Recht van de Europese Unie

De Commissie recht van de Europese Unie (CrEU) geeft intern uitleg over Unierechtelijke vraagstukken in algemene zin, naar aanleiding van concrete verzoeken van een van beide Afdelingen en over prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de EU. De expertise van de CrEU strekt zich uit over de gehele breedte van het Unierecht waarmee de Raad in aanraking komt. Bij haar handreikingen betrekt zij de oprichtingsverdragen, Europese wet- en regelgeving, de jurisprudentie van het Hof en, in nauwe samenwerking met het CB, het EU-Handvest. Het is bij uitspraken aan de zittingskamer en bij adviezen aan de Afdeling advisering, om te bepalen of en in hoeverre de handreikingen van de CrEU worden overgenomen.

Uitleg en toepassing van het Europese recht

De CrEU heeft ook in 2023 uitleg gegeven over de interpretatie en toepassing van het Europese recht. Het ging daarbij voor de Afdeling bestuursrechtspraak om zaken over onder andere het EU-burgerschap, de Dienstenrichtlijn (met name de huisvesting van arbeidsmigranten), de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) en de Habitatrichtlijn. Veel zaken ging over het migratierecht. Daaronder waren zaken over de nareisbeperkingen, de 24 weken-eis voor asielzoekers, over de vraag of een voorlopige voorziening in hoger beroep de termijnen voor overdracht in zogenoemde Dublinzaken opschort en over de ambtshalve toetsing in bewaringszaken. Voor de Afdeling advisering heeft de CrEU onder andere de EU rechtelijke aspecten van de wijziging van het Tabaks- en rookwarenbesluit besproken.

Prejudiciële verwijzingen

De Afdeling bestuursrechtspraak heeft ook in 2023 weer verschillende prejudiciële verwijzingen aan het Hof van Justitie in Luxemburg gedaan, met name op het gebied van het Europees migratierecht. Voorafgaand daaraan heeft de CrEU daarover uitleg gegeven. Deze uitleg ging over vragen over de verhouding tussen artikel 34 van de Kwalificatierichtlijn en de Wet Inburgering 2013, met name de daarin neergelegde inburgeringsverplichting, terugbetalingsverplichting en mogelijkheid tot het opleggen van (hoge) boetes (ECLI:NL:RVS:2023:975); vragen over Griekse statushouders en de behandeling van hun asielaanvragen in Nederland (ECLI:NL:RVS:2023:3275); vragen over de verlenging van de beslistermijn voor asielverzoeken, meer specifiek in de situatie dat er veel asielverzoeken tegelijk worden ingediend. Het gaat dan over de uitleg van de begrippen ‘groot aantal’ en ‘tegelijk’ uit artikel 31, derde lid, van de Procedurerichtlijn (ECLI:NL:RVS:2023:4125). Tot slot is een verwijzingsuitspraak gedaan over de vraag of het Unierecht in de weg staat aan de regeling in artikel 91, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 op grond waarvan uitspraken in vreemdelingenzaken verkort kunnen worden gemotiveerd (ECLI:NL:RVS:2023:4632).