Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202601380/2/A2

Uitspraak 202601380/2/A2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3144
Datum uitspraak
4 juni 2026
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 5 maart 2025 heeft de Dienst Toeslagen een aanvraag van [wederpartij] om een herbeoordeling van het recht op kinderopvangtoeslag vanaf het jaar 2013 afgewezen. De Dienst Toeslagen heeft de aanvraag van [wederpartij] om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag in het kader van de hersteloperatie toeslagen niet inhoudelijk beoordeeld, omdat de aanvraag op 2 januari 2024, na afloop van de wettelijke termijn, is ingediend (artikel 6.1 van de Wet hersteloperatie toeslagen (de Wht)). Het daartegen gemaakte bezwaar heeft de Dienst Toeslagen ongegrond verklaard. Tegen dit besluit heeft [wederpartij] beroep ingesteld. De rechtbank heeft geoordeeld dat [wederpartij] aannemelijk heeft gemaakt dat sprake was van bijzondere omstandigheden waardoor hij niet in staat was de aanvraag tijdig in te dienen en dat hij de aanvraag gegeven de omstandigheden niet onredelijk laat heeft ingediend. De termijnoverschrijding is dus verschoonbaar, waardoor de Dienst Toeslagen de aanvraag alsnog inhoudelijk in behandeling moet nemen.
  • Voorlopige voorziening
  • Geld

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202601380/2/A2.
Datum uitspraak: 4 juni 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht; Awb), hangende het hoger beroep van:

de Dienst Toeslagen,
verzoeker,

tegen de uitspraak van de rechtbank Noord­Holland van 30 maart 2026 in zaak nr. 25/3533 in het geding tussen:

[wederpartij], wonend in [woonplaats],

en

de Dienst Toeslagen.

Procesverloop

Bij besluit van 5 maart 2025 heeft de Dienst Toeslagen een aanvraag van [wederpartij] om een herbeoordeling van het recht op kinderopvangtoeslag vanaf het jaar 2013 afgewezen.

Bij besluit van 8 juli 2025 heeft de Dienst Toeslagen het door [wederpartij] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 30 maart 2026 heeft de rechtbank het door [wederpartij] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 8 juli 2025 vernietigd en bepaald dat de Dienst Toeslagen de aanvraag in behandeling neemt en dat deze uitspraak in de plaats komt van het vernietigde besluit.

Tegen deze uitspraak heeft de Dienst Toeslagen hoger beroep ingesteld en de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 21 mei 2026, waar de Dienst Toeslagen, vertegenwoordigd door [gemachtigden], en [wederpartij], vertegenwoordigd door mr. R.T. Poort, advocaat in Beverwijk, zijn verschenen.

Overwegingen

Inleiding

1.       De Dienst Toeslagen heeft de aanvraag van [wederpartij] om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag in het kader van de hersteloperatie toeslagen niet inhoudelijk beoordeeld, omdat de aanvraag op 2 januari 2024, na afloop van de wettelijke termijn, is ingediend (artikel 6.1 van de Wet hersteloperatie toeslagen (de Wht)). Het daartegen gemaakte bezwaar heeft de Dienst Toeslagen ongegrond verklaard. Tegen dit besluit heeft [wederpartij] beroep ingesteld.

2.       De rechtbank heeft geoordeeld dat [wederpartij] aannemelijk heeft gemaakt dat sprake was van bijzondere omstandigheden waardoor hij niet in staat was de aanvraag tijdig in te dienen en dat hij de aanvraag gegeven de omstandigheden niet onredelijk laat heeft ingediend. De termijnoverschrijding is dus verschoonbaar, waardoor de Dienst Toeslagen de aanvraag alsnog inhoudelijk in behandeling moet nemen.

3.       De Dienst Toeslagen heeft de voorzieningenrechter verzocht om de uitspraak van de rechtbank te schorsen totdat op zijn hoger beroep is beslist, in die zin dat het verzoek om herbeoordeling voorlopig niet in behandeling hoeft te worden genomen. Volgens de Dienst Toeslagen brengt uitvoering van die uitspraak mogelijk onomkeerbare gevolgen mee, terwijl in hoger beroep nog moet worden beslist of de rechtbank juist heeft geoordeeld. De hogerberoepsprocedure wordt zinledig als hij al een nieuw besluit heeft genomen. Als een aanvrager eenmaal als gedupeerde is aangemerkt en aan hem herstelmaatregelen zijn toegekend, doet de Dienst Toeslagen die beslissing namelijk gestand, ook als later blijkt dat een aanvrager ten onrechte als gedupeerde is aangemerkt. Uitvoering van de uitspraak van de rechtbank heeft dus onomkeerbare gevolgen.

