Bevorderen rechtsontwikkeling

Conclusies

In het vorige jaarverslag werd al kort melding gemaakt van de conclusie van staatsraad A-G Wattel van 15 februari 2023 (ECLI:NL:RVS:2023:579) over de vraag of er ‘licht zit’ tussen de invulling van het begrip ‘overtreder’ in het bestuursrecht en het begrip ‘functioneel daderschap’ in het strafrecht. Volgens hem is dat het geval, maar zou dat niet zo moeten zijn. De Afdeling bestuursrechtspraak volgt in haar uitspraak van 31 mei 2023 het advies van de staatsraad A-G om voortaan voor de uitleg van het begrip ‘overtreder’ in het bestuursrecht aan te sluiten bij de uitleg die in het strafrecht aan het begrip ‘functioneel daderschap’ wordt gegeven (ECLI:NL:RVS:2023:2067 en ECLI:NL:RVS:2023:2071).

Op 5 april 2023 verscheen een conclusie van staatsraad A-G Nijmeijer over de exceptieve toetsing van bestemmingsplannen (ECLI:NL:RVS:2023:1367). Deze conclusie werd genomen in een zaak over een omgevingsvergunning voor een woontoren van ruim zeventig meter hoog in Den Haag. In de rechtbankuitspraak was in het kader van deze vergunningsprocedure met toepassing van het evidentiecriterium geoordeeld dat een van de regels in het omgevingsplan in strijd was met de rechtszekerheid. De projectontwikkelaar, het college van burgemeester en wethouders van Den Haag en omwonenden kwamen in hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank. Aan de staatsraad A-G werd gevraagd op welke wijze de rechter regels van een omgevingsplan kan toetsen in een vergunningsprocedure, en of de rechter daarbij het evidentiecriterium kan blijven toepassen. Volgens de staatsraad A-G is dat laatste het geval en is er alleen aanleiding om het evidentiecriterium los te laten bij een exceptieve toetsing van een onherroepelijke planregel met een open norm die verwijst naar een beleidsregel die later is vastgesteld of gewijzigd. In dat geval zou de rechter indringender moeten toetsen. In haar einduitspraak van 6 september 2023 (ECLI:NL:RVS:2023:3380) volgt de Afdeling bestuursrechtspraak het advies van de staatsraad A-G om het evidentiecriterium niet los te laten. De Afdeling bestuursrechtspraak gaat echter niet mee in het advies om een regel met een open norm die verwijst naar een later vastgestelde of gewijzigde beleidsregel, indringender te toetsen. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het evidentiecriterium ook in zo’n geval blijft gelden. Voor de concrete zaak betekende het oordeel uiteindelijk dat de woontoren er mocht komen.

Tot slot verscheen op 5 juli 2023 een conclusie van staatsraad A-G Snijders (ECLI:NL:RVS:2023:2590) over prejudiciële vragen die de rechtbank Noord-Nederland op grond van de Tijdelijke wet Groningen aan de Afdeling bestuursrechtspraak had gesteld. Het is de eerste keer dat van deze mogelijkheid gebruik werd gemaakt. De prejudiciële vragen zagen op de toepassing en uitleg van deze wet door het Instituut Mijnbouwschade Groningen. Het geschil gaat over de intrekking van een vergoeding van fysieke mijnbouwschade aan een woning. In zijn conclusie beantwoordde de staatsraad A-G de vier vragen die door de rechtbank waren gesteld over de juistheid van het intrekkingsbesluit. Vervolgens gaf de Afdeling bestuursrechtspraak antwoord op een deel van de vragen in haar uitspraak van 27 september 2023 (ECLI:NL:RVS:2023:3617). Het is nu aan de rechtbank om in de concrete rechtszaak te beslissen. Tegen de uitspraak van de rechtbank staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

Amicus curiae

In het vorige jaarverslag kwam eveneens aan bod dat de Afdeling bestuursrechtspraak voor het eerst toepassing had gegeven aan het instrument van de amicus curiae. Dat instrument geeft anderen dan partijen de mogelijkheid om in een rechtszaak mee te denken. Dit werd ingezet in een zaak over een dwangsom die de provincie Utrecht had opgelegd aan een isolatiebedrijf. Volgens de provincie overtrad dit bedrijf met haar isolatiewerkzaamheden de zorgplicht uit de Wet natuurbescherming, omdat het onvoldoende onderzoek deed naar de eventuele aanwezigheid van vleermuizen in (spouw)muren en daken. Omdat in deze zaak verschillende en grote maatschappelijke belangen speelden, zoals het behalen van klimaatdoelen, financiële belangen van woningeigenaren en ondernemingen, maar ook het beschermen van vleermuizen, besloot de Afdeling bestuursrechtspraak de zogenoemde amicus curiae-procedure toe te passen. Met de inbreng van meedenkers wilde de Afdeling bestuursrechtspraak een beter en breder inzicht krijgen in de maatschappelijke gevolgen van de te nemen beslissing en de onderzoeksmogelijkheden naar de aanwezigheid van vleermuizen in spouwmuren. Dat leverde in totaal 46 verschillende reacties op. Mede op basis van die reacties komt de Afdeling bestuursrechtspraak in haar uitspraak van 2 augustus 2023 tot de conclusie dat het isolatiebedrijf de zorgplicht inderdaad overtrad en dat de provincie de dwangsom terecht had opgelegd (ECLI:NL:RVS:2023:2969).