Minister trekt experimentenwet bijstand in het stemhokje in

Om te bevorderen dat mensen met een verstandelijke beperking gaan stemmen, kwam de regering met de Tijdelijke experimentenwet bijstand in het stemhokje. De Afdeling advisering kon zich in grote lijnen vinden met de doelstelling van de wet, maar plaatste wel enkele kanttekeningen bij de uitvoering ervan. Zover liet de regering het niet komen: zij stelt een nieuwe wet voor waarin het experimentele karakter is verdwenen.

Niet iedereen kan even gemakkelijk in het stemhokje zijn stem uitbrengen. Voor slechtzienden stelt het stembureau een vergrootglas beschikbaar. Mensen met een lichamelijke beperking mogen zich laten bijstaan door een familielid, vriend of een lid van het stembureau. Maar voor mensen met een verstandelijke beperking, met dementie en laaggeletterden is er eigenlijk niets geregeld. Zij moeten zelfstandig hun stem uitbrengen, hulp mag niet worden geboden om stembeïnvloeding en ‘family voting’ te voorkomen.

Deze situatie is onwenselijk: inclusie en gelijke behandeling zouden voorop moeten staan. De hoofdregel luidt immers dat alle kiezers zelfstandig hun stem moeten kunnen uitbrengen, maar de praktijk is anders. Voor stembureauleden is het echter moeilijk om objectief te kunnen vaststellen of iemand hulp nodig heeft vanwege een verstandelijke beperking. Het aanbieden van ondersteuning kan dan leiden tot willekeur, rechtsonzekerheid en rechtsongelijkheid.

Daarom stelde de regering voor dat in vijftien gemeenten – bij wijze van experiment, en gedurende zeven jaar – alle kiezers ondersteuning kunnen krijgen bij alle directe verkiezingen. Daarvoor moet de Kieswet worden gewijzigd. Mensen met een verstandelijke beperking, met dementie en laaggeletterden kunnen dan ondersteuning krijgen van een stembureaulid, dus niet van ‘een persoon naar keuze’. Om dit in te voeren stelt de regering een experiment voor, dat van toepassing is op de verkiezingen voor de Tweede Kamer, Provinciale Staten, de gemeenteraad en de eilandsraden in Caribisch Nederland. Dit voorstel sluit aan bij het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap. Over dit wetsvoorstel bracht de Afdeling advisering in juli 2023 haar advies uit.

Stemgeheim

De Afdeling advisering staat achter het idee om de toegankelijkheid van de stemming te vergroten. Dan zullen waarschijnlijk meer kiesgerechtigden zelf hun stem gaan uitbrengen en niet alleen via een volmacht gebruikmaken van hun kiesrecht. De Afdeling advisering vindt wel dat dit ‘prudent’ moet gebeuren: hulp in het stemhokje kan op gespannen voet staan met belangrijke uitgangspunten, zoals het grondwettelijke stemgeheim en de stemvrijheid (stemmen zonder beïnvloeding of pressie). Vrije en geheime verkiezingen zijn in de democratische rechtsstaat van fundamentele betekenis. Dit wetsvoorstel toont een spanningsveld tussen het belang van toegankelijkheid en het waarborgen van het stemgeheim. Daarom moet een aanpassing van de Kieswet niet lichtvaardig gebeuren.

Om die reden adviseert de Afdeling advisering het wetsvoorstel te voorzien van een uitgebreidere probleemanalyse. Die zou moeten ingaan op de aard en omvang van het ‘stemhokjesprobleem’. Nu is nog onduidelijk welke barrières mensen met een specifieke beperking ondervinden bij het uitbrengen van hun stem en hoe vaak dit voorkomt. Ook moet goed worden aangegeven op welke manier voldoende gemeenten deelnemen aan het experiment, hoe deze worden geselecteerd, hoe wordt gegarandeerd dat ze tijdens het hele experiment blijven meedoen, en hoe verkiezingen onder dit nieuwe regime én de wet later worden geëvalueerd. Verder adviseert zij dat moet worden omschreven hoe de inrichting van het stemlokaal kan worden aangepast zodat anderen dan het helpende stembureaulid niet kunnen vernemen op wie iemand stemt. Tot slot zou het helder moeten zijn wanneer sprake is van een voldoende duidelijke wilsverklaring van de kiezer die bijstand krijgt, juist omdat niet iedereen dit kan aangeven.

Dat het wetsvoorstel een experimenteerkarakter heeft, doet wel afbreuk aan de uniforme en gelijke werking van het kiesstelsel. In gemeenten waar het experiment wordt gehouden, geldt een ander regime, wat op gespannen voet staat met het rechtsgelijkheidsbeginsel en het belang van een duidelijk en voorspelbaar verkiezingsproces. Maar omdat wijzigingen in het kiesstelsel ‘prudent’ moeten worden doorgevoerd, is een experiment toch te verkiezen boven een landelijke invoering: dat is een te omvangrijke operatie en een te groot risico gelet op het bijzondere karakter van het verkiezingsproces.

In één keer uitrollen

Al met al adviseert de Afdeling advisering de regering om rekening te houden met haar opmerkingen voordat het voorstel bij de Tweede Kamer wordt ingediend. Maar zover komt het niet: de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties laat de Tweede en Eerste Kamer in januari 2024  weten af te zien van het experiment. De minister heeft ‘na ontvangst van het advies van de Raad van State’ opnieuw naar het doel van het wetsvoorstel gekeken: het bevorderen van de toegankelijkheid van het stemproces voor iedere kiezer. En dat kan eerder worden bereikt als de bijstand in het stemhokje in één keer landelijk wordt uitgerold. Daarmee zijn belangrijke belangen als inclusie en gelijke behandeling beter gediend, vindt de minister. Hij bereidt een gewijzigd wetsvoorstel voor: een wijziging van de Kieswet waarin de bijstand in het stemhokje wettelijk wordt verankerd. Dit aangepaste wetsvoorstel wordt nog ter advies aan de Afdeling advisering voorgelegd.

Ook ketenpartners (de Kiesraad, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de Nederlandse Vereniging voor Burgerzaken), belangenorganisaties en het College voor de Rechten van de Mens worden bij het nieuwe wetsvoorstel betrokken – dat was ook al zo bij de totstandkoming van de experimentenwet, waarover zij overwegend positief waren. De minister gaat ervan uit dat hij nu ook op hun steun kan rekenen. Wel moeten de uitvoeringskosten nog in kaart worden gebracht.

Niet uit te leggen

De brede (en versnelde) invoering van hulp in stemhokje is door enkele media opgepakt. Gemeente.nu meldt dat de Afdeling advisering ‘overwegend positief’ was over de experimentenwet, Binnenlands Bestuur schreef dat de Afdeling advisering nog veel ‘losse eindjes’ had ontdekt in het wetsvoorstel. Hoewel de Afdeling advisering juist de geleidelijke invoering van bijstand in het stemhokje belangrijk vond, wil de minister deze bijstand overal in het land in één keer mogelijk maken. Onder de experimentenwet zou dat in 2029 mogelijk zijn, en ‘dat is niet uit te leggen’, citeren de media de minister. ‘Als beide Kamers akkoord gaan, kunnen meer kiezers hier al vanaf 2026 gebruik van maken.’

Advies van 19 juli 2023: W04.23.00110.