Beoordeling verzoek

4.       De voorzieningenrechter kan in een geval als dit een voorlopige voorziening treffen als onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist (artikel 8:81 van de Awb). Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

5.       De voorzieningenrechter is van oordeel dat de Dienst Toeslagen geen spoedeisend belang heeft bij het treffen van de gevraagde voorziening en wijst het verzoek daarom af. Dit zal hieronder worden toegelicht, maar eerst merkt hij op dat deze zaak verschilt van eerdere uitspraken van de voorzieningenrechter van de Afdeling (bijvoorbeeld die van 7 april 2026 (ECLI:NL:RVS:2026:1910)), waarin de verzoeken om een voorlopige voorziening in (tot op zekere hoogte) vergelijkbare zaken zijn toegewezen. In die zaken heeft de rechtbank de Dienst Toeslagen namelijk anders dan in deze zaak steeds een termijn van zes weken gesteld om een nieuw besluit te nemen. Dus in die zaken moest de Dienst Toeslagen snel beslissen en dat is in deze zaak anders.

6.       Hoewel de rechtbank heeft overwogen dat de Dienst Toeslagen opnieuw op het bezwaar van [wederpartij] moet beslissen, staat in het dictum van de uitspraak dat de Dienst Toeslagen het verzoek van [wederpartij] tot herbeoordeling van het recht op kindertoeslag vanaf het jaar 2013 in behandeling moet nemen en dat de uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde beslissing op bezwaar. Omdat het dictum bepalend is voor de rechtsgevolgen van de uitspraak, betekent dit dat de Dienst Toeslagen ter uitvoering van de uitspraak van de rechtbank geen nieuwe beslissing op bezwaar moet nemen, maar een beslissing op het verzoek om herbeoordeling. Daarvoor geldt, naar tussen partijen niet in geschil is, de beslistermijn uit artikel 6.2, eerste lid, van de Wht.

7.       Uit artikel 6.2, eerste lid, van de Wht volgt dat de Dienst Toeslagen binnen een termijn van zes maanden een besluit neemt op een aanvraag. Deze termijn kan eenmalig met maximaal zes maanden worden verlengd. De termijn begint in dit geval te lopen de dag na verzending van de rechtbankuitspraak. Dit betekent dat de Dienst Toeslagen in dit geval nog tot eind maart 2027 heeft om de aanvraag inhoudelijk te behandelen en een besluit te nemen.

8.       Niet valt uit te sluiten dat onomkeerbare gevolgen zullen plaatsvinden als de Dienst Toeslagen beslist op het verzoek om herbeoordeling en daarbij [wederpartij] als gedupeerde aanmerkt. De Dienst Toeslagen heeft daarvoor echter nog de tijd tot maart 2027. Daarom is er op dit moment geen spoedeisend belang bij het treffen van een voorziening, die ertoe strekt dat het verzoek om herbeoordeling voorlopig niet in behandeling hoeft te worden genomen. Ook zonder een voorlopige voorziening is dat namelijk al zo en de voorzieningenrechter verwacht dat het hoger beroep zal zijn behandeld voor maart 2027. Bovendien heeft de gemachtigde van [wederpartij] op zitting verklaard dat hij niet verwacht dat [wederpartij] in moeilijkheden komt, als het nog even duurt voordat op zijn aanvraag is beslist en de beslistermijn uit artikel 6.2, eerste lid, van de Wht wordt aangehouden. Mocht dit op enig moment veranderen doordat of [wederpartij] in moeilijkheden komt of de Dienst Toeslagen niet langer kan wachten met beslissen, kunnen zij een nieuw verzoek om een voorlopige voorziening indienen.

Conclusie

9.       De voorzieningenrechter wijst het verzoek af.

10.     De Dienst Toeslagen moet de proceskosten vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.        wijst het verzoek af;

II.       veroordeelt de Dienst Toeslagen tot vergoeding van bij [wederpartij] in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 934,00 geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Aldus vastgesteld door mr. J.J.W.P. van Gastel, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. O. van Loon, griffier.

w.g. Van Gastel
voorzieningenrechter

w.g. Van Loon
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 4 juni 2026

284-1197


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon