Ontwikkelingen in de Algemene kamer

In 2023 zijn er in de Algemene kamer 1.599 uitspraken gedaan, 1.497 in hoofdzaken en 102 op verzoeken om een voorlopige voorziening.

Studentenzaken

Op 1 januari 2023 is het College van Beroep voor het Hoger Onderwijs (CBHO) opgeheven. Dit college behandelde beroepen van studenten tegen beslissingen van universiteiten of hbo-instellingen. Sinds 1 januari 2023 is de Afdeling bestuursrechtspraak de hoogste bestuursrechter in deze zaken. Vanaf 1 augustus 2023 zijn daar de beroepen van studenten in het mbo bij gekomen. Bij deze zogenoemde studentenzaken gaat het om beslissingen over toelating of verwijdering, collegegeld, bindende studieadviezen en de beoordeling van tentamens, scripties of werkstukken. De Afdeling bestuursrechtspraak behandelt studentenzaken op dezelfde manier als andere rechtszaken. Toch zijn er een paar verschillen. Zo lukt het de Afdeling bestuursrechtspraak om in studentenzaken binnen drie maanden uitspraak te doen. Verder betaalt een student een lager griffierecht. Om het instellen van beroep laagdrempelig te maken kunnen studenten gebruikmaken van een voorbeeld-beroepschrift op de website. Met de overgang van de rechtsprekende taak van het CBHO naar de Afdeling bestuursrechtspraak is de laagdrempelige toegang tot de rechter, de snelheid waarmee geschillen worden beslecht en de geconcentreerde expertise op het terrein van het onderwijsrecht behouden gebleven. In 2023 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak ongeveer 130 uitspraken gedaan in studentenzaken. Alle uitspraken zijn gepubliceerd op de website van de Raad van State. Als voorbeeld kan worden genoemd de uitspraak van 15 maart 2023 (ECLI:NL:RVS:2023:1048). In die zaak was aan een student geneeskunde door het College van Bestuur van de Erasmus Universiteit een zogenoemd consilium abeundi gegeven. Dat komt neer op een beslissing om een student van de opleiding te verwijderen omdat deze daarvoor niet geschikt is. De Afdeling bestuursrechtspraak komt tot het oordeel dat gezien de uitgebreide gedocumenteerde feiten en omstandigheden in onderlinge samenhang bezien het college zich op het standpunt mocht stellen dat de student met haar gedragingen blijk heeft gegeven van ongeschiktheid voor de uitoefening van het beroep van arts.

Functioneel daderschap

In uitspraken van 31 mei 2023 (ECLI:NL:RVS:2023:2067 en ECLI:NL:RVS:2023:2071) heeft de Afdeling bestuursrechtspraak na een conclusie van staatsraad advocaat-generaal Wattel haar rechtspraak over het begrip ‘overtreder’ in de Awb in rechtszaken over bestuurlijke boetes, bestuursdwang- of dwangsombesluiten genuanceerd. Voortaan sluit de Afdeling bestuursrechtspraak in zaken over bestuurlijke boetes, bestuursdwang- of dwangsombesluiten aan bij de uitleg die in het strafrecht aan het begrip ‘functioneel daderschap’ wordt gegeven. Dit geldt zowel voor zaken waarin de overtreder een natuurlijk persoon is als voor zaken waarin de overtreder een rechtspersoon is.

Deze nuancering van de rechtspraak leidde in een van de twee zaken tot het oordeel dat een opgelegde boete niet betaald hoefde te worden (ECLI:NL:RVS:2023:2071). In deze zaak had de gemeente Amsterdam een boete van € 20.500 opgelegd aan een eigenaar/verhuurder van een woning. De huurder van de woning had de woning in gebruik gegeven aan toeristen zonder dat daarvoor een vergunning was verleend. Volgens de Afdeling bestuursrechtspraak was de eigenaar/verhuurder van de woning in dit geval geen overtreder.

Toeslagen

Nogal wat zaken in de Algemene kamer gaan over vragen over toeslagen. Een van de vragen is hoe lang de Belastingdienst erover mag doen om een besluit te nemen over compensatie van gedupeerden van de toeslagaffaire. De Belastingdienst haalt de wettelijke beslistermijn vaak niet. In uitspraken van 23 augustus 2023 (ECLI:NL:RVS:2023:3208 en ECLI:NL:RVS:2023:3209) heeft de Afdeling bestuursrechtspraak aangegeven dat de wetgever bewust onrealistische beslistermijnen in de Wet hersteloperatie toeslagen heeft opgenomen. Maar zij volgt de rechtbank niet in haar poging hiervoor een oplossing te bieden. Want het is niet de taak van de bestuursrechter om een structurele, collectieve oplossing voor deze problemen te bieden. Dat kan alleen de wetgever doen. In de uitspraak heeft de Afdeling bestuursrechtspraak beslistermijnen vastgesteld die in toekomstige vergelijkbare zaken kunnen worden gehanteerd. De Afdeling bestuursrechtspraak raadt de rechtbanken aan dezelfde termijnen in de toekomst te hanteren uit oogpunt van rechtseenheid, rechtsgelijkheid en rechtszekerheid. Verder heeft zij in een uitspraak van 27 september 2023 (ECLI:NL:RVS:2023:3620) beslist dat een aanvrager van aanvullende compensatie – dat is compensatie voor schade die hoger is dan de compensatie die hij op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen ontvangt – zijn schade niet hoeft te bewijzen, maar wel aannemelijk en concreet moet maken dat en in welke mate de door hem werkelijk geleden schade het toegekende compensatiebedrag te boven gaat.

Gedoogbesluit

In de uitspraak van 13 september 2023 (ECLI:NL:RVS:2023:3431) heeft de Afdeling bestuursrechtspraak beslist dat, anders dan voorheen, tegen een gedoogverklaring voor de verkoop van softdrugs voortaan bezwaar kan worden gemaakt en vervolgens beroep kan worden ingesteld bij de bestuursrechter. Dat geldt ook voor de beslissing om een gedoogverklaring te weigeren of in te trekken. Reden daarvan is de onzekerheid voor de exploitanten van coffeeshops. Naar het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak is het onevenredig bezwarend om van een exploitant van een coffeeshop te verlangen dat hij in zulke gevallen is aangewezen op de voor hem risicovolle weg van het uitlokken van een handhavingsbesluit. Daarbij speelt mee het beleid van de landelijke overheid dat enerzijds vasthoudt aan het uitgangspunt dat het exploiteren van een coffeeshop illegaal is, terwijl anderzijds van overheidswege regulering plaatsvindt die onder omstandigheden verkoop van softdrugs mogelijk maakt.