Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 123.955
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202200360/2/R3

Bij besluit van 25 november 2021 heeft de raad van de gemeente Alphen aan den Rijn het bestemmingsplan "Inbreidingslocaties Woningbouw Alphen Stad" vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet op de locatie Klompenmaker, tegenover het gebouw van Activite Noorderbrink aan de Klompenmaker te Alphen aan den Rijn, in een woongebouw met maximaal 40 woningen. Op de voormalige schoollocatie Bospark aan de Bosparkweg te Alphen aan den Rijn, naast het Groene Hart Leerpark, is een woongebouw met maximaal 120 woningen voorzien. [verzoekster] kan zich niet met het bestemmingsplan verenigen, omdat de uitvoering daarvan volgens haar tot gevolg heeft dat het woon- en leefklimaat in de omgeving nadelig wordt beïnvloed, waarbij met name van belang is dat de huidige locatie wordt gebruikt door zelfstandig wonende ouderen die belang hebben bij zon en groen, uitzicht en wandelmogelijkheden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:747
Datum uitspraak
15 maart 2022
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202200360/2/R3

202200429/2/R1

Bij besluit van 15 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Noord-Beveland aan [gemachtigde 1], enig aandeelhouder en directeur van Marx Company, een omgevingsvergunning verleend voor het oprichten van een appartementengebouw bestaande uit vier woningen en vier recreatiewoningen aan de Veerweg 159, 161, 163, 165, 167, 169, 171 en 173 in Kamperland Het bouwplan gaat over de bouw van een appartementengebouw bestaande uit vier permanent te bewonen appartementen en vier recreatief te bewonen appartementen. Op de begane grond is een parkeergarage voorzien. Op de daarboven gelegen eerste bouwlaag zullen drie appartementen worden gerealiseerd, op de tweede bouwlaag zijn ook drie appartementen voorzien en op de bovenste bouwlaag komen twee penthouses. De VVE en anderen verzetten zich tegen de vergunningverlening.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:741
Datum uitspraak
15 maart 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202200429/2/R1

202200478/3/V3

Bij besluit van 15 november 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:775
Datum uitspraak
15 maart 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202200478/3/V3

202201092/1/V2 en 202201092/2/V2

Bij besluit van 27 september 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:776
Datum uitspraak
15 maart 2022
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202201092/1/V2 en 202201092/2/V2

202201578/2/V2

Bij besluit van 21 oktober 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:779
Datum uitspraak
15 maart 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202201578/2/V2

202006795/1/V1

Bij besluit van 26 november 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingetrokken, de aanvraag tot verlenging van de geldigheidsduur daarvan afgewezen, de vreemdeling opgedragen Nederland onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd. Aan de vreemdeling, geboren in 1997 en van Eritrese nationaliteit, is met ingang van 3 mei 2014 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend, geldig tot 3 mei 2019. Op 11 februari 2019 heeft de vreemdeling een aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van die vergunning ingediend. Omdat de vreemdeling bij terugkeer naar Eritrea een reëel risico loopt op schending van artikel 3 van het EVRM heeft de staatssecretaris in het besluit vermeld dat de vreemdeling op dit moment niet zal worden uitgezet naar zijn land van herkomst.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:802
Datum uitspraak
14 maart 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202006795/1/V1

202007098/2/V2

Bij besluit van 8 juli 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingetrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:734
Datum uitspraak
14 maart 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202007098/2/V2

202107156/1/V3

Bij besluit van 20 oktober 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:735
Datum uitspraak
14 maart 2022
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202107156/1/V3

202200982/1/V3

Bij besluit van 9 oktober 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:736
Datum uitspraak
14 maart 2022
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202200982/1/V3

202201259/1/V3

Bij besluit van 3 februari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:737
Datum uitspraak
14 maart 2022
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202201259/1/V3

202201414/2/V2

Bij besluit van 12 oktober 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:738
Datum uitspraak
14 maart 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202201414/2/V2

202201426/2/V2

Bij besluit van 26 maart 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:739
Datum uitspraak
14 maart 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202201426/2/V2

202201524/2/V2

Bij besluit van 25 juli 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:743
Datum uitspraak
14 maart 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202201524/2/V2

202104948/1/R1

Bij besluit van 23 oktober 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Medemblik geweigerd om handhavend op te treden tegen het gebruik van de paddocks op het perceel [locatie] in Nibbixwoud (hierna: het perceel).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:782
Datum uitspraak
14 maart 2022
  • Mondelinge uitspraak
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202104948/1/R1

202003754/1/V3.

Bij besluit van 18 mei 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:731
Datum uitspraak
11 maart 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202003754/1/V3.

202101862/3/R2

Bij besluit van 30 november 2021 heeft de raad van de gemeente Eindhoven het bestemmingsplan gewijzigd en opnieuw vastgesteld onder de naam "I Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017, Hastelweg 159 (reparatie)". Het plan maakt een uitbreiding en vernieuwing van het bedrijf van ABZ Diervoeding aan de Hastelweg 159 in Eindhoven mogelijk. Bij uitspraak van 7 juli 2021 heeft de voorzieningenrechter bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van 28 april 2021 geschorst.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:679
Datum uitspraak
11 maart 2022
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202101862/3/R2

202107226/1/V3 en 202107227/1/V3

Bij besluiten van 2 november 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten, een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd en hem in vreemdelingenbewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:730
Datum uitspraak
11 maart 2022
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202107226/1/V3 en 202107227/1/V3

202200347/2/R1

Bij besluit van 22 december 2021 heeft het dagelijks bestuur van de Regio Gooi en Vechtstreek de locatie aangeduid met de locatiecode WE5.2, zoals aangegeven op de bij het besluit behorende overzichtstekening, aangewezen als ondergrondse afvalvoorziening voor de inzameling van huishoudelijke afval- en grondstoffen. Het algemeen bestuur van de Regio Gooi en Vechtstreek heeft op 7 april 2016 ingestemd met het aanpassen van de structuur van inzameling van afvalstoffen. Een onderdeel van die aanpassing is om bij laagbouw met beperkte ruimte, hoogbouw en in centrumgebieden afval- en grondstofstromen gescheiden in te zamelen met behulp van ondergrondse verzamelcontainers. In het bestreden besluit heeft het dagelijks bestuur de locatie WE5.2 tegenover Nieuwstraat 39 nabij de kruising met Het Grote Plein in Weesp aangewezen voor de plaatsing van vier containers. Dit zijn drie ondergrondse afvalcontainers waarvan twee voor restafval en één voor papier en een bovengrondse container voor textiel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:718
Datum uitspraak
11 maart 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202200347/2/R1

202200763/2/R4

Bij besluit van 29 december 2021 heeft de minister van Economische Zaken en Klimaat gedeeltelijk geweigerd om in te stemmen met het door Vermilion Energy Netherlands B.V. ingediende winningsplan "Tietjerk". Op grond van de Mijnbouwwet dient gaswinning plaats te vinden op grond van een winningsplan waarmee de minister heeft ingestemd. Vermilion mocht op grond van voorheen geldende winningsplannen tot en met 31 december 2021 gas winnen uit de voorkomens (gasvelden) Tietjerksteradeel-Rotliegend, Tietjerksteradeel-Vlieland en Suawoude. Deze velden liggen in de gemeenten Achtkarspelen, Dantumadiel, Leeuwarden, Smallingerland en Tytsjerksteradiel. Op 31 juli 2020 heeft Vermilion een aanvraag ingediend om instemming met het gewijzigde winningsplan "Tietjerk" (versie 5.1) voor de drie hiervoor genoemde gasvelden. De reden voor de wijziging is dat Vermilion ook na 2021 gas wil winnen uit de velden en de productie wil verhogen, onder meer door nieuwe putten te boren en te fracken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:728
Datum uitspraak
11 maart 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Milieu - Overige
  • uitspraakin de zaak202200763/2/R4

