Constitutioneel recht

Het constitutioneel recht is een kennisgebied dat zowel de Afdeling advisering als de Afdeling bestuursrechtspraak raakt. Voor de duiding en uitleg van het constitutionele recht kan binnen de Raad van State een beroep worden gedaan op het Constitutioneel Beraad (CB). Dit Beraad geeft intern handreikingen over de toepassing en uitleg van de Grondwet, nationale constitutionele beginselen, het Statuut voor het Koninkrijk, het constitutionele recht van de Europese Unie waaronder het Handvest van de Grondrechten van de EU (EU-Handvest), het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) of de overige mensenrechtenverdragen waarbij Nederland partij is. Het is bij uitspraken aan de zittingskamer en bij adviezen aan de Afdeling advisering, om te bepalen of en in hoeverre de handreikingen van het CB worden overgenomen.

Grondwet

In 2023 bestond de Grondwet 175 jaar en mocht zij op extra belangstelling rekenen. Op verschillende momenten is stilgestaan bij dit jubileum, ook bij de Raad van State. In de werkzaamheden van het CB neemt de Grondwet altijd een belangrijke plek in. De Afdeling advisering toetst of bij de totstandkoming van wetgeving onder meer de relevante grondwetsbepalingen voldoende in kaart zijn gebracht en op hun consequenties zijn doordacht. Daarbij gaat het niet alleen om grondrechten, maar ook om institutionele normen. In 2023 is de deskundigheid van het CB meermaals ingeschakeld om ten behoeve van een adviseringstraject uitleg te geven over grondwettelijke normen. Het ging daarbij in alle gevallen om de uitleg van grondrechten in hoofdstuk 1 van de Grondwet. Hoewel bij de Afdeling bestuursrechtspraak de Grondwet door het toetsingsverbod een minder grote rol speelt, zijn er altijd zaken waarin het toetsingsverbod er niet aan in de weg staat het handelen van het bestuur te toetsen aan de Grondwet, bij zowel algemeen verbindende voorschriften als concrete besluiten. Het CB heeft in die gevallen dan ook voor enkele zaken handreikingen gedaan over de uitleg van grondwettelijke grondrechten.

Persoonlijke levenssfeer

Het CB is in 2023 vaak gevraagd om uitleg te geven over het recht op eerbiediging van het privéleven, waaronder ook begrepen worden het recht op privacy en het recht op lichamelijke integriteit. Dit recht is gegarandeerd in de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, artikel 8 van het EVRM en artikel 7 van het EU‑Handvest. Het ging hierbij meer concreet over onder andere de vraag in hoeverre dit recht strafbaarstelling toestaat van handelingen die plaatsvinden in de beslotenheid van het privéleven (regulering ‘achter de voordeur’) en hoeveel ruimte nationale overheden hebben om in dat kader eigen afwegingen te maken. Ook waren er in relatie tot dit recht vragen over de mate waarin de overheid toezicht mag houden op het doen en laten van burgers, in het bijzonder wanneer dit toezicht is gekoppeld aan (strafrechtelijke) handhaving. Hoewel handhaving en de bescherming van de rechten van anderen tegen onrechtmatig handelen van groot belang zijn, vereisen grondrechten dat in de beoordeling van de proportionaliteit van maatregelen ook het belang van degene wiens recht wordt beperkt uitdrukkelijk wordt meegewogen, ook als volgens de samenleving verwerpelijk is gehandeld.

Eigendomsrecht

Het afgelopen jaar heeft het CB op verzoek van de voorzitter van de Afdeling advisering meermaals uitleg gegeven over de betekenis van het eigendomsrecht. Dit recht is gegarandeerd in artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM en in artikel 17 van het EU-Handvest (en impliciet in artikel 14 van de Grondwet). Voor de oplossing van maatschappelijke vraagstukken maakt de overheid regelmatig gebruik van maatregelen die het eigendom van burgers reguleert, bijvoorbeeld door bepaalde goederen te verbieden, door voor te schrijven wat burgers met bepaalde goederen mogen doen of door goederen die op een criminele wijze zijn verkregen in beslag te nemen. Dit kan een effectieve manier zijn om bepaald beleid uit te voeren. Het eigendomsrecht speelt daarmee steeds vaker een rol in de toetsing van nieuwe wet- en regelgeving. Ook in bestuursrechtelijke procedures wordt het eigendomsrecht regelmatig aangevoerd. Het ontnemen van eigendom vormt de meest vergaande beperking van dit grondrecht en komt relatief weinig voor. Veel vaker gaat het om beperkingen van het gebruik dat van bepaalde goederen kan worden gemaakt. Bij zo’n regulering van eigendom moet een eerlijke balans worden gevonden tussen het algemene belang dat met de regulering is gediend en de bijzondere individuele belangen van degene wiens eigendomsrecht wordt beperkt. In dat verband heeft het CB meermaals benadrukt dat ook van belang is dat burgers door middel van een adequate overgangstermijn voldoende tijd wordt gegeven om zich aan de nieuwe situatie aan te passen.