Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 126.853
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202501016/1/A3 en 202501018/1/A3

Bij de uitspraken van 23 november 2022 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak de door [bedrijf A] en [bedrijf B] ingestelde beroepen tegen de weigering van exploitatievergunningen voor passagiersvervoer gegrond verklaard, maar de rechtsgevolgen van die besluiten in stand gelaten. [bedrijf A] en [bedrijf B] verzoeken om herziening van deze uitspraken vanwege de uitspraken die de Afdeling op 25 september 2024 en op 2 oktober 2024 heeft gedaan. In die uitspraken heeft de Afdeling geoordeeld dat de wijziging van exploitatievergunningen in vergunningen voor bepaalde tijd onevenredig en onevenwichtig was. Volgens [bedrijf A] en [bedrijf B] blijkt uit deze uitspraken dat de afwijzende besluiten waarvan de Afdeling in de uitspraken van 23 november 2022 de rechtsgevolgen in stand heeft gelaten, nooit als rechtmatig mochten worden aangemerkt. [bedrijf A] en [bedrijf B] betogen verder dat de uitspraken van 23 november 2022 in strijd zijn met artikel 11 van de Dienstenrichtlijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3342
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Herziening
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202501016/1/A3 en 202501018/1/A3

202501653/1/A2

Bij besluit van 28 maart 2023 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand de aanvraag van [partij] voor een toevoeging afgewezen. [partij] was gedetineerd toen het besluit van 28 maart 2023 werd genomen. Na een incident is hij in een isoleercel geplaatst en kreeg de mededeling dat hij één telefoontje mocht plegen. [partij] ging er vanuit dat (telefonisch) contact met zijn advocaat mogelijk bleef en heeft daarom met zijn partner gebeld. [partij] heeft een toevoeging aangevraagd en gekregen met als rechtsbelang het opkomen tegen het feit dat hij maar één telefoontje mocht plegen en niet met zijn advocaat mocht bellen. Daarnaast heeft hij een toevoeging aangevraagd met als rechtsbelang de plaatsing in een isoleercel. Die aanvraag is afgewezen, omdat volgens de raad dit hetzelfde rechtsbelang is als waarvoor de eerste toevoeging is verleend. Het bezwaar tegen de afwijzing van die aanvraag is om dezelfde reden ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3339
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202501653/1/A2

202501890/1/A3

Bij besluit van 25 januari 2024 heeft de burgemeester van Rotterdam de woning aan de [locatie] in Rotterdam voor drie maanden gesloten. [appellante] huurt de woning aan de [locatie] in Rotterdam. Op 10 augustus 2023 heeft een ripdeal plaatsgevonden in een nabijgelegen wijk. Na onderzoek naar deze deal is de woning aan de [locatie] in beeld gekomen bij de politie. De politie heeft de woning op 7 november 2023 bezocht. De bevindingen van de politie zijn neergelegd in een bestuurlijke rapportage van 20 november 2023. In de woning waren zeven personen aanwezig met diverse antecedenten op hun naam gerelateerd aan de Opiumwet en de Wet wapens en munitie. [appellante] was zelf niet aanwezig in de woning. De politie heeft 1.991 gram methamfetamine en 4 jerry-cans met amfetamine-olie aangetroffen. Daarnaast is ook een wapen en munitie gevonden. De burgemeester acht een sluiting van drie maanden noodzakelijk om verdere aantasting van het woon- en leefklimaat te voorkomen, de openbare orde te herstellen en om een signaal af te geven aan de omgeving dat de overheid optreedt tegen drugscriminaliteit.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3369
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202501890/1/A3

202501960/1/A3

Bij besluit van 4 augustus 2022 heeft de Autoriteit Persoonsgegevens een door [appellant] op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) ingediende klacht afgewezen. [appellant] heeft op 24 februari 2021 bij de AP een klacht ingediend over [administratiekantoor]. Volgens [appellant] heeft [administratiekantoor] de AVG overtreden door niet te voldoen aan zijn inzageverzoek op grond van artikel 15 van de AVG. De AP heeft bij het besluit van 4 augustus 2022 de klacht afgewezen, omdat om een overtreding te kunnen vaststellen nader onderzoek nodig zou zijn en de klacht niet voldoet aan de prioriteringscriteria voor klachtenonderzoek, zoals opgenomen in de Beleidsregels prioritering klachtenonderzoek AP. Bij het besluit van 27 juni 2023 heeft de AP de afwijzing gehandhaafd. De rechtbank heeft geoordeeld dat de AP redelijkerwijs op basis van een globaal bureauonderzoek heeft kunnen concluderen dat geen overtreding kon worden vastgesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3333
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202501960/1/A3

202502218/1/A2

Bij twee afzonderlijke besluiten van 26 juli 2022 heeft de Dienst Toeslagen in het kader van de hersteloperatie toeslagen de definitieve compensatie aan [appellante] over het jaar 2009 en de maand januari 2010 vastgesteld op € 23.468,00. [appellante] is een gedupeerde van de toeslagenaffaire. De Dienst Toeslagen heeft bij afzonderlijke besluiten van 26 juli 2022 besloten op een verzoek van [appellante] om herbeoordeling kinderopvangtoeslag over de jaren 2009 en 2010. De herbeoordeling over 2009 en de maand januari 2010 heeft geleid tot toekenning van een compensatiebedrag van € 23.468,00. Het besluit met kenmerk UHT-DC gaat over 2009 en het besluit met kenmerk UHT-DHR gaat over januari 2010. Aangezien [appellante] op 21 april 2024 in het kader van de Catshuisregeling al een bedrag van € 30.000,00 heeft ontvangen, heeft zij geen aanvullend bedrag ontvangen. Bij besluit met kenmerk UHT-DC-I A is compensatie over de maanden februari tot en met december 2010 afgewezen en bij besluit met kenmerk UHT-DH5 A is de herbeoordeling over deze resterende maanden van 2010 afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3350
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202502218/1/A2

202502322/1/A2

Bij besluiten van 9 november 2022, kenmerk TKA112478, 9 november 2022, kenmerk TKA119105, en 9 januari 2023, kenmerk TKA117902, heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant de aanvragen van [appellante] om een tegemoetkoming in schade die wilde zwijnen hebben toegebracht aan de door haar gepachte gronden, afgewezen. [appellante] exploiteert een biologische geitenhouderij met een akkerbouwtak aan de [locatie] in Heeze. Zij teelt onder meer rogge als voer en stro voor de geiten. Sinds 1984 is [appellante] een biologisch bedrijf en sinds 1998 een biologisch dynamisch bedrijf. Zij is SKAL- en Demeter gecertificeerd. Op 12 augustus 2021 heeft [appellante] schade door wilde zwijnen aan het gewas grasland geconstateerd. Zij heeft voor de schade aan het gewas op 16 augustus 2021 een tegemoetkoming aangevraagd. BIJ12, die de regeling voor faunaschade namens het college uitvoert, heeft een taxateur ingeschakeld die de percelen heeft bezocht en die de schade heeft getaxeerd op € 7.318,60. De rechtbank heeft de besluiten van 10 juli 2023 vernietigd, maar de rechtsgevolgen daarvan in stand gelaten. Volgens de rechtbank had het college terecht actieve risicoaanvaarding tegengeworpen, maar dat niet deugdelijk gemotiveerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3332
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202502322/1/A2

202502323/1/A2

Bij besluit van 25 november 2021 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant aan Saanenhof voor schade die wilde zwijnen hebben toegebracht aan de door haar gepachte gronden een tegemoetkoming van € 2.799,20 toegekend. Saanenhof exploiteert een biologische geitenhouderij met een akkerbouwtak aan de Somerenseweg 39a in Heeze. Zij teelt onder meer (winter)tarwe als voer en stro voor de geiten. Sinds 1984 is Saanenhof een biologisch bedrijf en sinds 1998 een biologisch dynamisch bedrijf. Zij is SKAL- en Demeter gecertificeerd. Op 3 maart 2021 heeft Saanenhof schade door wilde zwijnen aan het gewas tarwe geconstateerd. Zij heeft voor de schade aan het gewas op 4 maart 2021 een tegemoetkoming aangevraagd. BIJ12, die de regeling voor faunaschade namens het college uitvoert, heeft een taxateur ingeschakeld. De taxateur heeft de percelen bezocht op 10 maart 2021. In zijn taxatierapport van 27 oktober 2021 heeft hij de schade op € 3.049,20 getaxeerd. De tegemoetkoming is voor schade die bestaat uit verminderde tarwe-opbrengst. Voor zover de schade bestaat uit verminderde stro-opbrengst heeft het college geen tegemoetkoming in de schade toegekend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3367
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202502323/1/A2

202502678/1/A2

Bij besluit van 8 mei 2024 heeft het CBR het rijbewijs van [appellant] met ingang van 15 mei 2024 ongeldig verklaard. Op 9 oktober 2023 heeft de politie een schriftelijke mededeling gedaan aan het CBR, als bedoeld in artikel 130, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 (Wvw 1994), van het vermoeden dat [appellant] niet langer beschikt over de vereiste rijvaardigheid voor het besturen van motorrijtuigen waarvoor het rijbewijs is afgegeven. De aanleiding hiervoor was dat [appellant] op 8 oktober 2023 een aanrijding heeft veroorzaakt tussen zijn auto en twee geparkeerde auto’s door het intrappen van het verkeerde pedaal. Het CBR heeft daarom bij besluit van 3 november 2023 aan [appellant] een onderzoek naar zijn rijvaardigheid opgelegd. Zowel de uitslag van het eerste rijvaardigheidsonderzoek van 27 februari 2024 als het tweede rijvaardigheidsonderzoek van 7 mei 2024 was dat [appellant] onvoldoende rijvaardig is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3361
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202502678/1/A2

202502687/1/A3

Bij besluit van 17 juli 2024 heeft de burgemeester van Rotterdam besloten de woning van [appellant] voor de duur van drie maanden te sluiten. Uit de bestuurlijke rapportage van 13 juni 2024 volgt dat de politie na een brandmelding de woning van [appellant] heeft bezocht. Daar hebben zij [appellant] waargenomen terwijl hij brandende goederen van het balkon gooide. Deze goederen stonden deels nog in brand en kwamen onder andere op aldaar geparkeerde auto’s terecht. De goederen die naar beneden werden gegooid waren: een plasticzak met daarin bruin poeder, diverse zeven, 50-tal doorzichtige plasticzakken, een spatel met een bruine substantie eraan, een (keuken) weegschaal en meerdere teiltjes met daarin een bruine substantie. Deze deels verbrande goederen zijn door een indicatieve test en op basis van algemene bekendheid gekoppeld aan de productie, vervaardiging of verkoop van harddrugs. Het gaat om versnijdingsmiddel van paracetamol en cafeïne en een onbekende bruine substantie. Naar aanleiding van de bestuurlijke rapportage heeft de burgemeester besloten over te gaan tot sluiting van de woning van [appellant] voor de duur van drie maanden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3362
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202502687/1/A3

202502918/1/A2

Bij besluit van 10 augustus 2022 heeft de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties besloten dat de woning van [appellanten] niet versterkt hoeft te worden. [appellanten] is eigenaar van een woonboerderij uit 1883 met een voormalige schuur met gebintconstructie aan de [locatie] te [woonplaats]. De woning staat in een gebied waar aardbevingen voorkomen. De Nationaal Coördinator Groningen (NCG) heeft laten onderzoeken of de woonboerderij met schuur van [appellanten] voldoet aan de veiligheidsnorm voor gebouwen in het aardbevingsgebied, tegenwoordig neergelegd in artikel 1 van de Tijdelijke wet Groningen (TwG).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3349
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Overige
  • uitspraakin de zaak202502918/1/A2

202503255/1/A3

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 7 mei 2025 van de rechtbank Amsterdam. In die uitspraak heeft de rechtbank het beroep van [appellante] tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam van 8 juni 2023 op het bezwaar tegen het besluit van 30 april 2020 waarin haar verzoek om een Europese gehandicaptenparkeerkaart passagier is afgewezen, ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3426
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202503255/1/A3

202504014/1/A2

Bij besluit van 29 april 2024 heeft de burgemeester van Velsen kenbaar gemaakt dat het bedrijfspand aan de [locatie] in Velserbroek met ingang van 15 april 2024 voor de duur van zes maanden is gesloten op grond van artikel 13b van de Opiumwet. [appellant] was eigenaar van het pand ten tijde van de sluiting. Hij verhuurde het pand aan de exploitant van een kringloopwinkel. De burgemeester heeft de sluiting gelast van het pand voor een periode van zes maanden, nadat gemeentelijke toezichthouders bij een controle op 15 april 2024 een in werking zijnde hennepplantage hadden aangetroffen met meer dan 1.300 hennepplanten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3336
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202504014/1/A2

202504551/1/R1

Bij besluit van 16 oktober 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad de aanvraag van [appellant] om een omgevingsvergunning voor het legaliseren van een bedrijfswoning in het bedrijfspand aan het [perceel] in Krommenie (perceel) buiten behandeling gesteld. [appellant] woont in het bedrijfspand op het perceel. Op 28 juli 2023 heeft hij een aanvraag gedaan om het pand te legaliseren als een bedrijfswoning. Met de brief van 15 augustus 2023 heeft het college [appellant] gevraagd om aanvullende gegevens aan te leveren, waaronder informatie over de goede ruimtelijke ordening vanwege de strijd met het bestemmingsplan. Omdat [appellant] die gegevens niet heeft aangeleverd, heeft het college de aanvraag van [appellant] met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) buiten behandeling gesteld. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het college de aanvraag buiten behandeling mocht stellen. Volgens [appellant] is het bouwplan in overeenstemming met het bestemmingsplan en was de gevraagde informatie over de goede ruimtelijke ordening daarom niet nodig.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3340
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202504551/1/R1

202504972/1/A2

Bij besluit van 25 juli 2024 heeft het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen het rijbewijs van [wederpartij] ongeldig verklaard met ingang van 1 augustus 2024. [wederpartij] is op 18 januari 2024 betrokken geweest bij een eenzijdig verkeersongeval. Uit de uitgevoerde ademanalyse bleek dat hij onder invloed van alcohol was en dat het alcoholgehalte 1075 µg/l (2,473‰) bedroeg. De politie Zeeland-West-Brabant heeft daarom aan het CBR een mededeling gedaan van het vermoeden dat [wederpartij] niet langer beschikt over de vereiste rijvaardigheid en/of geschiktheid voor het besturen van een motorrijtuig. Het CBR heeft bij besluit van 23 januari 2024 een onderzoek opgelegd naar de rijgeschiktheid van [wederpartij] en de geldigheid van zijn rijbewijs geschorst. Het onderzoek naar de rijgeschiktheid vond plaats op 25 mei 2024. De psychiater heeft in het rapport van het onderzoek van 25 mei 2024 geconcludeerd dat op basis van alle relevante gegevens de diagnose ‘alcoholmisbruik in ruime zin’ gesteld kan worden en dat het aannemelijk is dat met het alcoholmisbruik is gestopt sinds 19 januari 2024.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3324
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202504972/1/A2

202505266/1/R2

Bij besluit van 25 juni 2025 heeft de raad van de gemeente Heusden het bestemmingsplan "[locatie], Hedikhuizen en Oude Haven 31a, Haarsteeg" vastgesteld. Het bestemmingsplan beoogt te voorzien in de uitbreiding van het bedrijf [partij]. [partij] is een aannemersbedrijf dat gespecialiseerd is in sloop- en grondwerken en in recycling van grondstoffen. Het bedrijf is op meerdere locaties gevestigd. Met het bestemmingsplan worden de bedrijfsactiviteiten geconcentreerd op de locatie [locatie] in Hedikhuizen. De locatie aan de Oude Haven in Haarsteeg is daardoor niet langer nodig. Deze locatie is in het bestemmingsplan bestemd voor woningen. Aan [locatie] voorziet het plan in een bestemmingsvlak voor het bedrijf en in de mogelijkheid om op het uitbreidingsvlak bebouwing te realiseren. [appellant sub 1] en anderen en [appellant sub 2] zijn omwonenden en hebben beroep ingesteld tegen het deel van het bestemmingsplan dat gaat over [locatie], omdat zij met name vrezen voor de aantasting van hun woon- en leefklimaat. Volgens hen is de uitbreiding van het bedrijf onder meer in strijd met de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV) en gemeentelijk beleid en met een goede ruimtelijke ordening.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3360
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202505266/1/R2

202505304/1/R4

Bij besluit van 24 juli 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Deventer zijn beslissing om op 14 juli 2025 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met Artikel 10 lid 3 van de Afvalstoffenverordening gemeente Deventer en artikel 6 lid 3 van het Uitvoeringsbesluit afvalstoffenverordening gemeente Deventer aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een papieren tasje met papierafval, dat op 14 juli 2025 is aangetroffen naast de ondergrondse papiercontainer ter hoogte van de Ceintuurbaan in Deventer. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] het papieren tasje met papierafval verkeerd heeft aangeboden, omdat in het tasje een kartonnen doos is gevonden met daarop haar adresgegevens. [appellante] stelt dat zij het papierafval in de ondergrondse papiercontainer heeft gedeponeerd. Zij voert aan dat de container al zeer vol was, maar dat zij desondanks meerdere papieren tasjes met papierafval in de container heeft kunnen plaatsen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3370
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202505304/1/R4

202600069/1/A2

Bij beslissing van 16 september 2025 heeft de examencommissie van de Faculteit Bestuur, Recht en Veiligheid het verzoek van [appellante] voor een vrijstelling voor de bachelorstage, afgewezen. [appellante] volgt sinds 2021 de Engelstalige bacheloropleiding HBO Recht aan de Haagse Hogeschool. Zij hoeft alleen nog haar stage van 30 ECTS te halen om de opleiding af te ronden. Vanwege haar slechte gezondheid heeft zij een verzoek om een vrijstelling ingediend voor de stage. De examencommissie heeft het verzoek afgewezen, omdat uit de twee arbeidsovereenkomsten die zij heeft overgelegd niet volgt dat zij de leerdoelen heeft gehaald die gehaald moeten worden tijdens de stage.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3323
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202600069/1/A2

202600728/1/A2

Bij beslissing van 24 november 2025 heeft de examencommissie Communicatiewetenschap van de Faculteit der Sociale Wetenschappen wegens plagiaat alle door [appellante] afgelegde (deel)tentamens voor de cursus Leerproject 2 ongeldig verklaard en haar uitgesloten van deelname aan tentamens voor de cursus gedurende het academisch jaar 2025-2026. [appellante] volgt de bacheloropleiding Communicatiewetenschap aan de Radboud Universiteit. Voor de cursus Leerproject 2 moest zij vier methode-opdrachten maken en een onderzoeksverslag schrijven dat bestaat uit vijf paragrafen, waarbij telkens een concept-paragraaf moest worden ingediend. Na het inleveren van concept-paragraaf 2 heeft een docent een melding gemaakt over ‘hallucinerende bronnen’ in de door [appellante] ingeleverde tekst. Naar aanleiding daarvan is zij door de examencommissie uitgenodigd voor een gesprek. Hier heeft zij verklaard dat zij voor het opmaken van de bronvermelding gebruik heeft gemaakt van Scribbr, waardoor in de bronvermelding fouten zijn ontstaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3322
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202600728/1/A2

202601623/1/A3

[verzoeker] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 20 november 2024 in zaak nr. 22/4991 en 23/5988. De Afdeling heeft op 29 april 2026 uitspraak gedaan op dat hoger beroep (ECLI:NL:RVS:2026:2417). [verzoeker] heeft de Afdeling erop gewezen dat zij ten onrechte heeft nagelaten ook te beslissen op zijn verzoek om een schadevergoeding wegens het overschrijden van de redelijke termijn. De redelijke termijn is overschreden als de duur van de totale procedure te lang is. Voor een procedure als deze die uit een bezwaarprocedure en twee rechterlijke instanties bestaat, is in beginsel een totale lengte van ten hoogste vier jaar redelijk.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3338
Datum uitspraak
10 juni 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202601623/1/A3

202405326/1/V1

Bij besluit van 8 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 26 juli 2024 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de minister een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3303
Datum uitspraak
9 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405326/1/V1

202503116/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen. Bij uitspraak van 15 mei 2025 heeft de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. M. Pals, advocaat in Arnhem, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3300
Datum uitspraak
9 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503116/1/V1

202503117/1/V1

Bij uitspraak van 28 mei 2025 heeft de rechtbank een verzoek van appellant om de minister te veroordelen in de proceskosten, afgewezen. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. M. Pals, advocaat in Arnhem, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3302
Datum uitspraak
9 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503117/1/V1

202504716/1/V2

Bij besluit van 17 juni 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3294
Datum uitspraak
9 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202504716/1/V2

202600429/2/R3

Bij besluit van 16 september 2024 heeft het college van gedeputeerde staten van Drenthe een last onder dwangsom aan [verzoeker] opgelegd vanwege het niet voldoen aan een herbeplantingsplicht voor het perceel [locatie] in Borger. [verzoeker] is eigenaar van het perceel [locatie]. Op 19 februari 2021 heeft een toezichthouder van de provincie Drenthe geconstateerd dat op dit perceel een houtopstand is geveld zonder dat daarvoor een melding is gedaan. Het college heeft vervolgens [verzoeker] per brief erop gewezen dat hij voor 1 mei 2024 moet voldoen aan zijn herbeplantingsplicht. Tijdens een inspectie van de toezichthouder op 2 mei 2024 is geconstateerd dat op het perceel nog geen herplant heeft plaatsgevonden. Daarom heeft het college bij besluit van 16 september 2024 [verzoeker] de last opgelegd om voor 30 november 2024 het perceel op bosbouwkundig verantwoorde wijze te herbeplanten. Volgens [verzoeker] kan de last onder dwangsom niet in stand blijven. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht de opgelegde last onder dwangsom te schorsen totdat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3301
Datum uitspraak
9 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202600429/2/R3

202601188/2/A3

Bij besluit van 12 december 2023 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat de aanvraag van [wederpartij] afgewezen voor de vernieuwing van zijn vaarbevoegdheidsbewijs voor de functies schipper zeevisvaart met de beperking tot vissersvaartuigen van minder dan 60 meter (schipper zeevisvaart op vaartuigen tot 60 meter) en stuurman-werktuigkundige zeevisvaart voor alle vissersvaartuigen (stuurman-werktuigkundige). Deze zaak gaat over vaarbevoegdheidsbewijzen van [wederpartij]. De minister heeft geweigerd om die van [wederpartij] te vernieuwen omdat [wederpartij] niet de certificaten brandbestrijding en reddingmiddelen heeft. Volgens de minister zijn die nodig voor de functies schipper zeevisvaart op vaartuigen tot 60 meter en stuurman-werktuigkundige zeevisvaart. Volgens de minister is er spoedeisend belang omdat de opdracht van de rechtbank onomkeerbare gevolgen heeft. Verder betoogt de minister dat zijn belang bij uitstel is dat het oordeel van de rechtbank hem dwingt tot handelen in strijd met wat in het Besluit zeevarenden staat. Volgens de minister is dat oordeel gebaseerd op onjuiste aannames en leidt het tot onveilige situaties op schepen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3304
Datum uitspraak
9 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Visserij
  • uitspraakin de zaak202601188/2/A3

BRS.25.001307

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3264
Datum uitspraak
9 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001307

BRS.26.000457

Bij besluit van 6 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van [appellant] om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3253
Datum uitspraak
9 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000457

BRS.26.002085

Bij besluit van 11 april 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3257
Datum uitspraak
9 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002085

BRS.26.002128

Bij besluit van 12 juni 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een opvolgende aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3252
Datum uitspraak
9 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002128

BRS.26.002275

Bij besluit van 2 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3259
Datum uitspraak
9 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002275

BRS.26.002360

Bij besluit van 12 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3318
Datum uitspraak
9 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002360

BRS.26.002536

Bij besluit van 13 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3274
Datum uitspraak
9 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002536

BRS.26.002561

Bij besluit van 7 april 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3262
Datum uitspraak
9 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002561

BRS.26.002752en BRS.26.002754

Bij besluit van 26 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3311
Datum uitspraak
9 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002752en BRS.26.002754

202306720/4/R1

Bij besluit van 12 oktober 2023 heeft de raad van de gemeente Zaanstad het bestemmingsplan "Noorderveen" vastgesteld. De raad heeft in het plan van 12 oktober 2023 aan het perceel [locatie] te Assendelft, waarvan [appellant] eigenaar is, de bestemming "Agrarisch met waarden" toegekend. In artikel 22.7 van de planregels van dat plan was verder persoonsgebonden overgangsrecht opgenomen voor het gebruik van het gebouw op dat perceel voor wonen. In de beslissing van de uitspraak van 20 augustus 2025 heeft de Afdeling de beroepen van rechtswege van [appellant] tegen de besluiten van 30 mei 2024 en 17 oktober 2024 ongegrond verklaard. De Afdeling komt ambtshalve tot de conclusie dat deze beslissing onjuist is. De beslissing, onder II, van de uitspraak van 20 augustus 2025 moet daarom ambtshalve vervallen worden verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3306
Datum uitspraak
9 juni 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202306720/4/R1

202401536/1/V2

Bij besluit van 25 september 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3295
Datum uitspraak
8 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202401536/1/V2

BRS.25.001375

Bij besluiten van 3 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van betrokkenen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3236
Datum uitspraak
8 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001375

BRS.25.002417

Bij besluit van 7 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3246
Datum uitspraak
8 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002417

BRS.26.001091

Bij besluit van 22 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvullend terugkeerbesluit genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3235
Datum uitspraak
8 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001091

BRS.26.001376

Bij besluit van 31 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de aan appellanten verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, ingetrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3231
Datum uitspraak
8 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001376

BRS.26.001987

Bij besluit van 27 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3240
Datum uitspraak
8 juni 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001987

BRS.26.002257 en BRS.26.002258

Bij besluit van 24 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3292
Datum uitspraak
8 juni 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002257 en BRS.26.002258

BRS.26.002349 en BRS.26.002350

Bij besluiten van 13 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van appellanten om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3234
Datum uitspraak
8 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002349 en BRS.26.002350

BRS.26.002475

Bij besluit van 31 mei 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3244
Datum uitspraak
8 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002475

BRS.26.002483

Bij besluit van 18 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3247
Datum uitspraak
8 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002483

BRS.26.002566

Bij besluit van 21 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3242
Datum uitspraak
8 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002566

202601177/2/A3

Bij uitspraak van 13 mei 2026 in zaak nr. 202601177/3/A3 heeft de voorzieningenrechter bij wijze van ordemaatregel de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 6 maart 2026 in zaak nr. 25/1419 geschorst en bepaald dat de minister van Financiën geen nieuw besluit hoeft te nemen op het bezwaar van [wederpartij], totdat de voorzieningenrechter heeft beslist over de opheffing of wijziging van deze voorlopige voorziening.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3148
Datum uitspraak
5 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202601177/2/A3

BRS.25.000854

Bij besluit van 25 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3145
Datum uitspraak
5 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000854

BRS.25.001284

Bij besluit van 14 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3220
Datum uitspraak
5 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001284

BRS.25.001559

Bij besluit van 5 maart 2025, aangevuld bij besluit van 10 juni 2025, heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3223
Datum uitspraak
5 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001559

BRS.25.002117

Bij besluit van 2 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3219
Datum uitspraak
5 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002117

BRS.26.000705

Bij besluit van 19 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3190
Datum uitspraak
5 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000705

BRS.26.001214

Bij besluit van 18 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3224
Datum uitspraak
5 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001214

BRS.26.001227

Bij besluit van 4 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3213
Datum uitspraak
5 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001227

BRS.26.002108

Bij besluit van 31 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3225
Datum uitspraak
5 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002108

BRS.26.002111

Bij besluit van 31 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3227
Datum uitspraak
5 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002111

BRS.26.002541

Bij besluit van 28 april 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie verzoeker in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3221
Datum uitspraak
5 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002541

202302313/1/V1

Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op aanvragen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3237
Datum uitspraak
4 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202302313/1/V1

202504774/2/A3

Bij besluiten van 16 en 18 juli 2022 hebben de burgemeester en de burgemeester en het college van burgemeester en wethouders van Velsen. aan de Harddraverij-Vereniging Santpoort en omstreken (de vereniging) en Stichting Verenigde Horeca(bedrijven) Santpoort (de stichting) vergunningen en ontheffingen verleend voor het Dorpsfeest in Santpoort-Noord voor de periode van 30 juli tot en met 6 augustus 2022. [verzoeker] woont aan de [locatie] in Santpoort-Noord. In Santpoort-Noord wordt jaarlijks in de zomer het Dorpsfeest georganiseerd. Tijdens het Dorpsfeest staat er een podium op de Terrasweg, waar ’s avonds muziek te horen is. Ook worden in de Terrasweg luidsprekers opgehangen, waarmee muziek wordt afgespeeld, mededelingen worden gedaan en commentaar wordt geleverd bij onder meer het ringsteken. Op grond van het bestemmingsplan "Santpoort-Noord" geldt ter hoogte van de Terrasweg de enkelbestemming "verkeer", de dubbelbestemming "waarde-archeologie" en de gebiedsaanduiding "overige zone - evenemententerrein".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3147
Datum uitspraak
4 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202504774/2/A3

202600015/1/R1 en 202600015/2/R1

Bij besluit van 6 februari 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Heiloo geweigerd een vergunning te verlenen voor het bouwen van een garage op het perceel [locatie] te Heiloo. [wederpartijen] zijn eigenaar van de hoekwoning op het perceel [locatie] te Heiloo. Zij wensen een 5 m brede en 3 m hoge garage annex schuur aan te bouwen naast de woning. Daar waar de garage beoogd is, is op dit moment een betegelde oprit aanwezig. Om de garage te kunnen realiseren hebben [wederpartijen] de helft van een naast hun perceel liggende strook grond gekocht van de gemeente. Op de overgebleven helft van de gemeente staan struiken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3228
Datum uitspraak
4 juni 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202600015/1/R1 en 202600015/2/R1

202601094/2/R2

Bij besluit van 2 december 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Oosterhout aan [partij A] een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit bouwen verleend voor het verbouwen van een woning en het bouwen van een nieuwe garage op het achtererf van het perceel aan de [locatie 1] in Den Hout. [partij A] heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor het afbreken van een bestaande schuur, het aanleggen van verharding en het bouwen van een nieuwe garage op het achtererf aan de [locatie 1] in Den Hout. Op het perceel is het omgevingsplan van de gemeente Oosterhout van toepassing. Het bestemmingsplan "Kerkdorp Den Hout 2018" maakt deel uit van het tijdelijke deel van het omgevingsplan van de gemeente Oosterhout.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3230
Datum uitspraak
4 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202601094/2/R2

202601274/2/A2

Bij besluit van 31 december 2021 heeft de Dienst Toeslagen in het kader van de hersteloperatie toeslagen een verzoek van [wederpartij] om herbeoordeling van het recht op kinderopvangtoeslag over 2017 afgewezen. Op 26 mei 2021 heeft de Dienst Toeslagen in het kader van de Catshuisregeling aan [wederpartij] een forfaitaire vergoeding van € 30.000,00 toegekend. Naar aanleiding van de daaropvolgende integrale beoordeling heeft de Dienst Toeslagen zich echter bij besluit van 31 december 2021 op het standpunt gesteld dat hij geen fouten heeft gemaakt tijdens de beoordeling van haar recht op kinderopvangtoeslag over het jaar 2017. Bij besluit op bezwaar van 18 januari 2024 heeft de Dienst Toeslagen dit standpunt gehandhaafd. Tegen dit besluit heeft [wederpartij] beroep ingesteld. De rechtbank heeft geoordeeld dat [wederpartij] niet voldoet aan de wettelijke vereisten voor het recht op compensatie op grond van artikel 2.1, eerste lid, van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3146
Datum uitspraak
4 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202601274/2/A2

202601380/2/A2

Bij besluit van 5 maart 2025 heeft de Dienst Toeslagen een aanvraag van [wederpartij] om een herbeoordeling van het recht op kinderopvangtoeslag vanaf het jaar 2013 afgewezen. De Dienst Toeslagen heeft de aanvraag van [wederpartij] om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag in het kader van de hersteloperatie toeslagen niet inhoudelijk beoordeeld, omdat de aanvraag op 2 januari 2024, na afloop van de wettelijke termijn, is ingediend (artikel 6.1 van de Wet hersteloperatie toeslagen (de Wht)). Het daartegen gemaakte bezwaar heeft de Dienst Toeslagen ongegrond verklaard. Tegen dit besluit heeft [wederpartij] beroep ingesteld. De rechtbank heeft geoordeeld dat [wederpartij] aannemelijk heeft gemaakt dat sprake was van bijzondere omstandigheden waardoor hij niet in staat was de aanvraag tijdig in te dienen en dat hij de aanvraag gegeven de omstandigheden niet onredelijk laat heeft ingediend. De termijnoverschrijding is dus verschoonbaar, waardoor de Dienst Toeslagen de aanvraag alsnog inhoudelijk in behandeling moet nemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3144
Datum uitspraak
4 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202601380/2/A2

BRS.25.001488

Bij besluit van 22 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3115
Datum uitspraak
4 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001488

BRS.26.001587 en BRS.26.001603

Bij brief van 5 mei 2024 heeft het Centraal Orgaan opvang asielzoekers betrokkenen geïnformeerd over een inhouding van verstrekkingen krachtens de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 (Rva-verstrekkingen) in de periode van mei 2024 tot augustus 2024.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3130
Datum uitspraak
4 juni 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001587 en BRS.26.001603

BRS.26.001792

Bij brief van 29 oktober 2019 heeft het Centraal Orgaan opvang asielzoekers appellant meegedeeld dat het de gemeente Borger-Odoorn bereid heeft gevonden om bij voorrang woonruimte voor haar beschikbaar te stellen (koppelingsbrief).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3131
Datum uitspraak
4 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001792

BRS.26.001795

Bij besluit van 27 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3137
Datum uitspraak
4 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001795

BRS.26.002180

Bij besluit van 27 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in vreemdelingenbewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3128
Datum uitspraak
4 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002180

BRS.26.002308 en BRS.26.002309

Bij besluit van 14 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3132
Datum uitspraak
4 juni 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002308 en BRS.26.002309

BRS.26.002361

Bij besluit van 17 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om haar krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3118
Datum uitspraak
4 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002361

BRS.26.002394

Bij besluit van 15 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3138
Datum uitspraak
4 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002394

BRS.26.002408 en BRS.26.002629

Bij besluit van 20 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3226
Datum uitspraak
4 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002408 en BRS.26.002629

