Uitspraak 202306720/4/R1
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2026:3306
- Datum uitspraak
- 9 juni 2026
- Inhoudsindicatie
- Bij besluit van 12 oktober 2023 heeft de raad van de gemeente Zaanstad het bestemmingsplan "Noorderveen" vastgesteld. De raad heeft in het plan van 12 oktober 2023 aan het perceel [locatie] te Assendelft, waarvan [appellant] eigenaar is, de bestemming "Agrarisch met waarden" toegekend. In artikel 22.7 van de planregels van dat plan was verder persoonsgebonden overgangsrecht opgenomen voor het gebruik van het gebouw op dat perceel voor wonen. In de beslissing van de uitspraak van 20 augustus 2025 heeft de Afdeling de beroepen van rechtswege van [appellant] tegen de besluiten van 30 mei 2024 en 17 oktober 2024 ongegrond verklaard. De Afdeling komt ambtshalve tot de conclusie dat deze beslissing onjuist is. De beslissing, onder II, van de uitspraak van 20 augustus 2025 moet daarom ambtshalve vervallen worden verklaard.
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- RO - Noord-Holland
Toon inhoud
202306720/4/R1.
Datum uitspraak: 9 juni 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak strekkende tot gedeeltelijke vervallenverklaring van de uitspraak van 20 augustus 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3988 in het geding tussen:
[appellant], wonend in [woonplaats],
appellant,
en
de raad van de gemeente Zaanstad.
Procesverloop
Bij besluit van 12 oktober 2023 heeft de raad het bestemmingsplan "Noorderveen" vastgesteld.
Tegen het besluit waarbij het bestemmingsplan is vastgesteld heeft onder meer [appellant] beroep ingesteld.
Bij besluiten van 30 mei 2024 en 17 oktober 2024 heeft de raad het bestemmingsplan gewijzigd.
Bij uitspraak van 20 augustus 2025, in zaak nr. ECLI:NL:RVS: 2025:3988, heeft de Afdeling, in de beslissing onder III, de raad opgedragen om binnen 26 weken na verzending van die uitspraak het daarin omschreven gebrek te herstellen. Verder heeft de Afdeling in de beslissing onder II de beroepen van rechtswege van [appellant] tegen de besluiten van 30 mei 2024 en 17 oktober 2024 ongegrond verklaard.
Overwegingen
Waarom doet de Afdeling opnieuw uitspraak in deze zaak?
1. De raad heeft in het plan van 12 oktober 2023 aan het perceel [locatie] te Assendelft, waarvan [appellant] eigenaar is, de bestemming "Agrarisch met waarden" toegekend. In artikel 22.7 van de planregels van dat plan was verder persoonsgebonden overgangsrecht opgenomen voor het gebruik van het gebouw op dat perceel voor wonen.
Bij besluiten van 30 mei 2024 en 17 oktober 2024 heeft de raad dit plan gewijzigd. De raad heeft daarbij - voor zover hier van belang - opnieuw de bestemming "Agrarisch met waarden" toegekend aan het perceel. Verder is in artikel 2 van de bij deze twee besluiten behorende planregels bepaald dat de planregels van het plan van 12 oktober 2023 - kort gezegd en voor zover hier van belang - van toepassing zijn. Dat betekent dat het persoonsgebonden overgangsrecht voor het perceel [locatie] onverkort van toepassing blijft in de plannen van 30 mei 2024 en 17 oktober 2024. Dat heeft de Afdeling in de uitspraak van 20 augustus 2025 niet onderkend.
2. In de beslissing van de uitspraak van 20 augustus 2025 heeft de Afdeling de beroepen van rechtswege van [appellant] tegen de besluiten van 30 mei 2024 en 17 oktober 2024 ongegrond verklaard. De Afdeling komt ambtshalve tot de conclusie dat deze beslissing onjuist is. In de 6:19-besluiten van 30 mei 2024 en 17 oktober 2024 zijn namelijk niet alleen de planregels van het plan van 12 oktober 2023, voor zover hier van belang, van overeenkomstige toepassing verklaard, maar is ook telkens opnieuw de bestemming "Agrarisch met waarden" toegekend aan het perceel [locatie]. Dat betekent dat de opdracht in de tussenuitspraak ook betrekking had moeten hebben op de besluiten van 30 mei 2024 en 17 oktober 2024 en dat de beroepen tegen die besluiten niet bij wijze van einduitspraak ongegrond verklaard hadden mogen worden.
3. De beslissing, onder II, van de uitspraak van 20 augustus 2025 moet daarom ambtshalve vervallen worden verklaard. De Afdeling zal in de einduitspraak dus niet alleen beslissen over het beroep van [appellant] tegen het besluit van 12 oktober 2023, maar ook op de van rechtswege ontstane beroepen van Wieringa tegen de besluiten van 30 mei 2024 en 17 oktober 2024.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart de uitspraak van 20 augustus 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3988, voor zover het onderdeel II van de beslissing betreft, vervallen.
Aldus vastgesteld door mr. B.P.M. van Ravels, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. W.S. van Helvoort, griffier.
Het lid van de enkelvoudige kamer is verhinderd de uitspraak te ondertekenen
w.g. Van Helvoort
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 9 juni 2026
361