202104722/2/A3

Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 21 februari 2022, heeft [verzoeker] verzocht om wraking van staatsraad mr. A.W.M. Bijloos als lid van de Afdeling belast met de behandeling van de zaak nr. 202104722/1/A3. [verzoeker] heeft aan het verzoek om wraking ten grondslag gelegd dat de staatsraad er door zijn vraagstelling ter zitting blijk van heeft gegeven aan te sturen op een voor het bestuursorgaan gunstige uitkomst van de procedure.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:740
Datum uitspraak
11 maart 2022
  • Wraking
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202104722/2/A3

202006786/1/V2

Bij besluit van 4 februari 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:719
Datum uitspraak
10 maart 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202006786/1/V2

202101214/1/V3

Bij besluit van 27 januari 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:727
Datum uitspraak
10 maart 2022
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202101214/1/V3

202104304/1/V2

Bij besluit van 5 mei 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:720
Datum uitspraak
10 maart 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202104304/1/V2

202107807/1/V3

Bij besluit van 18 november 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 6 december 2021 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:724
Datum uitspraak
10 maart 2022
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202107807/1/V3

202108042/4/V3

Bij besluit van 10 oktober 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:723
Datum uitspraak
10 maart 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202108042/4/V3

202200531/1/V3

Bij besluit van 10 november 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:722
Datum uitspraak
10 maart 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202200531/1/V3

202201127/2/V3

Bij besluit van 1 juli 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:726
Datum uitspraak
10 maart 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202201127/2/V3

202201303/1/V3

Bij besluit van 15 december 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:721
Datum uitspraak
10 maart 2022
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202201303/1/V3

202201326/1/V3

Bij besluiten van 14 januari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling de toegang tot Nederland geweigerd en hem een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:725
Datum uitspraak
10 maart 2022
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202201326/1/V3

202201385/2/V2

Bij besluit van 30 juni 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:729
Datum uitspraak
10 maart 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202201385/2/V2

202106068/2/A3

[appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Midden­-Nederland van 22 juli 2021 in zaak nr. 20/4488. De burgemeester van Almere heeft de vertrouwelijke versies van twee gedingstukken overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Awb medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van deze stukken. Het betreft een bestuurlijke rapportage en een hennepinformatiebericht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:717
Datum uitspraak
10 maart 2022
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202106068/2/A3

202100811/1/V2

Bij besluit van 8 december 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:681
Datum uitspraak
9 maart 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202100811/1/V2

202101877/1/V1

Bij besluit van 19 juli 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid geweigerd de vreemdeling ambtshalve uitstel van vertrek krachtens artikel 64 van de Vw 2000 te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:712
Datum uitspraak
9 maart 2022
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202101877/1/V1

202102238/1/V1

Bij besluit van 16 januari 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:713
Datum uitspraak
9 maart 2022
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202102238/1/V1

202107417/1/V2

Bij besluit van 30 september 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:714
Datum uitspraak
9 maart 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202107417/1/V2

202200906/1/R3 en 202200906/3/R3

Bij besluit van 21 januari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Brielle aan de gemeente Brielle een omgevingsvergunning verleend voor de kap van twaalf bomen op het Asylplein in Brielle. In het besluit staat dat ondanks dat de bomen waarde voor stads- en dorpsschoon, landschappelijke waarde, beeldbepalende waarde en cultuurhistorische waarde hebben en waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand van toepassing is, de omgevingsvergunning toch kan worden verleend vanwege de slechte tot matige conditie en daarom lage levensverwachting van de bomen, in combinatie met de renovatie van het Asylplein. [verzoekster] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat het college de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder g, van de Wabo niet had mogen verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:677
Datum uitspraak
9 maart 2022
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Kapvergunningen
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202200906/1/R3 en 202200906/3/R3

202201282/1/V3 en 202201282/2/V3

Bij besluit van 9 februari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:715
Datum uitspraak
9 maart 2022
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202201282/1/V3 en 202201282/2/V3

201902476/2/A2

Bij uitspraak van 12 februari 2019 heeft de rechtbank het verzoek van [appellant] om het college van burgemeester en wethouders van Oude IJsselstreek te veroordelen in de vergoeding van schade afgewezen. Uit de tussenuitspraak volgt dat het hoger beroep van [appellant] tegen de uitspraak van de rechtbank gegrond is en dat die uitspraak moet worden vernietigd. In geschil is of [appellant] recht heeft op vergoeding van schade als gevolg van het besluit van 18 juli 2013, waarbij het college van Oude IJsselstreek de weigering om de naam van [appellant] in de gemeentelijke basisadministratie te wijzigen in stand heeft gelaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:684
Datum uitspraak
9 maart 2022
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak201902476/2/A2

202002757/1/A2

Bij uitspraak van 28 april 2020 heeft de rechtbank zich onbevoegd verklaard om kennis te nemen van het beroep van [appellante] tegen de afhandeling van een klacht. Ook heeft de rechtbank zich onbevoegd verklaard om kennis te nemen van het verzoek om schadevergoeding als bedoeld in artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van [appellante]. [appellante] stelt recht te hebben op een schadevergoeding van de Belastingdienst/Douane. Zij stelt dat de Belastingdienst/Douane ten onrechte € 2.750,- aan contact geld in beslag heeft genomen, waardoor zij materiële en immateriële schade heeft geleden. In hoger beroep is in geschil of de rechtbank zich terecht onbevoegd heeft verklaard om kennis te nemen van het verzoek om de Belastingdienst/Douane te veroordelen tot het betalen van schadevergoeding.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:682
Datum uitspraak
9 maart 2022
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202002757/1/A2

202002886/1/A2

Bij besluit van 3 juli 2018 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat het verzoek van [bedrijf 1 en bedrijf 2] om nadeelcompensatie afgewezen. [bedrijf 1] exploiteert varkenshouderijen en [bedrijf 2] exploiteert agrarische bedrijven op, onder meer, diverse locaties in en rondom Baarlo en Kessel. [bedrijf 1 en bedrijf 2] hebben de minister op 20 februari 2009 verzocht om compensatie van het nadeel dat zij stellen te lijden als gevolg van wat zij noemen het aangescherpte regime in en rondom de Maas, waardoor de waarde en de exploitatiemogelijkheden van de bij hen in eigendom en in gebruik zijnde percelen zijn verminderd. Bijna alle percelen van [bedrijf 1 en bedrijf 2] liggen in het winterbed van de Maas. Op grond van de Beleidslijn Ruimte voor de rivier van 6 april 1996 mocht in het winterbed van de grote rivieren in beginsel geen nieuwe bebouwing meer worden opgericht. In hoger beroep is in geschil of de minister het verzoek om nadeelcompensatie heeft mogen afwijzen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:683
Datum uitspraak
9 maart 2022
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202002886/1/A2

202005385/1/R2

Bij besluit van 8 mei 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tilburg een omgevingsvergunning verleend voor de plaatsing van een barbecue in de Natuurtuin Stokhasselt in Tilburg. Op 1 mei 2019 is namens de gemeente Tilburg een omgevingsvergunning aangevraagd voor het plaatsen van een barbecue in de Natuurtuin Stokhasselt, gelegen aan de Puccinistraat in Tilburg. De barbecue is 3,6 m lang en 0,42 m breed en wordt verankerd in tegels. Deze vergunning is verleend voor de periode van 10 jaar en na deze periode moet de barbecue zijn verwijderd. [appellant] woont aan het [locatie] in Tilburg, nabij de barbecuelocatie. Hij vreest overlast van het gebruik van de barbecue. Het college heeft de omgevingsvergunning voor de barbecue in bezwaar gehandhaafd. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat het belang bij verlening van de omgevingsvergunning zwaarder weegt dan het belang van de omwonenden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:707
Datum uitspraak
9 maart 2022
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202005385/1/R2

202005769/1/A3

Bij besluit van 15 oktober 2019 heeft de raad van bestuur van de Kansspelautoriteit aan EA een last onder dwangsom opgelegd, omdat zij volgens de KSA het in artikel 1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet op de kansspelen opgenomen verbod heeft overtreden (hierna: het dwangsombesluit). EA is de uitgever van het computerspel FIFA. De meest recente editie, FIFA22, is op 1 oktober 2021 op de markt verschenen. Binnen FIFA bestaan verschillende manieren om het spel te spelen. De meest populaire speelmodus is de FIFA Ultimate Team (FUT) modus. Dit is een online modus, waarin FIFA-spelers hun eigen team van voetballers kunnen samenstellen en daarmee tegen zowel de computer als tegen andere FIFA-spelers virtuele voetbalwedstrijden kunnen spelen. Een speler begint met een starterspakket en hij kan zijn team vervolgens aanpassen en verbeteren. Dat kan door virtuele voetballers of in-game items op de virtuele transfermarkt voor FUT-munten te verhandelen of te ruilen met andere spelers.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:690
Datum uitspraak
9 maart 2022
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202005769/1/A3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202005769/1/A3

202007091/1/A3

Bij besluit van 28 juni 2019 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat het verzoek van FNV om handhavend op te treden tegen [bedrijf] afgewezen. [bedrijf] is een internationaal transportbedrijf dat zich onder meer bezig houdt met het transport van trucks en tractoren. Bij brief van 13 februari 2019 heeft FNV bij de minister een verzoek tot handhaving ingediend, gericht tegen [bedrijf] en aan haar gelieerde buitenlandse vennootschappen. Volgens FNV handelt [bedrijf] stelselmatig in strijd met de geldende wet- en regelgeving, in het bijzonder wat betreft de rij- en rusttijden van de chauffeurs en de technische staat van de vrachtwagens waarmee het transport plaatsvindt. FNV heeft de minister daarom verzocht om onderzoek te verrichten bij [bedrijf], vast te stellen dat zij in 2018 overtredingen heeft begaan en haar daarvoor boetes op te leggen. Naar aanleiding van het voornemen van de minister om het verzoek af te wijzen, heeft FNV in haar zienswijze het handhavingsverzoek uitgebreid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:685
Datum uitspraak
9 maart 2022
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202007091/1/A3

202007153/2/R1

Bij tussenuitspraak van 20 oktober 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2337, heeft de Afdeling het college van burgemeester en wethouders van Den Helder opgedragen om binnen zes weken na verzending van die tussenuitspraak met inachtneming van hetgeen daarin is overwogen het gebrek in het besluit van 11 september 2020 dat betrekking heeft op de aanwijzing van locatie PC53 als locatie voor de plaatsing van een ondergrondse restafvalcontainer te herstellen. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling overwogen dat wat betreft locatie PC53 de Belangenvereniging terecht heeft gesteld dat het college met het nadere stuk van 17 augustus 2021 geen plattegrond heeft overgelegd met de loopafstanden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:692
Datum uitspraak
9 maart 2022
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202007153/2/R1

202100290/1/A2

Bij brief van 19 augustus 2019 heeft het bestuur aan CIEPA Taal medegedeeld het Blik op Werk Keurmerk, toepassingsgebied Inburgeren, niet aan haar toe te kennen. Een inburgeringsplichtige kan voor het volgen van een inburgeringscursus een lening van de overheid krijgen, als hij die cursus volgt bij een instelling die in het bezit is van het Keurmerk Inburgeren. Dit Keurmerk wordt toegekend door de Stichting Blik op Werk. Sinds 2010 maakt het Keurmerk Inburgeren deel uit van het Blik op Werk Keurmerk. CIEPA Taal is een instelling die inburgeringscursussen aanbiedt. Zij was sinds 1 februari 2018 Aspirant Keurmerkhouder. Bij de brief van 19 augustus 2019 heeft het bestuur CIEPA Taal te kennen gegeven dat zij niet in aanmerking komt voor het Keurmerk, omdat zij niet voldoet aan alle normen uit de Handleiding Blik op Werk Keurmerk.

Datum uitspraak
9 maart 2022
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202100290/1/A2

202100368/1/A2

Bij besluit van 24 juli 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bunnik de aanvraag van [appellant] om een tegemoetkoming in planschade afgewezen. [appellant] is eigenaar van de woning [locatie 1] te Bunnik. Hij heeft gevraag om een tegemoetkoming in planschade ten gevolge van omgevingsvergunningen voor het plaatsen van een condensator en voor het plaatsen van een reclamewerk en ten gevolge van een wijziging van het bestaande bestemmingsplan waardoor een uitbreiding van een supermarkt mogelijk wordt gemaakt. Volgens [appellant] leiden deze besluiten tot waardevermindering van zijn woning, waardoor hij schade lijdt. Het college heeft aan het besluit van 24 juli 2019 een door Thorbecke B.V. opgesteld advies van 21 juni 2019 ten grondslag gelegd. In het advies van Thorbecke is vermeld dat de uitbreiding van de supermarkt mogelijk is gemaakt in het op 5 december 2014 in werking getreden bestemmingsplan "J.F. Kennedylaan e.o. Bunnik".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:693
Datum uitspraak
9 maart 2022
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202100368/1/A2

202100585/1/R1

Bij besluit van 18 juli 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan Fa-Posessions B.V. omgevingsvergunning verleend voor het vervangen van kozijnen in de voorgevel van de woning, het bouwkundig splitsen van de woning naar 4 zelfstandige woningen, het uitvoeren van funderingsherstel met kelder, een uitbouw in de achtergevel, diverse constructieve doorbraken en het realiseren van een dakterras op de eerste en vierde verdieping van het pand aan de Cornelis Drebbelstraat 29-H in Amsterdam. Ten behoeve van het bouwplan is in opdracht van Fa-Possessions BV geohydrologisch onderzoek verricht door Loots Grondwatertechniek. De resultaten van dit onderzoek zijn neergelegd in het rapport "Geohydrologisch onderzoek Cornelis Drebbelstraat 29 te Amsterdam" van 26 juni 2019 en ten grondslag gelegd aan het besluit van 18 juli 2019.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:709
Datum uitspraak
9 maart 2022
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202100585/1/R1

202101111/1/R1

Bij besluit van 17 december 2020 heeft de raad van de gemeente Hollands Kroon het bestemmingsplan "[locatie 1] Anna Paulowna" vastgesteld. Het plan betreft het perceel aan de [locatie 1] tot en met [locatie 2] te Anna Paulowna en kent aan die gronden de bestemming "Wonen - woonleefgemeenschap" toe. Het plan dient ter verwezenlijking van de wens van [partij A], [partij B] en [gemachtigde B] om de door hen beoogde woonleefgemeenschap verder vorm te geven. Volgens de plantoelichting dient het plan om de daar bestaande woonleefgemeenschap van 3 woningen uit te breiden naar een totaal van 8 woningen. [appellanten] komen in beroep tegen het plan. Zij wonen aan de [locatie 2] te Anna Paulowna en betogen dat zowel planologisch als feitelijk in de bestaande situatie geen sprake is van een woonleefgemeenschap. Zij stellen in een reguliere woning te wonen en wensen met hun beroep te voorkomen dat hun woning wordt omgezet in een woning behorend tot een woonleefgemeenschap.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:702
Datum uitspraak
9 maart 2022
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202101111/1/R1

202101626/1/A2

Bij besluit van 2 juli 2019 heeft de directeur toezicht primair onderwijs en kinderopvang een verzoek van [appellant] om handhaving afgewezen. Op [geboortedatum] 2011 is de dochter van [appellant], [dochter], geboren. Zij is, nadat zij samen met haar ouders van Amsterdam naar Texel is verhuisd, op 29 augustus 2016 als leerling ingeschreven bij [school A] in Den Burg (hierna: de school). Omdat [dochter] uitzonderlijk hoogbegaafd is heeft zij extra begeleiding en ondersteuning nodig. Ondanks meerdere gesprekken tussen (met name) de ouders van [dochter] en het bevoegd gezag van de school, Stichting Kopwerk, is het echter niet gelukt om samen een ontwikkelingsperspectief, zoals bedoeld in artikel 40a van de Wet op het primair onderwijs, voor [dochter] vast te stellen. Zij zijn in hun streven om voor [dochter] een passend ontwikkelingsperspectief vast te stellen gebrouilleerd geraakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:710
Datum uitspraak
9 maart 2022
  • Hoger beroep
  • Onderwijs
  • uitspraakin de zaak202101626/1/A2

202101732/1/A3

Bij besluit van 9 juni 2020 heeft het college de revisievergunningen voor de [locatie 1] in Lieshout en voor de [locatie 2] in Mariahout met onmiddellijke ingang ingetrokken. [appellant] exploiteert twee varkensbedrijven aan de [locatie 1] in Lieshout en aan de [locatie 2] in Mariahout. Voor beide bedrijven is een revisievergunning verleend. Naar aanleiding van een bericht van de officier van justitie als bedoeld in artikel 26 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur heeft het college besloten een onderzoek ingevolge de Wet Bibob naar [appellant] in te stellen. In het kader van het Bibob-onderzoek heeft het [appellant] bij brief van 20 januari 2020 verzocht een formulier in te vullen. [appellant] heeft niet op deze brief gereageerd. Ingevolge artikel 4, eerste lid, van de Wet Bibob wordt de weigering om een dergelijk formulier in te vullen van rechtswege aangemerkt als een geval waarin sprake is van ernstig gevaar.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:695
Datum uitspraak
9 maart 2022
  • Hoger beroep
  • Vee e.a. dieren
  • Wet Bibob
  • uitspraakin de zaak202101732/1/A3

202102066/1/A3

Bij brief van 10 januari 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Ede aan [appellant] een zogenoemd ‘Brondocument’ en een overzicht van de geregistreerde gegevens verstrekt. Het college heeft aan [appellant] een naheffingsaanslag parkeren opgelegd. Bij brief van 31 december 2019 heeft [appellant] daartegen bezwaar gemaakt. [appellant] heeft aangevoerd dat het verstrekte overzicht niet volledig is en niet voldoet aan de eisen van artikel 15 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming. Ook heeft hij verzocht om vergoeding van de gemaakte proceskosten in verband met de behandeling van het bezwaar.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:688
Datum uitspraak
9 maart 2022
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202102066/1/A3

202102090/1/R1

Bij besluit van 22 februari 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad met toepassing van artikel 2.2, eerste lid, onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht een omgevingsvergunning verleend voor het aanleggen van een uitweg op de locatie aan het [locatie 1] aan de achterzijde van [locatie 2] te Zaandam. In de uitspraak van 11 maart 2021 heeft de rechtbank het beroep van [appellant] tegen het besluit van het college van 29 juli 2019 niet-ontvankelijk verklaard, omdat de op 22 februari 2019 verleende uitritvergunning bij besluit van 29 september 2020 door het college is ingetrokken. Daardoor heeft [appellant] volgens de rechtbank geen belang meer bij een uitspraak. De rechtbank heeft daarom geoordeeld dat [appellant] geen procesbelang heeft bij een verdere beoordeling van het besluit van 29 juli 2019. [appellant] voert in hoger beroep aan dat hij wel procesbelang heeft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:703
Datum uitspraak
9 maart 2022
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202102090/1/R1

202102094/1/R1

Bij besluit van 31 oktober 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen bouwen in afwijking van de op 22 juni 2017 verleende omgevingsvergunning op het adres [locatie 1] in Zaandam, afgewezen. Het college heeft op 22 juni 2017 met toepassing van artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht een vergunning verleend aan de rechtsvoorganger van [partij A] en [partij B] voor het realiseren van een dakterras aan de achterzijde van diens woning op het perceel [locatie 2] in Zaandam. Het college heeft het tegen deze omgevingsvergunning door [appellant] gemaakte bezwaar bij het besluit van 12 juni 2018 ongegrond verklaard. Volgens de rechtbank heeft [appellant] geen beroep ingesteld tegen het besluit van 12 juni 2018. Dit besluit is daarom onherroepelijk. Wat [appellant] stelt is volgens de rechtbank geen reden om daarop een uitzondering te maken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:705
Datum uitspraak
9 maart 2022
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202102094/1/R1

202102234/1/R1

Bij besluit van 20 januari 2021 heeft de raad van de gemeente Amsterdam het bestemmingsplan "Slotermeer 2018" vastgesteld en besloten om geen exploitatieplan vast te stellen. Het plangebied ligt in het noorden van het Amsterdamse stadsdeel Nieuw-West. Het plan is volgens de raad een zogeheten conserverend bestemmingsplan met als doel het vastleggen van de bestaande ruimtelijke structuur in een actueel juridisch-planologisch kader. De regels van het vorige bestemmingsplan "Slotermeer", vastgesteld door de deelraad van het voormalige stadsdeel Geuzenveld-Slotermeer op 10 juni 2008, zijn in het voorliggende plan overgenomen. Het plan is op enkele onderdelen gewijzigd om de omgevingsvergunningen voor afwijking van het bestemmingsplan, die sinds de vaststelling van het vorige plan zijn verleend, planologisch te verankeren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:704
Datum uitspraak
9 maart 2022
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202102234/1/R1

202102235/1/A3

Bij besluit van 19 september 2006 heeft het dagelijks bestuur van het stadsdeel Centrum aan [appellant] een standplaatsvergunning verleend onder intrekking van de eerder verstrekte standplaatsvergunning van 1 mei 1983. [appellant] heeft in 1983 een standplaatsvergunning gekregen voor een standplaats op de openbare weg voor de verkoop van fruit, chocolade, suikerwerken en frisdranken. In 2006 heeft het dagelijks bestuur deze vergunning ingetrokken en een nieuwe vergunning verleend voor een standplaats op de openbare weg voor de verkoop van fruit, snoepwaren, frisdranken en aanverwante artikelen. [appellant] heeft bezwaar gemaakt tegen deze vergunning omdat hieraan geen ontheffing of vrijstelling verbonden is van het bepaalde in de Winkeltijdenwet en de Amsterdamse winkeltijdenverordening. Deze ontheffing of vrijstelling was volgens hem wel verbonden aan de vergunning uit 1983.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:686
Datum uitspraak
9 maart 2022
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202102235/1/A3

202102405/1/A3

Bij besluit van 6 december 2018 heeft het college de van burgemeester en wethouders van Epe aanvraag van [appellant] voor een standplaatsvergunning afgewezen. [appellant] heeft op 21 november 2018 een standplaatsvergunning aangevraagd voor een verkoopwagen op de hoek van de Dellenweg en de Renderklippenweg in Epe. Hij heeft sinds 1980 vergunning gehad voor die locatie, gelegen naast een hertenkamp. Het college heeft de aanvraag afgewezen omdat deze niet voldeed aan redelijke eisen van welstand. Volgens het college is regulering van het aantal standplaatsen gewenst omdat een overmaat van standplaatsen kan leiden tot overlast en aantasting van het uiterlijk aanzien. Daarom is een aantal locaties aangewezen, waar het innemen van standplaatsen is toegestaan. De hoek van de Dellenweg en de Renderklippenweg is geen aangewezen locatie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:694
Datum uitspraak
9 maart 2022
  • Hoger beroep
  • RO - Gelderland
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202102405/1/A3

202102511/1/A3

Bij, naar gesteld, besluit van 8 november 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam [wederpartij] in de basisregistratie personen geregistreerd als 'vertrokken naar onbekend adres' en hem een bestuurlijke boete van € 240,00 opgelegd. [wederpartij] stond vanaf 6 augustus 2003 in de brp ingeschreven op het adres [locatie 1] in Amsterdam. Op 28 maart 2017 is de woning op dit adres ontruimd. In juli 2017 hebben nieuwe bewoners van deze woning zich op dit adres laten inschrijven in de brp. Zij hebben verklaard dat er niemand meer in de woning woonde. Bij brief van 28 juli 2017 heeft het college [wederpartij] gevraagd om zijn feitelijke woonadres door te geven. In de brief is vermeld dat, als [wederpartij] niet reageert of onvoldoende informatie verstrekt, het college hem een boete van maximaal € 325,00 kan opleggen en hem met ingang van de dagtekening van de brief, in de brp kan registreren als vertrokken van het in de brp geregistreerde adres.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:711
Datum uitspraak
9 maart 2022
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202102511/1/A3