BRS.26.002593 en BRS.26.002594

Bij besluit van 14 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van appellanten om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3134
Datum uitspraak
4 juni 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002593 en BRS.26.002594

BRS.26.002660 en BRS.26.002661

Bij besluit van 18 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3233
Datum uitspraak
4 juni 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002660 en BRS.26.002661

BRS.26.002736

Bij besluit van 24 juni 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3239
Datum uitspraak
4 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002736

202406275/1/V2

Bij besluit van 21 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3155
Datum uitspraak
3 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406275/1/V2

202503866/1/V3

Bij besluit van 17 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3124
Datum uitspraak
3 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503866/1/V3

202505197/1/V2

Bij besluit van 1 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3150
Datum uitspraak
3 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202505197/1/V2

202600705/1/R3 en 202600705/2/R3

Bij besluit van 9 juli 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Eemsdelta aan SynVest Dutch RealEstate I B.V. (SynVest) een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een sportschool op de eerste verdieping van het pand aan de Farmsumerweg 126b in Appingedam. Op 27 mei 2021 heeft SynVest een aanvraag om een omgevingsvergunning ingediend voor het realiseren van een sportschool op de eerste verdieping van het pand. Bij besluit van 9 juli 2021 heeft het college deze vergunning verleend. Bij besluit van 16 juli 2024 heef het college dit besluit in stand gelaten onder aanvulling van de motivering. Volgens het college rust op het perceel waar het pand is gevestigd op grond van het bestemmingsplan "Stad Appingedam" de bestemming "Detailhandel - 2". Volgens het college is, gelet op de door SynVest gegeven onderbouwing van de aangevraagde activiteit, sprake van een fitnesscentrum en is ook overigens aan de voorwaarden uit artikel 19.5 van de planregels voldaan. [appellante] is gevestigd op de begane grond van het pand. Zij vreest overlast als gevolg van de sportschool en is daarom opgekomen tegen de verlening van de omgevingsvergunning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3110
Datum uitspraak
3 juni 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202600705/1/R3 en 202600705/2/R3

BRS.25.002425

Bij brief van 16 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant meegedeeld dat de rechten van de Richtlijn tijdelijke bescherming voor hem op 4 september 2025 stoppen omdat de bevriezingsmaatregel eindigt, en dat hij vanaf die datum vier weken de tijd heeft om te vertrekken uit Nederland als hij op dat moment geen andere verblijfsvergunning of een openstaande aanvraag daarvoor heeft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3091
Datum uitspraak
3 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002425

BRS.26.002191 en BRS.26.002192

Bij besluit van 13 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3121
Datum uitspraak
3 juni 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002191 en BRS.26.002192

BRS.26.002247

Bij besluit van 25 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3114
Datum uitspraak
3 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002247

BRS.26.002386 en BRS.26.002387

Bij besluit van 27 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3095
Datum uitspraak
3 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002386 en BRS.26.002387

BRS.26.002420

Bij besluit van 8 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3116
Datum uitspraak
3 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002420

BRS.26.002596

Bij besluit van 9 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3141
Datum uitspraak
3 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002596

BRS.26.002695

Bij besluiten van 3 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van verzoekers om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3217
Datum uitspraak
3 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002695

202204900/1/R4

Bij besluit van 19 april 2022 heeft de raad van de gemeente Aalten het bestemmingsplan "Kern Aalten, uitbreiding bedrijventerrein 't Broek 2022" vastgesteld. De gecoördineerde besluiten voorzien in een aantal ontwikkelingen, waaronder het slopen van 2 woningen en het kappen van een aantal bomen. Het beroep van SNMA is gericht tegen het plan dat de bouw mogelijk maakt van een opslaghal voor ISG Lettink aan de Dinxperlosestraatweg 70 in Aalten en een opslag- en expeditiehal voor Kaemingk aan de Vierde Broekdijk 51 in Aalten en tegen de verleende omgevingsvergunning aan Kaemingk. SNMA betoogt dat een maximale bouwhoogte van 16,5 m die het plan mogelijk maakt voor de bedrijfshal van Kaemingk uit ruimtelijk oogpunt niet aanvaardbaar is. Een dergelijke bouwhoogte is een te grote aantasting van het landschap, ondanks de voorziene landschappelijke inpassing. Ook is volgens SNMA de toegestane bouwhoogte veel groter dan de hoogte van de andere gebouwen op het bestaande industrieterrein.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3186
Datum uitspraak
3 juni 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202204900/1/R4

202207347/1/A3

Bij besluit van 8 juli 2020, aangevuld bij besluit van 20 juli 2020, heeft de burgemeester de woning van [appellant] voor drie maanden gesloten. Bij het besluit van 8 november 2022 heeft de burgemeester opnieuw op het bezwaar van [appellant] beslist. Volgens de burgemeester is de sluiting van de woning voor de duur van drie maanden geschikt, noodzakelijk en evenwichtig. Het doel van de sluiting is het creëren van een veilige woonomgeving en het herstellen van de openbare orde. Met de sluiting worden eventuele toekomstige overtredingen voorkomen en komt een eind aan de veroorzaakte illegale situatie. De burgemeester neemt verder in aanmerking dat [appellant] in 2011 is veroordeeld voor hennepteelt. Om recidive te voorkomen acht de burgemeester sluiting van de woning noodzakelijk. Ook blijkt uit de bestuurlijke rapportage en een aanvullende rapportage van Liander, de netbeheerder, dat sprake was van brandgevaar en dat dit gevaar in rechtstreeks verband stond met de aangetroffen hennepkwekerij. De burgemeester heeft de aanvullende rapportage van Liander ten grondslag gelegd aan het nieuwe besluit.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3187
Datum uitspraak
3 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202207347/1/A3

202301063/1/R3

Bij besluit van 7 december 2022 hebben provinciale staten van Overijssel het inpassingsplan "Bergvennen en Brecklenkampse Veld" gewijzigd vastgesteld. Het inpassingsplan maakt een aantal interne en externe maatregelen voor het beheer en herstel van het Natura 2000-gebied juridisch mogelijk. In het Natura 2000 beheerplan "Bergvennen & Brecklenkampse Veld" zijn verschillende maatregelen beschreven die nodig zijn om de instandhoudingsdoelstellingen voor dat Natura 2000-gebied te behalen. Het inpassingsplan maakt een deel van die maatregelen mogelijk. Daarbij gaat het met name om maatregelen die tot vernatting van percelen in en nabij het Natura 2000-gebied leiden. Deze maatregelen zijn opgenomen in een bij de regels van het inpassingsplan behorend inrichtingsplan. Landschap Overijssel is eigenaar van het overgrote deel van de gronden in het plangebied. Appellanten zijn grondeigenaren en omwonenden met gronden in de (directe) omgeving van het plangebied. Zij zijn het niet eens met het plan, met name omdat zij vrezen voor vernatting van hun gronden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3168
Datum uitspraak
3 juni 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Inpassingsplan
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202301063/1/R3

202302921/1/R1

Bij besluit van 17 februari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Wijdemeren aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van een woning aan de [locatie 1] in Breukeleveen. [partij] is eigenaar van het perceel aan de [locatie 1] in Breukeleveen. Hij heeft een aanvraag gedaan voor een omgevingsvergunning voor de bouw van een woning op het westelijke deel van het perceel. Ter plaatse geldt het bestemmingsplan "Plassengebied Loosdrecht 2013". Op het perceel rusten, voor zover hier van belang, de bestemming "Wonen" en de dubbelbestemming "Waarde - Archeologie 2". Verder is de gebiedsaanduiding "milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied 1" aan het perceel toegekend. Het college is ervan uitgegaan dat de woning in overeenstemming is met het bestemmingsplan. [appellant] woont op het aangrenzende perceel aan de [locatie 2] en is het om verschillende redenen niet eens met de verleende omgevingsvergunning voor de bouw van de woning. [appellant] heeft hoger beroep ingesteld omdat hij een verdergaande vernietiging van het besluit op bezwaar wil bereiken. Volgens hem is de rechtbank er ten onrechte aan voorbij gegaan dat de woning op meer punten in strijd is met het bestemmingsplan dan waarvan de rechtbank is uitgegaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3181
Datum uitspraak
3 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202302921/1/R1

202304853/1/R1

Bij besluit van 22 juni 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Schagen aan Bouwadviesbureau C&G Partners B.V. vergunning verleend voor het wijzigen van het gebruik van recreatieve appartementen naar permanente bewoning op het perceel Burgerweg 9, appartementen 1 tot en met 20, in Burgerbrug. Op het perceel zijn aanwezig restaurant De Brugwachter en appartementencomplex Residenz Polderblick met 20 appartementen en 21 bergingen. In het verleden is de eigendom gesplitst in een gedeelte met restaurant met berging en een privégedeelte met appartementen en bergingen. Ten behoeve van deze hoofdsplitsing is de Vereniging van Eigenaars Polderblick opgericht. Het privégedeelte met appartementen en bergingen is vervolgens verder opgesplitst in 20 recreatieve appartementen en 21 bergingen. Ten behoeve van deze ondersplitsing is de Vereniging opgericht. Het college heeft bij besluit op bezwaar van 23 december 2021 de verleende omgevingsvergunning herroepen. Het college heeft daaraan ten grondslag gelegd dat de Vereniging geen belanghebbende is bij haar verzoek om omgevingsvergunning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3182
Datum uitspraak
3 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202304853/1/R1

202305238/1/A3

Bij besluit van 8 november 2021 heeft de burgemeester van Bergen besloten tot het sluiten van de woning van [appellant sub 2] voor zes maanden. [appellant sub 2] huurt de woning aan de [locatie] in Nieuw-Bergen. Bij een doorzoeking in haar woning zijn 23,8 gram hennep, 27,75 gram amfetamine, negen XTC-pillen, lege gripzakjes, een keukenweegschaal met daarop een residu van vermoedelijk verdovende middelen en vier BB-guns met munitie aangetroffen. De politie heeft van de doorzoeking een proces-verbaal van bevindingen opgesteld. De burgemeester heeft bij het besluit van 8 november 2021 besloten tot het sluiten van de woning voor de duur van zes maanden. De burgemeester heeft de sluiting bij het besluit van 7 maart 2022, gewijzigd bij het besluit van 10 maart 2022, gehandhaafd. Doordat de voorzieningenrechter zowel hangende bezwaar als hangende beroep de besluiten heeft geschorst, is de woning feitelijk gesloten geweest van 20 april 2022 tot 6 mei 2022. [appellant sub 2] betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat de sluiting van de woning niet noodzakelijk is. De aangetroffen drugs zijn van de voormalig partner van [appellant sub 2]. Er is niet vanuit de woning gehandeld, er zijn geen potentiële kopers van drugs naar de woning gekomen en er is geen overlast gemeld door buurtbewoners.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3160
Datum uitspraak
3 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202305238/1/A3

202306412/1/R2

Bij besluit van 16 juni 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hilvarenbeek aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor de activiteiten bouwen en het gebruiken van gronden in strijd met het bestemmingsplan ten behoeve van een dakopbouw op een bestaande garage met carport aan de [locatie] in Hilvarenbeek. [partij] woont aan de [locatie] in Hilvarenbeek. Hij wil een dakopbouw op zijn garage en carport bouwen. Het college heeft hiervoor aan hem een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een bouwwerk en het handelen in strijd met het bestemmingsplan "Woongebieden en bedrijventerreinen, Hilvarenbeek". Met de omgevingsvergunning is afgeweken van het bestemmingsplan, omdat het bouwplan een goothoogte van 5,5 meter heeft, terwijl op grond van het bestemmingsplan op een deel van de gronden slechts een maximale goothoogte van 3 meter is toegestaan. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] betogen dat de rechtbank ten onrechte enkel de vergunning voor de activiteit ‘bouwen’ heeft vernietigd. De rechtbank had volgens hen de hele vergunning, dus ook de vergunning voor de activiteit ‘het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan’ moeten vernietigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3178
Datum uitspraak
3 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202306412/1/R2

202307109/1/R1 en 202503531/1/R1

Deze uitspraak gaat over de hoger beroepen in zaken nr. 202307109/1 en nr. 202503531/1. Zaak nr. 202307109/1/R1 gaat over de uitspraak van de rechtbank over een bij het besluit van 7 juni 2022 aan [partij] verleende omgevingsvergunning voor de uitbreiding van zijn woning op het perceel [locatie 1] in Middelburg. Zaak nr. 202503531/1/R1 gaat over de weigering van het college van burgemeester en wethouders van Middelburg om handhavend op te treden tegen een gerealiseerde afwijking van het vergunde bouwplan en over een door [partij] aangevraagde wijziging van dat bouwplan. Hangende het hoger beroep in zaak nr. 202307109/1/R1 heeft het college bij besluit van 11 april 2024 ingestemd met die wijziging van het bouwplan. [partij] woont op het perceel en heeft de omgevingsvergunning aangevraagd om zijn woning uit te breiden en te veranderen. De bestaande woning wordt aanzienlijk vergroot. De kapverdieping van de woning wordt gesloopt. Het bouwplan voorziet in een nieuwe verdieping met een plat dak. Daarin komen vier slaapkamers, een badkamer en een berging. Op de begane grond komt een slaapkamer. Aan de voorzijde en zijkant van de bestaande woning komt een aanbouw met daarin onder meer een hal, badkamer, deel van die slaapkamer, garage en berging. Aan de achterzijde en zijkant van de bestaande woning komt ook een aanbouw met daarin een woonkamer.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3163
Datum uitspraak
3 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202307109/1/R1 en 202503531/1/R1

202307464/1/R3

Bij besluit van 19 september 2023 heeft de raad van de gemeente Krimpenerwaard het bestemmingsplan "Gemeentehuis Provincialeweg 5a, Bergambacht" vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in de ontwikkeling van een nieuw gemeentehuis met bijbehorende parkeergelegenheid voor de gemeente Krimpenerwaard aan de Provincialeweg 5a in Bergambacht, ten westen van de Veerweg. Daarnaast voorziet het plan in de aanleg van een nieuw natuurgebied, ten zuiden van het voorziene gemeentehuis. Op grond van het vorige bestemmingsplan "Buitengebied 2011" hadden de gronden van het plangebied een bedrijfsbestemming. In het voorliggende plan hebben de gronden deels de bestemming "Maatschappelijk" en deels de bestemming "Natuur". [appellante] woont en heeft haar boerderij ten noorden van het plangebied tegenover het voorziene gemeentehuis. [appellante] kan zich niet met het plan verenigen, onder meer omdat zij de locatie niet geschikt vindt voor een gemeentehuis met de geplande omvang.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3188
Datum uitspraak
3 juni 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202307464/1/R3

202307566/1/R1

Bij besluit van 26 september 2023 heeft de raad van de gemeente Beekdaelen het bestemmingsplan "Groevepark Silt" vastgesteld. Het plan heeft betrekking op het groevegebied gelegen ten zuidwesten van Nagelbeek en Schinnen, de zogenoemde Groeve Schinnen. Dit groevegebied is jarenlang gebruikt voor de winning van zand en grind. Als gevolg van de intensivering van landgebruik is de plateaurand van het groevegebied niet meer herkenbaar. Hierdoor is de verbinding tussen het groevegebied en de beekdalen verdwenen. Verder is het terrein ten oosten van het groevegebied jarenlang gebruikt als vuilstort. [bedrijf] is als initiatiefnemer volgens de plantoelichting voornemens om het groevegebied en de afgewerkte vuilstort te transformeren naar een plek waar de natuur en het (recreatieve) gebruik van de mens hand-in-hand samen komen. Het plan voorziet in een juridisch planologisch kader voor deze transformatie. Het plan voorziet in de aanleg van een recreatieplas en de bouw van maximaal 60 verblijfseenheden, met daaraan ondersteunend onder andere horeca, ondergeschikte detailhandel en een wellnessgebouw. Op de voormalige vuilstortplaats komt een zonneweide in de vorm van twee clusters zonnepanelen met daartussen een parkeerplaats voor de bezoekers van het recreatiepark.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3193
Datum uitspraak
3 juni 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202307566/1/R1

202307828/1/A2

Bij besluit van 19 oktober 2020 heeft het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland. de subsidie voor het project ‘COILED’ vastgesteld op € 1.071.229,64, de subsidie voor Pivot vastgesteld op nihil en een bedrag van € 72.899,10 teruggevorderd. Pivot is een bedrijf dat zich toelegt op "extensive cellular and biochemical in-vitro screening experiments and High Throughput Screening services". De Stichting Katholieke Universiteit - Radboud Universiteit heeft als penvoerder een subsidieaanvraag ingediend voor het R&D-project ‘Center for Open Innovation in LEad Discovery’ (COILED), een systeeminnovatieproject in de productie van farmaceutische halffabricaten (het project). Het betreft een subsidie voor activiteiten gericht op experimentele ontwikkeling of het verrichten van industrieel onderzoek in combinatie met experimentele ontwikkeling. Naast voornoemde Stichting waren als subsidieontvangers bij het project betrokken: Stichting Katholieke Universiteit - Radboud universitair medisch centrum, Pivot, Inntrest Consultancy B.V., BioAxis Research B.V. en Pansynt B.V..

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3170
Datum uitspraak
3 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202307828/1/A2

202400603/1/A2

Bij besluit van 8 maart 2021 heeft de raad voor rechtsbijstand een aanvraag van [appellant] om gefinancierde rechtsbijstand afgewezen. Op 25 mei 2020 heeft [appellant] bij de raad een aanvraag om gesubsidieerde rechtsbijstand ingediend. Bij besluit van 27 mei 2020 heeft de raad deze aanvraag afgewezen. Bij besluit van 24 september 2020 heeft de raad het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 12 maart 2025 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep bij de Afdeling ingesteld in zaak nr. 202501647/1/A2. Op 21 december 2020 heeft [appellant] beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn verzoek om heroverweging van het besluit van 27 mei 2020. Volgens [appellant] heeft hij dit verzoek op 4 juni 2020 ingediend. Bij uitspraak van 20 januari 2021 heeft de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat [appellant] de verzending van het verzoek om heroverweging niet aannemelijk heeft gemaakt, zodat de raad niet in gebreke is om daarop een beslissing te nemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3200
Datum uitspraak
3 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202400603/1/A2

202401811/1/A2

Bij e-mailbericht van 3 juli 2023 heeft de deken van de Amsterdamse Orde van Advocaten [appellant] medegedeeld dat geen aanleiding bestond om in dit geval een minnelijke regeling te beproeven. [appellant] heeft op grond van artikel 46c van de Advocatenwet zowel in 2010 als op 5 december 2022 een klacht ingediend tegen een advocaat. De klacht is door de deken in behandeling genomen en behandeld. Op 21 december 2022 en op 16 mei 2023 heeft [appellant] de deken verzocht om bemiddeling. Bij e-mail van 23 mei 2023 heeft de deken [appellant], onder verwijzing naar eerdere berichten, laten weten dat er geen aanleiding bestaat om te bemiddelen in het kader van de afhandeling van de klacht van [appellant]. De deken heeft [appellant] erop gewezen dat hij, indien hij het niet eens is met de visie van de deken, om doorzending van de klacht naar de Raad van Discipline kan vragen. De klacht is ook voorgelegd aan de Raad van Discipline. Op 19 september 2023 heeft de voorzitter van de Raad van Discipline uitspraak gedaan en de klacht niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3199
Datum uitspraak
3 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202401811/1/A2

202401934/1/R3

Bij besluit van 1 februari 2024 heeft de raad van de gemeente Leiden het bestemmingsplan "Plesmanlaan 100" vastgesteld. Bij besluit van 15 februari 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Leiden een omgevingsvergunning verleend voor het verbouwen en het uitbreiden van een voormalig kantoorgebouw naar een woongebouw met 420 woningen en ondersteunend commercieel en maatschappelijk programma op de locatie Plesmanlaan 100. Het bestemmingsplan biedt ruimte voor 420 huurappartementen met een woonoppervlakte tot 75 m2, waarvan 103 voor de sociale huur. Verder voorziet het plan in 750 m2 aan ondersteunende, commerciële voorzieningen in de plint van het gebouw. Het plangebied grenst aan de noordzijde aan de Plesmanlaan, aan de westzijde aan de Haagse Schouwweg, aan de zuidzijde aan de Van Ravelingenstraat en aan de oostzijde aan de Verbeekstraat. De belangenvereniging stelt zich ten doel de leefbaarheid van de wijk Bockhorst te verhogen en de collectieve belangen van haar leden te behartigen, voor zover deze betrekking hebben op de algemene wijkvoorzieningen en woonhuizen en aanhorigheden. De wijk Bockhorst ligt ten zuiden van het plangebied. De belangenvereniging vindt de bebouwing te hoog en vreest dat het plan een negatieve impact heeft op de woonomgeving van de wijk. Zo leidt het plan volgens de belangenvereniging tot parkeerhinder.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3171
Datum uitspraak
3 juni 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202401934/1/R3
vorige pagina1...202122...1.269volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon