Rosa Uylenburg

Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak

"We komen uit een moeilijke periode maar desondanks heb ik niet getwijfeld deze functie aan te nemen. Mijn voorganger zei bij zijn vertrek: je kan allerlei plannen en ideeën hebben maar de werkelijkheid is onvoorspelbaar. Hij had te maken met de kinderopvangtoeslagaffaire en corona. Met creativiteit en flexibiliteit wil ik de Afdeling bestuursrechtspraak versterken en het vertrouwen herstellen.

Dat vertrouwen heeft een deuk opgelopen en dat is heel begrijpelijk. Ik vind het heel erg dat de Afdeling bestuursrechtspraak gedupeerde ouders van de toeslagenaffaire in het verleden niet de bescherming heeft geboden waarop ze recht hadden. Aan die ouders heeft de Afdeling bestuursrechtspraak publiekelijk excuses aangeboden. We hebben na de toeslagenaffaire een reflectierapport geschreven en aansluitend het programma Betrokken Rechtspraak uitgevoerd. Daarin hebben we met veel collega’s concrete aanpassingen en wijzigingen van de werkwijzen besproken om te voorkomen dat we in de toekomst vergelijkbare fouten maken.

We doen er alles aan om het vertrouwen te herstellen.

Ik vind dat de kwaliteit van ons werk buiten kijf staat, maar dat we wel meer en explicieter aandacht moeten hebben voor de maatschappelijke gevolgen van uitspraken. Die weg is al ingezet, er kan nog een tandje bij. We doen er alles aan om het vertrouwen te herstellen. Dat kan door te erkennen dat we fouten hebben gemaakt en te laten zien dat we de kritiek ook echt ter harte nemen.

Ik houd niet zo van dat woord, maar ik sta voor drie grote uitdagingen. Een is de actiepunten uit Betrokken Rechtspraak echt gaan uitvoeren. Twee is de Omgevingswet die in 2024 in werking is getreden. En drie: het terugdringen van de doorlooptijden. We doen op dit moment te lang over onze uitspraken, vooral omdat we te weinig mensen hebben voor het vele werk. Met de Omgevingswet komen er veel zaken bij, nieuwe onderwerpen, ingewikkelde kwesties. Dat alles vergt veel van de organisatie.

Een lijn die we in onze uitspraken hebben ingezet en die we verder uitbouwen, gaat over ‘evenredigheid’. Een overheidsbesluit moet noodzakelijk, geschikt en evenwichtig zijn. Een burgemeester kan een woning sluiten als daar bijvoorbeeld drugs zijn gevonden. Zo’n besluit moet ook ‘evenredig’ zijn en dus moet ook rekening worden gehouden met kinderen in dat huis. Daar toetsen we nadrukkelijk op, tien jaar geleden gebeurde dat minder. Door de evenredigheid van de uitkomst van een besluit te bespreken, voelen partijen zich meer gehoord en hopen we dat uitspraken beter worden geaccepteerd."