202102531/1/A3

Bij besluit van 19 november 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam het B/C evenementenoverzicht 2020 vastgesteld. Het college stelt dit overzicht jaarlijks vast om gemiddeld en hoog risico-evenementen goed te verspreiden over de stad. Pas als een evenement op dit overzicht wordt geplaatst, kan een aanvraag van een evenementenvergunning in behandeling worden genomen. In het evenementenoverzicht is opgenomen dat het evenement Parkzicht outdoor 2020 zou plaatsvinden op 18 juli 2020 in Park de Twee Heuvels. [appellant] heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 19 november 2019 omdat het evenement Parkzicht outdoor 2020 volgens hem niet voldeed aan de daarvoor geldende criteria, te weten publieksbereik, aansluiting bij de stad, kwaliteit, deugdelijkheid van het plan/trackrecord van de organisator, locatieprofiel en praktische uitvoerbaarheid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:706
Datum uitspraak
9 maart 2022
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202102531/1/A3

202102591/1/R1

Bij besluit van 18 juni 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Haarlem aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het maken van een dakopbouw op het perceel [locatie 1] in Haarlem. Inmiddels is [partij] eigenaar van de woning. Op 10 april 2019, gewijzigd op 26 juli 2019, heeft [vergunninghouder] een aanvraag ingediend voor het bouwen van een dakopbouw van het type 70-70, met aan de voorzijde een afschuining van 70 graden en het rechttrekken van de achtergevel van de eerste verdieping op het perceel. Door het rechttrekken van de achtergevel op de eerste verdieping, ter vervanging van het oorspronkelijke schuine dak, beslaat de eerste verdieping het volledige gebouw. Daar bovenop komt de dakopbouw. [appellant A] woont direct naast het perceel op [locatie 2]. [appellant B] woont op [locatie 3]. Zij stellen dat hun woon- en leefklimaat door het bouwplan wordt aangetast. Het bouwplan is inmiddels al gerealiseerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:708
Datum uitspraak
9 maart 2022
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202102591/1/R1

202103027/1/R1

Bij besluit van 9 april 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam geweigerd aan [appellant] een omgevingsvergunning te verlenen voor het realiseren van een tuinuitbreiding op het perceel [locatie 1] te Amsterdam. [appellant] woont aan de [locatie 2] in Amsterdam. Hij gebruikt verder de naastgelegen garagebox op [locatie 1]. Hij heeft de gronden waarop de woning en garage staan als ook de tuin die bij de woning hoort in erfpacht. Achter de garage, bevindt zich nog een stuk grond (hierna: het perceel). [appellant] wil dit perceel bij zijn tuin trekken. Op 13 september 2019 heeft [appellant] daarom een aanvraag om een omgevingsvergunning op grond van 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, in samenhang met artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 3˚, van de Wabo ingediend. Het project is volgens het college in strijd met het bestemmingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:687
Datum uitspraak
9 maart 2022
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202103027/1/R1

202103721/1/A2

Bij besluit van 4 november 2019 heeft het de directie van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen besloten om het rijbewijs van [appellant] vanaf 11 november 2019 ongeldig te verklaren. Bij besluit van 11 juni 2019 heeft het CBR besloten dat [appellant] een onderzoek moet laten doen naar zijn drugsgebruik. Dit besluit is in rechte onaantastbaar geworden nadat het CBR het daartegen gemaakte bezwaar van [appellant] ongegrond heeft verklaard. Het CBR heeft bij brief van 2 september 2019 [appellant] opgeroepen voor een onderzoek op 16 september 2019 om 11:30 uur. In deze brief staat vermeld dat, wanneer [appellant] verhinderd is om naar het onderzoek te komen, hij naar het CBR moet bellen en dat hij er rekening mee moet houden dat het CBR om bewijs voor de reden van zijn afmelding kan vragen. Op de dag van het onderzoek heeft [appellant] contact opgenomen met het CBR en verteld dat hij ziek is en daarom niet bij het onderzoek aanwezig kan zijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:700
Datum uitspraak
9 maart 2022
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202103721/1/A2

202104406/1/A2

Bij besluit van 26 augustus 2020 heeft de directie van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen het verzoek van [appellant] tot heroverweging van het besluit van 19 februari 2019, waarbij aan [appellant] een onderzoek naar de rijgeschiktheid is opgelegd, en van het besluit van 8 mei 2019, waarbij het rijbewijs van [appellant] ongeldig is verklaard, afgewezen. Op 9 december 2018, rond 00:51 uur, zijn twee agenten van de politie ter plaatse gekomen van een stilstaande personenauto die langs de kant van de weg in de berm stond. Zij zagen [appellant] op de bestuurdersstoel en een andere man op de bijrijdersstoel zitten. De verlichting van de auto was ingeschakeld en de motor draaide. Toen hem werd gevraagd hoe het voertuig in de berm terecht was gekomen, antwoordde [appellant] dat hij moest uitwijken voor een plotseling afremmende bestuurder voor hem. Eén van de agenten nam bij [appellant] een speekseltest af en deze gaf een positieve indicatie voor cannabis.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:697
Datum uitspraak
9 maart 2022
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202104406/1/A2

202104587/1/A2

Bij besluit van 12 maart 2020 heeft de directie van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen het rijbewijs van [appellant] vanaf 19 maart 2020 ongeldig verklaard. Op 18 augustus 2019 is [appellant] aangehouden door de politie voor het rijden onder invloed van alcohol. Bij hem is een alcoholgehalte van 655 μg/l gemeten. Naar aanleiding daarvan heeft het CBR bij besluit van 31 oktober 2019 aan [appellant] een Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer (hierna: EMA-cursus) opgelegd. Bij brief van 7 januari 2020 is [appellant] hiervoor opgeroepen. In deze brief staat onder meer vermeld dat [appellant] niet onder invloed van alcohol mag zijn tijdens de cursus. Ook niet van de dagen ervoor. Op 25 februari 2020 heeft het CBR een zogenoemd negatief afloopbericht van de cursusinstantie ontvangen waaruit volgt dat [appellant] op de eerste dag van de EMA-cursus op 24 februari 2020 onder invloed van alcohol was.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:699
Datum uitspraak
9 maart 2022
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202104587/1/A2

202104774/1/A2

Bij besluit van 20 maart 2020 heeft de directie van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen besloten dat [appellante] een medisch onderzoek moet laten doen en heeft het de geldigheid van haar rijbewijs geschorst. Op 23 april 2019 is [appellante] betrokken geweest bij een verkeersongeval. De politie heeft toen bij [appellante] een ademalcoholgehalte van 635 μg/l geconstateerd. Bij besluit van 29 mei 2019 heeft het CBR daarom [appellante] een Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer (hierna: EMA-cursus) opgelegd. Op 24 december 2019 heeft [appellante] telefonisch contact gehad met het CBR en heeft zij aangegeven dat zij op 17 februari 2020 zal worden opgenomen voor vijftien weken. Daarnaast heeft zij verteld dat ze voorafgaand aan de opname een vijfdaagse detoxificatie zal ondergaan en dat dit mogelijk zal conflicteren met de opgelegde EMA-cursus.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:698
Datum uitspraak
9 maart 2022
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202104774/1/A2

202105712/1/A3

Bij brief van 16 september 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Emmen [appellant] medegedeeld dat hij geen bezwaar kan maken tegen de afhandeling van openstaande vorderingen. Bij besluit van 30 oktober 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Emmen het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. [appellant] heeft van 18 juni 2010 tot en met 31 december 2010 op uitzendbasis op grond van een privaatrechtelijke overeenkomst met een uitzendbureau, als applicatiebeheerder gewerkt bij de afdeling Vergunningen van de gemeente Emmen. [appellant] is niet tevreden over de wijze waarop de gemeente is omgegaan met een integriteitskwestie. Die kwestie heeft geleid tot het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 26 maart 2019, zaaknummer 200.224.264. Het gerechtshof heeft [appellant] veroordeeld tot betaling van de proceskosten van € 2.327,-.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:691
Datum uitspraak
9 maart 2022
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202105712/1/A3

202105732/1/A3

Bij besluit van 16 april 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tilburg [wederpartij] een last onder dwangsom opgelegd die inhoudt dat hij gedurende twee jaar geen inbrekerswerktuigen mag vervoeren of bij zich mag hebben op een openbare plaats in de gemeente Tilburg. Op 7 maart 2020 zagen politieagenten omstreeks 23:25 uur dat een auto het rode verkeerslicht negeerde. Daarop hebben de agenten een stopteken gegeven. Vervolgens liep één van de agenten naar de bijrijderskant van de auto waar hij hennep rook. Daarna hebben de agenten, vanwege die lucht, de auto doorzocht. Op de achterbank lag een paraplu waarin een breekijzer van 60 cm was geschoven. Verder zijn twee zwarte werkhandschoenen aangetroffen in het opbergvak aan de achterzijde van de stoel van de bestuurder. Omdat de agenten in hun systeem zagen dat de bestuurder en bijrijder [wederpartij] meerdere antecedenten hadden op het gebied van woning- en bedrijfsinbraken, zijn zij beiden aangehouden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:655
Datum uitspraak
9 maart 2022
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202105732/1/A3

202106224/1/R4

Bij besluit van 3 mei 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 14 april 2021 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat een gedeelte van de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 126,00, voor rekening van [appellante] komt. [appellante] heeft bij brief van 20 juni (lees: juli) 2021, door het college ontvangen op 22 juli 2021, bezwaar gemaakt tegen het besluit van 3 mei 2021. Bij het besluit van 6 september 2021 heeft het college het bezwaar van [appellante] niet-ontvankelijk verklaard, omdat het bezwaarschrift te laat is ingediend. [appellante] voert aan dat toen zij het besluit van 3 mei 2021 ontving, zij in eerste instantie dacht dat de brief een soort spam of oplichterij was.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:701
Datum uitspraak
9 maart 2022
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202106224/1/R4

202107977/1/A3

Bij besluit van 16 april 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tilburg [appellant] een last onder dwangsom opgelegd die inhoudt dat hij gedurende twee jaar geen inbrekerswerktuigen mag vervoeren of bij zich mag hebben op een openbare plaats in de gemeente Tilburg. Op 7 maart 2020 zagen politieagenten omstreeks 23:25 uur dat een auto het rode verkeerslicht negeerde. Daarop hebben de agenten een stopteken gegeven. Vervolgens liep één van de agenten naar de bijrijderskant van de auto waar hij hennep rook. Daarna hebben de agenten, vanwege die lucht, de auto doorzocht. Op de achterbank lag een paraplu waarin een breekijzer van 60 cm was geschoven. Verder zijn twee zwarte werkhandschoenen aangetroffen in het opbergvak aan de achterzijde van de stoel van de bestuurder. Omdat de agenten in hun systeem zagen dat [appellant] en de bijrijder meerdere antecedenten hadden op het gebied van woning- en bedrijfsinbraken zijn zij beiden aangehouden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:689
Datum uitspraak
9 maart 2022
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202107977/1/A3

202006208/3/R2

Bij besluit van 8 oktober 2020 heeft de raad van de gemeente Echt-Susteren het bestemmingsplan "Centrum Echt" vastgesteld. Het plan voorziet onder andere in de mogelijkheid om een foodmarkt, foodgerelateerde detailhandel, horeca en ambachtelijke bedrijven in de foodsector met ondergeschikte detailhandel en horeca te realiseren op het terrein van de voormalige dakpannenfabriek De Valk, dat gelegen is aan de Aasterbergerweg. Op 23 december 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Echt-Susteren bekend gemaakt dat het op 9 december 2021 een aanvraag heeft ontvangen voor een omgevingsvergunning voor het bouwen van een Jumbo Foodmarkt op het perceel aan de Aasterbergerweg, kadastraal bekend gemeente Echt, sectie K, perceelnummer 7668. De verzoeken strekken ertoe te voorkomen dat een onomkeerbare situatie ontstaat doordat de aangevraagde omgevingsvergunning voor het bouwen van de foodmarkt wordt verleend en de bodemprocedure hierdoor geen betekenis meer heeft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:675
Datum uitspraak
8 maart 2022
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202006208/3/R2

202103895/1/V2

Bij besluiten van 6 mei 2021 heeft de staatssecretaris aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:676
Datum uitspraak
8 maart 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202103895/1/V2

202200070/2/R4

Bij besluit van 10 november 2021 heeft de raad van de gemeente Neder-Betuwe het bestemmingsplan "Kesteren Hoofdstraat 31" vastgesteld. Het plan voorziet in de herontwikkeling van het perceel Hoofdstraat 31-33 in Kesteren. Voorheen was op deze gronden een supermarkt gevestigd. Op het zuidwestelijke deel staat een (bedrijfs)woning. In de beoogde toekomstige situatie wordt voorzien in bebouwing van twee bouwlagen, met detailhandel en maatschappelijke voorzieningen op de begane grond en daarboven in totaal 13 appartementen. [verzoekster] woont aan de [locatie] in Kesteren, direct ten oosten van het plangebied. [verzoekster] vreest voor aantasting van haar woon- en leefgenot, omdat de omvang en situering van de in het plan voorziene bebouwing voor haar nadeliger is in vergelijking met de feitelijk bestaande situatie en de situatie die mogelijk was op grond van het voorheen geldende bestemmingsplan "Kernen Neder-Betuwe" vastgesteld door de raad bij besluit van 14 mei 2020.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:674
Datum uitspraak
8 maart 2022
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202200070/2/R4

202200381/2/R3

Bij besluit van 24 november 2021 heeft de raad van de gemeente Hengelo het bestemmingsplan "Broek, Noordrand" gewijzigd vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt het realiseren van woningen in de noordrand van de wijk Broek in Hengelo (globaal aangeduid: ten noorden van de Duizendpoot en ten zuiden van de Bijenkorf) mogelijk. Het plan voorziet onder meer in een strook met de bestemming "Verkeer-Verblijfsgebied" tussen de Bijenkorf en de Duizendpoot, ter hoogte van de Waterjuffer. Het ontwerpplan voorzag nog niet in deze strook. Naar aanleiding van zienswijzen over het ontwerpplan van verschillende bewoners van de Bijenkorf heeft de raad ervoor gekozen om deze strook alsnog de genoemde bestemming te geven, zodat voor de woningen aan de Bijenkorf een tweede ontsluitingsweg voor gemotoriseerd verkeer mogelijk is. [verzoeker] woont aan de [locatie], recht tegenover de aansluiting van de beoogde weg op de Duizendpoot. Hij is het niet eens met deze wijziging.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:673
Datum uitspraak
8 maart 2022
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202200381/2/R3

202201394/2/V2

Bij besluit van 30 juni 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:716
Datum uitspraak
8 maart 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202201394/2/V2

202106637/2/R4

Bij uitspraak van 10 december 2021, in zaak nr. 202106637/3/R4, heeft de voorzieningenrechter van de Afdeling bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Barneveld van 14 oktober 2021 geschorst. Bij dit besluit heeft het college aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor onder meer het kappen van 59 bomen op het perceel tussen de Kerkstraat, de Jan Steenstraat en de Rembrandtstraat in Voorthuizen. [verzoeker] heeft verzocht de getroffen voorlopige voorziening in stand te laten en, indien mogelijk, uit te breiden zodat geen struweel op het perceel kan worden aangeplant.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:742
Datum uitspraak
8 maart 2022
  • Mondelinge uitspraak
  • Kapvergunningen
  • uitspraakin de zaak202106637/2/R4

202001384/1/V2

Bij besluit van 12 december 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van de vreemdeling om opheffing van zijn ongewenstverklaring afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:665
Datum uitspraak
7 maart 2022
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202001384/1/V2

202105262/1/V3

Bij besluit van 10 februari 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:666
Datum uitspraak
7 maart 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202105262/1/V3

202106819/1/V3

Bij besluit van 4 oktober 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:667
Datum uitspraak
7 maart 2022
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202106819/1/V3

202108196/1/V3

Bij besluit van 24 september 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:668
Datum uitspraak
7 maart 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202108196/1/V3

202200020/1/V3

Bij besluiten van 24 november 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:669
Datum uitspraak
7 maart 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202200020/1/V3

202200211/3/A3

Bij besluiten van 30 maart 2021 heeft de burgemeester van Venray [partij] een exploitatievergunning en een drank- en horecavergunning verleend voor een cafébedrijf aan de [locatie] te Venray. Bij besluit van 10 augustus 2021 heeft de burgemeester het door [verzoeker] daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard, voor zover dat is gericht tegen het besluit tot verlening van de exploitatievergunning. De burgemeester heeft dat besluit herroepen en de exploitatievergunning alsnog geweigerd. In de hoofdzaak gaat het over de exploitatievergunning die de burgemeester bij het besluit van 30 maart 2021 aan [partij] heeft verleend voor [café]. In bezwaar had hij dit besluit weliswaar herroepen, maar na de uitspraak van de rechtbank herleeft deze exploitatievergunning. De burgemeester moet opnieuw op het bezwaar van [verzoeker] beslissen naar aanleiding van de uitspraak van de rechtbank.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:664
Datum uitspraak
7 maart 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Drank en horeca
  • uitspraakin de zaak202200211/3/A3

202200600/2/A3

Bij besluit van 1 maart 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders van Breda [wederpartij] geweigerd een omgevingsvergunning te verlenen voor de sloop en bouw van een aantal bouwwerken. [wederpartij] heeft een omgevingsvergunning gevraagd voor het verbouwen van zijn tuinhuis. Het college heeft dit geweigerd op grond van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. De rechtbank heeft in haar uitspraak geoordeeld dat het college de gevraagde omgevingsvergunning niet heeft kunnen weigeren krachtens artikel 2.20, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Als gevolg van de uitspraak van de rechtbank moet het college een nieuw besluit nemen op het bezwaar van [wederpartij] binnen zes weken na verzending van de uitspraak. In de hoofdzaak gaat het over de weigering om een omgevingsvergunning te verlenen. In deze voorlopige voorzieningenprocedure gaat het over de termijn waarbinnen het college een nieuw besluit op bezwaar moet nemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:663
Datum uitspraak
7 maart 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202200600/2/A3

202108075/2/R1

Bij besluit van 2 november 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bloemendaal het wijzigingsplan "[locatie]" vastgesteld. Aan de [locatie] in Overveen zijn twee voormalige dienstwoningen aanwezig, die voorheen behoorden tot het landgoed Elswout. Inmiddels hebben deze dienstwoningen een gewone woonbestemming en is het pand aangewezen als Rijksmonument. Het college heeft op 25 oktober 2017 aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een aanbouw aan de voormalige dienstwoningen. Deze aanbouw heeft een oppervlakte van in totaal 160 m² en een goot- en bouwhoogte van respectievelijk 3 m en 6 m. De omgevingsvergunning is verleend voor de activiteit bouwen en voor de activiteit handelen met gevolgen voor een beschermd monument. Aan deze omgevingsvergunning is nog geen uitvoering gegeven. [partij] wil de vergunde aanbouw echter op een andere wijze realiseren, waardoor het oppervlak van de aanbouw met 16 m² zal toenemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:662
Datum uitspraak
4 maart 2022
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202108075/2/R1

202200873/1/V3 en 202200873/2/V3

Bij besluit van 13 december 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:671
Datum uitspraak
4 maart 2022
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202200873/1/V3 en 202200873/2/V3

202201226/2/V3

Bij besluit van 10 januari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:672
Datum uitspraak
4 maart 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202201226/2/V3

202106818/1/V3

De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. K. Yousef, advocaat te Den Haag, heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 25 oktober 2021 in zaak nr. NL21.16082. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft een nader stuk ingediend. De vreemdeling heeft het hoger beroep ingetrokken en de Afdeling verzocht de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid te veroordelen in de bij hem opgekomen proceskosten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:658
Datum uitspraak
3 maart 2022
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202106818/1/V3

202200533/3/A3

Bij besluit van 15 december 2020 heeft de burgemeester van Beverwijk de aan [verzoeker] verleende vergunning voor de exploitatie [bedrijf] ingetrokken met ingang van vier weken na dagtekening van dat besluit. [verzoeker] exploiteert sinds 1994 [bedrijf] in Beverwijk. Voor het laatst op 17 december 2018 heeft de burgemeester hem daarvoor een exploitatievergunning en een gedoogverklaring verleend. Bij besluit van 16 oktober 2019 is aan het aanhangsel bij de vergunning een nieuwe leidinggevende toegevoegd. Op 5 september 2019 heeft de Belastingdienst een rapport uitgebracht van een boekenonderzoek met betrekking tot [verzoeker]. Rond die datum heeft de Belastingdienst het rapport binnen het Regionaal Informatie- en Expertise Centrum Noord-Holland gedeeld met de burgemeester. Naar aanleiding hiervan heeft de burgemeester bij brief van 10 januari 2020 [verzoeker] verzocht om een vragenformulier in te vullen in het kader van een onderzoek op grond van de Wet bibob.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:657
Datum uitspraak
3 maart 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Verordeningen
  • Wet Bibob
  • uitspraakin de zaak202200533/3/A3

202201245/2/V2

Bij besluit van 16 juli 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:660
Datum uitspraak
3 maart 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202201245/2/V2

202201281/2/V2

Bij besluit van 14 januari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:661
Datum uitspraak
3 maart 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202201281/2/V2

202200909/1/R4 en 202200909/2/R4

Bij besluit van 27 januari 2021 heeft het college aan [verzoeker] lasten onder dwangsom opgelegd wegens het zonder omgevingsvergunning realiseren van een paardenbak. Het college is vervolgens handhavend opgetreden, omdat sprake is van een overtreding. Volgens het college is sprake van een paardenbak (bestaande uit zand, een lichtmast met een omheining). Bij het besluit van 10 mei 2021 is [verzoeker] gelast om het zand te verwijderen en verwijderd te houden, op straffe van een dwangsom van € 5.000,- ineens. Verder is [verzoeker] bij dat besluit gelast om de lichtmast te verwijderen en verwijderd te houden, op straffe van een dwangsom van € 2.500,- ineens. Het college heeft tijdens de zitting toegelicht dat de omheining mag blijven staan als het zand en de lichtmast zijn verwijderd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:670
Datum uitspraak
3 maart 2022
  • Mondelinge uitspraak
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202200909/1/R4 en 202200909/2/R4

202105420/1/V2

Bij besluit van 9 september 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:616
Datum uitspraak
2 maart 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202105420/1/V2

202201286/2/V2

Bij besluit van 20 september 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:659
Datum uitspraak
2 maart 2022
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202201286/2/V2

201907135/1/R1

Bij besluit van 27 juni 2019 heeft de raad van de gemeente Meierijstad het bestemmingsplan "Afronding Bunderse Hoek" vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in een juridisch-planologisch kader voor de ontwikkeling van een nieuwe woonwijk met 97 woningen tussen de bestaande woonwijk "De Bunders" en de Udenseweg in Veghel. Het oppervlak van het nieuwe woongebied bedraagt ongeveer 3,5 hectare. KDO Vastgoedontwikkeling is voornemens een gedeelte van het plangebied te ontwikkelen. Op 20 oktober 2016 is het bestemmingsplan "Afronding Bunderse Hoek 2016" vastgesteld door de raad van de toenmalige gemeente Veghel. Ook dat bestemmingsplan is naar aanleiding van het beroep van [appellant] en anderen (wederom in een andere samenstelling appellanten dan bij het voorliggende beroep) door de Afdeling vernietigd bij uitspraak van 2 augustus 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2072. [appellant] en anderen zijn omwonenden van het plangebied en kunnen zich niet verenigen met de geplande woonwijk.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:654
Datum uitspraak
2 maart 2022
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak201907135/1/R1

202000022/1/R2

Bij besluit van 5 januari 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bladel de bij besluit van 22 mei 2008 aan [appellante] verleende vergunning voor de herbouw van een recreatiewoning met bijgebouw op het perceel [locatie] in Bladel ingetrokken. [appellante] was eigenaar van een recreatiewoning op het perceel. Deze woning is door een brand verloren gegaan. Bij besluit van 22 mei 2008 heeft het college aan haar een vergunning krachtens artikel 40 van de Woningwet, nu omgevingsvergunning, verleend voor het herbouwen van een recreatiewoning en een bijgebouw op het perceel. [partij] heeft op 21 september 2017 een verzoek ingediend om de verleende vergunning in te trekken. Naar aanleiding van dit verzoek heeft het college [appellante] op 2 november 2017 laten weten de vergunning op grond van artikel 2.33, tweede lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht te willen intrekken, waarna de vergunning bij besluit van 5 januari 2018 is ingetrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:641
Datum uitspraak
2 maart 2022
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202000022/1/R2

202002011/1/A2

Bij besluit van 1 mei 2019 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand een aanvraag om een toevoeging voor verlening van rechtsbijstand aan [appellant], afgewezen. Op 3 april 2019 heeft A.J.T.M. Meuwissen een toevoeging aangevraagd voor het verlenen van rechtsbijstand aan [appellant] in een beroepsprocedure over de intrekking van een eerder verleende toevoeging voor een procedure tegen het UWV. Bij het in bezwaar gehandhaafde besluit van 3 mei 2019 heeft de raad de aanvraag afgewezen, omdat het volgens de raad om een probleem gaat waarvoor [appellant] geen advocaat nodig heeft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:644
Datum uitspraak
2 maart 2022
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202002011/1/A2

202002108/1/A2

Bij besluit van 20 december 2018 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand de ten behoeve van [appellant] verstrekte toevoeging voor gesubsidieerde rechtsbijstand met kenmerk IGZ4954 ingetrokken. De raad heeft aan mr. D.M. Gijzen, advocaat te Heerlen, een toevoeging met kenmerk IGZ4954 verstrekt voor het verlenen van rechtsbijstand aan [appellant] in een procedure tegen het UWV. Als resultaat van deze zaak heeft [appellant] met terugwerkende kracht twee bedragen aan Wajong-uitkering ontvangen van in totaal € 30.476,74. Dit is meer dan 50% van het heffingvrije vermogen in 2018, te weten € 15.000,00. Daarom heeft de raad bij het besluit van 20 december 2018 op grond van artikel 34g, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet op de rechtsbijstand in samenhang gelezen met de werkinstructie ‘Resultaatbeoordeling’, de toevoeging met kenmerk IGZ4954 ingetrokken. Dit leidt ertoe dat [appellant] ongeveer € 3.000,00 aan Gijzen moet betalen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:643
Datum uitspraak
2 maart 2022
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202002108/1/A2

202002281/1/A2

Bij besluit van 11 januari 2018 heeft de minister voor Medische Zorg de bij besluit van 15 augustus 2016 aan Zorgpunt verleende "Instellingssubsidie Vinex 2016" van € 151.628,00 ingetrokken en dit bedrag teruggevorderd. Zorgpunt is een gezondheidscentrum gevestigd in de wijk Ypenburg in Den Haag. De dienstverlening van Zorgpunt bestaat onder andere uit zorg door huisartsen, diëtisten, fysiotherapeuten en verloskundigen. Zorgpunt heeft op 30 mei 2017 een aanvraag bij de minister ingediend om de verleende subsidie voor 2016 vast te stellen. Bij besluit van 11 januari 2018 heeft de minister de subsidie voor 2016 ingetrokken en het subsidiebedrag van € 151.628,00 teruggevorderd. Bij besluit van 15 augustus 2018 heeft de minister het besluit van 11 januari 2018 gehandhaafd. De minister heeft aan zijn besluitvorming ten grondslag gelegd dat niet is gebleken dat er in 2016 zorg is aangeboden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:627
Datum uitspraak
2 maart 2022
  • Hoger beroep
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202002281/1/A2

202002760/1/R3

Bij besluit van 27 oktober 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het veranderen van zijn woning aan de [locatie 1] in Den Haag door het plaatsen van een dakterras op de uitbouw van de winkel aan de [locatie 2] in Den Haag. Op 26 juni 2017 heeft [vergunninghouder] een aanvraag om een omgevingsvergunning ingediend voor het veranderen van de woning aan de [locatie 1] door het plaatsen van een dakterras op de uitbouw van de winkel aan de [locatie 2] in Den Haag. Het betreft een aanvraag ter legalisatie van een door [vergunninghouder] in juni 2017 gerealiseerd dakterras op die locatie. Tussen partijen is niet in geschil dat het dakterras in strijd is met het geldende bestemmingsplan "Statenkwartier", omdat het dakterras buiten het bouwvlak is gerealiseerd en de maximale bouwhoogte van 0,3 m hoger dan de vloer van de eerste verdieping wordt overschreden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:648
Datum uitspraak
2 maart 2022
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202002760/1/R3

202003602/3/R3 en 202105506/3/R3

Bij tussenuitspraak van 31 maart 2021, ECLI:NL:RVS:2021:685 (hierna: de tussenuitspraak), heeft de Afdeling de raad van de gemeente Rijssen-Holten opgedragen binnen 16 weken na verzending van de tussenuitspraak het daarin omschreven gebrek in het besluit van de raad van 7 mei 2020, waarbij het bestemmingsplan "Buitengebied Holten, uitbreiding Camping de Holterberg" is vastgesteld, te herstellen. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak van 31 maart 2021 onder 15.2 overwogen dat de raad onvoldoende draagkrachtig heeft gemotiveerd dat de voorziene ontwikkeling voorziet in een behoefte in kwantitatieve zin. De raad heeft niet op basis van actuele, concrete gegevens de kwantitatieve behoefte voor de gewenste ontwikkeling onderzocht. Bij het inzichtelijk maken van de behoefte dient rekening te worden gehouden met het bestaande aanbod aan campings in de omgeving die mogelijk al in die behoefte voorzien. Dat is in de onderbouwing niet meegenomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:646
Datum uitspraak
2 maart 2022
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202003602/3/R3 en 202105506/3/R3

202003684/1/A2

Bij besluit van 25 juli 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Lopik aan [appellant sub 1B] een tegemoetkoming in planschade van € 7.981,64 toegekend en het verzoek voor zover dat is ingediend door [appellant sub 1A] niet-ontvankelijk verklaard. [appellanten sub 1] hebben het college verzocht om een tegemoetkoming in de planschade die zij hebben geleden in de vorm van de waardevermindering van hun woning aan de [locatie] in Lopik als gevolg van de inwerkingtreding op 6 juni 2012 van het bestemmingsplan "Uitweg - Uitbreiding". Dit plan maakt de bouw van woningen mogelijk op de gronden ten zuidwesten en oosten van hun perceel. Deze gronden mochten op grond van het daarvoor geldende bestemmingsplan "Buitengebied" worden gebruikt voor agrarische doeleinden. In het advies wordt het college ten eerste geadviseerd om de aanvraag, voor zover deze is ingediend door [appellant sub 1A], niet-ontvankelijk te verklaren

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:626
Datum uitspraak
2 maart 2022
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202003684/1/A2

202004749/1/R3

Bij besluit van 22 mei 2019 heeft het college van de voormalige gemeente Loppersum, nu gemeente Eemsdelta, aan Rodin Broadband Groningen B.V. een omgevingsvergunning onder voorschriften verleend voor het plaatsen van een antennemast ten behoeve van het project Snel Internet Groningen op een perceel ten zuiden van de ijsbaan in Stedum, kadastraal bekend gemeente Stedum, sectie E, nummer 1408. Ten behoeve van het project Snel Internet Groningen is een convenant opgesteld om de uitvoering van de werkzaamheden tussen Groninger gemeenten en Rodin te formaliseren en in overeenstemming met de afspraken uit te voeren. In het convenant is vastgelegd onder welke voorwaarden de glasvezelkabel, inclusief de bijbehorende aansluitpunten en de masten, zal worden aangelegd. Het college heeft ingestemd met het convenant. Het convenant is namens de gemeente ondertekend. Rodin wil voor het project Snel Internet Groningen een antennemast van 40 m hoog realiseren aan de zuidkant van de ijsbaan in Stedum.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:645
Datum uitspraak
2 maart 2022
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202004749/1/R3
vorige pagina1...205206207...1.240volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon