Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 126.673
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202407963/1/V2

Bij besluit van 6 september 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van appellanten om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5440
Datum uitspraak
14 september 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407963/1/V2

BRS.25.001438

Bij besluit van 24 april 2025 heeft een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5292
Datum uitspraak
14 september 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001438

BRS.25.002739

Bij besluit van 5 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om vernieuwing van zijn verblijfsdocument EU/EER bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, afgewezen en vastgesteld dat het verblijfsrecht van betrokkene per 12 november 2019 is geëindigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5406
Datum uitspraak
14 september 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002739

BRS.26.001871

Bij besluit van 26 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5401
Datum uitspraak
14 september 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001871

BRS.26.003273

Bij besluit van 12 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5410
Datum uitspraak
14 september 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003273

BRS.26.003967

Bij besluit van 27 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5418
Datum uitspraak
14 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003967

BRS.26.004421

Bij besluit van 17 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5392
Datum uitspraak
14 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004421

BRS.26.004427

Bij besluit van 16 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen, bepaald dat hij de Europese Unie onmiddellijk moet verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5416
Datum uitspraak
14 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004427

BRS.26.004429

Bij besluit van 17 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5407
Datum uitspraak
14 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004429

BRS.26.004578

Bij besluit van 17 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen, bepaald dat zij de Europese Unie onmiddellijk moet verlaten en een inreisverbod tegen haar uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5399
Datum uitspraak
14 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004578

BRS.26.004600

Bij besluit van 1 april 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5415
Datum uitspraak
14 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004600

BRS.26.004654

Bij besluit van 23 april 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5396
Datum uitspraak
14 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004654

BRS.26.004672

Bij besluit van 15 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5405
Datum uitspraak
14 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004672

BRS.26.004814

Bij besluit van 19 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5437
Datum uitspraak
14 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004814

202406032/1/V3

Bij besluiten van 22 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan appellanten verleende verblijfsvergunningen regulier voor bepaalde tijd ingetrokken en hun opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten (terugkeerbesluit).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5419
Datum uitspraak
11 september 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202406032/1/V3

202601902/4/A3

Bij brief, ingekomen op 28 augustus 2026, heeft HRIF.EU verzocht om wraking van staatsraad mr. W. den Ouden (de staatsraad) als lid van de Afdeling belast met de behandeling van de zaak nr. 202601902/3/A3.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5432
Datum uitspraak
11 september 2026
  • Wraking
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202601902/4/A3

202602309/2/R2

Bij besluiten van 2 juli 2025 heeft het college van gedeputeerde staten van Overijssel de afzonderlijke bezwaren van [wederpartij] en anderen tegen de brieven van het college van 19 maart 2025 niet- Het gaat in deze zaak om de vier agrarische bedrijven van [wederpartij] en anderen. Onder het Programma Aanpak Stikstof (PAS) hebben zij alle vier een melding gedaan voor de wijziging en/of uitbreiding van hun veehouderijenontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5423
Datum uitspraak
11 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Milieu - Overige
  • uitspraakin de zaak202602309/2/R2

BRS.25.000739

Bij besluit van 25 augustus 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkenen om hun een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5373
Datum uitspraak
11 september 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000739

BRS.25.001637

Bij besluit van 24 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5304
Datum uitspraak
11 september 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001637

BRS.25.002585

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5302
Datum uitspraak
11 september 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002585

BRS.26.000183

Bij besluit van 16 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan appellant verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken, hem opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten (terugkeerbesluit) en hem meegedeeld dat hij vanwege dat terugkeerbesluit in het Schengeninformatiesysteem (SIS) gesignaleerd wordt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5286
Datum uitspraak
11 september 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000183

BRS.26.000185

Bij besluit van 13 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan verzoeker verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken, hem opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten (terugkeerbesluit) en hem meegedeeld dat hij vanwege dat terugkeerbesluit in het Schengeninformatiesysteem (SIS) gesignaleerd wordt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5369
Datum uitspraak
11 september 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000185

BRS.26.000188

Bij besluit van 2 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan appellant verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken, hem opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten (terugkeerbesluit) en hem meegedeeld dat hij vanwege dat terugkeerbesluit in het Schengeninformatiesysteem (SIS) gesignaleerd wordt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5375
Datum uitspraak
11 september 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000188

BRS.26.000193

Bij besluit van 17 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan appellant verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken, haar opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten (terugkeerbesluit) en haar meegedeeld dat zij vanwege dat terugkeerbesluit in het Schengeninformatiesysteem (SIS) gesignaleerd wordt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5294
Datum uitspraak
11 september 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000193

BRS.26.000318

Bij besluit van 18 juli 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan appellant verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken, haar opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten (terugkeerbesluit) en haar meegedeeld dat zij vanwege dat terugkeerbesluit in het Schengeninformatiesysteem (SIS) gesignaleerd wordt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5378
Datum uitspraak
11 september 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000318

BRS.26.000334

Bij besluit van 16 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan appellant verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken, haar opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten (terugkeerbesluit) en haar meegedeeld dat zij vanwege dat terugkeerbesluit in het Schengeninformatiesysteem (SIS) gesignaleerd wordt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5285
Datum uitspraak
11 september 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000334

BRS.26.000340

Bij besluit van 30 november 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan appellant verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken, hem opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten (terugkeerbesluit) en hem meegedeeld dat hij vanwege dat terugkeerbesluit in het Schengeninformatiesysteem (SIS) gesignaleerd wordt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5376
Datum uitspraak
11 september 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000340

BRS.26.000351

Bij besluit van 17 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan appellant verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken, hem opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten (terugkeerbesluit) en hem meegedeeld dat hij vanwege dat terugkeerbesluit in het Schengeninformatiesysteem (SIS) gesignaleerd wordt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5380
Datum uitspraak
11 september 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000351

BRS.26.000371

Bij besluit van 14 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan appellant verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken, hem opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten (terugkeerbesluit) en hem meegedeeld dat hij vanwege dat terugkeerbesluit in het Schengeninformatiesysteem (SIS) gesignaleerd wordt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5372
Datum uitspraak
11 september 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000371

BRS.26.000428

Bij besluit van 12 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, buiten behandeling gesteld, hem opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten (terugkeerbesluit) en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5371
Datum uitspraak
11 september 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000428

BRS.26.000833

Bij besluit van 22 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, buiten behandeling gesteld, hem opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten (terugkeerbesluit) en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5370
Datum uitspraak
11 september 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000833

BRS.26.001866

Bij besluit van 13 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5385
Datum uitspraak
11 september 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001866

BRS.26.003266

Bij besluit van 14 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie het verzoek van appellant om opheffing van het terugkeerbesluit en verwijdering van de signalering uit het Schengeninformatiesysteem (SIS), afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5377
Datum uitspraak
11 september 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003266

BRS.26.003680

Bij besluit van 11 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag om betrokkene een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5300
Datum uitspraak
11 september 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003680

BRS.26.003747

Bij besluiten van 26 juni 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van verzoekers om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en hun opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5280
Datum uitspraak
11 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003747

BRS.26.004300

Bij besluit van 7 augustus 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5367
Datum uitspraak
11 september 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004300

BRS.26.004348

Bij besluiten van 30 juli 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellanten een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5365
Datum uitspraak
11 september 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004348

BRS.26.004484

Bij besluit van 20 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5295
Datum uitspraak
11 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004484

BRS.26.004587

Bij besluit van 4 mei 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5389
Datum uitspraak
11 september 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004587

BRS.26.004598

Bij besluit van 17 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5384
Datum uitspraak
11 september 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004598

BRS.26.004604

Bij besluit van 19 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5382
Datum uitspraak
11 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004604

BRS.26.004747

Bij besluit van 15 juni 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5386
Datum uitspraak
11 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004747

BRS.25.002413

Bij besluit van 10 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5408
Datum uitspraak
14 september 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002413

202401640/2/R4 en 202401641/2/R4

Bij besluit van 6 januari 2021 heeft het college van gedeputeerde staten van Overijssel FFN met een dwangsom gelast om een plan van aanpak over te leggen als bedoeld in maatwerkvoorschrift 9.2.3 van de door het college op 8 februari 2017 aan FFN verleende revisievergunning voor de inrichting aan de Sluisstraat 24 in Delden. FFN exploiteert een diervoederfabriek aan de Sluisstraat 24 in Delden op grond van een in 2017 door het college aan FFN verleende revisievergunning. De productie van diervoeders heeft geuremissie tot gevolg. In de revisievergunning zijn maatwerkvoorschriften opgenomen over het aspect geur. [wederpartij] en anderen wonen in de omgeving van de inrichting. Naar aanleiding van klachten en een handhavingsverzoek van omwonenden over onder meer geuroverlast vanwege de inrichting, heeft het college bij besluit van 27 november 2019 FFN met een dwangsom gelast om een geuronderzoek te laten uitvoeren. Dat besluit is niet in geding in de bodemprocedure. FFN heeft het geuronderzoek laten uitvoeren door Buro Blauw B.V. Op 2 februari 2020 hebben [wederpartij] en anderen een verzoek bij het college ingediend om te handhaven op onder meer het aspect geur. Naar aanleiding daarvan heeft het college het besluit van 6 januari 2021 genomen. Het college heeft FFN daarbij gelast een plan van aanpak als bedoeld in voorschrift 9.2.3 van de revisievergunning over te leggen, omdat volgens het college uit de resultaten van het geuronderzoek van Buro Blauw blijkt dat FFN in strijd heeft gehandeld met de maatwerkvoorschriften 9.1.1, 9.1.2 en 9.1.3 van de revisievergunning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5301
Datum uitspraak
10 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202401640/2/R4 en 202401641/2/R4

202405259/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5400
Datum uitspraak
10 september 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405259/1/V1

202602426/1/R1 en 202602426/2/R1

Bij besluit van 25 oktober 2023 heeft het college appellanten onder oplegging van een dwangsom gelast om twee buitenvoorzieningen voor paarden op hun perceel [locatie] te Venhuizen te verwijderen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5397
Datum uitspraak
10 september 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202602426/1/R1 en 202602426/2/R1

202602725/2/A3

Bij besluit van 3 juli 2025, voor zover hier van belang, heeft de ministerr van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan de vennootschap een boete opgelegd van € 13.500,00 wegens overtreding van artikel 4.54d, eerste lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit en te kennen gegeven dat hij tien werkdagen na de datum van het besluit de onderliggende inspectiegegevens openbaar maakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5409
Datum uitspraak
10 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202602725/2/A3

BRS.25.000750

Bij besluit van 28 mei 2021, gewijzigd bij besluit van 27 mei 2024, heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan betrokkene verleende verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd ingetrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5281
Datum uitspraak
10 september 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000750

BRS.25.000904

Op 20 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvullend terugkeerbesluit genomen en bij besluit van diezelfde datum een inreisverbod tegen appellant uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5282
Datum uitspraak
10 september 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000904

BRS.26.002701

Bij besluit van 17 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om appellant een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5267
Datum uitspraak
10 september 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002701

BRS.26.003459

Bij besluit van 22 juni 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in vreemdelingenbewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5273
Datum uitspraak
10 september 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003459

BRS.26.003469

Bij besluit van 24 juni 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie. appellant in vreemdelingenbewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5275
Datum uitspraak
10 september 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003469

BRS.26.004017

Bij besluit van 28 mei 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5284
Datum uitspraak
10 september 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004017

BRS.26.004076

Bij besluit van 22 juni 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in vreemdelingenbewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5288
Datum uitspraak
10 september 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004076

BRS.26.004102

Bij besluit van 26 juli 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in vreemdelingenbewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5278
Datum uitspraak
10 september 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004102

BRS.26.004461

Bij besluit van 25 mei 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5290
Datum uitspraak
10 september 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004461

BRS.26.004562

Bij besluit van 25 juni 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5291
Datum uitspraak
10 september 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004562

BRS.26.004745

Bij besluit van 6 juli 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5390
Datum uitspraak
10 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004745

202407742/1/V2

Bij besluit van 9 augustus 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5297
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407742/1/V2

202602395/2/A2

Bij besluit van 30 december 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amstelveen de aanvraag van [verzoekster] om een urgentieverklaring afgewezen. De rechtbank heeft het besluit van het college van 31 maart 2026 vernietigd en het college opgedragen om aan [verzoekster] een urgentieverklaring te verstrekken. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college ten onrechte twee algemene weigeringsgronden tegengeworpen en had het in de persoonlijke omstandigheden van [verzoekster] aanleiding moeten zien om een urgentieverklaring te verlenen. [verzoekster] heeft een urgente therapiebehoefte vanwege traumatische ervaringen binnen gesloten jeugdinstellingen. Een zelfstandige woning waar haar huidige ambulante begeleiding kan worden voortgezet, is de meest passende oplossing voor het urgente huisvestingsprobleem. Een spoedige toekenning van een passende, zelfstandige woonoplossing in Amstelveen is volgens de rechtbank noodzakelijk om zo snel mogelijk verslechtering van de mentale gezondheid, en escalatie van zorg, en op langere termijn verdergaande ontwrichting, te voorkomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5383
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202602395/2/A2

BRS.25.000770

Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5232
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000770

BRS.25.002521

Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5233
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002521

BRS.26.000198

Bij besluit van 30 mei 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan appellant verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken, hem opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten (terugkeerbesluit) en hem meegedeeld dat hij vanwege dat terugkeerbesluit in het Schengeninformatiesysteem (SIS) gesignaleerd wordt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5245
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000198

BRS.26.000335

Bij besluit van 23 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie het verzoek van appellant om opheffing van het terugkeerbesluit en verwijdering van de signalering uit het Schengeninformatiesysteem (SIS), afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5246
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000335

BRS.26.003812

Bij besluit van 22 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5277
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003812

BRS.26.003877

Bij besluit van 7 juli 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5256
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003877

BRS.26.004121

Bij besluit van 17 juli 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5254
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004121

BRS.26.004293

Bij besluit van 28 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5261
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004293

BRS.26.004530

Bij besluit van 24 april 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5265
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004530

BRS.26.004535

Bij besluit van 24 april 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5264
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004535

BRS.26.004540

Bij besluit van 11 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5262
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004540

BRS.26.004553

Bij besluit van 12 augustus 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in vreemdelingenbewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5263
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.004553

202200424/1/R2 en 202200751/1/R2

Bij besluit van 5 november 2021 hebben provinciale staten van Noord-Brabant het inpassingsplan "Opwaardering Maaslijn, Noord-Brabant" gewijzigd vastgesteld Bij besluit van 12 november 2021 hebben provinciale staten van Limburg het inpassingsplan "Opwaardering Maaslijn, Limburg" gewijzigd vastgesteld. De Maaslijn is een treinverbinding tussen Nijmegen en Roermond. De Maaslijn is deels enkelsporig. Er rijden nu dieseltreinen op. Met de twee inpassingsplannen beogen provinciale staten van Limburg en Noord-Brabant de Maaslijn op te waarderen. Daardoor kan het aantal en de snelheid van de treinen dat gebruik maakt van de lijn omhoog, en kan de veiligheid op en rondom het spoor worden verbeterd. De opwaardering bestaat uit elektrificatie van de lijn, verbetering van de spoorweg, spoorverdubbeling op vier locaties, aanpassingen van het spoor, zoals de verruiming van enkele bochten, maatregelen bij een aantal spoorwegovergangen en veiligheidsmaatregelen. De inpassingsplannen vormen samen één project (hierna in enkelvoud: het inpassingsplan of het project).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5346
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Inpassingsplan
  • uitspraakin de zaak202200424/1/R2 en 202200751/1/R2

202201628/1/A3

Bij besluit van 14 april 2021 heeft de korpschef het verzoek van [appellant] om rectificatie van een proces-verbaal op grond van artikel 28 van de Wet politiegegevens (Wpg), afgewezen. [appellant] heeft op 5 februari 2021 een rectificatieverzoek bij de korpschef ingediend over een proces-verbaal van 15 september 2020 en alle achterliggende stukken. Dit verzoek bestond uit 25 punten. De korpschef heeft het rectificatieverzoek op een aantal punten afgewezen en op een aantal punten ingewilligd. De gedeeltelijke afwijzing is gebaseerd op de grond dat [appellant] niet aannemelijk heeft gemaakt dat de politiegegevens onjuist zijn. Het correctierecht is niet bedoeld om meningen en conclusies waarmee een betrokkene zich niet kan verenigen te laten rectificeren. [appellant] is het niet eens met de besluitvorming.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5327
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Hoger beroep
  • Politiegegevens
  • uitspraakin de zaak202201628/1/A3

202201633/1/A3

Bij besluit van 31 maart 2020 heeft de voorzitter van de Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland aan [appellant] een verbod opgelegd om op 1 april 2020 te gaan demonstreren. Bij besluit van 22 juli 2020 heeft de voorzitter het bezwaar van [appellant] tegen het primaire besluit ongegrond verklaard en een rectificatieverzoek van [appellant] op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), afgewezen. [appellant] heeft ook tegen dit besluit bezwaar gemaakt. [appellant] heeft op 29 maart 2020 kenbaar gemaakt op 1 april 2020 te willen demonstreren. Met het besluit van 31 maart 2020, nader toegelicht op 2 april 2020, heeft de voorzitter de demonstratie verboden. [appellant] heeft vervolgens een verzoek ingediend tot het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek met de uitspraak van 2 april 2020 afgewezen. In het besluit op bezwaar van 22 juli 2020 heeft de voorzitter het primaire besluit gehandhaafd en het rectificatieverzoek, waaruit blijkt dat [appellant] het op onderdelen niet eens is met de motivering in de nadere toelichting op dit primaire besluit, afgewezen omdat het aangevoerde al aan de orde komt in het kader van de heroverweging in bezwaar van het primaire besluit. [appellant] is het daar niet meer eens.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5332
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202201633/1/A3

