus vastgesteld door mr. C.H.M. van Altena, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P. Klein, griffier.
w.g. Van Altena
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Klein
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 3 november 2022
176