202201636/1/A3

Bij besluit van 3 juni 2021 heeft de korpschef het verzoek van [appellant] om verwijdering van persoonsgegevens die over hem in politiemutaties zijn verwerkt in relatie tot een demonstratie op 15 maart 2021 afgewezen. [appellant] heeft op 4 mei 2021 bij de korpschef een verzoek ingediend om de verwijdering van de persoonsgegevens die over hem in relatie tot de demonstratie zijn verwerkt. In het besluit heeft de korpschef bevestigd dat er twee mutaties zijn opgesteld naar aanleiding van de demonstratie waarin persoonsgegevens van [appellant] zijn opgenomen. De korpschef heeft het verzoek om verwijdering van de persoonsgegevens afgewezen, omdat de gegevens noodzakelijk zijn voor de informatiepositie van de politie. Daarnaast is volgens de korpschef niet gesteld en gebleken dat de mutaties onjuiste politiegegevens bevatten en zijn de gegevens overeenkomstig een wettelijk voorschrift verwerkt en daarmee niet onrechtmatig. [appellant] is het niet eens met de besluitvorming.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5335
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Hoger beroep
  • Politiegegevens
  • uitspraakin de zaak202201636/1/A3

202203505/1/A3

Als een belanghebbende meerdere samenhangende zaken heeft ingediend waarin de redelijke termijn is geschonden, kan de bestuursrechter volstaan met het in één zaak vaststellen dat die termijn is overschreden waarbij slechts eenmaal het forfaitaire bedrag aan schadevergoeding wordt toegekend. Het gaat in deze zaak om een AVG-verzoek van een man aan de burgemeester van Amsterdam. De Afdeling bestuursrechtspraak behandelde deze zaak eind april 2026 op een rechtszitting. Op diezelfde zitting boog de Afdeling bestuursrechtspraak zich achtereenvolgens over nog twee andere AVG-verzoeken en één zaak op grond van de Wet politiegegevens van dezelfde man. In alle vier de zaken voerde hij aan dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM, is overschreden. De Afdeling bestuursrechtspraak overweegt dat de rechtszaken die de man voert in de kern over hetzelfde onderwerp gaan, namelijk de gegevensverwerking naar aanleiding van zijn publieke optreden als demonstrant. Het gaat steeds om rectificatie-, verwijderings-, of inzageverzoeken op grond van de AVG, de Wet politiegegevens of de Wet open overheid. De man start vervolgens procedures over de gegevensverwerking die bij die demonstraties plaatsvindt, vaak bij dezelfde bestuursorganen. Aan zijn verzoeken ligt vaak een gelijkluidend juridisch betoog ten grondslag en zijn afzonderlijk ingediende rechtszaken vertonen dan ook veel inhoudelijke overlap. Door deze wijze van procederen wordt aan de bestuursorganen, maar ook de rechtbanken en de Afdeling bestuursrechtspraak een hoge administratieve last opgelegd omdat zij niet alleen die verzoeken moeten onderzoeken, beoordelen en toetsen maar ook steeds, ten behoeve van een efficiënte geschilbeslechting, moeten onderzoeken hoe de verzoeken zich tot elkaar verhouden. Zo zijn er inmiddels alleen al door de Afdeling bestuursrechtspraak ruim 40 uitspraken gedaan in zaken van de man en zijn er nog meer dan 30 zaken van hem in behandeling. Tot de uitspraak van vandaag heeft hij alleen al dit jaar € 10.000 aan schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn toegekend gekregen. Gelet op de bovengenoemde omstandigheden ziet de Afdeling bestuursrechtspraak aanleiding om voor de vier zaken die eind april op zitting werden behandeld, alleen in deze zaak een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn toe te kennen. Dat is ook de langstlopende zaak van de vier zaken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5123
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202203505/1/A3

202204669/1/A3

Bij besluit van 11 mei 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tilburg een verzoek van [appellant] om wijziging van zijn persoonsgegevens in de basisregistratie personen (brp) afgewezen. [appellant] staat in de brp ingeschreven als [voornaam] [achternaam appellant], geboren op [geboortedatum] 1986 in [plaats], China. Deze gegevens zijn ontleend aan een door [appellant] afgelegde verklaring onder ede. [appellant] heeft het college op 30 januari 2019 verzocht om op grond van artikel 2.58 van de Wet brp zijn voornaam, geboortedatum en geboorteplaats te wijzigen in: - voornaam: [voornaam]; - geboortedatum: [geboortedatum] 1978;- geboorteplaats: [plaats], China. Bij het besluit van 11 mei 2020 heeft het college het verzoek van [appellant] afgewezen, omdat volgens het college niet onomstotelijk vaststaat dat de huidige in de brp geregistreerde persoonsgegevens onjuist zijn, dat de nieuwe gegevens juist zijn en dat de nieuwe en de oude gegevens op dezelfde persoon betrekking hebben. Het college heeft het besluit in bezwaar gehandhaafd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5319
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202204669/1/A3

202205512/1/R4

Bij besluit van 23 juni 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam Olympia met een dwangsom gelast om afval op de juiste wijze aan te bieden. Olympia exploiteert een restaurant op het perceel Schiedamsevest 2 in Rotterdam. Tijdens een controle op 16 mei 2022 heeft een toezichthouder geconstateerd dat afval van dat restaurant was geplaatst naast een ondergrondse afvalcontainer ter hoogte van Brandersplaats 7 in Rotterdam. Daarmee heeft Olympia volgens het college in strijd gehandeld met de Afvalstoffenverordening Rotterdam 2009 en het Uitvoeringsbesluit Afvalstoffen Rotterdam 2018. Om herhaling van deze overtreding te voorkomen, heeft het college Olympia met een dwangsom gelast haar afval voortaan op de juiste wijze aan te bieden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5355
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202205512/1/R4

202206777/1/A3

Bij besluit van 7 januari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Capelle aan den IJssel een verzoek van [appellant] om zijn in de basisregistratie personen geregistreerde nationaliteit van ‘onbekend’ te wijzigen naar ‘staatloos’, afgewezen. Het college heeft het verzoek van [appellant] afgewezen en heeft die afwijzing bij het besluit van 26 april 2022 gehandhaafd. Volgens het college heeft [appellant] niet alle vereiste documenten overgelegd om aan het correctieverzoek te kunnen voldoen. Bovendien valt het volgens het college niet uit te sluiten dat [appellant] via zijn ouders een andere dan de Palestijnse nationaliteit heeft verkregen. Het staat daarom volgens het college niet onomstotelijk vast dat de in de brp opgenomen nationaliteit ‘onbekend’ van [appellant] onjuist is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5308
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202206777/1/A3

202206997/1/R4

Bij besluit van 2 november 2021 heeft het college aan Eneco Heat Production & Industrials B.V. (Eneco) een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een warmteoverdrachtsstation met een hulpwarmtecentrale op het perceel, kadastraal bekend gemeente Schiedam, sectie Q, nummer 9496. Eneco heeft op 19 februari 2021 een aanvraag gedaan voor een omgevingsvergunning voor de realisatie van een warmteoverdrachtsstation op het perceel. Op het perceel geldt het bestemmingsplan "Kethel e.o." Het perceel heeft de bestemming "Verkeer-verblijfsgebied". Het realiseren van een warmteoverdrachtsstation is in strijd met deze bestemming. Ook voldoet het bouwplan niet aan de bouwregels van het bestemmingsplan. De rechtbank heeft het door Vereniging Milieudefensie daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Vereniging Milieudefensie kan zich niet vinden in deze uitspraak en heeft daartegen hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5325
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Hoger beroep
  • Milieu - Overige
  • uitspraakin de zaak202206997/1/R4

202300277/1/R3

Bij besluit van 20 januari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Lisse Mployment onder oplegging van een dwangsom gelast het gebruik van de woning aan de Heereweg 384A in Lisse door meer dan één huishouden te beëindigen en blijvend beëindigd te houden. Naar aanleiding van handhavingsverzoeken van [partij A] en andere omwonenden heeft het college controles uitgevoerd naar de bewoning van de woning aan de Heereweg 384A in Lisse (de woning). Tijdens deze controles is geconstateerd dat Mployment in de woning woonruimtes verhuurde aan verschillende huishoudens. Dit gebruik is volgens het college in strijd met artikel 2.12 onder b van het bestemmingsplan "Herziening begrippen", in samenhang met de bestemmingsplannen "Lisse Dorp" en "Eerste herziening Lisse Dorp". Daardoor overtreedt Mployment artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wabo. Het college heeft daarom een last onder dwangsom opgelegd, waarin Mployment is opgedragen om de overtreding voor 20 april 2022 te beëindigen en beëindigd te houden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5324
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202300277/1/R3

202301249/1/R1

Bij besluit van 15 december 2020 heeft het dagelijks bestuur van het waterschap Vechtstromen aan de gemeente Ommen een watervergunning verleend voor het realiseren van een brug over de Vecht nabij Junne, inclusief aansluitende infrastructuur en een duikerbrug in/over de vispassage naast de Vecht, gelegen op de percelen kadastraal bekend gemeente Ambt-Ommen, sectie P, nummers 132, 140 en 838, en sectie F, nummer 4084 en 4587, nabij de sluis en stuw in Junne. In de rivier de Vecht ligt, ten noorden van Junne, een stuw met primair een waterstaatkundige functie. Bovenop de stuw ligt een brug die is voorzien van een wegdek met een verkeerskundige functie. Doordat er de afgelopen jaren zwaar verkeer over de brug is gereden, zijn er scheuren in het metselwerk van de stuw ontstaan. In de periode 1998-2017 was het gebruik van de brug alleen toegestaan voor verkeer tot maximaal 3 ton, met een ontheffingsmogelijkheid voor lokaal zwaar verkeer tot maximaal 15 ton. Sinds 2017 is deze ontheffingsmogelijkheid afgeschaft. Om ervoor te zorgen dat al het gemotoriseerde verkeer, waaronder het zwaar verkeer, de Vecht weer kan oversteken, heeft de gemeente Ommen het voornemen een nieuwe brug te realiseren. De nieuwe brug komt op 15 meter afstand van de bestaande brug te liggen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5109
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Hoger beroep
  • Water
  • uitspraakin de zaak202301249/1/R1

202301362/1/R3

Bij besluit van 21 september 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Ommen aan de gemeente Ommen een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een brug over de Vecht, inclusief aansluitende infrastructuur en een duikerbrug in/over de vispassage naast de Vecht en het vellen van houtopstand(en), op de percelen kadastraal bekend als gemeente Ambt-Ommen, sectie P, nummers 132, 140, 838 en sectie F, nummers 4084 en 4587, nabij de sluis en stuw te Junne. In de rivier de Vecht ligt, ten noorden van Junne, een stuw, waarop een brug ligt. Door het zwaar verkeer dat in het verleden over de brug is gereden, zijn er scheuren in het metselwerk van de stuw ontstaan. In de periode 1998-2017 was gebruik van de brug alleen toegestaan voor verkeer tot maximaal 3 ton en, met ontheffing, voor lokaal verkeer zwaarder dan 3 ton tot maximaal 15 ton. In 2017 is de brug geheel afgesloten voor verkeer zwaarder dan 3 ton. De gemeente wil met de nieuwe brug de situatie van vóór 2017 herstellen, zodat al het verkeer, dus ook lokaal zwaar (landbouw)verkeer, weer gebruik kan maken van de brug. De nieuwe brug, die 15 m van de huidige brug (bovenstrooms/zuidoostelijk) komt te liggen, mag, net als de huidige brug, niet worden gebruikt door verkeer zwaarder dan 3 ton. Voor lokaal zwaar verkeer tot 60 ton is een ontheffingsstelsel ontwikkeld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5108
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202301362/1/R3

202303007/1/R2

Bij besluit van 30 november 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Best een omgevingsvergunning voor de varkenshouderij, een KI-station en een hondenfokkerij aan de [locatie] in Best geweigerd. FCN en [appellant] exploiteren de veehouderij aan de [locatie] in Best. Zij hebben een omgevingsvergunning aangevraagd voor de varkenshouderij, een KI-station en een hondenfokkerij. Het college heeft deze omgevingsvergunning onder andere geweigerd, omdat een hondenfokkerij in strijd is met het bestemmingsplan "Buitengebied Best 2002" (het bestemmingsplan). FCN en [appellant] zijn het niet eens met dit besluit. De rechtbank heeft onder andere overwogen dat het college zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat een hondenfokkerij aan de [locatie] in Best in strijd is met het bestemmingsplan. Hiertoe heeft de rechtbank overwogen dat die gronden uitsluitend bestemd zijn voor een grondgebonden agrarisch bedrijf. Volgens de rechtbank voldoet een hondenfokkerij niet aan de begripsomschrijving van een grondgebonden agrarisch bedrijf.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5239
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202303007/1/R2

202303114/1/R2

Bij besluit van 28 september 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Best een omgevingsvergunning voor de varkenshouderij en de hondenfokkerij aan de [locatie] in Best geweigerd. FCN en [appellant] exploiteren de veehouderij aan de [locatie] (de veehouderij) in Best. Zij hebben een omgevingsvergunning aangevraagd voor de varkenshouderij en een hondenfokkerij. Het college heeft deze omgevingsvergunning op 28 september 2022 onder andere geweigerd, omdat een hondenfokkerij in strijd is met het bestemmingsplan "Buitengebied Best 2002" (het bestemmingsplan). FCN en [appellant] zijn het niet eens met dit besluit. [partij sub 1A] en de Maatschap en [partij sub 2] wonen of exploiteren een bedrijf op korte afstand van de veehouderij. Zij zijn het niet eens met het besluit van het college van 25 juli 2023 om de omgevingsvergunning partieel te verlenen voor het houden van varkens, onder meer omdat zij vrezen voor geur- en geluidoverlast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5349
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202303114/1/R2

202303115/1/R2

Bij besluit van 14 april 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Best het door [persoon 2] ingediende verzoek om handhaving vanwege het zonder omgevingsvergunning bedrijfsmatig houden en fokken van honden op de locatie aan de [locatie] in Best afgewezen. FCN en [appellant] exploiteren een veehouderij aan de [locatie] in Best. Zij houden en fokken daar onder andere honden. [persoon 1] en [de maatschap] en [persoon 2] wonen of exploiteren een bedrijf op korte afstand van de veehouderij en ondervinden daarvan overlast. [persoon 2] heeft het college verzocht om handhavend op te treden tegen het houden en fokken van de honden. Het college heeft dit verzoek bij het besluit op bezwaar toegewezen, omdat het houden en fokken van honden in strijd is met het bestemmingsplan "Buitengebied Best 2002". Het college heeft hierbij een last onder dwangsom opgelegd. FCN en [appellant] zijn het niet eens met dit besluit. Daarnaast heeft het college de verzoeken van [persoon 1] en [de maatschap] en [persoon 2] om de verbeurde dwangsommen in te vorderen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5352
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202303115/1/R2

202304856/2/R4

Bij besluit van 23 december 2022 heeft Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming de aan Reym op grond van de Kernenergiewet verleende vergunning (kernenergiewetvergunning) gewijzigd. De Afdeling heeft in haar tussenuitspraak geoordeeld dat het besluit van 28 juni 2023 niet berust op een deugdelijke motivering. De ANVS heeft op de zitting van de Afdeling erkend dat door de verschillende bewoordingen die zijn gebruikt in voorschrift II, onder 7, aanhef en onder a enerzijds en voorschrift II, onder 7, aanhef en onder c anderzijds, uit de tekst van het voorschrift niet duidelijk blijkt dat de ANVS met de verwijzing naar "een stralingsbeschermingsdeskundige" in voorschrift II, onder 7, aanhef en onder c heeft bedoeld te verwijzen naar een geregistreerd stralingsbeschermingsdeskundige. De Afdeling heeft de ANVS opgedragen dit gebrek te herstellen en, als zij het noodzakelijk vindt dat de werkzaamheden worden uitgevoerd door een geregistreerd stralingsbeschermingsdeskundige, te motiveren waarom.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5309
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Kernenergie
  • uitspraakin de zaak202304856/2/R4

202305021/1/R1

Bij besluit van 19 november 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Roermond aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van een aanbouw aan de woning op het perceel [locatie 1] in Roermand. Bij besluit van 30 december 2020 heeft het college het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen aanwezige bebouwing en in uitvoering zijnde bouwactiviteiten op het perceel afgewezen. [appellant] woont aan de [locatie 2] in Roermond. Zij heeft het college op 7 juli 2020 verzocht om handhavend op te treden tegen aanwezige bebouwing en de in uitvoering zijnde bouwactiviteiten op het naastgelegen perceel. Het handhavingsverzoek gaat over de volgende bouwwerken: A. Bestaande aanbouw tegen achterzijde woning; B. Constructie houten palen en liggers waartussen een vast doek; C. Tuinhuis; D. Betonnen vloerplaat ten behoeve van te bouwen aanbouw (hobbyruimte); E. Bestaande overkapping; F. Houten constructie ter ondersteuning van leilinden; G. Houten kast voor de opslag van tuingereedschap; H. Houtopslag. Het college heeft voor de bestaande aanbouw aan de achterzijde van de woning (bouwwerk A) en een nieuw te bouwen aanbouw aan de achterzijde van de woning (bouwwerk D) een omgevingsvergunning verleend voor de activiteit "planologisch strijdig gebruik" als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5315
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202305021/1/R1

202306639/1/A3

Bij besluit van 20 juli 2022 heeft de burgemeester van Boxtel bij [wederpartij] drie dwangsommen van € 500,00 ingevorderd. Bij besluit van 5 oktober 2021 heeft de burgemeester op grond van artikel 2.4.14, eerste lid, aanhef en onder b, van de Algemene plaatselijke verordening Boxtel 2012, aan [wederpartij] een aanlijn- en muilkorfgebod opgelegd voor zijn hond, een Kaukasische herder. Hiertoe is de burgemeester overgegaan omdat uit een proces-verbaal van de politie is gebleken dat de hond op 16 juli 2021 een persoon heeft aangevallen en gebeten, waardoor die persoon gewond is geraakt. Tijdens een controle op 5 januari 2022 heeft een buitengewoon opsporingsambtenaar van de gemeente Boxtel waargenomen dat de hond niet was gemuilkorfd, terwijl die in de openbare ruimte verbleef. [wederpartij] heeft in zijn bezwaar- en beroepschrift betwist dat de hond op de genoemde data geen muilkorf droeg. Hij voert aan dat de hond een zwarte muilkorf droeg, maar dat die op de camerabeelden niet goed is te zien, omdat de beelden van grote afstand zijn gemaakt en omdat de zwarte muilkorf niet opvalt op de zwarte snuit van de hond.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5353
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202306639/1/A3

202306768/1/R3

Bij besluit van 19 april 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Oegstgeest aan Holland Property Development B.V. een omgevingsvergunning verleend voor wijzigen van het pand Lijtweg 3-7 in Oegstgeest (de locatie) in 10 woningen. Holland Property Development is sinds 2016 eigenaar van het pand aan de Lijtweg 3-7 in Oegstgeest. Dit pand maakte samen met het naastgelegen dorpscentrum, een kerk en een scholengemeenschap deel uit van een cluster van panden die in onder meer het bestemmingsplan "Voscuyl en Bloemenbuurt" zijn bestemd en worden of werden gebruikt voor maatschappelijke voorzieningen. Holland Property Development en [appellant] hebben op 22 december 2017 een aanvraag ingediend voor een wijziging van het gebruik van het perceel van de functie "Maatschappelijk" naar de functie "Wonen" en voor een inpandige verbouwing van het pand naar 10 sociale huurappartementen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5316
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202306768/1/R3

202307622/3/R1

Bij tussenuitspraak van 18 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1563, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Noordoostpolder opgedragen om binnen zestien weken na verzending van deze uitspraak met inachtneming van wat daarin is overwogen de gebreken in het besluit van 2 oktober 2023 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Ens, Oost fase 2" te herstellen. Het bestemmingsplan maakt op de hoek van de Drietorensweg en het Oostereind in de kern Ens woningen en een gezondheidscentrum mogelijk. Het beoogde gezondheidscentrum omvat 26 zorgwoningen, een huisartsenpraktijk, een fysiotherapiepraktijk en een sportschool.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5330
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Flevoland
  • uitspraakin de zaak202307622/3/R1

202307783/1/R3

In het besluit van 3 november 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Lansingerland aan Greenpoint Ontwikkelingsmaatschappij B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het oprichten en in gebruik nemen van een tankstation, een verkoopruimte inclusief een bereidingsruimte voor broodjes en snacks en een reclamemast op het bedrijvenpark Prisma in Bleiswijk (kavel 7E). Greenpoint heeft een omgevingsvergunning gevraagd voor het oprichten en in gebruik nemen van een zogeheten multifuel-tankstation (MFT) waar naast vloeibare brandstoffen (benzine en diesel) ook waterstof, LNG (vloeibaar aardgas), CNG (aardgas onder druk) en elektriciteit aan motorvoertuigen wordt afgeleverd. De aanvraag gaat ook over een verkoopruimte inclusief een bereidingsruimte voor broodjes en snacks, en een reclamemast. Het MFT komt op de hoek van de Nieuwe Hoefweg (N209) en de Zoetermeerselaan in Bleiswijk, aan de rand van het bedrijventerrein Prisma, te liggen. [partij A] heeft het perceel in maart 2022 in eigendom verkregen. [partij B] zal het MFT exploiteren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5340
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202307783/1/R3

202400613/1/R1 en 202400686/1/R1

Bij besluit van 18 juli 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Maastricht de verzoeken van [appellant B] om over te gaan tot invordering van volgens haar verbeurde dwangsommen en om op grond van de Wet bodembescherming (Wbb) handhavend op te treden tegen werkzaamheden op het perceel [locatie 1] in Maastricht afgewezen. [partij] heeft een nieuwe woning gebouwd op het perceel [locatie 1] in Maastricht. In verband hiermee zijn werkzaamheden op en in de bodem uitgevoerd. [partij] moest zijn perceel saneren omdat de bodem ter plaatse verontreinigd is met zink. Hij heeft hiervoor een saneringsplan ingediend. Het saneringsplan gaat ervan uit dat de verontreinigde grond zoveel mogelijk wordt herschikt op het perceel en zo nodig wordt afgevoerd. Bij besluit van 25 maart 2020 heeft het college met dit saneringsplan ingestemd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5328
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Bodembescherming
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202400613/1/R1 en 202400686/1/R1

202402005/1/R2

Bij besluit van 5 februari 2024 heeft de raad van de gemeente Gemert-Bakel het bestemmingsplan "Ommuurde tuin, kasteel Gemert" vastgesteld. Bij besluit van 19 december 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Gemert-Bakel een omgevingsvergunning verleend voor de restauratie van de tuinmuur en opstallen, de reconstructie van de kas en de realisatie van 13 patiowoningen in de ommuurde tuin van kasteel Gemert. 3. In de dorpskern van Gemert ligt het kasteel van Gemert. Het kasteelcomplex is aangewezen als rijksmonument en bestaat uit het kasteel, het omliggende tuinpark, de ommuurde tuin en een deel van de omliggende landerijen. Initiatiefnemer BL Huisvesting wil kasteel Gemert in stappen herontwikkelen aan de hand van het Masterplan, dat Hylkema Erfgoed in november 2019 heeft opgesteld. Het bestemmingsplan maakt deel uit van die herontwikkeling en voorziet in de realisatie van 13 patiowoningen in de ommuurde tuin. Het plangebied ligt tussen de Heilige Geestlaan, het Hopveld en het Binderseind. Aan de noordzijde van het plangebied bevindt zich het poortgebouw met daarachter de rest van het kasteelcomplex.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5350
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202402005/1/R2

202402513/1/R2

Bij besluit van 5 februari 2024 heeft de raad van de gemeente Gemert-Bakel het bestemmingsplan "De Haag, kasteel Gemert" vastgesteld. In de dorpskern van Gemert ligt het kasteelcomplex Gemert. Het kasteelcomplex is aangewezen als rijksmonument en bestaat uit het kasteel, het omliggende tuinpark, de ommuurde tuin en een deel van de omliggende landerijen. Initiatiefnemer BL Huisvesting wil kasteel Gemert in stappen herontwikkelen aan de hand van het Masterplan, dat Hylkema Erfgoed in november 2019 heeft opgesteld. Het bestemmingsplan maakt deel uit van die herontwikkeling en voorziet in de bouw van drie woningen binnen twee bouwvolumes op het driehoekig perceel tussen de West-Om, de Jezuïetenlaan en De Haag in Gemert. De locatie behoorde als deel van de landerijen voorheen bij het kasteelcomplex. Omwonenden vrezen onder meer voor aantasting van de cultuurhistorische en de landschappelijke waarden van (de omgeving van) het kasteelcomplex en de verkeersveiligheid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5351
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202402513/1/R2

202403406/1/R3

Bij besluit van 28 april 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Staphorst het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen het zonder omgevingsvergunning kappen van 76 bomen op een bosperceel aan de Veldhuisweg in IJhorst, afgewezen. Op 1 februari 2022 heeft [persoon] bij het college een melding ingediend over het kappen van 76 bomen op het bosperceel dat tegenover het perceel [locatie 1] ligt en kadastraal bekend staat als gemeente Staphorst, sectie C, nummer 2575 (het perceel). In de melding staat dat de kap verspreid over twee jaar zal plaatsvinden en dat de kap verspreid over het hele perceel zal plaatsvinden, zodat er overal voldoende lichtinval is. Ook staat in de melding dat verspreid over het perceel bomen zullen worden herplant. [appellant] woont tegenover het perceel op het perceel [locatie 2]. Volgens [appellant] is het in strijd met artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wabo om de bomen zonder omgevingsvergunning te kappen. Hij heeft het college daarom verzocht handhavend op te treden tegen de kap van de bomen. Naar aanleiding van het verzoek van [appellant] heeft een toezichthouder van de gemeente het perceel met een bomenspecialist bezocht voor een controle. Na dat bezoek heeft het college geconcludeerd dat voor het kappen van de bomen geen omgevingsvergunning vereist was, omdat sprake is van normaal onderhoud. Het college heeft het verzoek van [appellant]s om handhavend op te treden daarom afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5341
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Kappen
  • uitspraakin de zaak202403406/1/R3

202403749/1/R3

Bij besluit van 29 april 2019, aangevuld bij besluit van 5 december 2019, heeft het college van burgemeester en wethouders van Gouda de aanvraag van [appellante] om een omgevingsvergunning voor het gebruik van de eerste etage van het pand aan [locatie] in Gouda voor horeca geweigerd. [appellante] exploiteert een brasserie op de begane grond van het pand aan [locatie] in Gouda (het pand). Zij wil de eerste etage van het pand ook voor horeca gaan gebruiken en de tweede etage voor wonen. Om dit mogelijk te maken heeft zij een omgevingsvergunning aangevraagd voor de activiteiten "bouwen" en "handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening". Het college heeft geweigerd om op grond van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2˚, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, gelezen in samenhang met artikel 4, aanhef en onderdeel 9, van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht, af te wijken van het bestemmingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5348
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • Drank en horeca
  • uitspraakin de zaak202403749/1/R3

202404034/1/R3

Bij besluit van 21 juni 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag aan [bedrijf] een omgevingsvergunning verleend voor het veranderen van een voormalig schoolgebouw aan de Zeezwaluwstraat 4 in Den Haag (het perceel) in 16 appartementen, en voor het realiseren van een in- of uitrit. Op het perceel staat een voormalig schoolgebouw. [appellant] woont direct naast het perceel, aan de [locatie]. Hij vreest dat het gebruik van het perceel voor het parkeren ten behoeve van wonen geluidsoverlast zal veroorzaken in de avond en de nacht. KHW is eigenaar van het perceel en de initiatiefnemer van het bouwplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5342
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202404034/1/R3

202404238/1/R1

Bij besluit van 16 mei 2024 heeft de raad van de gemeente Urk het bestemmingsplan "Wonen en Bijzondere Woonvormen" vastgesteld. Het plan is een zogenoemd paraplubestemmingsplan voor het gehele gemeentelijk grondgebied van Urk. Het plan bevat een verbod op woningsplitsing, woningomzetting, woninguitbreiding en kamerverhuur-/bewoning. Van dit verbod kan onder voorwaarden (tijdelijk) worden afgeweken. De Werckpost-groep, bestaande uit Werckpost B.V., Werckpost Beheer B.V. en Werckpost Service B.V., is een uitzendorganisatie die onder andere 150 arbeidsmigranten huisvest op Urk. Vastpost B.V. is de eigenaar van de huisvestingslocaties aan de Industrierondweg 26A en 26B en Pyramideweg 2 op Urk. [bedrijf A] is de eigenaar van de huisvestingslocatie aan de Lijkant 10 op Urk. Zij hebben gezamenlijk beroep ingesteld tegen het plan, omdat het plan volgens hen leidt tot verminderde mogelijkheden om arbeidsmigranten te huisvesten op Urk. Vastpost B.V. en anderen stellen dat de in artikel 5.2, onder b, van de planregels opgenomen afwijkingsbepaling om arbeidsmigranten te huisvesten een te hoge drempel opwerpt, zodat geen sprake is van een reële mogelijkheid daartoe. Volgens hen is de afwijkingsbepaling in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel, onder meer omdat de voorwaarden hiervoor niet-limitatief zijn en als open normen zijn geformuleerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5360
Datum uitspraak
9 september 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Flevoland
  • uitspraakin de zaak202404238/1/R1
vorige pagina1234...1.267volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon